Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 SEPTEMBER 1991. - Koninklijk besluit tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-08-2000 en tekstbijwerking tot 26-04-2024)
Titre
26 SEPTEMBRE 1991. - Arrêté royal fixant certaines mesures d'application de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-08-2000 et mise à jour au 26-04-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. - Definitie en toepassingsdrempel.
CHAPITRE I. - Définition et seuil d'application.
Artikel 1. Worden voor de toepassing van dit besluit beschouwd als opdrachten voor de aanneming van werken, de aannemingsovereenkomsten die tot voorwerp hebben :
  1° het bouwen, het afbreken, het verbouwen, het inrichten of het herstellen van goederen welke uit hun aard onroerend zijn;
  2° het vervaardigen en het plaatsen, of het plaatsen van uitrustingsbestanddelen, wanneer zij een onafscheidbaar geheel met de onroerende goederen vormen. Vormen een geheel met voormelde onroerende goederen die uitrustingsbestanddelen waarvan het wegnemen, het uit elkaar nemen of waarvan het vervangen niet kan gebeuren zonder deze bestanddelen zelf of het gedeelte van de onroerende goederen waaraan zij verbonden zijn, te breken of te beschadigen.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme marchés de travaux, les contrats de louage d'ouvrage ayant pour objet :
  1° la construction, la démolition, la transformation, l'aménagement ou la réparation de biens immeubles par leur nature;
  2° la construction et le placement, ou le placement d'éléments d'équipement lorsque ceux-ci font indissociablement corps avec les biens immeubles. Font corps avec les biens immeubles précités, les éléments d'équipement dont la dépose, le démontage ou le remplacement ne peut s'effectuer sans que ces éléments ne soient fracturés, ou détériorés, ou sans briser ou détériorer la partie des biens immeubles auxquels ils sont attachés.
Art.2. Het bedrag bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken wordt vastgesteld op (75 000 EUR), exclusief B.T.W., voor de in categorieën en (50 000 EUR), exclusief B.T.W., voor de in ondercategorieën ingedeelde werken. <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  [1 ...]1
  
Art.2. Le montant visé à l'article 3, § 1er, de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux est fixé à (75 000 EUR), T.V.A. non comprise, pour les travaux rangés en catégories et à (50 000 EUR), T.V.A. non comprise, pour les travaux rangés en sous-catégories. <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
  [1 ...]1
  
HOOFDSTUK II. - Indeling volgens het bedrag van de inschrijving.
CHAPITRE II. - Classement selon le montant de la soumission.
Art.3. § 1. De erkende aannemers worden voor elke categorie of ondercategorie in acht klassen ingedeeld.
  § 2. Het maximale bedrag exclusief B.T.W. van de aanneming van werken die aan de aannemer mag worden gegund is voor elk van de eerste zeven klassen vastgesteld als volgt :
  klasse 1 : [2 162.000 euro]2
  klasse 2 : [2 330.000 euro]2
  klasse 3 : [2 600.000 euro]2
  klasse 4 : [2 1.080.000 euro]2
  klasse 5 : [2 2.172.000 euro]2
  klasse 6 : [2 3.870.000 euro]2
  klasse 7 : [2 6.396.000 euro]2. <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 3. Het totaal bedrag, exclusief B.T.W., van al de werken, zowel openbare als private, welke door dezelfde aannemer in België en in het buitenland gelijktijdig mogen worden uitgevoerd op het ogenblik van het gunnen van de opdracht, wordt voor elk van de acht klassen vastgesteld als volgt :
  klasse 1 : [2 819.000 euro]2
  klasse 2 : [2 2.640.000 euro]2
  klasse 3 : [2 4.800.000 euro]2
  klasse 4 : [2 8.400.000 euro]2
  klasse 5 : [2 17.400.000 euro]2
  klasse 6 : [2 31.200.000 euro]2
  klasse 7 : [2 51.600.000 euro]2
  klasse 8 : [2 312.000.000 euro]2. <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Voor de berekening van de werken die gelijktijdig mogen worden uitgevoerd, wordt er voor de werken in uitvoering door een tijdelijke vereniging of uit te voeren door een dergelijke vereniging, slechts rekening gehouden met het aandeel van de aanneming uit te voeren of nog uit te voeren door elk der deelnemers aan een dergelijke vereniging.
  § 4. Voor de gunning van een opdracht is de vereiste erkenningsklasse deze welke overeenstemt met het goed te keuren bedrag van de inschrijving.
  § 5. De erkenning in een klasse laat de uitvoering toe van de werken gerangschikt in de lagere klassen.
  § 6. [1 ...]1
  
Art.3. § 1. Pour chaque catégorie ou sous-catégorie, les entrepreneurs agréés sont répartis en huit classes.
  § 2. Le montant maximum, T.V.A. non comprise, d'un marché de travaux pouvant être confié à un entrepreneur est fixé comme suit pour chacune des sept premières classes :
  classe 1 : [2 162.000 euros]2
  classe 2 : [2 330.000 euros]2
  classe 3 : [2 600.000 euros]2
  classe 4 : [2 1.080.000 euros]2
  classe 5 : [2 2.172.000 euros]2
  classe 6 : [2 3.870.000 euros]2
  classe 7 : [2 6.396.000 euros]2. <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
  § 3. Le montant total, T.V.A. non comprise, des travaux, tant publics que privés, pouvant être exécutés simultanément en Belgique et à l'étranger par un même entrepreneur au moment de l'attribution du marché est fixé comme suit pour chacune des huit classes :
  classe 1 : [2 819.000 euros]2
  classe 2 : [2 2.640.000 euros]2
  classe 3 : [2 4.800.000 euros]2
  classe 4 : [2 8.400.000 euros]2
  classe 5 : [2 17.400.000 euros]2
  classe 6 : [2 31.200.000 euros]2
  classe 7 : [2 51.600.000 euros]2
  classe 8 : [2 312.000.000 euros]2. <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
  Pour le calcul du montant des travaux pouvant être exécutés simultanément, il n'est tenu compte, pour les travaux en cours d'exécution par une association momentanée, ou à exécuter par une telle association, que de la part du marché à exécuter ou restant à exécuter par chacun des participants à une telle association.
  § 4. La classe d'agréation exigible pour l'attribution d'un marché est celle qui correspond au montant de la soumission à approuver.
  § 5. L'agréation dans une classe permet l'exécution des travaux rangés dans les classes inférieures.
  § 6. [1 ...]1
  
HOOFDSTUK III. - Indeling volgens de categorieën en ondercategorieën van werken.
CHAPITRE III. - Classement suivant les catégories et sous-catégories de travaux.
Art.4. De werken worden volgens hun aard ingedeeld in de categorieën en ondercategorieën, welke door volgende kenletters en kencijfers worden aangeduid en door de Minister nader worden bepaald.
  A Algemene aannemingen van baggerwerken.
  A 1 Lichten van schepen en opruimen van wrakken.
  B Algemene aannemingen en waterbouwkundige werken.
  B 1 Ruimen van waterlopen.
  C Algemene aannemingen van wegenbouwkundige werken.
  C 1 Gewone rioleringswerken.
  C 2 Watervoorziening en leggen van allerhande leidingen.
