Artikel 1. § 1. Dit besluit is toepasselijk op de hiernavermelde militairen :
1° de dienstplichtigen die zich ingevolge een oproeping aanmelden bij het Recruterings- en Selectiecentrum;
2° de dienstplichtigen die hun werkelijke diensttermijn volbrengen of die bij het verstrijken van deze termijn onder de wapens worden gehouden;
3° de bij 1° en 2° bedoelde dienstplichtigen die gemachtigd worden hun werkelijke diensttermijn te verlengen;
4° (...) <KB 1999-11-22/39, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
5° (...) <KB 1990-08-03/35, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 02-09-1990>
6° de leerlingen van de Koninklijke Cadettenschool en de niet-militaire leerlingen van de scholen voor vorming van onderofficieren.
§ 2. De gerechtigde op dit besluit wordt hierna " de militair " genoemd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 AUGUSTUS 1985. - Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de Krijgsmacht dat een soldij geniet. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-03-1990 en tekstbijwerking tot 01-03-2016)
Titre
19 AOUT 1985. - Arrêté royal portant le statut pécuniaire du personnel des Forces armées qui bénéficie d'une solde. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-03-1990 et mise à jour au 01-03-2016)
Documentinformatie
Numac: 1985007232
Datum: 1985-08-19
Info du document
Numac: 1985007232
Date: 1985-08-19
Inhoud
HOOFDSTUK I. - De gerechtigden.
HOOFDSTUK II. - De soldij.
HOOFDSTUK III. - De soldijbijslag.
Afdeling 1. - De soldijbijslag tijdens de werke...
Afdeling 2. - De soldijbijslag tijdens de weder...
HOOFDSTUK IV. - De toelage voor levensmiddelenr...
HOOFDSTUK V. - De buitenmenagevergoeding.
HOOFDSTUK VI. - Huisvesting.
HOOFDSTUK VII. - Reiskosten in geval van verlof...
HOOFDSTUK VIII. - De betaling van de soldij en ...
HOOFDSTUK IX. - (Overgangs- en slotbepalingen)
Bijlagen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Les bénéficiaires.
CHAPITRE II. - La solde.
CHAPITRE III. - Le supplément de solde.
Section 1. - Le supplément de solde durant le t...
Section 2. - Le supplément de solde durant le r...
CHAPITRE IV. - L'allocation pour ration de vivres.
CHAPITRE V. - L'indemnité de hors-ménage.
CHAPITRE VI. - Du logement.
CHAPITRE VII. - Les frais de transport lors des...
CHAPITRE VIII. - Le paiement de la solde et du ...
CHAPITRE IX. - (Dispositions transitoires et fi...
Annexes.
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK I. - De gerechtigden.
CHAPITRE I. - Les bénéficiaires.
Article 1. § 1. Le présent arrêté est applicable aux militaires mentionnés ci-après :
1° les miliciens qui, à la suite d'un appel se présentent au Centre de recrutement et de sélection;
2° les miliciens qui accomplissent leur terme de service actif ou qui sont maintenus sous les armes à l'issue de ce terme;
3° les miliciens visés aux 1° et 2° autorisés à prolonger le terme de leur service actif;
4° (...) <AR 1999-11-22/39, art. 15, 006; En vigueur : 01-01-1999>
5° (...) <AR 1990-08-03/35, art. 1, 003; En vigueur : 02-09-1990> celui d'officier, volontaires pour la durée de la guerre;
6° les élèves de l'Ecole royale des Cadets et les élèves non militaires des écoles de formation de sous-officiers.
§ 2. Le bénéficiaire du présent arrêté est dénommé ci-après " le militaire ".
1° les miliciens qui, à la suite d'un appel se présentent au Centre de recrutement et de sélection;
2° les miliciens qui accomplissent leur terme de service actif ou qui sont maintenus sous les armes à l'issue de ce terme;
3° les miliciens visés aux 1° et 2° autorisés à prolonger le terme de leur service actif;
4° (...) <AR 1999-11-22/39, art. 15, 006; En vigueur : 01-01-1999>
5° (...) <AR 1990-08-03/35, art. 1, 003; En vigueur : 02-09-1990> celui d'officier, volontaires pour la durée de la guerre;
6° les élèves de l'Ecole royale des Cadets et les élèves non militaires des écoles de formation de sous-officiers.
§ 2. Le bénéficiaire du présent arrêté est dénommé ci-après " le militaire ".
HOOFDSTUK II. - De soldij.
CHAPITRE II. - La solde.
Art.2. § 1. De militair geniet per dag werkelijke dienst een soldij waarvan de dagbedragen zijn vastgesteld overeenkomstig tabel I van de bijlage.
§ 2. De militair geniet de soldij die overeenstemt met de graad waarin hij benoemd of aangesteld is.
De gelijkwaardigheid der graden wordt bepaald overeenkomstig tabel IV van de bijlage.
§ 2. De militair geniet de soldij die overeenstemt met de graad waarin hij benoemd of aangesteld is.
