Artikel 1. In onderhavige wet wordt verstaan onder :
1. Onbevaarbare waterlopen : de rivieren en beken welke door de regering niet bij de bevaarbare waterlopen gerangschikt zijn, stroomafwaarts van het punt waarop hun waterbekken ten minste 100 hectare bedraagt. Dit punt wordt de oorsprong van de waterloop genoemd;
2. Waterbekken : de oppervlakte van het geheel van de gronden waarvan de waterafvoer door de waterloop wordt verzekerd stroomopwaarts van een bepaald punt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 DECEMBER 1967. - Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen. (NOTA : Voor het Vlaams Gewest, zie1967-12-28/32) (NOTA : opgeheven voor het Waalse Gewest bij DWG2018-10-04/13, art. 141, 011; Inwerkingtreding : 15-12-2018) (NOTA : opgeheven voor het Brusselse Gewest bij ORD2019-05-16/65, art. 27,1°, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2020) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-11-2003 en tekstbijwerking tot 28-06-2019)
Titre
28 DECEMBRE 1967. - Loi relative aux cours d'eau non navigables. (NOTE : Pour la Région flmande, voir :1967-12-28/32) (NOTE : abrogé pour la Région wallonne par DRW2018-10-04/13, art. 141, 011; En vigueur : 15-12-2018) (NOTE : abrogé pour la Région bruxelloise par ORD2019-05-16/65, art. 27,1°, 013; En vigueur : 01-01-2020) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-11-2003 et mise à jour au 28-06-2019)
Documentinformatie
Numac: 1967122804
Datum: 1967-12-28
Info du document
Numac: 1967122804
Date: 1967-12-28
Inhoud
Inhoud
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - De classificering van de onbevaarbare waterlopen. (Zie NOTA'S onder opschrift)
CHAPITRE I. - Du classement des cours d'eau non navigables.
Article 1. Au sens de la présente loi, on entend par :
1. Cours d'eau non navigables : les rivières et ruisseaux non classés par le gouvernement parmi les voies navigables, en aval du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 100 hectares. Ce point s'appelle origine du cours d'eau;
2. Bassin hydrographique : la superficie de l'ensemble des terres dont l'évacuation des eaux est assurée par le cours d'eau en amont d'un point déterminé.
1. Cours d'eau non navigables : les rivières et ruisseaux non classés par le gouvernement parmi les voies navigables, en aval du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 100 hectares. Ce point s'appelle origine du cours d'eau;
2. Bassin hydrographique : la superficie de l'ensemble des terres dont l'évacuation des eaux est assurée par le cours d'eau en amont d'un point déterminé.
Art.2. De onbevaarbare waterlopen worden in drie categorieën gerangschikt.
Worden gerangschikt :
1. In de eerste categorie : de gedeelten van de onbevaarbare waterlopen, stroomafwaarts van het punt waar hun waterbekken ten minste 5 000 hectare bedraagt;
2. In de tweede categorie : de onbevaarbare waterlopen of gedeelten ervan die noch in de eerste noch in de derde categorie gerangschikt zijn;
3. In de derde categorie : de onbevaarbare waterlopen of gedeelten ervan, stroomafwaarts van hun oorsprong, zolang zij de grens niet hebben bereikt van de gemeente waar die oorsprong zich bevindt.
" , of tot zij uitmonden, hetzij in bevaarbare waterlopen, hetzij in onbevaarbare waterlopen van de eerste of van de tweede categorie; alsmede elke waterloop waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt en waarvan het debiet abnormaal verzwaard wordt, of waarvan het water verontreinigd is door afvalwater. " (DCVR 21-04-1983, art. 2)>
Worden gerangschikt :
1. In de eerste categorie : de gedeelten van de onbevaarbare waterlopen, stroomafwaarts van het punt waar hun waterbekken ten minste 5 000 hectare bedraagt;
2. In de tweede categorie : de onbevaarbare waterlopen of gedeelten ervan die noch in de eerste noch in de derde categorie gerangschikt zijn;
3. In de derde categorie : de onbevaarbare waterlopen of gedeelten ervan, stroomafwaarts van hun oorsprong, zolang zij de grens niet hebben bereikt van de gemeente waar die oorsprong zich bevindt.
Art.2. Les cours d'eau non navigables sont répartis en trois catégories.
Sont classés :
1. En première catégorie : les parties des cours d'eau non navigables, en aval du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 5 000 hectares;
2. En deuxième catégorie : le cours d'eau non navigables ou parties de ceux-ci qui ne sont classés ni en première ni en troisième catégorie;
3. En troisième catégorie : les cours d'eau non navigables ou parties de ceux-ci en aval de leur origine, tant qu'ils n'ont pas atteint la limite de la commune où est située cette origine.
" , ou jusqu'à ce qu'ils se jettent, soit dans des cours d'eau navigables, soit dans des cours d'eau non navigables de la première ou de la deuxième catégorie; ainsi que tout cours d'eau dont le bassin hydrographique n'atteint pas 100 hectares et dont le débit est anormalement augmenté ou dont l'eau est polluée par des eaux résiduaires. " (DCCN 21-04-1983, art. 2)>
Sont classés :
1. En première catégorie : les parties des cours d'eau non navigables, en aval du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 5 000 hectares;
2. En deuxième catégorie : le cours d'eau non navigables ou parties de ceux-ci qui ne sont classés ni en première ni en troisième catégorie;
3. En troisième catégorie : les cours d'eau non navigables ou parties de ceux-ci en aval de leur origine, tant qu'ils n'ont pas atteint la limite de la commune où est située cette origine.
Art. 2bis. <W 23-02-1977, enig art.> Onverminderd de bepalingen van artikel 4 wordt de klassering behouden van de waterlopen die in de tweede categrie gerangschikt waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 30 december 1975 houdende :
1° bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen in uitvoering van de wet van 23 juli 1971 betreffende de samenvoeging van gemeenten en wijziging van hun grenzen;
2° afschaffing van de randfederaties opgericht door de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten,
en dit ongeacht de wijzigingen die in de gemeentegrenzen worden aangebracht door voornoemde wet.
1° bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen in uitvoering van de wet van 23 juli 1971 betreffende de samenvoeging van gemeenten en wijziging van hun grenzen;
2° afschaffing van de randfederaties opgericht door de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten,
en dit ongeacht de wijzigingen die in de gemeentegrenzen worden aangebracht door voornoemde wet.
Art. 2bis. <L 23-02-1977, art. unique> Sans préjudice des dispositions de l'article 4, les cours d'eau qui étaient classés en deuxième catégorie au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 30 décembre 1975 portant :
1° ratification d'arrêtés royaux pris en exécution de la loi du 23 juillet 1971 concernant la fusion de communes et la modification de leurs limites;
2° suppression des fédérations périphériques créées par la loi du 26 juillet 1971 organisant les agglomérations et les fédérations de communes,
gardent ce classement quelles que soient les modifications apportées aux limites communales par la loi précitée.
1° ratification d'arrêtés royaux pris en exécution de la loi du 23 juillet 1971 concernant la fusion de communes et la modification de leurs limites;
2° suppression des fédérations périphériques créées par la loi du 26 juillet 1971 organisant les agglomérations et les fédérations de communes,
gardent ce classement quelles que soient les modifications apportées aux limites communales par la loi précitée.
Art.3. § 1. De gouverneur van de provincie op wier grondgebied het waterbekken van een onbevaarbare waterloop 100 hectare bedraagt, bepaalt zijn oorsprong.
Wanneer het punt waarop het waterbekken van een onbevaarbare waterloop 100 hectare bedraagt, zich bevindt op de grens van twee provinciën, wijst de Minister van Landbouw de gouverneur aan die bevoegd is om de oorsprong van die waterloop te bepalen.
§ 2. De Koning bepaalt het punt van waar af de waterloop in de eerste categorie gerangschikt is.
Wanneer het punt waarop het waterbekken van een onbevaarbare waterloop 100 hectare bedraagt, zich bevindt op de grens van twee provinciën, wijst de Minister van Landbouw de gouverneur aan die bevoegd is om de oorsprong van die waterloop te bepalen.
§ 2. De Koning bepaalt het punt van waar af de waterloop in de eerste categorie gerangschikt is.
Art.3. § 1. Le gouverneur de la province sur le territoire de laquelle le bassin hydrographique d'un cours d'eau non navigable atteint 100 hectares, détermine son origine.
Lorsque le point où le bassin hydrographique d'un cours d'eau non navigable atteint 100 hectares est situé sur la limite de deux provinces, le Ministre de l'Agriculture désigne le gouverneur qui est compétent pour déterminer l'origine de ce cours d'eau.
§ 2. Le Roi détermine le point à partir duquel le cours d'eau est classé en première catégorie.
Lorsque le point où le bassin hydrographique d'un cours d'eau non navigable atteint 100 hectares est situé sur la limite de deux provinces, le Ministre de l'Agriculture désigne le gouverneur qui est compétent pour déterminer l'origine de ce cours d'eau.
§ 2. Le Roi détermine le point à partir duquel le cours d'eau est classé en première catégorie.
Art.4. De Koning mag, om redenen van algemeen nut of klaarblijkelijk landbouwbelang, op de voordracht van de Minister van Landbouw :
1. Elke kunstmatige waterweg alsmede waterlopen of delen van waterlopen waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, bij de onbevaarbare waterlopen rangschikken. Hij bepaalt er de categorie van;
2. Onbevaarbare waterlopen van de derde of van de tweede categorie naar een hogere categorie overbrengen :
wanneer het debiet van deze waterlopen abnormaal verzwaard wordt door lozing van riool- of industriewater;
wanneer het water van deze waterlopen op abnormale wijze verontreinigd is door afvalwater;
wanneer het water van deze waterlopen een opstuwing ondergaat ten gevolge van een stuw of enigerlei vaste hindernis;
of wanneer hun helling of hun ligging het onderhoud ervan abnormaal duur maken.
Behoudens wanneer het een rangschikking in de eerste categorie betreft, wint de Minister vooraf het advies in van de ter zake bevoegde bestendige deputatie van de provincie.