  C 3 Niet-elektrische verkeerstekens langs verbindingswegen, allerhande, niet-elektrische veiligheidsinrichtingen, afsluitingen en schermen.
  C 5 Bitumineuze verhardingen en bestrijkingen.
  C 6 Leggen van sterkstroom- en telecommunicatiekabels in sleuven, zonder aaneenkoppeling.
  C 7 Horizontale doorpersingen van buizen voor kabels en leidingen.
  D Algemene aannemingen van bouwwerken.
  D 1 Alle ruwbouwwerken en onder kap brengen van gebouwen.
  D 4 Geluids- en warmte-isolatie, lichte scheidingswanden, valse plafonds en blinde vloeren, al dan niet geprefabriceerd.
  D 5 Schrijnwerk in het algemeen, houten spanten en trappen.
  D 6 Marmer- en steenhouwerswerk.
  D 7 Smeedwerk.
  D 8 Dakbedekkingen in asfalt- of gelijkaardige produkten en dichtingswerken.
  D 10 Tegelwerk.
  D 11 Pleister- en raapwerk.
  D 12 Niet-metalen en niet-asfaltbedekkingen.
  D 13 Verfwerk.
  D 14 Glazenmakerswerk.
  D 15 Parketwerk.
  D 16 Sanitaire installaties en verwarmingsinstallaties met gas door middel van individuele toestellen.
  D 17 Centrale verwarming, thermische installaties.
  D 18 Ventilatie, luchtverwarming en airconditioning.
  D 20 Metalen schrijnwerk.
  D 21 Reinigen en opknappen van gevels.
  D 22 Metalen dakbedekkingen en zinkwerk.
  D 23 Restauratie door ambachtslieden.
  D 24 Restauratie van monumenten.
  D 25 Muur- en vloerbekledingen met uitzondering van marmer-, parket- en tegelwerk.
  D 29 Vloerdeklaag en bekleding van industriële vloeren.
  E Algemene aannemingen van burgerlijke bouwkunde.
  E 1 Moerriolen.
  E 2 Paalfunderingen, dam- en diepwanden.
  E 4 Horizontale doorpersingen van samenstellende elementen van kunstwerken.
  F Algemene aannemingen van metaalconstructies.
  F 1 Montage- en demontagewerken (zonder leveringen).
  F 2 Bouw van metalen draagstructuren.
  F 3 Industrieel schilderwerk.
  G Algemene aannemingen van grondwerken.
  G 1 Borings- en sonderingswerken en injecties.
  G 2 Draineerwerken.
  G 3 Beplantingen.
  G 4 Speciale bekledingen voor sportvelden.
  G 5 Afbraakwerken.
  H Algemene aannemingen van spoorwerken.
  H 1 Lassen van spoorstaven.
  H 2 Plaatsen van stroomdraden.
  K Algemene aannemingen van mechanische uitrustingen.
  K 1 Uitrustingen van kunstwerken en van industriële mechanica.
  K 2 Installaties van overladings- en hijstoestellen (kranen, rolbruggen...).
  K 3 Oleomechanische uitrustingen.
  L Algemene aannemingen van hydromechanische uitrustingsinstallaties.
  L 1 Installaties van leidingen.
  L 2 Uitrustingen van pomp- en turbinestations.
  M Algemene aannemingen van elektronische uitrustingen.
  M 1 Elektronische uitrustingen met industriële of hoge frekwentie met inbegrip van de uitrusting van voedingsstations.
  N Algemene aannemingen van transportinstallaties in gebouwen.
  N 1 Liften, goederenliften, roltrappen en roltapijten.
  N 2 Vervoer langs kokers of buizen van voorwerpen, documenten of goederen (pneumatisch, mechanisch...).
  Ekektrische installaties.
  P 1 Elektrische installaties in gebouwen, inbegrepen de installaties van stroomaggregaten, de uitrustingen voor brand- en diefstalmelding, telecommunicatie in gebouwen en hun omgeving en installaties of uitrustingen van gemengde telefonie.
  P 2 Elektrische en elektromechanische installaties van kunstwerken en nijverheidsinrichtingen en elektrische buiteninstallaties.
  P 3 Installaties van bovengrondse elektriciteitsleidingen.
  P 4 Elektrische installaties van haveninrichtingen.
  S Algemene aannemingen van telecommunicatie-uitrustingen en van het databeheer.
  S 1 Openbare telefoon- en telegraafuitrustingen.
  S 2 Uitrustingen voor afstandsbediening, afstandscontrole en afstandsmeting.
  S 3 Uitrustingen voor radio- en televisieuitzendingen, radar en antenne-installaties.
  S 4 Uitrustingen voor informatieverwerking en procesregeling.
  Speciale installaties.
  T 2 Bliksemafleiders, ontvangst-antennes.
  T 3 Koelinrichtingen.
  T 4 Uitrustingen voor wasserij en grote keukens.
  T 6 Slachthuisinrichtingen.
  U Installaties voor huisvuilverwerking.
  V Installaties voor waterzuivering.
Art.4. Les travaux sont groupés selon leur nature dans les catégories et sous-catégories qui sont désignées à l'aide des lettres et indices ci-après et qui sont définies par le Ministre.
  A Entreprises générales de dragage.
  A 1 Renflouage de bateaux et enlèvement d'épaves.
  B Entreprises générales de travaux hydrauliques.
  B 1 Curage de cours d'eau.
  C Entreprises générales de travaux routiers.
  C 1 Travaux d'égouts courants.
  C 2 Distribution d'eau et pose de canalisations diverses.
  C 3 Signalisation non-électrique des voies de communication, dispositifs de sécurité, clôtures et écrans de tout type, non électriques.
  C 5 Revêtements hydrocarbonés et enduisages.
  C 6 Pose en tranchées de câbles électriques d'énergie et de télécommunication, sans connexion.
  C 7 Foncages horizontaux de tuyaux pour câbles et canalisations.
  D Entreprises générales de bâtiments.
  D 1 Tous travaux de gros oeuvre et de mise sous toit de bâtiments.
  D 4 Isolation acoustique ou thermique, cloisons légères, faux plafonds et faux planchers préfabriqués ou non.
  D 5 Menuiserie générale, charpentes et escaliers en bois.
  D 6 Marbrerie et taille de pierres.
  D 7 Ferronnerie.
  D 8 Couverture de toitures asphaltiques ou similaires et travaux d'étanchéité.
  D 10 Carrelages.
  D 11 Plafonnage, crépissage.
  D 12 Couvertures non métalliques et non asphaltiques.
  D 13 Peinture.
  D 14 Vitrerie.
  D 15 Parquetage.
  D 16 Installations sanitaires et installations de chauffage au gaz par appareils individuels.
  D 17 Chauffage central, installations thermiques.
  D 18 Ventilation, chauffage à air chaud, conditionnement d'air.
  D 20 Menuiserie métallique.
  D 21 Ravalement et remise en état de facades.
  D 22 Couvertures métalliques de toiture et zinguerie.
  D 23 Restauration par des artisans.
  D 24 Restauration de monuments.
  D 25 Revêtements de murs et de sols, autres que la marbrerie, le parquetage et les carrelages.
  D 29 Chapes de sols et revêtements de sols industriels.
  E Entreprises de génie civil.
