Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 JANUARI 1992. - Bijlage bij het koninklijk besluit op de boekhouding, de jaarrekening en de begroting van de interbedrijfsgeneeskundige diensten.
Titre
23 JANVIER 1992. - Annexe à l'arrêté royal relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et aux budget des services médicaux interentreprises.
Documentinformatie
Numac: 1992012353
Datum: 1992-01-23
Info du document
Numac: 1992012353
Date: 1992-01-23
Inhoud
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel N. Ten einde zo dicht mogelijk bij de schema's van de bijlagen van de K.B.'s van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekeningen van de ondernemingen en van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel te blijven, werd daar waar mogelijk, de nummering en letterindeling ervan, met betrekking tot het rekeningenstelsel, balans en resultatenrekening overgenomen. Daar waar rubrieken niet of voorlopig niet gebruikt worden door de IBGD's, werden ze niet opgenomen. De nummering en letterindeling kan daardoor sprongen maken. Voor de toelichting werd evenwel een eigen doorlopende nummering voorzien.
Article N. Afin de suivre aussi étroitement que possible les schémas des annexes des A.R. du 8 octobre 1976 relatif aux comptes annuels des entreprises et du 12 septembre 1983 déterminant la teneur et la présentation d'un plan comptable minimum normalisé, le numérotage et la division par lettres en ont été repris pour le plan comptable, le bilan et le compte des résultats, là où cela était possible. Lorsque des rubriques ne sont pas ou provisoirement pas utilisées par les S.M.I., elles n'ont pas été reprises. Il en résulte que le numérotage et la division par lettres peuvent présenter des bonds. Toutefois, un numérotage continu a été utilisé pour l'annexe.
HOOFDSTUK I. - Het rekeningenstelsel.
CHAPITRE I. - Le plan comptable.
Art. 1N.
Art. 1N.
overeenstemmende post uit de
jaarrekening
BALANS
Activa Passiva
1. Eigen vermogen, voorzieningen voor
risico's en kosten en schulden op
meer dan een jaar
10. Kapitaal I.
12. Herwaarderingsmeerwaarden III.
120. Herwaarderingsmeerwaarden op
immateriele vaste activa
121. Herwaarderingsmeerwaarden op
materiele vaste activa
122. Herwaarderingsmeerwaarden op
financiele vaste activa
124. Terugneming van
waardeverminderingen op
geldbeleggingen : Enkel de
terugneming van
waardeverminderingen bedoeld
bij artikel 44 van het
koninklijk besluit van
8 oktober 1976.
13. Reserves IV.
14. Overgedragen resultaat (+ of -) V.
16. Voorzieningen voor risico's en
kosten VII.
160. Voorzieningen voor pensioenen
en soortgelijke verplichtingen VII.A.
161. Voorzieningen voor fiscale
lasten VII.B.
162. Voorzieningen voor grote
herstellingswerken en
grote onderhoudswerken VII.C.
163-169. Voorzieningen voor
overige risico's en
kosten VII.D.
17. Schulden op meer dan een jaar VIII.
171. Obligatieleningen VIII.A.2.
172. Leasingschulden en
soortgelijke VIII.A.3.
173. Kredietinstellingen VIII.A.4.
1730. Schulden op rekening
1731. Promessen
1732. Acceptkredieten
174. Overige leningen VIII.A.5.
175. Werkingsschulden van de
I.B.G.D. VIII.B.
1750. Leveranciers VIII.B.1.
1751. Te betalen wissels VIII.B.2.
176. Ontvangen vooruitbetalingen
op bestellingen VIII.C.
178. Borgtochten ontvangen in
contanten VIII.D.
179. Overige schulden VIII.D.
2. Oprichtingskosten, vaste activa en
vorderingen op meer dan 1 jaar
20. Oprichtingskosten : De
afschrijvingen op
oprichtingskosten worden geboekt
op het credit van de betrokken
rekeningen of op subrekeningen
daarvan. I.
21. Immateriele vaste activa (1) II.
22. Terreinen en gebouwen (1) III.A.
23. Installaties, machines en
uitrusting (1) III.B.
24. Meubilair en rollend materieel (1) III.C.
240-244. Meubilair
245-249. Rollend materieel
25. Vaste activa in leasing of op grond
van een soortgelijk recht (1) III.D.
250. Terreinen en gebouwen
251. Installaties, machines en
uitrusting
252. Meubilair en rollend materieel
26. Andere materiele vaste activa (1) III.E.
27. Vaste activa in aanbouw en
vooruitbetalingen (1) III.F.
28. Financiele vaste activa IV.
284. Deelnemingen en aandelen IV.C.1.
2840. Aanschaffingswaarde
2841. Nog te storten
bedragen (-)
2848. Geboekte meerwaarden
2849. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
285. Vorderingen IV.C.2.
2850. Vorderingen op rekening
2851. Te innen wissels
2852. Vastrentende effecten
2857. Dubieuze debiteuren
2859. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
288. Borgtochten betaald in
contanten IV.C.2.
29. Vorderingen op meer dan een jaar V.
290. Vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten V.A.
2900. Leden-debiteuren
2901. Te innen wissels
2902. Andere debiteuren
2906. Vooruitbetalingen
2907. Dubieuze debiteuren
2909. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
291. Overige vorderingen V.B.
3. Voorraden VI.
4. Vorderingen en schulden op ten
hoogste een jaar :
- De vorderingen op meer dan een jaar
of het gedeelte van de vorderingen
dat vervalt binnen het jaar moeten
op deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar.
- De schulden op meer dan een jaar of
het gedeelte van de schulden dat
vervalt binnen het jaar moeten op
deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar. VII.
400. Vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten VII.A. IX.C. (2)
401. Wissels getrokken ter
vertegenwoordiging van
arbeidsgeneeskundige
activiteiten VII.A.
404. Te innen opbrengsten VII.A.
406. Vooruitbetalingen VII.A.
407. Dubieuze debiteuren VII.A.
408. Leveranciers : Leveranciers
met debetsaldo. VII.A.
409. Geboekte
waardeverminderingen (-) VII.A.
41. Overige vorderingen : De
vorderingen op meer dan een jaar
of het gedeelte van de vorderingen
dat vervalt binnen het jaar moeten
op deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar. VII.B.
411. Terug te vorderen B.T.W.
412. Terug te vorderen belastingen
en voorheffingen
4120 tot 4124. Belgische
winstbelastingen
4125 tot 4127. Andere
Belgische
belastingen
en taksen
4128. Buitenlandse belastingen
en taksen
414. Te innen opbrengsten
416. Diverse vorderingen
417. Dubieuze debiteuren
418. Borgtochten betaald in
contanten
419. Geboekte
waardeverminderingen (-)
42. Schulden op meer dan een jaar die
binnen het jaar vervallen : De
schulden op meer dan een jaar of
het gedeelte van de schulden dat
vervalt binnen het jaar moeten op
deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van
het boekjaar. IX.A.
(zelfde onderverdeling als
rekening 17)
43. Financiele schulden IX.B.
430. Kredietinstellingen - Leningen
op rekeningen met vaste termijn IX.B.
433. Kredietinstellingen - Schulden
in rekeningcourant : Deze
rekening wordt normaal enkel
aan het einde van het
boekjaar gebruikt. De
tegenboeking wordt verricht
bij het begin van de volgende
periode. IX.B.
439. Overige leningen IX.B.
44. Schulden met betrekking tot de
gewone werking van de I.B.G.D. IX.C.
440. Leveranciers VII.A. (3) IX.C.
441. Te betalen wissels IX.C.
444. Te ontvangen facturen : De
ontvangen facturen mogen
eveneens worden geboekt als
uitsplitsing van rekening
" 440. Leveranciers " of
gevoegd worden bij de
leveranciersrekeningen. IX.C.
45. Schulden met betrekking tot
belastingen, bezoldigingen en
sociale lasten
450. Geraamd bedrag der
belastingschulden IX.E.
451. Te betalen B.T.W. IX.E.
452. Te betalen belastingen en
taksen IX.E.
453. Ingehouden voorheffing IX.E.
454. Rijksdienst voor
Sociale Zekerheid IX.E.
455. Bezoldigingen IX.E.
456. Vakantiegeld IX.E.
457. Wetsverzekering IX.E.
458. Groepsverzekering en
invaliditeitsverzekering
(extra legaal) IX.E.
459. Andere sociale en
financiele schulden IX.E.
46. Ontvangen vooruitbetalingen op
bestellingen IX.D.
48. Diverse schulden IX.F.
49. Regularisatie- en wachtrekeningen
490. Over te dragen kosten X.
491. Verkregen opbrengsten X.
492. Toe te rekenen kosten X.
493. Over te dragen opbrengsten X.
499. Wachtrekeningen
5. Geldbeleggingen in liquide middelen VIII.
51. Aandelen VIII.B.
510. Aanschaffingswaarde
511. Niet opgevraagde bedragen (-)
519. Geboekte
waardeverminderingen (-)
52. Vastrentende effecten VIII.B.
520. Aanschaffingswaarde
529. Geboekte
waardeverminderingen (-)
53. Termijndeposito's VIII.B.
530. Op meer dan een jaar
531. Op meer dan een maand en op
ten hoogste een jaar
532. Op ten hoogste een maand
539. Geboekte
waardeverminderingen (-)
54. Te incasseren vervallen waarden :
De vervallen waarden die aan een
kredietinstelling ter incasso
werden overgemaakt mogen eveneens
worden geboekt op rekening
" 55. Kredietinstellingen". IX.
55. Kredietinstellingen -
Bankrekeningen : Als het saldo van
een rekening courant aan het eind
van een boekjaar in het voordeel
is van de kredietinstelling, dan
wordt dit saldo normaal op die
datum overgeboekt op rekening
" 433. Kredietinstellingen -
Schulden in rekening-courant ".
De tegenboeking wordt verricht bij
het begin van de volgende periode. IX.
550 tot 559. Rekeningen geopend bij
verschillende
instellingen, onder
te verdelen in :
...0. Rekening-courant
...1. Uitgeschreven
cheques (-) : De
overschrijvings-
orders mogen
eveneens op deze
rekening worden
geboekt.
...9. Geboekte
waarde
verminderingen (-)
56. Postcheque dienst IX.
560. Rekening-courant
561. Uitgeschreven cheques (-) :
De overschrijvingsorders
mogen eveneens op deze
rekening worden geboekt.
57. Kassen IX.
58. Interne overboekingen
overeenstemmende post uit de
jaarrekening
Resultatenrekening
Kosten Opbrengsten
6. Kosten
60. Grond- en hulpstoffen II.A.
61. Diensten en diverse goederen II.B.
62. Bezoldigingen, sociale lasten en
pensioenen II.C.
620. Bezoldigingen van het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
en rechtstreekse sociale
voordelen II.C.1.
6200. Directiepersoneel
6201. Bedienden - dokters
6202. Bedienden -
verpleegkundigen
6203. Bedienden -
administratief
personeel
6204. Bedienden - andere
6205. Arbeiders
6206. Andere personeelsleden
621. Werkgeversbijdragen voor
wettelijke sociale
verzekeringen voor het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
622. Werkgeversbijdragen voor
buitenwettelijke verzekeringen
voor het in de R.S.Z.
ingeschreven personeel
623. Andere personeelskosten voor
het in de R.S.Z. ingeschreven
personeel
624. Pensioenen voor het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
626. Bezoldigingen en andere
rechtstreekse vergoedingen
voor niet in de R.S.Z.
ingeschreven personen II.C.2.
6260. Beheerders, leden van
Par. Comite,
commissarissen,
revisoren
6261. Directiepersoneel
6262. Dokters
- paramedici
- administratief
personeel
- anderen
6264. Andere personeelsleden
of medewerkers
627. Werkgeversbijdragen voor
wettelijke verzekeringen
voor niet in de R.S.Z.
ingeschreven personen
Voorbeeld : Ongevallen-
verzekering van
niet in de R.S.Z.
ingeschreven
personeel
628. Werkgeversbijdragen voor
buiten wettelijke
verzekeringen voor niet in
de R.S.Z. ingeschreven
personen
63. Afschrijvingen,
waardeverminderingen en
voorzieningen voor risico's
en kosten
630. Afschrijvingen en
waardeverminderingen op
vaste activa (- toevoeging) II.D.
6300. Afschrijvingen op
oprichtingskosten
6301. Afschrijvingen op
immateriele vaste activa
6302. Afschrijvingen op
materiele vaste activa
6308. Waardeverminderingen op
immateriele vaste activa
6309. Waardeverminderingen op
materiele vaste activa
633. Waardeverminderingen op
vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten op meer dan
een jaar II.E.
6330. Toevoeging
6331. Terugneming (-)
634. Waardeverminderingen op
vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten op ten
hoogste een jaar II.E.
6340. Toevoeging
6341. Terugneming (-)
635. Voorzieningen voor
pensioenen en sociale
verplichtingen II.F.
6350. Toevoeging
6351. Terugneming en
besteding (-)
636. Voorzieningen voor grote
herstellingswerken en grote
onderhoudswerken II.F.
6360. Toevoeging
6361. Besteding en
terugneming (-)
637. Voorzieningen voor andere
risico's en kosten II.F.
6370. Toevoeging
6371. Besteding en
terugneming (-)
64. Andere kosten met betrekking tot de
werking van de I.B.G.D. II.G.
640 tot 644. Diverse kosten met
betrekking tot de
gewone werking van de
I.B.G.D. II.G.2.
645. Kosten met betrekking tot
bijzondere studies,
wetenschappelijk onderzoek,
uitzonderlijke dienstverlening II.G.1.
646-648. Andere kosten II.G.2.
649. Als herstructureringskosten
geactiveerde kosten (-)
65. Financiele kosten V.
650. Kosten van schulden V.A.
6500. Rente, commissies en
kosten verbonden aan
schulden
6501. Afschrijving van kosten
bij uitgifte van
leningen
en van disagio
6502. Andere kosten van
schulden
6503. Geactiveerde
intercalaire
intresten (-)
651. Waardeverminderingen op
vlottende activa :
Vorderingen, andere dan
handelsvorderingen,
geldbeleggingen,
liquide middelen. V.B.
6510. Toevoeging
6511. Terugneming
652. Minderwaarden op de
realisatie van vlottende
activa : Vorderingen,
andere dan handelsvorderingen,
geldbeleggingen, liquide
middelen. V.C.
655. Roerende voorheffing V.C.
656 tot 659. Diverse financiele
kosten V.C.
66. Uitzonderlijke kosten VIII.
660. Uitzonderlijke afschrijvingen
en waardeverminderingen
(toevoeging) VIII.A.
6600. op oprichtingskosten
6601. op immateriele vaste
activa
6602. op materiele vaste
activa
661. Waardeverminderingen op
financiele vaste activa
(toevoeging) VIII.B.
662. Voorzieningen voor
uitzonderlijke risico's
en kosten (toevoeging) VIII.C.
663. Minderwaarden op de
realisatie van vaste activa VIII.D.
664 tot 668. Andere uitzonderlijke
kosten VIII.E.
669. Uitzonderlijke kosten als
herstructureringskosten
opgenomen onder de activa (-)
67. Andere belastingen X.A.
69. Toevoeging aan de reserves
7. Opbrengsten
70. Opbrengsten uit
arbeidsgeneeskundige activiteiten I.A.
700. Opbrengsten m.b.t. de
retributies voorzien door
art. 120bis, # 1 en # 1, A,
A.R.A.B. I.A.1.
701. Opbrengsten van activiteiten
die per prestatie aangerekend
worden voorzien door
art. 120bis, # 1, B, A.R.A.B. I.A.2.
702. Overige opbrengsten uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten I.A.3.
74. Andere werkingsopbrengsten I.D.
75. Financiele opbrengsten IV.
750. Opbrengsten uit financiele
vaste activa IV.A.
751. Opbrengsten uit vlottende
activa IV.B.
752. Meerwaarden op de realisatie
van vlottende activa IV.C.
756 tot 759. Andere financiele
opbrengsten IV.C.
76. Uitzonderlijke opbrengsten VII.
760. Terugneming van
afschrijvingen en
waardeverminderingen VII.A.
7600. Op immateriele vaste
activa
7601. Op materiele vaste activa
761. Terugneming van
waardevermindering op
financiele vaste activa VII.B.
762. Terugneming van voorzieningen
voor uitzonderlijke risico's
en kosten VII.C.
763. Meerwaarden op de realisatie
van vaste activa VII.D.
764 tot 769. Andere uitzonderlijke
opbrengsten VII.E.
79. Resultaatverwerking
(1) Bij deze rekening of bij de onderverdelingen ervan in het
rekeningenstelsel van de I.B.G.D. horen de volgende subrekeningen :
1° aanschaffingswaarde;
2° geboekte meerwaarde;
3° geboekte afschrijvingen of waardeverminderingen, met
respectievelijk 0,8 en 9 als laatste cijfer van het nummer van de
subrekening.
De I.B.G.D.'s mogen evenwel de geboekte meerwaarden, afschrijvingen en
waardeverminderingen groeperen in rekeningen met respectievelijk als
nummer 218 en 219, 228 en 229, 238 en 239, 248 en 249, 258 en 259,
268 en 269, 278 en 279. In dat geval moeten in die rekeningen de soorten
van activa waarop de meerwaarden, afschrijvingen, waardeverminderingen
betrekking hebben afzonderlijk worden vermeld volgens de onderscheidingen
bepaald in het rekeningenstelsel van de I.B.G.D.
Wat betreft de immateriele vaste activa is het 2° hierboven slechts van
toepassing voor de meerwaarden geboekt voor het boekjaar dat ingaat
na 31 december 1990.
(2) Klantenrekeningen met credit-saldo.
(3) Leveranciers met een debetsaldo.
jaarrekening
BALANS
Activa Passiva
1. Eigen vermogen, voorzieningen voor
risico's en kosten en schulden op
meer dan een jaar
10. Kapitaal I.
12. Herwaarderingsmeerwaarden III.
120. Herwaarderingsmeerwaarden op
immateriele vaste activa
121. Herwaarderingsmeerwaarden op
materiele vaste activa
122. Herwaarderingsmeerwaarden op
financiele vaste activa
124. Terugneming van
waardeverminderingen op
geldbeleggingen : Enkel de
terugneming van
waardeverminderingen bedoeld
bij artikel 44 van het
koninklijk besluit van
8 oktober 1976.
13. Reserves IV.
14. Overgedragen resultaat (+ of -) V.
16. Voorzieningen voor risico's en
kosten VII.
160. Voorzieningen voor pensioenen
en soortgelijke verplichtingen VII.A.
161. Voorzieningen voor fiscale
lasten VII.B.
162. Voorzieningen voor grote
herstellingswerken en
grote onderhoudswerken VII.C.
163-169. Voorzieningen voor
overige risico's en
kosten VII.D.
17. Schulden op meer dan een jaar VIII.
171. Obligatieleningen VIII.A.2.
172. Leasingschulden en
soortgelijke VIII.A.3.
173. Kredietinstellingen VIII.A.4.
1730. Schulden op rekening
1731. Promessen
1732. Acceptkredieten
174. Overige leningen VIII.A.5.
175. Werkingsschulden van de
I.B.G.D. VIII.B.
1750. Leveranciers VIII.B.1.
1751. Te betalen wissels VIII.B.2.
176. Ontvangen vooruitbetalingen
op bestellingen VIII.C.
178. Borgtochten ontvangen in
contanten VIII.D.
179. Overige schulden VIII.D.
2. Oprichtingskosten, vaste activa en
vorderingen op meer dan 1 jaar
20. Oprichtingskosten : De
afschrijvingen op
oprichtingskosten worden geboekt
op het credit van de betrokken
rekeningen of op subrekeningen
daarvan. I.
21. Immateriele vaste activa (1) II.
22. Terreinen en gebouwen (1) III.A.
23. Installaties, machines en
uitrusting (1) III.B.
24. Meubilair en rollend materieel (1) III.C.
240-244. Meubilair
245-249. Rollend materieel
25. Vaste activa in leasing of op grond
van een soortgelijk recht (1) III.D.
250. Terreinen en gebouwen
251. Installaties, machines en
uitrusting
252. Meubilair en rollend materieel
26. Andere materiele vaste activa (1) III.E.
27. Vaste activa in aanbouw en
vooruitbetalingen (1) III.F.
28. Financiele vaste activa IV.
284. Deelnemingen en aandelen IV.C.1.
2840. Aanschaffingswaarde
2841. Nog te storten
bedragen (-)
2848. Geboekte meerwaarden
2849. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
285. Vorderingen IV.C.2.
2850. Vorderingen op rekening
2851. Te innen wissels
2852. Vastrentende effecten
2857. Dubieuze debiteuren
2859. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
288. Borgtochten betaald in
contanten IV.C.2.
