Art. 1. [1 . Dit hoofdstuk is van toepassing op de indiening en afhandeling van een aanvraag van ondersteuning met uitzondering van de ondersteuning die valt onder het toepassingsgebied van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en op een aanvraag van herziening ]1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JULI 1991. - Besluit van de Vlaamse Executieve betreffende de [indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning] bij het [Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap]. <Opschrift gewijzigd door BVR2012-07-20/25, art. 1, 023; Inwerkingtreding : 01-10-2012> <Opschrift gewijzigd door BVR2007-02-16/34, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2007> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-08-1992 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
24 JUILLET 1991. - Arrêté de l'Exécutif flamand relatif à l'[introduction et traitement de la demande de soutien] auprès de l'[Agentschap voor Personen met een Handicap]. (TRADUCTION) <Intitulé modifié par AGF2012-07-20/25, art. 1, 023; En vigueur : 01-10-2012> <Intitulé modifié par AGF2007-02-16/34, art. 1, 016; En vigueur : 01-01-2007> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-08-1992 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 1991036327
Datum: 1991-07-24
Info du document
Numac: 1991036327
Date: 1991-07-24
Inhoud
HOOFDSTUK I. [1 Algemene bepalingen over]1 het ...
Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied.]1
Afdeling Ibis. - [1 Het indienen van de aanvraa...
Afdeling II. - Het behandelen van de aanvraag.
Afdeling III. - Afwijkende procedure van behand...
Afdeling IV. [1 - Toewijzing.]1
Afdeling V. - (Herziening op initiatief van het...
HOOFDSTUK II. [1 De Vlaamse toeleidingscommiss...
Afdeling I. - Samenstelling.
Afdeling II. - Werking.
HOOFDSTUK III. - De instanties bevoegd om het m...
HOOFDSTUK IV. - (De adviescommissie).
Afdeling I. - Inrichting en samenstelling.
Afdeling II. - Procedure.
Afdeling III. - Bijzondere procedures.
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - [1 Dispositions générales relativ...
Section 1re. [1 - Champ d'application.]1
Section Ibis. [1 - L'introduction de la demande...
Section II. - L'instruction de la demande.
Section III. - Procédure dérogation en matière ...
Section IV. - [1 Attribution]1.
Section V. - (Révision à l'initiative de l'agen...
CHAPITRE II. [1 La commission d'orientation ...
Section I. - Composition
Section II. - Fonctionnement.
CHAPITRE III. - Les instances compétentes pour ...
CHAPITRE IV. - (La commission consultative).
Section I. - Constitution et composition.
Section II. - Procédure.
Section III. - Procédures spéciales.
CHAPITRE V- Dispositions transitoires et finales.
Tekst (86)
Texte (86)
HOOFDSTUK I. [1 Algemene bepalingen over]1 het indienen en behandelen van de aanvragen.
CHAPITRE I. - [1 Dispositions générales relatives à l'introduction et au traitement]1 des demandes.
Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied.]1
Section 1re. [1 - Champ d'application.]1
Art. 1. [1 Le présent chapitre s'applique à l'introduction et au traitement d'une demande de soutien à l'exception du soutien relevant du champ d'application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ainsi qu'à une demande de révision. ]1
Wijzigingen
Afdeling Ibis. - [1 Het indienen van de aanvraag tot ondersteuning of van de aanvraag tot herziening]1.
Section Ibis. [1 - L'introduction de la demande de soutien ou de la demande de révision.]1
Artikel 1bis. § 1. Personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 en 21 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of hun wettelijke vertegenwoordiger kunnen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, hierna agentschap te noemen, een aanvraag [1 tot ondersteuning]1, evenals een aanvraag tot herziening van een beslissing indienen [3 ...]3.
[3 Als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, kan de aanvraag van ondersteuning, alsook de aanvraag van herziening, worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, en in de andere gevallen door de persoon met een handicap samen met de bewindvoerder.]3
§ 2. De aanvraag [1 tot ondersteuning]1 evenals de aanvraag tot herziening van een beslissing wordt ingediend bij [4 het provinciaal kantoor]4 van het agentschap, die bevoegd is uit hoofde van de woonplaats van de persoon met een handicap.
§ 3. Voor de aanvragers die in Brussel-Hoofdstad wonen, wordt de aanvraag ingediend bij [4 het provinciaal kantoor Leuven]4 van het agentschap[4 ...]4.
§ 4. De aanvragen tot bijstand in Wallonië, ingediend krachtens het samenwerkingsakkoord van 20 oktober 1998 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de integratie van personen met een handicap, worden ingediend bij [4 het provinciaal kantoor Leuve]4van het agentschap.
§ 5. [4 ...]4
[3 Als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, kan de aanvraag van ondersteuning, alsook de aanvraag van herziening, worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, en in de andere gevallen door de persoon met een handicap samen met de bewindvoerder.]3
§ 2. De aanvraag [1 tot ondersteuning]1 evenals de aanvraag tot herziening van een beslissing wordt ingediend bij [4 het provinciaal kantoor]4 van het agentschap, die bevoegd is uit hoofde van de woonplaats van de persoon met een handicap.
§ 3. Voor de aanvragers die in Brussel-Hoofdstad wonen, wordt de aanvraag ingediend bij [4 het provinciaal kantoor Leuven]4 van het agentschap[4 ...]4.
§ 4. De aanvragen tot bijstand in Wallonië, ingediend krachtens het samenwerkingsakkoord van 20 oktober 1998 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de integratie van personen met een handicap, worden ingediend bij [4 het provinciaal kantoor Leuve]4van het agentschap.
§ 5. [4 ...]4
Article 1bis. § 1er. Les personnes handicapées qui remplissent les conditions énoncées aux articles 20 et 21 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", ou leur représentant légal peuvent introduire auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", dénommée ci-après l'agence, une demande [1 de soutien]1, ainsi qu'une demande de révision d'une décision [3 ...]3.
[3 Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la demande de soutien, ainsi que la demande de révision peuvent être introduites par l'administrateur lorsque la personne a été déclarée totalement inapte, tant pour la personne que pour les marchandises, et lorsque l'administrateur a reçu une compétence de représentation, et dans les autres cas par la personne handicapée avec l'administrateur.]3
§ 2. La demande [1 de soutien]1, ainsi que la demande de révision d'une décision sont introduites auprès [4 du bureau provincial ]4 de l'agence, qui est compétente du chef du domicile de la personne handicapée.
§ 3. Pour les demandeurs qui ont leur domicile à Bruxelles-Capitale, la demande est adressée [4 au bureau provincial de Louvain]4 de l'agence [4 ...]4.
§ 4. Les demandes d'aide en Wallonie, introduites en vertu de l'accord de coopération du 20 octobre 1998 entre la Communauté flamande et la Région wallonne concernant l'intégration des personnes handicapées, sont adressées [4 au bureau provincial de Louvain]4.
§ 5. [4 ...]4
[3 Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la demande de soutien, ainsi que la demande de révision peuvent être introduites par l'administrateur lorsque la personne a été déclarée totalement inapte, tant pour la personne que pour les marchandises, et lorsque l'administrateur a reçu une compétence de représentation, et dans les autres cas par la personne handicapée avec l'administrateur.]3
§ 2. La demande [1 de soutien]1, ainsi que la demande de révision d'une décision sont introduites auprès [4 du bureau provincial ]4 de l'agence, qui est compétente du chef du domicile de la personne handicapée.
§ 3. Pour les demandeurs qui ont leur domicile à Bruxelles-Capitale, la demande est adressée [4 au bureau provincial de Louvain]4 de l'agence [4 ...]4.
§ 4. Les demandes d'aide en Wallonie, introduites en vertu de l'accord de coopération du 20 octobre 1998 entre la Communauté flamande et la Région wallonne concernant l'intégration des personnes handicapées, sont adressées [4 au bureau provincial de Louvain]4.
§ 5. [4 ...]4
Art.2. § 1. [3 De aanvraag, vermeld in artikel 1, wordt ingediend op een formulier waarvan het model vastgesteld is door het agentschap. Het formulier wordt aan het agentschap bezorgd met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het formulier met de post wordt bezorgd, is het ondertekend door de persoon met een handicap of door zijn wettelijke vertegenwoordiger.]3
§ 2. De aanvraag vermeldt:
1° de naam, voornamen, geboorteplaats en - datum, adres, nationaliteit en desgevallend het identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de persoon met een handicap [1 voor wie de aanvraag tot ondersteuning wordt ingediend]1;
2° desgevallend de naam, voornamen, hoedanigheid, adres en identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de wettelijke vertegenwoordiger van de [4 persoon met een handicap]4;
3° [1 dat de [4 persoon met een handicap]4 of, in voorkomend geval, de wettelijke vertegenwoordiger werkelijk in België verblijft en dat de [4 persoon met een handicap]4 of de wettelijke vertegenwoordiger, als het een niet-ontvoogde minderjarige, een verlengd minderjarige of een onbekwaam verklaarde betreft gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar of gedurende een niet-aaneengesloten termijn van tien jaar in België verblijft]1;
4° dat de [4 persoon met een handicap]4 geen aanspraak maakt op [1 ondersteuning]1 geheel of gedeeltelijk verstrekt op kosten van de Franse of Duitstalige Gemeenschap.
[4 De aanvraag omvat eveneens een multidisciplinair verslag dat is opgemaakt door een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren en dat de elementen bevat, vermeld in artikel 24, § 1, 1°, [5 ...]5]4.
(§ 2bis. [4 Als de persoon met een handicap zich in een van de volgende situaties bevindt en de toepassing vraagt van artikel 6 bis, is de aanvraag vergezeld van:
1° voor de personen met een handicap die krachtens artikel 47 van de algemene kinderbijslagwet van 19 december 1939 recht geven op bijkomende kinderbijslag of krachtens artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, recht geven op een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte en minstens achttien punten behalen als eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van artikelen 47, 56septies en 63, van de : een attest van de uitbetaler van het groeipakket waaruit blijkt dat het eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening voor de persoon met een handicap conform artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 minstens achttien punten bedraagt;
2° voor de personen met een handicap die krachtens de wetgeving op de tegemoetkomingen aan gehandicapten erkend werden als rechthebbende op een integratietegemoetkoming, en van wie de graad van zelfredzaamheid voor onbepaalde duur op tenminste 12 punten werd vastgesteld krachtens de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming: een attest of kopie van de beslissing van de dienst voor Tegemoetkomingen aan Gehandicapten, waaruit blijkt dat de graad van zelfredzaamheid van de persoon met een handicap voor onbepaalde duur op ten minste 12 punten werd vastgesteld;
3° voor de personen met een handicap tot en met de leeftijd van 25 jaar die buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 1 of 2 volgen of gevolgd hebben: een bewijs van toegang tot het buitengewoon onderwijs opleidingsvorm 1 of 2]4.
§ 3. De aanvraag tot herziening vermeldt daarenboven:
1° ([1 nummer van het dossier bij]1 het agentschap en, in voorkomend geval, datum of nummer van inschrijving in het Rijksfonds voor Sociale Reclassering van de Mindervaliden en in het Fonds voor Medische, Sociale en Pedagogische Zorg voor Gehandicapten;)
2° de wijziging die zich sinds de jongste beslissing van de onder 1° vermelde instanties voordoet in de toestand van de persoon met een handicap.
§ 4. De aanvrager kan zich bij het opstellen van de aanvraag tot [1 ondersteuning]1 en met betrekking tot zijn contacten terzake met het (agentschap), laten bijstaan door [1 een persoon of organisatie naar keuze]1.
§ 2. De aanvraag vermeldt:
1° de naam, voornamen, geboorteplaats en - datum, adres, nationaliteit en desgevallend het identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de persoon met een handicap [1 voor wie de aanvraag tot ondersteuning wordt ingediend]1;
2° desgevallend de naam, voornamen, hoedanigheid, adres en identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de wettelijke vertegenwoordiger van de [4 persoon met een handicap]4;
3° [1 dat de [4 persoon met een handicap]4 of, in voorkomend geval, de wettelijke vertegenwoordiger werkelijk in België verblijft en dat de [4 persoon met een handicap]4 of de wettelijke vertegenwoordiger, als het een niet-ontvoogde minderjarige, een verlengd minderjarige of een onbekwaam verklaarde betreft gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar of gedurende een niet-aaneengesloten termijn van tien jaar in België verblijft]1;
4° dat de [4 persoon met een handicap]4 geen aanspraak maakt op [1 ondersteuning]1 geheel of gedeeltelijk verstrekt op kosten van de Franse of Duitstalige Gemeenschap.
[4 De aanvraag omvat eveneens een multidisciplinair verslag dat is opgemaakt door een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren en dat de elementen bevat, vermeld in artikel 24, § 1, 1°, [5 ...]5]4.
(§ 2bis. [4 Als de persoon met een handicap zich in een van de volgende situaties bevindt en de toepassing vraagt van artikel 6 bis, is de aanvraag vergezeld van:
1° voor de personen met een handicap die krachtens artikel 47 van de algemene kinderbijslagwet van 19 december 1939 recht geven op bijkomende kinderbijslag of krachtens artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, recht geven op een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte en minstens achttien punten behalen als eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van artikelen 47, 56septies en 63, van de : een attest van de uitbetaler van het groeipakket waaruit blijkt dat het eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening voor de persoon met een handicap conform artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 minstens achttien punten bedraagt;
2° voor de personen met een handicap die krachtens de wetgeving op de tegemoetkomingen aan gehandicapten erkend werden als rechthebbende op een integratietegemoetkoming, en van wie de graad van zelfredzaamheid voor onbepaalde duur op tenminste 12 punten werd vastgesteld krachtens de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming: een attest of kopie van de beslissing van de dienst voor Tegemoetkomingen aan Gehandicapten, waaruit blijkt dat de graad van zelfredzaamheid van de persoon met een handicap voor onbepaalde duur op ten minste 12 punten werd vastgesteld;
3° voor de personen met een handicap tot en met de leeftijd van 25 jaar die buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 1 of 2 volgen of gevolgd hebben: een bewijs van toegang tot het buitengewoon onderwijs opleidingsvorm 1 of 2]4.
§ 3. De aanvraag tot herziening vermeldt daarenboven:
1° ([1 nummer van het dossier bij]1 het agentschap en, in voorkomend geval, datum of nummer van inschrijving in het Rijksfonds voor Sociale Reclassering van de Mindervaliden en in het Fonds voor Medische, Sociale en Pedagogische Zorg voor Gehandicapten;)
2° de wijziging die zich sinds de jongste beslissing van de onder 1° vermelde instanties voordoet in de toestand van de persoon met een handicap.
§ 4. De aanvrager kan zich bij het opstellen van de aanvraag tot [1 ondersteuning]1 en met betrekking tot zijn contacten terzake met het (agentschap), laten bijstaan door [1 een persoon of organisatie naar keuze]1.
Wijzigingen
[1]niet in nederlandse versie
[2]niet in nederlandse versie
[3]niet in nederlandse versie
Art.2.1er. [3 La demande visée à l'article 1 est introduite sur un formulaire dont le modèle est établi par l'agence. Le formulaire est transmis à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités établies par l'agence. Lorsque le formulaire est transmis par la poste, il est signé par la personne handicapée ou son représentant légal.]3
§ 2. La demande mentionne:
1° les nom, prénoms, lieu et date de naissance, adresse, nationalité et, le cas échéant et le numéro d'identification auprès du Registre national des personnes physiques, de la personne handicapée [1 pour qui la demande de soutien est introduite]1;
2° le cas échéant, les nom, prénoms, qualité, adresse, numéro d'identification auprès du Régistre national des personnes physiques, du représentant légal du [4 de la personne handicapée]4;
3° [1 que [4 la personne handicapée]4 ou, le cas échéant, le représentant légal réside effectivement en Belgique et que [4 la personne handicapée ]4 ou le représentant légal, lorsqu'il s'agit d'un mineur non émancipé, d'un mineur prolongé ou d'une personne déclarée inapte, réside en Belgique pendant un délai ininterrompu de cinq ans ou pendant un délai interrompu de dix ans]1;
4° que [4 la personne handicapée]4 n'a pas droit [1 au soutien]1 pris en charge, en tout ou en partie, par la Communauté française ou la Communauté germanophone;
[4 La demande comprend également un rapport multidisciplinaire établi par une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire et comprenant les éléments visés à l'article 24, § 1er, 1°,[5 ...]5 ]4
(§ 2bis. [4 § 2bis. Si la personne handicapée se trouve dans l'une des situations suivantes et demande l'application de l'article 6bis, la demande est accompagnée :
1° pour les personnes handicapées qui, en vertu de l'article 47 de la loi générale relative aux allocations familiales du 19 décembre 1939, donnent droit à l'allocation familiale supplémentaire ou, en vertu de l'article 16 du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, donnent droit à l'allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique et obtiennent au moins dix-huit points comme résultat final de la constatation des conséquences de l'affection conformément à l'article 6 de l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des : d'une attestation de l'organisme de paiement du panier de croissance, démontrant que le résultat final de la constatation des conséquences de l'affection s'élève au moins à dix-huit points pour la personne handicapée conformément à l'article 6 de l'arrêté royal du 28 mars 2003 ;
2° pour les personnes handicapées qui, en vertu de la législation relative aux allocations aux handicapés, ont été reconnues comme ayant droit à une intervention d'intégration, et dont le degré d'autonomie a été fixé à au moins 12 points pour une durée indéterminée en vertu des dispositions de l'arrêté ministériel du 30 juillet 1987 fixant les catégories et le guide pour l'évaluation du degré d'autonomie en vue de l'examen du droit à l'allocation d'intégration : d'une attestation ou d'une copie de la décision du service Allocations aux handicapés, démontrant que le degré d'autonomie de la personne handicapée a été fixé à au moins 12 points pour une durée indéterminée ;
3° pour les personnes handicapées jusqu'à l'âge de 25 ans qui suivent ou ont suivi l'enseignement secondaire spécial avec forme d'enseignement 1 ou 2 : d'une preuve d'accès à l'enseignement spécialisé, forme d'enseignement 1 ou 2]4
§ 3. La demande en révision mentionne également:
1° (1° [1 le numéro du dossier auprès de]1 l'agence, et, le cas échéant, la date ou le numéro d'enregistrement au Fonds national de reclassement social des handicapés et au Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés.)
