Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 NOVEMBER 1990. - Besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap houdende regeling van een aanvullende toelage van 5 frank, toegekend aan de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, per verstrekkingsuur ten voordele van de gerechtigden die wonen in gemeenten met lage bevolkingsdichtheid.
Titre
20 NOVEMBRE 1990. - ArrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© francaise portant rĂšglement d'une subvention supplĂ©mentaire de 5 francs, octroyĂ©e aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es, par heure prestĂ©e au bĂ©nĂ©fice des usagers habitant des communes Ă faible densitĂ© de population.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Een aanvullende toelage van 5 frank wordt toegekend aan de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, per verstrekkingsuur ten voordele van de gerechtigden die wonen in gemeenten met lage bevolkingsdichtheid.
Article 1. Une subvention supplémentaire de 5 francs est octroyée aux services d'aide aux familles et aux personnes ùgées, par heure prestée au bénéfice des usagers habitant des communes à faible densité de population.
Art. 2. De bij dit besluit bepaalde diensten voor gezins- en bejaardenhulp zijn de diensten erkend op basis van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 december 1988 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en van de toekenning van toelagen aan deze diensten.
Art. 2. Les services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es visĂ©s par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont les services agréés sur base de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 16 dĂ©cembre 1988 rĂ©glant l'agrĂ©ment des services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es et l'octroi de subventions Ă ces services.
Art. 3. De gemeenten met geringe bevolkingsdichtheid zijn de gemeenten waar de dichtheid van de bevolking lager is dan of gelijk is aan 120 inwoners per vierkante kilometer.
Art. 3. Les communes à faible densité de population sont les communes dont la population a une densité inférieure ou égale à 120 habitants par kilomÚtre carré.
Art. 4. De bevolkingsdichtheid wordt bepaald dank zij :
  1° de oppervlakte van de gemeenten meegedeeld door het Centraal Bestuur van het Kadaster van het Ministerie van Financiën;
  2° de cijfers van de bevolking naar recht per gemeente op de datum van 1 januari 1988, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door het Nationaal Instituut van de Statistiek.
  1° de oppervlakte van de gemeenten meegedeeld door het Centraal Bestuur van het Kadaster van het Ministerie van Financiën;
  2° de cijfers van de bevolking naar recht per gemeente op de datum van 1 januari 1988, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door het Nationaal Instituut van de Statistiek.
Art. 4. La densité de la population est déterminée grùce à :
  1° la superficie des communes communiquée par l'Administration centrale du Cadastre du MinistÚre des Finances;
  2° les chiffres de la population de droit par commune à la date du 1er janvier 1988 publiés au Moniteur belge par l'Institut national de Statistique.
  1° la superficie des communes communiquée par l'Administration centrale du Cadastre du MinistÚre des Finances;
  2° les chiffres de la population de droit par commune à la date du 1er janvier 1988 publiés au Moniteur belge par l'Institut national de Statistique.
Art. 5. Worden in aanmerking genomen voor het toekennen van toelagen al de activiteiten van de gezins- en bejaardenhelpsters verricht in 1989 en bedoeld in het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 december 1988 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en van de toekenning van toelagen aan deze diensten, met uitzondering van de activiteiten bedoeld in de artikelen 14, 15, 16 en 17 van dit besluit.
Art. 5. Sont prises en considĂ©ration pour l'octroi de la subvention, toutes les activitĂ©s des aides familiales et seniors effectuĂ©es en 1989 et visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 16 dĂ©cembre 1988 rĂ©glant l'agrĂ©ment des services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es et l'octroi de subventions Ă ces services, Ă l'exception des activitĂ©s visĂ©es aux articles 14, 15, 16 et 17 de cet arrĂȘtĂ©.
Art. 6. Voor iedere dienst mag het in aanmerking te nemen aantal uren zijn vastgesteld contingent voor het jaar 1989 niet overschrijden, overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 december 1988 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en van de toekenning van toelagen aan deze diensten.
Art. 6. Pour chaque service, le nombre d'heures Ă prendre en considĂ©ration ne peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă son contingent, fixĂ© pour l'annĂ©e 1989, conformĂ©ment Ă l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 16 dĂ©cembre 1988 rĂ©glant l'agrĂ©ment des services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es et l'octroi de subventions Ă ces services.
Art. 7. De werkzaamheid van de gezins- en bejaardenhelpsters, gesubsidiëerd door het Interdepartementeel Begrotingsfonds ter bevordering van de werkgelegenheid, bedoeld in het hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, wordt volgens de bepalingen van dit besluit in aanmerking genomen voor de toekenning van toelagen. De grens bepaald in artikel 6 van dit besluit is niet van toepassing op deze uren.
Art. 7. L'activitĂ© des aides familiales et seniors subsidiĂ©e par le fonds budgĂ©taire interdĂ©partemental de promotion de l'emploi, visĂ© au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non marchand, est prise en considĂ©ration, aux conditions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour l'octroi de la subvention. La limite prĂ©vue Ă l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas applicable Ă ces heures.
Art. 8. De Minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Zaken behoren, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre ayant les Affaires sociales dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.