Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 JULI 1991. - Jachtdecreet. (NOTA : art. 12, 17 en 25 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij DVR2004-05-07/63, art. 24 tot 26, opgeheven bij DVR2005-12-23/57, art. 5; Inwerkingtreding : 31-03-2006, 004; Inwerkingtreding : onbepaald ) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2001 en tekstbijwerking tot 29-12-2022)
Titre
24 JUILLET 1991. - Décret sur la chasse. (Traduction) (NOTE : art. 12, 17 et 25 modifiés avec effet à une date indéterminée par DCFL2004-05-07/63, art. 24 à 26, abrogés par DCFL2005-12-23/57, art. 5; En vigueur : 31-03-2006, 004; En vigueur : indéterminée ) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2001 et mise à jour au 29-12-2022)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (68)
Texte (68)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.
Article 1. Le présent décret règle une matière visée à l'article 107quater de la Constitution.
Art.2. Dit decreet beoogt het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden.
  De jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad.
Art.2. L'acte de chasse est l'action par laquelle le gibier est tué ou capturé ainsi que celle par laquelle le gibier est dépisté et poursuivi.
  Au sens du présent décret, le mot chasser signifie poser un acte de chasse.
Art.3. Dit decreet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bepaalde soorten.
  Het wild wordt in de volgende categorieën gerangschikt :
  a) Grof wild : edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), wilde zwijnen (Sus scrofa);
  b) Klein wild : hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix, perdix);
  c) Waterwild : wilde eenden (Anas platyrhynchus), krakeenden (Anas strepera), slobeenden (Anas clypeata), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (Aythya ferina), pijlstaarten (Anas acuta), wintertalingen (Anas crecca), smienten (Anas penelope), grauwe ganzen (Anser anser), rietganzen (Anser fabalis), watersnippen (Gallinago gallinago), meerkoeten (Fulica atra), toppereenden (Aythya marila), kolganzen (Anser albifrons), kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus), Canadaganzen (Branta canadensis), waterhoenen (Gallinula chloropus), kieviten (Vanellus vanellus), zomertalingen (Anas querquedula), bokjes (Lymnocryptes minimus), goudplevieren (Pluvialis apricaria);
  d) Overig wild : houtduiven (Columba palumbus), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), verwilderde katten (Felis catus), bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), boommarters (Martes martes), steenmarters (Martes foina).
Art.3. Le présent décret entend par gibier tous les animaux appartenant aux espèces mentionnées dans le présent article.
  Le gibier est classé selon les catégories suivantes :
  a) Gros gibier : le cerf (Cervus elaphus), le chevreuil (Capreolus capreolus), le daim (Dama dama), le mouflon (Ovis musimon), le sanglier (Sus scrofa);
  b) Petit gibier : le lièvre (Lepus europaeus), le faisan (Phasianus colchicus), le petit tétra ou tétra lyre (Lyrurus tetrix), la perdrix (Perdix perdix);
  c) Gibier d'eau : le colvert (Anas platyrhynchus), le canard chipeau (Anas strepera), le canard souchet (Anas clypeata), le morillon (Aythya fuligula), la fuligule milouin (Aythya ferina), le pilet (Anas acuta), la sarcelle (Anas crecca), le canard siffleur (Anas penelope), l'oie cendrée (Anser anser), l'oie des moissons (Anser fabalis), la bécassine (Gallinago gallinago), la foulque macroule (Fulica atra), la fuligule milouinan (Aythya marila), l'oie rieuse (Anser albifrons), l'oie à bec court (Anser brachyrhynchus), la bernache du canada (Branta canadensis), la poule d'eau (Gallinula chloropus), le vanneau (Vanellus-vanellus), la sarcelle d'été (Anas querquedula), la bécassine sourde (Lymnocryptes minimus), le pluvier doré (Pluvialis apricaria);
  d) Autre gibier : le pigeon ramier (Columba palumbus), le lapin (Oryctolagus cuniculus), le renard (Vulpes vulpes), le chat haret (Felis catus), le putois (Putorius putorius), l'hermine (Mustela erminea), la belette (Mustela nivalis), la martre commune (Martes martes), la martre domestique (Martes foina).
HOOFDSTUK II. - Jachttijden.
CHAPITRE II. - Les dates de la chasse.
Art.4. [1 De Vlaamse regering bepaalt [2 ...]2, na advies van de MiNa-Raad, voor het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild en voor elke jachtwijze de data van opening en van de sluiting van de jacht.]1
  [2 De Vlaamse Regering kan bepalen dat ten aanzien van bepaalde wildsoorten bijzondere jacht kan worden uitgeoefend in de gevallen waarbij dat noodzakelijk is één of meerdere van de volgende gevallen:
   1° ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
   2° ter voorkoming van belangrijke schade aan andere goederen in eigendom of gebruik;
   3° ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
   4° voor de veiligheid van het luchtverkeer.
   Ten aanzien van de vogelsoorten vermeld in artikel 3 bestaat de mogelijkheid voor het uitoefenen van bijzondere jacht niet voor het geval vermeld in punt 2° van het tweede lid.
   Bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid kan worden uitgeoefend als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
   2° er mag geen afbreuk worden gedaan aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
   De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het uitoefenen van bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid.]2

  
Art.4. [1 Le Gouvernement flamand fixe [2 ...]2, après avis du Conseil MiNa les dates d'ouverture et de fermeture de la chasse, pour tout ou partie du territoire de la Région flamande, pour chaque catégorie, espèce, type ou famille de gibier et pour tout type de chasse.]1
  [2 Le Gouvernement flamand peut arrêter qu'une chasse particulière à des espèces spécifiques de gibier peut être pratiquée dans les cas où cela est nécessaire, comme dans un ou plusieurs des cas suivants :
   1° en vue de la prévention d'importants dégâts aux cultures, au bétail, aux bois, à la pêche ou aux eaux ;
   2° en vue de la prévention d'importants dégâts à d'autres biens en propriété ou en usage ;
   3° en vue de la protection de la faune ou de la flore sauvages ou en vue de la conservation d'habitats naturels ;
   4° dans l'intérêt de la sécurité du trafic aérien.
   La pratique possible de la chasse particulière ne peut pas être envisagée à l'égard des espèces d'oiseaux, visées à l'article 3, pour le cas visé au point 2° de l'alinéa deux.
   La chasse particulière, visée à l'alinéa deux, peut être pratiquée, s'il a été satisfait aux conditions suivantes :
   1° il n'existe pas d' autre solution satisfaisante ;
   2° il ne peut pas être porté atteinte à l'objectif de perpétuer les populations de l'espèce concernée à un niveau favorable de conservation.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour la pratique de la chasse particulière, telle que visée à l'alinéa deux.]2

  
Art.5. De Vlaamse Executieve kan het jagen op de door aan te duiden wildsoorten per beheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12 of per jachtterrein, afhankelijk stellen van het bezit van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan. Voor het jagen op grof wild is een afschotplan verplicht.
  Zij bepaalt de inhoud, de vorm en de voorwaarden van toekenning of weigering van het afschotplan, evenals de maatregelen vereist voor het toezicht op de naleving van het goedgekeurde afschotplan.
  [1 Lid 3 opgeheven]1
  
Art.5. L'Exécutif flamand peut subordonner la chasse sur les gibiers qu'il détermine, par unité de gestion visée à l'article 12 ou par terrain de chasse, à la possession d'un plan de tir approuvé par lui ou en son nom. Le plan de tir est obligatoire dans le cas de la chasse au gros gibier.
  Il fixe le contenu, la forme et les conditions d'approbation ou de refus du plan de tir ainsi que les mesures requises pour le contrôle du respect du plan de tir approuvé.
  [1 alinéa 3 supprimé]1
  
Art.6. Het is verboden [1 ...]1 te jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang.
  De Vlaamse Executieve kan echter het schieten van wild in het kader van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan toestaan van één uur voor de officiële zonsopgang tot één uur na de officiële zonsondergang. [2 De Vlaamse Regering kan het uitoefenen van bijzondere jacht in het kader van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan toestaan vanaf de officiële zonsondergang tot de officiële zonsopgang of gedurende een deel van die periode.]2
  De Vlaamse Executieve kan evenwel in het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest de jacht op door haar bepaalde [2 waterwildsoorten]2 één uur na de officiële zonsondergang en één uur voor de officiële zonsopgang toestaant buiten de gebieden, die op grond van de internationale verdragen vermeld in artikel 36 van dit decreet en van de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, werden aangewezen.
  
