Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 NOVEMBER 1976. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief voor akten [en prestaties] van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken [...]. <KB2024-05-18/22, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-10-2024> (NOTA : na de invoering van de euro door KB2000-07-20/56, in wat betreft de laatste indexatie van Tarief der akten 2018, zie VARIA2017-12-20/01, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2018) (NOTA : art. 15 gewijzigd in de toekomst door KB2019-04-07/01, art. 1, 021; Inwerkingtreding : 01-10-2019; 01-12-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-1985 en tekstbijwerking tot 19-06-2024)
Titre
30 NOVEMBRE 1976. - Arrêté royal fixant le tarif des actes [...] [et prestations] par les huissiers de justice en matière civile et commerciale [...]. <AR2024-05-18/22, art. 1, 022; En vigueur : 01-10-2024> (NOTE : après l'introduction de l'euro par AR2000-07-20/56, en ce qui concerne la dernière indexation du tarif des actes pour 2017, voir DIVERS2017-12-20/01, art. M, En vigueur : 01-01-2018) (NOTE : art. 15 modifié dans le futur par AR2019-04-07/01, art. 1, 021; En vigueur : 01-10-2019; 01-12-2019)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-06-1985 et mise à jour au 19-06-2024)
Documentinformatie
Numac: 1976113003
Datum: 1976-11-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1976113003
Date: 1976-11-30
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. [1 § 1.]1 De ambtelijke verrichtingen van de gerechtsdeurwaarders zoals deze voorgeschreven zijn door de wettelijke bepalingen in burgerlijke en handelszaken worden al naar het geval vergoed :
  1° met gegradueerde [1 erelonen]1,
  [1 1° /1 met een administratieve dossierkost,]1
  2° [1 met degressieve erelonen,]1
  3° [1 met een vergoeding per tijdseenheid,]1
  4° met vaste [1 erelonen]1.
  [1 Wanneer deze verrichtingen moeten worden uitgevoerd op een zaterdag, een zondag, een wettelijke feestdag of nog buiten de wettelijke uren, of bij hoogdringendheid, dan worden de erelonen en vergoeding per tijdseenheid verdubbeld.]1
  [1 De verhoging voor de verrichtingen uitgevoerd bij hoogdringendheid is ten laste van de verzoekende partij.]1
  Daarenboven hebben de gerechtsdeurwaarders recht op de terugbetaling [1 van hun uitgaven]1.
  [1 § 2. De tariefonderdelen voorgeschreven door dit besluit, met inbegrip van de uitgaven, worden met hun volledige benaming vermeld op het origineel en elk afschrift van de akten en afrekeningen.
   De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders houdt de lijst bij van deze toe te passen benamingen en van de volgorde waarin deze verplicht moeten worden vermeld op elk origineel en afschrift.
   Deze lijst is publiek raadpleegbaar en op iedere akte staat een verwijzing naar deze lijst.]1

  
Article 1. [1 § 1er.]1 Les actes accomplis par les huissiers de justice dans l'exercice de leurs fonctions telles qu'elles sont organisées par les dispositions légales en matière civile et commerciale sont rétribués selon les cas :
  1° par [1 honoraires]1 gradués,
  [1 1° /1 par frais de dossier administratifs,]1
  2° [1 par honoraires dégressifs,]1
  3° [1 indemnité par unité de temps,]1
  4° par [1 honoraires]1 fixes.
  [1 Lorsque ces opérations doivent être réalisées un samedi, un dimanche, un jour férié légal, en dehors des heures légales, ou en cas d'urgence absolue, les honoraires et l'indemnité par unité de temps sont doublés.]1
  [1 L'augmentation pour les opérations devant être réalisées en urgence absolue est à charge de la partie requérante.]1
  Les huissiers de justice ont droit au remboursement [1 de leurs dépenses]1.
  [1 § 2. Les postes tarifaires imposés par le présent arrêté, y compris les dépenses, doivent être mentionnés avec leurs intitulés complets sur l'original et sur chaque copie des actes et des décomptes.
   La Chambre nationale des huissiers de justice tient à jour la liste de ces intitulés à appliquer et l'ordre dans lequel ils doivent obligatoirement figurer sur chaque original et chaque copie.
   Cette liste est accessible au public et une référence à celle-ci figure sur chaque acte.]1