  E 1 Egouts collecteurs.
  E 2 Fondations profondes sur pieux, rideaux de palplanches, murs emboués.
  E 4 Foncages horizontaux d'éléments constitutifs d'ouvrages d'art.
  F Entreprises générales de constructions métalliques.
  F 1 Travaux de montage et de démontage (sans fournitures).
  F 2 Construction de charpentes métalliques.
  F 3 Peinture industrielle.
  G Entreprises générales de terrassements.
  G 1 Travaux de forage, de sondage et d'injection.
  G 2 Travaux de drainage.
  G 3 Plantations.
  G 4 Revêtements spéciaux pour terrains de sport.
  G 5 Travaux de démolition.
  H Entreprises générales de voies ferrées.
  H 1 Travaux de soudure des rails.
  H 2 Pose de caténaires.
  K Entreprises générales d'équipements mécaniques.
  K 1 Equipements d'ouvrages d'art ou de mécanique industrielle.
  K 2 Installations d'engins de manutention et de levage (grues, ponts roulants ...).
  K 3 Equipements oléomécaniques.
  L Entreprises générales d'installations d'équipements hydromécaniques.
  L 1 Installations de tuyauteries.
  L 2 Equipements de stations de pompage ou de turbinage.
  M Entreprises générales d'installations d'équipements électroniques.
  M 1 Equipements électroniques à fréquence industrielle ou élevée y compris équipements des stations d'alimentation.
  N Entreprises générales d'installations de transport dans les bâtiments.
  N 1 Ascenseurs, monte-charges, escaliers et trottoirs roulants.
  N 2 Transports par gaines ou tubes d'objets, de documents ou de marchandises (pneumatique, mécanique ...)
  Installations électriques.
  P 1 Installations électriques des bâtiments, y compris installations de groupes électrogènes, équipements de détection d'incendie et de vol, télétransmissions dans les bâtiments et leur périphérie et installations ou équipements de téléphonie mixte.
  P 2 Installations électriques et électromécaniques d'ouvrages d'art ou industriels et installations électriques extérieures.
  P 3 Installations électriques de lignes aériennes de transport électriques.
  P 4 Installations électriques d'ouvrages portuaires.
  S Entreprises générales d'installation d'équipements de télétransmission et de gestion de données.
  S 1 Equipements de téléphonie et de télégraphie publiques.
  S 2 Equipements de télécommande, télécontrôle et de télémesure.
  S 3 Equipements de transmission de radio et de télévision, installations radar et antennes.
  S 4 Equipements d'informatique et de régulation de processus.
  Installations spéciales.
  T 2 Paratonnerres, antennes de réception.
  T 3 Equipements frigorifiques.
  T 4 Equipements de buanderies et de grandes cuisines.
  T 6 Equipements d'abattoirs.
  U Installations pour traitement des immondices.
  V Installations d'épuration d'eau.
Art.5. § 1. Een aannemer kan in meer dan één categorie en/of ondercategorie en in verschillende klassen worden erkend.
  § 2. De erkenning in een categorie brengt geen erkenning in de daarbij behorende ondercategorieën met zich mede, behalve wat betreft :
  - de erkenning in de categorie B, die de erkenning in de ondercategorie B 1 met zich medebrengt;
  - de erkenning in de categorie C, die de erkenning in de ondercategorie C 1 met zich medebrengt;
  - de erkenning in de categorie D, die de erkenning in de ondercategorie D 1 met zich medebrengt, onverminderd de toepassing van de vestigingswetgeving;
  - de erkenning in de categorie E, die de erkenning in de ondercategorie E 1 met zich medebrengt;
  - de erkenning in de categorie F, die de erkenning in de ondercategorie F 2 met zich medebrengt;
  - de erkenning in de categorie C, die de erkenning in de ondercategorie C 5 met zich medebrengt, met verlaging van drie klassen.
  § 3. De erkenning in de ondercategorie E 1, brengt de erkenning met zich mede in de ondercategorie C 1;
  - de erkenning in de ondercategorie P 1, brengt de erkenning met zich mede in de ondercategorieën P 2, P 3 en S 1 met verlaging van twee klassen;
  - de erkenning in de ondercategorie P 2, brengt de erkenning met zich mede in de ondercategorieën P1, P 3 en S 1 met verlaging van twee klassen.
  § 4. De erkenning in de categorie B, brengt de erkenning met zich mede in de categorieën A, E en G, met verlaging van drie klassen.
  - de erkenning in de categorie C, brengt de erkenning met zich mede in de categorie G, met verlaging van drie klassen;
  - de erkenning in de categorie D, brengt de erkenning met zich mede in de categorieën E en G, met verlaging van drie klassen;
  - de erkenning in de categorie E, brengt de erkenning met zich mede in de categorieën D en G, met verlaging van drie klassen.
  § 5. De §§ 1, 2, 3 en 4 van dit artikel zijn niet van toepassing op de voorlopige erkenningen.
  § 6. Behoudens andersluidende bepaling in het bestek van de aanneming, brengt de erkenning in een categorie of ondercategorie voor een bepaalde aanneming de toelating mede tot het uitvoeren van de werken die door hun aard de aanvulling vormen van een in hoofdzaak uit te voeren werk, zelfs indien ze tot een andere categorie of ondercategorie behoren.
  § 7. De categorie of ondercategorie waarin een aanneming die werken omvat die in verscheidene categorieën en/of ondercategorieën gerangschikt zijn, moet worden gerangschikt is die waartoe het gedeelte van het uit te voeren werk behoort waarvan het bedrag het grootste percentage van de aannemingssom vertegenwoordigt.
  In geval de aanneming werken van verschillende aard omvat waarvan de relatieve belangrijkheid ongeveer gelijk is, mag zij gerangschikt worden in meerdere van de betreffende categorieën of ondercategorieën. De inschrijver dient evenwel slechts erkend te zijn in één van de voorgeschreven categorieën of ondercategorieën.
Art.5. § 1. Un entrepreneur peut être agréé dans plus d'une catégorie et/ou sous-catégorie et dans différentes classes.
  § 2. L'agréation dans une catégorie n'entraîne pas l'agréation dans ses sous-catégories, sauf en ce qui concerne :
  - l'agréation en catégorie B, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie B 1;
  - l'agréation en catégorie C, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie C 1;
  - l'agréation en catégorie D, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie D 1, sans préjudice de la réglementation relative à l'accès à la profession;
  - l'agréation en catégorie E, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie E 1;
  - l'agréation en catégorie F, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie F 2;
  - l'agréation en catégorie C, qui entraîne l'agréation dans la sous-catégorie C 5, avec un déclassement de trois classes;
  § 3. L'agréation en sous-catégorie E 1, entraîne l'agréation dans la sous-catégorie C 1;
  - l'agréation en sous-catégorie P 1, entraîne l'agréation dans les sous-catégories P 2, P 3 et S 1 avec déclassement de deux classes;
  - l'agréation en sous-catégorie P 2, entraîne l'agréation dans les sous-catégories P 1, P 3 et S 1 avec déclassement de deux classes.
  § 4. L'agréation en catégorie B, entraîne l'agréation en catégories A, E et G avec déclassement de trois classes.
