Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 MAART 1987. - Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de afstamming.
Titre
31 MARS 1987. - Loi modifiant diverses dispositions légales relatives à la filiation.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Hoofdstuk 1. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 2. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 4. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 5. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 6. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Afdeling 1. De persoon van het kind.
Afdeling 2. De goederen van het kind.
Hoofdstuk 7. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 8. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 9. Wijzigingen in de bepalingen van B...
Hoofdstuk 10. Wijzigingen in het Gerechtelijk W...
Hoofdstuk 11. Wijzigingen in het Strafwetboek.
Hoofdstuk 12. Wijzigingen in diverse wetsbepali...
Hoofdstuk 13. Overgangsbepalingen.
Inhoud
Chapitre 1. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 2. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 3. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 4. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 5. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 6. Modifications aux dispositions du L...
Section 1. De la personne de l'enfant.
Section 2. Des biens de l'enfant.
Chapitre 7. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 8. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 9. Modifications aux dispositions du L...
Chapitre 10. Modifications aux Code judiciaire.
Chapitre 11. Modifications au Code pénal.
Chapitre 12. Modifications à diverses dispositi...
Chapitre 13. Dispositions transitoires.
Tekst (135)
Texte (135)
Hoofdstuk 1. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel II, van het Burgerlijk Wetboek: "Akten van de burgerlijke stand".
Chapitre 1. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre II, du Code civil: "Des actes de l'état civil".
Artikel 1. In artikel 34 van het Burgerlijk Wetboek worden de woorden "het beroep" geschrapt.
Article 1. A l'article 34 du Code civil, le mot "profession" est supprimé.
Art. 2. <wijzigingsbepaling van artikel 45, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek>
Art. 2.
Art. 3. <wijzigingsbepaling van artikel 50 van hetzelfde Wetboek>
Art. 3.
Art. 4. Artikel 57bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 maart 1938, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 57bis du même Code, inséré par la loi du 7 mars 1938, est abrogé.
Art. 5. <wijzigingsbepaling van artikel 59 van hetzelfde Wetboek>
Art. 5.
Art. 6. <wijzigingsbepaling van artikel 60 van hetzelfde Wetboek>
Art. 6.
Art. 7. Artikel 61 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 61 du même Code est abrogé.
Art. 8. <wijzigingsbepaling van artikel 62 van hetzelfde Wetboek>
Art. 8.
Art. 9. <wijzigingsbepaling van artikel 73 van hetzelfde Wetboek>
Art. 9.
Art. 10. <wijzigingsbepaling van artikel 76 van hetzelfde Wetboek>
Art. 10.
Art. 11. <wijzigingsbepaling van artikel 79 van hetzelfde Wetboek>
Art. 11.
Art. 12. In artikel 88 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 december 1949, worden tussen de woorden "in de vorm" en "bij de vorige bepalingen", de woorden "en binnen de termijnen" ingevoegd.
Art. 12. Dans l'article 88 du même Code, modifié par la loi du 15 décembre 1949, le mot "prescrites" est remplacé par les mots "et les délais prescrits".
Art. 13. Artikel 92 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 92 du même Code est abrogé.
Art. 14. <wijzigingsbepaling van artikel 108 van hetzelfde Wetboek>
Art. 14.
Hoofdstuk 2. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel IV, van het Burgerlijk Wetboek: "Afwezigen".
Chapitre 2. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre IV, du Code civil: "Des absents".
Art. 15. <wijzigingsbepaling van het opschrift van Boek I, Titel IV, Hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek>
Art. 15.
Art. 16. Artikel 141 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 141 du même Code est abrogé.
Art. 17. <wijzigingsbepaling van artikel 142 van hetzelfde Wetboek>
Art. 17.
Art. 18. Artikel 143 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 143 du même Code est abrogé.
Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel V, van het Burgerlijk Wetboek: "Het Huwelijk".
Chapitre 3. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre V, du Code civil: "Du mariage".
Art. 19. <wijzigingsbepaling van artikel 149 van hetzelfde Wetboek>
Art. 19.
Art. 20. <wijzigingsbepaling van artikel 151 van hetzelfde Wetboek>
Art. 20.
Art. 21. <wijzigingsbepaling van artikel 152 van hetzelfde Wetboek>
Art. 21.
Art. 22. <wijzigingsbepaling van artikel 153 van hetzelfde Wetboek>
Art. 22.
Art. 23. <wijzigingsbepaling van artikel 154 van hetzelfde Wetboek>
Art. 23.
Art. 24. De artikelen 155, 155bis, 158, 159, 160 en 160bis van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 24. Les articles 155, 155bis, 158, 159, 160 et 160bis du même Code sont abrogés.
Art. 25. In artikel 161 en in artikel 162 van hetzelfde Wetboek, aangevuld bij de wet van 11 februari 1920, worden de woorden "wettige of natuurlijke" geschrapt.
Art. 25. A l'article 161 et à l'article 162 du même Code, modifié par la loi du 11 février 1920, les mots "légitimes ou naturels" sont supprimés.
Art. 26. <wijzigingsbepaling van artikel 164 van hetzelfde Wetboek>
Art. 26.
Art. 27. In artikel 187 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "uit een ander huwelijk geboren" vervangen door de woorden "die niet uit dit huwelijk geboren zijn".
