Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 DECEMBER 1982. - Koninklijk besluit tot vaststelling, overeenkomstig artikel 35, § 1, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, van de wijzen waarop sommige werkingsonkosten van de met de uitvoering van die wet belaste diensten, door de Nationale Kas voor Rampenschade worden ten laste genomen en betaald. (NOTA : opgeheven voor wat de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest betreft bij BVR2016-12-23/72, art. 35, § 2, 8°, 006; Inwerkingtreding : 01-03-2017) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-04-1990 en tekstbijwerking tot 13-02-2017)
Titre
9 DECEMBRE 1982. - Arrêté royal fixant, en application de l'article 35, § 1er, de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, les modalités de prise en charge et de liquidation, par la Caisse nationale des Calamités, de certains frais de fonctionnement des services chargés de l'exécution de ladite loi. (NOTE : abrogé en ce qui concerne l'intervention suite à des dommages causés par des calamités publiques en Région flamande par AGF2016-12-23/72, art. 35, § 2, 8°, 006; En vigueur : 01-03-2017) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-04-1990 et mise à jour au 13-02-2017)
Documentinformatie
Numac: 1982001940
Datum: 1982-12-09
Info du document
Numac: 1982001940
Date: 1982-12-09
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Dit besluit bepaalt (de voor de werking vereiste onkosten) van de met de uitvoering van de wet belaste diensten, hierna " de Dienst " genoemd, en stelt de betalingsregeling ervan vast. <KB 1991-03-28/32, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
Article 1. Le présent arrêté définit (les frais nécessaires au fonctionnement) des services chargés de l'exécution de la loi, ci-après dénommés " le Service ", et en précise les modalités de règlement. <AR 1991-03-28/32, art. 1, 003; En vigueur : 08-01-1991>
Art.2. <KB 1991-03-28/32, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991> § 1. De voor de werking vereiste onkosten sluiten de verwerving van elk patrimoniaal bestand uit.
Wanneer de dienst oordeelt dat uitsluitend voor de uitvoering van de hem bij de wet van 12 juli 1976 toegewezen opdrachten de aankoop van roerende goederen noodzakelijk is, dient hij niettemin door middel van een met redenen omkleed verslag de toestemming van de Minister van Verkeer en Infrastructuur of de Minister van Landbouw te vragen over een voorstel van aannemingscontract, waarin de te leveren goederen nauwkeurig worden omschreven en dat ten minste drie prijsoffertes bevat voor hetzelfde materieel.
Wanneer het Centraal Bureau voor Benodigdheden wordt ingeschakeld, wordt vrijstelling verleend van de verplichting om een voorstel van aannemingscontract voor te leggen.
Bij de toestemming van de bevoegde Minister wordt tevens de normale te verwachten afschrijvingstermijn vermeld overeenkomstig de aard en het geplande gebruik van het bedoelde roerende goed.
§ 2. De voor de werking vereiste onkosten zijn met name :
1° De huur en de huurlasten van de speciaal voor de huisvesting van de dienst gehuurde lokalen, alsmede de huurafschrijvingen en de onderhoudskosten voor de lokalen die reeds vroeger door de dienst, als eigenaar of huurder, werden ingenomen en die ten belope van de met instemming van de Minister van Verkeer en Infrastructuur of van de Minister van Landbouw volgens de hierna vermelde voorschriften vastgestelde oppervlakte en termijn worden gebruikt in het raam van de uitvoering van de wet van 12 juli 1976.
2° (Het bedrag van de toelage voor bijzondere opdracht die op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 10 november 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Regie der Gebouwen en houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen wordt toegekend aan het technisch personeel van de Regie der Gebouwen die ter beschikking gesteld worden van de provinciegouverneurs voor de behandeling van de rampenschadedossiers.
Het gedeelte van de bezoldigingen dat normaal ten laste valt van de werkgever van de bij beslissing van de Ministerraad aangeworven contractuelen die ter beschikking worden gesteld van de gouverneur of de administratie die belast is met de eindcontrole van de schadedossiers of die aangeworven worden ter vervanging van ambtenaren van de Regie der Gebouwen, ter beschikking gesteld van de provinciegouverneurs met het oog op de behandeling van rampenschadedossiers.) <KB 2006-07-12/36, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De wedde van de militairen waarvan de diensten, in toepassing van het koninklijk besluit nr. 26 van 29 juni 1967 betreffende de mobiliteitsregeling der leden van de krijgsmacht en van het koninklijk besluit van 13 november 1967 houdende de uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten en van de leden van de krijgsmacht, worden gebezigd bij de behandeling van de dossiers rampenschade, verminderd met het eventueel pensioenbedrag dat hun zonder die diensten zou worden toegekend.