29. Vorderingen op meer dan een jaar V.
290. Vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten V.A.
2900. Leden-debiteuren
2901. Te innen wissels
2902. Andere debiteuren
2906. Vooruitbetalingen
2907. Dubieuze debiteuren
2909. Geboekte
waardeverminderingen
(-)
291. Overige vorderingen V.B.
3. Voorraden VI.
4. Vorderingen en schulden op ten
hoogste een jaar :
- De vorderingen op meer dan een jaar
of het gedeelte van de vorderingen
dat vervalt binnen het jaar moeten
op deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar.
- De schulden op meer dan een jaar of
het gedeelte van de schulden dat
vervalt binnen het jaar moeten op
deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar. VII.
400. Vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten VII.A. IX.C. (2)
401. Wissels getrokken ter
vertegenwoordiging van
arbeidsgeneeskundige
activiteiten VII.A.
404. Te innen opbrengsten VII.A.
406. Vooruitbetalingen VII.A.
407. Dubieuze debiteuren VII.A.
408. Leveranciers : Leveranciers
met debetsaldo. VII.A.
409. Geboekte
waardeverminderingen (-) VII.A.
41. Overige vorderingen : De
vorderingen op meer dan een jaar
of het gedeelte van de vorderingen
dat vervalt binnen het jaar moeten
op deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van het
boekjaar. VII.B.
411. Terug te vorderen B.T.W.
412. Terug te vorderen belastingen
en voorheffingen
4120 tot 4124. Belgische
winstbelastingen
4125 tot 4127. Andere
Belgische
belastingen
en taksen
4128. Buitenlandse belastingen
en taksen
414. Te innen opbrengsten
416. Diverse vorderingen
417. Dubieuze debiteuren
418. Borgtochten betaald in
contanten
419. Geboekte
waardeverminderingen (-)
42. Schulden op meer dan een jaar die
binnen het jaar vervallen : De
schulden op meer dan een jaar of
het gedeelte van de schulden dat
vervalt binnen het jaar moeten op
deze rekeningen slechts worden
overgebracht aan het einde van
het boekjaar. IX.A.
(zelfde onderverdeling als
rekening 17)
43. Financiele schulden IX.B.
430. Kredietinstellingen - Leningen
op rekeningen met vaste termijn IX.B.
433. Kredietinstellingen - Schulden
in rekeningcourant : Deze
rekening wordt normaal enkel
aan het einde van het
boekjaar gebruikt. De
tegenboeking wordt verricht
bij het begin van de volgende
periode. IX.B.
439. Overige leningen IX.B.
44. Schulden met betrekking tot de
gewone werking van de I.B.G.D. IX.C.
440. Leveranciers VII.A. (3) IX.C.
441. Te betalen wissels IX.C.
444. Te ontvangen facturen : De
ontvangen facturen mogen
eveneens worden geboekt als
uitsplitsing van rekening
" 440. Leveranciers " of
gevoegd worden bij de
leveranciersrekeningen. IX.C.
45. Schulden met betrekking tot
belastingen, bezoldigingen en
sociale lasten
450. Geraamd bedrag der
belastingschulden IX.E.
451. Te betalen B.T.W. IX.E.
452. Te betalen belastingen en
taksen IX.E.
453. Ingehouden voorheffing IX.E.
454. Rijksdienst voor
Sociale Zekerheid IX.E.
455. Bezoldigingen IX.E.
456. Vakantiegeld IX.E.
457. Wetsverzekering IX.E.
458. Groepsverzekering en
invaliditeitsverzekering
(extra legaal) IX.E.
459. Andere sociale en
financiele schulden IX.E.
46. Ontvangen vooruitbetalingen op
bestellingen IX.D.
48. Diverse schulden IX.F.
49. Regularisatie- en wachtrekeningen
490. Over te dragen kosten X.
491. Verkregen opbrengsten X.
492. Toe te rekenen kosten X.
493. Over te dragen opbrengsten X.
499. Wachtrekeningen
5. Geldbeleggingen in liquide middelen VIII.
51. Aandelen VIII.B.
510. Aanschaffingswaarde
511. Niet opgevraagde bedragen (-)
519. Geboekte
waardeverminderingen (-)
52. Vastrentende effecten VIII.B.
520. Aanschaffingswaarde
529. Geboekte
waardeverminderingen (-)
53. Termijndeposito's VIII.B.
530. Op meer dan een jaar
531. Op meer dan een maand en op
ten hoogste een jaar
532. Op ten hoogste een maand
539. Geboekte
waardeverminderingen (-)
54. Te incasseren vervallen waarden :
De vervallen waarden die aan een
kredietinstelling ter incasso
werden overgemaakt mogen eveneens
worden geboekt op rekening
" 55. Kredietinstellingen". IX.
55. Kredietinstellingen -
Bankrekeningen : Als het saldo van
een rekening courant aan het eind
van een boekjaar in het voordeel
is van de kredietinstelling, dan
wordt dit saldo normaal op die
datum overgeboekt op rekening
" 433. Kredietinstellingen -
Schulden in rekening-courant ".
De tegenboeking wordt verricht bij
het begin van de volgende periode. IX.
550 tot 559. Rekeningen geopend bij
verschillende
instellingen, onder
te verdelen in :
...0. Rekening-courant
...1. Uitgeschreven
cheques (-) : De
overschrijvings-
orders mogen
eveneens op deze
rekening worden
geboekt.
...9. Geboekte
waarde
verminderingen (-)
56. Postcheque dienst IX.
560. Rekening-courant
561. Uitgeschreven cheques (-) :
De overschrijvingsorders
mogen eveneens op deze
rekening worden geboekt.
57. Kassen IX.
58. Interne overboekingen
overeenstemmende post uit de
jaarrekening
Resultatenrekening
Kosten Opbrengsten
6. Kosten
60. Grond- en hulpstoffen II.A.
61. Diensten en diverse goederen II.B.
62. Bezoldigingen, sociale lasten en
pensioenen II.C.
620. Bezoldigingen van het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
en rechtstreekse sociale
voordelen II.C.1.
6200. Directiepersoneel
6201. Bedienden - dokters
6202. Bedienden -
verpleegkundigen
6203. Bedienden -
administratief
personeel
6204. Bedienden - andere
6205. Arbeiders
6206. Andere personeelsleden
621. Werkgeversbijdragen voor
wettelijke sociale
verzekeringen voor het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
622. Werkgeversbijdragen voor
buitenwettelijke verzekeringen
voor het in de R.S.Z.
ingeschreven personeel
623. Andere personeelskosten voor
het in de R.S.Z. ingeschreven
personeel
624. Pensioenen voor het in de
R.S.Z. ingeschreven personeel
626. Bezoldigingen en andere
rechtstreekse vergoedingen
voor niet in de R.S.Z.
ingeschreven personen II.C.2.
6260. Beheerders, leden van
Par. Comite,
commissarissen,
revisoren
6261. Directiepersoneel
6262. Dokters
- paramedici
- administratief
personeel
- anderen
6264. Andere personeelsleden
of medewerkers
627. Werkgeversbijdragen voor
wettelijke verzekeringen
voor niet in de R.S.Z.
ingeschreven personen
Voorbeeld : Ongevallen-
verzekering van
niet in de R.S.Z.
ingeschreven
personeel
628. Werkgeversbijdragen voor
buiten wettelijke
verzekeringen voor niet in
de R.S.Z. ingeschreven
personen
63. Afschrijvingen,
waardeverminderingen en
voorzieningen voor risico's
en kosten
630. Afschrijvingen en
waardeverminderingen op
vaste activa (- toevoeging) II.D.
6300. Afschrijvingen op
oprichtingskosten
6301. Afschrijvingen op
immateriele vaste activa
6302. Afschrijvingen op
materiele vaste activa
6308. Waardeverminderingen op
immateriele vaste activa
6309. Waardeverminderingen op
materiele vaste activa
633. Waardeverminderingen op
vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten op meer dan
een jaar II.E.
6330. Toevoeging
6331. Terugneming (-)
634. Waardeverminderingen op
vorderingen uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten op ten
hoogste een jaar II.E.
6340. Toevoeging
6341. Terugneming (-)
635. Voorzieningen voor
pensioenen en sociale
verplichtingen II.F.
6350. Toevoeging
6351. Terugneming en
besteding (-)
636. Voorzieningen voor grote
herstellingswerken en grote
onderhoudswerken II.F.
6360. Toevoeging
6361. Besteding en
terugneming (-)
637. Voorzieningen voor andere
risico's en kosten II.F.
6370. Toevoeging
6371. Besteding en
terugneming (-)
64. Andere kosten met betrekking tot de
werking van de I.B.G.D. II.G.
640 tot 644. Diverse kosten met
betrekking tot de
gewone werking van de
I.B.G.D. II.G.2.
645. Kosten met betrekking tot
bijzondere studies,
wetenschappelijk onderzoek,
uitzonderlijke dienstverlening II.G.1.
646-648. Andere kosten II.G.2.
649. Als herstructureringskosten
geactiveerde kosten (-)
65. Financiele kosten V.
650. Kosten van schulden V.A.
6500. Rente, commissies en
kosten verbonden aan
schulden
6501. Afschrijving van kosten
bij uitgifte van
leningen
en van disagio
6502. Andere kosten van
schulden
6503. Geactiveerde
intercalaire
intresten (-)
651. Waardeverminderingen op
vlottende activa :
Vorderingen, andere dan
handelsvorderingen,
geldbeleggingen,
liquide middelen. V.B.
6510. Toevoeging
6511. Terugneming
652. Minderwaarden op de
realisatie van vlottende
activa : Vorderingen,
andere dan handelsvorderingen,
geldbeleggingen, liquide
middelen. V.C.
655. Roerende voorheffing V.C.
656 tot 659. Diverse financiele
kosten V.C.
66. Uitzonderlijke kosten VIII.
660. Uitzonderlijke afschrijvingen
en waardeverminderingen
(toevoeging) VIII.A.
6600. op oprichtingskosten
6601. op immateriele vaste
activa
6602. op materiele vaste
activa
661. Waardeverminderingen op
financiele vaste activa
(toevoeging) VIII.B.
662. Voorzieningen voor
uitzonderlijke risico's
en kosten (toevoeging) VIII.C.
663. Minderwaarden op de
realisatie van vaste activa VIII.D.
664 tot 668. Andere uitzonderlijke
kosten VIII.E.
669. Uitzonderlijke kosten als
herstructureringskosten
opgenomen onder de activa (-)
67. Andere belastingen X.A.
69. Toevoeging aan de reserves
7. Opbrengsten
70. Opbrengsten uit
arbeidsgeneeskundige activiteiten I.A.
700. Opbrengsten m.b.t. de
retributies voorzien door
art. 120bis, # 1 en # 1, A,
A.R.A.B. I.A.1.
701. Opbrengsten van activiteiten
die per prestatie aangerekend
worden voorzien door
art. 120bis, # 1, B, A.R.A.B. I.A.2.
702. Overige opbrengsten uit
arbeidsgeneeskundige
activiteiten I.A.3.
74. Andere werkingsopbrengsten I.D.
75. Financiele opbrengsten IV.
750. Opbrengsten uit financiele
vaste activa IV.A.
751. Opbrengsten uit vlottende
activa IV.B.
752. Meerwaarden op de realisatie
van vlottende activa IV.C.
756 tot 759. Andere financiele
opbrengsten IV.C.
76. Uitzonderlijke opbrengsten VII.
760. Terugneming van
afschrijvingen en
waardeverminderingen VII.A.
7600. Op immateriele vaste
activa
7601. Op materiele vaste activa
761. Terugneming van
waardevermindering op
financiele vaste activa VII.B.
762. Terugneming van voorzieningen
voor uitzonderlijke risico's
en kosten VII.C.
763. Meerwaarden op de realisatie
van vaste activa VII.D.
764 tot 769. Andere uitzonderlijke
opbrengsten VII.E.
79. Resultaatverwerking
(1) Bij deze rekening of bij de onderverdelingen ervan in het
rekeningenstelsel van de I.B.G.D. horen de volgende subrekeningen :
1° aanschaffingswaarde;
2° geboekte meerwaarde;
3° geboekte afschrijvingen of waardeverminderingen, met
respectievelijk 0,8 en 9 als laatste cijfer van het nummer van de
subrekening.
De I.B.G.D.'s mogen evenwel de geboekte meerwaarden, afschrijvingen en
waardeverminderingen groeperen in rekeningen met respectievelijk als
nummer 218 en 219, 228 en 229, 238 en 239, 248 en 249, 258 en 259,
268 en 269, 278 en 279. In dat geval moeten in die rekeningen de soorten
van activa waarop de meerwaarden, afschrijvingen, waardeverminderingen
betrekking hebben afzonderlijk worden vermeld volgens de onderscheidingen
bepaald in het rekeningenstelsel van de I.B.G.D.
Wat betreft de immateriele vaste activa is het 2° hierboven slechts van
toepassing voor de meerwaarden geboekt voor het boekjaar dat ingaat
na 31 december 1990.
(2) Klantenrekeningen met credit-saldo.
(3) Leveranciers met een debetsaldo.
Rubrique correspondante des
comptes annuels
BILAN
actif passif
1. Fonds propres, provisions pour risques
et charges et dettes a plus d'un an
10. Capital I.
12. Plus-values de réévaluation III.
120. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations incorporelles
121. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations corporelles
122. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations financières
124. Reprises de réductions de
valeur sur placements de
trésorerie :
Seulement les reprises de
réductions de valeur visées par
l'article 44 de l'A.R. du
8 octobre 1976.
13. Réserves IV.
14. Résultat reporté (+ ou -) V.
16. Provisions pour risques et charges VII.
160. Provisions pour pensions et
obligations similaires VII.A.
161. Provisions pour charges
fiscales VII.B.
162. Provisions pour grosses
réparations et gros entretiens VII.C.
163-169. Provisions pour autres
risques et charges VII.D.
17. Dettes à plus d'un an VIII.
171. Emprunts obligataires VIII.A.2.
172. Dettes de location-financement
et assimilées VIII.A.3.
173. Etablissement de crédits VIII.A.4.
1730 Dettes en compte
1731 Promesses
1732 Crédits d'acception
174. Autres emprunts VIII.A.5.
175. Dettes relatives au
fonctionnement du S.M.I. VIII.B.
1750 Fournisseurs VIII.B.1.
1751 Effets à payer VIII.B.2.
176. Acomptes reçus sur commandes VIII.C.
178. Cautionnements reçus en
numéraire VIII.D.
179. Dettes diverses VIII.D.
2. Frais d'établissement, actifs
immobilises et créances à plus d'un an
20. Frais d'établissement : Les
dotations aux amortissements sur
frais d'établissement sont
enregistres sur le crédit des
comptes en question ou sur
leurs sous-comptes. I.
21. Immobilisations incorporelles (1) II.
22. Terrains et constructions (1) III.A.
23. Installations, machines et
outillage (1) III.B.
24. Mobilier et matériel roulant (1) III.C.
240-244. Mobilier
245-249. Matériel roulant
25. Immobilisations détenues en
location, financement et droits
similaires (1) III.D.
250. Terrains et constructions
251. Installations, machines et
outillage
252. Mobilier et matériel roulant
26. Autres immobilisations
corporelles (1) III.E.
27. Immobilisations corporelles en
cours et acomptes verses (1) III.F.
28. Immobilisations financières IV.
284. Autres actions et parts IV.C.1.
2840. Valeurs d'acquisition
2841. Montants non appelés (-)
2848. Plus-values actées
2849. Réductions de valeur
actées (-)
285. Créances IV.C.2.
2850. Créances en compte
2851. Effets à recevoir
2852. Titres à revenu fixe
2857. Créances douteuses
2859. Réductions de valeur
actées (-)
288. Cautionnements verses en
numéraire IV.C.2.
29. Créances à plus d'un an V.
290. Créances des activités de
médecine du travail V.A.
2900. Clients-débiteurs
2901. Effets a recevoir
2902. Autres débiteurs
2906. Acomptes verses
2907. Créances douteuses
2909. Réductions de valeur
actées (-)
291. Autres créances V.B.
3. Stocks VI.
4. Créances et dettes à un an au maximum :
- Les créances a plus d'un an ou la
partie des créances échéant dans
l'année, ne doivent être reportées
sur ces comptes qu'à la fin de
l'exercice.
- Les dettes à plus d'un an ou la
partie des dettes échéant dans
l'année, ne doivent être reportées
sur ces comptes qu'à la fin de
l'exercice. VII.
400. Créances des activités de
médecine du travail VII.A. IX.C.1. (2)
401. Créances des activités de
médecine du travail changées
en effets VII.A.
404. Produits à recevoir VII.A.
406. Acomptes verses VII.A.
407. Créances douteuses VII.A.
408. Créanciers : Créanciers à
solde débiteur. VII.A.
409. Réductions de valeurs
actées (-) VII.A.
41. Autres créances : Les créances à
plus d'un an ou la partie des
créances échéant dans l'année,
ne doivent être reportées sur ces
comptes qu'à la fin de l'exercice. VII.B.
411. T.V.A. à récupérer
412. Impôts et précomptes à
récupérer
4120 a 4124. Impôts belges sur
les résultats
4125 a 4127. Autres impôts et
taxes belges
4128. Impôts et taxes étrangers
414. Produits à recevoir
416. Créances diverses
417. Créances douteuses
418. Cautionnements versés en
numéraires
419. Réductions de valeur
actées (-)
42. Dettes à plus d'un an échéant dans
l'année (même subdivision que le
compte 17) : Les dettes à plus d'un
an ou la partie des dettes échéant
dans l'année, ne doivent être
reportées sur ces comptes qu'à la
fin de l'exercice. IX.A.
43. Dettes financières IX.B.
430. Établissements de crédit -
emprunts à termes fixes IX.B.
433. Établissements de crédit -
emprunts en compte courant :
Normalement ce compte n'est
utilise qu'à la fin de
l'exercice. Le contre-passement
est effectue au début de la
période suivante. IX.B.
439. Autres emprunts IX.B.
44. Dettes relatives au fonctionnement
d'un S.M.I. IX.C.
440. Fournisseurs VII.A. (3) IX.C.
441. Effets a payer IX.C.
444. Factures a recevoir : Les
factures reçues peuvent
également être enregistrées
comme subdivision du compte
" 440. Fournisseurs " ou
ajoutées aux comptes des
créanciers. IX.C.
45. Dettes fiscales, salariales et
sociales
450. Dettes fiscales estimées IX.E.
451. T.V.A. a payer IX.E.
452. Impôts et taxes à payer IX.E.
453. Précomptes retenus IX.E.
454. Office national de la
Sécurité sociale IX.E.
455. Rémunérations IX.E.
456. Pécules de vacances IX.E.
457. Assurances légales IX.E.
458. Assurance de groupe et
d'invalidité (extra légale) IX.E.
459. Autres dettes sociales et
fiscales IX.E.
46. Acomptes reçus sur commandes IX.D.
48. Dettes diverses IX.F.
49. Comptes de régularisation et
comptes d'attente
490. Charges à reporter X.
491. Produits acquis X.
492. Charges à imputer X.
493. Produits à reporter X.
499. Comptes d'attente
5. Placements de trésorerie et valeurs
disponibles VIII.
51. Actions et parts VIII.B.
510. Valeurs d'acquisition
511. Montants non appelés (-)
519. Réductions de valeurs
actées (-)
52. Titres a revenus fixes VIII.B.
520. Valeur d'acquisition
529. Réductions de valeurs
actées (-)
53. Dépôts à terme VIII.B.
530. De plus d'un an
531. De plus d'un mois et à un an
au plus
532. D'un mois au plus
539. Réductions de valeurs
actées (-)
54. Valeurs échues à l'encaissement :
Les valeurs expirées transférées
pour encaissement à un organisme
de crédit, peuvent également être
enregistrées sur le compte
" 55. Organismes de crédit ". IX.
55. Etablissements de crédit - comptes
bancaires : Lorsque, à la fin de
l'exercice, le solde d'un compte
courant présente un bénéfice pour
l'organisme de crédit, ce solde est
transféré normalement à cette date
sur le compte " 433. Organismes de
crédit - Dettes en compte
courant. ". La contre-passation est
effectuée au début de la période
suivante. IX.
550 a 559. Comptes ouverts auprès
des divers établissements,
a subdiviser en :
...0 Comptes courants
...1 Chèques émis (-) :
Les ordres de
transfert peuvent
également être
enregistres sur ce
compte.