Art.6. La chasse est interdite entre le coucher du soleil officiel et le lever du soleil officiel [1 ...]1.
  Toutefois, l'Exécutif flamand peut autoriser le tir de gibier dans le cadre du plan de tir approuvé par lui ou en son nom, d'une heure avant le lever du soleil officiel à une heure après le coucher du soleil officiel. [2 Le Gouvernement flamand peut autoriser la pratique de la chasse particulière dans le cadre d'un plan de tir approuvé par ou au nom de lui à partir du coucher du soleil officiel jusqu'au lever du soleil officiel ou pendant une partie de cette période.]2
  Cependant, l'Exécutif flamand peut autoriser la chasse aux [2 espèces de gibier d'eau]2 déterminées par lui, dans tout ou partie du territoire de la Région, une heure après le coucher du soleil officiel et une heure avant le lever du soleil officiel, sauf dans les territoires délimités en vertu des traités et conventions internationaux citées à l'article 36 du présent décret et des actes internationaux pris en exécution desdits traités et conventions.
  
HOOFDSTUK III. - Houder van het jachtrecht. - Jachtterreinen.
CHAPITRE III. - Le titulaire du droit de chasse, les terrains de chasse.
Art.7. [1 Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een [2 schriftelijk bewijs van het jachtrecht]2 kan voorleggen, het jachtrecht.
   Elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruikmaakt, is verplicht een door hem opgemaakt plan van zijn jachtterrein met aanduiding van de percelen waarbinnen hij geen jachtrecht heeft, in te dienen bij [3 ...]3 de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, in wiens ambtsgebied het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan, is gelegen.
   Het plan wordt door die ambtenaar en door anderen door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaren ter inzage gehouden.
   De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, het tijdstip en de wijze waarop de plannen worden neergelegd bij de in het tweede lid aangewezen ambtenaar, en de extra informatie die moet worden verstrekt. Elke houder van het jachtrecht die een plan heeft neergelegd dat de toestand van zijn jachtterrein niet juist weergeeft, is verplicht op verzoek van [3 ...]3 de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, om binnen de gestelde termijn de juiste gegevens neer te leggen.]1
[2 De Vlaamse Regering kan in bepaalde omstandigheden eisen dat een schriftelijk bewijs van het jachtrecht wordt voorgelegd bij het neerleggen of het aanpassen van het plan.]2
  
Art.7. [1 La chasse est interdite en tout temps et de quelque manière que ce soit sur le territoire d'autrui sans autorisation expresse du propriétaire ou de son ayant droit. En cas de contestation du droit de chasse sur la même parcelle, le droit de chasse revient à celui qui détient [2 une preuve écrite du droit de chasse]2.
   Tout titulaire du droit de chasse qui use de son droit de quelque manière que soit, est obligé à déposer un plan de son terrain de chasse établi par lui, avec indication des parcelles où son droit de chasse n'est pas applicable, auprès [3 ...]3 du fonctionnaire que le Gouvernement flamand désigne dans le ressort duquel le terrain de chasse ou la plus grande partie de ce terrain est situé.
   Le plan peut être consulté auprès dudit fonctionnaire ou d'autres fonctionnaires que le Gouvernement flamand désigne.
   Le Gouvernement flamand fixe la forme, la date et le mode de dépôt desdits plans auprès du fonctionnaire désigné à l'alinéa deux ainsi que l'information complémentaire à fournir. Tout titulaire du droit de chasse qui a déposé un plan qui ne reflète pas la situation de son terrain de chasse, est obligé, à la demande [3 ...]3 du fonctionnaire que le Gouvernement flamand désigne, de fournir les informations exactes ainsi dans le délai prescrit.]1
[2 Le Gouvernement flamand peut exiger dans certaines circonstances qu'une preuve écrite du droit de chasse soit produite lors du dépôt ou de l'ajustement du plan.]2
  
Art. 7/1. [1 De Vlaamse Regering kan aan elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruik maakt, opleggen dat hij aan bepaalde administratieve voorwaarden moet voldoen. Die voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht.]1
  
Art. 7/1. [1 Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions administratives spécifiques à chaque titulaire du droit de chasse usant de son droit de quelle façon que ce soit. Ces conditions sont axées sur une meilleure gestion du gibier, sur la conservation de la nature et sur un meilleur contrôle.]1
  
Art.8. § 1. De jacht met het geweer is verboden op elk [2 jachtterrein]2 waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan veertig hectaren.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden ook als aaneengesloten [2 jachtterreinen]2 beschouwd waarop over geheel hun uitgestrektheid mag worden gejaagd de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg.
  Niet als aaneengesloten worden echter alleen beschouwd, de [2 jachtterreinen]2 :
  1° die hetzij door een [2 autosnelweg]2 hetzij door een bevaarbare waterloop hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen van meer dan vijftig meter worden doorsneden;
  2° die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  De jacht met het geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een [2 jachtterrein]2, welke ook de oppervlakte van dit laatste zij, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  Het is verboden op minder dan honderdvijftig meter van woningen of gebouwen vuurwapens af te vuren in de richting van deze laatstse.
  § 2. De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op [2 jachtterreinen]2 van geringere oppervlakte dan bepaald in § 1, mits deze [2 jachtterreinen]2, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van drie hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang zijn verbonden.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.8. § 1. La chasse à tir est interdite sur tout [2 terrain de chasse]2 dont la superficie d'un seul tenant est inférieure à quarante hectares.
  Pour l'application du 1er alinéa sont également considérés comme étant des [2 terrains de chasse]2 d'un seul tenant, sur toute l'étendue desquels il est permis de chasser, les [2 terrains de chasse]2 qui sont traversés par un chemin public ou privé, un cours d'eau non navigable ou une voie ferrée.
  Toutefois, ne sont pas considérés comme étant d'un seul tenant les [2 terrains de chasse]2 :
  1° qui sont traversés soit par une autoroute, soit par une voie navigable, soit par une voie ferrée d'une largeur, berges comprises, de plus de cinquante mètres;
  2° qui sont reliés par des parties dont les dimensions ne permettent pas d'inscrire dans celles-ci un cercle d'un rayon d'au moins vingt-cinq mètres.
  La chasse à tir est également interdite sur toute partie d'un [2 terrain de chasse]2, quelle que soit la superficie de celui-ci, lorsque les dimensions ne permettent pas d'y inscrire un cercle d'un rayon d'au moins vingt-cinq mètres.
  Il est interdit de tirer une arme à feu à moins de cent cinquante mètres d'une habitation ou d'un bâtiment, dans la direction de celui-ci.
  § 2. La chasse à tir au gibier d'eau est cependant permise sur un [2 terrain de chasse]2 d'une superficie inférieure à celle fixée au § 1er, à la condition que ce [2 terrain de chasse]2 comprenne, au moment où cette chasse est pratiquée, une surface ci-eau d'un seul tenant de trois hectares au moins sur laquelle la chasse est autorisée.
  Pour l'application du premier alinéa, sont considérées comme étant d'un seul tenant, toutes les surfaces d'eau ininterrompues ainsi que les plans d'eau reliés entre eux naturellement ou artificiellement par une voie d'eau.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.9. Het is verboden [1 ...]1 te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden.
  [1 Het is]1 aan ieder ander dan de aangelande eigenaar of zijn rechthebbende verboden te jagen op de openbare wegen en op de spoorwegbermen.
  De aangelande eigenaar of zijn rechthebbende mag op de spoorwegbermen van dit recht echter alleen gebruik maken om met buidels en fretten op konijnen te jagen.
  
