Artikel 1. <W 1994-09-19/38, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994> Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° de Minister : de federale Minister tot wiens bevoegdheid de erkenning der aannemers behoort;
2° [2 de wet betreffende de overheidsopdrachten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten;]2
[2 2°bis de wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in het domein van defensie en veiligheid;]2
[2 2°ter de wet betreffende de concessieovereenkomsten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;]2
3° de Gewestregering :
- indien de aannemer van Belgische nationaliteit of een rechtspersoon naar Belgisch recht is : de Regering van het Gewest waarin de aannemer zijn woonplaats respectievelijk maatschappelijke zetel heeft;
- indien de aannemer, noch van Belgische nationaliteit, noch een rechtspersoon naar Belgisch recht is : de Regering van het Gewest waarin de aannemer zijn voornaamste vestiging heeft;
- indien de aannemer, noch van Belgische nationaliteit, noch een rechtspersoon naar Belgisch recht is en geen vestiging in België heeft : een Gewestregering naar zijn keuze;
4° de Commissie: de Commissie voor erkenning der aannemers ingesteld door deze wet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 MAART 1991. - Wet houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-09-1992 en tekstbijwerking tot 06-10-2017)
Titre
20 MARS 1991. - Loi organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-09-1992 et mise à jour au 06-10-2017)
Documentinformatie
Numac: 1991014096
Datum: 1991-03-20
Info du document
Numac: 1991014096
Date: 1991-03-20
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Erkenning.
HOOFDSTUK III. - Overdracht van de erkenning.
HOOFDSTUK IV. - Commissie voor erkenning.
HOOFDSTUK V. - Herziening van de erkenning.
HOOFDSTUK VI. - Klasseverlaging, schorsing en i...
HOOFDSTUK VII. - Afwijkingen.
HOOFDSTUK VIII. - Strafbepalingen.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Agréation.
CHAPITRE III. - Transfert d'agréation.
CHAPITRE IV. - Commission d'agréation.
CHAPITRE V. - Révision de l'agréation.
CHAPITRE VI. - Déclassement, suspension et retr...
CHAPITRE VII. - Dérogations.
CHAPITRE VIII. - Dispositions pénales.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Article 1. <L 1994-09-19/38, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-1994> Pour l'application de la présente loi, on entend par :
1° le Ministre : le Ministre fédéral ayant l'agréation des entrepreneurs dans ses attributions;
2° [2 la loi marchés publics : la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics;]2
[2 2°bis la loi défense et sécurité : la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la défense et de la sécurité;]2
[2 2°ter la loi relative aux contrats de concession : la loi du 17 juni 2016 relative aux contrats de concession;]2
3° le Gouvernement régional :
- si l'entrepreneur est de nationalité belge ou s'il s'agit d'une personne morale de droit belge : le Gouvernement de la Région où l'entrepreneur a, selon le cas, son domicile ou son siège social;
- si l'entrepreneur n'est ni de nationalité belge, ni une personne morale de droit belge : le Gouvernement de la Région où l'entrepreneur a son principal établissement;
- si l'entrepreneur n'est ni de nationalité belge, ni une personne morale de droit belge et n'a pas d'établissement en Belgique : le Gouvernement régional de son choix;
4° la Commission : la Commission d'agréation des entrepreneurs instituée par la présente loi.
1° le Ministre : le Ministre fédéral ayant l'agréation des entrepreneurs dans ses attributions;
2° [2 la loi marchés publics : la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics;]2
[2 2°bis la loi défense et sécurité : la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la défense et de la sécurité;]2
[2 2°ter la loi relative aux contrats de concession : la loi du 17 juni 2016 relative aux contrats de concession;]2
3° le Gouvernement régional :
- si l'entrepreneur est de nationalité belge ou s'il s'agit d'une personne morale de droit belge : le Gouvernement de la Région où l'entrepreneur a, selon le cas, son domicile ou son siège social;
- si l'entrepreneur n'est ni de nationalité belge, ni une personne morale de droit belge : le Gouvernement de la Région où l'entrepreneur a son principal établissement;
- si l'entrepreneur n'est ni de nationalité belge, ni une personne morale de droit belge et n'a pas d'établissement en Belgique : le Gouvernement régional de son choix;
4° la Commission : la Commission d'agréation des entrepreneurs instituée par la présente loi.
Art.2. [1 Onderhavige wet is van toepassing op :
1° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 2, 18°, van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
2° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 3, 2°, van de wet defensie en veiligheid die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
3° de concessies van werken zoals bepaald in artikel 2, 7°, a), van de wet betreffende de concessies, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
4° de opdrachten en concessies voor werken die gesubsidieerd worden ten belope van tenminste vijfentwintig procent of rechtstreeks gefinancierd worden onder welke vorm ook door publiekrechtelijke personen op wie de wet betreffende de overheidsopdrachten, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessieovereenkomsten van toepassing zijn.]1
1° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 2, 18°, van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
2° de overheidsopdrachten voor werken zoals bepaald in artikel 3, 2°, van de wet defensie en veiligheid die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
3° de concessies van werken zoals bepaald in artikel 2, 7°, a), van de wet betreffende de concessies, die geplaatst worden door de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven zoals bepaald in artikel 2, 1° en 2° van diezelfde wet;
4° de opdrachten en concessies voor werken die gesubsidieerd worden ten belope van tenminste vijfentwintig procent of rechtstreeks gefinancierd worden onder welke vorm ook door publiekrechtelijke personen op wie de wet betreffende de overheidsopdrachten, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessieovereenkomsten van toepassing zijn.]1
Art.2. [1 La présente loi est applicable :
1° aux marchés publics de travaux tels que définis à l'article 2, 18°, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, qui sont passés par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
2° aux marchés publics de travaux tels que définis à l'article 3, 2°, de la loi défense et sécurité, qui sont passés par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
3° aux concessions de travaux telles que définies à l'article 2, 7°, a), de la loi relative aux contrats de concessions, qui sont passées par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
4° aux marchés et concessions de travaux subventionnés jusqu'à concurrence de vingt-cinq pourcent au moins, ou financés directement sous quelque autre forme que ce soit jusqu'à concurrence de vingt cinq pourcent au moins, par des personnes de droit public auxquelles s'applique la loi marchés publics, la loi défense et sécurité et la loi relative aux contrats de concession.]1
1° aux marchés publics de travaux tels que définis à l'article 2, 18°, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, qui sont passés par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
2° aux marchés publics de travaux tels que définis à l'article 3, 2°, de la loi défense et sécurité, qui sont passés par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
3° aux concessions de travaux telles que définies à l'article 2, 7°, a), de la loi relative aux contrats de concessions, qui sont passées par les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques tels que définis à l'article 2, 1° et 2°, de la même loi;
4° aux marchés et concessions de travaux subventionnés jusqu'à concurrence de vingt-cinq pourcent au moins, ou financés directement sous quelque autre forme que ce soit jusqu'à concurrence de vingt cinq pourcent au moins, par des personnes de droit public auxquelles s'applique la loi marchés publics, la loi défense et sécurité et la loi relative aux contrats de concession.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK II. - Erkenning.
CHAPITRE II. - Agréation.
Art.3. [1 De overheidsopdrachten en de concessies voor werken bedoeld in artikel 2, waarvan de geraamde waarde een bij koninklijk besluit vastgesteld bedrag overschrijden, kunnen slechts uitgevoerd worden door ondernemers, zowel publiek- als privaatrechtelijke, die op het moment van de sluiting van de opdracht of van de concessieovereenkomst :
1° hetzij te dien einde erkend zijn;
2° hetzij het bewijs geleverd hebben dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens deze wet vervullen.
De opdrachten en de concessies voor werken bedoeld in artikel 2, waarvan de geraamde waarde het bedrag bedoeld in het eerste lid niet overschrijdt, kunnen slechts uitgevoerd worden door ondernemers, zowel publiek- als privaatrechtelijke, die op het moment van de sluiting voldoen aan de voorwaarden voorzien in artikel 4, § 1, 1°, 4° en 7°, van deze wet.]1
1° hetzij te dien einde erkend zijn;
2° hetzij het bewijs geleverd hebben dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens deze wet vervullen.
De opdrachten en de concessies voor werken bedoeld in artikel 2, waarvan de geraamde waarde het bedrag bedoeld in het eerste lid niet overschrijdt, kunnen slechts uitgevoerd worden door ondernemers, zowel publiek- als privaatrechtelijke, die op het moment van de sluiting voldoen aan de voorwaarden voorzien in artikel 4, § 1, 1°, 4° en 7°, van deze wet.]1
Art.3. [1 Les marchés et les concessions de travaux visés à l'article 2, dont la valeur estimée dépasse un montant fixé par arrêté royal ne peuvent être exécutés que par des entrepreneurs tant personnes de droit privé que de droit public qui, au moment de la conclusion du marché ou de la concession :
1° soit sont agréés à cet effet;
2° soit ont fourni la preuve qu'ils remplissent les conditions fixées par la présente loi ou en vertu de celle-ci.
Les marchés et les concessions de travaux visés à l'article 2 dont la valeur estimée ne dépasse pas le montant visé à l'alinéa 1er ne peuvent être exécutés que par des entrepreneurs, tant personnes de droit privé que de droit public qui, au moment de la conclusion, remplissent les conditions prévues à l'article 4, § 1er, 1°, 4° et 7°, de la présente loi.]1
1° soit sont agréés à cet effet;
2° soit ont fourni la preuve qu'ils remplissent les conditions fixées par la présente loi ou en vertu de celle-ci.