  
Art. 2. Het is de gerechtsdeurwaarders verboden :
  1° [1 af te wijken van de in dit besluit vastgelegde tarieven]1;
  2° [1 ...]1
  3° [1 tariefonderdelen]1 met anderen, tenzij ambtgenoten, te delen;
  4° aan hun [1 opdrachtgevers]1 gedeeltelijke of volledige kwijtschelding te geven van hun [1 erelonen, kosten en uitgaven]1;
  [1 5° af te wijken van de wettelijke toerekening van betalingen met betrekking tot het inhouden van hun erelonen en uitgaven of ristorno's te geven.]1
  
Art. 2. Il est défendu aux huissiers de justice :
  1° [1 de s'écarter des tarifs fixés par le présent arrêté;]1
  2° [1 ...]1
  3° de partager [1 les postes tarifaires]1 avec des tiers hormis des confrères;
  4° d'accorder [1 aux requérants]1 une remise partielle ou totale de leurs [1 honoraires, frais et dépenses]1;
  [1 5° de s'écarter de l'imputation légale des paiements en ce qui concerne la retenue de leurs honoraires et dépenses ou octroyer des ristournes.]1
  
Art. 4. [1 § 1.]1 De gerechtsdeurwaarders hebben het recht :
  1° [1 alle stukken van het dossier onder zich te houden tot de volledige betaling van hun staat van kosten, erelonen en uitgaven.]1
  Van die stukken dient evenwel, zonder verplaatsing, in [1 geval van]1 een rechtmatig, eventueel als dusdanig [1 door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders of]1 door de Raad van de Arrondissementskamer erkend belang, mededeling te worden gedaan aan elke openbare of ministeriële ambtenaar, of aan elke [1 elke betrokken partij]1, die dit verzoekt.
  2° [1 ...]1
  3° de totale kosten van elke gedane verrichting, [1 ereloon, uitgaven]1 of vergoeding voor reiskosten, [1 af te ronden tot op de cent naar boven of naar beneden naargelang de duizendsten de vijf bereiken of niet]1; <KB 2000-07-20/56, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  4° het nodige voorschot te eisen alvorens de gevraagde opdrachten te verrichten.
  [1 § 2. De gerechtsdeurwaarders hebben het recht tot betaling van een tweede van het ereloon, voor een opgemaakte maar niet-betekende akte en voor een akte betekend in toepassing van artikel 519, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek.]1
  
Art. 4. [1 § 1er.]1 Les huissiers de justice ont le droit :
  1° [1 de retenir toutes les pièces du dossier jusqu'au paiement intégral de leur état de frais, honoraires et dépenses.]1
  La communication de ces pièces doit cependant être faite sans déplacement, dans [1 le cas d']1 un intérêt légitime, au besoin reconnu tel [1 par la Chambre nationale des huissiers de justice ou]1 par le Conseil de la Chambre d'arrondissement, à tout officier public ou ministériel, ou à tout [1 toute partie concerné]1, qui en ferait la demande.
  2° [1 ...]1
  3° [1 d'arrondir au cent supérieur ou inférieur selon que les millièmes atteignent cinq ou pas]1 le coût total de chaque devoir accompli, [1 honoraire, dépense]1 ou indemnités de déplacement; <AR 2000-07-20/56, art. 14, 004; En vigueur : 01-01-2002>
  4° d'exiger la provision nécessaire avant d'accomplir les actes demandés.
  [1 § 2. Les huissiers de justice ont le droit au paiement de la moitié de l'honoraire, pour un acte établi, mais non signifié et pour un acte signifié en application de l'article 519, § 4, du Code judiciaire.]1
  
Art. 5. [1 De in dit besluit bedoelde vergoedingen en de minimum- en de maximumbedragen erin bepaald worden jaarlijks op 1 januari van rechtswege aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen door de volgende formule: basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.
   Het nieuwe indexcijfer is het gemiddelde indexcijfer der consumptieprijzen voor de periode augustus-september-oktober-november voorafgaand aan elke aanpassing van de erelonen of bedragen bedoeld in het eerste lid.
   De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2025 en het aanvangsindexcijfer is het gemiddeld indexcijfer der consumptieprijzen voor de periode augustus-september-oktober-november 2023, namelijk 128,73 (Basis 2013).
   Bij de vaststelling van de bedragen worden de eurogedeelten afgerond tot op de cent naar boven of naar beneden naargelang de duizendsten de vijf bereiken of niet.]1