...9 Réductions de
valeurs actées (-)
56. Office des chèques postaux IX.
560. Comptes courants
561. Chèques émis : Les ordres de
transfert peuvent également
être enregistres sur ce compte.
57. Caisses IX.
58. Mutations de valeurs internes
Rubrique correspondante des
comptes annuels
COMPTE DE RESULTATS
Charges Produits
6. Charges
60. Approvisionnements II.A.
61. Services et biens divers II.B.
62. Rémunérations, charges sociales et
pensions II.C.
620. Rémunérations du personnel
inscrit à l'ONSS et avantages
sociaux directs :
II.C.1.
6200. Personnel de direction
6201. Employés - médecins
6202. Employés - infirmiers
6203. Employés - personnel
administratif
6204. Employés - autres
6205. Ouvriers
6206. Autres membres du
personnel
621. Cotisations patronales
d'assurances sociales
légales pour le personnel
inscrit a l'ONSS
622. Cotisations patronales
d'assurances extra-légales
pour le personnel inscrit a
l'ONSS
623. Autres frais de personnel
inscrit a l'ONSS
624. Pensions du personnel
inscrit a l'O.N.S.S.
626. Rémunérations et autres
indemnisations des
personnes non inscrites a
l'O.N.S.S. II.C.2.
6260. Administrateurs,
gérants, membres de la
Commission paritaire,
commissaires, réviseurs.
6261. Personnel de direction
6262. - médecins
- paramédicaux
- personnel administratif
- autres
6264. Autres membres du
personnel ou
collaborateurs
627. Cotisations patronales
d'assurances légales pour
personnes non inscrites a
l'O.N.S.S.
Exemple : Assurance-accidents
pour le personnel non
inscrit a l'O.N.S.S.
628. Cotisations patronales
d'assurances extra-légales
pour le personnel non inscrit
a l'O.N.S.S.
63. Amortissements, réductions de
valeur et provisions pour risques
et charges
630. Dotations aux amortissements
et aux réductions de valeur
sur immobilisations
(- dotation) II.D.
6300. Amortissements sur frais
d'établissement
6301. Amortissements sur
immobilisations
incorporelles
6302. Amortissements sur
immobilisations
corporelles
6308. Réductions de la valeur
sur immobilisations
incorporelles
6309. Réductions de valeur sur
immobilisations
corporelles
633. Réductions de valeur sur
créances des activités de
médecine du travail a plus
d'un an II.E.
6330. Dotations
6331. Reprises (-)
634. Réductions de valeur sur
créances des activités de
médecine du travail a un an au
plus II.E.
6340. Dotations
6341. Reprises (-)
635. Provisions pour pensions et
obligations sociales II.F.
6350. Dotations
6351. Utilisations et
reprises (-)
636. Provisions pour grosses
réparations et gros
entretiens II.F.
6360. Dotations
6361. Utilisations et
reprises (-)
637. Provisions pour autres risques
et charges II.F.
6370. Dotations
6371. Utilisations et
reprises (-)
64. Autres charges concernant le
fonctionnement du S.M.I. II.G.
640 a 644. Diverses charges
concernant le
fonctionnement du S.M.I. II.G.2.
645. Charges concernant les études
spécifiques, la recherche
scientifique, les services
exceptionnels II.G.1.
646 a 648. Autres charges II.G.2.
649. Charges d'exploitation portées
à l'actif au titre de frais de
restructuration (-)
65. Charges financières V.
650. Charges des dettes V.A.
6500. Intérêts, commissions et
frais afférents aux
dettes
6501. Amortissement des frais
d'émission d'emprunts et
des primes de
remboursement
6502. Autres charges des dettes
6503. Intérêts intercalaires
portés à l'actif (-)
651. Réductions de valeur sur
actifs circulants : Créances
autres que créances
commerciales, placements de
trésorerie, valeurs
disponibles. V.B.
6510. Dotations
6511. Reprises
652. Moins-values sur réalisation
d'actifs circulants : Créances
autres que créances
commerciales, placements de
trésorerie, valeurs
disponibles. V.C.
655. Précomptes mobiliers V.C.
656 a 659. Charges financières
diverses V.C.
66. Charges exceptionnelles VIII.
660. Amortissements et réductions
de valeur exceptionnels
(dotation) VIII.A.
6600. Sur frais d'établissement
6601. Sur immobilisations
incorporelles
6602. Sur immobilisations
corporelles
661. Réductions de valeur sur
immobilisations financières
(dotations) VIII.B.
662. Provisions pour risques et
charges exceptionnels
(dotations) VIII.C.
663. Moins-values sur réalisation
d'actifs immobilises VIII.D.
664 a 668. Autres charges
exceptionnelles VIII.E.
669. Charges exceptionnelles
portées à l'actif au titre de
frais de restructuration (-)
67. Autres charges fiscales X.A.
69. Affectations aux réserves
7. Produits
70. Produits des activités de médecine
du travail I.A.
700. Produits des redevances
forfaitaires annuelles
comptes en exécution de
l'art. 120bis, # 1 et # 1 A,
R.G.P.T. I.A.1.
701. Produits des activités comptes
par prestation prescrits par
l'art. 120bis, # 1 B, R.G.P.T. I.A.2.
702. Autres produits des activités
de médecine du travail I.A.3.
74. Autres produits d'exploitation I.D.
75. Produits financiers IV.
750. Produits des immobilisations
financières IV.A.
751. Produits des actifs circulants IV.B.
752. Plus-values sur réalisation
d'actifs circulants IV.C.
756 a 759. Produits financiers
divers IV.C.
76. Produits exceptionnels VII.
760. Reprises d'amortissement et de
réduction de valeur VII.A.
7600. Sur immobilisations
incorporelles
7601. Sur immobilisations
corporelles
761. Reprises de réduction de
valeur sur immobilisations
financières VII.B.
762. Reprises de provisions pour
risques et charges
exceptionnels VII.C.
763. Plus-values sur réalisation
d'actifs immobilises VII.D.
764 a 769. Autres produits
exceptionnels VII.E.
79. Affectations du résultat
(1) De ce compte ou de ses subdivisions dans le plan comptable du S.M.I.
font partie les sous-comptes suivants :
1° la valeur d'acquisition;
2° les plus-values obtenues;
3° les amortissements ou réductions de valeur enregistres, portant
respectivement 0,8 ou 9 comme dernier chiffre du numéro du
sous-compte.
Toutefois, les S.M.I. peuvent grouper les plus-values, amortissements ou
réductions de valeur obtenus dans des comptes portant respectivement les
numéros 218 et 219, 228 et 229, 238 et 239, 248 et 249, 258 et 259,
268 et 269, 278 et 279. Dans ce cas il faut mentionner séparément dans
ces comptes, selon les distinctions prévues dans le plan comptable du
S.M.I., les genres d'actifs sur lesquels les plus-values, les
amortissements et les réductions de valeur se reportent.
En ce qui concerne les immobilisations incorporelles, le point 2°
mentionne ci-dessus n'est applicable que pour les plus-values obtenues
avant l'exercice commençant après le 31 décembre 1990.
(2) Comptes clients a solde débiteur.
(3) Créanciers a solde débiteur.
comptes annuels
BILAN
actif passif
1. Fonds propres, provisions pour risques
et charges et dettes a plus d'un an
10. Capital I.
12. Plus-values de réévaluation III.
120. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations incorporelles
121. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations corporelles
122. Plus-values de réévaluation sur
immobilisations financières
124. Reprises de réductions de
valeur sur placements de
trésorerie :
Seulement les reprises de
réductions de valeur visées par
l'article 44 de l'A.R. du
8 octobre 1976.
13. Réserves IV.
14. Résultat reporté (+ ou -) V.
16. Provisions pour risques et charges VII.
160. Provisions pour pensions et
obligations similaires VII.A.
161. Provisions pour charges
fiscales VII.B.
162. Provisions pour grosses
réparations et gros entretiens VII.C.
163-169. Provisions pour autres
risques et charges VII.D.
17. Dettes à plus d'un an VIII.
171. Emprunts obligataires VIII.A.2.
172. Dettes de location-financement
et assimilées VIII.A.3.
173. Etablissement de crédits VIII.A.4.
1730 Dettes en compte
1731 Promesses
1732 Crédits d'acception
174. Autres emprunts VIII.A.5.
175. Dettes relatives au
fonctionnement du S.M.I. VIII.B.
1750 Fournisseurs VIII.B.1.
1751 Effets à payer VIII.B.2.
176. Acomptes reçus sur commandes VIII.C.
178. Cautionnements reçus en
numéraire VIII.D.
179. Dettes diverses VIII.D.
2. Frais d'établissement, actifs
immobilises et créances à plus d'un an
20. Frais d'établissement : Les
dotations aux amortissements sur
frais d'établissement sont
enregistres sur le crédit des
comptes en question ou sur
leurs sous-comptes. I.
21. Immobilisations incorporelles (1) II.
22. Terrains et constructions (1) III.A.
23. Installations, machines et
outillage (1) III.B.
24. Mobilier et matériel roulant (1) III.C.
240-244. Mobilier
245-249. Matériel roulant
25. Immobilisations détenues en
location, financement et droits
similaires (1) III.D.
250. Terrains et constructions
251. Installations, machines et
outillage
252. Mobilier et matériel roulant
26. Autres immobilisations
corporelles (1) III.E.
27. Immobilisations corporelles en
cours et acomptes verses (1) III.F.
28. Immobilisations financières IV.
284. Autres actions et parts IV.C.1.
2840. Valeurs d'acquisition
2841. Montants non appelés (-)
2848. Plus-values actées
2849. Réductions de valeur
actées (-)
285. Créances IV.C.2.
2850. Créances en compte
2851. Effets à recevoir
2852. Titres à revenu fixe
2857. Créances douteuses
2859. Réductions de valeur
actées (-)
288. Cautionnements verses en
numéraire IV.C.2.
29. Créances à plus d'un an V.
290. Créances des activités de
médecine du travail V.A.
2900. Clients-débiteurs
2901. Effets a recevoir
2902. Autres débiteurs
2906. Acomptes verses
2907. Créances douteuses
2909. Réductions de valeur
actées (-)
291. Autres créances V.B.
3. Stocks VI.
4. Créances et dettes à un an au maximum :
- Les créances a plus d'un an ou la
partie des créances échéant dans
l'année, ne doivent être reportées
sur ces comptes qu'à la fin de
l'exercice.
- Les dettes à plus d'un an ou la
partie des dettes échéant dans
l'année, ne doivent être reportées
sur ces comptes qu'à la fin de
l'exercice. VII.
400. Créances des activités de
médecine du travail VII.A. IX.C.1. (2)
401. Créances des activités de
médecine du travail changées
en effets VII.A.
404. Produits à recevoir VII.A.
406. Acomptes verses VII.A.
407. Créances douteuses VII.A.
408. Créanciers : Créanciers à
solde débiteur. VII.A.
409. Réductions de valeurs
actées (-) VII.A.
41. Autres créances : Les créances à
plus d'un an ou la partie des
créances échéant dans l'année,
ne doivent être reportées sur ces
comptes qu'à la fin de l'exercice. VII.B.
411. T.V.A. à récupérer
412. Impôts et précomptes à
récupérer
4120 a 4124. Impôts belges sur
les résultats
4125 a 4127. Autres impôts et
taxes belges
4128. Impôts et taxes étrangers
414. Produits à recevoir
416. Créances diverses
417. Créances douteuses
418. Cautionnements versés en
numéraires
419. Réductions de valeur
actées (-)
42. Dettes à plus d'un an échéant dans
l'année (même subdivision que le
compte 17) : Les dettes à plus d'un
an ou la partie des dettes échéant
dans l'année, ne doivent être
reportées sur ces comptes qu'à la
fin de l'exercice. IX.A.
43. Dettes financières IX.B.
430. Établissements de crédit -
emprunts à termes fixes IX.B.
433. Établissements de crédit -
emprunts en compte courant :
Normalement ce compte n'est
utilise qu'à la fin de
l'exercice. Le contre-passement
est effectue au début de la
période suivante. IX.B.
439. Autres emprunts IX.B.
44. Dettes relatives au fonctionnement
d'un S.M.I. IX.C.
440. Fournisseurs VII.A. (3) IX.C.
441. Effets a payer IX.C.
444. Factures a recevoir : Les
factures reçues peuvent
également être enregistrées
comme subdivision du compte
" 440. Fournisseurs " ou
ajoutées aux comptes des
créanciers. IX.C.
45. Dettes fiscales, salariales et
sociales
450. Dettes fiscales estimées IX.E.
451. T.V.A. a payer IX.E.
452. Impôts et taxes à payer IX.E.
453. Précomptes retenus IX.E.
454. Office national de la
Sécurité sociale IX.E.
455. Rémunérations IX.E.
456. Pécules de vacances IX.E.
457. Assurances légales IX.E.
458. Assurance de groupe et
d'invalidité (extra légale) IX.E.
459. Autres dettes sociales et
fiscales IX.E.
46. Acomptes reçus sur commandes IX.D.
48. Dettes diverses IX.F.
49. Comptes de régularisation et
comptes d'attente
490. Charges à reporter X.
491. Produits acquis X.
492. Charges à imputer X.
493. Produits à reporter X.
499. Comptes d'attente
5. Placements de trésorerie et valeurs
disponibles VIII.
51. Actions et parts VIII.B.
510. Valeurs d'acquisition
511. Montants non appelés (-)
519. Réductions de valeurs
actées (-)
52. Titres a revenus fixes VIII.B.
520. Valeur d'acquisition
529. Réductions de valeurs
actées (-)
53. Dépôts à terme VIII.B.
530. De plus d'un an
531. De plus d'un mois et à un an
au plus
532. D'un mois au plus
539. Réductions de valeurs
actées (-)
54. Valeurs échues à l'encaissement :
Les valeurs expirées transférées
pour encaissement à un organisme
de crédit, peuvent également être
enregistrées sur le compte
" 55. Organismes de crédit ". IX.
55. Etablissements de crédit - comptes
bancaires : Lorsque, à la fin de
l'exercice, le solde d'un compte
courant présente un bénéfice pour
l'organisme de crédit, ce solde est
transféré normalement à cette date
sur le compte " 433. Organismes de
crédit - Dettes en compte
courant. ". La contre-passation est
effectuée au début de la période
suivante. IX.
550 a 559. Comptes ouverts auprès
des divers établissements,
a subdiviser en :
...0 Comptes courants
...1 Chèques émis (-) :
Les ordres de
transfert peuvent
également être
enregistres sur ce
compte.
...9 Réductions de
valeurs actées (-)
56. Office des chèques postaux IX.
560. Comptes courants
561. Chèques émis : Les ordres de
transfert peuvent également
être enregistres sur ce compte.
57. Caisses IX.
58. Mutations de valeurs internes
Rubrique correspondante des
comptes annuels
COMPTE DE RESULTATS
Charges Produits
6. Charges
60. Approvisionnements II.A.
61. Services et biens divers II.B.
62. Rémunérations, charges sociales et
pensions II.C.
620. Rémunérations du personnel
inscrit à l'ONSS et avantages
sociaux directs :
II.C.1.
6200. Personnel de direction
6201. Employés - médecins
6202. Employés - infirmiers
6203. Employés - personnel
administratif
6204. Employés - autres
6205. Ouvriers
6206. Autres membres du
personnel
621. Cotisations patronales
d'assurances sociales
légales pour le personnel
inscrit a l'ONSS
622. Cotisations patronales
d'assurances extra-légales
pour le personnel inscrit a
l'ONSS
623. Autres frais de personnel
inscrit a l'ONSS
624. Pensions du personnel
inscrit a l'O.N.S.S.
626. Rémunérations et autres
indemnisations des
personnes non inscrites a
l'O.N.S.S. II.C.2.
6260. Administrateurs,
gérants, membres de la
Commission paritaire,
commissaires, réviseurs.
6261. Personnel de direction
6262. - médecins
- paramédicaux
- personnel administratif
- autres
6264. Autres membres du
personnel ou
collaborateurs
627. Cotisations patronales
d'assurances légales pour
personnes non inscrites a
l'O.N.S.S.
Exemple : Assurance-accidents
pour le personnel non
inscrit a l'O.N.S.S.
628. Cotisations patronales
d'assurances extra-légales
pour le personnel non inscrit
a l'O.N.S.S.
63. Amortissements, réductions de
valeur et provisions pour risques
et charges
630. Dotations aux amortissements
et aux réductions de valeur
sur immobilisations
(- dotation) II.D.
6300. Amortissements sur frais
d'établissement
6301. Amortissements sur
immobilisations
incorporelles
6302. Amortissements sur
immobilisations
corporelles
6308. Réductions de la valeur
sur immobilisations
incorporelles
6309. Réductions de valeur sur
immobilisations
corporelles
633. Réductions de valeur sur
créances des activités de
médecine du travail a plus
d'un an II.E.
6330. Dotations
6331. Reprises (-)
634. Réductions de valeur sur
créances des activités de
médecine du travail a un an au
plus II.E.
6340. Dotations
6341. Reprises (-)
635. Provisions pour pensions et
obligations sociales II.F.
6350. Dotations
6351. Utilisations et
reprises (-)
636. Provisions pour grosses
réparations et gros
entretiens II.F.
6360. Dotations
6361. Utilisations et
reprises (-)
637. Provisions pour autres risques
et charges II.F.
6370. Dotations
6371. Utilisations et
reprises (-)
64. Autres charges concernant le
fonctionnement du S.M.I. II.G.
640 a 644. Diverses charges
concernant le
fonctionnement du S.M.I. II.G.2.
645. Charges concernant les études
spécifiques, la recherche
scientifique, les services
exceptionnels II.G.1.
646 a 648. Autres charges II.G.2.
649. Charges d'exploitation portées
à l'actif au titre de frais de
restructuration (-)
65. Charges financières V.
650. Charges des dettes V.A.
6500. Intérêts, commissions et
frais afférents aux
dettes
6501. Amortissement des frais
d'émission d'emprunts et
des primes de
remboursement
6502. Autres charges des dettes
6503. Intérêts intercalaires
portés à l'actif (-)
651. Réductions de valeur sur
actifs circulants : Créances
autres que créances
commerciales, placements de
trésorerie, valeurs
disponibles. V.B.
6510. Dotations
6511. Reprises
652. Moins-values sur réalisation
d'actifs circulants : Créances
autres que créances
commerciales, placements de
trésorerie, valeurs
disponibles. V.C.
655. Précomptes mobiliers V.C.
656 a 659. Charges financières
diverses V.C.
66. Charges exceptionnelles VIII.
660. Amortissements et réductions
de valeur exceptionnels
(dotation) VIII.A.
6600. Sur frais d'établissement
6601. Sur immobilisations
incorporelles
6602. Sur immobilisations
corporelles
661. Réductions de valeur sur
immobilisations financières
(dotations) VIII.B.
662. Provisions pour risques et
charges exceptionnels
(dotations) VIII.C.
663. Moins-values sur réalisation
d'actifs immobilises VIII.D.
664 a 668. Autres charges
exceptionnelles VIII.E.
669. Charges exceptionnelles
portées à l'actif au titre de
frais de restructuration (-)
67. Autres charges fiscales X.A.
69. Affectations aux réserves
7. Produits
70. Produits des activités de médecine
du travail I.A.
700. Produits des redevances
forfaitaires annuelles
comptes en exécution de
l'art. 120bis, # 1 et # 1 A,
R.G.P.T. I.A.1.
701. Produits des activités comptes
par prestation prescrits par
l'art. 120bis, # 1 B, R.G.P.T. I.A.2.
702. Autres produits des activités
de médecine du travail I.A.3.
74. Autres produits d'exploitation I.D.
75. Produits financiers IV.
750. Produits des immobilisations
financières IV.A.
751. Produits des actifs circulants IV.B.
752. Plus-values sur réalisation
d'actifs circulants IV.C.
756 a 759. Produits financiers
divers IV.C.
76. Produits exceptionnels VII.
760. Reprises d'amortissement et de
réduction de valeur VII.A.
7600. Sur immobilisations
incorporelles
7601. Sur immobilisations
corporelles
761. Reprises de réduction de
valeur sur immobilisations
financières VII.B.
762. Reprises de provisions pour
risques et charges
exceptionnels VII.C.
763. Plus-values sur réalisation
d'actifs immobilises VII.D.
764 a 769. Autres produits
exceptionnels VII.E.
79. Affectations du résultat
(1) De ce compte ou de ses subdivisions dans le plan comptable du S.M.I.
font partie les sous-comptes suivants :
1° la valeur d'acquisition;
2° les plus-values obtenues;
3° les amortissements ou réductions de valeur enregistres, portant
respectivement 0,8 ou 9 comme dernier chiffre du numéro du
sous-compte.
