Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 AUGUSTUS 1981. - [Koninklijk besluit betreffende het medisch geschiktheidsprofiel.] <KB 2003-09-11/34, art. 60, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2004> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-05-1990 en tekstbijwerking tot 01-03-2016)
Titre
28 AOUT 1981. - [Arrêté royal relatif au profil médical d'aptitude.] <AR 2003-09-11/34, art. 60, 013; En vigueur : 01-01-2004> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-05-1990 et mise à jour au 01-03-2016)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK I. - Het medisch profiel.
CHAPITRE I. - Le profil médical.
Artikel 1. Het medisch profiel is de weergave van de evaluatie van de anatomische en functionele gegevens eigen aan een individu.
Article 1. Le profil médical est l'expression de l'évaluation des éléments anatomiques et fonctionnels qui caractérisent un individu.
Art.2. De verschillende anatomische en functionele gegevens waarop de bij artikel 1 bedoelde evaluatie steunt, worden ingedeeld in acht groepen, die men " factoren " noemt.
  Die factoren worden aangeduid met de letters P.S.I.V.C.A.M.E.
Art.2. Les divers éléments anatomiques et fonctionnels sur lesquels se fonde l'évaluation visée à l'article 1er, sont répartis en huit groupes appelés " facteurs ".
  Ces facteurs sont désignés par les lettres P.S.I.V.C.A.M.E.
Art.3. § 1. Factor " P " staat voor :
  1° de algemene robuustheid die het gestel, de waarde van het beendergewrichtsstelsel en de spierontwikkeling omvat;
  2° de weerstand aan krachtinspanningen;
  3° de functionele waarde van de verschillende stelsels, met name het huidstelsel, het spijsverteringsstelsel, het cardio-vasculair, het pulmonaal en het genito-urinair stelsel, het zenuw- en zintuigenstelsel met uitzondering van de gezichts- en gehoorscherpte;
  4° de kwaliteit der gezichtsorganen zonder weerslag op de gezichtsscherpte;
  5° de kwaliteit der gehoororganen zonder weerslag op de gehoorscherpte.
  § 2. Factor " S " staat voor de morfologische en functionele waarde van de bovenste ledematen en van de schoudergordel, inzonderheid voor het vermogen tot het hanteren van wapens, werktuigen en verschillende lasten alsook voor het vermogen om lasten te trekken, te duwen en op te tillen en voor de geschiktheid tot lijf-aan-lijf gevecht.
  De evaluatie van deze factor houdt rekening met de ontwikkeling en de kracht van de spieren, met de gewrichtsbeweeglijkheid en met de motorische coördinatie.
  § 3. Factor " I " staat voor de morfologische en functionele waarde van de onderste ledematen, van de bekkengordel en van de wervelkolom onder het sacro-lumbaal gewricht inzonderheid voor het vermogen om zich voort te bewegen, te gaan, te lopen, te springen en te klimmen.
  § 4. Factor " V " staat voor de waarde van de gezichtsscherpte, het gezichtsveld en het binoculair gezichtsvermogen.
  § 5. Factor " C " staat voor de aard en de kwaliteit van de kleurwaarneming.
  § 6. Factor " A " staat voor de gehoorscherpte.
  § 7. Factor " M " staat voor de geestescapaciteit van de kandidaat, hierin begrepen de verstandelijke geschiktheid, het geheugen, de concentratie en de aandacht.
  § 8. Factor " E " staat voor alle niet intellectuele aspecten van de persoonlijkheid, inzonderheid de emotieve stabiliteit, het psychisch evenwicht, de karakterneigingen en de diepe motivering.
Art.3. § 1. Le facteur " P " exprime :
  1° la robustesse générale qui comporte la constitution, la valeur de la charpente ostéo-articulaire et le développement musculaire;
  2° la résistance à l'effort;
  3° la valeur fonctionnelle des différents systèmes cutané, digestif, cardio-vasculaire, pulmonaire, génito-urinaire, nerveux et sensoriel, à l'exception de l'acuité visuelle et auditive;
  4° la qualité des organes de la vision sans répercussion sur l'acuité visuelle;
  5° la qualité des organes de l'audition sans répercussion sur l'acuité auditive.
  § 2. Le facteur " S " exprime la valeur morphologique et fonctionnelle des membres supérieurs et de la ceinture scapulaire, notamment les capacités du candidat à manipuler des armes, des outils et des charges diverses ainsi que ses capacités de traction, de pulsion et de soulèvement des charges et l'aptitude au combat corps-à-corps.
  L'évaluation de ce facteur tient compte du développement et de la puissance de la musculature, de la mobilité articulaire et de la coordination motrice.
  § 3. Le facteur " I " exprime la valeur morphologique et fonctionnelle des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne et de la colonne vertébrale en-dessous de l'articulation sacro-lombaire et notamment la capacité du candidat à se mouvoir, marcher, courir, sauter et grimper.
  § 4. Le facteur " V " exprime la valeur de l'acuité visuelle, du champ visuel et de la vision binoculaire.
  § 5. Le facteur " C " exprime la nature et la qualité de la perception des couleurs.
  § 6. Le facteur " A " exprime l'acuité auditive.
  § 7. Le facteur " M " exprime les capacités mentales du candidat en ce compris les aptitudes intellectuelles, la mémoire, la concentration et l'attention.
  § 8. Le facteur " E " exprime tous les aspects non intellectuels de la personnalité, notamment la stabilité émotionnelle, l'équilibre psychique, les tendances caractérielles et les motivations profondes.
Art. 3bis. <INGEVOEGD bij KB 1991-07-11/41, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1992> Een speciaal medisch profiel, met een afkorting " GYKO " genoemd, bepaalt de geschiktheid voor de zeedienst.
  Dit speciaal medisch profiel omvat de volgende faktoren :
  1° De faktor " G " staat voor de terugslag op de geschiktheid voor de zeedienst van alle pathologieën die geen betrekking hebben op de gezichtsscherpte, de gehoorscherpte en de kleurenzin;
  2° De faktor " Y " staat voor de terugslag op de geschiktheid voor de zeedienst van de gezichtsscherpte en van de kwaliteit van het zicht;
  3° De faktor " K " staat voor de terugslag op de geschiktheid voor de zeedienst van de kleurenzin;
  4° De faktor " O " staat voor de terugslag op de geschiktheid voor de zeedienst van de gehoorscherpte.
Art. 3bis. Un profil médical spécial, dénommé en abrégé " GYKO ", détermine l'aptitude au service en mer.
  Ce profil médical spécial comporte les facteurs suivants :
  1° Le facteur " G " exprime la répercussion sur l'aptitude au service en mer de toutes les pathologies qui ne se rapportent pas à l'acuité visuelle et auditive et à la perception des couleurs;
  2° Le facteur " Y " exprime la répercussion sur l'aptitude au service en mer de l'acuité visuelle et de la qualité de la vue;
  3° Le facteur " K " exprime la répercussion sur l'aptitude au service en mer de la perception des couleurs;
  4° Le facteur " O " exprime la répercussion sur l'aptitude au service en mer de l'acuité auditive.
Art.4. Voor elk van de factoren wordt, volgens een dalende waardeschaal van 1 tot 5, een cijfer toegekend dat overeenstemt met een van de evaluaties die in de bij dit besluit gevoegde ([1 tabellen in bijlage 1 en 2]1) zijn vermeld. <KB 1991-07-11/41, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991>
  
Art.4. Les différents facteurs sont affectés, suivant une échelle de valeur décroissante de 1 à 5, d'une note correspondant à l'une des évaluations indiquées (aux [1 tableaux en annexe 1re et 2]1) au présent arrêté. <AR 1991-07-11/41, art. 2, 004; En vigueur : 13-08-1991>
  
Art. 5. § 1. Is medisch geschikt om een dienstneming of een eerste wederdienstneming aan te gaan met het oog op de toelating [1 ...]1 tot een vormingscyclus van beroepsofficier (of [2 vanb eroepsonderofficier]2 bij het (niet-luchtvarend personeel) (, van reserveofficier of reserveonderofficier), de kandidaat die volgend minimum medisch profiel behaalt : <KB 1991-07-11/41, art. 3, 1°, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991> <KB 1991-11-13/37, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 15-08-1994; NOTA : Dit wijzigingsartikel is - wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991 : KB 1991-11-13/36, art. 10> <KB 2003-05-03/60, art. 103, 012; Inwerkingtreding : 01-11-2003>
Art. 5. § 1er. Est médicalement apte pour contracter un engagement ou un rengagement initial en vue de l'admission [1 ...]1 à un cycle de formation d'officier de carrière (ou [2 de sous-officier de carrière]2 dans le personnel non-navigant (aérien) (, d'officier de réserve ou de sous-officier de réserve), le candidat qui obtient le profil médical minimum suivant : <AR 1991-07-11/41, art. 3, 1°, 004; En vigueur : 13-08-1991> <AR 1991-11-13/37, art. 15, 005; En vigueur : 15-08-1994; NOTE : Pour ce qui concerne les candidats volontaires de complément, cet article modificatif est entré en vigueur le 01-11-1991 : AR 1991-11-13/36, art 10> <AR 2003-05-03/60, art. 103, 012; En vigueur : 01-11-2003>
[P S I V C A M E
3 3 3 3 3 2 1 2] <KB 1991-07-11/41, art. 3, 2°, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991>
[P S I V C A M E3 3 3 3 3 2 1 2] <KB 1991-07-11/41, art. 3, 2°, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991>
[P S I V C A M E
3 3 3 3 3 2 1 2] <AR 1991-07-11/41, art. 3, 2°, 004; En vigueur : 13-08-1991>
[P S I V C A M E3 3 3 3 3 2 1 2] <AR 1991-07-11/41, art. 3, 2°, 004; En vigueur : 13-08-1991>
  (Voor de [1 marine]1 echter moet de kandidaat bovendien het volgend minimum speciaal medisch profiel behalen :
  (Toutefois, pour la [1 marine]1, le candidat doit obtenir en outre le profil médical spécial suivant :
Art. 6. (§ 1. Is medisch geschikt om een dienstneming of eerste wederdienstneming aan te gaan als kandidaat vrijwilliger [1 van het actief kader of van het reservekader]1, de kandidaat die het door de chef [2 defensie]2 voor dit ambt bepaalde minimum medisch profiel behaalt. Dit minimum medisch profiel mag niet lager zijn dan :) <KB 2006-05-23/32, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-06-2006>
Art. 6. (§ 1er. Est médicalement apte pour contracter un engagement ou un rengagement initial comme candidat volontaire [1 du cadre actif ou du cadre de réserve]1, le candidat qui obtient le profil médical minimum déterminé par le chef de [2 la défense]2 pour cette fonction. Ce profil ne peut pas être inférieur à : ) <AR 2006-05-23/32, art. 2, 014; En vigueur : 01-06-2006>
[P S I V C A M E
3 3 3 3 3 2 3 3] <KB 1991-07-11/41, art. 4, 1°, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991>
[P S I V C A M E3 3 3 3 3 2 3 3] <KB 1991-07-11/41, art. 4, 1°, 004; Inwerkingtreding : 13-08-1991>
[P S I V C A M E
3 3 3 3 3 2 3 3] <AR 1991-07-11/41, art. 4,1°, 004; En vigueur : 13-08-1991>
[P S I V C A M E3 3 3 3 3 2 3 3] <AR 1991-07-11/41, art. 4,1°, 004; En vigueur : 13-08-1991>
  <KB 1991-11-13/37, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  <NOTA : Dit wijzigingsartikel is - wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991 : KB 1991-11-13/36, art. 10>
  (§ 2. Is medisch geschikt om een functie te vervullen, de dienstplichtige die het door de chef [2 defensie]2 voor die functie bepaalde minimum medisch profiel behaalt.
  Dit minimum medisch profiel mag niet lager zijn dan :
  <AR 1991-11-13/37, art. 16, 005; En vigueur : 15-08-1994>
  
  (§ 2. Est médicalement apte pour exercer une fonction, le milicien qui obtient le profil médical minimum déterminé par le chef de [2 la défense]2 pour cette fonction.
  Ce profil minimum ne peut pas être inférieur à :
[PSIVCAME
44444444].
[PSIVCAME44444444].
) <KB 1991-01-14/33, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 08-02-1991>
  § 3. (De medische profielen van de kandidaat voor de [2 marine]2 mogen echter niet lager zijn dan :
[PSIVCAME
44444444].
[PSIVCAME44444444].
) <AR 1991-01-14/33, art. 2, 003; En vigueur : 08-02-1991>
  § 3. (Toutefois, les profils médicaux du candidat pour la [2 marine]2 ne peuvent être inférieurs à :
Art. 6bis. <INGEVOEGD bij KB 1997-03-18/41, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-05-1997> De kandidaat bedoeld in de artikelen 5 en 6 moet tijdens de hele duur van zijn vorming tenminste het minimum medisch profiel behouden dat overeenstemt met zijn personeelscategorie.
  [1 ...]1
  
Art. 6bis. Le candidat visé aux articles 5 et 6 doit conserver pendant toute la durée de sa formation au moins le profil médical minimal correspondant à sa catégorie de personnel.
  [1 ...]1
  
Art.6ter. [1 De medische geschiktheidscriteria overeenstemmende met het vereiste medische profiel waaraan de militair moet voldoen, bedoeld in artikel 68, § 3, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, worden bepaald in de bijlage 3 bij dit besluit.]1
  
Art. 6ter. [1 Les critères d'aptitude médicale correspondant au profil médical auquel le militaire doit satisfaire, visé à l'article 68, § 3, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées, sont fixés dans l'annexe 3 au présent arrêté.]1
  
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
HOOFDSTUK III. - Het bepalen van de medische geschiktheid.