  
Art. 5. [1 Les rémunérations visées dans le présent arrêté et les montants minimaux et maximaux qui y sont déterminés sont adaptés chaque année au 1er janvier de plein droit à l'indice des prix à la consommation selon la formule suivante : montant de base multiplié par le nouvel indice des prix et divisé par l'indice de départ.
   Le nouvel indice est l'indice moyen des prix à la consommation pour la période août-septembre-octobre-novembre précédant toute adaptation des honoraires ou montants visés à l'alinéa 1er.
   La première indexation a lieu le 1er janvier 2025 et l'indice de départ est l'indice moyen des prix à la consommation pour la période août-septembre-octobre-novembre 2023, qui est de 128,73 (Base 2013).
   Lors de la détermination des montants, les fractions d'euros sont arrondies au cent supérieur ou inférieur selon que les millièmes atteignent cinq ou pas.]1

  
HOOFDSTUK II. - Gegradueerde [1 erelonen]1.
CHAPITRE II. - Des [1 honoraires]1 gradués.
Art. 6. § 1. Tot vaststelling van de gegradueerde [1 erelonen]1 worden [1 alle verrichtingen]1 van de gerechtsdeurwaarders [1 , waaronder akten, processen-verbaal of opstellen van verzoekschriften, ingedeeld in drie klassen van A tot C]1.
  [1 De klasse]1 wordt bepaald door het gevorderde bedrag of door het bij de verrichting beoogde doel, geschat overeenkomstig de regelen vastgesteld bij de artikelen 557 tot 562 van het Gerechtelijk Wetboek [1 en, zo er een uitvoerbare titel voorhanden is, volgens de bepalingen van artikel 8, § 2, van dit besluit]1.
  [1 Die klassen zijn:
   - Klasse A, tot 2.000 EUR;
   - Klasse B, van 2.000,01 EUR tot 5.000 EUR;
   - Klasse C, vanaf 5.000,01 EUR en voor alle zaken met onbepaalde waarde of van gemengde aard.]1

  [1 Voor alle akten betreffende vorderingen ten aanzien van natuurlijke personen waarvoor de vrederechter conform artikel 591, 25°, van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd is, wordt het ereloon, ongeacht het bedrag, op het tarief gebracht bepaald voor de verrichtingen ingedeeld onder klasse A.
   Voor alle akten betreffende vorderingen waarvoor de familie- en jeugdrechtbank conform artikel 572bis van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd is, wordt het ereloon, ongeacht het bedrag, op het tarief gebracht bepaald voor de verrichtingen ingedeeld onder klasse B.]1

  § 2. [1 Voor de verrichtingen onder paragraaf 1 geldt het volgende tarief:
   Klassen :
   A : 125 EUR; B : 175 EUR; C : 250 EUR.
   Behoudens voor de akten bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, wordt wanneer een akte bepalingen bevat die uit elkander voortvloeien of van elkander afhankelijk zijn, zodanig dat ze, in rechte, maar één verrichting in zich sluiten, alleen het ereloon voor de hoogst getarifeerde bepaling geheven.
   Een solidariteitsfonds dat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt opgericht komt tussen in de betaling van het gegradueerd ereloon voor inleidende akten bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, en gemeengemaakte beslagen daaruit voortvloeiend, de daaropvolgende aanslag van een aanplakbiljet en eventuele nieuwe verkoopdag, alsook de neerlegging van een bericht van minnelijke schuldbemiddeling door een gerechtsdeurwaarder op vraag van een schuldbemiddelaar als bedoeld in artikel VII.115 van het Wetboek economisch recht.]1

  § 3. [1 In het ereloon zijn begrepen: het origineel exploot, alle afschriften te betekenen op eenzelfde adres, het opladen van het exploot op het in artikel 32quater/2 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde register, en, in voorkomend geval, de toezending van het origineel stuk of een afschrift ervan aan de verzoeker of aan diens raadsman. Voor iedere betekening op een bijkomend adres is, ongeacht het aantal afschriften, een tweede van de erelonen bedoeld in paragraaf 2 verschuldigd.]1
  § 4. [1 ...]1
  § 5. [1 Ingeval het ereloon tussen gerechtsdeurwaarders gedeeld wordt, komt één derde van het in paragraaf 2 bepaald gegradueerd ereloon toe aan de gerechtsdeurwaarder die de akte opmaakt, en twee derden aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder.]1
  