Toutefois, les S.M.I. peuvent grouper les plus-values, amortissements ou
réductions de valeur obtenus dans des comptes portant respectivement les
numéros 218 et 219, 228 et 229, 238 et 239, 248 et 249, 258 et 259,
268 et 269, 278 et 279. Dans ce cas il faut mentionner séparément dans
ces comptes, selon les distinctions prévues dans le plan comptable du
S.M.I., les genres d'actifs sur lesquels les plus-values, les
amortissements et les réductions de valeur se reportent.
En ce qui concerne les immobilisations incorporelles, le point 2°
mentionne ci-dessus n'est applicable que pour les plus-values obtenues
avant l'exercice commençant après le 31 décembre 1990.
(2) Comptes clients a solde débiteur.
(3) Créanciers a solde débiteur.
Afdeling 1. - Schema van de balans.
Section 1. - Schéma du bilan.
Art. 2N. ACTIVAVaste activa
I. Oprichtingskosten
II. Immateriële vaste activa
III. Materiële vaste activa
A. Terreinen en gebouwen
B. Installaties, machines en uitrusting
C. Meubilair en rollend materieel
1. Meubilair
2. Rollend materieel
D. Leasing en soortgelijke rechten
E. Overige materiële vaste activa
F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
IV. Financiële vaste activa
A. Aandelen
C. Vorderingen en borgtochtenVlottende activa
V. Vorderingen op meer dan één jaar
A. Vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
B. Overige vorderingen
VI. Voorraden
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
A. Vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
B. Overige vorderingen
VIII. Geldbeleggingen
B. Overige beleggingen
1. Vastrentende effecten
2. Termijndeposito's
3. Andere beleggingen
IX. Liquide middelen
X. Overlopende rekeningen
TOTAAL DER ACTIVAPASSIVAEigen vermogen
I. Kapitaal
III. Herwaarderingsmeerwaarden
IV. Reserves
V. Overschrijving resultaat
Voorzieningen voor risico's en kosten
VII. Voorzieningen voor risico's en kosten
A. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
B. Belastingen en fiscale lasten
C. Grote herstellingen en onderhoudswerken
D. Overige risico's enstenSchulden
VIII. Schulden op meer dan één jaar
A. Financiële schulden
1. Obligatieleningen
3. Leasing- en soortgelijke schulden
4. Kredietinstellingen
5. Overige leningen
B. Schulden met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
1. Leveranciers
2. Te betalen wissels
C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
D. Overige schulden
IX. Schulden op ten hoogste één jaar
A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
B. Financiële schulden
C. Schulden met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
D. Ontvanen vooruitbetalingen op arbeidsgeneeskundige activiteiten
E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
F. Overige schulden
X. Overlopen rekeningen
TOTAAL DER PASSIVA
I. Oprichtingskosten
II. Immateriële vaste activa
III. Materiële vaste activa
A. Terreinen en gebouwen
B. Installaties, machines en uitrusting
C. Meubilair en rollend materieel
1. Meubilair
2. Rollend materieel
D. Leasing en soortgelijke rechten
E. Overige materiële vaste activa
F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
IV. Financiële vaste activa
A. Aandelen
C. Vorderingen en borgtochtenVlottende activa
V. Vorderingen op meer dan één jaar
A. Vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
B. Overige vorderingen
VI. Voorraden
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
A. Vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
B. Overige vorderingen
VIII. Geldbeleggingen
B. Overige beleggingen
1. Vastrentende effecten
2. Termijndeposito's
3. Andere beleggingen
IX. Liquide middelen
X. Overlopende rekeningen
TOTAAL DER ACTIVAPASSIVAEigen vermogen
I. Kapitaal
III. Herwaarderingsmeerwaarden
IV. Reserves
V. Overschrijving resultaat
Voorzieningen voor risico's en kosten
VII. Voorzieningen voor risico's en kosten
A. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
B. Belastingen en fiscale lasten
C. Grote herstellingen en onderhoudswerken
D. Overige risico's enstenSchulden
VIII. Schulden op meer dan één jaar
A. Financiële schulden
1. Obligatieleningen
3. Leasing- en soortgelijke schulden
4. Kredietinstellingen
5. Overige leningen
B. Schulden met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
1. Leveranciers
2. Te betalen wissels
C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
D. Overige schulden
IX. Schulden op ten hoogste één jaar
A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
B. Financiële schulden
C. Schulden met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
D. Ontvanen vooruitbetalingen op arbeidsgeneeskundige activiteiten
E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
F. Overige schulden
X. Overlopen rekeningen
TOTAAL DER PASSIVA
Art. 2N. ACTIFActifs immobilisés
I. Frais d'établissement
II. Immobilisations incorporelles
III. Immobilisations corporelles
A. Terrains et constructions
B. Installations, machines et outillage
C. Mobilier et matériel roulant
1) Mobilier
2) Matériel roulant
D. Location - financement et droits similaires
E. Autres immobilisations corporelles
F. Immobilisations en cours et acomptes versés
IV. Immobilisations financières
A. Actions et parts
B. Créances et cautionnements en numéraire
Actifs circulants
V. Créances à plus d'un an
A. Créances des activités de médecine du travail
B. Autres créances
VI. Stocks
VII. Créances à un an au plus
A. Créances des activités de médecine du travail
B. Autres créances
VIII. Placements de trésorerie
B. Autres placements
1) effets à rente fixe
2) dépôts à terme
3) autres dépôts
IX. Valeurs disponibles
X. Comptes de régularisation
TOTAL DE L'ACTIF
PASSIF
Capitaux propres
I. Capital
III. Plus-values de réévaluation
IV. Réserves
V. Résultat reporté
Provisions pour risques et charges
VII. Provisions pour risques et charges
A. Pensions et obligations similaires
B. Impôts et charges fiscales
C. Grosses réparations et gros entretien
D. Autres risques et charges
Dettes
VIII. Dettes à plus d'un an
A. Dettes financières
1. Emprunts obligataires non subordonnés
3. Dettes de location-financement et assimilées
4. Etablissements de crédit
5. Autres emprunts
B. Dettes relatives au fonctionnement du S.M.I.
1. Fournisseurs
2. Effets à payer
C. Acomptes reçus sur commandes
D. Autres dettes
IX. Dettes à un an au plus
A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
B. Dettes financières
C. Dettes relatives au fonctionnement du S.M.I.
D. Acomptes reçus sur les activités de médecine du travail
E. Dettes fiscales, salariales et sociales
F. Autres dettes
X. Comptes de régularisation
TOTAL DU PASSIF
I. Frais d'établissement
II. Immobilisations incorporelles
III. Immobilisations corporelles
A. Terrains et constructions
B. Installations, machines et outillage
C. Mobilier et matériel roulant
1) Mobilier
2) Matériel roulant
D. Location - financement et droits similaires
E. Autres immobilisations corporelles
F. Immobilisations en cours et acomptes versés
IV. Immobilisations financières
A. Actions et parts
B. Créances et cautionnements en numéraire
Actifs circulants
V. Créances à plus d'un an
A. Créances des activités de médecine du travail
B. Autres créances
VI. Stocks
VII. Créances à un an au plus
A. Créances des activités de médecine du travail
B. Autres créances
VIII. Placements de trésorerie
B. Autres placements
1) effets à rente fixe
2) dépôts à terme
3) autres dépôts
IX. Valeurs disponibles
X. Comptes de régularisation
TOTAL DE L'ACTIF
PASSIF
Capitaux propres
I. Capital
III. Plus-values de réévaluation
IV. Réserves
V. Résultat reporté
Provisions pour risques et charges
VII. Provisions pour risques et charges
A. Pensions et obligations similaires
B. Impôts et charges fiscales
C. Grosses réparations et gros entretien
D. Autres risques et charges
Dettes
VIII. Dettes à plus d'un an
A. Dettes financières
1. Emprunts obligataires non subordonnés
3. Dettes de location-financement et assimilées
4. Etablissements de crédit
5. Autres emprunts
B. Dettes relatives au fonctionnement du S.M.I.
1. Fournisseurs
2. Effets à payer
C. Acomptes reçus sur commandes
D. Autres dettes
IX. Dettes à un an au plus
A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
B. Dettes financières
C. Dettes relatives au fonctionnement du S.M.I.
D. Acomptes reçus sur les activités de médecine du travail
E. Dettes fiscales, salariales et sociales
F. Autres dettes
X. Comptes de régularisation
TOTAL DU PASSIF
Afdeling 2. - Schema van de resultatenrekening.
Section 2. - Schéma du compte de résultats.
Art. 3N. I. Werkingsopbrengsten
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
1) Opbrengsten uit de retributies voorzien door art. 120bis, § 1, en § 1, A, A.R.A.B.
2) Opbrengsten uit de retributies voorzien door art. 120bis, § 1 B, A.R.A.B.
3) Overige opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
D. Andere werkingsopbrengsten
II. Kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
A. Hulp- en Grondstoffen
B. Diensten en diverse goederen
C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
1) Betreffende in de R.S.Z. ingeschreven personeel
a) Bedienden
- directiepersoneel
- geneesheren
- verpleegkundigen
- administratief
- anderen
b) Arbeiders
c) Anderen
2) Niet in de R.S.Z. ingeschrevenen
a) Beheers- en toezichtsinstanties
b) Geneesheren specialisten in de zin van art. 117, al. 2, ARAB
c) Geneesheren
d) Verpleegkundigen
e) Administratief personeel
f) Anderen
D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële of materiële vaste activa
E. Waardeverminderingen op vorderingen en voorraden
F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen en terugnemingen)
G. Andere werkingskosten
1) Bijzondere studies, onderzoeken, dienstverlening
2) Overige kosten
III. Resultaat van de werking (I. - II.)
IV. Financiële opbrengsten
A. Opbrengsten uit financiële vaste activa
B. Opbrengsten uit vlottende activa
C. Andere financiële opbrengsten
V. Financiële kosten
A. Kosten van schulden
B. Waardeverminderingen op vlottende activa (dotaties +, terugnemingen -)
C. Andere financiële kosten
VI. Resultaat (III. + IV. - V.)
VII. Uitzonderlijke opbrengsten
A. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa
B. Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa
C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten
D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa
E. Andere uitzonderlijke opbrengsten
VIII. Uitzonderlijke kosten
A. Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
B. Waardeverminderingen op financiële vaste activa
C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten
D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa
E. Andere uitzonderlijke kosten
IX. Resultaat (VI. + VII. - VIII.)
XII. Overdracht van het resultaat naar de reserves
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
1) Opbrengsten uit de retributies voorzien door art. 120bis, § 1, en § 1, A, A.R.A.B.
2) Opbrengsten uit de retributies voorzien door art. 120bis, § 1 B, A.R.A.B.
3) Overige opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten
D. Andere werkingsopbrengsten
II. Kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.
A. Hulp- en Grondstoffen
B. Diensten en diverse goederen
C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
1) Betreffende in de R.S.Z. ingeschreven personeel
a) Bedienden
- directiepersoneel
- geneesheren
- verpleegkundigen
- administratief
- anderen
b) Arbeiders
c) Anderen
2) Niet in de R.S.Z. ingeschrevenen
a) Beheers- en toezichtsinstanties
b) Geneesheren specialisten in de zin van art. 117, al. 2, ARAB
c) Geneesheren
d) Verpleegkundigen
e) Administratief personeel
f) Anderen
D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële of materiële vaste activa
E. Waardeverminderingen op vorderingen en voorraden
F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen en terugnemingen)
G. Andere werkingskosten
1) Bijzondere studies, onderzoeken, dienstverlening
2) Overige kosten
III. Resultaat van de werking (I. - II.)
IV. Financiële opbrengsten
A. Opbrengsten uit financiële vaste activa
B. Opbrengsten uit vlottende activa
C. Andere financiële opbrengsten
V. Financiële kosten
A. Kosten van schulden
B. Waardeverminderingen op vlottende activa (dotaties +, terugnemingen -)
C. Andere financiële kosten
VI. Resultaat (III. + IV. - V.)
VII. Uitzonderlijke opbrengsten
A. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa
B. Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa
C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten
D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa
E. Andere uitzonderlijke opbrengsten
VIII. Uitzonderlijke kosten
A. Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
B. Waardeverminderingen op financiële vaste activa
C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten
D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa
E. Andere uitzonderlijke kosten
IX. Resultaat (VI. + VII. - VIII.)
XII. Overdracht van het resultaat naar de reserves
Art. 3N. I. Prestations de fonctionnement
A. Produits des activités de médecine du travail
1) Produits des rétributions prévues par l'art. 120bis, § 1, et § 1, A, R.G.P.T.
2) Produits des rétributions prévues par l'art. 120bis, § 1, B, R.G.P.T.
3) Autres produits des activités de médecine du travail
D. Autres produits de fonctionnement
II. Charges concernant le fonctionnement du S.M.I.
A. Matières premières et auxiliaires
B. Services et biens divers
C. Rémunérations, charges sociales et pensions
1) Personnel inscrit à l'O.N.S.S.
a) Employés
- personnel de direction
- médecins
- infirmiers
- administratif- autres
b) Ouvriers
c) Autres
2) Personnel non-inscrit à l'O.N.S.S.
a) Instances de gestion et de contrôle
b) Médecins spécialistes dans le sens de l'art. 117, al. 2, R.G.P.T.
c) Médecins
d) Infirmiers
e) Personnel administratif
f) Autres
D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
E. Réductions de valeur sur créances et stocks
F. Provisions pour risques et charges (dotations + utilisations et reprises)
G. Autres charges concernant le fonctionnement du S.M.I.
1) Etudes exceptionnelles, recherches, services
2) Autres charges
III. Résultat du fonctionnement du S.M.I. (I - II)
IV. Produits financiers
A. Produits des immobilisations financières
B. Produits des actifs circulants
C. Autres produits financiers
V. Charges financières
A. Charges des dettes
B. Réductions de valeur sur actifs circulants (dotations +, reprises -)
C. Autres charges financières
VI. Résultat (III + IV - V)
VII. Produits exceptionnels
A. Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles
B. Reprises de réductions de valeur sur immobilisations financières
C. Reprises de provisions pour risques et charges exceptionnels
D. Plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés
E. Autres produits exceptionnels
VIII. Charges exceptionnelles
A. Amortissements et réductions de valeur exceptionnels sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
B. Réductions de valeur sur immobilisations financières
C. Provisions pour risques et charges exceptionnels
D. Moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés
E. Autres charges exceptionnelles
IX. Résultat (VI + VII - VIII)XII. Affectation du résultat aux réserves
A. Produits des activités de médecine du travail
1) Produits des rétributions prévues par l'art. 120bis, § 1, et § 1, A, R.G.P.T.
2) Produits des rétributions prévues par l'art. 120bis, § 1, B, R.G.P.T.
3) Autres produits des activités de médecine du travail
D. Autres produits de fonctionnement
II. Charges concernant le fonctionnement du S.M.I.
A. Matières premières et auxiliaires
B. Services et biens divers
C. Rémunérations, charges sociales et pensions
1) Personnel inscrit à l'O.N.S.S.
a) Employés
- personnel de direction
- médecins
- infirmiers
- administratif- autres
b) Ouvriers
c) Autres
2) Personnel non-inscrit à l'O.N.S.S.
a) Instances de gestion et de contrôle
b) Médecins spécialistes dans le sens de l'art. 117, al. 2, R.G.P.T.
c) Médecins
d) Infirmiers
e) Personnel administratif
f) Autres
D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
E. Réductions de valeur sur créances et stocks
F. Provisions pour risques et charges (dotations + utilisations et reprises)
G. Autres charges concernant le fonctionnement du S.M.I.
1) Etudes exceptionnelles, recherches, services
2) Autres charges
III. Résultat du fonctionnement du S.M.I. (I - II)
IV. Produits financiers
A. Produits des immobilisations financières
B. Produits des actifs circulants
C. Autres produits financiers
V. Charges financières
A. Charges des dettes
B. Réductions de valeur sur actifs circulants (dotations +, reprises -)
C. Autres charges financières
VI. Résultat (III + IV - V)
VII. Produits exceptionnels
A. Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles
B. Reprises de réductions de valeur sur immobilisations financières
C. Reprises de provisions pour risques et charges exceptionnels
D. Plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés
E. Autres produits exceptionnels
VIII. Charges exceptionnelles
A. Amortissements et réductions de valeur exceptionnels sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
B. Réductions de valeur sur immobilisations financières
C. Provisions pour risques et charges exceptionnels
D. Moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés
E. Autres charges exceptionnelles
IX. Résultat (VI + VII - VIII)XII. Affectation du résultat aux réserves
Afdeling 3. - In de toelichting op te nemen vermeldingen.
Section 3. - Contenu de l'annexe.
Art. 4N. Naast de samenvatting van de waarderingsregels krachtens artikel 15, tweede lid en naast de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens de artikelen 4, tweede lid, 10, tweede lid, 11, derde lid, 14, tweede lid, 16, tweede en derde lid, 17, derde lid, 19, derde en vierde lid, 22, eerste en tweede lid, 24, derde lid, 27, § 3, 28, § 2, eerste en vierde lid, 33, derde lid, 34, tweede lid, 36 en 46bis, §§ 1 en 3 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 27 december 1977, 14 februari 1979 en 12 september 1983, worden in de toelichting de hierna volgende gegevens opgenomen :
I. Een staat van de vaste activa (posten II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat :
A. het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
B. uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
C. het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
D. wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
E. het bedrag van de netto-boekwaarde per einde van het boekjaar.II. Financiële vaste activa (post IV. van de activa).Detaillering per activum, indien het om belangrijke bedragen gaat.III. Vorderingen (posten V. en VII. van de activa).Ten aanzien van de vervallen vorderingen wordt een uitsplitsing gegeven van het netto bedrag, na aftrek van de geboekte waardeverminderingen, per jaar van ontstaan.IV. Wat de geldbeleggingen betreft (post VIII. van de activa) deze worden uitgesplitst in :
- aandelen;
- vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen;
- termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naargelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt.
V. Een staat van de schulden, die vermeldt :
A. Een uitsplitsing, (post VIII. van de passiva) van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt.
B. Het bedrag van de schulden (posten VIII. en IX. van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door :
1° Belgische overheidsinstellingen;
2° Zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de onderneming.
De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden, tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid.
De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII. en IX. van de passiva, maar zonder onderscheid naargelang van hun termijn.
C. Wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van :
1° het belastingbestuur;
2° de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
De inlichtingen bedoeld onder de punten A en B 1° en 2° van deze staat mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld voor haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.VI. De volgende gegevens met betrekking tot het resultaat van de werking van de I.B.G.D. over het boekjaar en over het vorige boekjaar :
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten (post I.A. van de resultatenrekening).
1° betreffende de retributies, voorzien door artikel 120bis, § 1, en § 1, A, A.R.A.B. en door het ministerieel besluit van 20 september 1977;
a) Opbrengst van de minimumbijdrage, samen met het aantal werkgevers en werknemers waarop deze opbrengst betrekking heeft (artikel 120bis, § 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 2, van het ministerieel besluit van 20 september 1977).
b) Opbrengst van de bijdrage per werknemer aan medisch onderzoek onderworpen en het aantal werknemers waarop deze bijdrage betrekking heeft (artikel 120bis, § 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 1, 1 van het ministerieel besluit van 20 september 1977);
c) Opbrengst van de bijdrage voor de andere dan onder a) en b) vermelde werknemers, en het aantal werknemers waarop deze bijdrage betrekking heeft (artikel 120bis, 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 1, 2, van het ministerieel besluit van 20 september 1977).
2° Opbrengsten der per prestatie aangetekende bijdragen voorzien door artikel 120bis, § 1, B, A.R.A.B.
De toelichting verstrekt ten minste twee bedragen :
a) de opbrengsten aangerekend voor de bijzondere onderzoekingen en laboratoriumanalyses opgelegd door bijlage II van hoofdstuk III, Titel II, A.R.A.B.;
b) de andere per prestatie aangerekende activiteiten.
3° Overige opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Deze opbrengsten worden uitgesplitst naargelang hun aard.
B. Andere werkingsopbrengsten (post I.D. van de resultatenrekening).
Deze opbrengsten worden uitgesplitst naar hun aard als het gaat om belangrijke bedragen.
C. Toelevering van diverse goederen en diensten (II.B. van de resultatenrekening).
Deze kosten worden naar hun aard uitgesplitst als het gaat om belangrijke bedragen.