CHAPITRE III. - Détermination de l'aptitude médicale.
Afdeling 1. - De medische selectie. (opgeheven)
Section 1. - La sélection médicale. (abrogée)
Afdeling 2. - De medische controle bij indiensttreding. (opgeheven)
Section 2. - Le contrôle médical à l'entrée en service. (abrogée)
Afdeling 3. - Het medisch profiel tijdens de militaire loopbaan.
Section 3. - Le profil médical au cours de la carrière militaire.
Art.16. [1 § 1. Tijdens de militaire loopbaan kunnen de volgende autoriteiten, in het kader van de medische geschiktheid, beslissen het medisch profiel te wijzigen :
   1° de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair wanneer de wijziging enkel bepaalde factoren, bepaald in een reglement uitgevaardigd door de minister van [2 Defensie]2, betreft;
   2° de hoofdgeneesheer van het centrum voor medische expertise, op voorstel van :
   a) een geneesheer belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort;
   b) de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair of de geneesheer-arbeidsinspecteur wanneer de wijziging andere factoren betreft dan deze bedoeld in 1°.
   Onder "geneesheer belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort", wordt verstaan : de geneesheer bedoeld in artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen.
   § 2. In het kader van de medische geschiktheid kan de militaire commissie voor geschiktheid en reform slechts beslissen het medisch profiel van een kandidaat tijdens zijn vorming te wijzigen, indien deze wijziging tot gevolg kan hebben dat de kandidaat niet meer het minimum medisch profiel bezit bedoeld in artikel 6bis.]1

  
Art.16. [1 § 1er. Au cours de la carrière militaire, les autorités suivantes peuvent décider, dans le cadre de l'aptitude médicale, de modifier le profil médical :
   1° le conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour l'unité du militaire concerné lorsque la modification porte uniquement sur certains facteurs, fixés dans un règlement arrêté par le Ministre de la Défense;
   2° le médecin chef du centre de médecine d'expertise, sur la proposition :
   a) d'un médecin chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné;
   b) du conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour l'unité du militaire concerné ou du médecin-inspecteur du travail lorsque la modification porte sur d'autres facteurs que ceux visés au 1°.
   Par "médecin chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné", on entend : le médecin visé à l'article 2, 4°, de l'arrêté royal du 10 août 2005 relatif aux absences pour motif de santé des militaires.
   § 2. Dans le cadre de l'aptitude médicale, la commission militaire d'aptitude et de réforme ne peut décider de modifier le profil médical d'un candidat pendant sa formation, que si cette modification peut avoir pour conséquence que le candidat ne possède plus le profil médical visé à l'article 6bis.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art.17. <Wijzigingsbepaling van art. 3 van het KB 1977-11-08/30>
Art.17.
Art.18. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1981.
Art.18. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 1981.
Art.19. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.19. Notre Ministre de la Défense nationale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bijlage.
Annexe.
Art. N1. <KB 2003-03-11/40, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2004> BIJLAGE 1 AAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 28 AUGUSTUS 1981 TOT VASTSTELLING VAN DE MEDISCHE GESCHIKTHEIDSCRITERIA.
Art. N1. <AR 2003-03-11/40, art. 6, 011; En vigueur : 01-01-2004> ANNEXE 1 A L'ARRETE ROYAL DU 28 AOUT 1981 FIXANT LES CRITERES D'APTITUDE MEDICALE AU SERVICE COMME MILITAIRE.
FactorBetekenis
 P  
P1 -Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld lichaamsgestel, bevestigd
   door de uitslagen van functionele proeven en biometrische
   metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel, inbegrepen de
   buikwand, meer dan gemiddeld ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,
   ook tijdens operaties, gedurende een periode van lange duur te
   verdragen.
  -Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken.
  -Geschikt voor het besturen van alle voertuigen.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of
   zijn omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
P2 -Gemiddeld robuust ontwikkeld lichaamsgestel, bevestigd door
   de uitslagen van functionele proeven en biometrische metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel, inbegrepen de
   buikwand, normaal ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke normale inspanning en
   belasting, ook tijdens operaties, gedurende een periode van
   lange duur, te verdragen.
  -Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundige
   ingreep of van ongevallen, van ziekten, van chronische
   aandoeningen of van lichaamsgebreken zonder anatomische of
   functionele weerslag en zonder risico op verergering of
   verwikkeling door het feit van de dienst.
  -Geschikt voor het besturen van alle voertuigen, ook indien er
   een ongeschiktheid hiertoe voortvloeit uit andere factoren van
   het medisch profiel of uit een specifieke pathologie die wordt
   beschreven in de wetgeving betreffende het rijbewijs.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
P3 -De onvoldoende constitutie of de algemene toestand laten het
   niet toe om, zelfs na training, normale inspanningen en
   belasting, eventueel ook gedurende operaties, langdurig te
   verdragen zonder hulpmiddelen die dit kunnen compenseren.
  -Wel geschikt om gedurende een kortere periode een zware
   inspanning te leveren.
  -Kan langdurig rechtstaan.
  -Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.
  -Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken zonder ernstige anatomische of functionele
   weerslag. Mits de nodige voorzorgen is er geen noemenswaardig
   risico op verergering of verwikkeling door het feit van de
   dienst.
  -Geschikt voor het besturen van alle voertuigen, ook
   pantservoertuigen, ook indien een ongeschiktheid hiertoe
   voortvloeit uit andere factoren van het medisch profiel of
   uit een specifieke pathologie die wordt beschreven in de
   wetgeving betreffende het rijbewijs.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Deze
   laatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebreken
   waaraan betrokkene lijdt.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of
   zijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie
   wordt en mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
P4 -Kan geen zware inspanningen verdragen, zelfs niet gedurende
   een korte periode of indien aangepaste hulpmiddelen ter
   beschikking worden gesteld.
  -Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van
   lasten.
  -Beperkt geschikt voor langdurig rechtstaan.
  -Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken met ernstige anatomische of functionele
   weerslag of met belangrijk risico op verwikkelingen of
   verergering door het feit van de dienst.
  -Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risico
   door het toekennen van een aangepaste functie desgevallend
   aangevuld door andere passende maatregelen.
  -Eventueel geschikt voor het besturen van lichte voertuigen,
   ook indien er een ongeschiktheid hiertoe voortvloeit uit
   andere factoren van het medisch profiel of uit een specifieke
   pathologie die wordt beschreven in de wetgeving betreffende
   het rijbewijs.
  -Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken of
   beschermingsmiddelen.
  -Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueel
   ook gedurende operaties.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of
   zijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie,
   waarin dit risico minimaal is en mits gebruik van aangepaste
   beschermingsmiddelen.
P5 -Ongeschikt voor elke functie.
 S  
S1 -Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld bovenste lidmaat en
   schoudergordel, bevestigd door de uitslagen van functionele
   proeven en biometrische metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het bovenste
   lidmaat en de schoudergordel meer dan gemiddeld ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,
   ook tijdens operaties, die gepaard gaan met het dragen en
   hanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten gedurende een
   periode van lange duur te verdragen.
  -Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken aan het bovenste lidmaat en de schoudergordel.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
S2 -Gemiddeld robuust ontwikkeld bovenste lidmaat en schoudergordel,
   bevestigd door de uitslagen van functionele proeven en
   biometrische metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het bovenste
   lidmaat en de schoudergordel normaal ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke normale inspanning en
   belasting, ook tijdens operaties, die gepaard gaan met het
   dragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten gedurende
   een periode van lange duur te verdragen.
  -Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep
   of van ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of
   van lichaamsgebreken van het bovenste lidmaat en de
   schoudergordel zonder anatomische of functionele weerslag en
   zonder risico op verergering of verwikkeling door het feit van
   de dienst.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
S3 -De onvoldoende constitutie of de algemene toestand van het
   bovenste lidmaat en de schoudergordel laten het niet toe om,
   zelfs na training, normale inspanningen en belasting, eventueel
   ook gedurende operaties, die gepaard gaan met het tillen, het
   dragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten,
   langdurig te verdragen zonder hulpmiddelen die dit kunnen
   compenseren.
  -Niet geschikt voor het regelmatig beklimmen en afdalen van
   steile hellingen.
  -Wel geschikt om gedurende een kortere periode een zware
   inspanning te leveren.
  -Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.
  -Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken van het bovenste lidmaat en de schoudergordel
   zonder ernstige anatomische of functionele weerslag. Mits de
   nodige voorzorgen is er geen noemenswaardig risico op
   verergering of verwikkeling door het feit van de dienst.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Deze
   laatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebreken
   waaraan betrokkene lijdt.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie wordt
   en mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
S4 -Kan geen zware inspanningen en belasting verdragen die gepaard
   gaan met het dragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen en
   lasten, zelfs niet gedurende een korte periode of indien
   aangepaste hulpmiddelen ter beschikking worden gesteld.
  -Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van
   lasten.
  -Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken met ernstige anatomische of functionele
   weerslag van het bovenste lidmaat en de schoudergordel of met
   belangrijk risico op verwikkelingen of verergering door het
   feit van de dienst.
  -Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risico
   door het toekennen van een aangepaste functie desgevallend
   aangevuld door andere passende maatregelen.
  -Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken of
   beschermingsmiddelen.
  -Ongeschikt voor een gevechtsfunctie.
  -Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueel
   ook gedurende operaties.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie, waarin
   dit risico minimaal is en mits gebruik van aangepaste
   beschermingsmiddelen.
S5 -Ongeschikt voor elke functie.
 I  
I1 -Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld onderste lidmaat,
   bekkengordel en wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht,
   bevestigd door de uitslagen van functionele proeven en
   biometrische metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het onderste
   lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder het
   sacrolumbaal gewricht meer dan gemiddeld ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,
   ook tijdens operaties; die gepaard gaan met het intensief gaan,
   lopen, springen en klimmen gedurende een periode van lange
   duur, te verdragen.
  -Kan langdurig rechtstaan.
  -Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of van
   ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of van
   lichaamsgebreken van het onderste lidmaat, de bekkengordel en
   van de wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
I2 -Gemiddeld robuust ontwikkeld onderste lidmaat, bekkengordel en
   wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht, bevestigd door de
   uitslagen van functionele proeven en biometrische metingen.
  -Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het onderste
   lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder het
   sacrolumbaal gewricht normaal ontwikkeld.
  -Is in staat om, na training, elke normale inspanning en
   belasting van het onderste lidmaat, de bekkengordel en van de
   wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht, ook tijdens
   operaties, die gepaard gaan met het intensief gaan, lopen,
   springen en klimmen, gedurende een periode van lange duur,
   te verdragen.
  -Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep
   of van ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of
   van lichaamsgebreken zonder anatomische of functionele weerslag
   en zonder risico op verergering of verwikkeling door het feit
   van de dienst.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
I3 -De onvoldoende constitutie of de algemene toestand van het
   onderste lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder
   het sacrolumbaal gewricht laten het niet toe om, zelfs na
   training, langdurig inspanningen en belasting te verdragen
   zoals intensief gaan, lopen, springen en klimmen, eventueel
   ook gedurende operaties, zonder hulpmiddelen die deze kunnen
   compenseren.
  -Niet geschikt voor het regelmatig beklimmen en afdalen van
   steile hellingen.
  -Wel geschikt om gedurende een korte periode een zware inspanning
   te leveren.
  -Kan langdurig rechtstaan.
  -Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.
  -Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige
   ingreep of van ongevallen, van ziekten, van chronische
   aandoeningen of van lichaamsgebreken van het onderste lidmaat,
   de bekkengordel en van de wervelkolom onder het sacrolumbaal
   gewricht zonder ernstige anatomische of functionele weerslag.
   Mits de nodige voorzorgen is er geen noemenswaardig risico op
   verergering of verwikkeling door het feit van de dienst.
  -Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staat
   verbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Deze
   laatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebreken
   waaraan betrokkene lijdt.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of
   zijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie
   wordt en mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.
I4 -Kan geen inspanningen en belasting verdragen zoals intensief
   gaan, lopen, springen en klimmen, zelfs niet gedurende een
   korte periode of indien aangepaste hulpmiddelen ter
   beschikking worden gesteld.
  -Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van
   lasten.
  -Beperkt geschikt voor langdurig rechtstaan.
  -Aanwezigheid van sequelen van heelkundige ingrepen, ongevallen,
   ziekten, chronische aandoeningen of lichaamsgebreken van het
   onderste lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder
   het sacrolumbaal gewricht met ernstige anatomische of
   functionele weerslag of met belangrijk risico op verwikkelingen
   of verergering door het feit van de dienst.
  -Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risico
   door het toekennen van een aangepaste functie desgevallend
   aangevuld door andere passende maatregelen.
  -Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken of
   beschermingsmiddelen.
  -Ongeschikt voor een gevechtsfunctie.
  -Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueel
   ook gedurende operaties.
  -Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijn
   omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie, waarin
   dit risico minimaal is en mits gebruik van aangepaste
   beschermingsmiddelen.
I5 -Ongeschikt voor elke functie.
 V  
V1 -Minimum gezichtsscherpte van 10/10 met beide ogen samen en van
   9/10 voor het ene en 7/10 voor het andere oog, zonder
   correctie. Normaal gezichtsveld voor ieder oog. Normaal
   binoculair gezichtsvermogen.
  -Geen hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-4 en 10-5 asb).
V2 -Minimum gezichtsscherpte van 10/10 met beide ogen samen. De
   minimum gezichtsscherpte moet minstens 7/10 bedragen voor het
   ene oog en 3/10 voor het andere. Deze minimum gezichtscherpte
   mag bekomen zijn na correctie. Normaal gezichtsveld voor elk
   oog. Normaal binoculair gezichtsvermogen met correctie.
  -Geen hemeralopie.