Les marchés et les concessions de travaux visés à l'article 2 dont la valeur estimée ne dépasse pas le montant visé à l'alinéa 1er ne peuvent être exécutés que par des entrepreneurs, tant personnes de droit privé que de droit public qui, au moment de la conclusion, remplissent les conditions prévues à l'article 4, § 1er, 1°, 4° et 7°, de la présente loi.]1
Wijzigingen
Art.4. § 1. Om een erkenning te verkrijgen moet een aannemer voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° van Belgische nationaliteit zijn of uit hoofde van nationaliteit ressorteren onder een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, en gevestigd zijn binnen deze Gemeenschappen; indien het een vennootschap betreft, moet deze opgericht zijn in overeenstemming met de Belgische wetgeving of met die van een andere Lid-Staat van de Gemeenschappen, en haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Gemeenschappen hebben, of er haar maatschappelijke zetel hebben op voorwaarde dat haar werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie van een Lid-Staat;
2° ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van de wetgeving van de Lid-Staat waar hij gevestigd is;
3° a) niet in staat van faillissement of van liquidatie verkeren of [1 geen gerechtelijke reorganisatie]1 hebben verkregen dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een gelijkaardige procedure die in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gelding heeft;
b) niet het voorwerp zijn van een procedure van faillietverklaring of [1 van een gerechtelijke reorganisatie]1 of van een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen;
4° a) [3 niet, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld zijn voor :
- deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis, van het Strafwetboek of in artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit;
- omkoping als bedoeld in de artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek of in de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector;
- fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
- terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten als bedoeld in de artikelen 137 van het Strafwetboek of in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;
- witwassen van geld als bedoeld in [4 artikel 5, § 1, 23° tot en met 28° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten]4 of in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;
- kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of in artikel 2 van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en van de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan;
- elk ander misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast.]3
b) niet uitgesloten zijn van overheidsopdrachten [3 en de concessies]3 op basis van artikel 19, § 3, van deze wet;
5° over voldoende technische bekwaamheid beschikken;
6° voldoende financiële en economische draagkracht hebben;
7° aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan hebben.
§ 2. De Koning bepaalt de regelen en de criteria die in aanmerking worden genomen bij het indienen en het onderzoek van de erkenningsaanvragen, de herzieningen, de aanvragen tot overdracht van erkenning en bij de beoordeling van de bewijzen voorgelegd met toepassing van artikel 3, § 1, 2°. Op basis van deze bewijzen zal worden vastgesteld of aan de voorwaarden van § 1 is voldaan.
De Minister bepaalt welke documenten daartoe moeten worden voorgelegd.
§ 3. De Koning kan, volgens de modaliteiten die Hij bepaalt, en na advies van de Commissie, bepaalde publiekrechtelijke personen vrijstellen van de voorwaarden van § 1, die onverenigbaar zijn met de aard van deze personen.
(§ 4. De ondernemingen voor sociale inschakelingseconomie als bedoeld in artikel 59 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in § 1, 1° en 3° tot 7°, kunnen een erkenning verkrijgen als aannemer.) <L 1999-03-26/30, art. 60, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
1° van Belgische nationaliteit zijn of uit hoofde van nationaliteit ressorteren onder een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, en gevestigd zijn binnen deze Gemeenschappen; indien het een vennootschap betreft, moet deze opgericht zijn in overeenstemming met de Belgische wetgeving of met die van een andere Lid-Staat van de Gemeenschappen, en haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Gemeenschappen hebben, of er haar maatschappelijke zetel hebben op voorwaarde dat haar werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie van een Lid-Staat;
2° ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van de wetgeving van de Lid-Staat waar hij gevestigd is;
3° a) niet in staat van faillissement of van liquidatie verkeren of [1 geen gerechtelijke reorganisatie]1 hebben verkregen dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een gelijkaardige procedure die in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gelding heeft;
b) niet het voorwerp zijn van een procedure van faillietverklaring of [1 van een gerechtelijke reorganisatie]1 of van een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen;
4° a) [3 niet, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld zijn voor :
- deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis, van het Strafwetboek of in artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit;
- omkoping als bedoeld in de artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek of in de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector;
- fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
- terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten als bedoeld in de artikelen 137 van het Strafwetboek of in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;
- witwassen van geld als bedoeld in [4 artikel 5, § 1, 23° tot en met 28° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten]4 of in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;
- kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of in artikel 2 van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en van de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan;
- elk ander misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast.]3
b) niet uitgesloten zijn van overheidsopdrachten [3 en de concessies]3 op basis van artikel 19, § 3, van deze wet;
5° over voldoende technische bekwaamheid beschikken;
6° voldoende financiële en economische draagkracht hebben;
7° aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan hebben.
§ 2. De Koning bepaalt de regelen en de criteria die in aanmerking worden genomen bij het indienen en het onderzoek van de erkenningsaanvragen, de herzieningen, de aanvragen tot overdracht van erkenning en bij de beoordeling van de bewijzen voorgelegd met toepassing van artikel 3, § 1, 2°. Op basis van deze bewijzen zal worden vastgesteld of aan de voorwaarden van § 1 is voldaan.
De Minister bepaalt welke documenten daartoe moeten worden voorgelegd.
§ 3. De Koning kan, volgens de modaliteiten die Hij bepaalt, en na advies van de Commissie, bepaalde publiekrechtelijke personen vrijstellen van de voorwaarden van § 1, die onverenigbaar zijn met de aard van deze personen.
(§ 4. De ondernemingen voor sociale inschakelingseconomie als bedoeld in artikel 59 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in § 1, 1° en 3° tot 7°, kunnen een erkenning verkrijgen als aannemer.) <L 1999-03-26/30, art. 60, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
Art.4. § 1er. Pour obtenir une agréation, l'entrepreneur doit satisfaire aux conditions suivantes :
1° être de nationalité belge ou relever du chef de la nationalité d'un autre Etat membre des Communautés européennes et être établi à l'intérieur de ces Communautés; s'il s'agit d'une société, être constituée conformément à la législation belge ou à celle d'un autre Etat membre des Communautés et avoir son administration centrale ou son principal établissement à l'intérieur des Communautés, ou y avoir son siège social, à condition que son activité présente un lien effectif et continu avec l'économie d'un Etat membre;
2° être inscrit au registre de commerce ou au registre professionnel selon les conditions prévues par la législation de l'Etat membre où le demandeur est établi;
3° a) ne pas se trouver en état de faillite ou de liquidation, ni avoir obtenu [1 une réorganisation judiciaire]1 ou se trouver dans toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature en vigueur dans un Etat membre des Communautés européennes;
b) ne pas faire l'objet d'une procédure de déclaration de faillite ou [1 en réorganisation judiciaire]1 ou de toute autre procédure de même nature existant dans les législations et réglementations nationales;
4° a) [3 a) ne pas faire l'objet d'une condamnation prononcée par un jugement ayant force de chose jugée pour :
- participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal ou à l'article 2 de la décision-cadre 2008/841/JAI du Conseil du 24 octobre 2008 relative à la lutte contre la criminalité organisée;
- corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal ou à l'article 3 de la convention relative à la lutte contre la corruption impliquant des fonctionnaires des Communautés européennes ou des fonctionnaires des Etats membres de l'Union européenne et à l'article 2, § 1er, de la décision-cadre 2003/568/JAI du Conseil du 22 juillet 2003 relative à la lutte contre la corruption dans le secteur privé;
- fraude au sens de l'article 1er de la convention relative à la protection des intérêts financiers des Communautés européennes, approuvée par la loi du 17 février 2002;
- infraction terroriste ou infraction liée aux activités terroristes telles que définies aux articles 137 du Code pénal ou à l'article 3 de la décision-cadre 2002/475/JAI du Conseil du 13 juin 2002 relative à la lutte contre le terrorisme, ou incitation à commettre une infraction, complicité ou tentative d'infraction telles qu'elles sont visées à l'article 4 de ladite décision-cadre;
- blanchiment de capitaux tel que défini à [4 l'article 5, § 1er, 23° à 28°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces]4 ou à l'article 1er de la directive 2005/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 octobre 2005 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme;
- travail des enfants et autres formes de trafic des êtres humains définis à l'article 433quinquies du code pénal ou au sens de l'article 2 de la directive 2011/36/UE du Parlement européen et du Conseil concernant la prévention de la traite des êtres humains et la lutte contre ce phénomène ainsi que la protection des victimes;
- tout autre délit affectant par sa nature la moralité professionnelle de l'entrepreneur.]3
b) ne pas être exclu de marchés publics [3 et des concessions]3 sur base de l'article 19, § 3, de la présente loi;
5° disposer de capacités techniques suffisantes;
6° avoir une capacité financière et économique suffisante;
7° avoir satisfait à ses obligations sociales et fiscales.
§ 2. Le Roi détermine les règles et les critères qui sont pris en considération lors de l'introduction et de l'examen des demandes d'agréation, des révisions, des demandes de transfert de l'agréation et lors de l'appréciation des preuves produites en application de l'article 3, § 1er, 2°. Sur la base de ces preuves, il sera établi si les conditions fixées au § 1er sont remplies.
Le Ministre détermine les documents qui doivent être produits à cet effet.
§ 3. Le Roi peut, selon les modalités qu'Il détermine et après avis de la Commission, dispenser certaines personnes de droit public des conditions visées au § 1er qui sont incompatibles avec la nature de ces personnes.