De toelagen voor bijzondere opdracht bedoeld bij het koninklijk besluit van 21 oktober 1982, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 maart 1990.
3° De reis- en verblijfkosten van alle in het kader van de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 met opdrachten belaste personeelsleden alsmede de reiskosten van de deskundige;
4° De courante kantoorbenodigdheden, alsmede de benodigdheden voor het drukwerk in verband met de toepassing van de wet en de uitvoeringsbesluiten of voor de voorlichting van de geteisterden en verschillende groepen van interveniënten (omzendbrieven bestemd voor de gouverneurs en deskundigen, opleidingsdossier voor personeelsleden...) en de leveringen van documentatie en boeken waarvoor de Minister van Verkeer en Infrastructuur of de Minister van Landbouw zijn toestemming heeft gegeven.
5° De telefoonabonnementen en de kosten van de telefoongesprekken ten belope van jaarlijks en forfaitair vastgestelde bedragen steunend op het aantal personeelsleden die door de betrokken overheid met de uitvoering van de wet zijn belast.
6° De frankering van de briefwisseling ten belope van bedragen die worden vastgesteld op dezelfde wijze als onder punt 5° hierboven.
7° De aan de gemeenten toegekende toelagen voor de expertises die werden uitgevoerd door hun personeelsleden die ter beschikking van de dienst werden gesteld.
Wanneer de dienst oordeelt dat uitsluitend voor de uitvoering van de hem bij de wet van 12 juli 1976 toegewezen opdrachten de aankoop van roerende goederen noodzakelijk is, dient hij niettemin door middel van een met redenen omkleed verslag de toestemming van de Minister van Verkeer en Infrastructuur of de Minister van Landbouw te vragen over een voorstel van aannemingscontract, waarin de te leveren goederen nauwkeurig worden omschreven en dat ten minste drie prijsoffertes bevat voor hetzelfde materieel.
Wanneer het Centraal Bureau voor Benodigdheden wordt ingeschakeld, wordt vrijstelling verleend van de verplichting om een voorstel van aannemingscontract voor te leggen.
Bij de toestemming van de bevoegde Minister wordt tevens de normale te verwachten afschrijvingstermijn vermeld overeenkomstig de aard en het geplande gebruik van het bedoelde roerende goed.
§ 2. De voor de werking vereiste onkosten zijn met name :
1° De huur en de huurlasten van de speciaal voor de huisvesting van de dienst gehuurde lokalen, alsmede de huurafschrijvingen en de onderhoudskosten voor de lokalen die reeds vroeger door de dienst, als eigenaar of huurder, werden ingenomen en die ten belope van de met instemming van de Minister van Verkeer en Infrastructuur of van de Minister van Landbouw volgens de hierna vermelde voorschriften vastgestelde oppervlakte en termijn worden gebruikt in het raam van de uitvoering van de wet van 12 juli 1976.
2° (Het bedrag van de toelage voor bijzondere opdracht die op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 10 november 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Regie der Gebouwen en houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen wordt toegekend aan het technisch personeel van de Regie der Gebouwen die ter beschikking gesteld worden van de provinciegouverneurs voor de behandeling van de rampenschadedossiers.
Het gedeelte van de bezoldigingen dat normaal ten laste valt van de werkgever van de bij beslissing van de Ministerraad aangeworven contractuelen die ter beschikking worden gesteld van de gouverneur of de administratie die belast is met de eindcontrole van de schadedossiers of die aangeworven worden ter vervanging van ambtenaren van de Regie der Gebouwen, ter beschikking gesteld van de provinciegouverneurs met het oog op de behandeling van rampenschadedossiers.) <KB 2006-07-12/36, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De wedde van de militairen waarvan de diensten, in toepassing van het koninklijk besluit nr. 26 van 29 juni 1967 betreffende de mobiliteitsregeling der leden van de krijgsmacht en van het koninklijk besluit van 13 november 1967 houdende de uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten en van de leden van de krijgsmacht, worden gebezigd bij de behandeling van de dossiers rampenschade, verminderd met het eventueel pensioenbedrag dat hun zonder die diensten zou worden toegekend.
