Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 MAART 1987. - Dierengezondheidswet (NOTA : bij arrest van 31 januari 1989, B.St. van 03-03-1989, p. 3860, Heeft het Arbitragehof voor de Vlaamse en de Waalse gewesten, de artikelen 8, L 1, 1° tot 4°, 10, 11, L 1 en 2, 14 en 17 vernietigd) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-01-1991 en tekstbijwerking tot 21-06-2024)
Titre
24 MARS 1987. - Loi relative à la santé des animaux (NOTE: par arrêt du 31 janvier 1989, M.B. du 03-03-1989, p. 3860, la Cour d'arbitrage a annulé pour les Régions wallonne et flamande, les articles 8, al. 1er, 1° à 4°, 10, 11, al. 1 et 2, 14 et 17) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-01-1991 et mise à jour au 21-06-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. [1 § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt, onder voorbehoud van paragraaf 2, verstaan onder:
   1° Minister: naar gelang het geval de Minister bevoegd voor de Veiligheid van de Voedselketen of de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid;
   2° FOD: Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
   3° Agentschap: Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
   4° Dienst: naar gelang het geval, de diergeneeskundige dienst van de FOD of het Agentschap;
   5° Fonds: Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, opgericht bij de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;
   6° Laboratorium: laboratorium geviseerd in het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de erkenning van de laboratoria die analyses uitvoeren in verband met de veiligheid van de voedselketen;
   7° Officiële dierenarts: de dierenarts van het Agentschap, of de dierenarts zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 20 december 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen taken door zelfstandige dierenartsen kan laten verrichten;
   8° Verordening (EU) 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierengezondheid ("dierengezondheidswet-geving").
   § 2. De definities van verordening (EU) 2016/429 gelden voor de bepalingen van deze wet die vallen onder het toepassingsgebied van deze verordening.]1

  
Article 1. [1 § 1er. Pour l'application de la présente loi, sous réserve du paragraphe 2, on entend par :
   1° Ministre : selon le cas le Ministre qui a la Sécurité de la Chaîne alimentaire dans ses attributions ou la Ministre qui a la santé publique dans ses attributions ;
   2° SPF : Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement ;
   3° Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire ;
   4° Service : suivant le cas, le service vétérinaire du SPF ou l'Agence ;
   5° Fonds : Fonds budgétaire pour la Santé et la qualité des animaux et des produits animaux, créé par la loi du 23 mars 1998 relative à la création d'un Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux ;
   6° Laboratoire : laboratoire visé par l'arrêté royal du 3 août 2012 relatif à l'agrément des laboratoires qui effectuent des analyses en rapport avec la sécurité de la chaîne alimentaire ;
   7° Vétérinaire officiel : le vétérinaire de l'Agence, ou le vétérinaire visé à l'arrêté royal du 20 décembre 2004 portant fixation des conditions dans lesquelles l'Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire peut faire exécuter des tâches par des médecins vétérinaires indépendants ;
   8° Règlement (UE) 2016/429 : règlement (UE) 2016/429 du Parlement Européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale (" législation sur la santé animale ").
   § 2. Les définitions du règlement (UE) 2016/429 sont d'application pour les dispositions de cette loi qui entrent dans le champ d'application dudit règlement.]1

  
Art.2. Deze wet heeft de bestrijding van de dierenziekten [1 , met inbegrip van de bestrijding van antimicrobiële resistentie,]1 tot doel ten einde de volksgezondheid en de economische welvaart van de dierenhouders te bevorderen.
  
Art.2. La présente loi a pour objet de lutter contre les maladies des animaux [1 , y compris la lutte contre la résistance antimicrobienne]1, dans le but de promouvoir la santé publique et la prospérité économique des détenteurs d'animaux.
  
HOOFDSTUK II. - De vereniging en de verbonden tot bestrijding van dierenziekten.
CHAPITRE II. - Les associations et les fédérations de lutte contre les maladies des animaux.
Art.3. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de (verenigingen en de verbonden tot bestrijding van dierenziekten) moeten voldoen om door de Minister te worden erkend, inzonderheid wat betreft hun juridische vorm, hun territoriale bevoegdheid, de samenstelling van het bestuursorgaan, hun werking en hun handelingen. <W 1990-12-29/30, art. 209, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> Hij kan de minimumbijdrage van de leden en de voorwaarden van de financiële staatstussenkomst vaststellen. Hij bepaalt de wijze van samenwerking met de Dienst.
Art.3. Le Roi détermine les conditions auxquelles (les associations et les fédérations de lutte contre les maladies des animaux) doivent satisfaire pour être agréées par le Ministre, notamment en ce qui concerne leur forme juridique, leur compétence territoriale, la composition de l'organe de direction, leur fonctionnement et leurs activités. <L 1990-12-29/30, art. 209, 002; En vigueur : 19-01-1991> Il peut fixer la contribution minimale des membres et les conditions de l'intervention financière de l'Etat. Il détermine le mode de la collaboration avec le Service.
Art.4. De erkende verenigingen en verbonden tot bestrijding van dierenziekten kunnen door de [1 Koning]1 verplicht worden deel te nemen aan de organisatie van de voorkoming en de bestrijding van besmettelijke dierenziekten.
  
Art.4. Les associations et les fédérations de lutte contre les maladies des animaux agréées peuvent être obligées par le [1 Roi]1 de participer à l'organisation de la prévention et de la lutte contre les maladies contagieuses des animaux.
  
Art.5. De erkende verenigingen en verbonden tot bestrijding van dierenziekten delen de beslissingen van hun bestuursorganen, binnen dertig dagen na hun tussenkomst, aan de Minister mee.
  De Minister kan elke in vorig lid bedoelde beslissing binnen twintig dagen na de kennisgeving ervan vernietigen, hetzij omdat zij strijdig is met deze wet of een uitvoeringsbesluit ervan of met de richtlijnen van de Minister, hetzij omdat zij strijdig is met het algemeen belang ter zake. Alvorens te beslissen kan de Minister de termijn van twintig dagen met een termijn van gelijke duur verlengen voor bijkomend onderzoek.
Art.5. Les associations et les fédérations de lutte contre les maladies des animaux agréées soumettent au Ministre les décisions de leurs organes de direction, dans les trente jours de leur intervention.
  Le Ministre peut annuler toute décision visée à l'alinéa précédent, dans les vingt jours de sa communication soit parce que la décision est contraire à la présente loi ou à un arrêté d'exécution ou aux directives du Ministre, soit parce qu'elle est incompatible avec l'intérêt général en la matière. Avant d'arrêter sa décision, le Ministre peut prolonger le délai de vingt jours par un délai d'une même durée, afin de procéder à un examen complémentaire.
HOOFDSTUK III. [1 - Bijzondere maatregelen inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde dierziekten.]1
CHAPITRE III. [1 - Mesures particulières de prévention, de contrôle et d'éradication contre certaines maladies animales.]1
Art.6. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de opgenomen ziekten die op de lijst in bijlage II van de Verordening (EU) 2016/429 staan.
   § 2. De Koning mag andere dierenziekten aanwijzen die onder de toepassing vallen van dit hoofdstuk.
   § 3. Bij dreigend gevaar van besmetting door een besmettelijke dierenziekte kan de Dienst maatregelen treffen welke voor niet langer dan dertig dagen van kracht zijn en die hij onverwijld ter kennis van de Minister moet brengen.]1

  
Art.6. [1 § 1er. Le présent chapitre est applicable aux maladies répertoriées figurant dans la liste de l'annexe II du Règlement (UE) 2016/429.
   § 2. Le Roi peut désigner d'autres maladies des animaux auxquelles le présent chapitre est applicable.
   § 3. En cas de danger imminent de contamination par une maladie contagieuse, le Service peut prendre des mesures produisant effet pendant trente jours au maximum et en informe sans délai le Ministre.]1

  
Art.7. § 1. De Koning kan onder de voorwaarden die Hij bepaalt, aan de [2 exploitant of de houder van een gezelschapsdier]2 of aan de dierenartsen de aangifte van elk uitbreken of van elk voorteken van het uitbreken van dierenziekten opleggen en de overheidspersonen aanwijzen aan wie de aangifte moet worden gedaan.
  [1 § 1/1. De Koning kan onder de voorwaarden die Hij bepaalt, aan de verantwoordelijke van een laboratorium de aangifte van dierenziekten vastgesteld in het kader van een laboratoriumonderzoek opleggen en de overheidspersonen aanwijzen aan wie de aangifte moet worden gedaan.]1
  § 2. De Koning kan aan de [2 exploitant of de houder van een gezelschapsdier]2 de tussenkomst opleggen van een dierenarts, die belast wordt met de uitvoering van door de Dienst genomen beslissingen.
  § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden onder welke de dierenartsen medewerken aan de uitvoering van deze wet [2 en bepaalt, in voorkomend geval, het bedrag van de vergoeding die hen kan worden toegekend]2.
  
