Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 JANUARI 1992. - Koninklijk besluit betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-03-1992 en tekstbijwerking tot 16-02-2007)
Titre
10 JANVIER 1992. - Arrêté royal réglementant la radiodiffusion sonore en modulation de fréquence dans la bande 87,5 MHz - 108 MHz. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-03-1992 et mise à jour au 16-02-2007)
Documentinformatie
Numac: 1992014055
Datum: 1992-01-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1992014055
Date: 1992-01-10
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
Executieve : de Executieve van de bevoegde Gemeenschap;
Reglement betreffende de radioverbindingen : het Reglement betreffende de radioverbindingen gevoegd bij het Internationaal Verdrag betreffende de televerbindingen, gepubliceerd door het Algemeen Secretariaat van de Internationale Unie betreffende de televerbindingen;
Aanbeveling 370 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen : de aanbeveling die de propagatiecurven geeft die toelaten het door een zender in de meter- en decimeterfrequentiebanden voortgebracht veld te schatten;
Aanbeveling 412 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen : de aanbeveling die, enerzijds, de beschermingsverhoudingen bepaalt die moeten worden gegarandeerd tussen het gestoord signaal en het stoorsignaal in functie van de te verzekeren dienst en van de frequentieafstand tussen de beide uitzendingen en, anderzijds, de te beschermen veldsterkten vaststelt in functie van het diensttype en van het stoorniveau in de omgeving van de ontvanger;
Aanbeveling 450 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen : de aanbeveling die de uitzendnormen bepaalt voor klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de meterbanden;
Aanbeveling 643 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen : de aanbeveling betreffende het systeem bestemd voor automatische afstemming evenals voor andere functies in de ontvangtoestellen voor FM radio-omroep en bruikbaar met het systeem van pilootfrequentie;
Akkoord van Genève, 1984 : regionaal akkoord met betrekking tot het gebruik van de band 87,5 - 108 MHz voor klankradio-omroep in frequentiemodulatie;
privaat radio-omroepstation : privaat station van een klankradio-omroepdienst;
vergunning : het document afgeleverd door een Executieve dat toestemming verleent om een privaat radio-omroepstation aan te leggen en uit te baten;
10° frequentieplan : de lijst van de gecoördineerde frequentietoewijzingen;
11° technische karakteristieken : het geheel van de kenmerkende eigenschappen van een privaat radio-omroepstation en de werkingsvoorwaarden ervan;
12° uitgangsvermogen : het gemiddeld vermogen van de draaggolf dat aan de uitgang van het zendtoestel beschikbaar is;
13° effectief uitgestraald vermogen : het aan de antenne geleverd vermogen, vermenigvuldigd met de winst van de antenne in een willekeurige richting, wanneer de referentie-antenne een verliesvrije halvegolfdipool is, afgezonderd in de ruimte;
14° equivalente antennehoogte : de hoogte van het middelpunt van de antenne boven het gemiddeld niveau van het maaiveld in een straal van drie tot vijftien kilometer rondom het privaat radio-omroepstation;
15° niet-essentiële uitstralingen : alle uitstralingen op frequenties gelegen buiten de nodige bandbreedte, die 200 kHz bedraagt, en waarvan het niveau kan worden verminderd zonder de kwaliteit van de klankinformatie aan te tasten, de harmonischen, parasitaire stralingen, intermodulatieprodukten en modulatieresten inbegrepen;
16° kritische zone van een ILS-systeem : een driehoekige zone van 42 km2 die zich uitstrekt tot 18 km van de plaats van een lokalisator voor ILS (Instrument Landing System = systeem voor landing op instrumenten) en een hoek van 7,5° maakt aan elke kant van de as van de landingspiste van een luchthaven;
17° dienstzone : de zone waarbinnen de uitzendingen van een privaat radio-omroepstation theoretisch moeten kunnen worden ontvangen overeenkomstig de beschermingsnormen bepaald in artikel 3, welke zone afgebakend wordt door de nominale reikwijdte van dit station;
18° nominale reikwijdte : de theoretische afstand berekend vanaf de zendantenne van het privaat radio-omroepstation waarboven de bescherming van de uitzendingen van het station ten opzichte van de ruis en de storingen kleiner kan zijn dan de beschermingsnormen bepaald in artikel 3, welke afstand op het terrein niet kan worden gewaarborgd;
19° roepnaam : de naam waaronder het privaat radio-omroepstation zijn uitzendingen aankondigt;