De geleverde diensten worden ingedeeld naar gelang zij van wetenschappelijke, technische of van administratieve aard zijn of geschillen betreffen.
D. De volgende inlichtingen betreffende personeelskosten opgenomen op de post II.C.1. van de resultatenrekening (personeel ingeschreven in de R.S.Z.).
1° Er wordt een tabel opgemaakt aan de hand van de gegevens uit de boekhouding en jaarrekening waarop in de horizontale kolommen de onderverdeling van de loonkosten is vermeld met betrekking tot de in de verticale kolommen opgenomen personeelsgroepen. De onderverdeling van de loonkosten bevat ten minste drie elementen :
a) het brutoloon, omvattende bovendien, vakantiegeld, eventuele 13e maand en alle vergoedingen en gratificaties die onderworpen zijn aan fiscale voorheffing en/of R.S.Z.
b) de patronale bijdrage aan de R.S.Z.
c) de patronale bijdrage in extra legale verzekeringen.
De personeelsgroepen zijn deze voorkomend in de resultatenrekening nl.- directiepersoneel;
- geneesheren;
- verpleegkundigen;
- administratief personeel;
- anderen;
- arbeiders.
2° a) Onderaan elke personeelsgroep wordt het gemiddeld aantal full-time equivalenten genoteerd die in de loop van het boekjaar in de I.B.G.D. aanwezig waren. Het gemiddeld aantal full-time equivalenten wordt weergegeven door de breuk waarvan de teller bestaat uit het gemiddeld aantal gepresteerde en ermee gelijkgestelde halve dagen per week, en de noemer uit het totale aantal halve dagen van de week.
Voorbeeld :
Personeelslid A heeft gedurende het dienstjaar gemiddeld 4 halve dagen per week gewerkt = 4/10.
Personeelslid B was zes maand in dienst, en werkte gedurende die periode full-time. Full-time equivalent : 5/10.
Personeelslid C werkte gemiddeld 4 dagen per week : full-time equivalent = 8/10.
Totaal : 4/10 + 5/10 + 8/10 = 17/10 of 1,7 full-time equivalent.b) het betaalde bedrag aan elke groep of sub-groep.
E. Een analoge tabel van de post II.C.2. van de resultatenrekening, waarbij de kolom " omschrijving " aangepast wordt aan de behoeften van de IBGD.
F. Voor wat betreft de post II.D., afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa wordt verwezen naar wat bij de aanvang van de toelichting is gezegd.
G. Wat betreft de waardeverminderingen op vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten (post II.E. van de resultatenrekening) wordt het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar :
1° waardeverminderingen wegens faillissementen;
2° andere waardeverminderingen op vorderingen.
H. Voorzieningen voor risico's en kosten (post II.F. van de resultatenrekening). Een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels.
I. Andere werkingskosten (punt II.G. van de resultatenrekening). Indien onder deze rubriek belangrijke bedragen zijn opgenomen, wordt een uitsplitsing naar de aard ervan opgegeven.
VII. De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar indien het belangrijke bedragen betreft :
A. Wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C. van de resultatenrekening), een uitsplitsing van deze opbrengsten.
B. Wat de kosten van schulden betreft (post V.A. van de resultatenrekening), het bedrag van de geactiveerde intresten en financiële kosten.
C. Wat de andere financiële kosten betreft (post V.C. van de resultatenrekening), het bedrag van het disconto ten laste van de onderneming bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen) alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten.
VIII. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen :
A. Het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de I.B.G.D. werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen :
- wat de hypotheken betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving;
- wat het pand (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) betreft op activa, de boekwaarde van de in pand gegeven activa;
- wat de zekerheden betreft op nog door de I.B.G.D. te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa.
B. Inlichtingen betreffende belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.
I. Een staat van de vaste activa (posten II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat :
A. het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
B. uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
C. het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
D. wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
E. het bedrag van de netto-boekwaarde per einde van het boekjaar.II. Financiële vaste activa (post IV. van de activa).Detaillering per activum, indien het om belangrijke bedragen gaat.III. Vorderingen (posten V. en VII. van de activa).Ten aanzien van de vervallen vorderingen wordt een uitsplitsing gegeven van het netto bedrag, na aftrek van de geboekte waardeverminderingen, per jaar van ontstaan.IV. Wat de geldbeleggingen betreft (post VIII. van de activa) deze worden uitgesplitst in :
- aandelen;
- vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen;
- termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naargelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt.
V. Een staat van de schulden, die vermeldt :
A. Een uitsplitsing, (post VIII. van de passiva) van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt.
B. Het bedrag van de schulden (posten VIII. en IX. van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door :
1° Belgische overheidsinstellingen;
2° Zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de onderneming.
De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden, tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid.
De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII. en IX. van de passiva, maar zonder onderscheid naargelang van hun termijn.
C. Wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van :
1° het belastingbestuur;
2° de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
De inlichtingen bedoeld onder de punten A en B 1° en 2° van deze staat mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld voor haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.VI. De volgende gegevens met betrekking tot het resultaat van de werking van de I.B.G.D. over het boekjaar en over het vorige boekjaar :
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten (post I.A. van de resultatenrekening).
1° betreffende de retributies, voorzien door artikel 120bis, § 1, en § 1, A, A.R.A.B. en door het ministerieel besluit van 20 september 1977;
a) Opbrengst van de minimumbijdrage, samen met het aantal werkgevers en werknemers waarop deze opbrengst betrekking heeft (artikel 120bis, § 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 2, van het ministerieel besluit van 20 september 1977).
b) Opbrengst van de bijdrage per werknemer aan medisch onderzoek onderworpen en het aantal werknemers waarop deze bijdrage betrekking heeft (artikel 120bis, § 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 1, 1 van het ministerieel besluit van 20 september 1977);
c) Opbrengst van de bijdrage voor de andere dan onder a) en b) vermelde werknemers, en het aantal werknemers waarop deze bijdrage betrekking heeft (artikel 120bis, 1, A, A.R.A.B. en artikel 2, § 1, 2, van het ministerieel besluit van 20 september 1977).
2° Opbrengsten der per prestatie aangetekende bijdragen voorzien door artikel 120bis, § 1, B, A.R.A.B.
De toelichting verstrekt ten minste twee bedragen :
a) de opbrengsten aangerekend voor de bijzondere onderzoekingen en laboratoriumanalyses opgelegd door bijlage II van hoofdstuk III, Titel II, A.R.A.B.;
b) de andere per prestatie aangerekende activiteiten.
3° Overige opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Deze opbrengsten worden uitgesplitst naargelang hun aard.
B. Andere werkingsopbrengsten (post I.D. van de resultatenrekening).
Deze opbrengsten worden uitgesplitst naar hun aard als het gaat om belangrijke bedragen.
C. Toelevering van diverse goederen en diensten (II.B. van de resultatenrekening).
Deze kosten worden naar hun aard uitgesplitst als het gaat om belangrijke bedragen.
De geleverde diensten worden ingedeeld naar gelang zij van wetenschappelijke, technische of van administratieve aard zijn of geschillen betreffen.
D. De volgende inlichtingen betreffende personeelskosten opgenomen op de post II.C.1. van de resultatenrekening (personeel ingeschreven in de R.S.Z.).
1° Er wordt een tabel opgemaakt aan de hand van de gegevens uit de boekhouding en jaarrekening waarop in de horizontale kolommen de onderverdeling van de loonkosten is vermeld met betrekking tot de in de verticale kolommen opgenomen personeelsgroepen. De onderverdeling van de loonkosten bevat ten minste drie elementen :
a) het brutoloon, omvattende bovendien, vakantiegeld, eventuele 13e maand en alle vergoedingen en gratificaties die onderworpen zijn aan fiscale voorheffing en/of R.S.Z.
b) de patronale bijdrage aan de R.S.Z.
c) de patronale bijdrage in extra legale verzekeringen.
De personeelsgroepen zijn deze voorkomend in de resultatenrekening nl.- directiepersoneel;
- geneesheren;
- verpleegkundigen;
- administratief personeel;
- anderen;
- arbeiders.
2° a) Onderaan elke personeelsgroep wordt het gemiddeld aantal full-time equivalenten genoteerd die in de loop van het boekjaar in de I.B.G.D. aanwezig waren. Het gemiddeld aantal full-time equivalenten wordt weergegeven door de breuk waarvan de teller bestaat uit het gemiddeld aantal gepresteerde en ermee gelijkgestelde halve dagen per week, en de noemer uit het totale aantal halve dagen van de week.
Voorbeeld :
Personeelslid A heeft gedurende het dienstjaar gemiddeld 4 halve dagen per week gewerkt = 4/10.
Personeelslid B was zes maand in dienst, en werkte gedurende die periode full-time. Full-time equivalent : 5/10.
Personeelslid C werkte gemiddeld 4 dagen per week : full-time equivalent = 8/10.
Totaal : 4/10 + 5/10 + 8/10 = 17/10 of 1,7 full-time equivalent.b) het betaalde bedrag aan elke groep of sub-groep.
E. Een analoge tabel van de post II.C.2. van de resultatenrekening, waarbij de kolom " omschrijving " aangepast wordt aan de behoeften van de IBGD.
F. Voor wat betreft de post II.D., afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa wordt verwezen naar wat bij de aanvang van de toelichting is gezegd.
G. Wat betreft de waardeverminderingen op vorderingen uit arbeidsgeneeskundige activiteiten (post II.E. van de resultatenrekening) wordt het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar :
1° waardeverminderingen wegens faillissementen;
2° andere waardeverminderingen op vorderingen.
H. Voorzieningen voor risico's en kosten (post II.F. van de resultatenrekening). Een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels.
I. Andere werkingskosten (punt II.G. van de resultatenrekening). Indien onder deze rubriek belangrijke bedragen zijn opgenomen, wordt een uitsplitsing naar de aard ervan opgegeven.
VII. De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar indien het belangrijke bedragen betreft :
A. Wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C. van de resultatenrekening), een uitsplitsing van deze opbrengsten.
B. Wat de kosten van schulden betreft (post V.A. van de resultatenrekening), het bedrag van de geactiveerde intresten en financiële kosten.
C. Wat de andere financiële kosten betreft (post V.C. van de resultatenrekening), het bedrag van het disconto ten laste van de onderneming bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen) alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten.
VIII. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen :
A. Het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de I.B.G.D. werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen :
- wat de hypotheken betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving;
- wat het pand (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) betreft op activa, de boekwaarde van de in pand gegeven activa;
- wat de zekerheden betreft op nog door de I.B.G.D. te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa.
B. Inlichtingen betreffende belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.
Art. 4N. Outre la description résumée des règles d'évaluation prévues par l'article 15, alinéa 2, et le cas échéant, les mentions prescrites par les articles 4, alinéa 2, 10, alinéa 2, 11, alinéa 3, 14, alinéa 2, 16, alinéas 2 et 3, 17 alinéa 3, 19 alinéas 3 et 4, 22, alinéas 1 et 2, 24, alinéa 3, 27, § 3, 28, § 2, alinéas 1 et 4, 33, alinéa 3, 34, alinéa 2, 36 et 46bis, §§ 1er et 3 de l'arrêté royal du 8 octobre 1976 concernant le compte annuel des entreprises, modifié par les arrêtés royaux des 27 décembre 1977, 14 février 1979 et 12 septembre 1983, l'annexe comprend les renseignements et états suivants :
I. Un état des immobilisations (rubriques II, III et IV de l'actif) contenant les données suivantes concernant les immobilisations corporelles, incorporelles et financières :
A. En valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à l'autre ainsi que pour les immobilisations financières, les autres mutations) et le montant en fin d'exercice;
B. A l'exception des immobilisations incorporelles, le montant des plus-values existant au terme de l'exercice précédent les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre) ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
C. Le montant des amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge du compte de résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre) ainsi que leur montant en fin d'exercice;
D. En ce qui concerne les immobilisations financières, les montants non-appelés au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice ainsi que le montant en fin d'exercice;
E. La valeur comptable nette en fin d'exercice.
II. Immobilisations financières (rubrique IV de l'actif).
Détail par actif, s'il s'agit de montants importants.
III. Créances (rubriques V et VII de l'actif).Quant aux créances à échéance, on donne une ventilation du montant net, après déduction des réductions des valeurs actées, par année de naissance de la créance.
IV. Les placements de trésorerie (rubrique VIII de l'actif) sont ventilés entre :
- actions;
- titres à revenu fixe, avec mention distincte des titres émis par des établissements de crédit;
- comptes à terme sur des établissements de crédit, ventilés selon que leur durée résiduelle ou la durée de leur préavis est de un mois au plus, se situent entre plus d'un mois et un an au plus, ou est de plus d'un an.
V. Un état des dettes comportant :
A. Une ventilation (rubrique VIII du passif) des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans.
B. Le montant des dettes (rubriques VIII et IX du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
1° par les pouvoirs publics belges;
2° par les sûretés réelles sur les actifs de l'entreprise, constituées ou irrévocablement promises.
Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle.
Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII et IX du passif, mais sans distinction selon leur terme.
C. En ce qui concerne les dettes fiscales, salariales et sociales (rubrique IX E du passif), le montant des dettes échues (que des délais de paiement aient ou non été obtenus) envers :
1° des administrations fiscales;
2° l'Office National de Sécurité Sociale.
Les renseignements visés sub A et B 1° et 2° du présent tableau peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties en mentionnant pour chacune d'elles la nature de la dette selon les rubriques du bilan, son échéance et les garanties dont elle est assortie.
VI. Les indications suivantes relatives aux résultats de fonctionnement du S.M.I. de l'exercice et de l'exercice précédent :
A. Produits des activités de médecine du travail (rubrique I.A. du compte de résultat).
1° concernant les rétributions prévues en exécution de l'article 120bis, § 1 et § 1, A, R.G.P.T. et de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977;
a) Produit de la redevance minimale avec le nombre d'employeurs et de travailleurs auquel se rapporte ce produit (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 2 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
b) Produit de la redevance par travailleur (travailleurs soumis à la surveillance médicale et le nombre de travailleurs auquel se rapporte cette redevance (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 1, 1 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
c) Produit de la redevance pour des travailleurs autres que ceux nommés sub a) et b) et le nombre de travailleurs auquel se rapporte cette redevance (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 1, 2 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
2° Produits en exécution de l'article 120bis, § 1, B, R.G.P.T., (redevance comptée par prestation). Le commentaire reprend au minimum deux redevances :
a) Les produits des recherches exceptionnelles et des analyses de laboratoire imposées par l'annexe II du chap. III, Titre II, R.G.P.T.;
b) Les autres activités comptées par prestation.
3° Autres produits des activités de médecine du travail. Ces produits sont ventilés d'après leur nature.
B. Autres produits de fonctionnement (rubrique I.D. du compte de résultat).Ces produits sont ventilés d'après leur nature s'il s'agit de montants importants.
C. Services et biens divers (rubrique II.B. du compte de résultat).
Ces coûts sont ventilés d'après leur nature s'il s'agit de montants importants.
Les services fournis sont divisés selon qu'ils sont de nature scientifique, technique ou administrative, ou qu'ils concernent des litiges.
D. Frais de personnel (rubrique II.C.1. du compte de résultat) (personnel inscrit à l'O.N.S.S.).
1° Un tableau est fait au moyen des données de la comptabilité et du compte annuel sur lequel la répartition des coûts salariaux est mentionnée (horizontalement) par rapport aux catégories de personnel (verticalement). La répartition des coûts salariaux comprend au moins trois éléments :
a) les salaires bruts, y compris le pécule de vacances, éventuellement le 13e mois et toutes indemnités ou gratifications soumises au précompte fiscal et/ou O.N.S.S.
b) la cotisation patronale à l'O.N.S.S.
c) la charge patronale en assurances extra-légales.
Les catégories de personnel sont celles reprises au compte de résultat, à savoir :
- le personnel de direction;
- les médecins;
- les infirmiers;
- le personnel administratif;
- autres;
- les ouvriers.
2° a) Par catégorie de personnel, on mentionnera en bas du tableau le nombre moyen d'équivalents temps complet présents au S.M.I. au cours de l'exercice. Le nombre moyen d'équivalents temps complet est représenté par la fraction dont le numérateur consiste dans le nombre moyen de demi-jours accomplis et assimilés par semaine, et le dénominateur représente le nombre total de demi-jours par semaine.
Exemple :
- l'agent A a travaillé pendant l'exercice en moyenne 4 demi-jours par semaine; équivalent temps complet = 4/10;- l'agent B a été en service pendant six mois et a travaillé pendant cette période à temps complet; équivalent temps complet = 5/10;
- l'agent C a travaillé en moyenne quatre jours par semaine; équivalent temps complet = 8/10.
Total : 4/10 + 5/10 + 8/10 = 17/10 ou 1,7 équivalent temps complet.
b) le montant payé à chaque groupe ou sub-groupe.
E. Un tableau analogue du poste II.C.2. du compte de résultats, dans lequel la colonne " Description " doit être adaptée aux nécessités du S.M.I.
F. En ce qui concerne le poste II.D., les amortissements et les réductions de valeur sur immobilisations corporelles et incorporelles, frais d'établissement, voir les mentions au début de l'annexe.
G. Quant aux réductions de valeur sur créances découlant d'activités de médecine du travail (rubrique II.E. le compte de résultats), le montant respectif des réductions de valeur enregistrées d'une part, et des reprises de réductions de valeur, d'autre part, est ventilé selon :
1° réductions de valeur dues aux faillites;
2° autres réductions de valeur sur créances.
H. Provisions pour risques et charges (poste II.F. du compte de résultats). Une ventilation entre le montant des constitutions de provisions et celui des utilisations et des reprises de provisions.
I. Autres charges concernant le fonctionnement du S.M.I. (poste II.G. du compte de résultats). La nature des provisions doit être décrite pour autant qu'il s'agisse de montants importants.
VII. Les indications suivantes relatives aux résultats financiers de l'exercice et de l'exercice précédent pour autant qu'il s'agit de montants importants.
A. Quant aux autres produits financiers (rubrique IV.C. du compte de résultats), une ventilation des autres produits portés sous cette rubrique.
B. Quant aux charges des dettes (rubrique V.A. du compte de résultats), le montant des intérêts et charges financières portés à l'actif.
C. Quant aux autres charges financières (rubrique V.C. du compte de résultats), le montant de l'escompte à charge de l'entreprise sur la négociation de créances (effets de commerce, factures et autres créances), ainsi qu'une ventilation des autres charges portées sous cette rubrique.
VIII. Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
A. Le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par le S.M.I. sur son propre actif pour sûreté de dettes ou d'engagements propres d'une part et de dettes ou d'engagements de tiers d'autre part, en mentionnant :
- quant aux hypothèques, la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription;
- quant aux gages (y compris la réserve de propriété) constitués sur les actifs, la valeur comptable des actifs gagés;
- quant aux sûretés constituées sur actifs futurs, le montant des actifs en cause;
B. Informations sur des litiges importants et d'autres engagements importants non visés ci-dessus.
I. Un état des immobilisations (rubriques II, III et IV de l'actif) contenant les données suivantes concernant les immobilisations corporelles, incorporelles et financières :
A. En valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à l'autre ainsi que pour les immobilisations financières, les autres mutations) et le montant en fin d'exercice;
B. A l'exception des immobilisations incorporelles, le montant des plus-values existant au terme de l'exercice précédent les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre) ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
C. Le montant des amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge du compte de résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre) ainsi que leur montant en fin d'exercice;
D. En ce qui concerne les immobilisations financières, les montants non-appelés au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice ainsi que le montant en fin d'exercice;
E. La valeur comptable nette en fin d'exercice.
II. Immobilisations financières (rubrique IV de l'actif).
Détail par actif, s'il s'agit de montants importants.
III. Créances (rubriques V et VII de l'actif).Quant aux créances à échéance, on donne une ventilation du montant net, après déduction des réductions des valeurs actées, par année de naissance de la créance.
IV. Les placements de trésorerie (rubrique VIII de l'actif) sont ventilés entre :
- actions;
- titres à revenu fixe, avec mention distincte des titres émis par des établissements de crédit;
- comptes à terme sur des établissements de crédit, ventilés selon que leur durée résiduelle ou la durée de leur préavis est de un mois au plus, se situent entre plus d'un mois et un an au plus, ou est de plus d'un an.
V. Un état des dettes comportant :
A. Une ventilation (rubrique VIII du passif) des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans.
B. Le montant des dettes (rubriques VIII et IX du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
1° par les pouvoirs publics belges;
2° par les sûretés réelles sur les actifs de l'entreprise, constituées ou irrévocablement promises.
Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle.
Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII et IX du passif, mais sans distinction selon leur terme.
C. En ce qui concerne les dettes fiscales, salariales et sociales (rubrique IX E du passif), le montant des dettes échues (que des délais de paiement aient ou non été obtenus) envers :
1° des administrations fiscales;
2° l'Office National de Sécurité Sociale.
Les renseignements visés sub A et B 1° et 2° du présent tableau peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties en mentionnant pour chacune d'elles la nature de la dette selon les rubriques du bilan, son échéance et les garanties dont elle est assortie.
VI. Les indications suivantes relatives aux résultats de fonctionnement du S.M.I. de l'exercice et de l'exercice précédent :
A. Produits des activités de médecine du travail (rubrique I.A. du compte de résultat).
1° concernant les rétributions prévues en exécution de l'article 120bis, § 1 et § 1, A, R.G.P.T. et de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977;
a) Produit de la redevance minimale avec le nombre d'employeurs et de travailleurs auquel se rapporte ce produit (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 2 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
b) Produit de la redevance par travailleur (travailleurs soumis à la surveillance médicale et le nombre de travailleurs auquel se rapporte cette redevance (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 1, 1 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
c) Produit de la redevance pour des travailleurs autres que ceux nommés sub a) et b) et le nombre de travailleurs auquel se rapporte cette redevance (article 120bis, § 1, A, R.G.P.T. et l'article 2, § 1, 2 de l'arrêté ministériel du 20 septembre 1977);
2° Produits en exécution de l'article 120bis, § 1, B, R.G.P.T., (redevance comptée par prestation). Le commentaire reprend au minimum deux redevances :
a) Les produits des recherches exceptionnelles et des analyses de laboratoire imposées par l'annexe II du chap. III, Titre II, R.G.P.T.;
b) Les autres activités comptées par prestation.
3° Autres produits des activités de médecine du travail. Ces produits sont ventilés d'après leur nature.
B. Autres produits de fonctionnement (rubrique I.D. du compte de résultat).Ces produits sont ventilés d'après leur nature s'il s'agit de montants importants.
C. Services et biens divers (rubrique II.B. du compte de résultat).
Ces coûts sont ventilés d'après leur nature s'il s'agit de montants importants.
Les services fournis sont divisés selon qu'ils sont de nature scientifique, technique ou administrative, ou qu'ils concernent des litiges.
D. Frais de personnel (rubrique II.C.1. du compte de résultat) (personnel inscrit à l'O.N.S.S.).
1° Un tableau est fait au moyen des données de la comptabilité et du compte annuel sur lequel la répartition des coûts salariaux est mentionnée (horizontalement) par rapport aux catégories de personnel (verticalement). La répartition des coûts salariaux comprend au moins trois éléments :
a) les salaires bruts, y compris le pécule de vacances, éventuellement le 13e mois et toutes indemnités ou gratifications soumises au précompte fiscal et/ou O.N.S.S.
b) la cotisation patronale à l'O.N.S.S.
c) la charge patronale en assurances extra-légales.
Les catégories de personnel sont celles reprises au compte de résultat, à savoir :
- le personnel de direction;
- les médecins;
- les infirmiers;
- le personnel administratif;
- autres;
- les ouvriers.
2° a) Par catégorie de personnel, on mentionnera en bas du tableau le nombre moyen d'équivalents temps complet présents au S.M.I. au cours de l'exercice. Le nombre moyen d'équivalents temps complet est représenté par la fraction dont le numérateur consiste dans le nombre moyen de demi-jours accomplis et assimilés par semaine, et le dénominateur représente le nombre total de demi-jours par semaine.
Exemple :
- l'agent A a travaillé pendant l'exercice en moyenne 4 demi-jours par semaine; équivalent temps complet = 4/10;- l'agent B a été en service pendant six mois et a travaillé pendant cette période à temps complet; équivalent temps complet = 5/10;
- l'agent C a travaillé en moyenne quatre jours par semaine; équivalent temps complet = 8/10.
Total : 4/10 + 5/10 + 8/10 = 17/10 ou 1,7 équivalent temps complet.
b) le montant payé à chaque groupe ou sub-groupe.
E. Un tableau analogue du poste II.C.2. du compte de résultats, dans lequel la colonne " Description " doit être adaptée aux nécessités du S.M.I.
F. En ce qui concerne le poste II.D., les amortissements et les réductions de valeur sur immobilisations corporelles et incorporelles, frais d'établissement, voir les mentions au début de l'annexe.
G. Quant aux réductions de valeur sur créances découlant d'activités de médecine du travail (rubrique II.E. le compte de résultats), le montant respectif des réductions de valeur enregistrées d'une part, et des reprises de réductions de valeur, d'autre part, est ventilé selon :
1° réductions de valeur dues aux faillites;
2° autres réductions de valeur sur créances.
H. Provisions pour risques et charges (poste II.F. du compte de résultats). Une ventilation entre le montant des constitutions de provisions et celui des utilisations et des reprises de provisions.
I. Autres charges concernant le fonctionnement du S.M.I. (poste II.G. du compte de résultats). La nature des provisions doit être décrite pour autant qu'il s'agisse de montants importants.
VII. Les indications suivantes relatives aux résultats financiers de l'exercice et de l'exercice précédent pour autant qu'il s'agit de montants importants.
A. Quant aux autres produits financiers (rubrique IV.C. du compte de résultats), une ventilation des autres produits portés sous cette rubrique.
B. Quant aux charges des dettes (rubrique V.A. du compte de résultats), le montant des intérêts et charges financières portés à l'actif.
C. Quant aux autres charges financières (rubrique V.C. du compte de résultats), le montant de l'escompte à charge de l'entreprise sur la négociation de créances (effets de commerce, factures et autres créances), ainsi qu'une ventilation des autres charges portées sous cette rubrique.
VIII. Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
A. Le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par le S.M.I. sur son propre actif pour sûreté de dettes ou d'engagements propres d'une part et de dettes ou d'engagements de tiers d'autre part, en mentionnant :
- quant aux hypothèques, la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription;
- quant aux gages (y compris la réserve de propriété) constitués sur les actifs, la valeur comptable des actifs gagés;
- quant aux sûretés constituées sur actifs futurs, le montant des actifs en cause;
B. Informations sur des litiges importants et d'autres engagements importants non visés ci-dessus.
HOOFDSTUK III. - Omschrijving van de rubrieken.
CHAPITRE III. - Définitions des rubriques.
Afdeling 1. - Balans.
Section 1. - Bilan.
Art. 5N. I. Oprichtingskosten.
Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de I.B.G.D., de hieraan verbonden intercalaire intresten en eventuele andere kosten.II. Immateriële vaste activa.
In die rubriek worden geboekt :
a) kosten van onderzoek en ontwikkeling;
b) de concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten, opzoekings- en ontwikkelingskosten;
c) de goodwill;
d) de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de I.B.G.D. eigenaar is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de I.B.G.D. om van derden dienstverleningen van know-how te verkrijgen, wanneer die rechten door de I.B.G.D. ten bezwarende titel werden verworven.
Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een dienstverleningsfonds of een activiteitsfonds voor zover die hoger is dan de netto-waarde van de actiefminus passief-bestanddelen van het verworven activiteitsfonds, of dienstverleningsfonds of onderdeel ervan.
Onder goodwill wordt eveneens verstaan, het verschil, bij inbreng van andere I.B.G.D. of gelijkaardige dienst (fusie, opslorping, inbreng van een onderdeel van een I.B.G.D.) tussen de conventionele waarde van de inbreng en de nettowaarde van het ingebrachte geheel die voortvloeit ofwel uit de rekeningen van de inbrengende I.B.G.D. of dienst ofwel uit de raming die de overnemende I.B.G.D. in haar eigen rekeningen maakt van elk en alle der ingebrachte actief en passiefbestanddelen.III. Materiële vaste activa.
A. Terreinen en gebouwen.
In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de I.B.G.D. eigenaar is en die duurzaam voor de organisatie en dienstverlening van de I.B.G.D. worden aangewend.
Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de I.B.G.D. bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de organisatie en dienstverlening van de I.B.G.D. wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.
B. Installaties, machines en uitrusting.
In deze rubriek worden opgenomen : materiaal, machines, uitrusting of instrumenten die dienen om medische onderzoeken of om medisch-technische metingen, analyses en vaststellingen uit te voeren.
Vallen tevens onder deze rubriek, de apparatuur of instrumenten om milieumetingen uit te voeren, milieumonsters af te nemen of analyses van elementen van het arbeidsmilieu te verrichten.
C. Meubilair en rollend materieel.
1. Meubilair en kantoormachines.
In deze rubriek worden opgenomen alle kantoormeubilair en bureeluitrusting en personeelsaccomodatie, zoals burelen, stoelen, tafels, kasten enz. in de meest ruime zin, met inbegrip van het meubilair van medische onderzoekslokalen. Onder meubilair vallen tevens de schrijfmachines, rekenmachines, tekstverwerkers, fotocopiemachines, computers enz.2. Rollend materieel.
D. Leasing en soortgelijke rechten.
Onder die post worden opgenomen :
1° de gebruiksrechten op lange termijn betreffende bebouwde onroerende goederen waarover de I.B.G.D. beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of een soortgelijke niet opzegbare overeenkomst, op voorwaarde dat :
a) de volgens de overeenkomst te storten termijnen de gever toelaten het in het gebouw geïnvesteerde kapitaal volledig weder samen te stellen, alsmede de rentelast en de andere kosten van de verrichting te dekken;
b) de eigendom van het gebouw, bij het einde van het contract, van rechtswege toekomt aan de I.B.G.D., of de overeenkomst een aankoopoptie voor de I.B.G.D. bevat.
2° de gebruiksrechten betreffende roerende goederen waarover de I.B.G.D. beschikt op grond van leasing of een soortgelijke niet opzegbare overeenkomst, op voorwaarde dat :
a) de volgens de overeenkomst te storten termijnen, verhoogd met het voor het lichten van de koopoptie bepaalde bedrag, de gever toelaten het voor de aanschaffing van het goed geïnvesteerde kapitaal volledig weder samen te stellen, alsmede de rentelast en de andere kosten van de verrichting te dekken, enb) de eigendom van het goed, bij het einde van het contract, van rechtswege toekomt aan de I.B.G.D., of de overeenkomst een aankoopoptie voor de I.B.G.D. bevat.
3° ten aanzien van de in leasing of soortgelijke rechten aangeschafte materiële vaste activa, gelden dezelfde definities en indelingen in :
- installaties, machines en uitrusting;
- meubilair en rollend materieel;
- terreinen en gebouwen;
- meubilair;
- rollend materieel.
E. Overige materiële vaste activa.
In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V. en VII. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.
De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.IV. Financiële vaste activa.
A. Aandelen en andere maatschappelijke rechten.
Onder deze post vallen de maatschappelijke rechten die in andere ondernemingen of verenigingen of dienstverlenende organisaties worden aangehouden, om met deze een duurzame band te scheppen.
B. Vorderingen en borgtochten in contanten.
Worden opgenomen onder deze rubriek :
1° de vorderingen al dan niet belichaamd in effecten bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen of verenigingen of dienstverlenende organisaties.
2° de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, ondermeer aan openbare besturen of openbare nutsbedrijven.
V. Vorderingen op meer dan één jaar.
Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen de twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII.A. of VII.B. van de activa opgenomen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III.D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V.B. van de activa opgenomen.VI. Voorraden : Goederen en materiaal die niet zijn ingeschreven onder de vaste activa mogen worden afgeboekt als kosten, of, voor zover het om belangrijke aankopen gaat waarvan het gebruik zich over meerdere jaren uitstrekt, worden ingeschreven als voorraden en in functie van het gebruik worden afgeboekt als kosten. De inschrijving en de afschrijving gebeuren op basis van de aanschafwaarde.VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar.
In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar liepen doch die binnen twaalf maanden vervallen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. Hieronder vallen ondermeer de afrekeningen die na verloop van het dienstjaar worden opgemaakt bij wijze van eindafrekening m.b.t. de arbeidsgeneeskundige activiteiten.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III.D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. opgenomen.IX. Liquide middelen.
De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.
X. Overlopende rekeningen.
Naast de bedragen bedoeld in artikel 27bis, § 4, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 omvat deze post :
A. de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van één of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht.
B. de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
PASSIVA.
I. De posten I. en IV. van de passiva (eigen vermogen).
De rubriek " kapitaal " wordt gebruikt voor o.m. de inbreng van de werkende of stichtende leden, voor zover dit een inbreng is met definitief karakter.
Onder de rubriek " reserves " wordt geboekt het gecumuleerd bedrag van saldi der resultaatrekeningen.III. Herwaarderingsmeerwaarden.
Onder herwaarderingsmeerwaarden moet worden verstaan, de in de rekeningen uitgedrukte meerwaarden op actiefbestanddelen boven de aanschaffingsprijs ervan.VII. Voorzieningen voor risico's en kosten.
A. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen.
Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de I.B.G.D. werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, brugrustpensioenen en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeelsleden heeft aangegaan.
D. Overige voorzieningen voor risico's en kosten.
Onder deze rubriek kan de I.B.G.D. een fonds aanleggen voor opzegging van personeel.
VIII. Schulden op meer dan één jaar.
Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX.A.Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen juridische titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de I.B.G.D. werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de I.B.G.D. in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.IX. Schulden op ten hoogste één jaar.
De leden 2 tot 4 van de omschrijving van rubriek " VIII. Schulden op meer dan één jaar " zijn van overeenkomstige toepassing.
X. Overlopende rekeningen.
Die post omvat :
A. de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
B. de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.
Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de I.B.G.D., de hieraan verbonden intercalaire intresten en eventuele andere kosten.II. Immateriële vaste activa.
In die rubriek worden geboekt :
a) kosten van onderzoek en ontwikkeling;
b) de concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten, opzoekings- en ontwikkelingskosten;
c) de goodwill;
d) de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de I.B.G.D. eigenaar is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de I.B.G.D. om van derden dienstverleningen van know-how te verkrijgen, wanneer die rechten door de I.B.G.D. ten bezwarende titel werden verworven.
Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een dienstverleningsfonds of een activiteitsfonds voor zover die hoger is dan de netto-waarde van de actiefminus passief-bestanddelen van het verworven activiteitsfonds, of dienstverleningsfonds of onderdeel ervan.
Onder goodwill wordt eveneens verstaan, het verschil, bij inbreng van andere I.B.G.D. of gelijkaardige dienst (fusie, opslorping, inbreng van een onderdeel van een I.B.G.D.) tussen de conventionele waarde van de inbreng en de nettowaarde van het ingebrachte geheel die voortvloeit ofwel uit de rekeningen van de inbrengende I.B.G.D. of dienst ofwel uit de raming die de overnemende I.B.G.D. in haar eigen rekeningen maakt van elk en alle der ingebrachte actief en passiefbestanddelen.III. Materiële vaste activa.
A. Terreinen en gebouwen.
In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de I.B.G.D. eigenaar is en die duurzaam voor de organisatie en dienstverlening van de I.B.G.D. worden aangewend.
Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de I.B.G.D. bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de organisatie en dienstverlening van de I.B.G.D. wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.
B. Installaties, machines en uitrusting.
In deze rubriek worden opgenomen : materiaal, machines, uitrusting of instrumenten die dienen om medische onderzoeken of om medisch-technische metingen, analyses en vaststellingen uit te voeren.
Vallen tevens onder deze rubriek, de apparatuur of instrumenten om milieumetingen uit te voeren, milieumonsters af te nemen of analyses van elementen van het arbeidsmilieu te verrichten.
C. Meubilair en rollend materieel.
1. Meubilair en kantoormachines.
In deze rubriek worden opgenomen alle kantoormeubilair en bureeluitrusting en personeelsaccomodatie, zoals burelen, stoelen, tafels, kasten enz. in de meest ruime zin, met inbegrip van het meubilair van medische onderzoekslokalen. Onder meubilair vallen tevens de schrijfmachines, rekenmachines, tekstverwerkers, fotocopiemachines, computers enz.2. Rollend materieel.
D. Leasing en soortgelijke rechten.
Onder die post worden opgenomen :
1° de gebruiksrechten op lange termijn betreffende bebouwde onroerende goederen waarover de I.B.G.D. beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of een soortgelijke niet opzegbare overeenkomst, op voorwaarde dat :
a) de volgens de overeenkomst te storten termijnen de gever toelaten het in het gebouw geïnvesteerde kapitaal volledig weder samen te stellen, alsmede de rentelast en de andere kosten van de verrichting te dekken;
b) de eigendom van het gebouw, bij het einde van het contract, van rechtswege toekomt aan de I.B.G.D., of de overeenkomst een aankoopoptie voor de I.B.G.D. bevat.
2° de gebruiksrechten betreffende roerende goederen waarover de I.B.G.D. beschikt op grond van leasing of een soortgelijke niet opzegbare overeenkomst, op voorwaarde dat :
a) de volgens de overeenkomst te storten termijnen, verhoogd met het voor het lichten van de koopoptie bepaalde bedrag, de gever toelaten het voor de aanschaffing van het goed geïnvesteerde kapitaal volledig weder samen te stellen, alsmede de rentelast en de andere kosten van de verrichting te dekken, enb) de eigendom van het goed, bij het einde van het contract, van rechtswege toekomt aan de I.B.G.D., of de overeenkomst een aankoopoptie voor de I.B.G.D. bevat.
3° ten aanzien van de in leasing of soortgelijke rechten aangeschafte materiële vaste activa, gelden dezelfde definities en indelingen in :
- installaties, machines en uitrusting;
- meubilair en rollend materieel;
- terreinen en gebouwen;
- meubilair;
- rollend materieel.
E. Overige materiële vaste activa.
In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V. en VII. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.
De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.IV. Financiële vaste activa.
A. Aandelen en andere maatschappelijke rechten.
Onder deze post vallen de maatschappelijke rechten die in andere ondernemingen of verenigingen of dienstverlenende organisaties worden aangehouden, om met deze een duurzame band te scheppen.
B. Vorderingen en borgtochten in contanten.
Worden opgenomen onder deze rubriek :
1° de vorderingen al dan niet belichaamd in effecten bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen of verenigingen of dienstverlenende organisaties.
2° de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, ondermeer aan openbare besturen of openbare nutsbedrijven.
V. Vorderingen op meer dan één jaar.
Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen de twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII.A. of VII.B. van de activa opgenomen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III.D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V.B. van de activa opgenomen.VI. Voorraden : Goederen en materiaal die niet zijn ingeschreven onder de vaste activa mogen worden afgeboekt als kosten, of, voor zover het om belangrijke aankopen gaat waarvan het gebruik zich over meerdere jaren uitstrekt, worden ingeschreven als voorraden en in functie van het gebruik worden afgeboekt als kosten. De inschrijving en de afschrijving gebeuren op basis van de aanschafwaarde.VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar.
In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar liepen doch die binnen twaalf maanden vervallen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. Hieronder vallen ondermeer de afrekeningen die na verloop van het dienstjaar worden opgemaakt bij wijze van eindafrekening m.b.t. de arbeidsgeneeskundige activiteiten.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III.D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. opgenomen.IX. Liquide middelen.
De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.
X. Overlopende rekeningen.
Naast de bedragen bedoeld in artikel 27bis, § 4, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 omvat deze post :
A. de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van één of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht.
B. de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
PASSIVA.
I. De posten I. en IV. van de passiva (eigen vermogen).
De rubriek " kapitaal " wordt gebruikt voor o.m. de inbreng van de werkende of stichtende leden, voor zover dit een inbreng is met definitief karakter.
Onder de rubriek " reserves " wordt geboekt het gecumuleerd bedrag van saldi der resultaatrekeningen.III. Herwaarderingsmeerwaarden.
Onder herwaarderingsmeerwaarden moet worden verstaan, de in de rekeningen uitgedrukte meerwaarden op actiefbestanddelen boven de aanschaffingsprijs ervan.VII. Voorzieningen voor risico's en kosten.
A. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen.
Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de I.B.G.D. werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, brugrustpensioenen en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeelsleden heeft aangegaan.
D. Overige voorzieningen voor risico's en kosten.
Onder deze rubriek kan de I.B.G.D. een fonds aanleggen voor opzegging van personeel.
VIII. Schulden op meer dan één jaar.
Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX.A.Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen juridische titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de I.B.G.D. werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de I.B.G.D. in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.IX. Schulden op ten hoogste één jaar.
De leden 2 tot 4 van de omschrijving van rubriek " VIII. Schulden op meer dan één jaar " zijn van overeenkomstige toepassing.
X. Overlopende rekeningen.
Die post omvat :
A. de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
B. de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.
Art. 5N. I. Frais d'établissement.
