Artikel 1. In afwijking van het koninklijk besluit van 8 november 1989 tot vaststelling van de hoofdtarieven voor telecommunicatie en van de tarieven voor de schouwing van de radio-installaties van rijnaken en binnenvaartuigen, inzonderheid van de artikelen 1, 2, 3 en 26, wordt het sociaal telefoontarief vastgesteld als volgt :
1° de vergoeding voor beschikbaarstelling van de netlijn en het basisabonnementsgeld zijn gelijk aan 50 % van het normaal tarief;
2° gesprekstarief : normaal tarief; de kosteloosheid wordt nochtans toegekend voor de binnenlandse gesprekken ten belope van ten hoogste 40 tariefeenheden per tijdvak van twee maand.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 NOVEMBER 1989. - Koninklijk besluit tot vaststelling van een sociaal telefoontarief.
Titre
8 NOVEMBRE 1989. - ArrĂȘtĂ© royal fixant un tarif tĂ©lĂ©phonique social.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1. Par dĂ©rogation Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 8 octobre 1989 fixant les tarifs principaux en matiĂšre de tĂ©lĂ©communications et les tarifs pour l'inspection des installations radio des bateaux de la navigation rhĂ©nane et intĂ©rieure, notamment aux articles 1er, 2, 3 et 26, le tarif tĂ©lĂ©phonique social est fixĂ© comme suit :
1° l'indemnité pour mise à disposition de la ligne réseau et la redevance d'abonnement de base sont égales à 50 % du tarif normal;
2° coût des communications : tarif normal; la gratuité est cependant accordée pour les communications nationales jusqu'à concurrence de 40 unités de taxe par période de deux mois.
1° l'indemnité pour mise à disposition de la ligne réseau et la redevance d'abonnement de base sont égales à 50 % du tarif normal;
2° coût des communications : tarif normal; la gratuité est cependant accordée pour les communications nationales jusqu'à concurrence de 40 unités de taxe par période de deux mois.
Art. 2. Het sociaal telefoontarief geldt uitsluitend onder het stelsel van het gewoon abonnement voor een normale aansluiting. De houder ervan mag slechts over één telefoonaansluiting beschikken en de installatie moet beperkt zijn tot enkelvoudige of aan de handicap van de houder aangepaste toestellen, met eventueel de noodzakelijke toebehoren.
Art. 2. Le tarif tĂ©lĂ©phonique social n'est valable qu'en rĂ©gime d'abonnement ordinaire pour un raccordement normal. Le dĂ©tenteur ne peut disposer que d'un seul raccordement tĂ©lĂ©phonique et l'installation doit ĂȘtre limitĂ©e Ă des postes simples ou adaptĂ©s au handicap du dĂ©tenteur, avec Ă©ventuellement les accessoires nĂ©cessaires.
Art. 3. § 1. Het voordeel van het sociaal telefoontarief kan op zijn verzoek worden genoten door ieder persoon die :
1° de leeftijd van ten volle (65) jaar heeft bereikt en
- alleen woont;
- samenwoont met ten hoogste twee personen. Deze laatste(n) moet(en) ten volle (60) jaar oud zijn. <KB 1991-05-28/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1991>
Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen die de ouderdom van het einde van de leerplicht niet hebben bereikt. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn van vader en moeder of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.
De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens, geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
2° voor minstens 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en
- alleen woont;
- samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.
§ 2. Het bruto-inkomen van de genothebber, gecumuleerd met het bruto-inkomen van de personen die bij toepassing van § 1 eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 25, §§ 1, 2 en 3 en tot uitvoering van artikel 33, § 5, derde lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.
1° de leeftijd van ten volle (65) jaar heeft bereikt en
- alleen woont;
- samenwoont met ten hoogste twee personen. Deze laatste(n) moet(en) ten volle (60) jaar oud zijn. <KB 1991-05-28/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1991>
Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen die de ouderdom van het einde van de leerplicht niet hebben bereikt. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn van vader en moeder of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.
De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens, geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
2° voor minstens 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en
- alleen woont;
- samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.
