Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
- "Minister", de Minister die de verkeersreglementering onder zijn bevoegdheid heeft;
- "instelling", elke vennootschap aan wie door Ons de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen werd toevertrouwd;
- "technische tijd", de theoretische gemiddelde tijd toegekend voor een bepaalde prestatie van technische controle.
De lijst van de prestaties evenals de toegekende technische tijden van elk onder hen worden vermeld in bijlage 1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 DECEMBER 1994. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-04-1995 en tekstbijwerking tot 20-11-2024)
Titre
23 DECEMBRE 1994. - Arrêté royal portant détermination des conditions d'agrément et des règles du contrôle administratif des organismes chargés du contrôle des véhicules en circulation. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-04-1995 et mise à jour au 20-11-2024)
Documentinformatie
Numac: 1994014291
Datum: 1994-12-23
Info du document
Numac: 1994014291
Date: 1994-12-23
Inhoud
HOOFDSTUK 1_VLAAMS_GEWEST.[1 - Definities]1
HOOFDSTUK 2_VLAAMS_GEWEST.[1 - De instelling]1
HOOFDSTUK 3_VLAAMS_GEWEST.[1 - Keuring op verpl...
Afdeling 1_VLAAMS_GEWEST.[1 - Algemeen]1
Afdeling 2_VLAAMS_GEWEST.[1 - Erkenning als keu...
Afdeling 3_VLAAMS_GEWEST.[1 - Uitvoering van de...
Afdeling 4_VLAAMS_GEWEST.
Afdeling 5_VLAAMS_GEWEST.[1 - Sancties]1
HOOFDSTUK 3/1_VLAAMS_GEWEST. [1 - Controle]1
HOOFDSTUK 4_VLAAMS_GEWEST.[1 - Slotbepalingen]1
BIJLAGEN.
Inhoud
Chapitre 1_REGION_FLAMANDE.[1 - Définitions]1
CHAPITRE 2_REGION_FLAMANDE.[1 - L'organisme]1
CHAPITRE 3_REGION_FLAMANDE.[1 - Contrôle déloca...
Section 1re_REGION_FLAMANDE.[1 - Généralités]1
Section 2_REGION_FLAMANDE.[1 - Agrément comme l...
Section 3_REGION_FLAMANDE.[1 - Exécution du con...
Section 4_REGION_FLAMANDE.
Section 5_REGION_FLAMANDE.[1 - Sanctions]1
CHAPITRE 3/1_REGION_FLAMANDE. [1 - Contrôle]1
CHAPITRE 4._REGION_FLAMANDE.[1 - Dispositions f...
ANNEXES.
Tekst (214)
Texte (219)
Article 1. Au sens du présent arrêté, on entend par :
- "Ministre", le Ministre qui a la réglementation de la circulation routière dans ses attributions;
- "organisme", toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par Nous;
- "temps technique", le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée.
La liste des prestations ainsi que les temps techniques accordés pour chacune d'elles figurent à l'annexe 1.
- "Ministre", le Ministre qui a la réglementation de la circulation routière dans ses attributions;
- "organisme", toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par Nous;
- "temps technique", le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée.
La liste des prestations ainsi que les temps techniques accordés pour chacune d'elles figurent à l'annexe 1.
Art. 1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
- "Minister", de Brusselse minister die de verkeersreglementering onder zijn bevoegdheid heeft;
- "instelling", elke vennootschap aan wie door de Minister de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen werd toevertrouwd;
- "technische tijd", de theoretische gemiddelde tijd toegekend voor een bepaalde prestatie van technische keuring en door de minister of zijn gemachtigde gedefinieerd, overeenkomstig artikel 5 van het onderhavige besluit;
- "keuring op verplaatsing": de technische keuring, uitgevoerd voor voertuigen van categorieën N2, N3, M2, M3, 03 en 04, zoals gedefinieerd in artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen in de lokalen van een onderneming waarmee een erkende controle-instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.]1
- "Minister", de Brusselse minister die de verkeersreglementering onder zijn bevoegdheid heeft;
- "instelling", elke vennootschap aan wie door de Minister de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen werd toevertrouwd;
- "technische tijd", de theoretische gemiddelde tijd toegekend voor een bepaalde prestatie van technische keuring en door de minister of zijn gemachtigde gedefinieerd, overeenkomstig artikel 5 van het onderhavige besluit;
- "keuring op verplaatsing": de technische keuring, uitgevoerd voor voertuigen van categorieën N2, N3, M2, M3, 03 en 04, zoals gedefinieerd in artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen in de lokalen van een onderneming waarmee een erkende controle-instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.]1
Art. 1 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Au sens du présent arrêté, on entend par :
- "Ministre" : le Ministre bruxellois qui a la réglementation de la circulation routière dans ses attributions;
- "organisme" : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par le Ministre;
- "temps technique" : le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée et défini par le Ministre ou son délégué, conformément à l'article 5 du présent arrêté;
- "contrôle délocalisé" : contrôle technique, effectué pour des véhicules des catégories N2, N3, M2, M3, 03 et 04, telles que définies par l'article 1er, § 1er de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité dans des locaux appartenant à une entreprise avec laquelle un organisme agréé de contrôle technique a conclu une convention de collaboration.]1
[1 Au sens du présent arrêté, on entend par :
- "Ministre" : le Ministre bruxellois qui a la réglementation de la circulation routière dans ses attributions;
- "organisme" : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par le Ministre;
- "temps technique" : le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée et défini par le Ministre ou son délégué, conformément à l'article 5 du présent arrêté;
- "contrôle délocalisé" : contrôle technique, effectué pour des véhicules des catégories N2, N3, M2, M3, 03 et 04, telles que définies par l'article 1er, § 1er de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité dans des locaux appartenant à une entreprise avec laquelle un organisme agréé de contrôle technique a conclu une convention de collaboration.]1
Wijzigingen
Art. 1_WAALS_GEWEST. [1 Bij dit besluit wordt Richtlijn 2014/45/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG gedeeltelijk omgezet.]1
Art. 1 _REGION_WALLONNE. [1 Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2014/45/UE du Parlement européen et du Conseil du 3 avril 2014 relative au contrôle technique périodique des véhicules à moteur et de leurs remorques, et abrogeant la Directive 2009/40/CE.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 1_VLAAMS_GEWEST.[1 - Definities]1
Chapitre 1_REGION_FLAMANDE.[1 - Définitions]1
Art. 1_VLAAMS_GEWEST. [1 In dit besluit wordt verstaan onder:
1° "Minister": de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid;
2° "Departement": het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° "instelling": elke vennootschap waaraan door de Minister de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen is toevertrouwd;
4° [3 technische tijd: de theoretische gemiddelde tijd die toegekend is voor een bepaalde prestatie van technische controle en die door de Minister of zijn gemachtigde overeenkomstig artikel 5 wordt bepaald;]3]1
[2 5° onderneming: een entiteit die een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten met een instelling over de keuring op verplaatsing;
6° keuring op verplaatsing: de technische keuringen, uitgevoerd door personeelsleden van een erkende instelling, in de lokalen van een onderneming.]2
1° "Minister": de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid;
2° "Departement": het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° "instelling": elke vennootschap waaraan door de Minister de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen is toevertrouwd;
4° [3 technische tijd: de theoretische gemiddelde tijd die toegekend is voor een bepaalde prestatie van technische controle en die door de Minister of zijn gemachtigde overeenkomstig artikel 5 wordt bepaald;]3]1
[2 5° onderneming: een entiteit die een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten met een instelling over de keuring op verplaatsing;
6° keuring op verplaatsing: de technische keuringen, uitgevoerd door personeelsleden van een erkende instelling, in de lokalen van een onderneming.]2
Art. 1 _REGION_FLAMANDE.
[1 Dans le présent arrêté, on entend par :
1° " Ministre " : le Ministre flamand chargé de la politique en matière de sécurité routière ;
2° " Département " : le département visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
3° " organisme " : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par le Ministre ;
4° " [3 le temps technique]3 " : [3 le temps moyen théorique qui a été octroyé pour une prestation de contrôle technique et déterminé par le ministre ou son mandataire, conformément à l'article 5 ;]3]1
[2 5° entreprise : une entité qui a conclu avec un organisme un accord de coopération sur le contrôle délocalisé ;
6° contrôle délocalisé : les contrôles techniques, effectués par les membres du personnel d'un organisme agréé, dans les locaux d'une entreprise.]2
[1 Dans le présent arrêté, on entend par :
1° " Ministre " : le Ministre flamand chargé de la politique en matière de sécurité routière ;
2° " Département " : le département visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
3° " organisme " : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation a été confié par le Ministre ;
4° " [3 le temps technique]3 " : [3 le temps moyen théorique qui a été octroyé pour une prestation de contrôle technique et déterminé par le ministre ou son mandataire, conformément à l'article 5 ;]3]1
[2 5° entreprise : une entité qui a conclu avec un organisme un accord de coopération sur le contrôle délocalisé ;
6° contrôle délocalisé : les contrôles techniques, effectués par les membres du personnel d'un organisme agréé, dans les locaux d'une entreprise.]2
Art. 1/1_WAALS_GEWEST. [1 Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° de Minister : de Minister bevoegd voor de Verkeersveiligheid;
2° de instelling : elke vennootschap waaraan de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen door de Regering wordt toevertrouwd;
3° de technische tijd : de theoretische gemiddelde tijd die toegekend is voor een bepaalde prestatie van technische controle en die door de Minister of diens afgevaardigde overeenkomstig artikel 5 wordt bepaald;
4° de keuring op verplaatsing : de technische keuring, uitgevoerd voor voertuigen van categorieën N2, N3, M2, M3, 03 en 04 in de lokalen van een onderneming waarmee een erkende controle-instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.]1
[2 de Administratie: de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur;
6° het Departement: het Departement Regelgeving en Regulering van het vervoer;
7° [3 de IT-Commissie: de commissie samengesteld uit vertegenwoordigers van de Administratie en instellingen. De werking van deze commissie wordt geregeld door een huishoudelijk reglement dat door de minister is goedgekeurd]3.
[3 8° de afgevaardigde: de ambtenaar van de Administratie die gemachtigd is bij bijlage 6;
9° de passende keuringsdocumenten;
a) de documenten zoals bedoeld in artikel 23 novies van het koninklijk besluit van 15 maart 1968;
b) de documenten zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022;
10° de boekhoudingshandleiding: het document zoals vastgesteld bij bijlage 4, dat het volgende omvat:
a) alle regels voor de toerekening van uitgaven en inkomsten in de exploitatieboekhouding van de instellingen;
b) de modaliteiten voor de invoering van initiële en aangepaste begrotingen;
c) de uitvoeringsmodaliteiten van de begroting;
d) de modaliteiten voor de regularisatie van de exploitatierekening;
11° het kwaliteitshandboek: het door de Minister goedgekeurd document dat het volgende omvat:
a) een lijst van indicatoren voor de kwaliteit van de dienstverlening en goed beheer;
b) de vaste of variabele drempels die de instellingen moeten bereiken bij de uitvoering van hun opdrachten;
12° gedelegeerde activiteiten:
a) de technische controle-activiteiten zoals bedoeld bij de artikelen 23 tot 23 undecies van het koninklijk besluit van 15 maart 1968;
b) de technische controle-activiteiten zoals bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022;
c) de goedkeuringsactiviteiten zoals bedoeld in de artikelen 7, 8 en 13 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 en artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
d) activiteiten in verband met het rijbewijs zoals bedoeld bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B;
e) activiteiten in verband met controles langs de weg zoals bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 13 april 2023 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in België of in het buitenland ingeschreven zijn
13° koninklijk besluit van 15 maart 1968: het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
14° het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022: het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022 betreffende de technische controle van twee- of driewielige voertuigen en vierwielers en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
15° het Fonds voor verkeersveiligheid: het Fonds voor verkeersveiligheid opgericht bij artikel 4 van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen;
16° netto-inkomsten: bedragen ten laste van de volgende rekeningen:
a) 700 Bruto-ontvangsten uit technische keuringen en rijbewijzen;
b) 701 Andere ontvangsten uit gedelegeerde activiteiten;
c) 741 Meerwaarden op materiële en immateriële vaste activa;
d) 746 Ontvangsten uit de afgifte van Car-Pass zoals bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen. ]3
[3 ...]3
1° de Minister : de Minister bevoegd voor de Verkeersveiligheid;
2° de instelling : elke vennootschap waaraan de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen door de Regering wordt toevertrouwd;
3° de technische tijd : de theoretische gemiddelde tijd die toegekend is voor een bepaalde prestatie van technische controle en die door de Minister of diens afgevaardigde overeenkomstig artikel 5 wordt bepaald;
4° de keuring op verplaatsing : de technische keuring, uitgevoerd voor voertuigen van categorieën N2, N3, M2, M3, 03 en 04 in de lokalen van een onderneming waarmee een erkende controle-instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.]1
[2 de Administratie: de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur;
6° het Departement: het Departement Regelgeving en Regulering van het vervoer;
7° [3 de IT-Commissie: de commissie samengesteld uit vertegenwoordigers van de Administratie en instellingen. De werking van deze commissie wordt geregeld door een huishoudelijk reglement dat door de minister is goedgekeurd]3.
[3 8° de afgevaardigde: de ambtenaar van de Administratie die gemachtigd is bij bijlage 6;
9° de passende keuringsdocumenten;
a) de documenten zoals bedoeld in artikel 23 novies van het koninklijk besluit van 15 maart 1968;
b) de documenten zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022;
10° de boekhoudingshandleiding: het document zoals vastgesteld bij bijlage 4, dat het volgende omvat:
a) alle regels voor de toerekening van uitgaven en inkomsten in de exploitatieboekhouding van de instellingen;
b) de modaliteiten voor de invoering van initiële en aangepaste begrotingen;
c) de uitvoeringsmodaliteiten van de begroting;
d) de modaliteiten voor de regularisatie van de exploitatierekening;
11° het kwaliteitshandboek: het door de Minister goedgekeurd document dat het volgende omvat:
a) een lijst van indicatoren voor de kwaliteit van de dienstverlening en goed beheer;
b) de vaste of variabele drempels die de instellingen moeten bereiken bij de uitvoering van hun opdrachten;
12° gedelegeerde activiteiten:
a) de technische controle-activiteiten zoals bedoeld bij de artikelen 23 tot 23 undecies van het koninklijk besluit van 15 maart 1968;
b) de technische controle-activiteiten zoals bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022;
c) de goedkeuringsactiviteiten zoals bedoeld in de artikelen 7, 8 en 13 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 en artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
d) activiteiten in verband met het rijbewijs zoals bedoeld bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B;
e) activiteiten in verband met controles langs de weg zoals bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 13 april 2023 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in België of in het buitenland ingeschreven zijn
13° koninklijk besluit van 15 maart 1968: het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
14° het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022: het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022 betreffende de technische controle van twee- of driewielige voertuigen en vierwielers en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
15° het Fonds voor verkeersveiligheid: het Fonds voor verkeersveiligheid opgericht bij artikel 4 van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen;
16° netto-inkomsten: bedragen ten laste van de volgende rekeningen:
a) 700 Bruto-ontvangsten uit technische keuringen en rijbewijzen;
b) 701 Andere ontvangsten uit gedelegeerde activiteiten;
c) 741 Meerwaarden op materiële en immateriële vaste activa;
d) 746 Ontvangsten uit de afgifte van Car-Pass zoals bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen. ]3
[3 ...]3
Art. 1/1 _REGION_WALLONNE.[1 Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° le Ministre : le Ministre qui a la Sécurité routière dans ses attributions;
2° l'organisme : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation est confié par le Gouvernement;
3° le temps technique : le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée et défini par le Ministre ou son délégué, conformément à l'article 5;
4° le contrôle délocalisé : le contrôle technique, effectué pour des véhicules des catégories N2, N3, M2, M3, 03 et 04, dans des locaux appartenant à une entreprise avec laquelle un organisme agréé de contrôle technique a conclu une convention de collaboration.]1
[2 5° l'Administration : le Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures ;
6° le Département : le Département de la Réglementation et de la Régulation des Transports ;
7° [3 7° la Commission IT : la commission composée de représentants de l'Administration et des organismes. Le fonctionnement de cette commission est régi par un règlement d'ordre intérieur approuvé par le Ministre ]3.
[3 8° le délégué : le fonctionnaire de l'Administration habilité par l'annexe 6 ;
9° les documents de visite appropriés :
a) les documents tels que visés à l'article 23 novies de l'arrêté royal du 15 mars 1968 ;
b) les documents tels que visés à l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 ;
10° le manuel comptable : le document tel que fixé par l'annexe 4 qui reprend :
a) l'ensemble des règles d'imputation des dépenses et des recettes dans la comptabilité d'exploitation des organismes ;
b) les modalités d'introduction des budgets initiaux et ajustés ;
c) les modalités d'exécution du budget ;
d) les modalités de régularisation du compte d'exploitation ;
11° le manuel qualité : le document approuvé par le Ministre et qui reprend :
a) une liste d'indicateurs de qualité de service et de bonne gestion ;
b) les seuils fixes ou variables à atteindre par les organismes dans l'exécution de leurs missions ;
12° les activités déléguées :
a) les activités de contrôle technique telles que visées par les articles 23 à 23 undecies de l'arrêté royal du 15 mars 1968 ;
b) les activités de contrôle technique telles que visées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 ;
c) les activités en matière de réception telles que visées aux articles 7, 8 et 13 de l'arrêté royal du 15 mars 1968 et l'article 3 de l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques ;
d) les activités de permis de conduire telles que visées par l'arrêté royal du 23 mars 1998 relatif au permis de conduire et l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B ;
e) les activités de contrôle routier telles que visées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 avril 2023 relatif au contrôle technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou à l'étranger ;
13° l'arrêté royal du 15 mars 1968 : l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité ;
14° l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 : l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 relatif au contrôle technique des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles et modifiant l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques ;
15° le Fonds de la sécurité routière : le Fonds de la sécurité routière créé par l'article 4 du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques ;
16° les recettes nettes : les montants imputés aux comptes suivants :
a) 700 Recettes brutes du contrôle technique et du permis de conduire ;
b) 701 Autres recettes des activités déléguées ;
c) 741 Plus-values sur immobilisations corporelles et incorporelles ;
d) 746 Recettes pour la délivrance d'attestations de relevé kilométrique Car-Pass tel que visé à l'article 6, § 3, alinéa 1er de la Loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion.]3
[3 ...]3
1° le Ministre : le Ministre qui a la Sécurité routière dans ses attributions;
2° l'organisme : toute société à qui le contrôle des véhicules en circulation est confié par le Gouvernement;
3° le temps technique : le temps théorique moyen accordé pour l'exécution d'une prestation de contrôle technique donnée et défini par le Ministre ou son délégué, conformément à l'article 5;
4° le contrôle délocalisé : le contrôle technique, effectué pour des véhicules des catégories N2, N3, M2, M3, 03 et 04, dans des locaux appartenant à une entreprise avec laquelle un organisme agréé de contrôle technique a conclu une convention de collaboration.]1
[2 5° l'Administration : le Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures ;
6° le Département : le Département de la Réglementation et de la Régulation des Transports ;
7° [3 7° la Commission IT : la commission composée de représentants de l'Administration et des organismes. Le fonctionnement de cette commission est régi par un règlement d'ordre intérieur approuvé par le Ministre ]3.
[3 8° le délégué : le fonctionnaire de l'Administration habilité par l'annexe 6 ;
9° les documents de visite appropriés :
a) les documents tels que visés à l'article 23 novies de l'arrêté royal du 15 mars 1968 ;
b) les documents tels que visés à l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 ;
10° le manuel comptable : le document tel que fixé par l'annexe 4 qui reprend :
a) l'ensemble des règles d'imputation des dépenses et des recettes dans la comptabilité d'exploitation des organismes ;
b) les modalités d'introduction des budgets initiaux et ajustés ;
c) les modalités d'exécution du budget ;
d) les modalités de régularisation du compte d'exploitation ;
11° le manuel qualité : le document approuvé par le Ministre et qui reprend :
a) une liste d'indicateurs de qualité de service et de bonne gestion ;
b) les seuils fixes ou variables à atteindre par les organismes dans l'exécution de leurs missions ;
12° les activités déléguées :
a) les activités de contrôle technique telles que visées par les articles 23 à 23 undecies de l'arrêté royal du 15 mars 1968 ;
b) les activités de contrôle technique telles que visées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 ;
c) les activités en matière de réception telles que visées aux articles 7, 8 et 13 de l'arrêté royal du 15 mars 1968 et l'article 3 de l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques ;
d) les activités de permis de conduire telles que visées par l'arrêté royal du 23 mars 1998 relatif au permis de conduire et l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B ;
e) les activités de contrôle routier telles que visées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 avril 2023 relatif au contrôle technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou à l'étranger ;
13° l'arrêté royal du 15 mars 1968 : l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité ;
14° l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 : l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 relatif au contrôle technique des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles et modifiant l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques ;
15° le Fonds de la sécurité routière : le Fonds de la sécurité routière créé par l'article 4 du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques ;
16° les recettes nettes : les montants imputés aux comptes suivants :
a) 700 Recettes brutes du contrôle technique et du permis de conduire ;
b) 701 Autres recettes des activités déléguées ;
c) 741 Plus-values sur immobilisations corporelles et incorporelles ;
d) 746 Recettes pour la délivrance d'attestations de relevé kilométrique Car-Pass tel que visé à l'article 6, § 3, alinéa 1er de la Loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion.]3
[3 ...]3
HOOFDSTUK 2_VLAAMS_GEWEST.[1 - De instelling]1
CHAPITRE 2_REGION_FLAMANDE.[1 - L'organisme]1
Art.2. De controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen wordt op voorstel van de Minister toevertrouwd aan de door Ons erkende instellingen, op basis van de voorwaarden die vastgesteld zijn door dit besluit.
Art.2. Sur proposition du Ministre, le contrôle des véhicules en circulation est confié aux organismes agréés par Nous sur base des conditions déterminées par le présent arrêté.
Art.2_WAALS_GEWEST. [1 De opdracht van openbare dienst met betrekking tot de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen wordt op voorstel van de Minister toevertrouwd aan]1 de door Ons erkende instellingen, op basis van de voorwaarden die vastgesteld zijn door dit besluit.
Art.2 _REGION_WALLONNE. Sur proposition du Ministre, [1 la mission de service public de contrôle des véhicules en circulation est confiée ]1 aux organismes agréés par Nous sur base des conditions déterminées par le présent arrêté.
Wijzigingen
Art.3. Aan iedere instelling wordt een ambtsgebied toegekend. Het geheel van deze gebieden moet de totaliteit van het nationaal grondgebied bestrijken.
Art.3. A chaque organisme est dévolue une zone d'action. L'ensemble de ces zones doit couvrir la totalité du territoire national.
Art. 3_VLAAMS_GEWEST. Aan iedere instelling wordt een ambtsgebied toegekend. Het geheel van deze gebieden moet de totaliteit van [1 het grondgebied van het Vlaamse Gewest]1 bestrijken.
Art. 3 _REGION_FLAMANDE. A chaque organisme est dévolue une zone d'action. L'ensemble de ces zones doit couvrir la totalité du [1 territoire de la Région flamande]1.
Wijzigingen
Art. 3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Aan iedere instelling wordt een ambtsgebied toegekend. Het geheel van deze gebieden moet de totaliteit van [1 het grondgebied van het Brusselse Gewest]1 bestrijken.
Art. 3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. A chaque organisme est dévolue une zone d'action. L'ensemble de ces zones doit couvrir la totalité du territoire [1 de la Région de Bruxelles-Capitale]1.
Wijzigingen
Art. 3_WAALS_GEWEST. Aan iedere instelling wordt een ambtsgebied toegekend. Het geheel van deze gebieden moet de totaliteit van [1 het grondgebied van het Waalse Gewest]1 bestrijken.
Art. 3 _REGION_WALLONNE. A chaque organisme est dévolue une zone d'action. L'ensemble de ces zones doit couvrir la totalité du territoire [1 de la Région wallonne]1.
Wijzigingen
Art.4. De instelling moet de gebruikers diensten van optimale kwaliteit verzekeren; zij schikt zich naar de richtlijnen die haar hierover verstrekt worden door de Minister of zijn gemachtigde. Zij waakt er inzonderheid over de wachttijden te beperken; er mag geen jaarlijkse sluiting worden voorzien; de uurregelingen moeten door de Minister of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
De instelling stuurt te zijner tijde een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens die haar door de Minister of zijn gemachtigde worden medegedeeld.
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
De instelling stuurt te zijner tijde een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens die haar door de Minister of zijn gemachtigde worden medegedeeld.
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
Art.4. L'organisme doit assurer une qualité optimale du service aux usagers; il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par le Ministre ou son délégué. Il veille notamment à limiter les temps d'attente; il ne peut être prévu de fermeture annuelle; les horaires doivent être approuvés par le Ministre ou son délégué.
L'organisme envoie en temps utile, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données qui lui sont communiquées par le Ministre ou son délégué.
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
L'organisme envoie en temps utile, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données qui lui sont communiquées par le Ministre ou son délégué.
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
Art. 4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. De instelling moet de gebruikers diensten van optimale kwaliteit verzekeren; zij schikt zich naar de richtlijnen die haar hierover verstrekt worden door de Minister of zijn gemachtigde. Zij waakt er inzonderheid over de wachttijden te beperken; er mag geen jaarlijkse sluiting worden voorzien; de uurregelingen moeten door de Minister of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
[1 De instelling stuurt te zijner tijde, per post of elektronische middelen, een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen, zoals gedefinieerd in de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.]1
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
[1 De instelling stuurt te zijner tijde, per post of elektronische middelen, een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen, zoals gedefinieerd in de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.]1
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
Art. 4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
L'organisme doit assurer une qualité optimale du service aux usagers; il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par le Ministre ou son délégué. Il veille notamment à limiter les temps d'attente; il ne peut être prévu de fermeture annuelle; les horaires doivent être approuvés par le Ministre ou son délégué.
[1 L'organisme envoie en temps utile, par voie postale ou par voie électronique, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données provenant de la Banque-Carrefour des véhicules, telles que définie par la loi du 19 mai 2010 portant création de la Banque -Carrefour des véhicules.]1
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
L'organisme doit assurer une qualité optimale du service aux usagers; il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par le Ministre ou son délégué. Il veille notamment à limiter les temps d'attente; il ne peut être prévu de fermeture annuelle; les horaires doivent être approuvés par le Ministre ou son délégué.
[1 L'organisme envoie en temps utile, par voie postale ou par voie électronique, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données provenant de la Banque-Carrefour des véhicules, telles que définie par la loi du 19 mai 2010 portant création de la Banque -Carrefour des véhicules.]1
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
Wijzigingen
Art. 4_WAALS_GEWEST. [1 § 1.[2 De instelling verzekert de gebruikers diensten van optimale kwaliteit.
Zij schikt zich naar de richtlijnen die haar hierover verstrekt worden door de Minister of diens afgevaardigde. Zij waakt er inzonderheid over de wachttijden en afspraaktijden te beperken.
De wachttijd komt overeen met de tijd tussen het precieze tijdstip dat werd vastgelegd bij het maken van de afspraak en het tijdstip waarop de controleebegint.
Wanneer de controle wordt uitgevoerd zonder afspraak, komt de wachttijd overeen met de tijd die verstrijkt tussen het aanbieden van het voertuig op de locatie en het tijdstip waarop de controle begint.
De Minister bepaalt de voorwaarden met betrekking tot de afspraaktijden.
Er mag geen jaarlijkse sluiting worden voorzien.
De uurregelingen moeten door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd.]2.
§ 2. De instelling stuurt, volgens de door de Minister of zijn afgevaardigde vastgestelde procedures, voor elk aan de controle onderworpen voertuig een [2 waarschuwing vervaldag]2 voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens van de Kruispuntbank van de Voertuigen, zoals bepaald bij de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de Voertuigen.
§ 1. De instelling voert de controle van voertuigen uit, tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt, volgens de volgende bepalingen :
1° uitsluitend op afspraak voor de keuring van voertuigen van de categorieën M1 en N1 die aan een keuringsstation worden aangeboden, voor volledige keuringen in de zin van artikel 23 bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren bedoeld in de artikelen 23ter en 23sexies, § 1, 2°, 3° en 6° van hetzelfde besluit moeten voldoen.
2° uitsluitend op afspraak voor de keuring van voertuigen van categorie L die worden aangeboden in een keuringsstation, voor volledige keuringen in de zin van artikel 5, § 1, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022 betreffende de technische controle van twee- of driewielige voertuigen en vierwielers en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
3° op afspraak of vrije voorstelling voor alle andere controles.
In afwijking van paragraaf 1, 1°, kan de keuring van prioritaire voertuigen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zonder afspraak geschieden.
De modaliteiten inzake afspraak worden vastgesteld door de Minister of zijn afgevaardigde.
§ 4. De instelling overhandigt na de keuring de passende keuringsdocumenten.]1
Zij schikt zich naar de richtlijnen die haar hierover verstrekt worden door de Minister of diens afgevaardigde. Zij waakt er inzonderheid over de wachttijden en afspraaktijden te beperken.
De wachttijd komt overeen met de tijd tussen het precieze tijdstip dat werd vastgelegd bij het maken van de afspraak en het tijdstip waarop de controleebegint.
Wanneer de controle wordt uitgevoerd zonder afspraak, komt de wachttijd overeen met de tijd die verstrijkt tussen het aanbieden van het voertuig op de locatie en het tijdstip waarop de controle begint.
De Minister bepaalt de voorwaarden met betrekking tot de afspraaktijden.
Er mag geen jaarlijkse sluiting worden voorzien.
De uurregelingen moeten door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd.]2.
§ 2. De instelling stuurt, volgens de door de Minister of zijn afgevaardigde vastgestelde procedures, voor elk aan de controle onderworpen voertuig een [2 waarschuwing vervaldag]2 voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens van de Kruispuntbank van de Voertuigen, zoals bepaald bij de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de Voertuigen.
§ 1. De instelling voert de controle van voertuigen uit, tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt, volgens de volgende bepalingen :
1° uitsluitend op afspraak voor de keuring van voertuigen van de categorieën M1 en N1 die aan een keuringsstation worden aangeboden, voor volledige keuringen in de zin van artikel 23 bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren bedoeld in de artikelen 23ter en 23sexies, § 1, 2°, 3° en 6° van hetzelfde besluit moeten voldoen.
2° uitsluitend op afspraak voor de keuring van voertuigen van categorie L die worden aangeboden in een keuringsstation, voor volledige keuringen in de zin van artikel 5, § 1, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 18 november 2022 betreffende de technische controle van twee- of driewielige voertuigen en vierwielers en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
3° op afspraak of vrije voorstelling voor alle andere controles.
In afwijking van paragraaf 1, 1°, kan de keuring van prioritaire voertuigen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zonder afspraak geschieden.
De modaliteiten inzake afspraak worden vastgesteld door de Minister of zijn afgevaardigde.
§ 4. De instelling overhandigt na de keuring de passende keuringsdocumenten.]1
Art. 4 _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. [2 L'organisme assure un service de qualité aux usagers.
Il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par le Ministre ou son délégué. Il veille notamment à limiter les temps d'attente et les délais de rendez-vous.
Le temps d'attente correspond au temps entre l'heure précise telle qu'établie lors de la prise de rendez-vous et l'heure à laquelle débute le contrôle.
Lorsque le contrôle est effectué sans rendez-vous, le temps d'attente correspond au temps écoulé entre la présentation du véhicule sur le site et l'heure à laquelle débute le contrôle.
Le Ministre fixe les modalités en matière de délais de rendez-vous.
Il ne peut pas être prévu de fermeture annuelle.
Les horaires d'ouverture sont approuvés par le Ministre ou son délégué]2.
§ 2. L'organisme envoie, selon les modalités fixées par le Ministre ou son délégué, un [2 avertissement d'échéance ]2 pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données provenant de la Banque-carrefour des véhicules, telle que définie par la loi du 19 mai 2010 portant création de la Banque-carrefour des véhicules.
§ 3. L'organisme effectue le contrôle des véhicules, pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action, selon les dispositions suivantes :
1° uniquement sur rendez-vous pour le contrôle des véhicules de catégories M1 et N1 présentés à une station de contrôle, pour les contrôles complets au sens de l'article 23 bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité visés aux articles 23ter et 23sexies § 1er, 2°, 3° et 6°, de ce même arrêté;
2° uniquement sur rendez-vous pour le contrôle des véhicules de catégories L présentés à une station de contrôle, pour les contrôles complets au sens de l'article 5, § 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 relatif au contrôle technique des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles et modifiant l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques;
3° sur rendez-vous ou en libre présentation pour tous les autres contrôles.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le contrôle des véhicules prioritaires visés à l'article 37 de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, peut se faire sans rendez-vous.
Les modalités de prise de rendez-vous sont fixées par le Ministre ou son délégué.
§ 4. L'organisme remet après contrôle les documents de visite appropriés.]1
Il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par le Ministre ou son délégué. Il veille notamment à limiter les temps d'attente et les délais de rendez-vous.
Le temps d'attente correspond au temps entre l'heure précise telle qu'établie lors de la prise de rendez-vous et l'heure à laquelle débute le contrôle.
Lorsque le contrôle est effectué sans rendez-vous, le temps d'attente correspond au temps écoulé entre la présentation du véhicule sur le site et l'heure à laquelle débute le contrôle.
Le Ministre fixe les modalités en matière de délais de rendez-vous.
Il ne peut pas être prévu de fermeture annuelle.
Les horaires d'ouverture sont approuvés par le Ministre ou son délégué]2.
§ 2. L'organisme envoie, selon les modalités fixées par le Ministre ou son délégué, un [2 avertissement d'échéance ]2 pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données provenant de la Banque-carrefour des véhicules, telle que définie par la loi du 19 mai 2010 portant création de la Banque-carrefour des véhicules.
§ 3. L'organisme effectue le contrôle des véhicules, pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action, selon les dispositions suivantes :
1° uniquement sur rendez-vous pour le contrôle des véhicules de catégories M1 et N1 présentés à une station de contrôle, pour les contrôles complets au sens de l'article 23 bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité visés aux articles 23ter et 23sexies § 1er, 2°, 3° et 6°, de ce même arrêté;
2° uniquement sur rendez-vous pour le contrôle des véhicules de catégories L présentés à une station de contrôle, pour les contrôles complets au sens de l'article 5, § 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 novembre 2022 relatif au contrôle technique des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles et modifiant l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques;
3° sur rendez-vous ou en libre présentation pour tous les autres contrôles.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le contrôle des véhicules prioritaires visés à l'article 37 de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, peut se faire sans rendez-vous.
Les modalités de prise de rendez-vous sont fixées par le Ministre ou son délégué.
§ 4. L'organisme remet après contrôle les documents de visite appropriés.]1
Art. 4_VLAAMS_GEWEST. [1 De instelling moet de gebruikers diensten van optimale kwaliteit verzekeren; zij schikt zich naar de richtlijnen die haar hierover door Ons worden verstrekt.]1 Zij waakt er inzonderheid over de wachttijden te beperken; er mag geen jaarlijkse sluiting worden voorzien; de uurregelingen moeten door de Minister of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
De instelling stuurt te zijner tijde een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens die haar door de Minister of zijn gemachtigde worden medegedeeld.
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
De instelling stuurt te zijner tijde een oproep voor elk voertuig dat aan de controle is onderworpen, voor het ambtsgebied dat haar is toegewezen, op basis van de gegevens die haar door de Minister of zijn gemachtigde worden medegedeeld.
Zij voert de controle uit van elk voertuig dat bij een station wordt aangeboden tijdens de toegangsuren, zelfs indien dit voertuig van een ander ambtsgebied afhangt.
Zij levert na controle de gepaste schouwingsdocumenten af.
Art. 4 _REGION_FLAMANDE.
[1 L'organisme doit assurer une qualité optimale du service aux usagers ; il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par Nous.]1 Il veille notamment à limiter les temps d'attente; il ne peut être prévu de fermeture annuelle; les horaires doivent être approuvés par le Ministre ou son délégué.
L'organisme envoie en temps utile, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données qui lui sont communiquées par le Ministre ou son délégué.
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
[1 L'organisme doit assurer une qualité optimale du service aux usagers ; il se conforme aux directives qui lui sont données en la matière par Nous.]1 Il veille notamment à limiter les temps d'attente; il ne peut être prévu de fermeture annuelle; les horaires doivent être approuvés par le Ministre ou son délégué.
L'organisme envoie en temps utile, une convocation pour chaque véhicule soumis au contrôle, pour la zone d'action qui lui est attribuée, sur la base des données qui lui sont communiquées par le Ministre ou son délégué.
Il effectue le contrôle de tout véhicule présenté à une station de contrôle pendant les heures d'accès, même si ce véhicule dépend d'une autre zone d'action.
Il remet après contrôle les documents de visite appropriés.
Wijzigingen
Art.5. De instellingen coördineren hun activiteiten volgens de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde.
Art.5. Les organismes coordonnent leurs activités selon les directives du Ministre ou de son délégué.
Art. 5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. De instellingen [1 voeren hun activiteiten uit]1 volgens de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde.
Art. 5 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. Les organismes [1 exécutent]1 leurs activités selon les directives du Ministre ou de son délégué.
Wijzigingen
Art. 5_WAALS_GEWEST. De instellingen [1 oefen [2 de aan hen gedelegeerde activiteiten]2 uit]1 volgens de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde.
Art. 5 _REGION_WALLONNE. Les organismes [1 exécutent]1 [2 les activités qui leur sont déléguées ]2 selon les directives du Ministre ou de son délégué.
Art.6. Iedere instelling moet over minstens één uitbatingszetel beschikken met een controlestation en minstens tien inspectielijnen, die mogen verdeeld zijn over meerdere controlestations.
Art.6. Chaque organisme doit disposer d'au moins un siège d'activité comprenant une station de contrôle et d'au moins dix lignes d'inspection qui peuvent être réparties sur plusieurs stations de contrôle.
Art. 6_VLAAMS_GEWEST. Iedere instelling moet over minstens één uitbatingszetel beschikken met een controlestation en minstens tien inspectielijnen, [1 ,de keuringslijnen op verplaatsing niet meegerekend]1 die mogen verdeeld zijn over meerdere controlestations.
Art. 6 _REGION_FLAMANDE. Chaque organisme doit disposer d'au moins un siège d'activité comprenant une station de contrôle et d'au moins dix lignes d'inspection [1 , les lignes d'inspection délocalisées pas prises en compte]1 qui peuvent être réparties sur plusieurs stations de contrôle.
Wijzigingen
Art.7. Een controlestation is samengesteld uit volgende elementen :
a) voldoende parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van de gepaste documenten wachten;
b) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
a) voldoende parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van de gepaste documenten wachten;
b) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
Art.7. Une station de contrôle est composée des éléments suivants :
a) des aires de stationnement suffisantes en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents appropriés;
b) une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
c) des toilettes accessibles au public.
a) des aires de stationnement suffisantes en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents appropriés;
b) une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
c) des toilettes accessibles au public.
Art.7_WAALS_GEWEST. Een controlestation is samengesteld uit volgende elementen :
a) voldoende parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van [1 de gepaste bezoekdocumenten]1wachten;
b) [1 ) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
Onder "dienstlokalen", wordt verstaan de dienstruimten die door de personeelsleden van het keurstation worden gebruikt die mogelijk toegankelijk zijn voor het publiek, waaronder het kantoor van de stationschef, met toestemming, onthaalbalies en kassa's.
Onder gemeenschapslokalen wordt verstaan de ruimten die uitsluitend toegankelijk zijn voor het personeel van het station, waaronder de refter, kleedkamers en toiletten]1
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
a) voldoende parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van [1 de gepaste bezoekdocumenten]1wachten;
b) [1 ) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
Onder "dienstlokalen", wordt verstaan de dienstruimten die door de personeelsleden van het keurstation worden gebruikt die mogelijk toegankelijk zijn voor het publiek, waaronder het kantoor van de stationschef, met toestemming, onthaalbalies en kassa's.
Onder gemeenschapslokalen wordt verstaan de ruimten die uitsluitend toegankelijk zijn voor het personeel van het station, waaronder de refter, kleedkamers en toiletten]1
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
Art.7 _REGION_WALLONNE.
Une station de contrôle est composée des éléments suivants :
a) des aires de stationnement suffisantes en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents [1 de visite ]1 appropriés;
b) [1 une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
Par locaux de service, il est entendu les zones de services occupées par les membres du personnel de la station qui sont potentiellement accessibles au public dont le bureau du chef de station moyennant autorisation, les guichets d'accueil et les caisses.
Par locaux sociaux, il est entendu les zones accessibles exclusivement aux membres du personnel de la station, dont le réfectoire, les vestiaires et les sanitaires]1;
c) des toilettes accessibles au public.
Une station de contrôle est composée des éléments suivants :
a) des aires de stationnement suffisantes en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents [1 de visite ]1 appropriés;
b) [1 une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
Par locaux de service, il est entendu les zones de services occupées par les membres du personnel de la station qui sont potentiellement accessibles au public dont le bureau du chef de station moyennant autorisation, les guichets d'accueil et les caisses.
Par locaux sociaux, il est entendu les zones accessibles exclusivement aux membres du personnel de la station, dont le réfectoire, les vestiaires et les sanitaires]1;
c) des toilettes accessibles au public.
Wijzigingen
Art. 7_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Een controlestation is samengesteld uit volgende elementen :
a) [1 ...]1 parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van de gepaste documenten wachten;
b) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
a) [1 ...]1 parkeerruimte buiten de openbare weg, zowel voor de nog te keuren voertuigen als voor deze op de aflevering van de gepaste documenten wachten;
b) één of meer inspectielijnen, dienstlokalen evenals gemeenschapslokalen voor het personeel;
c) toiletruimtes toegankelijk voor het publiek.
Art. 7 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Une station de contrôle est composée des éléments suivants :
a) des aires de stationnement [1 ...]1 en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents appropriés;
b) une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
c) des toilettes accessibles au public.
Une station de contrôle est composée des éléments suivants :
a) des aires de stationnement [1 ...]1 en dehors de la voirie permettant le stationnement d'une part, des véhicules en attente de contrôle et d'autre part, de ceux en attente de la délivrance des documents appropriés;
b) une ou plusieurs lignes d'inspection, des locaux de service ainsi que des locaux sociaux pour le personnel;
c) des toilettes accessibles au public.
Wijzigingen
Art.8. § 1. Een inspectielijn bestaat uit een opeenvolging van werkruimtes die toelaten de voorgeschreven controles uit te voeren.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld in § 2, punt 4.1., zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. De minimumuitrusting van een controlestation omvat installaties, meettoestellen, ijkgereedschap en de volgende uitrusting.
1. Per controle-station :
1.1. een L.P.G. gasdetector en ijkgereedschap;
1.2. een weegbrug of een asweger met een minimumcapaciteit van 10 ton;
1.3. een toerenteller en een geluidsmeter;
1.4. een vertragingsmeter;
1.5. een verrijdbare cric en assteunen;
1.6. twee schuifpassers;
1.7. twee dubbele stalen decameters;
1.8. een kaliber voor het controleren van de oplegger- en aanhangwagenkoppelingen;
1.9. een telescopische schuifmaat;
1.10. een elektronische multimeter;
1.11. een stel alfanumerieke slagstempels;
1.12. een luchtcompressor;
1.13. ijkgereedschap.
2. Per vier inspectielijnen :
een opaciteitsmeter voor de rook van dieselmotoren en ijkgereedschap.
3. Per drie inspectielijnen :
3.1. een rollenremmeter en ijkgereedschap;
3.2. een inrichting voor het controleren van de schijnwerpers van auto's en ijkgereedschap;
3.3. een koolmonoxyde meettoestel en ijkgereedschap;
3.4. één of meer toestellen voor het controleren van de ophanging van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik en ijkgereedschap.
4. Per inspectielijn :
4.1. een inspectieput, een inspectiekelder of een hefbrug, elk uitgerust met vaste en verplaatsbare verlichting, minstens een cric en minstens een paar spelingsdetectoren;
4.2. een dieptemeter voor het meten van de diepte van het banden-profiel.
5. Een stel van twee bolvormige spiegels per inspectielijn of per remmeter.
6. Een manometer met toebehoren per zware- of universele remmeter.
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een erkende controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld in § 2, punt 4.1., zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. De minimumuitrusting van een controlestation omvat installaties, meettoestellen, ijkgereedschap en de volgende uitrusting.
1. Per controle-station :
1.1. een L.P.G. gasdetector en ijkgereedschap;
1.2. een weegbrug of een asweger met een minimumcapaciteit van 10 ton;
1.3. een toerenteller en een geluidsmeter;
1.4. een vertragingsmeter;
1.5. een verrijdbare cric en assteunen;
1.6. twee schuifpassers;
1.7. twee dubbele stalen decameters;
1.8. een kaliber voor het controleren van de oplegger- en aanhangwagenkoppelingen;
1.9. een telescopische schuifmaat;
1.10. een elektronische multimeter;
1.11. een stel alfanumerieke slagstempels;
1.12. een luchtcompressor;
1.13. ijkgereedschap.
2. Per vier inspectielijnen :
een opaciteitsmeter voor de rook van dieselmotoren en ijkgereedschap.
3. Per drie inspectielijnen :
3.1. een rollenremmeter en ijkgereedschap;
3.2. een inrichting voor het controleren van de schijnwerpers van auto's en ijkgereedschap;
3.3. een koolmonoxyde meettoestel en ijkgereedschap;
3.4. één of meer toestellen voor het controleren van de ophanging van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik en ijkgereedschap.
4. Per inspectielijn :
4.1. een inspectieput, een inspectiekelder of een hefbrug, elk uitgerust met vaste en verplaatsbare verlichting, minstens een cric en minstens een paar spelingsdetectoren;
4.2. een dieptemeter voor het meten van de diepte van het banden-profiel.
5. Een stel van twee bolvormige spiegels per inspectielijn of per remmeter.
6. Een manometer met toebehoren per zware- of universele remmeter.
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een erkende controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Art.8. § 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné au § 2, point 4.1., certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. L'équipement minimal d'une station de contrôle se compose des installations, des appareils de mesure, des dispositifs d'étalonnage et des équipements suivants.
1. Par station de contrôle :
1.1. un détecteur de gaz L.P.G. et un dispositif d'étalonnage;
1.2. une bascule ou un peseur d'essieux d'une capacité minimale de 10 tonnes;
1.3. un compte-tours et un sonomètre;
1.4. un décéléromètre;
1.5. un cric mobile et chandelles;
1.6. deux pieds à coulisses;
1.7. deux doubles décamètres en acier;
1.8. un calibre pour le contrôle des accouplements de remorque et de semi-remorque;
1.9. un pied à coulisse télescopique;
1.10. un multimètre électronique;
1.11. un ensemble de poinçons alphanumériques;
1.12. un compresseur à air;
1.13. un dispositif d'étalonnage.
2. Par quatre lignes d'inspection :
un appareil de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel et un dispositif d'étalonnage.
3. Par trois lignes d'inspection :
3.1. un freinomètre à rouleaux et un dispositif d'étalonnage;
3.2. un dispositif pour le contrôle des phares des véhicules automobiles et un dispositif d'étalonnage;
3.3. un analyseur de monoxyde de carbone et un dispositif d'étalonnage;
3.4. un ou plusieurs dispositifs pour le contrôle des suspensions des voitures et voitures mixtes et un dispositif d'étalonnage.
4. Par ligne d'inspection :
4.1. une fosse d'inspection, une cave d'inspection ou un pont élévateur d'inspection, chacun équipé de dispositifs d'éclairage fixe et mobile, d'au moins un cric et d'au moins une paire de détecteurs de jeu;
4.2. un dispositif pour la mesure de la profondeur d'un profil de pneu.
5. Un ensemble de deux miroirs convexes par ligne d'inspection ou par freinomètre.
6. Un manomètre avec accessoires par freinomètre lourd ou universel.
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle agréé désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné au § 2, point 4.1., certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. L'équipement minimal d'une station de contrôle se compose des installations, des appareils de mesure, des dispositifs d'étalonnage et des équipements suivants.
1. Par station de contrôle :
1.1. un détecteur de gaz L.P.G. et un dispositif d'étalonnage;
1.2. une bascule ou un peseur d'essieux d'une capacité minimale de 10 tonnes;
1.3. un compte-tours et un sonomètre;
1.4. un décéléromètre;
1.5. un cric mobile et chandelles;
1.6. deux pieds à coulisses;
1.7. deux doubles décamètres en acier;
1.8. un calibre pour le contrôle des accouplements de remorque et de semi-remorque;
1.9. un pied à coulisse télescopique;
1.10. un multimètre électronique;
1.11. un ensemble de poinçons alphanumériques;
1.12. un compresseur à air;
1.13. un dispositif d'étalonnage.
2. Par quatre lignes d'inspection :
un appareil de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel et un dispositif d'étalonnage.
3. Par trois lignes d'inspection :
3.1. un freinomètre à rouleaux et un dispositif d'étalonnage;
3.2. un dispositif pour le contrôle des phares des véhicules automobiles et un dispositif d'étalonnage;
3.3. un analyseur de monoxyde de carbone et un dispositif d'étalonnage;
3.4. un ou plusieurs dispositifs pour le contrôle des suspensions des voitures et voitures mixtes et un dispositif d'étalonnage.
4. Par ligne d'inspection :
4.1. une fosse d'inspection, une cave d'inspection ou un pont élévateur d'inspection, chacun équipé de dispositifs d'éclairage fixe et mobile, d'au moins un cric et d'au moins une paire de détecteurs de jeu;
4.2. un dispositif pour la mesure de la profondeur d'un profil de pneu.
5. Un ensemble de deux miroirs convexes par ligne d'inspection ou par freinomètre.
6. Un manomètre avec accessoires par freinomètre lourd ou universel.
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle agréé désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
Art. 8_VLAAMS_GEWEST. § 1. Een inspectielijn bestaat uit een opeenvolging van werkruimtes die toelaten de voorgeschreven controles uit te voeren.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld in § 2, [1 5°, a)]1., zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation omvat installaties, meettoestellen, ijkgereedschap en de volgende uitrusting:
1° per instelling ijkgereedschap voor:
a) de remmeters;
b) de installaties voor het controleren van de schijnwerpers van auto's;
c) de opaciteitsmeters voor de rook van dieselmotoren;
d) het koolmonoxide meettoestel;
[3 e) de deeltjesteller;]3
Het in dit punt vermelde ijkgereedschap moet niet steeds in de instelling aanwezig zijn voor zover het wordt aangeleverd door de leverancier wanneer een ijking moet worden uitgevoerd.
2° per controlestation:
a) een lpg-, lng- en cng-gasdetector [2 ...]2;
b) een weegbrug of een asweger met een minimumcapaciteit van 10 ton;
c) een toerenteller en een geluidsmeter;
d) een vertragingsmeter;
e) een verrijdbare krik en assteunen;
f) twee schuifpassers;
g) twee dubbele decameters;
h) een kaliber voor het controleren van de oplegger- en aanhangwagenkoppelingen;
i) een telescopische schuifmaat;
j) een elektronische multimeter;
k) een stel alfanumerieke slagstempels;
l) een luchtcompressor;
m) een installatie om te verbinden met de elektronische voertuiginterface zoals een OBD-scanner;
3° [3 per vier inspectielijnen:
a) een opaciteitsmeter voor de rook van dieselmotoren;
b) een deeltjesteller;]3
4° per drie inspectielijnen:
a) een rollenremmeter;
b) een installatie voor het controleren van de schijnwerpers van auto's;
c) een koolmonoxide meettoestel;
d) een of meer toestellen voor het controleren van de ophanging van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik;
5° per inspectielijn:
a) een inspectieput, een inspectiekelder of een hefbrug, elk uitgerust met vaste en verplaatsbare verlichting, minstens een krik en minstens een paar [2 voldoende sterke]2 spelingsdetectoren;
b) een dieptemeter voor het meten van de diepte van het bandenprofiel;
6° een stel van twee bolvormige spiegels per inspectielijn of per remmeter;
7° een manometer met toebehoren per zware of universele remmeter;
8° per gedelokaliseerde keuringslijn: naast wat in punt 5 vermeld is, het geheel van het materiaal dat nodig is voor de uitvoering van de op die lijn verrichtbare controles ten opzichte van de erkenning die voor die lijn is verleend.]1
[4 De minimumuitrusting van een controlestation voor de keuring van motorfietsen, driewielers en vierwielers omvat:
1° een lpg-, lng-, cng-gasdetector;
2° een geluidsmeter;
3° een rollenrembank;
4° een toestel om koplampen van motorfietsen te controleren;
5° 4-gasanalyseapparatuur;
6° een opaciteitsmeter;
7° een dieptemeter;
8° een stel van twee bolvormige spiegels;
9° een hefinrichting of een uitrusting die het mogelijk maakt de onderkant van het voertuig te inspecteren, uitgerust met vaste of verplaatsbare verlichting.
Het bijhorende ijkgereedschap is beschikbaar per erkende keuringsinstelling. Het is aanwezig in de erkende keuringsinstelling of wordt aangeleverd door de leverancier als een ijking wordt uitgevoerd.]4
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een erkende controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld in § 2, [1 5°, a)]1., zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation omvat installaties, meettoestellen, ijkgereedschap en de volgende uitrusting:
1° per instelling ijkgereedschap voor:
a) de remmeters;
b) de installaties voor het controleren van de schijnwerpers van auto's;
c) de opaciteitsmeters voor de rook van dieselmotoren;
d) het koolmonoxide meettoestel;
[3 e) de deeltjesteller;]3
Het in dit punt vermelde ijkgereedschap moet niet steeds in de instelling aanwezig zijn voor zover het wordt aangeleverd door de leverancier wanneer een ijking moet worden uitgevoerd.
2° per controlestation:
a) een lpg-, lng- en cng-gasdetector [2 ...]2;
b) een weegbrug of een asweger met een minimumcapaciteit van 10 ton;
c) een toerenteller en een geluidsmeter;
d) een vertragingsmeter;
e) een verrijdbare krik en assteunen;
f) twee schuifpassers;
g) twee dubbele decameters;
h) een kaliber voor het controleren van de oplegger- en aanhangwagenkoppelingen;
i) een telescopische schuifmaat;
j) een elektronische multimeter;
k) een stel alfanumerieke slagstempels;
l) een luchtcompressor;
m) een installatie om te verbinden met de elektronische voertuiginterface zoals een OBD-scanner;
3° [3 per vier inspectielijnen:
a) een opaciteitsmeter voor de rook van dieselmotoren;
b) een deeltjesteller;]3
4° per drie inspectielijnen:
a) een rollenremmeter;
b) een installatie voor het controleren van de schijnwerpers van auto's;
c) een koolmonoxide meettoestel;
d) een of meer toestellen voor het controleren van de ophanging van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik;
5° per inspectielijn:
a) een inspectieput, een inspectiekelder of een hefbrug, elk uitgerust met vaste en verplaatsbare verlichting, minstens een krik en minstens een paar [2 voldoende sterke]2 spelingsdetectoren;
b) een dieptemeter voor het meten van de diepte van het bandenprofiel;
6° een stel van twee bolvormige spiegels per inspectielijn of per remmeter;
7° een manometer met toebehoren per zware of universele remmeter;
8° per gedelokaliseerde keuringslijn: naast wat in punt 5 vermeld is, het geheel van het materiaal dat nodig is voor de uitvoering van de op die lijn verrichtbare controles ten opzichte van de erkenning die voor die lijn is verleend.]1
[4 De minimumuitrusting van een controlestation voor de keuring van motorfietsen, driewielers en vierwielers omvat:
1° een lpg-, lng-, cng-gasdetector;
2° een geluidsmeter;
3° een rollenrembank;
4° een toestel om koplampen van motorfietsen te controleren;
5° 4-gasanalyseapparatuur;
6° een opaciteitsmeter;
7° een dieptemeter;
8° een stel van twee bolvormige spiegels;
9° een hefinrichting of een uitrusting die het mogelijk maakt de onderkant van het voertuig te inspecteren, uitgerust met vaste of verplaatsbare verlichting.
Het bijhorende ijkgereedschap is beschikbaar per erkende keuringsinstelling. Het is aanwezig in de erkende keuringsinstelling of wordt aangeleverd door de leverancier als een ijking wordt uitgevoerd.]4
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een erkende controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Art. 8 _REGION_FLAMANDE.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné au § 2, [1 5°, a)]1, certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle se compose des installations, des appareils de mesure, des dispositifs d'étalonnage et des équipements suivants :
1° Par organisme des dispositifs d'étalonnage pour :
a) les freinomètres ;
b) les dispositifs pour le contrôle des phares des véhicules automobiles ;
c) les appareils de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel ;
d) les analyseurs de gaz d'échappement ;
[3 e) le compteur de particules ;]3
Le dispositif d'étalonnage mentionné dans ce point ne doit pas toujours être présent dans l'organisme, à condition qu'il soit acheminé par le fournisseur lorsqu'un étalonnage doit être effectué.
2° par station de contrôle :
a) un détecteur de gaz GPL/GNL/GNC [2 ...]2 ;
b) une bascule ou un peseur d'essieux d'une capacité minimale de dix tonnes ;
c) un compte-tours et un sonomètre ;
d) un décéléromètre ;
e) un cric mobile et chandelles ;
f) deux pieds à coulisses ;
g) deux doubles décamètres en acier ;
h) un calibre pour le contrôle des accouplements de remorque et de semi-remorque ;
i) un pied à coulisse téléscopique ;
j) un multimètre électronique ;
k) un ensemble de poinçons alphanumériques ;
l) un compresseur à air ;
m) un dispositif permettant de se connecter à l'interface électronique du véhicule tel qu'un outil d'analyse OBD ;
3° [3 Par quatre lignes d'inspection :
a) un appareil de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel ;
b) un compteur de particules ;]3
4° Par trois lignes d'inspection :
a) un freinomètre à rouleaux ;
b) un dispositif pour le contrôle des phares des véhicules automobiles ;
c) un analyseur de gaz d'échappement ;
d) un ou plusieurs dispositifs pour le contrôle des suspensions des voitures et voitures mixtes ;
5° Par ligne d'inspection :
a) une fosse d'inspection, une cave d'inspection ou un pont élévateur d'inspection, chacun équipé de dispositifs d'éclairage fixe et mobile, d'au moins un dispositif de levage et d'au moins une paire de détecteurs de jeu [2 suffisamment puissants]2 ;
b) un dispositif pour la mesure de la profondeur d'un profil de pneu ;
6° un ensemble de deux miroirs convexes par ligne d'inspection ou par freinomètre ;
7° un manomètre avec accessoires par freinomètre lourd ou universel ;
8° Par ligne de contrôle délocalisé : outre ce qui est prévu au point 5, l'ensemble du matériel nécessaire à la réalisation des contrôles réalisables sur cette ligne au regard de l'agrément qu'elle a obtenu]1.
[4 L'équipement minimal d'une station de contrôle pour l'inspection des motocyclettes, tricycles à moteur et quadricycles comprend :
1° un détecteur de gaz GPL/GNL/GNC ;
2° un sonomètre ;
3° un freinomètre à rouleaux ;
4° un dispositif de contrôle des phares des motos ;
5° un analyseur de quatre gaz ;
6° un opacimètre ;
7° une jauge de profondeur ;
8° un jeu de deux miroirs sphériques ;
9° un pont élévateur ou un équipement permettant d'inspecter le dessous du véhicule, équipé d'un éclairage fixe ou mobile.
Le dispositif d'étalonnage correspondant est disponible dans chaque organisme de contrôle agréé. Il est présent dans l'organisme de contrôle agréé ou est mis à disposition par le fournisseur lorsqu'un étalonnage est effectué.]4
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle agréé désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné au § 2, [1 5°, a)]1, certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle se compose des installations, des appareils de mesure, des dispositifs d'étalonnage et des équipements suivants :
1° Par organisme des dispositifs d'étalonnage pour :
a) les freinomètres ;
b) les dispositifs pour le contrôle des phares des véhicules automobiles ;
c) les appareils de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel ;
d) les analyseurs de gaz d'échappement ;
[3 e) le compteur de particules ;]3
Le dispositif d'étalonnage mentionné dans ce point ne doit pas toujours être présent dans l'organisme, à condition qu'il soit acheminé par le fournisseur lorsqu'un étalonnage doit être effectué.
2° par station de contrôle :
a) un détecteur de gaz GPL/GNL/GNC [2 ...]2 ;
b) une bascule ou un peseur d'essieux d'une capacité minimale de dix tonnes ;
c) un compte-tours et un sonomètre ;
d) un décéléromètre ;
e) un cric mobile et chandelles ;
f) deux pieds à coulisses ;
g) deux doubles décamètres en acier ;
h) un calibre pour le contrôle des accouplements de remorque et de semi-remorque ;
i) un pied à coulisse téléscopique ;
j) un multimètre électronique ;
k) un ensemble de poinçons alphanumériques ;
l) un compresseur à air ;
m) un dispositif permettant de se connecter à l'interface électronique du véhicule tel qu'un outil d'analyse OBD ;
3° [3 Par quatre lignes d'inspection :
a) un appareil de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel ;
b) un compteur de particules ;]3
4° Par trois lignes d'inspection :
a) un freinomètre à rouleaux ;
b) un dispositif pour le contrôle des phares des véhicules automobiles ;
c) un analyseur de gaz d'échappement ;
d) un ou plusieurs dispositifs pour le contrôle des suspensions des voitures et voitures mixtes ;
5° Par ligne d'inspection :
a) une fosse d'inspection, une cave d'inspection ou un pont élévateur d'inspection, chacun équipé de dispositifs d'éclairage fixe et mobile, d'au moins un dispositif de levage et d'au moins une paire de détecteurs de jeu [2 suffisamment puissants]2 ;
b) un dispositif pour la mesure de la profondeur d'un profil de pneu ;
6° un ensemble de deux miroirs convexes par ligne d'inspection ou par freinomètre ;
7° un manomètre avec accessoires par freinomètre lourd ou universel ;
8° Par ligne de contrôle délocalisé : outre ce qui est prévu au point 5, l'ensemble du matériel nécessaire à la réalisation des contrôles réalisables sur cette ligne au regard de l'agrément qu'elle a obtenu]1.
[4 L'équipement minimal d'une station de contrôle pour l'inspection des motocyclettes, tricycles à moteur et quadricycles comprend :
1° un détecteur de gaz GPL/GNL/GNC ;
2° un sonomètre ;
3° un freinomètre à rouleaux ;
4° un dispositif de contrôle des phares des motos ;
5° un analyseur de quatre gaz ;
6° un opacimètre ;
7° une jauge de profondeur ;
8° un jeu de deux miroirs sphériques ;
9° un pont élévateur ou un équipement permettant d'inspecter le dessous du véhicule, équipé d'un éclairage fixe ou mobile.
Le dispositif d'étalonnage correspondant est disponible dans chaque organisme de contrôle agréé. Il est présent dans l'organisme de contrôle agréé ou est mis à disposition par le fournisseur lorsqu'un étalonnage est effectué.]4
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle agréé désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
Art. 8_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. § 1. Een inspectielijn bestaat uit een opeenvolging van werkruimtes die toelaten de voorgeschreven controles uit te voeren.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld [1 in bijlage 1, punt 5.1.]1, zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation is vermeld in bijlage 1 bij onderhavig besluit.]1
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. [1 De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde, of door een controle-instelling die het jaarlijks verslag aan de minister of zijn gemachtigde stuurt. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.]1
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden in § 2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld [1 in bijlage 1, punt 5.1.]1, zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door § 2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation is vermeld in bijlage 1 bij onderhavig besluit.]1
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. [1 De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde, of door een controle-instelling die het jaarlijks verslag aan de minister of zijn gemachtigde stuurt. De kosten van dit nazicht zijn te haren laste.]1
§ 5. De installaties en hun uitrusting dienen op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk te maken en een optimale dienstverlening aan de gebruiker te verzekeren, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in § 4.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Art. 8 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné [1 à l'annexe 1 point 5.1.]1, certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle est repris à l'annexe 1 au présent arrêté.]1
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. [1 L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle désigné par le Ministre ou son délégué, ou par un organisme de contrôle qui envoie le rapport annuel au Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.]1
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés au § 2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné [1 à l'annexe 1 point 5.1.]1, certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par le § 2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne capable de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle est repris à l'annexe 1 au présent arrêté.]1
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. [1 L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle désigné par le Ministre ou son délégué, ou par un organisme de contrôle qui envoie le rapport annuel au Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à sa charge.]1
§ 5. Les installations et leur équipement doivent, à tout moment, permettre la bonne exécution des missions des organismes et assurer une qualité optimale du service à l'usager, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfait à la vérification visée au § 4.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
Wijzigingen
Art. 8_WAALS_GEWEST. § 1. Een inspectielijn bestaat uit een opeenvolging van werkruimtes die toelaten de voorgeschreven controles uit te voeren.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden [2 in bijlage 1]2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld [2 in bijlage 1, punt 5.1]2, zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door [2 bijlage 1]2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
[2 In afwijking van het vierde lid, kan de Minister toestemming verlenen voor de vestiging van een station dat niet beschikt over ten minste één lijn waarop voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg kunnen worden gecontroleerd, indien een ander station dat wel over een dergelijke lijn beschikt, gelegen is binnen een straal van minder dan vijftien kilometer van het station waarop deze afwijking betrekking heeft. ]2
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation wordt vermeld in bijlage 1 bij dit besluit.]1
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een [1 ...]1 controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht [2 zijn ten laste van de instelling]2.