Sont portés sous cette rubrique, s'ils ne sont pas pris en charge du compte de résultats à un autre titre durant l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais qui se rattachent à la construction, au développement ou à la restructuration du S.M.I., les intérêts intercalaires et autres charges éventuelles.
II. Immobilisations incorporelles.
Sont portés sous cette rubrique :
a) Frais de recherche et de développement.
b) Les concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires et les frais de recherche et de développement.
c) Le goodwill.
d) Les acomptes versés sur immobilisations incorporelles.
Par concessions, brevets, licences, marques et autres droits similaires, il y a lieu d'entendre, d'une part, les brevets, licences, marques, savoir-faire et autres droits similaires qui sont la propriété du S.M.I., d'autre part, les droits d'exploitation de biens fonds, de brevets, licences, marques et droits similaires appartenant à des tiers, ainsi que la valeur d'acquisition du droit du S.M.I. d'obtenir de tiers des prestations de services de savoir-faire, lorsque ces droits ont été acquis à titre onéreux par le S.M.I.
Par goodwill, il y a lieu d'entendre, pour l'application du présent arrêté, le coût d'acquisition d'un fond de prestations de service ou d'un fond d'activité, dans la mesure où il excède la somme des valeurs des éléments actifs et passifs qui la composent.
Par goodwill, il y a lieu d'entendre également la différence, en cas d'apports d'autres S.M.I. ou autres services similaires (fusion, absorption, apport d'une partie de S.M.I.), entre la valeur conventionnelle de l'apport et la valeur nette de cette universalité telle qu'elle résulte, soit des comptes du S.M.I. ou du service apporteur, soit de l'estimation faite dans ses propres comptes par le S.M.I. bénéficiaire de l'apport de tous et chacun des éléments actifs et passifs apportés.
III. Immobilisations corporelles.
A. Terrains et constructions.
Sont inscrits sous cette rubrique, les terrains bâtis et non bâtis, les constructions édifiées ainsi que leurs agencements, que le S.M.I. détient en propriété et affectés durablement à son organisation et proposition de service.
Sont également inscrits sous cette rubrique, les autres droits réels que le S.M.I. détient sur des immeubles affectés durablement par lui à son organisation et proposition de service, lorsque les canons ou redevances ont été payés par anticipation au début du contrat.
B. Installations, machines et outillage.
Sont inscrits sous cette rubrique : matériel, machines, outillage ou instruments qui servent aux examens médicaux ou pour effectuer les mesures médico-techniques et les constatations.
Sont également inscrits sous cette rubrique, l'appareillage ou les instruments pour effectuer des mesures d'environnement, pour prélever des échantillons d'environnement ou pour réaliser les analyses d'éléments du milieu de travail.
C. Mobilier et matériel roulant.
1° Mobilier et machines de bureau.
Sont inscrits sous cette rubrique, tout le mobilier de bureau, l'équipement de bureau et l'équipement relatif au confort du personnel, comme bureaux, chaises, tables, armoires, etc. dans le sens le plus large, y compris le mobilier des locaux d'examens médicaux. Le mobilier comprend également les machines à écrire, les machines à calculer, les machines de traitement de texte, les photocopieuses, les ordinateurs, etc.
2° Matériel roulant.
D. Location - financement et droits similaires.
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les droits d'usage à long terme sur des immeubles bâtis dont le S.M.I. dispose en vertu de contrats non résiliables d'emphytéose, de superficie, de location - financement ou de conventions similaires, à condition :
a) que les redevances échelonnées prévues au contrat couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans la construction, et
b) que la propriété de la construction soit, au terme du contrat, transférée de plein droit au S.M.I. ou que le contrat comporte une option d'achat pour le S.M.I.
2° Les droits d'usage sur des biens meubles dont le S.M.I. dispose en vertu de contrats non résiliables de location - financement ou de conventions similaires, à condition :
a) que les redevances échelonnées prévues au contrat, majorées du montant à payer en cas de levée de l'option d'achat, couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur pour l'acquisition du bien;
b) que la propriété du bien soit, au terme du contrat, transférée de plein droit au S.M.I. ou que le contrat comporte une option d'achat pour le S.M.I.
3° Quant aux actifs immobilisés acquis en location - financement ou droits similaires, les mêmes définitions et divisions sont valables :
- installations, machines et outillage;
- mobilier et matériel roulant;
- terrains et constructions;
- mobilier;
- matériel roulant.
E. Autres immobilisations corporelles.
Sont portés sous cette rubrique, les immeubles détenus au titre de réserve immobilière, les immeubles d'habitation, les immobilisations corporelles désaffectées ou retirées de l'exploitation, ainsi que les biens immeubles et meubles donnés en emphytéose, en superficie, en bail commercial, en bail à terme ou en location, sauf dans la mesure où les créances résultant de ces contrats sont portées sous les rubriques V et VII. Les immeubles acquis ou construits en vue de leur revente ne sont pas repris sous cette rubrique, mais sont inscrits d'une manière distincte parmi les stocks.
Sont également inscrits sous cette rubrique, s'ils n'ont pas été pris en charge du compte de résultats de l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais d'aménagement d'immeubles pris en location par le S.M.I.IV. Immobilisations financières.
A. Actions et parts et autres droits sociaux.
Sont classés sous ce poste, les droits sociaux détenus dans d'autres entreprises ou associations ou organismes de prestation de services en vue de créer un lien durable avec celles-ci.
B. Créances et cautionnements en numéraire.
Sont portés sous ce poste :
1° les créances incorporées ou non dans des titres qui ont pour but de soutenir durablement l'activité d'autres entreprises ou associations ou organismes de prestation de services.
2° les cautionnements en numéraire versés au titre de garanties permanentes, notamment auprès d'administrations ou d'entreprises d'utilité publique.
V. Créances à plus d'un an.
Cette rubrique regroupe les créances qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les créances ou la partie des créances à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées, selon le cas, sous la rubrique VII.A. ou VII.B.
Sont classés sous cette rubrique, aux postes correspondants, outre les créances dont le titre juridique est né, les produits à recevoir, nés au cours de l'exercice, ou au cours d'un exercice antérieur, qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique de créance, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. Les prorata de produits sont toutefois portés en comptes de régularisation.
Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III.
D. de l'actif sont portés sous le poste V.B.VI. Stocks.
Biens et matériel n'étant pas inscrits sous les immobilisations peuvent être soit amortis en tant que frais, soit, lorsqu'il s'agit d'achats importants dont l'emploi se fera sur plusieurs années, être inscrits comme stock et en fonction de l'emploi être amortis en tant que frais.
L'inscription et l'amortissement se font à valeur d'achat.VII. Créances à un an au plus.
Sont inscrits sous cette rubrique, les créances dont le terme initial est d'un an au plus ainsi que les créances ou les parties de créances dont le terme initial était supérieur à un an, mais qui viennent à échéance dans les douze mois.
Outre les créances ayant un titre, sont également repris sous cette rubrique les produits de l'exercice ou de l'exercice précédent n'ayant pas encore de titre juridique, si le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. On y retrouvera entre autres les règlements relatifs aux activités de médecine de travail établis au bout de l'exercice à titre de règlement final.
Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III.D. de l'actif sont portés sous le poste V.IX. Valeurs disponibles.
Les valeurs disponibles ne comprennent, en dehors des encaisses et des valeurs échues à l'encaissement, que les avoirs à vue sur des établissements de crédit.
X. Comptes de régularisation.
Outre les montants visés à l'article 27bis, § 4 de l'arrêté royal du 8 octobre 1976, ce poste comporte :
A. Les charges à reporter, c'est-à-dire les prorata de charges exposées au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur mais qui sont à rattacher à un ou plusieurs exercices ultérieurs.
B. Les produits acquis, c'est-à-dire les prorata de produits qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
PASSIF.
I. Les rubriques I. et IV. du passif (capitaux propres).
La rubrique " capital " est employée e.a. pour l'apport des membres actifs ou fondateurs, pour autant qu'il s'agisse d'un apport à caractère définitif.
Sous la rubrique " Réserves ", on inscrit les reliquats réalisés par le S.M.I.III. Plus-values de réévaluation.
Par plus-values de réévaluation, il faut entendre les plus-values exprimées dans les comptes sur éléments de l'actif immobilisé au-dessus du prix d'achat.
VII. Provisions pour risques et charges.
A. Pensions et obligations similaires.
Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées par le S.M.I. pour couvrir les pensions de retraite et de survie, les prépensions et autres pensions et rentes dont le paiement lui incombe en vertu d'engagements stipulés en faveur des membres ou anciens membres de son personnel.
D. Autres provisions pour risques et charges.
Sous cette rubrique, le S.M.I. peut créer un fond pour le licenciement de personnel.
VIII. Dettes à plus d'un an.
Sont classées sous ce poste, les dettes qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les dettes ou la fraction des dettes à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées sous la rubrique IX.A.
Sont classées sous cette rubrique, aux rubriques correspondantes, les charges à payer nées au cours de l'exercice ou au cours d'un exercice antérieur qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique d'endettement, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. Les prorata de charges sont toutefois portés en comptes de régularisation.
Les engagements résultant d'emprunts subordonnés, d'emprunts obligatoires, de conventions de location - financement ou de conventions similaires sont inscrits sous les rubriques prévues à cet effet, lors même qu'ils seraient souscrits à l'égard d'établissements de crédit ou de fournisseurs ou seraient incorporés dans des effets de commerce.
Sont notamment classés parmi les dettes envers les établissements de crédit, les billets à ordre (promesses) souscrits par le S.M.I. au nom ou à l'ordre d'un établissement de crédit, ainsi que les dettes envers des établissements de crédit du chef d'acceptations bancaires mises en circulation par le S.M.I., lors même qu'elles trouveraient leur origine dans des achats de biens ou de services.
IX. Dettes à un an au plus.
Les alinéas 2 à 4 de la définition de la rubrique " VIII. Dettes à plus d'un an " sont applicables aux dettes à un an au plus.
X. Comptes de régularisation.
Ce poste comporte :
A. Les charges à imputer, c'est-à-dire les prorata de charges qui n'échoieront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
B. Les produits à reporter, c'est-à-dire les prorata de produits perçus au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur, qui sont à rattacher à un exercice ultérieur.
Sont portés sous cette rubrique, s'ils ne sont pas pris en charge du compte de résultats à un autre titre durant l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais qui se rattachent à la construction, au développement ou à la restructuration du S.M.I., les intérêts intercalaires et autres charges éventuelles.
II. Immobilisations incorporelles.
Sont portés sous cette rubrique :
a) Frais de recherche et de développement.
b) Les concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires et les frais de recherche et de développement.
c) Le goodwill.
d) Les acomptes versés sur immobilisations incorporelles.
Par concessions, brevets, licences, marques et autres droits similaires, il y a lieu d'entendre, d'une part, les brevets, licences, marques, savoir-faire et autres droits similaires qui sont la propriété du S.M.I., d'autre part, les droits d'exploitation de biens fonds, de brevets, licences, marques et droits similaires appartenant à des tiers, ainsi que la valeur d'acquisition du droit du S.M.I. d'obtenir de tiers des prestations de services de savoir-faire, lorsque ces droits ont été acquis à titre onéreux par le S.M.I.
Par goodwill, il y a lieu d'entendre, pour l'application du présent arrêté, le coût d'acquisition d'un fond de prestations de service ou d'un fond d'activité, dans la mesure où il excède la somme des valeurs des éléments actifs et passifs qui la composent.
Par goodwill, il y a lieu d'entendre également la différence, en cas d'apports d'autres S.M.I. ou autres services similaires (fusion, absorption, apport d'une partie de S.M.I.), entre la valeur conventionnelle de l'apport et la valeur nette de cette universalité telle qu'elle résulte, soit des comptes du S.M.I. ou du service apporteur, soit de l'estimation faite dans ses propres comptes par le S.M.I. bénéficiaire de l'apport de tous et chacun des éléments actifs et passifs apportés.
III. Immobilisations corporelles.
A. Terrains et constructions.
Sont inscrits sous cette rubrique, les terrains bâtis et non bâtis, les constructions édifiées ainsi que leurs agencements, que le S.M.I. détient en propriété et affectés durablement à son organisation et proposition de service.
Sont également inscrits sous cette rubrique, les autres droits réels que le S.M.I. détient sur des immeubles affectés durablement par lui à son organisation et proposition de service, lorsque les canons ou redevances ont été payés par anticipation au début du contrat.
B. Installations, machines et outillage.
Sont inscrits sous cette rubrique : matériel, machines, outillage ou instruments qui servent aux examens médicaux ou pour effectuer les mesures médico-techniques et les constatations.
Sont également inscrits sous cette rubrique, l'appareillage ou les instruments pour effectuer des mesures d'environnement, pour prélever des échantillons d'environnement ou pour réaliser les analyses d'éléments du milieu de travail.
C. Mobilier et matériel roulant.
1° Mobilier et machines de bureau.
Sont inscrits sous cette rubrique, tout le mobilier de bureau, l'équipement de bureau et l'équipement relatif au confort du personnel, comme bureaux, chaises, tables, armoires, etc. dans le sens le plus large, y compris le mobilier des locaux d'examens médicaux. Le mobilier comprend également les machines à écrire, les machines à calculer, les machines de traitement de texte, les photocopieuses, les ordinateurs, etc.
2° Matériel roulant.
D. Location - financement et droits similaires.
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les droits d'usage à long terme sur des immeubles bâtis dont le S.M.I. dispose en vertu de contrats non résiliables d'emphytéose, de superficie, de location - financement ou de conventions similaires, à condition :
a) que les redevances échelonnées prévues au contrat couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans la construction, et
b) que la propriété de la construction soit, au terme du contrat, transférée de plein droit au S.M.I. ou que le contrat comporte une option d'achat pour le S.M.I.
2° Les droits d'usage sur des biens meubles dont le S.M.I. dispose en vertu de contrats non résiliables de location - financement ou de conventions similaires, à condition :
a) que les redevances échelonnées prévues au contrat, majorées du montant à payer en cas de levée de l'option d'achat, couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur pour l'acquisition du bien;
b) que la propriété du bien soit, au terme du contrat, transférée de plein droit au S.M.I. ou que le contrat comporte une option d'achat pour le S.M.I.
3° Quant aux actifs immobilisés acquis en location - financement ou droits similaires, les mêmes définitions et divisions sont valables :
- installations, machines et outillage;
- mobilier et matériel roulant;
- terrains et constructions;
- mobilier;
- matériel roulant.
E. Autres immobilisations corporelles.
Sont portés sous cette rubrique, les immeubles détenus au titre de réserve immobilière, les immeubles d'habitation, les immobilisations corporelles désaffectées ou retirées de l'exploitation, ainsi que les biens immeubles et meubles donnés en emphytéose, en superficie, en bail commercial, en bail à terme ou en location, sauf dans la mesure où les créances résultant de ces contrats sont portées sous les rubriques V et VII. Les immeubles acquis ou construits en vue de leur revente ne sont pas repris sous cette rubrique, mais sont inscrits d'une manière distincte parmi les stocks.
Sont également inscrits sous cette rubrique, s'ils n'ont pas été pris en charge du compte de résultats de l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais d'aménagement d'immeubles pris en location par le S.M.I.IV. Immobilisations financières.
A. Actions et parts et autres droits sociaux.
Sont classés sous ce poste, les droits sociaux détenus dans d'autres entreprises ou associations ou organismes de prestation de services en vue de créer un lien durable avec celles-ci.
B. Créances et cautionnements en numéraire.
Sont portés sous ce poste :
1° les créances incorporées ou non dans des titres qui ont pour but de soutenir durablement l'activité d'autres entreprises ou associations ou organismes de prestation de services.
2° les cautionnements en numéraire versés au titre de garanties permanentes, notamment auprès d'administrations ou d'entreprises d'utilité publique.
V. Créances à plus d'un an.
Cette rubrique regroupe les créances qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les créances ou la partie des créances à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées, selon le cas, sous la rubrique VII.A. ou VII.B.
Sont classés sous cette rubrique, aux postes correspondants, outre les créances dont le titre juridique est né, les produits à recevoir, nés au cours de l'exercice, ou au cours d'un exercice antérieur, qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique de créance, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. Les prorata de produits sont toutefois portés en comptes de régularisation.
Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III.
D. de l'actif sont portés sous le poste V.B.VI. Stocks.
Biens et matériel n'étant pas inscrits sous les immobilisations peuvent être soit amortis en tant que frais, soit, lorsqu'il s'agit d'achats importants dont l'emploi se fera sur plusieurs années, être inscrits comme stock et en fonction de l'emploi être amortis en tant que frais.
L'inscription et l'amortissement se font à valeur d'achat.VII. Créances à un an au plus.
Sont inscrits sous cette rubrique, les créances dont le terme initial est d'un an au plus ainsi que les créances ou les parties de créances dont le terme initial était supérieur à un an, mais qui viennent à échéance dans les douze mois.
Outre les créances ayant un titre, sont également repris sous cette rubrique les produits de l'exercice ou de l'exercice précédent n'ayant pas encore de titre juridique, si le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. On y retrouvera entre autres les règlements relatifs aux activités de médecine de travail établis au bout de l'exercice à titre de règlement final.
Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III.D. de l'actif sont portés sous le poste V.IX. Valeurs disponibles.
Les valeurs disponibles ne comprennent, en dehors des encaisses et des valeurs échues à l'encaissement, que les avoirs à vue sur des établissements de crédit.
X. Comptes de régularisation.
Outre les montants visés à l'article 27bis, § 4 de l'arrêté royal du 8 octobre 1976, ce poste comporte :
A. Les charges à reporter, c'est-à-dire les prorata de charges exposées au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur mais qui sont à rattacher à un ou plusieurs exercices ultérieurs.
B. Les produits acquis, c'est-à-dire les prorata de produits qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
PASSIF.
I. Les rubriques I. et IV. du passif (capitaux propres).
La rubrique " capital " est employée e.a. pour l'apport des membres actifs ou fondateurs, pour autant qu'il s'agisse d'un apport à caractère définitif.
Sous la rubrique " Réserves ", on inscrit les reliquats réalisés par le S.M.I.III. Plus-values de réévaluation.
Par plus-values de réévaluation, il faut entendre les plus-values exprimées dans les comptes sur éléments de l'actif immobilisé au-dessus du prix d'achat.
VII. Provisions pour risques et charges.
A. Pensions et obligations similaires.
Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées par le S.M.I. pour couvrir les pensions de retraite et de survie, les prépensions et autres pensions et rentes dont le paiement lui incombe en vertu d'engagements stipulés en faveur des membres ou anciens membres de son personnel.
D. Autres provisions pour risques et charges.
Sous cette rubrique, le S.M.I. peut créer un fond pour le licenciement de personnel.
VIII. Dettes à plus d'un an.
Sont classées sous ce poste, les dettes qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les dettes ou la fraction des dettes à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées sous la rubrique IX.A.
Sont classées sous cette rubrique, aux rubriques correspondantes, les charges à payer nées au cours de l'exercice ou au cours d'un exercice antérieur qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique d'endettement, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. Les prorata de charges sont toutefois portés en comptes de régularisation.
Les engagements résultant d'emprunts subordonnés, d'emprunts obligatoires, de conventions de location - financement ou de conventions similaires sont inscrits sous les rubriques prévues à cet effet, lors même qu'ils seraient souscrits à l'égard d'établissements de crédit ou de fournisseurs ou seraient incorporés dans des effets de commerce.
Sont notamment classés parmi les dettes envers les établissements de crédit, les billets à ordre (promesses) souscrits par le S.M.I. au nom ou à l'ordre d'un établissement de crédit, ainsi que les dettes envers des établissements de crédit du chef d'acceptations bancaires mises en circulation par le S.M.I., lors même qu'elles trouveraient leur origine dans des achats de biens ou de services.
IX. Dettes à un an au plus.
Les alinéas 2 à 4 de la définition de la rubrique " VIII. Dettes à plus d'un an " sont applicables aux dettes à un an au plus.
X. Comptes de régularisation.
Ce poste comporte :
A. Les charges à imputer, c'est-à-dire les prorata de charges qui n'échoieront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
B. Les produits à reporter, c'est-à-dire les prorata de produits perçus au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur, qui sont à rattacher à un exercice ultérieur.
Afdeling 2. - Resultatenrekening.
Section 2. - Comptes de résultats.
Art. 6N. I. Werkingsopbrengsten.