De toelagen voor bijzondere opdracht bedoeld bij het koninklijk besluit van 21 oktober 1982, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 maart 1990.
3° De reis- en verblijfkosten van alle in het kader van de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 met opdrachten belaste personeelsleden alsmede de reiskosten van de deskundige;
4° De courante kantoorbenodigdheden, alsmede de benodigdheden voor het drukwerk in verband met de toepassing van de wet en de uitvoeringsbesluiten of voor de voorlichting van de geteisterden en verschillende groepen van interveniënten (omzendbrieven bestemd voor de gouverneurs en deskundigen, opleidingsdossier voor personeelsleden...) en de leveringen van documentatie en boeken waarvoor de Minister van Verkeer en Infrastructuur of de Minister van Landbouw zijn toestemming heeft gegeven.
5° De telefoonabonnementen en de kosten van de telefoongesprekken ten belope van jaarlijks en forfaitair vastgestelde bedragen steunend op het aantal personeelsleden die door de betrokken overheid met de uitvoering van de wet zijn belast.
6° De frankering van de briefwisseling ten belope van bedragen die worden vastgesteld op dezelfde wijze als onder punt 5° hierboven.
7° De aan de gemeenten toegekende toelagen voor de expertises die werden uitgevoerd door hun personeelsleden die ter beschikking van de dienst werden gesteld.
Art.2. <AR 1991-03-28/32, art. 2, 003; En vigueur : 08-01-1991> § 1er. Les frais nécessaires au fonctionnement excluent toute acquisition à caractère patrimonial.
Toutefois, lorsque le service estime indispensable de procéder à des acquisitions mobilières dans le but exclusif de pourvoir aux missions lui confiées par la loi du 12 juillet 1976, il sollicite par un rapport motivé l'accord du Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou du Ministre de l'Agriculture sur un projet de marché détaillant les fournitures avec précision et contenant au moins trois offres de prix pour un matériel identique.
L'intervention de l'Office central des Fournitures dispense de la présentation du projet de marché.
L'accord du Ministre compétent indique la durée normale d'amortissement prévisible selon la nature et l'utilisation prévue du bien mobilier concerné.
§ 2. Les frais nécessaires au fonctionnement sont notamment :
1° Les loyers et les charges locatives relatifs aux locaux spécialement pris en location pour héberger le service, ainsi que l'amortissement locatif et les charges d'entretien de locaux antérieurement occupés en tant que propriétaire ou locataire par le service, et affectés à l'exécution de la loi du 12 juillet 1976 à concurrence du volume et de la durée déterminés en accord avec le Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou avec le Ministre de l'Agriculture, selon les modalités ci-après précisées.
2° (Le montant de l'allocation de mission spéciale qui, en vertu de l'article 16 de l'arrêté royal du 10 novembre 2004 portant réforme de la carrière particulière de certains fonctionnaires de la Régie des Bâtiments et modifiant certaines dispositions réglementaires, est accordée au personnel technique de la Régie des Bâtiments qui est mis à la disposition des gouverneurs de province pour le traitement des dossiers de calamités.
La partie des rémunérations incombant normalement à l'employeur des contractuels, recrutés par décision du Conseil des Ministres, qui sont mis à la disposition du gouverneur ou de l'administration chargée du contrôle final des dossiers de sinistres ou qui sont recrutés en remplacement de fonctionnaires de la Régie des Bâtiments, mis à la disposition des gouverneurs de province en vue du traitement de dossiers de calamités.) <AR 2006-07-12/36, art. 2, 005; En vigueur : 01-01-2003>
Le traitement des militaires qui, en application de l'arrêté royal n° 26 du 29 juin 1967 relatif à la mobilité des membres des forces armées et de l'arrêté royal du 13 novembre 1967 portant les mesures d'exécution relatives à la mobilité du personnel de certains services publics et des membres des forces armées sont employés pour l'examen des dossiers de calamités, diminué du montant éventuel de la pension qui leur serait accordée sans cet emploi.
Les allocations pour missions spéciales visées par l'arrêté royal du 21 octobre 1982 modifié par arrêté royal du 7 mars 1990.
3° Les frais de parcours et de séjour de tous agents chargés de missions dans le cadre de l'exécution de la loi du 12 juillet 1976, ainsi que les frais de parcours de l'expert.