  - l'agréation en catégorie C, entraîne l'agréation en catégorie G avec déclassement de trois classes;
  - l'agréation en catégorie D, entraîne l'agréation en catégories E et G, avec déclassement de trois classes;
  - l'agréation en catégorie E, entraîne l'agréation en catégories D et G, avec déclassement de trois classes.
  § 5. Les §§ 1, 2, 3 et 4 du présent article ne sont pas applicables aux agréations provisoires.
  § 6. Sauf s'il en est disposé autrement dans le cahier des charges du marché, l'agréation dans une catégorie ou sous-catégorie entraîne pour une entreprise déterminée, l'autorisation d'exécuter les travaux qui par leur nature, constituent le complément de l'ouvrage principal à exécuter, même s'ils relèvent d'une autre catégorie ou sous-catégorie.
  § 7. La catégorie ou sous-catégorie dans laquelle un marché comprenant des travaux, classés dans différentes catégories et/ou sous-catégories doit être rangé est celle dans laquelle rentre la partie de l'ouvrage à exécuter dont le montant représente le pourcentage le plus élévé du montant du marché.
  Dans le cas où l'ouvrage comprend des travaux de nature différente, dont l'importance relative est plus ou moins égale, celui-ci pourra être classé dans plusieurs des catégories ou sous-catégories concernées. En toute hypothèse, l'adjudicataire ne devra être agréé que dans l'une des catégories ou sous-catégories prévues.
HOOFDSTUK IV. - De procedure.
CHAPITRE IV. - La procédure.
Art.6. § 1. Om zijn erkenning te verkrijgen richt de aannemer een aanvraag tot de Minister, door indiening van een volledig dossier houdende de door de Minister bepaalde documenten en bewijsstukken. Hij kan die aanvraag zelf doen, via zijn lasthebber of door tussenkomst van een beroepsvereniging.
  § 2. De Minister levert de aanvrager een getuigschrift af dat de indiening van het volledige dossier bevestigt.
  § 3. Het door de Commissie uitgebracht definitief advies wordt onmiddellijk aan de Minister overgemaakt die over de aanvraag tot erkenning beslist.
  § 4. Wanneer de Commissie over een erkenningsaanvraag bij de Minister een negatief advies heeft uitgebracht, brengt zij dat ter kennis van de betrokken aannemer bij een aangetekende brief. De aanvrager of de beroepsvereniging kan, binnen de maand na ontvangst van het advies, om de herziening ervan verzoeken bij een rechtstreeks aan de Commissie gerichte aangetekende brief.
  Hij heeft het recht te worden gehoord en zich door een raadsman te laten bijstaan.
Art.6. § 1. Pour obtenir une agréation l'entrepreneur adresse au Ministre une demande accompagnée d'un dossier complet contenant les documents et pièces justificatives déterminés par le Ministre. Il peut faire cette demande lui-même, par l'intermédiaire de son mandataire ou à l'intervention d'une organisation professionnelle.
  § 2. Le Ministre délivre au demandeur une attestation constatant l'introduction du dossier complet.
  § 3. L'avis définitif émis par la Commission est immédiatement communiqué au Ministre qui statue sur la demande d'agréation.
  § 4. Lorsque la Commission a communiqué au Ministre un avis négatif sur une demande d'agréation, elle en informe l'entrepreneur intéressé par lettre recommandée. Dans le mois de la réception de l'avis, l'entrepreneur ou l'organisation professionnelle peut en solliciter la révision par lettre recommandée adressée directement à la Commission.
  Il a le droit d'être entendu et de se faire assister par un conseil.
Art.7. De procedure bepaald in artikel 6 is van toepassing om een erkenning in een hogere klasse of een uitbreiding van de erkenning tot andere categorieën en ondercategorieën te verkrijgen, evenals voor de overdracht van de erkenning.
Art.7. La procédure prévue à l'article 6 est applicable à l'obtention d'une agréation dans une classe supérieure ou à une extension de l'agréation à d'autres catégories ou sous-catégories, ainsi qu'au transfert de l'agréation.
Art.8. Ingeval de procedure voorzien bij artikel 6 van de wet van 20 maart 1991 wordt toegepast, worden de bewijsstukken die de aannemer bij zijn inschrijving heeft gevoegd door de opdrachtgever onmiddellijk aan de Commissie voor advies overgemaakt.
  Artikel 6, § 4, is van overeenkomstige toepassing.
Art.8. Dans le cas où l'article 6 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux s'applique, les pièces justificatives que l'entrepreneur a jointes à sa soumission sont immédiatement transmises pour avis à la Commission par le maître d'ouvrage.
  L'article 6, § 4, est d'application.
Art.9. De adviezen van de Commissie worden bij gewone meerderheid van stemmen uitgebracht.
  Wanneer het standpunt van de minderheid ten minste een vierde der stemmen van de aanwezige leden heeft bekomen, wordt het eveneens aan de Minister medegedeeld.
  Bij staking van stemmen worden de twee adviezen, samen met het standpunt van de voorzitter, aan de Minister medegedeeld.
Art.9. Les avis de la Commission sont émis à la majorité simple des voix.
  Si l'opinion de la minorité a recueilli au moins un quart des voix des membres présents, elle est également communiquée au Ministre.
  En cas de parité des voix, les deux avis, accompagnés de l'opinion du président, sont communiqués au Ministre.
HOOFDSTUK V. - Erkenning.
CHAPITRE V. - Agréation.
Art.10. § 1. Om de financiële en economische draagkracht van de aannemers te beoordelen, wordt rekening gehouden met :
  1° het eigen vermogen en in het geval van de herziening bedoeld in artikel 18 van de wet van 20 maart 1991 eveneens de solvabiliteitsratio;
  2° de totale omzet aan werken tijdens drie van de jongste acht jaren.
  § 2. Voor de erkenning in de verschillende klassen :
  1° zijn de volgende bedragen aan eigen vermogen vereist :
  klasse 2 : (45 000 EUR)
  klasse 3 : (85 000 EUR)
  klasse 4 : (150 000 EUR)
  klasse 5 : (308 000 EUR)
  klasse 6 : (550 000 EUR)
  klasse 7 : (895 000 EUR)
  klasse 8 : (1 800 000 EUR). <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Voor de toepassing van dit besluit, wordt als eigen vermogen beschouwd :
  a) voor de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid :
  Het eigen vermogen zoals bedoeld in het schema van de balans opgenomen in bijlage bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen verminderd met de door de vennoten, aandeelhouders, bestuurders of zaakvoerders van de vennootschap verschuldigde sommen.
  b) voor de eenmanszaken en de vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid : het geheel der goederen dat de gemeenschappelijke waarborg voor de schuldeisers vormt.
  2° dienen de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die op het ogenblik van de herziening van hun erkenning, overeenkomstig artikel 18 van de wet, geen solvabiliteitsratio bereiken van minstens 21,7 % voor de ondernemingen met een jaarrekening volgens een verkort schema en van minstens 14,3 % voor de ondernemingen met een jaarrekening volgens een volledig schema, aan te tonen dat hun solvabiliteitsratio er niet met meer dan 20 % op achteruitging sinds het verkrijgen van hun eerste erkenning op basis van de wet van 20 maart 1991.