(§ 4. Les entreprises d'économie sociale d'insertion visées à l'article 59 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, qui satisfont aux conditions fixées au § 1er, 1° et 3° à 7°, peuvent obtenir une agréation comme entrepreneur.) <L 1999-03-26/30, art. 60, 005; En vigueur : 01-01-1999>
1° être de nationalité belge ou relever du chef de la nationalité d'un autre Etat membre des Communautés européennes et être établi à l'intérieur de ces Communautés; s'il s'agit d'une société, être constituée conformément à la législation belge ou à celle d'un autre Etat membre des Communautés et avoir son administration centrale ou son principal établissement à l'intérieur des Communautés, ou y avoir son siège social, à condition que son activité présente un lien effectif et continu avec l'économie d'un Etat membre;
2° être inscrit au registre de commerce ou au registre professionnel selon les conditions prévues par la législation de l'Etat membre où le demandeur est établi;
3° a) ne pas se trouver en état de faillite ou de liquidation, ni avoir obtenu [1 une réorganisation judiciaire]1 ou se trouver dans toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature en vigueur dans un Etat membre des Communautés européennes;
b) ne pas faire l'objet d'une procédure de déclaration de faillite ou [1 en réorganisation judiciaire]1 ou de toute autre procédure de même nature existant dans les législations et réglementations nationales;
4° a) [3 a) ne pas faire l'objet d'une condamnation prononcée par un jugement ayant force de chose jugée pour :
- participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal ou à l'article 2 de la décision-cadre 2008/841/JAI du Conseil du 24 octobre 2008 relative à la lutte contre la criminalité organisée;
- corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal ou à l'article 3 de la convention relative à la lutte contre la corruption impliquant des fonctionnaires des Communautés européennes ou des fonctionnaires des Etats membres de l'Union européenne et à l'article 2, § 1er, de la décision-cadre 2003/568/JAI du Conseil du 22 juillet 2003 relative à la lutte contre la corruption dans le secteur privé;
- fraude au sens de l'article 1er de la convention relative à la protection des intérêts financiers des Communautés européennes, approuvée par la loi du 17 février 2002;
- infraction terroriste ou infraction liée aux activités terroristes telles que définies aux articles 137 du Code pénal ou à l'article 3 de la décision-cadre 2002/475/JAI du Conseil du 13 juin 2002 relative à la lutte contre le terrorisme, ou incitation à commettre une infraction, complicité ou tentative d'infraction telles qu'elles sont visées à l'article 4 de ladite décision-cadre;
- blanchiment de capitaux tel que défini à [4 l'article 5, § 1er, 23° à 28°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces]4 ou à l'article 1er de la directive 2005/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 octobre 2005 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme;
- travail des enfants et autres formes de trafic des êtres humains définis à l'article 433quinquies du code pénal ou au sens de l'article 2 de la directive 2011/36/UE du Parlement européen et du Conseil concernant la prévention de la traite des êtres humains et la lutte contre ce phénomène ainsi que la protection des victimes;
- tout autre délit affectant par sa nature la moralité professionnelle de l'entrepreneur.]3
b) ne pas être exclu de marchés publics [3 et des concessions]3 sur base de l'article 19, § 3, de la présente loi;
5° disposer de capacités techniques suffisantes;
6° avoir une capacité financière et économique suffisante;
7° avoir satisfait à ses obligations sociales et fiscales.
§ 2. Le Roi détermine les règles et les critères qui sont pris en considération lors de l'introduction et de l'examen des demandes d'agréation, des révisions, des demandes de transfert de l'agréation et lors de l'appréciation des preuves produites en application de l'article 3, § 1er, 2°. Sur la base de ces preuves, il sera établi si les conditions fixées au § 1er sont remplies.
Le Ministre détermine les documents qui doivent être produits à cet effet.
§ 3. Le Roi peut, selon les modalités qu'Il détermine et après avis de la Commission, dispenser certaines personnes de droit public des conditions visées au § 1er qui sont incompatibles avec la nature de ces personnes.
(§ 4. Les entreprises d'économie sociale d'insertion visées à l'article 59 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, qui satisfont aux conditions fixées au § 1er, 1° et 3° à 7°, peuvent obtenir une agréation comme entrepreneur.) <L 1999-03-26/30, art. 60, 005; En vigueur : 01-01-1999>
Art.5. De inschrijving op de officiële lijst van de erkende aannemers in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen geldt als erkenning als bedoeld in artikel 3, voor zover die erkenning gelijkwaardig is overeenkomstig de voorwaarden gesteld in artikel 4, § 1.
Art.5. L'inscription sur la liste officielle des entrepreneurs agréés dans un autre Etat membre des Communautés européennes, vaut agréation, comme prévue à l'article 3, pour autant que cette agréation soit équivalente conformément aux conditions visées à l'article 4, § 1er.
Art.6. Een opdracht [1 ...]1 [1 of een concessie]1 van werken kan pas worden [1 afgesloten met]1 een niet-erkend aannemer die de bewijzen, bedoeld in artikel 3, § 1, 2°, voorlegt of zich beroept op een inschrijving op de officiële lijst van de erkende aannemers in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, nadat (de Gewestregering), op verzoek van de opdrachtgever en na advies van de Commissie, heeft beslist dat voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden bepaald in artikel 4, § 1, respectievelijk aan de vereisten inzake gelijkwaardigheid van een erkenning bedoeld in artikel 5. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Wanneer de Commissie een negatief advies formuleert, wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem werd betekend per aangetekend schrijven, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
Wanneer de Commissie een negatief advies formuleert, wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem werd betekend per aangetekend schrijven, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
Art.6. Un marché [1 ou une concession]1 de travaux [1 ne peut être conclu avec]1 un entrepreneur non agréé qui produit les preuves visées à l'article 3, § 1er, 2°, ou se fonde sur une inscription sur la liste officielle des entrepreneurs agréés dans un autre Etat membre des Communautés européennes, qu'après que (le Gouvernement régional) a décidé, à la demande du maître d'ouvrage et après l'avis de la Commission, que sont respectivement remplies les conditions d'agréation visées à l'article 4, § 1er, et les exigences en matière d'équivalence d'agréation visées à l'article 5. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Lorsque la Commission formule un avis négatif, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
Lorsque la Commission formule un avis négatif, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
Wijzigingen
Art.7. § 1. Voor de toepassing van deze wet worden de werken ingedeeld in verschillende klassen volgens het bedrag van de inschrijving en in verschillende categorieën en ondercategorieën volgens hun aard. Deze indeling wordt bij koninklijk besluit bepaald.
§ 2. Overeenkomstig de indeling van § 1 kan aan de aannemers een erkenning verleend worden in klassen, categorieën en ondercategorieën van werken die hen mogen worden gegund.
§ 3. De Koning bepaalt het totaal bedrag van al de werken, zowel openbare als private, die door dezelfde aannemer gelijktijdig mogen worden uitgevoerd op het ogenblik van het gunnen van de opdracht [1 of van de concessie]1.
§ 2. Overeenkomstig de indeling van § 1 kan aan de aannemers een erkenning verleend worden in klassen, categorieën en ondercategorieën van werken die hen mogen worden gegund.
§ 3. De Koning bepaalt het totaal bedrag van al de werken, zowel openbare als private, die door dezelfde aannemer gelijktijdig mogen worden uitgevoerd op het ogenblik van het gunnen van de opdracht [1 of van de concessie]1.
Art.7. § 1. Pour l'application de la présente loi, les travaux sont rangés en différentes classes selon le montant de la soumission, et en différentes catégories et sous-catégories selon leur nature. Ce classement est déterminé par arrêté royal.
§ 2. Conformément au classement visé au § 1er, il peut être accordé aux entrepreneurs une agréation dans les classes, catégories et sous-catégories de travaux qui peuvent leur être attribués.
§ 3. Le Roi détermine le montant total des travaux, tant publics que privés, qui peuvent être exécutés simultanément par le même entrepreneur au moment de l'attribution du marché [1 ou de la concession]1.
§ 2. Conformément au classement visé au § 1er, il peut être accordé aux entrepreneurs une agréation dans les classes, catégories et sous-catégories de travaux qui peuvent leur être attribués.
§ 3. Le Roi détermine le montant total des travaux, tant publics que privés, qui peuvent être exécutés simultanément par le même entrepreneur au moment de l'attribution du marché [1 ou de la concession]1.
Wijzigingen
Art.8. § 1. De erkenning wordt, op verzoek van de aannemer, door (de Gewestregering) verleend na advies van de Commissie. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 2. De erkenning in de laagste klasse wordt door (de Gewestregering), na advies van de Commissie, verleend aan de aannemer die erom verzoekt en het bewijs levert dat hij aan de voorwaarden voldoet bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 3. Wanneer de Commissie een negatief advies formuleert in de gevallen bedoeld in § 1 en § 2 wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem per aangetekend schrijven werd betekend, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
§ 4. De erkenning blijkt uit een getuigschrift afgegeven door (de Gewestregering). Dat getuigschrift vermeldt het nummer van inschrijving in een register met betrekking tot de klasse van erkenning in een categorie of ondercategorie van werken, alsook de datum waarop de erkenning verkregen werd. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 2. De erkenning in de laagste klasse wordt door (de Gewestregering), na advies van de Commissie, verleend aan de aannemer die erom verzoekt en het bewijs levert dat hij aan de voorwaarden voldoet bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 3. Wanneer de Commissie een negatief advies formuleert in de gevallen bedoeld in § 1 en § 2 wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem per aangetekend schrijven werd betekend, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
§ 4. De erkenning blijkt uit een getuigschrift afgegeven door (de Gewestregering). Dat getuigschrift vermeldt het nummer van inschrijving in een register met betrekking tot de klasse van erkenning in een categorie of ondercategorie van werken, alsook de datum waarop de erkenning verkregen werd. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art.8. § 1. L'agréation est accordée, à la demande de l'entrepreneur, par (le Gouvernement régional), après avis de la Commission. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 2. L'agréation dans la classe la plus basse est accordée par (le Gouvernement régional), après avis de la Commission, à l'entrepreneur qui en fait la demande et qui fournit la preuve qu'il satisfait aux conditions visées à l'article 4, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 7°. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 3. Lorsque la Commission formule, dans les cas visés au § 1er et § 2, un avis négatif, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
§ 4. L'agréation fait l'objet d'un certificat délivré par (le Gouvernement régional). Ce certificat mentionne le numéro d'inscription dans un registre, quant à la classe d'agréation dans une catégorie ou sous-catégorie de travaux, ainsi que la date à laquelle l'agréation a été obtenue. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 2. L'agréation dans la classe la plus basse est accordée par (le Gouvernement régional), après avis de la Commission, à l'entrepreneur qui en fait la demande et qui fournit la preuve qu'il satisfait aux conditions visées à l'article 4, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 7°. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 3. Lorsque la Commission formule, dans les cas visés au § 1er et § 2, un avis négatif, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
§ 4. L'agréation fait l'objet d'un certificat délivré par (le Gouvernement régional). Ce certificat mentionne le numéro d'inscription dans un registre, quant à la classe d'agréation dans une catégorie ou sous-catégorie de travaux, ainsi que la date à laquelle l'agréation a été obtenue. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Art.9. De Minister stelt een lijst op van de erkende aannemers. Deze lijst wordt op verzoek ter beschikking gesteld en zal regelmatig gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.