V3 -Gezichtsscherpte kleiner dan V2 maar groter dan 5/10 na
   correctie en met beide ogen samen kijkend. Stoornis van het
   binoculair gezichtsvermogen. Strabisme met een hoek kleiner
   dan 10° na correctie. Normaal gezichtsveld voor elk oog.
  -Geen hemeralopie.
V4 -Een minimum gezichtscherpte van 5/10 met beide ogen samen en na
   correctie. Gezichtsveld minder dan 20° ingekrompen. Lichte
   scotomen.
  -Lichte hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-3 en 10-4 asb).
V5 -Gezichtvermogen kleiner dan 5/10 met beide ogen samen na
   optische correctie.
  -Eventueel nog andere gebreken.
  -Ongeschikt voor elke functie.
 C  
C1 -Normale kleurenperceptie.
C2 -Abnormale trichomaten; deuteranomalie en protanomalie.
C3 -Deuteranopie.
C4 -Protanopie.
C5 -Achromatopie.
 A  
A1 -Het gemiddeld verlies (1) is voor elk oor kleiner dan
   15 decibel.
A2 -Het gemiddeld verlies (1) is voor elk oor kleiner dan
   20 decibel.
A3 -Het gemiddeld verlies (1) voor het minst goede oor is kleiner
   dan 30 decibel en het gemiddeld verlies voor het andere oor is
   kleiner dan 15 decibel.
A4 -De gevallen die niet onder A1, A2, A3 of A5 vallen.
A5 -Het gemiddeld verlies (1) voor het minst goede oor is groter of
   gelijk aan 50 decibel en het gemiddeld verlies voor het andere
   oor is groter of gelijk aan 40 decibel.
 M  
M1 -Individuen die over voldoende geestelijke vermogens beschikken om
   een normale functie in verband met hun fysieke geschiktheid te
   bekomen.
M2 -Individuen die over voldoende geestelijke vermogens beschikken
   om een normale functie met betrekking op hun fysieke
   geschiktheid te bekomen, maar die nagenoeg ongeletterd zijn
   tengevolge van bijzondere omstandigheden (langdurige ziekten,
   herhaalde verhuizingen, enz).
M3 -Individuen waarvan de geestelijke vermogens onvoldoende zijn
   voor een normale taak als strijder (individueel), maar die
   nochtans geschikt zijn voor eenvoudig (handwerkers of
   handlangers) en zelfs zwaar werk, zo hun fysieke toestand het
   toelaat.
M4 -Individuen met weinig ontwikkeld intellect of ongeletterd, maar
   niet zwakzinnig, waarvan de geestesvermogens, onvoldoende zijn
   voor een functie als strijder, zelfs voor de verdediging en die
   slechts geschikt zijn voor eenvoudige functies en werken.
M5 -Individuen met de aandoeningen vermeld onder de nummer 514 van
   de tabel van de aandoeningen en de lichaamsgebreken die
   aanleiding geven tot ongeschiktheid voor de dienst als
   militair, in bijlage bij het Koninklijk Besluit van
   11 maart 2003 tot vaststelling van de medische
   geschiktheidscriteria voor de dienst als militair.
 E  
E1 -Geen enkel teken van psychische decompensatie in het verleden
   wordt gevonden. De mogelijke ongevallen gaan niet verder dan
   het adaptatiekader. Het risico van een toekomstige
   decompensatie schijnt zeer zwak in alle omstandigheden. De
   adaptatie is de doorlopende regel niettegenstaande sommige
   inefficienties in het behandelen van stimuli uit de realiteit.
   Niets in het onderzoek motiveert het vooruitzicht van de
   adaptatiemoeilijkheden in eender welke functie.
E2 -De tekens en/of symptomen van psychische decompensatie die
   eventueel zouden voorgekomen zijn in het verleden hebben een
   karakter dat reactioneel is aan een specifieke situatie. Ze
   blijven op een secundair plan in het psychische geheel. De
   risico`s voor decompensatie zijn zwak, zelfs in situaties die
   meer eisen dan het normale dagelijkse leven. De adaptatie is de
   doorlopende regel, maar dit geldt ook voor de min of meer
   inefficiente uitingen ten opzichte van de stimuli van de
   realiteit. Het gaat over individuen die in het verleden lichte
   gevoels- of karakterstoornissen vertoond hebben, alsook
   individuen die in het verleden tekens vertoond hebben van
   weinig ernstig neuro-vegetatief of psychomotorisch onevenwicht
   maar die actueel normaal zijn. Ondanks de uitingen die blijk
   geven van beperkte doelmatigheid van de psychische processen,
   schijnt de adaptatie mogelijk en zelfs gemakkelijk te zijn
   voor normale affectaties in verhouding tot de fysieke
   geschiktheid.
E3 -Tekens en/of symptomen van psychische decompensatie zijn
   voorgekomen in het verleden. Ze zijn begrensd gebleven in de
   tijd en/of in hun intensiteit alsook in hun gevolgen aangaande
   de aanpassing van het individu in de doorlopende realiteit.
   Risico`s op decompensatie bestaan, maar enkel wanneer de
   externe stimuli het kader van een doorlopende en weinig eisen
   stellende realiteit overschrijden. In het kader van een nog
   bestaande adaptatie is de efficientie van de psychische
   processen voldoende maar blijft kwetsbaar en deze individuen
   tonen op een veruiterlijkte wijze hun kwetsbaarheid tegenover
   externe stimuli. Het zijn individuen die in het verleden
   stoornissen vertoond hebben die ernstig waren, hetzij door
   hun intensiteit, hetzij door hun duur, maar die geen
   neurotische kenmerken vertoonden, of individuen die actueel
   nog lichte stoornissen vertonen.
  -Het klinisch onderzoek laat met voldoende waarschijnlijkheid
   toe een bevredigende aanpassing te voorzien aan normale
   functies die geen bijzondere eisen stellen. Een inadaptatie is
   nochtans te voorzien voor functies die het volgende omvatten :
   het uitoefenen van leiderschap, het dragen van persoonlijke en
   belangrijke verantwoordelijkheid, het verwerven van complexe
   kwalificaties, het onderhevig zijn aan psychisch moeilijke
   situaties zoals langdurige of zware inspanningen, ritme,
   ontberingen, ongemak, etc.
  -Een factor E3 is een tegenaanwijzing voor hoge specialisatie of
   kwalificatie.
E4 -Tekens en/of symptomen van decompensatie zijn voorgekomen in het
   verleden. Belangrijke risico`s op decompensatie bestaan, zelfs
   in situaties van dagelijkse realiteit. In het kader van een nog
   bestaande adaptatie is de efficientie van de psychische
   processen zeer zwak en zeer kwetsbaar. Het zijn individuen die
   neurotische of karakteriele stoornissen of emotionele
   kwetsbaarheid vertonen of vertoond hebben waardoor hun
   aanpassingsvermogen beperkt is en waardoor zij niet bekwaam
   zijn in dynamische situaties die ingewikkeld zijn en stress
   veroorzaken, hun houding aan te passen. Ze zijn niet bekwaam
   om dringende beslissingen te nemen of om belangrijke
   verantwoordelijkheden te dragen. Zij hebben dikwijls
   afwisselende psychosomatische klachten geuit (cephalea,
   palpitaties, lipothymie, spijsverteringsstoornissen, etc). Zij
   hebben vage gezondheidsklachten, aanvallen van laattijdige
   enuresis, studieonderbreking gedurende meerdere weken en die
   toegeschreven wordt aan `` overwerkt zijn `` of `` depressie ``,
   veelvuldig veranderen van beroep door gebrek aan aanpassing,
   infantilisme, angstgevoel, etc. Het onderzoek laat toe een
   inadaptatie te voorzien aan militaire functies, uitgezonderd
   aan diegene die gekarakteriseerd worden door aspecten van
   routine of onderworpen zijn aan regelmatige controles.
E5 -Tekens en/of symptomen. van decompensatie hebben zich duidelijk
   voorgedaan in het verleden. Belangrijke risico`s op
   decompensatie bestaan zelfs in de situaties van de dagelijkse
   realiteit. De kwetsbaarheid is extreem en de decompensatie
   is slechts op de limiet vermeden. Het onderzoek laat toe een
   inadaptatie te voorzien voor elke militaire functie.
  -Een factor ES geeft aanleiding tot de ongeschiktheid voor elke
   functie. Hij wordt dus gegeven aan individuen met manifeste
   geestesstoornissen zoals vermeld onder de nummers 511, 512,
   513 en 515 van de tabel van de aandoeningen en de
   lichaamsgebreken die aanleiding geven tot ongeschiktheid voor
   de dienst als militair, in bijlage bij het Koninklijk Besluit
   van 11 maart 2003 tot vaststelling van de medische
   geschiktheidscriteria voor de dienst als militair.
(1) Onder gemiddeld verlies wordt verstaan het gemiddelde van de verliezen
op de frequenties 500, 1000 en 2000 Hertz (audiometrie volgens ISO-
normen.).
FactorBetekenisPP1-Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld lichaamsgestel, bevestigddoor de uitslagen van functionele proeven en biometrischemetingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel, inbegrepen debuikwand, meer dan gemiddeld ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,ook tijdens operaties, gedurende een periode van lange duur teverdragen.-Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken.-Geschikt voor het besturen van alle voertuigen.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/ofzijn omgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.P2-Gemiddeld robuust ontwikkeld lichaamsgestel, bevestigd doorde uitslagen van functionele proeven en biometrische metingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel, inbegrepen debuikwand, normaal ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke normale inspanning enbelasting, ook tijdens operaties, gedurende een periode vanlange duur, te verdragen.-Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundigeingreep of van ongevallen, van ziekten, van chronischeaandoeningen of van lichaamsgebreken zonder anatomische offunctionele weerslag en zonder risico op verergering ofverwikkeling door het feit van de dienst.-Geschikt voor het besturen van alle voertuigen, ook indien ereen ongeschiktheid hiertoe voortvloeit uit andere factoren vanhet medisch profiel of uit een specifieke pathologie die wordtbeschreven in de wetgeving betreffende het rijbewijs.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.P3-De onvoldoende constitutie of de algemene toestand laten hetniet toe om, zelfs na training, normale inspanningen enbelasting, eventueel ook gedurende operaties, langdurig teverdragen zonder hulpmiddelen die dit kunnen compenseren.-Wel geschikt om gedurende een kortere periode een zwareinspanning te leveren.-Kan langdurig rechtstaan.-Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.-Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken zonder ernstige anatomische of functioneleweerslag. Mits de nodige voorzorgen is er geen noemenswaardigrisico op verergering of verwikkeling door het feit van dedienst.-Geschikt voor het besturen van alle voertuigen, ookpantservoertuigen, ook indien een ongeschiktheid hiertoevoortvloeit uit andere factoren van het medisch profiel ofuit een specifieke pathologie die wordt beschreven in dewetgeving betreffende het rijbewijs.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Dezelaatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebrekenwaaraan betrokkene lijdt.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/ofzijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functiewordt en mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.P4-Kan geen zware inspanningen verdragen, zelfs niet gedurendeeen korte periode of indien aangepaste hulpmiddelen terbeschikking worden gesteld.-Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren vanlasten.-Beperkt geschikt voor langdurig rechtstaan.-Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken met ernstige anatomische of functioneleweerslag of met belangrijk risico op verwikkelingen ofverergering door het feit van de dienst.-Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risicodoor het toekennen van een aangepaste functie desgevallendaangevuld door andere passende maatregelen.-Eventueel geschikt voor het besturen van lichte voertuigen,ook indien er een ongeschiktheid hiertoe voortvloeit uitandere factoren van het medisch profiel of uit een specifiekepathologie die wordt beschreven in de wetgeving betreffendehet rijbewijs.-Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken ofbeschermingsmiddelen.-Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueelook gedurende operaties.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/ofzijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie,waarin dit risico minimaal is en mits gebruik van aangepastebeschermingsmiddelen.P5-Ongeschikt voor elke functie.SS1-Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld bovenste lidmaat enschoudergordel, bevestigd door de uitslagen van functioneleproeven en biometrische metingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het bovenstelidmaat en de schoudergordel meer dan gemiddeld ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,ook tijdens operaties, die gepaard gaan met het dragen enhanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten gedurende eenperiode van lange duur te verdragen.-Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken aan het bovenste lidmaat en de schoudergordel.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.S2-Gemiddeld robuust ontwikkeld bovenste lidmaat en schoudergordel,bevestigd door de uitslagen van functionele proeven enbiometrische metingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het bovenstelidmaat en de schoudergordel normaal ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke normale inspanning enbelasting, ook tijdens operaties, die gepaard gaan met hetdragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten gedurendeeen periode van lange duur te verdragen.-Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreepof van ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen ofvan lichaamsgebreken van het bovenste lidmaat en deschoudergordel zonder anatomische of functionele weerslag enzonder risico op verergering of verwikkeling door het feit vande dienst.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.S3-De onvoldoende constitutie of de algemene toestand van hetbovenste lidmaat en de schoudergordel laten het niet toe om,zelfs na training, normale inspanningen en belasting, eventueelook gedurende operaties, die gepaard gaan met het tillen, hetdragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen en lasten,langdurig te verdragen zonder hulpmiddelen die dit kunnencompenseren.-Niet geschikt voor het regelmatig beklimmen en afdalen vansteile hellingen.-Wel geschikt om gedurende een kortere periode een zwareinspanning te leveren.-Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.-Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken van het bovenste lidmaat en de schoudergordelzonder ernstige anatomische of functionele weerslag. Mits denodige voorzorgen is er geen noemenswaardig risico opverergering of verwikkeling door het feit van de dienst.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Dezelaatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebrekenwaaraan betrokkene lijdt.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie wordten mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.S4-Kan geen zware inspanningen en belasting verdragen die gepaardgaan met het dragen en hanteren van wapens, (werk)tuigen enlasten, zelfs niet gedurende een korte periode of indienaangepaste hulpmiddelen ter beschikking worden gesteld.-Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren vanlasten.-Aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken met ernstige anatomische of functioneleweerslag van het bovenste lidmaat en de schoudergordel of metbelangrijk risico op verwikkelingen of verergering door hetfeit van de dienst.-Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risicodoor het toekennen van een aangepaste functie desgevallendaangevuld door andere passende maatregelen.-Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken ofbeschermingsmiddelen.-Ongeschikt voor een gevechtsfunctie.-Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueelook gedurende operaties.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie, waarindit risico minimaal is en mits gebruik van aangepastebeschermingsmiddelen.S5-Ongeschikt voor elke functie.II1-Meer dan gemiddeld robuust ontwikkeld onderste lidmaat,bekkengordel en wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht,bevestigd door de uitslagen van functionele proeven enbiometrische metingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het onderstelidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder hetsacrolumbaal gewricht meer dan gemiddeld ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke zware inspanning en belasting,ook tijdens operaties; die gepaard gaan met het intensief gaan,lopen, springen en klimmen gedurende een periode van langeduur, te verdragen.-Kan langdurig rechtstaan.-Afwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreep of vanongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen of vanlichaamsgebreken van het onderste lidmaat, de bekkengordel envan de wervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.I2-Gemiddeld robuust ontwikkeld onderste lidmaat, bekkengordel enwervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht, bevestigd door deuitslagen van functionele proeven en biometrische metingen.-Osteo-articulair stelsel en spierstelsel van het onderstelidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onder hetsacrolumbaal gewricht normaal ontwikkeld.-Is in staat om, na training, elke normale inspanning enbelasting van het onderste lidmaat, de bekkengordel en van dewervelkolom onder het sacrolumbaal gewricht, ook tijdensoperaties, die gepaard gaan met het intensief gaan, lopen,springen en klimmen, gedurende een periode van lange duur,te verdragen.-Mogelijke aanwezigheid van sequelen van een heelkundige ingreepof van ongevallen, van ziekten, van chronische aandoeningen ofvan lichaamsgebreken zonder anatomische of functionele weerslagen zonder risico op verergering of verwikkeling door het feitvan de dienst.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.I3-De onvoldoende constitutie of de algemene toestand van hetonderste lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onderhet sacrolumbaal gewricht laten het niet toe om, zelfs natraining, langdurig inspanningen en belasting te verdragenzoals intensief gaan, lopen, springen en klimmen, eventueelook gedurende operaties, zonder hulpmiddelen die deze kunnencompenseren.-Niet geschikt voor het regelmatig beklimmen en afdalen vansteile hellingen.-Wel geschikt om gedurende een korte periode een zware inspanningte leveren.-Kan langdurig rechtstaan.-Geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren van lasten.-Aanwezigheid van sequelen van een heelkundigeingreep of van ongevallen, van ziekten, van chronischeaandoeningen of van lichaamsgebreken van het onderste lidmaat,de bekkengordel en van de wervelkolom onder het sacrolumbaalgewricht zonder ernstige anatomische of functionele weerslag.Mits de nodige voorzorgen is er geen noemenswaardig risico opverergering of verwikkeling door het feit van de dienst.-Geschikt voor het dragen van alle aan de militaire staatverbonden uitrustingsstukken en beschermingsmiddelen. Dezelaatste mogen aangepast zijn aan de specifieke gebrekenwaaraan betrokkene lijdt.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/ofzijn omgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functiewordt en mits gebruik van aangepaste beschermingsmiddelen.I4-Kan geen inspanningen en belasting verdragen zoals intensiefgaan, lopen, springen en klimmen, zelfs niet gedurende eenkorte periode of indien aangepaste hulpmiddelen terbeschikking worden gesteld.-Beperkt geschikt voor het tillen, dragen en manipuleren vanlasten.-Beperkt geschikt voor langdurig rechtstaan.-Aanwezigheid van sequelen van heelkundige ingrepen, ongevallen,ziekten, chronische aandoeningen of lichaamsgebreken van hetonderste lidmaat, de bekkengordel en van de wervelkolom onderhet sacrolumbaal gewricht met ernstige anatomische offunctionele weerslag of met belangrijk risico op verwikkelingenof verergering door het feit van de dienst.-Voornoemde pathologien vormen een berekend aanvaardbaar risicodoor het toekennen van een aangepaste functie desgevallendaangevuld door andere passende maatregelen.-Ongeschikt voor het dragen van bepaalde uitrustingsstukken ofbeschermingsmiddelen.-Ongeschikt voor een gevechtsfunctie.-Geschikt voor de fysiek weinig belastende functies, eventueelook gedurende operaties.-Vormt een berekend aanvaardbaar risico voor zichzelf en/of zijnomgeving, mits tewerkstelling in een aangepaste functie, waarindit risico minimaal is en mits gebruik van aangepastebeschermingsmiddelen.I5-Ongeschikt voor elke functie.VV1-Minimum gezichtsscherpte van 10/10 met beide ogen samen en van9/10 voor het ene en 7/10 voor het andere oog, zondercorrectie. Normaal gezichtsveld voor ieder oog. Normaalbinoculair gezichtsvermogen.-Geen hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-4 en 10-5 asb).V2-Minimum gezichtsscherpte van 10/10 met beide ogen samen. Deminimum gezichtsscherpte moet minstens 7/10 bedragen voor hetene oog en 3/10 voor het andere. Deze minimum gezichtscherptemag bekomen zijn na correctie. Normaal gezichtsveld voor elkoog. Normaal binoculair gezichtsvermogen met correctie.-Geen hemeralopie.V3-Gezichtsscherpte kleiner dan V2 maar groter dan 5/10 nacorrectie en met beide ogen samen kijkend. Stoornis van hetbinoculair gezichtsvermogen. Strabisme met een hoek kleinerdan 10° na correctie. Normaal gezichtsveld voor elk oog.-Geen hemeralopie.V4-Een minimum gezichtscherpte van 5/10 met beide ogen samen en nacorrectie. Gezichtsveld minder dan 20° ingekrompen. Lichtescotomen.-Lichte hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-3 en 10-4 asb).V5-Gezichtvermogen kleiner dan 5/10 met beide ogen samen naoptische correctie.-Eventueel nog andere gebreken.-Ongeschikt voor elke functie.CC1-Normale kleurenperceptie.C2-Abnormale trichomaten; deuteranomalie en protanomalie.C3-Deuteranopie.C4-Protanopie.C5-Achromatopie.AA1-Het gemiddeld verlies (1) is voor elk oor kleiner dan15 decibel.A2-Het gemiddeld verlies (1) is voor elk oor kleiner dan20 decibel.A3-Het gemiddeld verlies (1) voor het minst goede oor is kleinerdan 30 decibel en het gemiddeld verlies voor het andere oor iskleiner dan 15 decibel.A4-De gevallen die niet onder A1, A2, A3 of A5 vallen.A5-Het gemiddeld verlies (1) voor het minst goede oor is groter ofgelijk aan 50 decibel en het gemiddeld verlies voor het andereoor is groter of gelijk aan 40 decibel.MM1-Individuen die over voldoende geestelijke vermogens beschikken omeen normale functie in verband met hun fysieke geschiktheid tebekomen.M2-Individuen die over voldoende geestelijke vermogens beschikkenom een normale functie met betrekking op hun fysiekegeschiktheid te bekomen, maar die nagenoeg ongeletterd zijntengevolge van bijzondere omstandigheden (langdurige ziekten,herhaalde verhuizingen, enz).M3-Individuen waarvan de geestelijke vermogens onvoldoende zijnvoor een normale taak als strijder (individueel), maar dienochtans geschikt zijn voor eenvoudig (handwerkers ofhandlangers) en zelfs zwaar werk, zo hun fysieke toestand hettoelaat.M4-Individuen met weinig ontwikkeld intellect of ongeletterd, maarniet zwakzinnig, waarvan de geestesvermogens, onvoldoende zijnvoor een functie als strijder, zelfs voor de verdediging en dieslechts geschikt zijn voor eenvoudige functies en werken.M5-Individuen met de aandoeningen vermeld onder de nummer 514 vande tabel van de aandoeningen en de lichaamsgebreken dieaanleiding geven tot ongeschiktheid voor de dienst alsmilitair, in bijlage bij het Koninklijk Besluit van11 maart 2003 tot vaststelling van de medischegeschiktheidscriteria voor de dienst als militair.EE1-Geen enkel teken van psychische decompensatie in het verledenwordt gevonden. De mogelijke ongevallen gaan niet verder danhet adaptatiekader. Het risico van een toekomstigedecompensatie schijnt zeer zwak in alle omstandigheden. Deadaptatie is de doorlopende regel niettegenstaande sommigeinefficienties in het behandelen van stimuli uit de realiteit.Niets in het onderzoek motiveert het vooruitzicht van deadaptatiemoeilijkheden in eender welke functie.E2-De tekens en/of symptomen van psychische decompensatie dieeventueel zouden voorgekomen zijn in het verleden hebben eenkarakter dat reactioneel is aan een specifieke situatie. Zeblijven op een secundair plan in het psychische geheel. Derisico`s voor decompensatie zijn zwak, zelfs in situaties diemeer eisen dan het normale dagelijkse leven. De adaptatie is dedoorlopende regel, maar dit geldt ook voor de min of meerinefficiente uitingen ten opzichte van de stimuli van derealiteit. Het gaat over individuen die in het verleden lichtegevoels- of karakterstoornissen vertoond hebben, alsookindividuen die in het verleden tekens vertoond hebben vanweinig ernstig neuro-vegetatief of psychomotorisch onevenwichtmaar die actueel normaal zijn. Ondanks de uitingen die blijkgeven van beperkte doelmatigheid van de psychische processen,schijnt de adaptatie mogelijk en zelfs gemakkelijk te zijnvoor normale affectaties in verhouding tot de fysiekegeschiktheid.E3-Tekens en/of symptomen van psychische decompensatie zijnvoorgekomen in het verleden. Ze zijn begrensd gebleven in detijd en/of in hun intensiteit alsook in hun gevolgen aangaandede aanpassing van het individu in de doorlopende realiteit.Risico`s op decompensatie bestaan, maar enkel wanneer deexterne stimuli het kader van een doorlopende en weinig eisenstellende realiteit overschrijden. In het kader van een nogbestaande adaptatie is de efficientie van de psychischeprocessen voldoende maar blijft kwetsbaar en deze individuentonen op een veruiterlijkte wijze hun kwetsbaarheid tegenoverexterne stimuli. Het zijn individuen die in het verledenstoornissen vertoond hebben die ernstig waren, hetzij doorhun intensiteit, hetzij door hun duur, maar die geenneurotische kenmerken vertoonden, of individuen die actueelnog lichte stoornissen vertonen.-Het klinisch onderzoek laat met voldoende waarschijnlijkheidtoe een bevredigende aanpassing te voorzien aan normalefuncties die geen bijzondere eisen stellen. Een inadaptatie isnochtans te voorzien voor functies die het volgende omvatten :het uitoefenen van leiderschap, het dragen van persoonlijke enbelangrijke verantwoordelijkheid, het verwerven van complexekwalificaties, het onderhevig zijn aan psychisch moeilijkesituaties zoals langdurige of zware inspanningen, ritme,ontberingen, ongemak, etc.-Een factor E3 is een tegenaanwijzing voor hoge specialisatie ofkwalificatie.E4-Tekens en/of symptomen van decompensatie zijn voorgekomen in hetverleden. Belangrijke risico`s op decompensatie bestaan, zelfsin situaties van dagelijkse realiteit. In het kader van een nogbestaande adaptatie is de efficientie van de psychischeprocessen zeer zwak en zeer kwetsbaar. Het zijn individuen dieneurotische of karakteriele stoornissen of emotionelekwetsbaarheid vertonen of vertoond hebben waardoor hunaanpassingsvermogen beperkt is en waardoor zij niet bekwaamzijn in dynamische situaties die ingewikkeld zijn en stressveroorzaken, hun houding aan te passen. Ze zijn niet bekwaamom dringende beslissingen te nemen of om belangrijkeverantwoordelijkheden te dragen. Zij hebben dikwijlsafwisselende psychosomatische klachten geuit (cephalea,palpitaties, lipothymie, spijsverteringsstoornissen, etc). Zijhebben vage gezondheidsklachten, aanvallen van laattijdigeenuresis, studieonderbreking gedurende meerdere weken en dietoegeschreven wordt aan `` overwerkt zijn `` of `` depressie ``,veelvuldig veranderen van beroep door gebrek aan aanpassing,infantilisme, angstgevoel, etc. Het onderzoek laat toe eeninadaptatie te voorzien aan militaire functies, uitgezonderdaan diegene die gekarakteriseerd worden door aspecten vanroutine of onderworpen zijn aan regelmatige controles.E5-Tekens en/of symptomen. van decompensatie hebben zich duidelijkvoorgedaan in het verleden. Belangrijke risico`s opdecompensatie bestaan zelfs in de situaties van de dagelijkserealiteit. De kwetsbaarheid is extreem en de decompensatieis slechts op de limiet vermeden. Het onderzoek laat toe eeninadaptatie te voorzien voor elke militaire functie.-Een factor ES geeft aanleiding tot de ongeschiktheid voor elkefunctie. Hij wordt dus gegeven aan individuen met manifestegeestesstoornissen zoals vermeld onder de nummers 511, 512,513 en 515 van de tabel van de aandoeningen en delichaamsgebreken die aanleiding geven tot ongeschiktheid voorde dienst als militair, in bijlage bij het Koninklijk Besluitvan 11 maart 2003 tot vaststelling van de medischegeschiktheidscriteria voor de dienst als militair.(1) Onder gemiddeld verlies wordt verstaan het gemiddelde van de verliezenop de frequenties 500, 1000 en 2000 Hertz (audiometrie volgens ISO-normen.).