20° Regie : de Regie van Telegrafie en Telefonie;
21° Minister : (De Minister of de Staatssecretaris die bevoegd is voor de aangelegenheden die de telecommunicatie betreffen) <KB 1994-03-15/30, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 15-04-1994>
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
Exécutif : l'Exécutif de la Communauté compétente;
Règlement des radiocommunications : le Règlement des radiocommunications annexé à la Convention internationale des Télécommunications, publié par le Secrétariat général de l'Union internationale des Télécommunications;
Recommandation 370 du Comité consultatif international des Radiocommunications : la recommandation donnant les courbes de propagation qui permettent d'évaluer le champ produit par un émetteur dans les bandes des ondes métriques et décimétriques;
Recommandation 412 du Comité consultatif international des Radiocommunications : la recommandation fixant, d'une part, les rapports de protection à garantir entre le signal brouillé et le signal brouilleur en fonction du service à assurer et de l'écart de fréquences entre les deux émissions et, d'autre part, les valeurs du champ à protéger en fonction du type de service et de l'environnement parasitaire du récepteur;
Recommandation 450 du Comité consultatif international des Radiocommunications : la recommandation fixant les normes d'émission pour la radiodiffusion sonore à modulation de fréquence en ondes métriques;
Recommandation 643 du Comité consultatif international des Radiocommunications : la recommandation concernant le système destiné à l'accord automatique ainsi qu'à d'autres fonctions dans les récepteurs de radiodiffusion FM et utilisable avec le système à fréquence pilote;
Accord de Genève, 1984 : accord régional relatif à l'utilisation de la bande 87,5 - 108 MHz pour la radiodiffusion sonore en modulation de fréquence;
station de radiodiffusion privée : station privée d'un service de radiodiffusion sonore;
autorisation : le document délivré par un Exécutif permettant d'établir et de faire fonctionner une station de radiodiffusion privée;
10° plan de fréquences : la liste des assignations de fréquences coordonnées;
11° caractéristiques techniques : l'ensemble des caractères distinctifs d'une station de radiodiffusion privée et de ses conditions de fonctionnement;
12° puissance de sortie : la puissance moyenne de l'onde porteuse disponible à la sortie de l'appareil émetteur;
13° puissance apparente rayonnée : la puissance fournie à l'antenne, multipliée par le gain de l'antenne dans une direction quelconque, lorsque l'antenne de référence est un dipôle demi-onde sans pertes, isolé dans l'espace;
14° hauteur équivalente de l'antenne : la hauteur du centre de l'antenne au-dessus du niveau moyen du sol dans un rayon de trois à quinze kilomètres autour de la station de radiodiffusion privée;
15° rayonnements non essentiels : tous les rayonnements sur des fréquences situées en dehors de la largeur de bande nécessaire, qui s'élève à 200 kHz, et dont le niveau peut être réduit sans affecter la qualité de l'information sonore, en ce compris les harmoniques, les rayonnements parasites, les produits d'intermodulation et les résidus de modulation;
16° zone critique d'un système ILS : une zone triangulaire de 42 km2, qui s'étend à 18 km du site d'un localisateur ILS (Instrument Landing System = système d'atterrissage aux instruments), en formant un angle de 7,5° de part et d'autre de l'axe de la piste d'atterrissage d'un aéroport;
17° zone de service : la zone à l'intérieur de laquelle les émissions d'une station de radiodiffusion privée doivent en théorie pouvoir être captées conformément aux normes de protection prévues à l'article 3, cette zone étant délimitée par la portée nominale de cette station;
18° portée nominale : la distance théorique, comptée à partir de l'antenne d'émission de la station de radiodiffusion privée, au-delà de laquelle la protection des émissions de la station vis-à-vis du bruit et des brouillages peut être inférieure aux normes de protection prévues à l'article 3, cette distance ne pouvant être garantie sur le terrain;
19° indicatif d'appel : le nom sous lequel la station de radiodiffusion privée annonce ses émissions;
20° Régie : la Régie des Télégraphes et des Téléphones;
21° Ministre : (le Ministre ou le Secrétaire d'Etat qui est cométent pour les matières qui concernent les télécommunications) <AR 1994-03-15/30, art. 2, 002; En vigueur : 15-04-1994>
HOOFDSTUK II. - Coördinatie van de frequenties.
CHAPITRE II. - Coordination des fréquences.