1. Elke kunstmatige waterweg alsmede waterlopen of delen van waterlopen waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, bij de onbevaarbare waterlopen rangschikken. Hij bepaalt er de categorie van;
2. Onbevaarbare waterlopen van de derde of van de tweede categorie naar een hogere categorie overbrengen :
wanneer het debiet van deze waterlopen abnormaal verzwaard wordt door lozing van riool- of industriewater;
wanneer het water van deze waterlopen op abnormale wijze verontreinigd is door afvalwater;
wanneer het water van deze waterlopen een opstuwing ondergaat ten gevolge van een stuw of enigerlei vaste hindernis;
of wanneer hun helling of hun ligging het onderhoud ervan abnormaal duur maken.
Behoudens wanneer het een rangschikking in de eerste categorie betreft, wint de Minister vooraf het advies in van de ter zake bevoegde bestendige deputatie van de provincie.
Art.4. Pour cause d'utilité publique ou en raison d'un intérêt agricole manifeste, le Roi peut, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture :
1. Classer parmi les cours d'eau non navigables toute voie d'écoulement artificielle ainsi que tout cours d'eau ou partie de cours d'eau dont le bassin hydrographique n'atteint pas 100 ha. Il en détermine la catégorie;
2. Transférer des cours d'eau non navigables de la troisième ou de la deuxième catégorie à une catégorie supérieure :
lorsque le débit de ces cours est augmenté anormalement par des décharges d'eaux industrielles ou d'égouts;
lorsque l'eau de ces cours d'eau est, d'une façon anormale, polluée par des eaux résiduaires;
lorque l'eau de ces cours d'eau subit une retenue par le fait d'un barrage ou d'un obstacle fixe quelconque;
ou lorsque leur pente ou leur configuration en rendent l'entretien anormalement coûteux.
Sauf s'il s'agit d'une classification en première catégorie, le Ministre recueille au préalable l'avis de la députation permanente de la province compétente en la matière.
1. Classer parmi les cours d'eau non navigables toute voie d'écoulement artificielle ainsi que tout cours d'eau ou partie de cours d'eau dont le bassin hydrographique n'atteint pas 100 ha. Il en détermine la catégorie;
2. Transférer des cours d'eau non navigables de la troisième ou de la deuxième catégorie à une catégorie supérieure :
lorsque le débit de ces cours est augmenté anormalement par des décharges d'eaux industrielles ou d'égouts;
lorsque l'eau de ces cours d'eau est, d'une façon anormale, polluée par des eaux résiduaires;
lorque l'eau de ces cours d'eau subit une retenue par le fait d'un barrage ou d'un obstacle fixe quelconque;
ou lorsque leur pente ou leur configuration en rendent l'entretien anormalement coûteux.
Sauf s'il s'agit d'une classification en première catégorie, le Ministre recueille au préalable l'avis de la députation permanente de la province compétente en la matière.
Art.5. De bestendige deputaties van de provinciale raden zijn belast, zich voegend naar de onderrichtingen van de Minister van Landbouw, met het opmaken en bijhouden van de beschrijvende tabellen van de onbevaarbare waterlopen en van alle andere bescheiden dienend om de toestand ervan op te nemen.
De Minister van Landbouw kan de gemeentebesturen de verplichting opleggen voor de uitvoering van die opdrachten met de provinciale overheden mede te werken. Hij regelt de verdeling van de er aan verbonden uitgaven en de wijze waarop de door de provinciën gedane voorschotten worden teruggevorderd.
De Minister van Landbouw bepaalt welke aanduidingen in deze tabellen en bescheiden moeten voorkomen en schrijft voor op welke wijze en binnen welke termijn zij worden opgemaakt. Hij bepaalt de modaliteiten van het onderzoek, van de bezwaren en van de beroepen waartoe het opmaken van de tabellen en bescheiden aanleiding geeft alsook die van hun definitieve goedkeuring. Hij stelt eveneens regelen inzake het bewaren en bijhouden van deze bescheiden.
De Minister van Landbouw kan de gemeentebesturen de verplichting opleggen voor de uitvoering van die opdrachten met de provinciale overheden mede te werken. Hij regelt de verdeling van de er aan verbonden uitgaven en de wijze waarop de door de provinciën gedane voorschotten worden teruggevorderd.
De Minister van Landbouw bepaalt welke aanduidingen in deze tabellen en bescheiden moeten voorkomen en schrijft voor op welke wijze en binnen welke termijn zij worden opgemaakt. Hij bepaalt de modaliteiten van het onderzoek, van de bezwaren en van de beroepen waartoe het opmaken van de tabellen en bescheiden aanleiding geeft alsook die van hun definitieve goedkeuring. Hij stelt eveneens regelen inzake het bewaren en bijhouden van deze bescheiden.
Art.5. Les députations permanentes des conseils provinciaux sont chargées d'établir et de tenir à jour, en se conformant aux instructions du Ministre de l'Agriculture, les tableaux descriptifs des cours d'eau non navigables et tous les autres documents de nature à relever leur état.
Le Ministre de l'Agriculture peut imposer aux administrations communales l'obligation de prêter leur concours aux autorités provinciales pour l'exécution de ces tâches. Il règle la répartition des dépenses qui en résultent ainsi que le mode de recouvrement des avances faites par les provinces.
Le Ministre de l'Agriculture détermine les indications que ces tableaux et documents doivent contenir et prescrit comment et dans quel délai ils doivent être établis. Il fixe les modalités de l'enquête, des réclamations et des recours auxquels l'établissement des tableaux et documents donne lieu, ainsi que celles de leur approbation définitive. Il organise également la conservation et la tenue à jour de ces documents.
Le Ministre de l'Agriculture peut imposer aux administrations communales l'obligation de prêter leur concours aux autorités provinciales pour l'exécution de ces tâches. Il règle la répartition des dépenses qui en résultent ainsi que le mode de recouvrement des avances faites par les provinces.
Le Ministre de l'Agriculture détermine les indications que ces tableaux et documents doivent contenir et prescrit comment et dans quel délai ils doivent être établis. Il fixe les modalités de l'enquête, des réclamations et des recours auxquels l'établissement des tableaux et documents donne lieu, ainsi que celles de leur approbation définitive. Il organise également la conservation et la tenue à jour de ces documents.
HOOFDSTUK II. - Gewone ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
CHAPITRE II. - Des travaux ordinaires de curage, d'entretien et de réparation.
Art.6. In onderhavige wet wordt verstaan onder " gewone ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken " :
het uitbaggeren van de waterloop tot op de vaste bodem;
het uittrekken en verwijderen uit de waterloop van wortels, takken, biezen, riet, kruiden en over het algemeen alle vreemde voorwerpen en het neerleggen ervan op de oevers;
het wegruimen uit de waterloop van de aanspoelingen op de bolle oevers en uitspringende hoeken;
het reinigen van de doorgangen van de waterloop onder bruggen en overwelfde vakken;
het herstellen van de oevers die ingezakt zijn bij middel van palen, rijswerk en andere materiaal; het wegnemen van struik- en houtgewas wanneer dit de loop van het water belemmert;
het herstellen en verstevigen van de langsheen de waterloop bestaande dijken en het verwijderen van al hetgeen zich daarop bevindt zo dit de loop van het water zou hinderen, ongeacht of de dijk aan privaat- of publiekrechtelijke eigenaars toebehoort;
het onderhouden en herstellen en het verzekeren van de normale werking van de pompstations die zich op de waterlopen bevinden, ongeacht of zij aan privaat- of publiekrechtelijke eigenaars toebehoren.
het uitbaggeren van de waterloop tot op de vaste bodem;
het uittrekken en verwijderen uit de waterloop van wortels, takken, biezen, riet, kruiden en over het algemeen alle vreemde voorwerpen en het neerleggen ervan op de oevers;
het wegruimen uit de waterloop van de aanspoelingen op de bolle oevers en uitspringende hoeken;
het reinigen van de doorgangen van de waterloop onder bruggen en overwelfde vakken;
het herstellen van de oevers die ingezakt zijn bij middel van palen, rijswerk en andere materiaal; het wegnemen van struik- en houtgewas wanneer dit de loop van het water belemmert;
het herstellen en verstevigen van de langsheen de waterloop bestaande dijken en het verwijderen van al hetgeen zich daarop bevindt zo dit de loop van het water zou hinderen, ongeacht of de dijk aan privaat- of publiekrechtelijke eigenaars toebehoort;
het onderhouden en herstellen en het verzekeren van de normale werking van de pompstations die zich op de waterlopen bevinden, ongeacht of zij aan privaat- of publiekrechtelijke eigenaars toebehoren.
Art.6. Au sens de la présente loi, on entend par " travaux ordinaires de curage, d'entretien et de réparation " :
le dragage du cours d'eau jusqu'au plafond ferme;
l'arrachage et l'enlèvement des racines, branches, joncs, roseaux, plantes et tous autres objets étrangers qui se trouvent dans le cours d'eau et leur dépôt sur les rives;
l'enlèvement des dépôts qui se forment sur les rives convexes du cours d'eau et sur les saillies;
le curage des passages du cours d'eau sous les ponts et dans les parties voûtées;
la réparation des rives affaissées, au moyen de piquets, de clayonnages et autres matériaux; l'enlèvement des buissons et arbustes lorsqu'ils entravent l'écoulement de l'eau;
la réparation et le renforcement des digues qui existent le long du cours d'eau et l'enlèvement de tout ce qui s'y trouve, pour autant que cela puisse géner l'écoulement de l'eau, que ces digues appartiennent à des personnes de droit privé ou public;
l'entretien, la réparation et les mesures propres à assurer le fonctionnement normal des stations de pompage qui se trouvent sur les cours d'eau, que celles-ci appartiennent à des personnes de droit privé ou public.
le dragage du cours d'eau jusqu'au plafond ferme;
l'arrachage et l'enlèvement des racines, branches, joncs, roseaux, plantes et tous autres objets étrangers qui se trouvent dans le cours d'eau et leur dépôt sur les rives;
l'enlèvement des dépôts qui se forment sur les rives convexes du cours d'eau et sur les saillies;
le curage des passages du cours d'eau sous les ponts et dans les parties voûtées;
la réparation des rives affaissées, au moyen de piquets, de clayonnages et autres matériaux; l'enlèvement des buissons et arbustes lorsqu'ils entravent l'écoulement de l'eau;
la réparation et le renforcement des digues qui existent le long du cours d'eau et l'enlèvement de tout ce qui s'y trouve, pour autant que cela puisse géner l'écoulement de l'eau, que ces digues appartiennent à des personnes de droit privé ou public;
l'entretien, la réparation et les mesures propres à assurer le fonctionnement normal des stations de pompage qui se trouvent sur les cours d'eau, que celles-ci appartiennent à des personnes de droit privé ou public.