4° Les fournitures de bureau de consommation courante ainsi que les fournitures d'imprimerie nécessaires à l'application de la loi et des arrêtés d'exécution ou à l'information des sinistrés et divers groupes d'intervenants (circulaires adressées aux gouverneurs et aux experts-dossier de formation des agents...) et les fournitures documentaires et bibliographiques pour lesquels le Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou le Ministre de l'Agriculture aura donné son accord.
5° Les redevances et le coût des communications téléphoniques, pour des montants établis par année et à concurrence forfaitaire du nombre d'agents affectés à l'exécution de la loi par l'autorité concernée.
6° L'affranchissement de la correspondance, pour des montants établis de manière identique au 5° ci-avant.
7° Les allocations attribuées aux communes, pour les expertises réalisées par leurs agents mis à la disposition du service.
Toutefois, lorsque le service estime indispensable de procéder à des acquisitions mobilières dans le but exclusif de pourvoir aux missions lui confiées par la loi du 12 juillet 1976, il sollicite par un rapport motivé l'accord du Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou du Ministre de l'Agriculture sur un projet de marché détaillant les fournitures avec précision et contenant au moins trois offres de prix pour un matériel identique.
L'intervention de l'Office central des Fournitures dispense de la présentation du projet de marché.
L'accord du Ministre compétent indique la durée normale d'amortissement prévisible selon la nature et l'utilisation prévue du bien mobilier concerné.
§ 2. Les frais nécessaires au fonctionnement sont notamment :
1° Les loyers et les charges locatives relatifs aux locaux spécialement pris en location pour héberger le service, ainsi que l'amortissement locatif et les charges d'entretien de locaux antérieurement occupés en tant que propriétaire ou locataire par le service, et affectés à l'exécution de la loi du 12 juillet 1976 à concurrence du volume et de la durée déterminés en accord avec le Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou avec le Ministre de l'Agriculture, selon les modalités ci-après précisées.
2° (Le montant de l'allocation de mission spéciale qui, en vertu de l'article 16 de l'arrêté royal du 10 novembre 2004 portant réforme de la carrière particulière de certains fonctionnaires de la Régie des Bâtiments et modifiant certaines dispositions réglementaires, est accordée au personnel technique de la Régie des Bâtiments qui est mis à la disposition des gouverneurs de province pour le traitement des dossiers de calamités.
La partie des rémunérations incombant normalement à l'employeur des contractuels, recrutés par décision du Conseil des Ministres, qui sont mis à la disposition du gouverneur ou de l'administration chargée du contrôle final des dossiers de sinistres ou qui sont recrutés en remplacement de fonctionnaires de la Régie des Bâtiments, mis à la disposition des gouverneurs de province en vue du traitement de dossiers de calamités.) <AR 2006-07-12/36, art. 2, 005; En vigueur : 01-01-2003>
Le traitement des militaires qui, en application de l'arrêté royal n° 26 du 29 juin 1967 relatif à la mobilité des membres des forces armées et de l'arrêté royal du 13 novembre 1967 portant les mesures d'exécution relatives à la mobilité du personnel de certains services publics et des membres des forces armées sont employés pour l'examen des dossiers de calamités, diminué du montant éventuel de la pension qui leur serait accordée sans cet emploi.
Les allocations pour missions spéciales visées par l'arrêté royal du 21 octobre 1982 modifié par arrêté royal du 7 mars 1990.
3° Les frais de parcours et de séjour de tous agents chargés de missions dans le cadre de l'exécution de la loi du 12 juillet 1976, ainsi que les frais de parcours de l'expert.
4° Les fournitures de bureau de consommation courante ainsi que les fournitures d'imprimerie nécessaires à l'application de la loi et des arrêtés d'exécution ou à l'information des sinistrés et divers groupes d'intervenants (circulaires adressées aux gouverneurs et aux experts-dossier de formation des agents...) et les fournitures documentaires et bibliographiques pour lesquels le Ministre des Communications et de l'Infrastructure ou le Ministre de l'Agriculture aura donné son accord.
5° Les redevances et le coût des communications téléphoniques, pour des montants établis par année et à concurrence forfaitaire du nombre d'agents affectés à l'exécution de la loi par l'autorité concernée.
6° L'affranchissement de la correspondance, pour des montants établis de manière identique au 5° ci-avant.
7° Les allocations attribuées aux communes, pour les expertises réalisées par leurs agents mis à la disposition du service.