§ 5. [2 De installaties en hun uitrusting maken, te allen tijde, de uitvoering mogelijk van de aan de instellingen gedelegeerde activiteiten en zorgen voor een kwaliteitsvolle dienstverlening aan de gebruikers, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of diens afgevaardigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in paragraaf 4]2.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Zij moet uitgerust zijn met alle meet- of controletoestellen die vermeld worden [2 in bijlage 1]2.
Met uitzondering van de werkruimte waarin de inrichting vermeld [2 in bijlage 1, punt 5.1]2, zich bevindt, mogen bepaalde ruimtes, binnen de perken voorgeschreven door [2 bijlage 1]2, gemeenschappelijk gebruikt worden door voertuigen van verschillende inspectielijnen of mogen toestellen van een inspectielijn naar een andere verplaatst worden op voorwaarde dat de vlotte doorstroming van de voertuigen daardoor op geen enkele inspectielijn wordt gehinderd of beperkt.
Elk station moet uitgerust zijn met minstens één lijn waarop voertuigen kunnen gecontroleerd worden met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg.
[2 In afwijking van het vierde lid, kan de Minister toestemming verlenen voor de vestiging van een station dat niet beschikt over ten minste één lijn waarop voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg kunnen worden gecontroleerd, indien een ander station dat wel over een dergelijke lijn beschikt, gelegen is binnen een straal van minder dan vijftien kilometer van het station waarop deze afwijking betrekking heeft. ]2
§ 2. [1 De minimumuitrusting van een controlestation wordt vermeld in bijlage 1 bij dit besluit.]1
§ 3. De Minister of zijn gemachtigde keurt de constructievoorschriften en de voorwaarden goed waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen.
§ 4. De instelling moet dagelijks haar controleapparatuur nazien en één keer per jaar haar controleapparatuur laten nazien door een [1 ...]1 controle-instelling aangeduid door de Minister of zijn gemachtigde. De kosten van dit nazicht [2 zijn ten laste van de instelling]2.
§ 5. [2 De installaties en hun uitrusting maken, te allen tijde, de uitvoering mogelijk van de aan de instellingen gedelegeerde activiteiten en zorgen voor een kwaliteitsvolle dienstverlening aan de gebruikers, overeenkomstig de richtlijnen van de Minister of diens afgevaardigde. De toestellen moeten inzonderheid voldoen aan het nazicht bedoeld in paragraaf 4]2.
§ 6. Op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, moeten de instellingen om het even welk ander materieel installeren, in functie van de evolutie van de techniek, de behoeften van de controle en het aantal inspectielijnen.
Art. 8 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés [2 à l'annexe 1re]2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné [2 à l'annexe 1re, point 5.1]2., certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par [2 l'annexe 1re]2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne [2 qui permet]2 de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
[2 Par dérogation à l'alinéa 4, le Ministre peut autoriser l'implantation d'une station ne disposant pas d'au moins une ligne qui permet de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg si une autre station qui dispose d'une telle ligne est située dans un rayon de moins de quinze kilomètres de la station qui fait l'objet de la présente dérogation.]2
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle est repris à l'annexe 1re du présent arrêté.]1
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle [1 ...]1 désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à [2 la charge de l'organisme]2.
§ 5. [2 § 5. Les installations et leur équipement permettent, à tout moment, l'exécution des activités qui sont déléguées aux organismes et assurent un service de qualité aux usagers, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfaits à la vérification visée au paragraphe 4]2.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
§ 1er. Une ligne d'inspection est constituée d'une succession de zones de travail qui permettent l'exécution des contrôles prescrits.
Elle doit être équipée de tous les appareils de mesure ou de contrôle mentionnés [2 à l'annexe 1re]2.
A l'exception de la zone de travail dans laquelle se trouve le dispositif mentionné [2 à l'annexe 1re, point 5.1]2., certaines zones peuvent, dans les limites prescrites par [2 l'annexe 1re]2, être utilisées en commun par les véhicules se trouvant sur des lignes d'inspection différentes. De même, les appareils peuvent être déplacés d'une ligne d'inspection vers une autre, à condition que la fluidité du passage des véhicules ne soit entravée dans aucune des lignes d'inspection.
Chaque station doit être équipée d'au moins une ligne [2 qui permet]2 de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg.
[2 Par dérogation à l'alinéa 4, le Ministre peut autoriser l'implantation d'une station ne disposant pas d'au moins une ligne qui permet de contrôler les véhicules d'une masse maximale autorisée supérieure à 3.500 kg si une autre station qui dispose d'une telle ligne est située dans un rayon de moins de quinze kilomètres de la station qui fait l'objet de la présente dérogation.]2
§ 2. [1 L'équipement minimal d'une station de contrôle est repris à l'annexe 1re du présent arrêté.]1
§ 3. Le Ministre ou son délégué approuve les prescriptions de construction et les conditions auxquelles doivent satisfaire les appareils et dispositifs de contrôle.
§ 4. L'organisme est tenu de contrôler une fois par jour ses appareils de contrôle et de les soumettre une fois par an à une vérification par un organisme de contrôle [1 ...]1 désigné par le Ministre ou son délégué. Les frais de ces vérifications sont à [2 la charge de l'organisme]2.
§ 5. [2 § 5. Les installations et leur équipement permettent, à tout moment, l'exécution des activités qui sont déléguées aux organismes et assurent un service de qualité aux usagers, conformément aux directives du Ministre ou de son délégué. Les appareils doivent notamment avoir satisfaits à la vérification visée au paragraphe 4]2.
§ 6. A la demande du Ministre ou de son délégué, les organismes sont tenus d'installer tout autre matériel en fonction de l'évolution de la technique, des besoins du contrôle et du nombre de lignes d'inspection.
Art.9. Voor de inplanting van de controlestations zijn de instellingen ertoe gehouden zich te schikken naar de richtlijnen van de Minister.
Art.9. Les organismes sont tenus de se conformer aux directives du Ministre quant à l'implantation des stations de contrôle.
Art.9_WAALS_GEWEST. Voor de [1 geografische]1 inplanting van de controlestations zijn de instellingen ertoe gehouden zich te schikken naar de richtlijnen van de Minister.
Art.9 _REGION_WALLONNE. Les organismes sont tenus de se conformer aux directives du Ministre quant à l'implantation [1 géographique]1 des stations de contrôle.
Wijzigingen
Art. 9_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Voor de inplanting van de controlestations zijn de instellingen ertoe gehouden zich te schikken naar de richtlijnen van de Minister of zijn gemachtigde.]1
Art. 9 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Les organismes sont tenus de se conformer aux directives du Ministre ou de son délégué quant à l'implantation des stations de contrôle.]1
Wijzigingen
Art. 9_VLAAMS_GEWEST. Voor de inplanting van de controlestations zijn de instellingen ertoe gehouden zich te schikken naar de [1 door Ons verstrekte]1 richtlijnen [1 ...]1.
Art. 9 _REGION_FLAMANDE. Les organismes sont tenus de se conformer aux directives [1 données par Nous]1 [1 ...]1 quant à l'implantation des stations de contrôle.
Wijzigingen
Art.10. De instelling is ertoe gehouden aan de Minister maatregelen voor te stellen om de capaciteit van haar installaties te verhogen wanneer de belasting van een station 6.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn overtreft, hetzij door het aantal lijnen in het bestaande station te verhogen, hetzij door de oprichting van een nieuw controlestation.
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft; anderzijds mag een nieuw station niet meer dan tien lijnen omvatten.
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft; anderzijds mag een nieuw station niet meer dan tien lijnen omvatten.
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Art.10. L'organisme est tenu de proposer au Ministre des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse 6.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection, soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante; d'autre part, une nouvelle station ne peut comporter plus de dix lignes.
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante; d'autre part, une nouvelle station ne peut comporter plus de dix lignes.
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
Art. 10_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De instelling is ertoe gehouden aan de Minister of zijn gemachtigde maatregelen voor te stellen om de capaciteit van haar installaties te verhogen wanneer de belasting van een station op basis van 45 openingsuren per week 6.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn overtreft, hetzij door het aantal inspectielijnen in het bestaande station te verhogen, hetzij door de oprichting van een nieuw controlestation. De technische tijd van de prestaties die worden uitgevoerd op inspectielijnen op verplaatsing die gebonden zijn aan een station, evenals die lijnen moeten worden uitgesloten van de berekening van de last van dit station.
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft.
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister of zijn gemachtigde; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
De instelling legt de projecten voor de aanleg van één of meer inspectielijnen op verplaatsing ter goedkeuring aan de Minister of zijn gemachtigde voor.]1
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft.
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister of zijn gemachtigde; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
De instelling legt de projecten voor de aanleg van één of meer inspectielijnen op verplaatsing ter goedkeuring aan de Minister of zijn gemachtigde voor.]1
Art. 10 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 L'organisme est tenu de proposer au Ministre ou son délégué des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse 6.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection, et ce sur base d'horaires d'ouverture de 45 heures par semaine, soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle. Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante.
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre ou son délégué; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
L'organisme soumet les projets d'établissement d'une ou plusieurs lignes de contrôle délocalisé, pour approbation, au Ministre ou son délégué.]1
[1 L'organisme est tenu de proposer au Ministre ou son délégué des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse 6.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection, et ce sur base d'horaires d'ouverture de 45 heures par semaine, soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle. Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante.
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre ou son délégué; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
L'organisme soumet les projets d'établissement d'une ou plusieurs lignes de contrôle délocalisé, pour approbation, au Ministre ou son délégué.]1
Wijzigingen
Art. 10_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De instelling is ertoe gehouden aan de Minister of diens afgevaardigde maatregelen voor te stellen om de capaciteit van haar instellingen te verhogen wanneer de belasting van een station zesduizend uren technische tijd per jaar en per toegewezen inspectielijn overtreft, gebaseerd op openingstijden van vijfenveertig uur per week, hetzij door het aantal inspectielijnen in het bestaande station uit te breiden, hetzij door een nieuw inspectiestation op te richten.
Onder toegewezen inspectielijn wordt verstaan een inspectielijn die gebruikt wordt voor de keuring van voertuigen van specifieke categorieën zoals bedoeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968.
De technische tijd van de prestaties uitgevoerd op gedelokaliseerde inspectielijnen gebonden aan een station evenals deze lijnen moeten uitgesloten worden van de berekening van de last van dit station.
Tenzij de waarschijnlijke groei van de activiteit een andere installatie rechtvaardigt, moet de capaciteit van de beoogde nieuwe installaties worden gebaseerd op:
a) voor de bouw van het gebouw, een minimumbelasting van drieduizend uur technische tijd per jaar en per inspectielijn;
a) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van drieduizend vijfhonderd uren technische tijd per jaar en per inspectieslijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft.
§ 2. De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister. De goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Het aanbestedingsdossier van het project moet de volgende elementen bevatten:
a) in geval van voorafgaande verwerving van een bouwperceel, de goedkeuring bedoeld in artikel 11, § 1, derde lid;
b) in geval van werkzaamheden waarvoor dit vereist is, de bouwvergunning, de globale vergunning en de exploitatievergunning;
c) in geval van wijzigingen aan bestaande installaties, een plaatsbeschrijving en de plannen van de installaties voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd;
d) een projectie en de plannen van de installaties, na uitvoering van de werkzaamheden;
e) de geraamde begroting voor de werkzaamheden volgens het schema van bijlage 4, punt IX, de financieringsbron(nen), alsook de afschrijvingstermijn voor de activa;
f) de verantwoording van de technische tijd per lijn, vóór en na voltooiing van de werkzaamheden;
g) een motivering van de noodzaak van de werkzaamheden;
h) de inventaris van de keuringsapparatuur die op het station aanwezig is na uitvoering van de werkzaamheden;
i) het tijdschema voor de werkzaamheden met vermelding van de verwachte begindatum van de werkzaamheden, de termijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden en de geschatte datum van voltooiing van de werkzaamheden;
j) de impact van het project op het gebied van menselijke hulpbronnen.
De Minister of diens afgevaardigde kan de instelling verzoeken om aanvullende informatie of documenten om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
Het aanbestedingsdossier wordt ingediend bij de Minister of diens afgevaardigde zodra de stedenbouwkundige vergunning of de globale vergunning is verkregen, indien vereist, en uiterlijk drie maanden vóór de verwachte begindatum van de werkzaamheden.
De volledigheid van het dossier wordt door de administratie aan de organisatie meegedeeld binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan of, in voorkomend geval, de ontvangst van documenten of aanvullende informatie. De Minister deelt zijn beslissing mee aan de instelling binnen twee maanden na ontvangst van het volledige of aangevulde indieningsdossier.
De kosten van de werkzaamheden verricht buiten de goedkeuring bedoeld in het eerste lid worden uitgesloten van de lasten bedoeld in artikel 25, tweede lid, met uitzondering van de uitgaven die noodzakelijk zijn gemaakt om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
§ 3. De instelling legt de projecten voor de aanleg van één of meer gedelokaliseerde keuringslijnen ter goedkeuring aan de Minister of diens afgevaardigde voor.
§ 4. De instelling maakt binnen drie maanden na de voorlopige oplevering van de door de Minister goedgekeurde werkzaamheden een vergelijkende analyse op tussen de begrote bedragen zoals bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, punt e), en de kosten van de uitgevoerde werkzaamheden, alsmede een rechtvaardiging voor de waargenomen significante verschillen.
Onder significante verschillen wordt verstaan elke afwijking naar boven of naar beneden van tien procent of meer voor elk van de posten die zijn opgenomen in de in het tweede lid, tweede lid, punt e), bedoelde geraamde begroting en de uitvoering daarvan]1.
Onder toegewezen inspectielijn wordt verstaan een inspectielijn die gebruikt wordt voor de keuring van voertuigen van specifieke categorieën zoals bedoeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968.
De technische tijd van de prestaties uitgevoerd op gedelokaliseerde inspectielijnen gebonden aan een station evenals deze lijnen moeten uitgesloten worden van de berekening van de last van dit station.
Tenzij de waarschijnlijke groei van de activiteit een andere installatie rechtvaardigt, moet de capaciteit van de beoogde nieuwe installaties worden gebaseerd op:
a) voor de bouw van het gebouw, een minimumbelasting van drieduizend uur technische tijd per jaar en per inspectielijn;
a) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van drieduizend vijfhonderd uren technische tijd per jaar en per inspectieslijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft.
§ 2. De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan de Minister. De goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Het aanbestedingsdossier van het project moet de volgende elementen bevatten:
a) in geval van voorafgaande verwerving van een bouwperceel, de goedkeuring bedoeld in artikel 11, § 1, derde lid;
b) in geval van werkzaamheden waarvoor dit vereist is, de bouwvergunning, de globale vergunning en de exploitatievergunning;
c) in geval van wijzigingen aan bestaande installaties, een plaatsbeschrijving en de plannen van de installaties voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd;
d) een projectie en de plannen van de installaties, na uitvoering van de werkzaamheden;
e) de geraamde begroting voor de werkzaamheden volgens het schema van bijlage 4, punt IX, de financieringsbron(nen), alsook de afschrijvingstermijn voor de activa;
f) de verantwoording van de technische tijd per lijn, vóór en na voltooiing van de werkzaamheden;
g) een motivering van de noodzaak van de werkzaamheden;
h) de inventaris van de keuringsapparatuur die op het station aanwezig is na uitvoering van de werkzaamheden;
i) het tijdschema voor de werkzaamheden met vermelding van de verwachte begindatum van de werkzaamheden, de termijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden en de geschatte datum van voltooiing van de werkzaamheden;
j) de impact van het project op het gebied van menselijke hulpbronnen.
De Minister of diens afgevaardigde kan de instelling verzoeken om aanvullende informatie of documenten om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
Het aanbestedingsdossier wordt ingediend bij de Minister of diens afgevaardigde zodra de stedenbouwkundige vergunning of de globale vergunning is verkregen, indien vereist, en uiterlijk drie maanden vóór de verwachte begindatum van de werkzaamheden.
De volledigheid van het dossier wordt door de administratie aan de organisatie meegedeeld binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan of, in voorkomend geval, de ontvangst van documenten of aanvullende informatie. De Minister deelt zijn beslissing mee aan de instelling binnen twee maanden na ontvangst van het volledige of aangevulde indieningsdossier.
De kosten van de werkzaamheden verricht buiten de goedkeuring bedoeld in het eerste lid worden uitgesloten van de lasten bedoeld in artikel 25, tweede lid, met uitzondering van de uitgaven die noodzakelijk zijn gemaakt om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
§ 3. De instelling legt de projecten voor de aanleg van één of meer gedelokaliseerde keuringslijnen ter goedkeuring aan de Minister of diens afgevaardigde voor.
§ 4. De instelling maakt binnen drie maanden na de voorlopige oplevering van de door de Minister goedgekeurde werkzaamheden een vergelijkende analyse op tussen de begrote bedragen zoals bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, punt e), en de kosten van de uitgevoerde werkzaamheden, alsmede een rechtvaardiging voor de waargenomen significante verschillen.
Onder significante verschillen wordt verstaan elke afwijking naar boven of naar beneden van tien procent of meer voor elk van de posten die zijn opgenomen in de in het tweede lid, tweede lid, punt e), bedoelde geraamde begroting en de uitvoering daarvan]1.
Art. 10 _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. L'organisme est tenu de proposer au Ministre ou à son délégué des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse six mille heures de temps technique par an et par ligne d'inspection dédiée et ce, sur base d'horaires d'ouverture de quarante-cinq heures par semaine, soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle.
Par ligne d'inspection dédiée, il est entendu une ligne d'inspection utilisée pour le contrôle de véhicules de catégories spécifiques telles que précisées à l'article 1, § 1er, de l'arrêté royal du 15 mars 1968.
Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de trois mille heures de temps technique par an et par ligne d'inspection ;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de trois mille cinq cents heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante.
§ 2. L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre. L'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
Le dossier de soumission du projet doit être constitué des éléments suivants :
a) en cas d'acquisition préalable d'un terrain à bâtir, l'approbation visée à l'article 11, § 1er, alinéa 3 ;
b) en cas de travaux qui le nécessitent, le permis d'urbanisme, le permis unique et l'autorisation d'exploitation ;
c) en cas de modifications apportées à des installations existantes, un état des lieux et les plans des installations avant la réalisation des travaux ;
d) une projection et les plans des installations, après la réalisation des travaux ;
e) le budget estimé des travaux selon le canevas repris à l'annexe 4, point IX, la ou les source(s) de leurs financements, ainsi, que la durée d'amortissement des biens ;
f) la justification du temps technique par ligne, avant et après la réalisation des travaux ;
g) une motivation qui justifient la nécessité des travaux ;
h) l`inventaire du matériel de contrôle présent au sein de la station, après la réalisation des travaux ;
i) le planning des travaux indiquant la date escomptée du début des travaux, les délais d'exécution des travaux et la date de fin estimée des travaux ;
j) l'impact du projet en matière de ressources humaines.
Le Ministre ou son délégué peut solliciter, auprès de l'organisme, toutes informations ou tous documents complémentaires pour la complétude du dossier de soumission.
Le dossier de soumission est proposé au Ministre ou son délégué, après l'obtention du permis d'urbanisme ou du permis unique s'il est requis et, au plus tard trois mois avant la date escomptée du début des travaux.
La complétude du dossier est notifiée à l'organisme par l'administration dans les quinze jours calendaires qui suivent sa réception ou, le cas échéant la réception de documents ou d'informations complémentaires. Le Ministre fait part de sa décision à l'organisme dans les deux mois qui suivent la réception du dossier de soumission complet ou complété.
Les coûts des travaux réalisés en dehors de l'approbation visée à l'alinéa 1er, sont exclus des charges visées à l'article 25, alinéa 2, à l'exception des dépenses qui ont été rendues nécessaires à la constitution complète du dossier de soumission.
§ 3. L'organisme soumet les projets d'établissement d'une ou plusieurs lignes de contrôle délocalisé, pour approbation, au Ministre ou à son délégué.
§ 4. L'organisme produit, endéans les trois mois de la réception provisoire des travaux approuvés par le Ministre, une analyse comparative entre les montants budgétés tels que visée au paragraphe 2, alinéa 2, point e), et le coût des travaux exécutés ainsi qu'une justification des écarts significatifs constatés.
Par significatifs, il est entendu toute variation à la hausse ou à la baisse de dix pour cent ou plus, pour chacun des postes identifiés dans le budget prévisionnel visé au paragraphe 2, alinéa 2, point e), et leur exécution]1.
Par ligne d'inspection dédiée, il est entendu une ligne d'inspection utilisée pour le contrôle de véhicules de catégories spécifiques telles que précisées à l'article 1, § 1er, de l'arrêté royal du 15 mars 1968.
Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de trois mille heures de temps technique par an et par ligne d'inspection ;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de trois mille cinq cents heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante.
§ 2. L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement doit en soumettre le projet, pour approbation, au Ministre. L'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
Le dossier de soumission du projet doit être constitué des éléments suivants :
a) en cas d'acquisition préalable d'un terrain à bâtir, l'approbation visée à l'article 11, § 1er, alinéa 3 ;
b) en cas de travaux qui le nécessitent, le permis d'urbanisme, le permis unique et l'autorisation d'exploitation ;
c) en cas de modifications apportées à des installations existantes, un état des lieux et les plans des installations avant la réalisation des travaux ;
d) une projection et les plans des installations, après la réalisation des travaux ;
e) le budget estimé des travaux selon le canevas repris à l'annexe 4, point IX, la ou les source(s) de leurs financements, ainsi, que la durée d'amortissement des biens ;
f) la justification du temps technique par ligne, avant et après la réalisation des travaux ;
g) une motivation qui justifient la nécessité des travaux ;
h) l`inventaire du matériel de contrôle présent au sein de la station, après la réalisation des travaux ;
i) le planning des travaux indiquant la date escomptée du début des travaux, les délais d'exécution des travaux et la date de fin estimée des travaux ;
j) l'impact du projet en matière de ressources humaines.
Le Ministre ou son délégué peut solliciter, auprès de l'organisme, toutes informations ou tous documents complémentaires pour la complétude du dossier de soumission.
Le dossier de soumission est proposé au Ministre ou son délégué, après l'obtention du permis d'urbanisme ou du permis unique s'il est requis et, au plus tard trois mois avant la date escomptée du début des travaux.
La complétude du dossier est notifiée à l'organisme par l'administration dans les quinze jours calendaires qui suivent sa réception ou, le cas échéant la réception de documents ou d'informations complémentaires. Le Ministre fait part de sa décision à l'organisme dans les deux mois qui suivent la réception du dossier de soumission complet ou complété.
Les coûts des travaux réalisés en dehors de l'approbation visée à l'alinéa 1er, sont exclus des charges visées à l'article 25, alinéa 2, à l'exception des dépenses qui ont été rendues nécessaires à la constitution complète du dossier de soumission.
§ 3. L'organisme soumet les projets d'établissement d'une ou plusieurs lignes de contrôle délocalisé, pour approbation, au Ministre ou à son délégué.
§ 4. L'organisme produit, endéans les trois mois de la réception provisoire des travaux approuvés par le Ministre, une analyse comparative entre les montants budgétés tels que visée au paragraphe 2, alinéa 2, point e), et le coût des travaux exécutés ainsi qu'une justification des écarts significatifs constatés.
Par significatifs, il est entendu toute variation à la hausse ou à la baisse de dix pour cent ou plus, pour chacun des postes identifiés dans le budget prévisionnel visé au paragraphe 2, alinéa 2, point e), et leur exécution]1.
Wijzigingen
Art. 10_VLAAMS_GEWEST. De instelling is ertoe gehouden aan [1 Ons]1 maatregelen voor te stellen om de capaciteit van haar installaties te verhogen wanneer de belasting van een station 6.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn overtreft, [3 en dit, op grond van openingsuren van 45 uren per week,]3 hetzij door het aantal lijnen in het bestaande station te verhogen, hetzij door de oprichting van een nieuw controlestation. [3 De technische tijd van de prestaties die worden uitgevoerd op gedelokaliseerde keuringslijnen die gebonden zijn aan een station evenals deze lijnen worden uitgesloten van de berekening van de last van dit station.]3
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft [3 ...]3. [2 De keuringslijnen op verplaatsing worden niet meegerekend om deze aantallen te bepalen.]2
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan [1 Ons]1; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Behalve wanneer de vermoedelijke toename van de activiteit een andere capaciteit zou rechtvaardigen, moet de capaciteit van de nieuw geplande installaties gebaseerd zijn op :
a) voor de constructie van het gebouw, een minimale belasting van 3.000 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn;
b) voor de uitrusting van de inspectielijnen, een minimale belasting van 3.500 uren technische tijd per jaar en per inspectielijn.
Een nieuw station moet minstens drie lijnen omvatten, behalve wanneer het de vervanging van een bestaand controlestation betreft [3 ...]3. [2 De keuringslijnen op verplaatsing worden niet meegerekend om deze aantallen te bepalen.]2
De instelling die een nieuwe constructie, aanpassingswerken of een uitbreiding overweegt, moet het ontwerp hiervan voor goedkeuring voorleggen aan [1 Ons]1; de goedkeuring stelt vast binnen welke termijn de werken moeten uitgevoerd worden.
Art. 10 _REGION_FLAMANDE.
L'organisme est tenu [1 de Nous proposer]1 des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse 6.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection, [3 et ce sur base dhoraires douverture de 45 heures par semaine]3 soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle. [3 Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.]3
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante; [3 ...]3. [2 Les lignes d'inspection délocalisées ne sont pas prises en compte pour déterminer ces nombres.]2
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, [1 doit Nous en soumettre le projet pour approbation]1; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
L'organisme est tenu [1 de Nous proposer]1 des mesures en vue d'augmenter la capacité de ses installations lorsque la charge d'une station dépasse 6.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection, [3 et ce sur base dhoraires douverture de 45 heures par semaine]3 soit en augmentant le nombre de lignes d'inspection dans la station existante, soit en établissant une nouvelle station de contrôle. [3 Le temps technique des prestations effectuées sur les lignes de contrôle délocalisé attachées à une station ainsi que ces lignes sont à exclure du calcul de la charge de cette station.]3
Sauf si la croissance probable de l'activité en justifie une autre, la capacité des nouvelles installations envisagées doit se baser :
a) pour la construction du bâtiment, sur une charge minimale de 3.000 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection;
b) pour l'équipement des lignes d'inspection, sur une charge minimale de 3.500 heures de temps technique par an et par ligne d'inspection.
Le nombre de lignes d'une nouvelle station est d'au moins trois, sauf s'il s'agit du remplacement d'une station de contrôle existante; [3 ...]3. [2 Les lignes d'inspection délocalisées ne sont pas prises en compte pour déterminer ces nombres.]2
L'organisme qui envisage des constructions nouvelles ou des travaux d'adaptation ou d'agrandissement, [1 doit Nous en soumettre le projet pour approbation]1; l'approbation précise dans quel délai la réalisation doit être exécutée.
Art.11. § 1. De onroerende goederen bestemd voor de uitvoering van hun opdrachten, dienen door de instellingen in volle eigendom te worden verworven.
Voor de toepassing van vorig lid worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur.
Voor de toepassing van vorig lid worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur.
Art.11. § 1er. Les biens immobiliers destinés à l'exécution de leurs missions, doivent être acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure.
Art. 11_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Met uitzondering van de onroerende goederen die worden gebruikt in het kader van de keuring op verplaatsing, dienen de onroerende goederen bestemd voor de uitvoering van hun opdrachten door de instellingen in volle eigendom te worden verworven.
Voor de toepassing van vorig lid worden de, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten, met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister of zijn gemachtigde.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit.]1
Voor de toepassing van vorig lid worden de, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten, met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister of zijn gemachtigde.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit.]1
Art. 11 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Les biens immobiliers destinés à l'exécution de leurs missions, à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé, doivent être acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre ou son délégué.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis au Directeur général de Bruxelles Mobilité.]1
[1 § 1er. Les biens immobiliers destinés à l'exécution de leurs missions, à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé, doivent être acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre ou son délégué.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis au Directeur général de Bruxelles Mobilité.]1
Wijzigingen
Art. 11_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De onroerende goederen bestemd voor de uitvoering van gedelegeerde activiteiten, met uitzondering van de goederen die worden gebruikt voor gedelokaliseerde keuring, worden door de instellingen in volle eigendom verworven.
Voor de toepassing van het eerste lid, worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
De Minister geeft voorafgaande toestemming voor de verwerving van grond.
De kosten van de verwervingen die zijn gedaan zonder de toestemming bedoeld in het derde lid worden uitgesloten van de lasten bedoeld in artikel 25, tweede lid, met uitzondering van de uitgaven die noodzakelijk zijn gemaakt om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
Het aanbestedingsdossier dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd, moet de volgende informatie bevatten:
a) een schatting van het goed door het Aankoopcomité van Onroerende Goederen (CAI) of bij gebreke daarvan, door een vastgoeddeskundige;
b) het kadastraal plan van het goed;
c) een schatting van de aankoopprijs, alle kosten inbegrepen;
d) de geschatte verwervingsdatum;
e) een rechtvaardiging voor de verwerving.
De Minister of diens afgevaardigde kan de instelling verzoeken om aanvullende informatie of documenten om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
De volledigheid van het dossier wordt door de administratie aan de instelling meegedeeld binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan of, in voorkomend geval, de ontvangst van documenten of aanvullende informatie. De Minister deelt zijn beslissing mee aan de instelling binnen twee maanden na ontvangst van het volledige of aangevulde indieningsdossier.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van de aan de instelling gedelegeerde activiteiten, het in huur nemer of leasen.
Zowel het beginsel van de huur en het leasen als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister of diens afgevaardigde.
Een exemplaar van de huurovereenkomst, behoorlijk geregistreerd, of van de leasingovereenkomst dient te worden overhandigd aan de Minister of diens afgevaardigde]1.
Voor de toepassing van het eerste lid, worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
De Minister geeft voorafgaande toestemming voor de verwerving van grond.
De kosten van de verwervingen die zijn gedaan zonder de toestemming bedoeld in het derde lid worden uitgesloten van de lasten bedoeld in artikel 25, tweede lid, met uitzondering van de uitgaven die noodzakelijk zijn gemaakt om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
Het aanbestedingsdossier dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd, moet de volgende informatie bevatten:
a) een schatting van het goed door het Aankoopcomité van Onroerende Goederen (CAI) of bij gebreke daarvan, door een vastgoeddeskundige;
b) het kadastraal plan van het goed;
c) een schatting van de aankoopprijs, alle kosten inbegrepen;
d) de geschatte verwervingsdatum;
e) een rechtvaardiging voor de verwerving.
De Minister of diens afgevaardigde kan de instelling verzoeken om aanvullende informatie of documenten om het aanbestedingsdossier te vervolledigen.
De volledigheid van het dossier wordt door de administratie aan de instelling meegedeeld binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan of, in voorkomend geval, de ontvangst van documenten of aanvullende informatie. De Minister deelt zijn beslissing mee aan de instelling binnen twee maanden na ontvangst van het volledige of aangevulde indieningsdossier.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van de aan de instelling gedelegeerde activiteiten, het in huur nemer of leasen.
Zowel het beginsel van de huur en het leasen als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door de Minister of diens afgevaardigde.
Een exemplaar van de huurovereenkomst, behoorlijk geregistreerd, of van de leasingovereenkomst dient te worden overhandigd aan de Minister of diens afgevaardigde]1.
Art. 11 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. [1 Les biens immobiliers destinés à l'exécution des activités déléguées, à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé, sont acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les baux emphytéotiques qui existent à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
Le Ministre approuve préalablement l'acquisition d'un terrain.
Les coûts des acquisitions réalisées sans l'approbation visée à l'alinéa 3, sont exclus des charges visées à l'article 25, alinéa 2, à l'exception des dépenses qui ont été rendues nécessaires à la constitution complète du dossier de soumission.
Le dossier de soumission à l'approbation du Ministre doit contenir les éléments suivants :
a) une estimation du bien par le Comité d'Acquisition d'Immeubles (CAI) ou à défaut, par un expert immobilier ;
b) le plan cadastral du bien ;
c) une estimation du prix d'acquisition tous frais inclus ;
d) la date estimée d'acquisition ;
e) une motivation qui justifient l'acquisition.
Le Ministre ou son délégué peut solliciter, auprès de l'organisme, toutes informations ou tout documents complémentaires pour la complétude du dossier de soumission.
La complétude du dossier est notifiée à l'organisme par l'administration dans les quinze jours calendaires qui suivent sa réception ou, le cas échéant, la réception de documents ou d'informations complémentaires. Le Ministre fait part de sa décision à l'organisme dans les deux mois qui suivent la réception du dossier de soumission complet ou complété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution des activités déléguées à l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location ou à son leasing immobilier.
Tant le principe de la location que du leasing immobilier ainsi que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre ou son délégué.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, ou du contrat de leasing doit être remis au Ministre ou à son délégué]1.
§ 1er. [1 Les biens immobiliers destinés à l'exécution des activités déléguées, à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé, sont acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les baux emphytéotiques qui existent à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
Le Ministre approuve préalablement l'acquisition d'un terrain.
Les coûts des acquisitions réalisées sans l'approbation visée à l'alinéa 3, sont exclus des charges visées à l'article 25, alinéa 2, à l'exception des dépenses qui ont été rendues nécessaires à la constitution complète du dossier de soumission.
Le dossier de soumission à l'approbation du Ministre doit contenir les éléments suivants :
a) une estimation du bien par le Comité d'Acquisition d'Immeubles (CAI) ou à défaut, par un expert immobilier ;
b) le plan cadastral du bien ;
c) une estimation du prix d'acquisition tous frais inclus ;
d) la date estimée d'acquisition ;
e) une motivation qui justifient l'acquisition.
Le Ministre ou son délégué peut solliciter, auprès de l'organisme, toutes informations ou tout documents complémentaires pour la complétude du dossier de soumission.
La complétude du dossier est notifiée à l'organisme par l'administration dans les quinze jours calendaires qui suivent sa réception ou, le cas échéant, la réception de documents ou d'informations complémentaires. Le Ministre fait part de sa décision à l'organisme dans les deux mois qui suivent la réception du dossier de soumission complet ou complété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution des activités déléguées à l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location ou à son leasing immobilier.
Tant le principe de la location que du leasing immobilier ainsi que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés par le Ministre ou son délégué.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, ou du contrat de leasing doit être remis au Ministre ou à son délégué]1.
Wijzigingen
Art. 11_VLAAMS_GEWEST. § 1. De onroerende goederen bestemd voor de uitvoering van hun opdrachten, [2 met uitzondering van, degene gebruikt in het kader van de keuring op verplaatsing,]2 dienen door de instellingen in volle eigendom te worden verworven.
Voor de toepassing van vorig lid worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door [1 Ons]1.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan [1 het Departement]1.
Voor de toepassing van vorig lid worden de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande erfpachten met een verwerving in volle eigendom gelijkgesteld.
§ 2. Als de verkrijging in volle eigendom van een onroerend goed onmogelijk is, mag de instelling, indien het goed onmisbaar is voor de uitvoering van haar opdracht, het in huur nemen.
Zowel het beginsel van de huur als het bedrag van de huurprijs dienen vooraf goedgekeurd te worden door [1 Ons]1.
Een exemplaar van de huurovereenkomst dient, behoorlijk geregistreerd, te worden afgegeven aan [1 het Departement]1.
Art. 11 _REGION_FLAMANDE.
§ 1er. Les biens immobiliers destinés à l'exécution de leurs missions, [2 à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé]2 doivent être acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés [1 par Nous]1.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis [1 au Département]1.
§ 1er. Les biens immobiliers destinés à l'exécution de leurs missions, [2 à l'exception de ceux utilisés dans le cadre du contrôle délocalisé]2 doivent être acquis en pleine propriété par les organismes.
Pour l'application de l'alinéa précédent, les baux emphytéotiques existant à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont assimilés à une acquisition en pleine propriété.
§ 2. Lorsque l'acquisition en pleine propriété d'un bien immobilier est impossible mais que ce bien est indispensable à l'exécution de la mission de l'organisme, celui-ci peut procéder à sa location.
Tant le principe de la location que le montant du loyer doivent être préalablement approuvés [1 par Nous]1.
Un exemplaire du bail de location, dûment enregistré, doit être remis [1 au Département]1.
Art.12. Op vraag van de Minister stellen de instellingen gratis afdoend beschermde lokalen met de geëigende vaste binneninrichting en de geëigende nutsvoorziening ter beschikking van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, voor een deconcentratie op provinciaal vlak van de loketten van de Directie voor de Inschrijving van de Voertuigen.
Art.12. A la demande du Ministre, les organismes mettent gratuitement à la disposition de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, des locaux dûment protégés, avec l'aménagement intérieur fixe et l'équipement d'utilité publique appropriés, permettant une déconcentration au niveau provincial des guichets de la Direction pour l'Immatriculation des Véhicules.
Art. 12_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art.12 _REGION_WALLONNE. A la demande du Ministre, les organismes mettent gratuitement à la disposition de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, des locaux dûment protégés, avec l'aménagement intérieur fixe et l'équipement d'utilité publique appropriés, permettant une déconcentration au niveau provincial des guichets de la Direction pour l'Immatriculation des Véhicules.
Art. 12 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.13. De personen die de instelling tegenover de openbare overheid vertegenwoordigen, moeten de Belgische nationaliteit bezitten of onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Unie.
Zij moeten een actieve kennis bezitten van de taal of talen van het ambtsgebied van de instelling.
Zij moeten van goed gedrag en zeden zijn : zij dienen een bewijs van goed gedrag en zeden voor te leggen dat bestemd is voor een openbare dienst en dat minder dan drie maanden oud is.
Indien deze personen afkomstig zijn van of gevestigd zijn in een andere Lidstaat van de Europese Unie en behalve indien de Belgische overheden preciese gegevens zouden bekend zijn, worden ook als evenwaardig aan het Belgisch bewijs van goed gedrag en zeden aanvaard :
a) een uittreksel uit het strafregister of, bij ontstentenis ervan, een evenwaardig document afgeleverd door de bevoegde gerechtelijke of administratieve overheden van het land van oorsprong of herkomst;
b) wanneer het document bedoeld onder a) niet wordt afgeleverd door het land van oorsprong of herkomst, een verklaring onder eed of, in de Lidstaten waar een dergelijke eed niet bestaat, een plechtige verklaring van deze personen voor een gerechtelijke of administratieve overheid of, zo het geval zich voordoet, een notaris van het land van oorsprong of herkomst, die een attest aflevert waarin akte wordt genomen van deze eed of plechtige verklaring.
Zij moeten een actieve kennis bezitten van de taal of talen van het ambtsgebied van de instelling.
Zij moeten van goed gedrag en zeden zijn : zij dienen een bewijs van goed gedrag en zeden voor te leggen dat bestemd is voor een openbare dienst en dat minder dan drie maanden oud is.
Indien deze personen afkomstig zijn van of gevestigd zijn in een andere Lidstaat van de Europese Unie en behalve indien de Belgische overheden preciese gegevens zouden bekend zijn, worden ook als evenwaardig aan het Belgisch bewijs van goed gedrag en zeden aanvaard :
a) een uittreksel uit het strafregister of, bij ontstentenis ervan, een evenwaardig document afgeleverd door de bevoegde gerechtelijke of administratieve overheden van het land van oorsprong of herkomst;
b) wanneer het document bedoeld onder a) niet wordt afgeleverd door het land van oorsprong of herkomst, een verklaring onder eed of, in de Lidstaten waar een dergelijke eed niet bestaat, een plechtige verklaring van deze personen voor een gerechtelijke of administratieve overheid of, zo het geval zich voordoet, een notaris van het land van oorsprong of herkomst, die een attest aflevert waarin akte wordt genomen van deze eed of plechtige verklaring.
Art. 12 _REGION_WALLONNE. A la demande du Ministre, les organismes mettent gratuitement à la disposition [1 du SPF Mobilité et Transports]1, des locaux dûment protégés, avec l'aménagement intérieur fixe et l'équipement d'utilité publique appropriés, permettant une déconcentration au niveau provincial des guichets de la Direction pour l'Immatriculation des Véhicules.
Wijzigingen
Art.13_WAALS_GEWEST. De personen die de instelling tegenover de openbare overheid vertegenwoordigen, [1 namelijk haar directeur-generaal, haar administratieve en technische directeuren,]1 moeten de Belgische nationaliteit bezitten of onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Unie.
Zij moeten een actieve kennis bezitten van de taal of talen van het ambtsgebied van de instelling.
Zij moeten van goed gedrag en zeden zijn : zij dienen een bewijs van goed gedrag en zeden voor te leggen dat bestemd is voor een openbare dienst en dat minder dan drie maanden oud is.
Indien deze personen afkomstig zijn van of gevestigd zijn in een andere Lidstaat van de Europese Unie en behalve indien de Belgische overheden preciese gegevens zouden bekend zijn, worden ook als evenwaardig aan het Belgisch bewijs van goed gedrag en zeden aanvaard :
a) een uittreksel uit het strafregister of, bij ontstentenis ervan, een evenwaardig document afgeleverd door de bevoegde gerechtelijke of administratieve overheden van het land van oorsprong of herkomst;
b) wanneer het document bedoeld onder a) niet wordt afgeleverd door het land van oorsprong of herkomst, een verklaring onder eed of, in de Lidstaten waar een dergelijke eed niet bestaat, een plechtige verklaring van deze personen voor een gerechtelijke of administratieve overheid of, zo het geval zich voordoet, een notaris van het land van oorsprong of herkomst, die een attest aflevert waarin akte wordt genomen van deze eed of plechtige verklaring.
Zij moeten een actieve kennis bezitten van de taal of talen van het ambtsgebied van de instelling.
Zij moeten van goed gedrag en zeden zijn : zij dienen een bewijs van goed gedrag en zeden voor te leggen dat bestemd is voor een openbare dienst en dat minder dan drie maanden oud is.
Indien deze personen afkomstig zijn van of gevestigd zijn in een andere Lidstaat van de Europese Unie en behalve indien de Belgische overheden preciese gegevens zouden bekend zijn, worden ook als evenwaardig aan het Belgisch bewijs van goed gedrag en zeden aanvaard :
a) een uittreksel uit het strafregister of, bij ontstentenis ervan, een evenwaardig document afgeleverd door de bevoegde gerechtelijke of administratieve overheden van het land van oorsprong of herkomst;
b) wanneer het document bedoeld onder a) niet wordt afgeleverd door het land van oorsprong of herkomst, een verklaring onder eed of, in de Lidstaten waar een dergelijke eed niet bestaat, een plechtige verklaring van deze personen voor een gerechtelijke of administratieve overheid of, zo het geval zich voordoet, een notaris van het land van oorsprong of herkomst, die een attest aflevert waarin akte wordt genomen van deze eed of plechtige verklaring.
Art.13. Les personnes qui représentent l'organisme vis-à-vis de l'autorité publique, doivent être de nationalité belge ou être ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne.
Elles doivent posséder une connaissance active de la ou des langues de la zone d'action de l'organisme.
Elles doivent être de bonne conduite et moralité : elles fournissent un certificat de bonne conduite, vie et moeurs délivré depuis moins de trois mois et destiné à une administration publique.
Si ces personnes sont originaires de ou sont établies dans un autre Etat membre de l'Union européenne et sauf si des faits précis sont connus des autorités belges, sont également acceptés comme équivalents aux certificats belges de bonne conduite, vie et moeurs :
a) un extrait du casier judiciaire ou, à défaut, un document équivalent délivré par l'autorité judiciaire ou administrative compétente du pays d'origine ou de provenance;
b) lorsque le document visé sous a) n'est pas délivré par le pays d'origine ou de provenance, une déclaration sous serment ou, dans les Etats membres où un tel serment n'existe pas, une déclaration solennelle, faite par ces personnes devant une autorité judiciaire ou administrative ou, le cas échéant, un notaire du pays d'origine ou de provenance, qui délivre une attestation faisant acte de ce serment ou de cette déclaration solennelle.
Elles doivent posséder une connaissance active de la ou des langues de la zone d'action de l'organisme.
Elles doivent être de bonne conduite et moralité : elles fournissent un certificat de bonne conduite, vie et moeurs délivré depuis moins de trois mois et destiné à une administration publique.
Si ces personnes sont originaires de ou sont établies dans un autre Etat membre de l'Union européenne et sauf si des faits précis sont connus des autorités belges, sont également acceptés comme équivalents aux certificats belges de bonne conduite, vie et moeurs :
a) un extrait du casier judiciaire ou, à défaut, un document équivalent délivré par l'autorité judiciaire ou administrative compétente du pays d'origine ou de provenance;
b) lorsque le document visé sous a) n'est pas délivré par le pays d'origine ou de provenance, une déclaration sous serment ou, dans les Etats membres où un tel serment n'existe pas, une déclaration solennelle, faite par ces personnes devant une autorité judiciaire ou administrative ou, le cas échéant, un notaire du pays d'origine ou de provenance, qui délivre une attestation faisant acte de ce serment ou de cette déclaration solennelle.
Art.14. De instelling moet beschikken over personeel dat over de beroepsbekwaamheid beschikt vermeld in bijlage 2.
Dit personeel wordt - na een stageperiode - door de instelling aangenomen door middel van examens waarvan de inhoud en de modaliteiten zijn goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
De instelling is verantwoordelijk voor de professionele vorming van zijn personeel : de inhoud en de modaliteiten van deze vorming worden goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
Dit personeel wordt - na een stageperiode - door de instelling aangenomen door middel van examens waarvan de inhoud en de modaliteiten zijn goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
De instelling is verantwoordelijk voor de professionele vorming van zijn personeel : de inhoud en de modaliteiten van deze vorming worden goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
Art.13 _REGION_WALLONNE.
Les personnes qui représentent l'organisme vis-à-vis de l'autorité publique, [1 à savoir son directeur général, ses directeurs administratif et technique, ]1 doivent être de nationalité belge ou être ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne.
Elles doivent posséder une connaissance active de la ou des langues de la zone d'action de l'organisme.
Elles doivent être de bonne conduite et moralité : elles fournissent un certificat de bonne conduite, vie et moeurs délivré depuis moins de trois mois et destiné à une administration publique.
Si ces personnes sont originaires de ou sont établies dans un autre Etat membre de l'Union européenne et sauf si des faits précis sont connus des autorités belges, sont également acceptés comme équivalents aux certificats belges de bonne conduite, vie et moeurs :
a) un extrait du casier judiciaire ou, à défaut, un document équivalent délivré par l'autorité judiciaire ou administrative compétente du pays d'origine ou de provenance;
b) lorsque le document visé sous a) n'est pas délivré par le pays d'origine ou de provenance, une déclaration sous serment ou, dans les Etats membres où un tel serment n'existe pas, une déclaration solennelle, faite par ces personnes devant une autorité judiciaire ou administrative ou, le cas échéant, un notaire du pays d'origine ou de provenance, qui délivre une attestation faisant acte de ce serment ou de cette déclaration solennelle.
Les personnes qui représentent l'organisme vis-à-vis de l'autorité publique, [1 à savoir son directeur général, ses directeurs administratif et technique, ]1 doivent être de nationalité belge ou être ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne.
Elles doivent posséder une connaissance active de la ou des langues de la zone d'action de l'organisme.
Elles doivent être de bonne conduite et moralité : elles fournissent un certificat de bonne conduite, vie et moeurs délivré depuis moins de trois mois et destiné à une administration publique.
Si ces personnes sont originaires de ou sont établies dans un autre Etat membre de l'Union européenne et sauf si des faits précis sont connus des autorités belges, sont également acceptés comme équivalents aux certificats belges de bonne conduite, vie et moeurs :
a) un extrait du casier judiciaire ou, à défaut, un document équivalent délivré par l'autorité judiciaire ou administrative compétente du pays d'origine ou de provenance;
b) lorsque le document visé sous a) n'est pas délivré par le pays d'origine ou de provenance, une déclaration sous serment ou, dans les Etats membres où un tel serment n'existe pas, une déclaration solennelle, faite par ces personnes devant une autorité judiciaire ou administrative ou, le cas échéant, un notaire du pays d'origine ou de provenance, qui délivre une attestation faisant acte de ce serment ou de cette déclaration solennelle.
Wijzigingen
Art. 14_VLAAMS_GEWEST. [1 De instelling beschikt over personeel met de beroepsbekwaamheid, vermeld in bijlage 2, punt 1 tot en met 3.
Om de technische controles uit te voeren, hebben de controleurs aan de volgende voorwaarden voldaan:
1° ze hebben een stageperiode gevolgd;
2° ze hebben een opleiding gevolgd, die voldoet aan bijlage 2, punt 4;
3° ze zijn geslaagd voor de examens, die voldoen aan bijlage 2, punt 4.
De instelling is verantwoordelijk voor de opleiding en nascholing van haar personeel.
De inhoud en de modaliteiten van de opleiding, nascholing en examens worden door de Minister of zijn gemachtigde goedgekeurd.
Wie slaagt voor de examens, ontvangt een getuigschrift van beroepsbekwaamheid, waarvan de minimale inhoud in bijlage 2, punt 5, wordt bepaald.]1
Om de technische controles uit te voeren, hebben de controleurs aan de volgende voorwaarden voldaan:
1° ze hebben een stageperiode gevolgd;
2° ze hebben een opleiding gevolgd, die voldoet aan bijlage 2, punt 4;
3° ze zijn geslaagd voor de examens, die voldoen aan bijlage 2, punt 4.
De instelling is verantwoordelijk voor de opleiding en nascholing van haar personeel.
De inhoud en de modaliteiten van de opleiding, nascholing en examens worden door de Minister of zijn gemachtigde goedgekeurd.
Wie slaagt voor de examens, ontvangt een getuigschrift van beroepsbekwaamheid, waarvan de minimale inhoud in bijlage 2, punt 5, wordt bepaald.]1
Art.14. L'organisme doit disposer de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Ce personnel est embauché par les organismes - après une période de stage - au terme d'examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle de son personnel : le contenu et les modalités de cette formation sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
Ce personnel est embauché par les organismes - après une période de stage - au terme d'examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle de son personnel : le contenu et les modalités de cette formation sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
Art. 14_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De instelling moet beschikken over personeel dat over de beroepsbekwaamheid beschikt vermeld in bijlage 2.
Om gemachtigd te zijn periodieke technische keuringen uit te voeren, moet een inspecteur aan de volgende voorwaarden voldoen:
- een stageperiode doorgebracht hebben
- een opleiding gevolgd hebben
- geslaagd zijn voor de evaluaties of de examens waarvan de inhoud en de nadere regels door de Minister of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
Het slagen voor de examens of voor de evaluaties geeft aanleiding tot de afgifte van een getuigschrift van bekwaamheid waarvan bijlage 2 de minimale inhoud bepaalt.
De instelling is verantwoordelijk voor de oorspronkelijke en permanente beroepsopleiding van haar personeel. De Minister of zijn gemachtigde keurt de nadere regels van die opleiding goed.]1
Om gemachtigd te zijn periodieke technische keuringen uit te voeren, moet een inspecteur aan de volgende voorwaarden voldoen:
- een stageperiode doorgebracht hebben
- een opleiding gevolgd hebben
- geslaagd zijn voor de evaluaties of de examens waarvan de inhoud en de nadere regels door de Minister of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
Het slagen voor de examens of voor de evaluaties geeft aanleiding tot de afgifte van een getuigschrift van bekwaamheid waarvan bijlage 2 de minimale inhoud bepaalt.
De instelling is verantwoordelijk voor de oorspronkelijke en permanente beroepsopleiding van haar personeel. De Minister of zijn gemachtigde keurt de nadere regels van die opleiding goed.]1
Art.14 _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. L'organisme dispose de personnel qui est de bonne conduite et moralité et qui a les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les inspecteurs ont :
1° suivi une période de stage ;
2° suivi une formation approuvée par le Ministre ou son délégué ;
3° réussi les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Le contenu minimum défini à l'annexe 2 et les modalités de ces formations sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
§ 2. L'organisme se conforme aux instructions relatives à l'organisation de la formation de son personnel émanant du Ministre ou de son délégué en vue d'assurer l'uniformité dans l'exécution des activités qui leur sont déléguées]1.
[1 § 1er. L'organisme dispose de personnel qui est de bonne conduite et moralité et qui a les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les inspecteurs ont :
1° suivi une période de stage ;
2° suivi une formation approuvée par le Ministre ou son délégué ;
3° réussi les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Le contenu minimum défini à l'annexe 2 et les modalités de ces formations sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
§ 2. L'organisme se conforme aux instructions relatives à l'organisation de la formation de son personnel émanant du Ministre ou de son délégué en vue d'assurer l'uniformité dans l'exécution des activités qui leur sont déléguées]1.
Wijzigingen
Art. 14_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De instelling beschikt over personeel dat van goed gedrag en zeden is en dat over de beroepsbekwaamheid vermeld in bijlage 2 beschikt.
Om de periodieke technische controles uit te voeren hebben de controleurs aan de volgende voorwaarden voldaan:
1° ze hebben een stageperiode gevolgd;
2° ze hebben een opleiding gevolgd die door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd;
3° ze zijn geslaagd voor de examens waarvan de inhoud en de modaliteiten door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd.
Het slagen voor de examens geeft aanleiding tot de afgifte van een getuigschrift van vakbekwaamheid waarvan de minimale inhoud in bijlage 2 wordt bepaald.
De instelling is verantwoordelijk voor de oorspronkelijke en doorlopende beroepsopleiding van haar personeel. De in bijlage 2 bepaalde minimale inhoud en de modaliteiten van die opleidingen worden door de Minister of diens afgevaardigde goedgekeurd.
§ 2. De instelling neemt de instructies van de minister of zijn gedelegeerde met betrekking tot de organisatie van de opleiding van het personeel in acht, teneinde uniformiteit in de uitvoering van de aan hen gedelegeerde activiteiten te waarborgen.]1
Om de periodieke technische controles uit te voeren hebben de controleurs aan de volgende voorwaarden voldaan:
1° ze hebben een stageperiode gevolgd;
2° ze hebben een opleiding gevolgd die door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd;
3° ze zijn geslaagd voor de examens waarvan de inhoud en de modaliteiten door de Minister of diens afgevaardigde worden goedgekeurd.
Het slagen voor de examens geeft aanleiding tot de afgifte van een getuigschrift van vakbekwaamheid waarvan de minimale inhoud in bijlage 2 wordt bepaald.
De instelling is verantwoordelijk voor de oorspronkelijke en doorlopende beroepsopleiding van haar personeel. De in bijlage 2 bepaalde minimale inhoud en de modaliteiten van die opleidingen worden door de Minister of diens afgevaardigde goedgekeurd.
§ 2. De instelling neemt de instructies van de minister of zijn gedelegeerde met betrekking tot de organisatie van de opleiding van het personeel in acht, teneinde uniformiteit in de uitvoering van de aan hen gedelegeerde activiteiten te waarborgen.]1
Art. 14 _REGION_FLAMANDE. [1 L'organisme dispose de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2, point 1 à 3 inclus.
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les contrôleurs ont :
1° suivi une période de stage ;
2° suivi une formation, satisfaisant aux conditions de l'annexe 2, point 4;
3° réussi les examens satisfaisants aux conditions de l'annexe 2, point 4.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel.
Le contenu et les modalités de ces formations, formations continues et examens sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2, point 5.]1
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les contrôleurs ont :
1° suivi une période de stage ;
2° suivi une formation, satisfaisant aux conditions de l'annexe 2, point 4;
3° réussi les examens satisfaisants aux conditions de l'annexe 2, point 4.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel.
Le contenu et les modalités de ces formations, formations continues et examens sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2, point 5.]1
Wijzigingen
Art.15. De personen in dienst in de instellingen op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, die voldoen aan de criteria van beroepsbekwaamheid die vereist zijn tot deze datum, worden geacht te voldoen aan de criteria die gesteld worden door dit besluit.
Art. 14 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 L'organisme doit disposer de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Afin d'être autorisé à effectuer des contrôles techniques périodiques, un inspecteur doit répondre aux conditions suivantes :
- avoir suivi une période de stage
- avoir suivi une formation
- avoir réussi les évaluations ou les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens ou des évaluations donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Les modalités de cette formation sont approuvés par le Ministre ou son délégué.]1
[1 L'organisme doit disposer de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Afin d'être autorisé à effectuer des contrôles techniques périodiques, un inspecteur doit répondre aux conditions suivantes :
- avoir suivi une période de stage
- avoir suivi une formation
- avoir réussi les évaluations ou les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens ou des évaluations donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Les modalités de cette formation sont approuvés par le Ministre ou son délégué.]1
Wijzigingen
Art.16. De instelling is verplicht een voldoende aantal personeelsleden in dienst te hebben om de goede uitvoering van haar taak te verzekeren, overeenkomstig bijlage 3.
Art. 14 _REGION_WALLONNE.
[1 L'organisme dispose de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les inspecteurs ont :
1° suivi une période de stage :
2° suivi une formation;
3° réussi les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Le contenu minimum défini à l'annexe 2 et les modalités de ces formations sont approuvés par le Ministre ou son délégué.]1
[1 L'organisme dispose de personnel ayant les qualifications professionnelles qui figurent à l'annexe 2.
Avant de pouvoir effectuer des contrôles techniques périodiques, les inspecteurs ont :
1° suivi une période de stage :
2° suivi une formation;
3° réussi les examens dont le contenu et les modalités sont approuvés par le Ministre ou son délégué.
La réussite des examens donne lieu à la délivrance d'un certificat de compétence dont le contenu minimum est défini à l'annexe 2.
L'organisme est responsable de la formation professionnelle initiale et continue de son personnel. Le contenu minimum défini à l'annexe 2 et les modalités de ces formations sont approuvés par le Ministre ou son délégué.]1
Wijzigingen
Art.17. Noch de instelling, noch de personen die de instelling vertegenwoordigen, noch haar directeurs, noch haar personeel mogen :
a) een bedrijvigheid uitoefenen in een onderneming die auto's uitbaat, in een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
a) een bedrijvigheid uitoefenen in een onderneming die auto's uitbaat, in een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
Art.15. Les personnes en service dans les organismes à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, qui répondent aux critères de qualification professionnelle requis jusqu'à cette date, sont censées répondre aux critères posés par le présent arrêté.
Art. 17_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Noch de instelling, noch de personen die de instelling vertegenwoordigen, noch haar directeurs, noch haar personeel mogen :
a) een bedrijvigheid uitoefenen [1 in verband met]1 een onderneming die auto's uitbaat, [1 in verband met]1 een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
a) een bedrijvigheid uitoefenen [1 in verband met]1 een onderneming die auto's uitbaat, [1 in verband met]1 een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
Art.16. L'organisme est tenu d'employer du personnel en nombre suffisant pour garantir une bonne exécution de sa mission, conformément à l'annexe 3.
Art. 17_WAALS_GEWEST. Noch de instelling, noch de personen die de instelling vertegenwoordigen, noch haar directeurs, noch haar personeel mogen :
a) een bedrijvigheid uitoefenen [1 in verband met]1 een onderneming die auto's uitbaat, in een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
a) een bedrijvigheid uitoefenen [1 in verband met]1 een onderneming die auto's uitbaat, in een onderneming voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) een bedrijvigheid uitoefenen in een autorijschool.
Art.17. Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque dans une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque dans une école de conduite automobile.
a) une activité quelconque dans une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque dans une école de conduite automobile.
Art. 17_VLAAMS_GEWEST. [2 De instelling waarborgt objectiviteit en onpartijdigheid bij de uitvoering van de technische controles.]2
Noch de instelling, noch de personen die de instelling vertegenwoordigen, noch haar directeurs, noch haar personeel mogen :
a) een bedrijvigheid uitoefenen in een [1 firma]1 die [3 aan de technische controle onderworpen voertuigen]3 uitbaat, in een [1 firma]1 voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) [3 een bedrijvigheid uitoefenen in een rijschool voor de voertuigen die aan de technische controle zijn onderworpen]3.
Noch de instelling, noch de personen die de instelling vertegenwoordigen, noch haar directeurs, noch haar personeel mogen :
a) een bedrijvigheid uitoefenen in een [1 firma]1 die [3 aan de technische controle onderworpen voertuigen]3 uitbaat, in een [1 firma]1 voor de bouw, herstelling of levering van aan de technische controle onderworpen voertuigen, toebehoren of onderdelen ervan;
b) een bedrijvigheid uitoefenen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;
c) [3 een bedrijvigheid uitoefenen in een rijschool voor de voertuigen die aan de technische controle zijn onderworpen]3.
Art. 17 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une école de conduite automobile.
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une école de conduite automobile.
Wijzigingen
Art.18. De instelling mag niemand in dienst houden die niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 17 of die blijk heeft gegeven van een zware fout in de uitoefening van zijn functie.
Art. 17 _REGION_WALLONNE.
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque dans une école de conduite automobile.
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque [1 en lien avec]1 une entreprise exploitant des véhicules automobiles, une entreprise de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) une activité quelconque dans une école de conduite automobile.
Wijzigingen
Art.19. De instelling moet een verzekering tegen burgerrechtelijke aansprakelijkheid afsluiten tot dekking van lichamelijke letsels voor een bedrag van (2 500 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval, evenals voor materiële schade voor een bedrag van (1 250 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 17 _REGION_FLAMANDE.
[2 L'organisme garantit l'objectivité et l'impartialité lors de l'exécution des contrôles techniques.]2
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque dans une [1 firme]1 exploitant des [3 véhicules soumis au contrôle technique]3, une [1 firme]1 de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) [3 une activité dans une école de conduite automobile pour les véhicules soumis au contrôle technique]3.
[2 L'organisme garantit l'objectivité et l'impartialité lors de l'exécution des contrôles techniques.]2
Ni l'organisme, ni les personnes qui représentent l'organisme, ni ses directeurs, ni son personnel ne peuvent exercer :
a) une activité quelconque dans une [1 firme]1 exploitant des [3 véhicules soumis au contrôle technique]3, une [1 firme]1 de construction, de réparation ou de fourniture de véhicules soumis au contrôle technique ou d'accessoires ou pièces pour ces mêmes véhicules;
b) une activité quelconque relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs;
c) [3 une activité dans une école de conduite automobile pour les véhicules soumis au contrôle technique]3.
Art.19_WAALS_GEWEST. De instelling moet een verzekering tegen burgerrechtelijke aansprakelijkheid afsluiten tot dekking van lichamelijke letsels voor een [1 minimum"]1 bedrag van (2 500 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval, evenals voor materiële schade voor een [1 minimum]1 bedrag van (1 250 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.18. L'organisme ne peut maintenir en service une personne qui ne répond plus aux conditions visées à l'article 17 ou qui a fait preuve d'une faute grave dans l'exercice de sa fonction.
Art. 19_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. De instelling moet [1 minstens]1 een verzekering tegen burgerrechtelijke aansprakelijkheid afsluiten tot dekking van lichamelijke letsels voor een bedrag van (2 500 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval, evenals voor materiële schade voor een bedrag van (1 250 000,00 EUR) geïndexeerd per schadegeval. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.19. L'organisme doit souscrire une assurance en responsabilité civile couvrant les dommages corporels pour un montant de (2 500 000,00 EUR) indexés par sinistre, ainsi que les dommages matériels pour un montant de (1 250 000,00 EUR) indexés par sinistre. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002>
Art.20. De instelling is ertoe gehouden een solvabiliteitsratio van vijfentwintig procent aan te houden.
Onder solvabiliteitsratio dient te worden verstaan, de verhouding tussen het eigen vermogen van de instelling en haar balanstotaal.
Onder solvabiliteitsratio dient te worden verstaan, de verhouding tussen het eigen vermogen van de instelling en haar balanstotaal.
Art.19 _REGION_WALLONNE. L'organisme doit souscrire une assurance en responsabilité civile couvrant les dommages corporels pour un montant [1 minimum ]1 de (2 500 000,00 EUR) indexés par sinistre, ainsi que les dommages matériels pour un montant [1 minimum ]1 de (1 250 000,00 EUR) indexés par sinistre. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002>
Wijzigingen
Art.20_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De instelling moet de indicatoren uit het kwaliteitshandboek opstellen, controleren en er toezicht op houden.