Art.9. Il est interdit [1 ...]1 de chasser sur les voies ferrées et leurs dépendances.
  Il est également interdit [1 ...]1 de chasser sur les chemins publics et les berges des voies ferrées, à tout autre qu'au propriétaire riverain ou à son ayant droit.
  Toutefois, le propriétaire riverain ou son ayant droit ne peut user de cette faculté sur les berges des voies ferrées que pour y chasser le lapin au moyen de bourses et de furets.
  
Art.10. [1 Het is verboden om honden te laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort.]1
  Het feit dat honden over andermans erf lopen bij het vervolgen van grof wild of ander wild dat op het eigendom of het jachtrecht van hun meester respectievelijk werd opgejaagd of aangeschoten wordt geacht niet onder toepassing te vallen van dit artikel noch van artikel 7 behoudens de burgerlijke rechtsvordering in geval van schade.
  
Art.10. [1 Il est interdit de sciemment laisser chasser ou vagabonder des chiens sur les terres où le droit de chasse appartient à autrui.]1
  Peut être considéré comme ne tombant pas sous l'application du présent article, ni sous celle de l'article 7, le fait du passage des chiens sur l'héritage d'autrui lorsqu'ils sont à la poursuite d'un gibier lancé ou blessé sur la propriété de leur maître, sauf l'action civile en cas de dommages.
  
Art.11. [1 Het jagen op de domeinen van openbare besturen is alleen geoorloofd ingevolge jachtrecht toegekend volgens de principes van mededinging en transparantie.]1
  De zittende jager en een wildbeheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12, hebben het recht bij een aanbesteding voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding een hoger bod te doen. [2 Voor een wildbeheereenheid geldt de voorwaarde dat het domein in kwestie binnen het werkingsgebied van die wildbeheereenheid gelegen moet zijn of aan het werkingsgebied ervan moet grenzen.]2 Het jachtrecht moet worden toegekend aan de hoogst biedende zo dit hoger bod, gedaan binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare aanbesteding verkregen prijs. Bij gelijk hoger bod geniet de zittende jager de voorkeur zo hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden.
  Het recht tot jagen in het Zoniënbos is voorbehouden aan de Kroon.
  
Art.11. [1 La chasse sur les domaines des administrations publiques est uniquement autorisée en vertu d'un droit de chasse adjugé selon les principes de concurrence et de transparence.]1
  Le chasseur occupant et une unité de gestion du gibier telle que visée à l'article 12 ont le droit de surenchère lors d'une adjudication publique, dans la mesure où ils s'y sont inscrits. [2 Une unité de gestion de gibier doit satisfaire à la condition que le domaine concerné doit être situé dans la zone d'action de cette unité de gestion de gibier ou y être contigu.]2 Le droit de chasse doit être attribué au plus offrant si cette surenchère, faite dans les dix jours suivant l'adjudication, excède d'un dixième le prix offert à l'adjudication publique. En cas de parité de surenchère, la préférence est accordée au chasseur occupant s'il a toujours respecté les conditions de fermage antérieures.
  Le droit de chasse dans la Forêt de Soignes est réservé à la Couronne.
  
Art.12. [1 De Vlaamse Regering kan grotere beheereenheden, die ontstaan als gevolg van de vrijwillige samenvoeging van afzonderlijke jachtterreinen, erkennen als wildbeheereenheden en de werking ervan subsidiëren.
   De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen met betrekking tot deze erkenning en subsidiëring. Deze voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht, en hebben onder meer betrekking op het door de wildbeheereenheid op te maken wildbeheerplan.
   De Vlaamse Regering kan in functie van een gerichter wildbeheer, de instandhouding van leefgebieden en het verbeterd toezicht, de jacht op alle of bepaalde wildsoorten, het gebruik van bepaalde jachttechnieken of -tuigen, en bepaalde maatregelen beperken tot jachtterreinen van leden van een erkende wildbeheereenheid, zoals bedoeld in artikel 12.]1

  
Art.12. [1 Le Gouvernement flamand peut agréer comme des unités de gestion du gibier des unités de gestion plus grandes créées par le groupement volontaire de terrains de chasse distincts et subventionner leur fonctionnement.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions d'agrément et de subvention. Ces conditions visent une meilleure gestion du gibier, la conservation de la nature et une amélioration de la surveillance, et portent entre autres sur le plan de gestion du gibier établi par l'unité de gestion du gibier.
   Le Gouvernement flamand peut limiter aux terrains de chasse de membres d'une unité de gestion de chasse agréée, telle que visée à l'article 12, la chasse à tous ou certains gibiers, l'utilisation de certains procédés ou engins de chasse, et certaines mesures en vue d'une gestion du gibier plus ciblée, de la conservation d'habitats et de l'amélioration de la surveillance.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Het jachtverlof.
CHAPITRE IV. - Le permis de chasse.
Art.13. [1 Wie met een geweer jaagt, moet het jachtverlof bij zich dragen.
   Het jachtverlof is persoonlijk; het is maar geldig voor een jaar, te rekenen vanaf 1 juli.
   De Vlaamse Regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van het jachtverlof. Zolang de Vlaamse Regering daarvoor geen nieuwe regelen heeft opgesteld, blijven de bestaande regelen geldig.
   De Vlaamse Regering kan het deelnemen aan het jachtexamen of aan een gedeelte ervan afhankelijk stellen van de betaling van een inschrijvingsgeld waarvan zij het bedrag en de wijze van betaling vaststelt, en waarvoor ze de betalingsplichtige aanwijst.]1

  
Art.13. [1 Celui qui chasse au fusil, doit être en possession d'un permis de chasse.
   Le permis de chasse est personnel; il n'est valable que pour un an, à compter à partir du 1er juillet.
   Le Gouvernement flamand règle le mode, la forme et les conditions de la délivrance du permis de chasse. Tant que le Gouvernement flamand n'a pas arrêté de nouvelles règles en la matière, les règles existantes restent en vigueur.
   Le Gouvernement flamand peut subordonner la participation à l'examen de chasse ou à une partie de ce dernier au paiement d'un droit d'inscription dont il fixe le montant et le mode paiement et pour le lequel il désigne un redevable.]1

  
Art.14. § 1. Het jachtverlof bedoeld in artikel 13 wordt afgegeven door de daartoe door de Vlaamse Executieve aangewezen ambtenaar.
  § 2. De in het Waalse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geldig afgegeven jachtverloven kunnen door de Vlaamse Executieve onder de door haar te bepalen voorwaarden gelijkgesteld worden met de in het Vlaamse Gewest geldige jachtverloven mits ook de in het Vlaamse Gewest geldig afgegeven jachtverloven door het Waalse Gewest respectievelijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelijkgesteld worden met de door hen afgegeven geldige jachtverloven.
  [1 § 3. De Vlaamse Regering legt aan de hoofden van de parketten een informatieplicht op ten aanzien van de ambtenaar, vermeld in paragraaf 1. Het doel van die informatieplicht is om de ambtenaar op de hoogte te brengen van veroordelingen wegens een jachtmisdrijf of wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd door personen die een jachtverlof hebben aangevraagd.]1
  