FacteurSignification
 P  
P1 -Robustesse de constitution au-dessus de la moyenne, confirmée
   par les résultats d`épreuves fonctionnelles et de mesures
   biométriques.
  -Developpement au-dessus de la moyenne du système
   ostéo-articulaire et du système musculaire, y compris celui de
   la paroi abdominale.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une
   période prolongée toutes les contraintes et efforts
   importants, également en opérations.
  -Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,
   de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités.
  -Apte a la conduite de tout véhicule.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
P2 -Robustesse de constitution moyenne confirmée par les
   résultats d`épreuves fonctionnelles et de mesures biométriques.
  -Developpement normal du système ostéo-articulaire, et du système
   musculaire, y compris celui de la paroi abdominale.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une
   période prolongée tous les efforts et contraintes de niveau
   normal, également en opérations.
  -Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicale
   ou d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités, sans retentissement anatomique ou fonctionnel et
   sans risque d`aggravation ou de complication par le fait
   du service.
  -Apte a la conduite de tout véhicule, également en présence d`une
   inaptitude ressortissant a d`autres facteurs du profil médical
   ou a une pathologie spécifique décrite dans la législation
   relative au permis de conduire.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protection
   lies a la qualite de militaire.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage, a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
P3 -La constitution déficiente ou l`état général ne permettent pas,
   même après entraînement, de supporter pendant une période
   prolongée des efforts et des contraintes d`un niveau normal,
   éventuellement aussi pendant les opérations, sans aide qui
   pourrait les compenser.
  -Apte néanmoins a produire un effort important pendant une
   période plus courte.
  -Peut garder la station debout de façon prolongée.
  -Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.
  -Présence de séquelles d`interventions chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités, sans retentissement anatomique ou fonctionnel
   sévère. Moyennant la prise de précautions nécessaires, il
   n`existe pas de risque notable d`aggravation ou de
   complication par le fait du service.
  -Apte a la conduite de tout véhicule, y compris des véhicules
   blindes, également en présence d`une inaptitude ressortissant
   a d`autres facteurs du profil médical ou a une pathologie
   spécifique décrite dans la législation relative au permis de
   conduire.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipements et moyens de
   protection lies a la qualite de militaires. Ces derniers
   peuvent être adaptes en fonction des déficiences spécifiques
   de l`intéresse.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition que l`intéressé soit employé dans une
   fonction adaptée et de faire usage de moyens de protection
   adaptes.
P4 -Ne peut supporter d`efforts importants, même pendant une courte
   période ou moyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.
  -Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulation
   de charges.
  -Aptitude limitée a la station debout prolongée.
  -Présence de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affection chroniques ou
   d`infirmités ayant un retentissement anatomique ou
   fonctionnel sévère ou avec un risque important d`aggravation
   ou de complication par le fait du service.
  -Les pathologies ci-dessus constituent un risque calcule
   acceptable si l`on attribue a l`intéresse une fonction adaptée,
   le cas échéant complète par d`autres mesures adéquates.
  -Éventuellement apte à la conduite de véhicules légers, également
   en présence d`une inaptitude ressortissant a d`autres facteurs
   du profil médical ou a une pathologie spécifique décrite dans
   la législation relative au permis de conduire.
  -Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyens
   de protection.
  -Apte pour des fonctions peu exigeantes sur le plan physique,
   éventuellement aussi pendant des opérations.
  -Constitue un risque acceptable pour lui-même et/ou pour son
   entourage a condition que l`intéressé soit employé dans une
   fonction adaptée dans laquelle ce risque est minimal et de
   faire usage de moyens de protection adaptes.
P5 -Inapte pour toute fonction.
 S  
S1 -Robustesse des membres supérieurs et de la ceinture scapulaire
   au-dessus de la moyenne, confirmée par les résultats d`épreuves
   fonctionnelles et de mesures biométriques.
  -Developpement au-dessus de la moyenne du système
   osteo-articulaire et du système musculaire des membres
   supérieurs et de la ceinture scapulaire.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une période
   prolongée toutes les contraintes et efforts importants lies au
   port et a la manipulation d`armes, d`outils et de charges ainsi
   qu`a la manipulation d`engins, également en opérations.
  -Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,
   de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités au niveau
   des membres supérieurs et de la ceinture scapulaire.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
S2 -Robustesse de constitution moyenne des membres supérieurs et de
   la ceinture scapulaire, confirmée par les résultats d`épreuves
   fonctionnelles et de mesures biométriques.
  -Developpement normal du système osteo-articulaire et du système
   musculaire des membres supérieurs et de la ceinture scapulaire.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une période
   prolongée tous les efforts et contraintes de niveau normal
   lies au port et a la manipulation d`armes, d`outils et de
   charges ainsi qu`a la manipulation d`engins, également en
   opérations.
  -Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités des membres supérieurs et de la ceinture
   scapulaire, sans retentissement anatomique ou fonctionnel et
   sans risque d`aggravation ou de complication par le fait du
   service.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protection
   lies a la qualite de militaire.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
S3 -La constitution déficiente ou l`état général des membres
   supérieurs et de la ceinture scapulaire ne permettent pas, même
   après entraînement, de supporter, éventuellement aussi pendant
   les opérations, des efforts et contraintes d`un niveau normal
   lies au port et a la manipulation d`armes, d`outils et de
   charges ainsi qu`a la manipulation d`engins, sans aide qui
   pourrait les compenser.
  -N`est pas apte pour la pratique régulière de l`escalade et la
   descente de pentes raides.
  -Apte néanmoins a produire un effort important pendant une
   période plus courte.
  -Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.
  -Présence de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités des membres supérieurs et de la ceinture
   scapulaire, sans retentissement anatomique ou fonctionnel
   sévère. Moyennant la prise de précautions nécessaires, il
   n`existe pas de risque notable d`aggravation ou de complication
   par le fait du service.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protection
   lies a la qualite de militaire. Ceux-ci peuvent être adaptes en
   fonction des déficiences spécifiques de l`intéressé.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition que l`intéressé soit employé dans une
   fonction adaptée et de faire usage de moyens de protection
   adaptes.
S4 -Ne peut supporter d`efforts importants lies au port et a la
   manipulation d`armes, d`outils et de charges ainsi qu`a la
   manipulation d`engins, même pendant une courte période ou
   moyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.
  -Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulation
   de charges.
  -Présence de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités des membres supérieurs et de la ceinture
   scapulaire ayant un retentissement, anatomique ou fonctionnel
   sévère ou avec un risque important d`aggravation ou de
   complication par le fait du service.
  -Les pathologies ci-dessus mentionnées constituent un risque
   calcule acceptable si l`on attribue a l`intéressé une fonction
   adaptée, le cas échéant complétée par d`autres mesures
   adéquates.
  -Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyens de
   protection.
  -Inapte pour une fonction de combat.
  -Apte pour des fonctions peu exigeantes sur le plan physique,
   éventuellement aussi pendant des opérations.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition que l`intéressé soit employé dans une
   fonction adaptée dans laquelle ce risque est minimal et de
   faire usage de moyens de protection adaptes.
S5 -Inapte pour toute fonction.
 I  
I1 -Robustesse au-dessus de la moyenne des membres inférieurs, de la
   ceinture pelvienne et de la colonne vertébrale sous
   l`articulation lombo-sacrée, confirmée par les résultats
   d`épreuves fonctionnelles et de mesures biométriques.
  -Developpement au-dessus de la moyenne du système osteo-
   articulaire et du système musculaire des membres inférieurs,
   de la ceinture pelvienne et de la colonne vertébrale sous
   l`articulation lombo-sacrée.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une période
   prolongée toutes les contraintes et efforts importants lies a
   la marche forcée, la course, le saut et l`escalade, également
   en opérations.
  -Peut rester en station debout de façon prolongée.
  -Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,
   de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités au niveau
   des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne et de la
   colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
I2 -Robustesse moyenne des membres inférieurs, de la ceinture
   pelvienne et de la colonne vertébrale sous l`articulation
   lombo-sacrée, confirmée par les résultats d`épreuves
   fonctionnelles et de mesures biométriques.
  -Developpement normal du système osteo-articulaire et du système
   musculaire des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne et
   de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée.
  -Est en état, après entraînement, de supporter durant une période
   prolongée tout effort et toute contrainte de niveau normal des
   membres inférieurs, de la ceinture pelvienne et de la colonne
   vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée, a la marche
   forcée, la course, le saut et l`escalade, également en
   opérations.
  -Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne
   et de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée,
   sans retentissement anatomique ou fonctionnel et sans risque
   d`aggravation ou de complication par le fait du service.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protection
   lies a la qualite de militaire.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition de faire usage de moyens de
   protection adaptes.
I3 -La constitution déficiente ou l`état général des membres
   inférieurs, de la ceinture pelvienne et de la colonne
   vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée, ne permettent pas,
   même après entraînement, de fournir des efforts et contraintes
   prolonges comme la marche forcée, la course, le saut et
   l`escalade, éventuellement aussi pendant opérations, sans aide
   qui pourrait les compenser.
  -N`est pas apte pour la pratique régulière de l`escalade et la
   descente de pentes raides.
  -Apte néanmoins a produire un effort intensif pendant une courte
   période.
  -Peut rester debout de façon prolongée.
  -Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.
  -Présence de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chronique ou
   d`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne
   et de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée,
   sans retentissement anatomique ou fonctionnel sévère. Moyennant
   la prise de précautions nécessaires, il n`existe pas de risque
   notable d`aggravation ou de complication par le fait du
   service.
  -Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de
   protection lies a la qualite de militaire. Ceux-ci peuvent être
   adaptes en fonction des déficiences spécifiques de l`intéressé.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pour
   son entourage a condition que l`intéressé soit employé dans une
   fonction adaptée et de faire usage de moyens de protection
   adaptes.
I4 -Ne peut supporter d`efforts et de contraintes tels que marche
   forcée, course, saut et escalade, même pendant une courte
   période ou moyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.
  -Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulation de
   charges.
  -Aptitude limitée a la station debout prolongée.
  -Présence de séquelles d`intervention chirurgicale ou
   d`accidents, de maladies, d`affections chroniques ou
   d`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne
   et de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée
   ayant un retentissement anatomique ou fonctionnel sévère ou
   avec un risque important d`aggravation ou de complication par
   le fait du service.
  -Les pathologies ci-dessus mentionnées constituent un risque
   calcule acceptable si l`on attribue a l`intéressé une fonction
   adaptée, le cas échéant complétée par d`autres mesures
   adéquates.
  -Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyens de
   protection.
  -Inapte pour une fonction de combat.
  -Apte pour des fonctions peu physiques, éventuellement aussi
   pendant des opérations.
  -Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou
   pour son entourage a condition que l`intéressé soit employé
   dans une fonction adaptée dans laquelle ce risque est minimal
   et de faire usage de moyens de protection adaptes.
I5 -Inapte pour toute fonction.
 V  
V1 -Acuité visuelle minimale de 10/10 pour les deux yeux
   simultanément et de 9/10 pour l`un et 7/10 pour l`autre oeil,
   sans correction. Champ visuel normal pour chaque oeil.
   Capacité visuelle binoculaire normale.
  -Pas d`héméralopie (seuil d`adaptation entre 10-4 et 10-5 asb).
V2 -Acuité visuelle minimale de 10/10 pour les deux yeux
   simultanément. L`acuité visuelle d`un oeil doit atteindre 7/10
   au moins et 3/10 a l`autre. Cette acuité visuelle minimale peut
   être obtenue après correction. Champ visuel normal pour chaque
   oeil. Capacité visuelle binoculaire normale après correction.
  -Pas d`héméralopie.
V3 -Acuité visuelle inférieure aux valeurs de V2, mais supérieure a
   5/10 après correction, pour les deux yeux simultanément.
   Troubles de l`acuité visuelle binoculaire. Strabisme inférieur
   a 10° d`angle, après correction. Champ visuel normal pour
   chaque oeil.
  -Pas d`héméralopie.
V4 -Une acuité visuelle minimale, de 5/10 pour les deux yeux
   simultanément et après correction. Champ visuel réduit de moins
   de 20°, petits scotomes.
  -Légère héméralopie (seuil d`adaptation entre 10-3 et 10-4 asb).
V5 -Acuité visuelle des deux yeux regardant ensemble, après
   correction, inférieure a 5/10.
  -Éventuellement présence d`autres déficiences.
  -Inapte pour toute fonction.
 C  
C1 -Perception normale des couleurs.
C2 -Trichromates anormaux : deuteranomalie et protanomalie.
C3 -Deuteranopie.
C4 -Protanopie.
C5 -Achromatopsie.
 A  
A1 -Perte moyenne (1) d`acuité auditive pour chaque oreille
   inférieure 15 décibels.
A2 -Perte moyenne (1) d`acuité auditive pour chaque oreille
   inférieure a 20 décibels.
A3 -Perte moyenne (1) d`acuité auditive inférieure a 30 décibels
   pour l`oreille la moins bonne et inférieure a 15 décibels pour
   l`autre oreille.
A4 -Les cas qui ne sont cotes ni sous Al, A2, A3 ou A5.
A5 -Perte moyenne (1) d`acuité auditive égale ou supérieure a 50
   décibels pour l`oreille la moins borne et égale ou supérieure
   a 40 décibels pour l`autre oreille.
 M  
M1 -Individus qui disposent des facultés mentales suffisantes pour
   arriver a exercer une fonction normale en relation avec leur
   aptitude physique.