Art.7. § 1er. Le Roi peut imposer dans les conditions qu'il détermine, [2 à l'opérateur ou au détenteur d'un animal de compagnie]2 ou aux vétérinaires la déclaration de toute apparition ou de tout symptôme d'apparition de maladies des animaux et désigner les agents de l'autorité auxquels la déclaration doit être faite.
  [1 § 1er/1. Le Roi peut imposer dans les conditions qu'Il détermine, au responsable d'un laboratoire, la notification des maladies des animaux constatées dans le cadre d'un examen au laboratoire et désigner les agents de l'autorité auxquels la déclaration doit être faite.]1
  § 2. Le Roi peut imposer [2 à l'opérateur ou au détenteur d'un animal de compagnie]2 l'intervention d'un vétérinaire qui sera chargé de l'exécution des décisions prises par le Service.
  § 3. Le Roi détermine les conditions dans lesquelles les vétérinaires participent à l'exécution de la présente loi [2 et le cas échéant, détermine le montant des indemnisations qui peuvent leur être accordées]2.
  
Art.8.
  De Koning kan:
  1° alle maatregelen treffen met het doel de dierenziekten te bestrijden, uit te roeien en hun verspreiding en het in of uit het land brengen ervan te verhinderen [2 en de kosten van die maatregelen ten laste leggen van de verantwoordelijke]2;
  2° alle of sommige andere methodes van dierenziektenbestrijding dan die welke Hij vaststelt verbieden;
  3° de afslachting of afmaking voorschrijven van een dier dat door een dierenziekte is aangetast of besmet of verdacht is van aantasting of besmetting binnen de termijn die Hij bepaalt en op de plaats die Hij aanwijst, alsook de bestemming van de krengen of karkassen van de dieren of delen ervan bepalen;
  4° de afbraak of de vernietiging voorschrijven met de middelen en op de wijze die Hij aanduidt, van gebouwen, voertuigen, plantaardige of [1 producten van dierlijke oorsprong]1, grondstoffen voor de landbouw en de veeteelt en van alle andere goederen die besmet zijn of van besmetting verdacht zijn.
  Hij bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden een vergoeding kan worden verleend bij toepassing van de maatregelen bedoeld onder [1 1°, 3° en 4°]1.
  
Art.8.
  Le Roi peut:
  1° prendre toute mesure ayant pour but de lutter contre les maladies des animaux, de les éradiquer, ainsi que d'empêcher leur propagation, leur introduction dans le pays et leur sortie du pays [2 et mettre le coût de ces mesures à la charge du responsable]2;
  2° interdire toutes ou certaines méthodes de lutte contre les maladies des animaux autres que celles qu'Il fixe;
  3° prescrire l'abattage ou la mise à mort d'un animal atteint ou contaminé d'une maladie des animaux, ou suspect d'en être atteint ou contaminé, dans le délai qu'il fixe et dans le lieu qu'il désigne, et déterminer également la destination des cadavres ou carcasses de ces animaux ou parties de ceux-ci;
  4° prescrire la démolition ou la destruction, par les moyens et de la manière qu'il désigne, de bâtiments, véhicules, produits végétaux ou [1 d'origine animale]1, matières premières pour l'agriculture et l'élevage et de tous autres biens lorsque ceux-ci sont contaminés ou suspects d'être contaminés.
  Il détermine dans quelle mesure et sous quelles conditions une indemnité peut être accordée en cas d'application des mesures visées aux [1 1°, 3° et 4°]1.
  
Art.9. De Koning kan:
  1° het onder toezicht stellen, het afzonderen, het in bewaring of in quarantaine stellen van dieren die aangetast of besmet zijn door een dierenziekte of die verdacht zijn van aantasting of besmetting, voorschrijven en de kosten van die maatregelen ten laste leggen van de [1 exploitant of de houder van een gezelschapsdier]1;
  2° ten laste van de [1 exploitant of de houder van een gezelschapsdier]1 de reiniging en de ontsmetting voorschrijven van gebouwen, gebruiksvoorwerpen, vervoermiddelen en van alle goederen die drager zijn of kunnen zijn van ziekten of smetstoffen, en daartoe de produkten [1 voor reiniging en ontsmetting]1 en de gebruikswijze ervan opleggen;
  3° de verzameling, het verkeer en het vervoer van dieren verbieden of regelen;
  4° het verkeer van personen en goederen binnen een aangewezen gebied verbieden of regelen;
  5° [1 ...]1
  6° het bezitten, het in de handel brengen, het verkopen, het kopen, het ruilen, het om niet of onder bezwarende titel afstaan en het vervoer verbieden, hetzij van een dier waarop een verboden behandeling is toegepast, hetzij van een dier waarop een aangeduide behandeling niet is toegepast of toegepast is op een andere dan de voorgeschreven wijze.
  
Art.9. Le Roi peut:
  1° prescrire la mise en observation, l'isolement, la séquestration ou la mise en quarantaine d'animaux atteints ou contaminés par une maladie des animaux ou suspects d'en être atteints ou contaminés, et mettre le coût de ces mesures à charge [1 de l'opérateur ou du détenteur d'un animal de compagnie]1;
  2° prescrire à charge [1 de l'opérateur ou du détenteur d'un animal de compagnie]1 le nettoyage et la désinfection de bâtiments, d'ustensiles, de moyens de transport et de tous biens qui sont porteurs ou peuvent être porteurs de maladies ou de contages, et imposer à cet effet les produits [1 de nettoyage et de désinfection]1 et leur mode d'emploi;
  3° interdire ou réglementer le rassemblement, la circulation et le transport d'animaux;
  4° interdire ou réglementer la circulation de personnes et de biens dans une zone déterminée;
  5° [1 ...]1
  6° interdire la possession, la mise dans le commerce, la vente, l'achat, l'échange, la cession à titre gratuit ou onéreux et le transport soit d'un animal auquel un traitement interdit a été appliqué soit d'un animal auquel un traitement désigné n'a pas été appliqué ou a été appliqué d'une manière différente de celle prescrite.
  
Art. 9bis. <W 2005-12-27/31, art. 51, 012; Inwerkingtreding : 09-01-2006> Als er bij een ziekte die op de lijst van de Wereldorganisatie voor dierengezondheid (OIE) staat en die respectievelijk beschouwd wordt [1 in hoofdstuk 1.3. van de zoösanitaire code voor landdieren]1 en in hoofdstuk 1.1.3. van de zoösanitairecode voor dieren die in het water leven, zich een plotse en onverwachte toename voordoet van de morbiditeit of de mortaliteit of de zoönotische impact, is de Minister gemachtigd, in geval van ernstig gevaar van besmetting en tot de uitroeiing van die besmetting, alle bestrijdingsmaatregelen te nemen met inbegrip van de opvordering van ondernemingen, goederen en personen en de slachting of de doding van dieren met bepaling van de bestemming van de dieren, de dierlijke producten of andere voorwerpen.
  De Minister is gemachtigd diezelfde maatregelen te treffen bij de uitbraak van een opduikende ziekte met een belangrijke impact op de morbiditeit of de mortaliteit of met een zoönotisch karakter.
  