De gelijkwaardigheid der graden wordt bepaald overeenkomstig tabel IV van de bijlage.
Art.2. § 1. Le militaire bénéficie par journée de service actif d'une solde dont les taux par jour sont fixés conformément au tableau I de l'annexe.
§ 2. Le militaire bénéficie de la solde afférente au grade auquel il est nommé ou commissionné.
L'équivalence des grades se détermine conformément au tableau IV de l'annexe.
§ 2. Le militaire bénéficie de la solde afférente au grade auquel il est nommé ou commissionné.
L'équivalence des grades se détermine conformément au tableau IV de l'annexe.
Art.3. § 1. De militair geniet eveneens de soldij (bepaald in) tabel I van de bijlage gedurende de hiernavermelde periodes, zelfs wanneer die periodes volgens de dienstplichtwetten niet als werkelijke dienst tellen : <KB 15-06-1987, art. 1>
1° de periodes doorgebracht in het Recruterings- en Selectiecentrum;
2° de periodes doorgebracht in een ziekenhuis voor opname of observatie;
3° het herstelverlof;
4° het verblijf in zijn haardstede wegens medische redenen ofwel in afwachting van een beslissing van de militaire commissie inzake geschiktheid en reform of van de militaire commissie van beroep inzake geschiktheid en reform;
5° de periodes waarin de militair een bij vonnis of arrest uitgesproken vrijheidsstraf ondergaat onder het stelsel van het weekendarrest of de beperkte hechtenis.
§ 2. De militair, met uitzondering van degene die bij artikel 1, § 1, 1°, wordt bedoeld, geniet, gedurende de eerste honderdtachtig dagen dat hij een bij vonnis of arrest uitgesproken vrijheidsstraf ondergaat een soldij waarvan het dagbedrag is vastgesteld in tabel II van de bijlage.
§ 3. De militair in voorlopige hechtenis ontvangt, ter bewaring, de soldij overeenkomstig tabel II van de bijlage.
Het verschil tussen de soldij die bepaald is in tabel I van de bijlage en die welke gestort is, wordt hem uitbetaald voor de duur van de voorlopige hechtenis die niet door een veroordeling tot een vrijheidsstraf gedekt is.
In afwijking van het eerste lid blijft de volle soldij verworven wanneer de voorlopige hechtenis gevolgd wordt door de opschorting van de uitspraak van de veroordeling en deze opschorting vervolgens wordt herroepen. Dit geldt voor de periode van hechtenis die werd aangerekend als werkelijke dienst ten gevolge van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling en voortaan beschouwd wordt als periode die niet telt als werkelijke dienst ten gevolge van de herroeping van de opschorting.
§ 4. De militair geniet evenwel geen soldij :
1° gedurende het spoedverlof om gewichtige redenen waarvan de duur vier dagen overtreft;
2° gedurende de periode waarin de niet-militaire leerling van de Koninklijke Cadettenschool of de scholen voor vorming van onderofficieren om eender welke reden met verlof is of in zijn haardstede om medische redenen vertoeft;
3° gedurende het weekendarrest of de beperkte hechtenis wanneer de militair die de inrichting mag verlaten zich niet bij zijn eenheid vervoegt.
1° de periodes doorgebracht in het Recruterings- en Selectiecentrum;
2° de periodes doorgebracht in een ziekenhuis voor opname of observatie;
3° het herstelverlof;
4° het verblijf in zijn haardstede wegens medische redenen ofwel in afwachting van een beslissing van de militaire commissie inzake geschiktheid en reform of van de militaire commissie van beroep inzake geschiktheid en reform;
5° de periodes waarin de militair een bij vonnis of arrest uitgesproken vrijheidsstraf ondergaat onder het stelsel van het weekendarrest of de beperkte hechtenis.
§ 2. De militair, met uitzondering van degene die bij artikel 1, § 1, 1°, wordt bedoeld, geniet, gedurende de eerste honderdtachtig dagen dat hij een bij vonnis of arrest uitgesproken vrijheidsstraf ondergaat een soldij waarvan het dagbedrag is vastgesteld in tabel II van de bijlage.
§ 3. De militair in voorlopige hechtenis ontvangt, ter bewaring, de soldij overeenkomstig tabel II van de bijlage.
Het verschil tussen de soldij die bepaald is in tabel I van de bijlage en die welke gestort is, wordt hem uitbetaald voor de duur van de voorlopige hechtenis die niet door een veroordeling tot een vrijheidsstraf gedekt is.
In afwijking van het eerste lid blijft de volle soldij verworven wanneer de voorlopige hechtenis gevolgd wordt door de opschorting van de uitspraak van de veroordeling en deze opschorting vervolgens wordt herroepen. Dit geldt voor de periode van hechtenis die werd aangerekend als werkelijke dienst ten gevolge van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling en voortaan beschouwd wordt als periode die niet telt als werkelijke dienst ten gevolge van de herroeping van de opschorting.