2° le changement intervenu dans la situation de la personne handicapée depuis la décision la plus récente des instances mentionnées au 1°.
§ 4. En vue d'établir la demande d'[1 soutien]1 et lors des contacts avec le Fonds à ce titre, le demandeur peut se faire assister par [1 une personne ou organisation au choix]1.
§ 2. La demande mentionne:
1° les nom, prénoms, lieu et date de naissance, adresse, nationalité et, le cas échéant et le numéro d'identification auprès du Registre national des personnes physiques, de la personne handicapée [1 pour qui la demande de soutien est introduite]1;
2° le cas échéant, les nom, prénoms, qualité, adresse, numéro d'identification auprès du Régistre national des personnes physiques, du représentant légal du [4 de la personne handicapée]4;
3° [1 que [4 la personne handicapée]4 ou, le cas échéant, le représentant légal réside effectivement en Belgique et que [4 la personne handicapée ]4 ou le représentant légal, lorsqu'il s'agit d'un mineur non émancipé, d'un mineur prolongé ou d'une personne déclarée inapte, réside en Belgique pendant un délai ininterrompu de cinq ans ou pendant un délai interrompu de dix ans]1;
4° que [4 la personne handicapée]4 n'a pas droit [1 au soutien]1 pris en charge, en tout ou en partie, par la Communauté française ou la Communauté germanophone;
[4 La demande comprend également un rapport multidisciplinaire établi par une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire et comprenant les éléments visés à l'article 24, § 1er, 1°,[5 ...]5 ]4
(§ 2bis. [4 § 2bis. Si la personne handicapée se trouve dans l'une des situations suivantes et demande l'application de l'article 6bis, la demande est accompagnée :
1° pour les personnes handicapées qui, en vertu de l'article 47 de la loi générale relative aux allocations familiales du 19 décembre 1939, donnent droit à l'allocation familiale supplémentaire ou, en vertu de l'article 16 du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, donnent droit à l'allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique et obtiennent au moins dix-huit points comme résultat final de la constatation des conséquences de l'affection conformément à l'article 6 de l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des : d'une attestation de l'organisme de paiement du panier de croissance, démontrant que le résultat final de la constatation des conséquences de l'affection s'élève au moins à dix-huit points pour la personne handicapée conformément à l'article 6 de l'arrêté royal du 28 mars 2003 ;
2° pour les personnes handicapées qui, en vertu de la législation relative aux allocations aux handicapés, ont été reconnues comme ayant droit à une intervention d'intégration, et dont le degré d'autonomie a été fixé à au moins 12 points pour une durée indéterminée en vertu des dispositions de l'arrêté ministériel du 30 juillet 1987 fixant les catégories et le guide pour l'évaluation du degré d'autonomie en vue de l'examen du droit à l'allocation d'intégration : d'une attestation ou d'une copie de la décision du service Allocations aux handicapés, démontrant que le degré d'autonomie de la personne handicapée a été fixé à au moins 12 points pour une durée indéterminée ;
3° pour les personnes handicapées jusqu'à l'âge de 25 ans qui suivent ou ont suivi l'enseignement secondaire spécial avec forme d'enseignement 1 ou 2 : d'une preuve d'accès à l'enseignement spécialisé, forme d'enseignement 1 ou 2]4
§ 3. La demande en révision mentionne également:
1° (1° [1 le numéro du dossier auprès de]1 l'agence, et, le cas échéant, la date ou le numéro d'enregistrement au Fonds national de reclassement social des handicapés et au Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés.)
2° le changement intervenu dans la situation de la personne handicapée depuis la décision la plus récente des instances mentionnées au 1°.
§ 4. En vue d'établir la demande d'[1 soutien]1 et lors des contacts avec le Fonds à ce titre, le demandeur peut se faire assister par [1 une personne ou organisation au choix]1.
Wijzigingen
Art.3. (§ 1.) Het indienen van de aanvraag houdt in dat de aanvrager aan het (agentschap) de machtiging verleent, alle nodige inlichtingen betreffende de toestand van de persoon met een handicap bij de sociaalrechtelijke organismen op te vragen.
De aanvrager gaat de verbintenis aan, of straffe van terugvordering van de ten onrechte genoten [1 ondersteuning]1, het (agentschap) op de hoogte te houden van iedere wijziging in zijn toestand zoals deze omschreven is in de aanvraag, inzonderheid wat betreft het indienen van een aanvraag tot sociale bijstand ten laste van een andere Gemeenschap dan de Vlaamse.
(De aanvrager moet de volle medewerking verlenen aan het multidisciplinaire onderzoek, uitgevoerd door een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren, en moet op verzoek van het agentschap alle inlichtingen verschaffen die voor het onderzoek van de aanvraag nodig zijn.)
De aanvrager kan bij het aanvraagformulier alle documenten voegen tot staving of aanvulling van zijn aanvraag.
Deze gegevens en documenten zijn vertrouwelijk.
§ 2. [2 ...]2
De aanvrager gaat de verbintenis aan, of straffe van terugvordering van de ten onrechte genoten [1 ondersteuning]1, het (agentschap) op de hoogte te houden van iedere wijziging in zijn toestand zoals deze omschreven is in de aanvraag, inzonderheid wat betreft het indienen van een aanvraag tot sociale bijstand ten laste van een andere Gemeenschap dan de Vlaamse.
(De aanvrager moet de volle medewerking verlenen aan het multidisciplinaire onderzoek, uitgevoerd door een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren, en moet op verzoek van het agentschap alle inlichtingen verschaffen die voor het onderzoek van de aanvraag nodig zijn.)
De aanvrager kan bij het aanvraagformulier alle documenten voegen tot staving of aanvulling van zijn aanvraag.
Deze gegevens en documenten zijn vertrouwelijk.
§ 2. [2 ...]2
Art.3. (§ 1.) L'introduction de la demande implique que le demandeur autorise (l'agence) à réclamer toute information sociale concernant la situation de la personne handicapée auprès des organismes de droit social.
Le demandeur s'engage à communiquer (à l'agence) toute modification de sa situation telle que décrite dans la demande, notamment à propos de l'introduction d'une demande de [1 soutien]1 à charge d'une autre Communauté que la Communauté flamande, sous peine de répétition de l'assistance à l'intégration sociale dont il a bénéficié indûment.
(Le demandeur doit apporter sa pleine coopération à l'instruction multidisciplinaire, effectuée par une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire, et fournir, à la demande de l'agence, tout renseignement nécessaire pour l'instruction de la demande.)
A l'appui de la demande ou pour la compléter, le demandeur peut joindre au formulaire de demande tous les documents utiles.
Ces données et documents sont confidentiels.
§ 2. [2 ...]2
Le demandeur s'engage à communiquer (à l'agence) toute modification de sa situation telle que décrite dans la demande, notamment à propos de l'introduction d'une demande de [1 soutien]1 à charge d'une autre Communauté que la Communauté flamande, sous peine de répétition de l'assistance à l'intégration sociale dont il a bénéficié indûment.
(Le demandeur doit apporter sa pleine coopération à l'instruction multidisciplinaire, effectuée par une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire, et fournir, à la demande de l'agence, tout renseignement nécessaire pour l'instruction de la demande.)
A l'appui de la demande ou pour la compléter, le demandeur peut joindre au formulaire de demande tous les documents utiles.
Ces données et documents sont confidentiels.
§ 2. [2 ...]2
Afdeling II. - Het behandelen van de aanvraag.
Section II. - L'instruction de la demande.
Art.4. [1 De administratie van het provinciaal kantoor van het agentschap behandelt het aanvraagdossier. Ze onderzoekt of de ingediende aanvraag ontvankelijk en volledig is. In voorkomend geval kan bijkomende informatie worden opgevraagd bij de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger, bij de instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren, bij de openbare instellingen en besturen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest of bij sociaalrechtelijke organen ]1.
Art.4. [1 L'administration du bureau provincial de l'agence traite le dossier de demande. Elle examine si la demande introduite est recevable et complète. Le cas échéant, des informations complémentaires peuvent être demandées à la personne handicapée ou son représentant légal, à l'instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire, aux organismes publics et aux administrations qui relèvent de la Communauté flamande et de la Région flamande, ou à des organismes de droit social. ]1
Wijzigingen
Art.5. Wanneer het aanvraagdossier volledig is, legt de administratie van de provinciale afdeling van het agentschap het voor aan d e[1 Vlaamse toeleidingscommissie ]1.
Art.5. Lorsque le dossier de demande est complet, l'administration [1 du bureau provincial ]1 de l'agence le soumet à la [1 commission d'orientation flamande]1.
Wijzigingen
Art. 5bis. <INGEVOEGD bij BVR 2007-02-16/34, art. 7; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [3 Vlaamse toeleidingscommissiE]3 bepaalt of de aanvrager getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, [2 ...]2.
[3 Vlaamse toeleidingscommissie]3 steunt haar beoordeling op het multidisciplinaire verslag van een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.
[3 Als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning wordt gevraagd, kent de Vlaamse toeleidingscommissie een prioriteitengroep toe als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de toekenning van prioriteitengroepen. De Vlaamse toeleidingscommissie baseert zich daarbij op de informatie over de dringendheid van de vraag die wordt aangeleverd door de instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.";
"De Vlaamse toeleidingscommissie kan de persoon met een handicap horen.";
"De Vlaamse toeleidingscommissie bezorgt haar beoordeling over de handicap en in voorkomend geval haar beslissing over de prioriteitengroep aan het agentschap binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop de administratie van het provinciaal kantoor van het agentschap heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig is.]3
[3 Vlaamse toeleidingscommissie]3 steunt haar beoordeling op het multidisciplinaire verslag van een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.
[3 Als een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning wordt gevraagd, kent de Vlaamse toeleidingscommissie een prioriteitengroep toe als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de toekenning van prioriteitengroepen. De Vlaamse toeleidingscommissie baseert zich daarbij op de informatie over de dringendheid van de vraag die wordt aangeleverd door de instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.";
"De Vlaamse toeleidingscommissie kan de persoon met een handicap horen.";
"De Vlaamse toeleidingscommissie bezorgt haar beoordeling over de handicap en in voorkomend geval haar beslissing over de prioriteitengroep aan het agentschap binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop de administratie van het provinciaal kantoor van het agentschap heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig is.]3
Art. 5bis . La [3 commission d'orientation flamande]3 détermine si le demandeur est atteint d'un handicap tel que défini à l'article 2, 2° du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" [2 ...]2. [2 ...]2
La [3 commission d'orientation flamande]3 effectue son évaluation sur la base du rapport multidisciplinaire d'une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.
[3 En cas de demande d'un budget de soins et de soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, la commission d'orientation flamande attribue un groupe prioritaire tel que visé au chapitre 2, section 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à l'identification de groupes prioritaires. A cet effet, la commission d'orientation flamande se base sur les informations relatives à l'urgence de la demande, fournies par l'instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.]3
[3 La commission d'orientation flamande peut entendre la personne handicapée.]3.
[3 La commission d'orientation flamande transmet son évaluation du handicap et, le cas échéant, sa décision sur le groupe prioritaire à l'agence dans les deux mois à compter de la date à laquelle l'administration du bureau provincial de l'agence a déterminé que la demande est complète]3.
La [3 commission d'orientation flamande]3 effectue son évaluation sur la base du rapport multidisciplinaire d'une instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.
[3 En cas de demande d'un budget de soins et de soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, la commission d'orientation flamande attribue un groupe prioritaire tel que visé au chapitre 2, section 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à l'identification de groupes prioritaires. A cet effet, la commission d'orientation flamande se base sur les informations relatives à l'urgence de la demande, fournies par l'instance agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.]3
[3 La commission d'orientation flamande peut entendre la personne handicapée.]3.
[3 La commission d'orientation flamande transmet son évaluation du handicap et, le cas échéant, sa décision sur le groupe prioritaire à l'agence dans les deux mois à compter de la date à laquelle l'administration du bureau provincial de l'agence a déterminé que la demande est complète]3.
Afdeling III. - Afwijkende procedure van behandeling van de aanvragen.
Section III. - Procédure dérogation en matière d'instruction des demandes.
Art. 6bis. [1 Als de aanvraag vergezeld wordt van een van de documenten, vermeld in artikel 2, § 2bis, wordt de persoon die ondersteuning vraagt of voor wie ondersteuning gevraagd wordt, automatisch erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ]1
Art. 6bis. [1 Si la demande est accompagnée d'un des documents visés à l'article 2, § 2bis, la personne qui demande le soutien ou pour laquelle le soutien est demandé est automatiquement reconnue comme une personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ]1.
Wijzigingen
Art. 8bis. (Opgeheven)
Art. 8bis. (Abrogé)
Afdeling IV. [1 - Toewijzing.]1
Section IV. - [1 Attribution]1.
Art.10. Het agentschap beslist over de [1 toewijzing]1 op grond van de door de [3 Vlaamse toeleidingscommissie]3 meegedeelde beoordeling van de handicap [2 ...]2, rekening houdend met de reglementering die van toepassing is op de gevraagde [1 ondersteuning]1 en met de bepalingen van artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art.10. L'agence décide de l'[1 attribution]1 sur la base de l'appréciation du handicap communiquée par la [3 commission d'orientation flamande]3, [2 ...]2 en tenant compte de la réglementation applicable au [1 soutien]1 sollicité et des dispositions de l'article 14 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art. 10bis. <INGEVOEGD bij BVR 2007-02-16/34, art. 14; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [4 Het agentschap bezorgt een gemotiveerd voornemen van beslissing over de toewijzing aan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen dertig dagen nadat de Vlaamse toeleidingscommissie haar beoordeling over de handicap en in voorkomend geval haar beslissing over de prioriteitengroep aan het agentschap heeft bezorgd. Als het door het agentschap geformuleerde voornemen de aanvraag volledig inwilligt, kan het agentschap onmiddellijk een beslissing over de toewijzing meedelen aan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
De beoordeling van de Vlaamse toeleidingscommissie van de handicap wordt opgenomen in het voornemen van beslissing of in de beslissing tot toewijzing]4.
§ 2.[4 Binnen vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen van beslissing heeft verzonden, kan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger met een gemotiveerd verzoekschrift aan het agentschap vragen om zijn voornemen in heroverweging te nemen. In dat verzoekschrift kan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger vragen om door de adviescommissie, vermeld in artikel 29, gehoord te worden. De persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger bezorgt het gemotiveerde verzoekschrift aan het agentschap met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het verzoekschrift met de post bezorgd wordt, ondertekent de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger dat verzoekschrift en wordt het aangetekend verstuurd.
Als de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger overmacht aantoont of omstandigheden buiten zijn wil, begint de termijn, vermeld in het eerste lid, pas te lopen op het ogenblik dat de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger effectief kennis heeft kunnen nemen van het voornemen van het agentschap.
Als de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen verzoekschrift aan het agentschap heeft gericht, wordt hij geacht onweerlegbaar met het voornemen van het agentschap in te stemmen en bezorgt het agentschap de beslissing tot toewijzing]4.
§ 3. Als de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen de termijn, vermeld in § 2, tweede lid, aan het agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het agentschap het dossier onmiddellijk aan de adviescommissie voor advies. Als de [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger dat in het verzoekschrift heeft gevraagd, wordt hij door de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het dossier.
De [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan zich voor de adviescommissie laten bijstaan of vertegenwoordigen door een persoon of een instelling van zijn keuze.
§ 4. Binnen dertig dagen na de dag waarop de [4 persoon met een handicap]4 of zijn vertegenwoordiger door de adviescommissie werd gehoord, of binnen negentig dagen na de dag waarop de adviescommissie het dossier heeft ontvangen, naargelang de aanvrager al dan niet heeft gevraagd om gehoord te worden, deelt ze haar advies mee aan het agentschap.
Binnen dertig dagen na de ontvangst van het advies van de adviescommissie betekent het agentschap zijn gemotiveerde beslissing en het advies van de adviescommissie aan de [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger [4 ...]4.
De beoordeling van de Vlaamse toeleidingscommissie van de handicap wordt opgenomen in het voornemen van beslissing of in de beslissing tot toewijzing]4.
§ 2.[4 Binnen vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen van beslissing heeft verzonden, kan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger met een gemotiveerd verzoekschrift aan het agentschap vragen om zijn voornemen in heroverweging te nemen. In dat verzoekschrift kan de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger vragen om door de adviescommissie, vermeld in artikel 29, gehoord te worden. De persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger bezorgt het gemotiveerde verzoekschrift aan het agentschap met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap bepaalt. Als het verzoekschrift met de post bezorgd wordt, ondertekent de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger dat verzoekschrift en wordt het aangetekend verstuurd.
Als de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger overmacht aantoont of omstandigheden buiten zijn wil, begint de termijn, vermeld in het eerste lid, pas te lopen op het ogenblik dat de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger effectief kennis heeft kunnen nemen van het voornemen van het agentschap.