Voordat de indicatoren door de Minister worden ingevoerd, worden ze onderworpen aan overleg met erkende instellingen om de haalbaarheid van hun technische implementatie en hun economische levensvatbaarheid te garanderen.
Deze indicatoren meten met name de kwaliteitsniveau van de dienstverlening aan de gebruikers, de naleving van de implementatie van de richtlijnen van de overheid en het goede beheer van aan de instellingen gedelegeerde activiteiten.
De mate waarin de aan deze indicatoren gekoppelde doelstellingen worden behaald, beïnvloedt de bezoldiging van de instelling overeenkomstig paragraaf 2.
§ 2. De bezoldiging van de instellingen bestaat uit een basisbedrag en een variabel deel.
Het basisbedrag vertegenwoordigt zes procent van de netto-inkomsten voor alle gedelegeerde activiteiten samen. Dit basisbedrag wordt verhoogd of verlaagd met een variabel gedeelte tot maximaal één punt vijf procent van de netto-inkomsten, afhankelijk van de naleving van de drempels die zijn vastgesteld door de indicatoren die door de Minister zijn goedgekeurd in het kwaliteitshandboek]1.
Voordat de indicatoren door de Minister worden ingevoerd, worden ze onderworpen aan overleg met erkende instellingen om de haalbaarheid van hun technische implementatie en hun economische levensvatbaarheid te garanderen.
Deze indicatoren meten met name de kwaliteitsniveau van de dienstverlening aan de gebruikers, de naleving van de implementatie van de richtlijnen van de overheid en het goede beheer van aan de instellingen gedelegeerde activiteiten.
De mate waarin de aan deze indicatoren gekoppelde doelstellingen worden behaald, beïnvloedt de bezoldiging van de instelling overeenkomstig paragraaf 2.
§ 2. De bezoldiging van de instellingen bestaat uit een basisbedrag en een variabel deel.
Het basisbedrag vertegenwoordigt zes procent van de netto-inkomsten voor alle gedelegeerde activiteiten samen. Dit basisbedrag wordt verhoogd of verlaagd met een variabel gedeelte tot maximaal één punt vijf procent van de netto-inkomsten, afhankelijk van de naleving van de drempels die zijn vastgesteld door de indicatoren die door de Minister zijn goedgekeurd in het kwaliteitshandboek]1.
Art. 19 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. L'organisme doit souscrire [1 au minimum]1 une assurance en responsabilité civile couvrant les dommages corporels pour un montant de (2 500 000,00 EUR) indexés par sinistre, ainsi que les dommages matériels pour un montant de (1 250 000,00 EUR) indexés par sinistre. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002>
Wijzigingen
Art.21. De instelling dient ten laatste op 5 januari van het boekjaar waarop ze betrekking heeft haar begroting van inkomsten en uitgaven voor goedkeuring in bij de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur.
(Bij ontstentenis van een beslissing van de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de infrastructuur binnen de zestig dagen na de ontvangst van de begroting, wordt deze ambtshalve goedgekeurd zoals zij werd ingediend.) <KB 1995-04-06/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
(Bij ontstentenis van een beslissing van de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de infrastructuur binnen de zestig dagen na de ontvangst van de begroting, wordt deze ambtshalve goedgekeurd zoals zij werd ingediend.) <KB 1995-04-06/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
Art.20. L'organisme est tenu de maintenir un ratio de solvabilité de vingt-cinq pour cent.
Par ratio de solvabilité, il y a lieu d'entendre le rapport entre les fonds propres de l'organisme et le total de son bilan.
Par ratio de solvabilité, il y a lieu d'entendre le rapport entre les fonds propres de l'organisme et le total de son bilan.
Art. 21_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. De instelling dient uiterlijk op 15 december voorafgaand aan het boekjaar bij de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit een begrotingsraming in betreffende de ontvangsten en uitgaven. § 2. Als een evenement dat plaatsvindt na de indiening van de raming die begroting ongunstig beïnvloedt, brengt de instelling de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit daarvan onmiddellijk op de hoogte en bezorgt ze hem bijgevolg een aangepaste begroting. § 3. Bij uitblijven van een beslissing van de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit binnen de zestig dagen na de ontvangst van de begroting, is de ingediende versie ervan ambtshalve goedgekeurd.]1
Art.20 _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. L'organisme est tenu de produire, assurer le suivi et superviser les indicateurs fixés au sein du manuel qualité.
Préalablement à leur instauration par le Ministre, les indicateurs font l'objet d'une concertation auprès des organismes agréés afin de s'assurer de la faisabilité de leur implémentation technique et de leur viabilité économique.
Ces indicateurs mesurent notamment le niveau de qualité du service aux usagers, le respect de l'implémentation des directives de l'autorité et la bonne gestion des activités déléguées aux organismes.
Le degré d'atteinte des objectifs liés à ces indicateurs influence la rémunération de l'organisme conformément au paragraphe 2.
§ 2. La rémunération des organismes est constituée d'un montant de base et d'une partie variable.
Le montant de base représente six pour cent des recettes nettes toute activité déléguée confondue. Ce montant de base est majoré ou diminué d'une partie variable jusqu'à un virgule cinq pour cent maximum des recettes nettes selon le respect des seuils fixés par les indicateurs approuvés par le Ministre, au sein du manuel qualité]1.
[1 § 1er. L'organisme est tenu de produire, assurer le suivi et superviser les indicateurs fixés au sein du manuel qualité.
Préalablement à leur instauration par le Ministre, les indicateurs font l'objet d'une concertation auprès des organismes agréés afin de s'assurer de la faisabilité de leur implémentation technique et de leur viabilité économique.
Ces indicateurs mesurent notamment le niveau de qualité du service aux usagers, le respect de l'implémentation des directives de l'autorité et la bonne gestion des activités déléguées aux organismes.
Le degré d'atteinte des objectifs liés à ces indicateurs influence la rémunération de l'organisme conformément au paragraphe 2.
§ 2. La rémunération des organismes est constituée d'un montant de base et d'une partie variable.
Le montant de base représente six pour cent des recettes nettes toute activité déléguée confondue. Ce montant de base est majoré ou diminué d'une partie variable jusqu'à un virgule cinq pour cent maximum des recettes nettes selon le respect des seuils fixés par les indicateurs approuvés par le Ministre, au sein du manuel qualité]1.
Wijzigingen
Art. 21_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De instelling dient uiterlijk op 30 september van elk jaar een voorlopige initiële begroting van de inkomsten en uitgaven voor het komende boekjaar in, ter analyse en goedkeuring door de Minister of diens afgevaardigde.
De budgettering van de IT-uitgaven in de voorlopige initiële begroting zoals bedoeld in het eerste lid moet vooraf worden goedgekeurd door de IT-Commissie, die de geschiktheid van de ontwikkeling van toepassingen en IT--park en de daarmee gemoeide bedragen valideert.
§ 2. De instelling dient, uiterlijk op 15 juli van elk jaar, een aangepaste voorlopige begroting van de inkomsten en uitgaven voor het lopende boekjaar in, ter analyse en goedkeuring door de Minister of diens afgevaardigde.
Indien de ingediende aangepaste begroting naar behoren een tekort vertoont en dit tekort niet volledig kan worden gedekt door de in artikel 24, § 2 bedoelde reserve van de instelling, beslist de Waalse Regering over de financiering, vanuit de Waalse gewestbegroting van het Fonds voor Verkeersveiligheid, van het saldo dat niet gedekt is door de beschermde reserve van de instelling.
§ 3. De Minister of diens afgevaardigde kan in de loop van het boekjaar de instelling verzoeken één of meer aangepaste voorlopige begrotingen te verkrijgen]1.
De budgettering van de IT-uitgaven in de voorlopige initiële begroting zoals bedoeld in het eerste lid moet vooraf worden goedgekeurd door de IT-Commissie, die de geschiktheid van de ontwikkeling van toepassingen en IT--park en de daarmee gemoeide bedragen valideert.
§ 2. De instelling dient, uiterlijk op 15 juli van elk jaar, een aangepaste voorlopige begroting van de inkomsten en uitgaven voor het lopende boekjaar in, ter analyse en goedkeuring door de Minister of diens afgevaardigde.
Indien de ingediende aangepaste begroting naar behoren een tekort vertoont en dit tekort niet volledig kan worden gedekt door de in artikel 24, § 2 bedoelde reserve van de instelling, beslist de Waalse Regering over de financiering, vanuit de Waalse gewestbegroting van het Fonds voor Verkeersveiligheid, van het saldo dat niet gedekt is door de beschermde reserve van de instelling.
§ 3. De Minister of diens afgevaardigde kan in de loop van het boekjaar de instelling verzoeken één of meer aangepaste voorlopige begrotingen te verkrijgen]1.
Art.21. L'organisme introduit au plus tard le 5 janvier de l'exercice auquel il se rapporte, son budget de recettes et dépenses auprès du Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, pour approbation.
(A défaut d'une décision du Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure dans les soixante jours de la réception du budget, celui-ci est approuvé d'office dans sa version introduite.) <AR 1995-04-06/50, art. 1, 002; En vigueur : 30-12-1994>
(A défaut d'une décision du Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure dans les soixante jours de la réception du budget, celui-ci est approuvé d'office dans sa version introduite.) <AR 1995-04-06/50, art. 1, 002; En vigueur : 30-12-1994>
Art. 21_VLAAMS_GEWEST. De instelling dient ten laatste op 5 januari van het boekjaar waarop ze betrekking heeft haar begroting van inkomsten en uitgaven voor goedkeuring in bij [1 het Departement]1. (Bij ontstentenis van een beslissing van [1 het Departement]1 binnen de zestig dagen na de ontvangst van de begroting, wordt deze ambtshalve goedgekeurd zoals zij werd ingediend.) <KB 1995-04-06/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
Art. 21 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 § 1. L'organisme introduit au plus tard le 15 décembre un budget prévisionnel de recettes et dépenses de l'exercice à venir auprès du Directeur général de Bruxelles Mobilité. § 2. Pour tout évènement qui surviendrait après la remise du budget et qui l'impacterait négativement, l'organisme est tenu d'en informer immédiatement le Directeur général de Bruxelles Mobilité de lui présenter un budget adapté en conséquence. § 3. A défaut d'une décision du Directeur général de Bruxelles Mobilité dans les soixante jours de la réception d'un budget, celui-ci est approuvé d'office dans sa version introduite.]1
Wijzigingen
Art. 21 _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. L'organisme introduit au plus tard le 30 septembre de chaque année, un budget prévisionnel initial des recettes et dépenses de l'exercice à venir pour analyse et approbation par le Ministre ou son délégué.
La budgétisation des dépenses informatiques dans le budget prévisionnel initial tel que visé à l'alinéa 1er est préalablement soumise à l'aval de la Commission IT qui valide l'opportunité des développements des applicatifs et du parc informatique, ainsi que leurs montants.
§ 2. L'organisme introduit, au plus tard le 15 juillet, un budget prévisionnel ajusté des recettes et dépenses de l'exercice en cours pour analyse et approbation par le Ministre ou son délégué.
Dans le cas où le budget ajusté présenté est dûment justifié comme étant déficitaire et que ce déficit ne peut pas être couvert intégralement par la réserve de l'organisme visée à l'article 24, § 2, le Gouvernement wallon statue sur le financement, au départ du budget régional wallon depuis le Fonds de la sécurité routière, du solde non couvert par la réserve protégée de l'organisme.
§ 3. Le Ministre ou son délégué peut, en cours d'exercice, solliciter l'organisme en vue d'obtenir un ou plusieurs budgets prévisionnels ajustés ]1.
La budgétisation des dépenses informatiques dans le budget prévisionnel initial tel que visé à l'alinéa 1er est préalablement soumise à l'aval de la Commission IT qui valide l'opportunité des développements des applicatifs et du parc informatique, ainsi que leurs montants.
§ 2. L'organisme introduit, au plus tard le 15 juillet, un budget prévisionnel ajusté des recettes et dépenses de l'exercice en cours pour analyse et approbation par le Ministre ou son délégué.
Dans le cas où le budget ajusté présenté est dûment justifié comme étant déficitaire et que ce déficit ne peut pas être couvert intégralement par la réserve de l'organisme visée à l'article 24, § 2, le Gouvernement wallon statue sur le financement, au départ du budget régional wallon depuis le Fonds de la sécurité routière, du solde non couvert par la réserve protégée de l'organisme.
§ 3. Le Ministre ou son délégué peut, en cours d'exercice, solliciter l'organisme en vue d'obtenir un ou plusieurs budgets prévisionnels ajustés ]1.
Wijzigingen
Art. 22_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De instelling draagt elke maand bij tot de financiering van het door Brussel Mobiliteit gevoerde gewestelijke verkeersveiligheids- en bewustmakingsbeleid. Deze bijdrage bedraagt jaarlijks zes procent van de netto-ontvangsten, namelijk de geïnde vergoedingen na aftrek van de btw en de bijdragen bedoeld in dit artikel. Overeenkomstig de nadere regels bepaald door de directeur-generaal van Brussel Mobiliteit wordt de bijdrage in het Verkeersveiligheidsfonds bij Brussel Mobiliteit gestort.]1
Art. 21 _REGION_FLAMANDE. L'organisme introduit au plus tard le 5 janvier de l'exercice auquel il se rapporte, son budget de recettes et dépenses auprès du [1 Département]1, pour approbation. (A défaut d'une décision du [1 Département]1 dans les soixante jours de la réception du budget, celui-ci est approuvé d'office dans sa version introduite.) <AR 1995-04-06/50, art. 1, 002; En vigueur : 30-12-1994>
Wijzigingen
Art. 22_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Het totale bedrag aan exploitatiekosten in de voorlopige begroting die door de Minister of diens afgevaardigde is goedgekeurd, is beperkt voor de instelling.
§ 2. Tijdens de uitvoering zijn herverdelingen tussen de verschillende uitgavenrekeningen van de goedgekeurde begroting mogelijk.
§ 3. Tijdens de uitvoering stelt het orgaan dat wordt geconfronteerd met een uitzonderlijke, dringende, onvermijdbare, onontbeerlijke en onvoorziene gebeurtenis of met een gebeurtenis die voortvloeit uit een verzoek van de minister of diens afgevaardigde en die aanzienlijke gevolgen heeft voor de goedgekeurde begroting, de minister of diens afgevaardigde daarvan onmiddellijk in kennis.
Onder aanzienlijke gevolgen wordt verstaan elke variatie die het gebudgetteerde resultaat met meer dan tien procent negatief beïnvloedt of die leidt tot een overschrijding van het totale bedrag aan bedrijfskosten van de goedgekeurde voorlopige begroting.
Wanneer de instelling wordt geconfronteerd met de in het eerste lid bedoelde gebeurtenis en deze gebeurtenis leidt tot een verwacht exploitatieverlies dat niet volledig kan worden gedekt door de beschermde reserverekening, dient zij onverwijld een aangepaste voorlopige begroting in bij de Minister of diens afgevaardigde waarbij zij zijn aandacht richt op het dringend karakter van de verwerking ervan.
De in het derde lid bedoelde voorlopige begroting wordt binnen tien dagen na ontvangst door de Minister of diens afgevaardigde geanalyseerd en goedgekeurd. Indien de aldus goedgekeurde aangepaste voorlopige begroting een exploitatietekort vertoont dat niet volledig gedekt wordt door de beschermde reserverekening, leidt de Minister of diens afgevaardigde de procedure zoals bedoeld in artikel 21, § 2, tweede lid, in.
§ 4. De organisatie moet kunnen rechtvaardigen dat voor elke uitgave van 75.000 euro of meer exclusief btw een aanbesteding is uitgeschreven door ten minste drie potentiële dienstverleners, of de monopolistische of oligopolistische situatie, de technische exclusiviteit of de dwingende urgentie van de kosten.
§ 5. Elk ontwerp van niet-gebudgetteerde uitgaven waarvan het bedrag hoger is dan of gelijk is aan 75.000 euro exclusief btw wordt vóór de uitvoering ervan, ter goedkeuring van de Minister of diens afgevaardigde voorgelegd].1
§ 2. Tijdens de uitvoering zijn herverdelingen tussen de verschillende uitgavenrekeningen van de goedgekeurde begroting mogelijk.
§ 3. Tijdens de uitvoering stelt het orgaan dat wordt geconfronteerd met een uitzonderlijke, dringende, onvermijdbare, onontbeerlijke en onvoorziene gebeurtenis of met een gebeurtenis die voortvloeit uit een verzoek van de minister of diens afgevaardigde en die aanzienlijke gevolgen heeft voor de goedgekeurde begroting, de minister of diens afgevaardigde daarvan onmiddellijk in kennis.
Onder aanzienlijke gevolgen wordt verstaan elke variatie die het gebudgetteerde resultaat met meer dan tien procent negatief beïnvloedt of die leidt tot een overschrijding van het totale bedrag aan bedrijfskosten van de goedgekeurde voorlopige begroting.
Wanneer de instelling wordt geconfronteerd met de in het eerste lid bedoelde gebeurtenis en deze gebeurtenis leidt tot een verwacht exploitatieverlies dat niet volledig kan worden gedekt door de beschermde reserverekening, dient zij onverwijld een aangepaste voorlopige begroting in bij de Minister of diens afgevaardigde waarbij zij zijn aandacht richt op het dringend karakter van de verwerking ervan.
De in het derde lid bedoelde voorlopige begroting wordt binnen tien dagen na ontvangst door de Minister of diens afgevaardigde geanalyseerd en goedgekeurd. Indien de aldus goedgekeurde aangepaste voorlopige begroting een exploitatietekort vertoont dat niet volledig gedekt wordt door de beschermde reserverekening, leidt de Minister of diens afgevaardigde de procedure zoals bedoeld in artikel 21, § 2, tweede lid, in.
§ 4. De organisatie moet kunnen rechtvaardigen dat voor elke uitgave van 75.000 euro of meer exclusief btw een aanbesteding is uitgeschreven door ten minste drie potentiële dienstverleners, of de monopolistische of oligopolistische situatie, de technische exclusiviteit of de dwingende urgentie van de kosten.
§ 5. Elk ontwerp van niet-gebudgetteerde uitgaven waarvan het bedrag hoger is dan of gelijk is aan 75.000 euro exclusief btw wordt vóór de uitvoering ervan, ter goedkeuring van de Minister of diens afgevaardigde voorgelegd].1
Wijzigingen
Art. 22_VLAAMS_GEWEST. [1 De instelling draagt bij tot de financiering van de uitgaven voor de werking, de subsidies en de investeringen ten bate van de verkeersveiligheid. Die bijdrage bedraagt zes procent van de netto-ontvangsten, zijnde de geïnde vergoedingen na aftrek van de btw en de bijdragen, vermeld in [2 artikel 8 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016]2.]1
Art. 22 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 L'organisme participe mensuellement au financement de la politique régionale en matière de sécurité routière et de sensibilisation à la sécurité routière menée par Bruxelles Mobilité. Cette participation s'élève annuellement à six pour cent des recettes nettes, c'est-à-dire des redevances perçues après déduction de la T.V.A. et des contributions visées au présent article. Elle est versée sur le Fonds Sécurité routière de Bruxelles Mobilité, selon les modalités déterminées par le Directeur général de Bruxelles Mobilité.]1
Wijzigingen
Art.23. De instelling stort een financiële bijdrage in het Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, afgekort F.I.A., vereniging zonder winstoogmerk, opgericht op 7 juli 1970 en waarvan de statuten en hun wijzigingen bekendgemaakt werden in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 16 juli 1970, 25 januari 1973 en 15 juli 1993.
Deze bijdrage is bestemd voor de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen. Zij bedraagt (0,25 EUR) per prestatie die voortvloeit uit de door Ons aan de instellingen toevertrouwde opdrachten. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Deze bijdrage is bestemd voor de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen. Zij bedraagt (0,25 EUR) per prestatie die voortvloeit uit de door Ons aan de instellingen toevertrouwde opdrachten. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 22 _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. Le montant total des charges d'exploitation du budget prévisionnel approuvé par le Ministre ou son délégué est limitatif pour l'organisme.
§ 2. Des reventilations entre les différents comptes de dépenses du budget approuvé sont possibles en cours d'exécution.
§ 3. En cours d'exécution, l'organisme qui fait face à tout événement exceptionnel, urgent, inévitable, indispensable et imprévisible ou à tout événement résultant d'une demande du Ministre ou de son délégué qui viendrait affecter significativement le budget approuvé, en avertit immédiatement le Ministre ou son délégué.
Par significatif, il faut entendre toute variation qui impacte négativement le résultat budgété de plus de dix pour cent ou qui conduit à un dépassement du montant global des charges d'exploitation du budget prévisionnel approuvé.
Lorsque l'organisme est confronté à l'événement visé à l'alinéa 1er, et que l'événement amène à un résultat d'exploitation prévisionnel déficitaire qui ne peut pas être intégralement couvert par le compte de réserve protégée, il introduit sans délais, un budget prévisionnel ajusté auprès du Ministre ou de son délégué en attirant son attention sur le caractère urgent de son traitement.
Le budget prévisionnel ajusté visé à l'alinéa 3 est analysé et approuvé par le Ministre ou son délégué dans les dix jours suivant sa réception. Si le budget prévisionnel ajusté ainsi approuvé fait apparaître un résultat d'exploitation déficitaire qui n'est pas entièrement couvert par le compte de réserve protégée, le Ministre ou son délégué entame la procédure telle que prévue à l'article 21, § 2, alinéa 2.
§ 4. L'organisme est tenu de pouvoir justifier la mise en concurrence de toute dépense dont le montant est supérieur ou égal à 75.000 euros hors T.V.A., auprès de minimum trois prestataires potentiels ou de justifier la situation monopolistique ou oligopolistique, l'exclusivité technique ou l'urgence impérieuse de la dépense.
§ 5. Tout projet de dépenses non budgétées dont le montant est supérieur ou égal à 75.000 euros hors T.V.A. est soumis à l'accord du Ministre ou de son délégué, préalablement à leur exécution.]1
[1 § 1er. Le montant total des charges d'exploitation du budget prévisionnel approuvé par le Ministre ou son délégué est limitatif pour l'organisme.
§ 2. Des reventilations entre les différents comptes de dépenses du budget approuvé sont possibles en cours d'exécution.
§ 3. En cours d'exécution, l'organisme qui fait face à tout événement exceptionnel, urgent, inévitable, indispensable et imprévisible ou à tout événement résultant d'une demande du Ministre ou de son délégué qui viendrait affecter significativement le budget approuvé, en avertit immédiatement le Ministre ou son délégué.
Par significatif, il faut entendre toute variation qui impacte négativement le résultat budgété de plus de dix pour cent ou qui conduit à un dépassement du montant global des charges d'exploitation du budget prévisionnel approuvé.
Lorsque l'organisme est confronté à l'événement visé à l'alinéa 1er, et que l'événement amène à un résultat d'exploitation prévisionnel déficitaire qui ne peut pas être intégralement couvert par le compte de réserve protégée, il introduit sans délais, un budget prévisionnel ajusté auprès du Ministre ou de son délégué en attirant son attention sur le caractère urgent de son traitement.
Le budget prévisionnel ajusté visé à l'alinéa 3 est analysé et approuvé par le Ministre ou son délégué dans les dix jours suivant sa réception. Si le budget prévisionnel ajusté ainsi approuvé fait apparaître un résultat d'exploitation déficitaire qui n'est pas entièrement couvert par le compte de réserve protégée, le Ministre ou son délégué entame la procédure telle que prévue à l'article 21, § 2, alinéa 2.
§ 4. L'organisme est tenu de pouvoir justifier la mise en concurrence de toute dépense dont le montant est supérieur ou égal à 75.000 euros hors T.V.A., auprès de minimum trois prestataires potentiels ou de justifier la situation monopolistique ou oligopolistique, l'exclusivité technique ou l'urgence impérieuse de la dépense.
§ 5. Tout projet de dépenses non budgétées dont le montant est supérieur ou égal à 75.000 euros hors T.V.A. est soumis à l'accord du Ministre ou de son délégué, préalablement à leur exécution.]1
Wijzigingen
Art. 23_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art. 22 _REGION_FLAMANDE. [1 L'organisme contribue au financement des dépenses pour le fonctionnement, des subventions et des investissements au profit de la sécurité routière. Cette contribution s'élève à six pour cent des recettes nettes, c'est-à-dire des redevances perçues après déduction de la T.V.A. et des contributions visées [2 à l'article 8 du décret du 8 juillet 2016 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2016]2 .]1
Art. 23_WAALS_GEWEST. [1 ...]1
Art.23. L'organisme apporte une contribution financière au Fonds de prévision et d'utilité publique de l'inspection des véhicules automobiles, en abrégé F.I.A., association sans but lucratif, constituée le 7 juillet 1970 et dont les statuts et leurs modifications ont été publiés aux annexes au Moniteur belge des 16 juillet 1970, 25 janvier 1973 et 15 juillet 1993.
Cette contribution est destinée à régulariser les conditions d'exploitation des organismes. Elle s'élève à (0,25 EUR) par prestation qui résulte des missions confiées par Nous aux organismes. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002>
Cette contribution est destinée à régulariser les conditions d'exploitation des organismes. Elle s'élève à (0,25 EUR) par prestation qui résulte des missions confiées par Nous aux organismes. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 23 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.24. De regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instelling gebeurt door het totaal van de door haar in rekening te brengen kosten en vergoedingen vast te stellen overeenkomstig artikel 25.
Indien het jaarlijks totaal van de in artikel 22 bedoelde netto-ontvangsten hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, stort de instelling het overschot aan het Fonds bedoeld in artikel 23.
Indien het totaal lager is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, wordt het negatief saldo gedekt door ditzelfde Fonds, dat het overeenkomstig bedrag aan de betrokken instelling stort.
De regularisatie gebeurt per boekjaar.
De kosten en de vergoedingen bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage 4.
Indien het jaarlijks totaal van de in artikel 22 bedoelde netto-ontvangsten hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, stort de instelling het overschot aan het Fonds bedoeld in artikel 23.
Indien het totaal lager is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, wordt het negatief saldo gedekt door ditzelfde Fonds, dat het overeenkomstig bedrag aan de betrokken instelling stort.
De regularisatie gebeurt per boekjaar.
De kosten en de vergoedingen bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage 4.
Art. 23 _REGION_WALLONNE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art. 24_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instelling gebeurt door het totaal bedrag van de door haar in rekening te brengen kosten en vergoedingen vast te leggen in haar exploitatierekening opgesteld overeenkomstig artikel 25.
Indien het jaarlijks totaal van de in artikel 22 bedoelde netto-ontvangsten hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, stort de instelling het overschot in het Fonds bedoeld in artikel 22.
Indien het totaal lager is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, wordt het negatief saldo gedekt door ditzelfde Fonds, dat het overeenkomstig bedrag aan de betrokken instelling stort.
De regularisatie gebeurt per boekjaar.
De kosten en de vergoedingen bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage 4.]1
Indien het jaarlijks totaal van de in artikel 22 bedoelde netto-ontvangsten hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, stort de instelling het overschot in het Fonds bedoeld in artikel 22.
Indien het totaal lager is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, wordt het negatief saldo gedekt door ditzelfde Fonds, dat het overeenkomstig bedrag aan de betrokken instelling stort.
De regularisatie gebeurt per boekjaar.
De kosten en de vergoedingen bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage 4.]1
Art. 24_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De Minister of diens afgevaardigde regulariseert de exploitatierekeningen van de instelling voor elk boekjaar uiterlijk op 1 december van het jaar dat volgt op het exploitatiejaar.
Voor deze datum deelt de Minister of diens afgevaardigde aan de instelling het bedrag mee dat moet worden gestort op of afgetrokken van de beschermde reserverekening alsook het bedrag dat moet worden gestort op of afgetrokken van het Fonds voor Verkeersveiligheid.
§ 2. De in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde beschermde reserverekening wordt ingesteld met het oog op het verkrijgen van een beschermde reserve ter hoogte van vijftien procent van de laatste jaaromzet van de instelling.
De Minister kan het niveau van de in het eerste lid bedoelde beschermde reserve verhogen.
Elk ander debet van de beschermde reserverekening dan dat bedoeld voor de dekking van een negatief resultaat zoals bedoeld in bijlage 4, punt VII, en dat leidt tot een beschermde reserverekening lager dan vijftien procent van de laatste omzet, kan slechts geschieden in geval van gehele of gedeeltelijke schorsing van de aan de instelling gedelegeerde activiteiten of in geval van intrekking van haar erkenning, zoals bedoeld in artikel 30]1.
Voor deze datum deelt de Minister of diens afgevaardigde aan de instelling het bedrag mee dat moet worden gestort op of afgetrokken van de beschermde reserverekening alsook het bedrag dat moet worden gestort op of afgetrokken van het Fonds voor Verkeersveiligheid.
§ 2. De in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde beschermde reserverekening wordt ingesteld met het oog op het verkrijgen van een beschermde reserve ter hoogte van vijftien procent van de laatste jaaromzet van de instelling.
De Minister kan het niveau van de in het eerste lid bedoelde beschermde reserve verhogen.
Elk ander debet van de beschermde reserverekening dan dat bedoeld voor de dekking van een negatief resultaat zoals bedoeld in bijlage 4, punt VII, en dat leidt tot een beschermde reserverekening lager dan vijftien procent van de laatste omzet, kan slechts geschieden in geval van gehele of gedeeltelijke schorsing van de aan de instelling gedelegeerde activiteiten of in geval van intrekking van haar erkenning, zoals bedoeld in artikel 30]1.
Art.24. La régularisation des conditions d'exploitation de l'organisme est effectuée en fixant le montant total des coûts et rémunérations à prendre en compte par ledit organisme dans son compte d'exploitation, établis conformément à l'article 25.
Si le total annuel des recettes nettes visées à l'article 22, est supérieur au montant visé au premier alinéa, l'organisme verse l'excédent au Fonds visé à l'article 23.
Si le total est inférieur au montant visé au premier alinéa, le solde négatif est couvert par le même Fonds, qui verse le montant correspondant à l'organisme concerné.
La régularisation est effectuée par exercice.
Les coûts et rémunérations visés au premier alinéa, figurent à l'annexe 4.
Si le total annuel des recettes nettes visées à l'article 22, est supérieur au montant visé au premier alinéa, l'organisme verse l'excédent au Fonds visé à l'article 23.
Si le total est inférieur au montant visé au premier alinéa, le solde négatif est couvert par le même Fonds, qui verse le montant correspondant à l'organisme concerné.
La régularisation est effectuée par exercice.
Les coûts et rémunérations visés au premier alinéa, figurent à l'annexe 4.
Art. 24 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 La régularisation des conditions d'exploitation de l'organisme est effectuée en fixant le montant total des coûts et rémunérations à prendre en compte par ledit organisme dans son compte d'exploitation, établis conformément à l'article 25.
Si le total annuel des recettes nettes visées à l'article 22 est supérieur au montant visé au premier alinéa, l'organisme verse l'excédent dans le Fonds visé à l'article 22.
Si le total est inférieur au montant visé au premier alinéa, le solde négatif est couvert par le même Fonds qui verse le montant correspondant à l'organisme concerné.
La régularisation est effectuée par exercice.
Les coûts et rémunérations visés au premier alinéa figurent à l'annexe 4.]1
[1 La régularisation des conditions d'exploitation de l'organisme est effectuée en fixant le montant total des coûts et rémunérations à prendre en compte par ledit organisme dans son compte d'exploitation, établis conformément à l'article 25.
Si le total annuel des recettes nettes visées à l'article 22 est supérieur au montant visé au premier alinéa, l'organisme verse l'excédent dans le Fonds visé à l'article 22.
Si le total est inférieur au montant visé au premier alinéa, le solde négatif est couvert par le même Fonds qui verse le montant correspondant à l'organisme concerné.
La régularisation est effectuée par exercice.
Les coûts et rémunérations visés au premier alinéa figurent à l'annexe 4.]1
Wijzigingen
Art.25. De instelling stelt haar exploitatierekening op bij toepassing van de gebruikelijke regels van de dubbele boekhouding. Zij bevat twee kolommen : de eerste is de overschrijving van de ontvangsten en de lasten vervat in de boekhouding van de instelling; de tweede, de lasten zoals zij voortspruiten uit de normen die in bijlage 4 vermeld worden.
Er dient in de exploitatierekening een afzonderlijke boekhouding te worden gehouden voor de bewerkingen met betrekking tot de verschillende door Ons toevertrouwde opdrachten.
Bij de opstelling van haar exploitatierekening, past de instelling een door de Minister (...) goedgekeurd boekhoudkundig schema toe. <KB 1995-04-06/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
Er dient in de exploitatierekening een afzonderlijke boekhouding te worden gehouden voor de bewerkingen met betrekking tot de verschillende door Ons toevertrouwde opdrachten.
Bij de opstelling van haar exploitatierekening, past de instelling een door de Minister (...) goedgekeurd boekhoudkundig schema toe. <KB 1995-04-06/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
Art. 24 _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. Le Ministre ou son délégué effectue la régularisation des comptes d'exploitation de l'organisme par exercice, pour le 1er décembre de l'année qui suit l'année d'exploitation.
Pour cette date, le Ministre ou son délégué communique à l'organisme le montant à verser ou à prélever sur le compte de réserve protégée ainsi que le montant à verser ou à prélever sur le Fonds de la Sécurité routière.
§ 2. Le compte de réserve protégée tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 2, est constitué en vue d'obtenir une réserve protégée à hauteur de quinze pour cent du dernier chiffre d'affaires annuel de l'organisme.
Le Ministre peut revoir, à la hausse, le niveau de réserve protégée visé à l'alinéa 1er.
Tout débit du compte de réserve protégée autre que celui qui vise à couvrir un résultat négatif tel que visé à l'annexe 4, point VII, et qui conduit à un compte de réserve protégée inférieur à quinze pour cent du dernier chiffre d'affaires, peut uniquement survenir en cas de suspension de tout ou partie des activités qui sont déléguées à l'organisme ou en cas de retrait de son agrément tel que prévu à l'article 30]1
[1 § 1er. Le Ministre ou son délégué effectue la régularisation des comptes d'exploitation de l'organisme par exercice, pour le 1er décembre de l'année qui suit l'année d'exploitation.
Pour cette date, le Ministre ou son délégué communique à l'organisme le montant à verser ou à prélever sur le compte de réserve protégée ainsi que le montant à verser ou à prélever sur le Fonds de la Sécurité routière.
§ 2. Le compte de réserve protégée tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 2, est constitué en vue d'obtenir une réserve protégée à hauteur de quinze pour cent du dernier chiffre d'affaires annuel de l'organisme.
Le Ministre peut revoir, à la hausse, le niveau de réserve protégée visé à l'alinéa 1er.
Tout débit du compte de réserve protégée autre que celui qui vise à couvrir un résultat négatif tel que visé à l'annexe 4, point VII, et qui conduit à un compte de réserve protégée inférieur à quinze pour cent du dernier chiffre d'affaires, peut uniquement survenir en cas de suspension de tout ou partie des activités qui sont déléguées à l'organisme ou en cas de retrait de son agrément tel que prévu à l'article 30]1
Wijzigingen
Art. 25_VLAAMS_GEWEST. De instelling stelt haar exploitatierekening op bij toepassing van de gebruikelijke regels van de dubbele boekhouding. Zij bevat twee kolommen : de eerste is de overschrijving van de ontvangsten en de lasten vervat in de boekhouding van de instelling; de tweede, de lasten zoals zij voortspruiten uit de normen die in bijlage 4 vermeld worden. Er dient in de exploitatierekening een afzonderlijke boekhouding te worden gehouden voor de bewerkingen met betrekking tot de verschillende door Ons toevertrouwde opdrachten. Bij de opstelling van haar exploitatierekening, past de instelling een door de Minister (...) [1 of zijn gemachtigde]1 goedgekeurd boekhoudkundig schema toe. <KB 1995-04-06/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 30-12-1994>
Art. 25_WAALS_GEWEST. [1 Elk jaar vóór 1 april stelt de instelling haar exploitatierekening op voor het vorige boekjaar, bij toepassing van de gebruikelijke regels van de dubbele boekhouding. Het wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de boekhoudingshandleiding in bijlage 4, punt IV, b). Alleen de kosten en inkomsten verdeeld over gedelegeerde activiteiten die zijn opgenomen in het boekhoudschema en de toerekeningsregels van bijlage 4 worden in de exploitatierekening opgenomen. Exploitatiekosten die niet rechtstreeks aan een bepaalde activiteit kunnen worden toegerekend, worden onderling verdeeld met behulp van een verdeelsleutel op basis van de omzet, zoals vastgelegd in bijlage 4, punt IV, c)]1.
Art.25. L'organisme établit son compte d'exploitation en appliquant les règles usuelles de la comptabilité en partie doubles. Il comporte deux colonnes : la première est la transcription des recettes et charges figurant dans la comptabilité de l'organisme; la deuxième, les charges telles qu'elles résultent des normes figurant à l'annexe 4.
Dans le compte d'exploitation, une comptabilité séparée est tenue pour les opérations liées aux différentes missions confiées par Nous aux organismes.
Lors de l'établissement de leurs comptes d'exploitation, les organismes adoptent un schéma comptable approuvé par le Ministre (...). <AR 1995-04-06/50, art. 2, 002; En vigueur : 30-12-1994>
Dans le compte d'exploitation, une comptabilité séparée est tenue pour les opérations liées aux différentes missions confiées par Nous aux organismes.
Lors de l'établissement de leurs comptes d'exploitation, les organismes adoptent un schéma comptable approuvé par le Ministre (...). <AR 1995-04-06/50, art. 2, 002; En vigueur : 30-12-1994>
Art.26. De instelling stelt alle documenten op die betrekking hebben op haar opdrachten en die door de Minister of zijn gemachtigde voorgeschreven zijn.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
Art. 25 _REGION_FLAMANDE. L'organisme établit son compte d'exploitation en appliquant les règles usuelles de la comptabilité en partie doubles. Il comporte deux colonnes : la première est la transcription des recettes et charges figurant dans la comptabilité de l'organisme; la deuxième, les charges telles qu'elles résultent des normes figurant à l'annexe 4. Dans le compte d'exploitation, une comptabilité séparée est tenue pour les opérations liées aux différentes missions confiées par Nous aux organismes. Lors de l'établissement de leurs comptes d'exploitation, les organismes adoptent un schéma comptable approuvé par le Ministre (...) [1 ou son délégué]1. <AR 1995-04-06/50, art. 2, 002; En vigueur : 30-12-1994>
Wijzigingen
Art. 26_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. De instelling stelt alle documenten op die betrekking hebben op haar opdrachten en die door de Minister of zijn gemachtigde voorgeschreven zijn.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
[1 De instelling deelt mee aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit :]1
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
[1 De instelling deelt mee aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit :]1
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
Art. 25 _REGION_WALLONNE. [2 L'organisme établit annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé en appliquant les règles usuelles de la comptabilité en partie doubles. Il est établi conformément aux dispositions qui figurent au manuel comptable reprises à l'annexe 4 point IV, b). Seules les charges et les recettes réparties entre activités déléguées reprises dans le schéma comptable et les règles d'imputation de l'annexe 4 sont admises au compte d'exploitation. Les charges d'exploitation qui ne peuvent pas être directement imputées à une activité en particulier sont réparties entre celles-ci au moyen d'une clé de répartition basée sur le chiffre d'affaires, telle qu'établie à l'annexe 4, point IV, c)]2.
Art. 26_WAALS_GEWEST. De instelling stelt alle documenten op die betrekking hebben op haar opdrachten en die door de Minister of zijn gemachtigde voorgeschreven zijn.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan de Directeur-generaal van [1 het Operationeel Directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst]1 mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan de Directeur-generaal van [1 het Operationeel Directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst]1 mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) jaarlijks, voor 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
Art.26. L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits par le Ministre ou son délégué.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
Art. 26_VLAAMS_GEWEST. De instelling stelt alle documenten op die betrekking hebben op haar opdrachten en die door [1 Ons]1 voorgeschreven zijn.
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan [1 [2 Minister of diens afgevaardigde]2-1 mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat [2 tijdens het afgelopen boekjaar]2 in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) [2 jaarlijks, vóór 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar, samen met de bewijsstukken voor elke rekening]2;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
[2 Wat het derde lid, c), betreft, worden in de bewijsstukken voor elke rekening de significante verschillen tussen de goedgekeurde voorlopige begroting en de uitvoering ervan nader bepaald.
Onder "significante verschillen" wordt verstaan: elk verschil van meer dan tien procent tussen de laatste goedgekeurde voorlopige begroting en de uitgevoerde begroting voor elk van de in bijlage 4, punt IV, e), vermelde rekeningen.]2
De instelling verstrekt alle inlichtingen over haar opdrachten, die haar door de Minister of zijn gemachtigde gevraagd worden.
De instelling deelt aan [1 [2 Minister of diens afgevaardigde]2-1 mee :
a) maandelijks, voor de 16de van de volgende maand, het aantal prestaties dat [2 tijdens het afgelopen boekjaar]2 in elke activiteitszetel werd gerealiseerd;
b) jaarlijks, voor 1 februari, de lijst met de werkelijke aanwezigheden van het personeel tijdens het afgelopen boekjaar in elke activiteitszetel;
c) [2 jaarlijks, vóór 1 april, haar exploitatierekening van het afgelopen boekjaar, samen met de bewijsstukken voor elke rekening]2;
d) jaarlijks, voor 1 juli, haar jaarrekening, balans en resultatenrekening van het afgelopen boekjaar, evenals een gedetailleerd verslag van het geheel van haar activiteiten.
[2 Wat het derde lid, c), betreft, worden in de bewijsstukken voor elke rekening de significante verschillen tussen de goedgekeurde voorlopige begroting en de uitvoering ervan nader bepaald.
Onder "significante verschillen" wordt verstaan: elk verschil van meer dan tien procent tussen de laatste goedgekeurde voorlopige begroting en de uitgevoerde begroting voor elk van de in bijlage 4, punt IV, e), vermelde rekeningen.]2
Art. 26 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits par le Ministre ou son délégué.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
[1 L'organisme communique au Directeur général de Bruxelles Mobilité :]1
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits par le Ministre ou son délégué.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
[1 L'organisme communique au Directeur général de Bruxelles Mobilité :]1
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
Wijzigingen
Art. 26/1_VLAAMS_GEWEST. [1 Uiterlijk 20 mei 2021 delen de erkende instellingen voor autokeuring de informatie die vermeld is in de door hen afgegeven keuringsbewijzen elektronisch mee aan het Departement. Het Departement bepaalt de modaliteiten daarvoor en bepaalt de vormen waarin de informatie opgesteld en aan het Departement bezorgd moet worden.]1
Art. 26 _REGION_WALLONNE.
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits par le Ministre ou son délégué.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique au [2 Ministre ou son délégué]2]1 :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées [2 pendant l'exercice écoulé]2 dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) [2 annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé, ainsi, que les justificatifs compte par compte ]2;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
[2 Concernant l'alinéa 3, c), les justificatifs compte par compte détaillent les écarts significatifs constatés entre le budget prévisionnel approuvé et l'exécution de ce dernier.
Par significatifs, il est entendu toute variation de plus de dix pour cent entre le dernier budget prévisionnel approuvé et l'exécuté pour chacun des comptes repris à l'annexe 4, point IV, e). ]2
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits par le Ministre ou son délégué.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique au [2 Ministre ou son délégué]2]1 :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées [2 pendant l'exercice écoulé]2 dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) [2 annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé, ainsi, que les justificatifs compte par compte ]2;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
[2 Concernant l'alinéa 3, c), les justificatifs compte par compte détaillent les écarts significatifs constatés entre le budget prévisionnel approuvé et l'exécution de ce dernier.
Par significatifs, il est entendu toute variation de plus de dix pour cent entre le dernier budget prévisionnel approuvé et l'exécuté pour chacun des comptes repris à l'annexe 4, point IV, e). ]2
Art.27. Een door de Minister aangestelde bedrijfsrevisor kijkt na of de kosten en uitgaven die in de exploitatierekening voorkomen, voldoen aan de normen die in bijlage 4 vermeld worden.
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.
Art. 26 _REGION_FLAMANDE.
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits [1 par Nous]1.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique [1 au Département les éléments suivants]1 :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
L'organisme établit tous les documents se rapportant à ses missions et prescrits [1 par Nous]1.
L'organisme transmet tout renseignement relatif à ses missions, qui lui est demandé par le Ministre ou son délégué.
L'organisme communique [1 au Département les éléments suivants]1 :
a) mensuellement, avant le 16 du mois suivant, le nombre de prestations effectuées dans chaque siège d'activité;
b) annuellement, avant le 1er février, la liste de la présence effective du personnel pendant l'exercice écoulé dans chaque siège d'activité;
c) annuellement, avant le 1er avril, son compte d'exploitation de l'exercice écoulé;
d) annuellement, avant le 1er juillet, ses compte annuel, bilan et compte de résultats de l'exercice écoulé ainsi qu'un rapport détaillé sur l'ensemble de ses activités.
Wijzigingen
Art. 27_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Een door de Minister of zijn gemachtigde aangestelde bedrijfsrevisor kijkt na of de kosten en uitgaven die in de exploitatierekening voorkomen, voldoen aan de normen die in bijlage 4 vermeld worden.
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.]1
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.]1
Art. 26/1 _REGION_FLAMANDE. [1 Au plus tard le 20 mai 2021, les institutions agréées pour le contrôle technique automobile communiquent par voie électronique au Département les informations mentionnées dans les certificats de contrôle remis par leurs soins. Le Département fixe les modalités à cet effet et détermine les formes dans lesquelles les informations doivent être établies et transmises au Département.]1
Art. 27_WAALS_GEWEST. [1 . § 1. De minister of diens afgevaardigde benoemt een bedrijfsrevisor om:
a) na te gaan of de kosten en uitgaven die ten laste komen van de exploitatierekening van de instellingen bedoeld in artikel 26, derde lid, c), overeenstemmen met de bepalingen van de in bijlage 4 opgenomen boekhoudingshandleiding;
b) de nauwkeurigheid van de netto-inkomsten en de exploitatieopbrengsten te controleren;
c) de exploitatierekening, zoals opgesteld na de uitvoering van zijn opdracht, te vergelijken met de voorlopige begroting van de instelling die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 21, § 1, eerste lid;
d) de correcte toepassing van de artikelen 22 en 25 te verifiëren;
e) na te gaan of de kosten die zijn opgenomen in de exploitatierekening van de instellingen bedoeld in artikel 26, derde lid, c), niet in een andere exploitatierekeningen zijn opgenomen;
f) te controleren of een validatie is toegekend aan de instelling wanneer een van de bepalingen van bijlage 4 dit vereist.
Daartoe heeft de revisor toegang tot alle professionele of boekhoudkundige documenten van de instellingen die hij noodzakelijk acht voor de uitvoering van de hem toevertrouwde opdracht.
§ 2. De revisor stelt jaarlijks, voor elke organisatie, een rapport op over zijn opdracht, waarin het volgende is opgenomen:
a) de lijst van de verbeteringen;
b) de aangepaste resultatenrekening;
c) de vergelijking tussen de aangepaste werkelijke exploitatierekening en de goedgekeurde begroting;
d) het positieve overschot of negatieve resultaat van het boekjaar;
e) het overzicht van de beschermde reserverekening op 31 december van het boekjaar;
f) de naleving van de criteria inzake personeel zoals opgenomen in bijlage 3, punt 4.1.
Hj bezorgt dit rapport vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het betrokken boekjaar aan de Minister of diens afgevaardigde. ]1.
a) na te gaan of de kosten en uitgaven die ten laste komen van de exploitatierekening van de instellingen bedoeld in artikel 26, derde lid, c), overeenstemmen met de bepalingen van de in bijlage 4 opgenomen boekhoudingshandleiding;
b) de nauwkeurigheid van de netto-inkomsten en de exploitatieopbrengsten te controleren;
c) de exploitatierekening, zoals opgesteld na de uitvoering van zijn opdracht, te vergelijken met de voorlopige begroting van de instelling die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 21, § 1, eerste lid;
d) de correcte toepassing van de artikelen 22 en 25 te verifiëren;
e) na te gaan of de kosten die zijn opgenomen in de exploitatierekening van de instellingen bedoeld in artikel 26, derde lid, c), niet in een andere exploitatierekeningen zijn opgenomen;
f) te controleren of een validatie is toegekend aan de instelling wanneer een van de bepalingen van bijlage 4 dit vereist.
Daartoe heeft de revisor toegang tot alle professionele of boekhoudkundige documenten van de instellingen die hij noodzakelijk acht voor de uitvoering van de hem toevertrouwde opdracht.
§ 2. De revisor stelt jaarlijks, voor elke organisatie, een rapport op over zijn opdracht, waarin het volgende is opgenomen:
a) de lijst van de verbeteringen;
b) de aangepaste resultatenrekening;
c) de vergelijking tussen de aangepaste werkelijke exploitatierekening en de goedgekeurde begroting;
d) het positieve overschot of negatieve resultaat van het boekjaar;
e) het overzicht van de beschermde reserverekening op 31 december van het boekjaar;
f) de naleving van de criteria inzake personeel zoals opgenomen in bijlage 3, punt 4.1.
Hj bezorgt dit rapport vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het betrokken boekjaar aan de Minister of diens afgevaardigde. ]1.
Art.27. Un réviseur d'entreprises désigné par le Ministre vérifie si les coûts et dépenses mentionnés dans le compte d'exploitation sont conformes aux normes figurant à l'annexe 4.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport au Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.
Art. 27_VLAAMS_GEWEST. Een door de Minister aangestelde bedrijfsrevisor kijkt na of de kosten en uitgaven die in de exploitatierekening voorkomen, voldoen aan de normen die in bijlage 4 vermeld worden.
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan [1 het Departement]1, voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.
Hij controleert eveneens de juistheid van de ontvangsten. Hij heeft toegang tot alle nodige bedrijfsdocumenten.
Hij stelt jaarlijks, voor elke instelling, een verslag op over zijn opdracht.
Hij maakt dit verslag over aan [1 het Departement]1, voor 1 juli van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.
Art. 27 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Un réviseur d'entreprises désigné par le Ministre ou son délégué vérifie si les coûts et dépenses mentionnés dans le compte d'exploitation sont conformes aux normes figurant à l'annexe 4.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport au Directeur général de Bruxelles Mobilité avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.]1
[1 Un réviseur d'entreprises désigné par le Ministre ou son délégué vérifie si les coûts et dépenses mentionnés dans le compte d'exploitation sont conformes aux normes figurant à l'annexe 4.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport au Directeur général de Bruxelles Mobilité avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.]1
Wijzigingen
Art.28. De instellingen richten de opleiding van hun personeel gezamenlijk in, overeenkomstig de richtlijnen ter zake van de Minister of zijn gemachtigde, teneinde de éénvormigheid in de uitvoering van de opdrachten die hun door Ons zijn toevertrouwd te verzekeren.
Art. 27 _REGION_WALLONNE.
[2 Le Ministre ou son délégué désigne un réviseur d'entreprises afin de :
a) vérifier que les coûts et dépenses imputés dans le compte d'exploitation des organismes visé à l'article 26, alinéa 3, c), sont conformes aux dispositions qui figurent au manuel comptable repris à l'annexe 4 ;
b) contrôler l'exactitude des recettes nettes et des recettes d'exploitation ;
c) comparer le compte d'exploitation, tel qu'établi après exécution de sa mission, avec le budget prévisionnel de l'organisme approuvé conformément à l'article 21, § 1er, alinéa 1er ;
d) vérifier la correcte application des articles 22 et 25 ;
e) vérifier que les charges postulées dans le compte d'exploitation des organismes visé à l'article 26, alinéa 3, c), ne sont pas postulées au sein d'une autre comptabilité d'exploitation ;
f) vérifier qu'une validation a été octroyée à l'organisme lorsque l'une des dispositions de l'annexe 4 le requiert.
A cette fin, le réviseur a accès à tous les documents professionnels ou comptables des organismes qu'il juge nécessaire à l'exécution de la mission qui lui est confiée.
§ 2. Le réviseur établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission qui reprend :
a) la liste des corrections ;
b) le compte d'exploitation corrigé ;
c) la comparaison entre le compte d'exploitation réalisé corrigé et le budget approuvé ;
d) l'excédent positif ou le résultat négatif de l'exercice ;
e) l'état du compte de réserve protégée arrêtée au 31 décembre de l'exercice ;
f) le respect des critères de personnels tels que repris à l'annexe 3, point 4.1.
Il transmet ce rapport au Ministre ou son délégué, avant le 1er octobre de l'année qui suit l'exercice concerné]2.
[2 Le Ministre ou son délégué désigne un réviseur d'entreprises afin de :
a) vérifier que les coûts et dépenses imputés dans le compte d'exploitation des organismes visé à l'article 26, alinéa 3, c), sont conformes aux dispositions qui figurent au manuel comptable repris à l'annexe 4 ;
b) contrôler l'exactitude des recettes nettes et des recettes d'exploitation ;
c) comparer le compte d'exploitation, tel qu'établi après exécution de sa mission, avec le budget prévisionnel de l'organisme approuvé conformément à l'article 21, § 1er, alinéa 1er ;
d) vérifier la correcte application des articles 22 et 25 ;
e) vérifier que les charges postulées dans le compte d'exploitation des organismes visé à l'article 26, alinéa 3, c), ne sont pas postulées au sein d'une autre comptabilité d'exploitation ;
f) vérifier qu'une validation a été octroyée à l'organisme lorsque l'une des dispositions de l'annexe 4 le requiert.
A cette fin, le réviseur a accès à tous les documents professionnels ou comptables des organismes qu'il juge nécessaire à l'exécution de la mission qui lui est confiée.
§ 2. Le réviseur établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission qui reprend :
a) la liste des corrections ;
b) le compte d'exploitation corrigé ;
c) la comparaison entre le compte d'exploitation réalisé corrigé et le budget approuvé ;
d) l'excédent positif ou le résultat négatif de l'exercice ;
e) l'état du compte de réserve protégée arrêtée au 31 décembre de l'exercice ;
f) le respect des critères de personnels tels que repris à l'annexe 3, point 4.1.
Il transmet ce rapport au Ministre ou son délégué, avant le 1er octobre de l'année qui suit l'exercice concerné]2.
Art. 28_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. De instellingen richten de opleiding van hun personeel [1 ...]1 in, overeenkomstig de richtlijnen ter zake van de Minister of zijn gemachtigde, teneinde de éénvormigheid in de uitvoering van de opdrachten die hun door Ons zijn toevertrouwd te verzekeren.
Art. 27 _REGION_FLAMANDE.
Un réviseur d'entreprises désigné par le Ministre vérifie si les coûts et dépenses mentionnés dans le compte d'exploitation sont conformes aux normes figurant à l'annexe 4.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport [1 au Département]1, avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.
Un réviseur d'entreprises désigné par le Ministre vérifie si les coûts et dépenses mentionnés dans le compte d'exploitation sont conformes aux normes figurant à l'annexe 4.
Il contrôle également l'exactitude des recettes. Il a accès à tous les documents professionnels nécessaires.
Il établit annuellement, pour chaque organisme, un rapport sur sa mission.
Il transmet ce rapport [1 au Département]1, avant le 1er juillet de l'année qui suit l'exercice concerné.
Wijzigingen
Art.28. Les organismes organisent en commun la formation de leur personnel, conformément aux instructions en la matière du Ministre ou de son délégué, en vue d'assurer l'uniformité dans l'exécution des missions confiées par Nous.
Art.29. § 1. Bij beslissing van de Minister, en na advies van de in artikel 2, § 2, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie, kan elke overtreding van de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 15, gestraft worden met een administratieve boete gaande van dertigduizend tot driehonderdduizend frank.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van drieduizend tot dertigduizend frank, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een bij De Post aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1, is samengesteld uit zes vertegenwoordigers van de Minister, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang 11, en zes vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Deze samenroeping gebeurt met een bij De Post aangetekende brief, minstens tien kalenderdagen voor de datum van de vergadering; ingeval van gerechtvaardigde hoogdringendheid, kan de Commissie voor een vroegere datum worden samengeroepen, zonodig door middel van een telefax.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen; zonodig moet een lid zich onthouden om te zetelen om de pariteit te herstellen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van drieduizend tot dertigduizend frank, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een bij De Post aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1, is samengesteld uit zes vertegenwoordigers van de Minister, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang 11, en zes vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Deze samenroeping gebeurt met een bij De Post aangetekende brief, minstens tien kalenderdagen voor de datum van de vergadering; ingeval van gerechtvaardigde hoogdringendheid, kan de Commissie voor een vroegere datum worden samengeroepen, zonodig door middel van een telefax.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen; zonodig moet een lid zich onthouden om te zetelen om de pariteit te herstellen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.
Art. 28 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. Les organismes organisent [1 en commun]1 la formation de leur personnel, conformément aux instructions en la matière du Ministre ou de son délégué, en vue d'assurer l'uniformité dans l'exécution des missions confiées par Nous.
Wijzigingen
Art. 29_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Bij beslissing van de Minister of zijn gemachtigde, na de argumenten van de betrokken instelling te hebben gehoord en na advies van de in artikel 2, § 2, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie, kan elke overtreding van de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 15, bestraft worden met een administratieve boete gaande van zevenhonderdvijftig tot zevenduizend vijfhonderd euro.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van vijfenzeventig tot zevenhonderdvijftig euro, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1 is samengesteld uit vier vertegenwoordigers van de Minister, waarvan twee titularissen en twee plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang A, en vier vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan twee titularissen en twee plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Die oproeping wordt minstens tien dagen voor de datum van de vergadering bij aangetekend schrijven gezonden; bij gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan de Commissie op een vroegere datum bijeengeroepen worden.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.]1
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van vijfenzeventig tot zevenhonderdvijftig euro, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1 is samengesteld uit vier vertegenwoordigers van de Minister, waarvan twee titularissen en twee plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang A, en vier vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan twee titularissen en twee plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door de Directeur-generaal van Brussel Mobiliteit, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Die oproeping wordt minstens tien dagen voor de datum van de vergadering bij aangetekend schrijven gezonden; bij gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan de Commissie op een vroegere datum bijeengeroepen worden.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.]1
Art. 29_WAALS_GEWEST. § 1. Bij beslissing van de [1 Minister of diens afgevaardigde]1, en na advies van de in artikel 2, § 2, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie, kan elke overtreding van de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 15, gestraft worden met een administratieve boete gaande van [1 750 tot 7.500 euro]1.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief]2.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van [1 75 tot 750 euro]1, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing [1 ...]1 tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. [1 De in § 1 bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie bestaat uit :
1° vier vertegenwoordigers van de Minister, onder wie twee gewone leden en twee plaatsvervangende leden met minstens een graad van rang A;
2° vier vertegenwoordigers van de instellingen, onder wie twee gewone leden en twee plaatsvervangende leden.
De Minister benoemt de leden van die Commissie op voorstel van de instellingen voor de vertegenwoordigers van laatstgenoemden.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad of, bij gelijke graad, door de oudste in graad.
Het plaatsvervangend lid wordt verzocht om bij verhindering van het gewoon lid te zetelen; het lid van wie de belangen in het geding zijn, wordt van ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan alleen zetelen indien minstens vier leden en een aantal vertegenwoordigers van de Minister gelijk aan het aantal instellingen aanwezig zijn. De adviezen worden bij absolute meerderheid van de stemmen uitgebracht, waarbij de stem van de voorzitter bij meerderheid van stemmen doorslaggevend is.
Indien de Commissie in onvoldoende aantal is, wordt ze binnen tien dagen bij aangetekend schrijven bijeengeroepen en zetelt ze ongeacht het aantal aanwezige leden.
Indien er overwogen wordt om een boete zoals bedoeld in § 1 op te leggen, roept de Minister of [2 of diens afgevaardigde]2 de leden van de Commissie op. Die oproeping wordt minstens tien dagen voor de datum van de vergadering bij aangetekend schrijven gezonden; bij gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan de Commissie op een vroegere datum bijeengeroepen worden.
De in artikel 13 bedoelde personen die onder de instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, ressorteren, worden overeenkomstig het zevende lid opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen ten einde hun verweermiddelen voor te dragen.
De oproeping vermeldt duidelijk de verweten feiten alsook de aard van de overwogen sancties; de omstreden instelling beschikt over de vereiste tijd om haar verweer voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid om de eventuele dossiers betreffende de verweten feiten te raadplegen.]1
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief]2.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van [1 75 tot 750 euro]1, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing [1 ...]1 tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. [1 De in § 1 bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie bestaat uit :
1° vier vertegenwoordigers van de Minister, onder wie twee gewone leden en twee plaatsvervangende leden met minstens een graad van rang A;
2° vier vertegenwoordigers van de instellingen, onder wie twee gewone leden en twee plaatsvervangende leden.
De Minister benoemt de leden van die Commissie op voorstel van de instellingen voor de vertegenwoordigers van laatstgenoemden.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad of, bij gelijke graad, door de oudste in graad.
Het plaatsvervangend lid wordt verzocht om bij verhindering van het gewoon lid te zetelen; het lid van wie de belangen in het geding zijn, wordt van ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan alleen zetelen indien minstens vier leden en een aantal vertegenwoordigers van de Minister gelijk aan het aantal instellingen aanwezig zijn. De adviezen worden bij absolute meerderheid van de stemmen uitgebracht, waarbij de stem van de voorzitter bij meerderheid van stemmen doorslaggevend is.
Indien de Commissie in onvoldoende aantal is, wordt ze binnen tien dagen bij aangetekend schrijven bijeengeroepen en zetelt ze ongeacht het aantal aanwezige leden.
Indien er overwogen wordt om een boete zoals bedoeld in § 1 op te leggen, roept de Minister of [2 of diens afgevaardigde]2 de leden van de Commissie op. Die oproeping wordt minstens tien dagen voor de datum van de vergadering bij aangetekend schrijven gezonden; bij gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan de Commissie op een vroegere datum bijeengeroepen worden.
De in artikel 13 bedoelde personen die onder de instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, ressorteren, worden overeenkomstig het zevende lid opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen ten einde hun verweermiddelen voor te dragen.
De oproeping vermeldt duidelijk de verweten feiten alsook de aard van de overwogen sancties; de omstreden instelling beschikt over de vereiste tijd om haar verweer voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid om de eventuele dossiers betreffende de verweten feiten te raadplegen.]1
Art.29. § 1er. Sur décision du Ministre, et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifié par la loi du 18 juillet 1990, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de trente mille à trois cent mille francs.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de trois mille à trente mille francs, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par lettre recommandée à La Poste jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er, est composée de six représentants du Ministre, dont trois titulaires et trois suppléants, revêtus d'un grade de rang 11 au moins, et de six représentants des organismes, dont trois titulaires et trois suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par lettre recommandée à La Poste, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée, au besoin par télécopieur.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre égal de représentants du Ministre et des organismes, un membre s'abstenant au besoin de siéger pour rétablir la parité. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de trois mille à trente mille francs, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par lettre recommandée à La Poste jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er, est composée de six représentants du Ministre, dont trois titulaires et trois suppléants, revêtus d'un grade de rang 11 au moins, et de six représentants des organismes, dont trois titulaires et trois suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le Directeur général de l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par lettre recommandée à La Poste, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée, au besoin par télécopieur.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre égal de représentants du Ministre et des organismes, un membre s'abstenant au besoin de siéger pour rétablir la parité. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.
Art. 29_VLAAMS_GEWEST. § 1. Bij beslissing van de Minister, en na advies van de in artikel 2, § 2, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, bedoelde Paritaire Raadgevende Commissie, kan elke overtreding van de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 15, gestraft worden met een administratieve boete gaande van [2 1000 tot 10.000 euro]2.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van [2 100 tot 1000 euro]2, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een bij De Post aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1, is samengesteld uit zes vertegenwoordigers van de Minister, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang 11, en zes vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door [1 het Departement]1, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Deze samenroeping gebeurt met een bij De Post aangetekende brief, minstens tien kalenderdagen voor de datum van de vergadering; ingeval van gerechtvaardigde hoogdringendheid, kan de Commissie voor een vroegere datum worden samengeroepen, zonodig door middel van een telefax.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen; zonodig moet een lid zich onthouden om te zetelen om de pariteit te herstellen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.
De aanmaning tot betaling binnen de dertig dagen wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
De administratieve boete kan eveneens bestaan uit een dagelijkse boete gaande van [2 100 tot 1000 euro]2, verschuldigd binnen de dertig dagen, vanaf de dag volgend op de betekening van de beslissing door een bij De Post aangetekende brief tot op de dag dat een einde wordt gesteld aan de overtreding die er de aanleiding toe gaf.