Art.9. Le Ministre dresse une liste des entrepreneurs agréés. Cette liste est disponible sur demande et sera régulièrement publiée au Bulletin des Adjudications.
Art.10. (De Gewestregering) kan na advies van de Commissie, onder de voorwaarden en volgens de regels bij koninklijk besluit bepaald, een voorlopige erkenning verlenen aan een aannemer voor elke categorie of ondercategorie van activiteiten uitgeoefend sinds minder dan vijf jaar. <W 1994-09-19/38, art. , 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De voorlopige erkenning is twintig maanden geldig. Ze kan op verzoek van de betrokkene tweemaal worden verlengd, telkens met een zelfde termijn van twintig maanden.
De voorlopige erkenning is twintig maanden geldig. Ze kan op verzoek van de betrokkene tweemaal worden verlengd, telkens met een zelfde termijn van twintig maanden.
Art.10. (Le Gouvernement régional) peut, après avis de la Commission, dans les conditions et selon les modalités déterminées par arrêté royal, accorder une agréation provisoire à un entrepreneur pour chaque catégorie ou sous-catégorie d'activités exercées depuis moins de cinq ans. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
L'agréation provisoire est valable vingt mois. A la demande de l'intéressé, elle peut être prolongée deux fois, chaque fois d'un même délai de vingt mois.
L'agréation provisoire est valable vingt mois. A la demande de l'intéressé, elle peut être prolongée deux fois, chaque fois d'un même délai de vingt mois.
Art.11. § 1. [1 De tijdelijke handelsvennootschappen]1 van aannemers worden tot de uitvoering der werken toegelaten, voor zover ten minste één der deelgenoten over een erkenning beschikt die overeenstemt met de voor die werken vereiste klasse en categorie of ondercategorie of daartoe de bewijzen heeft geleverd bepaald in artikel 3, § 1, 2°, en voor zover de andere deelgenoten beantwoorden aan de voorwaarden gesteld bij artikel 4, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°. De deelgenoten mogen in geen geval het voorwerp uitmaken van een uitsluiting, schorsing of intrekking van erkenning in de zin van artikel 19.
§ 2. [1 De tijdelijke handelsvennootschappen]1 waarvan ten minste twee deelgenoten erkend zijn in dezelfde klasse en categorie of ondercategorie of, overeenkomstig artikel 3, § 1, 2°, bewijzen aan de voorwaarden voor die erkenning te voldoen, worden geacht de vereiste erkenning te bezitten voor de uitvoering van de in de onmiddellijk hogere klasse ingedeelde werken van die categorie of ondercategorie.
De bepaling van het vorig lid vindt geen toepassing wanneer de deelgenoten van [1 de tijdelijke handelsvennootschap]1 slechts erkend zijn in de laagste klasse.
§ 2. [1 De tijdelijke handelsvennootschappen]1 waarvan ten minste twee deelgenoten erkend zijn in dezelfde klasse en categorie of ondercategorie of, overeenkomstig artikel 3, § 1, 2°, bewijzen aan de voorwaarden voor die erkenning te voldoen, worden geacht de vereiste erkenning te bezitten voor de uitvoering van de in de onmiddellijk hogere klasse ingedeelde werken van die categorie of ondercategorie.
De bepaling van het vorig lid vindt geen toepassing wanneer de deelgenoten van [1 de tijdelijke handelsvennootschap]1 slechts erkend zijn in de laagste klasse.
Art.11. § 1. [1 Les sociétés momentanées]1 d'entrepreneurs sont admises à exécuter des travaux, pour autant que l'un des associés au moins soit agréé en la classe et catégorie ou sous-catégorie requises pour ces travaux ou ait fourni les preuves prévues par l'article 3, § 1er, 2°, et pour autant que les autres associés répondent aux conditions visées à l'article 4, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 7°. Les associés ne peuvent en aucun cas faire l'objet d'une exclusion, ou suspension ou d'un retrait d'agréation au sens de l'article 19.
§ 2. [1 Les sociétés momentanées]1 dont deux associés au moins sont agréés dans la même classe et catégorie ou sous-catégorie ou établissent conformément à l'article 3, § 1er, 2°, qu'ils répondent aux conditions de cette agréation, sont réputées posséder l'agréation requise pour les travaux rangés dans la classe immédiatement supérieure de cette catégorie ou sous-catégorie.
La disposition de l'alinéa précédent n'est pas d'application lorsque les associés de [1 la société momentanée]1 ne sont agréés que dans la classe la moins élevée.
§ 2. [1 Les sociétés momentanées]1 dont deux associés au moins sont agréés dans la même classe et catégorie ou sous-catégorie ou établissent conformément à l'article 3, § 1er, 2°, qu'ils répondent aux conditions de cette agréation, sont réputées posséder l'agréation requise pour les travaux rangés dans la classe immédiatement supérieure de cette catégorie ou sous-catégorie.
La disposition de l'alinéa précédent n'est pas d'application lorsque les associés de [1 la société momentanée]1 ne sont agréés que dans la classe la moins élevée.
Wijzigingen
HOOFDSTUK III. - Overdracht van de erkenning.
CHAPITRE III. - Transfert d'agréation.
Art.12. De Koning bepaalt in welke gevallen van overname, van fusie, van splitsing en van wijziging van de rechtspersoonlijkheid de overdracht van een erkenning van een natuurlijke persoon of rechtspersoon kan plaatsvinden.
Art.12. Le Roi détermine dans quels cas de reprise, de fusion, de division ou de modification de la personnalité juridique, le transfert d'une agréation accordée à une personne physique ou morale peut avoir lieu.
HOOFDSTUK IV. - Commissie voor erkenning.
CHAPITRE IV. - Commission d'agréation.
Art.13. (§1. Er wordt een Commissie ingesteld, samengesteld als volgt :
1° een voorzitter-magistraat of eremagistraat;
2° 24 leden, verdeeld over :
a) de volgende publiekrechtelijke rechtspersonen :
1. 3 vertegenwoordigers van de federale overheid, van wie tenminste één behorende tot een verschillende taalrol;
2. 3 vertegenwoordigers van het Vlaamse Gewest;
3. 3 vertegenwoordigers van het Waalse Gewest;
4. 3 vertegenwoordigers van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van wie tenminste één behorende tot een verschillende taalrol;
b) de meest representatieve beroepsverenigingen van aannemers en de meest representatieve vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid, te weten :
1. 9 vertegenwoordigers van de meest representatieve beroepsverenigingen van aannemers;
2. 3 vertegenwoordigers van de meest representatieve vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid;
3° twee secretarissen, behorende tot een verschillende taalrol, zonder stemrecht.
§ 2. Zowel voor de vertegenwoordigers van de overheid als voor die van de beroepsverenigingen en de vakorganisaties moet de taalpariteit nageleefd worden.) <W 1994-09-19/38, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-03-1996>
De Commissie kan aangevuld worden met plaatsvervangers die gevoegd worden bij de voorzitter, de secretarissen en bij elk lid. Zij kunnen, ingeval de titelvoerder aanwezig is, slechts zetelen zonder stemrecht.
De voorzitter, de secretarissen, de leden en hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen. Wat betreft (de 3 vertegenwoordigers van de federale overheid), zal het koninklijk besluit genomen worden na overleg in de Ministerraad. <W 1994-09-19/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De vertegenwoordigers van (...) de Gewesten en van de beroepsverenigingen van aannemers en van de vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid worden benoemd op voorstel van respectievelijk (de Gewestregeringen), en de bedoelde beroepsverenigingen en vakorganisaties. <W 1994-09-19/38, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Personen die de hoedanigheid van aannemer bezitten of die een rechtspersoon vertegenwoordigen die de hoedanigheid van aannemer bezit of verbonden zijn door middel van een arbeidsovereenkomst met een aannemer, kunnen niet tot lid of plaatsvervangend lid van de Commissie worden benoemd.
De voorzitter, de secretarissen, de commissieleden en de plaatsvervangers, evenals degenen om wier medewerking is verzocht, zijn verplicht het vertrouwelijk karakter te bewaren van :
1° de beraadslagingen inzake de aanvragen van erkenningen, uitbreiding van erkenningen, afwijkingen en inzake sancties;
2° de feiten, de handelingen of de inlichtingen, met betrekking tot de aannemers op technisch, commercieel, fiscaal en strafrechtelijk gebied;
waarvan zij uit hoofde van hun functie kennis kunnen hebben gehad.