Art.14. § 1. Le permis de chasse visé à l'article 13 est délivré par le fonctionnaire désigné à cet effet par l'Exécutif flamand.
  § 2. Les permis de chasse délivrés régulièrement dans la Région wallonne et dans la Région de Bruxelles-Capitale peuvent être assimilés par l'Exécutif flamand, aux conditions fixées par lui, aux permis de chasse valables en Région flamande, à condition que les permis de chasse délivrés régulièrement en Région flamande soient également assimilés par la Région wallonne respectivement par la Région de Bruxelles-Capitale aux permis de chasse réguliers délivrés par eux.
  [1 § 3. Le Gouvernement flamand impose aux chefs de parquet un devoir d'information à l'égard du fonctionnaire, visé au paragraphe 1er. L'objectif de ce devoir d'information est de mettre le fonctionnaire au courant de condamnations pour un délit de chasse ou pour un délit dans lequel des actes de violence ou d'insubordination ont été perpétrés par des personnes qui ont demandé un permis de chasse.]1
  
Art.15. § 1. De houders van een jachtverlof afgegeven in het Vlaamse Gewest kunnen als gastheer een jachtvergunning verkrijgen voor hun niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden. De jachtvergunning, die wordt afgegeven door de ambtenaar bedoeld in artikel 14, § 1, is slechts geldig voor de vijf vooraf bepaalde data van het jachtseizoen vermeld op de jachtvergunning.
  De Vlaamse Executieve regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van de jachtvergunningen.
  § 2. De genodigde die jagend wordt aangetroffen, evenals de gastheer die samen met de genodigde jagend wordt aangetroffen zonder dat een voor de genodigde geldige jachtvergunning kan worden voorgelegd [1 worden gestraft op grond van artikel 37]1.
  
Art.15. § 1. Les titulaires d'un permis de chasse délivré dans la Région flamande peuvent, en tant qu'hôte, obtenir une licence de chasse pour leurs invités n'habitant pas la Région flamande. La licence qui est délivrée par le fonctionnaire visé à l'article 14, § 1er, n'est valable que durant les cinq jours de la saison de chasse déterminés au préalable et mentionnés sur la licence de chasse.
  L'Exécutif flamand règle le mode, la forme et les conditions de délivrance des licences de chasse.
  § 2. L'invité qui est trouvé chassant ainsi que l'hôte qui est trouvé chassant en compagnie de l'invité sans qu'une licence régulière pour l'invité puisse être produite, [1 sont punis des peines fixées sur la base de l'article 37]1.
  
Art.16. [1 § 1. De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt vanaf het jachtseizoen 1992-1993 als volgt vastgesteld:
   1° voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is: 175 euro;
   2° voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is: 120 euro;
   3° voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen geldig is: 45 euro.
   § 2. Het in paragraaf 1 vermelde bedrag wordt op 31 juli van het jaar 2023 en vervolgens in de daaropvolgende jaren op 31 juli jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van de maand juni.]1

  
Art.16. [1 § 1er. La taxe sur la délivrance des permis de chasse et des licences de chasse est fixée comme suit à partir de la saison de chasse 1992-1993 :
   1° pour le permis de chasse valable chaque jour de la saison de chasse : 175 euros ;
   2° pour le permis de chasse valable chaque dimanche de la saison de chasse : 120 euros ;
   3° pour la licence de chasse valable cinq jours fixés au préalable pendant la saison de chasse : 45 euros.
   § 2. Le montant visé au paragraphe 1er, est adapté annuellement le 31 juillet de l'année 2023 et ensuite le 31 juillet des années suivantes, à l'indice santé du mois de juin.]1

  
Art.17. De vastgestelde belasting wordt betaald door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag op het daartoe bestemde rekeningnummer van de bevoegde dienst van de Vlaamse Executieve. De opbrengsten hiervan worden rechtstreeks en integraal toegewezen aan de gewestdienst met afzonderlijk beheer Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur.
Art.17. La taxe fixée est payée par versement ou virement du montant dû au numéro de compte destiné à cette fin par du service compétent de l'Exécutif flamand. Les recettes de cette taxe sont attribuées directement et intégralement au service régional à gestion séparée Fonds de Prévention et d'Assainissement en matière de l'Environnement et de la Nature.
Art.18. De op grond van artikel 16 geïnde belasting wordt niet terugbetaald.
Art.18. La taxe percue en application de l'article 16 n'est pas remboursée.
HOOFDSTUK V. - De jachtmiddelen.
CHAPITRE V. - Les moyens de chasse.
Art.19. [1 De Vlaamse Regering treft een regeling voor de middelen die kunnen worden gebruikt bij de uitoefening van de jacht in het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest of in een gedeelte ervan en dit met het oog op het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden.
   Het is verboden om niet door de Vlaamse Regering toegestane middelen voor het doden of vangen van wild te gebruiken.
   Het is verboden om niet door de Vlaamse Regering toegestane middelen voor het doden of vangen van wild onder zich te hebben, te vervoeren, te verhandelen, te ruilen of te koop of in ruil aan te bieden.]1

  
Art.19. [1 Le Gouvernement flamand prend des dispositions relatives aux moyens qui peuvent être utilisés lors de la pratique de la chasse dans le territoire entier de la Région flamande ou dans une partie de celui-ci et ce, en vue de l'utilisation judicieuse d'espèces de gibier et de leurs habitats.
   Il est interdit d'utiliser des moyens pour tuer ou capturer du gibier qui ne sont pas autorisés par le Gouvernement flamand.
   Il est interdit d'avoir des moyens pour tuer ou capturer du gibier non autorisés par le Gouvernement flamand sur soi, de les transporter, vendre, échanger ou de les offrir à la vente ou en échange.]1

  
HOOFDSTUK VI. - Bestrijding van wild.
CHAPITRE VI. - La lutte contre le gibier.
Art.22. Het is [1 ...]1 verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse Executieve bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten.
  Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren :
  - [5 door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse Regering tot het verkrijgen van een jachtverlof of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof of bijzondere veldwachters;]5
  - met vuurwapens en andere door de Vlaamse Executieve te bepalen middelen[3 ...]3. [4 ...]4;
  - tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang;
  - na voorafgaande schriftelijke ingebrekestelling van de houder van het jachtrecht op de grond waarop de bestrijding gebeurt en na voorafgaande schriftelijke verwittiging van de ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Executieve is aangewezen. Deze laatste kan, bij gemotiveerde beslissing, de bestrijding zo nodig beperken of verbieden.
  [3 ...]3.
  [2 De Vlaamse Regering stelt een code van goede praktijk vast met het oog op specificering van andere bevredigende oplossingen ter voorkoming van schade door wild.]2
  
Art.22. Il est défendu [1 ...]1 de chasser, de quelque manière que ce soit, hors des époques fixées par l'Exécutif flamand, sans préjudice du droit appartenant au propriétaire ou à l'occupant, de repousser le gibier portant un dommage important à ses plantes, ses cultures, ses bois ou ses propriétés. Le propriétaire ou l'occupant peut charger de ce soin les membres de sa famille habitant sous le même toit.
  Si le propriétaire ou l'occupant peut démontrer qu'il existe pas d'autre solution satisfaisante, il peut tuer ou faire tuer le gibier aux conditions fixées à l'alinéa précédent. La mise à mort ne peut se faire :
  - [5 que par des personnes qui répondent aux conditions d'obtention d'un permis de chasse, imposées par le Gouvernement flamand ou, si la mise à mort à lieu avec des armes à feu, par des personnes qui sont en possession d'un permis de chasse ou par des gardes champêtres particuliers ;]5
  - qu'à l'aide d'armes à feu et d'autres moyens que l'Exécutif flamand fixe [3 ...]3. [4 ...]4;
  - qu'entre l'heure officielle du lever du soleil et l'heure officielle du coucher du soleil;
  - qu'après mise en défaut, par écrit, du titulaire du droit de chasse, sur le terrain ou la destruction a lieu et après l'avertissement écrite préalable par le fonctionnaire désigné à cet effet par l'Exécutif flamand. Ce dernier peut, par décision motivée, limiter ou interdire la destruction, si nécessaire.
  [3 ...]3.
  [2 Le Gouvernement flamand établit un code de bonne pratique en vue de la spécification d'autres solutions satisfaisantes en vue de la prévention de dégâts causés par la faune sauvage.]2
  