§ 4. De militair geniet evenwel geen soldij :
1° gedurende het spoedverlof om gewichtige redenen waarvan de duur vier dagen overtreft;
2° gedurende de periode waarin de niet-militaire leerling van de Koninklijke Cadettenschool of de scholen voor vorming van onderofficieren om eender welke reden met verlof is of in zijn haardstede om medische redenen vertoeft;
3° gedurende het weekendarrest of de beperkte hechtenis wanneer de militair die de inrichting mag verlaten zich niet bij zijn eenheid vervoegt.
Art.3. § 1. Le militaire bénéficie également de la solde (fixée) au tableau I de l'annexe pendant les périodes ci-après, même si selon les lois sur la milice, ces périodes ne sont pas considérées comme service actif : <AR 15-06-1987, art. 1>
1° les périodes passées au Centre de recrutement et de sélection;
2° les périodes passées dans un hôpital, soit pour hospitalisation, soit pour observation;
3° le congé de convalescence;
4° le temps de séjour dans son foyer, soit pour raisons médicales, soit en attendant une décision de la commission militaire d'aptitude et de réforme ou de la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel;
5° les périodes durant lesquelles le militaire subit une peine privative de liberté prononcée par un jugement ou un arrêt sous le régime des arrêts de fin de semaine ou de la semi-détention.
§ 2. Le militaire, à l'exclusion de celui visé à l'article 1er, § 1er, 1°, bénéficie, pendant les cent quatre-vingts premiers jours de l'exécution d'une peine privative de liberté prononcée par un jugement ou un arrêt, d'une solde dont le taux par jour est fixé au tableau II de l'annexe.
§ 3. Le militaire détenu préventivement percoit, à titre conservatoire, la solde conformément au tableau II de l'annexe.
La différence entre la solde qui est prévue au tableau I de l'annexe et celle qui a été versée lui est payée pour le temps de détention préventive qui n'est pas couvert par une condamnation à une peine privative de liberté.
Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque la détention préventive est suivie de la suspension du prononcé de la condamnation et que cette suspension est ensuite révoquée, la solde entière reste acquise pour la période de détention qui a été comptée comme service actif suite à la suspension du prononcé de la condamnation et qui est désormais considérée comme période ne comptant pas comme service actif suite à la révocation de la suspension.
§ 4. Toutefois, le militaire ne bénéficie pas de la solde pendant :
1° le congé d'urgence pour motifs graves d'une durée supérieure à quatre jours;
2° la période durant laquelle l'élève non militaire de l'Ecole royale des Cadets ou des écoles de formation de sous-officiers est en congé à quelque titre que ce soit ou séjourne dans son foyer pour raisons médicales;
3° l'arrêt sous le régime des arrêts de fin de semaine ou de la semi-détention lorsque le militaire autorisé à quitter l'établissement ne rejoint pas son unité.
1° les périodes passées au Centre de recrutement et de sélection;
2° les périodes passées dans un hôpital, soit pour hospitalisation, soit pour observation;
3° le congé de convalescence;
4° le temps de séjour dans son foyer, soit pour raisons médicales, soit en attendant une décision de la commission militaire d'aptitude et de réforme ou de la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel;
5° les périodes durant lesquelles le militaire subit une peine privative de liberté prononcée par un jugement ou un arrêt sous le régime des arrêts de fin de semaine ou de la semi-détention.
§ 2. Le militaire, à l'exclusion de celui visé à l'article 1er, § 1er, 1°, bénéficie, pendant les cent quatre-vingts premiers jours de l'exécution d'une peine privative de liberté prononcée par un jugement ou un arrêt, d'une solde dont le taux par jour est fixé au tableau II de l'annexe.
§ 3. Le militaire détenu préventivement percoit, à titre conservatoire, la solde conformément au tableau II de l'annexe.
La différence entre la solde qui est prévue au tableau I de l'annexe et celle qui a été versée lui est payée pour le temps de détention préventive qui n'est pas couvert par une condamnation à une peine privative de liberté.
Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque la détention préventive est suivie de la suspension du prononcé de la condamnation et que cette suspension est ensuite révoquée, la solde entière reste acquise pour la période de détention qui a été comptée comme service actif suite à la suspension du prononcé de la condamnation et qui est désormais considérée comme période ne comptant pas comme service actif suite à la révocation de la suspension.
§ 4. Toutefois, le militaire ne bénéficie pas de la solde pendant :
1° le congé d'urgence pour motifs graves d'une durée supérieure à quatre jours;
2° la période durant laquelle l'élève non militaire de l'Ecole royale des Cadets ou des écoles de formation de sous-officiers est en congé à quelque titre que ce soit ou séjourne dans son foyer pour raisons médicales;
3° l'arrêt sous le régime des arrêts de fin de semaine ou de la semi-détention lorsque le militaire autorisé à quitter l'établissement ne rejoint pas son unité.