De Koning regelt de werkwijze van de Commissie.
De Minister bepaalt de vergoeding die aan de voorzitter, de secretarissen en de Commissieleden wordt toegekend.
1° een voorzitter-magistraat of eremagistraat;
2° 24 leden, verdeeld over :
a) de volgende publiekrechtelijke rechtspersonen :
1. 3 vertegenwoordigers van de federale overheid, van wie tenminste één behorende tot een verschillende taalrol;
2. 3 vertegenwoordigers van het Vlaamse Gewest;
3. 3 vertegenwoordigers van het Waalse Gewest;
4. 3 vertegenwoordigers van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van wie tenminste één behorende tot een verschillende taalrol;
b) de meest representatieve beroepsverenigingen van aannemers en de meest representatieve vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid, te weten :
1. 9 vertegenwoordigers van de meest representatieve beroepsverenigingen van aannemers;
2. 3 vertegenwoordigers van de meest representatieve vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid;
3° twee secretarissen, behorende tot een verschillende taalrol, zonder stemrecht.
§ 2. Zowel voor de vertegenwoordigers van de overheid als voor die van de beroepsverenigingen en de vakorganisaties moet de taalpariteit nageleefd worden.) <W 1994-09-19/38, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-03-1996>
De Commissie kan aangevuld worden met plaatsvervangers die gevoegd worden bij de voorzitter, de secretarissen en bij elk lid. Zij kunnen, ingeval de titelvoerder aanwezig is, slechts zetelen zonder stemrecht.
De voorzitter, de secretarissen, de leden en hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen. Wat betreft (de 3 vertegenwoordigers van de federale overheid), zal het koninklijk besluit genomen worden na overleg in de Ministerraad. <W 1994-09-19/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De vertegenwoordigers van (...) de Gewesten en van de beroepsverenigingen van aannemers en van de vakorganisaties van arbeiders in de bouwnijverheid worden benoemd op voorstel van respectievelijk (de Gewestregeringen), en de bedoelde beroepsverenigingen en vakorganisaties. <W 1994-09-19/38, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Personen die de hoedanigheid van aannemer bezitten of die een rechtspersoon vertegenwoordigen die de hoedanigheid van aannemer bezit of verbonden zijn door middel van een arbeidsovereenkomst met een aannemer, kunnen niet tot lid of plaatsvervangend lid van de Commissie worden benoemd.
De voorzitter, de secretarissen, de commissieleden en de plaatsvervangers, evenals degenen om wier medewerking is verzocht, zijn verplicht het vertrouwelijk karakter te bewaren van :
1° de beraadslagingen inzake de aanvragen van erkenningen, uitbreiding van erkenningen, afwijkingen en inzake sancties;
2° de feiten, de handelingen of de inlichtingen, met betrekking tot de aannemers op technisch, commercieel, fiscaal en strafrechtelijk gebied;
waarvan zij uit hoofde van hun functie kennis kunnen hebben gehad.
De Koning regelt de werkwijze van de Commissie.
De Minister bepaalt de vergoeding die aan de voorzitter, de secretarissen en de Commissieleden wordt toegekend.
Art.13. (§ 1. Il est institué une commission composée comme suit :
1° un président, magistrat ou magistrat honoraire;
2° 24 membres répartis entre :
a) les personnes de droit public suivantes :
1. 3 représentants de l'autorité fédérale, dont au moins un appartenant à un rôle linguistique différent;
2. 3 représentants de la Région flamande;
3. 3 représentants de la Région wallonne;
4. 3 représentants de la Région de Bruxelles-Capitale, dont au moins un appartenant à un rôle linguistique différent;
b) les organisations professionnelles d'entrepreneurs les plus représentatives et les organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction les plus représentatives, à savoir :
1. 9 représentants des organisations professionnelles d'entrepreneurs les plus représentatives;
2. 3 représentants des organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction les plus représentatives;
3° deux secrétaires, appartenant à un rôle linguistique différent, sans droit de vote.
§ 2. La parité linguistique doit être respectée tant pour les représentants des pouvoirs publics que pour ceux des organisations professionnelles et syndicales.) <L 1994-09-19/38, art. 3, 003; En vigueur : 08-03-1996>
La Commission peut en outre être composée de suppléants adjoints au président, aux secrétaires ainsi qu'à chaque membre. Ils pourront siéger, en présence du titulaire, mais sans voix délibérative.
Le président, les secrétaires, les membres et leurs suppléants sont nommés et révoqués par arrêté royal. En ce qui concerne (les 3 représentants de l'autorité fédérale), l'arrêté royal sera pris après délibération en Conseil des Ministres. <L 1994-09-19/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Les représentants (...) des Régions et ceux des organisations professionnelles d'entrepreneurs et des organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction sont nommés sur la proposition respective (du Gouvernement régional) et des organisations professionnelles et syndicales visées. <L 1994-09-19/38, art. 5, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Toute personne ayant la qualité d'entrepreneur, ou qui représente une personne morale ayant la qualité d'entrepreneur, ou toute personne liée par un contrat de travail à un entrepreneur, ne peut être nommée membre ou membre suppléant de la Commission.
Le président, les secrétaires, les membres de la Commission et les suppléants, ainsi que ceux dont le concours est requis, sont astreints à une obligation de confidentialité pour :
1° les délibérations portant sur les demandes d'agréation, d'extension d'agréation et de dérogation, ainsi que celles relatives aux sanctions;
2° les faits, les actes ou renseignements concernant les entrepreneurs, du point de vue technique, commercial et fiscal et d'un point de vue touchant au droit pénal;
dont ils ont pu avoir connaissance en raison de leurs fonctions.
Le Roi règle le fonctionnement de la Commission.
Le Ministre fixe l'indemnité allouée au président, aux secrétaires et aux membres de la Commission.
1° un président, magistrat ou magistrat honoraire;
2° 24 membres répartis entre :
a) les personnes de droit public suivantes :
1. 3 représentants de l'autorité fédérale, dont au moins un appartenant à un rôle linguistique différent;
2. 3 représentants de la Région flamande;
3. 3 représentants de la Région wallonne;
4. 3 représentants de la Région de Bruxelles-Capitale, dont au moins un appartenant à un rôle linguistique différent;
b) les organisations professionnelles d'entrepreneurs les plus représentatives et les organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction les plus représentatives, à savoir :
1. 9 représentants des organisations professionnelles d'entrepreneurs les plus représentatives;
2. 3 représentants des organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction les plus représentatives;
3° deux secrétaires, appartenant à un rôle linguistique différent, sans droit de vote.
§ 2. La parité linguistique doit être respectée tant pour les représentants des pouvoirs publics que pour ceux des organisations professionnelles et syndicales.) <L 1994-09-19/38, art. 3, 003; En vigueur : 08-03-1996>
La Commission peut en outre être composée de suppléants adjoints au président, aux secrétaires ainsi qu'à chaque membre. Ils pourront siéger, en présence du titulaire, mais sans voix délibérative.
Le président, les secrétaires, les membres et leurs suppléants sont nommés et révoqués par arrêté royal. En ce qui concerne (les 3 représentants de l'autorité fédérale), l'arrêté royal sera pris après délibération en Conseil des Ministres. <L 1994-09-19/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Les représentants (...) des Régions et ceux des organisations professionnelles d'entrepreneurs et des organisations syndicales ouvrières de l'industrie de la construction sont nommés sur la proposition respective (du Gouvernement régional) et des organisations professionnelles et syndicales visées. <L 1994-09-19/38, art. 5, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Toute personne ayant la qualité d'entrepreneur, ou qui représente une personne morale ayant la qualité d'entrepreneur, ou toute personne liée par un contrat de travail à un entrepreneur, ne peut être nommée membre ou membre suppléant de la Commission.
Le président, les secrétaires, les membres de la Commission et les suppléants, ainsi que ceux dont le concours est requis, sont astreints à une obligation de confidentialité pour :
1° les délibérations portant sur les demandes d'agréation, d'extension d'agréation et de dérogation, ainsi que celles relatives aux sanctions;
2° les faits, les actes ou renseignements concernant les entrepreneurs, du point de vue technique, commercial et fiscal et d'un point de vue touchant au droit pénal;
dont ils ont pu avoir connaissance en raison de leurs fonctions.
Le Roi règle le fonctionnement de la Commission.
Le Ministre fixe l'indemnité allouée au président, aux secrétaires et aux membres de la Commission.
Art.14. De Commissie heeft als opdracht :
a) het geven van advies aan (de Gewestregering) betreffende alle aanvragen tot erkenning, tot voorlopige erkenning en alle herzieningen van een erkenning; <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
b) het inwinnen van inlichtingen en het samenstellen van dossiers in de gevallen bepaald in de artikelen 18 en 19, § 1, 1° en 2°, van deze wet en het formuleren van adviezen ter zake;
c) het geven van adviezen in de gevallen bepaald bij artikel 4, § 3, en artikel 6;
d) het geven van advies betreffende de aanvragen tot afwijking als bedoeld in artikel 21.
a) het geven van advies aan (de Gewestregering) betreffende alle aanvragen tot erkenning, tot voorlopige erkenning en alle herzieningen van een erkenning; <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
b) het inwinnen van inlichtingen en het samenstellen van dossiers in de gevallen bepaald in de artikelen 18 en 19, § 1, 1° en 2°, van deze wet en het formuleren van adviezen ter zake;
c) het geven van adviezen in de gevallen bepaald bij artikel 4, § 3, en artikel 6;
d) het geven van advies betreffende de aanvragen tot afwijking als bedoeld in artikel 21.