Art. 6. § 1. Pour la fixation des [1 honoraires]1 gradués, [1 toutes les opérations]1 des huissiers de justice [1 , y compris les actes, les procès-verbaux ou la rédaction des requêtes, sont classées en trois classes de A à C]1.
  [1 La classe]1 est [1 déterminée]1 par la somme réclamée ou par la fin à laquelle tend l'acte, évaluée conformément aux règles établies par les articles 557 à 562 du Code judiciaire [1 et, s'il existe un titre exécutoire, selon les dispositions de l'article 8, § 2, du présent arrêté]1.
  [1 Ces classes sont :
   - Classe A, jusqu'à 2.000 EUR ;
   - Classe B, de 2.000,01 EUR à 5.000 EUR ;
   - Classe C, à partir de 5.000,01 EUR et pour toutes les affaires de valeur indéterminée ou de nature mixte]1
.
  [1 Pour tous les actes concernant des créances pour lesquelles le juge de paix est compétent conformément à l'article 591, 25°, du Code judiciaire, l'honoraire, quel qu'en soit le montant, est perçu au tarif déterminé pour les opérations rangées dans la classe A.
   Pour tous les actes relatifs à des créances pour lesquelles le tribunal de la famille et de la jeunesse est compétent conformément à l'article 572bis du Code judiciaire, l'honoraire, quel qu'en soit le montant, est porté au tarif déterminé pour les opérations rangées dans la classe B.]1

  § 2. [1 Les opérations mentionnées sous le § 1er sont soumises au tarif suivant :
   Classes :
   A : 125 EUR ; B : 175 EUR ; C : 250 EUR.
   A l'exception des actes visés au paragraphe 1er, alinéa 4, lorsqu'un acte contient des dispositions qui dérivent ou dépendent les unes des autres au point d'impliquer en droit ou en fait une seule opération, il n'est perçu que l'honoraire de la disposition tarifée au montant le plus élevé.
   Le fonds de solidarité de la Chambre nationale des huissiers de justice intervient dans le paiement des honoraires gradués pour les actes introductifs visés au paragraphe 1er, alinéa 4, et les saisies rendues communes qui en dérivent, l'affichage du placard qui suivrait et l'éventuel nouveau jour de vente, ainsi que dans le dépôt d'un avis de médiation de dettes amiable par un huissier de justice à la demande d'un médiateur de dettes tel que visé à l'article VII.115 du Code de droit économique.]1

  § 3. [1 L'honoraire comprend : l'exploit original, toutes les copies à signifier à la même adresse, le chargement de l'exploit dans le registre visé à l'article 32quater/2 du Code judiciaire, et, le cas échéant, l'envoi de la pièce originale ou d'une copie de celle-ci au requérant ou à son conseil. Pour chaque signification à une adresse supplémentaire, quel que soit le nombre de copies, la moitié des honoraires, tels que prévus au paragraphe 2, est dûe.]1
  § 4. [1 ...]1
  § 5. [1 Si l'honoraire est partagé entre huissiers de justice, un tiers de l'honoraire gradué fixé au paragraphe 2 revient à l'huissier de justice qui prépare l'acte et deux tiers à l'huissier de justice instrumentant.]1
  
Art. 8. [1 § 1. Wanneer de schuldenaar een schuld geheel of gedeeltelijk betaalt ingevolge de tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder in het kader van de gerechtelijke invordering van een geldsom of in het kader van de buitengerechtelijke invordering van een geldsom, of wanneer de betaling bestaat uit de afgifteverplichting van een goed, is een invorderingsereloon verschuldigd, ongeacht in wiens handen de betaling of de afgifte gebeurt.
   § 2. Het invorderingsereloon wordt berekend op het totaal van alle in te vorderen sommen, ongeacht hun aard.
   Hieronder wordt begrepen: de hoofdsom, verwijlinteresten, schadebedingen, gerechtskosten, rechtsplegingsvergoeding, verbeurde dwangsommen, administratieve dossierkosten en het veroordelingsrecht.
   § 3. Het invorderingsereloon bestaat uit een degressief ereloon dat vastgesteld wordt in functie van het totaal in te vorderen bedrag bedoeld in paragraaf 2, als volgt:
   - 8 % op de eerste 2.500 EUR;
   - 5 % op het gedeelte van 2.500,01 EUR tot 5.000 EUR;
   - 2 % op het gedeelte van 5.000,01 EUR tot 10.000 EUR;
   - 1 % op het gedeelte van 10.000,01 EUR tot 25.000 EUR;
   - 0,5 % op het gedeelte van 25.000,01 EUR tot 50.000 EUR;
   - 0,25 % op het gedeelte van 50.000,01 EUR tot 100.000 EUR;
   - 0,10 % op het resterende gedeelte.
   Het invorderingsereloon wordt pro rata per betaling aangerekend totdat het totaal verschuldigd invorderingsereloon is bereikt.
   § 4. Het invorderingsereloon bedraagt minimum 15 EUR.
   Voor vorderingen, zoals bedoeld in het artikel 6, § 1, vierde lid, bedraagt het invorderingsereloon maximum 100 EUR.
   § 5. In geval van afgifte van een goed wordt het invorderingsereloon berekend op de waarde van de zaak, overeenkomstig het degressief ereloon bepaald in paragraaf 3. Als de waarde van de zaak niet kan bepaald worden, wordt dit ereloon vastgelegd op 200 EUR.]1