Art.7. § 1. De ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan de waterlopen van de eerste categorie worden door de Staat uitgevoerd overeenkomstig vooraf door de Minister van Landbouw vastgestelde termijnen en modaliteiten.
§ 2. De ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan de waterlopen van de tweede categorie worden uitgevoerd door de provincie op wier grondgebied die waterlopen gelgen zijn.
Wanneer die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt van twee provinciën, wijst de Minister van Landbouw de provincie aan die met de uitvoering ervan belast is.
§ 3. De ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan de waterlopen van de derde categorie worden uitgevoerd onder het toezicht van de provincie, door de gemeente op wier grondgebied die waterlopen gelegen zijn.
§ 4. De in §§ 2 en 3 bedoelde werken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het provinciaal reglement betreffende de onbevaarbare waterlopen. Dit reglement moet de modaliteiten van die uitvoering regelen, onder meer de termijnen binnen welke zij moet geschieden; het moet ook bepalen dat jaarlijks een schouwing zal gedaan worden van de waterlopen van de tweede en de derde categorie ten einde vast te stellen welke werken moeten worden ten uitvoer gelegd in de loop van de daaropvolgende periode van twaalf maanden.
§ 2. De ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan de waterlopen van de tweede categorie worden uitgevoerd door de provincie op wier grondgebied die waterlopen gelgen zijn.
Wanneer die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt van twee provinciën, wijst de Minister van Landbouw de provincie aan die met de uitvoering ervan belast is.
§ 3. De ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan de waterlopen van de derde categorie worden uitgevoerd onder het toezicht van de provincie, door de gemeente op wier grondgebied die waterlopen gelegen zijn.
§ 4. De in §§ 2 en 3 bedoelde werken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het provinciaal reglement betreffende de onbevaarbare waterlopen. Dit reglement moet de modaliteiten van die uitvoering regelen, onder meer de termijnen binnen welke zij moet geschieden; het moet ook bepalen dat jaarlijks een schouwing zal gedaan worden van de waterlopen van de tweede en de derde categorie ten einde vast te stellen welke werken moeten worden ten uitvoer gelegd in de loop van de daaropvolgende periode van twaalf maanden.
Art.7. § 1. Les travaux de curage, d'entretien et de réparation à faire aux cours d'eau de la première catégorie sont exécutés par l'Etat, conformément aux délais et modalités préalablement déterminés par le Ministre de l'Agriculture.
§ 2. Les travaux de curage, d'entretien et de réparation à faire aux cours d'eau de la deuxième catégorie sont exécutés par la province sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, le Ministre de l'Agriculture désigne la province qui sera chargée de leur exécution.
§ 3. Les travaux de curage, d'entretien et de réparation à faire aux cours d'eau de la troisième catégorie sont exécutés, sous le contrôle de la province, par la commune sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
§ 4. Les travaux visés aux §§ 2 et 3 doivent être exécutés conformément aux dispositions du règlement provincial sur les cours d'eau non navigables. Ce règlement doit régler les modalités d'exécution et notamment les délais à respecter; il doit également prévoir une visite annuelle des cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie, aux fins de déterminer les travaux qui devront être exécutés au cours de la période de douze mois qui suit cette visite.
§ 2. Les travaux de curage, d'entretien et de réparation à faire aux cours d'eau de la deuxième catégorie sont exécutés par la province sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, le Ministre de l'Agriculture désigne la province qui sera chargée de leur exécution.
§ 3. Les travaux de curage, d'entretien et de réparation à faire aux cours d'eau de la troisième catégorie sont exécutés, sous le contrôle de la province, par la commune sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
§ 4. Les travaux visés aux §§ 2 et 3 doivent être exécutés conformément aux dispositions du règlement provincial sur les cours d'eau non navigables. Ce règlement doit régler les modalités d'exécution et notamment les délais à respecter; il doit également prévoir une visite annuelle des cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie, aux fins de déterminer les travaux qui devront être exécutés au cours de la période de douze mois qui suit cette visite.
Art.8. De door die werken veroorzaakte kosten worden gedragen door de openbare besturen die met hun uitvoering belast zijn. Een bijdrage in die kosten mag ten laste gelegd worden van de privaat- of publiekrechtelijke personen die gebruiker zijn van de waterloop of die eigenaar zijn van een kunstwerk dat zich op de waterloop bevindt, in verhouding tot de verzwaring van de kosten van die werken welke het gevolg is van het gebruik van de waterloop of van het bestaan van het kunstwerk.
Die bijdrage wordt bepaald door de Minister van Landbouw wat de waterlopen van de eerste categorie betreft en door de bestendige deputatie van de provincie wat de waterlopen betreft van de tweede en van de derde categorie.
Die bijdrage wordt bepaald door de Minister van Landbouw wat de waterlopen van de eerste categorie betreft en door de bestendige deputatie van de provincie wat de waterlopen betreft van de tweede en van de derde categorie.
Art.8. Les frais occasionnés par ces travaux sont supportés par les pouvoirs publics qui sont chargés de leur exécution. Une part contributive dans ces frais peut être mise à charge des personnes de droit privé ou public qui font usage du cours d'eau ou qui sont propriétaire d'un ouvrage d'art qui se trouve sur le cours d'eau, au prorata de l'aggravation des frais provoquée par l'usage du cours d'eau ou par l'existence de l'ouvrage d'art.
Cette part contributive est fixée par le Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et par la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Cette part contributive est fixée par le Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et par la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Art.9. De bijzondere verplichtingen welke, hetzij door het gebruik, hetzij door titels of overeenkomsten opgelegd worden, blijven behouden en zij moeten uitgevoerd worden onder de leiding van de overheden die belast zijn met de uitvoering van de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
De bruggen en andere private werken worden onderhouden en hersteld door diegenen aan wie ze toebehoren, zoniet kan de Minister van Landbouw, wat de waterlopen van de eerste categorie betreft, en de bestendige deputatie van de provincie, wat betreft de andere waterlopen, de werken doen uitvoeren op kosten van de eigenaars, onverminderd de bij deze wet bepaalde straffen.
De bruggen en andere private werken worden onderhouden en hersteld door diegenen aan wie ze toebehoren, zoniet kan de Minister van Landbouw, wat de waterlopen van de eerste categorie betreft, en de bestendige deputatie van de provincie, wat betreft de andere waterlopen, de werken doen uitvoeren op kosten van de eigenaars, onverminderd de bij deze wet bepaalde straffen.
Art.9. Les obligations spéciales imposées, soit par l'usage, soit par des titres ou des conventions, sont maintenues et seront exécutées sous la direction des autorités chargées de l'exécution des travaux de curage, d'entretien ou de réparation.
Les ponts et autres ouvrages privés sont entretenus et réparés par ceux à qui ils appartiennent, à défaut de quoi le Ministre de l'Agriculture, en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et la députation permanente de la province, en ce qui concerne les autres cours d'eau, peuvent ordonner les travaux à charge des propriétaires, sans préjudice des peines prévues par la présente loi.
Les ponts et autres ouvrages privés sont entretenus et réparés par ceux à qui ils appartiennent, à défaut de quoi le Ministre de l'Agriculture, en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et la députation permanente de la province, en ce qui concerne les autres cours d'eau, peuvent ordonner les travaux à charge des propriétaires, sans préjudice des peines prévues par la présente loi.
HOOFDSTUK III. - Buitengewone werken van verbetering of wijziging.
CHAPITRE III. - Des travaux extraordinaires d'amélioration ou de modification.
Art.10. § 1. In onderhavige wet wordt verstaan onder :
1. Buitengewone werken van verbetering : alle werken zoals uitgraving, verbreding, rechttrekking en over het algemeen alle wijzigingen aan de bedding, het tracé of de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden en die er toe strekken de waterafloop gevoelig te verbeteren;
2. Buitengewone werken van wijziging : alle andere werken die de bedding, het tracé of de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden, wijzigen en die, zonder de waterafloop te schaden, er niet toe strekken deze te verbeteren.
§ 2. Particulieren, (...), polders, wateringen, openbare instellingen, gemeenten, provinciën en de Staat kunnen, in voorkomend geval, met inachtneming van de wettelijke bepalingen betreffende de onteigening ten openbare nutte en onder de bij onderhavige wet bepaalde voorwaarden, buitengewone werken van verbetering of van wijziging aan de onbevaarbare waterlopen uitvoeren, zulke waterlopen afschaffen of er nieuwe aanleggen. <W 22-07-1970, art. 59>
1. Buitengewone werken van verbetering : alle werken zoals uitgraving, verbreding, rechttrekking en over het algemeen alle wijzigingen aan de bedding, het tracé of de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden en die er toe strekken de waterafloop gevoelig te verbeteren;
2. Buitengewone werken van wijziging : alle andere werken die de bedding, het tracé of de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden, wijzigen en die, zonder de waterafloop te schaden, er niet toe strekken deze te verbeteren.
§ 2. Particulieren, (...), polders, wateringen, openbare instellingen, gemeenten, provinciën en de Staat kunnen, in voorkomend geval, met inachtneming van de wettelijke bepalingen betreffende de onteigening ten openbare nutte en onder de bij onderhavige wet bepaalde voorwaarden, buitengewone werken van verbetering of van wijziging aan de onbevaarbare waterlopen uitvoeren, zulke waterlopen afschaffen of er nieuwe aanleggen. <W 22-07-1970, art. 59>
Art.10. § 1. Au sens de la présente loi, on entend par :
1. Travaux extraordinaires d'amélioration : tous travaux tels qu'approfondissement, élargissement, rectification et généralement toutes modifications du lit ou du tracé du cours d'eau ou des ouvrages d'art y établis, visant à améliorer d'une façon notable l'écoulement des eaux;
2. Travaux extraordinaires de modification : tous autres travaux modifiant le lit ou le tracé du lit ou les ouvrages d'art y établis qui, sans nuire à l'écoulement des eaux, ne visent pas à améliorer celui-ci.
