Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 MEI 1994. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van artikelen 53 tot 58 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid.
Titre
19 MAI 1994. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale modifiant les articles 53 Ă  58 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă  l'emploi et au chĂŽmage.
Documentinformatie
Numac: 1994031448
Datum: 1994-05-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1994031448
Date: 1994-05-19
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Dit besluit regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© rĂšgle une matiĂšre visĂ©e Ă  l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Afdeling 1 van Hoofdstuk II in Titel II van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid, dat de artikelen 53 tot 58, omvat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" Afdeling 1. Beroepsoverstappremie.
Artikel 53. Binnen de beperkingen van de beschikbare kredieten kent de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling aan ondernemingen die moeilijk te plaatsen werkzoekenden aanwerven, een beroepsoverstappremie toe.
Artikel 54. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder een moeilijk te plaatsen werkzoekende :
1° de niet actieve werkzoekende van jonger dan 26 jaar oud die geen houder is van een diploma, getuigschrift of bewijs van hoger secundair onderwijs en die bij zijn aanwerving ingeschreven is bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
2° de niet actieve werkzoekende die bij zijn aanwerving reeds minstens zes maanden ingeschreven is bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.
Artikel 55. De beroepsoverstappremie wordt toegekend tijdens een periode van twaalf maanden.
Ze bedraagt :
1° 10 000 frank per maand bij de aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, overeenkomstig de bepalingen van koninklijk besluit nr 495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd uit hoofde van deze jongeren;
2° 20 000 frank per maand bij de aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54 met een voltijdse arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur waaraan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.
De premie bedoeld in het tweede lid, 2°, van dit artikel wordt slechts toegekend op voorwaarde dat de betrokken beroepsopleiding minimaal 240 uren omvat.
De beroepsoverstappremie wordt niet toegekend voor een aanwerving ter vervanging van een werknemer anders dan ontslagen wegens zware fout of die met pensioen ging.
Zij mag, ter gelegenheid van de aanwerving of de tewerkstelling van een werkzoekende zoals bedoeld in artikel 54, uit hoofde van de werkgever niet gecumuleerd worden met om het even welk ander financieel voordeel dan een vermindering van de bijdragen van de sociale zekerheid.
Artikel 56. Kunnen genieten van de beroepsoverstappremie, de ondernemingen waarvan het personeelsbestand hoogstens 250 personen bedraagt.
Het personeelsbestand wordt geschat op basis van het rekenkundig gemiddelde van de raamstatistieken die gevoegd worden bij de aangifte aan de RSZ betreffende de vier kwartalen die het kwartaal voorafgaan waarin de aanwerving plaatsvindt.
Artikel 57. Voor de betaling van de beroepsoverstappremie, wordt de aanwerving geacht aan te vangen de eerste dag van de maand en te eindigen de laatste dag van de maand.
De premie is niet verschuldigd gedurende de maanden waarin de onderneming geen loon uitbetaald.
Artikel 58. § 1. De Minister bevoegd voor tewerkstelling bepaalt welke bewijsstukken moeten overgelegd worden aan de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling voor de betaling van de premie.
§ 2. Deze bewijsstukken moeten overgelegd worden binnen de drie maanden volgend op de kalendermaand waarop ze betrekking hebben.
De premiet is niet verschuldigd voor de maanden waarvoor deze termijn niet werd nageleefd. "
Art. 2. La section 1er du Chapitre II du Titre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă  l'emploi et au chĂŽmage et comportant les articles 53 Ă  58 est remplacĂ©e par les dispositions suivantes :
" Section 1. Prime de transition professionnelle.
Article 53. Dans les limites des crédits disponibles, l'Office régional bruxellois de l'emploi octroie une prime de transition professionnelle aux entreprises qui engagent des demandeurs d'emploi difficiles à placer.
Article 54. Pour l'application de la présente section, est considéré comme demandeur d'emploi difficile à placer :
1° le demandeur d'emploi inoccupé, ùgé de moins de 26 ans, non titulaire d'un diplÎme, brevet ou certificat d'études de l'enseignement secondaire supérieur et inscrit auprÚs de l'Office régional de l'emploi au moment de son engagement;
2° le demandeur d'emploi inoccupé depuis six mois au moins, inscrit auprÚs de l'Office régional bruxellois de l'emploi au moment de son engagement.
Article 55. La prime de transition professionnelle est octroyée pendant une période de douze mois.
Elle s'élÚve à :
1° 10 000 francs par mois, en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă  l'article 54, conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal n° 495 du 31 dĂ©cembre 1986 instaurant un systĂšme associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 Ă  25 ans et portant rĂ©duction temporaire des cotisations patronales de sĂ©curitĂ© sociale dues dans le chef de ces jeunes;
2° 20 000 francs par mois, en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54 dans les liens d'un contrat de travail à durée indéterminée et à temps plein, auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise approuvée par l'Office régional bruxellois de l'emploi.
La prime visée à l'alinéa 2, 2°, du présent article n'est octroyée qu'à la condition que la formation professionnelle considérée comporte un minimum de 240 heures.
La prime de transition professionnelle n'est pas octroyée pour l'engagement d'un travailleur appelé à remplacer un travailleur licencié pour un motif autre que la faute grave ou la mise à la pension.
Elle ne peut ĂȘtre cumulĂ©e, dans le chef de l'employeur avec un avantage financier quelconque octroyĂ© Ă  l'occasion de l'engagement ou de l'occupation d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă  l'article 54, autre qu'une diminution de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale.
Article 56. Peuvent bénéficier de la prime de transition professionnelle, les entreprises qui occupent un maximum de 250 travailleurs.
Le nombre de travailleurs occupés s'apprécie sur la base de la moyenne arithmétique des cadres statistiques joints à la déclaration adressée à l'ONSS pour les quatre trimestres précédant celui au cours duquel a lieu l'engagement.
Article 57. Pour le paiement de la prime de transition professionnelle, l'engagement est réputé commencer le premier jour du mois et se terminer le dernier jour du mois.
La prime n'est pas due pour les mois pendant lesquels l'entreprise ne verse aucune rémunération.
Article 58. § 1. Le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions détermine les documents justificatifs à fournir à l'Office régional bruxellois de l'emploi pour l'obtention de la prime.
§ 2. Ces documents justificatifs doivent ĂȘtre fournis dans les trois mois qui suivent le mois civil auquel ils se rapportent.
La prime n'est pas due pour les mois pour lesquels ce délai n'a pas été respecté. "
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 jli 1994.
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juillet 1994.
Art. 4. De Minister-Voorzitter, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, Plaatselijke Besturen en Tewerkstelling, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 19 mei 1994.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, Plaatselijke Besturen en Tewerkstelling,
Ch. PICQUE
Art. 4. Le Ministre-PrĂ©sident, chargĂ© de l'AmĂ©nagement du Territoire, des Pouvoirs locaux et de l'Emploi, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Bruxelles, le 19 mai 1994.
Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
Le Ministre-Président, chargé de l'Aménagement du Territoire, des Pouvoirs locaux et de l'Emploi,
Ch. PICQUE