Art. 27. Dans l'article 187 du même Code, les mots "nées d'un autre mariage" sont remplacés par les mots "qui ne sont pas nés du mariage en cause".
Art. 28. In artikel 197 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "wettigheid" vervangen door het woord "afstamming".
Art. 28. Dans l'article 197 du même Code, le mot "légitimé" est remplacé par le mot "filiation.
Art. 29. <wijzigingsbepaling van artikel 201 van hetzelfde Wetboek>
Art. 29.
Art. 30. <wijzigingsbepaling van artikel 202 van hetzelfde Wetboek>
Art. 30.
Art. 31. In het opschrift van Boek I, Titel V, Hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek worden na de woorden "het huwelijk" de woorden "of de afstamming" ingevoegd.
Art. 31. Dans l'intitulé du Livre Ier, Titre V, Chapitre V, du même Code, les mots "ou de la filiation" sont insérés après les mots "du mariage".
Art. 32. <wijzigingsbepaling van artikel 203 van hetzelfde Wetboek>
Art. 32.
Art. 33.
Art. 33.
Art. 34.
Art. 34.
Art. 35. Hoofdstuk VIII van Titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek: "Tweede huwelijk", dat artikel 228, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1956 bevat, wordt opgeheven.
Art. 35. Le Chapitre VIII du Titre V du Livre Ier du même Code: "Des seconds mariages", comprenant l'article 228, modifié par la loi du 30 juin 1956, est abrogé.
Hoofdstuk 4. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel VI, van het Burgerlijk Wetboek: "Echtscheiding".
Chapitre 4. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre VI, du Code civil: "Du divorce".
Art. 36. <wijzigingsbepaling van artikel 295 van hetzelfde Wetboek>
Art. 36.
Art. 37. <wijzigingsbepaling van artikel 296 van hetzelfde Wetboek>
Art. 37. L'article 296 du même Code est abrogé.
Hoofdstuk 5. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel VII, van het Burgerlijk Wetboek : "Vaderschap en afstamming".
Chapitre 5. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre VII, du Code civil: "De la paternité et de la filiation".
Art. 38. <wijzigingsbepaling van Titel VII van Boek I van hetzelfde Wetboek, dat de artikelen 312 tot 342b bevat, gewijzigd bij de wetten van 6 april 1908, 20 maart 1927, 10 februari 1958, 14 december 1970, 1 juli 1974 en 22 juni 1976>
Art. 38.
Hoofdstuk 6. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel IX, van het Burgerlijk Wetboek: "Ouderlijke macht".
Chapitre 6. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre IX, du Code civil: "De la puissance paternelle".
Art. 39. <wijzigingsbepaling van het opschrift van Titel IX van Boek I van hetzelfde Wetboek>
Art. 39.
Afdeling 1. De persoon van het kind.
Section 1. De la personne de l'enfant.
Art. 40. <wijzigingsbepaling van artikel 373 van hetzelfde Wetboek>
Art. 40. _
Art. 41. <wijzigingsbepaling van artikel 374 van hetzelfde Wetboek>
Art. 41.
Art. 42. <wijzigingsbepaling van artikel 375 van hetzelfde Wetboek>
Art. 42.
Afdeling 2. De goederen van het kind.
Section 2. Des biens de l'enfant.
Art. 43. <wijzigingsbepaling van artikel 376 van hetzelfde Wetboek>
Art. 43.
Art. 44. <wijzigingsbepaling van artikel 377 van hetzelfde Wetboek>
Art. 44.
Art. 45. <wijzigingsbepaling van artikel 378 van hetzelfde Wetboek>
Art. 45.
Art. 46. <wijzigingsbepaling van artikel 379 van hetzelfde Wetboek>
Art. 46.
Art. 47. <wijzigingsbepaling van artikel 384 van hetzelfde Wetboek>
Art. 47.
Art. 48. <wijzigingsbepaling van artikel 385 van hetzelfde Wetboek>
Art. 48.
Art. 49. <wijzigingsbepaling van artikel 386 van hetzelfde Wetboek>
Art. 49.
Hoofdstuk 7. Wijzigingen in de bepalingen van Boek I, Titel X, van het Burgerlijk Wetboek: "Minderjarigheid, voogdij en ontvoogding".
Chapitre 7. Modifications aux dispositions du Livre Ier, Titre X, du Code civil: "De la minorité, de la tutelle et l'émancipation".
Art. 50. <wijzigingsbepaling van artikel 389 van hetzelfde Wetboek>
Art. 50. L'article 389 du même Code, modifié par les lois du 8 avril 1965 et du 1er juillet 1976, est abrogé.
Art. 51. <wijzigingsbepaling van artikel 390 van hetzelfde Wetboek>
Art. 51.
Art. 52. Artikel 393 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 52. L'article 393 du même Code est abrogé.
Art. 53. <wijzigingsbepaling van artikel 395 van hetzelfde Wetboek>
Art. 53.
Art. 54. Worden opgeheven in hetzelfde Wetboek :
1° artikel 396bis, ingevoegd bij de wet van 7 maart 1938 en gewijzigd bij de wet van 10 maart 1975;
2° artikel 401bis, ingevoegd bij de wet van 7 maart 1938.