  Deze ratio wordt berekend overeenkomstig de formule : Eigen Vermogen/Totaal Vermogen x 100, zoals gehanteerd door de Nationale Bank van België.
  In geval de solvabiliteitsratio er met meer dan 20 % is op achteruitgegaan kan de Minister aan de betrokkene vragen dat een onderzoek wordt ingesteld naar zijn financiële draagkracht door middel van een advies gegeven door een accountant of bedrijfsrevisor en kan de Commissie vragen om de betrokken accountant of bedrijfsrevisor ter zake te horen, ten einde na te gaan of de betrokken aannemer desalniettemin over de nodige financiële draagkracht beschikt om de erkenning te behouden.
  3° de solvabiliteit zoals bepaald onder 2° van artikel 10, § 2 zal voor de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die zich beroepen op artikel 3, § 1, 2° van de wet van 20 maart 1991, beoordeeld worden op het ogenblik van het indienen van de offerte, overeenkomstig de wijze voorzien onder 2° met dien verstande dat bij gebrek van een eerste erkenning op basis van de wet van 20 maart 1991, de gebeurlijke achteruitgang van hun solvabiliteit met meer dan 20 % wordt vergeleken met hun solvabiliteit op het moment van hun vorige inschrijving overeenkomstig artikel 3, § 1, 2° van de wet.
  § 3. De totale omzet aan werken tijdens drie van de jongste acht jaren vereist voor de erkenning in de verschillende klassen bedraagt :
  klasse 2 : (400 000 EUR)
  klasse 3 : (750 000 EUR)
  klasse 4 : (1 350 000 EUR)
  klasse 5 : (2 750 000 EUR)
  klasse 6 : (5 000 000 EUR)
  klasse 7 : (10 700 000 EUR)
  klasse 8 : (18 600 000 EUR). <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.10. § 1. Pour apprécier la capacité financière et économique des entrepreneurs, il est tenu compte :
  1° des fonds propres et, dans le cas de la révision visée à l'article 18 de la loi du 20 mars 1991, également du ratio de solvabilité;
  2° du chiffre d'affaires global en travaux au cours de trois des huit dernières années.
  § 2. Pour l'agréation dans les différentes classes :
  1° les montants suivants sont exigés comme fonds propres :
  classe 2 : (45 000 EUR)
  classe 3 : (85 000 EUR)
  classe 4 : (150 000 EUR)
  classe 5 : (308 000 EUR)
  classe 6 : (550 000 EUR)
  classe 7 : (895 000 EUR)
  classe 8 : (1 800 000 EUR). <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
  Pour l'application du présent arrêté sont considérés comme fonds propres :
  a) pour les sociétés à responsabilité limitée :
  Les fonds propres tels que visés dans le schéma du bilan annexé à l'arrêté royal du 8 octobre 1976 relatif aux comptes annuels des entreprises diminué des sommes dues par les associés, actionnaires, administrateurs ou gérants de la société.
  b) pour les entreprises individuelles et les sociétés à responsabilité illimitée : la totalité des biens qui constituent le gage commun des créanciers.
  2° les sociétés à responsabilité limitée qui, au moment de la révision de leur agréation, conformément à l'article 18 de la loi, n'atteignent pas un ratio de solvabilité de 21,7 % au moins pour les entreprises dont les comptes annuels sont établis selon un schéma abrégé et de 14,3 % au moins pour les entreprises dont les comptes annuels sont établis selon un schéma complet, doivent démontrer que leur ratio de solvabilité ne se trouve pas réduit de plus de 20 % depuis l'obtention de leur première agréation sur base de la loi du 20 mars 1991.
  Ce ratio est calculé selon la formule utilisée par la Banque Nationale de Belgique : Fonds propres/Avoir Total x 100.
  Au cas où le ratio de solvabilité aurait diminué de plus de 20 %, le Ministre peut solliciter de l'intéressé l'ouverture d'une enquête concernant sa capacité financière, afin qu'un expert-comptable ou un réviseur d'entreprise donne un avis sur ce point et la Commission peut demander, à ce sujet, d'entendre l'expert-comptable ou le réviseur d'entreprise afin de vérifier si l'entrepreneur intéressé dispose néanmoins de la capacité financière nécessaire pour conserver l'agréation.
  3° La solvabilité visée à l'article 10, § 2, 2° sera évaluée, en ce qui concerne les sociétés à responsabilité limitée qui font appel à l'article 3, § 1er, 2° de la loi du 20 mars 1991, au moment de l'introduction de l'offre, conformément au 2° ci-dessus. Dans le cas de l'absence d'une première agréation obtenue sur base de la loi du 20 mars 1991, la diminution éventuelle de leur solvabilité sera comparée avec celle qui existait au moment de leur dernière soumission suivant l'article 3, § 1er, 2° de la loi.
  § 3. Le chiffre d'affaires global en travaux pendant trois des huit dernières années requis pour une agréation dans les différentes classes est de :
  classe 2 : (400 000 EUR)
  classe 3 : (750 000 EUR)
  classe 4 : (1 350 000 EUR)
  classe 5 : (2 750 000 EUR)
  classe 6 : (5 000 000 EUR)
  classe 7 : (10 700 000 EUR)
  classe 8 : (18 600 000 EUR). <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
Art. 11. § 1. Om de technische bekwaamheid van de aannemers te beoordelen, worden volgende gegevens in aanmerking genomen :
  1° voor elke categorie of ondercategorie waarvoor een erkenning wordt aangevraagd : de referenties van uitgevoerde werken waarvan het aantal en het bedrag, exclusief B.T.W., hierna worden bepaald in § 2, 1°;
  2° het gemiddeld aantal werklieden en kaderleden gedurende drie semesters vrij te kiezen uit de vijf jaren onmiddellijk voorafgaand aan het semester waarin de aanvraag wordt ingediend overeenkomstig § 2, 2°.
  Onder semester wordt verstaan : twee opeenvolgende R.S.Z.-kwartalen.
  § 2. Volgende referenties zijn vereist voor de erkenning in de verschillende klassen :
  1° werken uitgevoerd in de jongste acht jaren :
  klasse 2 : 2 van (89 000 EUR)
  of 3 van (55 000 EUR)
  of 4 van (37 500 EUR)
  of 5 van (27 500 EUR)
  klasse 3 : 2 van (178 000 EUR)
  of 3 van (110 000 EUR)
  of 4 van (75 000 EUR)
  of 5 van (55 000 EUR)
  klasse 4 : 2 van (325 000 EUR)
  of 3 van (200 000 EUR)
  of 4 van (137 000 EUR)
  of 5 van (100 000 EUR)
  klasse 5 : 2 van (580 000 EUR)
  of 3 van (360 000 EUR)
  of 4 van (246 000 EUR)
  of 5 van (179 000 EUR)
  klasse 6 : 2 van (1 177 000 EUR)
  of 3 van (725 000 EUR)
  of 4 van (500 000 EUR)
  of 5 van (365 000 EUR)
  klasse 7 : 2 van (2 100 000 EUR)
  of 3 van (1 300 000 EUR)
  of 4 van (887 000 EUR)
  of 5 van (645 000 EUR)
  klasse 8 : 2 van (3 465 000 EUR)
  of 3 van (2 150 000 EUR)
  of 4 van (1 470 000 EUR)
  of 5 van (1 070 000 EUR). <KB 2000-07-20/53, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Gaat het om erkenningen in een ondercategorie, dan worden de vermelde bedragen met 30 % verminderd.