Art. 9bis. <L 2005-12-27/31, art. 51, 012; En vigueur : 09-01-2006> Lorsqu'une des maladies reprises sur les listes de l'Organisation mondiale de santé animale (OIE) visées respectivement [1 au chapitre 1.3 du code sanitaire pour les animaux terrestres]1 et au chapitre 1.1.3. du code sanitaire pour les animaux aquatiques présente un accroissement soudain et inattendu de la morbidité ou de la mortalité ou de son impact zoonotique, le Ministre est autorisé en cas de danger grave de contamination et jusqu'à l'éradication de la contamination, à prendre toute mesure de lutte, y compris la réquisition d'entreprises, de biens et de personnes et l'abattage ou la mise à mort d'animaux et la détermination de la destination d'animaux, produits animaux ou autres objets.
  Le Ministre est autorisé à prendre ces mêmes mesures lors de l'apparition d'une maladie émergente présentant un important impact de morbidité ou de mortalité ou zoonotique.
  
HOOFDSTUK IV. [1 - Bijzondere maatregelen inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde dierziekten en van de antimicrobiële resistentie.]1
CHAPITRE IV. [1 - Mesures générales de prévention, de contrôle et d'éradication des maladies animales et de la résistance antimicrobienne.]1
Art.12. De Koning kan de voorwaarden vaststellen van de ophaling, het vervoer, de behandeling en het gebruik waaraan [1 producten van dierlijke oorsprong]1 en plantaardige produkten, die voor het menselijk verbruik niet ongeschikt zijn of verklaard worden, moeten voldoen om als dierenvoeding te worden aangewend.
  Hij kan de activiteiten van de personen die een van de hiervoren vermelde handelingen verrichten, onderwerpen aan een voorafgaande erkenning, verleend door de Minister, en er de voorwaarden van vaststellen.
  
Art.12. Le Roi peut définir les conditions de la collecte, du transport, du traitement et de l'utilisation auxquelles des [1 produits d'origine animale]1 et végétaux qui ne sont pas impropres ou qui ne sont pas déclarés impropres à la consommation humaine doivent satisfaire pour servir à l'alimentation des animaux.
  Il peut subordonner les activités des personnes effectuant des opérations visées ci-dessus à un agrément préalable, accordé par le Ministre et en fixer les conditions.
  
Art.13. § 1. Onverminderd de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt kan de Koning de sanitaire voorwaarden bepalen voor de vervaardiging, de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de bereiding, de verkoop, het bezit en het vervoer van het verwerkingsmateriaal (en dierlijke bijproducten). <W 2007-03-01/37, art. 109, 1°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 2. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan de bedrijven voor de vervaardiging, de verwerking en de bereiding van het verwerkingsmateriaal (en dierlijke bijproducten) moeten voldoen om door de Minister te worden erkend. <W 2007-03-01/37, art. 109, 2°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
Art.13. § 1er. Sans préjudice des dispositions de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, le Roi peut prescrire les conditions sanitaires de la fabrication, de l'importation, de l'exportation, du transit, de la préparation, de la vente, de la détention et du transport de la matière à traiter (et sous-produits animaux). <L 2007-03-01/37, art. 109, 1°, 014; En vigueur : 24-03-2007>
  § 2. Le Roi peut fixer les conditions auxquelles les entreprises de fabrication, de transformation ou de préparation de la matière à traiter (et sous-produits animaux) doivent satisfaire pour être agréées par le Ministre. <L 2007-03-01/37, art. 109, 2°, 014; En vigueur : 24-03-2007>
Art.14.
  § 1. De Koning stelt de voorwaarden vast voor de ophaling, het vervoer, de invoer, de uitvoer en de behandeling van destructiemateriaal [1 ...]1.
  § 2. Destructiemateriaal wordt uitsluitend opgehaald, vervoerd, ingevoerd door en behandeld in destructiebedrijven.
  § 3. De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de destructiebedrijven moeten voldoen om door de Minister te worden erkend. De Koning bepaalt hun territoriale bevoegdheid, de duur van de erkenning die dertig jaar niet mag overschrijden, hun technische uitrusting evenals de voorwaarden van verhandeling en bestemming van de produkten verkregen uit de behandeling van het destructiemateriaal.
  Hij kan bepalen dat de Minister een tarief vaststelt voor sommige ophalingen, evenals de vergoedingen voor delen van dieren welke opgehaald worden.
  § 4. De destructiebedrijven zijn bedrijven van openbaar nut. Zij kunnen door de openbare overheden worden opgevorderd.
  § 5. In afwijking van de bepalingen van §§ 1 en 2, kan de Koning de voorwaarden vaststellen voor de ophaling, het vervoer, de invoer en de behandeling van bepaald destructiemateriaal door erkende bedrijven, alsmede de voorwaarden tot erkenning van deze bedrijven.
  
Art.14.
  § 1er. Le Roi détermine les conditions de ramassage, de transport, d'importation, d'exportation et de traitement de la matière à détruire [1 ...]1.
  § 2. La matière à détruire est uniquement ramassée, transportée, importée et traitée par les usines de destruction.
  § 3. Le Roi fixe les conditions auxquelles les usines de destruction doivent satisfaire pour être agréées par le Ministre. Le Roi définit leur compétence territoriale, la durée de l'agrément qui ne peut dépasser trente ans, l'équipement technique ainsi que les conditions de commercialisation et de destination des produits obtenus par le traitement de la matière à détruire.
  Il peut déterminer que le Ministre fixe le tarif de certains enlèvements ainsi que des indemnités pour certaines parties d'animaux qui sont enlevées.
  § 4. Les usines de destruction sont des entreprises d'utilité publique. Elles peuvent être réquisitionnées par les autorités publiques.
  § 5. En dérogation aux dispositions des §§ 1er et 2, le Roi peut fixer les conditions de ramassage, de transport, d'importation, d'utilisation et de traitement de certaines matières à détruire par des entreprises agréées ainsi que les conditions d'agrément de ces entreprises.
  
Art.15. Onverminderd de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten kan de Koning, met het oog op de bestrijding van dierenziekten [1 of van antimicrobiële resistentie]1;
  1° de voorwaarden vaststellen waaraan dieren, [1 producten van dierlijke oorsprong]1, (dierlijke bijproducten,) [1 levende producten,]1 planten en substraten moeten voldoen om te worden in de handel gebracht, verworven, ten verkoop aangeboden, tentoongesteld, in bezit gehouden, vervoerd, verkocht, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd; <W 2007-03-01/37, art. 110, 1°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  2° de invoer, de uitvoer of de doorvoer van dieren, [1 producten van dierlijke oorsprong]1, (dierlijke bijproducten,) [1 levende producten,]1 planten en substraten verbieden en reglementeren; <W 2007-03-01/37, art. 110, 2°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  3° de activiteit van de personen die de onder 1° genoemde handelingen verrichten, onderwerpen aan een voorafgaande niet overdraagbare erkenning verleend door de Minister;
  4° de voorwaarden bepalen tot het verkrijgen en behouden van de in 3° bedoelde erkenning waarvan Hij de geldigheidsduur kan bepalen, met inbegrip van de betaling van een vergoeding en de vaststelling van het bedrag ervan;
  (5° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten [1 , producten van dierlijke oorsprong of levende producten]1.) <W 2008-06-08/30, art. 47, 015; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  
Art.15. Sans préjudice des dispositions de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime, le Roi peut, en vue de la lutte contre les maladies des animaux [1 ou contre la résistance antimicrobienne]1;
  1° fixer les conditions auxquelles doivent satisfaire les animaux, les [1 produits d'origine animale]1, (sous-produits animaux,) [1 les produits germinaux,]1 les végétaux et les substrats pour être mis dans le commerce, acquis, offerts en vente, exposés, détenus, transportés, vendus, cédés à titre gratuit ou onéreux, importés, exportés ou traités en transit; <L 2007-03-01/37, art. 110, 1°, 014; En vigueur : 24-03-2007>
  2° interdire et réglementer l'importation, l'exportation ou le transit d'animaux, de [1 produits d'origine animale]1, (sous-produits animaux,) [1 de produits germinaux,]1 de végétaux et de substrats; <L 2007-03-01/37, art. 110, 2°, 014; En vigueur : 24-03-2007>
  3° subordonner les activités des personnes effectuant des opérations indiquées sous 1° à un agrément préalable incessible accordé par le Ministre;
  4° fixer les conditions auxquelles sont subordonnées l'obtention et la conservation de l'agrément visé au 3°, dont Il peut fixer la durée, y compris le paiement d'une redevance et la fixation du montant de cette redevance.
  (5° fixer les redevances à payer par les opérateurs pour l'obtention d'un certificat sanitaire à l'exportation de sous-produits animaux [1 , de produits d'origine animale ou de produits germinaux]1.) <L 2008-06-08/30, art. 47, 015; En vigueur : 26-06-2008>
  
Art.16. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan de lokalen en de open ruimten moeten voldoen waar verzamelingen van dieren voor tentoonstellingen, markten, jaarmarkten, prijskampen, keuringen, sportvertoningen en verkoop plaatsvinden.
  Hij kan de voorwaarden bepalen waaraan de [1 geconsigneerde instellingen en de inrichtingen die levende producten winnen, verzamelen, behandelen, verhandelen, of opslaan]1 moeten voldoen.
  