Als de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen verzoekschrift aan het agentschap heeft gericht, wordt hij geacht onweerlegbaar met het voornemen van het agentschap in te stemmen en bezorgt het agentschap de beslissing tot toewijzing]4.
§ 3. Als de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen de termijn, vermeld in § 2, tweede lid, aan het agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het agentschap het dossier onmiddellijk aan de adviescommissie voor advies. Als de [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger dat in het verzoekschrift heeft gevraagd, wordt hij door de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het dossier.
De [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan zich voor de adviescommissie laten bijstaan of vertegenwoordigen door een persoon of een instelling van zijn keuze.
§ 4. Binnen dertig dagen na de dag waarop de [4 persoon met een handicap]4 of zijn vertegenwoordiger door de adviescommissie werd gehoord, of binnen negentig dagen na de dag waarop de adviescommissie het dossier heeft ontvangen, naargelang de aanvrager al dan niet heeft gevraagd om gehoord te worden, deelt ze haar advies mee aan het agentschap.
Binnen dertig dagen na de ontvangst van het advies van de adviescommissie betekent het agentschap zijn gemotiveerde beslissing en het advies van de adviescommissie aan de [4 persoon met een handicap]4 of zijn wettelijke vertegenwoordiger [4 ...]4.
Art. 10bis. § 1er. [4 L'agence transmet une intention motivée de décision sur l'attribution à la personne handicapée ou à son représentant légal dans les trente jours après que la commission d'orientation flamande a transmis à l'agence son évaluation du handicap et, le cas échéant, sa décision sur le groupe prioritaire. Si l'intention formulée par l'agence satisfait intégralement à la demande, l'agence peut communiquer sans tarder une décision sur l'attribution à la personne handicapée ou à son représentant légal.
L'évaluation du handicap par la commission d'orientation flamande est reprise dans l'intention de décision ou dans la décision d'attribution. ]4.
§ 2. [4 Dans les quarante-cinq jours à compter du jour auquel l'agence a envoyé son intention de décision, la personne handicapée ou son représentant légal peut demander à l'agence, par une requête motivée, de reconsidérer son intention. Dans cette requête, la personne handicapée ou son représentant légal peut demander à être entendu(e) par la commission consultative visée à l'article 29. La personne handicapée ou son représentant légal transmet la requête motivée à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Lorsque la requête est transmise par la poste, la personne handicapée ou son représentant légal signe cette requête et elle est envoyée par lettre recommandée.
Si la personne handicapée ou son représentant légal donne la preuve de force majeure ou de circonstances indépendantes de sa volonté, le délai visé à l'alinéa 1er ne prend cours qu'au moment où la personne handicapée ou son représentant légal a pu effectivement prendre connaissance de l'intention de l'agence.
Si la personne handicapée ou son représentant légal n'a pas adressé une telle requête à l'agence dans ce délai visé à l'alinéa 1er, elle/il est censé(e) consentir irréfutablement à l'intention de l'agence, et l'agence lui notifie la décision d'attribution.]4
§ 3. Si [4 la personne handicapée]4 ou son représentant légal a adressé à l'agence, dans le délai fixé au § 2, [4 alinéa 1er]4, une demande de reconsidération, l'agence envoie le dossier sans tarder à la commission consultative pour avis. Si [4 la personne handicapée ]4 ou son représentant légal l'a demandé dans sa requête,[4 elle/il est entendu(e)]4par la commission consultative dans les soixante jours de la réception du dossier.
[4 La personne handicapée]4 ou son représentant légal peut se faire assister ou représenter devant la commission consultative par une personne ou un établissement de son choix.
§ 4. Dans les trente jours de la date à laquelle [4 la personne handicapée ]4 ou son représentant légal a été [4 entendu(e) ]4 par la commission consultative, ou dans les nonante jours de la date à laquelle la commission consultative a reçu le dossier, suivant que le demandeur a demandé ou non d'être [4 entendu(e) ]4, elle communique sa décision à l'agence.
Dans les trente jours de l'avis de la commission consultative, l'agence notifie sa décision motivée et l'avis de la commission consultative [4 à la personne handicapée]4 ou à son représentant légal[4 ...]4.
L'évaluation du handicap par la commission d'orientation flamande est reprise dans l'intention de décision ou dans la décision d'attribution. ]4.
§ 2. [4 Dans les quarante-cinq jours à compter du jour auquel l'agence a envoyé son intention de décision, la personne handicapée ou son représentant légal peut demander à l'agence, par une requête motivée, de reconsidérer son intention. Dans cette requête, la personne handicapée ou son représentant légal peut demander à être entendu(e) par la commission consultative visée à l'article 29. La personne handicapée ou son représentant légal transmet la requête motivée à l'agence par la poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Lorsque la requête est transmise par la poste, la personne handicapée ou son représentant légal signe cette requête et elle est envoyée par lettre recommandée.
Si la personne handicapée ou son représentant légal donne la preuve de force majeure ou de circonstances indépendantes de sa volonté, le délai visé à l'alinéa 1er ne prend cours qu'au moment où la personne handicapée ou son représentant légal a pu effectivement prendre connaissance de l'intention de l'agence.
Si la personne handicapée ou son représentant légal n'a pas adressé une telle requête à l'agence dans ce délai visé à l'alinéa 1er, elle/il est censé(e) consentir irréfutablement à l'intention de l'agence, et l'agence lui notifie la décision d'attribution.]4
§ 3. Si [4 la personne handicapée]4 ou son représentant légal a adressé à l'agence, dans le délai fixé au § 2, [4 alinéa 1er]4, une demande de reconsidération, l'agence envoie le dossier sans tarder à la commission consultative pour avis. Si [4 la personne handicapée ]4 ou son représentant légal l'a demandé dans sa requête,[4 elle/il est entendu(e)]4par la commission consultative dans les soixante jours de la réception du dossier.
[4 La personne handicapée]4 ou son représentant légal peut se faire assister ou représenter devant la commission consultative par une personne ou un établissement de son choix.
§ 4. Dans les trente jours de la date à laquelle [4 la personne handicapée ]4 ou son représentant légal a été [4 entendu(e) ]4 par la commission consultative, ou dans les nonante jours de la date à laquelle la commission consultative a reçu le dossier, suivant que le demandeur a demandé ou non d'être [4 entendu(e) ]4, elle communique sa décision à l'agence.
Dans les trente jours de l'avis de la commission consultative, l'agence notifie sa décision motivée et l'avis de la commission consultative [4 à la personne handicapée]4 ou à son représentant légal[4 ...]4.
Afdeling V. - (Herziening op initiatief van het agentschap.) tiatief van het Vlaams Fonds.
Section V. - (Révision à l'initiative de l'agence.)
Art. 11bis. <INGEVOEGD bij BVE 1992-06-03/35, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1992> Indien zich in de toestand van de persoon met een handicap een zodanig belangrijke wijziging voordoet dat een herziening van de beoordeling van de handicap [2 ...]2 noodzakelijke blijkt en betrokkene zelf geen aanvraag tot herziening indient overeenkomstig de bepalingen van afdeling I, leidt het (agentschap) bij [3 de Vlaamse toeleidingscommissie]3 de aanvraag tot herziening in.
Deze aanvraag wordt geformuleerd bij gewone brief ondertekend door de administrateur-generaal van het (agentschap) of een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar, met de vermeldingen bedoeld in artikel 2, § 3, en de motieven en argumenten die het (agentschap) ertoe aanzetten de herziening aan te vragen.
De behandeling van de aanvraag geschiedt overeenkomstig de bepalingen van [3 de artikelen 4 tot en met 6]3".
[1 ...]1
Deze aanvraag wordt geformuleerd bij gewone brief ondertekend door de administrateur-generaal van het (agentschap) of een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar, met de vermeldingen bedoeld in artikel 2, § 3, en de motieven en argumenten die het (agentschap) ertoe aanzetten de herziening aan te vragen.
De behandeling van de aanvraag geschiedt overeenkomstig de bepalingen van [3 de artikelen 4 tot en met 6]3".
[1 ...]1
Article 11bis. Si l'état de la personne handicapée subit de profonds changements, de sorte qu'une révision de l'appréciation du handicap [2 ...]2 s'avère nécessaire, et si l'intéressé lui-même n'introduit pas de demande de révision conformément aux dispositions de la section I, (l'agence) introduit la demande en révision auprès de [3 la commission d'orientation flamande]3.
Cette demande est formulée par lettre ordinaire, signée par l'administrateur général du Fonds ou par un fonctionnaire délégué par lui à cet effet et comporte les mentions prévues à l'article 2, § 3, ainsi que les motifs et arguments qui incitent le Fonds à demander la révision.
La demande sera traitée conformément aux dispositions [3 des articles 4 à 6 ]3.
[1 ...]1
Cette demande est formulée par lettre ordinaire, signée par l'administrateur général du Fonds ou par un fonctionnaire délégué par lui à cet effet et comporte les mentions prévues à l'article 2, § 3, ainsi que les motifs et arguments qui incitent le Fonds à demander la révision.
La demande sera traitée conformément aux dispositions [3 des articles 4 à 6 ]3.
[1 ...]1
HOOFDSTUK II. [1 De Vlaamse toeleidingscommissie ]1
CHAPITRE II. [1 La commission d'orientation flamande ]1
Art.12. § 1. [1 Er wordt een Vlaamse toeleidingscommissie opgericht, die de volgende opdrachten heeft:
1° beoordelen of de persoon die ondersteuning vraagt of voor wie ondersteuning wordt gevraagd, getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° beslissen over de toekenning van een prioriteitengroep conform artikel 8 tot en met artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, en de rangschikking binnen prioriteitengroepen.
§ 2. De Vlaamse toeleidingscommissie is samengesteld uit:
1° professionele deskundigen;
2° ervaringsdeskundigen;
3° personeelsleden van het agentschap;
4° personen met een diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een diploma van master in de geneeskunde;
5° personen met een diploma van bachelor of master in de gedrags-, sociale, psychosociale of paramedische wetenschappen.
Om als ervaringsdeskundige als vermeld in het eerste lid, 2°, te kunnen worden benoemd, toont het kandidaat-lid aan dat het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° door dagelijkse, doorleefde en persoonlijke ervaring een affiniteit opgebouwd hebben met de welzijnssector in het algemeen en met de sector van personen met een handicap in het bijzonder;
2° over een ruim empathisch vermogen beschikken ten aanzien van verschillende doelgroepen, leeftijdscategorieën en sociale situaties;
3° vanuit een brede maatschappelijke kijk in staat zijn de eigen ervaring te overstijgen;
4° bereid zijn om gemotiveerde keuzes te maken binnen het regelgevende kader dat van toepassing is.
Om als professionele deskundige als vermeld in het eerste lid, 1°, of als personeelslid van het agentschap als vermeld in het eerste lid, 3°, te kunnen worden benoemd, toont het kandidaat-lid aan dat het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° vanuit de werkervaring een affiniteit opgebouwd hebben met de welzijnssector in het algemeen en met de sector van personen met een handicap in het bijzonder;
2° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 2° tot en met 4°.
Dezelfde persoon kan tegelijkertijd benoemd worden als ervaringsdeskundige als vermeld in het eerste lid, 2°, als professionele deskundige als vermeld in het eerste lid, 1°, als personeelslid van het agentschap als vermeld in het eerste lid, 3°, en als een persoon met een diploma als vermeld in het eerste lid, 4° of 5°.
§ 3. De Vlaamse toeleidingscommissie wordt voorgezeten door een voorzitter die geen stemrecht heeft. De rol van voorzitter kan beurtelings worden opgenomen door de verschillende personen die als voorzitter van de Vlaamse toeleidingscommissie zijn benoemd.
De voorzitters worden benoemd onder de leden die benoemd zijn als professionele deskundigen als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, of als ervaringsdeskundigen als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° ]1.
1° beoordelen of de persoon die ondersteuning vraagt of voor wie ondersteuning wordt gevraagd, getroffen is door een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° beslissen over de toekenning van een prioriteitengroep conform artikel 8 tot en met artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, en de rangschikking binnen prioriteitengroepen.
§ 2. De Vlaamse toeleidingscommissie is samengesteld uit:
1° professionele deskundigen;
2° ervaringsdeskundigen;
3° personeelsleden van het agentschap;
4° personen met een diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een diploma van master in de geneeskunde;
5° personen met een diploma van bachelor of master in de gedrags-, sociale, psychosociale of paramedische wetenschappen.
Om als ervaringsdeskundige als vermeld in het eerste lid, 2°, te kunnen worden benoemd, toont het kandidaat-lid aan dat het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° door dagelijkse, doorleefde en persoonlijke ervaring een affiniteit opgebouwd hebben met de welzijnssector in het algemeen en met de sector van personen met een handicap in het bijzonder;
2° over een ruim empathisch vermogen beschikken ten aanzien van verschillende doelgroepen, leeftijdscategorieën en sociale situaties;
3° vanuit een brede maatschappelijke kijk in staat zijn de eigen ervaring te overstijgen;
4° bereid zijn om gemotiveerde keuzes te maken binnen het regelgevende kader dat van toepassing is.
Om als professionele deskundige als vermeld in het eerste lid, 1°, of als personeelslid van het agentschap als vermeld in het eerste lid, 3°, te kunnen worden benoemd, toont het kandidaat-lid aan dat het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° vanuit de werkervaring een affiniteit opgebouwd hebben met de welzijnssector in het algemeen en met de sector van personen met een handicap in het bijzonder;
2° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 2° tot en met 4°.
Dezelfde persoon kan tegelijkertijd benoemd worden als ervaringsdeskundige als vermeld in het eerste lid, 2°, als professionele deskundige als vermeld in het eerste lid, 1°, als personeelslid van het agentschap als vermeld in het eerste lid, 3°, en als een persoon met een diploma als vermeld in het eerste lid, 4° of 5°.
§ 3. De Vlaamse toeleidingscommissie wordt voorgezeten door een voorzitter die geen stemrecht heeft. De rol van voorzitter kan beurtelings worden opgenomen door de verschillende personen die als voorzitter van de Vlaamse toeleidingscommissie zijn benoemd.
De voorzitters worden benoemd onder de leden die benoemd zijn als professionele deskundigen als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, of als ervaringsdeskundigen als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° ]1.
Art.12. [1 § 1er. Il est créé une commission d'orientation flamande chargée des missions suivantes :
1° évaluer si la personne qui demande le soutien ou pour laquelle le soutien est demandé, est atteinte d'un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° décider de l'attribution d'un groupe prioritaire conformément aux articles 8 à 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à la commission régionale des priorités, à l'identification de groupes prioritaires, et au classement au sein de groupes prioritaires.
§ 2. La commission d'orientation flamande est composée :
1° d'experts professionnels ;
2° d'experts du vécu ;
3° de membres du personnel de l'agence ;
4° de personnes ayant un diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un diplôme de master en médecine ;
5° de personnes ayant un diplôme de bachelier ou de master en sciences comportementales, sociales, psychosociales ou paramédicales.
Pour être nommé comme expert du vécu tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, le candidat membre démontre qu'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° avoir acquis une affinité, grâce aux expériences journalières, vécues et personnelles, avec le secteur de l'aide sociale en général et avec le secteur des personnes handicapées en particulier ;
2° être doté d'une empathie très développée à l'égard des différents groupes-cibles, catégories d'âge et situations sociales ;
3° être capable de dépasser ses propres expériences en adoptant une vision globale de la société ;
4° être prêt à faire des choix informés tout en respectant le cadre règlementaire applicable.
Pour être nommé comme expert professionnel tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, ou comme membre du personnel de l'agence tel que visé à l'alinéa 1er, 3°, le candidat membre démontre qu'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° avoir acquis une affinité, sur la base de l'expérience professionnelle, avec le secteur de l'aide sociale en général et avec le secteur des personnes handicapées en particulier ;
2° remplir les conditions, visées à l'alinéa 2, 2° à 4°.
La même personne peut être nommée simultanément comme expert du vécu tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, comme expert professionnel tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, comme membre du personnel de l'agence tel que visé à l'alinéa 1er, 3°, et comme personne ayant un diplôme tel que visé à l'alinéa 1er, 4° ou 5°.
§ 3. La commission d'orientation flamande est présidée par un président qui n'a pas droit de vote. Le rôle de président peut être assumé à tour de rôle par les différentes personnes nommées comme président de la commission d'orientation flamande.
Les présidents sont nommés parmi les membres nommés comme experts professionnels, tels que visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, ou comme experts du vécu tels que visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2° ]1.
1° évaluer si la personne qui demande le soutien ou pour laquelle le soutien est demandé, est atteinte d'un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° décider de l'attribution d'un groupe prioritaire conformément aux articles 8 à 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à la commission régionale des priorités, à l'identification de groupes prioritaires, et au classement au sein de groupes prioritaires.
§ 2. La commission d'orientation flamande est composée :
1° d'experts professionnels ;
2° d'experts du vécu ;
3° de membres du personnel de l'agence ;
4° de personnes ayant un diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un diplôme de master en médecine ;
5° de personnes ayant un diplôme de bachelier ou de master en sciences comportementales, sociales, psychosociales ou paramédicales.
Pour être nommé comme expert du vécu tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, le candidat membre démontre qu'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° avoir acquis une affinité, grâce aux expériences journalières, vécues et personnelles, avec le secteur de l'aide sociale en général et avec le secteur des personnes handicapées en particulier ;
2° être doté d'une empathie très développée à l'égard des différents groupes-cibles, catégories d'âge et situations sociales ;
3° être capable de dépasser ses propres expériences en adoptant une vision globale de la société ;
4° être prêt à faire des choix informés tout en respectant le cadre règlementaire applicable.