Art. 2. Een Gemeenschap die een nieuw frequentieplan wenst op te stellen of een wijziging wenst aan te brengen in haar plan, dient de coördinatie-aanvraag in bij de Regie die, naargelang het geval, overgaat tot de coördinatie met :
de andere Gemeenschappen;
de Regie der Luchtwegen;
de buitenlandse administraties.
Onder wijziging van het frequentieplan verstaat men :
een nieuwe frequentietoewijzing;
een verhoging van het uitgestraald vermogen en/of van de equivalente antennehoogte van een bestaande toewijzing;
een verplaatsing van een bestaand radio-omroepstation.
Het coördinatieverzoek bevat minstens de technische karakteristieken vermeld in bijlage 1.
De geraadpleegde Belgische organismen dienen hun akkoord of hun eventuele bezwaren behoorlijk gemotiveerd aan de Regie mede te delen binnen een maximale termijn van twee maanden. Bij gebrek aan antwoord binnen deze termijn, worden ze verondersteld hun akkoord te betuigen.
De coördinatie met de buitenlandse administraties gebeurt overeenkomstig het Akkoord van Genève, 1984.
Art. 2. Une Communauté qui se propose d'élaborer un plan de fréquences ou d'apporter une modification à son plan de fréquences introduit la demande de coordination auprès de la Régie, qui, selon le cas, procède à cette coordination avec :
les autres Communautés;
la Régie des Voies aériennes;
les administrations étrangères.
Par modification du plan de fréquences, on entend :
une nouvelle assignation de fréquence;
une augmentation de la puissance rayonnée et/ou de la hauteur équivalente de l'antenne d'une assignation existante;
un déplacement d'une station de radiodiffusion existante.
La demande de coordination comporte au moins les caractéristiques techniques mentionnées à l'annexe 1.
Les organismes belges consultés doivent faire connaître à la Régie leur accord ou leurs objections éventuelles dûment motivées, dans un délai maximum de deux mois. A défaut de réponse dans ce délai, ils sont présumés avoir marqué leur accord.
La coordination avec les administrations étrangères est effectuée conformément à l'Accord de Genève, 1984.
HOOFDSTUK III. - Algemene technische normen.
CHAPITRE III. - Normes techniques générales.
Art. 3. § 1. De technische basis, gebruikt voor de frequentiecoördinatie tussen de radio-omroepstations, is vastgesteld door de aanbevelingen 370 en 412 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen.
§ 2. De technische bepalingen van het Akkoord van Genève 1984 zijn van toepassing op de uitzendingen van de Belgische radio-omroepstations.
Door elk van de Gemeenschappen of door middel van door deze onderling gesloten samenwerkingsakkoorden kan daarvan alleen worden afgeweken indien de radio-omroepstations minimaal beschermd worden :
overeenkomstig de waarden van de beschermverhoudingen voor monofonie, voorzien in aanbeveling 412, deze waarden worden met 10 dB verminderd;
tegen storingen veroorzaakt door radio-omroepstations waarvan het frequentieverschil tussen de nuttige draaggolf en de storende frequentie kleiner of gelijk is aan 200 kHz; storingen veroorzaakt door radio-omroepstations waarvan de frequentie-afstand meer dan 200 kHz bedraagt worden verwaarloosd;
voor een gemiddelde waarde van de te beschermen veldsterkte van 60 dBuV/m;
tegen constante storingen met uitsluiting van troposferische storingen.
§ 3. De verenigbaarheid tussen radio-omroepstations en stations van de luchtvaart-radionavigatiedienst wordt vastgesteld op basis van internationaal aanvaarde berekeningsmethodes.
Een radio-omroepstation mag zich niet in de kritische zone van een ILS-systeem van de radionavigatiedienst bevinden.
Art. 3. § 1. La base technique utilisée pour la coordination des fréquences entre les stations de radiodiffusion est constituée par les recommandations 370 et 412 du Comité consultatif international des Radiocommunications.
§ 2. Les dispositions techniques de l'Accord de Genève 1984 sont applicables aux émissions des stations de radiodiffusion belges.
Il ne peut y être dérogé par chacune des Communautés ou par des accords de coopération conclus entre elles qu'à la condition que les stations de radiodiffusion soient protégées au moins :
conformément aux valeurs des rapports de protection pour la monophonie, prévues dans la recommandation 412, ces valeurs sont réduites de 10 dB;
contre des brouillages causés par des stations de radiodiffusion dont l'écart de fréquence entre la porteuse utile et la fréquence perturbatrice est inférieur ou égal à 200 kHz; les brouillages causés par des stations de radiodiffusion dont l'écart de fréquence dépasse 200 kHz sont négligés;
pour une valeur moyenne de l'intensité de champ à protéger de 60 dBuV/m;
contre des brouillages constants, à l'exclusion des perturbations troposphériques.