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Deze rubriek betreft opbrengsten die rechtstreeks verband hebben met de arbeidsgeneeskundige dienstverlening van de I.B.G.D. Alle opbrengsten, ongeacht het tijdstip waarop de titel ontstaat, die slaan op prestaties tijdens het dienstjaar geleverd, worden als opbrengst van dat boekjaar ingeboekt.
B. Overige opbrengsten.
Onder die post worden de van derden ontvangen en met gewone activiteiten van de I.B.G.D. verbonden opbrengsten opgenomen, die geen betrekking hebben op rechtstreekse arbeidsgeneeskundige dienstverlening, en ook niet als een financiële of uitzonderlijke opbrengst kunnen worden aangemerkt.
Onder deze post valt o.m. de opbrengst van de verhuur van een onderzoekscentrum.II. Kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.Onder deze rubriek worden opgenomen de kosten verbonden aan de arbeidsgeneeskundige dienstverlening, of de levering van goederen of diensten door derden in het kader van de gewone activiteiten van de I.B.G.D.'s, en die niet als financiële of uitzonderlijke kosten dienen aanzien te worden.
B. Toelevering van diverse diensten en goederen.
Onder deze rubriek worden geboekt de kosten veroorzaakt door de gewone activiteiten van de I.B.G.D., voor zover het kosten aan derden betreft, veroorzaakt door levering van goederen of diensten, voor zover deze niet behoren tot de buitengewone programma's of studies, die onder de rubriek II.G. van de resultatenrekening worden geboekt.
In ieder geval dient de indeling duidelijk de onderscheiden diensten weer te geven die door derden geleverd worden aan de I.B.G.D., bv. laboratoria, service-bureaus, sociale secretariaten, enz...
F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen of terugnemingen).
Onder die post worden opgenomen :
1° de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en -verplichtingen;
2° de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;
3° de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen en die overtollig zijn gebleken.
G. Andere werkingskosten.
Onder deze rubriek worden opgenomen :
1° de kosten voor wetenschappelijk studiewerk, wetenschappelijk onderzoek en de kosten voor buiten de gewone dienstverlening vallende arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Het gaat om de aanwending van een deel van de reserve of van de inkomsten, voor een welbepaalde, goed omlijnde activiteit of studie, die in tijd en omvang begrensd is. Een nieuwe, doch voor de verdere toekomst van de dienst bestendige activiteit, wordt aangezien als een gewone activiteit, en wordt derhalve als dusdanig geboekt.
2° Alle andere niet elders voorziene kosten behorende tot de werking van de I.B.G.D.III. Resultaat.
Het verschil tussen de opbrengsten en de kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D., levert het " Resultaat van de gewone werking " op.IV. Financiële opbrengsten.IV.C. Andere financiële opbrengsten.
Worden onder die post opgenomen :
1° de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
2° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa.
3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post opgenomen worden.
4° de als opbrengst geboekte kapitaal- en intrestsubsidies.
V.A. Kosten van schulden.
Worden onder die post opgenomen :
1° de intresten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;
2° de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio (terugstortingspremies). De geactiveerde intresten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.
V.B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II.D. (toevoegingen + terugnemingen -).
Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen.
De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.
V.C. Andere financiële kosten.
Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V.A. of V.B. en in het bijzonder :
1° de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
2° het disconto ten laste van de onderneming bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een faktuur, enz.);
3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
4° de kosten betreffende posten van het eigen vermogen (kosten bij inbreng, kosten bij kapitaalverhoging, niet opgenomen onder de oprichtingskosten, de taks op ter beurze genoteerde effecten, enz.);
5° de commissies en financiële kosten;
6° de roerende voorheffing op roerende goederen verschuldigd met betrekking tot financiële opbrengsten.VI. Resultaat van de gewone werking (III. + IV. - V.).VII. en VIII. Uitzonderlijke opbrengsten en uitzonderlijke kosten.
Onder deze posten worden respectievelijk de opbrengsten en de kosten opgenomen die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.VII.A. en B. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa.
Onder die post worden opgenomen :
A. de verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt, verricht onder de voorwaarden bepaald in artikel 28, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976;
B. de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken.VII.C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten.
Onder die post worden de terugnemingen opgenomen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.VII.D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa.
Onder die post worden de meerwaarden opgenomen die worden verwezenlijkt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa dan mogen deze meerwaarden onder post " I.D. Andere bedrijfsopbrengsten " worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.
VIII.C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten.
Onder die post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone werking van de I.B.G.D.VIII.D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa.
Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan mogen deze minderwaarden onder de post " II.G. Andere bedrijfskosten " worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone werking van de I.B.G.D.; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.IX. Resultaat.
X. Overdracht van het resultaat naar de reserves.
A. Opbrengsten uit arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Deze rubriek betreft opbrengsten die rechtstreeks verband hebben met de arbeidsgeneeskundige dienstverlening van de I.B.G.D. Alle opbrengsten, ongeacht het tijdstip waarop de titel ontstaat, die slaan op prestaties tijdens het dienstjaar geleverd, worden als opbrengst van dat boekjaar ingeboekt.
B. Overige opbrengsten.
Onder die post worden de van derden ontvangen en met gewone activiteiten van de I.B.G.D. verbonden opbrengsten opgenomen, die geen betrekking hebben op rechtstreekse arbeidsgeneeskundige dienstverlening, en ook niet als een financiële of uitzonderlijke opbrengst kunnen worden aangemerkt.
Onder deze post valt o.m. de opbrengst van de verhuur van een onderzoekscentrum.II. Kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D.Onder deze rubriek worden opgenomen de kosten verbonden aan de arbeidsgeneeskundige dienstverlening, of de levering van goederen of diensten door derden in het kader van de gewone activiteiten van de I.B.G.D.'s, en die niet als financiële of uitzonderlijke kosten dienen aanzien te worden.
B. Toelevering van diverse diensten en goederen.
Onder deze rubriek worden geboekt de kosten veroorzaakt door de gewone activiteiten van de I.B.G.D., voor zover het kosten aan derden betreft, veroorzaakt door levering van goederen of diensten, voor zover deze niet behoren tot de buitengewone programma's of studies, die onder de rubriek II.G. van de resultatenrekening worden geboekt.
In ieder geval dient de indeling duidelijk de onderscheiden diensten weer te geven die door derden geleverd worden aan de I.B.G.D., bv. laboratoria, service-bureaus, sociale secretariaten, enz...
F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen of terugnemingen).
Onder die post worden opgenomen :
1° de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en -verplichtingen;
2° de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;
3° de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen en die overtollig zijn gebleken.
G. Andere werkingskosten.
Onder deze rubriek worden opgenomen :
1° de kosten voor wetenschappelijk studiewerk, wetenschappelijk onderzoek en de kosten voor buiten de gewone dienstverlening vallende arbeidsgeneeskundige activiteiten.
Het gaat om de aanwending van een deel van de reserve of van de inkomsten, voor een welbepaalde, goed omlijnde activiteit of studie, die in tijd en omvang begrensd is. Een nieuwe, doch voor de verdere toekomst van de dienst bestendige activiteit, wordt aangezien als een gewone activiteit, en wordt derhalve als dusdanig geboekt.
2° Alle andere niet elders voorziene kosten behorende tot de werking van de I.B.G.D.III. Resultaat.
Het verschil tussen de opbrengsten en de kosten met betrekking tot de werking van de I.B.G.D., levert het " Resultaat van de gewone werking " op.IV. Financiële opbrengsten.IV.C. Andere financiële opbrengsten.
Worden onder die post opgenomen :
1° de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
2° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa.
3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post opgenomen worden.
4° de als opbrengst geboekte kapitaal- en intrestsubsidies.
V.A. Kosten van schulden.
Worden onder die post opgenomen :
1° de intresten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;
2° de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio (terugstortingspremies). De geactiveerde intresten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.
V.B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II.D. (toevoegingen + terugnemingen -).
Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen.
De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.
V.C. Andere financiële kosten.
Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V.A. of V.B. en in het bijzonder :
1° de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
2° het disconto ten laste van de onderneming bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een faktuur, enz.);
3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
4° de kosten betreffende posten van het eigen vermogen (kosten bij inbreng, kosten bij kapitaalverhoging, niet opgenomen onder de oprichtingskosten, de taks op ter beurze genoteerde effecten, enz.);
5° de commissies en financiële kosten;
6° de roerende voorheffing op roerende goederen verschuldigd met betrekking tot financiële opbrengsten.VI. Resultaat van de gewone werking (III. + IV. - V.).VII. en VIII. Uitzonderlijke opbrengsten en uitzonderlijke kosten.
Onder deze posten worden respectievelijk de opbrengsten en de kosten opgenomen die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.VII.A. en B. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa.
Onder die post worden opgenomen :
A. de verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt, verricht onder de voorwaarden bepaald in artikel 28, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976;
B. de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken.VII.C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten.
Onder die post worden de terugnemingen opgenomen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.VII.D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa.
Onder die post worden de meerwaarden opgenomen die worden verwezenlijkt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa dan mogen deze meerwaarden onder post " I.D. Andere bedrijfsopbrengsten " worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de I.B.G.D.; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.
VIII.C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten.
Onder die post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone werking van de I.B.G.D.VIII.D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa.
Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan mogen deze minderwaarden onder de post " II.G. Andere bedrijfskosten " worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone werking van de I.B.G.D.; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.IX. Resultaat.
X. Overdracht van het resultaat naar de reserves.
Art. 6N. I. Produits de fonctionnement.
A. Produits des activités de médecine du travail.
Cette rubrique concerne les produits se rapportant directement à la prestation de services de médecine du travail par le S.M.I. Tous les produits se référant aux prestations réalisées pendant l'exercice sont enregistrés comme produits de cet exercice, quel que soit le moment de réalisation du titre.
B. Autres produits.
Sont portés sous cette rubrique les produits reçus des tiers et liés aux activités habituelles du S.M.I., qui ne se rapportent pas à une prestation directe de services de médecine du travail et qui ne peuvent pas être considérés non plus comme des produits financiers ou exceptionnels.
Cette rubrique comprend entre autres les produits de location d'un centre de recherches.
II. Charges concernant le fonctionnement du S.M.I.Sont portées sous cette rubrique les charges liées à la prestation de services de médecine du travail ou à la livraison par des tiers de biens et services dans le cadre des activités habituelles du S.M.I., et qui ne peuvent pas être considérées comme des charges financières ou exceptionnelles.
B. Services et biens divers.
Sont portées sous cette rubrique les charges occasionnées par les activités habituelles du S.M.I., dans la mesure où il s'agit de charges dues à des tiers, occasionnées par la livraison de biens ou de services, pour autant que ceux-ci ne font pas partie des programmes ou études exceptionnelles, qui sont enregistrés sous la rubrique II.G. du compte de résultats.
En tout cas, la répartition doit indiquer de manière claire les différents services prestés au S.M.I. par des tiers, par ex. laboratoires, bureaux de services, secrétariats sociaux, etc.
F. Provisions pour risques et charges (dotations + utilisations et reprises).
Sont portées sous cette rubrique :
1° les provisions constituées pour les risques et obligations d'exploitation;
2° les utilisations de provisions pour risques et charges constituées antérieurement, dans la mesure où ces risques et obligations ont donné lieu à des charges d'exploitation;
3° les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'un exercice précédent pour les risques et obligations habituelles d'exploitation et qui se sont avérées excédentaires.
G. Autres charges de fonctionnement.
Sont portées sous cette rubrique :
1° les charges d'études scientifiques, de recherches scientifiques et des activités de médecine du travail pour prestations de services extraordinaires.
Il s'agit de l'emploi d'une partie de la réserve ou des revenus pour une activité ou étude bien définie, délimitée dans le temps et son ampleur. Une nouvelle activité mais qui dans l'avenir du service sera une activité permanente, est considérée comme activité ordinaire et dès lors enregistrée comme telle.
2° Toutes autres charges appartenant au fonctionnement du S.M.I. et n'étant pas prévues autre part.III. Résultat.
La différence entre les produits et les charges concernant le fonctionnement du S.M.I., donne le " le Résultat du fonctionnement ordinaire ".
IV. Produits financiers.
IV.C. Autres produits financiers :
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les plus-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
2° Les différences de change et les écarts de conversion des devises, sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
3° Tous les produits de nature financière qui ne se rattachent pas à des éléments déterminés de l'actif;
4° Les subsides en capital et en intérêts portés en résultats.
V.A. Charges des dettes.
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les charges en intérêts, commissions en frais afférents aux dettes;
2° L'amortissement des frais d'émission d'emprunts et des primes de remboursement. Les intérêts portés à l'actif sont déduits du montant des charges portées sous cette rubrique.
V.B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que visés sub. II.D. (dotations + reprises -).
Sont portées sous cette rubrique, les réductions de valeur actées sur les créances autres que commerciales, sur les placements de trésorerie et sur les valeurs disponibles. Sont également imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur afférentes à ces mêmes actifs circulants.
V.C. Autres charges financières.
Sont portées sous cette rubrique, toutes les charges de nature financière qui ne relèvent pas des rubriques V.A. ou V.B. et notamment :
1° Les moins-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
2° L'escompte à charge de l'entreprise sur la négociation de créances (lettres de change, warrants, factures, etc.);
3° Les différences de change et les écarts de conversion des devises, sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
4° Les charges relatives aux fonds propres (frais d'apports ou d'augmentation de capital, non portés en frais d'établissement, taxe sur les titres côtés en bourse, etc.);
5° Les commissions et frais financiers;
6° Le prélèvement anticipé sur biens mobiliers dû par rapport aux produits financiers.
VI. Résultat des produits et charges financiers (III. + IV. - V.).
VII. et VIII. Produits exceptionnels et charges exceptionnelles.
Sous ces rubriques, doivent figurer les produits et les charges ne provenant pas de l'activité habituelle de l'entreprise.
VII.A. et B. Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles.
Sont portées sous cette rubrique :
A. Les reprises d'amortissements actés à charge d'exercices antérieurs, opérés dans les conditions visées à l'article 28, § 2, alinéa 3, de l'arrêté royal du 8 octobre 1976;
B. Les reprises de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles actées à charge d'exercices antérieurs, devenues excédentaires.
VII.C. Reprises de provisions pour risques et charges exceptionnels.
Sont portées sous cette rubrique, les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'exercices antérieurs, devenues excédentaires, sauf s'il s'agit de provisions pour rencontrer des risques et charges inhérentes à l'activité habituelle de l'entreprise.
VII.D. Plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés.
Sont classées sous cette rubrique, les plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Peuvent toutefois être portées sous la rubrique " I.D. Autres produits d'exploitation " les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles si, en égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de l'entreprise.
VIII.C. Provisions pour risques et charges exceptionnelles.
Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges qui ne relèvent pas de l'activité habituelle du S.M.I.VIII.D. Moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés.
Sont classées sous cette rubrique les moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Pourront toutefois être portées sous la rubrique " II.G. Autres charges d'exploitation ", les moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles ou corporelles si, en égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale du S.M.I.
IX. Résultat.
X. Affectations du résultat aux réserves.
A. Produits des activités de médecine du travail.
Cette rubrique concerne les produits se rapportant directement à la prestation de services de médecine du travail par le S.M.I. Tous les produits se référant aux prestations réalisées pendant l'exercice sont enregistrés comme produits de cet exercice, quel que soit le moment de réalisation du titre.
B. Autres produits.
Sont portés sous cette rubrique les produits reçus des tiers et liés aux activités habituelles du S.M.I., qui ne se rapportent pas à une prestation directe de services de médecine du travail et qui ne peuvent pas être considérés non plus comme des produits financiers ou exceptionnels.
Cette rubrique comprend entre autres les produits de location d'un centre de recherches.
II. Charges concernant le fonctionnement du S.M.I.Sont portées sous cette rubrique les charges liées à la prestation de services de médecine du travail ou à la livraison par des tiers de biens et services dans le cadre des activités habituelles du S.M.I., et qui ne peuvent pas être considérées comme des charges financières ou exceptionnelles.
B. Services et biens divers.
Sont portées sous cette rubrique les charges occasionnées par les activités habituelles du S.M.I., dans la mesure où il s'agit de charges dues à des tiers, occasionnées par la livraison de biens ou de services, pour autant que ceux-ci ne font pas partie des programmes ou études exceptionnelles, qui sont enregistrés sous la rubrique II.G. du compte de résultats.
En tout cas, la répartition doit indiquer de manière claire les différents services prestés au S.M.I. par des tiers, par ex. laboratoires, bureaux de services, secrétariats sociaux, etc.
F. Provisions pour risques et charges (dotations + utilisations et reprises).
Sont portées sous cette rubrique :
1° les provisions constituées pour les risques et obligations d'exploitation;
2° les utilisations de provisions pour risques et charges constituées antérieurement, dans la mesure où ces risques et obligations ont donné lieu à des charges d'exploitation;
3° les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'un exercice précédent pour les risques et obligations habituelles d'exploitation et qui se sont avérées excédentaires.
G. Autres charges de fonctionnement.
Sont portées sous cette rubrique :
1° les charges d'études scientifiques, de recherches scientifiques et des activités de médecine du travail pour prestations de services extraordinaires.
Il s'agit de l'emploi d'une partie de la réserve ou des revenus pour une activité ou étude bien définie, délimitée dans le temps et son ampleur. Une nouvelle activité mais qui dans l'avenir du service sera une activité permanente, est considérée comme activité ordinaire et dès lors enregistrée comme telle.
2° Toutes autres charges appartenant au fonctionnement du S.M.I. et n'étant pas prévues autre part.III. Résultat.
La différence entre les produits et les charges concernant le fonctionnement du S.M.I., donne le " le Résultat du fonctionnement ordinaire ".
IV. Produits financiers.
IV.C. Autres produits financiers :
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les plus-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
2° Les différences de change et les écarts de conversion des devises, sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
3° Tous les produits de nature financière qui ne se rattachent pas à des éléments déterminés de l'actif;
4° Les subsides en capital et en intérêts portés en résultats.
V.A. Charges des dettes.
Sont portés sous cette rubrique :
1° Les charges en intérêts, commissions en frais afférents aux dettes;
2° L'amortissement des frais d'émission d'emprunts et des primes de remboursement. Les intérêts portés à l'actif sont déduits du montant des charges portées sous cette rubrique.
V.B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que visés sub. II.D. (dotations + reprises -).
Sont portées sous cette rubrique, les réductions de valeur actées sur les créances autres que commerciales, sur les placements de trésorerie et sur les valeurs disponibles. Sont également imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur afférentes à ces mêmes actifs circulants.
V.C. Autres charges financières.
Sont portées sous cette rubrique, toutes les charges de nature financière qui ne relèvent pas des rubriques V.A. ou V.B. et notamment :
1° Les moins-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
2° L'escompte à charge de l'entreprise sur la négociation de créances (lettres de change, warrants, factures, etc.);
3° Les différences de change et les écarts de conversion des devises, sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
4° Les charges relatives aux fonds propres (frais d'apports ou d'augmentation de capital, non portés en frais d'établissement, taxe sur les titres côtés en bourse, etc.);
5° Les commissions et frais financiers;
6° Le prélèvement anticipé sur biens mobiliers dû par rapport aux produits financiers.
VI. Résultat des produits et charges financiers (III. + IV. - V.).
VII. et VIII. Produits exceptionnels et charges exceptionnelles.
Sous ces rubriques, doivent figurer les produits et les charges ne provenant pas de l'activité habituelle de l'entreprise.
VII.A. et B. Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles.
Sont portées sous cette rubrique :
A. Les reprises d'amortissements actés à charge d'exercices antérieurs, opérés dans les conditions visées à l'article 28, § 2, alinéa 3, de l'arrêté royal du 8 octobre 1976;
B. Les reprises de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles actées à charge d'exercices antérieurs, devenues excédentaires.
VII.C. Reprises de provisions pour risques et charges exceptionnels.
Sont portées sous cette rubrique, les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'exercices antérieurs, devenues excédentaires, sauf s'il s'agit de provisions pour rencontrer des risques et charges inhérentes à l'activité habituelle de l'entreprise.
VII.D. Plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés.
Sont classées sous cette rubrique, les plus-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Peuvent toutefois être portées sous la rubrique " I.D. Autres produits d'exploitation " les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles si, en égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de l'entreprise.
VIII.C. Provisions pour risques et charges exceptionnelles.
Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges qui ne relèvent pas de l'activité habituelle du S.M.I.VIII.D. Moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés.
Sont classées sous cette rubrique les moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Pourront toutefois être portées sous la rubrique " II.G. Autres charges d'exploitation ", les moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles ou corporelles si, en égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale du S.M.I.
IX. Résultat.
X. Affectations du résultat aux réserves.