  2° het gemiddelde aantal werklieden en kaderleden gedurende drie semesters vrij te kiezen uit de vijf jaren onmiddellijk voorafgaand aan het semester waarin de aanvraag werd ingediend :
Art. 11. § 1. Pour apprécier la capacité technique des entrepreneurs, les éléments suivants sont pris en considération :
  1° pour chaque catégorie ou sous-catégorie pour laquelle une agréation est sollicitée : les références des travaux exécutés dont le nombre et le montant, T.V.A. non comprise, sont déterminés au § 2, 1°;
  2° les effectifs moyens des ouvriers et des cadres pendant les trois semestres choisis librement au cours des cinq dernières années précédant celui au cours duquel la demande est introduite conformément au § 2, 2°.
  On entend par semestre : deux trimestres successifs O.N.S.S.
  § 2. Les références suivantes sont exigées pour l'agréation dans les différentes classes :
  1° travaux exécutés au cours des huit dernières années :
  classe 2 : 2 de (89 000 EUR)
  ou 3 de (55 000 EUR)
  ou 4 de (37 500 EUR)
  ou 5 de (27 500 EUR)
  classe 3 : 2 de (178 000 EUR)
  ou 3 de (110 000 EUR)
  ou 4 de (75 000 EUR)
  ou 5 de (55 000 EUR)
  classe 4 : 2 de (325 000 EUR)
  ou 3 de (200 000 EUR)
  ou 4 de (137 000 EUR)
  ou 5 de (100 000 EUR)
  classe 5 : 2 de (580 000 EUR)
  ou 3 de (360 000 EUR)
  ou 4 de (246 000 EUR)
  ou 5 de (179 000 EUR)
  classe 6 : 2 de (1 177 000 EUR)
  ou 3 de (725 000 EUR)
  ou 4 de (500 000 EUR)
  ou 5 de (365 000 EUR)
  classe 7 : 2 de (2 100 000 EUR)
  ou 3 de (1 300 000 EUR)
  ou 4 de (887 000 EUR)
  ou 5 de (645 000 EUR)
  classe 8 : 2 de (3 465 000 EUR)
  ou 3 de (2 150 000 EUR)
  ou 4 de (1 470 000 EUR)
  ou 5 de (1 070 000 EUR). <AR 2000-07-20/53, art. 29, 002; En vigueur : 01-01-2002>
  S'il s'agit d'agréations dans une sous-catégorie, les montants précités sont réduits de 30 %.
  2° les effectifs moyens en ouvriers et cadres pendant trois semestres choisis librement au cours des cinq dernières années précédant celui au cours duquel la demande a été introduite :
                               Werklieden               Kaderleden
                     Type A              Type B
  Klasse 2             3                    3             1
         3             5                    4             1
         4             8                    5             1
         5            13                    8             2
         6            23                   12             5
         7            44                   23             9
         8            83                   44            15
Enkel de erkenningen in de hiernavolgende categorieën en ondercategorieën vallen onder type B :
  - D 17;
  - K 3;
  - L, L 1 en L 2;
  - M en M 1;
  - P 2, P 3 en P 4;
  - S, S 1, S 2, S 3 en S 4;
  - T 3, T 4 en T 6.
  Voor het bepalen van deze gemiddelden wordt rekening gehouden met het aantal werklieden en kaderleden tewerkgesteld door een tijdelijke vereniging, waaraan de aannemer deelneemt en dit in verhouding tot zijn deelneming.
  § 3. Voor de toepassing van dit besluit worden als kaderpersoneel beschouwd :
  - de aannemer zelf voor de éénmanszaken, de afgevaardigde-bestuurder of de zaakvoerder voor de vennootschappen;
  - de houders van een universitair diploma of van een diploma van het niet-universitair hoger onderwijs;
  - de houders van een diploma van het technisch onderwijs - technische afdeling - met volledig leerplan (STO of A2) of van het onderwijs voor sociale promotie (STL of B1);
  - de houders van een getuigschrift van ondernemersopleiding;
  - de personen die gedurende ten minste tien jaar als meesterknecht werkzaam zijn geweest.
  § 4. Met werkman wordt gelijkgesteld :
  1° de erkende leerlingen;
  2° de zelfstandige helpers en de meewerkende vennoten;
  3° de technische bedienden.
  Personen tewerkgesteld in een deeltijds arbeidsstelsel worden naar rato van hun tewerkstelling meegerekend.
                               Ouvriers                 Cadres
                     Type A              Type B
  Classe 2             3                    3             1
         3             5                    4             1
         4             8                    5             1
         5            13                    8             2
         6            23                   12             5
         7            44                   23             9
         8            83                   44            15
Seules les agréations dans les catégories et sous-catégories ci-après relèvent du type B :
  - D 17;
  - K 3;
  - L, L 1 et L 2;
  - M et M 1;
  - P 2, P 3 et P 4;
  - S, S 1, S 2, S 3 et S 4;
  - T 3, T 4 et T 6.
  Pour la détermination de ces moyennes, il est tenu compte des ouvriers et cadres occupés par une association momentanée à laquelle participe l'entrepreneur et ce à raison de sa participation.
  § 3. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme cadres :
  - l'entrepreneur lui-même pour les entreprises individuelles, l'administrateur délégué ou le gérant pour les sociétés;
  - les porteurs d'un diplôme universitaire ou d'un diplôme de l'enseignement supérieur non-universitaire;
  - les porteurs d'un diplôme de l'enseignement technique - division technique - de plein exercice (ETS ou A2) ou de l'enseignement de promotion sociale (CTS ou B1);
  - les porteurs d'un certificat de formation patronale;
  - les personnes ayant exercé pendant dix années au moins les fonctions de contremaître.
  § 4. Sont assimilés aux ouvriers :
  1° les apprentis reconnus;
  2° les aides indépendants et les associés aidants;
  3° les employés techniques.
  Les personnes employées dans le cadre d'un régime de travail à temps partiel sont prises en considération proportionnellement à leurs prestations.
Art.12. In het geval van een erkenning in de categorieën U en V en de ondercategorie D 23 worden de criteria gesteld bij artikelen 10 en 11 inzake omzet, uitgevoerde werken en aantal werklieden - type B - en kaderleden met 30 % verminderd.
  Gaat het om een erkenning in de ondercategorie D 23 dan worden tevens de criteria gesteld bij artikel 10 inzake eigen vermogen met 50 % verminderd.
Art.12. Dans le cas d'une agréation dans les catégories U et V et dans la sous-catégorie D 23, les critères prévus aux articles 10 et 11 en matière de chiffre d'affaires, de travaux effectués et d'effectifs en ouvriers - type B - et cadres sont réduits de 30 %.
  S'il s'agit d'une agréation dans la sous-catégorie D 23, les critères prévus à l'article 10 en matière de fonds propres sont également réduits de 50 %.