Art.16. Le Roi peut fixer les conditions auxquelles doivent répondre les locaux et les espaces en plein air où ont lieu des rassemblements d'animaux pour des expositions, marchés, foires, concours, expertises, manifestations sportives et ventes.
  Il peut fixer les conditions auxquelles doivent répondre les [1 établissements fermés et les établissements qui collectent, rassemblent, traitent, commercialisent ou entreposent les produits germinaux]1.
  
Art.17.
  De Koning kan de [1 voorwaarden]1 voor de registratie, het merken en de identificatie van de dieren en de [1 inrichtingen]1 bepalen. Hij bepaald aan welke voorwaarden de identificatiestukken moeten voldoen om te worden aangenomen door de Minister, evenals de voorwaarden van hun verdeling, registratie en gebruik.
  (Hij bepaalt het tarief van de retributies voor de identificatie en registratie van de dieren, die ten laste komen van de [1 exploitant]1.) <W 2005-12-23/31, art. 74, 011; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
  [1 Hij bepaalt, ten laste van de fabrikant of van de verdeler van de identificatiemiddelen, het tarief van de eenmalige retributie bij de aanvraag voor de erkenning van een identificatiemiddel en het tarief van de jaarlijkse retributie per erkend identificatiemiddel die nodig is voor het beheer ervan en voor het ter beschikking houden ervan bij de exploitanten.]1
  (Hij kan de verenigingen, erkend in toepassing van artikel 3, of andere hiertoe door de minister erkende organismen aanwijzen als begunstigden van deze retributies en hen belasten met de inning ervan. Hij bepaalt de voorwaarden waaraan deze organismen moeten voldoen om door de minister te worden erkend.) <W 2006-07-20/39, art. 163, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  
Art.17.
  Le Roi peut fixer les [1 conditions]1 pour l'enregistrement, pour le marquage et pour l'identification des animaux et des [1 établissements]1. Il détermine les conditions auxquelles les pièces d'identification doivent satisfaire pour être agréées par le Ministre, ainsi que les conditions de leur distribution, enregistrement et emploi.
  (Il détermine le tarif des [1 rétributions]1 pour l'identification et l'enregistrement des animaux, qui sont à la charge [1 de l'opérateur]1.) <L 2005-12-23/31, art. 74, 011; En vigueur : 09-01-2006>
  [1 Il détermine, à la charge du fabricant ou du distributeur du moyen d'identification, le montant de la rétribution unique à payer lors de la demande d'agrément d'un moyen d'identification et le tarif de la rétribution annuelle par moyen d'identification agréé, nécessaire à sa gestion et à sa mise à disposition des opérateurs.]1
  (Il peut désigner les associations, agréées en application de l'article 3, ou d'autres organismes, agréés par le ministre, comme bénéficiaires de ces redevances et les charger de leur perception. Il fixe les conditions auxquelles ces organismes doivent satisfaire pour être agréés par le ministre.) <L 2006-07-20/39, art. 163, 013; En vigueur : 07-08-2006>
  
Art.17/1. [1 § 1. In het kader van de uitvoering van de bepalingen van deze wet kunnen de volgende persoonsgegevens van exploitanten of houders van gezelschapsdieren worden verwerkt en verzameld in een geautomatiseerd gegevensbestand:
   1° de voornaam;
   2° de familienaam;
   3° het fysiek adres;
   4° het land;
   5° het telefoonnummer;
   6° het e-mail adres;
   7° het rijksregisternummer;
   8° het BTW-nummer;
   9° het ondernemingsnummer.
   Het invoeren van het rijksregisternummer heeft als doel toegang te krijgen tot de gegevens in het rijksregister voor een efficiënt beheer van het geautomatiseerd gegevensbestand van exploitanten en houders van gezelschapsdieren.
   § 2. De doelen van de verwerking van de in paragraaf 1 bedoelde persoonsgegevens zijn:
   1° uitvoering te kunnen geven aan artikel 109 en 110 van Verordening (EU) 2016/429 volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten;
   2° de registers samen te stellen als voorzien in artikelen 93, 101, 173 en 185 van Verordening (EU) 2016/429.
   § 3. De natuurlijke of rechtspersonen, instanties en autoriteiten die toegang hebben tot de in paragraaf 1 bedoelde persoonsgegevens zijn:
   1° de FOD, het Agentschap en het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten voor het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun opdrachten;
   2° de gewestelijke diensten/administraties voor dierenwelzijn voor het raadplegen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor controles die worden uitgevoerd in het kader van de dierenwelzijnswetgeving;
   3° de gewestelijke diensten/administraties bevoegd voor landbouw en visserij, die gegevens nodig hebben in het kader van de toekenning van subsidies en van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
   4° de verenigingen erkend in toepassing van het koninklijk besluit van 26 november 2006 tot erkenning van de verenigingen voor de bestrijding van dierenziekten voor de uitvoering van hun opdrachten;
   5° elk laboratorium erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de erkenning van de laboratoria dat analyses uitvoert in verband met de veiligheid van de voedselketen en dat in het kader van de preventie of de bestrijding van een dierenziekte monsters ontvangt die moeten worden onderzocht, om de contactgegevens van de exploitant terug te vinden voor de kennisgeving van de resultaten;
   6° elke geregistreerde exploitant die een login en paswoord krijgt, enkel voor de gegevens die op hem betrekking hebben, of elke persoon voor de opdrachten die hem door de Koning zijn opgelegd;
   7° de federale politie;
   8° de erkende dierenarts en de erkende diergeneeskundige rechtspersoon voor de gegevens van dieren en inrichtingen van exploitanten waarmee zij een ondertekende overeenkomst voor het epidemiologisch toezicht hebben;
   9° Sciensano, opgericht bij de wet van 25 februari 2018, voor de aan hem toegekende opdrachten, vermeld in artikel 4 van dezelfde wet.
   § 4. De verwerkte gegevens die betrekking hebben op natuurlijke of rechtspersonen worden gedurende ten hoogste tien opeenvolgende kalenderjaren na het jaar van het stopzetten van de activiteit die leidde tot de registratie van de natuurlijke of rechtspersoon bewaard, waarna ze worden verwijderd of worden geanonimiseerd.
   § 5. De verwerkingsverantwoordelijken zijn:
   1° de FOD en, of,
   2° het Agentschap,
   voor de opdrachten die hen bij de wetten of door de Koning zijn toegewezen.
   § 6. De koning kan de modaliteiten bepalen voor:
   1° de registratie en het bijwerken van de in paragraaf 1 bedoelde gegevens;
   2° de toegang tot deze gegevens voor de in paragraaf 3 vermelde personen, instanties of autoriteiten;
   3° een lijst opstellen van derden die toegang hebben tot de in paragraaf 1 bedoelde gegevens, alsook de modaliteiten en doeleinden waarvoor hun de toegang tot deze gegevens wordt verleend.
   Hij bepaalt welke gegevens toegankelijk zijn voor elke persoon.]1