Art.4. De militair die van het leger gescheiden wordt wegens omstandigheden buiten zijn wil, ontvangt bij zijn wederopneming in de getalsterkte de soldij die hem voor de duur van zijn afwezigheid verschuldigd is, voor zover de door de Minister van [1 Defensie]1 aangewezen overheid oordeelt dat zijn gedrag verenigbaar is met de staat van militair.
Art.4. Le militaire qui a été séparé de l'armée, en raison de circonstances indépendantes de sa volonté, percoit, lors de sa reprise en force, la solde qui est due pour la période de son absence, pour autant que sa conduite ait été jugée compatible avec son état militaire par l'autorité que le Ministre de la Défense [1 ...]1 désigne.
Wijzigingen
Art.5. Iedere wijziging in de toestand van een militair, die het toekennen van een nieuwe soldij voor gevolg heeft, heeft uitwerking de dag zelf.
Art.5. Toute modification de la situation d'un militaire, qui entraîne l'attribution d'une nouvelle solde produit ses effets le jour même.
HOOFDSTUK III. - De soldijbijslag.
CHAPITRE III. - Le supplément de solde.
Afdeling 1. - De soldijbijslag tijdens de werkelijke diensttermijn.
Section 1. - Le supplément de solde durant le terme de service actif.
Art.6. Een soldijbijslag waarvan de bedragen en de toekenningsperiode worden vastgesteld overeenkomstig tabel III van de bijlage wordt betaald :
1° aan de militairen beneden de officiersrang bedoeld in artikel 1, § 1, 3°;
2° aan de adjudant kandidaat-reserveonderluitenant;
3° aan de onderluitenant dienstplichtige.
1° aan de militairen beneden de officiersrang bedoeld in artikel 1, § 1, 3°;
2° aan de adjudant kandidaat-reserveonderluitenant;
3° aan de onderluitenant dienstplichtige.
Art.6. Un supplément de solde dont les taux et la période d'octroi sont fixés conformément au tableau III de l'annexe est payé :
1° au militaire d'un rang au-dessous de celui d'officier visé à l'article 1er, § 1er, 3°;
2° à l'adjudant candidat sous-lieutenant de réserve;
3° au sous-lieutenant milicien.
1° au militaire d'un rang au-dessous de celui d'officier visé à l'article 1er, § 1er, 3°;
2° à l'adjudant candidat sous-lieutenant de réserve;
3° au sous-lieutenant milicien.
Art.7. De soldijbijslag bedoeld in deze afdeling is verschuldigd voor iedere dag werkelijke dienst waarvoor de soldij wordt betaald overeenkomstig artikel 2, § 1.
Art.7. Le supplément de solde visé à la présente section est dû pour chaque journée de service actif pour laquelle la solde est payée conformément à l'article 2, § 1er.
Afdeling 2. - De soldijbijslag tijdens de wederoproeping.
Section 2. - Le supplément de solde durant le rappel.
Art.8. (Opgeheven) <KB 1999-11-22/39, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
Art.8. (Abrogé) <AR 1999-11-22/39, art. 16, 006; En vigueur : 01-01-1999>upplément de solde.
Art.9. (Opgeheven) <KB 1999-11-22/39, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
Art.9. (Abrogé) <AR 1999-11-22/39, art. 16, 006; En vigueur : 01-01-1999>
Art.10. (Opgeheven) <KB 1990-03-19/44, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1990>
Art.10. (Abrogé) <AR 1990-03-19/44, art. 3, 002; En vigueur : 01-04-1990>
HOOFDSTUK IV. - De toelage voor levensmiddelenrantsoen.
CHAPITRE IV. - L'allocation pour ration de vivres.
Art.11. (opgeheven) <KB 2000-01-20/33, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
Art.11. (abrogé) <AR 2000-01-20/33, art. 6, 007; En vigueur : 01-01-1998>
HOOFDSTUK V. - De buitenmenagevergoeding.
CHAPITRE V. - L'indemnité de hors-ménage.
Art.12. § 1. Een buitenmenagevergoeding wordt in plaats van de voeding toegekend :
1° aan de onderluitenant dienstplichtige;
2° aan de adjudant kandidaat-reserveonderluitenant die de cyclus van de vorming tot officier voltooid heeft;
3° (...) <KB 1999-11-22/39, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
4° aan de militair voor iedere dag waarop hij aanwezig is bij een afgezonderde post die door geen militaire mess of huishouding wordt geravitailleerd;
5° aan de militair die met herstelverlof is of die zich in bepaalde toestanden bevindt zoals de Minister van [1 Defensie]1 dit vaststelt.
§ 2. De buitenmenagevergoeding is niet verschuldigd :
1° in de gevallen bepaald bij artikel 11, § 1, 2°, 3° en 4°;
2° wanneer de militair in behandeling is in een ziekenhuis;
3° wanneer de militair ter uitvoering van een vonnis of een arrest een vrijheidsstraf ondergaat.
§ 3. De Minister van [1 Defensie]1 bepaalt geregeld de bedragen van de buitenmenagevergoeding.