  
Art. 8. [1 § 1er. Lorsque le débiteur paie tout ou partie d'une dette à la suite de l'intervention d'un huissier de justice dans le cadre du recouvrement judiciaire d'une somme d'argent ou dans le cadre de recouvrement extrajudiciaire d'une somme d'argent, ou lorsque le paiement consiste en l'obligation de remise d'un bien, un honoraire de recouvrement est dû, quelle que soit la personne entre les mains de laquelle le paiement ou la remise s'effectue.
   § 2. L'honoraire de recouvrement est calculé sur le total des sommes à recouvrer, quelle que soit leur nature.
   Il comprend : le montant principal, les intérêts de retard, les clauses pénales, les frais de justice, l'indemnité de procédure, les astreintes encourues, les frais de dossier administratifs et le droit de condamnation.
   § 3. L'honoraire de recouvrement se compose d'un honoraire dégressif établi en fonction du montant total à recouvrer visé au paragraphe 2, comme suit :
   - 8 % sur les premiers 2.500 EUR ;
   - 5 % sur la tranche de 2.500,01 EUR à 5.000 EUR ;
   - 2 % sur la tranche de 5.000,01 EUR à 10.000 EUR ;
   - 1 % sur la tranche de 10.000,01 EUR à 25.000 EUR ;
   - 0,5 % sur la tranche de 25.000,01 EUR à 50.000 EUR ;
   - 0,25 % sur la tranche de 50.000,01 EUR à 100.000 EUR ;
   - 0,10 % sur la tranche restante.
   L'honoraire de recouvrement est porté en compte au prorata par paiement jusqu'à ce que le montant total de l'honoraire de recouvrement dû soit atteint.
   § 4. L'honoraire de recouvrement s'élève au minimum à 15 EUR.
   Pour les créances, telles que visées à l'article 6, § 1er, alinéa 4, l'honoraire de recouvrement s'élève à maximum 100 EUR.
   § 5. En cas de remise d'un bien, l'honoraire de recouvrement est calculé sur la valeur de l'objet, conformément à l'honoraire dégressif prévu au paragraphe 3. Si la valeur de l'objet ne peut être déterminé, cet honoraire est fixé à 200 EUR.]1

  
HOOFDSTUK IIbis. [1 - Administratieve dossierkosten]1
CHAPITRE IIbis. [1 - Des frais de dossier administratifs]1
Art. 8/1. [1 Voor iedere gerechtelijke invordering of buitengerechtelijke invordering van een geldsom is een forfaitaire administratieve dossierkost van 50 EUR verschuldigd.
   Dit bedrag wordt eenmaal aangerekend per dossier door de gerechtsdeurwaarder die het dossier opstart en omvat, in afwijking van artikel 1, § 1, vierde lid:
   1° alle handelingen en kosten met betrekking tot het identificeren van de schuldenaar;
   2° alle handelingen en kosten tot het voeren van een solvabiliteitsonderzoek van de schuldenaar;
   3° alle mogelijke administratieve handelingen verbonden met de opstart en het beheer van het dossier.]1

  
Art. 8/1. [1 Les frais de dossier administratifs et forfaitaires de 50 EUR sont dûs pour toute mission de recouvrement judiciaire ou de recouvrement extrajudiciaire d'une somme d'argent.
   Ce montant est porté en compte une seule fois par dossier par l'huissier de justice qui entame le dossier et couvre, par dérogation à l'article 1er, § 1er, alinéa 4 :
   1° tous les démarches et frais relatifs à l'identification du débiteur ;
   2° tous les démarches et frais visant à mener une enquête de solvabilité du débiteur ;
   3° toutes les démarches administratives possibles liées à l'ouverture et à la gestion du dossier.]1