Pour être nommé comme expert professionnel tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, ou comme membre du personnel de l'agence tel que visé à l'alinéa 1er, 3°, le candidat membre démontre qu'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° avoir acquis une affinité, sur la base de l'expérience professionnelle, avec le secteur de l'aide sociale en général et avec le secteur des personnes handicapées en particulier ;
2° remplir les conditions, visées à l'alinéa 2, 2° à 4°.
La même personne peut être nommée simultanément comme expert du vécu tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, comme expert professionnel tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, comme membre du personnel de l'agence tel que visé à l'alinéa 1er, 3°, et comme personne ayant un diplôme tel que visé à l'alinéa 1er, 4° ou 5°.
§ 3. La commission d'orientation flamande est présidée par un président qui n'a pas droit de vote. Le rôle de président peut être assumé à tour de rôle par les différentes personnes nommées comme président de la commission d'orientation flamande.
Les présidents sont nommés parmi les membres nommés comme experts professionnels, tels que visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, ou comme experts du vécu tels que visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2° ]1.
Wijzigingen
Afdeling I. - Samenstelling.
Section I. - Composition
Art.13. § 1. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, benoemt de leden en de voorzitters van de Vlaamse toeleidingscommissie.
De leden die geen personeelslid van het agentschap zijn, en de voorzitters worden voorgedragen door het raadgevend comité bij het agentschap. De personeelsleden van het agentschap worden voorgedragen door de leidend ambtenaar van het agentschap.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kan in de volgende gevallen het mandaat van de leden en van de voorzitters beëindigen:
1° op verzoek van de betrokkene;
2° ambtshalve, als de betrokkene aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
a) de betrokkene beantwoordt niet meer aan de benoemingsvoorwaarden;
b) de betrokkene schiet op een andere ernstige wijze dan de wijze, vermeld in punt a), te kort in de uitoefening van het mandaat.]1
De leden die geen personeelslid van het agentschap zijn, en de voorzitters worden voorgedragen door het raadgevend comité bij het agentschap. De personeelsleden van het agentschap worden voorgedragen door de leidend ambtenaar van het agentschap.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kan in de volgende gevallen het mandaat van de leden en van de voorzitters beëindigen:
1° op verzoek van de betrokkene;
2° ambtshalve, als de betrokkene aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
a) de betrokkene beantwoordt niet meer aan de benoemingsvoorwaarden;
b) de betrokkene schiet op een andere ernstige wijze dan de wijze, vermeld in punt a), te kort in de uitoefening van het mandaat.]1
Art.13. [1 Le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions, nomme les membres et les présidents de la commission d'orientation flamande.
Les membres qui ne sont pas membre du personnel de l'agence, et les présidents sont proposés par le comité consultatif auprès de l'agence. Les membres du personnel de l'agence sont proposés par le fonctionnaire dirigeant de l'agence.
§ 2. Le ministre flamand ayant les personnes handicapées dans ses attributions, peut mettre fin au mandat des membres et des présidents dans les cas suivants :
1° à la demande de l'intéressé ;
2° d'office, si l'intéressé répond à l'une des conditions suivantes :
a) l'intéressé ne satisfait plus aux conditions de nomination ;
b) l'intéressé manque gravement, d'une manière autre que celle visée au point a), à l'exercice du mandat ]1.
Les membres qui ne sont pas membre du personnel de l'agence, et les présidents sont proposés par le comité consultatif auprès de l'agence. Les membres du personnel de l'agence sont proposés par le fonctionnaire dirigeant de l'agence.
§ 2. Le ministre flamand ayant les personnes handicapées dans ses attributions, peut mettre fin au mandat des membres et des présidents dans les cas suivants :
1° à la demande de l'intéressé ;
2° d'office, si l'intéressé répond à l'une des conditions suivantes :
a) l'intéressé ne satisfait plus aux conditions de nomination ;
b) l'intéressé manque gravement, d'une manière autre que celle visée au point a), à l'exercice du mandat ]1.
Wijzigingen
Art.14. [1 De voorzitters en de leden van de Vlaamse toeleidingscommissie, met uitzondering van de leden die personeelslid van het agentschap zijn, ontvangen presentiegelden en vergoedingen voor reiskosten en verblijfkosten conform het besluit van de Vlaamse regering van 27 januari 1988 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de toelagen en presentiegelden aan commissarissen, gemachtigden van financiën, afgevaardigden van de Vlaamse Regering, voorzitters en leden van niet-adviserende bijzondere commissies of van raden van bestuur van instellingen en ondernemingen die onder de Vlaamse regering behoren.
Voor de toepassing van het voormelde besluit wordt de Vlaamse toeleidingscommissie ingedeeld in categorie III als vermeld in artikel 3, § 1, c), van het voormelde besluit.
In afwijking van artikel 6 van het voormelde besluit, ontvangen de voorzitters een forfaitaire toelage van 158,33 euro per vergadering die ze hebben voorgezeten.
Het bedrag, vermeld in het derde lid, wordt geïndexeerd conform artikel 13 van het besluit, vermeld in het eerste lid.
De presentiegelden en vergoedingen zijn ten laste van het agentschap]1.
Voor de toepassing van het voormelde besluit wordt de Vlaamse toeleidingscommissie ingedeeld in categorie III als vermeld in artikel 3, § 1, c), van het voormelde besluit.
In afwijking van artikel 6 van het voormelde besluit, ontvangen de voorzitters een forfaitaire toelage van 158,33 euro per vergadering die ze hebben voorgezeten.
Het bedrag, vermeld in het derde lid, wordt geïndexeerd conform artikel 13 van het besluit, vermeld in het eerste lid.
De presentiegelden en vergoedingen zijn ten laste van het agentschap]1.
Art.14. [1 Les présidents et les membres de la commission d'orientation flamande, à l'exception des membres qui sont membre du personnel de l'agence, reçoivent des jetons de présence et des indemnités pour les frais de voyage et les frais de séjour conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 1988 portant certaines mesures en vue d'harmoniser les allocations et les jetons de présence accordés aux commissaires, aux délégués des finances, aux représentants du Gouvernement flamand, aux présidents et aux membres des commissions spéciales non consultatives ou des conseils d'administration des organismes ou entreprises qui relèvent du Gouvernement flamand.
Pour l'application de l'arrêté précité, la commission d'orientation flamande est classée dans la catégorie III telle que visée à l'article 3, § 1er, c), de l'arrêté précité.
Par dérogation à l'article 6 de l'arrêté précité, les présidents reçoivent une allocation forfaitaire de 158,33 euros par réunion qu'ils ont présidée.
Le montant visé à l'alinéa 3 est indexé conformément à l'article 13 de l'arrêté, visé à l'alinéa 1er..
Les jetons de présence et les indemnités sont à charge de l'agence ]1.
Pour l'application de l'arrêté précité, la commission d'orientation flamande est classée dans la catégorie III telle que visée à l'article 3, § 1er, c), de l'arrêté précité.
Par dérogation à l'article 6 de l'arrêté précité, les présidents reçoivent une allocation forfaitaire de 158,33 euros par réunion qu'ils ont présidée.
Le montant visé à l'alinéa 3 est indexé conformément à l'article 13 de l'arrêté, visé à l'alinéa 1er..
Les jetons de présence et les indemnités sont à charge de l'agence ]1.
Wijzigingen
Art.15. [1 Het agentschap staat in voor de administratieve en logistieke ondersteuning van de Vlaamse toeleidingscommissie.
De leidend ambtenaar van het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van de Vlaamse toeleidingscommissie vast ]1.
De leidend ambtenaar van het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van de Vlaamse toeleidingscommissie vast ]1.
Art.15. [1 L'agence assure le soutien administratif et logistique de la commission d'orientation flamande.
Le fonctionnaire dirigeant de l'agence établit le règlement d'ordre intérieur de la commission d'orientation flamande ]1.
Le fonctionnaire dirigeant de l'agence établit le règlement d'ordre intérieur de la commission d'orientation flamande ]1.
Wijzigingen
Art.16. [1 De persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen vragen om door de Vlaamse toeleidingscommissie te worden gehoord]1.
Art.16. [1 La personne handicapée ou son représentant légal peuvent demander d'être entendu(e) par la commission d'orientation flamande ]1.
Wijzigingen
Afdeling II. - Werking.
Section II. - Fonctionnement.
Art.17. [1 Om rechtsgeldig te beraadslagen, zetelt de Vlaamse toeleidingscommissie met een voorzitter en met minstens drie leden, van wie:
1° minstens één ervaringsdeskundige is. Als er voor een zitting geen ervaringsdeskundige gevonden kan worden, is er minstens een professionele deskundige aanwezig;
2° minstens één lid een diploma heeft van master of bachelor in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen of een sociaal diploma master of bachelor in de gedrags-, sociale, psychosociale of paramedische wetenschappen;
3° minstens één lid een diploma heeft van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van master in de geneeskunde, als de commissie oordeelt over de aanwezigheid van een handicap als vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit ]1.
1° minstens één ervaringsdeskundige is. Als er voor een zitting geen ervaringsdeskundige gevonden kan worden, is er minstens een professionele deskundige aanwezig;
2° minstens één lid een diploma heeft van master of bachelor in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen of een sociaal diploma master of bachelor in de gedrags-, sociale, psychosociale of paramedische wetenschappen;
3° minstens één lid een diploma heeft van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van master in de geneeskunde, als de commissie oordeelt over de aanwezigheid van een handicap als vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit ]1.
Art.17. [1 Pour délibérer valablement, la commission d'orientation flamande siège avec un président et au moins trois membres dont :
1° au moins un expert du vécu. Si aucun expert du vécu ne peut être trouvé pour une séance, au moins un expert professionnel est présent ;
2° au moins un membre ayant le diplôme de master ou de bachelier en psychologie ou en sciences pédagogiques, ou ayant un diplôme social de master ou de bachelier en sciences comportementales, psychosociales, sociales ou paramédicales ;
3° au moins un membre ayant un diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou de master en médecine, si la commission juge de la présence d'un handicap, tel que visé à l'article 12, 1°, du présent arrêté ]1.
1° au moins un expert du vécu. Si aucun expert du vécu ne peut être trouvé pour une séance, au moins un expert professionnel est présent ;
2° au moins un membre ayant le diplôme de master ou de bachelier en psychologie ou en sciences pédagogiques, ou ayant un diplôme social de master ou de bachelier en sciences comportementales, psychosociales, sociales ou paramédicales ;
3° au moins un membre ayant un diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou de master en médecine, si la commission juge de la présence d'un handicap, tel que visé à l'article 12, 1°, du présent arrêté ]1.
Wijzigingen
HOOFDSTUK III. - De instanties bevoegd om het multidisciplinair verslag af te leveren.
CHAPITRE III. - Les instances compétentes pour délivrer le rapport multidisciplinaire.
Art.22. De instanties die door het [1 agentschap]1 worden erkend om een multidisciplinair verslag[2 als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, van dit besluit, en artikel 12 en artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget,]2 af te leveren, (...), worden multidisciplinaire teams genoemd.
Een multidisciplinair team kan bijkomend worden erkend [2 ...]2 voor het verlenen van de persoonlijke adviesverlening, bedoeld in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap of voor het afleveren van de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijk assistentiebudget aan personen met een handicap. Een multidisciplinair team dat een bijkomende erkenning heeft gekregen, wordt een gespecialiseerd multidisciplinair team genoemd.
Een multidisciplinair team kan bijkomend worden erkend [2 ...]2 voor het verlenen van de persoonlijke adviesverlening, bedoeld in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap of voor het afleveren van de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijk assistentiebudget aan personen met een handicap. Een multidisciplinair team dat een bijkomende erkenning heeft gekregen, wordt een gespecialiseerd multidisciplinair team genoemd.
Art.22. Les instances qui sont agréées par l'[1 agence]1 pour délivrer le rapport multidisciplinaire [2 tel que visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, du présent arrêté, et aux articles 12 et 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, ]2 (...) sont dénommées des équipes multidisciplinaires.
Une équipe multidisciplinaire peut obtenir un agrément supplémentaire [2 ...]2 l'émission d'avis personnels, visés au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées ou pour la fourniture des renseignements, visées à l'article 6, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées. Une équipe multidisciplinaire qui a obtenu un agrément supplémentaire, est dénommée une équipe multidisciplinaire spécialisée.
Une équipe multidisciplinaire peut obtenir un agrément supplémentaire [2 ...]2 l'émission d'avis personnels, visés au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées ou pour la fourniture des renseignements, visées à l'article 6, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées. Une équipe multidisciplinaire qui a obtenu un agrément supplémentaire, est dénommée une équipe multidisciplinaire spécialisée.
Art.23. De volgende centra en diensten kunnen erkend worden als multidisciplinair team :
1° de centra voor leerlingenbegeleiding georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap.
Leerlingen of studenten richten zich, conform de organieke wetgeving en reglementering betreffende deze instanties, tot het centrum aan wiens begeleiding zij werden toevertrouwd;
2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende en gesubsidieerde centra voor maatschappelijk werk die wegens hun organisatie en hun werking behoren tot een landsbond of verbond van ziekenfondsen en de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
3° de centra of diensten voor revalidatie die door het (agentschap) erkend zijn, of die met het RIZIV een revalidatieovereenkomst gesloten hebben als referentiecentrum of voor motorische of respiratoire revalidatie bij kinderen, de door het Fonds erkende [1 ...]1 centra voor observatie, oriëntering, medische, psychologische en pedagogische behandeling van gehandicapten;
4° de centra voor ontwikkelingsstoornissen, [3 erkend door het agentschap Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie]3
5° de observatiecentra, erkend of georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van de gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand;
6° de subregionale tewerkstellingsdiensten van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
7° de kinderpsychiatrische ziekenhuisdiensten, erkend onder de kenletter K.
[1 8° de gespecialiseerde onderzoeksdiensten, die voor 1 januari 2008 erkend worden door de VDAB;]1
[2 9° West-Vlaams consultatiebureau voor Diagnostiek en Zorg;]2
[2 10° Brailleliga voor hulp aan blinde en slechtziende personen;]2
[2 11° Diensten en Begeleidingscentrum Openluchtopvoeding bij vzw OLO;]2
[2 12° DIDIOR, dienst diagnostiek en oriëntering.]2
[4 De volgende centra en diensten kunnen uitsluitend erkend worden als multidisciplinair team om de persoonlijke adviesverlening te verlenen, vermeld in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap:
"1° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap die zijn erkend conform artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de aanbieders van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap die zijn vergund conform artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.]4
1° de centra voor leerlingenbegeleiding georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap.
Leerlingen of studenten richten zich, conform de organieke wetgeving en reglementering betreffende deze instanties, tot het centrum aan wiens begeleiding zij werden toevertrouwd;
2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende en gesubsidieerde centra voor maatschappelijk werk die wegens hun organisatie en hun werking behoren tot een landsbond of verbond van ziekenfondsen en de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
3° de centra of diensten voor revalidatie die door het (agentschap) erkend zijn, of die met het RIZIV een revalidatieovereenkomst gesloten hebben als referentiecentrum of voor motorische of respiratoire revalidatie bij kinderen, de door het Fonds erkende [1 ...]1 centra voor observatie, oriëntering, medische, psychologische en pedagogische behandeling van gehandicapten;
4° de centra voor ontwikkelingsstoornissen, [3 erkend door het agentschap Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie]3
5° de observatiecentra, erkend of georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van de gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand;
6° de subregionale tewerkstellingsdiensten van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
7° de kinderpsychiatrische ziekenhuisdiensten, erkend onder de kenletter K.
[1 8° de gespecialiseerde onderzoeksdiensten, die voor 1 januari 2008 erkend worden door de VDAB;]1
[2 9° West-Vlaams consultatiebureau voor Diagnostiek en Zorg;]2
[2 10° Brailleliga voor hulp aan blinde en slechtziende personen;]2
[2 11° Diensten en Begeleidingscentrum Openluchtopvoeding bij vzw OLO;]2
[2 12° DIDIOR, dienst diagnostiek en oriëntering.]2
[4 De volgende centra en diensten kunnen uitsluitend erkend worden als multidisciplinair team om de persoonlijke adviesverlening te verlenen, vermeld in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap:
"1° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap die zijn erkend conform artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de aanbieders van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap die zijn vergund conform artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.]4
Art.23. Peuvent être agréés comme équipe multidisciplinaire :
1° les centres d'encadrement des élèves organisés, subventionnés ou agréés par la Communauté flamande;
Les élèves ou étudiants s'adressent au centre qui assure leur encadrement, conformément à la législation organique et à la réglementation relatives à ces instances;
2° les centres de service social agréés et subventionnés par la Communauté flamande qui pour cause de leur organisation et de leur fonctionnement appartiennent à une de mutualités et les services de soins de santé mentale;
3° les centres ou services de réadaptation fonctionnelle agréés par (l'agence) ou qui ont conclu avec l'INAMI, [1 ...]1 les centres d'observation, d'orientation et de traitement médical, psychologique et pédagogique des handicapés agréés par (l'agence);
4° les centres pour troubles du développement [3 agréés par l'agence Grandir, établie par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ")]3;
5° les centres d'observation agréés ou organisés par la Communauté flamande dans le cadre des décrets coordonnées sur l'assistance spéciale à la jeunesse;
6° les services subrégionaux de l'emploi de la "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle.);
7° les services hospitaliers de psychiatrie de l'enfant agréés sous la lettre K.