§ 2. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues, les établissements publics, les communes, les provinces et l'Etat peuvent, le cas échéant, en respectant les dispositions légales relatives à l'expropriation pour cause d'utilité publique et dans les conditions prévues par la présente loi, exécuter des travaux extraordinaires d'amélioration ou des travaux extraordinaires de modification à des cours d'eau non navigables, supprimer de tels cours d'eau ou en créer de nouveaux. <L 22-07-1970, art. 59>
1. Travaux extraordinaires d'amélioration : tous travaux tels qu'approfondissement, élargissement, rectification et généralement toutes modifications du lit ou du tracé du cours d'eau ou des ouvrages d'art y établis, visant à améliorer d'une façon notable l'écoulement des eaux;
2. Travaux extraordinaires de modification : tous autres travaux modifiant le lit ou le tracé du lit ou les ouvrages d'art y établis qui, sans nuire à l'écoulement des eaux, ne visent pas à améliorer celui-ci.
§ 2. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues, les établissements publics, les communes, les provinces et l'Etat peuvent, le cas échéant, en respectant les dispositions légales relatives à l'expropriation pour cause d'utilité publique et dans les conditions prévues par la présente loi, exécuter des travaux extraordinaires d'amélioration ou des travaux extraordinaires de modification à des cours d'eau non navigables, supprimer de tels cours d'eau ou en créer de nouveaux. <L 22-07-1970, art. 59>
Afdeling 1. - Buitengewone werken van verbetering.
Section 1. - Des travaux extraordinaires d'amélioration.
Art.11. Onverminderd de bepalingen van artikel 12 van deze wet :
1. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie, uitgevoerd door en op kosten van de Staat onder het gezag van de Minister van Landbouw;
2. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de tweede categorie beslist door de bestendige deputatie van de provincie en, onder het toezicht van de Minister van Landbouw, uitgevoerd door en op kosten van de provincie op wier grondgebied die waterlopen gelegen zijn.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of op een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, worden zij uitgevoerd door deze die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken;
3. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de derde categorie, beslist door de gemeenteraad van de gemeente op wier grondgebied die werken moeten gedaan worden en, na goedkeuring van die beslissing door de bestendige deputatie van de provincie, onder het toezicht van deze laatste uitgevoerd door en op kosten van de gemeente die de beslissing heeft genomen.
1. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie, uitgevoerd door en op kosten van de Staat onder het gezag van de Minister van Landbouw;
2. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de tweede categorie beslist door de bestendige deputatie van de provincie en, onder het toezicht van de Minister van Landbouw, uitgevoerd door en op kosten van de provincie op wier grondgebied die waterlopen gelegen zijn.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of op een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, worden zij uitgevoerd door deze die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken;
3. worden de buitengewone werken van verbetering die betrekking hebben op waterlopen van de derde categorie, beslist door de gemeenteraad van de gemeente op wier grondgebied die werken moeten gedaan worden en, na goedkeuring van die beslissing door de bestendige deputatie van de provincie, onder het toezicht van deze laatste uitgevoerd door en op kosten van de gemeente die de beslissing heeft genomen.
Art.11. Sans préjudice des dispositions de l'article 12 de la présente loi :
1. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la première catégorie sont exécutés par et aux frais de l'Etat sous l'autorité du Ministre de l'Agriculture;
2. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la deuxième catégorie sont décidés par la députation permanente de la province et exécutés, sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture, par et à charge de la province sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, ils sont exécutés par celle qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation;
3. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la troisième catégorie sont décidés par le conseil communal de la commune sur le territoire de laquelle ces travaux doivent être exécutés et, après approbation de cette décision par la députation permanente de la province, exécutés sous la surveillance de celle-ci, par la commune qui a pris la décision et aux frais de cette commune.
1. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la première catégorie sont exécutés par et aux frais de l'Etat sous l'autorité du Ministre de l'Agriculture;
2. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la deuxième catégorie sont décidés par la députation permanente de la province et exécutés, sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture, par et à charge de la province sur le territoire de laquelle ces cours d'eau sont situés.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, ils sont exécutés par celle qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation;
3. les travaux extraordinaires d'amélioration relatifs aux cours d'eau de la troisième catégorie sont décidés par le conseil communal de la commune sur le territoire de laquelle ces travaux doivent être exécutés et, après approbation de cette décision par la députation permanente de la province, exécutés sous la surveillance de celle-ci, par la commune qui a pris la décision et aux frais de cette commune.
Art.12. Particulieren, (...), polders, wateringen en openbare instellingen mogen slechts buitengewone werken van verbetering aan onbevaarbare waterlopen uitvoeren nadat zij daartoe machtiging hebben verkregen : <W 22-07-1970, art. 59>
1. van de Koning op voordracht van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
1. van de Koning op voordracht van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
Art.12. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires d'amélioration aux cours d'eau non navigables qu'après y avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province compétente pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province compétente pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Art. 12_WAALS_GEWEST. Particulieren, (...), polders, wateringen en openbare instellingen mogen slechts buitengewone werken van verbetering aan onbevaarbare waterlopen uitvoeren nadat zij daartoe machtiging hebben verkregen : <W 22-07-1970, art. 59>
1. van de Koning op voordracht van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
[1 § 2. Wanneer die werken voor de uitvoering ervan een machtiging tot uitvoering van een werf bedoeld in artikel 23 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen, mogen ze niet uitgevoerd worden zolang zijn titularis niet beschikt over de machtiging tot uitvoering van een werf behalve in de bij dat decreet bepaalde gevallen.]1
1. van de Koning op voordracht van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
[1 § 2. Wanneer die werken voor de uitvoering ervan een machtiging tot uitvoering van een werf bedoeld in artikel 23 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen, mogen ze niet uitgevoerd worden zolang zijn titularis niet beschikt over de machtiging tot uitvoering van een werf behalve in de bij dat decreet bepaalde gevallen.]1
Art. 12 _REGION_WALLONNE.
Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires d'amélioration aux cours d'eau non navigables qu'après y avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province compétente pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
[1 § 2. Lorsque ces travaux requièrent, pour leur réalisation, une autorisation d'exécution de chantier visée à l'article 23 du décret du 30 avril 2009, relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eaux, ces travaux ne peuvent être exécutés tant que son titulaire ne dispose pas de l'autorisation d'exécution de chantier sauf dans les cas prévus par ce décret.]1
Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires d'amélioration aux cours d'eau non navigables qu'après y avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province compétente pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
[1 § 2. Lorsque ces travaux requièrent, pour leur réalisation, une autorisation d'exécution de chantier visée à l'article 23 du décret du 30 avril 2009, relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eaux, ces travaux ne peuvent être exécutés tant que son titulaire ne dispose pas de l'autorisation d'exécution de chantier sauf dans les cas prévus par ce décret.]1
Art.13. Onverminderd de door de openbare besturen verleende toelagen worden de door die werken veroorzaakte kosten gedragen door hen die er het initatief van genomen hebben.
De Minister van Landbouw wat de waterlopen van de eerste categorie betreft, en de bestendige deputatie van de provincie wat de andere waterlopen betreft, kunnen een deel van de kosten ten laste leggen van de provinciën, de gemeenten, de openbare instellingen of zelfs van de particulieren die uit bedoelde werken voordeel halen of deze werken noodzakelijk hebben gemaakt.
De Minister van Landbouw wat de waterlopen van de eerste categorie betreft, en de bestendige deputatie van de provincie wat de andere waterlopen betreft, kunnen een deel van de kosten ten laste leggen van de provinciën, de gemeenten, de openbare instellingen of zelfs van de particulieren die uit bedoelde werken voordeel halen of deze werken noodzakelijk hebben gemaakt.
Art.13. Sans préjudice des subsides alloués par les pouvoirs publics, les frais occasionnés par ces travaux sont supportés par ceux qui en ont pris l'initiative.
Le Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et la députation permanente de la province en ce qui concerne les autres cours d'eau, peuvent mettre une partie de la dépense à charge des provinces, des communes, des établissements publics ou même des particuliers qui bénéficieraient de ces travaux ou qui les ont rendus nécessaires.
Le Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et la députation permanente de la province en ce qui concerne les autres cours d'eau, peuvent mettre une partie de la dépense à charge des provinces, des communes, des établissements publics ou même des particuliers qui bénéficieraient de ces travaux ou qui les ont rendus nécessaires.
Afdeling 2. - Buitengewone werken van wijziging.
Section 2. - Des travaux extraordinaires de modification.
Art.14. § 1. Particulieren, (...), polders, waterweringen en openbare instellingen mogen slechts buitengewone werken van wijziging aan onbevaarbare waterlopen uitvoeren nadat zij daartoe machtiging hebben verkregen : <W 22-07-1970, art. 59>
1. van de Koning op voorstel van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, wordt de machtiging verleend door de bestendige deputatie van de provincie die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
Die werken worden uitgevoerd onder het toezicht van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
§ 2 . De Staat mag buitengewone werken van wijziging uitvoeren aan de onbevaarbare waterlopen.
Buitengewone werken van wijziging die uitgevoerd worden op initiatief van een andere staatsdienst dan het Ministerie van Landbouw, behoeven gunstig advies van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en advies van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
1. van de Koning op voorstel van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, wordt de machtiging verleend door de bestendige deputatie van de provincie die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
Die werken worden uitgevoerd onder het toezicht van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
§ 2 . De Staat mag buitengewone werken van wijziging uitvoeren aan de onbevaarbare waterlopen.
Buitengewone werken van wijziging die uitgevoerd worden op initiatief van een andere staatsdienst dan het Ministerie van Landbouw, behoeven gunstig advies van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en advies van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
Art.14. § 1. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables qu'après avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, l'autorisation est accordée par la députation permanente de la province qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation.
Ces travaux sont exécutés sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
§ 2. L'Etat peut exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables.
Les travaux extraordinaires de modification à exécuter à l'initiative d'un service de l'Etat, autre que le Ministre de l'Agriculture, requièrent l'avis favorable du Ministre de l'Agriculture, pour ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et l'avis de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, l'autorisation est accordée par la députation permanente de la province qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation.