Voor de militair bedoeld in § 1, 4°, is de buitenmenagevergoeding evenwel gelijk aan de vergoeding voor voedingskosten tegen de bedragen en onder de voorwaarden vastgesteld voor de militair die in België voor de dienst reist.
1° aan de onderluitenant dienstplichtige;
2° aan de adjudant kandidaat-reserveonderluitenant die de cyclus van de vorming tot officier voltooid heeft;
3° (...) <KB 1999-11-22/39, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
4° aan de militair voor iedere dag waarop hij aanwezig is bij een afgezonderde post die door geen militaire mess of huishouding wordt geravitailleerd;
5° aan de militair die met herstelverlof is of die zich in bepaalde toestanden bevindt zoals de Minister van [1 Defensie]1 dit vaststelt.
§ 2. De buitenmenagevergoeding is niet verschuldigd :
1° in de gevallen bepaald bij artikel 11, § 1, 2°, 3° en 4°;
2° wanneer de militair in behandeling is in een ziekenhuis;
3° wanneer de militair ter uitvoering van een vonnis of een arrest een vrijheidsstraf ondergaat.
§ 3. De Minister van [1 Defensie]1 bepaalt geregeld de bedragen van de buitenmenagevergoeding.
Voor de militair bedoeld in § 1, 4°, is de buitenmenagevergoeding evenwel gelijk aan de vergoeding voor voedingskosten tegen de bedragen en onder de voorwaarden vastgesteld voor de militair die in België voor de dienst reist.
Art.12. § 1. Une indemnité de hors-ménage est allouée en lieu et place de la nourriture :
1° au sous-lieutenant milicien;
2° à l'adjudant candidat sous-lieutenant de réserve qui a terminé le cycle de formation d'officier;
3° (...) <AR 1999-11-22/39, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-1999>
4° au militaire, pour chaque journée de présence dans un poste isolé, non ravitaillé par un mess ou un ménage militaire;
5° au militaire en congé de convalescence ou se trouvant dans certaines situations déterminées par le Ministre de la Défense [1 ...]1.
§ 2. L'indemnité de hors-ménage n'est pas due :
1° dans les cas définis à l'article 11, § 1er, 2°, 3° et 4°;
2° lorsque le militaire est en traitement dans un hôpital;
3° lorsque, en exécution d'un jugement ou d'un arrêt, le militaire subit une peine privative de liberté.
§ 3. Le Ministre de la Défense [1 ...]1 fixe périodiquement les taux de l'indemnité de hors-ménage.
Toutefois, pour le militaire visé au § 1er, 4°, l'indemnité de hors-ménage est égale à l'indemnité pour frais de nourriture aux taux et conditions fixés pour le militaire en déplacement de service en Belgique.
1° au sous-lieutenant milicien;
2° à l'adjudant candidat sous-lieutenant de réserve qui a terminé le cycle de formation d'officier;
3° (...) <AR 1999-11-22/39, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-1999>
4° au militaire, pour chaque journée de présence dans un poste isolé, non ravitaillé par un mess ou un ménage militaire;
5° au militaire en congé de convalescence ou se trouvant dans certaines situations déterminées par le Ministre de la Défense [1 ...]1.
§ 2. L'indemnité de hors-ménage n'est pas due :
1° dans les cas définis à l'article 11, § 1er, 2°, 3° et 4°;
2° lorsque le militaire est en traitement dans un hôpital;
3° lorsque, en exécution d'un jugement ou d'un arrêt, le militaire subit une peine privative de liberté.
§ 3. Le Ministre de la Défense [1 ...]1 fixe périodiquement les taux de l'indemnité de hors-ménage.
Toutefois, pour le militaire visé au § 1er, 4°, l'indemnité de hors-ménage est égale à l'indemnité pour frais de nourriture aux taux et conditions fixés pour le militaire en déplacement de service en Belgique.
Wijzigingen
HOOFDSTUK VI. - Huisvesting.
CHAPITRE VI. - Du logement.
Art.13. § 1. De Staat moet in de huisvesting van de militair voorzien. Deze verplichting houdt op wanneer de militair om enige reden uit zijn eenheid afwezig is, behalve echter als het om een dienstreis gaat.
§ 2. Wanneer de Staat zich in de onmogelijkheid bevindt aan een militair huisvesting te verschaffen mag de Minister van [1 Defensie]1, op gunstig advies van de Inspecteur van Financiën, de terugbetaling van de werkelijk gedragen kosten toelaten tegen de bedragen en onder de voorwaarden vastgesteld voor de militair die in België voor de dienst reist.
Wanneer de onmogelijkheid kosteloze huisvesting te verschaffen ophoudt in de loop van een huur per maand wordt de terugbetaling toegestaan tot het einde van de bewuste periode. Hetzelfde geldt wanneer ten gevolge van enige afwezigheid die zich tijdens dezelfde periode voordoet een einde komt aan de verplichting van de Staat om in de huisvesting te voorzien.
§ 3. De onmogelijkheid voor de Staat, om aan een militair een logement te verschaffen wordt vastgesteld door de plaatscommandant.