[1 8° les services d'étude spécialisés, agréés par le VDAB avant le 1er janvier 2008.]1
[2 9° Bureau de consultation pour le diagnostic et les soins en Flandre occidentale ;]2
[2 10° Ligue Braille pour l'assistance aux personnes aveugles et malvoyantes ;]2
[2 11° Centre de services et d'accompagnement pour l'éducation en plein air de l'association sans but lucratif OLO ;]2
[2 12° DIDIOR, service de diagnostic et d'orientation. ]2
[4 Les centres et services suivants ne peuvent être agréés comme équipe multidisciplinaire que pour fournir les services de conseil personnel, visés au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées :
1° les centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures, agréés conformément à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° les offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, qui sont autorisés conformément à l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées.]4
1° les centres d'encadrement des élèves organisés, subventionnés ou agréés par la Communauté flamande;
Les élèves ou étudiants s'adressent au centre qui assure leur encadrement, conformément à la législation organique et à la réglementation relatives à ces instances;
2° les centres de service social agréés et subventionnés par la Communauté flamande qui pour cause de leur organisation et de leur fonctionnement appartiennent à une de mutualités et les services de soins de santé mentale;
3° les centres ou services de réadaptation fonctionnelle agréés par (l'agence) ou qui ont conclu avec l'INAMI, [1 ...]1 les centres d'observation, d'orientation et de traitement médical, psychologique et pédagogique des handicapés agréés par (l'agence);
4° les centres pour troubles du développement [3 agréés par l'agence Grandir, établie par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ")]3;
5° les centres d'observation agréés ou organisés par la Communauté flamande dans le cadre des décrets coordonnées sur l'assistance spéciale à la jeunesse;
6° les services subrégionaux de l'emploi de la "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle.);
7° les services hospitaliers de psychiatrie de l'enfant agréés sous la lettre K.
[1 8° les services d'étude spécialisés, agréés par le VDAB avant le 1er janvier 2008.]1
[2 9° Bureau de consultation pour le diagnostic et les soins en Flandre occidentale ;]2
[2 10° Ligue Braille pour l'assistance aux personnes aveugles et malvoyantes ;]2
[2 11° Centre de services et d'accompagnement pour l'éducation en plein air de l'association sans but lucratif OLO ;]2
[2 12° DIDIOR, service de diagnostic et d'orientation. ]2
[4 Les centres et services suivants ne peuvent être agréés comme équipe multidisciplinaire que pour fournir les services de conseil personnel, visés au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées :
1° les centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures, agréés conformément à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
2° les offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, qui sont autorisés conformément à l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées.]4
Art.24. § 1. De instanties, bedoeld in artikel 23, kunnen als multidisciplinair team erkend worden en erkend blijven als ze :
1°[2 zich ertoe verbinden om op verzoek van het agentschap of na instemming van het agentschap of op verzoek van een aanvrager een multidisciplinair verslag, als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, af te leveren dat aan de vastgestelde vormvereisten, vastgelegd door het agentschap in de vorm van een sjabloon, voldoet en dat naast de elementen uit punt a) minstens een van de elementen uit punt b), c) of d) bevat:
a) informatie die toelaat te beoordelen of de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, met een positief of negatief advies voor de beoordeling daarover;
b) objectivering van de ondersteuningsbehoeften van de persoon met een handicap aan de hand van het zorgzwaarte-instrument in het kader van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
c) informatie over de dringendheid van de vraag van de persoon met een handicap om de prioriteit in te schatten in het kader van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
d) informatie over de ondersteuningsbehoeften van de persoon met een handicap op het vlak van hulpmiddelen en aanpassingen in het kader van de aanvraag van individuele materiële bijstand als vermeld in artikel 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, met een voorstel voor ondersteuning daarvoor]2.
2° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen inzake het verslag en inzake hun werking als multidisciplinair team. De minimale kwaliteitseisen worden vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
3°[2 beschikken over of altijd een beroep kunnen doen op een staf die minstens bestaat uit een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen en een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde]2;
4° de verbintenis aangaan dat ze het identificatienummer van de onderzochte personen met een handicap bij het Rijksregister van de natuurlijke personen slechts gebruiken voor de betrekkingen met het [1 agentschap]1. Daarom ondertekenen de personeelsleden van de instantie die dit identificatienummer gebruiken, een verbintenis overeenkomstig het model dat het Fonds hiertoe vastgesteld heeft;
[2 In afwijking van het eerste lid, 1°, hoeft het multidisciplinaire verslag de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a), niet te bevatten als eerder vastgesteld is dat de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of als het agentschap over voldoende informatie beschikt om vast te stellen dat de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het voormelde decreet. Het multidisciplinair verslag moet de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a) wel bevatten als een actualisatie van de informatie vereist is door het optreden van een bijkomende handicap. Het agentschap kan daarnaast verzoeken om de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a), te bezorgen als het agentschap dat noodzakelijk acht om de aanvraag te beoordelen.]2
5° zich ertoe verbinden om afhankelijk van de handicap en de vraag van de aanvrager een beroep te doen op personen of voorzieningen die bevoegd zijn voor diverse handicaps of diverse gebieden van de gehandicaptenzorg.
§ 2. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget als ze :
1° zich ertoe verbinden om samen met het multidisciplinair verslag de gegevens af te leveren, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijk assistentiebudget aan personen met een handicap;
2° de basisopleiding die door het (agentschap) wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben;
3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht heeft vastgesteld.
§ 3. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van individuele materiële bijstand als ze :
1° zich ertoe verbinden in te staan voor de persoonlijke adviesverlening inzake individuele materiële bijstand, overeenkomstig hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;
2° de basisopleiding die door het (agentschap) wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben;
3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht, heeft vastgesteld.
1°[2 zich ertoe verbinden om op verzoek van het agentschap of na instemming van het agentschap of op verzoek van een aanvrager een multidisciplinair verslag, als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, af te leveren dat aan de vastgestelde vormvereisten, vastgelegd door het agentschap in de vorm van een sjabloon, voldoet en dat naast de elementen uit punt a) minstens een van de elementen uit punt b), c) of d) bevat:
a) informatie die toelaat te beoordelen of de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, met een positief of negatief advies voor de beoordeling daarover;
b) objectivering van de ondersteuningsbehoeften van de persoon met een handicap aan de hand van het zorgzwaarte-instrument in het kader van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
c) informatie over de dringendheid van de vraag van de persoon met een handicap om de prioriteit in te schatten in het kader van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
d) informatie over de ondersteuningsbehoeften van de persoon met een handicap op het vlak van hulpmiddelen en aanpassingen in het kader van de aanvraag van individuele materiële bijstand als vermeld in artikel 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, met een voorstel voor ondersteuning daarvoor]2.
2° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen inzake het verslag en inzake hun werking als multidisciplinair team. De minimale kwaliteitseisen worden vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
3°[2 beschikken over of altijd een beroep kunnen doen op een staf die minstens bestaat uit een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen en een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde]2;
4° de verbintenis aangaan dat ze het identificatienummer van de onderzochte personen met een handicap bij het Rijksregister van de natuurlijke personen slechts gebruiken voor de betrekkingen met het [1 agentschap]1. Daarom ondertekenen de personeelsleden van de instantie die dit identificatienummer gebruiken, een verbintenis overeenkomstig het model dat het Fonds hiertoe vastgesteld heeft;
[2 In afwijking van het eerste lid, 1°, hoeft het multidisciplinaire verslag de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a), niet te bevatten als eerder vastgesteld is dat de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of als het agentschap over voldoende informatie beschikt om vast te stellen dat de persoon een handicap heeft als vermeld in artikel 2, 2°, van het voormelde decreet. Het multidisciplinair verslag moet de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a) wel bevatten als een actualisatie van de informatie vereist is door het optreden van een bijkomende handicap. Het agentschap kan daarnaast verzoeken om de informatie, vermeld in het eerste lid, 1°, a), te bezorgen als het agentschap dat noodzakelijk acht om de aanvraag te beoordelen.]2
5° zich ertoe verbinden om afhankelijk van de handicap en de vraag van de aanvrager een beroep te doen op personen of voorzieningen die bevoegd zijn voor diverse handicaps of diverse gebieden van de gehandicaptenzorg.
§ 2. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget als ze :
1° zich ertoe verbinden om samen met het multidisciplinair verslag de gegevens af te leveren, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijk assistentiebudget aan personen met een handicap;
2° de basisopleiding die door het (agentschap) wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben;
3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht heeft vastgesteld.
§ 3. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van individuele materiële bijstand als ze :
1° zich ertoe verbinden in te staan voor de persoonlijke adviesverlening inzake individuele materiële bijstand, overeenkomstig hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;
2° de basisopleiding die door het (agentschap) wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben;
3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht, heeft vastgesteld.
Art.24. § 1er. Les instances visées à l'article 23, peuvent être agréées comme équipe multidisciplinaire et continuer à l'être si elles :
1° [2 s'engagent, à la demande de l'agence, ou après l'accord de l'agence, ou à la requête d'un demandeur, à délivrer un rapport multidisciplinaire, tel que visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, qui répond aux exigences de forme établies, fixées par l'agence sous forme d'un modèle, et qui comprend, outre les éléments visés au point a), au moins l'un des éléments visés aux points b), c) ou d) :
a) des informations permettant d'évaluer si la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), avec un avis positif ou négatif pour l'évaluation ;
b) l'objectivation du besoin de soutien de la personne handicapée à l'aide de l'instrument d'intensité des soins dans le cadre de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
c) des informations relatives à l'urgence de la demande de la personne handicapée afin d'estimer la priorité dans le cadre de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
d) des informations relatives au besoin de soutien de la personne handicapée au niveau d'aides matérielles et d'adaptations dans le cadre de la demande d'assistance matérielle individuelle, telle que visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, avec une proposition de soutien]2.
2° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales pour le rapport et quant à leur fonctionnement comme équipe multidisciplinaire. Les exigences de qualité minimales sont arrêtées par le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes;
3° [2 disposent de, ou peuvent faire appel à tout moment à, une équipe comprenant au moins un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques et un bachelier professionnalisant dans la discipline travail socio-éducatif ou un ancien équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option art infirmier social ]2;
4° s'engagent à n'utiliser le numéro d'identification des personnes handicapées examinées auprès du Registre national des personnes physiques que pour les rapports avec l'[1 agence]1. Dès lors, tous les membres du personnel de l'instance qui utilisent ce numéro d'identification, signeront une déclaration dans ce sens conformément au modèle établi à cet effet par le Fonds;
5° s'engagent, en fonction du handicap et de la demande du demandeur, à faire appel à des personnes ou structures compétentes dans le domaine de divers handicaps ou de différents secteurs des soins pour handicapés.
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le rapport multidisciplinaire ne doit pas contenir les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a), s'il a été établi précédemment que la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), ou si l'agence dispose d'informations suffisantes pour établir que la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret précité. Le rapport multidisciplinaire doit toutefois contenir les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a) si une actualisation des informations est requise en raison de la survenance d'un handicap supplémentaire. L'agence peut en outre demander de transmettre les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a), si l'agence l'estime nécessaire pour évaluer la demande. ]2
§ 2. Les instances, visées à l'article 23, qui sont agréées comme équipe multidisciplinaire peuvent obtenir un agrément supplémentaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour l'octroi d'un budget d'assistance personnelle et continuer à le conserver, si elles :
1° s'engagent à délivrer, conjointement avec le rapport multidisciplinaire, les renseignements visés à l'article 6, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées;
2° ont suivi la formation de base organisée par (l'agence) dans le cadre de leur mission spécifique;
3° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a arrêté relativement à l'exécution de leur mission spécifique.
§ 3. Les instances, visées à l'article 23, qui sont agréées comme équipe multidisciplinaire peuvent obtenir un agrément supplémentaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour l'octroi d'une assistance matérielle individuelle et continuer à le conserver, si elles :
1° s'engagent à assurer les services de conseil personnels en matière d'assistance matérielle individuelle, conformément au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées;
2° ont suivi la formation de base organisée par (l'agence) dans le cadre de leur mission spécifique;
3° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a arrêté relativement à l'exécution de leur mission spécifique.
1° [2 s'engagent, à la demande de l'agence, ou après l'accord de l'agence, ou à la requête d'un demandeur, à délivrer un rapport multidisciplinaire, tel que visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, qui répond aux exigences de forme établies, fixées par l'agence sous forme d'un modèle, et qui comprend, outre les éléments visés au point a), au moins l'un des éléments visés aux points b), c) ou d) :
a) des informations permettant d'évaluer si la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), avec un avis positif ou négatif pour l'évaluation ;
b) l'objectivation du besoin de soutien de la personne handicapée à l'aide de l'instrument d'intensité des soins dans le cadre de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
c) des informations relatives à l'urgence de la demande de la personne handicapée afin d'estimer la priorité dans le cadre de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
d) des informations relatives au besoin de soutien de la personne handicapée au niveau d'aides matérielles et d'adaptations dans le cadre de la demande d'assistance matérielle individuelle, telle que visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, avec une proposition de soutien]2.
2° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales pour le rapport et quant à leur fonctionnement comme équipe multidisciplinaire. Les exigences de qualité minimales sont arrêtées par le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes;
3° [2 disposent de, ou peuvent faire appel à tout moment à, une équipe comprenant au moins un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques et un bachelier professionnalisant dans la discipline travail socio-éducatif ou un ancien équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option art infirmier social ]2;
4° s'engagent à n'utiliser le numéro d'identification des personnes handicapées examinées auprès du Registre national des personnes physiques que pour les rapports avec l'[1 agence]1. Dès lors, tous les membres du personnel de l'instance qui utilisent ce numéro d'identification, signeront une déclaration dans ce sens conformément au modèle établi à cet effet par le Fonds;
5° s'engagent, en fonction du handicap et de la demande du demandeur, à faire appel à des personnes ou structures compétentes dans le domaine de divers handicaps ou de différents secteurs des soins pour handicapés.
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le rapport multidisciplinaire ne doit pas contenir les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a), s'il a été établi précédemment que la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), ou si l'agence dispose d'informations suffisantes pour établir que la personne a un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret précité. Le rapport multidisciplinaire doit toutefois contenir les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a) si une actualisation des informations est requise en raison de la survenance d'un handicap supplémentaire. L'agence peut en outre demander de transmettre les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, a), si l'agence l'estime nécessaire pour évaluer la demande. ]2
§ 2. Les instances, visées à l'article 23, qui sont agréées comme équipe multidisciplinaire peuvent obtenir un agrément supplémentaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour l'octroi d'un budget d'assistance personnelle et continuer à le conserver, si elles :
1° s'engagent à délivrer, conjointement avec le rapport multidisciplinaire, les renseignements visés à l'article 6, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées;
2° ont suivi la formation de base organisée par (l'agence) dans le cadre de leur mission spécifique;
3° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a arrêté relativement à l'exécution de leur mission spécifique.
§ 3. Les instances, visées à l'article 23, qui sont agréées comme équipe multidisciplinaire peuvent obtenir un agrément supplémentaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour l'octroi d'une assistance matérielle individuelle et continuer à le conserver, si elles :
1° s'engagent à assurer les services de conseil personnels en matière d'assistance matérielle individuelle, conformément au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées;
2° ont suivi la formation de base organisée par (l'agence) dans le cadre de leur mission spécifique;
3° s'engagent à se conformer aux exigences de qualité minimales que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a arrêté relativement à l'exécution de leur mission spécifique.
Art.25. § 1. Een multidisciplinair team of een gespecialiseerd multidisciplinair team verwijst een persoon met een handicap door naar een ander multidisciplinair team of gespecialiseerd multidisciplinair team, in geval zijn optreden zou leiden tot opname in of verstrekking van [1 ondersteuning]1 door de eigen instelling of door een voorziening die er een organisatorische of functionele eenheid mee uitmaakt.
Voor de teams, die georganiseerd worden door een openbaar bestuur, geldt de beperking van het eerste lid niet met betrekking tot de organisatorische eenheid.
§ 2. [2 ...]2
[1 § 3. De multidisciplinaire teams maken bij de uitvoering van hun opdrachten gebruik van de instrumenten voor diagnose en indicatiestelling die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, worden vastgesteld.]1
Voor de teams, die georganiseerd worden door een openbaar bestuur, geldt de beperking van het eerste lid niet met betrekking tot de organisatorische eenheid.
§ 2. [2 ...]2
[1 § 3. De multidisciplinaire teams maken bij de uitvoering van hun opdrachten gebruik van de instrumenten voor diagnose en indicatiestelling die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, worden vastgesteld.]1
Art.25. § 1er. Une équipe multidisciplinaire ou une équipe multidisciplinaire spécialisée renvoie une personne handicapée à une autre équipe multidisciplinaire ou équipe multidisciplinaire spécialisée si son intervention mènerait à une admission dans ou la délivrance d'un [1 soutien]1 par la propre institution ou une structure qui constitue avec elle une unité organisationnelle ou fonctionnelle.
Les équipes organisées par un pouvoir public, ne sont pas régies par la restriction prévue par l'alinéa premier quant à l'unité organisationnelle.
§ 2. [2 ...]2
[1 § 3. Lors de l'exécution de leurs missions, les équipes multidisciplinaires utilisent les instruments de diagnostic et d'indication fixés par le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes.]1
Les équipes organisées par un pouvoir public, ne sont pas régies par la restriction prévue par l'alinéa premier quant à l'unité organisationnelle.