  
Art.17/1. [1 § 1er. Dans le cadre de l'exécution des dispositions de la présente loi, les données personnelles suivantes des opérateurs ou détenteurs d'animaux de compagnie peuvent être traitées et rassemblées dans une base de données informatique:
   1° le prénom;
   2° le nom de famille;
   3° l'adresse physique;
   4° le pays;
   5° le numéro de téléphone;
   6° l'adresse mail;
   7° le numéro de registre national;
   8° le numéro de T.V.A.;
   9° le numéro d'entreprise.
   La saisie du numéro de registre national permet d'accéder aux données du registre national pour une gestion efficace de la base de données des opérateurs et détenteurs d'animaux de compagnie.
   § 2. Le traitement des données à caractère personnel visées au paragraphe 1er a pour finalités:
   1° pouvoir mettre en oeuvre les articles 109 et 110 du règlement (UE) 2016/429 selon les modalités déterminées par le Roi;
   2° de créer les registres tels que prévus aux articles 93, 101, 173 et 185 du règlement (UE) 2016/429.
   § 3. Les personnes physiques ou morales, les organismes et autorités qui ont accès aux données personnelles visées au paragraphe 1er sont:
   1° le SPF, l'Agence et l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, pour la consultation des données qui sont nécessaires à l'exécution de leurs missions;
   2° les services/administrations régionaux du bien-être animal pour la consultation des données qui sont nécessaires aux contrôles effectués dans le cadre de la législation relative au bien-être animal;
   3° les services/administrations régionaux chargés de l'agriculture et de la pêche, qui ont besoin de données dans le cadre de l'octroi de subventions et de la politique agricole commune;
   4° les associations agréées en application de l'arrêté royal du 26 novembre 2006 agréant des associations de lutte contre les maladies des animaux, pour l'exercice de leurs missions;
   5° tout laboratoire agréé conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 3 août 2012 relatif à l'agrément des laboratoires qui effectue des analyses en rapport avec la sécurité de la chaîne alimentaire et qui reçoit des échantillons à examiner dans le cadre de la prévention ou de la lutte d'une maladie animale, pour retrouver les coordonnées de contact de l'opérateur pour la notification des résultats;
   6° tout opérateur enregistré qui reçoit un login et un mot de passe, seulement pour les données qui le concernent, ou toute personne pour les tâches qui lui sont imposées par le Roi;
   7° la police fédérale;
   8° le vétérinaire agréé et la personne morale vétérinaire agréée pour les données sur les animaux et les établissements des opérateurs avec lesquels ils ont signé une convention d'épidémiosurveillance;
   9° Sciensano, créé par la loi du 25 février 2018, pour les missions qui lui sont confiées, visées à l'article 4 de la même loi.
   § 4. Les données traitées qui concernent les personnes physiques ou morales sont conservées pour une durée maximale de dix années civiles consécutives après l'arrêt de l'activité ayant entraîné l'enregistrement de la personne physique ou morale. Ces données sont ensuite éliminées ou anonymisées.
   § 5. Les responsables du traitement sont:
   1° le SPF et, ou,
   2° l'Agence,
   pour les missions qui leur sont imposées par les lois ou par le Roi.
   § 6. Le Roi peut fixer les modalités pour:
   1° l'enregistrement et la mise à jour des données visées au paragraphe 1er;
   2° l'accès à ces données pour les personnes, organismes ou autorités mentionnés au paragraphe 3;
   3° établir la liste des tiers ayant accès aux données visées au paragraphe 1er, ainsi que les modalités et les finalités pour lesquelles il leur est donné accès à ces données.
   Il détermine quelles données sont accessibles à chaque personne.]1

  
Art.18. De Koning kan de boeken, attesten, getuigschriften, bordjes, tekens of andere aanwijzingen en stukken bepalen, waaruit moet blijken dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten.
Art.18. Le Roi peut déterminer les livres, attestations, certificats, écriteaux, signes ou autres indications et documents, établissant ou attestant que les conditions fixées par la présente loi et ses arrêtés d'exécution sont réunies.
Art. 18bis. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 211, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan houders, vervoerders, handelaars, bewerkers en verwerkers van dieren en [1 producten van dierlijke oorsprong]1 (en dierlijke bijproducten) moeten voldoen met het oog op het voorkomen en bestrijden van dierenziekten [1 of het voorkomen en bestrijden van antimicrobiële resistentie]1, inzonderheid inzake bedrijfsvormen, de hygiënische voorzorgen en de uitrusting, de sanitaire beveiliging en de handelspraktijken. <W 2007-03-01/37, art. 111, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Hij kan de activiteiten van de in het eerste lid bedoelde personen aan een vergunning onderwerpen en de voorwaarden bepalen met betrekking tot de intrekking van de vergunning.
  
Art. 18bis. Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles des détenteurs, des transporteurs, des commercants, des travailleurs et des transformateurs d'animaux et de [1 produits d'origine animale]1 (et sous-produits animaux) doivent satisfaire en vue de prévenir et de lutter contre les maladies des animaux [1 ou de prévenir et de lutter contre la résistance antimicrobienne]1, notamment en ce qui concerne les formes d'exploitation, les précautions et les équipements hygiéniques, la sécurité sanitaire et les pratiques de commerce. <L 2007-03-01/37, art. 111, 014; En vigueur : 24-03-2007>
  Il peut subordonner les activités des personnes visées à l'alinéa 1er à un agrément et déterminer les conditions de retrait de l'agrément.
  
Art. 18ter. [1 § 1. De Koning kan alle maatregelen bepalen voor het voorkomen en/of de bestrijding van antimicrobiële resistentie.
   § 2. De Koning kan inrichtingen, of een deel van een inrichting, indelen in categorieën op basis van het gebruik van antimicrobiële middelen. Hij kan de parameters en grenswaarden vastleggen voor deze indeling.
   De Koning kan alle maatregelen bepalen voor het voorkomen en/of de bestrijding van antimicrobiële resistentie op basis van deze indeling.]1

  
Art. 18ter. [1 § 1. Le Roi peut déterminer toutes les mesures pour la prévention de et/ou la lutte contre la résistance antimicrobienne.
   § 2. Le Roi peut classer les établissements, ou une partie d'un établissement, sur la base de l'utilisation d'agents antimicrobiens. Il peut définir les paramètres et les limites de cette classification.
   Le Roi peut déterminer toutes les mesures pour la prévention de et/ou la lutte contre la résistance antimicrobienne sur base de cette classification.]1

  
Art.19. De Dienst is in het bijzonder belast met het sanitaire onderzoek van voor uitvoer, invoer en doorvoer bestemde dieren en [1 producten van dierlijke oorsprong]1 (en dierlijke bijproducten) en met de afgifte van de daarop betrekking hebbende certificaten voor vervoer en sanitaire waarborgen. Hij kan alle nuttige maatregelen treffen om de sanitaire toestand ervan vast te stellen. <W 2007-03-01/37, art. 112, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  
Art.19. Le Service est chargé en particulier de tout examen sanitaire des animaux et [1 produits d'origine animale]1 (et sous-produits animaux) destinés à l'exportation, à l'importation et au transit et de délivrer les certificats de transport et de garanties sanitaires ayant trait à ces examens. Il peut prendre toutes les mesures utiles pour en vérifier l'état sanitaire. <L 2007-03-01/37, art. 112, 014; En vigueur : 24-03-2007>
  
HOOFDSTUK V. - Toezicht.
CHAPITRE V. - Surveillance.
Art.20. [1 § 1. Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden overtredingen op deze wet, op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door:
   - de door de minister aangewezen statutaire en contractuele agenten van de FOD;
   - de andere statutaire en contractuele agenten aangewezen door de Koning;
   - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Agentschap, belast met het uitvoeren van de controles.
   § 2. De personeelsleden van de FOD leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister of zijn afgevaardigde.
   § 3. De overheidspersonen bedoeld in paragraaf 1 stellen de overtredingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake vast in processen-verbaal die gelden tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift ervan wordt binnen [2 dertig]2 dagen na de vaststelling ter kennis gebracht van de overtreders.
   § 4. In de uitoefening van hun opdracht mogen de overheidspersonen bedoeld in paragraaf 1 te allen tijde elke bij een stadium van de keten van activiteiten met betrekking tot de dierlijke bijproducten en de afgeleide producten, als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten), betrokken plaats betreden en onderzoeken.
   Zij mogen de plaatsen die tot woning dienen slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.
   Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.
   Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen.
   § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.]1