Art.23. [2 ...]2.
  [2 ...]2.
  Elk beding dat strijdig is met de door dit decreet aan de grondgebruiker toegekende rechten is nietig.
  De houder van het jachtrecht of zijn gemachtigde mag, indien hij voorzien is van een jachtverlof, te allen tijde, één uur voor de officiële zonsopgang en één uur na de officiële zonsondergang konijnen op de loer schieten.
  Het is verboden, behoudens machtiging van de Vlaamse Executieve, levende wilde konijnen of vossen uit te zetten te verkopen, te kopen, te koop te stellen, te vervoeren of te venten met welk middel ook [1 ...]1.
  [1 Het is verboden om afsluitingen, die geplaatst zijn om het in- en uitgaan van [2 wild]2 te beletten, kwaadwillig te vernielen of te beschadigen. Het is ook verboden om kwaadwillig in die afsluitingen een opening te maken of het doorgaan van [2 wild]2 door, onder of boven de afsluitingen op enigerlei wijze te vergemakkelijken.]1
  
Art.23. [2 ...]2.
  [2 ...]2.
  Toute stipulation contraire aux droits conférés à l'occupant par le présent décret, est nulle.
  Le titulaire du droit de chasse ou son délégué, muni d'un permis de chasse, peut en tout temps affûter le lapin, une heure avant le lever officiel du soleil et une heure après le coucher officiel du soleil.
  Il est interdit, sauf autorisation de l'Exécutif flamand, de libérer, de vendre, d'acheter, de mettre en vente, de transporter ou de colporter, de quelque moyen que ce soit, des lapins sauvages ou des renards vivants, [1 ...]1.
  [1 Il est interdit de détruire, trouer ou détériorer délibérément des clôtures établies pour empêcher la sortie ou l'entrée du [2 gibier]2. Il est également interdit de trouer délibérément ces clôtures ou de faciliter de quelque manière que ce soit, le passage du [2 gibier]2 au travers, en-dessous ou au-dessous des clôtures.]1
  
HOOFDSTUK VII. - Wildschade.
CHAPITRE VII. - Les dommages causés par le gibier.
Art.24. De vergoeding van de belangrijke wildschade [1 ...]1 wordt vastgesteld volgens de gewone rechtsregels.
  Onder wildschade wordt verstaan : de volledige schade veroorzaakt door de dieren die behoren tot de in artikel 3 bedoelde soorten.
  Op verzoek van eigenaars van gronden waarvan de aaneengesloten oppervlakte kleiner is dan veertig hectare, kan de houder van het jachtrecht van het aangrenzende jachtterrein bij afwezigheid van een minnelijke regeling, verplicht worden het jachtrecht op eerstvernoemde gronden te verwerven, zulks nadat de Vlaamse Executieve of de door haar aangestelde ambtenaar of de beheerder van de wildbeheerseenheid deze verwerving opportuun oordeelt in het kader van de doelstellingen van dit decreet en de voorwaarden heeft vastgesteld.
  
Art.24. L'indemnité pour des dommages importants causés par le gibier, [1 ...]1 est fixée selon les règles de droit communes.
  Par dommages causés par le gibier on entend : l'ensemble des dommages causés par les animaux qui appartiennent aux espèces visées à l'article 3.
  A la demande des propriétaires des terrains dont la superficie d'un seul tenant est inférieure à quarante hectares, le titulaire du droit de chasse du terrain de chasse attenant, peut être obligé, à défaut d'un accord amiable, à acquérir les terrains susmentionnés, après que l'Exécutif flamand ou le fonctionnaire désigné par lui ou le gestionnaire de l'unité de gestion du gibier juge opportune cette acquisition dans le cadre des objectifs du présent décret et a fixé les conditions.
  
Art.25. [1 § 1. De belangrijke wildschade wordt, in die mate dat de schade redelijkerwijze niet kon worden voorkomen, vergoed door het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur in elk van de volgende gevallen :
   1° indien de schade veroorzaakt is door wild waarop de jacht het gehele voorbije jaar niet geopend was en waarvan ook de bestrijding niet werd toegelaten, telkens op de percelen waar de schade geleden is;
   2° indien de schade veroorzaakt is door wild afkomstig uit een bos- of natuurreservaat of [2 een door de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging om natuurbehoudsredenen beheerd gebied]2, waarin de jacht op dat wild het gehele voorbije jaar niet geopend was en ook de bestrijding van dat wild niet werd toegelaten..
   § 2. Om aanspraak te kunnen maken op de in § 1 bedoelde vergoeding, dient de schadelijder tijdig een. aanvraag in bij een door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.
   De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanvraag moet worden ingediend en welke gegevens hij moet bevatten.
   § 3. De in § 2 bedoelde ambtenaar neemt een beslissing over de aanvraag na een plaatsbezoek en het inwinnen van advies bij één of meerdere door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren. Indien en in die mate dat de voorwaarden van § 1 zijn vervuld en op voorwaarde dat de aanvraag tijdig werd ingediend, stelt deze beslissing het bedrag vast van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding.
   De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het onderzoek van de aanvraag en kan bepalen hoe de schade geschat moet worden. Zij bepaalt de wijze waarop en de personen aan wie de beslissing moet worden meegedeeld en welke vermeldingen de beslissing minstens moet bevatten.
   § 4. Tegen de in § 3 bedoelde beslissing kan de aanvrager beroep indienen bij de minister.
   De Vlaamse Regering regelt de nadere regelen voor het beroep.
   § 5. De in § 3 bedoelde beslissing die een bedrag heeft vastgesteld van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding, en waartegen geen of niet tijdig een beroep werd ingediend, vormt de titel voor vergoeding door het Fonds.
   Bij het tijdig indienen van beroep, vormt de ministeriële beslissing, voor zover zij een bedrag heeft vastgesteld van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding, de titel voor vergoeding door het Fonds.
   § 6. De Vlaamse Regering voorziet, wat betreft de in § 3 bedoelde beslissing waartegen geen of niet tijdig beroep is ingediend, in een herzieningsprocedure, ter verbetering van materiële vergissingen in die beslissing, en ter vernietiging van die beslissing indien er bedrog werd gepleegd of de beslissing genomen werd op basis van valse of klaarblijkelijk onjuiste stukken of verklaringen. In het geval van vernietiging wordt bij dezelfde beslissing opnieuw uitspraak gedaan over de grond van de zaak.
   De beslissing inzake vernietiging of verbetering is vatbaar voor hetzelfde beroep als de vernietigde of verbeterde beslissing en vormt de titel voor vergoeding door het Fonds of geeft aanleiding tot terugbetaling van de ten onrechte ontvangen sommen, zodra zij niet meer vatbaar is voor dat beroep of na de beëindiging van het beroep.]1