§ 4. De bepalingen van § 2 zijn niet toepasselijk op de militair die voor de dienst reist of buiten het Rijk verblijft.
§ 2. Wanneer de Staat zich in de onmogelijkheid bevindt aan een militair huisvesting te verschaffen mag de Minister van [1 Defensie]1, op gunstig advies van de Inspecteur van Financiën, de terugbetaling van de werkelijk gedragen kosten toelaten tegen de bedragen en onder de voorwaarden vastgesteld voor de militair die in België voor de dienst reist.
Wanneer de onmogelijkheid kosteloze huisvesting te verschaffen ophoudt in de loop van een huur per maand wordt de terugbetaling toegestaan tot het einde van de bewuste periode. Hetzelfde geldt wanneer ten gevolge van enige afwezigheid die zich tijdens dezelfde periode voordoet een einde komt aan de verplichting van de Staat om in de huisvesting te voorzien.
§ 3. De onmogelijkheid voor de Staat, om aan een militair een logement te verschaffen wordt vastgesteld door de plaatscommandant.
§ 4. De bepalingen van § 2 zijn niet toepasselijk op de militair die voor de dienst reist of buiten het Rijk verblijft.
Art.13. § 1. L'Etat est tenu de pourvoir au logement du militaire. Cette obligation cesse lorsque le militaire s'absente de son unité pour quelque motif que ce soit, à l'exclusion toutefois d'un déplacement de service.
§ 2. Lorsque l'Etat se trouve dans l'impossibilité de fournir un logement à un militaire, le Ministre de la Défense [1 ...]1, sur avis favorable de l'Inspecteur des Finances, peut autoriser le remboursement des frais réellement supportés aux taux et conditions fixés pour le militaire en déplacement de service en Belgique.
Lorsque l'impossibilité de fournir un logement gratuit cesse au cours de la période de location au mois, le remboursement est accordé jusqu'à la fin de ladite période. Il en est de même lorsqu'une absence quelconque survenant durant la même période met fin à l'obligation de l'Etat de pourvoir au logement.
§ 3. L'impossibilité pour l'Etat de fournir un logement à un militaire est constatée par le commandant de place.
§ 4. Les dispositions du § 2 ne sont pas applicables au militaire qui accomplit des déplacements de service ou qui séjourne hors du Royaume.
§ 2. Lorsque l'Etat se trouve dans l'impossibilité de fournir un logement à un militaire, le Ministre de la Défense [1 ...]1, sur avis favorable de l'Inspecteur des Finances, peut autoriser le remboursement des frais réellement supportés aux taux et conditions fixés pour le militaire en déplacement de service en Belgique.
Lorsque l'impossibilité de fournir un logement gratuit cesse au cours de la période de location au mois, le remboursement est accordé jusqu'à la fin de ladite période. Il en est de même lorsqu'une absence quelconque survenant durant la même période met fin à l'obligation de l'Etat de pourvoir au logement.
§ 3. L'impossibilité pour l'Etat de fournir un logement à un militaire est constatée par le commandant de place.
§ 4. Les dispositions du § 2 ne sont pas applicables au militaire qui accomplit des déplacements de service ou qui séjourne hors du Royaume.
Wijzigingen
HOOFDSTUK VII. - Reiskosten in geval van verlof of vergunning.
CHAPITRE VII. - Les frais de transport lors des congés et permissions.
Art.14. <KB 1990-08-03/35, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 02-09-1990> § 1. De militair, met uitzondering van die bedoeld in artikel 1, § 1, 1° en 6°, die zich ter gelegenheid van een verlof of vergunning naar zijn haardstede begeeft, reist op staatskosten voor zover hij daarvoor een traject van ten minste vijftien kilometer moet afleggen.
§ 2. Vervoerbewijzen worden toegekend met kortere of langere tussenpozen naar gelang van de categorie van de gerechtigden en van het aantal keren dat ze met verlof of vergunning gaan.
§ 2. Vervoerbewijzen worden toegekend met kortere of langere tussenpozen naar gelang van de categorie van de gerechtigden en van het aantal keren dat ze met verlof of vergunning gaan.
Art.14. <AR 1990-08-03/35, art. 2, 003; En vigueur : 02-09-1990> § 1. Le militaire, à l'exclusion de celui visé à l'article 1er, § 1er, 1° et 6°, qui se rend dans son foyer à l'occasion d'un congé ou d'une permission, voyage aux frais de l'Etat pour autant qu'il soit tenu d'effectuer pour ce déplacement un trajet de quinze kilomètres au moins.
§ 2. Des titres de transport peuvent être accordés plus au moins fréquemment selon la catégorie des bénéficiaires et en fonction de leurs départs en congé ou en permission.
§ 2. Des titres de transport peuvent être accordés plus au moins fréquemment selon la catégorie des bénéficiaires et en fonction de leurs départs en congé ou en permission.