Art.3. (§ 1.) De Gouverneur huisvest de Dienst in de lokalen waarover hij beschikt. Is zulks niet mogelijk, dan verzoekt hij de Minister van Openbare Werken of de Minister van Landbouw hem de nodige lokalen ter beschikking te stellen. De periode waarin de eventuele huur en de huurlasten voor rekening van de Nationale Kas voor Rampenschade komen, mag niet langer duren dan de tijd die de Dienst voor het vervullen van zijn opdracht nodig heeft.
In voorkomend geval, sluit de Minister van Openbare Werken of de Minister van Landbouw een huurovereenkomst voor de periode nodig voor de uitvoering van de opdracht van de Dienst. <KB 1991-03-28/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
(§ 2. Met uitzondering van de speciaal en uitsluitend voor de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 afgesloten huurcontracten worden de kosten voor het gebruik, de huur of het onderhoud van lokalen berekend op basis van de vaste bedragen per gebruikte vierkante meter, die op verzoek van de betrokken overheid worden vastgesteld door de directeur van de bevoegde provinciale directie van de Regie der Gebouwen.) <KB 1991-03-28/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
In voorkomend geval, sluit de Minister van Openbare Werken of de Minister van Landbouw een huurovereenkomst voor de periode nodig voor de uitvoering van de opdracht van de Dienst. <KB 1991-03-28/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
(§ 2. Met uitzondering van de speciaal en uitsluitend voor de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 afgesloten huurcontracten worden de kosten voor het gebruik, de huur of het onderhoud van lokalen berekend op basis van de vaste bedragen per gebruikte vierkante meter, die op verzoek van de betrokken overheid worden vastgesteld door de directeur van de bevoegde provinciale directie van de Regie der Gebouwen.) <KB 1991-03-28/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
Art.3. (§ 1.) Le Gouverneur installe le service dans les locaux dont il dispose. En cas d'impossibilité, il sollicite du Ministre des Travaux publics ou du Ministre de l'Agriculture la mise à sa disposition des locaux nécessaires. La période de prise en charge, par la Caisse nationale des Calamités, des loyers et des charges locatives éventuels, ne peut excéder le temps nécessaire à l'accomplissement de la mission incombant au Service.
Le Ministre des Travaux publics ou le Ministre de l'Agriculture conclut, s'il y échet, un contrat de location pour le temps nécessaire à l'accomplissement de la mission incombant au Service. <AR 1991-03-28/32, art. 3, 003; En vigueur : 08-01-1991>
(§ 2. A l'exception des contrats de location conclus spécialement en vue de l'exécution exclusive de la loi du 12 juillet 1976, les frais relatifs à l'occupation et aux charges locatives ou d'entretien sont établis sur base des montants forfaitaires, par mètre carré occupé, tels qu'ils sont fixés, à la demande de l'autorité concernée, par le directeur de la direction provinciale compétente de la Régie des Bâtiments.) <AR 1991-03-28/32, art. 3, 003; En vigueur : 08-01-1991>
Le Ministre des Travaux publics ou le Ministre de l'Agriculture conclut, s'il y échet, un contrat de location pour le temps nécessaire à l'accomplissement de la mission incombant au Service. <AR 1991-03-28/32, art. 3, 003; En vigueur : 08-01-1991>
(§ 2. A l'exception des contrats de location conclus spécialement en vue de l'exécution exclusive de la loi du 12 juillet 1976, les frais relatifs à l'occupation et aux charges locatives ou d'entretien sont établis sur base des montants forfaitaires, par mètre carré occupé, tels qu'ils sont fixés, à la demande de l'autorité concernée, par le directeur de la direction provinciale compétente de la Régie des Bâtiments.) <AR 1991-03-28/32, art. 3, 003; En vigueur : 08-01-1991>
Art.4. Voor de betaling van het deel van de werkgever in de bezoldiging van de in artikel 2, 2°, bedoelde personeelsleden aan de instelling die het heeft voorgeschoten, gelden als schuldvordering de staten van verschuldigde bedragen, welke door de voornoemde instelling werden gezonden aan de overheid die tot de werving is overgegaan. <NOTA : zie art. 12>
Art.4. Pour le règlement, au bénéfice de l'organisme qui en a fait l'avance, de la part de l'employeur dans la rémunération des agents visés à l'article 2, 2°, les états des sommes dues, adressées par ledit organisme à l'autorité qui a procédé au recrutement, valent déclaration de créance.