§ 2. Het bruto-inkomen van de genothebber, gecumuleerd met het bruto-inkomen van de personen die bij toepassing van § 1 eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 25, §§ 1, 2 en 3 en tot uitvoering van artikel 33, § 5, derde lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Art. 3. § 1. Le bĂ©nĂ©fice du tarif tĂ©lĂ©phonique social peut ĂȘtre accordĂ©, Ă sa demande, Ă toute personne :
1° ùgée de (65) ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant avec deux personnes au maximum. Cette (ces) derniĂšre(s) doit (doivent) ĂȘtre ĂągĂ©e(s) de (60) ans accomplis. <AR 1991-05-28/43, art. 1, 002; En vigueur : 01-06-1991>
Peuvent Ă©galement cohabiter avec le bĂ©nĂ©ficiaire, ses enfants et petits-enfants qui n'ont pas atteint l'Ăąge de la fin de la scolaritĂ© obligatoire. Les petits-enfants doivent en outre ĂȘtre orphelins de pĂšre et de mĂšre ou avoir Ă©tĂ© confiĂ©s aux grands-parents par dĂ©cision judiciaire.
La limite d'ùge fixée à l'égard de ses enfants et petits-enfants ne s'applique pas aux descendants qui sont atteints à 66 % au moins d'insuffisance ou de diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou plusieurs affections;
2° atteinte d'un handicap d'au moins 66 % et ùgée de 18 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant soit avec deux personnes au maximum, soit avec des parents ou alliés du premier ou du deuxiÚme degré.
§ 2. Le revenu brut du bĂ©nĂ©ficiaire, cumulĂ© avec le revenu brut des personnes qui cohabitent Ă©ventuellement avec lui en application du § 1, ne peut dĂ©passer les montants fixĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 1er, § 1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er avril 1981 fixant le montant annuel des revenus visĂ©s Ă l'article 25, §§ 1er, 2 et 3 et portant exĂ©cution de l'article 33, § 5, alinĂ©a 3, de la loi du 9 aoĂ»t 1963 instituant et organisant un rĂ©gime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invaliditĂ©.
1° ùgée de (65) ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant avec deux personnes au maximum. Cette (ces) derniĂšre(s) doit (doivent) ĂȘtre ĂągĂ©e(s) de (60) ans accomplis. <AR 1991-05-28/43, art. 1, 002; En vigueur : 01-06-1991>
Peuvent Ă©galement cohabiter avec le bĂ©nĂ©ficiaire, ses enfants et petits-enfants qui n'ont pas atteint l'Ăąge de la fin de la scolaritĂ© obligatoire. Les petits-enfants doivent en outre ĂȘtre orphelins de pĂšre et de mĂšre ou avoir Ă©tĂ© confiĂ©s aux grands-parents par dĂ©cision judiciaire.
La limite d'ùge fixée à l'égard de ses enfants et petits-enfants ne s'applique pas aux descendants qui sont atteints à 66 % au moins d'insuffisance ou de diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou plusieurs affections;
2° atteinte d'un handicap d'au moins 66 % et ùgée de 18 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant soit avec deux personnes au maximum, soit avec des parents ou alliés du premier ou du deuxiÚme degré.
§ 2. Le revenu brut du bĂ©nĂ©ficiaire, cumulĂ© avec le revenu brut des personnes qui cohabitent Ă©ventuellement avec lui en application du § 1, ne peut dĂ©passer les montants fixĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 1er, § 1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er avril 1981 fixant le montant annuel des revenus visĂ©s Ă l'article 25, §§ 1er, 2 et 3 et portant exĂ©cution de l'article 33, § 5, alinĂ©a 3, de la loi du 9 aoĂ»t 1963 instituant et organisant un rĂ©gime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invaliditĂ©.
Art. 4. Wonen in een hotel, een rusthuis of onder een andere vorm van gemeenschapsleven opent geen recht op het voordeel van het sociaal telefoontarief.
Art. 4. Habiter dans un hÎtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire n'ouvre aucun droit au bénéfice du tarif téléphonique social.