  
HOOFDSTUK III. [1 - Degressieve erelonen]1
CHAPITRE III. [1 - Des honoraires dégressifs]1
Art. 10. [1 Voor elke gerechtelijke openbare verkoop of gerechtelijke verkoop uit de hand, evenredige verdeling, pandverzilvering of sekwesteropdracht wordt een degressief ereloon toegekend, zoals bepaald in artikel 8, op het totaalbedrag van de toewijzing, het te verdelen bedrag, de opbrengst van een pandverzilvering of op het bedrag van de schatting of waardebepaling van het voorwerp van het sekwester.
   Het ereloon mag niet minder dan 300 EUR bedragen per verkoping, 400 EUR per evenredige verdeling, en 1.000 EUR per pandverzilvering of sekwesteropdracht.]1

  
Art. 10. [1 Pour chaque vente publique judiciaire ou vente judiciaire de gré à gré, distribution par contribution, réalisation du gage ou mission de séquestre, il est alloué un honoraire dégressif, tel que prévu à l'article 8, sur le montant total de l'adjudication, le montant à distribuer, le produit d'une réalisation du gage ou sur le montant de l'expertise ou de l'évaluation de l'objet du séquestre.
   L'honoraire ne peut être inférieur à 300 EUR par vente, 400 EUR par distribution par contribution, et 1.000 EUR par réalisation du gage ou mission de séquestre.]1

  
HOOFDSTUK IV. [1 - Vergoeding per tijdseenheid]1
CHAPITRE IV. [1 - Indemnité par unité de temps]1
Art. 12. [1 § 1. Per begonnen tijdseenheid van 30 minuten wordt een vergoeding toegekend:
   1° voor elk beslag op roerend goed, beslag onder derden, beslag op onroerend goed, voor een proces-verbaal van niet-bevinding, voor een proces-verbaal van reële executie en werkzaamheden en voor een proces-verbaal van vaststelling van materiële feiten in opdracht van een magistraat of in uitvoering van een gerechtelijke of een administratieve titel of opdracht;
   2° voor de organisatie van de verrichtingen vermeld onder 1° en voor iedere prestatie die ertoe strekt een procedure van tenuitvoerlegging te vermijden.
   § 2. De vergoeding bedoeld in paragraaf 1 bedraagt 50 EUR.
   De gerechtsdeurwaarder vermeldt het tijdstip waarop de verrichtingen beginnen en eindigen, en de duur van de onderbrekingen: wanneer die formaliteit niet is vervuld, kan uitsluitend de vergoeding voor een tijdseenheid van 30 minuten worden aangerekend.]1

  
Art. 12. [1 § 1er. Par unité de temps entamée de 30 minutes, une indemnité est allouée :
   1° pour chaque saisie mobilière, chaque saisie-arrêt, chaque saisie immobilière, chaque procès-verbal de carence, pour chaque procès-verbal d'exécution réelle et opérations et chaque procès-verbal de constat de faits matériels sur mission d'un magistrat ou en exécution d'un titre judiciaire ou administratif ou en exécution d'une mission judiciaire ou administrative ;
   2° pour l'organisation des opérations mentionnées au 1° et pour toute prestation visant à éviter une procédure d'exécution.
   § 2. L'indemnité visée au paragraphe 1er s'élève à 50 EUR.
   L'huissier de justice mentionne l'heure de commencement et celle de la fin des opérations, ainsi que la durée des interruptions : à défaut d'avoir rempli cette formalité, seule l'indemnité pour une unité de temps de 30 minutes peut être portée en compte.]1