§ 2. [2 ...]2
[1 § 3. Lors de l'exécution de leurs missions, les équipes multidisciplinaires utilisent les instruments de diagnostic et d'indication fixés par le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes.]1
Art.26. § 1. De instanties, bedoeld in artikel 23, richten hun gemotiveerde aanvraag tot erkenning als multidisciplinair team of tot bijkomende erkenning als gespecialiseerd multidisciplinair team, met een aangetekende brief aan het(agentschap). Zij voegen hierbij alle bewijsstukken, waarvan de lijst door het (agentschap) wordt vastgesteld, ter staving van hun aanvraag, in het bijzonder ter staving van het feit dat aan de voorwaarden tot erkenning, opgenomen in artikel 24 van dit besluit, wordt voldaan. De instanties verstrekken alle extra gegevens waar het (agentschap) om verzoekt.
§ 2. De verlenging van de erkenning of van de bijkomende erkenning wordt bij aangetekend schrijven aangevraagd ten minste vier en ten hoogste zes maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Elke aanvraag buiten die termijn wordt behandeld als een aanvraag tot eerste erkenning of tot bijkomende erkenning.
§ 3. Elke beslissing tot weigering of verlenging van erkenning of bijkomende erkenning wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de inrichtende macht van de instantie in kwestie en wordt met redenen omkleed.
§ 4. De erkenning en de bijkomende erkenning worden verleend en verlengd door het (agentschap) voor een periode van ten hoogste tien jaar.
§ 5. Bij het verlenen van een erkenning als multidisciplinair team en een bijkomende erkenning als gespecialiseerd multidisciplinair team houdt het (agentschap) rekening met een evenwichtige geografische spreiding.
[1 6. De centra en diensten, vermeld in artikel 23, die al erkend zijn als multidisciplinair team of gespecialiseerd multidisciplinair team, kunnen met een aangetekende brief een gemotiveerde aanvraag tot wijziging van erkenning indienen bij het agentschap.
De centra en diensten, vermeld in het eerste lid, voegen bij de aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, alle nodige bewijsstukken die het agentschap vraagt, in het bijzonder een bewijsstuk waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 24, wordt voldaan.
De centra en diensten, vermeld in het eerste lid, verstrekken alle extra gegevens waar het agentschap om verzoekt.]1
§ 2. De verlenging van de erkenning of van de bijkomende erkenning wordt bij aangetekend schrijven aangevraagd ten minste vier en ten hoogste zes maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Elke aanvraag buiten die termijn wordt behandeld als een aanvraag tot eerste erkenning of tot bijkomende erkenning.
§ 3. Elke beslissing tot weigering of verlenging van erkenning of bijkomende erkenning wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de inrichtende macht van de instantie in kwestie en wordt met redenen omkleed.
§ 4. De erkenning en de bijkomende erkenning worden verleend en verlengd door het (agentschap) voor een periode van ten hoogste tien jaar.
§ 5. Bij het verlenen van een erkenning als multidisciplinair team en een bijkomende erkenning als gespecialiseerd multidisciplinair team houdt het (agentschap) rekening met een evenwichtige geografische spreiding.
[1 6. De centra en diensten, vermeld in artikel 23, die al erkend zijn als multidisciplinair team of gespecialiseerd multidisciplinair team, kunnen met een aangetekende brief een gemotiveerde aanvraag tot wijziging van erkenning indienen bij het agentschap.
De centra en diensten, vermeld in het eerste lid, voegen bij de aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, alle nodige bewijsstukken die het agentschap vraagt, in het bijzonder een bewijsstuk waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 24, wordt voldaan.
De centra en diensten, vermeld in het eerste lid, verstrekken alle extra gegevens waar het agentschap om verzoekt.]1
Art.26. § 1er. Les instances, visées à l'article 23, adressent à (l'agence), par lettre recommandée, leur demande motivée d'agrément comme équipe multidisciplinaire ou d'agrément supplémentaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée. A l'appui de leur demande, en particulier à l'appui du fait qu'il est satisfait aux conditions d'agrément prescrites par l'article 24, elles y joignent tous les documents dont la liste est fixée par (l'agence) et fournissent tous les renseignements complémentaires demandés par (l'agence).
§ 2. La prorogation de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est demandée, par lettre recommandée, au moins quatre et au maximum six mois avant l'expiration du délai d'agrément en cours. Toute demande introduite en dehors de ce délai est traitée comme une demande de premier agrément ou d'agrément supplémentaire.
§ 3. Tout décision de refus ou de prorogation de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est communiquée par lettre motivée au pouvoir organisateur de l'instance en question.
§ 4. L'agrément et l'agrément supplémentaire sont accordes et prorogés par (l'agence) pour une période de 10 ans au maximum.
§ 5. Lors de l'octroi d'un agrément comme équipe multidisciplinaire et d'un agrément supplementaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée, le Fonds tient compte d'une répartition géographique équilibrée.
[1 § 6. Les centres et services visés à l'article 23, qui sont déjà agréés comme équipe multidisciplinaire ou équipe multidisciplinaire spécialisée, peuvent introduire une demande motivée de modification d'agrément auprès de l'agence par lettre recommandée.
Les centres et services visés à l'alinéa 1er joignent à la lettre recommandée visée à l'alinéa 1er les pièces justificatives nécessaires demandées par l'agence, notamment une pièce justificative prouvant le respect des conditions d'agrément visées à l'article 24.
Les centres et services visés à l'alinéa 1er fournissent toutes les données supplémentaires demandées par l'agence.]1
§ 2. La prorogation de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est demandée, par lettre recommandée, au moins quatre et au maximum six mois avant l'expiration du délai d'agrément en cours. Toute demande introduite en dehors de ce délai est traitée comme une demande de premier agrément ou d'agrément supplémentaire.
§ 3. Tout décision de refus ou de prorogation de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est communiquée par lettre motivée au pouvoir organisateur de l'instance en question.
§ 4. L'agrément et l'agrément supplémentaire sont accordes et prorogés par (l'agence) pour une période de 10 ans au maximum.
§ 5. Lors de l'octroi d'un agrément comme équipe multidisciplinaire et d'un agrément supplementaire comme équipe multidisciplinaire spécialisée, le Fonds tient compte d'une répartition géographique équilibrée.
[1 § 6. Les centres et services visés à l'article 23, qui sont déjà agréés comme équipe multidisciplinaire ou équipe multidisciplinaire spécialisée, peuvent introduire une demande motivée de modification d'agrément auprès de l'agence par lettre recommandée.
Les centres et services visés à l'alinéa 1er joignent à la lettre recommandée visée à l'alinéa 1er les pièces justificatives nécessaires demandées par l'agence, notamment une pièce justificative prouvant le respect des conditions d'agrément visées à l'article 24.
Les centres et services visés à l'alinéa 1er fournissent toutes les données supplémentaires demandées par l'agence.]1
Wijzigingen
Art.27. § 1. (De personeelsleden van het agentschap dat tot taak heeft toezicht te houden op de toepassing van de voor de voorzieningen geldende regelgeving met betrekking tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin controleren [1 ...]1 of de bepalingen van artikelen 24 en 25, § 1, worden nageleefd.) n van artikel 24 en 25, § 1, worden nageleefd.
Ingeval een multidisciplinair team of een gespecialiseerd multidisciplinair team één of meer van de bepalingen van artikel 24 en 25, § 1, niet langer naleeft, kan het (agentschap) het team met een aangetekende brief ertoe aanmanen om zich binnen een termijn van ten hoogste zes maanden opnieuw aan deze bepalingen te conformeren.
Ingeval het multidisciplinair team of het gespecialiseerd multidisciplinair team, ondanks de aanmaning, op het ogenblik van het verstrijken van de termijn van zes maanden, de bepalingen van artikel 24 en 25, § 1, nog steeds niet naleeft, kan het (agentschap) de erkenning of de bijkomende erkenning van de instantie in kwestie intrekken of schorsen, na de instantie te hebben gehoord.
§ 2. Elke beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning of van de bijkomende erkenning wordt met redenen omkleed en met een aangetekende brief meegedeeld aan de inrichtende macht van het team in kwestie. Ze gaat in vanaf de eerste werkdag na de betekening.
Een beslissing tot schorsing kan worden uitgesproken voor een termijn van ten hoogste één jaar, en is niet verlengbaar. Aan het team waarvan de erkenning of bijkomende erkenning werd ingetrokken kan ten vroegste één jaar nadat de erkenning of bijkomende erkenning werd ingetrokken, een nieuwe erkenning of bijkomende erkenning worden verleend.
§ 3. De erkenning of de bijkomende erkenning vervalt als niet langer wordt voldaan aan de in artikel 23 vermelde voorwaarden.
§ 4. Onverminderd § 1 tot en met § 3 kan het (agentschap) bij vaststelling van de niet-naleving van de minimale kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3° en § 3, 3°, door de ambtenaren, bedoeld in § 1, of door andere ambtenaren van het (agentschap), met het team in kwestie overleg plegen over de wijze waarop de naleving van de minimale kwaliteitseisen kan worden gerealiseerd.
Ingeval een multidisciplinair team of een gespecialiseerd multidisciplinair team één of meer van de bepalingen van artikel 24 en 25, § 1, niet langer naleeft, kan het (agentschap) het team met een aangetekende brief ertoe aanmanen om zich binnen een termijn van ten hoogste zes maanden opnieuw aan deze bepalingen te conformeren.
Ingeval het multidisciplinair team of het gespecialiseerd multidisciplinair team, ondanks de aanmaning, op het ogenblik van het verstrijken van de termijn van zes maanden, de bepalingen van artikel 24 en 25, § 1, nog steeds niet naleeft, kan het (agentschap) de erkenning of de bijkomende erkenning van de instantie in kwestie intrekken of schorsen, na de instantie te hebben gehoord.
§ 2. Elke beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning of van de bijkomende erkenning wordt met redenen omkleed en met een aangetekende brief meegedeeld aan de inrichtende macht van het team in kwestie. Ze gaat in vanaf de eerste werkdag na de betekening.
Een beslissing tot schorsing kan worden uitgesproken voor een termijn van ten hoogste één jaar, en is niet verlengbaar. Aan het team waarvan de erkenning of bijkomende erkenning werd ingetrokken kan ten vroegste één jaar nadat de erkenning of bijkomende erkenning werd ingetrokken, een nieuwe erkenning of bijkomende erkenning worden verleend.
§ 3. De erkenning of de bijkomende erkenning vervalt als niet langer wordt voldaan aan de in artikel 23 vermelde voorwaarden.
§ 4. Onverminderd § 1 tot en met § 3 kan het (agentschap) bij vaststelling van de niet-naleving van de minimale kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3° en § 3, 3°, door de ambtenaren, bedoeld in § 1, of door andere ambtenaren van het (agentschap), met het team in kwestie overleg plegen over de wijze waarop de naleving van de minimale kwaliteitseisen kan worden gerealiseerd.
Art.27. § 1er. (Les membres du personnel de l'agence ayant pour mission de veiller à l'application de la réglementation en vigueur pour ces structures, en ce qui concerne le domaine politique de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille, contrôlent [1 ...]1 le respect des dispositions des articles 24 et 25, § 1er.)
Au cas où une équipe multidisciplinaire ou une équipe multidisciplinaire spécialisée ne respecterait plus une ou plusieurs des dispositions de l'article 24 ou 25, § 1er, (l'agence) peut exhorter l'équipe, par lettre recommandée, à se conformer à ces dispositions dans un délai de six mois au maximum.
Au cas où l'équipe multidisciplinaire ou l'équipe multidisciplinaire spécialisée ne s'est pas conformée, malgré l'exhortation, aux dispositions de l'article 24 ou 25, § 1er, à l'expiration du délai de six mois, (l'agence) peut retirer ou suspendre l'agrément ou l'agrément supplémentaire de l'instance en question, après avoir entendu cette dernière.
§ 2. Toute décision de suspension ou de retrait de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est notifiée par lettre recommandée motivée au pouvoir organisateur de l'équipe intéressée. Elle prend effet le premier jour ouvrable après la notification.
Une décision de suspension peut être prononcée pour un délai d'un an au maximum et elle ne peut être renouvelée. Un nouvel agrément ou agrément supplémentaire peut être accordé à l'équipe dont l'agrément ou l'agrément supplémentaire est retiré, au plus tôt un an après le retrait de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire.
§ 3. L'agrément ou l'agrément supplémentaire prend fin en cas de non-respect des conditions prescrites à l'article 23.
§ 4. Sans préjudice du § 1er au § 3 inclus, (l'agence) peut, en cas de constatation du non-respect des exigences de qualité minimales, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3° par les fonctionnaires, vises au § 1er, ou par d'autres fonctionnaires de (l'agence), se concerter avec l'équipe en question sur les modalités de réalisation de l'observation des exigences de qualité minimales.
Au cas où une équipe multidisciplinaire ou une équipe multidisciplinaire spécialisée ne respecterait plus une ou plusieurs des dispositions de l'article 24 ou 25, § 1er, (l'agence) peut exhorter l'équipe, par lettre recommandée, à se conformer à ces dispositions dans un délai de six mois au maximum.
Au cas où l'équipe multidisciplinaire ou l'équipe multidisciplinaire spécialisée ne s'est pas conformée, malgré l'exhortation, aux dispositions de l'article 24 ou 25, § 1er, à l'expiration du délai de six mois, (l'agence) peut retirer ou suspendre l'agrément ou l'agrément supplémentaire de l'instance en question, après avoir entendu cette dernière.
§ 2. Toute décision de suspension ou de retrait de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est notifiée par lettre recommandée motivée au pouvoir organisateur de l'équipe intéressée. Elle prend effet le premier jour ouvrable après la notification.
Une décision de suspension peut être prononcée pour un délai d'un an au maximum et elle ne peut être renouvelée. Un nouvel agrément ou agrément supplémentaire peut être accordé à l'équipe dont l'agrément ou l'agrément supplémentaire est retiré, au plus tôt un an après le retrait de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire.
§ 3. L'agrément ou l'agrément supplémentaire prend fin en cas de non-respect des conditions prescrites à l'article 23.
§ 4. Sans préjudice du § 1er au § 3 inclus, (l'agence) peut, en cas de constatation du non-respect des exigences de qualité minimales, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3° par les fonctionnaires, vises au § 1er, ou par d'autres fonctionnaires de (l'agence), se concerter avec l'équipe en question sur les modalités de réalisation de l'observation des exigences de qualité minimales.
Wijzigingen
Art.28. [1 § 1.[11 Het agentschap betaalt aan de multidisciplinaire teams een bedrag van 314 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, a), te bezorgen, tenzij de informatie conform artikel 24, § 1, tweede lid, niet bezorgd hoeft te worden]1.
[1 § 2. Het agentschap betaalt aan de multidisciplinaire teams een bedrag van 400 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, b), te bezorgen.]11
§ 3. [4 In geval van een aanvraag naar een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, betaalt het agentschap [8 een bedrag van 273 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen,]8 [11 om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, c), te bezorgen]11]4.
§ 4. [11 § 4. In geval van een aanvraag van individuele materiële bijstand als vermeld in artikel 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap betaalt het agentschap een bedrag van 362 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), te bezorgen]11]
[7 § 4bis. Het agentschap betaalt aan de multidisciplinaire teams, vermeld in artikel 22, een vergoeding van 50 euro voor de afname van de storend gedragsschaal, vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 26 november 2018 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, voor de vaststelling van ernstige gedragsstoornissen in het kader van de bepaling van een zorggroep als vermeld in bijlage 2 bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, als het agentschap voor de persoon in kwestie met een handicap geen resultaten heeft van een afname van het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.]7
§ 5. [8 [9 De bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 3 [12 , 4 en 4bis,]12, worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna de G-index te noemen, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt]9.
De geïndexeerde bedragen worden afgerond tot op de euro]8.
[10 § 5/1. Het agentschap betaalt de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1, paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, en paragraaf 3 en 4, op voorwaarde dat het multidisciplinair team voldoet aan de minimale kwaliteitseisen voor het verslag, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°.]10
§ 6. [8 Voor elk verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, dat bij het agentschap wordt ingediend, vult het agentschap een scoreblad in. Als het verslag niet beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, vraagt het agentschap bijkomende informatie op.
Het agentschap rapporteert iedere twaalf maanden, per multidisciplinair team en per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, het percentage van die verslagen dat beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, zonder dat er bijkomende informatie door het agentschap is opgevraagd.
De multidisciplinaire teams waarbij per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, na de rapportering, vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van die verslagen beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, volgen in het daaropvolgende jaar een remediëringstraject voor het verslag in kwestie. Het agentschap bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van het remediëringstraject.
De multidisciplinaire teams waarbij twee opeenvolgende periodes als vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van de verslagen voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, ontvangen vanaf de tweede negatieve rapportering 75% van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid voor het verslag in kwestie dat niet voldoet aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°. Zodra het multidisciplinaire team een score van 85% of meer behaalt op de rapportering, vermeld in het tweede lid, ontvangt het opnieuw het volledige bedrag van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid.
Een multidisciplinair team kan over een periode van tien jaar maximaal twee remediëringstrajecten volgen als vermeld in het derde lid. In afwijking van het derde lid ontvangt een multidisciplinair team, dat al twee remediëringstrajecten doorlopen heeft en waarbij per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, na de rapportering, vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van de verslagen beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, 75% van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, paragraaf 2, 3 en 4, eerste lid, voor het verslag in kwestie dat niet voldoet aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°.