Art. 5. Als voor minstens 66 % gehandicapt wordt aangezien de persoon :
1° die bij administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysisch of psysisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard;
2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid voorzien in artikel 46 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld zoals voorzien in artikel 56 van diezelfde wet;
3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals voorzien in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, werd vastgesteld;
4° (in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.) <KB 1991-05-28/43, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1991>
1° die bij administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysisch of psysisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard;
2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid voorzien in artikel 46 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld zoals voorzien in artikel 56 van diezelfde wet;
3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals voorzien in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, werd vastgesteld;
4° (in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.) <KB 1991-05-28/43, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1991>
Art. 5. Est considérée comme atteinte d'un handicap d'au moins 66 % la personne :
1° qui a Ă©tĂ© dĂ©clarĂ©e par une dĂ©cision administrative ou judiciaire ĂȘtre handicapĂ©e physiquement ou psychiquement ou en incapacitĂ© de travail de façon permanente pour au moins 66 %;
2° pour laquelle, aprĂšs la pĂ©riode d'incapacitĂ© primaire prĂ©vue Ă l'article 46 de la loi du 9 aoĂ»t 1963 instituant et organisant un rĂ©gime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invaliditĂ©, une rĂ©duction de la capacitĂ© de gain Ă un taux Ă©gal ou infĂ©rieur Ă un tiers est constatĂ©e, comme prĂ©vue Ă l'article 56 de la mĂȘme loi;
3° pour laquelle, dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus, une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins, comme prévu à l'article 2 de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés, a été constatée;
4° (pour laquelle une réduction du degré d'autonomie d'au moins 9 points a été constatée conformément aux guide et échelle médico-sociale applicables dans le cadre de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.) <AR 1991-05-28/43, art. 2, 002; En vigueur : 01-06-1991>
1° qui a Ă©tĂ© dĂ©clarĂ©e par une dĂ©cision administrative ou judiciaire ĂȘtre handicapĂ©e physiquement ou psychiquement ou en incapacitĂ© de travail de façon permanente pour au moins 66 %;
2° pour laquelle, aprĂšs la pĂ©riode d'incapacitĂ© primaire prĂ©vue Ă l'article 46 de la loi du 9 aoĂ»t 1963 instituant et organisant un rĂ©gime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invaliditĂ©, une rĂ©duction de la capacitĂ© de gain Ă un taux Ă©gal ou infĂ©rieur Ă un tiers est constatĂ©e, comme prĂ©vue Ă l'article 56 de la mĂȘme loi;
3° pour laquelle, dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus, une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins, comme prévu à l'article 2 de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés, a été constatée;
4° (pour laquelle une réduction du degré d'autonomie d'au moins 9 points a été constatée conformément aux guide et échelle médico-sociale applicables dans le cadre de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.) <AR 1991-05-28/43, art. 2, 002; En vigueur : 01-06-1991>
Art. 6. Het verzoek om het voordeel van het sociaal telefoontarief te genieten moet bij de Regie van Telegrafie en Telefonie worden ingediend.
De Minister, die deze Regie in zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de stukken welke moeten bewijzen dat aan de in dit besluit gestelde voorwaarden is voldaan.
De Minister, die deze Regie in zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de stukken welke moeten bewijzen dat aan de in dit besluit gestelde voorwaarden is voldaan.
Art. 6. La demande du bĂ©nĂ©fice du tarif tĂ©lĂ©phonique social doit ĂȘtre introduite auprĂšs de la RĂ©gie des TĂ©lĂ©graphes et des TĂ©lĂ©phones.
Le Ministre qui a cette RĂ©gie dans ses attributions dĂ©termine les piĂšces qui doivent Ă©tablir la preuve qu'il est satisfait aux conditions fixĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le Ministre qui a cette RĂ©gie dans ses attributions dĂ©termine les piĂšces qui doivent Ă©tablir la preuve qu'il est satisfait aux conditions fixĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 7. De reeds op het telefoonnet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het sociaal telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
Art. 7. Les personnes déjà reliées au téléphone qui remplissent les conditions fixées bénéficient du tarif téléphonique social à l'expiration de la premiÚre échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de leur demande.