  
HOOFDSTUK V. - Vaste [1 erelonen]1.
CHAPITRE V. - Des [1 honoraires]1 fixes.
Art. 13. [1 Aan de gerechtsdeurwaarder wordt toegekend:
   1° een ereloon van 2,85 EUR per begonnen bladzijde voor het éénsluidend verklaren van stukken of bijlagen;
   2° een ereloon van 15 EUR:
   a) voor de opvraging van een uitgifte of een afschrift van een rechterlijke beslissing, van een uittreksel uit de ter griffie neergelegde minuten of akten, van een notariële akte en voor de opvraging van attesten en certificaten;
   b) voor iedere opzoeking en inlichting betreffende een partij voor zover niet begrepen in de administratieve dossierkost bepaald in artikel 8/1 of in het ereloon bepaald in de bepaling onder 3° van dit artikel;
   c) telkens een wettelijke bepaling de gerechtsdeurwaarder in de uitoefening van zijn ambt verplicht om over zijn handelingen informatie te delen of daaraan publiciteit te geven;
   d) voor het opvragen van kadastrale uittreksels, voor het opvragen van een hypothecair getuigschrift, voor de opzoekingen en inlichtingen met betrekking tot de aanduiding van de onroerende goederen of tot de beschrijving van de in beslag te nemen zeeschepen en binnenschepen;
   e) voor de neerlegging van een verzoekschrift;
   f) voor iedere verzonden en ontvangen aangifte van schuldvordering;
   g) voor het afleveren aan een andere gerechtsdeurwaarder van een gewaarmerkt afschrift of een uittreksel van een eerder opgesteld proces-verbaal van beslag, in toepassing van artikel 1524 van het Gerechtelijk Wetboek;
   h) voor het opstellen van uittreksels en borderellen van alle akten van hun ambt of van documenten in hun bezit en voor het opstellen van attesten;
   3° een ereloon van 25 EUR:
   a) eenmalig voor het opmaken, verzenden en de opvolging van een aanmaning, voor zover niet inbegrepen in de administratieve dossierkost bepaald in artikel 8/1 of in het ereloon bepaald in b);
   b) jaarlijks voor alle bijkomende handelingen strekkende tot opzoekingen en inlichtingen betreffende de schuldenaar en alle communicatie met de schuldenaar in de fase van de effectieve tenuitvoerlegging;
   4° een forfaitair ereloon van 200 EUR voor een gemeengemaakt beslag, onverminderd de toepassing van artikel 6, § 2, derde lid;
   5° een forfaitair ereloon van 230 EUR voor het opmaken van een proces-verbaal van minnelijke verkoop zoals bepaald in artikel 1526bis van het Gerechtelijk Wetboek;
   6° een ereloon van 1 % op het bedrag van de titel voor een akte van protest, met een minimum van 50 EUR en een maximum van 250 EUR. Dit ereloon omvat eveneens de kosten verbonden aan de schrapping van het bericht van protest;
   7° een forfaitair ereloon van 460 EUR voor het opmaken en afhandelen van verrichtingen van kantonnement en consignatie.]1

  
Art. 13. [1 Il est alloué à l'huissier de justice :
   1° un honoraire de 2,85 EUR par page entamée pour la déclaration conforme des pièces ou des annexes ;
   2° un honoraire de 15 EUR :
   a) pour la demande d'une expédition ou d'une copie d'une décision judiciaire, d'un extrait des minutes ou d'actes déposés au greffe, et d'une grosse notariale et pour la demande d'attestations et certificats ;
   b) pour toute recherche et renseignement relatifs à une partie dans la mesure où ceux-ci ne sont pas compris dans les frais de dossier administratifs visés à l'article 8/1 ou dans l'honoraire visé au 3° du présent article ;
   c) chaque fois qu'une disposition légale oblige l'huissier de justice, dans l'exercice de ses fonctions, à partager des informations sur ses démarches ou à leur donner de la publicité ;
   d) pour la demande d'extraits cadastraux, pour la demande d'un certificat hypothécaire, pour les recherches et renseignements relatifs à l'identification des biens immobiliers ou à la description de navires et bateaux à saisir ;
   e) pour le dépôt d'une requête ;
   f) pour toute déclaration de créance envoyée et reçue ;
   g) pour la remise à un autre huissier de justice d'une copie certifiée ou d'un extrait d'un procès-verbal de saisie préalablement établi, conformément à l'article 1524 du Code judiciaire ;
   h) pour la rédaction d'extraits et bordereaux de tous les actes de leur ministère ou de documents en leur possession et pour la rédaction d'attestations ;
   3° un honoraire de 25 EUR :
   a) unique pour la rédaction, l'envoi et le suivi d'une sommation, pour autant qu'il ne soit pas compris dans les frais de dossier administratifs fixés à l'article 8/1 ou dans l'honoraire fixé au b) ;
   b) annuel pour toutes les démarches supplémentaires liées aux recherches et renseignements concernant le débiteur et toutes les communications avec le débiteur dans la phase exécutoire effective ;
   4° un honoraire forfaitaire de 200 EUR pour une saisie rendue commune, sans préjudice de l'application de l'article 6, § 2, alinéa 3 ;
   5° un honoraire forfaitaire de 230 EUR pour la rédaction d'un procès-verbal de vente amiable tel que visé à l'article 1526bis du Code judiciaire ;
   6° un honoraire de 1 % sur le montant du titre pour un acte de protêt, avec un minimum de 50 EUR et un maximum de 250 EUR. Cet honoraire comprend également les frais liés à la radiation de l'avis de protêt ;
   7° un honoraire de 460 EUR pour la rédaction et le traitement des opérations de cantonnement et de consignation.]1