Art.5. Voor de door de Staat, de provincie, de gemeenten of andere openbare diensten ter beschikking van de Dienst gestelde personeelsleden worden de in artikel 2, 3°, bedoelde vergoedingen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries. Die staat wordt opgemaakt aan de hand van de documenten die gebruikt worden bij het bestuur waarvan de betrokkenen afkomstig zijn. Op al die documenten wordt de vermelding " Rampenschade " aangebracht.
Art.5. Pour les agents mis à la disposition du Service par l'Etat, la Province, les communes ou d'autres services publics, les indemnités visées à l'article 2, 3°, sont déterminées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. Les documents utilisés pour en dresser l'état, sont ceux en usage dans l'administration d'origine des intéressés. Tous ces documents portent, en surcharge, la mention " Calamités ".
Art.6. De deskundigen die niet tot het bestuur behoren, hebben recht op de terugbetaling van hun reiskosten onder de voorwaarden van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Voor de toepassing van die bepaling worden zij gelijkgesteld met de ambtenaren van rang 13.
Voor het opmaken van hun staten maken zij gebruik van de formulieren die worden gebezigd door de diensten van de overheid die hen in dienst heeft genomen. Op die formulieren wordt de vermelding " Rampenschade " aangebracht.
Voor het opmaken van hun staten maken zij gebruik van de formulieren die worden gebezigd door de diensten van de overheid die hen in dienst heeft genomen. Op die formulieren wordt de vermelding " Rampenschade " aangebracht.
Art.6. Les experts étrangers à l'administration ont droit au remboursement des frais de parcours, aux conditions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Pour l'application de cette disposition, ils sont assimilés aux fonctionnaires du rang 13.
Pour l'établissement de leurs états, ils font usage des formules utilisées dans les services de l'autorité qui les a engagés. Ces formules sont revêtues, en surcharge, de la mention " Calamités ".
Pour l'établissement de leurs états, ils font usage des formules utilisées dans les services de l'autorité qui les a engagés. Ces formules sont revêtues, en surcharge, de la mention " Calamités ".
Art.7. Inzake reis- en verblijfskosten genieten de in artikel 2, 2°, bedoelde personeelsleden voor hun eventuele dienstreizen de regeling die van toepassing is op het personeel der ministeries.
De hun toegekende vergoedingen zijn die waarop zij recht zouden hebben indien zij ambtenaren waren met de graad waartoe het diploma of getuigschrift dat zij bezitten toegang verleent.
Voor het opmaken van hun staten maken zij gebruik van de formulieren die worden gebezigd door de diensten van de overheid die hen in dienst heeft genomen. Op die formulieren wordt de vermelding " Rampenschade " aangebracht.
De hun toegekende vergoedingen zijn die waarop zij recht zouden hebben indien zij ambtenaren waren met de graad waartoe het diploma of getuigschrift dat zij bezitten toegang verleent.
Voor het opmaken van hun staten maken zij gebruik van de formulieren die worden gebezigd door de diensten van de overheid die hen in dienst heeft genomen. Op die formulieren wordt de vermelding " Rampenschade " aangebracht.
Art.7. En matière de frais de déplacement et de séjour, les agents visés à l'article 2, 2°, bénéficient, lors de leurs éventuelles missions, du régime applicable au personnel des ministères.
Les indemnités qui leur sont allouées sont celles auxquelles ils auraient droit s'ils étaient agents de l'Etat revêtus du grade auquel leur donne accès le diplôme ou le certificat dont ils sont porteurs.
Pour l'établissement de leurs états, ils font usage des formules utilisées dans les services de l'autorité qui les a engagés. Ces formules sont revêtues, en surcharge, de la mention " Calamités ".
Les indemnités qui leur sont allouées sont celles auxquelles ils auraient droit s'ils étaient agents de l'Etat revêtus du grade auquel leur donne accès le diplôme ou le certificat dont ils sont porteurs.
Pour l'établissement de leurs états, ils font usage des formules utilisées dans les services de l'autorité qui les a engagés. Ces formules sont revêtues, en surcharge, de la mention " Calamités ".
