1° het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de werkloosheidsreglementering behoort;
3° de Rijksdienst : de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening opgericht bij artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
4° het beheerscomité : het beheerscomité voor de Rijksdienst;
5° het advies van het beheerscomité : het advies waarvan sprake is in artikel 15 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg;
6° de directeur : de directeur van het werkloosheidsbureau of de ambtenaren die door de administrateur-generaal van de Rijksdienst zijn aangegeven;
7° volledig werkloze :
a) de werkloze die niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst;
b) de deeltijdse werknemer bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit, voor de uren waarop hij gewoonlijk niet werkt;
[5 c) de kunstwerker die de toepassing van hoofdstuk XII van het koninklijk besluit van 25 november 1991 geniet en die niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst;]5
8° tijdelijk werkloze :
a) de werkloze die door een arbeidsovereenkomst verbonden is waarvan de uitvoering tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, geschorst is;
b) de werknemer die aan een staking deelneemt, die getroffen wordt door een lock-out of wiens werkloosheid het rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg is van een staking of een lock-out;
c) de jonge werknemer die een, opleidingsprogramma volgt bedoeld in artikel 50 van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, indien de uitvoering van de leerovereenkomst tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, geschorst wordt;
9° (opgeheven)
10° (vrijwillig deeltijdse werknemer : de werknemer bedoeld in artikel 29, § 4, van het koninklijk besluit;)
11° [1 uitkering : de werkloosheidsuitkering, de inschakelingsuitkering, de overbruggingsuitkering, de PWA-inkomensgarantie-uitkering [5 de kunstwerkuitkering]5 en de andere uitkeringen bedoeld in titel II, hoofdstuk IV, afdeling III van het koninklijk besluit;]1
12° inschrijving als werkzoekende : de inschrijving als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;
(13° beroepsopleiding : de beroepsopleiding georganiseerd of gesubsidieerd door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding, alsmede de individuele beroepsopleiding in een onderneming of in een onderwijsinstelling, erkend door deze gewestelijke dienst [4 ...]4);
14° de factor " Q " : (de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur) of de normale gemiddelde wekelijkse duurtijd van de opleiding, zoals bepaald in artikel 99, 1°, van het koninklijk besluit;
15° de factor " S " : de (...) gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, zoals bepaald in artikel 99, 2°, van het koninklijk besluit.
(16° deeltijdse werknemer met behoud van rechten : de werknemer bedoeld in artikel 29, § 2 van het koninklijk besluit.)
(17° het Handvest : de wet van 11 april 1995 tot invoering van het " handvest " van de sociaal verzekerde.)
18° [5 ...]5
[3 19° onderbrekingsuitkeringen : de uitkeringen die door de Rijksdienst worden toegekend in toepassing van artikel 7, § 1, derde lid, l, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, alsmede de uitkeringen die door de bevoegde gewest- of gemeenschapsinstellingen worden toegekend in het kader van een regeling die ingevolge artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming in de plaats treedt van de regeling bedoeld in het voormelde artikel 7, § 1, derde lid, l;]3
[5 20° kunstwerker: werknemer die door de kunstwerkcommissie als dusdanig is erkend en die beschikt over een geldig kunstwerkattest;]5
[5 21° Kunstwerkcommissie: de commissie bedoeld in de wet [6 van 16 december 2022]6 tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers;]5
[5 22° individueel kunstwerkattest: het kunstwerkattest "plus" en het kunstwerkattest "starter" die door de kunstwerkcommissie afgeleverd worden;]5
[5 23° kunstwerkuitkering: de uitkering die wordt toegekend aan de werknemer bedoeld in 20° en die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in hoofdstuk XII van het koninklijk besluit.]5