  
HOOFDSTUK VI. [1 - Getarifeerde uitgaven]1
CHAPITRE VI. [1 - Des dépenses tarifées]1
Art. 15. [1 Aan de gerechtsdeurwaarder wordt toegekend:
   1° voor de vertaling van de akten en van de betekende stukken, met inbegrip van het afschrift van de vertaling, 20 EUR per volledige bladzijde. Deze vergoeding wordt met 50 % verminderd indien de vertaling geen halve pagina beslaat;
   2° voor zijn reis: voor ieder origineel van een akte een vaste vergoeding van 18 EUR.
   De vergoeding voor reiskosten mag niet worden aangerekend voor een betekening op elektronische wijze zoals bedoeld in artikel 32quater/1 van het Gerechtelijk Wetboek, of voor een betekening aan de Procureur des Konings zoals bedoeld in de artikelen 38, 40 en 42 van het Gerechtelijk Wetboek, of voor de protesten die worden opgemaakt door de gerechtsdeurwaarders overeenkomstig de artikelen 2 en 5, § 1, van de protestwet van 3 juni 1997.]1

  
Art. 15. [1 Il est alloué à l'huissier de justice :
   1° pour la traduction des actes et des pièces signifiées, y compris la copie de la traduction, 20 EUR par page entière. Cette indemnité est réduite de 50 % si la traduction ne couvre pas une demi-page ;
   2° pour son déplacement : pour chaque original d'acte, une indemnité fixe de 18 EUR.
   L'indemnité de déplacement ne peut pas être portée en compte pour la signification par voie électronique visée à l'article 32quater/1 du Code judiciaire, pour la signification au procureur du Roi visée aux articles 38, 40 et 42 du Code judiciaire, pour les protêts dressés par les huissiers de justice conformément aux articles 2 et 5, § 1er, de la loi du 3 juin 1997 sur les protêts.]1

  
HOOFDSTUK VII. [1 - Getuigen]1
CHAPITRE VII. [1 - Des témoins]1
Art. 17. § 1. Aan de getuigen [1 , met uitzondering van de personeelsleden van het operationele kader van de geïntegreerde politie,]1 die geroepen worden om de gerechtsdeurwaarder bij te staan in de gevallen waar hun tussenkomst bij de wet wordt gevorderd, wordt voor [2 elke begonnen tijdsduur van dertig minuten]2 een bedrag van [2 8,32 EUR]2 toegekend. [2 ...]2
  (§ 2. Eventuele reiskosten van getuigen worden aan de gerechtsdeurwaarder terugbetaald [2 pro]2 rata van de helft van het bedrag bepaald in artikel 15, eerste lid, [2 ]2.) <KB 1998-12-08/40, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  § 3. In de bij de wet voorgeschreven gevallen ontvangt een bewaarder [2 100 EUR]2 per dag. <KB 09-03-1983, art. 11>
  § 4. [1 ...]1
  
Art. 17. § 1. [1 A l'exception des membres du personnel du cadre opérationnel de la police intégrée,]1 il est alloué aux témoins appelés à assister l'huissier de justice, dans les cas où leur intervention est requise par la loi, une somme de [2 8,32 EUR]2 pour [2 toute unité de temps de trente minutes entamée]2. [2 ...]2
  (§ 2. S'il y a lieu au transport des témoins, l'huissier de justice est remboursé de leurs frais de transport à raison de la moitié du montant prévu à l'article 15, alinéa 1er, [2 ]2.) <AR 1998-12-08/40, art. 3, 003; En vigueur : 01-01-1999>
  § 3. Dans les cas où la loi le prescrit, un gardien reçoit [2 100 EUR]2 par jour. <AR 09-03-1983, art. 11>
  § 4. [1 ...]1
  
HOOFDSTUK VIII.
CHAPITRE VIII.
HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions diverses.
Art. 20. Het koninklijk besluit van 12 september 1969 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen wordt opgeheven.
Art. 20. L'arrêté royal du 12 septembre 1969 fixant le tarif des actes accomplis par les huissiers de justice en matière civile et commerciale, ainsi que celui de certaines allocations est abrogé.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op (1 januari 1977.)
  <NOTA : Impliciet vervangen door de datum 01-01-1978 bij KB 27-12-1977, art. 13>
Art. 21. Le présent arrêté entre en vigueur (le 1er janvier 1977.)
  
Art. 22. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.