Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JULI 1991. - Wet houdende begrotingsbepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-08-1991 en tekstbijwerking tot 29-04-1995).
Titre
20 JUILLET 1991. - Loi portant des dispositions budgétaires..
Documentinformatie
Info du document
Tekst (87)
Texte (87)
TITEL I. - Sociale bepalingen.
TITRE I. - Dispositions sociales.
HOOFDSTUK I. - Begrotingsmaatregelen.
CHAPITRE I. - Mesures budgétaires.
Artikel 1. <Wijzigingsbepaling van art. 39bis van W 1981-06-29/02>
Article 1.
Art.2. De Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie stelt, vanaf 1 juli 1991 en voor onbepaalde duur, een bedrag van 3.000 miljoen frank renteloos ter beschikking van de Rijksdienst voor pensioenen, dat zal worden aangewend voor de betaling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden voor het jaar 1991.
  De Koning kan, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie, de Rijksdienst voor pensioenen opleggen om het geheel of een gedeelte van die som ter beschikking te stellen van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie voor een door Hem te bepalen periode, teneinde het de laatstgenoemde Rijksdienst mogelijk te maken het hoofd te bieden aan onvoorziene uitgaven.
Art.2. L'Office national des vacances annuelles met, à partir du 1 juillet 1991 et pour une durée indéterminée, à disposition de l'Office national des pensions un montant sans intérêt de 3.000 millions de francs qui sera utilisé pour le paiement du revenu garanti aux personnes âgées pour l'année 1991.
  Après avis du Comité de gestion de l'Office national des vacances annuelles, le Roi peut, pour une période déterminée par Lui, imposer à l'Office national des pensions de mettre la totalité ou une partie de cette somme à la disposition de l'Office national des vacances annuelles, afin de permettre à ce dernier de faire face à des dépenses imprévues.
Art.3. <Wijzigingsbepaling van art. 36 van W 1981-06-29/02>
Art.3.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 6 août 1990 relatives aux mutualités et aux unions nationales de mutualités.
Art.4.
Art.4.
Art.5. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1991.
Art.5. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 1991.
TITEL II. - Tewerkstelling en arbeid.
TITRE II. - Emploi et travail.
HOOFDSTUK I. - Bepaling inzake het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
CHAPITRE I. - Disposition concernant le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
Art.6. Het Fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, opgericht bij de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening bij artikel 9 van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen, stelt vanaf 1 juli 1991 en voor onbepaalde duur, een bedrag van 1.000 miljoen frank renteloos ter beschikking van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ter betaling van de uitkeringen in verband met de programma's van wedertewerkstelling.
  De Koning kan, na advies van het Beheerscomité van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, volgens de modaliteiten die Hij bepaalt, aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening de terugbetaling opleggen van het geheel of een gedeelte van die som aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers om het toe te laten het hoofd te bieden aan onvoorziene uitgaven.
Art.6. Le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, institué auprès de l'Office national de l'emploi par l'article 9 de la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, met, à partir du 1er juillet 1991 et pour une durée indéterminée, à disposition de l'Office national de l'emploi un montant sans intérêt de 1.000 millions de francs qui sera utilisé pour le paiement des allocations relatives aux programmes de remise au travail.
  Après avis du Comité de gestion du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, le Roi peut, selon les modalités qu'Il détermine, imposer à l'Office national de l'emploi le remboursement d'une partie ou de la totalité de cette somme au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, afin de permettre à celui-ci de faire face à des dépenses imprévues.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Art.7. <Wijzigingsbepaling van art. 83, lid 1, van W 1978-07-03/01>
Art.7.
TITEL III. - Pensioenen : maatregelen betreffende de pensioenen van de openbare sector.
TITRE III. - Pensions : mesures concernant les pensions du secteur public.
Art.8. <Wijzigingsbepaling van art. 12 van W 1958-04-28/31>
Art.8.
Art.9. <Wijzigingsbepaling van art. 12, § 5, lid 1, van W 1958-04-28/31>
Artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit nr. 177 van 30 december 1982, wordt als volgt vervolledigd : " De in het eerste en het derde lid bedoelde verzoeken worden uiterlijk 31 december 1996 gedaan ";
  2° Artikel 4 van het voormeld koninklijk besluit nr. 177 wordt als volgt gewijzigd :
  " Art. 4. - De bevoorrechte aandelen geven voor de boekjaren 1991, 1992, 1993, 1994 en 1995 recht ten laste van de financiële resultatenrekening, op een jaarlijks vast dividend van 40 frank ".
Art.9.
Art.10. <Wijzigingsbepaling van art. 12 bis, § 3, lid 1, van W 1958-04-28/31>
Art.10.
Art.11.
Art.11.
Art.12. <Wijzigingsbepaling van art. 61bis, § 3, lid 1, van W 1984-05-15/30>
Art.12.
Art.13. <Wijzigingsbepaling van art. 12 van W 1958-04-28/31>
Art.13.
Art.14. <wijzigingsbepaling van art. 12bis van W 1958-04-28/31 vanaf 1995-01-01>
Art.14.
Art.15.
Art.15.
Art.16. Artikel 12, §§ 2 en 3, van de voormelde wet van 28 april 1958, ingevoegd door het koninklijk besluit nr. 418 van 16 juli 1986, wordt ingetrokken.
Art.16. L'article 12, §§ 2 et 3, de la loi du 28 avril 1958 précitée inséré par l'arrêté royal n° 418 du 16 juillet 1986, est rapporté.