"De bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 3 en 4, en de daaraan gekoppelde kostenstructuur worden geëvalueerd ten laatste op 31 december 2025. Daarbij is bijzondere aandacht voor het ontwikkelen van een instrument ter vergoeding van de trajecten die met cliënten doorlopen worden, maar die niet tot een verslag leiden. De maatregelen inzake kwaliteitsbewaking, vermeld in paragraaf 6, worden geëvalueerd ten laatste op 1 april 2027.]8
§ 7. [3 Noch het team of zijn inrichtende macht, noch de eraan verbonden medewerkers mogen voor het verrichten van de prestaties, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4, een andere vergoeding of beloning vragen of aanvaarden dan de vergoedingen van het agentschap, vermeld in dit artikel.]3]1
[1 § 2. Het agentschap betaalt aan de multidisciplinaire teams een bedrag van 400 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, b), te bezorgen.]11
§ 3. [4 In geval van een aanvraag naar een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 8 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, betaalt het agentschap [8 een bedrag van 273 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen,]8 [11 om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, c), te bezorgen]11]4.
§ 4. [11 § 4. In geval van een aanvraag van individuele materiële bijstand als vermeld in artikel 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap betaalt het agentschap een bedrag van 362 euro als vergoeding voor personeelskosten en een bedrag van 25 euro als vergoeding voor werkingsmiddelen om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), te bezorgen]11]
[7 § 4bis. Het agentschap betaalt aan de multidisciplinaire teams, vermeld in artikel 22, een vergoeding van 50 euro voor de afname van de storend gedragsschaal, vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 26 november 2018 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, voor de vaststelling van ernstige gedragsstoornissen in het kader van de bepaling van een zorggroep als vermeld in bijlage 2 bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, als het agentschap voor de persoon in kwestie met een handicap geen resultaten heeft van een afname van het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.]7
§ 5. [8 [9 De bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 3 [12 , 4 en 4bis,]12, worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna de G-index te noemen, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt]9.
De geïndexeerde bedragen worden afgerond tot op de euro]8.
[10 § 5/1. Het agentschap betaalt de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1, paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, en paragraaf 3 en 4, op voorwaarde dat het multidisciplinair team voldoet aan de minimale kwaliteitseisen voor het verslag, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°.]10
§ 6. [8 Voor elk verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, dat bij het agentschap wordt ingediend, vult het agentschap een scoreblad in. Als het verslag niet beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, vraagt het agentschap bijkomende informatie op.
Het agentschap rapporteert iedere twaalf maanden, per multidisciplinair team en per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, het percentage van die verslagen dat beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, zonder dat er bijkomende informatie door het agentschap is opgevraagd.
De multidisciplinaire teams waarbij per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, na de rapportering, vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van die verslagen beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, volgen in het daaropvolgende jaar een remediëringstraject voor het verslag in kwestie. Het agentschap bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van het remediëringstraject.
De multidisciplinaire teams waarbij twee opeenvolgende periodes als vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van de verslagen voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, ontvangen vanaf de tweede negatieve rapportering 75% van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid voor het verslag in kwestie dat niet voldoet aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°. Zodra het multidisciplinaire team een score van 85% of meer behaalt op de rapportering, vermeld in het tweede lid, ontvangt het opnieuw het volledige bedrag van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid.
Een multidisciplinair team kan over een periode van tien jaar maximaal twee remediëringstrajecten volgen als vermeld in het derde lid. In afwijking van het derde lid ontvangt een multidisciplinair team, dat al twee remediëringstrajecten doorlopen heeft en waarbij per verslag voor de prestaties, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, eerste lid, na de rapportering, vermeld in het tweede lid, minder dan 85% van de verslagen beantwoordt aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°, 75% van de vastgelegde vergoeding, vermeld in paragraaf 1, paragraaf 2, 3 en 4, eerste lid, voor het verslag in kwestie dat niet voldoet aan de minimale kwaliteitseisen, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, § 2, 3°, en § 3, 3°.
"De bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 3 en 4, en de daaraan gekoppelde kostenstructuur worden geëvalueerd ten laatste op 31 december 2025. Daarbij is bijzondere aandacht voor het ontwikkelen van een instrument ter vergoeding van de trajecten die met cliënten doorlopen worden, maar die niet tot een verslag leiden. De maatregelen inzake kwaliteitsbewaking, vermeld in paragraaf 6, worden geëvalueerd ten laatste op 1 april 2027.]8
§ 7. [3 Noch het team of zijn inrichtende macht, noch de eraan verbonden medewerkers mogen voor het verrichten van de prestaties, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4, een andere vergoeding of beloning vragen of aanvaarden dan de vergoedingen van het agentschap, vermeld in dit artikel.]3]1
Wijzigingen
Art.28. [1 § 1er. [11 L'agence paie aux équipes multidisciplinaires un montant de 314 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, a), sauf si les informations ne doivent pas être transmises conformément à l'article 24, § 1er, alinéa 2.
§ 2. L'agence paie aux équipes multidisciplinaires un montant de 400 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, b)]11.
§ 3. [4 Dans le cas d'une demande de budget pour des soins et une aide non directement accessibles, tels que visés à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, l'agence paie [8 un montant de 273 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement,]8 [11 pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, c]11]4.
§ 4.[11 . Dans le cas d'une demande d'assistance matérielle individuelle, telle que visée à l'article 2, 3° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, l'agence paie un montant de 362 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement, pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d)]11.
[7 § 4bis. L'agence paie aux équipes multidisciplinaires visées à l'article 22, une indemnité de 50 euros pour le prélèvement de l'échelle de comportement perturbateur visée à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2018 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, pour la constatation de troubles graves du comportement dans le cadre de la détermination d'un groupe de soins visé à l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, lorsque l'agence n'a pas de résultats pour la personne handicapée concernée, de l'application de l'instrument des soins requis visé à l'article 1, 24°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes majeures handicapées et à la mise à disposition de ce budget.]7
§ 5. [8 [9 Les montants, visés aux paragraphes 1er, 2, 3 [12 , 4 et 4 bis, ]12 sont annuellement adaptés au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient]9.
Les montants indexés sont arrondis à l'euro]8.
[10 § 5/1. L'agence paie les compensations visées au paragraphe 1er, au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et aux paragraphes 3 et 4, à condition que l'équipe multidisciplinaire réponde aux exigences de qualité minimales pour le rapport visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°.]10
§ 6. [8 Pour chaque rapport des prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, soumis à l'agence, celle-ci remplit une feuille de score. Si le rapport ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°, l'agence demande des informations supplémentaires.
L'agence fait rapport tous les douze mois, par équipe multidisciplinaire et par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, du pourcentage de ces rapports qui remplit les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°, sans avoir demandé des informations supplémentaires.
Les équipes multidisciplinaires pour lesquelles, par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, après les rapports visés à l'alinéa 2, moins de 85 % de ces rapports remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, suivent un parcours de remédiation pour le rapport en question pendant l'année suivante. L'agence détermine les conditions et modalités du parcours de remédiation.
Les équipes multidisciplinaires pour lesquelles pendant deux périodes successives telles que visées à l'alinéa 2, moins de 85 % des rapports pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, reçoivent à partir du deuxième rapport négatif 75 % de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, pour le rapport en question qui ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°. Dès que l'équipe multidisciplinaire obtient un score de 85 % ou plus pour les rapports visés à l'alinéa 2, elle perçoit à nouveau le montant total de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er.
Sur une période de dix ans, une équipe multidisciplinaire peut suivre au maximum deux parcours de remédiation tels que visés à l'alinéa 3. Par dérogation à l'alinéa 3, une équipe multidisciplinaire qui a déjà suivi deux parcours de remédiation et pour laquelle, par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, après les rapports visés à l'alinéa 2, moins de 85 % des rapports remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, reçoit 75 % de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, pour le rapport en question qui ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°.
" Les montants visés aux paragraphes 1er, 2, 3 et 4, et la structure des coûts y afférente sont évalués au plus tard le 31 décembre 2025. Une attention particulière sera accordée au développement d'un instrument permettant de compenser les parcours effectués avec des clients, qui n'aboutissent pas à un rapport. Les mesures en matière de surveillance de la qualité, visées au paragraphe 6, seront évaluées au plus tard le 1er avril 2027.]8
§ 7. [3 Ni l'équipe, ni son pouvoir organisateur, ni ses collaborateurs ne peuvent demander ni accepter pour l'accomplissement des prestations énumérées aux paragraphes 1er à 4, d'autre indemnité ou récompense que les indemnités de l'agence, mentionnées dans le présent article.]3]1
§ 2. L'agence paie aux équipes multidisciplinaires un montant de 400 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, b)]11.
§ 3. [4 Dans le cas d'une demande de budget pour des soins et une aide non directement accessibles, tels que visés à l'article 8 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, l'agence paie [8 un montant de 273 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement,]8 [11 pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, c]11]4.
§ 4.[11 . Dans le cas d'une demande d'assistance matérielle individuelle, telle que visée à l'article 2, 3° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, l'agence paie un montant de 362 euros à titre de compensation des frais de personnel et un montant de 25 euros à titre de compensation des moyens de fonctionnement, pour la fourniture des informations visées à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d)]11.
[7 § 4bis. L'agence paie aux équipes multidisciplinaires visées à l'article 22, une indemnité de 50 euros pour le prélèvement de l'échelle de comportement perturbateur visée à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 2018 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, pour la constatation de troubles graves du comportement dans le cadre de la détermination d'un groupe de soins visé à l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, lorsque l'agence n'a pas de résultats pour la personne handicapée concernée, de l'application de l'instrument des soins requis visé à l'article 1, 24°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes majeures handicapées et à la mise à disposition de ce budget.]7
§ 5. [8 [9 Les montants, visés aux paragraphes 1er, 2, 3 [12 , 4 et 4 bis, ]12 sont annuellement adaptés au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient]9.
Les montants indexés sont arrondis à l'euro]8.
[10 § 5/1. L'agence paie les compensations visées au paragraphe 1er, au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et aux paragraphes 3 et 4, à condition que l'équipe multidisciplinaire réponde aux exigences de qualité minimales pour le rapport visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°.]10
§ 6. [8 Pour chaque rapport des prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, soumis à l'agence, celle-ci remplit une feuille de score. Si le rapport ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°, l'agence demande des informations supplémentaires.
L'agence fait rapport tous les douze mois, par équipe multidisciplinaire et par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, du pourcentage de ces rapports qui remplit les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3°, et § 3, 3°, sans avoir demandé des informations supplémentaires.
Les équipes multidisciplinaires pour lesquelles, par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, après les rapports visés à l'alinéa 2, moins de 85 % de ces rapports remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, suivent un parcours de remédiation pour le rapport en question pendant l'année suivante. L'agence détermine les conditions et modalités du parcours de remédiation.
Les équipes multidisciplinaires pour lesquelles pendant deux périodes successives telles que visées à l'alinéa 2, moins de 85 % des rapports pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, reçoivent à partir du deuxième rapport négatif 75 % de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, pour le rapport en question qui ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°. Dès que l'équipe multidisciplinaire obtient un score de 85 % ou plus pour les rapports visés à l'alinéa 2, elle perçoit à nouveau le montant total de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er.
Sur une période de dix ans, une équipe multidisciplinaire peut suivre au maximum deux parcours de remédiation tels que visés à l'alinéa 3. Par dérogation à l'alinéa 3, une équipe multidisciplinaire qui a déjà suivi deux parcours de remédiation et pour laquelle, par rapport pour les prestations visées aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, après les rapports visés à l'alinéa 2, moins de 85 % des rapports remplissent les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°, reçoit 75 % de l'indemnité fixée, visée aux paragraphes 1er, 3 et 4, alinéa 1er, pour le rapport en question qui ne remplit pas les exigences minimales de qualité, visées à l'article 24, § 1er, 2°, § 2, 3° et § 3, 3°.
" Les montants visés aux paragraphes 1er, 2, 3 et 4, et la structure des coûts y afférente sont évalués au plus tard le 31 décembre 2025. Une attention particulière sera accordée au développement d'un instrument permettant de compenser les parcours effectués avec des clients, qui n'aboutissent pas à un rapport. Les mesures en matière de surveillance de la qualité, visées au paragraphe 6, seront évaluées au plus tard le 1er avril 2027.]8
§ 7. [3 Ni l'équipe, ni son pouvoir organisateur, ni ses collaborateurs ne peuvent demander ni accepter pour l'accomplissement des prestations énumérées aux paragraphes 1er à 4, d'autre indemnité ou récompense que les indemnités de l'agence, mentionnées dans le présent article.]3]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - (De adviescommissie).
CHAPITRE IV. - (La commission consultative).
Afdeling I. - Inrichting en samenstelling.
Section I. - Constitution et composition.
Art.29. Bij het agentschap wordt een adviescommissie opgericht die tot taak heeft advies te verlenen over de verzoeken tot heroverweging, vermeld in artikel 10bis, § 3, [1 , en over de verzoeken tot heroverweging van het voornemen van beslissingen van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap]1.
[2 Het agentschap maakt jaarlijks een verslag van de werking van de adviescommissie met specifieke aandacht voor de adviezen die verschillen van de beoordeling van de Vlaamse toeleidingscommissie, vermeld in artikel 12 ]2.
[2 Het agentschap maakt jaarlijks een verslag van de werking van de adviescommissie met specifieke aandacht voor de adviezen die verschillen van de beoordeling van de Vlaamse toeleidingscommissie, vermeld in artikel 12 ]2.
Art.29. Il est créé auprès de l'agence une commission consultative ayant pour mission d'émettre son avis sur les demandes de reconsidération visées à l'article 10bis, § 3 [1 , et sur les demandes de reconsidération de l'intention de décisions de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées]1.
[2 L'agence établit annuellement un rapport sur le fonctionnement de la commission consultative, en prêtant une attention spécifique aux avis qui diffèrent de l'évaluation de la commission d'orientation flamande, visée à l'article 12]2.
[2 L'agence établit annuellement un rapport sur le fonctionnement de la commission consultative, en prêtant une attention spécifique aux avis qui diffèrent de l'évaluation de la commission d'orientation flamande, visée à l'article 12]2.
Art.30. § 1. De adviescommissie bestaat uit drie kamers.
In geval van overbelasting van één of meer kamers, kunnen de verenigde kamers beslissen tot het bijkomend instellen van één of meer tijdelijke kamers. Deze beslissing moet bekrachtigd worden door de Vlaamse minister die bevoegd is voor de bijstand aan personen en die de werkingsduur ervan vaststelt.
§ 2. [3 Elke kamer bestaat uit [6 zeven]6 leden, met name:
1° een licentiaat, master of doctor in de rechten, die bij voorkeur ook ambtenaar van het agentschap is;
2° een doctor in de genees-, heel- en verloskunde [6 of master in de geneeskunde]6;
3° een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen;
4° [6 ...]6;
5° twee leden met een van de volgende kwalificaties:
a) [6 licentiaat, master, gegradueerde of bachelor in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie, logopedie of ergotherapie]6;
b) houder van een diploma van een basisopleiding van één cyclus in het hoger onderwijs, studiegebied sociaal-agogisch werk of een houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige [6 of bachelor in de verpleegkunde]6;
c) deskundige in de hulpmiddelentechniek;
6° een ervaringsdeskundige;
7° een ambtenaar van het agentschap.
Elk lid heeft ten minste vijf jaar nuttige ervaring in de welzijnssector in het algemeen, en in de sector personen met een handicap in het bijzonder, met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° en [4 7°]4.
In elke kamer zijn de specialisaties handicap, objectivering van de ondersteuningsnood als vermeld in artikel 8, eerste lid, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, prioritering als vermeld in artikel 16, vierde lid, van het voormelde decreet, en individuele materiële bijstand, verenigd, waarbij een lid ten hoogste twee specialisaties kan vertegenwoordigen.
Een lid kan in verschillende kamers zetelen.".
[5 ...]5.]3
In geval van overbelasting van één of meer kamers, kunnen de verenigde kamers beslissen tot het bijkomend instellen van één of meer tijdelijke kamers. Deze beslissing moet bekrachtigd worden door de Vlaamse minister die bevoegd is voor de bijstand aan personen en die de werkingsduur ervan vaststelt.
§ 2. [3 Elke kamer bestaat uit [6 zeven]6 leden, met name:
1° een licentiaat, master of doctor in de rechten, die bij voorkeur ook ambtenaar van het agentschap is;
2° een doctor in de genees-, heel- en verloskunde [6 of master in de geneeskunde]6;
3° een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen;
4° [6 ...]6;
5° twee leden met een van de volgende kwalificaties:
a) [6 licentiaat, master, gegradueerde of bachelor in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie, logopedie of ergotherapie]6;
b) houder van een diploma van een basisopleiding van één cyclus in het hoger onderwijs, studiegebied sociaal-agogisch werk of een houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige [6 of bachelor in de verpleegkunde]6;
c) deskundige in de hulpmiddelentechniek;
6° een ervaringsdeskundige;
7° een ambtenaar van het agentschap.
Elk lid heeft ten minste vijf jaar nuttige ervaring in de welzijnssector in het algemeen, en in de sector personen met een handicap in het bijzonder, met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° en [4 7°]4.
In elke kamer zijn de specialisaties handicap, objectivering van de ondersteuningsnood als vermeld in artikel 8, eerste lid, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, prioritering als vermeld in artikel 16, vierde lid, van het voormelde decreet, en individuele materiële bijstand, verenigd, waarbij een lid ten hoogste twee specialisaties kan vertegenwoordigen.
Een lid kan in verschillende kamers zetelen.".
[5 ...]5.]3
Wijzigingen
Art.30. § 1er. La Commission consultative est composée de trois chambres.
En cas de surcharge d'une ou plusieurs chambres, les chambres reunies peuvent décider d'établir une ou plusieurs chambres supplémentaires et temporaires. Cette décision doit être ratifiée par le Ministre flamand ayant l'Assistance aux personnes dans ses attributions et qui en détermine la durée de fonctionnement.