Art.13. Om de gelijkwaardigheid inzake de financiële en economische draagkracht en de technische bekwaamheid te beoordelen van de inschrijving op de officiële lijst van de erkende aannemers in een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschappen wordt rekening gehouden met de criteria bepaald in de artikelen 10, 11 en 12.
Art.13. Pour apprécier l'équivalence de l'inscription sur la liste officielle d'entrepreneurs agréés dans un autre Etat membre des Communautés européennes en matière de capacité financière, économique et technique, il est tenu compte des critères établis aux articles 10, 11 et 12.
Art.14. § 1. De voorlopige erkenning kan verkregen worden, overeenkomstig artikel 6, voor elke categorie of ondercategorie van activiteiten uitgeoefend sinds minder dan vijf jaar en waarvoor geen erkenning werd bekomen.
  § 2. Met de volgende criteria wordt rekening gehouden voor het bepalen van de klasse, de categorie en/of ondercategorie van de voorlopige erkenning :
  1° het eigen vermogen en in geval van de herziening bedoeld in artikel 18 van de wet van 20 maart 1991 eveneens de solvabiliteitsratio;
  2° het aantal werklieden, alsmede het aantal kaderleden, op het tijdstip van het onderzoek van de aanvraag.
  § 3. De voorlopige erkenning blijkt uit een bijzonder getuigschrift afgegeven door de Minister.
  Dat getuigschrift vermeldt het nummer van inschrijving in een register met betrekking tot de klasse van voorlopige erkenning in een categorie of ondercategorie van werken, alsook de datum waarop de voorlopige erkenning verkregen werd en tot wanneer ze geldig is.
  § 4. Niemand kan gelijktijdig voorlopig erkend zijn in meer dan vijf categorieën of ondercategorieën.
  § 5. De klasseverhoging van een voorlopige erkenning kan ten vroegste ter gelegenheid van de eerste verlenging bekomen worden. De voorlopige erkenning kan slechts maximaal met één klasse worden verhoogd.
  § 6. De verlengingsaanvragen moeten uiterlijk drie maanden vóór de vervaldatum ingediend worden.
  Behoudens in geval van herziening, klasseverhoging en uitbreiding gebeurt de verlenging zonder dat daartoe een volledig dossier moet worden ingediend.
  De geldigheidsduur van elke verlenging, verkregen ingevolge een te laat ingediende aanvraag, zal worden beperkt tot het nog resterend aantal maanden te rekenen vanaf de vervaldatum van de te verlengen voorlopige erkenning.
Art.14. § 1. Une agréation provisoire peut être obtenue, conformément à l'article 6, pour chaque catégorie ou sous-catégorie d'activités exercées depuis moins de cinq ans et pour lesquelles aucune agréation n'a été obtenue.
  § 2. Pour la détermination de la classe, catégorie et/ou sous-catégorie de l'agréation provisoire, il est tenu compte des critères suivants :
  1° les fonds propres et, dans le cas de la révision visée à l'article 18 de la loi du 20 mars 1991, également le ratio de solvabilité;
  2° le nombre d'ouvriers ainsi que le nombre de cadres employés au moment de l'examen de la demande.
  § 3. L'agréation provisoire fait l'objet d'un certificat particulier délivré par le Ministre.
  Ce certificat mentionne le numéro d'inscription dans un registre relatif à la classe d'agréation provisoire dans une catégorie ou sous-catégorie de travaux, ainsi que la date à laquelle l'agréation provisoire a été obtenue et sa date d'expiration.
  § 4. Nul ne pourra être titulaire d'une agréation provisoire dans plus de cinq catégories ou sous-catégories.
  § 5. Une promotion de classe d'une agréation provisoire peut, au plus tôt, être obtenue à l'occasion de la première prolongation. La promotion d'une agréation provisoire est limitée à une classe maximum.
  § 6. Les demandes de prolongation doivent être introduites au plus tard trois mois avant la date d'expiration.
  Sauf en cas de révision, de promotion de classe et d'extension, la prolongation s'opère sans qu'il y ait lieu d'introduire un dossier complet.
  La durée de validité de chaque prolongation obtenue suite à une demande introduite tardivement sera limitée au nombre de mois restant à courir à compter de l'expiration de l'agréation provisoire à prolonger.
HOOFDSTUK VI. - Overdracht van de erkenning.
CHAPITRE VI. - Transfert d'une agréation.
Art.15. § 1. In de hiernavolgende gevallen kan, onverminderd de mogelijkheid tot herziening, de overdracht van de erkenning plaatsvinden :
  1° Bij fusie waarbij het geheel van het activa- en passivavermogen van de erkende onderneming wordt ingebracht.
  De overdracht kan in dit geval enkel plaatsvinden indien de verzoekende onderneming voldoet aan de criteria inzake eigenvermogen en solvabiliteitsratio;
  2°
  a) bij splitsing van een erkende onderneming met meerdere erkenningen, waarbij elk van de erkenningen slechts aan één van de nieuwe entiteiten wordt toegewezen;
  b) bij omvorming van een eenmanszaak in een vennootschap of bij overname van een eenmanszaak door een andere eenmanszaak.
  De overdracht kan in deze gevallen enkel plaatsvinden indien de verzoekende onderneming voldoet aan de criteria inzake eigen vermogen, solvabiliteitsratio en het aantal werklieden en kaderleden.
  § 2. In alle andere gevallen kan om aan de ter zake gestelde voorwaarden te voldoen gebruik gemaakt worden van de door de eertijds erkende onderneming gerealiseerde referenties inzake omzet, uitgevoerde werken en tewerkstelling op voorwaarde dat door de bevoegde personen van de overdragende onderneming definitief en zonder voorbehoud afstand wordt gedaan van de haar verleende erkenningen en de door haar gerealiseerde referenties.
  De verzoekende onderneming dient te voldoen aan alle bij de artikelen 10 en 11 gestelde criteria.
Art.15. § 1. Sans préjudice de la possibilité de révision, le transfert d'une agréation peut avoir lieu dans les cas suivants :
  1° En cas de fusion comportant l'apport de la totalité de l'avoir actif et passif de l'entreprise agréée.
  Dans ce cas, le transfert ne peut avoir lieu que si l'entreprise demanderesse remplit les conditions en matière de fonds propres et de ratio de solvabilité;
  2°
  a) en cas de scission d'une entreprise agréée titulaire de plusieurs agréations, lorsque chacune des agréations n'est attribuée qu'à une seule des nouvelles entités;
  b) en cas de transformation d'une entreprise individuelle en une société ou de reprise d'une entreprise individuelle par une autre entreprise individuelle.
  Dans ces cas, le transfert ne peut avoir lieu que si l'entreprise demanderesse remplit les conditions en matière de fonds propres, de ratio de solvabilité et d'effectifs en ouvriers et cadres.
  § 2. Pour remplir, dans les autres cas, les conditions en la matière, usage peut être fait des références réalisées par l'entreprise agréée en matière de chiffre d'affaires, de travaux exécutés et d'effectifs à condition que les personnes responsables de l'entreprise qui opère le transfert renoncent définitivement et sans réserves aux agréations accordées à cette entreprise et aux références réalisées par celle-ci.
  L'entreprise demanderesse doit répondre à tous les critères prévus aux articles 10 et 11.
HOOFDSTUK VII. - Sancties.
CHAPITRE VII. - Sanctions.