Ces travaux sont exécutés sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
§ 2. L'Etat peut exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables.
Les travaux extraordinaires de modification à exécuter à l'initiative d'un service de l'Etat, autre que le Ministre de l'Agriculture, requièrent l'avis favorable du Ministre de l'Agriculture, pour ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et l'avis de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
Art. 14_WAALS_GEWEST. § 1. Particulieren, (...), polders, waterweringen en openbare instellingen mogen slechts buitengewone werken van wijziging aan onbevaarbare waterlopen uitvoeren nadat zij daartoe machtiging hebben verkregen : <W 22-07-1970, art. 59>
1. van de Koning op voorstel van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, wordt de machtiging verleend door de bestendige deputatie van de provincie die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
Die werken worden uitgevoerd onder het toezicht van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
§ 2 . De Staat mag buitengewone werken van wijziging uitvoeren aan de onbevaarbare waterlopen.
Buitengewone werken van wijziging die uitgevoerd worden op initiatief van een andere staatsdienst dan het Ministerie van Landbouw, behoeven gunstig advies van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en advies van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
[1 § 3. Wanneer de in §§ 1 en 2 bedoelde werken voor de uitvoering ervan een machtiging tot uitvoering van een werf bedoeld in artikel 23 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen, mogen ze niet uitgevoerd worden zolang zijn titularis niet beschikt over de machtiging tot uitvoering van een werf behalve in de bij dat decreet bepaalde gevallen.]1
1. van de Koning op voorstel van de Minister van Landbouw voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de eerste categorie;
2. van de bestendige deputatie van de provincie voor werken die betrekking hebben op waterlopen van de tweede en van de derde categorie.
Indien die werken betrekking hebben op een waterloop of een gedeelte van een waterloop die de grens vormt tussen twee provinciën, wordt de machtiging verleend door de bestendige deputatie van de provincie die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken.
Die werken worden uitgevoerd onder het toezicht van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
§ 2 . De Staat mag buitengewone werken van wijziging uitvoeren aan de onbevaarbare waterlopen.
Buitengewone werken van wijziging die uitgevoerd worden op initiatief van een andere staatsdienst dan het Ministerie van Landbouw, behoeven gunstig advies van de Minister van Landbouw wat betreft de waterlopen van de eerste categorie en advies van de bevoegde bestendige deputatie van de provincie wat betreft de andere waterlopen.
[1 § 3. Wanneer de in §§ 1 en 2 bedoelde werken voor de uitvoering ervan een machtiging tot uitvoering van een werf bedoeld in artikel 23 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen, mogen ze niet uitgevoerd worden zolang zijn titularis niet beschikt over de machtiging tot uitvoering van een werf behalve in de bij dat decreet bepaalde gevallen.]1
Art. 14 _REGION_WALLONNE.
§ 1. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables qu'après avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, l'autorisation est accordée par la députation permanente de la province qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation.
Ces travaux sont exécutés sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
§ 2. L'Etat peut exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables.
Les travaux extraordinaires de modification à exécuter à l'initiative d'un service de l'Etat, autre que le Ministre de l'Agriculture, requièrent l'avis favorable du Ministre de l'Agriculture, pour ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et l'avis de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
[1 § 3. Lorsque les travaux visés aux §§ 1er et, 2 requièrent pour leur réalisation une autorisation d'exécution de chantier visée à l'article 23 du décret du 30 avril 2009, relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eaux, ces travaux ne peuvent être exécutés tant que son titulaire ne dispose pas de l'autorisation d'exécution de chantier sauf dans les cas prévus par ce décret.]1
§ 1. Les particuliers, (...), les polders, les wateringues et les établissements publics ne peuvent exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables qu'après avoir été autorisés : <L 22-07-1970, art. 59>
1. par le Roi, sur la proposition du Ministre de l'Agriculture, pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la première catégorie;
2. par la députation permanente de la province pour les travaux qui concernent les cours d'eau de la deuxième et de la troisième catégorie.
Lorsque ces travaux concernent un cours d'eau ou partie de cours d'eau qui forme la limite entre deux provinces, l'autorisation est accordée par la députation permanente de la province qui a la charge des travaux de curage, d'entretien et de réparation.
Ces travaux sont exécutés sous le contrôle du Ministre de l'Agriculture en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie, et de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
§ 2. L'Etat peut exécuter des travaux extraordinaires de modification aux cours d'eau non navigables.
Les travaux extraordinaires de modification à exécuter à l'initiative d'un service de l'Etat, autre que le Ministre de l'Agriculture, requièrent l'avis favorable du Ministre de l'Agriculture, pour ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie et l'avis de la députation permanente de la province compétente en ce qui concerne les autres cours d'eau.
[1 § 3. Lorsque les travaux visés aux §§ 1er et, 2 requièrent pour leur réalisation une autorisation d'exécution de chantier visée à l'article 23 du décret du 30 avril 2009, relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eaux, ces travaux ne peuvent être exécutés tant que son titulaire ne dispose pas de l'autorisation d'exécution de chantier sauf dans les cas prévus par ce décret.]1
Art.15. De door buitengewone werken van wijziging veroorzaakte kosten worden gedragen door hen die er het initiatief van genomen hebben.
Art.15. Les frais occasionnés par des travaux extraordinaires de modification sont supportés par ceux qui en ont pris l'initiative.
HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions générales.
Art.16. De bedding van een onbevaarbare waterloop wordt geacht toe te behoren aan het Rijk, aan de provincie die belast is met de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken of aan de gemeente, naar gelang het een waterloop van de eerste, van de tweede of van de derde categorie betreft.
Gedurende zes maanden te rekenen van de betekening die hun daarvan door de bevoegde overheid gedaan wordt, hebben de aangelanden van de verlaten bedding het recht zich te doen machtigen in volle eigendom over het vrijgemaakt terrein te beschikken, mits ze zich er toe verbinden, naar het verslag van deskundigen, de waarde te betalen hetzij van de eigendom, hetzij van de meerwaarde ingeval zou bewezen zijn dat zij eigenaars waren van de grond.
Gedurende zes maanden te rekenen van de betekening die hun daarvan door de bevoegde overheid gedaan wordt, hebben de aangelanden van de verlaten bedding het recht zich te doen machtigen in volle eigendom over het vrijgemaakt terrein te beschikken, mits ze zich er toe verbinden, naar het verslag van deskundigen, de waarde te betalen hetzij van de eigendom, hetzij van de meerwaarde ingeval zou bewezen zijn dat zij eigenaars waren van de grond.
Art.16. Le lit d'un cours d'eau non navigable est présumé appartenir à l'Etat, à la province chargée des travaux de curage, d'entretien et de réparation ou à la commune, selon qu'il s'agit d'un cours d'eau de la première, de la deuxième ou de la troisième catégorie.
Pendant six mois à dater de la notification qui leur en sera faite par les autorités compétentes, les riverains du lit abandonné auront la faculté de se faire autoriser à disposer en pleine propriété du terrain devenu libre, en s'engageant à en payer, à dire d'experts, soit la propriété, soit la plus-value dans le cas où il serait reconnu qu'ils étaient propriétaires du fond.
Pendant six mois à dater de la notification qui leur en sera faite par les autorités compétentes, les riverains du lit abandonné auront la faculté de se faire autoriser à disposer en pleine propriété du terrain devenu libre, en s'engageant à en payer, à dire d'experts, soit la propriété, soit la plus-value dans le cas où il serait reconnu qu'ils étaient propriétaires du fond.
Art. 16bis_WAALS_GEWEST. [1 De gronden die langs een waterloop in de openlucht liggen en als weiland dienen worden afgesloten om de toegang van het vee tot de waterloop tijdens het hele jaar te voorkomen onder voorbehoud van het bestaan van een besluit van de Waalse Regering,waarbij het hele grondgebied van een gemeente aan de toepassing van deze maatregel onttrokken wordt.
Dat besluit wordt op 1 januari 2015 opgeheven voor wat betreft de gronden gelegen in een Natura 2000-locatie of in een gebied met een bijzonder belang aangewezen door de Waalse Regering wegens het risico voor eutrofiëring van het grondwater zoals bepaald in artikel D.2, 34 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt.
Het gedeelte van de langs de waterloop gelegen omheining bevindt zich op een minimale lengte van één meter gemeten landinwaarts vanaf de bovenste rand van de oever van de waterloop. In afwijking is die minimale lengte 0,75 meter voor de omheiningen geplaatst vóór 1 april 2014.
Wanneer het passeren met droge voeten in of in de onmiddellijke nabijheid van de weiden gelegen aan beide kanten van de waterloop onmogelijk is, kunnen hekken in de omheiningen gelegen langs die waterloop geïnstalleerd worden om een doorwaadbare doorgang mogelijk te maken. Tijdens de tijd die nodig is voor de oversteek van de waterloop kunnen die hekken open staan. Het weiden wordt zodanig georganiseerd dat de frequentie en het aantal oversteken worden verminderd.
De omheining wordt geplaatst zonder een hindernis te vormen voor de doorgang van het materiaal dat gebruikt wordt voor de uitvoering van de gewone werken tot ruiming, onderhoud of herstelling van de waterlopen.
De Regering kan een afwijking voor die verplichting toekennen alleen voor de gronden die het voorwerp uitmaken van een zeer extensieve wei die gunstig is voor biodiversiteit.]1
Dat besluit wordt op 1 januari 2015 opgeheven voor wat betreft de gronden gelegen in een Natura 2000-locatie of in een gebied met een bijzonder belang aangewezen door de Waalse Regering wegens het risico voor eutrofiëring van het grondwater zoals bepaald in artikel D.2, 34 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt.
Het gedeelte van de langs de waterloop gelegen omheining bevindt zich op een minimale lengte van één meter gemeten landinwaarts vanaf de bovenste rand van de oever van de waterloop. In afwijking is die minimale lengte 0,75 meter voor de omheiningen geplaatst vóór 1 april 2014.
Wanneer het passeren met droge voeten in of in de onmiddellijke nabijheid van de weiden gelegen aan beide kanten van de waterloop onmogelijk is, kunnen hekken in de omheiningen gelegen langs die waterloop geïnstalleerd worden om een doorwaadbare doorgang mogelijk te maken. Tijdens de tijd die nodig is voor de oversteek van de waterloop kunnen die hekken open staan. Het weiden wordt zodanig georganiseerd dat de frequentie en het aantal oversteken worden verminderd.