M2 -Individus possédant des capacités mentales suffisantes pour
   arriver a exercer une fonction normale en rapport avec leur
   aptitude physique, mais pratiquement illettrés a la suite de
   circonstances particulières (maladie de longue durée,
   déménagements fréquents, etc).
M3 -Individus dont les capacités mentales sont insuffisantes pour
   arriver a exercer une fonction normale de combattant
   individuel, mais qui sont cependant aptes a des emplois
   comportant des taches simples (travaux de manutention ou de
   manoeuvre) et même lourdes, si leur état physique le permet.
M4 -Individus possédant une intelligence peu développée ou illettrés
   mais dont le cas ne relève pas de la débilité mentale, chez qui
   les capacités intellectuelles sont insuffisante pour exercer
   une fonction de combattant, même en défense et qui sont
   seulement aptes a exercer des fonctions et des taches simples.
M5 -Individus présentant l`une dos affections reprises sous le
   numéro 514 du tableau des affections et infirmités qui
   entraînent l`inaptitude au service comme militaire, en annexe A
   de l`arrêté royal du 11 mars 2003 fixant les critères
   d`aptitude médicale au service comme militaire.
 E  
E1 -Aucun signe de décompensation psychique dans le passe. La
   survenue d`éventuels incidents antérieurs ne sortent pas du
   cadre des troubles de l`adaptation. Le risque de la survenue
   d`une décompensation dans le futur semble très faible en
   toutes circonstances. L`adaptation est la règle courante malgré
   certaines réactions inefficaces dans la négociation des stimuli
   de la réalité. Rien dans l`examen ne permet de prévoir des
   difficultés d`adaptation a une quelconque fonction.
E2 -Les signes et/ou symptômes de décompensation psychique qui sont
   éventuellement survenus dans le passe présentent un caractère
   réactionnel a une situation spécifique. Ils restent cantonnes
   sur un plan secondaire et n`entravent pas le fonctionnement des
   mécanismes psychiques. Les risques de décompensation sont
   faibles, même dans des situations plus exigeantes que celles de
   la vie courante. L`adaptation est la règle de base, mais ceci
   vaut également pour les réactions plus ou moins inefficaces aux
   stimuli de la réalité. Il s`agit d`individus qui ont présente
   dans le passe des troubles caractériels ou émotionnels légers,
   ainsi que des individus qui ont, dans le passe, montre des
   signes modérément sévères de déséquilibre neurovegetatif ou
   psychomoteur mais dont les réactions psychiques sont
   actuellement normales. Malgré les réactions qui témoignent
   d`une efficacité limitée des processus psychiques, l`adaptation
   semble possible et même aisée pour des affectations normales eu
   égard a leur aptitude physique.
E3 -Des signes et/ou symptômes de décompensation psychique se sont
   présentes dans le passé. Ces signes sont restes limites dans le
   temps et/ou en intensité, de même que dans leurs conséquences
   sur l`adaptation de l`individu a la réalité courante. Les
   risques de décompensation existent, mais seulement lorsque les
   stimuli externes dépassent le cadre d`une réalité courante et
   peu exigeante. Lorsqu`une capacité d`adaptation existe encore,
   les processus psychiques sont suffisamment efficaces mais
   restent fragiles et ces individus laissent apparaître d`une
   manière patente leur vulnérabilité aux stimulis externes. Ce
   sont des individus ayant présente dans le passe des troubles
   sévères par leur durée ou leur intensité, mais pas a
   connotation, névrotique ou bien qui présentent actuellement
   des troubles légers.
  -L`examen clinique laisse prévoir chez ces individus, avec une
   probabilité suffisante, une adaptation satisfaisante a des
   fonctions normales qui ne requièrent pas d`exigences
   particulières. Par contre, cet examen clinique fait apparaître
   de façon prévisible une inadaptation aux fonctions impliquant
   l`exercice d`un commandement, l`exercice de responsabilités
   personnelles importantes, l`acquisition de qualifications
   complexes, une exposition a des situations psychiquement
   pénibles, telles que des efforts soutenus ou importants, une
   cadence a respecter, des privations, un inconfort, etc.
  -Un facteur E3 contre-indique les spécialisations et
   qualifications très poussées.
E4 -Des signes et/ou symptômes de décompensation psychique sont
   survenus dans le passe. Des risques importants de
   décompensation existent, même dans les situations de la réalité
   quotidienne. Dans le cadre d`une capacité d`adaptation encore
   existante, l`efficacité des processus psychiques est très
   faible et très vulnérable. Il s`agit d`individus qui présentent
   ou qui ont présente des troubles caractériels ou névrotiques,
   ou une vulnérable émotionnelle, limitant leur capacité
   d`adaptation, ce qui les rend incapables d`adapter leur
   comportement lorsqu`ils sont confrontes a des situations
   dynamiques compliquées et génératrices de stress. Ils sont
   incapables de prendre des décisions urgentes et d`endosser des
   responsabilités importantes. Ils ont souvent présente des
   plaintes psychosomatiques diverses (céphalées, palpitations,
   lipothymie, troubles digestifs, etc). Ils présentent des
   plaintes de sante vagues, parfois des épisodes
   d`énurésie tardive, une
   interruption dans leurs études durant plusieurs semaines qui
   est attribuée a un surmenage ou a une dépression. Ils ont
   change fréquemment de profession par manque d`adaptabilité ou
   en raison de leur infantilisme, d`anxiété, etc. L`examen
   clinique laisse prévoir une inadaptation aux fonctions
   militaires, exceptées les fonctions routinière ou qui sont
   soumises a des contrôles réguliers.
E5 -Des signes et/ou des symptômes de décompensation psychique se
   sont manifestes de manière indubitable dans le passe. Des
   risques importants de décompensation existent, même dans des
   situations de la réalité quotidienne. La vulnérabilité est
   extrême et la décompensation n`est évitée qu`a la limite.
   L`examen clinique permet de prévoir une inadaptation pour
   toute fonction militaire.
  -Un facteur E5 entraîne l`inaptitude pour toute fonction. Il est
   donc attribue a des individus qui ont présente des troubles
   mentaux manifestes comme ceux qui sont repris sous les numéros
   511, 512, 513 et 515 du tableau des affections et infirmités
   qui entraînent l`inaptitude au service comme militaire, en
   annexe A de l`arrêté royal du 11 mars 2003 fixant les critères
   d`aptitude médicale au service comme militaire.
(1) Par perte moyenne, il faut comprendre la moyenne des pertes d`acuité
auditive dans les fréquences 500, 1000 et 2000 Hertz (audiométrie
suivant les normes ISO).
FacteurSignificationPP1-Robustesse de constitution au-dessus de la moyenne, confirméepar les résultats d`épreuves fonctionnelles et de mesuresbiométriques.-Developpement au-dessus de la moyenne du systèmeostéo-articulaire et du système musculaire, y compris celui dela paroi abdominale.-Est en état, après entraînement, de supporter durant unepériode prolongée toutes les contraintes et effortsimportants, également en opérations.-Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités.-Apte a la conduite de tout véhicule.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.P2-Robustesse de constitution moyenne confirmée par lesrésultats d`épreuves fonctionnelles et de mesures biométriques.-Developpement normal du système ostéo-articulaire, et du systèmemusculaire, y compris celui de la paroi abdominale.-Est en état, après entraînement, de supporter durant unepériode prolongée tous les efforts et contraintes de niveaunormal, également en opérations.-Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicaleou d`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités, sans retentissement anatomique ou fonctionnel etsans risque d`aggravation ou de complication par le faitdu service.-Apte a la conduite de tout véhicule, également en présence d`uneinaptitude ressortissant a d`autres facteurs du profil médicalou a une pathologie spécifique décrite dans la législationrelative au permis de conduire.-Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protectionlies a la qualite de militaire.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage, a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.P3-La constitution déficiente ou l`état général ne permettent pas,même après entraînement, de supporter pendant une périodeprolongée des efforts et des contraintes d`un niveau normal,éventuellement aussi pendant les opérations, sans aide quipourrait les compenser.-Apte néanmoins a produire un effort important pendant unepériode plus courte.-Peut garder la station debout de façon prolongée.-Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.-Présence de séquelles d`interventions chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités, sans retentissement anatomique ou fonctionnelsévère. Moyennant la prise de précautions nécessaires, iln`existe pas de risque notable d`aggravation ou decomplication par le fait du service.-Apte a la conduite de tout véhicule, y compris des véhiculesblindes, également en présence d`une inaptitude ressortissanta d`autres facteurs du profil médical ou a une pathologiespécifique décrite dans la législation relative au permis deconduire.-Apte a porter toutes pièces d`équipements et moyens deprotection lies a la qualite de militaires. Ces dernierspeuvent être adaptes en fonction des déficiences spécifiquesde l`intéresse.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition que l`intéressé soit employé dans unefonction adaptée et de faire usage de moyens de protectionadaptes.P4-Ne peut supporter d`efforts importants, même pendant une courtepériode ou moyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.-Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulationde charges.-Aptitude limitée a la station debout prolongée.-Présence de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affection chroniques oud`infirmités ayant un retentissement anatomique oufonctionnel sévère ou avec un risque important d`aggravationou de complication par le fait du service.-Les pathologies ci-dessus constituent un risque calculeacceptable si l`on attribue a l`intéresse une fonction adaptée,le cas échéant complète par d`autres mesures adéquates.-Éventuellement apte à la conduite de véhicules légers, égalementen présence d`une inaptitude ressortissant a d`autres facteursdu profil médical ou a une pathologie spécifique décrite dansla législation relative au permis de conduire.-Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyensde protection.-Apte pour des fonctions peu exigeantes sur le plan physique,éventuellement aussi pendant des opérations.-Constitue un risque acceptable pour lui-même et/ou pour sonentourage a condition que l`intéressé soit employé dans unefonction adaptée dans laquelle ce risque est minimal et defaire usage de moyens de protection adaptes.P5-Inapte pour toute fonction.SS1-Robustesse des membres supérieurs et de la ceinture scapulaireau-dessus de la moyenne, confirmée par les résultats d`épreuvesfonctionnelles et de mesures biométriques.-Developpement au-dessus de la moyenne du systèmeosteo-articulaire et du système musculaire des membressupérieurs et de la ceinture scapulaire.-Est en état, après entraînement, de supporter durant une périodeprolongée toutes les contraintes et efforts importants lies auport et a la manipulation d`armes, d`outils et de charges ainsiqu`a la manipulation d`engins, également en opérations.-Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités au niveaudes membres supérieurs et de la ceinture scapulaire.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.S2-Robustesse de constitution moyenne des membres supérieurs et dela ceinture scapulaire, confirmée par les résultats d`épreuvesfonctionnelles et de mesures biométriques.-Developpement normal du système osteo-articulaire et du systèmemusculaire des membres supérieurs et de la ceinture scapulaire.-Est en état, après entraînement, de supporter durant une périodeprolongée tous les efforts et contraintes de niveau normallies au port et a la manipulation d`armes, d`outils et decharges ainsi qu`a la manipulation d`engins, également enopérations.-Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités des membres supérieurs et de la ceinturescapulaire, sans retentissement anatomique ou fonctionnel etsans risque d`aggravation ou de complication par le fait duservice.-Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protectionlies a la qualite de militaire.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.S3-La constitution déficiente ou l`état général des membressupérieurs et de la ceinture scapulaire ne permettent pas, mêmeaprès entraînement, de supporter, éventuellement aussi pendantles opérations, des efforts et contraintes d`un niveau normallies au port et a la manipulation d`armes, d`outils et decharges ainsi qu`a la manipulation d`engins, sans aide quipourrait les compenser.-N`est pas apte pour la pratique régulière de l`escalade et ladescente de pentes raides.-Apte néanmoins a produire un effort important pendant unepériode plus courte.-Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.-Présence de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités des membres supérieurs et de la ceinturescapulaire, sans retentissement anatomique ou fonctionnelsévère. Moyennant la prise de précautions nécessaires, iln`existe pas de risque notable d`aggravation ou de complicationpar le fait du service.-Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protectionlies a la qualite de militaire. Ceux-ci peuvent être adaptes enfonction des déficiences spécifiques de l`intéressé.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition que l`intéressé soit employé dans unefonction adaptée et de faire usage de moyens de protectionadaptes.S4-Ne peut supporter d`efforts importants lies au port et a lamanipulation d`armes, d`outils et de charges ainsi qu`a lamanipulation d`engins, même pendant une courte période oumoyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.-Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulationde charges.-Présence de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités des membres supérieurs et de la ceinturescapulaire ayant un retentissement, anatomique ou fonctionnelsévère ou avec un risque important d`aggravation ou decomplication par le fait du service.-Les pathologies ci-dessus mentionnées constituent un risquecalcule acceptable si l`on attribue a l`intéressé une fonctionadaptée, le cas échéant complétée par d`autres mesuresadéquates.-Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyens deprotection.-Inapte pour une fonction de combat.-Apte pour des fonctions peu exigeantes sur le plan physique,éventuellement aussi pendant des opérations.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition que l`intéressé soit employé dans unefonction adaptée dans laquelle ce risque est minimal et defaire usage de moyens de protection adaptes.S5-Inapte pour toute fonction.II1-Robustesse au-dessus de la moyenne des membres inférieurs, de laceinture pelvienne et de la colonne vertébrale sousl`articulation lombo-sacrée, confirmée par les résultatsd`épreuves fonctionnelles et de mesures biométriques.-Developpement au-dessus de la moyenne du système osteo-articulaire et du système musculaire des membres inférieurs,de la ceinture pelvienne et de la colonne vertébrale sousl`articulation lombo-sacrée.-Est en état, après entraînement, de supporter durant une périodeprolongée toutes les contraintes et efforts importants lies ala marche forcée, la course, le saut et l`escalade, égalementen opérations.-Peut rester en station debout de façon prolongée.-Absence de séquelles d`intervention chirurgicale ou d`accidents,de maladies, d`affections chroniques ou d`infirmités au niveaudes membres inférieurs, de la ceinture pelvienne et de lacolonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.I2-Robustesse moyenne des membres inférieurs, de la ceinturepelvienne et de la colonne vertébrale sous l`articulationlombo-sacrée, confirmée par les résultats d`épreuvesfonctionnelles et de mesures biométriques.-Developpement normal du système osteo-articulaire et du systèmemusculaire des membres inférieurs, de la ceinture pelvienne etde la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée.-Est en état, après entraînement, de supporter durant une périodeprolongée tout effort et toute contrainte de niveau normal desmembres inférieurs, de la ceinture pelvienne et de la colonnevertébrale sous l`articulation lombo-sacrée, a la marcheforcée, la course, le saut et l`escalade, également enopérations.-Présence éventuelle de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienneet de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée,sans retentissement anatomique ou fonctionnel et sans risqued`aggravation ou de complication par le fait du service.-Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens de protectionlies a la qualite de militaire.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition de faire usage de moyens deprotection adaptes.I3-La constitution déficiente ou l`état général des membresinférieurs, de la ceinture pelvienne et de la colonnevertébrale sous l`articulation lombo-sacrée, ne permettent pas,même après entraînement, de fournir des efforts et contraintesprolonges comme la marche forcée, la course, le saut etl`escalade, éventuellement aussi pendant opérations, sans aidequi pourrait les compenser.-N`est pas apte pour la pratique régulière de l`escalade et ladescente de pentes raides.-Apte néanmoins a produire un effort intensif pendant une courtepériode.-Peut rester debout de façon prolongée.-Apte au soulèvement, au port et a la manipulation de charges.-Présence de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chronique oud`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienneet de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacrée,sans retentissement anatomique ou fonctionnel sévère. Moyennantla prise de précautions nécessaires, il n`existe pas de risquenotable d`aggravation ou de complication par le fait duservice.-Apte a porter toutes pièces d`équipement et moyens deprotection lies a la qualite de militaire. Ceux-ci peuvent êtreadaptes en fonction des déficiences spécifiques de l`intéressé.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/ou pourson entourage a condition que l`intéressé soit employé dans unefonction adaptée et de faire usage de moyens de protectionadaptes.I4-Ne peut supporter d`efforts et de contraintes tels que marcheforcée, course, saut et escalade, même pendant une courtepériode ou moyennant la mise a disposition d`une aide adaptée.-Aptitude limitée au soulèvement, au port et a la manipulation decharges.-Aptitude limitée a la station debout prolongée.-Présence de séquelles d`intervention chirurgicale oud`accidents, de maladies, d`affections chroniques oud`infirmités des membres inférieurs, de la ceinture pelvienneet de la colonne vertébrale sous l`articulation lombo-sacréeayant un retentissement anatomique ou fonctionnel sévère ouavec un risque important d`aggravation ou de complication parle fait du service.-Les pathologies ci-dessus mentionnées constituent un risquecalcule acceptable si l`on attribue a l`intéressé une fonctionadaptée, le cas échéant complétée par d`autres mesuresadéquates.-Inapte au port de certaines pièces d`équipement ou de moyens deprotection.-Inapte pour une fonction de combat.-Apte pour des fonctions peu physiques, éventuellement aussipendant des opérations.-Constitue un risque calcule acceptable pour lui-même et/oupour son entourage a condition que l`intéressé soit employédans une fonction adaptée dans laquelle ce risque est minimalet de faire usage de moyens de protection adaptes.I5-Inapte pour toute fonction.VV1-Acuité visuelle minimale de 10/10 pour les deux yeuxsimultanément et de 9/10 pour l`un et 7/10 pour l`autre oeil,sans correction. Champ visuel normal pour chaque oeil.Capacité visuelle binoculaire normale.-Pas d`héméralopie (seuil d`adaptation entre 10-4 et 10-5 asb).V2-Acuité visuelle minimale de 10/10 pour les deux yeuxsimultanément. L`acuité visuelle d`un oeil doit atteindre 7/10au moins et 3/10 a l`autre. Cette acuité visuelle minimale peutêtre obtenue après correction. Champ visuel normal pour chaqueoeil. Capacité visuelle binoculaire normale après correction.-Pas d`héméralopie.V3-Acuité visuelle inférieure aux valeurs de V2, mais supérieure a5/10 après correction, pour les deux yeux simultanément.Troubles de l`acuité visuelle binoculaire. Strabisme inférieura 10° d`angle, après correction. Champ visuel normal pourchaque oeil.-Pas d`héméralopie.V4-Une acuité visuelle minimale, de 5/10 pour les deux yeuxsimultanément et après correction. Champ visuel réduit de moinsde 20°, petits scotomes.-Légère héméralopie (seuil d`adaptation entre 10-3 et 10-4 asb).V5-Acuité visuelle des deux yeux regardant ensemble, aprèscorrection, inférieure a 5/10.-Éventuellement présence d`autres déficiences.-Inapte pour toute fonction.CC1-Perception normale des couleurs.C2-Trichromates anormaux : deuteranomalie et protanomalie.C3-Deuteranopie.C4-Protanopie.C5-Achromatopsie.AA1-Perte moyenne (1) d`acuité auditive pour chaque oreilleinférieure 15 décibels.A2-Perte moyenne (1) d`acuité auditive pour chaque oreilleinférieure a 20 décibels.A3-Perte moyenne (1) d`acuité auditive inférieure a 30 décibelspour l`oreille la moins bonne et inférieure a 15 décibels pourl`autre oreille.A4-Les cas qui ne sont cotes ni sous Al, A2, A3 ou A5.A5-Perte moyenne (1) d`acuité auditive égale ou supérieure a 50décibels pour l`oreille la moins borne et égale ou supérieurea 40 décibels pour l`autre oreille.MM1-Individus qui disposent des facultés mentales suffisantes pourarriver a exercer une fonction normale en relation avec leuraptitude physique.M2-Individus possédant des capacités mentales suffisantes pourarriver a exercer une fonction normale en rapport avec leuraptitude physique, mais pratiquement illettrés a la suite decirconstances particulières (maladie de longue durée,déménagements fréquents, etc).M3-Individus dont les capacités mentales sont insuffisantes pourarriver a exercer une fonction normale de combattantindividuel, mais qui sont cependant aptes a des emploiscomportant des taches simples (travaux de manutention ou demanoeuvre) et même lourdes, si leur état physique le permet.M4-Individus possédant une intelligence peu développée ou illettrésmais dont le cas ne relève pas de la débilité mentale, chez quiles capacités intellectuelles sont insuffisante pour exercerune fonction de combattant, même en défense et qui sontseulement aptes a exercer des fonctions et des taches simples.M5-Individus présentant l`une dos affections reprises sous lenuméro 514 du tableau des affections et infirmités quientraînent l`inaptitude au service comme militaire, en annexe Ade l`arrêté royal du 11 mars 2003 fixant les critèresd`aptitude médicale au service comme militaire.EE1-Aucun signe de décompensation psychique dans le passe. Lasurvenue d`éventuels incidents antérieurs ne sortent pas ducadre des troubles de l`adaptation. Le risque de la survenued`une décompensation dans le futur semble très faible entoutes circonstances. L`adaptation est la règle courante malgrécertaines réactions inefficaces dans la négociation des stimulide la réalité. Rien dans l`examen ne permet de prévoir desdifficultés d`adaptation a une quelconque fonction.E2-Les signes et/ou symptômes de décompensation psychique qui sontéventuellement survenus dans le passe présentent un caractèreréactionnel a une situation spécifique. Ils restent cantonnessur un plan secondaire et n`entravent pas le fonctionnement desmécanismes psychiques. Les risques de décompensation sontfaibles, même dans des situations plus exigeantes que celles dela vie courante. L`adaptation est la règle de base, mais cecivaut également pour les réactions plus ou moins inefficaces auxstimuli de la réalité. Il s`agit d`individus qui ont présentedans le passe des troubles caractériels ou émotionnels légers,ainsi que des individus qui ont, dans le passe, montre dessignes modérément sévères de déséquilibre neurovegetatif oupsychomoteur mais dont les réactions psychiques sontactuellement normales. Malgré les réactions qui témoignentd`une efficacité limitée des processus psychiques, l`adaptationsemble possible et même aisée pour des affectations normales euégard a leur aptitude physique.E3-Des signes et/ou symptômes de décompensation psychique se sontprésentes dans le passé. Ces signes sont restes limites dans letemps et/ou en intensité, de même que dans leurs conséquencessur l`adaptation de l`individu a la réalité courante. Lesrisques de décompensation existent, mais seulement lorsque lesstimuli externes dépassent le cadre d`une réalité courante etpeu exigeante. Lorsqu`une capacité d`adaptation existe encore,les processus psychiques sont suffisamment efficaces maisrestent fragiles et ces individus laissent apparaître d`unemanière patente leur vulnérabilité aux stimulis externes. Cesont des individus ayant présente dans le passe des troublessévères par leur durée ou leur intensité, mais pas aconnotation, névrotique ou bien qui présentent actuellementdes troubles légers.-L`examen clinique laisse prévoir chez ces individus, avec uneprobabilité suffisante, une adaptation satisfaisante a desfonctions normales qui ne requièrent pas d`exigencesparticulières. Par contre, cet examen clinique fait apparaîtrede façon prévisible une inadaptation aux fonctions impliquantl`exercice d`un commandement, l`exercice de responsabilitéspersonnelles importantes, l`acquisition de qualificationscomplexes, une exposition a des situations psychiquementpénibles, telles que des efforts soutenus ou importants, unecadence a respecter, des privations, un inconfort, etc.-Un facteur E3 contre-indique les spécialisations etqualifications très poussées.E4-Des signes et/ou symptômes de décompensation psychique sontsurvenus dans le passe. Des risques importants dedécompensation existent, même dans les situations de la réalitéquotidienne. Dans le cadre d`une capacité d`adaptation encoreexistante, l`efficacité des processus psychiques est trèsfaible et très vulnérable. Il s`agit d`individus qui présententou qui ont présente des troubles caractériels ou névrotiques,ou une vulnérable émotionnelle, limitant leur capacitéd`adaptation, ce qui les rend incapables d`adapter leurcomportement lorsqu`ils sont confrontes a des situationsdynamiques compliquées et génératrices de stress. Ils sontincapables de prendre des décisions urgentes et d`endosser desresponsabilités importantes. Ils ont souvent présente desplaintes psychosomatiques diverses (céphalées, palpitations,lipothymie, troubles digestifs, etc). Ils présentent desplaintes de sante vagues, parfois des épisodesd`énurésie tardive, uneinterruption dans leurs études durant plusieurs semaines quiest attribuée a un surmenage ou a une dépression. Ils ontchange fréquemment de profession par manque d`adaptabilité ouen raison de leur infantilisme, d`anxiété, etc. L`examenclinique laisse prévoir une inadaptation aux fonctionsmilitaires, exceptées les fonctions routinière ou qui sontsoumises a des contrôles réguliers.E5-Des signes et/ou des symptômes de décompensation psychique sesont manifestes de manière indubitable dans le passe. Desrisques importants de décompensation existent, même dans dessituations de la réalité quotidienne. La vulnérabilité estextrême et la décompensation n`est évitée qu`a la limite.L`examen clinique permet de prévoir une inadaptation pourtoute fonction militaire.-Un facteur E5 entraîne l`inaptitude pour toute fonction. Il estdonc attribue a des individus qui ont présente des troublesmentaux manifestes comme ceux qui sont repris sous les numéros511, 512, 513 et 515 du tableau des affections et infirmitésqui entraînent l`inaptitude au service comme militaire, enannexe A de l`arrêté royal du 11 mars 2003 fixant les critèresd`aptitude médicale au service comme militaire.(1) Par perte moyenne, il faut comprendre la moyenne des pertes d`acuitéauditive dans les fréquences 500, 1000 et 2000 Hertz (audiométriesuivant les normes ISO).