Art.15. <KB 1990-08-03/35, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 02-09-1990> De Minister van [1 Defensie]1 bepaalt de categorieën gerechtigden, de voorwaarden tot toekenning en het aantal vervoerbewijzen die per categorie gedurende de diensttermijn worden toegekend.
Art.15. <AR 1990-08-03/35, art. 2, 003; En vigueur : 02-09-1990> Le Ministre de la Défense [1 ...]1 fixe les catégories des bénéficiaires, les conditions d'octroi et le nombre des titres de transport qui sont accordés par catégorie durant le terme de service.
Wijzigingen
Art.16. <KB 1990-08-03/35, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 02-09-1990> § 1. Een militair kan hoogstens twee vervoerbewijzen per dienstmaand krijgen.
§ 2. De Minister van [1 Defensie]1 kan nochtans in de volgende gevallen een bijkomend vervoerbewijs toekennen :
1° in geval van huwelijk van de militair;
2° in geval van bevalling van de echtgenote van de militair;
3° ter gelegenheid van de begrafenis van een bloed- of aanverwant van de eerste of van de tweede graad, of van een verdere graad indien de militair onder hetzelfde dak woont als de overledene;
4° in geval van dwingende familieaangelegenheden.
§ 2. De Minister van [1 Defensie]1 kan nochtans in de volgende gevallen een bijkomend vervoerbewijs toekennen :
1° in geval van huwelijk van de militair;
2° in geval van bevalling van de echtgenote van de militair;
3° ter gelegenheid van de begrafenis van een bloed- of aanverwant van de eerste of van de tweede graad, of van een verdere graad indien de militair onder hetzelfde dak woont als de overledene;
4° in geval van dwingende familieaangelegenheden.
Art.16. <AR 1990-08-03/35, art. 2, 003; En vigueur : 02-09-1990> § 1. Un militaire peut bénéficier au maximum de deux titres de transport par mois de service.
§ 2. Le Ministre de la Défense [1 ...]1 peut toutefois accorder un titre de transport supplémentaire dans les cas suivants :
1° lors du mariage du militaire;
2° lors de l'accouchement de l'épouse du militaire;
3° lors des funérailles d'un parent ou d'un allié du premier ou du deuxième degré, ou d'un degré plus éloigné si le militaire habite sous le même toit que le défunt;
4° pour motifs impérieux d'ordre familial.
§ 2. Le Ministre de la Défense [1 ...]1 peut toutefois accorder un titre de transport supplémentaire dans les cas suivants :
1° lors du mariage du militaire;
2° lors de l'accouchement de l'épouse du militaire;
3° lors des funérailles d'un parent ou d'un allié du premier ou du deuxième degré, ou d'un degré plus éloigné si le militaire habite sous le même toit que le défunt;
4° pour motifs impérieux d'ordre familial.
Wijzigingen
HOOFDSTUK VIII. - De betaling van de soldij en de soldijbijslag.
CHAPITRE VIII. - Le paiement de la solde et du supplément de solde.
Art.17. De Minister van [1 Defensie]1 bepaalt de nadere regelen voor de betaling van de soldij en de soldijbijslag.
Art.17. Le Ministre de la Défense [1 ...]1 fixe les modalités de paiement de la solde et du supplément de solde.
Wijzigingen
HOOFDSTUK IX. - (Overgangs- en slotbepalingen)
CHAPITRE IX. - (Dispositions transitoires et finales.)
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij KB 1990-03-19/44, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1990> De bedragen van de soldij, van de soldijbijslag tijdens de werkelijke diensttermijn en van de soldijbijslag tijdens de wederoproeping zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 en ze worden aangepast aan de schommelingen van dit indexcijfer overeenkomstig de regels bepaald bij de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art. 17bis. Les montants de la solde, du supplément de solde durant le terme de service actif et du supplément de solde durant le rappel sont liés à l'indice-pivot 138,01 et sont adaptés aux fluctuations de cet indice conformément aux modalités fixées par la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.
Art. 17ter. <NOTA : 17ter was art. 17bis in de voorgaande versie. Gewijzigd bij KB 1990-03-19/44, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1990> <KB 15-06-1987, art. 4> De in artikel 6 bedoelde militairen blijven soldij en soldijbijslag ontvangen tegen de bedragen en onder de voorwaarden die gelden op 28 februari 1987, voor zover het totaal van die bedragen hoger is dan wat ze op 1 maart 1987 zouden ontvangen.
Art. 17ter. <AR 15-06-1987, art. 4> Les militaires visés à l'article 6 continuent à bénéficier de la solde et du supplément de solde aux taux et aux conditions applicables au 28 février 1987, pour autant que le total de ces montants soit plus élevé que celui dont ils bénéficieraient au 1er mars 1987.
Art.18. Het koninklijk besluit van 14 oktober 1980 houdende bezoldigingsregeling van het soldijtrekkend personeel van de krijgsmacht wordt opgeheven.
Art.18. L'arrêté royal du 14 octobre 1980 portant le statut pécuniaire du personnel soldé des forces armées est abrogé.