Art.16. De voorstellen tot klasseverlaging, schorsing, intrekking en uitsluiting worden door de Commissie in een met redenen omkleed advies aan de Minister voorgesteld, nadat de aannemer kennis heeft kunnen nemen van de hem ten laste gelegde feiten en van het administratief dossier en in de mogelijkheid gesteld werd om in zijn verweermiddelen gehoord te worden.
Art.16. Les propositions de déclassement, suspension, retrait et d'exclusion sont présentées par la Commission dans un avis motivé adressé au Ministre après que l'entrepreneur ait pu prendre connaissance des faits qui lui sont imputés et du dossier administratif et qu'il ait eu l'occasion d'être entendu dans ses moyens de défense.
HOOFDSTUK VIII. - Afwijkingen.
CHAPITRE VIII. - Dérogations.
Art.17. De afwijking bedoeld in artikel 21 van de wet van 20 maart 1991 kan enkel worden toegestaan in de hiernavolgende gevallen :
  1° wanneer er ten behoeve van een voldoende concurrentie aanleiding bestaat om de in de lagere klassen erkende aannemers toe te laten tot de uitvoering der werken;
  Er wordt in ieder geval geacht onvoldoende concurrentie te bestaan zodra minder dan zes ondernemingen beschikken over de erkenning noodzakelijk voor het verkrijgen van de opdracht.
  2° wanneer er ten behoeve van de instandhouding of het herstel van het cultureel patrimonium en het bouwkundig erfgoed aanleiding bestaat om deze restauratiewerken te gunnen aan ambachtelijk werkende bedrijven;
  3° wanneer geen regelmatige offerte werd neergelegd door een voldoend erkend aannemer om reden van onaanvaardbare prijzen of inbreuken inzake de bepalingen betreffende de normale mededingingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 7 van de wet van 14 juli 1976 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;
  4° wanneer door de gunning van een bepaalde opdracht het totaal bedrag van al de werken, zowel openbare als private, die gelijktijdig mogen worden uitgevoerd, rekening houdend met de stand van de aan de gang zijnde aannemingen, het bedrag dat in artikel 2, § 3 is vastgesteld voor de klasse waarin zij erkend zijn, overschrijdt.
  De aannemers moeten hun afwijkingsaanvragen bij de offerte voegen. De bevoegde overheden van de publiekrechtelijke personen of personen waarop de wet betreffende de overheidsopdrachten van toepassing is, waaronder de werken ressorteren, waarvoor een voorstel tot het sluiten van een aannemingsovereenkomst is ingediend, geven de Commissie kennis van de afwijkingsaanvragen wanneer zij inschrijvingen betreffen die in aanmerking genomen kunnen worden.
Art.17. La dérogation visée à l'article 21 de la loi du 20 mars 1991 ne peut être accordée que dans les cas suivants :
  1° lorsqu'il y a lieu d'admettre - en vue d'une concurrence suffisante - à l'exécution des travaux des entrepreneurs agréés dans une classe inférieure;
  La concurrence est en tout cas jugée insuffisante dès que moins de six entrepreneurs sont titulaires de l'agréation nécessaire pour se voir confier le marché.
  2° lorsqu'il importe, en vue de la sauvegarde ou de la réparation du patrimoine culturel et architectural, d'attribuer ces travaux de restauration à une entreprise artisanale;
  3° lorsqu'aucune offre régulière n'a été déposée par un entrepreneur titulaire d'une agréation suffisante, notamment en raison de prix inacceptables ou d'infractions aux dispositions relatives aux conditions normales de concurrence, visées à l'article 7 de la loi du 14 juillet 1976, relative aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services;
  4° lorsqu'en raison de l'attribution d'un certain marché le montant total de tous les travaux, tant publics qui privés, pouvant être exécutés simultanément dépasse, compte tenu de l'état d'avancement des entreprises en cours, le montant fixé à l'article 2, § 3 pour la classe dans laquelle l'entrepreneur est agréé.
  Les entrepreneurs doivent joindre à leur offre leurs demandes de dérogation. Les autorités compétentes des personnes de droit public ou des personnes auxquelles s'applique la loi relative aux marchés publics et dont relèvent les travaux pour lesquels une proposition de passation de marché a été introduite, communiquent à la Commission les demandes de dérogation lorsqu'elles portent sur des offres susceptibles d'être retenues.
HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions transitoires.
Art. 18. § 1. De aannemers die erkend zijn op de datum van inwerkingtreding van de wet van 20 maart 1991 behouden hun erkenningen totdat hun toestand herzien zal zijn overeenkomstig dit besluit.
  § 2. Deze herziening zal als volgt gebeuren :
  1° per klasse in stijgende volgorde. De aannemers worden gerangschikt volgens hun hoogste erkenning;
  2° in alfabetische volgorde binnen elke klasse;
  3° alle erkenningen van een aannemer worden gelijktijdig behandeld.
  § 3. Deze herziening gebeurt nochtans zonder uitstel :
  1° in geval van aanvraag tot bevordering;
  2° in geval van aanvraag tot uitbreiding;
  3° in geval van overdracht van erkenning.
  § 4. In afwachting van deze herziening zijn de volgende erkenningen, toegekend op basis van de vroegere regeling ingesteld bij de besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning der aannemers, gelijkwaardig aan de erkenningen vereist ingevolge de inwerkingtreding van dit besluit :
Art. 18. § 1. Les entrepreneurs agréés à la date de l'entrée en vigueur de la loi du 20 mars 1991 conservent leurs agréations jusqu'à ce que leur situation ait été revue conformément au présent arrêté.
  § 2. Cette révision s'opérera comme suit :
  1° par classe, par ordre croissant. Les entrepreneurs sont classés par leur agréation la plus haute;
  2° par ordre alphabétique dans chaque classe;
  3° toutes les agréations d'un entrepreneur sont traitées en même temps.
  § 3. Cette révision s'opère toutefois sans retard dans le cas :
  1° d'une demande de promotion;
  2° d'une demande d'extension;
  3° d'un transfert d'agréation.
  § 4. En attendant cette révision, les agréations suivantes, attribuées sur base de l'ancienne réglementation, instituée par l'arrêté-loi du 3 février 1947 organisant l'agréation des entrepreneurs, sont équivalentes à celles exigées suite à l'entrée en vigueur du présent arrêté :
  Vereiste erkenning :
                     gelijkwaardige erkenning
                                            toegekend op basis van de
                                            vroegere regeling ingesteld
                                            door de besluitwet van
                                            3 februari 1947
      D 23                                         D 24
      U                                            T 9
      V                                            T 10
  Agreation exigee :
                       agreation equivalente, attribuee
                                            sur base de l'ancienne
                                            reglementation instituee par
                                            l'arrete-loi du 3 fevrier 1947 :
      D 23                                         D 24
      U                                            T 9
      V                                            T 10
Art.19.
Art.19.
Art.20. Dit besluit treedt in werking op 1 november 1991.
Art.20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er novembre 1991.
Art. 21. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen en Onze Staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen, belast met de Herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Communications et des Réformes institutionnelles et Notre Secrétaire d'Etat aux Réformes institutionnelles, chargé de la Restructuration du Ministère des Travaux publics, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.