§ 2. De Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in § 1, is samengesteld uit zes vertegenwoordigers van de Minister, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers, bekleed met een graad van tenminste rang 11, en zes vertegenwoordigers van de instellingen, waarvan drie titularissen en drie plaatsvervangers. De Minister benoemt de leden van deze Commissie, op voorstel van de instellingen wat hun vertegenwoordigers betreft.
De Commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister met de hoogste graad, of bij gelijke graad, door diegene met de meeste graadanciënniteit.
De leden van de Commissie worden samengeroepen door de Minister of door [1 het Departement]1, wanneer er overwogen wordt een boete op te leggen, zoals bedoeld in § 1. Deze samenroeping gebeurt met een bij De Post aangetekende brief, minstens tien kalenderdagen voor de datum van de vergadering; ingeval van gerechtvaardigde hoogdringendheid, kan de Commissie voor een vroegere datum worden samengeroepen, zonodig door middel van een telefax.
De personen bedoeld in artikel 13, behorende tot een instelling waartegen een sanctie wordt overwogen, worden op dezelfde wijze opgeroepen om voor de Commissie te verschijnen teneinde er hun verdedigingsargumenten te laten horen.
De oproeping vermeldt duidelijk de ten laste gelegde feiten evenals de aard van de overwogen sanctie; de beschuldigde instelling moet over de vereiste tijd kunnen beschikken om haar verdediging voor te bereiden, met inbegrip van de mogelijkheid de eventuele dossiers betreffende de ten laste gelegde feiten te raadplegen.
Het plaatsvervangend lid wordt uitgenodigd om te zetelen wanneer het effectieve lid verhinderd is; het lid waarvan de belangen in het geding zijn, is ambtshalve verhinderd.
De Commissie kan slechts zetelen wanneer er tenminste vier leden aanwezig zijn, evenals een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Minister en van de instellingen; zonodig moet een lid zich onthouden om te zetelen om de pariteit te herstellen. De adviezen worden uitgebracht bij absolute meerderheid; de stem van de voorzitter is doorslaggevend bij staking van stemmen.
Wanneer de Commissie niet in aantal is, wordt zij binnen de vijf kalenderdagen opnieuw samengeroepen en zetelt zij ongeacht het aantal aanwezige leden.
Art. 29 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Sur décision du Ministre ou son délégué, après avoir entendu les arguments de l'organisme concerné et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de sept cent cinquante à sept mille cinq cent euros.
Le commandement de payer dans les trente jours est notifié à l'organisme par envoi recommandé.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de septante cinq à sept cent cinquante euros, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par envoi recommandé jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er est composée de quatre représentants du Ministre, dont deux titulaires et deux suppléants, revêtus d'un grade de rang A au moins, et de quatre représentants des organismes, dont deux titulaires et deux suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le Directeur général de Bruxelles Mobilité, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par envoi recommandé, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre de représentants du Ministre égal à celui des organismes. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.]1
[1 § 1er. Sur décision du Ministre ou son délégué, après avoir entendu les arguments de l'organisme concerné et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de sept cent cinquante à sept mille cinq cent euros.
Le commandement de payer dans les trente jours est notifié à l'organisme par envoi recommandé.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de septante cinq à sept cent cinquante euros, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par envoi recommandé jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er est composée de quatre représentants du Ministre, dont deux titulaires et deux suppléants, revêtus d'un grade de rang A au moins, et de quatre représentants des organismes, dont deux titulaires et deux suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le Directeur général de Bruxelles Mobilité, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par envoi recommandé, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre de représentants du Ministre égal à celui des organismes. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.]1
Wijzigingen
Art.30. De erkenning van een instelling kan door de Minister worden ingetrokken, na advies uitgebracht conform artikel 29, § 2, door de Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 29, § 1, indien de basisvoorwaarden van de uitvoering van de technische controle, vermeld in de artikelen 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21, 22 en 23, niet meer vervuld zijn.
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
Art. 29 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. Sur décision du [1 Ministre ou son délégué]1, et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifié par la loi du 18 juillet 1990, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de [1 750 à 7.500 euros]1.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme [1 ...]1. [2 par envoi recommandé ]2
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de [1 75 à 750 euros]1, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision [1 ...]1 jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. [1 La Commission paritaire consultative visée au paragraphe 1er, est composée :
1° de quatre représentants du Ministre, dont deux titulaires et deux suppléants, revêtus d'un grade de rang A au moins;
2° de quatre représentants des organismes, dont deux titulaires et deux suppléants.
Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission peut siéger uniquement en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre de représentants du Ministre égal à celui des organismes. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée par envoi recommandé dans les dix jours et siège quel que soit le nombre de membres présents.
Lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au paragraphe 1er, le Ministre ou le directeur général [2 ou son délégué ]2 convoque les membres de la Commission. Cette convocation est faite par envoi recommandé, dix jours au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées conformément à l'alinéa 7, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé dispose du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.]1
§ 1er. Sur décision du [1 Ministre ou son délégué]1, et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifié par la loi du 18 juillet 1990, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de [1 750 à 7.500 euros]1.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme [1 ...]1. [2 par envoi recommandé ]2
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de [1 75 à 750 euros]1, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision [1 ...]1 jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. [1 La Commission paritaire consultative visée au paragraphe 1er, est composée :
1° de quatre représentants du Ministre, dont deux titulaires et deux suppléants, revêtus d'un grade de rang A au moins;
2° de quatre représentants des organismes, dont deux titulaires et deux suppléants.
Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission peut siéger uniquement en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre de représentants du Ministre égal à celui des organismes. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée par envoi recommandé dans les dix jours et siège quel que soit le nombre de membres présents.
Lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au paragraphe 1er, le Ministre ou le directeur général [2 ou son délégué ]2 convoque les membres de la Commission. Cette convocation est faite par envoi recommandé, dix jours au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées conformément à l'alinéa 7, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé dispose du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.]1
Art. 30_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De erkenning van een instelling kan door de Minister of zijn gemachtigde worden ingetrokken, na advies uitgebracht conform artikel 29, § 2, door de Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 29, § 1, indien de basisvoorwaarden van de uitvoering van de technische controle, vermeld in de artikelen 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 en 22 niet meer vervuld zijn.
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.]1
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.]1
Art. 29 _REGION_FLAMANDE.
§ 1er. Sur décision du Ministre, et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifié par la loi du 18 juillet 1990, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de [2 1000 à 10.000 euros]2.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de [2 100 à 1000 euros]2, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par lettre recommandée à La Poste jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er, est composée de six représentants du Ministre, dont trois titulaires et trois suppléants, revêtus d'un grade de rang 11 au moins, et de six représentants des organismes, dont trois titulaires et trois suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le [1 Département]1, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par lettre recommandée à La Poste, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée, au besoin par télécopieur.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre égal de représentants du Ministre et des organismes, un membre s'abstenant au besoin de siéger pour rétablir la parité. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.
§ 1er. Sur décision du Ministre, et après avis de la Commission paritaire consultative visée à l'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifié par la loi du 18 juillet 1990, toute infraction aux dispositions du présent arrêté, à l'exception des articles 1er, 2, 3 et 15, peut entraîner une amende administrative de [2 1000 à 10.000 euros]2.
Le commandement de payer dans les trente jours, est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
L'amende administrative peut également consister en une amende journalière d'un montant de [2 100 à 1000 euros]2, redevable dans les trente jours, dès le lendemain de la notification de la décision par lettre recommandée à La Poste jusqu'au jour où il est mis fin à l'infraction qui y a donné lieu.
§ 2. La Commission paritaire consultative visée au § 1er, est composée de six représentants du Ministre, dont trois titulaires et trois suppléants, revêtus d'un grade de rang 11 au moins, et de six représentants des organismes, dont trois titulaires et trois suppléants. Le Ministre nomme les membres de cette Commission, sur proposition des organismes pour les représentants de ces derniers.
La Commission est présidée par le représentant du Ministre le plus haut en grade ou, à grade égal, par le plus ancien en grade.
Les membres de la Commission sont convoqués par le Ministre ou par le [1 Département]1, lorsqu'il est envisagé d'infliger une amende visée au § 1er. Cette convocation est faite par lettre recommandée à La Poste, dix jours calendrier au moins avant la date de la réunion; en cas d'urgence motivée, la Commission peut être convoquée à une date plus rapprochée, au besoin par télécopieur.
Les personnes visées à l'article 13, relevant de l'organisme envers lequel une sanction est envisagée, sont convoquées de la même manière, afin de comparaître devant la Commission pour y faire entendre leurs moyens de défense.
La convocation énonce clairement les faits reprochés ainsi que la nature de la sanction envisagée; l'organisme incriminé doit disposer du temps requis pour préparer sa défense, en ce compris la possibilité de consulter les dossiers éventuels relatifs aux faits reprochés.
Le membre suppléant est invité à siéger en cas d'empêchement du membre titulaire; est d'office empêché, le membre dont les intérêts sont en cause.
La Commission ne peut siéger qu'en présence de quatre membres au moins ainsi que d'un nombre égal de représentants du Ministre et des organismes, un membre s'abstenant au besoin de siéger pour rétablir la parité. Les avis sont émis à la majorité absolue, la voix du président étant prépondérante en cas de partage.
Si la Commission n'est pas en nombre, elle est convoquée à nouveau dans les cinq jours calendrier et siège quel que soit le nombre de membres présents.
Art. 30_WAALS_GEWEST. [2 De erkenning van een instelling kan door de Minister worden ingetrokken, na advies uitgebracht conform artikel 29, § 2, door de Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 29, § 1, indien de basisvoorwaarden van de uitvoering voor de technische controle, vermeld in de artikelen 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 en 22 niet meer vervuld zijn ]2.
De intrekking wordt aan de instelling betekend [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief]2.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
De intrekking wordt aan de instelling betekend [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief]2.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
Art.30. L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21, 22 et 23 ne sont plus remplies.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
Art. 30_VLAAMS_GEWEST. De erkenning van een instelling kan door de Minister worden ingetrokken, na advies uitgebracht conform artikel 29, § 2, door de Paritaire Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 29, § 1, indien de basisvoorwaarden van de uitvoering van de technische controle, vermeld in de artikelen 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 [1 en 22 van dit besluit en in artikel 8 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016]1, niet meer vervuld zijn.
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
De intrekking wordt aan de instelling betekend met een bij De Post aangetekende brief.
In geval van intrekking van de erkenning van een instelling, is iedere andere instelling ertoe gehouden om, op verzoek van de Minister, de continuïteit van de dienst te verzekeren gedurende een tijdsspanne van maximum twaalf maanden, vanaf de datum van intrekking van de erkenning.
De intrekking van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; de bekendmaking omvat tevens een oproep tot de kandidaten om het vrijgekomen ambtsgebied van de instelling wiens erkenning is ingetrokken te bedienen.
Art. 30 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre ou son délégué, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 et 22 ne sont plus remplies.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par envoi recommandé.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre ou son délégué, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.]1
[1 L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre ou son délégué, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 et 22 ne sont plus remplies.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par envoi recommandé.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre ou son délégué, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.]1
Wijzigingen
Art.31. De vennootschap die de erkenning wenst te bekomen voor de uitoefening van de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, moet een aanvraag indienen bij de Minister door middel van een bij De Post aangetekende brief.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning door middel van een bij De Post aangetekende brief.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning door middel van een bij De Post aangetekende brief.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 30 _REGION_WALLONNE.
[2 L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 et 22 ne sont plus remplies]2.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme [1 ...]1. [2 par envoi recommandé]2
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du [1 Ministre [2 ...]2]1, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
[2 L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 et 22 ne sont plus remplies]2.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme [1 ...]1. [2 par envoi recommandé]2
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du [1 Ministre [2 ...]2]1, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
Art. 31_VLAAMS_GEWEST. De vennootschap die de erkenning wenst te bekomen voor de uitoefening van de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, moet een aanvraag indienen bij de Minister [1 ...]1.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning [1 ...]1.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning [1 ...]1.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 30 _REGION_FLAMANDE.
L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 [1 et 22 du présent arrêté et dans l'article 8 du décret du 8 juillet 2016 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2016]1 ne sont plus remplies.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
L'agrément d'un organisme peut être retiré par le Ministre, après avis émis conformément à l'article 29, § 2, par la Commission paritaire consultative visée à l'article 29, § 1er, lorsque les conditions de base requises pour effectuer le contrôle technique, mentionnées dans les articles 6, 7, 8, 11, 13, 14, 20, 21 [1 et 22 du présent arrêté et dans l'article 8 du décret du 8 juillet 2016 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2016]1 ne sont plus remplies.
Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisme par lettre recommandée à La Poste.
En cas de retrait de l'agrément d'un organisme, tout autre organisme est tenu, à la demande du Ministre, d'assurer la continuité du service pendant un délai maximal de douze mois, à partir de la date du retrait de l'agrément.
Le retrait de l'agrément est publié au Moniteur belge, la publication comprend un appel aux candidats pour desservir la zone d'action de l'organisme déchu.
Wijzigingen
Art. 31_WAALS_GEWEST. De vennootschap die de erkenning wenst te bekomen voor de uitoefening van de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, moet een aanvraag indienen bij de Minister [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief]2.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief.]2
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de nodige documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vastgesteld door dit besluit, van de officiële stichtingsakte van de vennootschap evenals van de eventuele wijzigingen ervan.
Er moet eveneens ingegaan worden op de verzoeken van de Minister of zijn gemachtigde om bijkomende inlichtingen of om een bezoek aan evenals de controle van de installaties van de aanvraagster toe te laten.
De Minister betekent de erkenning of de weigering tot erkenning [1 ...]1 [2 met een aangetekende brief.]2
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art.31. La société qui souhaite obtenir l'agrément pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation doit en faire la demande adressée au Ministre, par lettre recommandée à La Poste.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément par lettre recommandée à La Poste.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément par lettre recommandée à La Poste.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
Art.32. Zijn erkend zonder te moeten voldoen aan de voorwaarde vereist in artikel 31 om de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uit te oefenen, de instellingen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uitoefenen, conform de regels die tot op die datum van toepassing zijn, te weten :
- de N.V. "AUTOMOBIEL CONTROLE EN TECHNIEK" afgekort A.C.T., Kolonel Bourgstraat 118 te 1140 Schaarbeek;
- de N.V. "AUTO INSPECTIE BUREAU VERITAS", afgekort A.I.B.V., Koningsstraat 163 - bus 15 te 1210 Sint-Joost-ten-Noode;
- de N.V. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", afgekort A.S., rue de Louvain 2 te 4800 Verviers;
- de N.V. "AUTOVEILIGHEID", afgekort A.V., Brusselsesteenweg 460 te 2800 Mechelen;
- de B.V.B.A. "BUREAU D'INSPECTION AUTOMOBILE", afgekort B.I.A., chaussée de Bruxelles 442 te 7500 Tournai;
- de N.V. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", afgekort B.T.C., Coremansstraat 22 - bus 1 te 2600 Antwerpen-Berchem;
- de N.V. "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", afgekort C.T.A., Blauweregenlaan 42 te 1030 Schaarbeek;
- de N.V. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", afgekort K.M., Albert I Wandeling 38 te 8400 Oostende;
- de N.V. "SCHOUWINGSCENTRUM VOOR AUTO'S", afgekort S.A., Herdersliedstraat 60-66 te 1080 Sint-Jans-Molenbeek;
- de N.V. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", afgekort S.B.A.T., Buitenring-Zwijnaarde 1 te 9052 Gent-Zwijnaarde.
- de N.V. "AUTOMOBIEL CONTROLE EN TECHNIEK" afgekort A.C.T., Kolonel Bourgstraat 118 te 1140 Schaarbeek;
- de N.V. "AUTO INSPECTIE BUREAU VERITAS", afgekort A.I.B.V., Koningsstraat 163 - bus 15 te 1210 Sint-Joost-ten-Noode;
- de N.V. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", afgekort A.S., rue de Louvain 2 te 4800 Verviers;
- de N.V. "AUTOVEILIGHEID", afgekort A.V., Brusselsesteenweg 460 te 2800 Mechelen;
- de B.V.B.A. "BUREAU D'INSPECTION AUTOMOBILE", afgekort B.I.A., chaussée de Bruxelles 442 te 7500 Tournai;
- de N.V. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", afgekort B.T.C., Coremansstraat 22 - bus 1 te 2600 Antwerpen-Berchem;
- de N.V. "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", afgekort C.T.A., Blauweregenlaan 42 te 1030 Schaarbeek;
- de N.V. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", afgekort K.M., Albert I Wandeling 38 te 8400 Oostende;
- de N.V. "SCHOUWINGSCENTRUM VOOR AUTO'S", afgekort S.A., Herdersliedstraat 60-66 te 1080 Sint-Jans-Molenbeek;
- de N.V. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", afgekort S.B.A.T., Buitenring-Zwijnaarde 1 te 9052 Gent-Zwijnaarde.
Art. 31 _REGION_FLAMANDE.
La société qui souhaite obtenir l'agrément pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation doit en faire la demande adressée au Ministre [1 ...]1.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément [1 ...]1.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
La société qui souhaite obtenir l'agrément pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation doit en faire la demande adressée au Ministre [1 ...]1.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément [1 ...]1.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
Wijzigingen
Art. 32_VLAAMS_GEWEST. [1 De volgende instellingen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uitoefenen, conform de regels die tot op die datum van toepassing zijn, zijn erkend zonder te hoeven voldoen aan de voorwaarde om de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uit te oefenen, vermeld in artikel 31:
1° de nv "Automobiel Controle en Techniek", afgekort ACT, Kolonel Bourgstraat 118, 1140 Schaarbeek;
2° de nv "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Brussel;
3° de nv "Autosecurité SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", afgekort AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
4° de nv "Autoveiligheid", afgekort AV, Brusselsesteenweg 460, 2800 Mechelen;
5° de nv "Bureau voor Technische Controle", afgekort BTC, Santvoortbeeklaan 34-36, 2100 Deurne;
6° de nv "Centrum voor Technische Automobielinspectie", afgekort CTA, Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
7° de nv "Keuringsbureau Motorvoertuigen", afgekort KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
8° de nv "Schouwingscentrum voor Auto's ", afgekort SA, Herdersliedstraat 60-66 te 1080 Sint-Jans-Molenbeek;
9° de nv "Studiebureel voor Automobieltransport", afgekort SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
1° de nv "Automobiel Controle en Techniek", afgekort ACT, Kolonel Bourgstraat 118, 1140 Schaarbeek;
2° de nv "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Brussel;
3° de nv "Autosecurité SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", afgekort AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
4° de nv "Autoveiligheid", afgekort AV, Brusselsesteenweg 460, 2800 Mechelen;
5° de nv "Bureau voor Technische Controle", afgekort BTC, Santvoortbeeklaan 34-36, 2100 Deurne;
6° de nv "Centrum voor Technische Automobielinspectie", afgekort CTA, Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
7° de nv "Keuringsbureau Motorvoertuigen", afgekort KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
8° de nv "Schouwingscentrum voor Auto's ", afgekort SA, Herdersliedstraat 60-66 te 1080 Sint-Jans-Molenbeek;
9° de nv "Studiebureel voor Automobieltransport", afgekort SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
Art. 31 _REGION_WALLONNE.
La société qui souhaite obtenir l'agrément pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation doit en faire la demande adressée au Ministre [1 ...]1.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément [1 ...]1 [2 par envoi recommandé ]2.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
La société qui souhaite obtenir l'agrément pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation doit en faire la demande adressée au Ministre [1 ...]1.
La demande doit être accompagnée des documents établissant qu'il est satisfait aux conditions déterminées par le présent arrêté, de l'acte constitutif officiel de la société ainsi que de ses modifications éventuelles.
Il doit également être donné suite aux demandes émanant du Ministre ou de son délégué, et qui visent à obtenir un complément d'information ou à permettre la visite ainsi que le contrôle des installations de la demanderesse.
Le Ministre notifie l'agrément ou le refus d'agrément [1 ...]1 [2 par envoi recommandé ]2.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
Art. 32_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Zijn erkend zonder te moeten voldoen aan de voorwaarde vereist in artikel 31 om de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uit te oefenen, de instellingen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uitoefenen, conform de regels die tot op die datum van toepassing zijn, te weten :
- de N.V. "AUTOMOBIEL CONTROLE EN TECHNIEK" afgekort A.C.T., Kolonel Bourgstraat 118 te 1140 Schaarbeek;
- de N.V. "SCHOUWINGSCENTRUM VOOR AUTO'S", afgekort S.A., Luitenant Lotinstraat 21 te 1190 Vorst;
- de NV "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Brussel;
- de NV "AUTOSECURITE SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", afgekort AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
- de NV "AUTOVEILIGHEID", afgekort AV, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- de NV "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", afgekort BTC, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- de NV "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", afgekort CTA,
Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
- de NV "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", afgekort KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
- de nv "Studiebureel voor Automobieltransport", afgekort SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
- de N.V. "AUTOMOBIEL CONTROLE EN TECHNIEK" afgekort A.C.T., Kolonel Bourgstraat 118 te 1140 Schaarbeek;
- de N.V. "SCHOUWINGSCENTRUM VOOR AUTO'S", afgekort S.A., Luitenant Lotinstraat 21 te 1190 Vorst;
- de NV "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Brussel;
- de NV "AUTOSECURITE SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", afgekort AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
- de NV "AUTOVEILIGHEID", afgekort AV, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- de NV "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", afgekort BTC, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- de NV "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", afgekort CTA,
Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
- de NV "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", afgekort KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
- de nv "Studiebureel voor Automobieltransport", afgekort SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
Art.32. Sont agréés sans devoir satisfaire à la condition requise à l'article 31, pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation, les organismes qui effectuent le contrôle des véhicules en circulation à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux règles applicables jusqu'à cette date, à savoir :
- la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek;
- la S.A. "AUTO INSPECTION BUREAU VERITAS", en abrégé A.I.B.V., rue Royale 163 - bte 15 à 1210 Saint-Josse-ten-Noode;
- la S.A. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", en abrégé A.S., rue de Louvain 2 à 4800 Verviers;
- la S.A. "AUTOVEILIGHEID", en abrégé A.V., Brusselsesteenweg 460 à 2800 Mechelen;
- la S.P.R.L. "BUREAU D'INSPECTION AUTOMOBILE", en abrégé B.I.A., chaussée de Bruxelles 442 à 7500 Tournai;
- la S.A. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", en abrégé B.T.C., Coremansstraat 22 - bus 1 à 2600 Antwerpen-Berchem;
- la S.A. "CONTROLE TECHNIQUE AUTOMOBILE", en abrégé C.T.A., avenue des Glycines 42 à 1030 Schaerbeek;
- la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", en abrégé K.M., Albert I Wandeling 38 à 8400 Oostende;
- la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue de la Pastorale 60-66 à 1080 Molenbeek-Saint-Jean;
- la S.A. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", en abrégé S.B.A.T., Buitenring-Zwijnaarde 1 à 9052 Gent-Zwijnaarde.
- la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek;
- la S.A. "AUTO INSPECTION BUREAU VERITAS", en abrégé A.I.B.V., rue Royale 163 - bte 15 à 1210 Saint-Josse-ten-Noode;
- la S.A. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", en abrégé A.S., rue de Louvain 2 à 4800 Verviers;
- la S.A. "AUTOVEILIGHEID", en abrégé A.V., Brusselsesteenweg 460 à 2800 Mechelen;
- la S.P.R.L. "BUREAU D'INSPECTION AUTOMOBILE", en abrégé B.I.A., chaussée de Bruxelles 442 à 7500 Tournai;
- la S.A. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", en abrégé B.T.C., Coremansstraat 22 - bus 1 à 2600 Antwerpen-Berchem;
- la S.A. "CONTROLE TECHNIQUE AUTOMOBILE", en abrégé C.T.A., avenue des Glycines 42 à 1030 Schaerbeek;
- la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", en abrégé K.M., Albert I Wandeling 38 à 8400 Oostende;
- la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue de la Pastorale 60-66 à 1080 Molenbeek-Saint-Jean;
- la S.A. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", en abrégé S.B.A.T., Buitenring-Zwijnaarde 1 à 9052 Gent-Zwijnaarde.
Art. 32_WAALS_GEWEST. [1 Zijn erkend zonder te moeten voldoen aan de voorwaarde vereist in artikel 31 om de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uit te oefenen, de instellingen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen uitoefenen, conform de regels die tot op die datum van toepassing zijn, te weten:
- de NV "A.I.B.V. ", Sylvain Dupuislaan 235, te 1070
- de N.V. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", afgekort A.S., avenue du Parc, 33 °, 4800 Verviers]1.
- de NV "A.I.B.V. ", Sylvain Dupuislaan 235, te 1070
- de N.V. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", afgekort A.S., avenue du Parc, 33 °, 4800 Verviers]1.
Art. 32 _REGION_FLAMANDE. [1 Les institutions suivantes qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, effectuent le contrôle de véhicules mis en circulation, conformément aux règles qui jusqu'à cette date sont applicables, sont agréées sans devoir satisfaire à la condition requise à l'article 31, pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation :
1° la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek ;
2° la SA "A.I.B.V.", boulevard Sylvain Dupuis 235, à 1070 Bruxelles ;
3° la S.A. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", en abrégé A.S., 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
4° la S.A. "AUTOVEILIGHEID", en abrégé A.V., Brusselsesteenweg 460 à 2800 Malines ;
5° la S.A. "Bureau voor Technische Controle", en abrégé BTC, Santvoortbeeklaan 34-36, 2100 Deurne;
6° la S.A. "Centrum voor Technische Automobielinspectie", en abrégé CTA, Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
7° la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", en abrégé K.M., Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende ;
8° la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue de la Pastorale 60-66 à 1080 Molenbeek-Saint-Jean ;
9° la S.A. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", en abrégé S.B.A.T., Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
1° la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek ;
2° la SA "A.I.B.V.", boulevard Sylvain Dupuis 235, à 1070 Bruxelles ;
3° la S.A. "AUTOSECURITE S.A., BUREAU D'ETUDES ET DE CONTROLE EN VUE DE LA SECURITE ROUTIERE", en abrégé A.S., 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
4° la S.A. "AUTOVEILIGHEID", en abrégé A.V., Brusselsesteenweg 460 à 2800 Malines ;
5° la S.A. "Bureau voor Technische Controle", en abrégé BTC, Santvoortbeeklaan 34-36, 2100 Deurne;
6° la S.A. "Centrum voor Technische Automobielinspectie", en abrégé CTA, Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
7° la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", en abrégé K.M., Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende ;
8° la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue de la Pastorale 60-66 à 1080 Molenbeek-Saint-Jean ;
9° la S.A. "STUDIEBUREEL VOOR AUTOMOBIELTRANSPORT", en abrégé S.B.A.T., Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
Wijzigingen
Art.33. De ambtsgebieden die bediend worden door de instellingen bedoeld in artikel 32, worden vermeld in bijlage 5.
Art. 32 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Sont agréés sans devoir satisfaire à la condition requise à l'article 31, pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation, les organismes qui effectuent le contrôle des véhicules en circulation à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux règles applicables jusqu'à cette date, à savoir :
- la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek;
- la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue Lieutenant Lotin 21 à 1190 Bruxelles;
- la S.A. "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Bruxelles;
- la S.A. "AUTOSECURITE SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", abrégé AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
- la S.A. "AUTOVEILIGHEID", abrégé AV, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- la S.A. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", abrégé BTC, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- la S.A. "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", abrégé CTA,
Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
- la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", abrégé KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
- la S.A. "Studiebureel voor Automobieltransport", abrégé SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
[1 Sont agréés sans devoir satisfaire à la condition requise à l'article 31, pour effectuer le contrôle des véhicules en circulation, les organismes qui effectuent le contrôle des véhicules en circulation à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux règles applicables jusqu'à cette date, à savoir :
- la S.A. "AUTO CONTROLE TECHNIQUE", en abrégé A.C.T., rue Colonel Bourg 118 à 1140 Schaerbeek;
- la S.A. "LA SECURITE AUTOMOBILE", en abrégé S.A., rue Lieutenant Lotin 21 à 1190 Bruxelles;
- la S.A. "AIBV", Sylvain Dupuislaan 235, 1070 Bruxelles;
- la S.A. "AUTOSECURITE SA, Bureau d'Etude et de Contrôle en vue de la Sécurité Routière", abrégé AS, 1 avenue du Parc 33, 4800 Verviers;
- la S.A. "AUTOVEILIGHEID", abrégé AV, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- la S.A. "BUREAU VOOR TECHNISCHE CONTROLE", abrégé BTC, Lammerdries 7 - Industrieterrein Geel West 4, 2440 Geel;
- la S.A. "CENTRUM VOOR TECHNISCHE AUTOMOBIELINSPECTIE", abrégé CTA,
Ambachtenlaan 10, 3001 Heverlee-Haasrode;
- la S.A. "KEURINGSBUREAU MOTORVOERTUIGEN", abrégé KM, Zandvoordestraat 442a, 8400 Oostende;
- la S.A. "Studiebureel voor Automobieltransport", abrégé SBAT, Poortakkerstraat 129, 9051 Sint-Denijs-Westrem.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3_VLAAMS_GEWEST.[1 - Keuring op verplaatsing]1
Art. 32_REGION_WALLONNE.
Afdeling 1_VLAAMS_GEWEST.[1 - Algemeen]1
Art.33. Les zones d'action desservies par les organismes visés à l'article 32, figurent à l'annexe 5.
Art. 33/1_VLAAMS_GEWEST. [1 Behoudens andersluidende bepaling in dit hoofdstuk, valt de keuring op verplaatsing onder dezelfde regels als de keuring in een controlestation.]1
CHAPITRE 3_REGION_FLAMANDE.[1 - Contrôle délocalisé]1
Art. 33/2_VLAAMS_GEWEST. [1 Keuringen op verplaatsing kunnen alleen worden verricht op een door de Minister erkende keuringslijn op verplaatsing binnen het toepassingsgebied, vermeld in artikel 33/4, tweede lid, 3°, b).]1
Section 1re_REGION_FLAMANDE.[1 - Généralités]1
Afdeling 2_VLAAMS_GEWEST.[1 - Erkenning als keuringslijn op verplaatsing]1
Art. 33/1._REGION_FLAMANDE. [1 Sauf dispositions contraires du présent chapitre, le contrôle délocalisé est soumis aux mêmes règles que celles d'une station de contrôle.]1
Art. 33/3_VLAAMS_GEWEST. [1 Een instelling kan voor de uitvoering van keuringen op verplaatsing een controlestation uitbreiden met een keuringslijn op verplaatsing, als ze een score haalt van minstens zestig punten voor de criteria, opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.]1
Art. 33/2 _REGION_FLAMANDE. [1 Les contrôles délocalisés ne peuvent être effectués que sur une ligne d'inspection délocalisée, agréée par le Ministre, au sein du champ d'application visé à l'article 33/4, alinéa 2, 3°, b).]1
Art. 33/4_VLAAMS_GEWEST.
Section 2_REGION_FLAMANDE.[1 - Agrément comme ligne d'inspection délocalisée]1
Art. 33/5_VLAAMS_GEWEST. [1 De keuringslijn op verplaatsing moet voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° het geheel van de keuringsoperaties vindt plaats zonder de openbare weg te belemmeren;
2° de keuringslijn op verplaatsing bevindt zich in een overdekt en vriesvrij gebouw dat:
a) toegankelijk is voor de te keuren categorie(ën) van voertuigen;
b) minimaal 0,80 meter ruimte laat rond de voertuigen om een visuele keuring toe te laten;
c) het vrije en veilige verkeer van het keuringspersoneel toelaat;
d) voldoende is verlicht;
e) over sanitair beschikt dat toegankelijk is voor iedereen;
f) beschikt over een voldoende aantal parkeerplaatsen buiten de openbare weg;
3° de keuringslijn op verplaatsing voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 8, § 1 en § 3;
4° de keuringslijn op verplaatsing is uitgerust met alle benodigdheden om de keuring volledig en juist te kunnen uitvoeren;
5° op de keuringslijn op verplaatsing is een lijst beschikbaar, waarvan het model opgenomen is in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, waaruit blijkt welke toestellen aanwezig zijn en wie de toestellen aanlevert;
6° voor de toestellen worden de volgende verplichtingen nageleefd:
a) de installaties en de uitrusting ervan maken op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk en verzekeren een optimale dienstverlening aan de gebruiker;
b) de gehomologeerde toestellen, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, ondergaan een eerste controle voor indienststelling, gevolgd door een jaarlijkse verificatie, door een erkende controle-instelling. De controle of verificatie wordt aangevraagd door de instelling voor autokeuring, voor rekening van de onderneming;
c) alle interventies voor homologatie, onderhoud, herstellingen en kalibratie worden geregistreerd in het ISO-kwaliteitssysteem van de instelling;
7° de technische uitrustingen en de lokalen blijven tijdens de normale openingsuren van de onderneming voortdurend vrij toegankelijk voor het personeel van het Departement en voor het personeel van een erkende controle-instelling, belast met de controle op die technische uitrustingen;
8° de keuringslijn op verplaatsing beschikt over een beveiligde internetverbinding en een informatica-uitrusting, die het toezicht op de activiteiten mogelijk maakt en die de registratie van de keuringsverrichtingen in een elektronische database, alsook de doorstroming van de vereiste keuringsgegevens binnen maximaal 24 uur aan de verzameldatabase van alle uitgevoerde keuringen garandeert.
De keuringslijnen op verplaatsing die erkend zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°.
De voorgeschreven minimumuitrusting, vermeld in het eerste lid, 3°, kan worden beperkt naargelang van het toepassingsgebied van de keuring op verplaatsing.]1
1° het geheel van de keuringsoperaties vindt plaats zonder de openbare weg te belemmeren;
2° de keuringslijn op verplaatsing bevindt zich in een overdekt en vriesvrij gebouw dat:
a) toegankelijk is voor de te keuren categorie(ën) van voertuigen;
b) minimaal 0,80 meter ruimte laat rond de voertuigen om een visuele keuring toe te laten;
c) het vrije en veilige verkeer van het keuringspersoneel toelaat;
d) voldoende is verlicht;
e) over sanitair beschikt dat toegankelijk is voor iedereen;
f) beschikt over een voldoende aantal parkeerplaatsen buiten de openbare weg;
3° de keuringslijn op verplaatsing voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 8, § 1 en § 3;
4° de keuringslijn op verplaatsing is uitgerust met alle benodigdheden om de keuring volledig en juist te kunnen uitvoeren;
5° op de keuringslijn op verplaatsing is een lijst beschikbaar, waarvan het model opgenomen is in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, waaruit blijkt welke toestellen aanwezig zijn en wie de toestellen aanlevert;
6° voor de toestellen worden de volgende verplichtingen nageleefd:
a) de installaties en de uitrusting ervan maken op elk moment de goede uitvoering van de opdrachten van de instellingen mogelijk en verzekeren een optimale dienstverlening aan de gebruiker;
b) de gehomologeerde toestellen, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, ondergaan een eerste controle voor indienststelling, gevolgd door een jaarlijkse verificatie, door een erkende controle-instelling. De controle of verificatie wordt aangevraagd door de instelling voor autokeuring, voor rekening van de onderneming;
c) alle interventies voor homologatie, onderhoud, herstellingen en kalibratie worden geregistreerd in het ISO-kwaliteitssysteem van de instelling;
7° de technische uitrustingen en de lokalen blijven tijdens de normale openingsuren van de onderneming voortdurend vrij toegankelijk voor het personeel van het Departement en voor het personeel van een erkende controle-instelling, belast met de controle op die technische uitrustingen;
8° de keuringslijn op verplaatsing beschikt over een beveiligde internetverbinding en een informatica-uitrusting, die het toezicht op de activiteiten mogelijk maakt en die de registratie van de keuringsverrichtingen in een elektronische database, alsook de doorstroming van de vereiste keuringsgegevens binnen maximaal 24 uur aan de verzameldatabase van alle uitgevoerde keuringen garandeert.
De keuringslijnen op verplaatsing die erkend zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°.
De voorgeschreven minimumuitrusting, vermeld in het eerste lid, 3°, kan worden beperkt naargelang van het toepassingsgebied van de keuring op verplaatsing.]1
Art. 33/3 _REGION_FLAMANDE. [1 Pour l'exécution de contrôles délocalisés, un organisme peut étendre une station de contrôle d'une ligne d'inspection délocalisée si elle obtient un score d'au moins soixante points pour les critères repris dans l'annexe 6 jointe au présent arrêté.]1
Art. 33/6_VLAAMS_GEWEST. [1 Er moet in het kader van de aanvraag tot erkenning worden ingegaan op de verzoeken van de Minister of het Departement om bijkomende inlichtingen te verstrekken of om een bezoek aan en de controle van de keuringslijn op verplaatsing toe te laten.]1
Art. 33/4 _REGION_FLAMANDE.
[1 [2 Un organisme introduit sa demande d'extension d'une station de contrôle d'une ligne d'inspection délocalisée auprès du Département à l'aide du formulaire mis à disposition par le Département. Les données, visées à l'annexe 7, sont communiquées avec la demande. La demande est introduite par voie électronique conformément aux règles fixées par le Département ]2.
La demande est accompagnée des documents suivants :
1° un rapport d'analyse des risques de sécurité sur le lieu de travail, réalisé par l'organisme agréé ;
2° la liste des membres du personnel, avec mention de leur grade ;
3° un accord de coopération signé par l'organisme et l'entreprise, comprenant au moins les dispositions suivantes :
a) l'identification de l'organisme et de l'entreprise sur l'ordre desquels et pour le compte desquels les contrôles délocalisés sont effectués, en indiquant le siège social et la représentation valable ;
b) le champ d'application du contrôle délocalisé, pouvant se rapporter :
1) [2 aux catégories de véhicules à contrôler : M1, M2, M3, N1, N2, N3, O2, O3 ou O4]2 ;
2) aux contrôles à effectuer : contrôle de première visite, contrôle périodique, revisite périodique, [2 le contrôle, visé à l'article 23sexies, § 1er, 3°, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité, ]2 contrôle ADR (contrôle périodique des véhicules utilisés pour le transport de marchandises dangereuses) ou contrôle APK (contrôle technique général périodique sur des véhicules néerlandais) ;
4° une liste de tous les appareils ;
5° un plan de la ligne d'inspection délocalisée et des locaux.]1
[2 Le Département peut déterminer le modèle et le format des documents, visés à l'alinéa 2.]2
[1 [2 Un organisme introduit sa demande d'extension d'une station de contrôle d'une ligne d'inspection délocalisée auprès du Département à l'aide du formulaire mis à disposition par le Département. Les données, visées à l'annexe 7, sont communiquées avec la demande. La demande est introduite par voie électronique conformément aux règles fixées par le Département ]2.
La demande est accompagnée des documents suivants :
1° un rapport d'analyse des risques de sécurité sur le lieu de travail, réalisé par l'organisme agréé ;
2° la liste des membres du personnel, avec mention de leur grade ;
3° un accord de coopération signé par l'organisme et l'entreprise, comprenant au moins les dispositions suivantes :
a) l'identification de l'organisme et de l'entreprise sur l'ordre desquels et pour le compte desquels les contrôles délocalisés sont effectués, en indiquant le siège social et la représentation valable ;
b) le champ d'application du contrôle délocalisé, pouvant se rapporter :
1) [2 aux catégories de véhicules à contrôler : M1, M2, M3, N1, N2, N3, O2, O3 ou O4]2 ;
2) aux contrôles à effectuer : contrôle de première visite, contrôle périodique, revisite périodique, [2 le contrôle, visé à l'article 23sexies, § 1er, 3°, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité, ]2 contrôle ADR (contrôle périodique des véhicules utilisés pour le transport de marchandises dangereuses) ou contrôle APK (contrôle technique général périodique sur des véhicules néerlandais) ;
4° une liste de tous les appareils ;
5° un plan de la ligne d'inspection délocalisée et des locaux.]1
[2 Le Département peut déterminer le modèle et le format des documents, visés à l'alinéa 2.]2
Art. 33/7_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. De instelling wordt binnen een maand na de ontvangst van haar aanvraag op de hoogte gebracht van de beslissing van het Departement of de aanvraag al dan niet volledig is.
Bij gebrek aan een volledig dossier binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangstdatum van de kennisgeving van de onvolledigheid van de aanvraag, wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd.
[2 Vanaf de dag waarop het Departement beslist dat de aanvraag volledig is, beschikt het Departement over een termijn van drie maanden om het dossier te evalueren.]2
Als de voorwaarden, vermeld in artikel 33/3 tot en met 33/6, zijn vervuld en als er een [2 positieve evaluatie]2 van het Departement is, erkent de Minister de keuringslijn op verplaatsing uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de [2 positieve evaluatie van het Departement]2.
De Minister kan de termijn waarin hij de beslissing, vermeld in het derde lid, moet nemen, verlengen met één maand. Hij verwittigt de instelling van de verlenging.
Als de erkenning niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, wordt verleend, geldt het gebrek aan beslissing als een beslissing van aanvaarding.
De Minister [2 brengt de aanvrager op de hoogte van]2 kenning of de weigering tot erkenning [2 ...]2.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. Elke uitbreiding van het toepassingsgebied, vermeld in artikel 33/4, tweede lid, 3°, b), vereist een nieuwe aanvraag tot erkenning.
§ 3. Elke wijziging in de informatie uit de aanvraag tot erkenning wordt aan het Departement gemeld. Het Departement oordeelt of de wijziging een nieuwe aanvraag tot erkenning vereist.]1
Bij gebrek aan een volledig dossier binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangstdatum van de kennisgeving van de onvolledigheid van de aanvraag, wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd.
[2 Vanaf de dag waarop het Departement beslist dat de aanvraag volledig is, beschikt het Departement over een termijn van drie maanden om het dossier te evalueren.]2
Als de voorwaarden, vermeld in artikel 33/3 tot en met 33/6, zijn vervuld en als er een [2 positieve evaluatie]2 van het Departement is, erkent de Minister de keuringslijn op verplaatsing uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de [2 positieve evaluatie van het Departement]2.
De Minister kan de termijn waarin hij de beslissing, vermeld in het derde lid, moet nemen, verlengen met één maand. Hij verwittigt de instelling van de verlenging.
Als de erkenning niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, wordt verleend, geldt het gebrek aan beslissing als een beslissing van aanvaarding.
De Minister [2 brengt de aanvrager op de hoogte van]2 kenning of de weigering tot erkenning [2 ...]2.
De erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. Elke uitbreiding van het toepassingsgebied, vermeld in artikel 33/4, tweede lid, 3°, b), vereist een nieuwe aanvraag tot erkenning.
§ 3. Elke wijziging in de informatie uit de aanvraag tot erkenning wordt aan het Departement gemeld. Het Departement oordeelt of de wijziging een nieuwe aanvraag tot erkenning vereist.]1
Art. 33/5 _REGION_FLAMANDE.
[1 La ligne d'inspection délocalisée doit réunir les conditions suivantes :
1° l'ensemble des opérations de contrôle a lieu sans encombrer la voie publique ;
2° la ligne d'inspection est implantée dans un bâtiment couvert et à l'abri du gel qui :
a) est accessible à la ou aux catégories de véhicules à contrôler ;
b) comporte un espace d'au moins 0,8 mètres autour des véhicules pour permettre un contrôle visuel ;
c) permet la circulation libre et sûre du personnel de contrôle ;
d) est suffisamment éclairé ;
e) est pourvu d'équipements sanitaires accessibles à tous ;
f) dispose d'un nombre suffisant de places de parking en dehors de la voie publique ;
3° la ligne d'inspection délocalisée répond aux dispositions visées à l'article 8, §§ 1er et 3 ;
4° la ligne d'inspection délocalisée est équipée de tout le matériel nécessaire à l'exécution complète et correcte de l'inspection ;
5° une liste dont le modèle est repris dans l'annexe 8 jointe au présent arrêté, est disponible sur la ligne d'inspection délocalisée. Cette liste contient les appareils présents et les fournisseurs de ces appareils ;
6° en ce qui concerne les appareils, les obligations suivantes sont respectées :
a) les installations et leur équipement permettent, à tout moment, la bonne exécution des missions des organismes et assurent une qualité optimale de la prestation de service à l'usager ;
b) les appareils homologués, visés à la liste reprise dans l'annexe 8 jointe au présent arrêté, subissent un premier contrôle avant la mise en service, suivi d'une vérification annuelle par un organisme de contrôle agréé. Le contrôle ou la vérification sont demandés par l'organisme d'inspection automobile et sont à la charge de l'entreprise ;
c) toutes les interventions d'homologation, d'entretien, de réparation et de calibrage sont enregistrées dans le système de qualité ISO de l'organisme ;
7° pendant les heures d'ouverture normales de l'entreprise, les équipements techniques et les locaux sont, à tout moment, librement accessibles au personnel du Département et au personnel d'un organisme de contrôle accrédité chargé du contrôle de ces équipements techniques ;
8° la ligne d'inspection délocalisée dispose d'une connexion internet sécurisée et d'un équipement informatique permettant la surveillance des activités et garantissant l'enregistrement des opérations de contrôle dans une base de données électronique, ainsi que le transfert des données de contrôle exigées dans les 24 heures vers la base de données commune de tous les contrôles effectués.
Les lignes d'inspection délocalisées qui sont agréées à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont censées satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
L'équipement minimal prescrit, visé à l'alinéa 1er, 3°, peut être limité en fonction du champ d'application du contrôle délocalisé.]1
[1 La ligne d'inspection délocalisée doit réunir les conditions suivantes :
1° l'ensemble des opérations de contrôle a lieu sans encombrer la voie publique ;
2° la ligne d'inspection est implantée dans un bâtiment couvert et à l'abri du gel qui :
a) est accessible à la ou aux catégories de véhicules à contrôler ;
b) comporte un espace d'au moins 0,8 mètres autour des véhicules pour permettre un contrôle visuel ;
c) permet la circulation libre et sûre du personnel de contrôle ;
d) est suffisamment éclairé ;
e) est pourvu d'équipements sanitaires accessibles à tous ;
f) dispose d'un nombre suffisant de places de parking en dehors de la voie publique ;
3° la ligne d'inspection délocalisée répond aux dispositions visées à l'article 8, §§ 1er et 3 ;
4° la ligne d'inspection délocalisée est équipée de tout le matériel nécessaire à l'exécution complète et correcte de l'inspection ;
5° une liste dont le modèle est repris dans l'annexe 8 jointe au présent arrêté, est disponible sur la ligne d'inspection délocalisée. Cette liste contient les appareils présents et les fournisseurs de ces appareils ;
6° en ce qui concerne les appareils, les obligations suivantes sont respectées :
a) les installations et leur équipement permettent, à tout moment, la bonne exécution des missions des organismes et assurent une qualité optimale de la prestation de service à l'usager ;
b) les appareils homologués, visés à la liste reprise dans l'annexe 8 jointe au présent arrêté, subissent un premier contrôle avant la mise en service, suivi d'une vérification annuelle par un organisme de contrôle agréé. Le contrôle ou la vérification sont demandés par l'organisme d'inspection automobile et sont à la charge de l'entreprise ;
c) toutes les interventions d'homologation, d'entretien, de réparation et de calibrage sont enregistrées dans le système de qualité ISO de l'organisme ;
7° pendant les heures d'ouverture normales de l'entreprise, les équipements techniques et les locaux sont, à tout moment, librement accessibles au personnel du Département et au personnel d'un organisme de contrôle accrédité chargé du contrôle de ces équipements techniques ;
8° la ligne d'inspection délocalisée dispose d'une connexion internet sécurisée et d'un équipement informatique permettant la surveillance des activités et garantissant l'enregistrement des opérations de contrôle dans une base de données électronique, ainsi que le transfert des données de contrôle exigées dans les 24 heures vers la base de données commune de tous les contrôles effectués.
Les lignes d'inspection délocalisées qui sont agréées à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont censées satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
L'équipement minimal prescrit, visé à l'alinéa 1er, 3°, peut être limité en fonction du champ d'application du contrôle délocalisé.]1
Afdeling 3_VLAAMS_GEWEST.[1 - Uitvoering van de keuring op verplaatsing]1
Art. 33/6_REGION_FLAMANDE. [1 Dans le cadre de la demande d'agrément, il doit être donné suite aux demandes du Ministre ou du Département de fournir des informations complémentaires ou de permettre une visite à et le contrôle de la ligne d'inspection délocalisée.]1
Art. 33/8_VLAAMS_GEWEST. [1 De volgende regels worden in acht genomen bij de planning van de keuringen op verplaatsing:
1° de aanvraag van een keuring op verplaatsing wordt gericht aan de planningsdienst van de instelling met een duidelijke opgave van de gevraagde keuringen. De aanvraag heeft ten minste betrekking op een halve dag. Om de begonnen voertuigen af te werken, mag de voormelde halve of hele dag ter plaatse met dertig minuten worden verlengd;
2° als de onderneming een ADR-controle wil laten uitvoeren, deelt ze dat vijftien dagen op voorhand mee. Het is dan noodzakelijk dat er ten minste één ADR-controle-expert aanwezig is;
3° de instelling plant een afspraak maximaal drie weken na de aanvraag. De instelling bezorgt de planning ten minste twee weken op voorhand aan het Departement;
4° het Departement wordt uiterlijk 24 uur op voorhand op de hoogte gebracht door de instelling als een geplande keuring op verplaatsing wordt geannuleerd;
5° een onderneming kan tot vier keer per jaar annuleren zonder dat het forfait, vermeld in artikel 33/12, tweede lid, wordt aangerekend.]1 [2 Afspraken die geannuleerd worden door overmacht tellen niet mee.]2
1° de aanvraag van een keuring op verplaatsing wordt gericht aan de planningsdienst van de instelling met een duidelijke opgave van de gevraagde keuringen. De aanvraag heeft ten minste betrekking op een halve dag. Om de begonnen voertuigen af te werken, mag de voormelde halve of hele dag ter plaatse met dertig minuten worden verlengd;
2° als de onderneming een ADR-controle wil laten uitvoeren, deelt ze dat vijftien dagen op voorhand mee. Het is dan noodzakelijk dat er ten minste één ADR-controle-expert aanwezig is;
3° de instelling plant een afspraak maximaal drie weken na de aanvraag. De instelling bezorgt de planning ten minste twee weken op voorhand aan het Departement;
4° het Departement wordt uiterlijk 24 uur op voorhand op de hoogte gebracht door de instelling als een geplande keuring op verplaatsing wordt geannuleerd;
5° een onderneming kan tot vier keer per jaar annuleren zonder dat het forfait, vermeld in artikel 33/12, tweede lid, wordt aangerekend.]1 [2 Afspraken die geannuleerd worden door overmacht tellen niet mee.]2
Art. 33/7 _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. Le Département informe l'organisme dans le mois suivant la réception de sa demande de la complétude ou de l'incomplétude de la demande.
A défaut d'un dossier complet dans un délai de trois mois à partir de la date de réception de la notification de l'incomplétude de la demande, celle-ci est classée sans suite.
[2 A compter du jour où le Département décide que la demande est complète, le Département dispose d'un délai de trois mois pour évaluer le dossier ]2.
Si les conditions visées aux articles 33/3 à 33/6 inclus sont remplies, et que le Département a émis [2 une évaluation positive]2, le Ministre agrée la ligne d'inspection délocalisée au plus tard trois mois suivant la réception de [2 l'évaluation positive du Département]2.
Le Ministre peut prolonger d'un mois le délai dans lequel il doit prendre la décision, visée à l'alinéa 3. Il avertit l'organisme de la prolongation.
Lorsque l'agrément n'est pas octroyé dans le délai visé à l'alinéa 3, l'absence de décision vaut comme décision d'acceptation.
Le Ministre [2 informe le demandeur de l'agrément ou du refus]2 p[2 ...]2.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
§ 2. Chaque extension du champ d'application, visé à l'article 33/4, alinéa 2, 3°, b), requiert une nouvelle demande d'agrément.
§ 3. Toute modification aux informations contenues dans la demande d'agrément est notifiée au Département. Le Département décide si la modification requiert une nouvelle demande d'agrément.]1
[1 § 1er. Le Département informe l'organisme dans le mois suivant la réception de sa demande de la complétude ou de l'incomplétude de la demande.
A défaut d'un dossier complet dans un délai de trois mois à partir de la date de réception de la notification de l'incomplétude de la demande, celle-ci est classée sans suite.
[2 A compter du jour où le Département décide que la demande est complète, le Département dispose d'un délai de trois mois pour évaluer le dossier ]2.
Si les conditions visées aux articles 33/3 à 33/6 inclus sont remplies, et que le Département a émis [2 une évaluation positive]2, le Ministre agrée la ligne d'inspection délocalisée au plus tard trois mois suivant la réception de [2 l'évaluation positive du Département]2.
Le Ministre peut prolonger d'un mois le délai dans lequel il doit prendre la décision, visée à l'alinéa 3. Il avertit l'organisme de la prolongation.
Lorsque l'agrément n'est pas octroyé dans le délai visé à l'alinéa 3, l'absence de décision vaut comme décision d'acceptation.
Le Ministre [2 informe le demandeur de l'agrément ou du refus]2 p[2 ...]2.
L'agrément est publié au Moniteur belge.
§ 2. Chaque extension du champ d'application, visé à l'article 33/4, alinéa 2, 3°, b), requiert une nouvelle demande d'agrément.
§ 3. Toute modification aux informations contenues dans la demande d'agrément est notifiée au Département. Le Département décide si la modification requiert une nouvelle demande d'agrément.]1
Art. 33/9_VLAAMS_GEWEST.
Section 3_REGION_FLAMANDE.[1 - Exécution du contrôle délocalisé]1
Art. 33/10_VLAAMS_GEWEST. [1 De keuring op verplaatsing wordt uitgevoerd door ten minste twee [2 controleurs]2 van een instelling. De [2 controleurs]2 beschikken over de geschikte beroepsbekwaamheid en de verantwoordelijke bezit minimaal de graad van expert A.
Vóór elke sessie van keuringen op verplaatsing controleren de [2 controleurs]2 de volgende zaken:
1° de ijking en kalibratie van de apparatuur door een erkende controle-instelling;
2° het logboek van de uitrusting met alle interventies voor onderhoud en herstellingen, conform de kwaliteitshandleiding;
3° de goede werking van de keuringsapparatuur die ter beschikking gesteld is door de onderneming;
4° de internetverbinding.
Als de [2 controleurs]2 een tekortkoming vaststellen van een of meer punten, vermeld in het tweede lid, zal de keuringslijn op verplaatsing niet worden opgestart en wordt het forfait, vermeld in artikel 33/12, tweede lid, aangerekend, tenzij er sprake is van overmacht.
Elke keuringsverrichting wordt geregistreerd in de elektronische database van de instelling en wordt binnen maximaal 24 uur na de keuring op verplaatsing aan de verzameldatabase van alle uitgevoerde keuringen toegevoegd.]1
Vóór elke sessie van keuringen op verplaatsing controleren de [2 controleurs]2 de volgende zaken:
1° de ijking en kalibratie van de apparatuur door een erkende controle-instelling;
2° het logboek van de uitrusting met alle interventies voor onderhoud en herstellingen, conform de kwaliteitshandleiding;
3° de goede werking van de keuringsapparatuur die ter beschikking gesteld is door de onderneming;
4° de internetverbinding.
Als de [2 controleurs]2 een tekortkoming vaststellen van een of meer punten, vermeld in het tweede lid, zal de keuringslijn op verplaatsing niet worden opgestart en wordt het forfait, vermeld in artikel 33/12, tweede lid, aangerekend, tenzij er sprake is van overmacht.
Elke keuringsverrichting wordt geregistreerd in de elektronische database van de instelling en wordt binnen maximaal 24 uur na de keuring op verplaatsing aan de verzameldatabase van alle uitgevoerde keuringen toegevoegd.]1
Art. 33/8 _REGION_FLAMANDE.
[1 Les règles suivantes sont respectées lors de la planification des contrôles délocalisés :
1° la demande de contrôle délocalisé est adressée au service de planification de l'organisme, mentionnant clairement les contrôles demandés. La demande porte au moins sur une demi-journée. La journée ou demi-journée sur place précitée peut être prolongée de trente minutes pour permettre d'achever les contrôles commencés ;
2° lorsque l'entreprise souhaite faire effectuer un contrôle ADR, elle le communique au moins quinze jours à l'avance. A cet effet, il est nécessaire qu'au moins un expert en contrôle ADR soit présent ;
3° l'organisme prévoit un rendez-vous dans les trois semaines au maximum suivant la demande. L'organisme transmet la planification au Département au moins deux semaines à l'avance ;
4° au plus tard 24 heures à l'avance, l'organisme informe le Département de l'annulation d'un contrôle délocalisé planifié ;
5° une entreprise peut annuler au maximum quatre fois par an un contrôle sans devoir payer le forfait, visé à l'article 33/12.]1 [2 Les rendez-vous qui sont annulés pour cause de force majeure ne sont pas pris en compte.]2
[1 Les règles suivantes sont respectées lors de la planification des contrôles délocalisés :
1° la demande de contrôle délocalisé est adressée au service de planification de l'organisme, mentionnant clairement les contrôles demandés. La demande porte au moins sur une demi-journée. La journée ou demi-journée sur place précitée peut être prolongée de trente minutes pour permettre d'achever les contrôles commencés ;
2° lorsque l'entreprise souhaite faire effectuer un contrôle ADR, elle le communique au moins quinze jours à l'avance. A cet effet, il est nécessaire qu'au moins un expert en contrôle ADR soit présent ;
3° l'organisme prévoit un rendez-vous dans les trois semaines au maximum suivant la demande. L'organisme transmet la planification au Département au moins deux semaines à l'avance ;
4° au plus tard 24 heures à l'avance, l'organisme informe le Département de l'annulation d'un contrôle délocalisé planifié ;
5° une entreprise peut annuler au maximum quatre fois par an un contrôle sans devoir payer le forfait, visé à l'article 33/12.]1 [2 Les rendez-vous qui sont annulés pour cause de force majeure ne sont pas pris en compte.]2
Art. 33/11_VLAAMS_GEWEST. [1 Herkeuringen van de keuringslijn op verplaatsing vinden ofwel plaats in dezelfde keuringslijn op verplaatsing, ofwel in het controlestation dat verbonden is aan de keuringslijn op verplaatsing, ofwel in een andere keuringslijn op verplaatsing die verbonden is aan dat controlestation. Herkeuringen van een controlestation mogen worden uitgevoerd in een keuringslijn op verplaatsing die verbonden is aan het controlestation.]1
Art. 33/9 _REGION_FLAMANDE.
[1 L'entreprise et ses collaborateurs :
1° s'abstiennent de toute tentative d'influencer les résultats du contrôle ou d'éviter le contrôle ou de le rendre impossible ;
2° mettent toujours les documents nécessaires [3 sous forme papier ou numérique]3 à disposition, démontrant qu'ils répondent aux obligations visées à l'article 33/5, alinéa 1er, 3° ;
3° donnent suite aux indications des [2 contrôleurs]2 lors de la conduite du véhicule pendant la procédure d'inspection ;
4° permettent au Département d'avoir accès à tout moment à l'équipement technique et aux locaux afin d'effectuer des contrôles et fournissent toutes les informations sur l'application du présent arrêté ;
5° prennent toutes les mesures pour que les [2 contrôleurs]2 ne soient pas gênés dans l'exécution du contrôle.
L'organisme et son personnel :
1° n'exercent aucune activité additionnelle qui peut compromettre l'indépendance par rapport aux entreprises ;
2° n'ont pas d'argent sur eux sur la ligne d'inspection délocalisée ;
3° veillent à ce que la même équipe ne travaille pas deux fois consécutives auprès de la même entreprise ;
4° respectent le secret professionnel quant à tous les faits dont ils ont connaissance à l'occasion du contrôle délocalisé ;
5° informent les inspecteurs de l'analyse des risques, du champ d'application et du plan des lignes d'inspection délocalisées.]1
[1 L'entreprise et ses collaborateurs :
1° s'abstiennent de toute tentative d'influencer les résultats du contrôle ou d'éviter le contrôle ou de le rendre impossible ;
2° mettent toujours les documents nécessaires [3 sous forme papier ou numérique]3 à disposition, démontrant qu'ils répondent aux obligations visées à l'article 33/5, alinéa 1er, 3° ;
3° donnent suite aux indications des [2 contrôleurs]2 lors de la conduite du véhicule pendant la procédure d'inspection ;
4° permettent au Département d'avoir accès à tout moment à l'équipement technique et aux locaux afin d'effectuer des contrôles et fournissent toutes les informations sur l'application du présent arrêté ;
5° prennent toutes les mesures pour que les [2 contrôleurs]2 ne soient pas gênés dans l'exécution du contrôle.
L'organisme et son personnel :
1° n'exercent aucune activité additionnelle qui peut compromettre l'indépendance par rapport aux entreprises ;
2° n'ont pas d'argent sur eux sur la ligne d'inspection délocalisée ;
3° veillent à ce que la même équipe ne travaille pas deux fois consécutives auprès de la même entreprise ;
4° respectent le secret professionnel quant à tous les faits dont ils ont connaissance à l'occasion du contrôle délocalisé ;
5° informent les inspecteurs de l'analyse des risques, du champ d'application et du plan des lignes d'inspection délocalisées.]1
Art. 33/12_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. De tarieven, vermeld in artikel 23undecies, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, zijn van toepassing op keuringen op verplaatsing.
Als het totaalbedrag dat de onderneming voor haar gekeurde voertuigen moet betalen, lager is dan 740 euro voor een halve dag of 1370 euro voor een volledige dag, mag het verschil tussen de twee bedragen worden gefactureerd voor de bijkomende kosten die gedragen worden door de instelling voor die bijzondere dienstverlening.
Als het totaalbedrag dat de onderneming voor haar gekeurde voertuigen moet betalen, hoger is dan 740 euro voor een halve dag of 1370 euro voor een volledige dag, wordt het bedrag van de effectieve prestaties overeenkomstig de tarieven, vermeld in artikel 23undecies van het voormelde besluit, toegepast.
De verplaatsingskosten zijn altijd afzonderlijk verschuldigd.
§ 2. Elke twee jaar op 1 januari, en voor de eerste keer in 2018, kan de Minister de in het tweede en derde lid vermelde bedragen aanpassen, met dien verstande dat de stijging van het totaal van de bedragen niet meer mag bedragen dan de evolutie van de gezondheidsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
Het basisindexcijfer is dat van de maand november 2016.]1
Als het totaalbedrag dat de onderneming voor haar gekeurde voertuigen moet betalen, lager is dan 740 euro voor een halve dag of 1370 euro voor een volledige dag, mag het verschil tussen de twee bedragen worden gefactureerd voor de bijkomende kosten die gedragen worden door de instelling voor die bijzondere dienstverlening.
Als het totaalbedrag dat de onderneming voor haar gekeurde voertuigen moet betalen, hoger is dan 740 euro voor een halve dag of 1370 euro voor een volledige dag, wordt het bedrag van de effectieve prestaties overeenkomstig de tarieven, vermeld in artikel 23undecies van het voormelde besluit, toegepast.
De verplaatsingskosten zijn altijd afzonderlijk verschuldigd.
§ 2. Elke twee jaar op 1 januari, en voor de eerste keer in 2018, kan de Minister de in het tweede en derde lid vermelde bedragen aanpassen, met dien verstande dat de stijging van het totaal van de bedragen niet meer mag bedragen dan de evolutie van de gezondheidsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
Het basisindexcijfer is dat van de maand november 2016.]1
Art. 33/10 _REGION_FLAMANDE.
[1 Le contrôle délocalisé est effectué par au moins deux [2 contrôleurs]2 d'un organisme. Les [2 contrôleurs]2 disposent de la compétence professionnelle appropriée et le responsable a au moins le grade d'expert A.
Pour chaque session de contrôles délocalisés, les [2 contrôleurs]2 contrôlent les éléments suivants :
1° l'étalonnage et le calibrage des appareils par un organisme de contrôle accrédité ;
2° le livre de bord de l'équipement avec toutes les interventions d'entretien et les réparations, conformément au manuel de qualité ;
3° le bon fonctionnement du matériel de contrôle mis à disposition par l'entreprise ;
4° la connexion internet.
Lorsque les [2 contrôleurs]2 constatent un défaut de un ou plusieurs points visés à l'alinéa 2, la ligne d'inspection délocalisée ne sera pas démarrée et le forfait visé à l'article 33/12, alinéa 2, sera demandé, sauf en cas de force majeure.
Chaque opération de contrôle est enregistrée dans la base de données électronique de l'organisme et est ajouté à la base de données commune de tous les contrôles effectués dans les 24 heures au maximum suivant le contrôle délocalisé.]1
[1 Le contrôle délocalisé est effectué par au moins deux [2 contrôleurs]2 d'un organisme. Les [2 contrôleurs]2 disposent de la compétence professionnelle appropriée et le responsable a au moins le grade d'expert A.