Art.14. La Commission a pour mission :
a) de donner des avis au (Gouvernement régional) concernant toutes les demandes d'agréation, d'agréation provisoire et toutes les révisions d'une agréation; <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
b) de recueillir les informations et d'établir les dossiers dans les cas prévus aux articles 18 et 19, § 1er, 1° et 2°, de la présente loi, et de formuler des avis en la matière;
c) de donner des avis dans les cas prévus à l'article 4, § 3, et l'article 6;
d) de donner des avis concernant les demandes de dérogation visées à l'article 21.
a) de donner des avis au (Gouvernement régional) concernant toutes les demandes d'agréation, d'agréation provisoire et toutes les révisions d'une agréation; <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
b) de recueillir les informations et d'établir les dossiers dans les cas prévus aux articles 18 et 19, § 1er, 1° et 2°, de la présente loi, et de formuler des avis en la matière;
c) de donner des avis dans les cas prévus à l'article 4, § 3, et l'article 6;
d) de donner des avis concernant les demandes de dérogation visées à l'article 21.
Art.15. De Commissie maakt een huishoudelijk reglement op, dat in werking treedt na goedkeuring door de Minister.
Art.15. La Commission établit son règlement d'ordre intérieur qui entre en vigueur après approbation par le Ministre.
Art.16. De Commissie heeft, volgens de modaliteiten door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit bepaald, rechtstreeks of op eenvoudig verzoek toegang tot de officiële gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van haar opdracht, inzonderheid wat de controle betreft van de voorwaarden gesteld bij artikel 4, § 1, 2°, 3°, 4°, 6° en 7°.
Art.16. Selon les modalités prévues par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la Commission a directement ou sur simple demande, accès aux données officielles nécessaires à l'accomplissement de sa mission, notamment pour le contrôle des conditions visées à l'article 4, § 1er, 2°, 3°, 4°, 6° et 7°.
Art.17. De erkende aannemers zijn ertoe gehouden de verklaringen, akten en uittreksels die ter uitvoering van artikel 12 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen moeten worden neergelegd of bekendgemaakt, uiterlijk binnen dertig dagen aan de Commissie bekend te maken.
Art.17. Les entrepreneurs agréés sont tenus de communiquer, au plus tard dans les trente jours, à la Commission toutes les déclarations, tous les actes et extraits qui doivent être déposés ou publiés en application de l'article 12 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales.
HOOFDSTUK V. - Herziening van de erkenning.
CHAPITRE V. - Révision de l'agréation.
Art.18. § 1. Elke erkenning blijft slechts gelden tot op het ogenblik van de herziening ervan.
§ 2. De Koning kan steeds beslissen tot een algemene herziening van alle erkenningen van alle aannemers.
§ 3. Tot individuele herziening van alle erkenningen van een aannemer wordt overgegaan :
1° om de vijf jaar en voor het eerst na een periode van vijf jaar te rekenen van het verkrijgen van de eerste erkenning;
2° op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie, wanneer zij kennis hebben van gegevens waaruit blijkt dat de aannemer niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4, § 1, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°; <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
3° op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie bij wijziging van de rechtspersoon, maatschappelijke vorm en bij stopzetting van de activiteit van de aannemer. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 4. Tot individuele herziening van één of meerdere erkenningen van een aannemer kan worden overgegaan, op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie, bij elke wijziging, uitbreiding of overdracht van een erkenning, uitgezonderd bij aanvragen tot het verkrijgen van een voorlopige erkenning. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 5. Wanneer de Commissie in haar advies over de herzieningen bedoeld in de §§ 2 tot 4 een klasseverlaging voorstelt of adviseert geen nieuwe erkenning te verlenen, wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem werd betekend per aangetekend schrijven, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
§ 2. De Koning kan steeds beslissen tot een algemene herziening van alle erkenningen van alle aannemers.
§ 3. Tot individuele herziening van alle erkenningen van een aannemer wordt overgegaan :
1° om de vijf jaar en voor het eerst na een periode van vijf jaar te rekenen van het verkrijgen van de eerste erkenning;
2° op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie, wanneer zij kennis hebben van gegevens waaruit blijkt dat de aannemer niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4, § 1, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°; <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
3° op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie bij wijziging van de rechtspersoon, maatschappelijke vorm en bij stopzetting van de activiteit van de aannemer. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 4. Tot individuele herziening van één of meerdere erkenningen van een aannemer kan worden overgegaan, op initiatief van (de Gewestregering) of van de Commissie, bij elke wijziging, uitbreiding of overdracht van een erkenning, uitgezonderd bij aanvragen tot het verkrijgen van een voorlopige erkenning. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 5. Wanneer de Commissie in haar advies over de herzieningen bedoeld in de §§ 2 tot 4 een klasseverlaging voorstelt of adviseert geen nieuwe erkenning te verlenen, wordt de betrokken aannemer, nadat het advies hem werd betekend per aangetekend schrijven, in de mogelijkheid gesteld om gehoord te worden. Het definitief advies van de Commissie moet antwoorden op de verweermiddelen van de aannemer.
Art.18. § 1. Toute agréation ne reste valable que jusqu'au moment de sa révision.
§ 2. Le Roi peut à tout moment décider de procéder à une révision générale de toutes les agréations de tous les entrepreneurs.
§ 3. Il est procédé à une révision individuelle de toutes les agréations d'un entrepreneur :
1° tous les cinq ans et pour la première fois après une période de cinq ans à compter de l'obtention d'une première agréation;
2° à l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission lorsqu'ils ont connaissance de données selon lesquelles l'entrepreneur ne remplit plus les conditions visées à l'article 4, § 1er, 1°, 2°, 3°, 5° et 6°; <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
3° à l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission dans le cas d'une modification de la personnalité juridique, de la forme juridique ou de cessation des activités de l'entrepreneur. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 4. A l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission, il peut être procédé à la révision individuelle d'une ou de plusieurs agréations d'un entrepreneur, lors de chaque modification, extension ou transfert d'une agréation, à l'exception des demandes d'obtention d'une agréation provisoire. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 5. Lorsque, dans son avis au sujet des révisions visées aux §§ 2 à 4, la Commission propose un déclassement ou suggère de ne pas accorder de nouvelle agréation, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
§ 2. Le Roi peut à tout moment décider de procéder à une révision générale de toutes les agréations de tous les entrepreneurs.
§ 3. Il est procédé à une révision individuelle de toutes les agréations d'un entrepreneur :
1° tous les cinq ans et pour la première fois après une période de cinq ans à compter de l'obtention d'une première agréation;
2° à l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission lorsqu'ils ont connaissance de données selon lesquelles l'entrepreneur ne remplit plus les conditions visées à l'article 4, § 1er, 1°, 2°, 3°, 5° et 6°; <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
3° à l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission dans le cas d'une modification de la personnalité juridique, de la forme juridique ou de cessation des activités de l'entrepreneur. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 4. A l'initiative du (Gouvernement régional) ou de la Commission, il peut être procédé à la révision individuelle d'une ou de plusieurs agréations d'un entrepreneur, lors de chaque modification, extension ou transfert d'une agréation, à l'exception des demandes d'obtention d'une agréation provisoire. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 5. Lorsque, dans son avis au sujet des révisions visées aux §§ 2 à 4, la Commission propose un déclassement ou suggère de ne pas accorder de nouvelle agréation, l'entrepreneur concerné a la possibilité d'être entendu après que l'avis lui a été notifié par lettre recommandée. L'avis définitif de la Commission doit répondre aux moyens de défense de l'entrepreneur.
HOOFDSTUK VI. - Klasseverlaging, schorsing en intrekking van de erkenning.
CHAPITRE VI. - Déclassement, suspension et retrait de l'agréation.
Art.19. § 1. (De Gewestregering) kan, na advies van de Commissie, de klasseverlaging of de schorsing van een of meerdere erkenningen van een aannemer uitspreken : <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
1° Wanneer door de opdrachtgevers van werken in de zin van artikel 2 bij de Commissie een klacht wordt ingediend die betrekking heeft op een erkend aannemer en waarbij deze een van de volgende feiten ten laste wordt gelegd :
a) niet-naleving van de voorwaarden der gesloten overeenkomsten;
b) grove fout in de uitvoering van de werken;
c) afgifte van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen in het raam van de beoordeling van de voorwaarden die bij het gunnen van de opdracht werden gesteld;
d) [1 niet-naleving van het verbod op handelingen, overeenkomsten of afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen, zoals respectievelijk voorzien in artikel 5 van de wet betreffende de overheidsopdrachten, in artikel 10 van de wet defensie en veiligheid en in artikel 25, § 2, van de wet betreffende de concessies, met inbegrip van de daden van omkoping die strafbaar worden gesteld door de artikelen 246, 247, 250 en 251 van het Strafwetboek;]1
e) [1 het niet-nakomen tijdens de uitvoering van een overheidsopdracht van een van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet betreffende de overheidsopdrachten; in artikel 41, §§ 1 en 3, van de wet defensie en veiligheid en in artikel 27, eerste lid, van de wet betreffende de concessies;]1
2° Wanneer (de Gewestregering) of de Commissie kennis heeft van officiële gegevens waaruit blijkt dat de aannemer : <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
a) niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld onder artikel 4, § 1, 4°, a), en 7°;
b) valse verklaringen heeft afgelegd ter gelegenheid van het indienen van een aanvraag tot erkenning;
c) de in artikel 17 voorgeschreven meldingsplicht niet heeft nageleefd.