§ 3. La compatibilité entre les stations de radiodiffusion et les stations du service de radionavigation aéronautique est déterminée sur la base des méthodes de calcul admises sur le plan international.
Une station de radiodiffusion ne peut se situer dans une zone critique d'un système " ILS " du service de radionavigation.
Art. 4. Alle toegewezen frequenties dienen een veelvoud te zijn van 100 kHz en begrepen te zijn tussen 87,6 MHZ en 107,9 MHz.
Art. 4. Toutes les fréquences assignées doivent être des multiples de 100 kHz et comprises entre 87,6 MHz et 107,9 MHz.
HOOFDSTUK IV. - Indienststellingen, wijzigingen, storingen.
CHAPITRE IV. - Mises en service, changements, perturbations.
Art. 5. Een privaat radio-omroepstation, waarvoor geen vergunning werd verleend, mag niet in dienst gesteld worden.
Art. 5. Une station de radiodiffusion privée, pour laquelle il n'a pas été délivré d'autorisation, ne peut être mise en service.
Art. 6. Vooraleer een radio-omroepstation in dienst wordt gesteld, dient de verwachte datum van indienststelling door de Executieve aan de Regie te worden medegedeeld. Deze inlichting dient vergezeld te zijn van een afschrift van de vergunning, alsmede van de in bijlage 2 bedoelde inlichtingen.
Wanneer een vergunning wordt geschorst of ingetrokken, geeft de Executieve ervan onmiddellijk kennis aan de Regie.
Art. 6. La date prévue pour la mise en service d'une station de radiodiffusion doit être communiquée au préalable à la Régie par l'Exécutif. Ce renseignement doit être accompagné d'une copie de l'autorisation et des informations prévues à l'annexe 2.
Lorsqu'une autorisation est suspendue ou retirée, la Régie en est immédiatement informée par l'Exécutif.
Art. 7. De Minister of zijn gemachtigde mag het gebruik van een frequentie verbieden of aan bepaalde beperkingen onderwerpen, teneinde de beschermingsnormen, voorzien in artikel 3, te waarborgen.
De Executieve wordt hiervan door de Regie op de hoogte gebracht.
Art. 7. Le Ministre ou son délégué peut interdire ou soumettre l'utilisation d'une fréquence à certaines restrictions afin de garantir les normes de protection prévues à l'article 3.
L'Exécutif en est informé par la Régie.
Art. 8. Wanneer de houder van een vergunning om redenen van openbaar belang een technische wijziging van zijn privaat radio-omroepstation wordt opgelegd, richt hij zijn aanvraag om schadeloosstelling schriftelijk aan de minister, die er uitspraak over doet na het gemotiveerde advies van de Regie te hebben ingewonnen.
De schadeloosstelling wordt enkel toegestaan ten belope van de reële kosten inherent aan de opgelegde wijziging.
Zij wordt nooit verleend wanneer de wijziging uitsluitend voortvloeit uit :
een beslissing van de Executieve;
de toepassing van een internationaal verdrag, gesloten na de datum van de indienststelling van het radio-omroepstation;
de verplichtingen ontstaan uit de toepassing van de artikelen 3 en 7 van dit besluit;
de noodzaak een storing op te heffen.
Art. 8. Lorsqu'une modification technique de sa station de radiodiffusion privée lui est imposée pour des raisons d'intérêt public, le titulaire d'une autorisation adresse, par écrit, sa demande d'indemnisation au ministre qui se prononce sur celle-ci après avoir recueilli l'avis motivé de la Régie.
L'indemnisation n'est consentie que pour les frais réels inhérents au changement imposé.
Elle n'est jamais accordée lorsque ce changement résulte exclusivement :
d'une décision de l'Exécutif;
de l'application d'un accord international conclu postérieurement à la date de la mise en service de la station de radiodiffusion;
des contraintes résultant de l'application des articles 3 et 7 du présent arrêté;
de la nécessité de remédier à un brouillage.
HOOFDSTUK V. - Toezicht op de gelijkvormigheid en technische controle van de private radio-omroepstations.