Art.8. De in artikel 2, 4° (...) bedoelde kosten worden vereffend na overlegging van gewaarmerkte facturen die door de Gouverneur of zijn afgevaardigde behoorlijk voor goedkeuring zijn ondertekend, met de woorden : <KB 1991-03-28/32, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
" De ondergetekende bevestigt dat al het op deze staat vermelde noodzakelijk is voor de werking van de met de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 belaste dienst, en dat hieromtrent vroeger geen rekening werd ingediend. "
" De ondergetekende bevestigt dat al het op deze staat vermelde noodzakelijk is voor de werking van de met de uitvoering van de wet van 12 juli 1976 belaste dienst, en dat hieromtrent vroeger geen rekening werd ingediend. "
Art.8. Les frais visés à l'article 2, 4° (...), sont liquidés sur production de factures certifiées, dûment signées pour réception par le Gouverneur ou son délégué sous la mention : <AR 1991-03-28/32, art. 4, 003; En vigueur : 08-01-1991>
" Le soussigné certifie que tout ce qui est mentionné au présent état est nécessaire au fonctionnement du service chargé de l'exécution de la loi du 12 juillet 1976, et qu'aucun compte n'a été introduit, antérieurement, de ce chef. "
" Le soussigné certifie que tout ce qui est mentionné au présent état est nécessaire au fonctionnement du service chargé de l'exécution de la loi du 12 juillet 1976, et qu'aucun compte n'a été introduit, antérieurement, de ce chef. "
Art.9. <AR 1991-03-28/32, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991> De in artikel 2, 5° en 6°, bedoelde kosten worden vereffend na overlegging van de gewaarmerkte facturen betreffende alle door de betrokken overheid gedane kosten die behoorlijk voor ontvangst werden ondertekend door deze overheid en waaraan de in artikel 2 voorgeschreven en door de betrokken overheid opgemaakte forfaitaire uitsplitsing is toegevoegd.
Art.9. <AR 1991-03-28/30, art. 5, 003; En vigueur : 08-01-1991> Les frais visés à l'article 2, 5° et 6°, sont liquidés sur production des factures certifiées, dûment signées pour réception par l'autorité concernée, relatives à l'ensemble des frais encourus par cette autorité, et accompagnées de la ventilation forfaitaire prévue à l'article 2 et établie par l'autorité concernée.
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij KB 1990-03-16/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 24-04-1990> Het bedrag van de in artikel 2, 7°, bedoelde toelage bedraagt (40 EUR) per expertise en sluit iedere andere vergoeding uit. <KB 2000-07-20/53, art. 43, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 9bis. Le montant de l'allocation visée à l'article 2, 7°, s'élève à (40 EUR) par expertise et exclut toute autre indemnité. <AR 2000-07-20/53, art. 43, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Art.10. De door de Gouverneur of zijn afgevaardigde naar behoren geverifieerde en geviseerde schuldvorderingen en staten van de verschuldigde bedragen, alsmede de overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van dit besluit aangevulde facturen worden, in tweevoud en volgens het geval, gezonden naar de Directie Betalingen van de Diensten van Wederopbouw en van het Ministerie van Openbare Werken of naar de bevoegde dienst van het Ministerie van Landbouw die de betaling ervan door de Nationale Kas voor Rampenschade gelast.
Art.10. Les déclarations de créance et les états des sommes dues, dûment vérifiés et visés par le Gouverneur ou son délégué, ainsi que les factures complétées conformément aux dispositions de l'article 8 du présent arrêté, sont transmis, en double exemplaire et selon le cas, à la Direction des Paiements des Services de la Reconstruction du Ministère des Travaux publics ou au service compétent du Ministère de l'Agriculture qui en ordonne le paiement par la Caisse nationale des Calamités.
Art.11. De uitgaven die voortvloeien uit dit besluit zijn onderworpen aan de geldende bepalingen met betrekking tot administratieve en begrotingscontrole.
Art.11. Les dépenses résultant de l'application du présent arrêté sont soumises aux dispositions en vigueur en matière de contrôle administratif et budgétaire.
Art.12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 23 augustus 1976, (...). <KB 1991-03-28/32, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 08-01-1991>
Art.12. Le présent arrêté produit ses effets le 23 août 1976, (...). <AR 1991-03-28/32, art. 6, 003; En vigueur : 08-01-1991>
Art. 13. Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Buitenlandse Betrekkingen, Onze Minister van Openbare Werken, Onze Minister van Begroting en Onze Staatssecretaris voor Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre Ministre des Finances, Notre Ministre de l'Intérieur, Notre Ministre des Relations extérieures, Notre Ministre des Travaux publics, Notre Ministre du Budget et Notre Secrétaire d'Etat à l'Agriculture sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.