Art. 8. De genothebber van het sociaal telefoontarief moet
1° zijn verzoek bij de Regie van Telegrafie en Telefonie hernieuwen vooraleer drie jaren zullen verstreken zijn vanaf de dag dat op hem dit tarief ingevolge een vorig verzoek werd toegepast;
2° voornoemde Regie dadelijk kennis geven van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de in dit besluit gestelde voorwaarden om het voordeel van dat tarief te genieten;
3° onmiddellijk de bedragen bijpassen die hij door het ten onrechte genieten van het sociaal telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden;
4° de Regie ertoe machtigen om, telkens als zij het gepast acht, hetzij bij de bevoegde overheden, hetzij op zijn verblijf na te gaan of hij werkelijk aan al de gestelde voorwaarden voldoet.
1° zijn verzoek bij de Regie van Telegrafie en Telefonie hernieuwen vooraleer drie jaren zullen verstreken zijn vanaf de dag dat op hem dit tarief ingevolge een vorig verzoek werd toegepast;
2° voornoemde Regie dadelijk kennis geven van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de in dit besluit gestelde voorwaarden om het voordeel van dat tarief te genieten;
3° onmiddellijk de bedragen bijpassen die hij door het ten onrechte genieten van het sociaal telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden;
4° de Regie ertoe machtigen om, telkens als zij het gepast acht, hetzij bij de bevoegde overheden, hetzij op zijn verblijf na te gaan of hij werkelijk aan al de gestelde voorwaarden voldoet.
Art. 8. Le bénéficiaire du tarif téléphonique social est tenu :
1° de renouveler sa demande auprĂšs de la RĂ©gie des TĂ©lĂ©graphes et des TĂ©lĂ©phones avant l'expiration d'un dĂ©lai de trois ans Ă partir du jour oĂč ce tarif lui a Ă©tĂ© appliquĂ© Ă la suite d'une demande antĂ©rieure;
2° de donner immĂ©diatement connaisance Ă cette RĂ©gie du fait qu'il ne satisfait plus Ă une des conditions fixĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour bĂ©nĂ©ficier du tarif en question;
3° de compléter immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du tarif téléphonique social à la suite notamment d'une déclaration incomplÚte ou fausse à propos des conditions fixées;
4° d'autoriser la Régie, chaque fois qu'elle l'estime nécessaire, à vérifier, soit auprÚs des autorités compétentes, soit dans sa demeure, s'il remplit réellement toutes les conditions fixées.
1° de renouveler sa demande auprĂšs de la RĂ©gie des TĂ©lĂ©graphes et des TĂ©lĂ©phones avant l'expiration d'un dĂ©lai de trois ans Ă partir du jour oĂč ce tarif lui a Ă©tĂ© appliquĂ© Ă la suite d'une demande antĂ©rieure;
2° de donner immĂ©diatement connaisance Ă cette RĂ©gie du fait qu'il ne satisfait plus Ă une des conditions fixĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour bĂ©nĂ©ficier du tarif en question;
3° de compléter immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du tarif téléphonique social à la suite notamment d'une déclaration incomplÚte ou fausse à propos des conditions fixées;
4° d'autoriser la Régie, chaque fois qu'elle l'estime nécessaire, à vérifier, soit auprÚs des autorités compétentes, soit dans sa demeure, s'il remplit réellement toutes les conditions fixées.
Art. 9. Het genot van het sociaal telefoontarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
Art. 9. Le bénéfice du tarif téléphonique social est retiré à la premiÚre échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
Art. 10. Het koninklijk besluit van 26 februari 1982 tot vaststelling van een sociaal telefoontarief, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 april 1983, 14 juni 1985, 29 april 1986, 26 juni 1987 en 28 juni 1989, wordt opgeheven.
Art. 10. L'arrĂȘtĂ© royal du 26 fĂ©vrier 1982 fixant un tarif tĂ©lĂ©phonique social, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 8 avril 1983, 14 juin 1985, 29 avril 1986, 26 juin 1987 et 28 juin 1989, est abrogĂ©.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 1989.
Art. 11. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er novembre 1989.
Art. 12. Onze Minister van Posterijen, Telegrafie en Telefonie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Notre Ministre des Postes, TĂ©lĂ©graphes et TĂ©lĂ©phones est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.