Art.19. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1985 met uitzondering van tabel II die in werking treedt de eerste dag van de maand volgend op die gedruende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art.19. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1985 à l'exception du tableau II qui entre en vigueur le 1er jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art.20. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.20. Notre Ministre de la Défense nationale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bijlagen.
Annexes.
Art. N1. <KB 1999-11-22/39, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999> Tabel I. Dagbedragen van de soldij.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 18.12.1999. p. 48.012).
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 18.12.1999. p. 48.012).
Art. N1. <AR 1999-11-22/39, art. 18, 006; En vigueur : 01-01-1999> Tableau I. Taux par jour de la solde.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 18.12.1999, p. 48.012).
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 18.12.1999, p. 48.012).
Art. N2. Tabel II. Dagbedrag van de soldij bedoeld in art. 3, §§ 2 en 3. <KB 1991-03-21/32, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 03-05-1991>
Art. N2. Tableau II. - Taux par jour de la solde visés à l'Art. 3, §§ 2 et 3. <AR 1991-03-21/32, art. 20, 004; En vigueur : 03-05-1991>
Reeksen Categorieen Bedragen
1 Officieren en adjudant kandidaat reserveonderluitenant 100 frank
2 Onderofficier 75 frank
3 Korporaal en soldaat 60 frank
(*) Voor het bepalen van de hoeveelste dag wordt geen rekening gehouden
met de dagen waarvoor de militair slechts recht had op
verminderde soldij (Art. 3, § 2).
1 Officieren en adjudant kandidaat reserveonderluitenant 100 frank
2 Onderofficier 75 frank
3 Korporaal en soldaat 60 frank
(*) Voor het bepalen van de hoeveelste dag wordt geen rekening gehouden
met de dagen waarvoor de militair slechts recht had op
verminderde soldij (Art. 3, § 2).
Series Categories Taux
1 Officier et adjudant candidat sous-lieutenant de reserve 100 francs
2 Sous-officier 75 francs
3 Caporal et soldat 60 francs
(*) Pour determiner le enieme jour, il n'est pas tenu compte des jours
pendant lesquels le militaire n'a eu droit qu'a la solde diminuee.
(Art. 3, § 2).
1 Officier et adjudant candidat sous-lieutenant de reserve 100 francs
2 Sous-officier 75 francs
3 Caporal et soldat 60 francs
(*) Pour determiner le enieme jour, il n'est pas tenu compte des jours
pendant lesquels le militaire n'a eu droit qu'a la solde diminuee.
(Art. 3, § 2).
Art. N3. <KB 1999-11-22/39, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999> Tabel III. Dagbedragen van de soldijbijslag.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 18.12.1999, p. 48.014).
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 18.12.1999, p. 48.014).
Art. N3. <AR 1999-11-22/39, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-1999> Tableau III. - Taux par jour du supplément de solde.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir MB 18.12.1999, p. 48.013).
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir MB 18.12.1999, p. 48.013).
Art. N4. Tabel IV. Gelijkwaardigheid der graden. <KB 1991-03-21/32, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 03-05-1991>
Art. N4. Tableau IV. - Equivalence des grades. <AR 1991-03-21/32, art. 20, 004; En vigueur : 03-05-1991>
Reeksen Basisgraden Gelijkwaardige graden
1 Soldaat Matroos
2 Korporaal Brigadier, 1e matroos
3 Sergeant Wachtmeester, tweede meester
4 Adjudant 1e meester-chef
5 Onderluitenant Vaandrig-ter-zee tweede klasse
(*) Voor het bepalen van de hoeveelste dag wordt geen rekening gehouden
met de dagen waarvoor de militair slechts recht had op verminderde
soldij (Art. 3, § 2).
1 Soldaat Matroos
2 Korporaal Brigadier, 1e matroos
3 Sergeant Wachtmeester, tweede meester
4 Adjudant 1e meester-chef
5 Onderluitenant Vaandrig-ter-zee tweede klasse
(*) Voor het bepalen van de hoeveelste dag wordt geen rekening gehouden
met de dagen waarvoor de militair slechts recht had op verminderde
soldij (Art. 3, § 2).
Series Grades de base Grades equivalents
1 Soldat Matelot
2 Caporal Brigadier, 1er matelot
3 Sergent Marechal des logis, second maitre
4 Adjudant 1er maitre-chef
5 Sous-lieutenant Enseigne de vaisseau de deuxième classe
(*) Pour determiner le enieme jour, il n'est pas tenu compte des jours
pendant lesquels le militaire n'a eu droit qu'a la solde diminuee.
(Art. 3, § 2).
1 Soldat Matelot
2 Caporal Brigadier, 1er matelot
3 Sergent Marechal des logis, second maitre
4 Adjudant 1er maitre-chef
5 Sous-lieutenant Enseigne de vaisseau de deuxième classe
(*) Pour determiner le enieme jour, il n'est pas tenu compte des jours
pendant lesquels le militaire n'a eu droit qu'a la solde diminuee.
(Art. 3, § 2).