TITEL IV. - Middenstand : sociaal statuut der zelfstandigen.
TITRE IV. - Classes moyennes : statut social des travailleurs indépendants.
Art.17. § 1. De leningen door het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen aangegaan om het verschil te overbruggen tussen de verminderingen toegepast op de rijkstoelagen aan de pensioenregeling van zelfstandigen en de werkelijke opbrengst van de maatregelen inzake matiging van de bedrijfsinkomsten der zelfstandigen, genomen in uitvoering van de koninklijke besluiten nr. 289 van 31 maart 1984 houdende bepaalde tijdelijke maatregelen inzake matiging van de inkomsten der zelfstandigen met het oog op de vermindering van de openbare lasten en het financieel evenwicht van het sociaal statuut van de zelfstandigen, en nr. 464 van 25 september 1986 tot consolidering van de maatregelen inzake matiging van de inkomsten der zelfstandigen, worden toegevoegd aan het overblijvende saldo van de gecumuleerde schuld van de pensioenregeling der zelfstandigen, die bij de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de Middenstand door het Rijk werd overgenomen.
  § 2. De Koning past het plan tot aflossing van de gecumuleerde schuld van de pensioenregeling der zelfstandigen, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 26 maart 1981 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 november 1987, aan in functie van de bepalingen van § 1, derwijze dat het bedrag van de annuïteiten ten laste van het Rijk vastgesteld blijft op 1,2 miljard frank, het bedrag van de laatste annuïteit beperkt zijnde tot het verschuldigd saldo.
  (Van 1993 tot en met 1996 wordt het bedrag van de annuïteiten ten laste van het Rijk bedoeld in voorgaand lid vastgesteld op 920 miljoen frank.) <W 1992-12-30/40, art. 127, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1993>
  § 3. De financiële lasten van de schuld voortvloeiend uit de leningen bedoeld bij § 1 worden gedekt door een voorafname op de boni van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen.
Art.17. § 1. Les emprunts contractés par l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants pour combler la différence entre les réductions opérées sur les subventions de l'Etat au régime de pension des travailleurs indépendants et le produit réel des mesures de modération des revenus professionnels des travailleurs indépendants prises en exécution des arrêtés royaux n° 289 du 31 mars 1984 portant certaines mesures temporaires relatives à la modération des revenus des travailleurs indépendants en vue de la réduction des charges publiques et de l'équilibre financier du statut social des travailleurs indépendants, et n° 464 du 25 septembre 1986 consolidant les mesures relatives à la modération des revenus des travailleurs indépendants, sont ajoutés au solde subsistant de la dette cumulée du régime de pension des travailleurs indépendants, reprise par l'Etat par la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux Classes moyennes.
  § 2. Le Roi adapte le plan d'amortissement de la dette cumulée du régime de pension des travailleurs indépendants, établi par l'arrêté royal du 26 mars 1981 et modifié par l'arrêté royal du 6 novembre 1987, en fonction des dispositions du § 1er, de sorte que le montant des annuités à charge de l'Etat reste fixé à 1,2 milliard de francs, le montant de la dernière annuité étant limité au solde restant dû.
  (De 1993 à 1996 inclus, le montant des annuités à charge de l'Etat visé à l'alinéa précédent est fixé à 920 millions de francs.) <L 1992-12-30/40, art. 127, 002; En vigueur : 19-01-1993>
  § 3. Les charges financières de la dette résultant des emprunts visés au § 1er sont couvertes par un prélèvement sur les boni du régime d'allocations familiales des travailleurs indépendants.
Art.18. Het financieel evenwicht van de pensioenregeling voor zelfstandigen voor het begrotingsjaar 1990 wordt verzekerd door de aanwending in deze regeling van :
  1° een bedrag van 150,1 miljoen frank, voorafgenomen op de beschikbare opbrengst van de maatregelen genomen in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 186 van 30 december 1982 houdende de sociale solidariteitsbijdrage verschuldigd voor het jaar 1983 door de genieters van bedrijfsinkomsten die niet aan de index van de consumptieprijzen gebonden zijn;
  2° een bijkomend bedrag van 1.130 miljoen frank, voorafgenomen op de reserves van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen.
Art.18. L'équilibre financier du régime de pension des travailleurs indépendants pour l'année budgétaire 1990 est assuré par l'affectation à ce régime :
  1° d'un montant de 150,1 millions de francs, prélevé sur le produit disponible des mesures prises en exécution de l'arrêté royal n° 186 du 30 décembre 1982 relatif à la cotisation sociale de solidarité due pour l'année 1983 par les bénéficiaires de revenus professionnels non liés à l'indice des prix à la consommation;
  2° d'un montant supplémentaire de 1.130 millions de francs, prélevés sur les réserves du régime d'allocations familiales des travailleurs indépendants.
Art.19. Voor het begrotingsjaar 1991 wordt een bedrag van 626,1 miljoen frank voorafgenomen op de reserves van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen en als volgt aangewend :
  1° 272,2 miljoen frank ter financiering van de maatregelen genomen met het oog op het verbeteren van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen;
  2° 353,9 miljoen frank ter verzekering van het financieel evenwicht van de pensioenregeling voor zelfstandigen.
Art.19. Pour l'année budgétaire 1991, un montant de 626,1 millions de francs est prélevé sur les réserves du régime d'allocations familiales des travailleurs indépendants et affecté comme suit :
  1° 272,2 millions de francs au financement des mesures prises en vue d'améliorer le régime d'allocations familiales des travailleurs indépendants;
  2° 353,9 millions de francs pour assurer l'équilibre du régime de pension des travailleurs indépendants.