Pour chaque session de contrôles délocalisés, les [2 contrôleurs]2 contrôlent les éléments suivants :
1° l'étalonnage et le calibrage des appareils par un organisme de contrôle accrédité ;
2° le livre de bord de l'équipement avec toutes les interventions d'entretien et les réparations, conformément au manuel de qualité ;
3° le bon fonctionnement du matériel de contrôle mis à disposition par l'entreprise ;
4° la connexion internet.
Lorsque les [2 contrôleurs]2 constatent un défaut de un ou plusieurs points visés à l'alinéa 2, la ligne d'inspection délocalisée ne sera pas démarrée et le forfait visé à l'article 33/12, alinéa 2, sera demandé, sauf en cas de force majeure.
Chaque opération de contrôle est enregistrée dans la base de données électronique de l'organisme et est ajouté à la base de données commune de tous les contrôles effectués dans les 24 heures au maximum suivant le contrôle délocalisé.]1
Art. 33/13_VLAAMS_GEWEST. [1 Als de instelling of onderneming vaststelt dat niet is voldaan aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, wordt de volgende procedure in acht genomen:
1° de verantwoordelijke van de instelling of van de onderneming laat de vaststelling registreren in het ISO-kwaliteitssysteem van de instelling;
2° een afschrift van de registratie wordt bezorgd aan het Departement.
In geval van agressie, fraude, pogingen om de keuringsresultaten te beïnvloeden of discussie met de [2 controleurs]2 van de instelling wordt de sessie van de keuring op verplaatsing onmiddellijk stopgezet en wordt de procedure, vermeld in het eerste lid, gevolgd.]1
1° de verantwoordelijke van de instelling of van de onderneming laat de vaststelling registreren in het ISO-kwaliteitssysteem van de instelling;
2° een afschrift van de registratie wordt bezorgd aan het Departement.
In geval van agressie, fraude, pogingen om de keuringsresultaten te beïnvloeden of discussie met de [2 controleurs]2 van de instelling wordt de sessie van de keuring op verplaatsing onmiddellijk stopgezet en wordt de procedure, vermeld in het eerste lid, gevolgd.]1
Art. 33/11 _REGION_FLAMANDE. [1 Les revisites de la ligne d'inspection délocalisée sont effectuées soit dans la même ligne d'inspection délocalisée, soit dans la station de contrôle dépendant de la ligne d'inspection délocalisée, soit dans une autre ligne d'inspection délocalisée dépendant de cette station. Les revisites d'une station de contrôle peuvent être effectuées dans une ligne d'inspection délocalisée dépendant de cette station.]1
Afdeling 4_VLAAMS_GEWEST.
Art. 33/12_REGION_FLAMANDE.
Art. 33/13 _REGION_FLAMANDE.
[1 Si l'organisme ou l'entreprise constate qu'il n'est pas satisfait aux dispositions visées au présent chapitre, la procédure suivante est mise en oeuvre :
1° le responsable de l'organisme ou de l'entreprise fait enregistrer la constatation dans le système de qualité ISO de l'organisme ;
2° une copie de l'enregistrement est transmise au Département.
En cas d'agression, de fraude, de tentatives d'influencer les résultats des contrôles ou de discussion avec les [2 contrôleurs]2 de l'organisme, la session du contrôle délocalisé est arrêtée immédiatement et la procédure, visée à l'alinéa 1er, est suivie.]1
[1 Si l'organisme ou l'entreprise constate qu'il n'est pas satisfait aux dispositions visées au présent chapitre, la procédure suivante est mise en oeuvre :
1° le responsable de l'organisme ou de l'entreprise fait enregistrer la constatation dans le système de qualité ISO de l'organisme ;
2° une copie de l'enregistrement est transmise au Département.
En cas d'agression, de fraude, de tentatives d'influencer les résultats des contrôles ou de discussion avec les [2 contrôleurs]2 de l'organisme, la session du contrôle délocalisé est arrêtée immédiatement et la procédure, visée à l'alinéa 1er, est suivie.]1
Afdeling 5_VLAAMS_GEWEST.[1 - Sancties]1
Section 4_REGION_FLAMANDE.
Art. 33/15_VLAAMS_GEWEST. [1 Elke overtreding van de bepalingen van dit hoofdstuk kan aanleiding geven tot de volgende maatregelen:
1° een waarschuwing door het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde;
2° een schorsing van de erkenning als keuringslijn op verplaatsing voor een periode van een maand tot zes maanden door het hoofd van het Departement;
3° een intrekking van de erkenning als keuringslijn op verplaatsing door de Minister.
Het Departement hoort de instelling en, in voorkomend geval, de onderneming voor het beslist om een maatregel als vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, te nemen.
Drie waarschuwingen binnen een termijn van [2 een]2 jaar, kunnen leiden tot de maatregel, vermeld in het eerste lid, 2°.
Twee schorsingen binnen een termijn van twee jaar leiden automatisch tot de maatregel, vermeld in het eerste lid, 3°.]1
[2 Als een personeelslid, vermeld in artikel 33/16, een tekortkoming vaststelt van een of meer van zaken die conform artikel 33/10, tweede lid, worden gecontroleerd, kan de lijn worden stopgezet tot de tekortkoming is weggewerkt.]2
1° een waarschuwing door het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde;
2° een schorsing van de erkenning als keuringslijn op verplaatsing voor een periode van een maand tot zes maanden door het hoofd van het Departement;
3° een intrekking van de erkenning als keuringslijn op verplaatsing door de Minister.
Het Departement hoort de instelling en, in voorkomend geval, de onderneming voor het beslist om een maatregel als vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, te nemen.
Drie waarschuwingen binnen een termijn van [2 een]2 jaar, kunnen leiden tot de maatregel, vermeld in het eerste lid, 2°.
Twee schorsingen binnen een termijn van twee jaar leiden automatisch tot de maatregel, vermeld in het eerste lid, 3°.]1
[2 Als een personeelslid, vermeld in artikel 33/16, een tekortkoming vaststelt van een of meer van zaken die conform artikel 33/10, tweede lid, worden gecontroleerd, kan de lijn worden stopgezet tot de tekortkoming is weggewerkt.]2
HOOFDSTUK 3/1_VLAAMS_GEWEST. [1 - Controle]1
Section 5_REGION_FLAMANDE.[1 - Sanctions]1
Art. 33/16_VLAAMS_GEWEST. [1 De door de Minister aangewezen personeelsleden van het Departement houden toezicht op de naleving van dit besluit.]1
Art. 33/15 _REGION_FLAMANDE.
[1 Chaque infraction aux dispositions du présent chapitre peut aboutir aux mesures suivantes :
1° un avertissement par le chef du Département ou son mandataire ;
2° une suspension de l'agrément comme ligne d'inspection délocalisée pour une période d'un à six mois par le chef du Département ;
3° un retrait de l'agrément comme ligne d'inspection délocalisée par le Ministre.
Le Département écoute l'organisme et, le cas échéant, l'entreprise, avant de prendre une mesure telle que visée à l'alinéa 1er, 2° ou 3°.
Trois avertissements dans un délai de [2 un an]2 peuvent aboutir à la mesure visée à l'alinéa 1er, 2°.
Deux suspensions dans un délai de deux ans mènent automatiquement à la mesure visée à l'alinéa 1er, 3°.]1
[2 Lorsqu'un membre du personnel, visé à l'article 33/16, constate un manquement d'un ou de plusieurs éléments qui sont contrôlés conformément à l'article 33/10, alinéa 2, la ligne peut être arrêtée jusqu'à la suppression du manquement. ]2
[1 Chaque infraction aux dispositions du présent chapitre peut aboutir aux mesures suivantes :
1° un avertissement par le chef du Département ou son mandataire ;
2° une suspension de l'agrément comme ligne d'inspection délocalisée pour une période d'un à six mois par le chef du Département ;
3° un retrait de l'agrément comme ligne d'inspection délocalisée par le Ministre.
Le Département écoute l'organisme et, le cas échéant, l'entreprise, avant de prendre une mesure telle que visée à l'alinéa 1er, 2° ou 3°.
Trois avertissements dans un délai de [2 un an]2 peuvent aboutir à la mesure visée à l'alinéa 1er, 2°.
Deux suspensions dans un délai de deux ans mènent automatiquement à la mesure visée à l'alinéa 1er, 3°.]1
[2 Lorsqu'un membre du personnel, visé à l'article 33/16, constate un manquement d'un ou de plusieurs éléments qui sont contrôlés conformément à l'article 33/10, alinéa 2, la ligne peut être arrêtée jusqu'à la suppression du manquement. ]2
HOOFDSTUK 4_VLAAMS_GEWEST.[1 - Slotbepalingen]1
CHAPITRE 3/1_REGION_FLAMANDE. [1 - Contrôle]1
Art.34. Het ministerieel besluit van 23 december 1970 houdende statuut van de organismen voor automobielinspectie, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 april 1971, 6 augustus 1975 en 7 april 1976, wordt opgeheven.
Art. 33/16 _REGION_FLAMANDE. [1 Les membres du personnel du Département désignés par le ministre veillent au respect du présent arrêté.]1
Art.35. Aan de instellingen bedoeld in artikel 32, die niet volledig voldoen aan de bepalingen van de artikelen 11 en 20 op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, wordt een overgangsperiode van maximum drie jaar toegekend, die ingaat op 1 januari 1995, om hun toestand te regulariseren.
CHAPITRE 4._REGION_FLAMANDE.[1 - Dispositions finales]1
Art.36. Treden in werking op 30 december 1994 :
a) artikel 1, § 1, tweede lid, en artikel 2, § 2, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
b) onderhavig besluit.
a) artikel 1, § 1, tweede lid, en artikel 2, § 2, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
b) onderhavig besluit.
Art.34. L'arrêté ministériel du 23 décembre 1970 portant statut des organismes d'inspection automobile, modifié par les arrêtés ministériels des 19 avril 1971, 6 août 1975 et 7 avril 1976, est abrogé.
Art.37. Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.35. Aux organismes visés à l'article 32, qui ne satisfont pas entièrement aux dispositions des articles 11 et 20 à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, il est accordé une période transitoire de trois ans maximum, prenant cours le 1er janvier 1995, pour régulariser leur situation.
Art.38. [1 Tenzij anders vermeld, worden alle in dit besluit en de bijlagen ervan vermelde bedragen op 1 januari geïndexeerd met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de voorgaande maand november. ]1
Art.36. Entrent en vigueur le 30 décembre 1994 :
a) l'article 1er, § 1er, deuxième alinéa, et l'article 2, § 2, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifiés par la loi du 18 juillet 1990;
b) le présent arrêté.
a) l'article 1er, § 1er, deuxième alinéa, et l'article 2, § 2, de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité, modifiés par la loi du 18 juillet 1990;
b) le présent arrêté.
BIJLAGEN.
Art.37. Notre Ministre des Communications est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. N1. Bijlage 1. Technische tijden.
Art.38. [1 Sauf mention contraire, tous les montants repris dans le présent arrêté et de ses annexes sont indexés au 1er janvier selon l'indice des prix à la consommation du mois de novembre qui précède. ]1
| Nr. | Prestatie | Tijd (in minuten) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wijzigingen<td valign="top">---------------------------------------------<td valign="top">-----------------<tr><td valign="top">1<td valign="top">Bus/Car<td valign="top">21<tr><td valign="top">2<td valign="top">Vrachtauto<td valign="top">20<tr><td valign="top">3<td valign="top">Lichte vrachtauto<td valign="top">20<tr><td valign="top">4<td valign="top">Personenauto 4 jaar<td valign="top">18<tr><td valign="top">5<td valign="top">Weging<td valign="top">9<tr><td valign="top">6<td valign="top">Aanhangwagen > 3,5 t<td valign="top">19<tr><td valign="top">7<td valign="top">Aanhangwagen < of = 3,5 t<td valign="top">15<tr><td valign="top">8<td valign="top">Tweedehands personenauto<td valign="top">18<tr><td valign="top">9<td valign="top">Verzoek agent<td valign="top">6<tr><td valign="top">10<td valign="top">Herkeuring LPG/ADR<td valign="top">6<tr><td valign="top">11<td valign="top">Herkeuring administratief<td valign="top">4<tr><td valign="top">12<td valign="top">Herkeuring andere reden<td valign="top">6<tr><td valign="top">13<td valign="top">Duplicaat<td valign="top">6<tr><td valign="top">14<td valign="top">ADR bewijs<td valign="top">6<tr><td valign="top">15<td valign="top">Bijkomend onderzoek ADR<td valign="top">20<tr><td valign="top">16<td valign="top">Bijkomend onderzoek LPG<td valign="top">10<tr><td valign="top">17<td valign="top">Validatie inschrijvingsaanvraag<td valign="top">2<tr><td valign="top">18<td valign="top">Gelijkvormigheidsonderzoek zonder demontage<td valign="top">45<tr><td valign="top">19<td valign="top">Gelijkvormigheidsonderzoek met demontage<td valign="top">60<tr><td valign="top">20<td valign="top">Validatie gelijkvormigheidsattest<td valign="top">4<tr><td valign="top">21<td valign="top">Uittreksel goedkeuringsverslag<td valign="top">4<tr><td valign="top">22<td valign="top">Classificatie car - volledige keuring<td valign="top">18<tr><td valign="top">23<td valign="top">Classificatie car - 1ste volledige keuring<td valign="top">18<tr><td valign="top">24<td valign="top">Classificatie autocar - vervaldag niet nageleefd<td valign="top">3,5<tr><td valign="top">25<td valign="top">Toeslag 1ste keuring > 3,5 t<td valign="top">6<tr><td valign="top">26<td valign="top">Toeslag 1ste keuring < of = 3,5 t<td valign="top">2<tr><td valign="top">27<td valign="top">Toeslag niet naleven vervaldag oproeping<td valign="top">3,5<tr><td valign="top">28<td valign="top">Tachograaf<td valign="top">6<tr><td valign="top">29<td valign="top">Tempo 100<td valign="top">15<tr><td valign="top">30<td valign="top">Classificatie car, administratieve aanvullende keuring<td valign="top">4<tr><td valign="top">31<td valign="top">Classificatie car, aanvullende keuring andere reden<td valign="top">6<tr><td valign="top">32<td valign="top"> <td valign="top"> <tr><td valign="top">33<td valign="top"> <td valign="top"> <tr><td valign="top">34<td valign="top">Correctie inschrijvingsaanvraag<td valign="top">0<tr><td valign="top">35<td valign="top">Ophangingstest<td valign="top">3<tr><td valign="top">36<td valign="top">Nazicht spatlappen<td valign="top">3</td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></table>Nr.PrestatieTijd (in minuten)-------------------------------------------------------------------1Bus/Car212Vrachtauto203Lichte vrachtauto204Personenauto 4 jaar185Weging96Aanhangwagen > 3,5 t197Aanhangwagen < of = 3,5 t158Tweedehands personenauto189Verzoek agent610Herkeuring LPG/ADR611Herkeuring administratief412Herkeuring andere reden613Duplicaat614ADR bewijs615Bijkomend onderzoek ADR2016Bijkomend onderzoek LPG1017Validatie inschrijvingsaanvraag218Gelijkvormigheidsonderzoek zonder demontage4519Gelijkvormigheidsonderzoek met demontage6020Validatie gelijkvormigheidsattest421Uittreksel goedkeuringsverslag422Classificatie car - volledige keuring1823Classificatie car - 1ste volledige keuring1824Classificatie autocar - vervaldag niet nageleefd3,525Toeslag 1ste keuring > 3,5 t626Toeslag 1ste keuring < of = 3,5 t227Toeslag niet naleven vervaldag oproeping3,528Tachograaf629Tempo 1001530Classificatie car, administratieve aanvullende keuring431Classificatie car, aanvullende keuring andere reden6323334Correctie inschrijvingsaanvraag035Ophangingstest336Nazicht spatlappen3
-
Art. N1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
ANNEXES.
Art. N1_WAALS_GEWEST. [1 Bijlage 1.]1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-04-2022, p. 35602)
Art. N1. Annexe 1. Temps techniques.
-
-
Art. N2_VLAAMS_GEWEST. [1 Bijlage 2. Beroepsbekwaamheid van het personeel. [2 Alleen personen die binnen twaalf maanden na hun indiensttreding een examen hebben afgelegd waaruit blijkt dat de vereiste vaardigheden voor de uitoefening van de functie en dat door de Administratie wordt georganiseerd, kunnen worden behouden in de functie van Directeur-Generaal, Directeur of Adjunct-directeur. a) Directeur-generaal: de Directeur-generaal is houder van een universitair diploma. Als de kandidaat het vereiste diploma niet heeft, moet hij tien jaar beroepservaring hebben. Hij beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om de instelling te beheren. b) Directeurs: - Technisch directeur: de technisch directeur beschikt over een diploma burgerlijk ingenieur of een vergelijkbaar diploma erkend door de betreffende Lidstaat van de Europese Unie. Als de kandidaat het vereiste diploma niet heeft, moet hij vijf jaar beroepservaring in zijn vakgebied kunnen aantonen. Hij is in staat toezicht te houden op de uitvoering van alle technische taken en deze te coördineren. De instelling heeft minstens één technisch directeur. - Administratief directeur: de administratief directeur is houder van een universitair diploma. Als de kandidaat het vereiste diploma niet heeft, moet hij vijf jaar beroepservaring in zijn vakgebied kunnen aantonen. Hij is in staat toezicht te houden op de uitvoering van alle administratieve taken en deze te coördineren. Administratieve directeurs zijn onder andere de financieel directeur, personeelsdirecteur en IT-directeur van de instelling. c) Adjunct-directeurs: de adjunct-directeur is houder van een universitair diploma of een niet-universitair getuigschrift van hoger onderwijs. Als de kandidaat het vereiste diploma niet heeft, moet hij vijf jaar beroepservaring in zijn vakgebied kunnen aantonen. Hij is in staat toezicht te houden op de uitvoering van alle taken die verband houden met zijn functie en deze te coördineren. De erkenning van de beroepservaring wordt ter goedkeuring aan de Minister of diens gemachtigde voorgelegd]2.]1
Art.N1 _REGION_WALLONNE.
Annexe 1. Temps techniques.
-
Art. N2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Bijlage 2. Beroepsbekwaamheid van het personeel. 1. Directiepersoneel : a) Een technische directeur : de technische directeur moet houder zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur of van een hiermee gelijkgesteld diploma erkend door de betrokken Lidstaat van de Europese Unie of houder zijn van een diploma van hoger technisch onderwijs en beschikken over een voldoende ervaring aanvaard door de directeur van Brussel Mobiliteit bevoegd voor de technische keuring. Hij dient bekwaam te zijn om de uitvoering van alle technische taken te verzekeren en te coördineren. b) Een administratieve directeur : de administratieve directeur moet houder zijn van een diploma van universitair onderwijs. Hij dient bekwaam te zijn om alle administratieve taken te verzekeren en te coördineren. c) Eventueel een adjunct bij de directie administratief : de adjunct bij de directie administratief bezit minstens een diploma van hoger niet-universitair onderwijs. d) Eventueel een adjunct bij de directie technisch : de adjunct bij de directie technisch bezit minstens een diploma van hoger niet-universitair onderwijs (technische richting). 2. Technisch personeel : a) Een verantwoordelijke per station die houder dient te zijn van minstens het diploma van hoger technisch onderwijs (specialisatie mechanica, elektriciteit, elektromechanica). Hij is belast met het waken over en zo nodig deelnemen aan de goede uitvoering van de controleverrichtingen, het geregeld nazien van de controletoestellen en de correcte opstelling van de documenten. Tevens is hij verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. b) Inspecteurs die over de volgende vakbekwaamheid moeten beschikken: 1° minstens over een diploma van het hoger secundair onderwijs beschikken, en over gecertifieerde kennis die relevant is voor wegvoertuigen op de volgende gebieden: - mechanica, - dynamica, - voertuigendynamica, - verbrandingsmotoren, - materialen en bewerking van materialen, - elektronica, - elektriciteit, - elektronische onderdelen van voertuigen, - IT-toepassingen. 2° minstens drie jaar ervaring hebben of een gelijkwaardig niveau aantonen zoals een mentoraat of een bekrachtigde scholingsgraad en een passende opleiding op het vlak van voertuigen zoals hierboven omschreven. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig alle keuringsverrichtingen uit op de voertuigtypes waarvoor zij gekwalificeerd zijn, inclusief deze die interpretatie vereisen. Bovendien nemen de inspecteurs deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. c) Adjunct-inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van hoger secundair onderwijs. Zij staan de inspecteurs bij in de uitvoering van de controleverrichtingen. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig de verrichtingen uit waarvan de uitslagen geen interpretatie vereisen en waarvan de dagelijkse herhaling een vorming vergt die vooral door gewoonte en ervaring verkregen wordt. Buiten deze verrichtingen, mag de adjunct-inspecteur slechts werken met een bediende van een hogere categorie met wie hij in ploegverband werkt. Bovendien nemen de adjunct-inspecteurs deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. 3. Administratief personeel : Administratieve bedienden die beschikken over de kwalificaties die noodzakelijk zijn voor de taken waarvoor ze worden aangeworven. Zij voeren alle administratieve taken uit die betrekking hebben op de opdrachten van de instelling. 4. Opleiding van het technisch personeel: De opleiding of het passende examen heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) Voertuigtechnologie: - remsysteem, - stuurinrichtingen, - gezichtsveld, - lichtinstallaties, lichtapparatuur en elektronische onderdelen, - assen, wielen en banden, - onderstel en koetswerk, - overlast en uitstoot, - bijkomende eisen voor bijzondere voertuigen; b) Controlemethodes; c) Beoordeling van de gebreken; d) Geldende wettelijke eisen met betrekking tot de goedkeuring van het voertuig; e) Geldende wettelijke eisen met betrekking tot de technische keuring; f) Bestuurlijke bepalingen met betrekking tot de goedkeuring, registratie en technische keuring van voertuigen; g) IT-toepassingen met betrekking tot de controle en de administratie. 5. Getuigschrift van bekwaamheid Het getuigschrift of een gelijkwaardig document dat aan een inspecteur wordt bezorgd die gemachtigd is technisch te keuren, bevat minstens de volgende inlichtingen: - de identificatie van de inspecteur (naam en voornaam); - de voertuigcategorieën die de inspecteur mag keuren; - de naam van de overheid die het getuigschrift uitreikt; - de datum van afgifte.]1
Art. N1 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Annexe 1 Equipement minimal d'une station de contrôle L'équipement minimal d'une station de contrôle se compose des installations, des appareils de mesure, des dispositifs d'étalonnage et des équipements suivants : 1. Par organisme : Des dispositifs d'étalonnage pour : 1.1. Les freinomètres; 1.2. Les dispositifs pour le contrôle des phares des véhicules automobiles; 1.3. Les appareils de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel; 1.4. Les analyseurs de monoxyde de carbone. 2. Par station de contrôle : 2.1. Un détecteur de fuite de gaz LPG/GNL/GNC; 2.2. Une bascule ou un peseur d'essieux d'une capacité minimale de 10 tonnes; 2.3. Un compte-tours et un sonomètre de classe 2 si le niveau sonore est mesuré; 2.4. Un décéléromètre; 2.5. Un cric mobile; 2.6. Deux pieds à coulisses; 2.7. Deux doubles décamètres; 2.8. Un calibre pour le contrôle des accouplements de remorque et de semi-remorque; 2.9. Un pied à coulisse télescopique; 2.10. Un multimètre électronique; 2.11. Un ensemble de poinçons alphanumériques; 2.12. Un compresseur à air; 2.13. Un dispositif permettant de se connecter à l'interface électronique du véhicule tel qu'un outil d'analyse OBD. 3. Par quatre lignes d'inspection : Un appareil de mesure d'opacité des fumées de moteurs diesel [2 et un appareil de mesure du nombre de particules (appelé PN-meter)]2. 4. Par trois lignes d'inspection : 4.1. Un freinomètre à rouleaux; 4.2. Un dispositif pour le contrôle des phares des véhicules automobiles; 4.3. Un analyseur de monoxyde de carbone; 4.4. Un ou plusieurs dispositifs pour le contrôle des suspensions des voitures et voitures mixtes. 5. Par ligne d'inspection : 5.1. Une fosse d'inspection, une cave d'inspection ou un pont élévateur d'inspection, chacun équipé de dispositifs d'éclairage fixe et mobile, d'au moins un dispositif de levage et d'au moins une paire de détecteurs de jeu; 5.2. Un dispositif pour la mesure de la profondeur d'un profil de pneu. 6. Un ensemble de deux miroirs convexes par ligne d'inspection ou par freinomètre. 7. Un manomètre avec accessoires par freinomètre lourd ou universel. 8. Par ligne de contrôle délocalisé : outre ce qui est prévu au point 5 de la présente annexe, l'ensemble du matériel nécessaire à la réalisation des contrôles réalisables sur cette ligne au regard de l'agrément qu'elle a obtenu.]1 Art. N2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Bijlage 2. Beroepsbekwaamheid van het personeel.
1. Directiepersoneel : a) Een technische directeur : de technische directeur moet houder zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur of van een hiermee gelijkgesteld diploma erkend door de betrokken Lidstaat van de Europese Unie of houder zijn van een diploma van hoger technisch onderwijs en beschikken over een voldoende ervaring aanvaard door de directeur van Brussel Mobiliteit bevoegd voor de technische keuring. Hij dient bekwaam te zijn om de uitvoering van alle technische taken te verzekeren en te coördineren. b) Een administratieve directeur : de administratieve directeur moet houder zijn van een diploma van universitair onderwijs. Hij dient bekwaam te zijn om alle administratieve taken te verzekeren en te coördineren. c) Eventueel een adjunct bij de directie administratief : de adjunct bij de directie administratief bezit minstens een diploma van hoger niet-universitair onderwijs. d) Eventueel een adjunct bij de directie technisch : de adjunct bij de directie technisch bezit minstens een diploma van hoger niet-universitair onderwijs (technische richting). 2. Technisch personeel : a) Een verantwoordelijke per station die houder dient te zijn van minstens het diploma van hoger technisch onderwijs (specialisatie mechanica, elektriciteit, elektromechanica). Hij is belast met het waken over en zo nodig deelnemen aan de goede uitvoering van de controleverrichtingen, het geregeld nazien van de controletoestellen en de correcte opstelling van de documenten. Tevens is hij verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. b) Inspecteurs die over de volgende vakbekwaamheid moeten beschikken: 1° minstens over een diploma van het hoger secundair onderwijs beschikken, en over gecertifieerde kennis die relevant is voor wegvoertuigen op de volgende gebieden: - mechanica, - dynamica, - voertuigendynamica, - verbrandingsmotoren, - materialen en bewerking van materialen, - elektronica, - elektriciteit, - elektronische onderdelen van voertuigen, - IT-toepassingen. 2° minstens drie jaar ervaring hebben of een gelijkwaardig niveau aantonen zoals een mentoraat of een bekrachtigde scholingsgraad en een passende opleiding op het vlak van voertuigen zoals hierboven omschreven. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig alle keuringsverrichtingen uit op de voertuigtypes waarvoor zij gekwalificeerd zijn, inclusief deze die interpretatie vereisen. Bovendien nemen de inspecteurs deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. c) Adjunct-inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van hoger secundair onderwijs. Zij staan de inspecteurs bij in de uitvoering van de controleverrichtingen. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig de verrichtingen uit waarvan de uitslagen geen interpretatie vereisen en waarvan de dagelijkse herhaling een vorming vergt die vooral door gewoonte en ervaring verkregen wordt. Buiten deze verrichtingen, mag de adjunct-inspecteur slechts werken met een bediende van een hogere categorie met wie hij in ploegverband werkt. Bovendien nemen de adjunct-inspecteurs deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. 3. Administratief personeel : Administratieve bedienden die beschikken over de kwalificaties die noodzakelijk zijn voor de taken waarvoor ze worden aangeworven. Zij voeren alle administratieve taken uit die betrekking hebben op de opdrachten van de instelling. 4. Opleiding van het technisch personeel: De opleiding of het passende examen heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) Voertuigtechnologie: - remsysteem, - stuurinrichtingen, - gezichtsveld, - lichtinstallaties, lichtapparatuur en elektronische onderdelen, - assen, wielen en banden, - onderstel en koetswerk, - overlast en uitstoot, - bijkomende eisen voor bijzondere voertuigen; b) Controlemethodes; c) Beoordeling van de gebreken; d) Geldende wettelijke eisen met betrekking tot de goedkeuring van het voertuig; e) Geldende wettelijke eisen met betrekking tot de technische keuring; f) Bestuurlijke bepalingen met betrekking tot de goedkeuring, registratie en technische keuring van voertuigen; g) IT-toepassingen met betrekking tot de controle en de administratie. 5. Getuigschrift van bekwaamheid Het getuigschrift of een gelijkwaardig document dat aan een inspecteur wordt bezorgd die gemachtigd is technisch te keuren, bevat minstens de volgende inlichtingen: - de identificatie van de inspecteur (naam en voornaam); - de voertuigcategorieën die de inspecteur mag keuren; - de naam van de overheid die het getuigschrift uitreikt; - de datum van afgifte.]1 Art. N1 _REGION_WALLONNE.[1 Annexe 1.]1
-
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-04-2022, p. 35265)
Modifié par : WijzigingenArt. 1N2_WAALS_GEWEST. 1. Directiepersoneel : a) Een technische directeur : de technische directeur moet houder zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur of van een hiermee gelijkgesteld diploma erkend door de betrokken Lidstaat van de Europese Unie. Hij dient bekwaam te zijn om de uitvoering van alle technische taken te verzekeren en te coördineren. (b) Een administratieve directeur : de administratieve directeur moet houder zijn van een diploma van universitair [1 ...]1 onderwijs. Hij dient bekwaam te zijn om alle administratieve taken te verzekeren en te coördineren.) (Erratum, zie B.St. 29-04-1995, p. 11485)
Art.N2 _REGION_WALLONNE. Annexe 2. Qualifications professionnelles du personnel. Modifié par :
Art. 2N2. 2. Technisch personeel :
a) Een verantwoordelijke per station die houder dient te zijn van minstens het diploma van hoger technisch onderwijs (specialisatie mechanica, elektriciteit, elektromechanica). Hij is belast met het waken over en zo nodig deelnemen aan de goede uitvoering van de controleverrichtingen, het geregeld nazien van de controletoestellen en de correcte opstelling van de documenten. Tevens is hij verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. b) Inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van hoger secundair technisch onderwijs (specialiteit mechanica, elektriciteit of elektromechanica) en minstens twee jaar beroepservaring bezitten in de automobielsector. De inspecteurs voeren zelfstandig al de controleverrichtingen uit met inbegrip van het opstellen van de controledocumenten. Zij nemen deel aan het nazien van de controletoestellen en aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. c) Adjunct-inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van hoger secundair technisch onderwijs. Zij staan de inspecteurs bij in de uitvoering van de controleverrichtingen. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig de verrichtingen uit waarvan de uitslagen geen interpretatie vereisen en waarvan de dagelijkse herhaling een vorming vergt die vooral door gewoonte en ervaring verkregen wordt. Buiten deze verrichtingen, mag de adjunct-inspecteur slechts werken met een bediende van een hogere categorie met wie hij in ploegverband werkt. Bovendien neemt hij deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. Art. N2 _REGION_FLAMANDE. [1 Annexe 2. Qualifications professionnelles du personnel. 1. Personnel de direction : a) Un directeur technique: le directeur technique doit être porteur d'un diplôme d'ingénieur civil ou d'un diplôme y assimilé reconnu par l'État membre concerné de l'Union européenne. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches techniques. b) Un directeur administratif : le directeur administratif doit être porteur d'un diplôme de l'enseignement universitaire [1 ...]1. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches administratives. 2. Personnel technique : a) Un responsable par station qui doit être porteur au moins d'un diplôme de l'enseignement [1 ...]1 supérieur [1 ...]1. Il est chargé de veiller [1 ...]1 la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) [1 Des contrôleurs qui doivent disposer des qualifications professionnelles suivantes : 1) être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement technique secondaire supérieur certifiant leur connaissance en matière de véhicules routiers dans les domaines suivants : 1° mécanique ; 2° dynamique ; 3° dynamique des véhicules ; 4° moteurs à combustion ; 5° matériaux et transformation de matériaux ; 6° électronique ; 7° électricité ; 8° composants électroniques des véhicules ; 9° applications informatiques ; 2) justifier d'au moins trois ans d'expérience ou d'un niveau équivalent, tel qu'un mentorat ou un niveau d'études attestés, dans les domaines mentionnés au point 2, b, 1), des véhicules routiers.]1 c) Des [1 contrôleurs adjoints]1 qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur. Ils assistent les [1 contrôleurs]1 dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, [1 le contrôleur adjoint]1 ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les [1 contrôleurs adjoints]1 participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. 3. Personnel administratif : Des employés administratifs qui doivent avoir les qualifications nécessaires pour les tâches auxquelles ils sont engagés. Ils exécutent toutes les tâches administratives qui se rapportent aux missions de l'organisme. 4. [1 Formation et examen : la formation et l'examen portent au moins sur les points suivants : a) technique automobile : 1) système de freinage ; 2) systèmes de direction ; 3) champs de vision ; 4) installations et équipements d'éclairage, composants électroniques ; 5) essieux, roues et pneumatiques ; 6) châssis et carrosserie ; 7) nuisances et émissions ; 8) exigences supplémentaires pour les véhicules spéciaux ; b) méthodes d'essai ; c) appréciation des défaillances ; d) exigences légales applicables concernant l'état des véhicules en vue de leur réception ; e) exigences légales applicables concernant le contrôle technique ; f) dispositions administratives relatives à la réception, à l'immatriculation et au contrôle technique des véhicules ; g) applications informatiques relatives au contrôle et à l'administration.]1 5. [1 Certificat de compétence professionnelle. Le certificat ou un document équivalent délivré à un contrôleur autorisé à effectuer des contrôles techniques contient au moins les informations suivantes : a) identification du contrôleur : prénom, nom ; b) catégories de véhicules que le contrôleur est autorisé à contrôler ; c) nom de l'autorité qui délivre le certificat ; d) date de délivrance.]1
WijzigingenArt. 2N2_WAALS_GEWEST. 2. Technisch personeel : a) Een verantwoordelijke per station [2 die minimum twee jaar ervaring heeft als inspecteur]2 [1 ...]1. Hij is belast met het waken over [1 ...]1 de goede uitvoering van de controleverrichtingen, het geregeld nazien van de controletoestellen en de correcte opstelling van de documenten. Tevens is hij verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. b) [1 Controleurs die over de volgende beroepskwalificaties moeten beschikken : (1) [3 over gecertificeerde kennis over wegvoertuigen beschikken op de volgende gebieden]3 : - mechanica; - dynamica; - voertuigendynamiek; - verbrandingsmotoren; - materialen en bewerking van materialen; - elektronica; - elektriciteit, - elektronische onderdelen van voertuigen; - IT-toepassingen; (2) [3 over minstens drie jaar gedocumenteerde ervaring beschikken of iets gelijkwaardigs zoals een gedocumenteerd mentoraat of gedocumenteerde studies en een relevante opleiding]3.]1 c) Adjunct-inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van [2 hoger technisch onderwijs of beroepsonderwijs]2. Zij staan de inspecteurs bij in de uitvoering van de controleverrichtingen. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig de verrichtingen uit waarvan de uitslagen geen interpretatie vereisen en waarvan de dagelijkse herhaling een vorming vergt die vooral door gewoonte en ervaring verkregen wordt. Buiten deze verrichtingen, mag de adjunct-inspecteur slechts werken met een bediende van een hogere categorie met wie hij in ploegverband werkt. Bovendien neemt hij deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station.
Art. N2 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Annexe 2. Qualifications professionnelles du personnel. 1. Personnel de direction : a) Un directeur technique : le directeur technique doit être porteur d'un diplôme d'ingénieur civil ou d'un diplôme y assimilé reconnu par l'Etat membre concerné de l'Union européenne ou être porteur d'un diplôme de l'enseignement supérieur technique et disposer d'une expérience suffisante acceptée par le directeur de la Direction de Bruxelles Mobilité compétente pour le contrôle technique des véhicules. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches techniques. b) Un directeur administratif : le directeur administratif doit être porteur d'un diplôme de l'enseignement universitaire. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches administratives. c) Eventuellement un adjoint à la direction administrative : l'adjoint à la direction administrative doit être en possession de minimum un diplôme de l'enseignement supérieur non-universitaire. d) Eventuellement un adjoint à la direction technique : l'adjoint à la direction technique doit être en possession de minimum un diplôme de l'enseignement supérieur non-universitaire (orientation technique). 2. Personnel technique : a) Un responsable par station qui doit être porteur au moins d'un diplôme de l'enseignement technique supérieur (spécialité mécanique, électricité, électromécanique). Il est chargé de veiller et, au besoin, de participer à la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) Des inspecteurs qui doivent disposer des qualifications professionnelles suivantes : 1° être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et disposer de connaissance certifiée en matière de véhicules routiers dans les domaines suivants : - mécanique, - dynamique, - dynamique des véhicules, - moteurs à combustion, - matériaux et transformation de matériaux, - électronique, - électricité, - composants électroniques des véhicules, - applications informatiques. 2° justifier d'au moins trois ans d'expérience ou d'un niveau équivalent, tel qu'un mentorat ou un niveau d'études attestés et d'une formation appropriée dans le domaine des véhicules routiers définis ci-dessus. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, toutes les opérations de contrôle pour les types de véhicules et pour lesquels ils sont qualifiés, en ce compris les opérations demandant une interprétation. Les inspecteurs participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. c) Des inspecteurs adjoints qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur. Ils assistent les inspecteurs dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, l'inspecteur adjoint ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les inspecteurs adjoints participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. 3. Personnel administratif : Des employés administratifs qui doivent avoir les qualifications nécessaires pour les tâches auxquelles ils sont engagés. Ils exécutent toutes les tâches administratives qui se rapportent aux missions de l'organisme. 4. Formation du personnel technique : La formation ou l'examen approprié porte au moins sur les points suivants : a) Technique automobile : - système de freinage, - systèmes de direction, - champs de vision, - installations et équipements d'éclairage, composant électroniques, - essieux, roues et pneumatiques, - châssis et carrosserie, - nuisances et émissions, - exigences supplémentaires pour les véhicules spéciaux; b) Méthodes d'essai; c) Appréciation des défaillances; d) Exigences légales applicables concernant l'état des véhicules en vue de leur réception; e) Exigences légales applicables concernant le contrôle technique; f) Dispositions administratives relatives à la réception, à l'immatriculation et au contrôle technique des véhicules; g) Applications informatiques relatives au contrôle et à l'administration. 5. Certificat de compétence : Le certificat ou un document équivalent délivré à un inspecteur autorisé à effectuer des contrôles techniques contient au moins les informations suivantes : - identification de l'inspecteur (prénom, nom); - catégories de véhicules que l'inspecteur est autorisé à contrôler; - nom de l'autorité qui délivre le certificat, - date de délivrance.]1
WijzigingenArt. 2N2_WAALS_GEWEST. 2. Technisch personeel :
a) Een verantwoordelijke per station [2 die minimum twee jaar ervaring heeft als inspecteur]2 [1 ...]1. Hij is belast met het waken over [1 ...]1 de goede uitvoering van de controleverrichtingen, het geregeld nazien van de controletoestellen en de correcte opstelling van de documenten. Tevens is hij verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. b) [1 Controleurs die over de volgende beroepskwalificaties moeten beschikken : (1) [3 over gecertificeerde kennis over wegvoertuigen beschikken op de volgende gebieden]3 : - mechanica; - dynamica; - voertuigendynamiek; - verbrandingsmotoren; - materialen en bewerking van materialen; - elektronica; - elektriciteit, - elektronische onderdelen van voertuigen; - IT-toepassingen; (2) [3 over minstens drie jaar gedocumenteerde ervaring beschikken of iets gelijkwaardigs zoals een gedocumenteerd mentoraat of gedocumenteerde studies en een relevante opleiding]3.]1 c) Adjunct-inspecteurs die houder dienen te zijn van minstens het diploma van [2 hoger technisch onderwijs of beroepsonderwijs]2. Zij staan de inspecteurs bij in de uitvoering van de controleverrichtingen. Zij maken de controledocumenten op en voeren zelfstandig de verrichtingen uit waarvan de uitslagen geen interpretatie vereisen en waarvan de dagelijkse herhaling een vorming vergt die vooral door gewoonte en ervaring verkregen wordt. Buiten deze verrichtingen, mag de adjunct-inspecteur slechts werken met een bediende van een hogere categorie met wie hij in ploegverband werkt. Bovendien neemt hij deel aan het onderhoud van de lokalen en het materieel van het station. Art. N2 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Annexe 2. Qualifications professionnelles du personnel. 1. Personnel de direction : a) Un directeur technique : le directeur technique doit être porteur d'un diplôme d'ingénieur civil ou d'un diplôme y assimilé reconnu par l'Etat membre concerné de l'Union européenne ou être porteur d'un diplôme de l'enseignement supérieur technique et disposer d'une expérience suffisante acceptée par le directeur de la Direction de Bruxelles Mobilité compétente pour le contrôle technique des véhicules. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches techniques. b) Un directeur administratif : le directeur administratif doit être porteur d'un diplôme de l'enseignement universitaire. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches administratives. c) Eventuellement un adjoint à la direction administrative : l'adjoint à la direction administrative doit être en possession de minimum un diplôme de l'enseignement supérieur non-universitaire. d) Eventuellement un adjoint à la direction technique : l'adjoint à la direction technique doit être en possession de minimum un diplôme de l'enseignement supérieur non-universitaire (orientation technique). 2. Personnel technique : a) Un responsable par station qui doit être porteur au moins d'un diplôme de l'enseignement technique supérieur (spécialité mécanique, électricité, électromécanique). Il est chargé de veiller et, au besoin, de participer à la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) Des inspecteurs qui doivent disposer des qualifications professionnelles suivantes : 1° être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et disposer de connaissance certifiée en matière de véhicules routiers dans les domaines suivants : - mécanique, - dynamique, - dynamique des véhicules, - moteurs à combustion, - matériaux et transformation de matériaux, - électronique, - électricité, - composants électroniques des véhicules, - applications informatiques. 2° justifier d'au moins trois ans d'expérience ou d'un niveau équivalent, tel qu'un mentorat ou un niveau d'études attestés et d'une formation appropriée dans le domaine des véhicules routiers définis ci-dessus. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, toutes les opérations de contrôle pour les types de véhicules et pour lesquels ils sont qualifiés, en ce compris les opérations demandant une interprétation. Les inspecteurs participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. c) Des inspecteurs adjoints qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur. Ils assistent les inspecteurs dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, l'inspecteur adjoint ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les inspecteurs adjoints participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. 3. Personnel administratif : Des employés administratifs qui doivent avoir les qualifications nécessaires pour les tâches auxquelles ils sont engagés. Ils exécutent toutes les tâches administratives qui se rapportent aux missions de l'organisme. 4. Formation du personnel technique : La formation ou l'examen approprié porte au moins sur les points suivants : a) Technique automobile : - système de freinage, - systèmes de direction, - champs de vision, - installations et équipements d'éclairage, composant électroniques, - essieux, roues et pneumatiques, - châssis et carrosserie, - nuisances et émissions, - exigences supplémentaires pour les véhicules spéciaux; b) Méthodes d'essai; c) Appréciation des défaillances; d) Exigences légales applicables concernant l'état des véhicules en vue de leur réception; e) Exigences légales applicables concernant le contrôle technique; f) Dispositions administratives relatives à la réception, à l'immatriculation et au contrôle technique des véhicules; g) Applications informatiques relatives au contrôle et à l'administration. 5. Certificat de compétence : Le certificat ou un document équivalent délivré à un inspecteur autorisé à effectuer des contrôles techniques contient au moins les informations suivantes : - identification de l'inspecteur (prénom, nom); - catégories de véhicules que l'inspecteur est autorisé à contrôler; - nom de l'autorité qui délivre le certificat, - date de délivrance.]1 WijzigingenArt. 4N2_WAALS_GEWEST. [1 4. Formation : De opleiding of het aangepaste onderzoek van de inspecteurs heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) voertuigtechnologie: (1) remsysteem; (2) stuurinrichtingen; (3) zichtvelden; (4) lichtinstallaties, lichtapparatuur en elektronische onderdelen; (5) assen, wielen en banden; (6) chassis en carrosserie; (7) overlastfactoren en emissies; 8) aanvullende vereisten voor speciale voertuigen; b) controlemethoden; c) beoordeling van gebreken; d) wettelijke vereisten voor goedkeuring die op het voertuig van toepassing zijn; e) wettelijke vereisten betreffende technische controle van voertuigen; f) administratieve bepalingen betreffende de goedkeuring, registratie en technische controle van voertuigen; g) IT-toepassingen voor het verrichten van technische controles en voor administratieve doeleinden. De opleiding of het aangepaste onderzoek van de adjunct-inspecteurs heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) voertuigtechnologie: (1) remsysteem; (2) stuurinrichtingen; (3) zichtvelden; (4) lichtinstallaties, lichtapparatuur; (5) assen en banden; (6) overlastfactoren en emissies.]1
Art. 1N2 _REGION_WALLONNE. 1. Personnel de direction : a) Un directeur technique : le directeur technique doit être porteur d'un diplôme d'ingénieur civil ou d'un diplôme y assimilé reconnu par l'Etat membre concerné de l'Union européenne. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches techniques. b) Un directeur administratif : le directeur administratif doit être porteur d'un diplôme de l'enseignement universitaire [1 ...]1. Il doit être apte à assurer et à coordonner l'exécution de toutes les tâches administratives.
WijzigingenArt. 4N2_WAALS_GEWEST. [1 4. Formation :
De opleiding of het aangepaste onderzoek van de inspecteurs heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) voertuigtechnologie: (1) remsysteem; (2) stuurinrichtingen; (3) zichtvelden; (4) lichtinstallaties, lichtapparatuur en elektronische onderdelen; (5) assen, wielen en banden; (6) chassis en carrosserie; (7) overlastfactoren en emissies; 8) aanvullende vereisten voor speciale voertuigen; b) controlemethoden; c) beoordeling van gebreken; d) wettelijke vereisten voor goedkeuring die op het voertuig van toepassing zijn; e) wettelijke vereisten betreffende technische controle van voertuigen; f) administratieve bepalingen betreffende de goedkeuring, registratie en technische controle van voertuigen; g) IT-toepassingen voor het verrichten van technische controles en voor administratieve doeleinden. De opleiding of het aangepaste onderzoek van de adjunct-inspecteurs heeft minstens betrekking op de volgende punten: a) voertuigtechnologie: (1) remsysteem; (2) stuurinrichtingen; (3) zichtvelden; (4) lichtinstallaties, lichtapparatuur; (5) assen en banden; (6) overlastfactoren en emissies.]1 Art. 2N2. 2. Personnel technique :
a) Un responsable par station qui doit être porteur au moins d'un diplôme de l'enseignement technique supérieur (spécialité mécanique, électricité, électromécanique). Il est chargé de veiller et, au besoin, de participer à la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) Des inspecteurs qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement technique secondaire supérieur (spécialité mécanique, électricité ou électromécanique) et justifier d'au moins deux ans de pratique professionnelle dans le secteur automobile. Ils effectuent, de façon autonome, toutes les opérations de contrôle y compris l'établissement des documents de contrôle. Ils participent à la vérification des appareils de contrôle et à l'entretien des locaux et du matériel de la station. c) Des inspecteurs adjoints qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement technique secondaire supérieur. Ils assistent les inspecteurs dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, l'inspecteur adjoint ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les inspecteurs adjoints participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. Art. 5N2_WAALS_GEWEST. [1 5. Getuigschrift van vakbekwaamheid :
Het getuigschrift of een gelijkwaardige documentatie van een controleur die bevoegd is om technische controles te verrichten omvat ten minste de volgende informatie : (1) identificatie van de controleur : (voor- en achternaam); (2) voertuigcategorieën waarvoor de controleur bevoegd is om technische controles te verrichten; (3) naam van de afgevende instantie; (4) datum van afgifte.]1 Art. 2N2 _REGION_WALLONNE. 2. Personnel technique : a) Un responsable par station [2 qui justifie une expérience de minimum deux ans dans la fonction d'inspecteur]2 [1 ...]1. Il est chargé de veiller [1 ...]1 à la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) [1 Des inspecteurs qui doivent disposer des qualifications professionnelles suivantes : (1)[3 disposer de connaissances certifiées en matière de véhicules routiers dans les domaines suivants]3 : - mécanique; - dynamique; - dynamique des véhicules; - moteurs à combustion; - matériaux et transformation de matériaux; - électronique; - électricité; - composants électroniques des véhicules; - applications informatiques; (2) [3 disposer d'au moins trois ans d'expérience attestée ou d'un niveau équivalent tel qu'un mentorat ou un niveau d'études attestés et d'une formation appropriée]3 dans le domaine des véhicules routiers définis ci-dessus]1 c) Des inspecteurs adjoints qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement technique [2 ou professionnel]2 secondaire supérieur. Ils assistent les inspecteurs dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, l'inspecteur adjoint ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les inspecteurs adjoints participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station.
Art. N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Bijlage 3. Criteria betreffende het personeel van de controlestations en de hoofdburelen van de instellingen.]1
Art. 2N2 _REGION_WALLONNE.
2. Personnel technique : a) Un responsable par station [2 qui justifie une expérience de minimum deux ans dans la fonction d'inspecteur]2 [1 ...]1. Il est chargé de veiller [1 ...]1 à la bonne exécution des opérations de contrôle, à la vérification périodique des appareils de contrôle et à l'établissement correct des documents. Il est également responsable de l'entretien courant des locaux et du matériel de la station. b) [1 Des inspecteurs qui doivent disposer des qualifications professionnelles suivantes : (1)[3 disposer de connaissances certifiées en matière de véhicules routiers dans les domaines suivants]3 : - mécanique; - dynamique; - dynamique des véhicules; - moteurs à combustion; - matériaux et transformation de matériaux; - électronique; - électricité; - composants électroniques des véhicules; - applications informatiques; (2) [3 disposer d'au moins trois ans d'expérience attestée ou d'un niveau équivalent tel qu'un mentorat ou un niveau d'études attestés et d'une formation appropriée]3 dans le domaine des véhicules routiers définis ci-dessus]1 c) Des inspecteurs adjoints qui doivent être porteurs au moins du diplôme de l'enseignement technique [2 ou professionnel]2 secondaire supérieur. Ils assistent les inspecteurs dans l'exécution des opérations de contrôle. Ils établissent les documents de contrôle et effectuent, de façon autonome, les opérations dont les résultats ne requièrent pas d'interprétation et qui, journellement répétées, exigent surtout une formation acquise par l'habitude et l'expérience. En dehors de ces opérations, l'inspecteur adjoint ne peut oeuvrer qu'avec un employé d'une catégorie supérieure avec lequel il forme équipe. Les inspecteurs adjoints participent à l'entretien des locaux et du matériel de la station. Art. 1N3. 1. Kwantitatieve criteria van het personeel.
Voor het bepalen van de kwantitatieve criteria, dat wil zeggen het aantal personeelsleden zonder rekening te houden met de graad, zal men de beschikbare tijd (cfr. 1.1.) vergelijken met de nodige tijd (cfr. 1.2.) die bepaald wordt in functie van de duur van elke prestatie waarvan het aantal bepaald wordt door het aantal geïnde vergoedingen. 1.1. Beschikbare tijd Het aantal werkuren per jaar en per personeelslid is gelijk aan : N = 43,6 X (M - 1,125) afgerond naar de hogere eenheid. Daarin zijn : a) 43,6 = het aantal werkweken per jaar, dat wil zeggen : 52,2 weken - 4,4 verlofweken (gemiddeld) - 2,2 weken feestdagen - 2 weken afwezigheden van allerlei aard met uitzondering van afwezigheden langer dan 1 maand (gemiddeld); b) M = het aantal te presteren werkuren per week in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst die in voege is; c) 1,125 = gemiddelde tijd die per week is voorbehouden voor de koffiepauze (9 X 0,125 uur = 1,125 uur). 1.2. Nodige tijd 1.2.1. Technische tijd De totale tijd per jaar nodig voor het uitvoeren van de technische taken voor een gegeven station is gelijk aan de som van het aantal prestaties van elke categorie vermenigvuldigd met de toegekende technische tijd voor elk soort prestatie. Dit bedrag wordt uitgedrukt in uren. De tabel met de lijst van de tijden per prestatie bevindt zich in bijlage 1. 1.2.2. Administratieve tijd 1.2.2.1. Administratieve tijd in het station. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het station wordt gelijkgesteld met 23 % van de technische tijd toegekend voor het station. 1.2.2.2. Administratieve tijd in het hoofdbureel. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het hoofdbureel wordt gelijkgesteld met 7 % van de technische tijd toegekend voor de ganse instelling. 1.2.3. Tijd voor kaderfuncties 1.2.3.1. Tijd voor kaderfuncties in het station. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 9,5 % van de technische tijd die voor het station is toegekend. 1.2.3.2. Tijd voor kaderfuncties in het hoofdbureel. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 12,5 % van de administratieve tijd die voor het hoofdbureel is toegekend. 1.2.4. Totale tijd 1.2.4.1. Totale tijd in het station. De totale tijd nodig in een station (t(s)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.1., 1.2.2.1. en 1.2.3.1. 1.2.4.2. Totale tijd in het hoofdbureel. De totale tijd nodig in een hoofdbureel (t(b)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.2.2. en 1.2.3.2. 1.3. Berekening van het personeelseffectief 1.3.1. Personeelseffectief per controlestation 1.3.1.1. Totaal effectief (P(s)). P(s) wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.1. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtstbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). 1.3.1.2. Aantal kaderpersoneel (Ks). Ks wordt bepaald aan de hand van volgende tabel : Art. 4N2 _REGION_WALLONNE.[1 4. Formation : La formation ou l'examen approprié des inspecteurs porte au moins sur les points suivants : a) technique automobile : (1) système de freinage ; (2) systèmes de direction ; (3) champs de vision ; (4) installations et équipements d'éclairage, composants électroniques ; (5) essieux, roues et pneumatiques ; (6) châssis et carrosserie ; (7) nuisances et émissions ; (8) exigences supplémentaires pour les véhicules spéciaux ; b) méthodes d'essai ; c) appréciation des défaillances ; d) exigences légales applicables concernant l'état des véhicules en vue de leur réception ; e) exigences légales applicables concernant le contrôle technique ; f) dispositions administratives relatives à la réception, à l'immatriculation et au contrôle technique des véhicules ; g) applications informatiques relatives au contrôle et à l'administration. La formation ou l'examen approprié des inspecteurs adjoints porte au moins sur les points suivants : a) technique automobile : (1) système de freinage ; (2) systèmes de direction ; (3) champs de vision ; (4) installations et équipements d'éclairage ; (5) roues et pneumatiques ; (6) nuisances et émissions.]1
Wijzigingen
1.3.1.3. Aantal administratief personeel (As). As wordt bepaald door 0,187 x (Ps - Ks) te berekenen en af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien het aldus bepaald aantal kleiner is dan 1, wordt het met 0 gelijkgesteld. 1.3.1.4. Aantal technisch personeel (Cs). Cs is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel en met het aantal administratief personeel : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Personeelseffectief per hoofdbureel. 1.3.2.1. Totaal effectief (Pb). Pb wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.2. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien dit aantal kleiner is dan 4, wordt het gelijkgesteld met 4. 1.3.2.2. Aantal kaderpersoneel (Kb). Kb wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel :
-
1.3.2.3. Aantal administratief personeel (Ab). Ab is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel : Ab = Pb - Kb.
-
Art. 1N3_VLAAMS_GEWEST. 1. Kwantitatieve criteria van het personeel. Voor het bepalen van de kwantitatieve criteria, dat wil zeggen het aantal personeelsleden zonder rekening te houden met de graad, zal men de beschikbare tijd (cfr. 1.1.), vergelijken met de nodige tijd (cfr. 1.2.) die bepaald wordt in functie van de duur van elke prestatie waarvan het aantal bepaald wordt door het aantal geïnde vergoedingen. 1.1. Beschikbare tijd Het aantal werkuren per jaar en per personeelslid is gelijk aan : N = 43,6 X (M - 1,125) afgerond naar de hogere eenheid. Daarin zijn : a) 43,6 = het aantal werkweken per jaar, dat wil zeggen : 52,2 weken - 4,4 verlofweken (gemiddeld) - 2,2 weken feestdagen - 2 weken afwezigheden van allerlei aard met uitzondering van afwezigheden langer dan 1 maand (gemiddeld); b) M = het aantal te presteren werkuren per week in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst die in voege is; c) 1,125 = gemiddelde tijd die per week is voorbehouden voor de koffiepauze (9 X 0,125 uur = 1,125 uur). 1.2. Nodige tijd 1.2.1. Technische tijd De totale tijd per jaar nodig voor het uitvoeren van de technische taken voor een gegeven station is gelijk aan de som van het aantal prestaties van elke categorie vermenigvuldigd met de toegekende technische tijd voor elk soort prestatie. Dit bedrag wordt uitgedrukt in uren. [1 ...]1. 1.2.2. Administratieve tijd 1.2.2.1. Administratieve tijd in het station. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het station wordt gelijkgesteld met 23 % van de technische tijd toegekend voor het station. 1.2.2.2. Administratieve tijd in het hoofdbureel. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het hoofdbureel wordt gelijkgesteld met 7 % van de technische tijd toegekend voor de ganse instelling. 1.2.3. Tijd voor kaderfuncties 1.2.3.1. Tijd voor kaderfuncties in het station. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 9,5 % van de technische tijd die voor het station is toegekend. 1.2.3.2. Tijd voor kaderfuncties in het hoofdbureel. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 12,5 % van de administratieve tijd die voor het hoofdbureel is toegekend. 1.2.4. Totale tijd 1.2.4.1. Totale tijd in het station. De totale tijd nodig in een station (t(s)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.1., 1.2.2.1. en 1.2.3.1. 1.2.4.2. Totale tijd in het hoofdbureel. De totale tijd nodig in een hoofdbureel (t(b)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.2.2. en 1.2.3.2. 1.3. Berekening van het personeelseffectief 1.3.1. Personeelseffectief per controlestation 1.3.1.1. Totaal effectief (P(s)). P(s) wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.1. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtstbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). 1.3.1.2. Aantal kaderpersoneel (Ks). Ks wordt bepaald aan de hand van volgende tabel : [1 totaal effectief Ps aantal kaderpersoneel Ks verdeling stationschef onderstationschef Ps < 8 1 0 18 ≤ Ps < 24 2 1 124 ≤ Ps < 40 3 1 240 ≤ Ps < 56 4 1 356 ≤ Ps 5 1 4]1 1.3.1.3. Aantal administratief personeel (As). As wordt bepaald door 0,187 x (Ps - Ks) te berekenen en af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien het aldus bepaald aantal kleiner is dan 1, wordt het met 0 gelijkgesteld. 1.3.1.4. Aantal technisch personeel (Cs). Cs is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel en met het aantal administratief personeel : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Personeelseffectief per hoofdbureel. 1.3.2.1. Totaal effectief (Pb). Pb wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.2. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien dit aantal kleiner is dan 4, wordt het gelijkgesteld met 4. 1.3.2.2. Aantal kaderpersoneel (Kb). Kb wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel : Totaal effectiefAantalVerdeling kaderpersoneel PbKbDienstchefAdjunct-dienstchef--- - 4 < of = Pb < 51105 < of = Pb < 1521115 < of = Pb < 25312 1.3.2.3. Aantal administratief personeel (Ab). Ab is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel : Ab = Pb - Kb.
2. Klasse van het station Een station behoort tot de tweede klasse wanneer Ps overeenkomstig 1.3.1.1. minder bedraagt dan 15. Wanneer Ps gelijk is aan of groter is dan 15, behoort het station tot de eerste klasse. In elk station hebben de stationschef en desgevallend de onderstationschef(s) de klasse van het station. 3. Kwalitatieve bepalingen voor het personeel 3.1. Met uitzondering van de gevallen van overmacht, moet per station het aantal aanwezige technische personeelsleden met een graad hoger dan [1 adjunct-controleur]1 1ste klas en met inbegrip van de stationschef en de onderstationschef(s) minstens 62,5% bedragen van het aantal personeelsleden vastgesteld voor dat station. Deze waarden worden afgerond naar de lager gelegen halve eenheid. 3.2.In stations zonder onderstationschef dient er minstens een [1 controleur]1 1ste klas te zijn. 4. Slotbepalingen 4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van 10% en + 5% t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels: a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat aard en graad betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen. Art. 4N2 _REGION_WALLONNE.[1 4. Formation :
La formation ou l'examen approprié des inspecteurs porte au moins sur les points suivants : a) technique automobile : (1) système de freinage ; (2) systèmes de direction ; (3) champs de vision ; (4) installations et équipements d'éclairage, composants électroniques ; (5) essieux, roues et pneumatiques ; (6) châssis et carrosserie ; (7) nuisances et émissions ; (8) exigences supplémentaires pour les véhicules spéciaux ; b) méthodes d'essai ; c) appréciation des défaillances ; d) exigences légales applicables concernant l'état des véhicules en vue de leur réception ; e) exigences légales applicables concernant le contrôle technique ; f) dispositions administratives relatives à la réception, à l'immatriculation et au contrôle technique des véhicules ; g) applications informatiques relatives au contrôle et à l'administration. La formation ou l'examen approprié des inspecteurs adjoints porte au moins sur les points suivants : a) technique automobile : (1) système de freinage ; (2) systèmes de direction ; (3) champs de vision ; (4) installations et équipements d'éclairage ; (5) roues et pneumatiques ; (6) nuisances et émissions.]1 Wijzigingen
-
Art. 1N3_VLAAMS_GEWEST. 1. Kwantitatieve criteria van het personeel.
Voor het bepalen van de kwantitatieve criteria, dat wil zeggen het aantal personeelsleden zonder rekening te houden met de graad, zal men de beschikbare tijd (cfr. 1.1.), vergelijken met de nodige tijd (cfr. 1.2.) die bepaald wordt in functie van de duur van elke prestatie waarvan het aantal bepaald wordt door het aantal geïnde vergoedingen. 1.1. Beschikbare tijd Het aantal werkuren per jaar en per personeelslid is gelijk aan : N = 43,6 X (M - 1,125) afgerond naar de hogere eenheid. Daarin zijn : a) 43,6 = het aantal werkweken per jaar, dat wil zeggen : 52,2 weken - 4,4 verlofweken (gemiddeld) - 2,2 weken feestdagen - 2 weken afwezigheden van allerlei aard met uitzondering van afwezigheden langer dan 1 maand (gemiddeld); b) M = het aantal te presteren werkuren per week in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst die in voege is; c) 1,125 = gemiddelde tijd die per week is voorbehouden voor de koffiepauze (9 X 0,125 uur = 1,125 uur). 1.2. Nodige tijd 1.2.1. Technische tijd De totale tijd per jaar nodig voor het uitvoeren van de technische taken voor een gegeven station is gelijk aan de som van het aantal prestaties van elke categorie vermenigvuldigd met de toegekende technische tijd voor elk soort prestatie. Dit bedrag wordt uitgedrukt in uren. [1 ...]1. 1.2.2. Administratieve tijd 1.2.2.1. Administratieve tijd in het station. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het station wordt gelijkgesteld met 23 % van de technische tijd toegekend voor het station. 1.2.2.2. Administratieve tijd in het hoofdbureel. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het hoofdbureel wordt gelijkgesteld met 7 % van de technische tijd toegekend voor de ganse instelling. 1.2.3. Tijd voor kaderfuncties 1.2.3.1. Tijd voor kaderfuncties in het station. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 9,5 % van de technische tijd die voor het station is toegekend. 1.2.3.2. Tijd voor kaderfuncties in het hoofdbureel. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 12,5 % van de administratieve tijd die voor het hoofdbureel is toegekend. 1.2.4. Totale tijd 1.2.4.1. Totale tijd in het station. De totale tijd nodig in een station (t(s)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.1., 1.2.2.1. en 1.2.3.1. 1.2.4.2. Totale tijd in het hoofdbureel. De totale tijd nodig in een hoofdbureel (t(b)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.2.2. en 1.2.3.2. 1.3. Berekening van het personeelseffectief 1.3.1. Personeelseffectief per controlestation 1.3.1.1. Totaal effectief (P(s)). P(s) wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.1. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtstbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). 1.3.1.2. Aantal kaderpersoneel (Ks). Ks wordt bepaald aan de hand van volgende tabel : [1 Art. 5N2 _REGION_WALLONNE. [1 5. Certificat de compétence :
Le certificat ou un document équivalent délivré à un inspecteur autorisé à effectuer des contrôles techniques contient au moins les informations suivantes : (1) identification de l'inspecteur : prénom, nom; (2) catégories de véhicules que l'inspecteur est autorisé à contrôler; (3) nom de l'autorité qui délivre le certificat; (4) date de délivrance.]1
Ps aantal kaderpersoneel Ks verdelingstationschef onderstationschef Ps < 8 1 0 18 ≤ Ps < 24 2 1 124 ≤ Ps < 40 3 1 240 ≤ Ps < 56 4 1 356 ≤ Ps 5 1 4 ]1 1.3.1.3. Aantal administratief personeel (As). As wordt bepaald door 0,187 x (Ps - Ks) te berekenen en af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien het aldus bepaald aantal kleiner is dan 1, wordt het met 0 gelijkgesteld. 1.3.1.4. Aantal technisch personeel (Cs). Cs is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel en met het aantal administratief personeel : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Personeelseffectief per hoofdbureel. 1.3.2.1. Totaal effectief (Pb). Pb wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.2. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien dit aantal kleiner is dan 4, wordt het gelijkgesteld met 4. 1.3.2.2. Aantal kaderpersoneel (Kb). Kb wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel :
-
-
1.3.2.3. Aantal administratief personeel (Ab).
Ab is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel : Ab = Pb - Kb. 2. Klasse van het station Een station behoort tot de tweede klasse wanneer Ps overeenkomstig 1.3.1.1. minder bedraagt dan 15. Wanneer Ps gelijk is aan of groter is dan 15, behoort het station tot de eerste klasse. In elk station hebben de stationschef en desgevallend de onderstationschef(s) de klasse van het station. 3. Kwalitatieve bepalingen voor het personeel 3.1. Met uitzondering van de gevallen van overmacht, moet per station het aantal aanwezige technische personeelsleden met een graad hoger dan [1 adjunct-controleur]1 1ste klas en met inbegrip van de stationschef en de onderstationschef(s) minstens 62,5% bedragen van het aantal personeelsleden vastgesteld voor dat station. Deze waarden worden afgerond naar de lager gelegen halve eenheid. 3.2.In stations zonder onderstationschef dient er minstens een [1 controleur]1 1ste klas te zijn. 4. Slotbepalingen 4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van 10% en + 5% t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels: a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat aard en graad betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen.