1° artikel 396bis, ingevoegd bij de wet van 7 maart 1938 en gewijzigd bij de wet van 10 maart 1975;
2° artikel 401bis, ingevoegd bij de wet van 7 maart 1938.
Art. 54. Sont abrogés dans le même Code :
1° l'article 396bis y inséré par la loi du 7 mars 1938 et modifié par la loi du 10 mars 1975;
2° l'article 401bis y inséré par la loi du 7 mars 1938.
1° l'article 396bis y inséré par la loi du 7 mars 1938 et modifié par la loi du 10 mars 1975;
2° l'article 401bis y inséré par la loi du 7 mars 1938.
Art. 55. <wijzigingsbepaling van artikel 405 van hetzelfde Wetboek>
Art. 55.
Art. 56. In artikel 409 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 maart 1938, worden de woorden "ofwel, bij ontstentenis van dezen, indien het natuurlijk kinderen betreft, leden van verenigingen voor kinderbescherming" geschrapt.
Art. 56. A l'article 409 du même Code, modifié par la loi du 7 mars 1938, les mots "soit à défaut de ceux-ci quand il s'agira d'enfants naturels, des membres des sociétés protectrices de l'enfance" sont supprimés.
Art. 57. In artikel 436 van hetzelfde Wetboek wordt het wordt "wettige" geschrapt.
Art. 57. A l'article 436 du même Code, le mot "légitimes" est supprimé.
Art. 58. De artikelen 1 tot 6 van hoofdstuk IIbis "Pleegvoogdij" in titel X van boek I van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 21 maart 1969, worden de artikelen 475bis, 475ter, 475quater, 475quinquies, 475sexiesen 475septies.
Art. 58. Les articles 1er à 6 du chapitre IIbis "De la tutelle officieuse", inséré dans le titre X du livre Ier du Code civil, par l'article 3 de la loi du 21 mars 1969, deviennent les articles 475bis, 475ter, 475quater, 475quinquies, 475sexieset 475septies.
Art. 59. <wijzigingsbepaling van artikel 475quater>
Art. 59.
Art. 60. In artikel 475quinquies, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "door adoptie gewettigd" vervangen door de woorden "ten volle geadopteerd".
Art. 60. A l'475quinquies, alinéa 3, du même Code, les mots "émancipé, adopté ou légitimé par adoption" sont remplacés par les mots "émancipé ou adopté ou lorsqu'il fait l'objet d'une adoption plénière".
Art. 61. <wijzigingsbepaling van 477 van hetzelfde Wetboek>
Art. 61.
Art. 62. In artikel 478, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1965, wordt het woord "meer" geschrapt.
Art. 62. A l'article 478, premier alinéa, du même Code, modifié par la loi du 8 avril 1965, les mots "resté sans père ni mère et ayant atteint" sont remplacés par les mots "qui n'a ni père ni mère et qui a atteint".
Art. 63. In artikel 479, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1965, wordt het woord "meer" geschrapt.
Art. 63. A l'article 479, deuxième alinéa, du même Code, modifié par la loi du 8 avril 1965, les mots "resté sans père ni mère est âgé" sont remplacés par les mots "qui n'a ni père ni mère et qui est âgé".
Art. 64. <wijzigingsbepaling van artikel 487quater van hetzelfde Wetboek>
Art. 64.
Art. 65. In het eerste lid van 487sexies, in hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de wet van 29 juni 1973, worden de woorden "de ouderlijke macht" vervangen door de woorden "het ouderlijk gezag".
Art. 65. Dans l'article 487sexies, alinéa 1er, du même Code, y inséré par la loi du 29 juin 1973, les mots "la puissance paternelle" sont remplacés par les mots "l'autorité parentale".
Hoofdstuk 8. Wijzigingen in de bepalingen van Boek III, Titel I, van het Burgerlijk Wetboek: "Erfenissen".
Chapitre 8. Modifications aux dispositions du Livre III, Titre I, du Code civil: "Des successions".
Art. 66. <wijzigingsbepaling van artikel 723 van hetzelfde Wetboek>
Art. 66.
Art. 67. <wijzigingsbepaling van artikel 724 van hetzelfde Wetboek>
Art. 67.
Art. 68. In artikel 745, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "zelfs wanneer zij uit verschillende huwelijken geboren zijn" vervangen door de woorden "ook al hebben zij niet dezelfde ouders en ongeacht de wijze waarop hun afstamming is vastgesteld".
Art. 68. A l'article 745, alinéa 1er, du même Code, les mots "et encore qu'ils soient issus de différents mariages" sont remplacés par les mots "et encore qu'ils n'aient pas les mêmes parents et quel que soit le mode d'établissement de leur filiation".
Art. 69. <wijzigingsbepaling van artikel 745bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek>
Art. 69.
Art. 70. <wijzigingsbepaling van artikel 745quater, § 1, van hetzelfde Wetboek>
Art. 70.
Art. 71. In artikel 752 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "indien zij allen uit hetzelfde huwelijk geboren zijn; indien zij uit verschillende huwelijken geboren zijn" vervangen door de woorden "indien zij allen dezelfde ouders hebben; indien zij niet dezelfde ouders hebben".
Art. 71. A l'article 752 du même Code, les mots "s'ils sont tous du même lit; s'ils sont de lits différents" sont remplacés par les mots "s'ils ont tous les mêmes père et mère; s'ils ont des père et mère différents".