  
Art.25. [1 § 1er. Les dommages importants causés par le gibier sont indemnisés, dans la mesure où ceux-ci ne pouvaient raisonnablement pas être prévenus, par le Fonds de Prévention et d'Assainissement en matière de l'Environnement et de la Nature, dans chacun des cas suivants :
   1° si les dommages sont causés par du gibier auquel la chasse n'a pas été ouverte pendant toute l'année écoulée et dont la lutte n'a pas été autorisée, chaque fois sur les parcelles qui ont fait l'objet des dommages;
   2° si les dommages sont causés par du gibier provenant [2 d'une zone gérée pour des motifs de préservation naturelle par l'Autorité flamande ou une association agréée de gestion de terrains]2, dans laquelle la chasse de ce gibier n'a pas été ouverte pendant l'année écoulée et ou la lutte contre ce gibier n'a également pas été autorisée.
   § 2. Pour pouvoir bénéficier de l'indemnité visée au § 1er, la personne lésée doit adresser à temps une demande au fonctionnaire de l'Agentschap voor Natuur en Bos (Agence de la Nature et des Forêts) désigné par le Gouvernement flamand.
   Le Gouvernement flamand arrête les modalités et le délai dans lequel la demande doit être présentée ainsi que les données que celle-ci doit contenir.
   § 3. Le fonctionnaire visé au § 2 statue sur la demande après une visite sur place et l'avis d'un ou plusieurs fonctionnaires désignés par le Gouvernement flamand. Si, et dans la mesure où les conditions prévues au § 1er sont remplies et à la condition que la demande ait été présentée dans les délais, cette décision fixe le montant des dommages qui donnent droit à une indemnité en vertu du § 1er.
   Le Gouvernement flamand arrêté les modalités de l'examen de la demande et peut déterminer le mode d'estimation des dommages. Il détermine le mode de notification de la décision et les destinataires ainsi que les données qu'elle doit contenir.
   § 4. Le demandeur peut former un recours auprès du Ministre contre la décision visée au § 3.
   Le Gouvernement flamand arrête les modalités du recours.
   § 5. La décision visée au § 3 qui a fixé un montant pour les dommages donnant droit à une indemnité en vertu du § 1er et contre laquelle aucun recours n'a été formé ou formé dans les délais, constitue le titre d'indemnisation par le Fonds.
   En cas de présentation du recours dans les délais, la décision ministérielle, dans la mesure où celle-ci a fixé un montant des dommages indemnisables en vertu du § 1er, constitue le titre d'indemnisation par le Fonds.
   § 6. Le Gouvernement flamand prévoit, quant à la décision visée au § 3 contre laquelle aucun recours n'a été formé ou formé dans les délais prescrits, une procédure de révision visant la rectification d'erreurs matérielles dans cette décision et l'annulation de cette décision en cas de fraude ou si la décision a été prise sur la base de pièces ou de déclarations manifestement fausses ou inexactes. En cas d'annulation, il est à nouveau statué sur le fond si la décision est la même.
   La décision d'annulation ou de rectification est sujette au même recours que la décision annulée ou rectifiée et constitue le titre d'indemnisation par le Fonds ou donne lieu au remboursement des sommes indûment perçues, dès qu'elle n'est plus sujette à ce recours ou après la fin du recours]1

  
Art. 25/1. [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor een algemene aanpak van bepaalde wildsoorten die in aanzienlijke delen van het Vlaamse Gewest een bepaalde vorm van schade veroorzaken.]1
  
Art. 25/1. [1 Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour une approché générale de certaines espèces de gibier qui causent un type spécifique de dégâts dans des parties considérables de la Région flamande.]1
  
HOOFDSTUK VIII. - Vervoer en handel in wild.
CHAPITRE VIII. - Le transport et le commerce de gibier.
Art.26. [2 In het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest is het verboden wild levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen. Op dat verbod gelden de volgende uitzonderingen:
   1° wild mag worden vervoerd of verhandeld vanaf de opening van de jacht op dit wild tot en met de tiende dag die volgt op de sluiting ervan;
   2° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van bestrijding als vermeld in artikel 22;
   3° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van een afwijking met toepassing van artikel 33.]2

  Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in is verwerkt volledig onherkenbaar is.
  De Vlaamse Executieve kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse Executieve tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.
  De Vlaamse Executieve kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben.
  Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, traiteurs en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild bij zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan iedereen verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of bij zich te houden voor rekening van [2 de voormelde handelaars, traiteurs en restaurateurs]2.
  Onder de door de Vlaamse Executieve voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  [1 Lid 8 opgeheven]1
  
Art.26. [2 Dans tout ou partie du territoire de la Région, Il est interdit de transporter ou de mettre sur le marché du gibier mort ou vivant. Les exceptions suivantes à cette interdiction sont prévues :
   1° le gibier peut être transporté ou mis sur le marché pendant la période allant de l'ouverture de la chasse jusqu'à et y compris le dixième jour suivant la fermeture de la chasse audit gibier ;
   2° le gibier peut être transporté s'il s'agit de spécimens qui ont fait l'objet d'une lutte telle que mentionnée à l'article 22 ;
   3° le gibier peut être transporté s'il s'agit de spécimens qui ont fait l'objet d'une dérogation à l'application de l'article 33.]2
.
   L'interdiction prévue au premier alinéa ne s'applique pas aux pâtés des gibiers susvisés, à la condition que le gibier utilisé soit totalement dénaturé.
   L'Exécutif flamand peut fixer annuellement que le transport ou la mise sur le marché du gibier mort ou vivant, est également interdit ou autorisé aux conditions qu'il fixe, pendant la période allant de l'ouverture de la chasse jusque et y compris le dixième jour suivant la fermeture de la chasse audit gibier.
   En cas d'ouverture de la chasse dans un territoire limité, l'Exécutif flamand peut autoriser, durant la période envisagée, le transport du gibier abattu et déterminer les conditions de ce transport.
   L'Exécutif flamand peut également fixer les conditions régissant le transport et le commerce de gibiers ou de parties de gibiers qui font l'objet d'un plan de tir.
   Il est également interdit aux marchands de comestibles, traiteurs et restaurateurs de détenir, même hors de leur domicile, le gibier cité au premier alinéa, comme à toute personne de receler ou de détenir lesdits gibiers pour le compte [2 des marchands, traiteurs et restaurateurs susmentionnés]2.
   Il est permis, aux conditions arrêtées par l'Exécutif flamand et sous son contrôle, de transporter, de stocker et de mettre sur le marché du gibier surgelé hors de la période allant de l'ouverture de la chasse jusque et y compris le dixième jour suivant la fermeture de la chasse audit gibier.
   [1 alinéa 8 abrogé]1
  
Art.28. Het vervoer van het in artikel 26, eerste lid, bedoelde levend wild en van de in artikel 35, bedoelde eieren, kan in gesloten jachttijd door de Vlaamse Executieve worden toegestaan onder de voorwaarden die zij voorschrijft.
Art.28. Le transport du gibier vivant visé à l'article 26, premier alinéa, et des oeufs visés à l'article 35, peut être autorisé par l'Exécutif flamand, en temps de fermeture de la chasse, aux conditions qu'il détermine.
Art.29. Het is ten allen tijde en overal verboden wild uit te zetten.
  [2 De Vlaamse regering kan hierop met het oog op het behoud van wildsoorten uitzonderingen toestaan na advies te hebben ingewonnen van de MiNa-Raad. In voorkomend geval stelt ze regels op voor het aantal en de soorten wild, alsmede voor de terreinen.]2
  [1 Lid 3 opgeheven]1
  
Art.29. Il est interdit partout et en tout temps de mettre du gibier dans la nature.
  [2 Le Gouvernement flamand peut accorder des dérogations en la matière en vue de la conservation de gibiers, après avoir recueilli l'avis du Conseil MiNa. Le cas échéant, il arrête des règles relatives aux nombres et aux espèces de gibier ainsi qu'aux terrains.]2
  [1 alinéa 3 abrogé]1
  
HOOFDSTUK IX. - Het toezicht.
CHAPITRE IX. - La surveillance.
Art.31. Op aanvraag van de aansteller, met akkoord van de aansteller van de andere bijzondere wachters en van de provinciegouverneur [1 ...]1, mag de bijzondere wachter zich laten bijstaan door één of twee bijzondere wachters van omliggende gebieden.
  De identiteit en hoedanigheid van de bijzondere wachters die bijstand mogen verlenen en de aard en de ligging van de goederen die in groepen van ten hoogste drie wachters mogen worden bewaakt, dienen op de aanstellingsakte te worden vermeld en te worden goedgekeurd door de provinciegouverneur.
  Bijzondere wachters zijn wachters aangesteld door bijzondere personen zoals bedoeld in de artikelen 61 tot 63 van het Veldwetboek en in artikel 110 van het Bosdecreet.
  