TITEL V. - Verkeer en Infrastructuur.
TITRE V. - Communications et Infrastructure.
HOOFDSTUK I. - Belgische Naamloze Vennootschap tot exploitatie van het luchtverkeer.
CHAPITRE I. - Société anonyme belge d'exploitation de la navigation aérienne.
Art.20. De Minister van Verkeerswezen, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Financiën en de Minister van Begroting worden ertoe gemachtigd namens de Staat verbintenissen aan te gaan tot het betalen op de vervaldag, aan de Belgische Maatschappij voor de financiering van de nijverheid, van de interest, de aflossing en de bijkomstige financiële kosten van leningen ter financiering van kapitaalparticipaties in SABENA.
  Die verbintenissen mogen in 1991 slaan op een leningtotaal van ten hoogste 12,6 miljard frank.
Art.20. Le Ministre des Communications, le Ministre des Affaires économiques, le Ministre des Finances et le Ministre du Budget sont autorisés, au nom de l'Etat, à passer des contrats avec la Compagnie belge pour le financement de l'industrie en vue du paiement, à leur échéance, des intérêts, des amortissements et des frais accessoires des emprunts destinés à financer des participations au capital de la SABENA.
  Ces contrats peuvent porter, en 1991, sur un emprunt total de 12,6 milliards de francs au maximum.
Art.21. De bedragen in hoofdsom, interesten en nalatigheidsinteresten waarop het Fonds voor industriële vernieuwing, bij toepassing van artikel 9, §§ 3 en 4 van het koninklijk besluit nr. 31 van 15 december 1978, bij toepassing van de herstelwet van 31 juli 1984, en in uitvoering van het protocol dd. 11 juni 1985 afgesloten tussen het F.I.V. en de Nationale Investeringsmaatschappij aanspraak heeft, zijnde 386.193.486 frank, alsook de bedragen in hoofdsom, interesten en eventuele nalatigheidsinteresten waarop het F.I.V. in de toekomst aanspraak zal kunnen maken worden met ingang van 1 januari 1991 ter beschikking gesteld van de N.I.M., onder de vorm van terugbetaalbare renteloze voorschotten. Deze voorschotten zullen uitsluitend aangewend worden voor het verrichten van onderschrijving van aandelen of betalingen op obligaties, desgevallend achtergesteld of converteerbaar, uit te geven door SABENA.
  Alle modaliteiten van terbeschikkingstelling alsook alle modaliteiten en voorwaarden van terugbetaling van deze middelen evenals het kader van de met deze middelen door de N.I.M. uit te voeren tussenkomsten zullen het voorwerp uitmaken van een protocol af te sluiten tussen de Minister van Economische Zaken en de N.I.M.
  In geval van faillissement, gerechtelijk akkoord kapitaalvermindering of duurzame waardevermindering, kennelijk onvermogen, vereffening van de vennootschap waarvan de aandelen of obligaties werden verworven door de N.I.M. bij aanwending van de F.I.V.-middelen, worden de aldus definitief verloren middelen, in mindering gebracht van het bedrag van de terugbetaalbare renteloze voorschotten.
Art.21. Le montant du principal, des intérêts et intérêts de retard auxquels le Fonds de rénovation industrielle peut prétendre en vertu de l'article 9, §§ 3 et 4 de l'arrêté royal n° 31 du 15 décembre 1978, en vertu de la loi de redressement du 31 juillet 1984, et en exécution du protocole du 11 juin 1985 conclu entre le F.R.I. et la Société nationale d'investissement, soit 386.193.486 francs, ainsi que les montants du principal, intérêts et intérêts de retard éventuels auxquels le F.R.I. pourra encore prétendre, sont mis à la disposition de la S.N.I. à partir du 1er janvier 1991 sous forme d'avances remboursables et sans intérêts. Ces avances seront exclusivement destinées à souscrire à des actions ou au paiement d'obligations, éventuellement subordonnées ou convertibles, à émettre par la SABENA.
  Toutes les modalités de la mise à la disposition, les modalités et conditions du remboursement de ces moyens, ainsi que le cadre des interventions auxquelles la S.N.I. devra procéder avec ces moyens, feront l'objet d'un protocole à conclure entre le Ministre des Affaires économiques et la S.N.I.
  En cas de faillite, concordat judiciaire, réduction de capital, réduction de valeur durable, insolvabilité ou liquidation de la société dont les actions ou obligations ont été acquises par la S.N.I. par utilisation des moyens du F.R.I., les moyens ainsi définitivement perdus sont déduits du montant des avances remboursables sans intérêts.
