Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 JUNI 1992. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure tot schorsing en intrekking van de vergunning voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective.
Titre
29 JUIN 1992. - Arrêté royal fixant la procédure de la suspension et du retrait de l'autorisation d'exercer la profession de détective privé.
Documentinformatie
Numac: 1992000366
Datum: 1992-06-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1992000366
Date: 1992-06-29
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In dit besluit, doelen de woorden "de belanghebbende" op de persoon die een vergunning voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective heeft verkregen.
Article 1. Dans le présent arrêté, les mots "l'intéressé" désignent la personne qui a reçu une autorisation pour exercer la profession de détective privé.
Art. 2. Alvorens een vergunning te schorsen of in te trekken brengt de Minister van Binnenlandse Zaken, of de ambtenaar die hij daartoe machtigt, de belanghebbende bij een ter post aangetekende brief op de hoogte van :
1° alle hem ten laste gelegde feiten;
2° de schorsings- of intrekkingsmaatregel die hij beoogt te nemen;
3° het recht van de belanghebbende om inzage te nemen van zijn dossier en om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman van zijn keuze;
4° de plaats waar het dossier kan worden ingezien en de termijn waarover hij daartoe beschikt.
Art. 2. Avant de suspendre ou de retirer une autorisation, le Ministre de l'Intérieur ou le fonctionnaire qu'il délègue à cette fin, informe l'intéressé par lettre recommandée à la poste :
1° de tous les faits qui lui sont reprochés;
2° de la mesure de suspension ou de retrait qu'il envisage de prendre;
3° du droit de l'intéressé de prendre connaissance de son dossier et de se faire assister ou représenter par un défenseur de son choix;
4° de l'endroit où le dossier peut être consulté et du délai dont il dispose à cet effet.
Art. 3. De Minister van Binnenlandse Zaken, of de ambtenaar die hij daartoe machtigt, kan een ieder horen die inlichtingen zou kunnen verstrekken.
Indien het verhoor plaatsheeft nadat de in artikel 2 bedoelde brief is verzonden, kan het alleen worden afgenomen in tegenwoordigheid van de belanghebbende of nadat deze behoorlijk is opgeroepen om erbij tegenwoordig te zijn.
Indien dit verhoor plaatsheeft voor de verzending van voornoemde brief, bevat het dossier de processen-verbaal van het verhoor.
Art. 3. Le Ministre de l'Intérieur, ou le fonctionnaire qu'il délègue à cette fin, peut entendre toute personne susceptible de lui fournir des renseignements.
Si cette audition a lieu après l'envoi de la lettre visée à l'article 2, il ne peut y être procédé qu'en présence de l'intéressé ou après que celui-ci a été dûment appelé à y assister.
Si cette audition a eu lieu avant l'envoi de la lettre précitée, le dossier contient les procès-verbaux d'audition.
Art. 4. De belanghebbende beschikt, vanaf de ontvangst van de brief bedoeld in artikel 2, over een termijn van vijftien werkdagen om het te zijnen laste aangelegde dossier ter plaatse in te zien en een afschrift ervan te verkrijgen.
Art. 4. L'intéressé dispose d'un délai de quinze jours ouvrables, à partir de la réception de la lettre visée à l'article 2, pour consulter sur place le dossier constitué à sa charge et en obtenir copie.
Art. 5. § 1. Tot uiterlijk dertig werkdagen na de ontvangst van de brief, bedoeld in artikel 2, kan de belanghebbende zijn verweermiddelen meedelen per aangetekende brief.
§ 2. Na de verweermiddelen van de belanghebbende te hebben onderzocht, roept de Minister van Binnenlandse Zaken, of de ambtenaar die hij daartoe machtigt, de belanghebbende op om hem te horen.
Van het verhoor wordt proces-verbaal opgemaakt; er wordt hem voorlezing van gedaan; de belanghebbende wordt verzocht het te ondertekenen en ontvangt er een afschrift van. Indien de belanghebbende weigert te ondertekenen wordt dit vermeld in het proces-verbaal en wordt de reden van de weigering opgegeven.
Indien de betrokkene schriftelijk afstand doet van het verhoor of zich er niet op aanmeldt, maakt de Minister van Binnenlandse Zaken, of de ambtenaar die hij daartoe machtigt, naargelang van het geval, een proces-verbaal van afstand of van niet verschijnen op.
Art. 5. § 1. L'intéressé peut communiquer, par lettre recommandée, ses moyens de défense dans un délai de trente jours ouvrables suivant la réception de la lettre visée à l'article 2.
§ 2. Après avoir examiné les moyens de défense de l'intéressé, le Ministre de l'Intérieur, ou le fonctionnaire qu'il délègue à cette fin, convoque l'intéressé pour l'entendre.
Il est dressé procès-verbal de l'audition; il lui en est donné lecture; l'intéressé est invité à le signer et en reçoit copie. Si l'intéressé refuse de signer, ce refus est acté au procès-verbal et le motif en est indiqué.
Si l'intéressé renonce par écrit à l'audition ou ne s'y présente pas, le Ministre de l'Intérieur, ou le fonctionnaire qu'il délègue à cette fin, dresse, selon le cas, un procès-verbal de désistement ou de non-comparution.
Art. 6. De Minister van Binnenlandse Zaken neemt binnen twee maanden na het sluiten van het proces-verbaal van verhoor, van afstand of van niet-verschijnen een beslissing waarvan hij belanghebbende bij aangetekende brief onverwijld kennis geeft.
Indien de Minister van Binnenlandse Zaken geen uitspraak doet binnen de termijn van twee maanden voorgeschreven in het eerste lid, wordt hij geacht af te zien van elke schorsings- of intrekkingsmaatregel ten aanzien van de feiten die de belanghebbende zijn ten laste gelegd.
Art. 6. Le Ministre de l'Intérieur prend, dans les deux mois de la clôture du procès-verbal d'audition, de désistement ou de non-comparution, une décision qu'il notifie aussitôt à l'intéressé par lettre recommandée.
S'il ne statue pas dans le délai de deux mois prévu à l'alinéa premier, le Ministre de l'Intérieur est censé renoncer à toute mesure de suspension ou de retrait pour les faits qui ont été mis à charge de l'intéressé.
Art. 7. In het geval waar de Minister van Binnenlandse Zaken een schorsing of intrekking overweegt wegens het uitoefenen van activiteiten die onverenigbaar zijn met de openbare orde of met de inwendige of uitwendige veiligheid van de Staat, worden de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde termijnen, teruggebracht op twee werkdagen.
De termijn bepaald in artikel 6, eerste lid, wordt teruggebracht tot veertien werkdagen. Van die beslissing wordt aan de belanghebbende onverwijld kennis gegeven.
Art. 7. Au cas où le Ministre de l'Intérieur envisage une suspension ou un retrait en raison de l'exercice d'activités incompatibles avec l'ordre public ou avec la sécurité intérieure ou extérieure de l'Etat, les délais fixés aux articles 4 et 5 sont ramenés à deux jours ouvrables.
Le délai fixé à l'article 6, alinéa premier, est ramené à quatorze jours ouvrables. La décision est aussitôt notifiée à l'intéressé.
Art. 8. De belanghebbende moet binnen de veertien werkdagen na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing of intrekking van zijn vergunning, zijn identificatiekaart terugsturen naar de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 8. L'intéressé doit dans les quatorze jours ouvrables suivant la notification de la décision de suspension ou de retrait de l'autorisation, renvoyer sa carte d'identification au Ministre de l'Intérieur.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 2 oktober 1992.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 2 octobre 1992.
Art. 10. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.