§ 2. Wanneer de aannemer, na daartoe te zijn aangemaand, binnen een termijn van zestig dagen, geen of onvolledig gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de Commissie tot overlegging in het raam van de artikelen 18 en 19 van alle nuttig geachte inlichtingen en bescheiden, wordt zijn erkenning door (de Gewestregering) geschorst. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 3. (De Gewestregering) kan, na advies van de Commissie, de intrekking van een of meer erkenningen van een aannemer uitspreken of een aannemer uitsluiten van overheidsopdrachten [1 en concessies]1 in de gevallen bepaald bij § 1, 1°, b, d en e, en 2°, a en b. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 4. De overeenkomstig § 1, 1° en 2°, en § 2 toe te passen maatregelen worden door de Commissie in een met redenen omkleed advies aan (de Gewestregering) voorgesteld, nadat de aannemer kennis heeft kunnen nemen van de hem ten laste gelegde feiten en in de mogelijkheid gesteld werd om in zijn verweermiddelen gehoord te worden. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De beslissing van (de Gewestregering) wordt met redenen omkleed en aan de aannemer betekend per aangetekend schrijven. Zij wordt tevens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
1° Wanneer door de opdrachtgevers van werken in de zin van artikel 2 bij de Commissie een klacht wordt ingediend die betrekking heeft op een erkend aannemer en waarbij deze een van de volgende feiten ten laste wordt gelegd :
a) niet-naleving van de voorwaarden der gesloten overeenkomsten;
b) grove fout in de uitvoering van de werken;
c) afgifte van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen in het raam van de beoordeling van de voorwaarden die bij het gunnen van de opdracht werden gesteld;
d) [1 niet-naleving van het verbod op handelingen, overeenkomsten of afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen, zoals respectievelijk voorzien in artikel 5 van de wet betreffende de overheidsopdrachten, in artikel 10 van de wet defensie en veiligheid en in artikel 25, § 2, van de wet betreffende de concessies, met inbegrip van de daden van omkoping die strafbaar worden gesteld door de artikelen 246, 247, 250 en 251 van het Strafwetboek;]1
e) [1 het niet-nakomen tijdens de uitvoering van een overheidsopdracht van een van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet betreffende de overheidsopdrachten; in artikel 41, §§ 1 en 3, van de wet defensie en veiligheid en in artikel 27, eerste lid, van de wet betreffende de concessies;]1
2° Wanneer (de Gewestregering) of de Commissie kennis heeft van officiële gegevens waaruit blijkt dat de aannemer : <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
a) niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld onder artikel 4, § 1, 4°, a), en 7°;
b) valse verklaringen heeft afgelegd ter gelegenheid van het indienen van een aanvraag tot erkenning;
c) de in artikel 17 voorgeschreven meldingsplicht niet heeft nageleefd.
§ 2. Wanneer de aannemer, na daartoe te zijn aangemaand, binnen een termijn van zestig dagen, geen of onvolledig gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de Commissie tot overlegging in het raam van de artikelen 18 en 19 van alle nuttig geachte inlichtingen en bescheiden, wordt zijn erkenning door (de Gewestregering) geschorst. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 3. (De Gewestregering) kan, na advies van de Commissie, de intrekking van een of meer erkenningen van een aannemer uitspreken of een aannemer uitsluiten van overheidsopdrachten [1 en concessies]1 in de gevallen bepaald bij § 1, 1°, b, d en e, en 2°, a en b. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
§ 4. De overeenkomstig § 1, 1° en 2°, en § 2 toe te passen maatregelen worden door de Commissie in een met redenen omkleed advies aan (de Gewestregering) voorgesteld, nadat de aannemer kennis heeft kunnen nemen van de hem ten laste gelegde feiten en in de mogelijkheid gesteld werd om in zijn verweermiddelen gehoord te worden. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De beslissing van (de Gewestregering) wordt met redenen omkleed en aan de aannemer betekend per aangetekend schrijven. Zij wordt tevens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. <W 1994-09-19/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art.19. § 1. (Le Gouvernement régional) peut, après avoir reçu l'avis de la Commission, ordonner le déclassement ou la suspension d'une ou de plusieurs agréations d'un entrepreneur : <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
1° Lorsqu'une plainte est déposée à la Commission par les maîtres d'ouvrage de travaux au sens de l'article 2, au sujet d'un entrepreneur agréé, auquel il est reproché un des faits suivants :
a) manquement aux conditions des marchés [1 et concessions]1 passés;
b) faute grave dans l'exécution des travaux;
c) fausses déclarations en fournissant les renseignements en vue d'établir s'il a été satisfait aux conditions imposées au moment de l'attribution du marché;
d) [1 non-respect de l'interdiction de tout acte, convention ou entente de nature à fausser les conditions normales de la concurrence, prévue respectivement à l'article 5 de la loi marchés publics, à l'article 10 de la loi défense et sécurité et à l'article 25, § 2 de la loi sur les concessions, en ce compris la commission d'actes de corruption incriminés par les articles 246, 247, 250 et 251 du Code pénal;]1
e) [1 manquement, au cours de l'exécution d'un marché public, à l'une des obligations visées respectivement à l'article 7, alinéa 1er, de la loi marchés publics; à l'article 41, §§ 1er et 3, de la loi défense et sécurité et à l'article 27, alinéa 1er, de la loi sur les concessions;]1
2° Lorsque (le Gouvernement régional) ou la Commission a connaissance de données officielles d'où il ressort que l'entrepreneur : <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
a) ne remplit plus les conditions prévues à l'article 4, § 1er, 4°, a), et 7°;
b) s'est rendu coupable de fausses déclarations au moment de l'introduction d'une demande d'agréation;
c) n'a pas respecté l'obligation de notification imposée par l'article 17.
§ 2. Lorsque l'entrepreneur, après y avoir été sommé, n'a pas ou n'a que partiellement donné suite dans les soixante jours, à la demande de la Commission de produire, dans le cadre des articles 18 et 19, toutes pièces et tous renseignements qu'elle juge utiles, son agréation est suspendue par (le Gouvernement régional). <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 3. (Le Gouvernement régional) peut, après avis de la Commission, ordonner le retrait d'une ou de plusieurs agréations d'un entrepreneur ou exclure un entrepreneur de marchés publics [1 et de concessions]1 dans les cas prévus au § 1er, 1°, b, d et e, et 2°, a et b. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 4. Les mesures applicables conformément aux § 1er, 1° et 2°, et § 2 sont proposées au (Gouvernement régional) par la Commission au moyen d'un avis motivé, après que l'entrepreneur a eu l'occasion de prendre connaissance des faits qui lui sont imputés et qu'il a eu l'occasion d'être entendu dans ses moyens de défense <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>.
La décision du (Gouvernement régional) est motivée et notifiée par lettre recommandée à l'entrepreneur. Elle est également publiée par extrait au Moniteur belge. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
1° Lorsqu'une plainte est déposée à la Commission par les maîtres d'ouvrage de travaux au sens de l'article 2, au sujet d'un entrepreneur agréé, auquel il est reproché un des faits suivants :
a) manquement aux conditions des marchés [1 et concessions]1 passés;
b) faute grave dans l'exécution des travaux;
c) fausses déclarations en fournissant les renseignements en vue d'établir s'il a été satisfait aux conditions imposées au moment de l'attribution du marché;
d) [1 non-respect de l'interdiction de tout acte, convention ou entente de nature à fausser les conditions normales de la concurrence, prévue respectivement à l'article 5 de la loi marchés publics, à l'article 10 de la loi défense et sécurité et à l'article 25, § 2 de la loi sur les concessions, en ce compris la commission d'actes de corruption incriminés par les articles 246, 247, 250 et 251 du Code pénal;]1
e) [1 manquement, au cours de l'exécution d'un marché public, à l'une des obligations visées respectivement à l'article 7, alinéa 1er, de la loi marchés publics; à l'article 41, §§ 1er et 3, de la loi défense et sécurité et à l'article 27, alinéa 1er, de la loi sur les concessions;]1
2° Lorsque (le Gouvernement régional) ou la Commission a connaissance de données officielles d'où il ressort que l'entrepreneur : <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
a) ne remplit plus les conditions prévues à l'article 4, § 1er, 4°, a), et 7°;
b) s'est rendu coupable de fausses déclarations au moment de l'introduction d'une demande d'agréation;
c) n'a pas respecté l'obligation de notification imposée par l'article 17.
§ 2. Lorsque l'entrepreneur, après y avoir été sommé, n'a pas ou n'a que partiellement donné suite dans les soixante jours, à la demande de la Commission de produire, dans le cadre des articles 18 et 19, toutes pièces et tous renseignements qu'elle juge utiles, son agréation est suspendue par (le Gouvernement régional). <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 3. (Le Gouvernement régional) peut, après avis de la Commission, ordonner le retrait d'une ou de plusieurs agréations d'un entrepreneur ou exclure un entrepreneur de marchés publics [1 et de concessions]1 dans les cas prévus au § 1er, 1°, b, d et e, et 2°, a et b. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
§ 4. Les mesures applicables conformément aux § 1er, 1° et 2°, et § 2 sont proposées au (Gouvernement régional) par la Commission au moyen d'un avis motivé, après que l'entrepreneur a eu l'occasion de prendre connaissance des faits qui lui sont imputés et qu'il a eu l'occasion d'être entendu dans ses moyens de défense <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>.