Art. 72. De eerste afdeling van hoofdstuk IV, van titel I van Boek III van het Burgerlijk Wetboek, bevattende de artikelen 756 tot 766, wordt opgeheven.
Art. 72. La section première du chapitre IV du Titre Ier du Livre III du Code civil, comprenant les articles 756 à 766, est abrogée.
Art. 73. <wijzigingsbepaling van artikel 828 van hetzelfde Wetboek>
Art. 73.
Art. 74. <wijzigingsbepaling van artikel 837 van hetzelfde Wetboek>
Art. 74.
Hoofdstuk 9. Wijzigingen in de bepalingen van Boek III, Titel II, van het Burgerlijk Wetboek: "Schenkingen onder de levenden en testamenten".
Chapitre 9. Modifications aux dispositions du Livre III, Titre II, du Code civil: "Des donations entre vifs et des testaments".
Art. 75. Artikel 908 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 75. L'article 908 du même Code est abrogé.
Art. 76. In artikel 913 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "wettig" geschrapt.
Art. 76. A l'article 913 du même Code, le mot "légitime" est supprimé.
Art. 77. De artikelen 960, 961, 962, 963, 964, 965 en 966 van hetzelfde Wetboek worden opgeheven.
Art. 77. Les articles 960, 961, 962, 963, 964, 965 et 966 du même Code sont abrogés.
Hoofdstuk 10. Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek.
Chapitre 10. Modifications aux Code judiciaire.
Art. 78. In artikel 591, 7°, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "de artikelen 340b, 762 en 763 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek".
Art. 78. A l'article 591, 7°, du Code judiciaire, les mots "les articles 340b, 762 et 763 du Code civil" sont remplacés par les mots "l'article 336 du Code civil".
Art. 79. In artikel 828, 2°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "zelfs wanneer het een erkende natuurlijke verwantschap betreft" geschrapt.
Art. 79. A l'article 828, 2°, du même Code, les mots même s'il s'agit d'une parenté naturelle reconnue" sont supprimés.
Art. 80. <wijzigingsbepaling van artikel 1181 van hetzelfde Wetboek>
Art. 80.
Art. 81. <wijzigingsbepaling van artikel 1186, derde lid, van hetzelfde Wetboek>
Art. 81.
Art. 82. In artikel 1254, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "wettige" geschrapt.
Art. 82. A l'article 1254, alinéa 1er, du même Code, le mot "légitimes" est supprimé.
Art. 83. In artikel 1279 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "zoals bepaald is in de artikelen 373 en 389 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "of bij een van hen, zoals bepaald is in de artikelen 374 en 377 van het Burgerlijk Wetboek".
Art. 83. A l'article 1279 du même Code, les mots "ainsi qu'il est prévu aux articles 373 et 389 du Code civil" sont remplacés par les mots "ou à l'un d'eux ainsi qu'il est prévu aux articles 374 et 377 du Code civil".
Art. 84.
Art. 84.
Art. 85.
Art. 85.
Art. 86. In artikel 1391 van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden "berichten van beslag" en "die", de woorden "of van delegatie" telkens ingevoegd.
Art. 86. Dans l'article 1391 du même Code, les mots "ou de délégation" sont insérés chaque fois entre les mots "avis de saisie" et le mot "établis".
Art. 87. <wijzigingsbepaling van artikel 1412 van hetzelfde Wetboek>
Art. 87.
Hoofdstuk 11. Wijzigingen in het Strafwetboek.
Chapitre 11. Modifications au Code pénal.
Art. 88. <wijzigingsbepaling van artikel 263 van het Strafwetboek>
Art. 88.
Art. 89. <wijzigingsbepaling van artikel 264 van hetzelfde Wetboek>
Art. 89.
Art. 90. <wijzigingsbepaling van artikel 265 van hetzelfde Wetboek>
Art. 90.
Art. 91. In de artikelen 355 en 359 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 mei 1912, worden de woorden "wettige of natuurlijke" geschrapt.
Art. 91. Dans les articles 355 et 359 du même Code, modifiés par la loi du 15 mai 1912, les mots "légitimes ou naturels" sont supprimés.
Art. 92. In artikel 360bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 1912 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 1963, worden de woorden "De wettige of natuurlijke vader of moeder of de aannemenden" vervangen door de woorden "De vader of moeder of adoptanten".
Art. 92. A l'article 360bis, alinéa 1er, du même Code, y inséré par la loi du 15 mai 1912 et modifié par la loi du 5 juillet 1963, les mots "les père et mère légitimes, naturels ou adoptifs" sont remplacés par les mots "les père et mère ou les adoptants".
Art. 93. <wijzigingsbepaling van artikel 391bis van hetzelfde Wetboek>
Art. 93.
Art. 94.
Art. 94.
Art. 95. <wijzigingsbepaling van artikel 395 van hetzelfde Wetboek>
Art. 95.
Art. 96. <wijzigingsbepaling van artikel 410 van hetzelfde Wetboek>
Art. 96.
Art. 97. In artikel 415 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "wettige" en "of tegen zijn natuurlijke ouders" geschrapt.
Art. 97. A l'article 415 du même Code, les mots "légitimes, ou envers ses père et mère naturels" sont supprimés.