-
-
Art. 1N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 1N3.
1. Kwantitatieve criteria van het personeel. Voor het bepalen van de kwantitatieve criteria, dat wil zeggen het aantal personeelsleden zonder rekening te houden met de graad, zal men de beschikbare tijd (cfr. 1.1.) vergelijken met de nodige tijd (cfr. 1.2.) die bepaald wordt in functie van de duur van elke prestatie waarvan het aantal bepaald wordt door het aantal geïnde vergoedingen. 1.1. Beschikbare tijd Het aantal werkuren per jaar en per personeelslid is gelijk aan : N = 43,6 X (M - 1,125) afgerond naar de hogere eenheid. Daarin zijn : a) 43,6 = het aantal werkweken per jaar, dat wil zeggen : 52,2 weken - 4,4 verlofweken (gemiddeld) - 2,2 weken feestdagen - 2 weken afwezigheden van allerlei aard met uitzondering van afwezigheden langer dan 1 maand (gemiddeld); b) M = het aantal te presteren werkuren per week in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst die in voege is; c) 1,125 = gemiddelde tijd die per week is voorbehouden voor de koffiepauze (9 X 0,125 uur = 1,125 uur). 1.2. Nodige tijd 1.2.1. Technische tijd De totale tijd per jaar nodig voor het uitvoeren van de technische taken voor een gegeven station is gelijk aan de som van het aantal prestaties van elke categorie vermenigvuldigd met de toegekende technische tijd voor elk soort prestatie. Dit bedrag wordt uitgedrukt in uren. 1.2.2. Administratieve tijd 1.2.2.1. Administratieve tijd in het station. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het station wordt gelijkgesteld met 20 % van de technische tijd toegekend voor het station. 1.2.2.2. Administratieve tijd in het hoofdbureel. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het hoofdbureel wordt gelijkgesteld met 20 % van de technische tijd toegekend voor de ganse instelling. 1.2.3. Tijd voor kaderfuncties 1.2.3.1. Tijd voor kaderfuncties in het station. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 9,5 % van de technische tijd die voor het station is toegekend. 1.2.3.2. Tijd voor kaderfuncties in het hoofdbureel. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 12,5 % van de administratieve tijd die voor het hoofdbureel is toegekend. 1.2.4. Totale tijd 1.2.4.1. Totale tijd in het station. De totale tijd nodig in een station (t(s)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.1., 1.2.2.1. en 1.2.3.1. 1.2.4.2. Totale tijd in het hoofdbureel. De totale tijd nodig in een hoofdbureel (t(b)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.2.2. en 1.2.3.2. 1.3. Berekening van het personeelseffectief 1.3.1. Personeelseffectief per controlestation 1.3.1.1. Totaal effectief (Ps). Ps wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.1. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtstbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). 1.3.1.2. Aantal kaderpersoneel (Ks). Ks wordt bepaald aan de hand van volgende tabel : Art. N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. Annexe 3. Critères relatifs au personnel des stations de contrôle et des bureaux centraux des organismes.
Ps<8 1 0 1 Ps<8 1 0 18 <= Ps < 24 2 1 1 8 <= Ps < 24 2 1 124 <= Ps < 40 3 1 2 24 <= Ps < 40 3 1 240<= Ps < 56 4 1 3 40<= Ps < 56 4 1 356<= Ps 5 1 4 56<= Ps 5 1 4 1.3.1.3. Aantal administratief personeel (As). As wordt bepaald door 0,187 x (Ps - Ks) te berekenen en af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien het aldus bepaald aantal kleiner is dan 1, wordt het met 0 gelijkgesteld. 1.3.1.4. Aantal technisch personeel (Cs). Cs is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel en met het aantal administratief personeel : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Personeelseffectief per hoofdbureel. 1.3.2.1. Totaal effectief (Pb). Pb wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.2. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien dit aantal kleiner is dan 4, wordt het gelijkgesteld met 4. 1.3.2.2. Aantal kaderpersoneel (Kb). Minimaal Kb wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel :
-
4 <= Pb < 15 1 1 0 4 <= Pb < 15 1 1 015 <= Pb < 25 2 1 1 15 <= Pb < 25 2 1 125 en meer 3 1 2 25 et plus 3 1 2 1.3.2.3. Aantal administratief personeel (Ab). Ab is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel : Ab = Pb - Kb.]1
-
Art. 1N3_WAALS_GEWEST. 1. Kwantitatieve criteria van het personeel.
Voor het bepalen van de kwantitatieve criteria, dat wil zeggen het aantal personeelsleden zonder rekening te houden met de graad, zal men de beschikbare tijd (cfr. 1.1.) vergelijken met de nodige tijd (cfr. 1.2.) die bepaald wordt in functie van de duur van elke prestatie waarvan het aantal bepaald wordt door het aantal geïnde vergoedingen. 1.1. Beschikbare tijd Het aantal werkuren per jaar en per personeelslid is gelijk aan : N = 43,6 X (M - 1,125) afgerond naar de hogere eenheid. Daarin zijn : a) 43,6 = het aantal werkweken per jaar, dat wil zeggen : 52,2 weken - 4,4 verlofweken (gemiddeld) - 2,2 weken feestdagen - 2 weken afwezigheden van allerlei aard met uitzondering van afwezigheden langer dan 1 maand (gemiddeld); b) M = het aantal te presteren werkuren per week in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst die in voege is; c) 1,125 = gemiddelde tijd die per week is voorbehouden voor de koffiepauze (9 X 0,125 uur = 1,125 uur). 1.2. Nodige tijd 1.2.1. Technische tijd De totale tijd per jaar nodig voor het uitvoeren van de technische taken voor een gegeven station is gelijk aan de som van het aantal prestaties van elke categorie vermenigvuldigd met de toegekende technische tijd voor elk soort prestatie. Dit bedrag wordt uitgedrukt in uren. [1 ...]1 1.2.2. Administratieve tijd 1.2.2.1. Administratieve tijd in het station. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het station wordt gelijkgesteld met 23 % van de technische tijd toegekend voor het station. 1.2.2.2. Administratieve tijd in het hoofdbureel. De tijd die besteed wordt aan administratieve taken in het hoofdbureel wordt gelijkgesteld met 7 % van de technische tijd toegekend voor de ganse instelling. 1.2.3. Tijd voor kaderfuncties 1.2.3.1. Tijd voor kaderfuncties in het station. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 9,5 % van de technische tijd die voor het station is toegekend. 1.2.3.2. Tijd voor kaderfuncties in het hoofdbureel. Deze tijd wordt gelijkgesteld met 940 uren vermeerderd met 12,5 % van de administratieve tijd die voor het hoofdbureel is toegekend. 1.2.4. Totale tijd 1.2.4.1. Totale tijd in het station. De totale tijd nodig in een station (t(s)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.1., 1.2.2.1. en 1.2.3.1. 1.2.4.2. Totale tijd in het hoofdbureel. De totale tijd nodig in een hoofdbureel (t(b)) is gelijk aan de som van de tijden bedoeld in punten 1.2.2.2. en 1.2.3.2. 1.3. Berekening van het personeelseffectief 1.3.1. Personeelseffectief per controlestation 1.3.1.1. Totaal effectief (P(s)). P(s) wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.1. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtstbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). 1.3.1.2. Aantal kaderpersoneel (Ks). Ks wordt bepaald aan de hand van volgende tabel : [1 Art. 1N3. 1. Critères quantitatifs du personnel.
Pour la détermination des critères quantitatifs, c'est-à-dire le nombre de membres du personnel sans tenir compte du grade, on comparera le temps disponible (cfr. 1.1.) au temps nécessaire (cfr. 1.2.) déterminé en fonction de la durée de chaque prestation dont le nombre est déterminé par le nombre des redevances perçues. 1.1. Temps disponible Le nombre d'heures de travail par an et par membre du personnel est égal à : N = 43,6 x (M - 1,125) arrondi à la limite supérieure. Formule dans laquelle : a) 43,6 = le nombre de semaines de travail par an, c'est-à-dire : 52,2 semaines - 4,4 semaines de congé (moyenne) - 2,2 semaines de jours fériés - 2 semaines d'absences de toute sorte à l'exclusion des absences supérieures à 1 mois (moyenne); b) M = le nombre d'heures de travail à prester par semaine en application de la convention collective de travail en vigueur; c) 1,125 = le temps moyen par semaine de travail réservé à la pause café (9 x 0,125 heure = 1,125 heures). 1.2. Temps nécessaire 1.2.1. Temps technique Le temps total annuel nécessaire à l'exécution des tâches techniques pour une station donnée est égal à la somme du nombre de prestations de chaque catégorie multipliée par le temps technique alloué à chaque genre de prestation. Ce montant est exprimé en heures. Le tableau reprenant la liste des temps par prestation se trouve à l'annexe 1. 1.2.2. Temps administratif 1.2.2.1. Temps administratif dans la station. Le temps consacré aux tâches administratives dans la station est égal à 23 % du temps technique alloué à la station. 1.2.2.2. Temps administratif dans le bureau central. Le temps consacré aux tâches administratives dans le bureau central est égal à 7 % du temps technique alloué à l'ensemble de l'organisme. 1.2.3. Temps pour les fonctions de cadre 1.2.3.1. Temps pour les fonctions de cadre dans la station. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 9,5 % du temps technique alloué à la station. 1.2.3.2. Temps pour les fonctions de cadre dans le bureau central. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 12,5 % du temps administratif alloué au bureau central. 1.2.4. Temps total 1.2.4.1. Temps total dans la station. Le temps total nécessaire dans une station (ts) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.1., 1.2.2.1. et 1.2.3.1. 1.2.4.2. Temps total dans le bureau central. Le temps total nécessaire dans un bureau central (tb) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.2.2. et 1.2.3.2. 1.3. Calcul de l'effectif en personnel 1.3.1. Effectif en personnel par station de contrôle 1.3.1.1. Effectif total (Ps). Ps est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.1. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). 1.3.1.2. Nombre de personnel cadre (Ks). Ks est obtenu à l'aide du tableau suivant :
Ps < 8 1 0 18 <= Ps < 24 2 1 124 <= Ps < 40 3 1 240 <= Ps < 56 4 1 356 <= Ps 5 1 4 ]1 1.3.1.3. Aantal administratief personeel (As). As wordt bepaald door [1 zijn ondergrens en bovensgrens, respectievelijk 0,08 x (Ps - Ks) et 0,197 x (Ps - Ks),]1 te berekenen en af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien het aldus bepaald aantal kleiner is dan 1, wordt het met 0 gelijkgesteld. 1.3.1.4. Aantal technisch personeel (Cs). Cs is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel en met het aantal administratief personeel : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Personeelseffectief per hoofdbureel. 1.3.2.1. Totaal effectief (Pb). Pb wordt verkregen door de tijd bepaald in 1.2.4.2. te delen door N en het resultaat af te ronden naar de dichtsbijgelegen halve eenheid (0,25 en 0,75 worden naar boven afgerond). Indien dit aantal kleiner is dan 4, wordt het gelijkgesteld met 4. 1.3.2.2. Aantal kaderpersoneel (Kb). Kb wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel :
1.3.1.3. Nombre de personnel administratif (As). As est déterminé en calculant 0,187 x (Ps - Ks) et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Lorsque le résultat ainsi obtenu est plus petit que 1, il est mis égal à 0. 1.3.1.4. Nombre de personnel technique (Cs). Cs est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre et du nombre de personnel administratif : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Effectif en personnel par bureau central 1.3.2.1. Effectif total (Pb). Pb est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.2. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Au cas où ce nombre serait plus petit que 4, il serait mis égal à 4. 1.3.2.2. Nombre de personnel cadre (Kb). Kb est déterminé à l'aide du tableau suivant :
1.3.2.3. Nombre de personnel administratif (Ab). Ab est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre : Ab = Pb - Kb. 1.3.2.3. Aantal administratief personeel (Ab).
Ab is gelijk aan het totaal effectief verminderd met het aantal kaderpersoneel : Ab = Pb - Kb.
-
Art. 2N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 2N3. 2. Klasse van het station. Een station behoort tot de tweede klasse wanneer Ps overeenkomstig 1.3.1.1. minder bedraagt dan 15. Wanneer Ps gelijk is aan of groter is dan 15, behoort het station tot de eerste klasse. In elk station hebben minimaal de stationschef en desgevallend de onderstationschef(s) de klasse van het station.]1
Art. 1N3 _REGION_FLAMANDE. 1. Critères quantitatifs du personnel. Pour la détermination des critères quantitatifs, c'est-à-dire le nombre de membres du personnel sans tenir compte du grade, on comparera le temps disponible (cfr. 1.1.) au temps nécessaire (cfr. 1.2.) déterminé en fonction de la durée de chaque prestation dont le nombre est déterminé par le nombre des redevances perçues. 1.1. Temps disponible Le nombre d'heures de travail par an et par membre du personnel est égal à : N = 43,6 x (M - 1,125) arrondi à la limite supérieure. Formule dans laquelle : a) 43,6 = le nombre de semaines de travail par an, c'est-à-dire : 52,2 semaines - 4,4 semaines de congé (moyenne) - 2,2 semaines de jours fériés - 2 semaines d'absences de toute sorte à l'exclusion des absences supérieures à 1 mois (moyenne); b) M = le nombre d'heures de travail à prester par semaine en application de la convention collective de travail en vigueur; c) 1,125 = le temps moyen par semaine de travail réservé à la pause café (9 x 0,125 heure = 1,125 heures). 1.2. Temps nécessaire 1.2.1. Temps technique Le temps total annuel nécessaire à l'exécution des tâches techniques pour une station donnée est égal à la somme du nombre de prestations de chaque catégorie multipliée par le temps technique alloué à chaque genre de prestation. Ce montant est exprimé en heures. [1 ...]1. 1.2.2. Temps administratif 1.2.2.1. Temps administratif dans la station. Le temps consacré aux tâches administratives dans la station est égal à 23 % du temps technique alloué à la station. 1.2.2.2. Temps administratif dans le bureau central. Le temps consacré aux tâches administratives dans le bureau central est égal à 7 % du temps technique alloué à l'ensemble de l'organisme. 1.2.3. Temps pour les fonctions de cadre 1.2.3.1. Temps pour les fonctions de cadre dans la station. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 9,5 % du temps technique alloué à la station. 1.2.3.2. Temps pour les fonctions de cadre dans le bureau central. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 12,5 % du temps administratif alloué au bureau central. 1.2.4. Temps total 1.2.4.1. Temps total dans la station. Le temps total nécessaire dans une station (ts) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.1., 1.2.2.1. et 1.2.3.1. 1.2.4.2. Temps total dans le bureau central. Le temps total nécessaire dans un bureau central (tb) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.2.2. et 1.2.3.2. 1.3. Calcul de l'effectif en personnel 1.3.1. Effectif en personnel par station de contrôle 1.3.1.1. Effectif total (Ps). Ps est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.1. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). 1.3.1.2. Nombre de personnel cadre (Ks). Ks est obtenu à l'aide du tableau suivant : [1 Effectif total Ps nombre de personnel cadre Ks Répartition Chef de station Sous-chef de station Ps < 8 1 0 18 ≤ Ps < 24 2 1 124 ≤ Ps < 40 3 1 240 ≤ Ps < 56 4 1 356 ≤ Ps 5 1 4]1 1.3.1.3. Nombre de personnel administratif (As). As est déterminé en calculant 0,187 x (Ps - Ks) et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Lorsque le résultat ainsi obtenu est plus petit que 1, il est mis égal à 0. 1.3.1.4. Nombre de personnel technique (Cs). Cs est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre et du nombre de personnel administratif : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Effectif en personnel par bureau central 1.3.2.1. Effectif total (Pb). Pb est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.2. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Au cas où ce nombre serait plus petit que 4, il serait mis égal à 4. 1.3.2.2. Nombre de personnel cadre (Kb). Kb est déterminé à l'aide du tableau suivant : Effectif totalNombre deRépartition personnel cadre- PbKbChef de servicechef de service adjoint--- - 4 < ou égal a Pb < 51105 < ou égal a Pb < 1521115 < ou égal a Pb < 25312 1.3.2.3. Nombre de personnel administratif (Ab). Ab est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre : Ab = Pb - Kb.
2. Classe de la station. Une station est de deuxième classe lorsque Ps, conformément au point 1.3.1.1., est intérieur à 15. Elle est de première classe lorsque Ps est égal ou supérieur à 15. Dans chaque station, le chef de station et, le cas échéant, le(s) sous-chef(s) de station possèdent la classe de la station. 3. Dispositions qualitatives pour le personnel. 3.1. Sauf cas de force majeure, le nombre total de membres du personnel technique présents dans chaque station, en ce compris le chef de station et le(s) sous-chef(s) de station, et possédant un grade supérieur à celui du [1 contrôleur adjoint]1 de 1ère classe doit s'élever à au moins 62,5% du nombre de membres de personnel déterminé pour la station. Ces valeurs seront arrondies à la demi-unité inférieure. 3.2. Dans les stations sans sous-chef de station, il doit y avoir au moins un [1 contrôleur]1 de 1ère classe. 4. Dispositions finales. 4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à 10% et + 5% par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2.Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application: a)dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b)les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c)pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne sa qualification, de la nouvelle situation. 4.3.Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4.Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5.Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées.
-
WijzigingenArt. 2N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 2N3.
2. Klasse van het station. Een station behoort tot de tweede klasse wanneer Ps overeenkomstig 1.3.1.1. minder bedraagt dan 15. Wanneer Ps gelijk is aan of groter is dan 15, behoort het station tot de eerste klasse. In elk station hebben minimaal de stationschef en desgevallend de onderstationschef(s) de klasse van het station.]1 Art. 1N3 _REGION_FLAMANDE.
1. Critères quantitatifs du personnel. Pour la détermination des critères quantitatifs, c'est-à-dire le nombre de membres du personnel sans tenir compte du grade, on comparera le temps disponible (cfr. 1.1.) au temps nécessaire (cfr. 1.2.) déterminé en fonction de la durée de chaque prestation dont le nombre est déterminé par le nombre des redevances perçues. 1.1. Temps disponible Le nombre d'heures de travail par an et par membre du personnel est égal à : N = 43,6 x (M - 1,125) arrondi à la limite supérieure. Formule dans laquelle : a) 43,6 = le nombre de semaines de travail par an, c'est-à-dire : 52,2 semaines - 4,4 semaines de congé (moyenne) - 2,2 semaines de jours fériés - 2 semaines d'absences de toute sorte à l'exclusion des absences supérieures à 1 mois (moyenne); b) M = le nombre d'heures de travail à prester par semaine en application de la convention collective de travail en vigueur; c) 1,125 = le temps moyen par semaine de travail réservé à la pause café (9 x 0,125 heure = 1,125 heures). 1.2. Temps nécessaire 1.2.1. Temps technique Le temps total annuel nécessaire à l'exécution des tâches techniques pour une station donnée est égal à la somme du nombre de prestations de chaque catégorie multipliée par le temps technique alloué à chaque genre de prestation. Ce montant est exprimé en heures. [1 ...]1. 1.2.2. Temps administratif 1.2.2.1. Temps administratif dans la station. Le temps consacré aux tâches administratives dans la station est égal à 23 % du temps technique alloué à la station. 1.2.2.2. Temps administratif dans le bureau central. Le temps consacré aux tâches administratives dans le bureau central est égal à 7 % du temps technique alloué à l'ensemble de l'organisme. 1.2.3. Temps pour les fonctions de cadre 1.2.3.1. Temps pour les fonctions de cadre dans la station. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 9,5 % du temps technique alloué à la station. 1.2.3.2. Temps pour les fonctions de cadre dans le bureau central. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 12,5 % du temps administratif alloué au bureau central. 1.2.4. Temps total 1.2.4.1. Temps total dans la station. Le temps total nécessaire dans une station (ts) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.1., 1.2.2.1. et 1.2.3.1. 1.2.4.2. Temps total dans le bureau central. Le temps total nécessaire dans un bureau central (tb) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.2.2. et 1.2.3.2. 1.3. Calcul de l'effectif en personnel 1.3.1. Effectif en personnel par station de contrôle 1.3.1.1. Effectif total (Ps). Ps est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.1. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). 1.3.1.2. Nombre de personnel cadre (Ks). Ks est obtenu à l'aide du tableau suivant : [1
-
Ps nombre de personnel cadre Ks RépartitionChef de station Sous-chef de station Ps < 8 1 0 18 ≤ Ps < 24 2 1 124 ≤ Ps < 40 3 1 240 ≤ Ps < 56 4 1 356 ≤ Ps 5 1 4 ]1 1.3.1.3. Nombre de personnel administratif (As). As est déterminé en calculant 0,187 x (Ps - Ks) et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Lorsque le résultat ainsi obtenu est plus petit que 1, il est mis égal à 0. 1.3.1.4. Nombre de personnel technique (Cs). Cs est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre et du nombre de personnel administratif : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Effectif en personnel par bureau central 1.3.2.1. Effectif total (Pb). Pb est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.2. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Au cas où ce nombre serait plus petit que 4, il serait mis égal à 4. 1.3.2.2. Nombre de personnel cadre (Kb). Kb est déterminé à l'aide du tableau suivant :
-
-
1.3.2.3. Nombre de personnel administratif (Ab).
Ab est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre : Ab = Pb - Kb. 2. Classe de la station. Une station est de deuxième classe lorsque Ps, conformément au point 1.3.1.1., est intérieur à 15. Elle est de première classe lorsque Ps est égal ou supérieur à 15. Dans chaque station, le chef de station et, le cas échéant, le(s) sous-chef(s) de station possèdent la classe de la station. 3. Dispositions qualitatives pour le personnel. 3.1. Sauf cas de force majeure, le nombre total de membres du personnel technique présents dans chaque station, en ce compris le chef de station et le(s) sous-chef(s) de station, et possédant un grade supérieur à celui du [1 contrôleur adjoint]1 de 1ère classe doit s'élever à au moins 62,5% du nombre de membres de personnel déterminé pour la station. Ces valeurs seront arrondies à la demi-unité inférieure. 3.2. Dans les stations sans sous-chef de station, il doit y avoir au moins un [1 contrôleur]1 de 1ère classe. 4. Dispositions finales. 4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à 10% et + 5% par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2.Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application: a)dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b)les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c)pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne sa qualification, de la nouvelle situation. 4.3.Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4.Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5.Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées.
-
WijzigingenArt. 3N3. 3. Kwalitatieve bepalingen voor het personeel.
3.1. Met uitzondering van de gevallen van overmacht, moet per station het aantal aanwezige technische personeelsleden met een graad hoger dan adjunct-inspecteur 1ste klas en met inbegrip van de stationschef en de onderstationschef(s) minstens 62,5 % bedragen van het aantal personeelsleden vastgesteld voor dat station. Deze waarden worden afgerond naar de lager gelegen halve eenheid. 3.2. In stations zonder onderstationschef dient er minstens een inspecteur 1ste klas te zijn. Art. 1N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 1N3..
1. Critères quantitatifs du personnel. Pour la détermination des critères quantitatifs, c'est-à-dire le nombre de membres du personnel sans tenir compte du grade, on comparera le temps disponible (cfr. 1.1.) au temps nécessaire (cfr. 1.2.) déterminé en fonction de la durée de chaque prestation dont le nombre est déterminé par le nombre des redevances perçues. 1.1. Temps disponible Le nombre d'heures de travail par an et par membre du personnel est égal à : N = 43,6 x (M - 1,125) arrondi à la limite supérieure. Formule dans laquelle : a) 43,6 = le nombre de semaines de travail par an, c'est-à-dire : 52,2 semaines - 4,4 semaines de congé (moyenne) - 2,2 semaines de jours fériés - 2 semaines d'absences de toute sorte à l'exclusion des absences supérieures à 1 mois (moyenne); b) M = le nombre d'heures de travail à prester par semaine en application de la convention collective de travail en vigueur; c) 1,125 = le temps moyen par semaine de travail réservé à la pause café (9 x 0,125 heure = 1,125 heures). 1.2. Temps nécessaire 1.2.1. Temps technique Le temps total annuel nécessaire à l'exécution des tâches techniques pour une station donnée est égal à la somme du nombre de prestations de chaque catégorie multipliée par le temps technique alloué à chaque genre de prestation. Ce montant est exprimé en heures. 1.2.2. Temps administratif 1.2.2.1. Temps administratif dans la station. Le temps consacré aux tâches administratives dans la station est égal à 20 % du temps technique alloué à la station. 1.2.2.2. Temps administratif dans le bureau central. Le temps consacré aux tâches administratives dans le bureau central est égal à 20 % du temps technique alloué à l'ensemble de l'organisme. 1.2.3. Temps pour les fonctions de cadre 1.2.3.1. Temps pour les fonctions de cadre dans la station. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 9,5 % du temps technique alloué à la station. 1.2.3.2. Temps pour les fonctions de cadre dans le bureau central. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 12,5 % du temps administratif alloué au bureau central. 1.2.4. Temps total 1.2.4.1. Temps total dans la station. Le temps total nécessaire dans une station (ts) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.1., 1.2.2.1. et 1.2.3.1. 1.2.4.2. Temps total dans le bureau central. Le temps total nécessaire dans un bureau central (tb) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.2.2. et 1.2.3.2. 1.3. Calcul de l'effectif en personnel 1.3.1. Effectif en personnel par station de contrôle 1.3.1.1. Effectif total (Ps). Ps est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.1. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). 1.3.1.2. Nombre de personnel cadre (Ks). Ks est obtenu à l'aide du tableau suivant :
-
Ps<8 1 0 1 Ps<8 1 0 18 <= Ps < 24 2 1 1 8 <= Ps < 24 2 1 124 <= Ps < 40 3 1 2 24 <= Ps < 40 3 1 240<= Ps < 56 4 1 3 40<= Ps < 56 4 1 356<= Ps 5 1 4 56<= Ps 5 1 4 1.3.1.3. Nombre de personnel administratif (As). As est déterminé en calculant 0,187 x (Ps - Ks) et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Lorsque le résultat ainsi obtenu est plus petit que 1, il est mis égal à 0. 1.3.1.4. Nombre de personnel technique (Cs). Cs est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre et du nombre de personnel administratif : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Effectif en personnel par bureau central 1.3.2.1. Effectif total (Pb). Pb est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.2. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Au cas où ce nombre serait plus petit que 4, il serait mis égal à 4. 1.3.2.2. Nombre de personnel cadre (Kb). Kb minimum est déterminé à l'aide du tableau suivant :
-
4 <= Pb < 15 1 1 0 4 <= Pb < 15 1 1 015 <= Pb < 25 2 1 1 15 <= Pb < 25 2 1 125 en meer 3 1 2 25 et plus 3 1 2 1.3.2.3. Nombre de personnel administratif (Ab). Ab est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre : Ab = Pb - Kb.]1 WijzigingenArt. 3N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 3N3. 3. Kwalitatieve bepalingen voor het personeel. 3.1. Met uitzondering van de gevallen van overmacht, moet per station het aantal aanwezige personeelsleden met een graad hoger dan adjunct-inspecteur en met inbegrip van de stationschef en de onderstationschef(s) minstens 62,5 % bedragen van het aantal personeelsleden vastgesteld voor dat station. Deze waarden worden afgerond naar de lager gelegen halve eenheid. 3.2. Stations zonder stationschef beschikken naast de onderstationschef minstens over een deskundige-inspecteur A die de voorwaarden bepaald in punt 2.A van bijlage 2 vervult. Deze stations worden na instemming van de minister of zijn gemachtigde onder het toezicht geplaatst van een chef van een ander, nabijgelegen station. Het toezichthoudende station beschikt daarbij minstens over een chef en een onderchef, los van het personeelstotaal dat dit station eigen is. Bovendien stemt het personeelsaantal van het globale kader van deze stations minstens overeen met de criteria vastgelegd in de tabel van punt 1.3.1.2, op basis van de totale personeelsaantallen voor beide eenheden samen.]1
Art. 1N3 _REGION_WALLONNE.
1. Critères quantitatifs du personnel. Pour la détermination des critères quantitatifs, c'est-à-dire le nombre de membres du personnel sans tenir compte du grade, on comparera le temps disponible (cfr. 1.1.) au temps nécessaire (cfr. 1.2.) déterminé en fonction de la durée de chaque prestation dont le nombre est déterminé par le nombre des redevances perçues. 1.1. Temps disponible Le nombre d'heures de travail par an et par membre du personnel est égal à : N = 43,6 x (M - 1,125) arrondi à la limite supérieure. Formule dans laquelle : a) 43,6 = le nombre de semaines de travail par an, c'est-à-dire : 52,2 semaines - 4,4 semaines de congé (moyenne) - 2,2 semaines de jours fériés - 2 semaines d'absences de toute sorte à l'exclusion des absences supérieures à 1 mois (moyenne); b) M = le nombre d'heures de travail à prester par semaine en application de la convention collective de travail en vigueur; c) 1,125 = le temps moyen par semaine de travail réservé à la pause café (9 x 0,125 heure = 1,125 heures). 1.2. Temps nécessaire 1.2.1. Temps technique Le temps total annuel nécessaire à l'exécution des tâches techniques pour une station donnée est égal à la somme du nombre de prestations de chaque catégorie multipliée par le temps technique alloué à chaque genre de prestation. Ce montant est exprimé en heures. [1 ...]1 1.2.2. Temps administratif 1.2.2.1. Temps administratif dans la station. Le temps consacré aux tâches administratives dans la station est égal à 23 % du temps technique alloué à la station. 1.2.2.2. Temps administratif dans le bureau central. Le temps consacré aux tâches administratives dans le bureau central est égal à 7 % du temps technique alloué à l'ensemble de l'organisme. 1.2.3. Temps pour les fonctions de cadre 1.2.3.1. Temps pour les fonctions de cadre dans la station. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 9,5 % du temps technique alloué à la station. 1.2.3.2. Temps pour les fonctions de cadre dans le bureau central. Ce temps est égal à 940 heures, augmentées de 12,5 % du temps administratif alloué au bureau central. 1.2.4. Temps total 1.2.4.1. Temps total dans la station. Le temps total nécessaire dans une station (ts) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.1., 1.2.2.1. et 1.2.3.1. 1.2.4.2. Temps total dans le bureau central. Le temps total nécessaire dans un bureau central (tb) est égal à la somme des temps visés aux points 1.2.2.2. et 1.2.3.2. 1.3. Calcul de l'effectif en personnel 1.3.1. Effectif en personnel par station de contrôle 1.3.1.1. Effectif total (Ps). Ps est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.1. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). 1.3.1.2. Nombre de personnel cadre (Ks). Ks est obtenu à l'aide du tableau suivant : [1
-
Ps < 8 1 0 18 <= Ps < 24 2 1 124 <= Ps < 40 3 1 240 <= Ps < 56 4 1 356 <= Ps 5 1 4 ]1 1.3.1.3. Nombre de personnel administratif (As). As est déterminé en calculant [1 ses bornes basse et haute, respectivement 0,08 x (Ps - Ks) et 0,197 x (Ps - Ks),]1 et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Lorsque le résultat ainsi obtenu est plus petit que 1, il est mis égal à 0. 1.3.1.4. Nombre de personnel technique (Cs). Cs est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre et du nombre de personnel administratif : Cs = Ps - Ks - As. 1.3.2. Effectif en personnel par bureau central 1.3.2.1. Effectif total (Pb). Pb est obtenu en divisant le temps déterminé au point 1.2.4.2. par N et en arrondissant le résultat à la demi-unité la plus proche (0,25 et 0,75 sont arrondis vers le haut). Au cas où ce nombre serait plus petit que 4, il serait mis égal à 4. 1.3.2.2. Nombre de personnel cadre (Kb). Kb est déterminé à l'aide du tableau suivant :
-
-
1.3.2.3. Nombre de personnel administratif (Ab).
Ab est égal à l'effectif total diminué du nombre de personnel cadre : Ab = Pb - Kb. WijzigingenArt. 3N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 3N3.
3. Kwalitatieve bepalingen voor het personeel. 3.1. Met uitzondering van de gevallen van overmacht, moet per station het aantal aanwezige personeelsleden met een graad hoger dan adjunct-inspecteur en met inbegrip van de stationschef en de onderstationschef(s) minstens 62,5 % bedragen van het aantal personeelsleden vastgesteld voor dat station. Deze waarden worden afgerond naar de lager gelegen halve eenheid. 3.2. Stations zonder stationschef beschikken naast de onderstationschef minstens over een deskundige-inspecteur A die de voorwaarden bepaald in punt 2.A van bijlage 2 vervult. Deze stations worden na instemming van de minister of zijn gemachtigde onder het toezicht geplaatst van een chef van een ander, nabijgelegen station. Het toezichthoudende station beschikt daarbij minstens over een chef en een onderchef, los van het personeelstotaal dat dit station eigen is. Bovendien stemt het personeelsaantal van het globale kader van deze stations minstens overeen met de criteria vastgelegd in de tabel van punt 1.3.1.2, op basis van de totale personeelsaantallen voor beide eenheden samen.]1 Art. 2N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 2N3.. 2. Classe de la station. Une station est de deuxième classe lorsque Ps conformément au point 1.3.1.1., est inférieur à 15. Elle est de première classe lorsque Ps est égal ou supérieur à 15. Dans chaque station, le chef de station et, le cas échéant, le(s) sous-chef(s) de station possèdent au minimum la classe de la station.]1
WijzigingenArt. 4N3. 4. Slotbepalingen.
4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van - 10 % en + 5 % t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels : a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat aard en graad betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen. Art. 2N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 2N3..
2. Classe de la station. Une station est de deuxième classe lorsque Ps conformément au point 1.3.1.1., est inférieur à 15. Elle est de première classe lorsque Ps est égal ou supérieur à 15. Dans chaque station, le chef de station et, le cas échéant, le(s) sous-chef(s) de station possèdent au minimum la classe de la station.]1 WijzigingenArt. 4N3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 4N3. 4. Slotbepalingen. 4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van - 10 % en + 5 % t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels : a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat graad en klasse betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van Brussel Mobiliteit, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen.]1
Art. 3N3. 3. Dispositions qualitatives pour le personnel.
3.1. Sauf cas de force majeure, le nombre total de membres du personnel présents dans chaque station, en ce compris le chef de station et le(s) sous-chef(s) de station, et possédant un grade supérieur à celui d'inspecteur adjoint de 1ère classe doit s'élever à au moins 62,5 % du nombre de membres de personnel déterminé pour la station. Ces valeurs seront arrondies à la demi unité inférieure. 3.2. Dans les stations sans sous-chef de station, il doit y avoir au moins un inspecteur de 1ère classe. Art. 4N3_WAALS_GEWEST. 4. Slotbepalingen. 4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van - 10 % en + 5 % t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels : a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat aard en graad betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van [1 het Operationeel Directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst]1, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen.
Art. 3N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 3N3.. 3. Dispositions qualitatives pour le personnel. 3.1. Sauf cas de force majeure, le nombre total de membres du personnel présents dans chaque station, en ce compris le chef de station et le(s) sous-chef(s) de station, et possédant un grade supérieur à celui d'inspecteur adjoint doit s'élever à au moins 62,5 % du nombre de membres de personnel déterminé pour la station. Ces valeurs seront arrondies à la demi unité inférieure. 3.2. Dans les stations sans chef de station, outre le sous-chef, il doit y avoir au moins un inspecteur expert A qui satisfasse aux exigences prévues au point 2.A de l'annexe 2. Ces stations sont mises sous la tutelle d'un chef d'une autre station proche géographiquement et après accord du ministre ou son délégué. La station de tutelle doit alors disposer au minimum d'un chef et d'un sous-chef, et ce nonobstant l'effectif total qui lui est propre. En outre, sur base du personnel effectif total cumulé des deux entités, le nombre de personnel cadre global de celles-ci doit au minimum correspondre aux critères établi au tableau au point 1.3.1.2.]1
WijzigingenArt. 4N3_WAALS_GEWEST. 4. Slotbepalingen.
4.1. De instellingen moeten trachten hun opdrachten te vervullen met een personeelseffectief dat zo dicht mogelijk de in de criteria bepaalde waarden benadert. Evenwel wordt voor het gemiddeld aantal aanwezige personeelsleden tijdens het ganse boekjaar, per instelling, een tolerantie toegestaan van - 10 % en + 5 % t.o.v. de in de criteria bepaalde getalsterkte. De percentages worden afgerond naar de hogere eenheid. 4.2. Wanneer een station ontdubbeld wordt (d.w.z. wanneer in de nabijheid van een bestaand station een nieuw station wordt opgericht) en de totaal nodige tijd en derhalve het personeelseffectief van het bestaande station verminderen ten voordele van het nieuwe station, gelden de volgende regels : a) het nieuwe station wordt in de mate van het mogelijke bediend door het eventueel overtollige personeel van het bestaande station; b) de personeelsleden die overkomen van het bestaande station genieten, wat hun graad betreft, verworven rechten; c) beide stations nemen voor het overige de status aan die uit de nieuwe toestand voortvloeit en het nieuw aangenomen personeel geniet, wat aard en graad betreft, de nieuwe toestand. 4.3. Indien op de datum van de inwerkingtreding van de criteria mocht worden vastgesteld dat in bepaalde stations het bestaande personeelseffectief hoger is dan het vereiste effectief of dat personeel een hogere graad geniet dan de voorziene graad, geldt het principe van de verworven rechten. Regularisatie van de getalsterkte wordt bereikt ofwel door stopzetting van de aanwervingen of bevorderingen, ofwel door niet-vervanging van personeel dat hetzij naar een ander station of dienst overgaat hetzij op natuurlijke wijze afvloeit. 4.4. De berekening van de vereiste personeelsgetalsterkte voor elk boekjaar wordt uitgevoerd door het Bestuur van [1 het Operationeel Directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst]1, op basis van de geleverde prestaties in het vorige boekjaar, zoals ze blijken uit de door de instellingen ingediende maandstaten met betrekking tot de financiële vergoedingen. 4.5. Bij wijziging van om het even welk element waarop de criteria gesteund zijn, worden deze laatste herzien op verzoek van de erbij betrokken partijen. Art. 3N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 3N3..
3. Dispositions qualitatives pour le personnel. 3.1. Sauf cas de force majeure, le nombre total de membres du personnel présents dans chaque station, en ce compris le chef de station et le(s) sous-chef(s) de station, et possédant un grade supérieur à celui d'inspecteur adjoint doit s'élever à au moins 62,5 % du nombre de membres de personnel déterminé pour la station. Ces valeurs seront arrondies à la demi unité inférieure. 3.2. Dans les stations sans chef de station, outre le sous-chef, il doit y avoir au moins un inspecteur expert A qui satisfasse aux exigences prévues au point 2.A de l'annexe 2. Ces stations sont mises sous la tutelle d'un chef d'une autre station proche géographiquement et après accord du ministre ou son délégué. La station de tutelle doit alors disposer au minimum d'un chef et d'un sous-chef, et ce nonobstant l'effectif total qui lui est propre. En outre, sur base du personnel effectif total cumulé des deux entités, le nombre de personnel cadre global de celles-ci doit au minimum correspondre aux critères établi au tableau au point 1.3.1.2.]1 WijzigingenArt. 1N4. I. Personeels- en directiekosten.
A. Personeel. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. De bezoldigingen voor rekening van elke instelling mogen de bedragen niet overschrijden die overeenstemmen met het personeelseffectief voortvloeiend uit de toepassing van de personeelscriteria vermeld in bijlage 3. 2. Eindejaarspremies : voor een waarde van maximum 10 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel. De "bruto jaarbezoldiging" die in beschouwing wordt genomen mag 100 % bereiken van de theoretische bezoldigingen van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is geweest om redenen van ziekte of invaliditeit. 3. Bijkomende bezoldigde prestaties : overeenkomstig de sociale wetgeving. 4. Sociale zekerheid : de door de wetgeving vereiste kosten. 5. Extra-legale voordelen: groepsverzekering en kosten van de aanvullende ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het maximum bedrag van de bijdrage van de werkgever bedraagt 6 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel; de éénmalige patronale premie groepsverzekering in geval van brugpensioen van een personeelslid. 6. Solidariteitsfonds van het personeel : bedrag van de jaarlijkse bijdrage per personeelslid zoals zij door de Minister of zijn gemachtigde is vastgesteld. 7. Verplaatsingskosten : de bij C.A.O. voorziene tussenkomsten in de vervoerkosten van het personeel op weg naar het werk; de verhuizingskosten die aan het personeel worden betaald in geval van overplaatsing; de terugbetaling aan het personeel van de behoorlijk gerechtvaardigde kosten voor dienstverplaatsingen die worden gedaan door middel van de openbare vervoermiddelen (trein, metro, tram en autobus); de kilometervergoedingen betaald voor de behoorlijk gerechtvaardigde dienstverplaatsingen die door het personeel met eigen wagen zijn gedaan. Het bedrag van de kilometervergoeding is gelijk aan het bedrag dat bij de Staat geldt voor het gebruik van een voertuig van 9 fiscale PK. 8. Diverse kosten : de werkelijke kosten voor de feesten en andere sociale, culturele en sportieve manifestaties van het personeel, met een maximum bedrag van (62,00 EUR) per lid en per jaar; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de kosten van tussenkomst in de maaltijden van het personeel, met een maximum bedrag van (4,00 EUR) per lid en per dag. Het aantal dagen mag niet meer bedragen dan het aantal werkdagen dat in beschouwing wordt genomen voor het berekenen van de bijdragen voor sociale zekerheid; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de buitengewone uitgaven die door de instelling worden gedaan voor haar personeel ter gelegenheid van huwelijken, geboorten, jubilea, pensioneringen, overlijdens. De voor elk van deze gelegenheden maximale toegelaten bedragen worden vastgesteld door de Minister of zijn gemachtigde. B. Directeurs. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. 2. Eindejaarspremies : zelfde regels als voor het personeel. 3. Sociale zekerheid bezoldigde directeur zelfde regels als voor het personeel. 4. Sociale zekerheid voor de zelfstandige directeur : een forfaitair bedrag gelijkwaardig met het totaal der kosten van de wettelijke sociale lasten die voor de bezoldigde directeurs worden betaald. 5. Extra-legale voordelen : zelfde regels als voor het personeel. 6. Verplaatsingskosten : een jaarlijks forfaitair bedrag voor de afschrijving van de voertuigen, vastgesteld op (6 000,00 EUR) per instelling. Indien deze door twee directeurs wordt beheerd, wordt het forfaitair bedrag opgevoerd tot (10 000,00 EUR); elk van beide directeurs beschikt over de helft van dit forfaitair bedrag; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> een kilometervergoeding toegepast op een aantal kilometers dat bepaald wordt in functie van de dienstnoodwendigheden. Dit aantal kilometers wordt vastgesteld in akkoord met de Minister of zijn gemachtigde en het bedrag van de kilometervergoeding is hetzelfde als voor het personeel. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Art. 4N3. 4. Dispositions finales.
4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à - 10 % et + 5 % par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2. Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application : a) dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b) les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c) pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne sa qualification, de la nouvelle situation. 4.3. Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4. Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de la Réglementation de la Circulation et de l'Infrastructure, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5. Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées. Art. 1N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 1N4. I. Personeels- en directiekosten. A. Personeel. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. De bezoldigingen voor rekening van elke instelling mogen de bedragen niet overschrijden die overeenstemmen met het personeelseffectief voortvloeiend uit de toepassing van de personeelscriteria vermeld in bijlage 3. 2. Eindejaarspremies : voor een waarde van maximum 10 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel. De "bruto jaarbezoldiging" die in beschouwing wordt genomen mag 100 % bereiken van de theoretische bezoldigingen van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is geweest om redenen van ziekte of invaliditeit. 3. Bijkomende bezoldigde prestaties : overeenkomstig de sociale wetgeving. 4. Sociale zekerheid : de door de wetgeving vereiste kosten. 5. Extra-legale voordelen: groepsverzekering en kosten van de aanvullende ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het maximum bedrag van de bijdrage van de werkgever bedraagt 6 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel; de éénmalige patronale premie groepsverzekering in geval van brugpensioen van een personeelslid. 6. Verplaatsingskosten : de bij C.A.O. voorziene tussenkomsten in de vervoerkosten van het personeel op weg naar het werk; - de verhuizingskosten die aan het personeel worden betaald in geval van overplaatsing; - de terugbetaling aan het personeel van de behoorlijk gerechtvaardigde kosten voor dienstverplaatsingen die worden gedaan door middel van de openbare vervoermiddelen (trein, metro, tram en autobus); - de kilometervergoedingen betaald voor de behoorlijk gerechtvaardigde dienstverplaatsingen die door het personeel met eigen wagen zijn gedaan. Het bedrag van de kilometervergoeding is gelijk aan het bedrag dat bij de Staat geldt voor het gebruik van een voertuig van 9 fiscale PK. - De kosten voor voertuigen die kunnen worden gelijkgesteld met dienstvoertuigen van de instelling, als ze voortvloeien uit verplaatsingen in het kader van door de regering gegeven opdrachten en naar behoren worden verricht en gerechtvaardigd door het personeel. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding die de overheidsdiensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toepassen. 7. Diverse kosten : de werkelijke kosten voor de feesten en andere sociale, culturele en sportieve manifestaties van het personeel, met een maximum bedrag van 0,8 % van de brutolonen per lid en per jaar; - de kosten van tussenkomst in de maaltijden van het personeel, met een maximumbedrag dat de door de reglementering betreffende de maaltijdcheques vastgelegde bedragen per lid en per dag niet mag overschrijden. Het aantal dagen mag niet meer bedragen dan het aantal werkdagen dat in beschouwing wordt genomen voor het berekenen van de bijdragen voor sociale zekerheid; - de buitengewone uitgaven die door de instelling worden gedaan voor haar personeel ter gelegenheid van huwelijken, geboorten, jubilea, pensioneringen, overlijdens. De voor elk van deze gelegenheden maximale toegelaten bedragen worden vastgesteld door de Minister of zijn gemachtigde. B. Directeurs. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. 2. Eindejaarspremies : zelfde regels als voor het personeel. 3. Sociale zekerheid bezoldigde directeur zelfde regels als voor het personeel. 4. Sociale zekerheid voor de zelfstandige directeur : een forfaitair bedrag gelijkwaardig met het totaal der kosten van de wettelijke sociale lasten die voor de bezoldigde directeurs worden betaald. 5. Extralegale voordelen : zelfde regels als voor het personeel. 6. Verplaatsingskosten : een jaarlijks forfaitair bedrag voor de afschrijving van de voertuigen, vastgesteld op 12.000,00 EUR per instelling. Indien deze door twee directeurs wordt beheerd, wordt het forfaitair bedrag opgevoerd tot 24.000,00 EUR; elk van beide directeurs beschikt over de helft van dit forfaitair bedrag; 7. De kosten voor voertuigen die kunnen worden gelijkgesteld met dienstvoertuigen van de instelling, als ze voortvloeien uit verplaatsingen in het kader van door de regering gegeven opdrachten en naar behoren worden verricht en gerechtvaardigd door het personeel. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding die de overheidsdiensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toepassen.]1
Art. 4N3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 4N3.. 4. Dispositions finales. 4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à - 10 % et + 5 % par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2. Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application : a) dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b) les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c) pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne son grade et sa classe, de la nouvelle situation. 4.3. Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4. Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de Bruxelles Mobilité, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5. Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées.]1
WijzigingenArt. 1N4_WAALS_GEWEST. I. Personeels- en directiekosten. A. Personeel. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. De bezoldigingen voor rekening van elke instelling mogen de bedragen niet overschrijden die overeenstemmen met het personeelseffectief voortvloeiend uit de toepassing van de personeelscriteria vermeld in bijlage 3. 2. Eindejaarspremies : voor een waarde van maximum 10 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel. De "bruto jaarbezoldiging" die in beschouwing wordt genomen mag 100 % bereiken van de theoretische bezoldigingen van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is geweest om redenen van ziekte of invaliditeit. 3. Bijkomende bezoldigde prestaties : overeenkomstig de sociale wetgeving. 4. Sociale zekerheid : de door de wetgeving vereiste kosten. 5. Extra-legale voordelen: groepsverzekering en kosten van de aanvullende ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het maximum bedrag van de bijdrage van de werkgever bedraagt 6 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel; de éénmalige patronale premie groepsverzekering in geval van brugpensioen van een personeelslid. 6. Solidariteitsfonds van het personeel : bedrag van de jaarlijkse bijdrage per personeelslid zoals zij door de Minister of zijn gemachtigde is vastgesteld. 7. Verplaatsingskosten : de bij C.A.O. voorziene tussenkomsten in de vervoerkosten van het personeel op weg naar het werk; de verhuizingskosten die aan het personeel worden betaald in geval van overplaatsing; de terugbetaling aan het personeel van de behoorlijk gerechtvaardigde kosten voor dienstverplaatsingen die worden gedaan door middel van de openbare vervoermiddelen (trein, metro, tram en autobus); de kilometervergoedingen betaald voor de behoorlijk gerechtvaardigde dienstverplaatsingen die door het personeel met eigen wagen zijn gedaan. Het bedrag van de kilometervergoeding is gelijk aan het bedrag dat [1 binnen de Waalse openbare diensten]1 geldt voor het gebruik van een voertuig van 9 fiscale PK. [1 De kosten voor de dienstvoertuigen van de instelling of voor de ermee gelijkgestelde voertuigen in het kader van verplaatsingen voor de haar toevertrouwde opdrachten, die behoorlijk worden gerechtvaardigd en die door het personeel worden verricht. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding toegepast door de Waalse openbare diensten.]1 8. Diverse kosten : de werkelijke kosten voor de feesten en andere sociale, culturele en sportieve manifestaties van het personeel, met een maximum bedrag van [1 0,4 % van de bruto-bezoldigingen]1 per lid en per jaar; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de kosten van tussenkomst in de maaltijden van het personeel, met een maximum bedrag van [1 8 euro]1 per lid en per dag. Het aantal dagen mag niet meer bedragen dan het aantal werkdagen dat in beschouwing wordt genomen voor het berekenen van de bijdragen voor sociale zekerheid; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de buitengewone uitgaven die door de instelling worden gedaan voor haar personeel ter gelegenheid van huwelijken, geboorten, jubilea, pensioneringen, overlijdens. De voor elk van deze gelegenheden maximale toegelaten bedragen worden vastgesteld door de Minister of zijn gemachtigde. B. Directeurs. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. 2. Eindejaarspremies : zelfde regels als voor het personeel. 3. Sociale zekerheid bezoldigde directeur zelfde regels als voor het personeel. 4. Sociale zekerheid voor de zelfstandige directeur : een forfaitair bedrag gelijkwaardig met het totaal der kosten van de wettelijke sociale lasten die voor de bezoldigde directeurs worden betaald. 5. Extra-legale voordelen : zelfde regels als voor het personeel. 6. Verplaatsingskosten : een jaarlijks forfaitair bedrag voor de afschrijving van de voertuigen, vastgesteld op [1 8.500 euro]1 per instelling. Indien deze door twee directeurs wordt beheerd, wordt het forfaitair bedrag opgevoerd tot [1 14.000 euro]1; elk van beide directeurs beschikt over de helft van dit forfaitair bedrag; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> [1 de kosten voor de dienstvoertuigen van de instelling of voor de ermee gelijkgestelde voertuigen in het kader van verplaatsingen voor de haar toevertrouwde opdrachten, die behoorlijk worden gerechtvaardigd en die door het personeel worden verricht. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding toegepast door de Waalse openbare diensten.]1
Art. 4N3 _REGION_WALLONNE. 4. Dispositions finales. 4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à - 10 % et + 5 % par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2. Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application : a) dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b) les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c) pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne sa qualification, de la nouvelle situation. 4.3. Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4. Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de la [1 Direction générale opérationnelle Mobilité et Voies hydrauliques du Service public de Wallonie]1, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5. Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées.
WijzigingenArt. 1N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 1N4. I. Personeels- en directiekosten.
A. Personeel. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. De bezoldigingen voor rekening van elke instelling mogen de bedragen niet overschrijden die overeenstemmen met het personeelseffectief voortvloeiend uit de toepassing van de personeelscriteria vermeld in bijlage 3. 2. Eindejaarspremies : voor een waarde van maximum 10 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel. De "bruto jaarbezoldiging" die in beschouwing wordt genomen mag 100 % bereiken van de theoretische bezoldigingen van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is geweest om redenen van ziekte of invaliditeit. 3. Bijkomende bezoldigde prestaties : overeenkomstig de sociale wetgeving. 4. Sociale zekerheid : de door de wetgeving vereiste kosten. 5. Extra-legale voordelen: groepsverzekering en kosten van de aanvullende ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het maximum bedrag van de bijdrage van de werkgever bedraagt 6 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel; de éénmalige patronale premie groepsverzekering in geval van brugpensioen van een personeelslid. 6. Verplaatsingskosten : de bij C.A.O. voorziene tussenkomsten in de vervoerkosten van het personeel op weg naar het werk; - de verhuizingskosten die aan het personeel worden betaald in geval van overplaatsing; - de terugbetaling aan het personeel van de behoorlijk gerechtvaardigde kosten voor dienstverplaatsingen die worden gedaan door middel van de openbare vervoermiddelen (trein, metro, tram en autobus); - de kilometervergoedingen betaald voor de behoorlijk gerechtvaardigde dienstverplaatsingen die door het personeel met eigen wagen zijn gedaan. Het bedrag van de kilometervergoeding is gelijk aan het bedrag dat bij de Staat geldt voor het gebruik van een voertuig van 9 fiscale PK. - De kosten voor voertuigen die kunnen worden gelijkgesteld met dienstvoertuigen van de instelling, als ze voortvloeien uit verplaatsingen in het kader van door de regering gegeven opdrachten en naar behoren worden verricht en gerechtvaardigd door het personeel. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding die de overheidsdiensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toepassen. 7. Diverse kosten : de werkelijke kosten voor de feesten en andere sociale, culturele en sportieve manifestaties van het personeel, met een maximum bedrag van 0,8 % van de brutolonen per lid en per jaar; - de kosten van tussenkomst in de maaltijden van het personeel, met een maximumbedrag dat de door de reglementering betreffende de maaltijdcheques vastgelegde bedragen per lid en per dag niet mag overschrijden. Het aantal dagen mag niet meer bedragen dan het aantal werkdagen dat in beschouwing wordt genomen voor het berekenen van de bijdragen voor sociale zekerheid; - de buitengewone uitgaven die door de instelling worden gedaan voor haar personeel ter gelegenheid van huwelijken, geboorten, jubilea, pensioneringen, overlijdens. De voor elk van deze gelegenheden maximale toegelaten bedragen worden vastgesteld door de Minister of zijn gemachtigde. B. Directeurs. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door de Minister. 2. Eindejaarspremies : zelfde regels als voor het personeel. 3. Sociale zekerheid bezoldigde directeur zelfde regels als voor het personeel. 4. Sociale zekerheid voor de zelfstandige directeur : een forfaitair bedrag gelijkwaardig met het totaal der kosten van de wettelijke sociale lasten die voor de bezoldigde directeurs worden betaald. 5. Extralegale voordelen : zelfde regels als voor het personeel. 6. Verplaatsingskosten : een jaarlijks forfaitair bedrag voor de afschrijving van de voertuigen, vastgesteld op 12.000,00 EUR per instelling. Indien deze door twee directeurs wordt beheerd, wordt het forfaitair bedrag opgevoerd tot 24.000,00 EUR; elk van beide directeurs beschikt over de helft van dit forfaitair bedrag; 7. De kosten voor voertuigen die kunnen worden gelijkgesteld met dienstvoertuigen van de instelling, als ze voortvloeien uit verplaatsingen in het kader van door de regering gegeven opdrachten en naar behoren worden verricht en gerechtvaardigd door het personeel. Die kosten worden beperkt tot de kilometervergoeding die de overheidsdiensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toepassen.]1 Art. 4N3 _REGION_WALLONNE.
4. Dispositions finales. 4.1. Les organismes doivent s'efforcer de remplir leurs missions avec un effectif en personnel qui se rapproche le plus possible des valeurs déterminées dans les critères. Cependant, pour le nombre moyen de membres du personnel présents au cours de l'année entière, il est accordé, par organisme, une tolérance s'élevant à - 10 % et + 5 % par rapport à la force numérique déterminée par les critères. Les pourcentages sont arrondis à l'unité supérieure. 4.2. Lorsqu'une station est dédoublée (c'est-à-dire lorsqu'une nouvelle station est créée à proximité d'une station existante) et que le temps total nécessaire et par conséquent, l'effectif du personnel de la station existante diminuent au profit de la nouvelle station, les règles suivantes sont d'application : a) dans la mesure du possible, la nouvelle station sera desservie par le personnel éventuellement en surnombre dans la station existante; b) les membres du personnel provenant de la station existante, conservent les droits acquis en ce qui concerne leur grade; c) pour le reste, les deux stations adoptent le statut qui résulte de la nouvelle situation et le personnel nouvellement embauché bénéficie, en ce qui concerne sa qualification, de la nouvelle situation. 4.3. Lorsqu'à la date de la mise en vigueur des critères, il est constaté que, dans certaines stations, l'effectif du personnel existant est supérieur à l'effectif exigé ou que le personnel bénéficie d'un grade supérieur à celui prévu, le principe des droits acquis sera appliqué. La régularisation de la force numérique sera atteinte, soit par un blocage des recrutements ou des promotions, soit par le non-remplacement du personnel transféré vers une autre station ou un autre service ou des départs naturels. 4.4. Les calculs des forces numériques en personnel requises pour chaque exercice, sont effectués par l'Administration de la [1 Direction générale opérationnelle Mobilité et Voies hydrauliques du Service public de Wallonie]1, sur base des prestations exécutées au cours de l'année précédente tel qu'il ressort des états mensuels fournis par les organismes concernant les rentrées financières. 4.5. Lors de la modification d'un élément quelconque ayant servi de base pour l'établissement des critères, ceux-ci sont revus à la demande des parties concernées. WijzigingenArt. 2N4. II. Geboekte algemene exploitatiekosten.
A. Diverse algemene kosten. 1. De verlichting, de verwarming, het waterverbruik, de schoonmaak, de leveringen en prestaties, de wettelijke publiciteit, de arbeidskledij, de belastingen en taksen andere dan op de winst, enz. 2. De vergoeding voor terreinen : 2 % van de waarde van alle voor de uitvoering van de opdrachten aangeschafte en in dienst genomen terreinen. Onder "waarde" wordt verstaan : - voor de terreinen in gebruik genomen voor 1 januari 1977 : de op deze datum geherwaardeerde waarde; - voor deze in gebruik genomen vanaf 1 januari 1977 : de aankoopwaarde, alle kosten inbegrepen. 3. De bedragen werkelijk betaald voor het huren van onroerende goederen, wanneer de huur werd toegestaan door de Minister. 4. De vergoeding van de investeringen in gebouwen, parkings en roerende goederen. Op de waarde van de gebouwen, parkings en roerende goederen, vastgesteld overeenkomstig de hieronder vermelde bepalingen, maar verminderd : - met de geleende en nog niet terugbetaalde kapitalen, - met de afschrijvingen, wordt jaarlijks een interest in rekening gebracht, vastgesteld bij verwijzing naar de interestvoeten die door de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (N.M.K.N.) worden toegepast voor normale investeringskredieten met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen en gelijk aan : - voor de vóór 1 januari 1979 gerealiseerde investeringen : 11,15 %; - voor de tussen 1 januari 1979 en 31 december 1981 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de tijdens de jaren 1979 tot 1981 toegepaste interestvoeten, namelijk 12,80 %; - voor de vanaf 1 januari 1982 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de interestvoeten van toepassing gedurende het jaar waarin de investering werd gedaan. Voor wat de gebouwen en parkings betreft, is de investeringsvergoeding van toepassing op de installaties aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen en verworven met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde. Wat de roerende goederen betreft, is de vergoeding van toepassing op uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, op materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, op het kantoormaterieel en in het algemeen op roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen. De investeringsvergoeding wordt op constante wijze toegekend gedurende de afschrijvingsperiode. Onder "waarde van gebouwen en parkings" wordt verstaan de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. Onder "waarde van roerende goederen" wordt verstaan, de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. B. Kosten eigen aan de deconcentratie van de D.I.V. De kosten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van het besluit. Deze, onder die kosten, die een weerslag hebben op de in hoofdstuk VIII bedoelde formule tot berekening van de bezoldiging van de instellingen, moeten blijven voorkomen in de exploitatierekening, teneinde geneutraliseerd te kunnen worden : het betreft inzonderheid de kosten voor het onderhoud van de lokalen, van de vaste binneninrichting en van de nutsvoorziening die ter beschikking gesteld worden; de kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem van de lokalen; de verwarmingskosten, de reinigingskosten en het water- en elektriciteitsverbruik eigen aan deze lokalen. Om die reden zullen zij gegroepeerd worden in een specifieke rubriek van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister; deze rubriek zal als titel dragen : "KOSTEN VOOR DE D.I.V.-ANTENNE" (codes 616.). C. Receptie- en representatiekosten. 1. De gewone receptie- en representatiekosten, met een maximumbedrag van (10 000,00 EUR) per instelling en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> 2. De buitengewone receptie- en representatiekosten, veroorzaakt op verzoek of met instemming van de Minister of zijn gemachtigde. D. Kosten voor beroepsopleiding. 1. De kosten voor beroepsopleiding verzorgd door de instellingen zelf, die voortspruiten uit de toepassing van artikel 28 van het besluit. 2. De werkelijk geboekte kosten voor verdere beroepsopleiding, met een maximumbedrag van (37,50 EUR) per personeelslid en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> E. Andere kosten. De kosten van de oprichting of wijziging van een vennootschap, van verhoging van kapitaal, registratie van huurcelen, aankoop en inbreng van gehuurde onroerende goederen. Art.N4 _REGION_WALLONNE. Annexe 4. <AR 1995-04-06/50, art. 3, 002; En vigueur : 30-12-1994> Coûts et dépenses d'exploitation. Modifié par :
Art. 1N4_VLAAMS_GEWEST. I. Personeels- en directiekosten.