Art.22. Goedgekeurd worden :
  1° de fusie van SABENA met haar dochterondernemingen SABENA CATERING SERVICES N.V., SABENA TECHNICS N.V. en SABENA WORLD AIRLINES N.V. met inwerkingtreding van 1 januari 1991;
  2° het verminderen van het aantal maatschappelijke deelbewijzen met 10 miljoen door ze te vernietigen en ze zodoende terug te brengen van 18,5 miljoen tot 8,5 miljoen;
  3° het inbrengen van de schuldvordering van de Belgische Staat zoals bedoeld in artikel 33 van de statuten van SABENA in de vorm van een kapitaalverhoging ten belope van 16,2 miljard frank, gevolgd door een kapitaalvermindering ten belope van 16,2 miljard frank door aanzuivering van verliezen;
  4° de verhoging van het maatschappelijk kapitaal van SABENA door incorporatie van de reserves;
  5° de verhoging van het maatschappelijk kapitaal met 10 miljard frank om het te brengen van 9 miljard op 19 miljard frank door uitgifte van maatschappelijke deelbewijzen zonder nominale waarde waarop in te schrijven voor 9,6 miljard door de N.V. BELFIN en voor 0,4 miljard door de N.I.M.;
  6° de kapitaalvermindering ten einde de gecumuleerde verliezen op 31 maart 1991 aan te zuiveren op basis van een staat die wordt gecertificeerd door het college van commissarissen-revisoren van SABENA, dat wordt aangevuld met een uitsluitend voor dat doel door de Minister van Financiën aangewezen bedrijfsrevisor, welke staat bekrachtigd wordt door de Koning, bij een Ministerraad overlegd besluit;
  7° de splitsing van het boekjaar 1991 in twee boekjaren, het ene voor een periode van 1 januari tot 31 maart 1991, en het tweede voor een periode van 1 april tot 31 december 1991;
  8° het in overeenstemming brengen van haar statuten, met toepassing van deze bepaling.
Art.22. Sont approuvés :
  1° la fusion de la SABENA avec ses filiales SABENA CATERING SERVICES S.A., SABENA TECHNICS S.A., et SABENA WORLD AIRLINES S.A. avec entrée en vigueur le 1er janvier 1991;
  2° la diminution du nombre de parts sociales de 10 millions par annulation de celles-ci pour les ramener de 18,5 millions à 8,5 millions;
  3° l'apport de la créance de l'Etat belge prévue à l'article 33 des statuts de la SABENA sous forme d'une augmentation de capital d'un montant de 16,2 milliards de francs, suivie d'une diminution de capital d'un montant de 16,2 milliards de francs par absorption des pertes;
  4° l'augmentation du capital social de la SABENA par incorporation des réserves;
  5° l'augmentation de son capital social de 10 milliards de francs pour le porter de 9 milliards à 19 milliards de francs par l'émission de parts sociales sans désignation de valeur nominale à souscrire par la S.A. BELFIN pour 9,6 milliards et par la S.N.I. pour 0,4 milliard;
  6° la réduction de capital en vue d'absorber les pertes cumulées au 31 mars 1991 sur la base d'une situation certifiée par le Collège des commissaires réviseurs de la SABENA, élargi à un réviseur d'entreprise désigné exclusivement à cette fin par le Ministre des Finances et ratifiée par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  7° la scission de l'exercice social 1991 en deux exercices, l'un commençant le 1er janvier pour se terminer le 31 mars 1991, l'autre commençant le 1er avril pour se terminer le 31 décembre 1991;
  8° la mise en concordance de ses statuts, en exécution de la présente disposition.
Art.23. SABENA mag overgaan tot de volgende verrichtingen, die slechts uitwerking hebben na goedkeuring door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit :
  1° het bepalen van een toegestaan maatschappelijk kapitaal op 40 miljard frank;
  2° de verhoging dientengevolge van haar maatschappelijk kapitaal met 9 miljard frank door uitgifte van maatschappelijke deelbewijzen zonder nominale waarde waarop dient ingeschreven te worden door de N.V. BELFIN voor 7,9 miljard en door de N.I.M. voor 1,1 miljard;
  3° het in overeenstemming brengen van haar statuten, in uitvoering van deze bepaling.
Art.23. La SABENA peut procéder aux opérations suivantes, lesquelles n'auront d'effet qu'après approbation par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
  1° la fixation d'un capital social autorisé de 40 milliards de francs;
  2° l'augmentation en conséquence de son capital social de 9 milliards de francs par l'émission de parts sociales sans désignation de valeur nominale à souscrire par la S.A. BELFIN pour 7,9 milliards et par la S.N.I. pour 1,1 milliard.
  3° mise en concordance de ses statuts, en exécution de la présente disposition.
Art.24. De Staat wordt gemachtigd om zijn deelneming in het kapitaal van SABENA te verhogen door de aankoop van 17 miljard 500 miljoen frank van de aandelen waarop de N.V. BELFIN heeft ingeschreven, het eventuele saldo van de inschrijvingsprijs van deze aandelen vol te storten en alle contractuele verbintenissen met betrekking tot deze verrichtingen te nemen.
Art.24. L'Etat est autorisé à augmenter sa participation au capital de la SABENA par l'achat des actions souscrites à concurrence de 17 milliards 500 millions de francs par la S.A. BELFIN, à libérer le solde éventuel du prix de souscription de ces titres et à prendre tous engagements contractuels relativement à ces opérations.
Art.25.
Art.25. 1° L'article 3, § 3, de l'arrêté royal n° 177 du 30 décembre 1982, est complété comme suit : "Les demandes visées aux alinéas 1er et 3 doivent être formées au plus tard le 31 décembre 1996";
  2° L'article 4 de l'arrêté royal n° 177 précité est modifié comme suit :
  "Art. 4. Les actions préférentielles donnent droit, pour les exercices 1991, 1992, 1993, 1994 et 1995, à un dividende fixe annuel de 40 francs à charge du compte de résultat financier".at financier ".
Art.26. De preferente aandelen van de Staat worden in maatschappelijke deelbewijzen omgevormd. De Staat is overigens gemachtigd om de preferente aandelen van andere aandeelhouders aan te kopen en om ze om te vormen in maatschappelijke deelbewijzen.