De omheining wordt geplaatst zonder een hindernis te vormen voor de doorgang van het materiaal dat gebruikt wordt voor de uitvoering van de gewone werken tot ruiming, onderhoud of herstelling van de waterlopen.
De Regering kan een afwijking voor die verplichting toekennen alleen voor de gronden die het voorwerp uitmaken van een zeer extensieve wei die gunstig is voor biodiversiteit.]1
Art. 16bis _REGION_WALLONNE
[1 Les terres situées en bordure d'un cours d'eau à ciel ouvert et servant de pâtures, sont clôturées de manière à empêcher toute l'année l'accès du bétail au cours d'eau, sous réserve de l'existence d'un arrêté du Gouvernement wallon soustrayant l'ensemble ou partie du territoire d'une commune à l'application de cette mesure.
Cet arrêté est abrogé au 1er janvier 2015 pour ce qui concerne les terres situées dans un site Natura 2000 ou dans une zone à enjeu spécifique désignée par le Gouvernement wallon en raison du risque d'eutrophisation des eaux de surface telles que définies à l'article D.2, 34° du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
La partie de la clôture située en bordure du cours d'eau se trouve à une distance minimale d'un mètre mesurée à partir de la crête de la berge du cours d'eau vers l'intérieur des terres. Par dérogation, cette distance minimale est de 0,75 mètre pour les clôtures placées avant le 1er avril 2014.
Lorsqu'un passage à pied sec n'est pas possible dans ou à proximité immédiate des pâtures situées de part et d'autre du cours d'eau, des barrières peuvent être installées dans les clôtures situées en bordure de ce cours d'eau afin de permettre une traversée à gué. Ces barrières peuvent être ouvertes le temps nécessaire à la traversée du cours d'eau. Le pâturage est organisé de manière à réduire la fréquence et le nombre de traversées.
La clôture est établie de façon à ce qu'elle ne puisse créer une entrave au passage du matériel utilisé pour l'exécution des travaux ordinaires de curage, d'entretien ou de réparation aux cours d'eau.
Le Gouvernement peut accorder une dérogation à cette obligation uniquement pour les terres faisant l'objet d'un pâturage très extensif favorable à la biodiversité.]1
[1 Les terres situées en bordure d'un cours d'eau à ciel ouvert et servant de pâtures, sont clôturées de manière à empêcher toute l'année l'accès du bétail au cours d'eau, sous réserve de l'existence d'un arrêté du Gouvernement wallon soustrayant l'ensemble ou partie du territoire d'une commune à l'application de cette mesure.
Cet arrêté est abrogé au 1er janvier 2015 pour ce qui concerne les terres situées dans un site Natura 2000 ou dans une zone à enjeu spécifique désignée par le Gouvernement wallon en raison du risque d'eutrophisation des eaux de surface telles que définies à l'article D.2, 34° du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
La partie de la clôture située en bordure du cours d'eau se trouve à une distance minimale d'un mètre mesurée à partir de la crête de la berge du cours d'eau vers l'intérieur des terres. Par dérogation, cette distance minimale est de 0,75 mètre pour les clôtures placées avant le 1er avril 2014.
Lorsqu'un passage à pied sec n'est pas possible dans ou à proximité immédiate des pâtures situées de part et d'autre du cours d'eau, des barrières peuvent être installées dans les clôtures situées en bordure de ce cours d'eau afin de permettre une traversée à gué. Ces barrières peuvent être ouvertes le temps nécessaire à la traversée du cours d'eau. Le pâturage est organisé de manière à réduire la fréquence et le nombre de traversées.
La clôture est établie de façon à ce qu'elle ne puisse créer une entrave au passage du matériel utilisé pour l'exécution des travaux ordinaires de curage, d'entretien ou de réparation aux cours d'eau.
Le Gouvernement peut accorder une dérogation à cette obligation uniquement pour les terres faisant l'objet d'un pâturage très extensif favorable à la biodiversité.]1
Art.17. § 1. De aangelanden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken op de waterlopen zijn verplicht :
1. Doorgang te verlenen aan de personeelsleden van het bestuur, aan de werklieden en aan de andere met de uitvoering van de werken belaste personen;
2. Op hun gronden of eigendommen de uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen en de voor de uitvoering van de werken nodige materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen.
§ 2. Geen vergoeding is aan de aangelanden, aan de gebruikers en aan de eigenaars van kunstwerken verschuldigd uit hoofde van de plaatsing op hun gronden of eigendommen binnen een strook van vijf meter vanaf de oever, van de produkten die voortkomen van de ruimingswerken.
De Minister van Landbouw, de bestendige deputaties en de colleges van burgemeester en schepenen naar gelang het geval, kunnen evenwel beslissen dat de oevers zullen ontdaan worden van die produkten.
§ 3. De aangelanden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken kunnen aanspraak maken op een schadeloosstelling voor de schade die zij hebben geleden naar aanleiding van de uitvoering van de buitengewone werken. Die schadeloosstelling wordt in de kosten van de werken verrekend.
1. Doorgang te verlenen aan de personeelsleden van het bestuur, aan de werklieden en aan de andere met de uitvoering van de werken belaste personen;
2. Op hun gronden of eigendommen de uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen en de voor de uitvoering van de werken nodige materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen.
§ 2. Geen vergoeding is aan de aangelanden, aan de gebruikers en aan de eigenaars van kunstwerken verschuldigd uit hoofde van de plaatsing op hun gronden of eigendommen binnen een strook van vijf meter vanaf de oever, van de produkten die voortkomen van de ruimingswerken.
De Minister van Landbouw, de bestendige deputaties en de colleges van burgemeester en schepenen naar gelang het geval, kunnen evenwel beslissen dat de oevers zullen ontdaan worden van die produkten.
§ 3. De aangelanden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken kunnen aanspraak maken op een schadeloosstelling voor de schade die zij hebben geleden naar aanleiding van de uitvoering van de buitengewone werken. Die schadeloosstelling wordt in de kosten van de werken verrekend.
Art.17. § 1. Les riverains, les usagers et les propriétaires d'ouvrages d'art sur les cours d'eau sont tenus :
1. De livrer passage aux agents de l'administration, aux ouvriers et aux autres personnes chargées de l'exécution des travaux;
2. De laisser déposer sur leurs terres ou leurs propriétés, les matières enlevées du lit du cours d'eau, ainsi que les matériaux, l'outillage et les engins nécessaires pour l'exécution des travaux.
§ 2. Aucune indemnité n'est due aux riverains, aux usagers et aux propriétaires d'ouvrages d'art en raison du dépôt, sur leurs terres ou propriétés, sur une bande de cinq mètres, à compter de la rive, des produits provenant des travaux de curage.
Le Ministre de l'Agriculture, les députations permanentes et les collèges des bourgmestre et échevins, selon le cas, peuvent toutefois décider que les rives seront débarrassées de ces produits.
§ 3. Les riverains, usagers et les propriétaires d'ouvrages d'art pourront réclamer un dédommagement poué le préjudice qu'ils auront subi à l'occasion de l'exécution des travaux extraordinaires. Ce dédommagement sera compris dans les frais des travaux.
1. De livrer passage aux agents de l'administration, aux ouvriers et aux autres personnes chargées de l'exécution des travaux;
2. De laisser déposer sur leurs terres ou leurs propriétés, les matières enlevées du lit du cours d'eau, ainsi que les matériaux, l'outillage et les engins nécessaires pour l'exécution des travaux.
§ 2. Aucune indemnité n'est due aux riverains, aux usagers et aux propriétaires d'ouvrages d'art en raison du dépôt, sur leurs terres ou propriétés, sur une bande de cinq mètres, à compter de la rive, des produits provenant des travaux de curage.
Le Ministre de l'Agriculture, les députations permanentes et les collèges des bourgmestre et échevins, selon le cas, peuvent toutefois décider que les rives seront débarrassées de ces produits.
§ 3. Les riverains, usagers et les propriétaires d'ouvrages d'art pourront réclamer un dédommagement poué le préjudice qu'ils auront subi à l'occasion de l'exécution des travaux extraordinaires. Ce dédommagement sera compris dans les frais des travaux.
Art. 17_WAALS_GEWEST. (Noteer evenwel dat de onderhavige wet opgeheven werd voor het Waalse Gewest door DWG 2004-05-27/1, art. 2.) [1 Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door de aanwonenden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken op de waterlopen die verhinderen dat de uit de rivierbedding verwijderde stoffen, alsook de materialen, het gereedschap en de tuigen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken op hun grond of eigendom opgeslagen worden.