Art. 98. In artikel 450, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "wettige" vervangen door het woord "wettelijke".
Art. 98. Dans le texte néerlandais de l'article 450, alinéa 2, du même Code, le mot "wettige" est remplacé par le mot "wettelijke".
Hoofdstuk 12. Wijzigingen in diverse wetsbepalingen.
Chapitre 12. Modifications à diverses dispositions législatives.
Art. 99. Het koninklijk besluit van 5 februari 1817 betreffende de wettiging van kinderen geboren uit ouders in de verboden graad wordt opgeheven.
Art. 99. L'arrêté royal du 5 février 1817 relatif à la légitimation des enfants de parents au degré prohibé est abrogé.
Art. 100. 1° Artikel 4 van de wet van 16 augustus 1887, wijzigingen toebrengend aan sommige schikkingen rakende het huwelijk, wordt opgeheven.
2°. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "en tot de wettigmaking van hunne onechte kinderen" geschrapt.
2°. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "en tot de wettigmaking van hunne onechte kinderen" geschrapt.
Art. 100. 1° L'article 4 de la loi du 16 août 1887 modifiant certaines dispositions relatives au mariage est abrogé.
2° L'article 5 de la même loi les mots "et à la légitimation de leurs enfants naturels" sont supprimés.
2° L'article 5 de la même loi les mots "et à la légitimation de leurs enfants naturels" sont supprimés.
Art. 101. 1° In artikel 1 van de wet van 26 december 1891 tot wijziging van enige bepalingen betreffende het huwelijk, aangevuld bij de wet van 7 januari 1908, worden de woorden "alsmede de voornamen, de namen, het beroep, het domicilie en de verblijfplaats van hunne vaders en moeders" geschrapt.
2° Artikel 9 van dezelfde wet wordt opgeheven.
2° Artikel 9 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 101. 1° A l'article 1er de la loi du 26 décembre 1891 apportant des modifications à quelques dispositions relatives au mariage, complété par la loi du 7 janvier 1908, les mots "et les prénoms, noms, professions, domicile et résidence de leurs pères et mères" sont supprimés.
2° L'article 9 de la même loi est abrogé.
2° L'article 9 de la même loi est abrogé.
Art. 102. <wijzigingsbepaling van artikel 5 van de wet van 10 juli 1931 betreffende de bevoegdheid der diplomatieke en consulaire agenten in notariële zaken>
Art. 102.
Art. 103. In de wet van 12 juli 1931 betrekking hebbende op zekere akten van de burgerlijke stand, alsmede op de bevoegdheid der diplomatieke en consulaire ambtenaren inzake burgerlijke stand, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. in artikel 3 worden de woorden "artikel 4 der wet van 13 augustus 1887 en artikel 6 der wet van 30 april 1896 (art. 155bis van het Burgerlijk Wetboek)" vervangen door de woorden "artikel 153 van het Burgerlijk Wetboek";
B. In artikel 6 wordt het woord "onwettige" geschrapt.
A. in artikel 3 worden de woorden "artikel 4 der wet van 13 augustus 1887 en artikel 6 der wet van 30 april 1896 (art. 155bis van het Burgerlijk Wetboek)" vervangen door de woorden "artikel 153 van het Burgerlijk Wetboek";
B. In artikel 6 wordt het woord "onwettige" geschrapt.
Art. 103. A la loi du 12 juillet 1931 relative à certains actes de l'état civil et à la compétence des agents diplomatiques et consulaires en matière d'état civil, sont apportées les modifications suivantes :
A. A l'article 3, les mots "l'article 4 de la loi du 16 août 1887 et l'article 6 de la loi du 30 avril 1896 (art. 155bis du Code Civil)" sont remplacés par les mots "l'article 153 du Code civil";
B. A l'article 6, le mot "naturels" est supprimé.
A. A l'article 3, les mots "l'article 4 de la loi du 16 août 1887 et l'article 6 de la loi du 30 avril 1896 (art. 155bis du Code Civil)" sont remplacés par les mots "l'article 153 du Code civil";
B. A l'article 6, le mot "naturels" est supprimé.
Art. 104. <wijzigingsbepaling van artikel 7 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart>
Art. 104.
Art. 105. In de artikelen 32, 33 en 34 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming worden de woorden "de ouderlijke macht" vervangen door de woorden "het ouderlijk gezag".
Art. 105. Aux articles 32, 33 et 34 de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, les mots "la puissance paternelle" sont remplacés par les mots "l'autorité parentale".
Art. 106. Artikel 2, eerste lid, van de wet van 14 juli 1966 betreffende sommige buiten het Rijk opgemaakte akten van de burgerlijke stand, wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel 45, § 1, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek".
Art. 106. L'article 2, alinéa 1er, de la loi du 14 juillet 1966 relative à certains actes de l'état civil dressés en dehors du Royaume est complété par les mots "conformément à l'article 45, § 1er, alinéas 1er et 2, du Code civil".
Hoofdstuk 13. Overgangsbepalingen.
Chapitre 13. Dispositions transitoires.
Art. 107. Deze wet is van toepassing op de kinderen geboren vóór haar inwerkingtreding en die nog in leven zijn op dat ogenblik, zonder dat daaruit evenwel enig recht in de voordien opengevallen erfenissen kan volgen.