Art.26. Les actions privilégiées détenues par l'Etat sont transformées en parts sociales. L'Etat est par ailleurs autorisé à racheter les parts privilégiées détenues par d'autres actionnaires et à les transformer en parts sociales.
Art.27. Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 177 van 30 december 1982, wordt als volgt gewijzigd :
  " Art. 5. - De Staat waarborgt de betaling van de interesten en de aflossing van de door SABENA tot 31 maart 1991 uitgeschreven leningen waarvan de opbrengst uitsluitend bestemd is voor de verwerving van vliegend materieel of voor de verwerving van wisselstukken, van de uitrusting van de werkplaatsen voor onderhoud en revisie van het vliegend materieel.
  De Staat waarborgt tevens de uitvoering, wat de hoofdsom en de interesten betreft, van de tot 31 maart 1991 door SABENA aangegane financieringsverrichtingen, met inbegrip van de financieringshuur en de leasing, met het oog op de verwerving van vliegend materieel, van wisselstukken, van de uitrusting van werkplaatsen voor onderhoud en revisie van het vliegend materieel, bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
  De leningen en de financieringsverrichtingen met inbegrip van de financieringshuur en de leasing, welke door SABENA na 31 maart 1991 dienen te worden aangegaan zijn niet door de Staat gewaarborgd ".
Art.27. L'article 5 de l'arrêté royal n°177 du 30 décembre 1982, est modifié comme suit :
  "Art. 5. L'Etat garantit le service des intérêts et l'amortissement des emprunts émis par la SABENA jusqu'au 31 mars 1991, dont le produit est affecté à l'acquisition du matériel volant ou à l'acquisition de pièces de rechange, des équipements des ateliers d'entretien et de révision du matériel volant.
  L'Etat garantit également l'exécution en principal et intérêts des opérations de financement, y compris la location-financement et le leasing, conclues jusqu'au 31 mars 1991 par la SABENA en vue de l'acquisition de matériel volant, de pièces de rechange, des équipements, des ateliers d'entretien et de révision du matériel volant, visées à l'alinéa 1er du présent article.
  Les emprunts et les opérations de financement y compris la location-financement et le leasing, à contracter par la SABENA après le 31 mars 1991 ne sont pas garantis par l'Etat".
HOOFDSTUK II. - Inschrijving van de voertuigen.
CHAPITRE II. - Immatriculation des véhicules.
Art.28. Artikel 1, derde lid, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, gewijzigd bij de wet van 21 juni 1985, wordt vervangen door het volgende lid :
  " Op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort, bepaalt de Koning het bedrag van die vergoedingen; die vergoedingen mogen wat betreft de inschrijving van de voertuigen, niet lager zijn dan 2.500 frank .)".
Art.28. L'article 1er, alinéa 3, de la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le 16 mars 1968, modifié par la loi du 21 juin 1985, est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Sur proposition du Ministre qui a la circulation routière dans ses attributions, le Roi fixe le taux de ces redevances, lesquelles, en ce qui concerne l'immatriculation des véhicules, ne pourront pas être inférieures à 2.500 francs".
Art.29. Artikel 28 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1990; het treedt evenwel in werking op 1 april 1991 voor de inschrijving van de aanhangwagens die in het verkeer waren in België op 1 februari 1990 en die ingeschreven zijn vóór 1 april 1991.
Art.29. L'article 28 produit ses effets le 1er juillet 1990; il entre toutefois en vigueur le 1er avril 1991 pour l'immatriculation des remorques en circulation en Belgique au 1er février 1990 et immatriculées avant le 1er avril 1991.
TITEL VI.
TITRE VI.
HOOFDSTUK I. - Landbouw. - I. Wijziging van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987.
CHAPITRE I. - Agriculture. - I. Modification de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux.
Art.30. <Wijzigingsbepaling van art. 32, § 2, van W 1987-03-24/35>
Art.30.
HOOFDSTUK II. - Uitvoering van sommige bepalingen van de verordening (EEG) nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
CHAPITRE II. - Exécution de certaines dispositions du règlement (CEE) n° 729/70 relatif au financement de la politique agricole commune.
Art.31. In toepassing van de bepalingen voorzien in artikel 4, 2, derde lid, en in artikel 5.2, onder a), laatste lid van de verordening (EEG) nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wordt de Minister van Landbouw er toe gemachtigd om, met akkoord van de Minister van Financiën, contractueel aan een of meerdere financiële instellingen door de opening van een kredietlijn tot een maximum bedrag van 15 miljard frank, de terbeschikkingstelling toe te vertrouwen van financiële middelen ter dekking van de uitgaven uit hoofde van de afdeling Garantie van het Europees Orientatie- en Garantiefonds voor de landbouw in functie van de behoeften van de tot uitbetaling van deze uitgaven gemachtigde nationale diensten en organen en van de maandelijks door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, na de boeking van de met deze financiële middelen gedane uitgaven, gestorte voorschotten.
Art.31. En application des dispositions prévues à l'article 4.2, alinéa 3, et à l'article 5.2, point a), dernier alinéa, du règlement (CEE) n° 729/70 relatif au financement de la politique agricole commune, le Ministre de l'Agriculture est autorisé, moyennant l'accord du Ministre des Finances, à confier contractuellement à une ou plusieurs institutions financières, par l'ouverture d'une ligne de crédit, d'un montant maximum de 15 milliards de francs, la mobilisation des moyens financiers destinés à couvrir les dépenses au titre du Fonds européen d'orientation et de garantie agricole (FEOGA), section Garantie, en fonction des besoins des services et organismes nationaux habilités à payer ces dépenses et des avances versées mensuellement par la Commission des Communautés européennes après la prise en compte des dépenses effectuées avec ces moyens financiers.
