Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 FEBRUARI 1987. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2, § 3 van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector. (NOTA : opgeheven voor de Waalse Regering bij BWG 1996-07-18/30, art. 11, 2°)
Titre
16 FEVRIER 1987. - ArrĂȘtĂ© royal d'exĂ©cution de l'article 2, § 3 de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand. (NOTE : abrogĂ© pour la RĂ©gion wallonne par ARW 1996-07-18/30, art. 11, 2°)
Documentinformatie
Numac: 1987012093
Datum: 1987-02-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1987012093
Date: 1987-02-16
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. De arbeidsplaatsen bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector kunnen worden bekleed door werkzoekenden die op de datum van hun indienstneming, sedert tenminste zes maanden ononderbroken het bestaansminimum genieten, voorzien bij de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum en die niet het voorwerp zijn van een terugvordering in toepassing van artikel 12 van voormelde wet van 7 augustus 1974.
Article 1. Les emplois visĂ©s par le chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand peuvent ĂȘtre occupĂ©s par des demandeurs d'emploi qui, Ă  la date de leur engagement , bĂ©nĂ©ficient de maniĂšre ininterrompue, depuis au moins six mois, du minimum de moyens d'existence prĂ©vu par la loi du 7 aoĂ»t 1974 instituant le droit Ă  un minimum de moyens d'existence et ne font pas l'objet d'un recouvrement en application de l'article 12 de la loi du 7 aoĂ»t 1974 prĂ©citĂ©e.
Art. 2. <NOTA : opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG 1990-06-22/32, art. 9, 5°, 002; Inwerkingtreding : 1990-06-16, zie ook art. 18 van het DWG 1990-05-31/30> De arbeidsplaatsen bedoeld in hoofdstuk III van voormeld koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 kunnen bekleed worden door werkzoekenden die op de eerste dag van de maand volgend op de datum van goedkeuring van de aanvraag, sedert tenminste zes maanden ononderbroken het bestaansminimum genieten, voorzien bij voormelde wet van 7 augustus 1974 en die niet het voorwerp uitmaken van een terugvordering in toepassing van artikel 12 van voormelde wet van 7 augustus 1974.
Art. 2. Les emplois visĂ©s par le chapitre III de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 prĂ©citĂ© peuvent ĂȘtre occupĂ©s par des demandeurs d'emploi qui, le premier jour du mois qui suit la date d'approbation de la demande, bĂ©nĂ©ficient de maniĂšre ininterrompue, depuis au moins six mois, du minimum de moyens d'existence prĂ©vu par la loi du 7 aoĂ»t 1974 prĂ©citĂ©e et ne font pas l'objet d'un recouvrement en application de l'article 12 de la loi du 7 aoĂ»t 1974 prĂ©citĂ©e.
Art. 3. Ingeval de werkzoekende bedoeld in artikel 1 en 2 van dit besluit onder hetzelfde dak woont met één of meer personen, mogen deze ofwel geen inkomen hebben ofwel als enig inkomen sociale zekerheidsuitkeringen of sociale bijstandsvergoedingen genieten, waarvan het jaarbedrag niet hoger mag liggen dan 313 maal de maximale dagelijkse werkloosheidsuitkering, toegekend in toepassing van artikel 160, § 1, § 2, § 3 en § 10 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid.
Art. 3. Lorsque le demandeur d'emploi visĂ© aux articles 1 et 2 vit sous le mĂȘme toit qu'une ou plusieurs personnes, celles-ci doivent ĂȘtre sans ressources ou n'avoir pour seules ressources que des indemnitĂ©s de sĂ©curitĂ© sociale ou d'assistance sociale, dont le montant ne peut annuellement dĂ©passer 313 fois l'allocation journaliĂšre de chĂŽmage maximum octroyĂ©e en application de l'article 160, § 1er, § 2, § 3 et § 10 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă  l'emploi et au chĂŽmage.
Art. 4. De werkzoekenden bedoeld in artikel 1 en 2 van dit besluit mogen in elke subregionale tewerkstellingsdienst niet meer dan tien percent van de arbeidsplaatsen bekleden bedoeld in hoofdstukken II en III van voormeld koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982.
Art. 4. Les demandeurs d'emploi visĂ©s aux articles 1er et 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne peuvent occuper, dans chaque service subrĂ©gional de l'emploi, plus de dix pour cent des emplois visĂ©s par les chapitres II et III de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 prĂ©citĂ©.
Art. 5. De diensten voor arbeidsbemiddeling van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening dragen de werkzoekenden, bedoeld in artikel 1 en 2 van dit besluit voor op basis van bewijsstukken afgeleverd door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die onder hun ambtsgebied ressorteren.
Art. 5. Les services de placement de l'Office national de l'emploi prĂ©sentent les demandeurs d'emplois visĂ©s aux articles 1er et 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sur base des documents probants fournis par les centres publics d'aide sociale dĂ©pendant de leur ressort.
Art. 6. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister van Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail et Notre Ministre du Budget sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.