De geldigheid van de handelingen en verdelingen die zijn verricht vóór de inwerkingtreding van deze wet en die een buitenechtelijk kind meer rechten hebben toegekend dan die welke het bij de door deze wet opgeheven bepalingen had gekregen, kan evenwel niet worden betwist.
De geldigheid van de handelingen en verdelingen die zijn verricht vóór de inwerkingtreding van deze wet en die een buitenechtelijk kind meer rechten hebben toegekend dan die welke het bij de door deze wet opgeheven bepalingen had gekregen, kan evenwel niet worden betwist.
Art. 107. Les dispositions de la présente loi sont applicables aux enfants nés avant son entrée en vigueur et encore en vie à cette date, mais sans qu'il puisse en résulter aucun droit dans les successions ouvertes auparavant.
Toutefois, ne pourra être contestée la validité des actes et partages passés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui auraient attribué à un enfant né hors mariage des droits supérieurs à ceux qui lui étaient reconnus par les dispositions abrogées par la présente loi.
Toutefois, ne pourra être contestée la validité des actes et partages passés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui auraient attribué à un enfant né hors mariage des droits supérieurs à ceux qui lui étaient reconnus par les dispositions abrogées par la présente loi.
Art. 108. Zonder dat daaruit enig recht voor het verleden kan volgen, is artikel 312 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing op het kind dat vóór de inwerkingtreding van deze wet geboren is uit een vrouw die op geen enkel tijdstip van de zwangerschap gehuwd is geweest, tenzij door een vroegere erkenning een andere afstamming van moederszijde is vastgesteld.
Art. 108. Sans qu'il puisse en résulter aucun droit pour le passé, l'article 312 du Code civil est applicable à l'enfant né avant l'entrée en vigueur de la présente loi et issu d'une femme non mariée à un moment quelconque de la gestation, à moins qu'une reconnaissance antérieure ne lui attribue une autre filiation maternelle.
Art. 109. Indien een kind dat vóór de inwerkingtreding van deze wet geboren is uit een vrouw die op enig tijdstip van de zwangerschap gehuwd is geweest, geen geboorteakte heeft of indien de geboorteakte de naam van de moeder niet vermeldt, kan zijn afstamming, onverminderd het bepaalde in artikel 313 van het Burgerlijk Wetboek, worden bewezen door het bezit van staat van kind ten aanzien van de moeder en haar echtgenoot.
Art. 109. Si un enfant né avant l'entrée en vigueur de la présente loi et issu d'une femme mariée à un moment quelconque de la gestation n'a pas d'acte de naissance ou si son acte de naissance ne mentionne pas le nom de la mère, sa filiation pourra, sans préjudice de l'article 313 du Code civil, être établie par la possession d'état d'enfant à l'égard de la mère et du mari de celle-ci.
Art. 110. Artikel 313 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op het kind geboren uit een vrouw die op enig tijdstip van de zwangerschap gehuwd is geweest, zelfs indien de erkenning door de moeder heeft plaatsgehad vóór de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 110. L'article 313 du Code civil est applicable à l'enfant né d'une femme mariée à un moment quelconque de la gestation même si la reconnaissance de maternité est antérieure à l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 111. Vonnissen gewezen krachtens het vroeger recht, kunnen niet in het geding worden gebracht door de toepassing van deze wet.
Indien het echter een vordering tot inroeping van staat, tot onderzoek naar het moederschap of tot onderzoek naar het vaderschap krachtens opgeheven of gewijzigde regels is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing, vormt deze geen beletsel voor het instellen van een vordering tot vaststelling van de afstamming onder de voorwaarden bepaald in deze wet, evenwel zonder dat daaruit enig recht voor het verleden kan volgen.
Hetzelfde geldt voor de rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 336 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, ingeval een eis gegrond op het bij deze wet opgeheven artikel 340b van het Burgerlijk Wetboek is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing.
Indien het echter een vordering tot inroeping van staat, tot onderzoek naar het moederschap of tot onderzoek naar het vaderschap krachtens opgeheven of gewijzigde regels is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing, vormt deze geen beletsel voor het instellen van een vordering tot vaststelling van de afstamming onder de voorwaarden bepaald in deze wet, evenwel zonder dat daaruit enig recht voor het verleden kan volgen.
Hetzelfde geldt voor de rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 336 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, ingeval een eis gegrond op het bij deze wet opgeheven artikel 340b van het Burgerlijk Wetboek is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing.
Art. 111. La chose jugée sous l'empire du droit antérieur ne peut être remise en cause par application de la présente loi.
Toutefois si une action en réclamation d'état, en recherche de maternité ou en recherche de paternité a été, en vertu de règles abrogées ou modifiées, rejetée par une décision passée en force de chose jugée, celle-ci ne fera pas obstacle à l'intentement d'une action ayant pour objet l'établissement de la filiation dans les conditions fixées par la présente loi, mais sans qu'il puisse en résulter aucun droit pour le passé.
Il en sera de même de l'action régie par les articles 336 et suivants du Code civil si une demande fondée sur l'article 340b du Code civil abrogé par la présente loi a été rejetée par une décision passée en force de chose jugée.