TITEL VII. - Fiscale bepalingen.
TITRE VII. - Dispositions fiscales.
HOOFDSTUK I. - Directe belastingen.
CHAPITRE I. - Impôts directs.
Afdeling 1. - Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Section 1. - Code des impôts sur les revenus.
Art.32. <wijzigingsbepaling van art. 41, § 2, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, 1964-02-26>
Art.32.
Art.33. <wijzigingsbelastingen van art. 42ter, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, 1964-02-26>
Art.33.
Art.34. <wijzigingsbelastingen van art. 114 van het Wetboek van de inkomstenbelastinge, 1964-02-26>
Art.34.
Art.35.
Art.35.
Art.36. <wijzigingsbepaling van art. 303 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, 1964-02-26>
Art.36.
Art.37. <wijzigingsbepaling van art. 305, § 1, lid 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, 1964-02-26>
Art.37.
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen.
Section 2. - Dispositions particulières.
Art.38. In artikel 29, 2°, a) van de wet van 11 april 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen, gewijzigd bij artikel 43 van de wet van 4 augustus 198, worden tussen de woorden " schuldvorderingen of leningen " en de woorden " of tot opbrengsten van de concessie ", de volgende woorden ingevoegd :
  " wanneer de verkrijger kan geïndentificeerd worden als niet zijnde een natuurlijk of rechtspersoon onderworpen aan de personenbelasting of aan de rechtspersonenbelasting ".
Art.38. A l'article 29, 2°, a), de la loi du 11 avril 1983 portant des dispositions fiscales et budgétaires, modifié par l'article 43 de la loi du 4 août 1986, entre les mots "créances ou prêts" et les mots "ou des produits de la concession", sont insérés les mots :
  "lorsque le bénéficiaire peut être idenditfié comme n'étant pas une personne physique ou une personne morale assujettie à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des personnes morales".
Art.39. In artikel 312, § 3, van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen wordt het percentage van 5 pct. op 10 pct. gebracht.
Art.39. Dans l'article 312, § 3, de la loi du 22 décembre 1989 portant des dispositions fiscales, le taux de 5 p.c. est porté à 10 p.c.
Art.40. Met uitwerking op de data van hun respectieve inwerkingtreding, zijn bekrachtigd :
  1° het koninklijk besluit van 7 december 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
  2° het koninklijk besluit van 2 januari 1991 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing.
Art.40. Sont confirmés avec effet aux dates de leur entrée en vigueur :
  1° l'arrêté royal du 7 décembre 1990 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'arrêté royal du 4 mars 1965 d'exécution du Code des impôts sur les revenus;
  2° l'arrêté royal du 2 janvier 1991 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'arrêté royal du 4 mars 1965 d'exécution du Code des impôts sur les revenus.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding.
Section 3. - Entrée en vigueur.
Art.41. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing :
  1° met betrekking tot de artikelen 32 tot 34, 1°, met ingang van het aanslagjaar 1992;
  2° met betrekking tot artikel 34, 2°, op de inbrengen en opslorpingen verwezenlijkt vanaf 19 april 1991;
  3° met betrekking tot artikel 38, op de vanaf 19 april 1991 gevestigde schuldvorderingen of leningen.
  § 2. De artikelen 34, 3°, en 35 treden terzelfder tijd in werking op een datum die de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt.
  § 3. Elke wijziging die vanaf 25 februari 1991 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van artikel 34.
Art.41. § 1. Le présent chapitre est applicable :
  1° en ce qui concerne les articles 32 à 34, 1°, à partir de l'exercice d'imposition 1992;
  2° en ce qui concerne l'article 34, 2°, aux apports et absorptions réalisés à partir du 19 avril 1991;
  3° en ce qui concerne l'article 38, aux créances ou prêts constitués à partir du 19 avril 1991.
  § 2. Les articles 34, 3°, et 35 entrent en vigueur simultanément à une date que le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 3. Toute modification apportée à partir du 25 février 1991 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application de l'article 34.
HOOFDSTUK II. - Indirecte belastingen.
CHAPITRE II. - Impôts indirects.
Art.42. Artikel 1 van de op 20 november 1963 gecoördineerde wetsbepalingen betreffende het accijnsregime van minerale olie, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
Art.42. L'article 1er des dispositions légales relatives au régime d'accise des huiles minérales coordonnées le 20 novembre 1963, modifié par la loi du 20 juillet 1990, est remplacé par la disposition suivante :
Art.43. In artikel 1, § 1, van de wet van 7 februari 1961 betreffende het accijnsregime van benzol en van soortgelijke produkten, gewijzigd bij de wetten van 26 januari 1976, van 22 december 1989 en van 20 juli 1990, wordt het bedrag van " 489 fr. " vervangen door het bedrag van " 559 fr. ".
Art.43. Dans l'article 1er, § 1er, de la loi du 7 février 1961 concernant le régime d'accise des benzols et des produits analogues, modifié par les lois des 26 janvier 1976, 22 décembre 1989 et 20 juillet 1990, le montant de " 489 francs " est remplacé par le montant de " 559 francs ".