§ 2. [3 Chaque chambre se compose de [6 sept]6 membres, notamment :
1° un licencié, master ou docteur en droit, qui est de préférence aussi un fonctionnaire de l'agence ;
2° un docteur en médecine, chirurgie et accouchements [6 ou un master en médecine]6;
3° un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques ;
4° [6 ...]6 ;
5° deux membres avec une des qualifications suivantes :
a) [6 un licencié, master, gradué ou bachelier en sciences de la réadaptation et kinésithérapie, logopédie ou ergothérapie]6 ;
b) titulaire d'un diplôme d'une formation initiale d'un cycle dans l'enseignement supérieur, discipline " Sociaal-Agogisch Werk " (travail socio-éducatif) ou un titulaire du diplôme de gradué en nursing [6 ou un titulaire du diplôme de bachelier en art infirmier]6;
c) expert en technique des ressources ;
6° un expert du vécu ;
7° un fonctionnaire de l'agence.
Chaque membre a au moins cinq ans d'expérience utile dans le secteur de l'aide sociale en général, et dans le secteur des personnes handicapées en particulier, à l'exception des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et [4 7°]4.
Les spécialités handicap, objectivation du besoin de soins et de soutien telle que visée à l'article 8, alinéa 1er, 2°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, priorisation telle que visée à l'article 16, alinéa 4, du décret précité, et assistance matérielle individuelle, sont réunies en chaque chambre, un membre représentant deux spécialités au maximum.
Un membre peut siéger dans plusieurs chambres. ".
[5 ...]5.]3
En cas de surcharge d'une ou plusieurs chambres, les chambres reunies peuvent décider d'établir une ou plusieurs chambres supplémentaires et temporaires. Cette décision doit être ratifiée par le Ministre flamand ayant l'Assistance aux personnes dans ses attributions et qui en détermine la durée de fonctionnement.
§ 2. [3 Chaque chambre se compose de [6 sept]6 membres, notamment :
1° un licencié, master ou docteur en droit, qui est de préférence aussi un fonctionnaire de l'agence ;
2° un docteur en médecine, chirurgie et accouchements [6 ou un master en médecine]6;
3° un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques ;
4° [6 ...]6 ;
5° deux membres avec une des qualifications suivantes :
a) [6 un licencié, master, gradué ou bachelier en sciences de la réadaptation et kinésithérapie, logopédie ou ergothérapie]6 ;
b) titulaire d'un diplôme d'une formation initiale d'un cycle dans l'enseignement supérieur, discipline " Sociaal-Agogisch Werk " (travail socio-éducatif) ou un titulaire du diplôme de gradué en nursing [6 ou un titulaire du diplôme de bachelier en art infirmier]6;
c) expert en technique des ressources ;
6° un expert du vécu ;
7° un fonctionnaire de l'agence.
Chaque membre a au moins cinq ans d'expérience utile dans le secteur de l'aide sociale en général, et dans le secteur des personnes handicapées en particulier, à l'exception des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et [4 7°]4.
Les spécialités handicap, objectivation du besoin de soins et de soutien telle que visée à l'article 8, alinéa 1er, 2°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, priorisation telle que visée à l'article 16, alinéa 4, du décret précité, et assistance matérielle individuelle, sont réunies en chaque chambre, un membre représentant deux spécialités au maximum.
Un membre peut siéger dans plusieurs chambres. ".
[5 ...]5.]3
Wijzigingen
Art.31. [1 Voor elke kamer van de adviescommissie wordt een voorzitter aangeduid uit de leden, vermeld in artikel 30, § 2, eerste lid, met uitzondering van het lid, vermeld in punt 7° ]1.
Art.31. [1 . Pour chaque chambre de la commission consultative, un président est désigné parmi les membres, visés à l'article 30, § 2, alinéa 1er, à l'exception du membre visé au point 7° ]1.
Wijzigingen
Art.32. Elke kamer van de adviescommissie wordt bijgestaan door een secretaris die ambtenaar is bij het (agentschap). De secretaris heeft geen stemrecht.
Art.32. Chaque Chambre de la Commission consultative est assistée d'un secrétaire qui est fonctionnaire auprès (de l'agence). Le secretaire n'a pas voix délibérative.
Art.33. Voor elk lid van een kamer van de adviescommissie en voor elke secretaris wordt een plaatsvervanger aangeduid.
De plaatsvervangers zetelen in geval van verhindering van de effectieve leden of, in voorkomend geval, in de bijkomende, tijdelijke kamers.
Bij overlijden of ontslag van een effectief lid, voltooit zijn plaatsvervanger zijn mandaat.
De plaatsvervangers zetelen in geval van verhindering van de effectieve leden of, in voorkomend geval, in de bijkomende, tijdelijke kamers.
Bij overlijden of ontslag van een effectief lid, voltooit zijn plaatsvervanger zijn mandaat.
Art.33. Pour chaque membre d'une Chambre de la Commission consultative et pour chaque secrétaire, il est désigné un suppléant.
Les suppléants siègent en cas d'empêchement des membres effectifs, ou, les cas échéant, aux chambres temporaires supplémentaires.
En cas de décès ou démission d'un membre effectif, son suppléant achève son mandat.
Les suppléants siègent en cas d'empêchement des membres effectifs, ou, les cas échéant, aux chambres temporaires supplémentaires.
En cas de décès ou démission d'un membre effectif, son suppléant achève son mandat.
Art.34. De voorzitters, de leden en hun plaatsvervangers worden door de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen aangeduid voor een telkens hernieuwbare periode van vijf jaar. De ambtenaren van het (agentschap) worden door de leidend ambtenaar van het (agentschap) voorgedragen.
De secretarissen en hun plaatsvervangers worden door de leidend ambtenaar van het (agentschap) aangeduid.
De secretarissen en hun plaatsvervangers worden door de leidend ambtenaar van het (agentschap) aangeduid.
Art.34. Les présidents, les membres et leurs suppléants sont désignés par le Ministre flamand ayant l'Assistance aux personnes dans ses attributions, pour une période renouvelable de cinq ans. Les fonctionnaires (de l'agence) sont presentés par le fonctionnaire dirigeant (de l'agence).
Les secrétaires et leurs suppleants sont désignés par le fonctionnaire dirigeant (de l'agence).
Les secrétaires et leurs suppleants sont désignés par le fonctionnaire dirigeant (de l'agence).
Art.35. De prensentiegelden, vergoedingen en werkingskosten van de adviescommissie zijn ten laste van het (agentschap).
Art.35. Les jetons de présence, les indemnités et les frais de fonctionnement de la Commission consultative sont supportés par (l'agence).
Art.36. De leidend ambtenaar van het (agentschap) stelt het huishoudelijk reglement van de adviescommissie vast.
Art.36. Le fonctionnaire dirigeant (de l'agence) établit le règlement intérieur de la Commission consultative.
Afdeling II. - Procedure.
Section II. - Procédure.
Art.37. Elke kamer van de adviescommissie kan alle inlichtingen en adviezen inwinnen die haar dienstig lijken. De eventuele kosten hiervan zijn ten laste van het (agentschap).
Art.37. Chaque Chambre de la Commission consultative peut recueillir tous les renseignements et avis qu'elle juge utiles. Les dépenses éventuelles qui en découlent sont supportées par (l'agence).
Art.38. Een kamer van de adviescommissie kan slechts advies uitbrengen als ten minste de voorzitter, drie van de leden bedoeld in artikel 30, §2, eerste lid, 1°, 2°, 3° of [1 7°]1an dit besluit en de secretaris of hun plaatsvervangers aanwezig zijn.
Art.38. Une Chambre de la Commission consultative ne peut émettre son avis si au moins le président, trois membres visés à l'article 30, § 2, premier alinéa, 1°, 2°, 3° ou [1 7°]1, du présent arrêté, et le secrétaire ou leurs suppléants sont présents.
Wijzigingen
Art.39. Elk advies van een kamer van de adviescommissie wordt genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art.39. >AGF 1997-09-16/44, art. 12, 009; En vigueur : 18-11-1997> Chaque avis d'une Chambre de la Commission consultative est pris par majorité des voix des membres présents, à l'exclusion des abstentions. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
Art. 39bis. [1 Als de aanvrager, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, bij het agentschap heroverweging vraagt van een voornemen van beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, dan kan de adviescommissie voor de toegewezen budgetcategorie alleen nagaan of de nood aan ondersteuning, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit, werd geobjectiveerd conform de regels voor objectivering, vermeld in artikel 13, derde lid, van het voormelde besluit, en in voorkomend geval alleen adviseren om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren door een multidisciplinair team dat door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren.
Als de adviescommissie heeft geadviseerd om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren, neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet op basis van de nieuwe objectivering van de nood aan ondersteuning.]1
Als de adviescommissie heeft geadviseerd om de nood aan ondersteuning opnieuw te laten objectiveren, neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet op basis van de nieuwe objectivering van de nood aan ondersteuning.]1
Art. 39bis. [1 Si le demandeur, visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, demande à l'agence une reconsidération de l'intention de décision de l'agence d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, la commission consultative ne peut vérifier pour la catégorie de budget accordée si le besoin de soins et de soutien, visé à l'article 12, alinéa 2, 2°, de l'arrêté précité, a été objectivé conformément aux règles pour l'objectivation, visées à l'article 13, alinéa 3, de l'arrêté précité. Le cas échéant, la commission ne peut conseiller de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien par une équipe multidisciplinaire agréée par l'agence pour établir un rapport multidisciplinaire.
Après l'avis de la commission consultative de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien, l'agence prend une décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret précité, sur la base de la nouvelle objectivation du besoin de soins et de soutien.]1
Après l'avis de la commission consultative de faire objectiver à nouveau le besoin de soins et de soutien, l'agence prend une décision d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret précité, sur la base de la nouvelle objectivation du besoin de soins et de soutien.]1
Art.40. (Opgeheven)
Art.40. (abrogé)
Art.41. (Opgeheven)
Art.41. (Abrogé)
Art.42. (Opgeheven)
Art.42. (Abrogé)
Art.43. (Opgeheven)
Art.43. (Abrogé)
Art.44. (Opgeheven)
Art.44. (Abrogé)
Art.45. (Opgeheven)
Art.45. (Abrogé)
Art.46. (Opgeheven)
Art.46. (Abrogé)
Art.47. (Opgeheven)
Art.47. (Abrogé)
Art.48. (Opgeheven)
Art.48. (Abrogé)
Art.49. (Opgeheven)
Art.49. (Abrogé)
Art.50. (Opgeheven)
Art.50. (Abrogé)
Art.51. (Opgeheven)
Art.51. (Abrogé)
Art.52. (Opgeheven)
Art.52. (Abrogé)
Art.53. (Opgeheven)
Art.53. (Abrogé)
Afdeling III. - Bijzondere procedures.
Section III. - Procédures spéciales.
Art.54. (Opgeheven)
Art.54. (Abrogé)
Art.55. (Opgeheven)
Art.55. (Abrogé)
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE V- Dispositions transitoires et finales.
Art.56. (§1). Bij wijze van overgangsmaatregel worden de aanvragen tot inschrijving die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit op geldige en volledige wijze werden ingediend, krachtens e bepalingen van artikel 3 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen of krachtens de bepalingen van artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapen en van het koninklijk besluit van 17 oktober 1969 tot vaststelling van nadere regels voor het indienen van de aanvragen om tegemoetkoming van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, verder behandeld door het Fonds volgens de regels bepaald in voormeld koninklijk besluit van 5 juli 1963 voor wat betreft de aanvragen ingediend met het oog op het bekomen van de voordelen van de wetgeving betreffende de sociale reclassering van de monder-validen, of door de Gouverneur volgens de regels bepaald in het koninklijk besluit van tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten voor wat betreft de aanvragen ingediend met het oog op het bekomen van de voordelen van de wetgeving betreffende de medisch, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten.
Het Fonds of de Gouverneur doen binnen de zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit uitspraak over deze aanvragen tot inschrijving en tot het verkrijgen van bijstand tot sociale integratie; bij gebreke aan beslissing voor die datum wordt de aanvrager geacht ingeschreven te zijn.
(§ 2. Indien tussen 1 april 1992 en 31 december 1992 een aanvraag ten onrechte wordt ingediend overeenkomstig de bij de artikelen 7 en 8 vastgestelde afwijkende procedure, blijft de datum van deze aanvraag gelden voor wat betreft de toepassing van de bepalingen van het tweede lid van artikel 11; de in het derde lid van dat artikel bepaalde termijn van dertig dagen vangt evenwel slechts aan op de datum van de betekening door het Fonds, van de beslissing tot wijziging van de afwijkende procedure .
§ 3. Tot 31 december 1993 kan de voorlopige inschrijving en toekenning van bijstand zoals voorzien in artikel 8 van dit besluit, op basis van een omstandig en degelijk gemotiveerde aanvraag éénmalig worden verlengd met een periode van ten hoogste 3 maanden.)
Het Fonds of de Gouverneur doen binnen de zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit uitspraak over deze aanvragen tot inschrijving en tot het verkrijgen van bijstand tot sociale integratie; bij gebreke aan beslissing voor die datum wordt de aanvrager geacht ingeschreven te zijn.
(§ 2. Indien tussen 1 april 1992 en 31 december 1992 een aanvraag ten onrechte wordt ingediend overeenkomstig de bij de artikelen 7 en 8 vastgestelde afwijkende procedure, blijft de datum van deze aanvraag gelden voor wat betreft de toepassing van de bepalingen van het tweede lid van artikel 11; de in het derde lid van dat artikel bepaalde termijn van dertig dagen vangt evenwel slechts aan op de datum van de betekening door het Fonds, van de beslissing tot wijziging van de afwijkende procedure .
§ 3. Tot 31 december 1993 kan de voorlopige inschrijving en toekenning van bijstand zoals voorzien in artikel 8 van dit besluit, op basis van een omstandig en degelijk gemotiveerde aanvraag éénmalig worden verlengd met een periode van ten hoogste 3 maanden.)
Art.56. (§1.) A titre transitoire, les demandes d'enregistrement qui ont été introduites en bonne et due forme avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, en vertu des dispositions de l'article 3 de l'arrêté royal du 5 juillet 1963 concernant le reclassement social des handicapés, ou en vertu des dispositions de l'article 4 de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés et de l'arrêté royal du 17 octobre 1969 fixant les modalités d'introduction des demandes d'intervention du Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, sont instruites par le Fonds selon les règles fixées dans l'arrêté royal du 5 juillet 1963 pour ce qui concerne les demandes introduites en vue d'obtenir les avantages de la législation relative au reclassement social des handicapés ou par le Gouverneur, selon les règles fixées par l'arrêté royal relatif à l'intervention du Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, pour ce qui concerne les demandes introduites en vue d'obtenir les avantages de la législation relative aux soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés.
Le Fonds ou le Gouverneur statue dans les six mois de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sur cette demande d'enregistrement et d'obtention d'assistance à l'intégration sociale; à défaut de décision avant cette date, le demandeur est réputé enregistré.
(§ 2. Si, entre le 1er avril 1992 et le 31 décembre 1992, une demande est introduite indûment conformément à la procédure dérogatoire fixée aux articles 7 et 8, la date de cette demande reste valable pour l'application des dispositions du deuxième alinéa de l'article 11; toutefois, le délai de trente jours fixé au troisième alinéa de cet article ne commence qu'à la date de la notification par le Fonds de la décision de refus de la procédure dérogatoire.
§ 3. Jusqu'au 31 décembre 1993, l'enregistrement provisoire et l'octroi d'assistance, prévus à l'article 8 du présent arrêté, peuvent être prorogés une seule fois pour une période de trois mois au maximum sur la base d'une demande détaillée et dûment motivée.)
Le Fonds ou le Gouverneur statue dans les six mois de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sur cette demande d'enregistrement et d'obtention d'assistance à l'intégration sociale; à défaut de décision avant cette date, le demandeur est réputé enregistré.
(§ 2. Si, entre le 1er avril 1992 et le 31 décembre 1992, une demande est introduite indûment conformément à la procédure dérogatoire fixée aux articles 7 et 8, la date de cette demande reste valable pour l'application des dispositions du deuxième alinéa de l'article 11; toutefois, le délai de trente jours fixé au troisième alinéa de cet article ne commence qu'à la date de la notification par le Fonds de la décision de refus de la procédure dérogatoire.
§ 3. Jusqu'au 31 décembre 1993, l'enregistrement provisoire et l'octroi d'assistance, prévus à l'article 8 du présent arrêté, peuvent être prorogés une seule fois pour une période de trois mois au maximum sur la base d'une demande détaillée et dûment motivée.)
Art.57. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 75 van het decreet van 27 juni 1990 worden opgeheven, voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft:
1°
2°
3°
4°
5°
6°
7°
8°
9°
10°
11°
1°
2°
3°
4°
5°
6°
7°
8°
9°
10°
11°
Art.57. § 1er. Sans prejudice des dispositions de l'article 75 du décret du 27 juin 1990, sont abrogés pour ce qui concerne la Commnauté flamande:
1°
2°
3°
4°
5°
6°
7°
8°
9°
10°
11°
1°
2°
3°
4°
5°
6°
7°
8°
9°
10°
11°
Art.58. De artikelen 22 tot en met 28 treden in werking op 1 september 1991. De andere artikelen van dit besluit treden in werking op 1 april 1992.
Art.58. Les articles 23 à 28 inclus entrent en vigueur le 1er septembre 1991. Les autres articles du présent arrêté entrent en vigueur le 1er avril 1992.
Art. 59. De Gemeenschapsminister van Welzijn en Gezin is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 59. Le Ministre communautaire de l'Aide sociale et de la Famille est chargé de l'exécution du présent arrêté.