La décision du (Gouvernement régional) est motivée et notifiée par lettre recommandée à l'entrepreneur. Elle est également publiée par extrait au Moniteur belge. <L 1994-09-19/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Wijzigingen
Art. 19bis. [1 De procedure tot klasseverlaging, schorsing of intrekking van de erkenning, is geschorst totdat de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan of totdat de administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet langer vatbaar is voor beroep.]1
Art. 19bis. [1 La procédure de déclassement, de suspension ou de retrait de l'agréation est suspendue jusqu'à ce que la décision judiciaire constatant l'infraction soit coulée en force de chose jugée ou que la décision administrative infligeant une amende administrative ne soit plus susceptible de recours.]1
Art.20. De Minister maakt een lijst op van de aannemers wier erkenning geschorst of ingetrokken is evenals van de aannemers die uitgesloten zijn van overheidsopdrachten [1 en van concessies]1. Deze lijst wordt bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad en wordt op verzoek ter beschikking gesteld.
Art.20. Le Ministre dresse la liste des entrepreneurs dont l'agréation a été suspendue ou retirée ainsi que des entrepreneurs qui sont exclus de marchés publics [1 et de concessions]1. Cette liste est publiée aux annexes du Moniteur belge et est disponible sur demande.
Wijzigingen
HOOFDSTUK VII. - Afwijkingen.
CHAPITRE VII. - Dérogations.
Art.21. (Voor de werken die in opdracht van een publiekrechtelijk of privaatrechtelijk rechtspersoon worden uitgevoerd en die voor ten minste 25 pct. worden gesubsidieerd of in gelijk welke vorm rechtstreeks gefinancierd, ten laste van hun begroting of van de begroting van openbare instellingen die van hen afhangen, kunnen de federale Ministers of de Gemeenschaps- en Gewestregeringen, met inachtneming van de door de Koning te bepalen regelen, na advies van de Commissie en bij een met redenen omkleed besluit, bepalen dat er wordt afgeweken van de in de artikelen 3 en 11 bepaalde voorwaarden.) <W 1994-09-19/38, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Wanneer de werken in aanbesteding gegeven worden door een provincie, een federatie van gemeenten, een gemeente, een vereniging van gemeenten, of een van de andere instellingen die van de provincies of gemeenten afhangen, een watering of een polder en wanneer ze niet rechtstreeks gesubsidieerd noch gefinancierd worden, voor ten minste 25 pct., door de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten, wordt de afwijking onder dezelfde voorwaarden toegestaan door de provinciegouverneur.
(Lid 3 opgeheven) <W 1994-09-19/38, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De bevoegdheid om de afwijking toe te staan kan niet worden overgedragen.
(De bepalingen van de leden 1, 3 en 4 zijn niet toepasselijk op [1 Proximus]1. Dit autonoom overheidsbedrijf kan met inachtneming van door de Koning te bepalen regelen en na advies van de Commissie, afwijken van de in artikel 3 en 11 voorziene voorwaarden. De afwijking wordt toegestaan bij of krachtens een beslissing van de raad van bestuur van [1 Proximus]1. De raad van bestuur bepaalt wanneer de beslissing tot afwijking behoort, hetzij tot de uitsluitende bevoegdheid van het Directiecomité, hetzij mag worden gesubdelegeerd.) <KB 1992-08-19/43, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 04-09-1992>
Wanneer de werken in aanbesteding gegeven worden door een provincie, een federatie van gemeenten, een gemeente, een vereniging van gemeenten, of een van de andere instellingen die van de provincies of gemeenten afhangen, een watering of een polder en wanneer ze niet rechtstreeks gesubsidieerd noch gefinancierd worden, voor ten minste 25 pct., door de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten, wordt de afwijking onder dezelfde voorwaarden toegestaan door de provinciegouverneur.
(Lid 3 opgeheven) <W 1994-09-19/38, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
De bevoegdheid om de afwijking toe te staan kan niet worden overgedragen.
(De bepalingen van de leden 1, 3 en 4 zijn niet toepasselijk op [1 Proximus]1. Dit autonoom overheidsbedrijf kan met inachtneming van door de Koning te bepalen regelen en na advies van de Commissie, afwijken van de in artikel 3 en 11 voorziene voorwaarden. De afwijking wordt toegestaan bij of krachtens een beslissing van de raad van bestuur van [1 Proximus]1. De raad van bestuur bepaalt wanneer de beslissing tot afwijking behoort, hetzij tot de uitsluitende bevoegdheid van het Directiecomité, hetzij mag worden gesubdelegeerd.) <KB 1992-08-19/43, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 04-09-1992>
Art.21. (Pour les travaux, réalisés pour compte d'une personne de droit public ou de droit privé, qui sont exécutés, ou subventionnés ou financés directement, sous quelque forme que ce soit, à raison de 25 p.c. au moins, à charge de leur budget ou du budget d'établissements publics dépendant d'eux, les Ministres fédéraux ou les Gouvernements communautaires et régionaux peuvent, moyennant le respect des règles à déterminer par le Roi, et après avis de la Commission, décider par arrêté motivé, la dérogation aux conditions prévues aux articles 3 et 11.) <L 1994-09-19/38, art. 6, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Si les travaux sont mis en adjudication par une province, une fédération de communes, une commune, une association de communes ou par un autre organisme dépendant des provinces ou communes, une wateringue ou un polder, et qu'ils ne sont ni subsidiés, ni financés directement, à raison de 25 p.c. au moins, par l'Etat, les Communautés ou les Régions, la dérogation est accordée dans les mêmes conditions par le gouverneur de la province.
(Alinéa 3 abrogé) <L 1994-09-19/38, art. 7, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Le pouvoir de dérogation ne peut faire l'objet d'une délégation.
(Les dispositions des alinéas 1, 3 et 4 ne sont pas applicables à [1 Proximus]1. Cette entreprise publique autonome peut, en tenant compte des règles à déterminer par le Roi et après avis de la Commission, déroger aux conditions prévues aux articles 3 et 11. La dérogation est accordée par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration de [1 Proximus]1. Le conseil d'administration détermine les cas où la décision de déroger relève soit de la compétence exclusive du comité de direction, soit peut être sous-déléguée.) <AR 1992-08-19/43, art. 7, 002; En vigueur : 04-09-1992>
Si les travaux sont mis en adjudication par une province, une fédération de communes, une commune, une association de communes ou par un autre organisme dépendant des provinces ou communes, une wateringue ou un polder, et qu'ils ne sont ni subsidiés, ni financés directement, à raison de 25 p.c. au moins, par l'Etat, les Communautés ou les Régions, la dérogation est accordée dans les mêmes conditions par le gouverneur de la province.
(Alinéa 3 abrogé) <L 1994-09-19/38, art. 7, 003; En vigueur : 01-01-1994>
Le pouvoir de dérogation ne peut faire l'objet d'une délégation.
(Les dispositions des alinéas 1, 3 et 4 ne sont pas applicables à [1 Proximus]1. Cette entreprise publique autonome peut, en tenant compte des règles à déterminer par le Roi et après avis de la Commission, déroger aux conditions prévues aux articles 3 et 11. La dérogation est accordée par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration de [1 Proximus]1. Le conseil d'administration détermine les cas où la décision de déroger relève soit de la compétence exclusive du comité de direction, soit peut être sous-déléguée.) <AR 1992-08-19/43, art. 7, 002; En vigueur : 04-09-1992>
HOOFDSTUK VIII. - Strafbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions pénales.
Art.22. Met één van de straffen bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek, wordt gestraft al wie de verplichting tot vertrouwelijkheid schendt waartoe hij krachtens artikel 13 gehouden is.
Art.22. Est puni d'une des peines prévues à l'article 458 du Code pénal, celui qui a violé l'obligation de confidentialité à laquelle il est astreint en vertu de l'article 13.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Art.23. De besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning der aannemers, gewijzigd bij de wetten van 14 juli 1976, 4 augustus 1978, 8 augustus 1980 en 6 juli 1989, en bij het koninklijk besluit van 11 april 1974, wordt opgeheven.
Art.23. L'arrêté-loi du 3 février 1947 organisant l'agréation des entrepreneurs, modifié par les lois des 14 juillet 1976, 4 août 1978, 8 août 1980 et 6 juillet 1989, et par l'arrêté royal du 11 avril 1974, est abrogé.
Art.24. De aannemers die erkend zijn op de datum van inwerkingtreding van deze wet behouden hun erkenningen totdat hun toestand herzien zal zijn overeenkomstig de modaliteiten en binnen de termijnen bepaald door de Koning.
In afwachting van deze herziening stelt de Koning, bij wijze van overgangsmaatregel, de equivalentieregels vast met betrekking tot de erkenning toegekend op basis van de vroegere regeling ingesteld bij de besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning der aannemers.
In afwachting van deze herziening stelt de Koning, bij wijze van overgangsmaatregel, de equivalentieregels vast met betrekking tot de erkenning toegekend op basis van de vroegere regeling ingesteld bij de besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning der aannemers.
Art.24. Les entrepreneurs agréés à la date d'entrée en vigueur de la présente loi conservent leurs agréations jusqu'au moment où leur situation aura été révisée conformément aux modalités et dans les délais fixés par le Roi.
En attendant cette révision le Roi prévoit, à titre transitoire, des règles d'équivalence relatives aux agréations attribuées sur base de l'ancienne réglementation, instituée par l'arrêté-loi du 3 février 1947 organisant l'agréation des entrepreneurs.
En attendant cette révision le Roi prévoit, à titre transitoire, des règles d'équivalence relatives aux agréations attribuées sur base de l'ancienne réglementation, instituée par l'arrêté-loi du 3 février 1947 organisant l'agréation des entrepreneurs.
Art. 25. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.
Art. 25. Le Roi fixe la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.