Art.44. Artikel 1 van de wet van 31 december 1947 betreffende het fiscaal regime van tabak, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
Art.44. L'article 1er de la loi du 31 décembre 1947 relative au régime fiscal du tabac, modifié par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
Art.45. § 1. De bijzondere accijnzen die voorlopig zijn vastgesteld bij de koninklijke besluiten van 6 augustus 1990 tot wijziging van het accijnsstelsel van minerale olie, van 26 september 1990 en van de 14 december 1990 tot wijziging van het accijnsstelsel van tabak en van 28 februari 1991 tot wijziging van het accijnsstelsel van minerale olie alsmede van het accijnsstelsel van benzol en van soortgelijke produkten worden definitief voor de periodes waarin die besluiten van kracht zijn geweest.
  § 2. Worden eveneens definitief voor dezelfde periode, de aanvullende bijzondere accijnzen zoals zij voorlopig werden vastgesteld bij dezelfde koninklijke besluiten.
Art.45. § 1. Les taux des droits d'accise spéciaux établis provisoirement par l'arrêté royal du 6 août 1990 modifiant le régime d'accise des huiles minérales, par les arrêtés royaux des 26 septembre 1990 et 14 décembre 1990 modifiant le régime d'accise du tabac, et par l'arrêté royal du 28 février 1991 modifiant le régime d'accise des huiles minérales ainsi que le régime d'accise des benzols et des produits analogues, sont rendus définitifs pour les périodes pendant lesquelles ces arrêtés ont été en vigueur.
  § 2. Sont également rendus définitifs pour les mêmes périodes, les droits d'accise spéciaux complémentaires fixés provisoirement par les mêmes arrêtés.
Art.46. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 6 augustus 1990 tot wijziging van het accijnsstelsel van minerale olie;
  2° het koninklijk besluit van 26 september 1990 tot wijziging van het accijnsstelsel van tabak;
  3° het koninklijk besluit van 14 december 1990 tot wijziging van het accijnsstelsel van tabak;
  4° het koninklijk besluit van 28 februari 1991 tot wijziging van het accijnsstelsel van minerale olie, alsmede van het accijnsstelsel van benzol en van soortgelijke produkten.
Art.46. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 6 août 1990 modifiant le régime d'accise des huiles minérales;
  2° l'arrêté royal du 26 septembre 1990 modifiant le régime d'accise du tabac;
  3° l'arrêté royal du 14 décembre 1990 modifiant le régime d'accise du tabac;
  4° l'arrêté royal du 28 février 1991 modifiant le régime d'accise des huiles minérales ainsi que le régime d'accise des benzols et des produits analogues;
TITEL VIII. - Diverse bepalingen.
TITRE VIII. - Dispositions diverses.
HOOFDSTUK I. - Economische Zaken : tienjaarlijkse telling.
CHAPITRE I. - Affaires économiques : recensement décennal.
Art.47. In artikel 2.32.3 van de wet van 13 december 1990 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1991 wordt binnen het programma 58/1 Tienjaarlijkse tellingen en occasionele enquetes na " Subsidie aan het Internationaal Instituut voor de Statistiek te Den Haag " toegevoegd : " Subsidies aan de gemeenten (als vergoeding voor hun uitgaven m.b.t. de volkstelling 1991) ".
Art.47. Est ajouté à l'article 2.32.3 de la loi du 13 décembre 1990 portant le budget général des dépenses pour l'année budgétaire 1991, au sein du programme 58/1 Recensements décennaux et enquêtes occasionnelles, après " Subvention à l'Institut international de Statistiques à La Haye " : " Subventions aux communes (en rémunération de leurs dépenses concernant le recensement décennal) ".
HOOFDSTUK II. - Justitie.
CHAPITRE II. - Justice.
Art.48. In artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechterlijke geldboeten, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden de woorden " zevenhonderd negentig decimes " vervangen door de woorden " achthonderd negentig decimes ".
Art.48. Dans l'article 1er, alinéas 1er et 2, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales, modifié par la loi du 22 décembre 1989, les mots " sept cent nonante décimes " sont remplacés par les mots " huit cent nonante décimes ".
Art.49. Een artikel 30bis, luidend als volgt, wordt in de wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten en van de bedienaars van de erediensten ingevoegd :
  " Art. 30bis. § 1. Een herwaarderingspremie wordt toegekend aan de bedienaars van de erediensten die hun ambt uitoefenen en een wedde genieten. In geval van onderbreking van de ambtsuitoefening met verlies van wedde, is de premie slechts verschuldigd als die onderbreking niet langer duurt dan dertig werkdagen.
  Het maandbedrag van de in het eerste lid bedoelde premie is vastgesteld op 1200 frank.
  Bij onvolledige prestaties wordt de premie naar rata van de geleverde prestaties uitbetaald.
  De premie wordt tegelijk met de wedde betaald.
  § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1991. "
Art.49. Un article 30bis, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 2 août 1974 relative aux traitements des titulaires de certaines fonctions publiques et des ministres des cultes :
  " Art. 30bis. - § 1. Une prime de revalorisation est accordée aux ministres des cultes qui exercent leur fonction et qui bénéficient d'un traitement. En cas d'interruption d'exercice de la fonction entraînant une perte de traitement, la prime n'est due que si cette interruption n'excède pas une durée de trente jours ouvrables.
  Le montant mensuel de la prime visée à l'alinéa 1er est fixé à 1200 francs.
  En cas de prestations incomplètes, la prime est payée à concurrence des prestations fournies.
  La prime est payée en même temps que le traitement.