Art. N2. <KB 1997-03-18/41, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-05-1997> Bijlage 2. De beoordeling van de verschillende factoren bepaald in artikel 3bis wordt als volgt vastgesteld :
Art. N2. <AR 1997-03-18/41, art. 3, 008; En vigueur : 09-05-1997> Annexe 2. La notation des différents facteurs visés à l'article 3bis s'établit de la façon suivante :
FactorG :
CijferBetekenis
1Geschikt voor de duikoperaties beschreven in een reglement,
 vastgelegd door de chef van de generale staf en voor de
 dienst op zee zonder beperking inzake type schip, aard,
 duur en frequentie van de vaaropdrachten, noch inzake
 medische steun
2Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzake
 type schip, aard, duur en frequentie van de
 vaaropdrachten, noch inzake medische steun
3Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzake
 type schip, aard, duur en frequentie van de
 vaaropdrachten, op voorwaarde dat de tussenkomst van een
 geneesheer binnen de 24 uren mogelijk blijft
4Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzake
 type schip, aard, duur en frequentie van de
 vaaropdrachten, op voorwaarde dat de opname in een
 ziekenhuis binnen de 6 uren mogelijk blijft
5Ongeschikt voor de dienst op zee
FactorY :
CijferBetekenis
1Minimum gezichtsscherpte van 7/10 voor elk oog zonder
 optische correctie en van 10/10 voor elk oog met optische
 correctie
 Normaal binoculair zicht, eventueel met optische correctie
 Normaal gezichtsveld voor elk oog
 Geen hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-4 en 10-5 asb)
2Minimum gezichtsscherpte van 10/10 voor elk oog met optische
 correctie
 De brekingsafwijking bedraagt voor elk oog niet meer dan
 vier dioptrieen voor de meest ametrope meridiaan
 (breking gemeten onder cycloplegie)
 Normaal binoculair zicht met optische correctie
 Normaal gezichtsveld voor elk oog
 Geen hemeralopie
3Minimumgezichtsscherpte van 5/10 voor elk oog,
 eventueel met optische correctie. Met beide ogen
 kijkend moet de gezichtsscherpte minstens 7/10
 bedragen, eventueel met optische correctie
 De brekingsafwijking bedraagt voor elk oog niet meer dan
 zes dioptrieen voor de meest ametrope meridiaan
 (breking gemeten onder cycloplegie)
 Afwezigheid van elke vorm van strabisme
 Normaal gezichtsveld voor elk oog
 Geen hemeralopie
4De gevallen die niet onder 1, 2, 3 of 5 vallen
5Gezichtsscherpte voor een oog kleiner dan 1/20
 zonder optische correctie
 Gebreken onverenigbaar met de militaire dienst (V5)
 Ongeschiktheid voor de dienst op zee
FactorK :
CijferBetekenis
1Normale kleurenperceptie (correctie aflezing van de
 ISHIHARA-platen en van de TRITAN-plaat van Farnsworth)
2Zeer licht gestoorde kleurenperceptie (ISHIHARA gestoord;
 AO H-R-R : enkel fouten in de eerste zes testplaten;
 Panel D-15 : enkel verwisselingen tussen naast elkaar
 gelegen kleurdoppen)
3De gevallen die niet onder 1, 2, 4 of 5 vallen
4Protanopie
5Achromatopsie; ongeschikt voor de dienst
FactorO* :
CijferBetekenis
1Het verlies is voor elk oor niet groter dan 10 dB op
 elk van de frequenties 250, 500, 1 000, 2 000 en
 3 000 Hz en niet groter dan 20 dB op elk van de
 frequenties 4 000, 6 000 en 8 000 Hz
2Het verlies is voor elk oor niet groter dan 15 dB op elk van
 de frequenties 250, 500, 1 000, 2 000 en 3 000 Hz.
 Voor de frequenties 4 000, 6 000 en 8 000 Hz mag de
 som bekomen door het optellen van de twee slechtste
 uitslagen van elk oor 160 dB niet overschrijden
3Het gemiddelde van de verliezen op de frequenties
 1 000, 2 000 en 3 000 Hz is kleiner dan 30 dB voor elk oor
 afzonderlijk
4De gevallen die niet onder 1, 2, 3 of 5 vallen
5Het gemiddelde van de verliezen op de frequenties
 1 000, 2 000 en 3 000 Hz is groter dan 30 dB voor elk oor
 afzonderlijk. Ongeschikt voor de dienst op zee
FactorG :CijferBetekenis1Geschikt voor de duikoperaties beschreven in een reglement,vastgelegd door de chef van de generale staf en voor dedienst op zee zonder beperking inzake type schip, aard,duur en frequentie van de vaaropdrachten, noch inzakemedische steun2Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzaketype schip, aard, duur en frequentie van devaaropdrachten, noch inzake medische steun3Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzaketype schip, aard, duur en frequentie van devaaropdrachten, op voorwaarde dat de tussenkomst van eengeneesheer binnen de 24 uren mogelijk blijft4Geschikt voor de dienst op zee zonder beperkingen inzaketype schip, aard, duur en frequentie van devaaropdrachten, op voorwaarde dat de opname in eenziekenhuis binnen de 6 uren mogelijk blijft5Ongeschikt voor de dienst op zeeFactorY :CijferBetekenis1Minimum gezichtsscherpte van 7/10 voor elk oog zonderoptische correctie en van 10/10 voor elk oog met optischecorrectieNormaal binoculair zicht, eventueel met optische correctieNormaal gezichtsveld voor elk oogGeen hemeralopie (adaptatiedrempel tussen 10-4 en 10-5 asb)2Minimum gezichtsscherpte van 10/10 voor elk oog met optischecorrectieDe brekingsafwijking bedraagt voor elk oog niet meer danvier dioptrieen voor de meest ametrope meridiaan(breking gemeten onder cycloplegie)Normaal binoculair zicht met optische correctieNormaal gezichtsveld voor elk oogGeen hemeralopie3Minimumgezichtsscherpte van 5/10 voor elk oog,eventueel met optische correctie. Met beide ogenkijkend moet de gezichtsscherpte minstens 7/10bedragen, eventueel met optische correctieDe brekingsafwijking bedraagt voor elk oog niet meer danzes dioptrieen voor de meest ametrope meridiaan(breking gemeten onder cycloplegie)Afwezigheid van elke vorm van strabismeNormaal gezichtsveld voor elk oogGeen hemeralopie4De gevallen die niet onder 1, 2, 3 of 5 vallen5Gezichtsscherpte voor een oog kleiner dan 1/20zonder optische correctieGebreken onverenigbaar met de militaire dienst (V5)Ongeschiktheid voor de dienst op zeeFactorK :CijferBetekenis1Normale kleurenperceptie (correctie aflezing van deISHIHARA-platen en van de TRITAN-plaat van Farnsworth)2Zeer licht gestoorde kleurenperceptie (ISHIHARA gestoord;AO H-R-R : enkel fouten in de eerste zes testplaten;Panel D-15 : enkel verwisselingen tussen naast elkaargelegen kleurdoppen)3De gevallen die niet onder 1, 2, 4 of 5 vallen4Protanopie5Achromatopsie; ongeschikt voor de dienstFactorO* :CijferBetekenis1Het verlies is voor elk oor niet groter dan 10 dB opelk van de frequenties 250, 500, 1 000, 2 000 en3 000 Hz en niet groter dan 20 dB op elk van defrequenties 4 000, 6 000 en 8 000 Hz2Het verlies is voor elk oor niet groter dan 15 dB op elk vande frequenties 250, 500, 1 000, 2 000 en 3 000 Hz.Voor de frequenties 4 000, 6 000 en 8 000 Hz mag desom bekomen door het optellen van de twee slechtsteuitslagen van elk oor 160 dB niet overschrijden3Het gemiddelde van de verliezen op de frequenties1 000, 2 000 en 3 000 Hz is kleiner dan 30 dB voor elk oorafzonderlijk4De gevallen die niet onder 1, 2, 3 of 5 vallen5Het gemiddelde van de verliezen op de frequenties1 000, 2 000 en 3 000 Hz is groter dan 30 dB voor elk oorafzonderlijk. Ongeschikt voor de dienst op zee
FacteurG :
ChiffreSignification
1Apte aux opérations de plongée décrites dans un règlement
 arrêté par le chef de l'état-major général et au service en
 mer sans limitation quant au type de navire, a la
 nature, durée ou fréquence des missions en mer,
 ni quant au support médical
2Apte au service en mer sans limitation quant au type de
 navire, a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,
 ni quant au support médical
3Apte au service en mer sans limitation quant au type de navire,
 a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,
 a condition que l'intervention d'un médecin reste
 possible dans les 24 heures
4Apte au service en mer sans limitation quant au type de
 navire, a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,
 a condition qu'une hospitalisation reste possible dans les
 6 heures
5Inapte au service en mer
FacteurY :
ChiffreSignification
1Acuité visuelle minimum de 7/10 pour chaque oeil sans
 correction optique et de 10/10 pour chaque oeil avec
 correction optique
 Vision binoculaire normale, éventuellement avec
 correction optique
 Champ visuel normal a chaque oeil
 Absence d'héméralopie (seuil d'adaptation entre 10-4 et 10-5 asb)
2Acuité visuelle minimum de 10/10 pour chaque oeil
 avec correction optique
 L'écart de réfraction de chaque oeil ne s'élève pas a
 plus de quatre dioptries pour le méridien le
 plus amétrope (réfraction mesurée sous cycloplegie)
 Vision binoculaire normale avec correction optique
 Champ visuel normal a chaque oeil
 Absence d'héméralopie
3Acuité visuelle minimum de 5/10 pour chaque oeil,
 éventuellement avec correction optique. En regardant des
 deux yeux, l'acuité visuelle doit s'élever au moins a
 7/10, éventuellement avec correction optique
 L'écart de réfraction de chaque oeil ne s'élève pas a
 plus de six dioptries pour le méridien le plus amétrope
 (réfraction mesurée sous cycloplegie)
 Absence de toute forme de strabisme
 Champ visuel normal a chaque oeil
 Absence d'héméralopie
4Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 3 ou 5
5Acuité visuelle pour un oeil inférieure a 1/20 sans
 correction optique
 Défauts incompatibles avec le service militaire (V5)
 Inapte au service en mer
FacteurK :
ChiffreSignification
1Perception normale des couleurs (lecture correcte des
 planches d'ISHIHARA et de la planche TRITAN de Farnsworth)
2Perception des couleurs très légèrement perturbée
 (ISHIHARA perturbe; AO H-R-R : fautes uniquement dans les
 six premières planches de test; Panel D-15 : des échanges
 uniquement parmi les pastilles de couleur voisines)
3Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 4 ou 5
4Protanopie
5Achromatopsie; inapte au service en mer
FacteurO* :
ChiffreSignification
1La perte pour chacune des oreilles ne s'élève pas a plus de 10 dB
 sur chacune des fréquences de 250, 500, 1 000, 2 000 et
 3 000 Hz et a plus de 20 dB sur chacune des fréquences de
 4 000, 6 000 et 8 000 Hz
2La perte pour chaque oreille ne s'élève pas a plus de 15 dB sur
 chacune des fréquences de 250, 500, 1 000, 2 000 et
 3 000 Hz. La somme obtenue en additionnant les deux
 résultats les plus mauvais de chaque oreille aux
 fréquences 4 000, 6 000 et 8 000 Hz ne peut pas dépasser
 160 dB
3La moyenne des pertes aux fréquences 1 000, 2 000 et
 3 000 Hz est inférieure a 30 dB pour chacune des oreilles
4Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 3 ou 5
5La moyenne des pertes aux fréquences 1 000, 2 000 et
 3 000 Hz est supérieure a 30 dB pour chacune des
 oreilles. Inapte au service en mer
FacteurG :ChiffreSignification1Apte aux opérations de plongée décrites dans un règlementarrêté par le chef de l'état-major général et au service enmer sans limitation quant au type de navire, a lanature, durée ou fréquence des missions en mer,ni quant au support médical2Apte au service en mer sans limitation quant au type denavire, a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,ni quant au support médical3Apte au service en mer sans limitation quant au type de navire,a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,a condition que l'intervention d'un médecin restepossible dans les 24 heures4Apte au service en mer sans limitation quant au type denavire, a la nature, durée ou fréquence des missions en mer,a condition qu'une hospitalisation reste possible dans les6 heures5Inapte au service en merFacteurY :ChiffreSignification1Acuité visuelle minimum de 7/10 pour chaque oeil sanscorrection optique et de 10/10 pour chaque oeil aveccorrection optiqueVision binoculaire normale, éventuellement aveccorrection optiqueChamp visuel normal a chaque oeilAbsence d'héméralopie (seuil d'adaptation entre 10-4 et 10-5 asb)2Acuité visuelle minimum de 10/10 pour chaque oeilavec correction optiqueL'écart de réfraction de chaque oeil ne s'élève pas aplus de quatre dioptries pour le méridien leplus amétrope (réfraction mesurée sous cycloplegie)Vision binoculaire normale avec correction optiqueChamp visuel normal a chaque oeilAbsence d'héméralopie3Acuité visuelle minimum de 5/10 pour chaque oeil,éventuellement avec correction optique. En regardant desdeux yeux, l'acuité visuelle doit s'élever au moins a7/10, éventuellement avec correction optiqueL'écart de réfraction de chaque oeil ne s'élève pas aplus de six dioptries pour le méridien le plus amétrope(réfraction mesurée sous cycloplegie)Absence de toute forme de strabismeChamp visuel normal a chaque oeilAbsence d'héméralopie4Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 3 ou 55Acuité visuelle pour un oeil inférieure a 1/20 sanscorrection optiqueDéfauts incompatibles avec le service militaire (V5)Inapte au service en merFacteurK :ChiffreSignification1Perception normale des couleurs (lecture correcte desplanches d'ISHIHARA et de la planche TRITAN de Farnsworth)2Perception des couleurs très légèrement perturbée(ISHIHARA perturbe; AO H-R-R : fautes uniquement dans lessix premières planches de test; Panel D-15 : des échangesuniquement parmi les pastilles de couleur voisines)3Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 4 ou 54Protanopie5Achromatopsie; inapte au service en merFacteurO* :ChiffreSignification1La perte pour chacune des oreilles ne s'élève pas a plus de 10 dBsur chacune des fréquences de 250, 500, 1 000, 2 000 et3 000 Hz et a plus de 20 dB sur chacune des fréquences de4 000, 6 000 et 8 000 Hz2La perte pour chaque oreille ne s'élève pas a plus de 15 dB surchacune des fréquences de 250, 500, 1 000, 2 000 et3 000 Hz. La somme obtenue en additionnant les deuxrésultats les plus mauvais de chaque oreille auxfréquences 4 000, 6 000 et 8 000 Hz ne peut pas dépasser160 dB3La moyenne des pertes aux fréquences 1 000, 2 000 et3 000 Hz est inférieure a 30 dB pour chacune des oreilles4Les cas ne pouvant être notes comme 1, 2, 3 ou 55La moyenne des pertes aux fréquences 1 000, 2 000 et3 000 Hz est supérieure a 30 dB pour chacune desoreilles. Inapte au service en mer
Art. N3. [1 (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-12-2013, p. 103576-103609)]1
  
Art. N3. [1 (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-12-2013, p. 103576-103609)]1