Toutefois si une action en réclamation d'état, en recherche de maternité ou en recherche de paternité a été, en vertu de règles abrogées ou modifiées, rejetée par une décision passée en force de chose jugée, celle-ci ne fera pas obstacle à l'intentement d'une action ayant pour objet l'établissement de la filiation dans les conditions fixées par la présente loi, mais sans qu'il puisse en résulter aucun droit pour le passé.
Il en sera de même de l'action régie par les articles 336 et suivants du Code civil si une demande fondée sur l'article 340b du Code civil abrogé par la présente loi a été rejetée par une décision passée en force de chose jugée.
Art. 112. Onverminderd artikel 109 is artikel 314 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing op de rechtsvorderingen tot inroeping van staat of tot onderzoek naar het moederschap, ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, indien zij nog niet zijn afgedaan door een in kracht van gewijsde gegane beslissing.
Art. 112. Sans préjudice de l'article 109 ci-avant, l'article 314 du Code civil est applicable aux actions en réclamation d'état ou en recherche de maternité intentées avant l'entrée en vigueur de la présente loi si elles ne sont pas encore vidées par une décision passée en force de chose jugée.
Art. 113. Artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de rechtsvorderingen tot ontkenning van het vaderschap, ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, indien ze nog niet zijn afgedaan door een in kracht van gewijsde gegane beslissing, zelfs wanneer de feiten waarop de vordering volgens dat artikel gegrond kan worden, niet voorkomen in de dagvaarding.
Art. 113. Même si les faits sur lesquels il permet de fonder la demande ni figurent pas dans la citation, l'article 318 du Code civil est applicable aux actions en désaveu de paternité intentées avant l'entrée en vigueur de la présente loi si elles ne sont pas encore vidées par une décision passée en force de chose jugée.
Art. 114. Artikel 320 van het Burgerlijk Wetboek is, met uitzondering van het 1°, van toepassing op de machtigingen tot erkenning aangevraagd op grond van de artikelen 331 en 335 van het Burgerlijk Wetboek, opgeheven door deze wet, indien op het verzoekschrift nog geen in kracht van gewijsde gegane beslissing is gevallen bij de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 114. L'article 320 du Code civil est, à l'exception du 1°, applicable aux autorisations de reconnaissance demandées sur le fondement des articles 331 et 335 du Code civil abrogés par la présente loi, si la requête n'a pas encore fait l'objet d'une décision passée en force de chose jugée à l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 115. Artikel 324 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de rechtsvorderingen tot onderzoek naar het vaderschap, ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, indien ze nog niet zijn afgedaan door een in kracht van gewijsde gegane beslissing, zelfs wanneer de feiten waarop de vordering volgens dat artikel gegrond kan worden, niet voorkomen in de dagvaarding.
Art. 115. Même si les faits sur lesquels il permet de fonder la demande ne figurent pas dans la citation, l'article 324 du Code civil est applicable aux actions en recherche de paternité intentées avant l'entrée en vigueur de la présente loi si elles ne sont pas encore vidées par une décision passée en force de chose jugée.
Art. 116. Artikel 326 van het Burgerlijk Wetboek vindt toepassing bij de rechtsgedingen die begonnen zijn vóór de inwerkingtreding van deze wet en die nog niet zijn afgedaan door een in kracht van gewijsde gegane beslissing.
Art. 116. L'article 326 du Code civil est applicable aux procès engagés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui ne sont pas encore vidés par une décision passée en force de chose jugée.
Art. 117. De uitzondering waarin artikel 327 van het Burgerlijk Wetboek voorziet, is niet van toepassing op de authentieke testamenten die verleden zijn vóór de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 117. L'exception prévue à l'article 327 du Code civil n'est pas applicable aux testaments authentiques reçus avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 118. De laatste twee leden van § 1 en het laatste lid van § 2 van artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing, indien de betwiste erkenning heeft plaatsgehad vóór de inwerkingtreding van deze wet en indien de vordering wordt ingesteld binnen een jaar na die inwerkingtreding.
Art. 118. Les deux derniers alinéas du § 1er et le dernier alinéa du § 2 de l'article 330 du Code civil ne sont pas applicables si la reconnaissance contestée est antérieure à l'entrée en vigueur de la présente loi et si l'action est intentée dans l'année de cette entrée en vigueur.
Art. 119. § 1. De artikelen 331ter, 332, vierde lid, 332ter, tweede lid, en 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek zijn mede van toepassing op de rechtsvorderingen die nog niet zijn ingesteld bij de inwerkingtreding van deze wet.
§ 2. Wat de rechtsvorderingen betreft die krachtens de opgeheven bepalingen niet vatbaar waren voor verjaring, zal de termijn bepaald in artikel 331ter van het Burgerlijk Wetboek eerst beginnen te lopen bij de inwerkingtreding van deze wet, indien de ontzegging van de ingeroepen staat of het begin van het bezit van de betwiste staat daaraan voorafgaat.
§ 3. Indien de erfgenamen die overeenkomstig het door deze wet opgeheven artikel 329 van het Burgerlijk Wetboek gerechtigd zijn de rechtsvordering tot inroeping van staat in te stellen, zodanige vordering hebben ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, kunnen zij die voortzetten.
§ 4. De termijn waarover de afwezige man beschikte voor het ontkennen van het vaderschap en die bij zijn terugkomst is ingegaan, wordt met negen maanden verlengd, indien die termijn niet is verstreken bij de inwerkingtreding van de wet.