  § 2. Le présent article produit ses effets à partir du 1er janvier 1991. "
Art.50. Artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 januari 1981, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 31. De wedden, de haard- of standplaatstoelagen alsook de herwaarderingspremie van de bedienaars van de erediensten en de Imams worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de bezoldiging van het Rijkspersoneel in actieve dienst. "
Art.50. L'article 31 de la même loi, modifié par la loi du 23 janvier 1981, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 31. - Les traitements, les allocations de foyer ou de résidence, ainsi que la prime de revalorisation des ministres des cultes et des imams sont liés au régime de mobilité applicable aux rétributions des agents de l'Etat en activité de service ".
HOOFDSTUK III. - Binnenlandse Zaken. - Staatsdienst met afzonderlijk beheer voor het beheer en de verdeling van het werkingsbudget van de provinciale gouvernementen.
CHAPITRE III. - Intérieur. - Service de l'Etat à gestion séparée pour la gestion et la répartition du budget de fonctionnement des gouvernements provinciaux.
Art.51. Er wordt bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt een Staatsdienst met afzonderlijk beheer zoals bedoeld in titel III van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit opgericht voor het beheer en de verdeling van het werkingsbudget van de provinciale gouvernementen.
Art.51. Il est créé au Ministère de l'Intérieur et de la Fonction publique un Service de l'Etat à gestion séparée, comme visé dans le titre III de la loi du 28 juin 1963 modifiant et complétant les lois sur la comptabilité de l'Etat, pour la gestion et la répartition du budget de fonctionnement des gouvernements provinciaux.
Art.52. De Staatsdienst met afzonderlijk beheer wordt geleid door een Beheerscommissie waarvan de samenstelling, de bevoegdheid en de werking wordt bepaald door de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art.52. Le Service de l'Etat à gestion séparée est géré par une Commission de gestion dont la composition, la compétence et le fonctionnement sont fixés par le Ministre de l'Intérieur.
Art.53. De Koning bepaalt, op voordracht van de Beheerscommissie organieke regelen die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van deze dienst.
  Deze regelen omvatten :
  1° het opmaken en het bekendmaken van een begroting en van rekeningen;
  2° de controle van de rekeningen door het Rekenhof die ze ter plaatse kan verrichten;
  3° het beperken van de uitgaven binnen de grenzen van de ontvangsten en van de goedgekeurde limitatieve kredieten;
  4° de mogelijkheid om, vanaf het begin van het jaar, de bij het verstrijken van het vorig jaar beschikbare geldmiddelen te gebruiken;
  5° de behandeling en de bewaring van de gelden en de waarden door een tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige;
  6° het bijhouden van een vermogenscompatibiliteit en het opmaken van een inventaris van het vermogen;
  7° de beperking in de tijd van de overdrachten waartoe machtiging werd verleend.
Art.53. Sur la proposition de la Commission de Gestion, le Roi fixe les règles organiques applicables à la gestion financière et matérielle de ce service.
  Ces règles comportent :
  1° l'établissement et la publication d'un budget et de comptes;
  2° le contrôle des comptes par la Cour des Comptes, qui pourra l'effectuer sur place;
  3° le maintien des dépenses dans les limites des recettes et dans celles des crédits limitatifs votés;
  4° la faculté d'utiliser, dès le commencement de l'année, les ressources disponibles à la fin de l'année précédente;
  5° le maniement et la garde des fonds et valeurs par un comptable justiciable devant la Cour des Comptes;
  6° la tenue d'une comptabilité patrimoniale et l'établissement d'un inventaire du patrimoine;
  7° la limitation dans le temps des reports autorisés.
Art.54. De artikelen 51 tot 53 hebben uitwerking op 1 januari 1991.
Art.54. Les articles 51 à 53 produisent leurs effets le 1er janvier 1991.
HOOFDSTUK IV. - Verkeer en Infrastructuur. - Financiering van de Regie der gebouwen.
CHAPITRE IV. - Communications et Infrastructure. - Financement de la Régie des bâtiments.
Art.55. <Wijzigingsbepaling van art. 335, § 7, van W 1989-12-22/31>
Art.55.
HOOFDSTUK V. - Regie van Telegrafie en Telefonie.
CHAPITRE V. - Régie des Télégraphes et des Téléphones.
Art.56. <Wijzigingsbepaling van art. 208 van W 1990-12-29/30>
Art.56.
HOOFDSTUK VI. - Lasten van het verleden - Onderwijs.
CHAPITRE VI. - Charges du passé - Enseignement.
Art.57.
Art.57.
Art.58. De weddetoelagen van de personeelsleden van het basis-, normaal-, secundair, hoger (met uitzondering van het universitair onderwijs), technisch, buitengewoon onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering, de psycho-medisch-sociale centra alsmede de toelagen toegekend voor de bezoldiging van het middagtoezicht en voor de bezoldiging van de socio-culturele en sportieve activiteiten in toepassing van het koninklijk besluit van 7 september 1971, ten laste van de nationale begrotingen van 1990 en de volgende jaren, mogen in de vorm van vaste uitgaven uitbetaald worden.
Art.58. Les subventions-traitements des membres du personnel des enseignements fondamental, normal, secondaire, supérieur (à l'exception de l'enseignement universitaire), technique, spécial et de promotion sociale, des centres d'orientations scolaire et professionnelle, des centres psycho-médico-sociaux, ainsi que les subventions allouées pour la surveillance de midi et la rémunération des activités socio-culturelles et sportives en application de l'arrêté royal du 7 septembre 1971, pour la rémunération du personnel imputées à charge des budgets nationaux des années 1990 et suivantes, peuvent être exécutées sous forme de dépenses fixes.
HOOFDSTUK VII. - Financiën.
CHAPITRE VII. - Finances.