  
Art.20. [1 § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les infractions à la présente loi, à ses arrêtés d'exécution et aux règlements et décisions de l'Union européenne en la matière sont recherchées et constatées par:
   - les agents statutaires et contractuels du SPF désignés par le ministre ;
   - les autres agents statutaires et contractuels désignés par le Roi ;
   - les membres du personnel statutaire et contractuel de l'Agence, chargés de l'exécution des contrôles.
   § 2. Les membres du personnel du SPF prêtent serment, préalablement à l'exercice de leur fonction, entre les mains du ministre ou de son délégué.
   § 3. Les agents de l'autorité visés au paragraphe 1er constatent les infractions à la présente loi, à ses arrêtés d'exécution et aux règlements et décisions de l'Union européenne en la matière dans les procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie en est notifiée aux auteurs de l'infraction dans les [2 trente]2 jours de la constatation.
   § 4. Dans l'exercice de leurs compétences, les agents de l'autorité visés au paragraphe 1er peuvent à tout moment pénétrer et investiguer dans tout lieu concerné par tous les stades de la chaîne des opérations portant sur les sous-produits animaux et les produits dérivés, tel que visé à l'article 4.2. du Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002 (règlement relatif aux sous-produits animaux).
   Ils ne peuvent procéder à la visite des lieux servant à l'habitation si ce n'est en vertu d'une autorisation du juge au tribunal de police.
   Ils peuvent procéder à l'audition du contrevenant et à toute autre audition utile.
   Ils peuvent requérir, dans l'exercice de leurs missions, l'assistance des forces de police.
   § 5. Le présent article ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.]1

  
Art. 20bis. [1 Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten of van de Europese verordeningen, richtlijnen of besluiten ter zake wordt vastgesteld, kunnen de agenten van de overheid bedoeld in artikel 20 van deze wet een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.
   Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding. De waarschuwing vermeldt:
   a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepaling(en);
   b) de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
   c) dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden en overgemaakt aan de procureur des Konings.]1

  
Art. 20bis. [1 Lorsqu'une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution ou aux règlements, directives ou décisions européens en la matière est constatée, les agents de l'autorité visés à l'article 20 de la présente loi peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cette infraction.
   L'original de l'avertissement est envoyé au contrevenant dans les quinze jours de la constatation de l'infraction. L'avertissement mentionne:
   a) les faits imputés et la ou les dispositions légales enfreintes;
   b) le délai dans lequel il doit y être mis fin à l'infraction;
   c) qu'au cas où il n'est pas donné suite à l'avertissement, un procès-verbal sera dressé et transmis au procureur du Roi.]1

  
Art.21. <W 1990-12-29/30, art. 212, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De overheidspersonen bedoeld in artikel 20 kunnen, in geval van overtreding, de dieren of goederen in beslag nemen die het voorwerp uitmaken van het misdrijf, die gediend hebben of die bestemd waren tot het plegen ervan.
  Indien de inbeslagneming dieren betreft waarvoor het bevel tot afslachting of tot afmaking niet werd uitgevoerd, of indien de inbeslagneming dieren betreft die zich in overtreding bevinden en die een besmettingsgevaar vastgesteld door de overheidspersonen inhouden, kunnen deze de dieren onverwijld laten afslachten of afmaken. Zij kunnen in die gevallen de vergoedingen voor het afslachten of afmaken weigeren en de kosten ten laste van de [1 exploitant of de houder van een gezelschapsdier]1 leggen.
  Voor zover zulks verenigbaar is met de sanitaire eisen vastgesteld door de overheidspersonen, kunnen de in beslag genomen dieren of goederen, hetzij worden teruggegeven aan hun eigenaar die er slechts mag over beschikken overeenkomstig de onderrichtingen van de overheidspersonen en na voorafgaande neerlegging ter griffie van de rechtbank, van een som overeenstemmend met de waarde, geschat door een deskundige, hetzij worden verkocht door de overheidspersonen, die in dat geval de opbrengst ervan zullen neerleggen bij de griffie.
  De verkregen som, totdat over het misdrijf uitspraak is gedaan, treedt in de plaats van de in beslag genomen dieren of goederen, zowel wat de verbeurdverklaring als wat de eventuele teruggave aan de belanghebbende betreft.
  (Met uitzondering van de laatste zin van het tweede lid, is dit artikel niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
Art.21. <L 1990-12-29/30, art. 212, 002; En vigueur : 19-01-1991> Les agents de l'autorité visés à l'article 20 peuvent, en cas d'infraction, saisir les animaux ou biens qui forment l'objet de l'infraction, qui ont servi ou qui ont été destinés à la commettre.
  Lorsque la saisie porte sur des animaux pour lesquels l'ordre d'abattage ou de mise à mort n'a pas été exécuté, ou lorsque la saisie porte sur des animaux qui se trouvent en infraction et qui présentent un danger de contamination constaté par les agents de l'autorité, ceux-ci peuvent les faire abattre ou mettre à mort sans délai. Ils peuvent, dans ces cas, refuser les indemnités d'abattage ou de mise à mort et mettre les frais à charge [1 de l'opérateur ou du détenteur d'un animal de compagnie]1.
  Dans la mesure où les impératifs sanitaires établis par les agents de l'autorité le permettent, les animaux ou biens saisis peuvent être soit remis à leur propriétaire qui ne pourra en disposer que conformément aux instructions des agents de l'autorité et moyennant le dépôt préalable au greffe du tribunal d'une somme équivalente à la valeur, estimée par un expert, soit vendus par les agents de l'autorité qui, dans ce cas, en déposeront le produit audit greffe.
  La somme obtenue tient lieu des animaux ou biens saisis jusqu'à ce qu'il ait été statué sur l'infraction, tant en ce qui concerne sa confiscation que sa restitution éventuelle à l'intéressé.
  (A l'exception de la dernière phrase du second alinéa, le présent article ne s'applique pas aux infractions constatées en exécution de l'arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales.) <AR 2001-02-22/33, art. 21, 009; En vigueur : 01-01-2003>
  
Art.22. [1 De overheidspersonen bedoeld in artikel 20 kunnen bij administratieve maatregel, de erkenning/toelating intrekken of opschorten of de activiteiten van de exploitant verbieden.
   Het vorig lid is niet van toepassing op de controles die zijn verricht met toepassing van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.]1

  
Art.22. [1 Les agents de l'autorité visés à l'article 20 peuvent, par mesure administrative retirer ou suspendre l'agrément/autorisation ou interdire les activités d'un opérateur.
   L'alinéa précédent ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de l'arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales.]1