CHAPITRE V. - Contrôle de conformité et contrôle technique des stations de radiodiffusion privées.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 11.
Art. 11.
Art. 12. Onze Minister van Posterijen, Telegrafie en Telefonie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Notre Ministre des Postes, Télégraphes et Téléphones est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. Inlichtingen te verstrekken door de Gemeenschappen aan de Regie bij het indienen van een aanvraag tot coördinatie van frequentie :
naam van de plaats waar de zendantenne is opgesteld;
toegewezen frequentie;
uurrooster;
voorziene datum van indienststelling;
wijze van uitzenden : monofonie/stereofonie;
geografische coördinaten van het station :
- lengte en breedte in graden, minuten en seconden;
hoogte vanaf de grond, ten opzichte van het zeeniveau, op de plaats van het zendstation;
hoogte van de zendantenne :
- boven de grond;
- maximale equivalente antennehoogte;
- equivalente antennehoogte in 36 verschillende richtingen;
directiviteit van de antenne :
directief/niet-directief;
10° polarisatie van de antenne;
11° effectief uitgestraald vermogen :
- totaal;
- maximale waarde van de component in horizontale polarisatie;
- maximale waarde van de component in verticale polarisatie;
- waarde van de horizontale component in 36 verschillende richtingen;
- waarde van de verticale component in 36 verschillende richtingen.
Art. N1. Annexe 1. Renseignements à fournir par les Communautés à la Régie lors de l'introduction d'une demande de coordination de fréquence :
nom de la localité où est implantée l'antenne d'émission;
fréquence assignée;
horaire d'émission;
date prévue pour la mise en service;
mode d'émission : monophonie/stéréophonie;
coordonnées géographiques de la station :
- longitude et latitude en degrés, minutes et secondes;
altitude du sol, par rapport au niveau de la mer, à l'emplacement de l'antenne d'émission;
hauteur de l'antenne d'émission :
- au-dessus du niveau du sol;
- hauteur équivalente maximale;
- hauteur équivalente dans 36 directions différentes;
directivité de l'antenne :
directive/non-directive;
10° polarisation de rayonnement de l'antenne;
11° puissance apparente rayonnée :
- totale;
- valeur maximale de la composante à polarisation horizontale;
- valeur maximale de la composante à polarisation verticale;
- valeur de la composante horizontale dans 36 directions différentes;
- valeur de la composante verticale dans 36 directions différentes;
Art. N2. Bijlage 2. Inlichtingen, gevraagd bij de indienststelling van een radio-omroepstation :
de naam en het adres van de titularis;
de roepnaam van het station;
het uurrooster;
wijze van uitzenden;
toegewezen frequentie;
de opstellingsplaats van het station;
het merk en het type van zendtoestel evenals het homologatienummer ervan;
de maximale toegelaten waarde van het effectief uitgestraald vermogen;
het maximaal toegelaten uitgangsvermogen van het zendtoestel;
10° het merk, het type, de karakteristieken van de antenne en haar hoogte boven de begane grond;
11° het type en de lengte van de kabel die het zendtoestel met de antenne verbindt;
12° de nominale reikwijdte;
13° eventueel alle andere bijzondere voorwaarden.
Elke wijziging wat de gegevens betreft, bedoeld in de punten 1, 2 en 3 moet binnen de dertig dagen aan de Regie worden medegedeeld.
Elke wijziging van de gegevens bedoeld in de punten 4° tot en met 13° moet vooraf aan de Regie worden medegedeeld.
Art. N2. Annexe 2. Informations demandées lors de la mise en service d'une station de radiodiffusion :
le nom et l'adresse du titulaire;
l'indicatif d'appel de la station;
l'horaire d'émission;
le mode d'émission;
la fréquence assignée;
le lieu d'installation de la station;
la marque et le type de l'appareil émetteur ainsi que son numéro d'homologation;
la valeur maximale autorisée de la puissance apparente rayonnée;
la puissance de sortie maximale autorisée à l'émetteur;
10° la marque, le type, les caractéristiques de l'antenne et sa hauteur par rapport au niveau du sol;
11° le type et la longueur du câble reliant l'appareil émetteur à l'antenne;
12° la portée nominale;
13° éventuellement toutes autres conditions particulières.
Tout changement quant aux éléments visés aux points 1, 2 et 3 doit être signalé dans les trente jours à la Régie.
Toute modification des éléments visés aux points 4° à 13° inclus doit être communiquée préalablement à la Régie.