Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 JUNI 1994. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 mei 1994 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen.
Titre
26 JUIN 1994. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 mai 1994 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux.
Documentinformatie
Numac: 1994036267
Datum: 1994-06-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1994036267
Date: 1994-06-26
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 1994 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " d) voor de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen zoals bepaald in artikel 6bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, met uitzondering van de gesubsidieerde contractuelen waarvoor een jongerenpremie werd overeengekomen, worden, op voorwaarde dat de gesubsidieerde contractuelen door de Weer-Werkactie worden toegeleid, ook de volgende periodes gelijkgesteld :
  - de tewerkstellingsduur van de persoon, in dienst op 1 mei 1994 in een door de Vlaamse minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden erkende sociale werkplaats; voor deze personen geldt een wettelijk vermoeden van inschrijving als werkzoekende gedurende vijf jaar;
  - de tewerkstellingsduur van de werknemer tewerkgesteld als gesubsidieerd contractueel zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, met uitzondering van de gesubsidieerde contractuelen waarvoor een jongerenpremie werd overeengekomen;
  - de tewerkstellingsduur als tewerkgestelde krachtens artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - de periode waarin de werkzoekende het bestaansminimum heeft genoten;
  - de wachttijd, zoals bepaald in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de wachttijd, zoals bepaald in artikel 35, § 1 en 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in het geval zoals bedoeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de werkloosheidsperiode die niet vergoed werd ingevolge de toepassing van de artikelen 80 tot 88 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. "
Article 1. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 mai 1994 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, est complĂ©tĂ© par l'alinĂ©a suivant :
  " d) en ce qui concerne la mise au travail de contractuels subventionnĂ©s tels que visĂ©s Ă  l'article 6bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, Ă  l'exception des contractuels subventionnĂ©s pour lesquels une prime pour les jeunes a Ă©tĂ© convenue, les pĂ©riodes suivantes sont Ă©galement assimilĂ©es, Ă  condition que les contractuels subventionnĂ©s soient dĂ©signĂ©s par le biais de la " Weer-Werkactie " (action de remise au travail) :
  - la durée de mise au travail de la personne, au 1er mai 1994 en service dans un atelier social agréé par le Ministre flamand de l'Emploi et des Affaires sociales; il existe pour ces personnes une présomption légale d'inscription comme demandeur d'emploi pendant une période de cinq ans;
  - la durĂ©e de mise au travail du travailleur occupĂ© comme contractuel subventionnĂ© tel que visĂ© Ă  l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, Ă  l'exception des contractuels subventionnĂ©s pour lesquels une prime pour les jeunes a Ă©tĂ© convenue;
  - la durée de mise au travail comme chÎmeur mis au travail, en vertu de l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale;
  - la période pendant laquelle le demandeur d'emploi a bénéficié du minimex;
  - le stage, tel que prĂ©vu Ă  l'article 36, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - le stage, tel que prĂ©vu Ă  l'article 35, §§ 1er et 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, dans le cas visĂ© Ă  l'article 39 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 nvembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la durĂ©e du chĂŽmage non indemnisĂ©, suite Ă  l'application des articles 80 et 88 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage. "
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 1994.
  Brussel, 26 juni 1994.
  De Vlaamse minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden,
  Mevr. L. DETIEGE
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er aoĂ»t 1994.
  Bruxelle, le 26 juin 1994.
  Le Ministre flamand de l'Emploi et des Affaires sociales,
  Mme L. DETIEGE