Er wordt een overtreding van vierde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door :
1° de gebruikers of de eigenaars van op de onbevaarbare waterlopen gevestigde kunstwerken die er niet voor zorgen dat die kunstwerken functioneren overeenkomstig de voorschriften van de bevoegde overheid en, hoe dan ook, op zodanige wijze dat de wateren in de waterloop nooit tegengehouden worden boven het niveau aangegeven dmv peilnagels aangebracht overeenkomstig de onderrichtingen van de bevoegde overheid, en die zich, in noodgeval, niet houden aan de bevelen van het gemeentepersoneel of van een ambtenaar bedoeld in artikel 22 van deze wet;
2° de opdrachtgevers die binnen tien dagen na afloop van de werken die toegelaten werden zoals bepaald bij artikel 14 van voornoemde wet of waarvan de uitvoering door de bevoegde overheid werd voorgeschreven, geen waarschuwing bij ter post aangetekend schrijven of op elke andere wijze waarbij de datum bewijskracht heeft richt aan;
3° [3 de overtreder van artikel 16bis of artikel 23, § 3;]3
4° degene die de oevers, de bedding of de dijken van een waterloop beschadigt of afzwakt, de waterlopen belemmert of er voorwerpen of stoffen in brengt die de vlotte afvloeiing van de wateren kunnen verhinderen, de 0,50 meter brede strook land, landinwaarts gemeten vanaf de bovenste rand van de oever van de waterloop, op een andere wijze omploegt, egt, omspit of omwerkt, die de peilschalen, de peilnagels of elk ander op verzoek van een afgevaardigde van de bevoegde overheid of van de gemeenteraad aangebracht positiebepalend systeem verwijdert, onherkenbaar maakt of wat dan ook wijzigt aan de schikking of plaatsing ervan, de door voornoemde handelingen veroorzaakte toestanden laat voortbestaan;
5° degene die verzuimt te voldoen aan de voorschriften van de beheerder van de waterloop :
- door geen peilschalen of peilnagels op eigen kosten in de bedding van de waterloop te plaatsen, of door er de plaats of schikking van te wijzigen;
- door de door de beheerder van de waterloop opgelegde werken niet binnen de vastgelegde termijn of onder de gestelde voorwaarden uit te voeren;
- door zich niet te houden aan het door de beheerder van de waterloop opgelegd verbod waarbij gedurende een periode van het jaar geen gebruik van sommige vaartuigen gemaakt mag worden op bepaalde delen van onbevaarbare waterlopen;
6° degene die zich niet houdt aan de bepalingen van artikel 12 of 14 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen of die werken uitvoert die niet overeenstemmen met een krachtens deze artikelen verleende vergunning;
7° degene die verzuimt de onderhouds- of herstellingswerken uit te voeren die hij overeenkomstig artikel 9 moet uitvoeren.]1
Er wordt een overtreding van vierde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door :
1° de gebruikers of de eigenaars van op de onbevaarbare waterlopen gevestigde kunstwerken die er niet voor zorgen dat die kunstwerken functioneren overeenkomstig de voorschriften van de bevoegde overheid en, hoe dan ook, op zodanige wijze dat de wateren in de waterloop nooit tegengehouden worden boven het niveau aangegeven dmv peilnagels aangebracht overeenkomstig de onderrichtingen van de bevoegde overheid, en die zich, in noodgeval, niet houden aan de bevelen van het gemeentepersoneel of van een ambtenaar bedoeld in artikel 22 van deze wet;
2° de opdrachtgevers die binnen tien dagen na afloop van de werken die toegelaten werden zoals bepaald bij artikel 14 van voornoemde wet of waarvan de uitvoering door de bevoegde overheid werd voorgeschreven, geen waarschuwing bij ter post aangetekend schrijven of op elke andere wijze waarbij de datum bewijskracht heeft richt aan;
3° [3 de overtreder van artikel 16bis of artikel 23, § 3;]3
4° degene die de oevers, de bedding of de dijken van een waterloop beschadigt of afzwakt, de waterlopen belemmert of er voorwerpen of stoffen in brengt die de vlotte afvloeiing van de wateren kunnen verhinderen, de 0,50 meter brede strook land, landinwaarts gemeten vanaf de bovenste rand van de oever van de waterloop, op een andere wijze omploegt, egt, omspit of omwerkt, die de peilschalen, de peilnagels of elk ander op verzoek van een afgevaardigde van de bevoegde overheid of van de gemeenteraad aangebracht positiebepalend systeem verwijdert, onherkenbaar maakt of wat dan ook wijzigt aan de schikking of plaatsing ervan, de door voornoemde handelingen veroorzaakte toestanden laat voortbestaan;
5° degene die verzuimt te voldoen aan de voorschriften van de beheerder van de waterloop :
- door geen peilschalen of peilnagels op eigen kosten in de bedding van de waterloop te plaatsen, of door er de plaats of schikking van te wijzigen;
- door de door de beheerder van de waterloop opgelegde werken niet binnen de vastgelegde termijn of onder de gestelde voorwaarden uit te voeren;
- door zich niet te houden aan het door de beheerder van de waterloop opgelegd verbod waarbij gedurende een periode van het jaar geen gebruik van sommige vaartuigen gemaakt mag worden op bepaalde delen van onbevaarbare waterlopen;
6° degene die zich niet houdt aan de bepalingen van artikel 12 of 14 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen of die werken uitvoert die niet overeenstemmen met een krachtens deze artikelen verleende vergunning;
7° degene die verzuimt de onderhouds- of herstellingswerken uit te voeren die hij overeenkomstig artikel 9 moet uitvoeren.]1
Art. 17 _REGION_WALLONNE.
(Noter toutefois que la présente loi a été abrogée pour la Région wallonne par DRW 2004-05-27/11, art. 2.) [1 Commettent une infraction de troisième catégorie au sens de la partie VIII de la partie décrétale du Livre Ier du Code de l'Environnement, les riverains, les usagers et les propriétaires d'ouvrages d'art sur les cours d'eau qui entravent le dépôt sur leurs terres ou leurs propriétés des matières enlevées du lit du cours d'eau ainsi que des matériaux, de l'outillage et des engins nécessaires pour l'exécution des travaux.
Commettent une infraction de quatrième catégorie au sens de la partie VIII de la partie décrétale du Livre Ier du Code de l'Environnement :
1° les usagers ou propriétaires d'ouvrages établis sur les cours d'eau non navigables qui ne veillent pas à ce que ces ouvrages fonctionnent en conformité aux instructions qui leur sont données par l'autorité compétente et, en tout état de cause, d'une manière telle que les eaux dans le cours d'eau ne soient jamais retenues au-dessus du niveau indiqué par les clous de jauge placés conformément aux instructions de l'autorité compétente, et qui, en cas d'urgence, n'obéissent pas aux injonctions du personnel communal ou d'un fonctionnaire visé à l'article 22 de la présente loi;
2° les maîtres d'ouvrage qui, dans les dix jours suivant la fin des travaux qui ont été autorisés comme prévu à l'article 14 de la loi précitée ou dont l'exécution a été prescrite par l'autorité compétente, n'avisent pas par lettre recommandée à la poste ou toute autre modalité conférant date certaine;
3° [3 celui qui contrevient à l'article 16bis ou à l'article 23, § 3;]3
4° celui qui dégrade ou affaiblit les berges, le lit ou les digues d'un cours d'eau, obstrue les cours d'eau ou y introduit des objets ou des matières pouvant entraver le libre écoulement des eaux, laboure, herse, bêche ou ameublit d'une autre manière la bande de terre d'une largeur de 0,50 mètre, mesurée à partir de la crête de la berge du cours d'eau vers l'intérieur des terres, enlève, rend méconnaissable ou modifie quoi que ce soit à la disposition ou à l'emplacement des échelles de niveau, des clous de jauge ou de tout autre système de repérage mis en place à la requête d'un délégué de l'autorité compétente ou du collège communal, laisse substituer les situations créées à la suite des actes indiqués ci-dessus;
5° celui qui néglige de se conformer aux prescriptions du gestionnaire du cours d'eau :
- en ne plaçant pas à ses frais, dans le lit de ce cours d'eau, des échelles de niveau ou des clous de jauge ou en modifiant l'emplacement ou la disposition des échelles ou des clous existants;
- en ne réalisant pas, dans le délai fixé, les travaux imposés par le gestionnaire du cours d'eau ou qui ne le fait pas dans les conditions imposées;
- en ne respectant pas l'interdiction faite par le gestionnaire du cours d'eau durant une période de l'année d'utiliser certaines embarcations dans des parties déterminées de cours d'eau non navigables;
6° celui qui ne respecte pas les dispositions des articles 12 ou 14 de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables ou qui exécute des travaux qui ne sont pas conformes à une autorisation accordée en vertu de ces articles;
7° celui qui omet d'exécuter les travaux d'entretien ou de réparation nécessaires dont il a la charge en application de l'article 9.]1
(Noter toutefois que la présente loi a été abrogée pour la Région wallonne par DRW 2004-05-27/11, art. 2.) [1 Commettent une infraction de troisième catégorie au sens de la partie VIII de la partie décrétale du Livre Ier du Code de l'Environnement, les riverains, les usagers et les propriétaires d'ouvrages d'art sur les cours d'eau qui entravent le dépôt sur leurs terres ou leurs propriétés des matières enlevées du lit du cours d'eau ainsi que des matériaux, de l'outillage et des engins nécessaires pour l'exécution des travaux.
Commettent une infraction de quatrième catégorie au sens de la partie VIII de la partie décrétale du Livre Ier du Code de l'Environnement :
1° les usagers ou propriétaires d'ouvrages établis sur les cours d'eau non navigables qui ne veillent pas à ce que ces ouvrages fonctionnent en conformité aux instructions qui leur sont données par l'autorité compétente et, en tout état de cause, d'une manière telle que les eaux dans le cours d'eau ne soient jamais retenues au-dessus du niveau indiqué par les clous de jauge placés conformément aux instructions de l'autorité compétente, et qui, en cas d'urgence, n'obéissent pas aux injonctions du personnel communal ou d'un fonctionnaire visé à l'article 22 de la présente loi;
2° les maîtres d'ouvrage qui, dans les dix jours suivant la fin des travaux qui ont été autorisés comme prévu à l'article 14 de la loi précitée ou dont l'exécution a été prescrite par l'autorité compétente, n'avisent pas par lettre recommandée à la poste ou toute autre modalité conférant date certaine;
3° [3 celui qui contrevient à l'article 16bis ou à l'article 23, § 3;]3
4° celui qui dégrade ou affaiblit les berges, le lit ou les digues d'un cours d'eau, obstrue les cours d'eau ou y introduit des objets ou des matières pouvant entraver le libre écoulement des eaux, laboure, herse, bêche ou ameublit d'une autre manière la bande de terre d'une largeur de 0,50 mètre, mesurée à partir de la crête de la berge du cours d'eau vers l'intérieur des terres, enlève, rend méconnaissable ou modifie quoi que ce soit à la disposition ou à l'emplacement des échelles de niveau, des clous de jauge ou de tout autre système de repérage mis en place à la requête d'un délégué de l'autorité compétente ou du collège communal, laisse substituer les situations créées à la suite des actes indiqués ci-dessus;
5° celui qui néglige de se conformer aux prescriptions du gestionnaire du cours d'eau :
- en ne plaçant pas à ses frais, dans le lit de ce cours d'eau, des échelles de niveau ou des clous de jauge ou en modifiant l'emplacement ou la disposition des échelles ou des clous existants;
- en ne réalisant pas, dans le délai fixé, les travaux imposés par le gestionnaire du cours d'eau ou qui ne le fait pas dans les conditions imposées;
- en ne respectant pas l'interdiction faite par le gestionnaire du cours d'eau durant une période de l'année d'utiliser certaines embarcations dans des parties déterminées de cours d'eau non navigables;
6° celui qui ne respecte pas les dispositions des articles 12 ou 14 de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables ou qui exécute des travaux qui ne sont pas conformes à une autorisation accordée en vertu de ces articles;
7° celui qui omet d'exécuter les travaux d'entretien ou de réparation nécessaires dont il a la charge en application de l'article 9.]1
Art.18. Onderhavige wet is van toepassing in de polders en de wateringen wat betreft de waterlopen van de eerste categorie. Zij doet geen afbreuk aan de reglementen van die besturen wat de andere waterlopen betreft.
