Artikel 1. Het opschrift van hoofdstuk XI van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Hoofdstuk XI. - Bepalingen tot uitvoering van de artikelen 79 en 79bis van het koninklijk besluit, betreffende de tewerkstelling van werklozen door een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 AUGUSTUS 1994. - Ministerieel besluit tot wijziging van het opschrift van hoofdstuk XI van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering en tot vervanging van artikel 55 van hetzelfde besluit.
Titre
4 AOUT 1994. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'intitulĂ© du chapitre XI de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage et remplaçant l'article 55 du mĂȘme arrĂȘtĂ©.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1. L'intitulĂ© du chapitre XI de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" Chapitre XI. - Dispositions prises en exĂ©cution des articles 79 et 79bis de l'arrĂȘtĂ© royal et relatives Ă l'occupation de chĂŽmeurs par une agence locale pour l'emploi. "
" Chapitre XI. - Dispositions prises en exĂ©cution des articles 79 et 79bis de l'arrĂȘtĂ© royal et relatives Ă l'occupation de chĂŽmeurs par une agence locale pour l'emploi. "
Art. 2. Artikel 55 van hetzelfde ministerieel besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 55. § 1. Het bedrag van de uurvergoeding voor activiteiten ten behoeve van de land en tuinbouwsector, wordt voor het jaar 1994 vastgesteld op F 220.
§ 2. De seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten ten behoeve van de land- en tuinbouwsector, zijn de activiteiten bepaald door of krachtens artikel 8bis, eerste en derde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Deze activiteiten mogen echter maximaal gedurende 65 dagen per kalenderjaar verricht worden en uitsluitend op de 65 piekdagen die de begunstigde van de activiteit aanduidt in het aanwezigheidsregister bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juni 1994 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister. De werkloze dient deze 65 dagen aan te duiden op zijn plukkaart bedoeld bij het ministerieel besluit van 24 juni 1994 tot vaststelling van het model, de toekenningsvoorwaarden en de wijze van bijhouden van de plukkaart in de tuinbouwsector en tot bepaling van de voorwaarden en de nadere regelen volgens welke het aanwezigheidsregister in de tuinbouwsector moet gewaarmerkt worden. "
" Art. 55. § 1. Het bedrag van de uurvergoeding voor activiteiten ten behoeve van de land en tuinbouwsector, wordt voor het jaar 1994 vastgesteld op F 220.
§ 2. De seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten ten behoeve van de land- en tuinbouwsector, zijn de activiteiten bepaald door of krachtens artikel 8bis, eerste en derde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Deze activiteiten mogen echter maximaal gedurende 65 dagen per kalenderjaar verricht worden en uitsluitend op de 65 piekdagen die de begunstigde van de activiteit aanduidt in het aanwezigheidsregister bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juni 1994 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister. De werkloze dient deze 65 dagen aan te duiden op zijn plukkaart bedoeld bij het ministerieel besluit van 24 juni 1994 tot vaststelling van het model, de toekenningsvoorwaarden en de wijze van bijhouden van de plukkaart in de tuinbouwsector en tot bepaling van de voorwaarden en de nadere regelen volgens welke het aanwezigheidsregister in de tuinbouwsector moet gewaarmerkt worden. "
Art. 2. L'article 55 du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 55. § 1. Le montant de l'indemnité horaire pour les activités au profit du secteur de l'agriculture et de l'horticulture est, pour l'année 1994, fixé à F 220.
§ 2. Les activitĂ©s saisonniĂšres et occasionnelles au profit du secteur de l'agriculture et de l'horticulture, sont les activitĂ©s dĂ©terminĂ©es par et en vertu de l'article 8bis, alinĂ©as 1er et 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs.
Ces activitĂ©s peuvent ĂȘtre effectuĂ©es durant un maximum de 65 jours par annĂ©e civile et exclusivement pendant les 65 jours d'intense activitĂ© que le bĂ©nĂ©ficiaire de cette activitĂ© mentionne dans le registre de prĂ©sence visĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 juin 1994 relatif Ă la tenue d'un registre de prĂ©sence. Le chĂŽmeur doit mentionner les 65 jours sur sa carte cueillette visĂ©e par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 juin 1994 fixant le modĂšle, les conditions de dĂ©livrance et de tenue d'une carte cueillette dans le secteur horticole et dĂ©terminant les conditions et les modaliĂ©s selon lesquelles le registre de prĂ©sence dans le secteur horticole doit ĂȘtre validĂ©. "
" Art. 55. § 1. Le montant de l'indemnité horaire pour les activités au profit du secteur de l'agriculture et de l'horticulture est, pour l'année 1994, fixé à F 220.
§ 2. Les activitĂ©s saisonniĂšres et occasionnelles au profit du secteur de l'agriculture et de l'horticulture, sont les activitĂ©s dĂ©terminĂ©es par et en vertu de l'article 8bis, alinĂ©as 1er et 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs.
Ces activitĂ©s peuvent ĂȘtre effectuĂ©es durant un maximum de 65 jours par annĂ©e civile et exclusivement pendant les 65 jours d'intense activitĂ© que le bĂ©nĂ©ficiaire de cette activitĂ© mentionne dans le registre de prĂ©sence visĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 juin 1994 relatif Ă la tenue d'un registre de prĂ©sence. Le chĂŽmeur doit mentionner les 65 jours sur sa carte cueillette visĂ©e par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 24 juin 1994 fixant le modĂšle, les conditions de dĂ©livrance et de tenue d'une carte cueillette dans le secteur horticole et dĂ©terminant les conditions et les modaliĂ©s selon lesquelles le registre de prĂ©sence dans le secteur horticole doit ĂȘtre validĂ©. "
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op de dag bepaald krachtens artikel 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 mei 1994 tot uitvoering van artikel 73 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van de artikelen 79 en 83 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
In afwijking van de bepalingen van artikel 55, § 2, tweede lid, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, zoals gewijzigd bij dit besluit, worden de 65 piekdagen voor het jaar 1994 teruggebracht tot 40.
Brussel, 4 augustus 1994.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
De Minister van Landbouw,
A. BOURGEOIS
In afwijking van de bepalingen van artikel 55, § 2, tweede lid, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, zoals gewijzigd bij dit besluit, worden de 65 piekdagen voor het jaar 1994 teruggebracht tot 40.
Brussel, 4 augustus 1994.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
De Minister van Landbouw,
A. BOURGEOIS
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour fixĂ© en vertu de l'article 4, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 mai 1994 d'exĂ©cution de l'article 73 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales et modifiant les articles 79 et 83 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage.
Par dĂ©rogation aux dispositions de l'article 55, § 2, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les 65 jours d'intense activitĂ© sont ramenĂ©s Ă 40 jours pour l'annĂ©e 1994.
Bruxelles, le 4 août 1994.
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Le Ministre de l'Agriculture,
A. BOURGEOIS
Par dĂ©rogation aux dispositions de l'article 55, § 2, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les 65 jours d'intense activitĂ© sont ramenĂ©s Ă 40 jours pour l'annĂ©e 1994.
Bruxelles, le 4 août 1994.
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Le Ministre de l'Agriculture,
A. BOURGEOIS