  
HOOFDSTUK VI. - Sancties.
CHAPITRE VI. - Sanctions.
Art.23. [1 § 1. Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van de strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft:
   1° met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met geldboete van duizend euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen:
   a) hij die nalaat of hij die verhindert, binnen de bepaalde termijn en op de daartoe aangewezen plaats, een dier waarvan het afslachten of afmaken overeenkomstig artikel 8 werd bevolen, af te slachten of af te maken;
   b) hij die nalaat of hij die verhindert de opgelegde ziektebehandeling toe te passen, die een niet toegelaten of verboden behandeling toepast of die in overtreding met artikel 9, 6°, wordt bevonden;
   c) hij die dieren vervoert of naar een verzamelplaats brengt, wanneer overeenkomstig artikel 9 het vervoer, het verkeer of de verzameling van dieren verboden zijn;
   d) hij die destructiemateriaal ophaalt, vervoert, invoert, uitvoert of behandelt zonder daartoe overeenkomstig artikel 14 erkend te zijn;
   e) hij wiens verzuim de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten na te leven, oorzaak is van besmetting van andere dieren;
   2° met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro:
   a) de exploitant of de houder van een gezelschapsdier of de dierenartsen die niet onmiddellijk de aangewezen overheid waarschuwen, wanneer de aangifte van elk bestaan of elke verdenking van een dierenziekte is opgelegd overeenkomstig artikel 7;
   b) de exploitant die, voor zijn dieren, de registratie en de identificatie niet uitvoert of handhaaft en de bescheiden voorgeschreven bij de artikelen 17 en 18 niet voorlegt;
   c) hij die in overtreding wordt bevonden met de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 15;
   d) hij die de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen van gebouwen, vervoermiddelen en gebruiksvoorwerpen, opgelegd overeenkomstig artikel 9, 2°, niet uitvoert;
   e) hij die bordjes, tekens en andere voorwerpen opgelegd overeenkomstig artikel 18, nalaat aan te brengen, beschadigt, verwaarloost, vernielt of verwijdert;
   f) hij die in overtreding wordt bevonden met de bepalingen van de artikelen 8, 4°, 9, 1° en 4°, 12 en 13;
   3° met geldboete van zesentwintig tot duizend euro: hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, inbeslagnemingen, controles, bloed-, urine- en diagnostische afnemingen en andere monsternemingen of verzoeken om inlichtingen of bescheiden door de overheidspersonen bedoeld in artikel 20 of die, wetens, onjuiste inlichtingen of bescheiden verstrekt.
   § 2. Bij herhaling binnen drie jaar na een vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in dit artikel, worden de bepaalde straffen verdubbeld.]1

  
Art.23. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application éventuelle des peines plus sévères prévues par le Code pénal, est puni :
   1° d'un emprisonnement de quinze jours à cinq ans et d'une amende de mille euros à dix mille euros ou de l'une de ces peines seulement :
   a) celui qui omet ou qui empêche d'abattre ou de mettre à mort dans le délai fixé et dans le lieu désigné un animal dont l'abattage ou la mise à mort a été prescrit conformément à l'article 8 ;
   b) celui qui omet ou qui empêche d'appliquer un traitement imposé, celui qui applique un traitement non autorisé ou interdit ou celui qui enfreint l'article 9, 6° ;
   c) celui qui transporte des animaux ou les amène à un lieu de rassemblement lorsque le transport, la circulation ou le rassemblement d'animaux sont interdits conformément à l'article 9 ;
   d) celui qui ramasse, transporte, importe, exporte, ou traite de la matière à détruire sans y être agréé conformément à l'article 14;
   e) celui qui, en omettant d'observer les arrêtés pris en exécution de la présente loi, provoque la contagion d'autres animaux ;
   2° d'une amende de cent euros à cinq mille euros :
   a) l'opérateur ou le détenteur d'un animal de compagnie ou les vétérinaires qui n'avertissent pas sur-le-champ l'autorité désignée lorsque la déclaration de toute existence ou de toute suspicion d'une maladie des animaux est imposée conformément à l'article 7;
   b) l'opérateur qui, pour ses animaux, n'exécute ou ne maintient pas l'enregistrement et l'identification et qui ne produit pas les documents prescrits par les articles 17 et 18 ;
   c) celui qui enfreint les dispositions des arrêtés pris en exécution de l'article 15 ;
   d) celui qui n'exécute pas les mesures de nettoyage et de désinfection des bâtiments, véhicules et ustensiles, imposés conformément à l'article 9, 2° ;
   e) celui qui omet de mettre, détériore, néglige, détruit ou enlève les écriteaux, signes ou autres objets imposés conformément à l'article 18 ;
   f) celui qui enfreint les dispositions des articles 8, 4°, 9, 1° et 4°, 12 et 13 ;
   3° d'une amende de vingt-six euros à mille euros : celui qui s'oppose aux visites, inspections, saisies, contrôles, prises de sang et d'urine, prélèvements diagnostiques et autres prises d'échantillons ou aux demandes de renseignements ou de documents faits par les agents de l'autorité visés à l'article 20 ou qui, sciemment, fournit des renseignements ou des documents inexacts.
   § 2. En cas de récidive dans les trois ans d'une condamnation antérieure pour une des infractions prévues au présent article, les peines fixées sont portées au double. ]1

  
Art.24. [1 Overtredingen van bepalingen van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten of van de verordeningen en besluiten van de Europese Unie ter zake, die niet onder de toepassing van artikel 23 vallen, wordt gestraft met geldboete van tien euro tot vijfentwintig euro.
   Bij herhaling binnen twee jaar na een vorige veroordeling wegens een in het eerste lid bedoelde overtreding, zijn in artikel 23, § 1, 3°, bepaalde straffen toepasselijk.]1

  
Art.24. [1 Les infractions aux dispositions de la présente loi ou aux arrêtés pris en exécution de la présente loi ou aux règlements et décisions de l'Union européenne en la matière qui ne tombent pas sous l'application de l'article 23, sont punies d'une amende de dix euros à vingt-cinq euros.
   En cas de récidive dans les deux ans d'une condamnation antérieure pour une infraction visée au premier alinéa, les peines fixées à l'article 23, § 1er, 3°, sont applicables.]1

  
Art.25. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in de artikelen 23 en 24 bepaalde misdrijven van toepassing.
Art.25. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal y compris le chapitre VII et l'article 85 sont applicables aux infractions visées aux articles 23 et 24.
Art.26. § 1. In geval van veroordeling kan de rechtbank de verbeurdverklaring evenals de vernietiging van de in beslag genomen dieren en zaken bevelen.
  De verbeurdverklaring en de vernietiging worden steeds bevolen wanneer, op advies van de Dienst, de aard en de samenstelling van de zaken dit vergen.
  De vernietiging door de rechtbank bevolen geschiedt op kosten van de veroordeelde.
  § 2. [1 De rechtbank kan, ten laste van de veroordeelde, een tijdelijk of definitief verbod uitspreken van het recht bij deze wet bedoelde bedrijvigheden uit te oefenen of van het recht om een inrichting te exploiteren. Overtreding van dit verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro of met een van die straffen alleen.]1
  § 3. Indien door een definitieve veroordeling ten laste van een dierenarts een overtreding wordt vastgesteld van de bepalingen van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten, zendt het parket een copie van die veroordeling naar de Orde der dierenartsen en naar de Minister.
  
Art.26. § 1er. En cas de condamnation, le tribunal peut ordonner la confiscation ainsi que la destruction des animaux et biens saisis.
  La confiscation et la destruction sont toujours ordonnées dans le cas où, sur avis du Service, la nature et la composition du bien l'imposent.
  La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné.
  § 2. [1 Le tribunal peut, à charge du condamné, prononcer l'interdiction temporaire ou définitive du droit d'exercer des activités visées par la présente loi ou du droit d'exploiter un établissement. L'infraction à cette défense est punie d'un mois à six mois d'emprisonnement et d'une amende de cent euros à deux mille euros ou de l'une de ces peines seulement.]1
  § 3. Si une condamnation définitive constate à charge d'un médecin vétérinaire, une infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, le parquet adresse une copie de cette condamnation à l'Ordre des médecins vétérinaires ainsi qu'au Ministre.
  