A. Personeel. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door [1 Ons]1. De bezoldigingen voor rekening van elke instelling mogen de bedragen niet overschrijden die overeenstemmen met het personeelseffectief voortvloeiend uit de toepassing van de personeelscriteria vermeld in bijlage 3. 2. Eindejaarspremies : voor een waarde van maximum 10 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel. De "bruto jaarbezoldiging" die in beschouwing wordt genomen mag 100 % bereiken van de theoretische bezoldigingen van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is geweest om redenen van ziekte of invaliditeit. 3. Bijkomende bezoldigde prestaties : overeenkomstig de sociale wetgeving. 4. Sociale zekerheid : de door de wetgeving vereiste kosten. 5. Extra-legale voordelen: groepsverzekering en kosten van de aanvullende ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het maximum bedrag van de bijdrage van de werkgever bedraagt 6 % van het globaal bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldigingen van het personeel; de éénmalige patronale premie groepsverzekering in geval van brugpensioen van een personeelslid. 6. Solidariteitsfonds van het personeel : bedrag van de jaarlijkse bijdrage per personeelslid zoals zij door [1 Ons]1 is vastgesteld. 7. Verplaatsingskosten : de bij C.A.O. voorziene tussenkomsten in de vervoerkosten van het personeel op weg naar het werk; de verhuizingskosten die aan het personeel worden betaald in geval van overplaatsing; de terugbetaling aan het personeel van de behoorlijk gerechtvaardigde kosten voor dienstverplaatsingen die worden gedaan door middel van de openbare vervoermiddelen (trein, metro, tram en autobus); de kilometervergoedingen betaald voor de behoorlijk gerechtvaardigde dienstverplaatsingen die door het personeel met eigen wagen zijn gedaan. Het bedrag van de kilometervergoeding is gelijk aan het bedrag dat bij de Staat geldt voor het gebruik van een voertuig van 9 fiscale PK. 8. Diverse kosten : de werkelijke kosten voor de feesten en andere sociale, culturele en sportieve manifestaties van het personeel, met een maximum bedrag van (62,00 EUR) per lid en per jaar; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de kosten van tussenkomst in de maaltijden van het personeel, met een maximum bedrag van (4,00 EUR) per lid en per dag. Het aantal dagen mag niet meer bedragen dan het aantal werkdagen dat in beschouwing wordt genomen voor het berekenen van de bijdragen voor sociale zekerheid; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> de buitengewone uitgaven die door de instelling worden gedaan voor haar personeel ter gelegenheid van huwelijken, geboorten, jubilea, pensioneringen, overlijdens. De voor elk van deze gelegenheden maximale toegelaten bedragen worden vastgesteld door [1 Ons]1. B. Directeurs. 1. Bezoldigingen : volgens de loonschalen goedgekeurd door [1 Ons]1. 2. Eindejaarspremies : zelfde regels als voor het personeel. 3. Sociale zekerheid bezoldigde directeur zelfde regels als voor het personeel. 4. Sociale zekerheid voor de zelfstandige directeur : een forfaitair bedrag gelijkwaardig met het totaal der kosten van de wettelijke sociale lasten die voor de bezoldigde directeurs worden betaald. 5. Extra-legale voordelen : zelfde regels als voor het personeel. 6. Verplaatsingskosten : een jaarlijks forfaitair bedrag voor de afschrijving van de voertuigen, vastgesteld op (6 000,00 EUR) per instelling. Indien deze door twee directeurs wordt beheerd, wordt het forfaitair bedrag opgevoerd tot (10 000,00 EUR); elk van beide directeurs beschikt over de helft van dit forfaitair bedrag; <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> een kilometervergoeding toegepast op een aantal kilometers dat bepaald wordt in functie van de dienstnoodwendigheden. Dit aantal kilometers wordt vastgesteld in akkoord met de Minister of zijn gemachtigde en het bedrag van de kilometervergoeding is hetzelfde als voor het personeel. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Art.N4 _REGION_WALLONNE.
Annexe 4. <AR 1995-04-06/50, art. 3, 002; En vigueur : 30-12-1994> Coûts et dépenses d'exploitation. Modifié par : Art. 2N4. II. Geboekte algemene exploitatiekosten.
A. Diverse algemene kosten. 1. De verlichting, de verwarming, het waterverbruik, de schoonmaak, de leveringen en prestaties, de wettelijke publiciteit, de arbeidskledij, de belastingen en taksen andere dan op de winst, enz. 2. De vergoeding voor terreinen : 2 % van de waarde van alle voor de uitvoering van de opdrachten aangeschafte en in dienst genomen terreinen. Onder "waarde" wordt verstaan : - voor de terreinen in gebruik genomen voor 1 januari 1977 : de op deze datum geherwaardeerde waarde; - voor deze in gebruik genomen vanaf 1 januari 1977 : de aankoopwaarde, alle kosten inbegrepen. 3. De bedragen werkelijk betaald voor het huren van onroerende goederen, wanneer de huur werd toegestaan door de Minister. 4. De vergoeding van de investeringen in gebouwen, parkings en roerende goederen. Op de waarde van de gebouwen, parkings en roerende goederen, vastgesteld overeenkomstig de hieronder vermelde bepalingen, maar verminderd : - met de geleende en nog niet terugbetaalde kapitalen, - met de afschrijvingen, wordt jaarlijks een interest in rekening gebracht, vastgesteld bij verwijzing naar de interestvoeten die door de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (N.M.K.N.) worden toegepast voor normale investeringskredieten met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen en gelijk aan : - voor de vóór 1 januari 1979 gerealiseerde investeringen : 11,15 %; - voor de tussen 1 januari 1979 en 31 december 1981 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de tijdens de jaren 1979 tot 1981 toegepaste interestvoeten, namelijk 12,80 %; - voor de vanaf 1 januari 1982 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de interestvoeten van toepassing gedurende het jaar waarin de investering werd gedaan. Voor wat de gebouwen en parkings betreft, is de investeringsvergoeding van toepassing op de installaties aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen en verworven met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde. Wat de roerende goederen betreft, is de vergoeding van toepassing op uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, op materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, op het kantoormaterieel en in het algemeen op roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen. De investeringsvergoeding wordt op constante wijze toegekend gedurende de afschrijvingsperiode. Onder "waarde van gebouwen en parkings" wordt verstaan de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. Onder "waarde van roerende goederen" wordt verstaan, de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. B. Kosten eigen aan de deconcentratie van de D.I.V. De kosten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van het besluit. Deze, onder die kosten, die een weerslag hebben op de in hoofdstuk VIII bedoelde formule tot berekening van de bezoldiging van de instellingen, moeten blijven voorkomen in de exploitatierekening, teneinde geneutraliseerd te kunnen worden : het betreft inzonderheid de kosten voor het onderhoud van de lokalen, van de vaste binneninrichting en van de nutsvoorziening die ter beschikking gesteld worden; de kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem van de lokalen; de verwarmingskosten, de reinigingskosten en het water- en elektriciteitsverbruik eigen aan deze lokalen. Om die reden zullen zij gegroepeerd worden in een specifieke rubriek van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister; deze rubriek zal als titel dragen : "KOSTEN VOOR DE D.I.V.-ANTENNE" (codes 616.). C. Receptie- en representatiekosten. 1. De gewone receptie- en representatiekosten, met een maximumbedrag van (10 000,00 EUR) per instelling en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> 2. De buitengewone receptie- en representatiekosten, veroorzaakt op verzoek of met instemming van de Minister of zijn gemachtigde. D. Kosten voor beroepsopleiding. 1. De kosten voor beroepsopleiding verzorgd door de instellingen zelf, die voortspruiten uit de toepassing van artikel 28 van het besluit. 2. De werkelijk geboekte kosten voor verdere beroepsopleiding, met een maximumbedrag van (37,50 EUR) per personeelslid en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> E. Andere kosten. De kosten van de oprichting of wijziging van een vennootschap, van verhoging van kapitaal, registratie van huurcelen, aankoop en inbreng van gehuurde onroerende goederen. Art. 1N4. 1. Frais de personnel et de direction.
A. Personnel. 1. Rémunération : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. Les rémunérations à prendre en compte pour chaque organisme ne peuvent dépasser les montants correspondant à l'effectif en personnel qui résulte de l'application des critères du personnel figurant à l'annexe 3. 2. Primes de fin d'année : pour une valeur de 10% maximum du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel. La "rémunération annuelle brute" à prendre en considération peut atteindre 100 % des rémunérations théoriques d'un membre du personnel qui a été absent temporairement pour cause de maladie ou d'invalidité. 3. Prestations supplémentaires rémunérées : conformément à la législation sociale. 4. Sécurité sociale : les frais exigés par la législation. 5. Avantages extra-légaux : l'assurance groupe et les frais de l'assurance complémentaire maladie-invalidité. Le montant maximal de la contribution de l'employeur s'élève à 6 % du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel ; la prime unique patronale d'assurance groupe en cas de prépension d'un membre du personnel. 6. Fonds de solidarité du personnel : le montant de la cotisation annuelle par membre du personnel telle qu'elle est fixée par le Ministre ou son délégué. 7. Frais de déplacement : les interventions prévues par la C.C.T. dans les frais de transport du personnel sur le chemin du travail ; les frais de déménagement payés au personnel en cas de mutation ; les remboursements au personnel des frais de déplacement de service dûment justifiés et effectués par des moyens de transports publics (train, métro, tram et autobus) ; les indemnités kilométriques payées pour les déplacements de service dûment justifiés et effectués par le personnel avec leur propre véhicule. Le taux de l'indemnité kilométrique est identique à celle en vigueur à l'Etat pour l'usage d'un véhicule de 9 CV fiscaux. 8. Frais divers : les frais réels pour les fêtes et les autres manifestations sociales, culturelles et sportives du personnel, pour un montant maximal de (62,00 EUR) par membre et par an ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les frais d'intervention dans les repas du personnel, pour un montant maximal de (4,00 EUR) par membre et par jour. Le nombre de jours ne peut dépasser celui des jours de travail pris en considération pour le calcul des cotisations de sécurité sociale ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les dépenses extraordinaires faites par l'organisme pour son personnel à l'occasion de mariages, de naissances, de jubilés, de mises à la pension, de décès. Les montants maximaux autorisés pour chaque occasion sont fixés par le Ministre ou son délégué. B. Directeurs. 1. Rémunérations : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. 2. Primes de fin d'année : mêmes règles que pour le personnel. 3. Sécurité sociale : directeur appointe : mêmes règles que pour le personnel. 4. Sécurité sociale du directeur indépendant : un montant forfaitaire équivalent au coût total des charges sociales légales payées pour les directeurs appointés. 5. Avantages extra-légaux : mêmes règles que pour le personnel. 6. Frais de déplacement : un forfait annuel pour l'amortissement des véhicules, fixé à (6 000,00 EUR) par organisme. Si celui-ci est géré par deux directeurs, le forfait est porté à (10 000,00 EUR), chacun des deux directeurs disposant de la moitié de ce forfait ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> une indemnité kilométrique appliquée à un nombre déterminé de kilomètres en fonction des besoins du service. Ce nombre de kilomètres est fixé en accord avec le Ministre ou son délégué et le taux de l'indemnité kilométrique est le même que celui pour le personnel. Art. 2N4_VLAAMS_GEWEST. II. Geboekte algemene exploitatiekosten. A. Diverse algemene kosten. 1. De verlichting, de verwarming, het waterverbruik, de schoonmaak, de leveringen en prestaties, de wettelijke publiciteit, de arbeidskledij, de belastingen en taksen andere dan op de winst, enz. 2. De vergoeding voor terreinen : 2 % van de waarde van alle voor de uitvoering van de opdrachten aangeschafte en in dienst genomen terreinen. Onder "waarde" wordt verstaan : - voor de terreinen in gebruik genomen voor 1 januari 1977 : de op deze datum geherwaardeerde waarde; - voor deze in gebruik genomen vanaf 1 januari 1977 : de aankoopwaarde, alle kosten inbegrepen. 3. De bedragen werkelijk betaald voor het huren van onroerende goederen, wanneer de huur werd toegestaan door [1 Ons]1. 4. De vergoeding van de investeringen in gebouwen, parkings en roerende goederen. Op de waarde van de gebouwen, parkings en roerende goederen, vastgesteld overeenkomstig de hieronder vermelde bepalingen, maar verminderd : - met de geleende en nog niet terugbetaalde kapitalen, - met de afschrijvingen, wordt jaarlijks een interest in rekening gebracht, vastgesteld bij verwijzing naar de interestvoeten die door de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (N.M.K.N.) worden toegepast voor normale investeringskredieten met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen en gelijk aan : - voor de vóór 1 januari 1979 gerealiseerde investeringen : 11,15 %; - voor de tussen 1 januari 1979 en 31 december 1981 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de tijdens de jaren 1979 tot 1981 toegepaste interestvoeten, namelijk 12,80 %; - voor de vanaf 1 januari 1982 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de interestvoeten van toepassing gedurende het jaar waarin de investering werd gedaan. Voor wat de gebouwen en parkings betreft, is de investeringsvergoeding van toepassing op de installaties aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen en verworven met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde. Wat de roerende goederen betreft, is de vergoeding van toepassing op uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, op materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, op het kantoormaterieel en in het algemeen op roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen. De investeringsvergoeding wordt op constante wijze toegekend gedurende de afschrijvingsperiode. Onder "waarde van gebouwen en parkings" wordt verstaan de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. Onder "waarde van roerende goederen" wordt verstaan, de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. B. Kosten eigen aan de deconcentratie van de D.I.V. De kosten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van het besluit. Deze, onder die kosten, die een weerslag hebben op de in hoofdstuk VIII bedoelde formule tot berekening van de bezoldiging van de instellingen, moeten blijven voorkomen in de exploitatierekening, teneinde geneutraliseerd te kunnen worden : het betreft inzonderheid de kosten voor het onderhoud van de lokalen, van de vaste binneninrichting en van de nutsvoorziening die ter beschikking gesteld worden; de kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem van de lokalen; de verwarmingskosten, de reinigingskosten en het water- en elektriciteitsverbruik eigen aan deze lokalen. Om die reden zullen zij gegroepeerd worden in een specifieke rubriek van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister; deze rubriek zal als titel dragen : "KOSTEN VOOR DE D.I.V.-ANTENNE" (codes 616.). C. Receptie- en representatiekosten. 1. De gewone receptie- en representatiekosten, met een maximumbedrag van (10 000,00 EUR) per instelling en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> 2. De buitengewone receptie- en representatiekosten, veroorzaakt op verzoek of met instemming van de Minister of zijn gemachtigde. D. Kosten voor beroepsopleiding. 1. De kosten voor beroepsopleiding verzorgd door de instellingen zelf, die voortspruiten uit de toepassing van artikel 28 van het besluit. 2. De werkelijk geboekte kosten voor verdere beroepsopleiding, met een maximumbedrag van (37,50 EUR) per personeelslid en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> E. Andere kosten. De kosten van de oprichting of wijziging van een vennootschap, van verhoging van kapitaal, registratie van huurcelen, aankoop en inbreng van gehuurde onroerende goederen.
Art. 1N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 1N4. I. Frais de personnel et de direction. A. Personnel. 1. Rémunération : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. Les rémunérations à prendre en compte pour chaque organisme ne peuvent dépasser les montants correspondant à l'effectif en personnel qui résulte de l'application des critères du personnel figurant à l'annexe 3. 2. Primes de fin d'année : pour une valeur de 10 % maximum du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel. La "rémunération annuelle brute" à prendre en considération peut atteindre 100 % des rémunérations théoriques d'un membre du personnel qui a été absent temporairement pour cause de maladie ou d'invalidité. 3. Prestations supplémentaires rémunérées : conformément à la législation sociale. 4. Sécurité sociale : les frais exigés par la législation. 5. Avantages extra-légaux : l'assurance groupe et les frais de l'assurance complémentaire maladie-invalidité. Le montant maximal de la contribution de l'employeur s'élève à 6 % du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel; la prime unique patronale d'assurance groupe en cas de prépension d'un membre du personnel. 6. Frais de déplacement : les interventions prévues par la C.C.T. dans les frais de transport du personnel sur le chemin du travail; les frais de déménagement payés au personnel en cas de mutation; les remboursements au personnel des frais de déplacement de service dûment justifiés et effectués par des moyens de transports publics (train, métro, tram et autobus); les indemnités kilométriques payées pour les déplacements de service dûment justifiés et effectués par le personnel avec leur propre véhicule. Le taux de l'indemnité kilométrique est identique à celle en vigueur à l'Etat pour l'usage d'un véhicule de 9 CV fiscaux. Les frais des véhicules assimilables à des véhicules de service appartenant à l'organisme dans le cadre de déplacements relevant des missions confiées par le Gouvernement et dument justifiés et effectués par le personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par les services publics de la Région bruxelloise. 7. Frais divers : les frais réels pour les fêtes et les autres manifestations sociales, culturelles et sportives du personnel, pour un montant maximal de 0,8 % des rémunérations brutes par membre et par an; les frais d'intervention dans les repas du personnel, pour un montant maximal ne dépassant pas les montants fixés par la réglementation sur les chèques-repas par membre et par jour. Le nombre de jours ne peut dépasser celui des jours de travail pris en considération pour le calcul des cotisations de sécurité sociale; les dépenses extraordinaires faites par l'organisme pour son personnel à l'occasion de mariages, de naissances, de jubilés, de mises à la pension, de décès. Les montants maximaux autorisés pour chaque occasion sont fixés par le Ministre ou son délégué. B. Directeurs. 1. Rémunérations : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. 2. Primes de fin d'année : mêmes règles que pour le personnel. 3. Sécurité sociale : directeur appointé : mêmes règles que pour le personnel. 4. Sécurité sociale du directeur indépendant : un montant forfaitaire équivalent au coût total des charges sociales légales payées pour les directeurs appointés. 5. Avantages extra-légaux : mêmes règles que pour le personnel. 6. Frais de déplacement : un forfait annuel pour l'amortissement des véhicules, fixé à 12.000,00 EUR par organisme. Si celui-ci est géré par deux directeurs, le forfait est porté à 24.000,00 EUR), chacun des deux directeurs disposant de la moitié de ce forfait; 7. Les frais des véhicules assimilables à des véhicules de service appartenant à l'organisme dans le cadre de déplacements relevant des missions confiées par le Gouvernement et dument justifiés et effectués par la personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par le Service public régional bruxellois.]1
WijzigingenArt. 2N4_WAALS_GEWEST. II. Geboekte algemene exploitatiekosten.
A. Diverse algemene kosten. 1. De verlichting, de verwarming, het waterverbruik, de schoonmaak, de leveringen en prestaties, de wettelijke publiciteit, de arbeidskledij, de belastingen en taksen andere dan op de winst, enz. 2. De vergoeding voor terreinen : 2 % van de waarde van alle voor de uitvoering van de opdrachten aangeschafte en in dienst genomen terreinen. Onder "waarde" wordt verstaan : - voor de terreinen in gebruik genomen voor 1 januari 1977 : de op deze datum geherwaardeerde waarde; - voor deze in gebruik genomen vanaf 1 januari 1977 : de aankoopwaarde, alle kosten inbegrepen. 3. De bedragen werkelijk betaald voor het huren van onroerende goederen, wanneer de huur werd toegestaan door de Minister. 4. De vergoeding van de investeringen in gebouwen, parkings en roerende goederen. Op de waarde van de gebouwen, parkings en roerende goederen, vastgesteld overeenkomstig de hieronder vermelde bepalingen, maar verminderd : - met de geleende en nog niet terugbetaalde kapitalen, - met de afschrijvingen, wordt jaarlijks een interest in rekening gebracht, vastgesteld bij verwijzing naar [1 het gemiddelde van de IRS-rentevoeten (Interest Rate Swap) voor vijftien jaar, dat tijdens het bedoelde boekjaar van toepassing is en vermeerderd met 1,75 %]1 en gelijk aan : - voor de vóór 1 januari 1979 gerealiseerde investeringen : 11,15 %; - voor de tussen 1 januari 1979 en 31 december 1981 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de tijdens de jaren 1979 tot 1981 toegepaste interestvoeten, namelijk 12,80 %; - voor de vanaf 1 januari 1982 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de interestvoeten van toepassing gedurende het jaar waarin de investering werd gedaan. Voor wat de gebouwen en parkings betreft, is de investeringsvergoeding van toepassing op de installaties aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen en verworven met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde. Wat de roerende goederen betreft, is de vergoeding van toepassing op uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, op materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, op het kantoormaterieel en in het algemeen op roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen. De investeringsvergoeding wordt op constante wijze toegekend gedurende de afschrijvingsperiode. Onder "waarde van gebouwen en parkings" wordt verstaan de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. Onder "waarde van roerende goederen" wordt verstaan, de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. B. Kosten eigen aan de deconcentratie van de D.I.V. De kosten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van het besluit. Deze, onder die kosten, die een weerslag hebben op de in hoofdstuk VIII bedoelde formule tot berekening van de bezoldiging van de instellingen, moeten blijven voorkomen in de exploitatierekening, teneinde geneutraliseerd te kunnen worden : het betreft inzonderheid de kosten voor het onderhoud van de lokalen, van de vaste binneninrichting en van de nutsvoorziening die ter beschikking gesteld worden; de kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem van de lokalen; de verwarmingskosten, de reinigingskosten en het water- en elektriciteitsverbruik eigen aan deze lokalen. Om die reden zullen zij gegroepeerd worden in een specifieke rubriek van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister; deze rubriek zal als titel dragen : "KOSTEN VOOR DE D.I.V.-ANTENNE" (codes 616.). C. Receptie- en representatiekosten. 1. De gewone receptie- en representatiekosten, met een maximumbedrag van [1 0,05 % van de omzet van het boekjaar]1 per instelling en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> 2. De buitengewone receptie- en representatiekosten, veroorzaakt op verzoek of met instemming van de Minister of zijn gemachtigde. D. Kosten voor beroepsopleiding. 1. De kosten voor beroepsopleiding verzorgd door de instellingen zelf, die voortspruiten uit de toepassing van artikel 28 van het besluit. 2. De werkelijk geboekte kosten voor verdere beroepsopleiding [1 ...]1. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> E. Andere kosten. De kosten van de oprichting of wijziging van een vennootschap, van verhoging van kapitaal, registratie van huurcelen, aankoop en inbreng van gehuurde onroerende goederen. Art. 1N4 _REGION_WALLONNE. 1. Frais de personnel et de direction. A. Personnel. 1. Rémunération : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. Les rémunérations à prendre en compte pour chaque organisme ne peuvent dépasser les montants correspondant à l'effectif en personnel qui résulte de l'application des critères du personnel figurant à l'annexe 3. 2. Primes de fin d'année : pour une valeur de 10% maximum du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel. La "rémunération annuelle brute" à prendre en considération peut atteindre 100 % des rémunérations théoriques d'un membre du personnel qui a été absent temporairement pour cause de maladie ou d'invalidité. 3. Prestations supplémentaires rémunérées : conformément à la législation sociale. 4. Sécurité sociale : les frais exigés par la législation. 5. Avantages extra-légaux : l'assurance groupe et les frais de l'assurance complémentaire maladie-invalidité. Le montant maximal de la contribution de l'employeur s'élève à 6 % du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel ; la prime unique patronale d'assurance groupe en cas de prépension d'un membre du personnel. 6. Fonds de solidarité du personnel : le montant de la cotisation annuelle par membre du personnel telle qu'elle est fixée par le Ministre ou son délégué. 7. Frais de déplacement : les interventions prévues par la C.C.T. dans les frais de transport du personnel sur le chemin du travail ; les frais de déménagement payés au personnel en cas de mutation ; les remboursements au personnel des frais de déplacement de service dûment justifiés et effectués par des moyens de transports publics (train, métro, tram et autobus) ; les indemnités kilométriques payées pour les déplacements de service dûment justifiés et effectués par le personnel avec leur propre véhicule. Le taux de l'indemnité kilométrique est identique à celle en vigueur [1 au sein des services publics wallons]1 pour l'usage d'un véhicule de 9 CV fiscaux. [1 Les frais des véhicules de service appartenant à l'organisme, ou assimilables à ceux-ci, dans le cadre de déplacements relevant des missions qui lui sont confiées et dument justifiés et effectués par le personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par les services publics wallons.]1 8. Frais divers : les frais réels pour les fêtes et les autres manifestations sociales, culturelles et sportives du personnel, pour un montant maximal de [1 0,4 % des rémunérations brutes]1 par membre et par an ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les frais d'intervention dans les repas du personnel, pour un montant maximal de [1 8 euros]1 par membre et par jour. Le nombre de jours ne peut dépasser celui des jours de travail pris en considération pour le calcul des cotisations de sécurité sociale ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les dépenses extraordinaires faites par l'organisme pour son personnel à l'occasion de mariages, de naissances, de jubilés, de mises à la pension, de décès. Les montants maximaux autorisés pour chaque occasion sont fixés par le Ministre ou son délégué. B. Directeurs. 1. Rémunérations : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. 2. Primes de fin d'année : mêmes règles que pour le personnel. 3. Sécurité sociale : directeur appointe : mêmes règles que pour le personnel. 4. Sécurité sociale du directeur indépendant : un montant forfaitaire équivalent au coût total des charges sociales légales payées pour les directeurs appointés. 5. Avantages extra-légaux : mêmes règles que pour le personnel. 6. Frais de déplacement : un forfait annuel pour l'amortissement des véhicules, fixé à [1 8.500 euros]1 par organisme. Si celui-ci est géré par deux directeurs, le forfait est porté à [1 14.000 euros]1, chacun des deux directeurs disposant de la moitié de ce forfait ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> [1 les frais des véhicules de service appartenant à l'organisme, ou assimilables à ceux-ci, dans le cadre de déplacements relevant des missions qui lui sont confiées et dument justifiés et effectués par le personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par les services publics wallons.]1
WijzigingenArt. 2N4_VLAAMS_GEWEST. II. Geboekte algemene exploitatiekosten.
A. Diverse algemene kosten. 1. De verlichting, de verwarming, het waterverbruik, de schoonmaak, de leveringen en prestaties, de wettelijke publiciteit, de arbeidskledij, de belastingen en taksen andere dan op de winst, enz. 2. De vergoeding voor terreinen : 2 % van de waarde van alle voor de uitvoering van de opdrachten aangeschafte en in dienst genomen terreinen. Onder "waarde" wordt verstaan : - voor de terreinen in gebruik genomen voor 1 januari 1977 : de op deze datum geherwaardeerde waarde; - voor deze in gebruik genomen vanaf 1 januari 1977 : de aankoopwaarde, alle kosten inbegrepen. 3. De bedragen werkelijk betaald voor het huren van onroerende goederen, wanneer de huur werd toegestaan door [1 Ons]1. 4. De vergoeding van de investeringen in gebouwen, parkings en roerende goederen. Op de waarde van de gebouwen, parkings en roerende goederen, vastgesteld overeenkomstig de hieronder vermelde bepalingen, maar verminderd : - met de geleende en nog niet terugbetaalde kapitalen, - met de afschrijvingen, wordt jaarlijks een interest in rekening gebracht, vastgesteld bij verwijzing naar de interestvoeten die door de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (N.M.K.N.) worden toegepast voor normale investeringskredieten met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen en gelijk aan : - voor de vóór 1 januari 1979 gerealiseerde investeringen : 11,15 %; - voor de tussen 1 januari 1979 en 31 december 1981 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de tijdens de jaren 1979 tot 1981 toegepaste interestvoeten, namelijk 12,80 %; - voor de vanaf 1 januari 1982 gerealiseerde investeringen : het gewogen gemiddelde van de interestvoeten van toepassing gedurende het jaar waarin de investering werd gedaan. Voor wat de gebouwen en parkings betreft, is de investeringsvergoeding van toepassing op de installaties aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen en verworven met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde. Wat de roerende goederen betreft, is de vergoeding van toepassing op uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, op materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, op het kantoormaterieel en in het algemeen op roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen. De investeringsvergoeding wordt op constante wijze toegekend gedurende de afschrijvingsperiode. Onder "waarde van gebouwen en parkings" wordt verstaan de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. Onder "waarde van roerende goederen" wordt verstaan, de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. B. Kosten eigen aan de deconcentratie van de D.I.V. De kosten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van het besluit. Deze, onder die kosten, die een weerslag hebben op de in hoofdstuk VIII bedoelde formule tot berekening van de bezoldiging van de instellingen, moeten blijven voorkomen in de exploitatierekening, teneinde geneutraliseerd te kunnen worden : het betreft inzonderheid de kosten voor het onderhoud van de lokalen, van de vaste binneninrichting en van de nutsvoorziening die ter beschikking gesteld worden; de kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem van de lokalen; de verwarmingskosten, de reinigingskosten en het water- en elektriciteitsverbruik eigen aan deze lokalen. Om die reden zullen zij gegroepeerd worden in een specifieke rubriek van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister; deze rubriek zal als titel dragen : "KOSTEN VOOR DE D.I.V.-ANTENNE" (codes 616.). C. Receptie- en representatiekosten. 1. De gewone receptie- en representatiekosten, met een maximumbedrag van (10 000,00 EUR) per instelling en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> 2. De buitengewone receptie- en representatiekosten, veroorzaakt op verzoek of met instemming van de Minister of zijn gemachtigde. D. Kosten voor beroepsopleiding. 1. De kosten voor beroepsopleiding verzorgd door de instellingen zelf, die voortspruiten uit de toepassing van artikel 28 van het besluit. 2. De werkelijk geboekte kosten voor verdere beroepsopleiding, met een maximumbedrag van (37,50 EUR) per personeelslid en per jaar. <KB 2000-07-20/53, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002> E. Andere kosten. De kosten van de oprichting of wijziging van een vennootschap, van verhoging van kapitaal, registratie van huurcelen, aankoop en inbreng van gehuurde onroerende goederen. Art. 1N4 _REGION_WALLONNE.
1. Frais de personnel et de direction. A. Personnel. 1. Rémunération : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. Les rémunérations à prendre en compte pour chaque organisme ne peuvent dépasser les montants correspondant à l'effectif en personnel qui résulte de l'application des critères du personnel figurant à l'annexe 3. 2. Primes de fin d'année : pour une valeur de 10% maximum du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel. La "rémunération annuelle brute" à prendre en considération peut atteindre 100 % des rémunérations théoriques d'un membre du personnel qui a été absent temporairement pour cause de maladie ou d'invalidité. 3. Prestations supplémentaires rémunérées : conformément à la législation sociale. 4. Sécurité sociale : les frais exigés par la législation. 5. Avantages extra-légaux : l'assurance groupe et les frais de l'assurance complémentaire maladie-invalidité. Le montant maximal de la contribution de l'employeur s'élève à 6 % du montant global des rémunérations annuelles brutes du personnel ; la prime unique patronale d'assurance groupe en cas de prépension d'un membre du personnel. 6. Fonds de solidarité du personnel : le montant de la cotisation annuelle par membre du personnel telle qu'elle est fixée par le Ministre ou son délégué. 7. Frais de déplacement : les interventions prévues par la C.C.T. dans les frais de transport du personnel sur le chemin du travail ; les frais de déménagement payés au personnel en cas de mutation ; les remboursements au personnel des frais de déplacement de service dûment justifiés et effectués par des moyens de transports publics (train, métro, tram et autobus) ; les indemnités kilométriques payées pour les déplacements de service dûment justifiés et effectués par le personnel avec leur propre véhicule. Le taux de l'indemnité kilométrique est identique à celle en vigueur [1 au sein des services publics wallons]1 pour l'usage d'un véhicule de 9 CV fiscaux. [1 Les frais des véhicules de service appartenant à l'organisme, ou assimilables à ceux-ci, dans le cadre de déplacements relevant des missions qui lui sont confiées et dument justifiés et effectués par le personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par les services publics wallons.]1 8. Frais divers : les frais réels pour les fêtes et les autres manifestations sociales, culturelles et sportives du personnel, pour un montant maximal de [1 0,4 % des rémunérations brutes]1 par membre et par an ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les frais d'intervention dans les repas du personnel, pour un montant maximal de [1 8 euros]1 par membre et par jour. Le nombre de jours ne peut dépasser celui des jours de travail pris en considération pour le calcul des cotisations de sécurité sociale ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> les dépenses extraordinaires faites par l'organisme pour son personnel à l'occasion de mariages, de naissances, de jubilés, de mises à la pension, de décès. Les montants maximaux autorisés pour chaque occasion sont fixés par le Ministre ou son délégué. B. Directeurs. 1. Rémunérations : suivant les échelles barémiques approuvées par le Ministre. 2. Primes de fin d'année : mêmes règles que pour le personnel. 3. Sécurité sociale : directeur appointe : mêmes règles que pour le personnel. 4. Sécurité sociale du directeur indépendant : un montant forfaitaire équivalent au coût total des charges sociales légales payées pour les directeurs appointés. 5. Avantages extra-légaux : mêmes règles que pour le personnel. 6. Frais de déplacement : un forfait annuel pour l'amortissement des véhicules, fixé à [1 8.500 euros]1 par organisme. Si celui-ci est géré par deux directeurs, le forfait est porté à [1 14.000 euros]1, chacun des deux directeurs disposant de la moitié de ce forfait ; <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> [1 les frais des véhicules de service appartenant à l'organisme, ou assimilables à ceux-ci, dans le cadre de déplacements relevant des missions qui lui sont confiées et dument justifiés et effectués par le personnel. Ces frais sont limités au taux de l'indemnité kilométrique appliqué par les services publics wallons.]1 WijzigingenArt. 4N4. IV. Kosten voor verzekeringen en voor dekking van beroepsrisico's.
Het bedrag van de premies van de verzekeringen tegen brand, ontploffingen, bliksem, enz., van deze tegen arbeidsongevallen en van deze inzake burgelijke aansprakelijkheid bedoeld in artikel 19 van het besluit. Uitgesloten zijn de premies tot dekking van een winstderving. De uitgaven die worden terugbetaald door de verzekeringsmaatschappijen worden in rekening gebracht met de "andere bedrijfsopbrengsten". Art. 2N4. II. Frais généraux d'exploitation comptabilisés.
A. Frais généraux divers. 1. L'éclairage, le chauffage, la consommation d'eau, le nettoyage, les fournitures et prestations, la publicité légale, les vêtements de travail, les impôts et taxes autres que ceux sur les bénéfices, etc.. 2. L'indemnité pour terrains : 2 % de la valeur de tous les terrains acquis et mis en service pour l'exécution des missions. Par "valeur", il est entendu : - pour les terrains en service avant le 1er janvier 1977 : la valeur réévaluée a cette date ; - pour ceux mis en service à partir du 1er janvier 1977 : la valeur d'achat, tous frais compris. 3. Les montants réellement payés pour la location de biens immobiliers, si cette location a été autorisée par le Ministre. 4. L'indemnité des investissements en bâtiments, parkings et biens mobiliers. Sur la valeur des bâtiments, parkings et biens mobiliers, fixée conformément aux dispositions indiquées ci-dessous, mais diminuée : - des capitaux empruntés et non encore remboursés, - des amortissements, est porté annuellement en compte un intérêt fixé par référence aux taux pratiqués par la Société Nationale de Crédit à l'Industrie (S.N.C.I.) pour des crédits normaux d'investissement en vue de l'achat de biens semblables, et égal à : - pour les investissements réalisés avant le 1er janvier 1979 : 11,15 % ; - pour les investissements réalisés entre le 1er janvier 1979 et le 31 décembre 1981 : la moyenne pondérée des taux pratiqués durant les années 1979 à 1981, soit 12,80 % ; - pour les investissements réalisés à partir du 1er janvier 1982 : la moyenne pondéree des taux pratiqués durant l'année pendant laquelle l'investissement a été fait. En ce qui concerne les bâtiments et parkings, l'indemnité d'investissement s'applique aux installations affectées à l'exécution des missions des organismes et acquises avec l'accord du Ministre ou de son délégué. En ce qui concerne les biens mobiliers, l'indemnité s'applique aux équipements et installations restés mobiliers, aux matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, au matériel de bureau et, de manière générale, aux biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes. L'indemnité d'investissement est allouée de manière constante durant la période d'amortissement. Par "valeur des bâtiments et parkings", il est entendu le prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. Par "valeur de biens mobiliers", il est entendu le prix d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. B. Frais propres à la déconcentration de la D.I.V.. Les frais découlant de l'application de l'article 12 de l'arrêté. Ceux parmi ces frais qui ont une incidence sur la formule de calcul de la rémunération des organismes visée au chapitre VIII, doivent rester apparents au compte d'exploitation afin de pouvoir être neutralisés : il s'agit principalement des frais d'entretien des locaux, de l'aménagement intérieur fixe et de l'équipement d'utilité publique mis à disposition, des frais de maintenance du système protégeant les locaux, des frais de chauffage, de nettoyage et de consommation d'eau et d'électricité inhérents à ces locaux. C'est pourquoi ils seront regroupes dans une rubrique spécifique de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, cette rubrique portera comme intitulé : "FRAIS POUR L'ANTENNE D.I.V." (codes 616.). C. Frais de réception et de représentation. 1. Les frais de réception et de représentation ordinaires, pour un montant maximal de (10 000,00 EUR) par organisme et par an. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> 2. Les frais de réception et de représentation extraordinaires, occasionnés à la demande ou avec le consentement du Ministre ou de son délégué. D. Frais de formation professionnelle. 1. Les frais de formation professionnelle assurée par les organismes, tels qu'ils découlent de l'application de l'article 28 de l'arrêté. 2. Les frais de formation professionnelle complémentaire réellement comptabilisés, avec un montant maximal de (37,50 EUR) par membre du personnel et par an. E. Autres frais. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> Les frais de création ou de transformation d'une société, d'augmentation de capital, d'enregistrement des baux, d'achat et d'apport de biens immobiliers loués. Art. 4N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 4N4. IV. Kosten voor verzekeringen en voor dekking van beroepsrisico's. Het bedrag van de premies van de verzekeringen tegen brand, ontploffingen, bliksem, enz., van deze tegen arbeidsongevallen en van deze inzake burgerlijke aansprakelijkheid bedoeld in artikel 19 van het besluit. Uitgesloten zijn de premies tot dekking van een winstderving. De uitgaven die worden terugbetaald door de verzekeringsmaatschappijen worden in rekening gebracht met de "andere bedrijfsopbrengsten.]1
Art. 2N4. II. Frais généraux d'exploitation comptabilisés.
A. Frais généraux divers. 1. L'éclairage, le chauffage, la consommation d'eau, le nettoyage, les fournitures et prestations, la publicité légale, les vêtements de travail, les impôts et taxes autres que ceux sur les bénéfices, etc.. 2. L'indemnité pour terrains : 2 % de la valeur de tous les terrains acquis et mis en service pour l'exécution des missions. Par "valeur", il est entendu : - pour les terrains en service avant le 1er janvier 1977 : la valeur réévaluée a cette date ; - pour ceux mis en service à partir du 1er janvier 1977 : la valeur d'achat, tous frais compris. 3. Les montants réellement payés pour la location de biens immobiliers, si cette location a été autorisée par le Ministre. 4. L'indemnité des investissements en bâtiments, parkings et biens mobiliers. Sur la valeur des bâtiments, parkings et biens mobiliers, fixée conformément aux dispositions indiquées ci-dessous, mais diminuée : - des capitaux empruntés et non encore remboursés, - des amortissements, est porté annuellement en compte un intérêt fixé par référence aux taux pratiqués par la Société Nationale de Crédit à l'Industrie (S.N.C.I.) pour des crédits normaux d'investissement en vue de l'achat de biens semblables, et égal à : - pour les investissements réalisés avant le 1er janvier 1979 : 11,15 % ; - pour les investissements réalisés entre le 1er janvier 1979 et le 31 décembre 1981 : la moyenne pondérée des taux pratiqués durant les années 1979 à 1981, soit 12,80 % ; - pour les investissements réalisés à partir du 1er janvier 1982 : la moyenne pondéree des taux pratiqués durant l'année pendant laquelle l'investissement a été fait. En ce qui concerne les bâtiments et parkings, l'indemnité d'investissement s'applique aux installations affectées à l'exécution des missions des organismes et acquises avec l'accord du Ministre ou de son délégué. En ce qui concerne les biens mobiliers, l'indemnité s'applique aux équipements et installations restés mobiliers, aux matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, au matériel de bureau et, de manière générale, aux biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes. L'indemnité d'investissement est allouée de manière constante durant la période d'amortissement. Par "valeur des bâtiments et parkings", il est entendu le prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. Par "valeur de biens mobiliers", il est entendu le prix d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. B. Frais propres à la déconcentration de la D.I.V.. Les frais découlant de l'application de l'article 12 de l'arrêté. Ceux parmi ces frais qui ont une incidence sur la formule de calcul de la rémunération des organismes visée au chapitre VIII, doivent rester apparents au compte d'exploitation afin de pouvoir être neutralisés : il s'agit principalement des frais d'entretien des locaux, de l'aménagement intérieur fixe et de l'équipement d'utilité publique mis à disposition, des frais de maintenance du système protégeant les locaux, des frais de chauffage, de nettoyage et de consommation d'eau et d'électricité inhérents à ces locaux. C'est pourquoi ils seront regroupes dans une rubrique spécifique de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, cette rubrique portera comme intitulé : "FRAIS POUR L'ANTENNE D.I.V." (codes 616.). C. Frais de réception et de représentation. 1. Les frais de réception et de représentation ordinaires, pour un montant maximal de (10 000,00 EUR) par organisme et par an. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> 2. Les frais de réception et de représentation extraordinaires, occasionnés à la demande ou avec le consentement du Ministre ou de son délégué. D. Frais de formation professionnelle. 1. Les frais de formation professionnelle assurée par les organismes, tels qu'ils découlent de l'application de l'article 28 de l'arrêté. 2. Les frais de formation professionnelle complémentaire réellement comptabilisés, avec un montant maximal de (37,50 EUR) par membre du personnel et par an. E. Autres frais. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> Les frais de création ou de transformation d'une société, d'augmentation de capital, d'enregistrement des baux, d'achat et d'apport de biens immobiliers loués. Art. 4N4. IV. Kosten voor verzekeringen en voor dekking van beroepsrisico's.
Het bedrag van de premies van de verzekeringen tegen brand, ontploffingen, bliksem, enz., van deze tegen arbeidsongevallen en van deze inzake burgelijke aansprakelijkheid bedoeld in artikel 19 van het besluit. Uitgesloten zijn de premies tot dekking van een winstderving. De uitgaven die worden terugbetaald door de verzekeringsmaatschappijen worden in rekening gebracht met de "andere bedrijfsopbrengsten". Art. 2N4 _REGION_WALLONNE. II. Frais généraux d'exploitation comptabilisés. A. Frais généraux divers. 1. L'éclairage, le chauffage, la consommation d'eau, le nettoyage, les fournitures et prestations, la publicité légale, les vêtements de travail, les impôts et taxes autres que ceux sur les bénéfices, etc.. 2. L'indemnité pour terrains : 2 % de la valeur de tous les terrains acquis et mis en service pour l'exécution des missions. Par "valeur", il est entendu : - pour les terrains en service avant le 1er janvier 1977 : la valeur réévaluée a cette date ; - pour ceux mis en service à partir du 1er janvier 1977 : la valeur d'achat, tous frais compris. 3. Les montants réellement payés pour la location de biens immobiliers, si cette location a été autorisée par le Ministre. 4. L'indemnité des investissements en bâtiments, parkings et biens mobiliers. Sur la valeur des bâtiments, parkings et biens mobiliers, fixée conformément aux dispositions indiquées ci-dessous, mais diminuée : - des capitaux empruntés et non encore remboursés, - des amortissements, est porté annuellement en compte un intérêt fixé par référence [1 à la moyenne des taux IRS (Interest Rate Swap) à quinze ans, d'application au cours de l'exercice visé augmentée de 1,75 %]1, et égal à : - pour les investissements réalisés avant le 1er janvier 1979 : 11,15 % ; - pour les investissements réalisés entre le 1er janvier 1979 et le 31 décembre 1981 : la moyenne pondérée des taux pratiqués durant les années 1979 à 1981, soit 12,80 % ; - pour les investissements réalisés à partir du 1er janvier 1982 : la moyenne pondéree des taux pratiqués durant l'année pendant laquelle l'investissement a été fait. En ce qui concerne les bâtiments et parkings, l'indemnité d'investissement s'applique aux installations affectées à l'exécution des missions des organismes et acquises avec l'accord du Ministre ou de son délégué. En ce qui concerne les biens mobiliers, l'indemnité s'applique aux équipements et installations restés mobiliers, aux matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, au matériel de bureau et, de manière générale, aux biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes. L'indemnité d'investissement est allouée de manière constante durant la période d'amortissement. Par "valeur des bâtiments et parkings", il est entendu le prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. Par "valeur de biens mobiliers", il est entendu le prix d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. B. Frais propres à la déconcentration de la D.I.V.. Les frais découlant de l'application de l'article 12 de l'arrêté. Ceux parmi ces frais qui ont une incidence sur la formule de calcul de la rémunération des organismes visée au chapitre VIII, doivent rester apparents au compte d'exploitation afin de pouvoir être neutralisés : il s'agit principalement des frais d'entretien des locaux, de l'aménagement intérieur fixe et de l'équipement d'utilité publique mis à disposition, des frais de maintenance du système protégeant les locaux, des frais de chauffage, de nettoyage et de consommation d'eau et d'électricité inhérents à ces locaux. C'est pourquoi ils seront regroupes dans une rubrique spécifique de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, cette rubrique portera comme intitulé : "FRAIS POUR L'ANTENNE D.I.V." (codes 616.). C. Frais de réception et de représentation. 1. Les frais de réception et de représentation ordinaires, pour un montant maximal de [1 0,05 % du chiffre d'affaire de l'exercice]1 par organisme et par an. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> 2. Les frais de réception et de représentation extraordinaires, occasionnés à la demande ou avec le consentement du Ministre ou de son délégué. D. Frais de formation professionnelle. 1. Les frais de formation professionnelle assurée par les organismes, tels qu'ils découlent de l'application de l'article 28 de l'arrêté. 2. Les frais de formation professionnelle complémentaire réellement comptabilisés [1 ...]1. E. Autres frais. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> Les frais de création ou de transformation d'une société, d'augmentation de capital, d'enregistrement des baux, d'achat et d'apport de biens immobiliers loués.
WijzigingenArt. 4N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 4N4. IV. Kosten voor verzekeringen en voor dekking van beroepsrisico's.
Het bedrag van de premies van de verzekeringen tegen brand, ontploffingen, bliksem, enz., van deze tegen arbeidsongevallen en van deze inzake burgerlijke aansprakelijkheid bedoeld in artikel 19 van het besluit. Uitgesloten zijn de premies tot dekking van een winstderving. De uitgaven die worden terugbetaald door de verzekeringsmaatschappijen worden in rekening gebracht met de "andere bedrijfsopbrengsten.]1 Art. 2N4 _REGION_FLAMANDE. II. Frais généraux d'exploitation comptabilisés. A. Frais généraux divers. 1. L'éclairage, le chauffage, la consommation d'eau, le nettoyage, les fournitures et prestations, la publicité légale, les vêtements de travail, les impôts et taxes autres que ceux sur les bénéfices, etc.. 2. L'indemnité pour terrains : 2 % de la valeur de tous les terrains acquis et mis en service pour l'exécution des missions. Par "valeur", il est entendu : - pour les terrains en service avant le 1er janvier 1977 : la valeur réévaluée a cette date ; - pour ceux mis en service à partir du 1er janvier 1977 : la valeur d'achat, tous frais compris. 3. Les montants réellement payés pour la location de biens immobiliers, si cette location a été autorisée [1 par Nous]1. 4. L'indemnité des investissements en bâtiments, parkings et biens mobiliers. Sur la valeur des bâtiments, parkings et biens mobiliers, fixée conformément aux dispositions indiquées ci-dessous, mais diminuée : - des capitaux empruntés et non encore remboursés, - des amortissements, est porté annuellement en compte un intérêt fixé par référence aux taux pratiqués par la Société Nationale de Crédit à l'Industrie (S.N.C.I.) pour des crédits normaux d'investissement en vue de l'achat de biens semblables, et égal à : - pour les investissements réalisés avant le 1er janvier 1979 : 11,15 % ; - pour les investissements réalisés entre le 1er janvier 1979 et le 31 décembre 1981 : la moyenne pondérée des taux pratiqués durant les années 1979 à 1981, soit 12,80 % ; - pour les investissements réalisés à partir du 1er janvier 1982 : la moyenne pondéree des taux pratiqués durant l'année pendant laquelle l'investissement a été fait. En ce qui concerne les bâtiments et parkings, l'indemnité d'investissement s'applique aux installations affectées à l'exécution des missions des organismes et acquises avec l'accord du Ministre ou de son délégué. En ce qui concerne les biens mobiliers, l'indemnité s'applique aux équipements et installations restés mobiliers, aux matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, au matériel de bureau et, de manière générale, aux biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes. L'indemnité d'investissement est allouée de manière constante durant la période d'amortissement. Par "valeur des bâtiments et parkings", il est entendu le prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. Par "valeur de biens mobiliers", il est entendu le prix d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. B. Frais propres à la déconcentration de la D.I.V.. Les frais découlant de l'application de l'article 12 de l'arrêté. Ceux parmi ces frais qui ont une incidence sur la formule de calcul de la rémunération des organismes visée au chapitre VIII, doivent rester apparents au compte d'exploitation afin de pouvoir être neutralisés : il s'agit principalement des frais d'entretien des locaux, de l'aménagement intérieur fixe et de l'équipement d'utilité publique mis à disposition, des frais de maintenance du système protégeant les locaux, des frais de chauffage, de nettoyage et de consommation d'eau et d'électricité inhérents à ces locaux. C'est pourquoi ils seront regroupes dans une rubrique spécifique de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, cette rubrique portera comme intitulé : "FRAIS POUR L'ANTENNE D.I.V." (codes 616.). C. Frais de réception et de représentation. 1. Les frais de réception et de représentation ordinaires, pour un montant maximal de (10 000,00 EUR) par organisme et par an. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> 2. Les frais de réception et de représentation extraordinaires, occasionnés à la demande ou avec le consentement du Ministre ou de son délégué. D. Frais de formation professionnelle. 1. Les frais de formation professionnelle assurée par les organismes, tels qu'ils découlent de l'application de l'article 28 de l'arrêté. 2. Les frais de formation professionnelle complémentaire réellement comptabilisés, avec un montant maximal de (37,50 EUR) par membre du personnel et par an. E. Autres frais. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> Les frais de création ou de transformation d'une société, d'augmentation de capital, d'enregistrement des baux, d'achat et d'apport de biens immobiliers loués.
WijzigingenArt. 6N4. VI. De afschrijving van gebouwen, parkings en roerende goederen.
A. Investeringen in gebouwen en parkings. Wordt jaarlijks in rekening gebracht een afschrijving van de aankoopwaarde of van de bouwwaarde van de gebouwen en parkings aangewend of bestemd voor de uitvoering van een opdracht van de instellingen, voor zover zij met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde zijn verworven. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 10 jaar voor de parkings; - in 20 jaar voor de industriële gebouwen (zijnde deze die voor de technische controle gebruikt worden); - in 33 jaar voor de andere gebouwen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Het detail van de jaarlijkse afschrijvingen wordt aan de exploitatierekening gehecht. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de gebouwen en parkings overeen met de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. B. Investeringen in roerende goederen. Wordt jaarlijks in rekening gebracht, een afschrijving op de aankoopwaarde van de roerende goederen (uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, kantoormaterieel en, in het algemeen, roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen). De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 3 jaar voor het informaticamaterieel; - in 5 jaar voor de controletoestellen en apparatuur voor de technische controle en het rijbewijs; - in 10 jaar voor het kantoormaterieel en de weegbruggen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de roerende goederen overeen met de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. Art. 2N4 _REGION_FLAMANDE.
II. Frais généraux d'exploitation comptabilisés. A. Frais généraux divers. 1. L'éclairage, le chauffage, la consommation d'eau, le nettoyage, les fournitures et prestations, la publicité légale, les vêtements de travail, les impôts et taxes autres que ceux sur les bénéfices, etc.. 2. L'indemnité pour terrains : 2 % de la valeur de tous les terrains acquis et mis en service pour l'exécution des missions. Par "valeur", il est entendu : - pour les terrains en service avant le 1er janvier 1977 : la valeur réévaluée a cette date ; - pour ceux mis en service à partir du 1er janvier 1977 : la valeur d'achat, tous frais compris. 3. Les montants réellement payés pour la location de biens immobiliers, si cette location a été autorisée [1 par Nous]1. 4. L'indemnité des investissements en bâtiments, parkings et biens mobiliers. Sur la valeur des bâtiments, parkings et biens mobiliers, fixée conformément aux dispositions indiquées ci-dessous, mais diminuée : - des capitaux empruntés et non encore remboursés, - des amortissements, est porté annuellement en compte un intérêt fixé par référence aux taux pratiqués par la Société Nationale de Crédit à l'Industrie (S.N.C.I.) pour des crédits normaux d'investissement en vue de l'achat de biens semblables, et égal à : - pour les investissements réalisés avant le 1er janvier 1979 : 11,15 % ; - pour les investissements réalisés entre le 1er janvier 1979 et le 31 décembre 1981 : la moyenne pondérée des taux pratiqués durant les années 1979 à 1981, soit 12,80 % ; - pour les investissements réalisés à partir du 1er janvier 1982 : la moyenne pondéree des taux pratiqués durant l'année pendant laquelle l'investissement a été fait. En ce qui concerne les bâtiments et parkings, l'indemnité d'investissement s'applique aux installations affectées à l'exécution des missions des organismes et acquises avec l'accord du Ministre ou de son délégué. En ce qui concerne les biens mobiliers, l'indemnité s'applique aux équipements et installations restés mobiliers, aux matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, au matériel de bureau et, de manière générale, aux biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes. L'indemnité d'investissement est allouée de manière constante durant la période d'amortissement. Par "valeur des bâtiments et parkings", il est entendu le prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. Par "valeur de biens mobiliers", il est entendu le prix d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. B. Frais propres à la déconcentration de la D.I.V.. Les frais découlant de l'application de l'article 12 de l'arrêté. Ceux parmi ces frais qui ont une incidence sur la formule de calcul de la rémunération des organismes visée au chapitre VIII, doivent rester apparents au compte d'exploitation afin de pouvoir être neutralisés : il s'agit principalement des frais d'entretien des locaux, de l'aménagement intérieur fixe et de l'équipement d'utilité publique mis à disposition, des frais de maintenance du système protégeant les locaux, des frais de chauffage, de nettoyage et de consommation d'eau et d'électricité inhérents à ces locaux. C'est pourquoi ils seront regroupes dans une rubrique spécifique de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, cette rubrique portera comme intitulé : "FRAIS POUR L'ANTENNE D.I.V." (codes 616.). C. Frais de réception et de représentation. 1. Les frais de réception et de représentation ordinaires, pour un montant maximal de (10 000,00 EUR) par organisme et par an. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> 2. Les frais de réception et de représentation extraordinaires, occasionnés à la demande ou avec le consentement du Ministre ou de son délégué. D. Frais de formation professionnelle. 1. Les frais de formation professionnelle assurée par les organismes, tels qu'ils découlent de l'application de l'article 28 de l'arrêté. 2. Les frais de formation professionnelle complémentaire réellement comptabilisés, avec un montant maximal de (37,50 EUR) par membre du personnel et par an. E. Autres frais. <AR 2000-07-20/53, art. 31, 003; En vigueur : 01-01-2002> Les frais de création ou de transformation d'une société, d'augmentation de capital, d'enregistrement des baux, d'achat et d'apport de biens immobiliers loués. WijzigingenArt. 6N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 6N4. VI. De afschrijving van gebouwen, parkings en roerende goederen. A. Investeringen in gebouwen en parkings. Wordt jaarlijks in rekening gebracht een afschrijving van de aankoopwaarde of van de bouwwaarde van de gebouwen en parkings aangewend of bestemd voor de uitvoering van een opdracht van de instellingen, voor zover zij met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde zijn verworven. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 10 jaar voor de parkings; - in 20 jaar voor de gebouwen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Het detail van de jaarlijkse afschrijvingen wordt aan de exploitatierekening gehecht. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de gebouwen en parkings overeen met de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. B. Investeringen in roerende goederen. Wordt jaarlijks in rekening gebracht, een afschrijving op de aankoopwaarde van de roerende goederen (uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, kantoormaterieel en, in het algemeen, roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen)met inbegrip van de voertuigen die door de instelling, met goedkeuring van de Minister of zijn gemachtigde, uitsluitend worden gebruikt voor taken van technische controle en/of examen voor het rijbewijs. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 3 jaar voor het informaticamaterieel; - in 5 jaar voor de controletoestellen, apparatuur en voertuigen voor de technische controle en het rijbewijs. - in 10 jaar voor het kantoormaterieel en de weegbruggen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de roerende goederen overeen met de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. De instelling mag de door de belastingwetgeving bepaalde afschrijvingsregels toepassen.]1
Art. 3N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 III. Frais d'entretien. A. Les frais causés par l'usure normale, étant entendu que les travaux de peinture, à l'exception des cas de force majeure, ne pourront se faire au mieux que tous les trois ans pour les centres d'examens et tous les cinq ans pour les bureaux et les stations. B. Les grosses réparations, y compris celles aux parkings.]1
WijzigingenArt. 6N4_VLAAMS_GEWEST. VI. De afschrijving van gebouwen, parkings en roerende goederen. A. Investeringen in gebouwen en parkings. Wordt jaarlijks in rekening gebracht een afschrijving van de aankoopwaarde of van de bouwwaarde van de gebouwen en parkings aangewend of bestemd voor de uitvoering van een opdracht van de instellingen, voor zover zij met het akkoord van [1 Ons]1 of zijn gemachtigde zijn verworven. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 10 jaar voor de parkings; - in 20 jaar voor de industriële gebouwen (zijnde deze die voor de technische controle gebruikt worden); - in 33 jaar voor de andere gebouwen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Het detail van de jaarlijkse afschrijvingen wordt aan de exploitatierekening gehecht. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de gebouwen en parkings overeen met de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. B. Investeringen in roerende goederen. Wordt jaarlijks in rekening gebracht, een afschrijving op de aankoopwaarde van de roerende goederen (uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, kantoormaterieel en, in het algemeen, roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen). De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 3 jaar voor het informaticamaterieel; - in 5 jaar voor de controletoestellen en apparatuur voor de technische controle en het rijbewijs; - in 10 jaar voor het kantoormaterieel en de weegbruggen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de roerende goederen overeen met de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen.
Art. 4N4. IV. Frais d'assurances et de couvertures de risques professionnels.
Le montant des primes relatives aux assurances contre l'incendie, les explosions, la foudre, etc., à celles contre les accidents du travail et à celle en responsabilité civile visée à l'article 19 de l'arrêté. Sont exclues les primes visant à couvrir une perte de bénéfice. Les dépenses qui sont remboursées par les compagnies d'assurances sont portées en compte avec les "autres profits d'exploitation". Art. 6N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 6N4. VI. De afschrijving van gebouwen, parkings en roerende goederen.
A. Investeringen in gebouwen en parkings. Wordt jaarlijks in rekening gebracht een afschrijving van de aankoopwaarde of van de bouwwaarde van de gebouwen en parkings aangewend of bestemd voor de uitvoering van een opdracht van de instellingen, voor zover zij met het akkoord van de Minister of zijn gemachtigde zijn verworven. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 10 jaar voor de parkings; - in 20 jaar voor de gebouwen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Het detail van de jaarlijkse afschrijvingen wordt aan de exploitatierekening gehecht. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de gebouwen en parkings overeen met de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. B. Investeringen in roerende goederen. Wordt jaarlijks in rekening gebracht, een afschrijving op de aankoopwaarde van de roerende goederen (uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, kantoormaterieel en, in het algemeen, roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen)met inbegrip van de voertuigen die door de instelling, met goedkeuring van de Minister of zijn gemachtigde, uitsluitend worden gebruikt voor taken van technische controle en/of examen voor het rijbewijs. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 3 jaar voor het informaticamaterieel; - in 5 jaar voor de controletoestellen, apparatuur en voertuigen voor de technische controle en het rijbewijs. - in 10 jaar voor het kantoormaterieel en de weegbruggen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de roerende goederen overeen met de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. De instelling mag de door de belastingwetgeving bepaalde afschrijvingsregels toepassen.]1 Art. 4N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 4N4. IV. Frais d'assurances et de couvertures de risques professionnels. Le montant des primes relatives aux assurances contre l'incendie, les explosions, la foudre, etc., à celles contre les accidents du travail et à celle en responsabilité civile visée à l'article 19 de l'arrêté. Sont exclues les primes visant à couvrir une perte de bénéfice. Les dépenses qui sont remboursées par les compagnies d'assurances sont portées en compte avec les "autres profits d'exploitation".]1
WijzigingenArt. 6N4_VLAAMS_GEWEST. VI. De afschrijving van gebouwen, parkings en roerende goederen.
A. Investeringen in gebouwen en parkings. Wordt jaarlijks in rekening gebracht een afschrijving van de aankoopwaarde of van de bouwwaarde van de gebouwen en parkings aangewend of bestemd voor de uitvoering van een opdracht van de instellingen, voor zover zij met het akkoord van [1 Ons]1 of zijn gemachtigde zijn verworven. De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 10 jaar voor de parkings; - in 20 jaar voor de industriële gebouwen (zijnde deze die voor de technische controle gebruikt worden); - in 33 jaar voor de andere gebouwen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Het detail van de jaarlijkse afschrijvingen wordt aan de exploitatierekening gehecht. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de gebouwen en parkings overeen met de werkelijke prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten, lasten en toebehoren inbegrepen. B. Investeringen in roerende goederen. Wordt jaarlijks in rekening gebracht, een afschrijving op de aankoopwaarde van de roerende goederen (uitrustingen en installaties die roerend zijn gebleven, materieel en toestellen die op een of andere manier gebruikt worden voor de technische controle en het rijbewijs, kantoormaterieel en, in het algemeen, roerende goederen van alle aard aangewend of bestemd voor de uitvoering van de opdrachten van de instellingen). De afschrijving is als volgt vastgesteld : - in 3 jaar voor het informaticamaterieel; - in 5 jaar voor de controletoestellen en apparatuur voor de technische controle en het rijbewijs; - in 10 jaar voor het kantoormaterieel en de weegbruggen. De afgeschreven bedragen moeten blijven voorkomen in de balans van de vennootschap. Voor de berekening van de afschrijvingen stemt de waarde van de roerende goederen overeen met de prijs van de aankoop of van de bouw, alle kosten en toebehoren inbegrepen. Art. 4N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Art. 4N4. IV. Frais d'assurances et de couvertures de risques professionnels. Le montant des primes relatives aux assurances contre l'incendie, les explosions, la foudre, etc., à celles contre les accidents du travail et à celle en responsabilité civile visée à l'article 19 de l'arrêté. Sont exclues les primes visant à couvrir une perte de bénéfice. Les dépenses qui sont remboursées par les compagnies d'assurances sont portées en compte avec les "autres profits d'exploitation".]1 WijzigingenArt. 7N4_WAALS_GEWEST. [1 VII. De in artikel 22 bedoelde bijdrage tot het gewestelijk beleid inzake verkeersveiligheid en sensibilisering voor verkeersveiligheid gevoerd door het Operationeel Directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst.]1
Art. 5N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 5N4. V. Les intérêts payés. Avec comme maximum le taux d'intérêt appliqué par les organismes financiers agréés par l'Autorité des services et marchés financiers, les intérêts payés sur les capitaux empruntés en vue de l'achat de terrains, de bâtiments, de parkings et d'appareillages, dans la mesure ou ces capitaux n'ont pas encore été remboursés.]1
WijzigingenArt. 7N4_VLAAMS_GEWEST. [1 VII. De bijdragen voor de financiering van de uitgaven voor de werking, de subsidies, de investeringen ten bate van de verkeersveiligheid en voor de regularisatie van de exploitatievoorwaarden. De bijdragen, vermeld in artikel 22 van dit besluit en in artikel 8 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016.]1.
Art. 6N4. VI. L'amortissement des bâtiments, parkings et biens mobiliers.
A. Investissements en bâtiments et parkings. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat ou de construction des bâtiments et parkings affectés ou destinés à l'exécution d'une mission des organismes, pour autant qu'ils aient été acquis avec l'accord du Ministre ou de son délégué. L'amortissement est fixé comme suit : - en 10 ans pour les parkings ; - en 20 ans pour les bâtiments industriels (c'est-à-dire ceux affectés au contrôle technique) ; - en 33 ans pour les autres bâtiments. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Le détail des amortissements annuels est annexé au compte d'exploitation. Pour le calcul des amortissements, la valeur des bâtiments et parkings correspond au prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. B. Investissements mobiliers. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat des biens mobiliers (équipements et installations restés mobiliers, matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, matériel de bureau et, de manière générale, biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes). L'amortissement est fixé comme suit : - en 3 ans pour le matériel informatique ; - en 5 ans pour les appareils de contrôle et l'appareillage pour le contrôle technique et le permis de conduire ; - en 10 ans pour le matériel de bureau et les bascules. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Pour le calcul des amortissements, la valeur des biens mobiliers est celle d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. Art. 8N4. VIII. De bezoldiging van de instellingen.