Art.31. A la demande du commettant et avec l'accord des autres gardes particuliers et du gouverneur de province [1 ...]1, le garde particulier peut se faire assister par un ou plusieurs gardes particuliers des terrains environnants.
  L'identité et la qualité des gardes particuliers qui peuvent prêter de l'assistance et la nature et la situation des biens qui doivent être surveillés en groupes de trois gardes au maximum, doivent être mentionnées dans l'acte de nomination et être agréées par le gouverneur de province.
  Les gardes particuliers sont des gardes commis par des particuliers tels que visés aux articles 61 et 63 du Code rural et à l'article 110 du Décret forestier.
  
Art.32. De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen :
  1. wanneer de verdachte verkleed of gemaskerd is, of weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;
  2. wanneer het misdrijf bij nacht wordt gepleegd;
  3. wanneer de verdachte bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht.
Art.32. Les chasseurs ne peuvent être désarmés, sauf dans les cas suivants :
  1. lorsque le délinquant est déguisé ou masqué, lorsqu'il refuse de faire connaître son nom ou qu'il n'a pas de domicile connu;
  2. lorsque l'infraction est commise pendant la nuit;
  3. lorsque le délinquant s'est livré à des menaces, à des outrages ou à des violences envers les agents de l'autorité ou de la force publique.
HOOFDSTUK IX/1. [1 - Het Jachtfonds]1
CHAPITRE IX/1. [1 - Le Fonds de la chasse]1
Art. 32/1. [1 Bij het Agentschap voor Natuur en Bos wordt een Jachtfonds ingesteld, dat kan worden aangewend om de volgende doelstellingen te realiseren:
   1° het streven naar stabiele populaties van wildsoorten binnen hun leefgebieden;
   2° sensibilisering met betrekking tot de inpassing van het wildbeheer in het bredere kader van natuurbehoud;
   3° vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen realiseren die een verbetering van de leefgebieden van wildsoorten met zich meebrengen;
   4° de werking van de wildbeheereenheden bevorderen en ondersteunen;
   5° de praktische organisatie van de jacht ondersteunen, namelijk de volgende aspecten:
   a) jachtexamens organiseren;
   b) een jachtverlof uitreiken;
   c) een jachtvergunning uitreiken;
   d) een plan als vermeld in artikel 7 van dit decreet, opmaken en indienen;
   e) de dienstverlening aan de jachtsector bevorderen;
   6° maatschappelijk onaanvaardbare schade en impact door jachtwild, invasieve uitheemse soorten en beschermde soorten voorkomen en inperken;
   7° wetenschappelijk onderzoek in het kader van de doelstellingen, vermeld in punt 1° tot en met 6°, uitvoeren;
   8° verscherping van het toezicht op de toepassing van de jachtreglementering.]1

  
Art. 32/1. [1 Il est instauré, au sein de l'Agence de la Nature et des Forêts, un Fonds de la chasse qui peut être utilisé en vue de réaliser les objectifs suivants :
   1° chercher à établir des populations stables d'animaux sauvages dans leurs habitats ;
   2° procéder à une sensibilisation en matière d'intégration de la gestion du gibier dans le cadre plus vaste de la préservation de la nature ;
   3° concrétiser les objectifs de conservation établis entraînant une amélioration des habitats des espèces sauvages ;
   4° stimuler et soutenir le fonctionnement des unités de gestion du gibier ;
   5° soutenir l'organisation pratique de la chasse, notamment les aspects suivants :
   a) organiser des examens de chasse ;
   b) octroyer un permis de chasse ;
   c) octroyer une licence de chasse ;
   d) élaborer et soumettre un plan tel que mentionné à l'article 7 du présent décret ;
   e) favoriser le service fourni au secteur de la chasse ;
   6° éviter et limiter les dégâts sociaux et l'impact inacceptables du gibier, des espèces non indigènes et des espèces protégées ;
   7° poursuivre les recherches scientifiques dans le cadre des objectifs mentionnés aux points 1° à 6° ;
   8° renforcement du contrôle sur l'application de la réglementation relative à la chasse.]1

  
Art. 32/2. [1 Het Jachtfonds is een begrotingsfonds als vermeld in [2 artikel 15, § 2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]2. Het wordt gespijsd door:
   1° de prijs van de jachtverloven en jachtvergunningen;
   2° de opbrengst van de inschrijvingsgelden voor het jachtexamen.]1

  
Art. 32/2. [1 Le Fonds de la chasse est un fonds budgétaire tel que visé à [2 l'article 15, § 2, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]2. Il est alimenté par :
   1° le prix des permis et licences de chasse ;
   2° le produit des inscriptions pour l'examen de chasse.]1

  
Art. 32/3. [1 De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de volgende aspecten:
   1° wie instaat voor het beheer van het Jachtfonds;
   2° de wijze waarop het aandeel van het Jachtfonds wordt bepaald dat wordt toebedeeld aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1;
   3° het instellen van een Centraal Comité van het Jachtfonds, de samenstelling ervan, de werking ervan en de taken ervan;
   4° de procedure waarmee de middelen uit het Jachtfonds kunnen worden aangewend voor de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1.]1

  
Art. 32/3. [1 Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux aspects suivants :
   1° qui assume la gestion du Fonds de la chasse ;
   2° la manière dont est définie la part du Fonds de la chasse affectée à chacun des objectifs visés à l'article 32/1 ;
   3° la constitution d'un Comité central du Fonds de la Chasse, sa composition, son fonctionnement et ses tâches ;
   4° la procédure par laquelle les moyens du Fonds de la chasse peuvent être affectés aux objectifs visés à l'article 32/1.]1

  
HOOFDSTUK X. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions spéciales.
Art.33. [1 De Vlaamse Regering kan afwijken van de bepalingen van dit decreet onder de door haar bepaalde voorwaarden en toezicht, en dit om een of meer van de volgende redenen :
   1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
   2° in het kader van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale en economische aard, en voor het milieu gunstige effecten;
   3° in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
   4° ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
   5° voor doeleinden in verband met onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie, alsook voor de daartoe benodigde kweek;
   6° om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt en vastgesteld aantal van bepaalde specimens te vangen of in bezit te hebben;
  [2 7° ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of aan andere goederen in eigendom of gebruik.]2
   [2 Ten aanzien van de vogelsoorten, vermeld in artikel 3, zijn de volgende mogelijkheden tot afwijking niet van toepassing:
   1° de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 2° ;
   2° de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 7°, voor wat betreft de voorkoming van belangrijke schade aan andere goederen dan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren.]2

   Afwijkingen op grond van dit artikel kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld :
   1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
   2° de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau.]1

  
Art.33. [1 Le Gouvernement flamand peut déroger aux dispositions du présent décret aux conditions et sous le contrôle qu'il fixe, et ce pour une plusieurs des raisons uivantes :
   1° dans l'intérêt de la santé publique ou de la sécurité publique;
   2° dans le cadre de raisons obligatoires de grand intérêt public, y compris les raisons de nature sociale et économique et les effets environnementaux favorables;
   3° dans le cadre du trafic aéronautique;
   4° en vue de la protection de la faune et flore sauvage ou en vue du maintien des habitats naturels;
   5° à des fins relatives à la recherche ou à l'enseignement, à la repopulation ou la réintroduction, ainsi qu'à l'élevage nécessaire à cet effet;
   6° afin de créer la possibilité de capturer ou de détenir, sous des circonstances strictement contrôlées de manière sélective en dans certaines limites, un nombre fixé et limité de certains spécimens;
  [2 7° en vue de la prévention d'importants dégâts aux cultures, bétail, bois, pêche ou eaux ou autres bien en propriété ou en utilisation.]2
   [2 Les possibilités de dérogation suivantes ne s'appliquent aux espèces d'oiseaux visées à l'article 3 :
   1° la possibilité visée à l'alinéa premier, 2° ;
   2° la possibilité visée à l'alinéa premier, 7°, en ce qui concerne la prévention d'importants dégâts à des biens autres que les cultures, le bétail, les bois, la pêche ou les eaux.]2