§ 5. Indien de erfgenamen die overeenkomstig het door deze wet opgeheven artikel 317 van het Burgerlijk Wetboek, gerechtigd zijn de rechtsvordering tot ontkenning van het vaderschap in te stellen, zodanige vordering hebben ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, kunnen zij die voortzetten.
§ 6. Indien de termijn die vroeger gold voor een rechtsvordering, bij de inwerkingtreding van deze wet verstreken is, blijft het vorderingsrecht vervallen, zelfs ingeval artikel 331ter of artikel 332, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek een langere termijn stelt.
§ 2. Wat de rechtsvorderingen betreft die krachtens de opgeheven bepalingen niet vatbaar waren voor verjaring, zal de termijn bepaald in artikel 331ter van het Burgerlijk Wetboek eerst beginnen te lopen bij de inwerkingtreding van deze wet, indien de ontzegging van de ingeroepen staat of het begin van het bezit van de betwiste staat daaraan voorafgaat.
§ 3. Indien de erfgenamen die overeenkomstig het door deze wet opgeheven artikel 329 van het Burgerlijk Wetboek gerechtigd zijn de rechtsvordering tot inroeping van staat in te stellen, zodanige vordering hebben ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, kunnen zij die voortzetten.
§ 4. De termijn waarover de afwezige man beschikte voor het ontkennen van het vaderschap en die bij zijn terugkomst is ingegaan, wordt met negen maanden verlengd, indien die termijn niet is verstreken bij de inwerkingtreding van de wet.
§ 5. Indien de erfgenamen die overeenkomstig het door deze wet opgeheven artikel 317 van het Burgerlijk Wetboek, gerechtigd zijn de rechtsvordering tot ontkenning van het vaderschap in te stellen, zodanige vordering hebben ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet, kunnen zij die voortzetten.
§ 6. Indien de termijn die vroeger gold voor een rechtsvordering, bij de inwerkingtreding van deze wet verstreken is, blijft het vorderingsrecht vervallen, zelfs ingeval artikel 331ter of artikel 332, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek een langere termijn stelt.
Art. 119. § 1er. Les articles 331ter, 332, quatrième alinéa, 332ter, deuxième alinéa, et 337, § 1er, du Code civil sont applicables aux actions non encore intentées à l'entrée en vigueur de la présente loi.
§ 2. Quant aux actions qui étaient imprescriptibles sous l'empire de la législation abrogée, le délai fixé par l'article 331ter du Code civil ne courra qu'à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi si la privation de l'état réclamé ou le commencement de la jouissance de l'état contesté y est antérieur.
§ 3. Si, ayant succédé à l'action en réclamation d'état conformément à l'article 329 du Code civil abrogé par la présente loi, les héritiers l'ont intentée avant l'entrée en vigueur de la présente loi, ils peuvent la poursuivre.
§ 4. Le délai dont le mari absent disposait pour le désaveu de paternité à compter de son retour est prorogé de neuf mois s'il n'est pas expiré à l'entrée en vigueur de la présente loi.
§ 5. Si, ayant succédé à l'action en désaveu de paternité conformément à l'article 317 du Code civil abrogé par la présente loi, les héritiers ont intenté l'action avant l'entrée en vigueur de la présente loi, ils peuvent la poursuivre.
§ 6. Si le délai auquel une action était antérieurement soumise est expiré à l'entrée en vigueur de la présente loi, cette action demeure éteinte quand bien même les articles 331ter ou 332, quatrième alinéa, du Code civil fixeraient un délai plus long.
§ 2. Quant aux actions qui étaient imprescriptibles sous l'empire de la législation abrogée, le délai fixé par l'article 331ter du Code civil ne courra qu'à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi si la privation de l'état réclamé ou le commencement de la jouissance de l'état contesté y est antérieur.
§ 3. Si, ayant succédé à l'action en réclamation d'état conformément à l'article 329 du Code civil abrogé par la présente loi, les héritiers l'ont intentée avant l'entrée en vigueur de la présente loi, ils peuvent la poursuivre.
§ 4. Le délai dont le mari absent disposait pour le désaveu de paternité à compter de son retour est prorogé de neuf mois s'il n'est pas expiré à l'entrée en vigueur de la présente loi.
§ 5. Si, ayant succédé à l'action en désaveu de paternité conformément à l'article 317 du Code civil abrogé par la présente loi, les héritiers ont intenté l'action avant l'entrée en vigueur de la présente loi, ils peuvent la poursuivre.
§ 6. Si le délai auquel une action était antérieurement soumise est expiré à l'entrée en vigueur de la présente loi, cette action demeure éteinte quand bien même les articles 331ter ou 332, quatrième alinéa, du Code civil fixeraient un délai plus long.
Art. 120. De artikelen 336 tot 341 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de rechtsvorderingen gegrond op het vroegere artikel 340b van het Burgerlijk Wetboek, indien op die vorderingen nog geen in kracht van gewijsde gegane beslissing is gevallen bij de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 120. Les articles 336 à 341 du Code civil sont applicables aux demandes fondées sur l'article 340b ancien du Code civil si elles n'ont pas encore fait l'objet d'une décision passée en force de chose jugée à l'entrée en vigueur de la présente loi.