A. De bezoldiging van de instellingen bedraagt een percentage van hun netto-ontvangsten, dat wil zeggen van de ontvangen vergoedingen na aftrek van de B.T.W. en van de bijdragen bedoeld in de artikelen 22 en 23 van het besluit. B. Het in A. bedoelde percentage wordt voor elke instelling vastgesteld na vergelijking van haar "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" met de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" van het geheel van de instellingen. De "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds, het opgeteld totaal van de "diensten en diverse goederen" en van de "bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen" omschreven in D., en anderzijds, de netto-ontvangsten omschreven in A. De "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" is gelijk aan de som van alle "rentabiliteitscoëfficiënten (RO)" gedeeld door het aantal instellingen. Beide, in voorgaande leden omschreven coëfficiënten, worden berekend tot de vierde decimaal. C. De instellingen zien het in A. bedoelde percentage vastgesteld op 5,0 %, wanneer hun "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" gelijk is aan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" of hiervan niet meer dan 2,5 % afwijkt. De instellingen waarvan de "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" meer dan 2,5 % lager is dan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" zien het percentage van hun bezoldiging toenemen, in de volgende verhoudingen : (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 06-04-1995, p. 11478). De instellingen waarvan de "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" meer dan 2,5 % hoger is dan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" zien het percentage van hun bezoldiging afnemen, in de volgende verhoudingen : (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 06-04-1995, p. 11479). D. De "diensten en diverse goederen" bedoeld in B., omvatten alle rubrieken van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister, behalve de rubriek met als titel "kosten voor de D.I.V. antenne" (codes 616.). De "bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen" bedoeld in B., omvatten alle rubrieken van de reeks 62 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister. Art. 6N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 6N4. VI. L'amortissement des bâtiments, parkings et biens mobiliers. A. Investissements en bâtiments et parkings. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat ou de construction des bâtiments et parkings affectés ou destinés à l'exécution d'une mission des organismes, pour autant qu'ils aient été acquis avec l'accord du Ministre ou de son délégué. L'amortissement est fixé comme suit : - en 10 ans pour les parkings; - en 20 ans pour les bâtiments. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Le détail des amortissements annuels est annexé au compte d'exploitation. Pour le calcul des amortissements, la valeur des bâtiments et parkings correspond au prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. B. Investissements mobiliers. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat des biens mobiliers (équipements et installations restés mobiliers, matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, matériel de bureau et, de manière générale, biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes), y compris les véhicules utilisés exclusivement par l'organisme, avec l'accord du Ministre ou son délégué, pour des tâches de contrôle technique et/ou pour les examens du permis de conduire. L'amortissement est fixé comme suit : - en 3 ans pour le matériel informatique; - en 5 ans pour les appareils de contrôle, l'appareillage et véhicules pour le contrôle technique et le permis de conduire. - en 10 ans pour le matériel de bureau et les bascules. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Pour le calcul des amortissements, la valeur des biens mobiliers est celle d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. Les règles d'amortissement prévues par la législation fiscale peuvent être appliquées par l'organisme.]1
WijzigingenArt. 8N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 8N4. VIII. De bezoldiging van de instellingen. A. De bezoldiging van de instellingen bedraagt een percentage van hun netto-ontvangsten, dat wil zeggen van de ontvangen vergoedingen na aftrek van de B.T.W. en van de bijdrage bedoeld in de artikel 22 van het besluit. B. Het in A. bedoelde percentage bedraagt 6% voor de activiteiten van technische keuring en 6% voor de activiteiten in verband met het rijbewijs]1
Art. 6N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Art. 6N4. VI. L'amortissement des bâtiments, parkings et biens mobiliers. A. Investissements en bâtiments et parkings. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat ou de construction des bâtiments et parkings affectés ou destinés à l'exécution d'une mission des organismes, pour autant qu'ils aient été acquis avec l'accord du Ministre ou de son délégué. L'amortissement est fixé comme suit : - en 10 ans pour les parkings; - en 20 ans pour les bâtiments. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Le détail des amortissements annuels est annexé au compte d'exploitation. Pour le calcul des amortissements, la valeur des bâtiments et parkings correspond au prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. B. Investissements mobiliers. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat des biens mobiliers (équipements et installations restés mobiliers, matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, matériel de bureau et, de manière générale, biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes), y compris les véhicules utilisés exclusivement par l'organisme, avec l'accord du Ministre ou son délégué, pour des tâches de contrôle technique et/ou pour les examens du permis de conduire. L'amortissement est fixé comme suit : - en 3 ans pour le matériel informatique; - en 5 ans pour les appareils de contrôle, l'appareillage et véhicules pour le contrôle technique et le permis de conduire. - en 10 ans pour le matériel de bureau et les bascules. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Pour le calcul des amortissements, la valeur des biens mobiliers est celle d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. Les règles d'amortissement prévues par la législation fiscale peuvent être appliquées par l'organisme.]1 WijzigingenArt. 8N4. VIII. De bezoldiging van de instellingen.
A. De bezoldiging van de instellingen bedraagt een percentage van hun netto-ontvangsten, dat wil zeggen van de ontvangen vergoedingen na aftrek van de B.T.W. en van de bijdragen bedoeld in de artikelen 22 en 23 van het besluit. B. Het in A. bedoelde percentage wordt voor elke instelling vastgesteld na vergelijking van haar "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" met de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" van het geheel van de instellingen. De "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds, het opgeteld totaal van de "diensten en diverse goederen" en van de "bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen" omschreven in D., en anderzijds, de netto-ontvangsten omschreven in A. De "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" is gelijk aan de som van alle "rentabiliteitscoëfficiënten (RO)" gedeeld door het aantal instellingen. Beide, in voorgaande leden omschreven coëfficiënten, worden berekend tot de vierde decimaal. C. De instellingen zien het in A. bedoelde percentage vastgesteld op 5,0 %, wanneer hun "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" gelijk is aan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" of hiervan niet meer dan 2,5 % afwijkt. De instellingen waarvan de "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" meer dan 2,5 % lager is dan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" zien het percentage van hun bezoldiging toenemen, in de volgende verhoudingen : (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 06-04-1995, p. 11478). De instellingen waarvan de "rentabiliteitscoëfficiënt (RO)" meer dan 2,5 % hoger is dan de "gemiddelde rentabiliteitscoëfficiënt (RM)" zien het percentage van hun bezoldiging afnemen, in de volgende verhoudingen : (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 06-04-1995, p. 11479). D. De "diensten en diverse goederen" bedoeld in B., omvatten alle rubrieken van de reeks 61 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister, behalve de rubriek met als titel "kosten voor de D.I.V. antenne" (codes 616.). De "bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen" bedoeld in B., omvatten alle rubrieken van de reeks 62 van het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister. Art. 6N4 _REGION_FLAMANDE.
VI. L'amortissement des bâtiments, parkings et biens mobiliers. A. Investissements en bâtiments et parkings. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat ou de construction des bâtiments et parkings affectés ou destinés à l'exécution d'une mission des organismes, pour autant qu'ils aient été acquis avec l'accord [1 de Nous]1 ou de son délégué. L'amortissement est fixé comme suit : - en 10 ans pour les parkings ; - en 20 ans pour les bâtiments industriels (c'est-à-dire ceux affectés au contrôle technique) ; - en 33 ans pour les autres bâtiments. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Le détail des amortissements annuels est annexé au compte d'exploitation. Pour le calcul des amortissements, la valeur des bâtiments et parkings correspond au prix réel de l'achat ou de la construction, tous frais, charges et accessoires compris. B. Investissements mobiliers. Est porté annuellement en compte, un amortissement de la valeur d'achat des biens mobiliers (équipements et installations restés mobiliers, matériel et appareils utilisés d'une manière ou d'une autre pour le contrôle technique et le permis de conduire, matériel de bureau et, de manière générale, biens mobiliers de toutes natures affectés ou destinés à l'exécution des missions des organismes). L'amortissement est fixé comme suit : - en 3 ans pour le matériel informatique ; - en 5 ans pour les appareils de contrôle et l'appareillage pour le contrôle technique et le permis de conduire ; - en 10 ans pour le matériel de bureau et les bascules. Les montants amortis doivent rester apparents au bilan de la société. Pour le calcul des amortissements, la valeur des biens mobiliers est celle d'achat ou de construction, tous frais et accessoires compris. WijzigingenArt. 9N4. IX. Exploitatierekeningen.
Het geheel van de in deze bijlage opgesomde exploitatiekosten en -uitgaven worden jaarlijks in rekening gebracht in overeenstemming met het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister en bedoeld in artikel 25, derde lid, van het besluit. De exploitatiekosten omvatten alle lasten die betrekking hebben op het beschouwde boekjaar. De instellingen houden rekening met de verschuldigde maar nog niet vereffende bedragen op 31 december van elk boekjaar, met inbegrip van de quotums van de verschuldigde interesten; de quotums en de eventuele provisies moeten duidelijk en afzonderlijk voorkomen in de exploitatierekening en moeten eveneens duidelijk en afzonderlijk afgetrokken worden van de werkelijk betaalde bedragen in de loop van het volgende boekjaar. Art. 7N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 7N4. VII. La contribution à la politique régionale en matière de sécurité routière et de sensibilisation à la sécurité routière menée par Bruxelles Mobilité. La contribution visée à l'article 22 de l'arrêté.]1
WijzigingenArt. 9N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 9N4. IX. Exploitatierekeningen. Het geheel van de in deze bijlage opgesomde exploitatiekosten en -uitgaven worden jaarlijks in rekening gebracht in overeenstemming met het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Directeur Generaal van Brussel Mobiliteit en bedoeld in artikel 25, derde lid, van het besluit. De exploitatiekosten omvatten alle lasten die betrekking hebben op het beschouwde boekjaar. De instellingen houden rekening met de verschuldigde maar nog niet vereffende bedragen op 31 december van elk boekjaar, met inbegrip van de quotums van de verschuldigde interesten; de quotums en de eventuele provisies moeten duidelijk en afzonderlijk voorkomen in de exploitatierekening en moeten eveneens duidelijk en afzonderlijk afgetrokken worden van de werkelijk betaalde bedragen in de loop van het volgende boekjaar.]1
Art. 7N4 _REGION_WALLONNE. [1 VII. La participation à la politique régionale en matière de sécurité routière et de sensibilisation à la sécurité routière menée par la Direction générale opérationnelle Mobilité et Voies hydrauliques du Service public de Wallonie, visée à l'article 22.]1
WijzigingenArt. 9N4. IX. Exploitatierekeningen.
Het geheel van de in deze bijlage opgesomde exploitatiekosten en -uitgaven worden jaarlijks in rekening gebracht in overeenstemming met het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Minister en bedoeld in artikel 25, derde lid, van het besluit. De exploitatiekosten omvatten alle lasten die betrekking hebben op het beschouwde boekjaar. De instellingen houden rekening met de verschuldigde maar nog niet vereffende bedragen op 31 december van elk boekjaar, met inbegrip van de quotums van de verschuldigde interesten; de quotums en de eventuele provisies moeten duidelijk en afzonderlijk voorkomen in de exploitatierekening en moeten eveneens duidelijk en afzonderlijk afgetrokken worden van de werkelijk betaalde bedragen in de loop van het volgende boekjaar. Art. 7N4 _REGION_FLAMANDE. [1 VII. Les contributions au financement des dépenses pour le fonctionnement, les subventions, les investissements au profit de la sécurité routière et à la régularisation des conditions d'exploitation. Les contributions, visées à l'article 22 du présent arrêté et à l'article 8 du décret du 8 juillet 2016 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2016.]1
WijzigingenArt. 9N4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 9N4. IX. Exploitatierekeningen.
Het geheel van de in deze bijlage opgesomde exploitatiekosten en -uitgaven worden jaarlijks in rekening gebracht in overeenstemming met het boekhoudkundig schema goedgekeurd door de Directeur Generaal van Brussel Mobiliteit en bedoeld in artikel 25, derde lid, van het besluit. De exploitatiekosten omvatten alle lasten die betrekking hebben op het beschouwde boekjaar. De instellingen houden rekening met de verschuldigde maar nog niet vereffende bedragen op 31 december van elk boekjaar, met inbegrip van de quotums van de verschuldigde interesten; de quotums en de eventuele provisies moeten duidelijk en afzonderlijk voorkomen in de exploitatierekening en moeten eveneens duidelijk en afzonderlijk afgetrokken worden van de werkelijk betaalde bedragen in de loop van het volgende boekjaar.]1 Art. 8N4. VIII. La rémunération des organismes.
A. La rémunération des organismes consiste en un pourcentage de leurs recettes nettes, c'est-à-dire des indemnités perçues après déduction de la T.V.A. et des contributions visées aux articles 22 et 23 de l'arrêté. B. Le pourcentage visé au A. est déterminé pour chaque organisme, après comparaison de son "coefficient de rentabilité (RO)" avec le "coefficient de rentabilité moyen (RM)" de l'ensemble des organismes. Le "coefficient de rentabilité (RO)" est égal au rapport entre d'une part, le total additionné des "services et biens divers" et des "rémunérations, charges sociales et pensions" définis au D. et d'autre part, les recettes nettes définies au A.. Le "coefficient de rentabilité moyen (RM)" est égal à la somme de tous les "coefficients de rentabilité (RO)" divisée par le nombre d'organismes. Le calcul des deux coefficients définis aux alinéas précédents est arrêté à la quatrième décimale. C. Les organismes voient le pourcentage visé au A. fixé à 5,0 % lorsque leur "coefficient de rentabilité (RO)" est égal au "coefficient de rentabilité moyen (RM)" ou ne s'en écarte pas de plus de 2,5 %. Les organismes qui présentent un "coefficient de rentabilité (RO)" inférieur de plus de 2,5 % au "coefficient de rentabilité moyen (RM)", voient leur pourcentage de rémunération augmenté dans les proportions suivantes : (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-04-1995, p. 11478). Les organismes qui présentent un "coefficient de rentabilité (RO)" supérieur de plus de 2,5 % au "coefficient de rentabilité moyen (RM)", voient leur pourcentage de rémunération diminué dans les proportions suivantes : (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-04-1995, p. 11479). D. Les "services et biens divers" visés au B. comprennent toutes les rubriques de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, à l'exclusion de celle intitulée "frais pour l'antenne D.I.V." (codes 616.). Les "rémunérations, charges sociales et pensions" visées au B. comprennent toutes les rubriques de la série 62 du schéma comptable approuvé par le Ministre. Art. N5_WAALS_GEWEST. [1 Bijlage 5. - Ambtsgebieden bediend door de instellingen 1. A.I.B.V. Station 60 - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (postcodes 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 en 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES Station 62 - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63 - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (postcodes 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 en 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINNES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69 - 's Gravenbrakel : ° KASTEELBRAKEL ° 'S GRAVENBRAKEL ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTER ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBEKE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL 2. A.S. Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEVEKOM ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GRAVEN ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWIJS ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVER Station 19 - Nijvel : ° EIGENBRAKEL ° GENEPIEN ° TERHULPEN ° LASNE ° NIJVEL ° RIXENSART ° WATERLOO Station 61 - Bergen (Maisières) : ° BRUGELETTE ° CHIEVRES ° JURBISE ° LENS ° BERGEN ° ZINNIK Station 64 - Lobbes : ° ANDERLUES ° BINCHE ° ERQUELINNES ° ESTINNES ° HAM-SUR-HEURE/NALINNES ° LOBBES ° MERBES-LE-CHATEAU ° THUIN Station 65 - Doornik : ° ANTOING ° BRUNEHAUT ° LEUZE-EN-HAINAUT ° PERUWELZ ° RUMES ° DOORNIK Station 66 - Ghislenghien : ° AAT ° ELZELE ° VLOESBERG ° FRASNES-LEZ-ANVAING ° LESSEN ° SILLY Station 67 - Chimay : ° BEAUMONT ° CHIMAY ° FROIDCHAPELLE ° MOMIGNIES ° SIVRY-RANCE Station 68 - Moeskroen : ° CELLES (HT.) ° KOMEN-WAASTEN ° ESTAIMPUIS ° MONT-DE-L'ENCLUS ° MOESKROEN ° PECQ Station 70 - Bergen (Cuesmes) : ° BELOEIL ° BERNISSART ° BOUSSU ° COLFONTAINE ° DOUR ° FRAMERIES ° HENSIES ° HONNELLES ° QUAREGNON ° QUIEVRAIN ° QUEVY ° SAINT-GHISLAIN Station 71 - Suarlée : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMEN ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Aye : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 81 - Habay : ° AARLEN ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTENAKEN ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 90 - Hannuit : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUIT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Station 91 - Luik : ° BITSINGEN ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LUIK ° OUPEYE ° WEZET Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Wanze : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° BULLANGE ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE ]1
Art. 8N4. VIII. La rémunération des organismes.
A. La rémunération des organismes consiste en un pourcentage de leurs recettes nettes, c'est-à-dire des indemnités perçues après déduction de la T.V.A. et des contributions visées aux articles 22 et 23 de l'arrêté. B. Le pourcentage visé au A. est déterminé pour chaque organisme, après comparaison de son "coefficient de rentabilité (RO)" avec le "coefficient de rentabilité moyen (RM)" de l'ensemble des organismes. Le "coefficient de rentabilité (RO)" est égal au rapport entre d'une part, le total additionné des "services et biens divers" et des "rémunérations, charges sociales et pensions" définis au D. et d'autre part, les recettes nettes définies au A.. Le "coefficient de rentabilité moyen (RM)" est égal à la somme de tous les "coefficients de rentabilité (RO)" divisée par le nombre d'organismes. Le calcul des deux coefficients définis aux alinéas précédents est arrêté à la quatrième décimale. C. Les organismes voient le pourcentage visé au A. fixé à 5,0 % lorsque leur "coefficient de rentabilité (RO)" est égal au "coefficient de rentabilité moyen (RM)" ou ne s'en écarte pas de plus de 2,5 %. Les organismes qui présentent un "coefficient de rentabilité (RO)" inférieur de plus de 2,5 % au "coefficient de rentabilité moyen (RM)", voient leur pourcentage de rémunération augmenté dans les proportions suivantes : (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-04-1995, p. 11478). Les organismes qui présentent un "coefficient de rentabilité (RO)" supérieur de plus de 2,5 % au "coefficient de rentabilité moyen (RM)", voient leur pourcentage de rémunération diminué dans les proportions suivantes : (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-04-1995, p. 11479). D. Les "services et biens divers" visés au B. comprennent toutes les rubriques de la série 61 du schéma comptable approuvé par le Ministre, à l'exclusion de celle intitulée "frais pour l'antenne D.I.V." (codes 616.). Les "rémunérations, charges sociales et pensions" visées au B. comprennent toutes les rubriques de la série 62 du schéma comptable approuvé par le Ministre. Art. 1N5. 1. A.C.T.
Station 12 - Schaarbeek : ° AUDERGHEM ° BRUSSEL-Stad (postnummers andere dan 1000) ° ELSENE ° ETTERBEEK ° EVERE ° HOEILAART ° IXELLES ° KRAAINEM ° OUDERGEM ° OVERIJSE ° SAINT-JOSSE-TEN-NOODE ° SCHAERBEEK ° SCHAARBEEK ° SINT-JOOST-TEN-NODE ° SINT-LAMBRECHT-WOLUWE ° SINT-PIETERS-WOLUWE ° TERVUEREN ° WATERMAEL-BOSVOORDE ° WATERMAEL-BOITSFORT ° WEZEMBEEK-OPPEM ° WOLUWE-SAINT-LAMBERT ° WOLUME-SAINT-PIERRE Art. 8N4 _REGION_WALLONNE. VIII. La rémunération des organismes. A. La rémunération des organismes consiste en un pourcentage de leurs recettes nettes, c'est-à-dire des indemnités perçues après déduction de la T.V.A. et [1 de la participation visée à l'article 22]1. B. [1 Le pourcentage visé au A. est de 5 % pour les activités de contrôle technique et de 10 % pour les activités de permis de conduire.]1 C. [1 ...]1 D. [1 ...]1
WijzigingenArt. N5_WAALS_GEWEST. [1 Bijlage 5. - Ambtsgebieden bediend door de instellingen
1. A.I.B.V. Station 60 - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (postcodes 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 en 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES Station 62 - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63 - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (postcodes 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 en 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINNES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69 - 's Gravenbrakel : ° KASTEELBRAKEL ° 'S GRAVENBRAKEL ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTER ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBEKE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL 2. A.S. Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEVEKOM ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GRAVEN ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWIJS ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVER Station 19 - Nijvel : ° EIGENBRAKEL ° GENEPIEN ° TERHULPEN ° LASNE ° NIJVEL ° RIXENSART ° WATERLOO Station 61 - Bergen (Maisières) : ° BRUGELETTE ° CHIEVRES ° JURBISE ° LENS ° BERGEN ° ZINNIK Station 64 - Lobbes : ° ANDERLUES ° BINCHE ° ERQUELINNES ° ESTINNES ° HAM-SUR-HEURE/NALINNES ° LOBBES ° MERBES-LE-CHATEAU ° THUIN Station 65 - Doornik : ° ANTOING ° BRUNEHAUT ° LEUZE-EN-HAINAUT ° PERUWELZ ° RUMES ° DOORNIK Station 66 - Ghislenghien : ° AAT ° ELZELE ° VLOESBERG ° FRASNES-LEZ-ANVAING ° LESSEN ° SILLY Station 67 - Chimay : ° BEAUMONT ° CHIMAY ° FROIDCHAPELLE ° MOMIGNIES ° SIVRY-RANCE Station 68 - Moeskroen : ° CELLES (HT.) ° KOMEN-WAASTEN ° ESTAIMPUIS ° MONT-DE-L'ENCLUS ° MOESKROEN ° PECQ Station 70 - Bergen (Cuesmes) : ° BELOEIL ° BERNISSART ° BOUSSU ° COLFONTAINE ° DOUR ° FRAMERIES ° HENSIES ° HONNELLES ° QUAREGNON ° QUIEVRAIN ° QUEVY ° SAINT-GHISLAIN Station 71 - Suarlée : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMEN ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Aye : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 81 - Habay : ° AARLEN ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTENAKEN ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 90 - Hannuit : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUIT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Station 91 - Luik : ° BITSINGEN ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LUIK ° OUPEYE ° WEZET Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Wanze : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° BULLANGE ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE ]1 Art. 9N4. IX. Comptes d'exploitation.
L'ensemble des coûts et dépenses d'exploitation énumérés dans la présente annexe sont annuellement portés en compte conformément au schéma comptable approuvé par le Ministre et visé à l'article 25, troisième alinéa, de l'arrêté. Les frais d'exploitation comprennent toutes les charges afférentes à l'exercice considéré. Les organismes tiennent compte des montants dûs mais non liquidés au 31 décembre de chaque exercice, en ce compris les prorata d'intérêts débiteurs ; les prorata et les provisions éventuelles doivent alors figurer clairement et séparément dans les comptes d'exploitation et doivent aussi être clairement et séparément défalqués des montants effectivement payés au cours de l'exercice suivant. Art. 1N5. 1. A.C.T.
Station 12 - Schaarbeek : ° AUDERGHEM ° BRUSSEL-Stad (postnummers andere dan 1000) ° ELSENE ° ETTERBEEK ° EVERE ° HOEILAART ° IXELLES ° KRAAINEM ° OUDERGEM ° OVERIJSE ° SAINT-JOSSE-TEN-NOODE ° SCHAERBEEK ° SCHAARBEEK ° SINT-JOOST-TEN-NODE ° SINT-LAMBRECHT-WOLUWE ° SINT-PIETERS-WOLUWE ° TERVUEREN ° WATERMAEL-BOSVOORDE ° WATERMAEL-BOITSFORT ° WEZEMBEEK-OPPEM ° WOLUWE-SAINT-LAMBERT ° WOLUME-SAINT-PIERRE Art. 9N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 9N4. IX. Comptes d'exploitation. L'ensemble des coûts et dépenses d'exploitation énumérés dans la présente annexe sont annuellement portés en compte conformément au schéma comptable approuvé par le Directeur Général de Bruxelles Mobilité et visé à l'article 25, troisième alinéa, de l'arrêté. Les frais d'exploitation comprennent toutes les charges afférentes à l'exercice considéré. Les organismes tiennent compte des montants dus mais non liquidés au 31 décembre de chaque exercice, en ce compris les prorata d'intérêts débiteurs; les prorata et les provisions éventuelles doivent alors figurer clairement et séparément dans les comptes d'exploitation et doivent aussi être clairement et séparément défalqués des montants effectivement payés au cours de l'exercice suivant.]1
WijzigingenArt. 2N5. 2. A.I.B.V.
Station 13 - Asse : ° AFFLIGEM ° ASSE ° DILBEEK ° KAPELLE-OP-DEN-BOS ° LIEDEKERKE ° LONDERZEEL ° MEISE ° MERCHTEM ° OPWIJK ° ROOSDAAL ° TERNAT STATION 14 - Halle : ° BEERSEL ° BEVER ° BIEVENE ° DROGENBOS ° GALMAARDEN ° GOOIK ° HALLE ° HERNE ° LENNIK ° LINKEBEEK ° PEPINGEN ° RHODE-SAINT-GENESE ° SINT-GENESIUS-RODE ° SINT-PIETERS-LEEUW Station 15. - Vilvoorde : ° GRIMBERGEN ° KAMPENHOUT ° MACHELEN ° STEENOKKERZEEL ° VILVOORDE ° ZAVENTEM ° ZEMST Station 60. - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (postnummers 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 en 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES Station 62. - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63. - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (postnummers 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 en 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69. - Braine-le-Comte : ° BRAINE-LE-CHATEAU ° BRAINE-LE-COMTE ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTRE ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBIZE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL Art. 9N4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Art. 9N4. IX. Comptes d'exploitation. L'ensemble des coûts et dépenses d'exploitation énumérés dans la présente annexe sont annuellement portés en compte conformément au schéma comptable approuvé par le Directeur Général de Bruxelles Mobilité et visé à l'article 25, troisième alinéa, de l'arrêté. Les frais d'exploitation comprennent toutes les charges afférentes à l'exercice considéré. Les organismes tiennent compte des montants dus mais non liquidés au 31 décembre de chaque exercice, en ce compris les prorata d'intérêts débiteurs; les prorata et les provisions éventuelles doivent alors figurer clairement et séparément dans les comptes d'exploitation et doivent aussi être clairement et séparément défalqués des montants effectivement payés au cours de l'exercice suivant.]1 WijzigingenArt. 3N5. 3. A.S.
Station 81 - Etalle : ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82. - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83. - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84. - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85. - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 91. - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Huy : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94. - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° KELMIS ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95. - Malmedy ° AMBLEVE ° AMEL ° BULLANGE ° BULLINGEN ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES ° WEISMES Station 96. - Grâce-Hologne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE Art. N5 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Annexe 5. Zones d'action desservies par les organismes.]1
WijzigingenArt. 4N5. 4. A.V.
Station 42. - Turnhout : ° ARENDONK ° BAARLE-HERTOG ° BEERSE ° KASTERLEE ° LILLE ° MERKSPLAS ° OUD-TURNHOUT ° RAVELS ° RETIE ° RIJKEVORSEL ° TURNHOUT ° VOSSELAAR Station 43. - Mechelen : ° BONHEIDEN ° DUFFEL ° MECHELEN ° PUURS ° SINT-AMANDS ° SINT-KATELIJNE-WAVER ° WILLEBROEK Station 44. - Diest : ° AARSCHOT (postnummers 3201 en 3202) ° BEKKEVOORT ° BERINGEN (postnummers 3580 en 3583) ° DIEST ° HALEN ° LAAKDAL ° LUMEN ° SCHERPENHEUVEL-ZICHEM ° TESSENDERLO Station 45. - Geel : ° BALEN ° DESSEL ° GEEL ° GROBBENDONK ° HERENTALS ° HERENTHOUT ° MEERHOUT ° MOL ° OLEN ° VORSELAAR ° WESTERLO Station 46. - Heist-op-den-Berg : ° AARSCHOT (postnummer 3200) ° BERLAAR ° HEIST-OP-DEN-BERG ° HERSELT ° HULSHOUT ° LIER ° NIJLEN ° PUTTE Station 51. - Alken : ° ALKEN ° BILZEN ° DIEPENBEEK ° HASSELT ° HERK-DE-STAD ° HEUSDEN-ZOLDER ° HOESELT ° KORTESSEM ° NIEUWERKERKEN (LIMB.) ° SINT-TRUIDEN ° WELLEN ° ZONHOVEN Station 52. - Hechtel-Eksel : ° BERINGEN (postnummers 3581 en 3582) ° BOCHOLT ° HAM ° HAMONT-ACHEL ° HECHTEL-EKSEL ° HOUTHALEN-HELCHTEREN ° LEOPOLDSBURG ° LOMMEL ° NEERPELT ° OVERPELT ° PEER Station 53. - Heers : ° BORGLOON ° FOURONS ° GINGELOM ° HEERS ° HERSTAPPE ° RIEMST ° TONGEREN ° VOEREN Station 54 - As : ° AS ° BREE ° DILSEN ° GENK ° KINROOI ° LANAKEN ° MAASEIK ° MAASMECHELEN ° MEEUWEN-GRUITRODE ° OPGLABBEEK ° ZUTENDAAL Art. N5 _REGION_WALLONNE. Annexe 5. Zones d'action desservies par les organismes. 1. A.I.B.V. Station 60 - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (numéros postaux 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 et 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES Station 62 - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63 - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (numéros postaux 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 et 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINNES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69 - Braine-le-Comte : ° BRAINE-LE-CHATEAU ° BRAINE-LE-COMTE ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTRE ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBIZE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL 2. A.S. Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19 - Nivelles : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 61 - Mons (Maisières) : ° BRUGELETTE ° CHIEVRES ° JURBISE ° LENS ° MONS ° SOIGNIES Station 64 - Lobbes : ° ANDERLUES ° BINCHE ° ERQUELINNES ° ESTINNES ° HAM-SUR-HEURE/NALINNES ° LOBBES ° MERBES-LE-CHATEAU ° THUIN Station 65 - Tournai : ° ANTOING ° BRUNEHAUT ° LEUZE-EN-HAINAUT ° PERUWELZ ° RUMES ° TOURNAI Station 66 - Ghislenghien: ° ATH ° ELLEZELLES ° FLOBECQ ° FRASNES-LEZ-ANVAING ° LESSINES ° SILLY Station 67 - Chimay : ° BEAUMONT ° CHIMAY ° FROIDCHAPELLE ° MOMIGNIES ° SIVRY-RANCE Station 68 - Mouscron : ° CELLES (HT.) ° COMINES-WARNETON ° ESTAIMPUIS ° MONT-DE-L'ENCLUS ° MOUSCRON ° PECQ Station 70 - Mons (Cuesmes) : ° BELOEIL ° BERNISSART ° BOUSSU ° COLFONTAINE ° DOUR ° FRAMERIES ° HENSIES ° HONNELLES ° QUAREGNON ° QUIEVRAIN ° QUEVY ° SAINT-GHISLAIN Station 71 - Suarlée : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Aye : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 81 - Habay: ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 90 - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Station 91 - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Wanze : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° BULLANGE ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° STAVELOT ° WAIMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE
Art. 3N5. 3. A.S.
Station 81 - Etalle : ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82. - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83. - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84. - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85. - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 91. - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Huy : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94. - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° KELMIS ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95. - Malmedy ° AMBLEVE ° AMEL ° BULLANGE ° BULLINGEN ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES ° WEISMES Station 96. - Grâce-Hologne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE Art. N5 _REGION_WALLONNE.
Annexe 5. Zones d'action desservies par les organismes. 1. A.I.B.V. Station 60 - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (numéros postaux 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 et 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES Station 62 - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63 - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (numéros postaux 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 et 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINNES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69 - Braine-le-Comte : ° BRAINE-LE-CHATEAU ° BRAINE-LE-COMTE ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTRE ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBIZE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL 2. A.S. Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19 - Nivelles : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 61 - Mons (Maisières) : ° BRUGELETTE ° CHIEVRES ° JURBISE ° LENS ° MONS ° SOIGNIES Station 64 - Lobbes : ° ANDERLUES ° BINCHE ° ERQUELINNES ° ESTINNES ° HAM-SUR-HEURE/NALINNES ° LOBBES ° MERBES-LE-CHATEAU ° THUIN Station 65 - Tournai : ° ANTOING ° BRUNEHAUT ° LEUZE-EN-HAINAUT ° PERUWELZ ° RUMES ° TOURNAI Station 66 - Ghislenghien: ° ATH ° ELLEZELLES ° FLOBECQ ° FRASNES-LEZ-ANVAING ° LESSINES ° SILLY Station 67 - Chimay : ° BEAUMONT ° CHIMAY ° FROIDCHAPELLE ° MOMIGNIES ° SIVRY-RANCE Station 68 - Mouscron : ° CELLES (HT.) ° COMINES-WARNETON ° ESTAIMPUIS ° MONT-DE-L'ENCLUS ° MOUSCRON ° PECQ Station 70 - Mons (Cuesmes) : ° BELOEIL ° BERNISSART ° BOUSSU ° COLFONTAINE ° DOUR ° FRAMERIES ° HENSIES ° HONNELLES ° QUAREGNON ° QUIEVRAIN ° QUEVY ° SAINT-GHISLAIN Station 71 - Suarlée : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Aye : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 81 - Habay: ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 90 - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Station 91 - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Wanze : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° BULLANGE ° BUTGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° STAVELOT ° WAIMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE Art. 4N5. 4. A.V.
Station 42. - Turnhout : ° ARENDONK ° BAARLE-HERTOG ° BEERSE ° KASTERLEE ° LILLE ° MERKSPLAS ° OUD-TURNHOUT ° RAVELS ° RETIE ° RIJKEVORSEL ° TURNHOUT ° VOSSELAAR Station 43. - Mechelen : ° BONHEIDEN ° DUFFEL ° MECHELEN ° PUURS ° SINT-AMANDS ° SINT-KATELIJNE-WAVER ° WILLEBROEK Station 44. - Diest : ° AARSCHOT (postnummers 3201 en 3202) ° BEKKEVOORT ° BERINGEN (postnummers 3580 en 3583) ° DIEST ° HALEN ° LAAKDAL ° LUMEN ° SCHERPENHEUVEL-ZICHEM ° TESSENDERLO Station 45. - Geel : ° BALEN ° DESSEL ° GEEL ° GROBBENDONK ° HERENTALS ° HERENTHOUT ° MEERHOUT ° MOL ° OLEN ° VORSELAAR ° WESTERLO Station 46. - Heist-op-den-Berg : ° AARSCHOT (postnummer 3200) ° BERLAAR ° HEIST-OP-DEN-BERG ° HERSELT ° HULSHOUT ° LIER ° NIJLEN ° PUTTE Station 51. - Alken : ° ALKEN ° BILZEN ° DIEPENBEEK ° HASSELT ° HERK-DE-STAD ° HEUSDEN-ZOLDER ° HOESELT ° KORTESSEM ° NIEUWERKERKEN (LIMB.) ° SINT-TRUIDEN ° WELLEN ° ZONHOVEN Station 52. - Hechtel-Eksel : ° BERINGEN (postnummers 3581 en 3582) ° BOCHOLT ° HAM ° HAMONT-ACHEL ° HECHTEL-EKSEL ° HOUTHALEN-HELCHTEREN ° LEOPOLDSBURG ° LOMMEL ° NEERPELT ° OVERPELT ° PEER Station 53. - Heers : ° BORGLOON ° FOURONS ° GINGELOM ° HEERS ° HERSTAPPE ° RIEMST ° TONGEREN ° VOEREN Station 54 - As : ° AS ° BREE ° DILSEN ° GENK ° KINROOI ° LANAKEN ° MAASEIK ° MAASMECHELEN ° MEEUWEN-GRUITRODE ° OPGLABBEEK ° ZUTENDAAL Art. 1N5. 1. A.C.T.
Station 12 - Schaerbeek : ° AUDERGHEM ° BRUXELLES-Ville (numéros postaux autres que 1000) ° ELSENE ° ETTERBEEK ° EVERE ° HOEILAART ° IXELLES ° KRAAINEM ° OUDERGEM ° OVERIJSE ° SAINT-JOSSE-TEN-NOODE ° SCHAARBEEK ° SCHAERBEEK ° SINT-JOOST-TEN-NODE ° SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE ° SINT-PIETERS-WOLUWE ° TERVUREN ° WATERMAAL-BOSVOORDE ° WATERMAEL-BOITSFORT ° WEZEMBEEK-OPPEM ° WOLUWE-SAINT-LAMBERT ° WOLUME-SAINT-PIERRE Art. 7N5. 7. C.T.A.
Station 16. - Herent : ° BEGIJNENDIJK ° BERTEM ° BIERBEEK ° BOORTMEERBEEK ° HAACHT ° HERENT ° HOLSBEEK ° HULDENBERG ° KEERBERGEN ° KORTENBERG ° LEUVEN ° OUD-HEVERLEE ° ROTSELAAR ° TREMELO Station 17. - Tienen : ° BOUTERSEM ° GEETBETS ° GLABBEEK (ZUURBEMDE) ° HOEGAARDEN ° KORTENAKEN ° LANDEN ° LINTER ° LUBBEEK ° TIELT-WINGE ° TIENEN ° ZOUTLEEUW Station 18. - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19. - Waterloo : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 71. - Namur : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72. - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74. - Somme-Leuze : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75. - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 90. - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Art. 1N5 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 1N5.. 1. A.C.T. Station 12 - Schaerbeek et station 02 -Haren: ° AUDERGHEM ° BRUXELLES-Ville (numéros postaux autres que 1000) ° ETTERBEEK ° EVERE ° IXELLES ° SAINT-JOSSE-TEN-NOODE ° SCHAERBEEK ° WATERMAEL-BOITSFORT ° WOLUWE-SAINT-LAMBERT ° WOLUME-SAINT-PIERRE]1
WijzigingenArt. 8N5. 8. K.M.
Station 20. - Deerlijk : ° ANZEGEM ° AVELGEM ° DEERLIJK ° WAREGEM ° WIELSBEKE ° ZWEVEGEM Station 21. - Brugge : ° BEERNEM ° BLANKENBERGE ° BRUGGE ° DAMME ° KNOKKE-HEIST ° OOSTKAMP ° ZUIENKERKE Station 22. - Tielt : ° ARDOOIE ° DENTERGEM ° INGELMUNSTER ° MEULEBEKE ° OOSTROZEBEKE ° PITTEM ° RUISELEDE ° TIELT ° WINGENE Station 23. - Harelbeke : ° ESPIERRES-HELCHIN ° HARELBEKE ° KORTRIJK ° KUURNE ° SPIERE-HELKIJN Station 24. - Roeselare : ° HOOGLEDE ° LICHTERVELDE ° ROESELARE ° STADEN Station 25. - Ieper : ° HEUVELLAND ° IEPER ° LANGEMARK-POELKAPELLE ° MESEN ° MESSINES ° POPERINGE ° VLETEREN Station 26. - Diksmuide : ° ALVERINGEM ° DE PANNE ° DIKSMUIDE ° HOUTHULST ° KOKSIJDE ° LO-RENINGE ° NIEUWPOORT ° VEURNE Station 27. - Ichtegem : ° GISTEL ° ICHTEGEM ° KOEKELARE ° KORTEMARK ° TORHOUT ° ZEDELGEM Station 28. - Oostende : ° BREDENE ° DE HAAN ° JABBEKE ° MIDDELKERKE ° OOSTENDE ° OUDENBURG Station 29. - Wevelgem : ° IZEGEM ° LEDEGEM ° LENDELEDE ° MENEN ° MOORSLEDE ° WERVIK ° WEVELGEM ° ZONNEBEKE Art. 2N5. 2. A.I.B.V.
Station 13 - Asse : ° AFFLIGEM ° ASSE ° DILBEEK ° KAPELLE-OP-DEN-BOS ° LIEDEKERKE ° LONDERZEEL ° MEISE ° MERCHTEM ° OPWIJK ° ROOSDAAL ° TERNAT STATION 14 - Halle : ° BEERSEL ° BEVER ° BIEVENE ° DROGENBOS ° GALMAARDEN ° GOOIK ° HALLE ° HERNE ° LENNIK ° LINKEBEEK ° PEPINGEN ° RHODE-SAINT-GENESE ° SINT-GENESIUS-RODE ° SINT-PIETERS-LEEUW Station 15 - Vilvoorde : ° GRIMBERGEN ° KAMPENHOUT ° MACHELEN ° STEENOKKERZEEL ° VILVOORDE ° ZAVENTEM ° ZEMST Station 60 - Charleroi (Gosselies) : ° CHAPELLES-LEZ-HERLAIMONT ° CHARLEROI (numéros postaux 6020, 6030, 6031, 6040, 6041, 6042, 6043 et 6044) ° COURCELLES ° FLEURUS ° FONTAINE-L'EVEQUE ° LES BONS VILLERS ° PONT-A-CELLES STATION 62 - La Louvière : ° LA LOUVIERE ° LE ROEULX ° MANAGE ° MORLANWELZ Station 63 - Charleroi (Montignies-sur-Sambre) : ° AISEAU-PRESLES ° CHARLEROI (numéros postaux 6000, 6001, 6010, 6032, 6060 et 6061) ° CHATELET ° FARCIENNES ° GERPINNES ° MONTIGNY-LE-TILLEUL ° WALCOURT Station 69 - Braine-le-Comte : ° BRAINE-LE-CHATEAU ° BRAINE-LE-COMTE ° ECAUSSINES ° EDINGEN ° ENGHIEN ° ITTRE ° REBECQ ° SENEFFE ° TUBIZE Station 73 - Couvin : ° CERFONTAINE ° COUVIN ° DOISCHE ° FLORENNES ° PHILIPPEVILLE ° VIROINVAL Art. 7N5. 7. C.T.A.
Station 16. - Herent : ° BEGIJNENDIJK ° BERTEM ° BIERBEEK ° BOORTMEERBEEK ° HAACHT ° HERENT ° HOLSBEEK ° HULDENBERG ° KEERBERGEN ° KORTENBERG ° LEUVEN ° OUD-HEVERLEE ° ROTSELAAR ° TREMELO Station 17. - Tienen : ° BOUTERSEM ° GEETBETS ° GLABBEEK (ZUURBEMDE) ° HOEGAARDEN ° KORTENAKEN ° LANDEN ° LINTER ° LUBBEEK ° TIELT-WINGE ° TIENEN ° ZOUTLEEUW Station 18. - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19. - Waterloo : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 71. - Namur : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72. - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74. - Somme-Leuze : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75. - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 90. - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Art. 3N5. 3. A.S.
Station 81 - Etalle : ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 91 - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Huy : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° KELMIS ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° AMEL ° BULLANGE ° B"LLINGEN ° B"TGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES ° WEISMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE Art. 8N5. 8. K.M.
Station 20. - Deerlijk : ° ANZEGEM ° AVELGEM ° DEERLIJK ° WAREGEM ° WIELSBEKE ° ZWEVEGEM Station 21. - Brugge : ° BEERNEM ° BLANKENBERGE ° BRUGGE ° DAMME ° KNOKKE-HEIST ° OOSTKAMP ° ZUIENKERKE Station 22. - Tielt : ° ARDOOIE ° DENTERGEM ° INGELMUNSTER ° MEULEBEKE ° OOSTROZEBEKE ° PITTEM ° RUISELEDE ° TIELT ° WINGENE Station 23. - Harelbeke : ° ESPIERRES-HELCHIN ° HARELBEKE ° KORTRIJK ° KUURNE ° SPIERE-HELKIJN Station 24. - Roeselare : ° HOOGLEDE ° LICHTERVELDE ° ROESELARE ° STADEN Station 25. - Ieper : ° HEUVELLAND ° IEPER ° LANGEMARK-POELKAPELLE ° MESEN ° MESSINES ° POPERINGE ° VLETEREN Station 26. - Diksmuide : ° ALVERINGEM ° DE PANNE ° DIKSMUIDE ° HOUTHULST ° KOKSIJDE ° LO-RENINGE ° NIEUWPOORT ° VEURNE Station 27. - Ichtegem : ° GISTEL ° ICHTEGEM ° KOEKELARE ° KORTEMARK ° TORHOUT ° ZEDELGEM Station 28. - Oostende : ° BREDENE ° DE HAAN ° JABBEKE ° MIDDELKERKE ° OOSTENDE ° OUDENBURG Station 29. - Wevelgem : ° IZEGEM ° LEDEGEM ° LENDELEDE ° MENEN ° MOORSLEDE ° WERVIK ° WEVELGEM ° ZONNEBEKE Art. 3N5. 3. A.S.
Station 81 - Etalle : ° ARLON ° ATTERT ° AUBANGE ° ETALLE ° HABAY ° MEIX-DEVANT-VIRTON ° MESSANCY ° MUSSON ° ROUVROY ° SAINT-LEGER (LUX.) ° TINTIGNY ° VIRTON Station 82 - Ferrières : ° ANTHISNES ° AYWAILLE ° COMBLAIN-AU-PONT ° DURBUY ° EREZEE ° ESNEUX ° FERRIERES ° HAMOIR ° HOTTON ° MANHAY ° OUFFET ° RENDEUX ° SPRIMONT ° STOUMONT Station 83 - Neufchâteau : ° CHINY ° FAUVILLERS ° FLORENVILLE ° LIBRAMONT-CHEVIGNY ° LEGLISE ° MARTELANGE ° NEUFCHATEAU ° VAUX-SUR-SURE Station 84 - Gouvy : ° BURG-REULAND ° GOUVY ° HOUFFALIZE ° LIERNEUX ° TROIS-PONTS ° VIELSALM Station 85 - Sainte-Ode : ° BASTOGNE ° BERTOGNE ° LA ROCHE-EN-ARDENNE ° NASSOGNE ° SAINT-HUBERT ° SAINTE-ODE ° TENNEVILLE Station 91 - Liège : ° BASSENGE ° BEYNE-HEUSAY ° BLEGNY ° CHAUDFONTAINE ° DALHEM ° FLERON ° HERSTAL ° LIEGE ° OUPEYE ° VISE Station 92 - Verviers : ° AUBEL ° DISON ° HERVE ° JALHAY ° LIMBOURG ° OLNE ° PEPINSTER ° SOUMAGNE ° SPA ° THEUX ° THIMISTER-CLERMONT ° TROOZ ° VERVIERS Station 93 - Huy : ° AMAY ° ANDENNE ° CLAVIER ° ENGIS ° HUY ° HERON ° MARCHIN ° MODAVE ° NANDRIN ° OHEY ° TINLOT ° VILLERS-LE-BOUILLET ° WANZE Station 94 - Eupen : ° BAELEN (LG.) ° EUPEN ° KELMIS ° LA CALAMINE ° LONTZEN ° PLOMBIERES ° RAEREN ° WELKENRAEDT Station 95 - Malmedy : ° AMBLEVE ° AMEL ° BULLANGE ° B"LLINGEN ° B"TGENBACH ° MALMEDY ° SAINT-VITH ° SANKT VITH ° STAVELOT ° WAIMES ° WEISMES Station 96 - Grâce-Hollogne : ° ANS ° AWANS ° CRISNEE ° DONCEEL ° FAIMES ° FEXHE-LE-HAUT-CLOCHER ° FLEMALLE ° GRACE-HOLLOGNE ° JUPRELLE ° NEUPRE ° OREYE ° REMICOURT ° SAINT-GEORGES-SUR-MEUSE ° SAINT-NICOLAS (LG.) ° SERAING ° VERLAINE Art. 10N5. 10. S.B.A.T.
Station 30/37. - Gent : ° DE PINTE ° DEINZE ° DESTELBERGEN ° GAVERE ° GENT (gedeeltelijk) ° LAARNE ° MELLE ° MERELBEKE ° NAZARETH ° OOSTERZELE ° SINT-MARTENS-LATEM ° ZULTE Station 31. - Gent (Wondelgem) : ° EVERGEM ° GENT (gedeeltelijk) ° LOVENDEGEM ° ZELZATE Station 32. - Sint-Niklaas : ° BORNEM ° BUGGENHOUT ° HAMME (O.-VL.) ° KRUIBEKE ° SINT-NIKLAAS ° TEMSE ° WAASMUNSTER ° ZELE Station 33. - Stekene : ° BEVEREN ° LOCHRISTI ° LOKEREN ° MOERBEKE-WAAS ° SINT-GILLIS-WAAS ° STEKENE ° WACHTEBEKE Station 34. - Aalst : ° AALST ° BERLARE ° DENDERLEEUW ° DENDERMONDE ° ERPE-MERE ° HAALTERT ° HERZELE ° LEBBEKE ° LEDE ° NINOVE ° SINT-LIEVENS-HOUTEM ° WETTEREN ° WICHELEN Station 35. - Brakel : ° BRAKEL ° GERAARDSBERGEN ° HOREBEKE ° KLUISBERGEN ° KRUISHOUTEM ° LIERDE ° MAARKEDAL ° OUDENAARDE ° RENAIX ° RONSE ° WORTEGEM-PETEGEM ° ZINGEM ° ZOTTEGEM ° ZWALM Station 36. - Eeklo : ° AALTER ° ASSENEDE ° EEKLO ° KAPRIJKE ° KNESSELARE ° MALDEGEM ° NEVELE ° SINT-LAUREINS ° WAARSCHOOT ° ZOMERGEM Art. 4N5. 4. A.V.
Station 42 - Turnhout : ° ARENDONK ° BAARLE-HERTOG ° BEERSE ° KASTERLEE ° LILLE ° MERKSPLAS ° OUD-TURNHOUT ° RAVELS ° RETIE ° RIJKEVORSEL ° TURNHOUT ° VOSSELAAR Station 43 - Mechelen : ° BONHEIDEN ° DUFFEL ° MECHELEN ° PUURS ° SINT-AMANDS ° SINT-KATELIJNE-WAVER ° WILLEBROEK Station 44 - Diest : ° AARSCHOT (postnummers 3201 en 3202) ° BEKKEVOORT ° BERINGEN (postnummers 3580 en 3583) ° DIEST ° HALEN ° LAAKDAL ° LUMMEN ° SCHERPENHEUVEL-ZICHEM ° TESSENDERLO Station 45 - Geel : ° BALEN ° DESSEL ° GEEL ° GROBBENDONK ° HERENTALS ° HERENTHOUT ° MEERHOUT ° MOL ° OLEN ° VORSELAAR ° WESTERLO Station 46 - Heist-op-den-Berg : ° AARSCHOT (postnummer 3200) ° BERLAAR ° HEIST-OP-DEN-BERG ° HERSELT ° HULSHOUT ° LIER ° NIJLEN ° PUTTE Station 51 - Alken : ° ALKEN ° BILZEN ° DIEPENBEEK ° HASSELT ° HERK-DE-STAD ° HEUSDEN-ZOLDER ° HOESELT ° KORTESSEM ° NIEUWERKERKEN (LIMB.) ° SINT-TRUIDEN ° WELLEN ° ZONHOVEN Station 52 - Hechtel-Eksel : ° BERINGEN (postnummers 3581 en 3582) ° BOCHOLT ° HAM ° HAMONT-ACHEL ° HECHTEL-EKSEL ° HOUTHALEN-HELCHTEREN ° LEOPOLDSBURG ° LOMMEL ° NEERPELT ° OVERPELT ° PEER Station 53 - Heers : ° BORGLOON ° FOURONS ° GINGELOM ° HEERS ° HERSTAPPE ° RIEMST ° TONGEREN ° VOEREN Station 54 - As : ° AS ° BREE ° DILSEN ° GENK ° KINROOI ° LANAKEN ° MAASEIK ° MAASMECHELEN ° MEEUWEN-GRUITRODE ° OPGLABBEEK ° ZUTENDAAL Art. 9N5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Art. 9N5.
9. S.A. Station 10 Forest en station 11 - Anderlecht : ° ANDERLECHT ° BRUSSEL (Postcodes 1000) ° GANSHOREN ° JETTE ° KOEKELBERG ° SINT-AGATHA-BERCHEM ° SINT-GILLIS ° SINT-JANS-MOLENBEEK ° UKKEL ° VORST]1 Art. 5N5. 5. B.I.A.
Station 61 - Mons (Maisières) : ° BRUGELETTE ° CHIEVRES ° JURBISE ° LENS ° MONS ° SOIGNIES Station 64 - Lobbes : ° ANDERLUES ° BINCHE ° ERQUELINNES ° ESTINNES ° HAM-SUR-HEURE/NALINNES ° LOBBES ° MERBES-LE-CHATEAU ° THUIN Station 65 - Tournai : ° ANTOING ° BRUNEHAUT ° LEUZE-EN-HAINAUT ° PERUWELZ ° RUMES ° TOURNAI Station 66 - Lessines : ° ATH ° ELLEZELLES ° FLOBECQ ° FRASNES-LEZ-ANVAING ° LESSINES ° SILLY ° VLOESBERG Station 67 - Chimay : ° BEAUMONT ° CHIMAY ° FROIDCHAPELLE ° MOMIGNIES ° SIVRY-RANCE Station 68 - Mouscron : ° CELLES (HT.) ° COMINES ° ESTAIMPUIS ° KOMEN ° MOESKROEN ° MONT-DE-L'ENCLUS ° MOUSCRON ° PECQ Station 70 - Mons (Cuesmes) : ° BELOEIL ° BERNISSART ° BOUSSU ° COLFONTAINE ° DOUR ° FRAMERIES ° HENSIES ° HONNELLES ° QUAREGNON ° QUIEVRAIN ° QUEVY ° SAINT-GHISLAIN Art. 10N5. 10. S.B.A.T.
Station 30/37. - Gent : ° DE PINTE ° DEINZE ° DESTELBERGEN ° GAVERE ° GENT (gedeeltelijk) ° LAARNE ° MELLE ° MERELBEKE ° NAZARETH ° OOSTERZELE ° SINT-MARTENS-LATEM ° ZULTE Station 31. - Gent (Wondelgem) : ° EVERGEM ° GENT (gedeeltelijk) ° LOVENDEGEM ° ZELZATE Station 32. - Sint-Niklaas : ° BORNEM ° BUGGENHOUT ° HAMME (O.-VL.) ° KRUIBEKE ° SINT-NIKLAAS ° TEMSE ° WAASMUNSTER ° ZELE Station 33. - Stekene : ° BEVEREN ° LOCHRISTI ° LOKEREN ° MOERBEKE-WAAS ° SINT-GILLIS-WAAS ° STEKENE ° WACHTEBEKE Station 34. - Aalst : ° AALST ° BERLARE ° DENDERLEEUW ° DENDERMONDE ° ERPE-MERE ° HAALTERT ° HERZELE ° LEBBEKE ° LEDE ° NINOVE ° SINT-LIEVENS-HOUTEM ° WETTEREN ° WICHELEN Station 35. - Brakel : ° BRAKEL ° GERAARDSBERGEN ° HOREBEKE ° KLUISBERGEN ° KRUISHOUTEM ° LIERDE ° MAARKEDAL ° OUDENAARDE ° RENAIX ° RONSE ° WORTEGEM-PETEGEM ° ZINGEM ° ZOTTEGEM ° ZWALM Station 36. - Eeklo : ° AALTER ° ASSENEDE ° EEKLO ° KAPRIJKE ° KNESSELARE ° MALDEGEM ° NEVELE ° SINT-LAUREINS ° WAARSCHOOT ° ZOMERGEM Art. 7N5. 7. C.T.A.
Station 16 - Herent : ° BEGIJNENDIJK ° BERTEM ° BIERBEEK ° BOORTMEERBEEK ° HAACHT ° HERENT ° HOLSBEEK ° HULDENBERG ° KEERBERGEN ° KORTENBERG ° LEUVEN ° OUD-HEVERLEE ° ROTSELAAR ° TREMELO Station 17 - Tienen : ° BOUTERSEM ° GEETBETS ° GLABBEEK (ZUURBEMDE) ° HOEGAARDEN ° KORTENAKEN ° LANDEN ° LINTER ° LUBBEEK ° TIELT-WINGE ° TIENEN ° ZOUTLEEUW Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19 - Waterloo : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 71 - Namur : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Somme-Leuze : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 90 - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Art. N6_VLAAMS_GEWEST. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-02-2017, p. 30197)
<INGEVOEGD bij BVR 2017-01-20/23, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-03-2017> Art. 7N5. 7. C.T.A.
Station 16 - Herent : ° BEGIJNENDIJK ° BERTEM ° BIERBEEK ° BOORTMEERBEEK ° HAACHT ° HERENT ° HOLSBEEK ° HULDENBERG ° KEERBERGEN ° KORTENBERG ° LEUVEN ° OUD-HEVERLEE ° ROTSELAAR ° TREMELO Station 17 - Tienen : ° BOUTERSEM ° GEETBETS ° GLABBEEK (ZUURBEMDE) ° HOEGAARDEN ° KORTENAKEN ° LANDEN ° LINTER ° LUBBEEK ° TIELT-WINGE ° TIENEN ° ZOUTLEEUW Station 18 - Mont-Saint-Guibert : ° BEAUVECHAIN ° CHASTRE ° CHAUMONT-GISTOUX ° COURT-SAINT-ETIENNE ° GEMBLOUX ° GREZ-DOICEAU ° INCOURT ° MONT-SAINT-GUIBERT ° OTTIGNIES-LOUVAIN-LA-NEUVE ° PERWEZ ° VILLERS-LA-VILLE ° WALHAIN ° WAVRE Station 19 - Waterloo : ° BRAINE-L'ALLEUD ° GENAPPE ° LA HULPE ° LASNE ° NIVELLES ° RIXENSART ° WATERLOO Station 71 - Namur : ° ASSESSE ° EGHEZEE ° FLOREFFE ° FOSSES-LA-VILLE ° GESVES ° JEMEPPE-SUR-SAMBRE ° LA BRUYERE ° NAMUR ° PROFONDEVILLE ° SAMBREVILLE ° SOMBREFFE Station 72 - Onhaye : ° ANHEE ° DINANT ° HASTIERE ° HOUYET ° METTET ° ONHAYE ° YVOIR Station 74 - Somme-Leuze : ° CINEY ° HAMOIS ° HAVELANGE ° MARCHE-EN-FAMENNE ° ROCHEFORT ° SOMME-LEUZE ° TELLIN Station 75 - Bièvre : ° BEAURAING ° BERTRIX ° BIEVRE ° BOUILLON ° DAVERDISSE ° GEDINNE ° HERBEUMONT ° LIBIN ° FALISEUL ° VRESSE-SUR-SEMOIS ° WELLIN Station 90 - Hannut : ° BERLOZ ° BRAIVES ° BURDINNE ° FERNELMONT ° GEER ° HANNUT ° HELECINE ° JODOIGNE ° LINCENT ° ORP-JAUCHE ° RAMILLIES ° WAREMME ° WASSEIGES Art. N7_VLAAMS_GEWEST. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-02-2017, p. 30197)
<INGEVOEGD bij BVR 2017-01-20/23, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-03-2017> Gewijzigd door : Art. 8N5. 8. K.M.
Station 20 - Deerlijk : ° ANZEGEM ° AVELGEM ° DEERLIJK ° WAREGEM ° WIELSBEKE ° ZWEVEGEM Station 21 - Brugge : ° BEERNEM ° BLANKENBERGE ° BRUGGE ° DAMME ° KNOKKE-HEIST ° OOSTKAMP ° ZUIENKERKE Station 22 - Tielt : ° ARDOOIE ° DENTERGEM ° INGELMUNSTER ° MEULEBEKE ° OOSTROZEBEKE ° PITTEM ° RUISELEDE ° TIELT ° WINGENE Station 23 - Harelbeke : ° ESPIERRES-HELCHIN ° HARELBEKE ° KORTRIJK ° KUURNE ° SPIERE-HELKIJN Station 24 - Roeselare : ° HOOGLEDE ° LICHTERVELDE ° ROESELARE ° STADEN Station 25 - Ieper : ° HEUVELLAND ° IEPER ° LANGEMARK-POELKAPELLE ° MESEN ° MESSINES ° POPERINGE ° VLETEREN Station 26 - Diksmuide : ° ALVERINGEM ° DE PANNE ° DIKSMUIDE ° HOUTHULST ° KOKSIJDE ° LO-RENINGE ° NIEUWPOORT ° VEURNE Station 27 - Ichtegem : ° GISTEL ° ICHTEGEM ° KOEKELARE ° KORTEMARK ° TORHOUT ° ZEDELGEM Station 28 - Oostende : ° BREDENE ° DE HAAN ° JABBEKE ° MIDDELKERKE ° OOSTENDE ° OUDENBURG Station 29 - Wevelgem : ° IZEGEM ° LEDEGEM ° LENDELEDE ° MENEN ° MOORSLEDE ° WERVIK ° WEVELGEM ° ZONNEBEKE
-
Art. N8_VLAAMS_GEWEST. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-02-2017, p. 30197)
<INGEVOEGD bij BVR 2017-01-20/23, art. 20, 005; Inwerkingtreding : 01-03-2017> Art. 9N5 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 Art. 9N5.. 9. S.A. Station 10 Forest et station 11 - Anderlecht : ° ANDERLECHT ° BERCHEM-SAINTE-AGATHE ° BRUXELLES (numéro postal 1000) ° FOREST ° GANSHOREN ° JETTE ° KOEKELBERG ° MOLENBEEK-SAINT-JEAN ° SAINT-GILLES ° UCCLE]1
Wijzigingen Gewijzigd door:
-
-
-
Art. 10N5. 10. S.B.A.T.
Stations 30/37 - Gent : ° DE PINTE ° DEINZE ° DESTELBERGEN ° GAVERE ° GENT (gedeeltelijk) ° LAARNE ° MELLE ° MERELBEKE ° NAZARETH ° OOSTERZELE ° SINT-MARTENS-LATEM ° ZULTE Station 31 - Gent (Wondelgem) : ° EVERGEM ° GENT (gedeeltelijk) ° LOVENDEGEM ° ZELZATE Station 32 - Sint-Niklaas : ° BORNEM ° BUGGENHOUT ° HAMME (O.-VL.) ° KRUIBEKE ° SINT-NIKLAAS ° TEMSE ° WAASMUNSTER ° ZELE Station 33 - Stekene : ° BEVEREN ° LOCHRISTI ° LOKEREN ° MOERBEKE-WAAS ° SINT-GILLIS-WAAS ° STEKENE ° WACHTEBEKE Station 34 - Aalst : ° AALST ° BERLARE ° DENDERLEEUW ° DENDERMONDE ° ERPE-MERE ° HAALTERT ° HERZELE ° LEBBEKE ° LEDE ° NINOVE ° SINT-LIEVENS-HOUTEM ° WETTEREN ° WICHELEN Station 35 - Brakel : ° BRAKEL ° GERAARDSBERGEN ° HOREBEKE ° KLUISBERGEN ° KRUISHOUTEM ° LIERDE ° MAARKEDAL ° OUDENAARDE ° RENAIX ° RONSE ° WORTEGEM-PETEGEM ° ZINGEM ° ZOTTEGEM ° ZWALM Station 36 - Eeklo : ° AALTER ° ASSENEDE ° EEKLO ° KAPRIJKE ° KNESSELARE ° MALDEGEM ° NEVELE ° SINT-LAUREINS ° WAARSCHOOT ° ZOMERGEM
-
Art. 10N5. 10. S.B.A.T.
Stations 30/37 - Gent : ° DE PINTE ° DEINZE ° DESTELBERGEN ° GAVERE ° GENT (gedeeltelijk) ° LAARNE ° MELLE ° MERELBEKE ° NAZARETH ° OOSTERZELE ° SINT-MARTENS-LATEM ° ZULTE Station 31 - Gent (Wondelgem) : ° EVERGEM ° GENT (gedeeltelijk) ° LOVENDEGEM ° ZELZATE Station 32 - Sint-Niklaas : ° BORNEM ° BUGGENHOUT ° HAMME (O.-VL.) ° KRUIBEKE ° SINT-NIKLAAS ° TEMSE ° WAASMUNSTER ° ZELE Station 33 - Stekene : ° BEVEREN ° LOCHRISTI ° LOKEREN ° MOERBEKE-WAAS ° SINT-GILLIS-WAAS ° STEKENE ° WACHTEBEKE Station 34 - Aalst : ° AALST ° BERLARE ° DENDERLEEUW ° DENDERMONDE ° ERPE-MERE ° HAALTERT ° HERZELE ° LEBBEKE ° LEDE ° NINOVE ° SINT-LIEVENS-HOUTEM ° WETTEREN ° WICHELEN Station 35 - Brakel : ° BRAKEL ° GERAARDSBERGEN ° HOREBEKE ° KLUISBERGEN ° KRUISHOUTEM ° LIERDE ° MAARKEDAL ° OUDENAARDE ° RENAIX ° RONSE ° WORTEGEM-PETEGEM ° ZINGEM ° ZOTTEGEM ° ZWALM Station 36 - Eeklo : ° AALTER ° ASSENEDE ° EEKLO ° KAPRIJKE ° KNESSELARE ° MALDEGEM ° NEVELE ° SINT-LAUREINS ° WAARSCHOOT ° ZOMERGEM
-
Art. N6 _REGION_FLAMANDE.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-02-2017, p. 30216) Modifié par :
-
Art. N7 _REGION_FLAMANDE.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-02-2017, p. 30216)
-
Modifié par:
-
Art. N8 _REGION_FLAMANDE.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-02-2017, p. 30216)
-
Modifiée par:
-
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||