   Les dérogations sur la base du présent article ne peuvent être accordées que si les conditions suivantes ont été remplies :
   1° il ne peut y exister une autre solution satisfaisante;
   2° la dérogation ne peut pas porter préjudice à l'objectif d'assurer la survie de population de l'espèce en question dans un état favorable de maintien, au niveau local ou au niveau flamand.]1

  
Art.34. De Vlaamse Executieve kan alle maatregelen treffen die zij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 3, evenals hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben.
  [1 lid 2 opgeheven]1
  
Art.34. L'Exécutif flamand peut prendre toutes les mesures utiles pour la protection de tous les oiseaux vivant à l'état sauvage autres que ceux mentionnés à l'article 3 ainsi que leurs oeufs, même vidés, et couvés. Ces mesures s'appliquent aux oiseaux vivants, morts ou naturalisés.
  [1 alinéa 2 abrogé]1
  
Art.35. [1 Het is verboden]1 nesten en broedsels van vogels, gerangschikt bij het wild, weg te nemen of opzettelijk te vernielen, te vervoeren of in de handel te brengen.
  
Art.35. [1 Il est interdit]1 d'enlever, de détruire intentionnellement, de transporter ou de mettre sur le marché des nids et des couvées d'oiseaux classés parmi le gibier.
  
Art.36. De Vlaamse Executieve kan inzake jacht en vogelbescherming alle vereiste maatregelen treffen voor de uitvoering van bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, gesloten te Rome op 25 maart 1957, uit het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 februari 1958, uit het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, gedaan te Bonn op 23 juni 1979 en uit het Verdrag inzake het behoud van wilde planten en dieren en hun natuurlijk leefmilieu, ondertekend te Bern op 19 september 1979, en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten. Deze maatregelen kunnen de opheffing en de wijziging van wets- en decreetbepalingen inhouden.
Art.36. L'Exécutif flamand peut, en matière de chasse et de protection d'oiseaux, prendre toutes les mesures nécessaires pour la mise en oeuvre des dispositions découlant du Traité instituant la Communauté économique européenne, conclu à Rome le 25 mars 1957, du Traité instituant l'Union économique Bénélux, signé à La Haye le 3 février 1958, de la Convention sur la conservation des espèces émigratrices appartenant à la faune sauvage, fait à Bonn le 23 juin 1979 et de la Convention relative à la conservation de la vie sauvage et du milieu naturel de l'Europe, signée à Berne le 19 septembre 1979 et des actes internationaux pris en vertu de ces Traités et Conventions. Ces mesures peuvent comporter l'abrogation et la modification des dispositions légales et décrétales.
HOOFDSTUK XI. - Algemene strafbepalingen.
CHAPITRE XI. - Dispositions pénales générales.
Art.37. [1 Voor dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten gebeurt het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk sanctioneren van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]1
  
Art.37. [1 En ce qui concerne le présent décret et ses arrêtes d'exécution, la surveillance, l'imposition de mesures administratives, l'instruction de délits environnementaux, l'imposition de amendes administratives, la perception et le recouvrement des montants dus, la recherche de délits environnementaux, la sanction pénale de délits environnementaux et l'imposition de mesures de sécurité, sont exécutés suivant les règles visées aux titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.]1
  
HOOFDSTUK XII. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE XII. - Dispositions abrogatoires et modificatives.
Art.41.   1. ;
  2. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 20 van W 1882-02-28/30>;
  3. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 22 van W 1882-02-28/30>;
  4. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 24 van W 1882-02-28/30>;
  5. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 24 van W 1882-02-28/30>;
  6. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 26 van W 1882-02-28/30>;
  7. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 31 van W 1882-02-28/30>;
  8. <wijzigingsbepaling, voor het Vlaamse Gewest, van art. 31ter van W 1882-02-28/30>.
Art.41.   1. ;
  2. ;
  3. ;
  4. ;
  5. ;
  6. ;
  7. ;
  8. .
Art.42.
Art.42.
Art.43.
Art.43.
Art.44.
Art.44.
Art.45. Wat het Vlaamse Gewest betreft, worden in de wets- en verordeningsbepalingen inzake de jacht, de vermeldingen " de wet van 30 juli 1922 waarbij het zegelrecht gesteld op de verlofbrieven voor het dragen van jachtwapens en voor het jagen met de hazewind verhoogd wordt en waarbij een verlofbrief voor het vogelvangen met netten en een taxe op de inrichtingen van eendekooien ingevoerd wordt " de artikelen 184-186 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen " als " het Jachtdecreet van 24 juli 1991 " gelezen.
Art.45. En ce qui concerne la Région flamande, les mentions dans les dispositions légales et réglementaires " la loi du 30 juillet 1922 relevant le droit de timbre sur les permis de port d'armes de chasse et de chasse au lévrier et instituant un permis de tenderie aux oiseaux, ainsi qu'une taxe sur les établissements de canardières " et " les articles 184-186 du code des taxes assimilées au droit de timbre " doivent être lues comme " le Décret sur la chasse du 24 juillet 1991.
Art.46. <wijzigingsbepaling van art. 4 van DVR 1991-01-23/34>
Art.46.
Art.47. De reglementaire bepalingen getroffen in uitvoering van de Jachtwet van 28 februari 1882 blijven geldig voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit decreet en zolang zij door de Vlaamse Executieve niet worden opgeheven.
Art.47. Les dispositions réglementaires prises en exécution de la loi sur la chasse du 28 février 1882 restent applicables dans la mesure où elles ne sont pas contraires aux dispositions du présent décret et tant qu'elles n'ont pas été abrogées par l'Exécutif flamand.
HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE XIII. - Dispositions finales et transitoires.
Art.48. Elk beding strijdig met een bepaling van dit decreet is nietig.
Art.48. Toute stipulation contraire a une disposition du présent décret, est nulle.
Art. 49. § 1. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 1992.
  § 2. Bij wijze van overgangsmaatregel is het in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, tot 30 juni 1995 geoorloofd te jagen met het geweer op terreinen waarvan de aaneengesloten oppervlakte ten minste vijfentwintig hectare bedraagt.
  § 3. In afwijking van artikel 29, eerste lid is het bij wijze van overgangsbepaling tot de datum van de officiële opening van de jacht in 1996 slechts verboden wild uit te zetten vanaf dertig dagen voor de opening van de jacht op dit wild en tot en met de laatste dag van de opening van de jacht.
Art. 49. § 1. Le présent décret entre en vigueur le 1er juillet 1992.
  § 2. A titre transitoire, il est permis par dérogation à l'article 8, § 1er, premier alinéa, jusqu'au 30 juin 1995, de pratiquer la chasse à tir sur les terrains dont la superficie d'un seul tenant couvre au moins vingt-cinq hectares.
  § 3. Par dérogation à l'article 29, premier alinéa, et à titre transitoire jusqu'à la date de l'ouverture officielle de la chasse en 1996, la mise en liberté du gibier n'est interdite qu'à partir de trente jours avant l'ouverture de la chasse à ce gibier jusques et y compris le dernier jour de l'ouverture de la chasse.