Art.27. § 1. Overtreding van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan [1 en van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 , maken het voorwerp uit van strafrechtelijke vervolgingen of van administratieve geldboeten.
  De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt, aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  § 2. De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt.
  Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  § 3. De procureur des Konings beschikt over een termijn (van drie maanden), te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. <W 1999-02-05/35, art. 33, 1°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar, overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die Hij bepaalt, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld.
  § 4. De beslissing van de ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete die niet (lager mag zijn dan de helft van het minimum) van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum. <W 1999-02-05/35, art. 33, 2°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Nochtans worden deze bedragen altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.
  Bovendien worden de expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder.
  § 5. Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag bedoeld in § 4.
  § 6. De beslissing bedoeld in § 4 van dit artikel wordt aan de betrokkene bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet de strafvordering vervallen; de betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  § 7. Blijft de betrokkene in gebreke de geldboete en de expertisekosten binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de veroordeling tot de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.
  § 8. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd (vijf jaar) na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert. <W 1999-02-05/35, art. 33, 3°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid van deze paragraaf gestelde termijn stuiten de loop ervan.
  Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
  § 9. De Koning bepaalt de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboeten.
  [1 ...]1
  (§ 10. De rechtspersoon, waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.) <W 1999-02-05/35, art. 33, 4°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  (§ 11. Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
Art.27. § 1er. Les infractions à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution [1 et aux règlements et décisions européens en la matière]1 font l'objet soit de poursuites pénales, soit d'une amende administrative.
  Le fonctionnaire verbalisant envoie au procureur du Roi le procès-verbal qui constate l'infraction ainsi qu'une copie au fonctionnaire désigné par le Roi.
  § 2. Le procureur du Roi décide s'il y a lieu ou non à des poursuites pénales.
  Les poursuites pénales excluent l'application d'une amende administrative, même si un acquittement les clôture.
  § 3. Le procureur du Roi dispose d'un délai (de trois mois) à compter de la réception du procès-verbal pour notifier sa décision au fonctionnaire désigné par le Roi. <L 1999-02-05/35, art. 33, 1°, 008; En vigueur : 29-03-1999>
  Dans le cas où le procureur du Roi renonce à intenter des poursuites pénales ou omet de notifier sa décision dans le délai fixé, le fonctionnaire désigné par le Roi, suivant les modalités et conditions qu'Il fixe, décide, après avoir mis l'intéressé en mesure de présenter ses moyens de défense s'il y a lieu de proposer une amende administrative du chef de l'infraction.
  § 4. La décision du fonctionnaire est motivée et fixe le montant de l'amende administrative qui ne peut être (inférieur à la moitié du minimum) de l'amende prévue par la disposition légale violée, ni supérieur au quintuple de ce minimum. <L 1999-02-05/35, art. 33, 2°, 008; En vigueur : 29-03-1999>
  Toutefois, ces montants sont toujours majorés des décimes additionnels fixés pour les amendes pénales.
  En outre, les frais d'expertise sont mis à charge du contrevenant.
  § 5. En cas de concours d'infractions, les montants des amendes administratives sont cumulés, sans que leur total puisse excéder le double du maximum prévu au § 4.
  § 6. La décision, visée au § 4 de cet article, est notifiée à l'intéressé par lettre recommandée à la poste en même temps qu'une invitation à acquitter l'amende dans le délai fixé par le Roi. Cette notification éteint l'action publique; le paiement de l'amende administrative met fin à l'action de l'administration.
  § 7. Si l'intéressé demeure en défaut de payer l'amende et les frais d'expertise dans le délai fixé, le fonctionnaire requiert la condamnation à l'amende et aux frais d'expertise devant le tribunal compétent. Les dispositions du Code judiciaire, notamment la quatrième partie, livre II et livre III, sont applicables.
  § 8. Il ne peut être infligé d'amende administrative (cinq ans) après le fait constitutif d'une infraction prévue par la présente loi. <L 1999-02-05/35, art. 33, 3°, 008; En vigueur : 29-03-1999>
  Toutefois, les actes d'instruction ou de poursuite faits dans le délai déterminé à l'alinéa 1er de ce paragraphe en interrompent le cours.
  Ces actes font courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.
  § 9. Le Roi détermine les règles de procédure applicables en matière d'amendes administratives.
  [1 ...]1
  (§ 10. La personne morale dont le contrevenant est l'organe ou le préposé est également responsable du paiement de l'amende administrative.) <L 1999-02-05/35, art. 33, 4°, 008; En vigueur : 29-03-1999>
  (§ 11. Le présent article ne s'applique pas aux infractions constatées en exécution de l'arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales.) <AR 2001-02-22/33, art. 21, 009; En vigueur : 01-01-2003>
  
Art.28. De Koning kan de controlemaatregelen vaststellen bestemd om de uitvoering te verzekeren van de krachtens deze wet genomen verordeningen, evenals de vergoedingen die hiervoor kunnen worden gevorderd.
Art.28. Le Roi peut fixer les mesures de contrôle destinées à assurer l'exécution des règlements pris en vertu de la présente loi ainsi que les rétributions exigibles à cet effet.
Art. 28bis. <INGEVOEGD bij W 1999-02-05/35, art. 34; Inwerkingtreding : 29-03-1999> De Belgische Staat (of, naar gelang van het geval, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) kan, in geval van overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, de vergoedingen vastgesteld krachtens de artikelen 8, tweede lid, en 9bis terugvorderen door zich burgerlijke partij te stellen voor het strafgerecht waar een strafvordering aanhangig werd gemaakt. Dit recht kan zelfs voor het eerst in hoger beroep worden uitgeoefend. <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 28bis. En cas d'infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, l'Etat belge (ou, suivant le cas, l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire) peut procéder au recouvrement des indemnités fixées en vertu des articles 8, alinéa 2, et 9bis, en se constituant partie civile auprès de la juridiction répressive devant laquelle l'action pénale a été portée. Ce droit peut même être exercé pour la première fois en appel. <AR 2001-02-22/33, art. 21, 009; En vigueur : 01-01-2003>
HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions diverses.
Art.29. <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Onverminderd de bepalingen van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, kan de Koning de uitvoering van de door Hem bepaalde machten die in deze wet zijn vastgesteld, overdragen aan de Minister.
Art.29. <AR 2001-02-22/33, art. 21, 009; En vigueur : 01-01-2003> Sans préjudice des dispositions de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, le Roi peut déléguer au Ministre l'exercice des pouvoirs prévus à la présente loi qu'Il détermine.
Art.30. De bij deze wet bedoelde attesten en getuigschriften mogen, wanneer zij voor internationaal gebruik bestemd zijn, in meerdere talen gesteld worden.
Art.30. Les attestations et les certificats visés par la présente loi peuvent, lorsqu'ils sont destinés à usage international, être dressés en plusieurs langues.
Art.31. § 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing bij overtreding van de verordeningen [1 van de Europese Unie]1 die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
  § 2. De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet, alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het E.E.G.-Verdrag en de krachtens dit Verdrag tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
  (§ 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
Art.31. § 1er. Les dispositions de la présente loi sont applicables en cas d'infraction aux règlements [1 de l'Union européenne]1 relatifs à des matières que la présente loi fait relever du pouvoir réglementaire du Roi, et qui sont en vigueur dans le Royaume.
  § 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prendre dans le cadre de la présente loi toutes mesures nécessaires à l'exécution des obligations qui découlent du Traité de la C.E.E. et des actes internationaux pris en vertu de ce Traité, ces mesures pouvant comporter l'abrogation et la modification de dispositions législatives.
  (§ 3. Les dispositions des §§ 1er et 2 du présent article ne s'appliquent pas aux matières qui relèvent de la compétence de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 21, 009; En vigueur : 01-01-2003>
  
Art. 32. § 1. Opgeheven worden:
  1° de artikelen 319, 320 en 321 van het Strafwetboek;
  2° de wet van 30 december 1882 op de diergeneeskundige politie en de schadelijke insecten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 augustus 1933, de wet van 2 april 1971 en het koninklijk besluit nr. 426 van 5 augustus 1986 tot instelling van een Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren.
  § 2. (opgeheven) <W 1998-03-23/30, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 30-04-1998>
  § 3. (opgeheven) <W 1998-03-23/30, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 30-04-1998>
  § 4. De verordenende besluiten genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde wetgeving blijven van kracht tot aan hun uitdrukkelijke opheffing.
Art. 32. § 1er. Sont abrogés:
  1° les articles 319, 320 et 321 du Code pénal;
  2° la loi du 30 décembre 1882 sur la police sanitaire des animaux et les insectes nuisibles, modifiée par l'arrêté royal du 14 août 1933, par la loi du 2 avril 1971 et par l'arrêté royal n° 426 du 5 août 1986 instaurant un Fonds de la santé et de la production des animaux.
  § 2. (abrogé) <L 1998-03-23/30, art. 21, 007; En vigueur : 30-04-1998>
  § 3. (abrogé) <L 1998-03-23/30, art. 21, 007; En vigueur : 30-04-1998>
  § 4. Les arrêtés réglementaires pris en exécution de la législation visée au § 1er, restent en vigueur jusqu'à leur abrogation explicite.