Die besturen kunnen evenwel, op hun verzoek, van de bestendige deputatie van de provincie het genot van de toepassing van deze wet verkrijgen wat betreft de classificiering van de op hun gebied gelegen waterlopen en de verdeling van de kosten voor de gewone werken.
Die besturen kunnen evenwel, op hun verzoek, van de bestendige deputatie van de provincie het genot van de toepassing van deze wet verkrijgen wat betreft de classificiering van de op hun gebied gelegen waterlopen en de verdeling van de kosten voor de gewone werken.
Art.18. La présente loi est d'application dans les polders et wateringues, en ce qui concerne les cours d'eau de la première catégorie. Elle ne déroge pas aux règlements de ces administrations, en ce qui concerne les autres cours d'eau.
Toutefois, ces administrations pourront, à leur demande, obtenir de la députation permanente de la province, le bénéfice de l'application de la présente loi en ce qui concerne le classement des cours d'eau situés sur leur territoire et la répartition des frais pour les travaux ordinaires.
Toutefois, ces administrations pourront, à leur demande, obtenir de la députation permanente de la province, le bénéfice de l'application de la présente loi en ce qui concerne le classement des cours d'eau situés sur leur territoire et la répartition des frais pour les travaux ordinaires.
Art.19. De door de Koning, de Minister van Landbouw, de gouverneur van de provincie, de bestendige deputatie van de provincie of het gemeentebestuur overeenkomstig de artikelen 3, 4, 8, 10, 11, 12, 13, 14 en 18 van deze wet te nemen beslissingen, moeten worden voorafgegaan van een onderzoek de commodo et incommodo in de betrokken gemeenten.
Verhaal bij de Koning kan ingesteld worden tegen de krachtens de artikelen 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 en 18 door de gouverneur van de provincie of door de bestendige deputatie van de provincie genomen beslissingen.
Dit verhaal moet genomen worden :
1. Door de gouverneur van de provincie tegen de beslissingen van de bestendige deputatie van de provincie, binnen tien dagen na de beslissing, overeenkomstig artikel 125 van de provinciale wet;
2. Door het college van burgemeester en schepenen of door de belanghebbende publiek- of privaatrechtelijke personen binnen dezelfde tijd, te rekenen vanaf de dag dat de beslissing hun wordt betekend of vanaf de bekendmaking ervan langs de administratieve weg.
Verhaal bij de Koning kan ingesteld worden tegen de krachtens de artikelen 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 en 18 door de gouverneur van de provincie of door de bestendige deputatie van de provincie genomen beslissingen.
Dit verhaal moet genomen worden :
1. Door de gouverneur van de provincie tegen de beslissingen van de bestendige deputatie van de provincie, binnen tien dagen na de beslissing, overeenkomstig artikel 125 van de provinciale wet;
2. Door het college van burgemeester en schepenen of door de belanghebbende publiek- of privaatrechtelijke personen binnen dezelfde tijd, te rekenen vanaf de dag dat de beslissing hun wordt betekend of vanaf de bekendmaking ervan langs de administratieve weg.
Art.19. Les décisions à prendre par le Roi, par le Ministre de l'Agriculture, par le gouverneur de la province, par la députation permanente de la province ou par l'administration communale en exécution des articles 3, 4, 8, 10, 11, 12, 13, 14 et 18 de la présente loi seront précédées d'une enquête de commodo et incommodo dans les communes intéressées.
Un recours au Roi pourra être exercé contre les décisions prises par le gouverneur de la province ou par la députation permanente de la province, en exécution des articles 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 et 18.
Ce recours est exercé :
1. Par le gouverneur de la province contre les décisions de la députation permanente, dans les dix jours de la décision, conformément à l'article 125 de la loi provinciale;
2. Par le collège des bourgmestre et échevins ou par les personnes de droit privé ou public intéressées dans le même délai à partir de la notification qui leur en sera faite ou à partir de la publication de la décision par la voie administrative.
Un recours au Roi pourra être exercé contre les décisions prises par le gouverneur de la province ou par la députation permanente de la province, en exécution des articles 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 et 18.
Ce recours est exercé :
1. Par le gouverneur de la province contre les décisions de la députation permanente, dans les dix jours de la décision, conformément à l'article 125 de la loi provinciale;
2. Par le collège des bourgmestre et échevins ou par les personnes de droit privé ou public intéressées dans le même délai à partir de la notification qui leur en sera faite ou à partir de la publication de la décision par la voie administrative.
Art. 19_WAALS_GEWEST. De door de Koning, de Minister van Landbouw, de gouverneur van de provincie, de bestendige deputatie van de provincie of het gemeentebestuur overeenkomstig de artikelen (8 en 13) van deze wet te nemen beslissingen, moeten worden voorafgegaan van een onderzoek de commodo et incommodo in de betrokken gemeenten.
(De overeenkomstig de artikelen 3, 4, 11, 12 en 14 te nemen beslissingen worden voorafgegaan door een openbaar onderzoek volgens de modaliteiten omschreven in Boek I van het Milieuwetboek.)
Verhaal bij de Koning kan ingesteld worden tegen de krachtens de artikelen 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 en 18 door de gouverneur van de provincie of door de bestendige deputatie van de provincie genomen beslissingen.
Dit verhaal moet genomen worden :
1. Door de gouverneur van de provincie tegen de beslissingen van de bestendige deputatie van de provincie, binnen tien dagen na de beslissing, overeenkomstig artikel 125 van de provinciale wet;
2. Door het college van burgemeester en schepenen of door de belanghebbende publiek- of privaatrechtelijke personen binnen dezelfde tijd, te rekenen vanaf de dag dat de beslissing hun wordt betekend of vanaf de bekendmaking ervan langs de administratieve weg.
(De overeenkomstig de artikelen 3, 4, 11, 12 en 14 te nemen beslissingen worden voorafgegaan door een openbaar onderzoek volgens de modaliteiten omschreven in Boek I van het Milieuwetboek.)
Verhaal bij de Koning kan ingesteld worden tegen de krachtens de artikelen 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 en 18 door de gouverneur van de provincie of door de bestendige deputatie van de provincie genomen beslissingen.
Dit verhaal moet genomen worden :
1. Door de gouverneur van de provincie tegen de beslissingen van de bestendige deputatie van de provincie, binnen tien dagen na de beslissing, overeenkomstig artikel 125 van de provinciale wet;
2. Door het college van burgemeester en schepenen of door de belanghebbende publiek- of privaatrechtelijke personen binnen dezelfde tijd, te rekenen vanaf de dag dat de beslissing hun wordt betekend of vanaf de bekendmaking ervan langs de administratieve weg.
Art. 19 _REGION_WALLONNE.
(Voir NOTES sous l'intitulé) Les décisions à prendre par le Roi, par le Ministre de l'Agriculture, par le gouverneur de la province, par la députation permanente de la province ou par l'administration communale en exécution des articles (8 et 13) de la présente loi seront précédées d'une enquête de commodo et incommodo dans les communes intéressées.
(Les décisions à prendre en exécution des articles 3, 4, 11, 12 et 14 sont précédées d'une enquete publique selon les modalités définies au Livre Ier du Code de l'Environnement.)
Un recours au Roi pourra être exercé contre les décisions prises par le gouverneur de la province ou par la députation permanente de la province, en exécution des articles 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 et 18.
Ce recours est exercé :
1. Par le gouverneur de la province contre les décisions de la députation permanente, dans les dix jours de la décision, conformément à l'article 125 de la loi provinciale;
2. Par le collège des bourgmestre et échevins ou par les personnes de droit privé ou public intéressées dans le même délai à partir de la notification qui leur en sera faite ou à partir de la publication de la décision par la voie administrative.
(Voir NOTES sous l'intitulé) Les décisions à prendre par le Roi, par le Ministre de l'Agriculture, par le gouverneur de la province, par la députation permanente de la province ou par l'administration communale en exécution des articles (8 et 13) de la présente loi seront précédées d'une enquête de commodo et incommodo dans les communes intéressées.
(Les décisions à prendre en exécution des articles 3, 4, 11, 12 et 14 sont précédées d'une enquete publique selon les modalités définies au Livre Ier du Code de l'Environnement.)
Un recours au Roi pourra être exercé contre les décisions prises par le gouverneur de la province ou par la députation permanente de la province, en exécution des articles 3, 8, 9, 11, 12, 13, 14 et 18.
Ce recours est exercé :
1. Par le gouverneur de la province contre les décisions de la députation permanente, dans les dix jours de la décision, conformément à l'article 125 de la loi provinciale;
2. Par le collège des bourgmestre et échevins ou par les personnes de droit privé ou public intéressées dans le même délai à partir de la notification qui leur en sera faite ou à partir de la publication de la décision par la voie administrative.
Art.20. Met politiestraffen worden gestraft, onverminderd de zwaardere straffen bij het Wetboek van strafrecht voorgeschreven, zij die de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan getroffen reglementen overtreden.
Art.20. Seront punis de peines de police sans préjudice des peines plus graves prévues par le Code pénal, ceux qui contreviennent aux dispositions de la présente loi ou des règlements pris en exécution de celle-ci.
Art.21. De Koning is bevoegd een algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen op te maken.
Hij bepaalt in dat reglement wat zal gebeuren met de werken die wederrechterlijk op de onbevaarbare waterlopen bestaan.
Hij stelt, in ditzelfde reglement, benevens de straf, regelen betreffende de modaliteiten van de herstelling van de overtreding en bepaalt de te volgen procedure voor het geval dat de beklaagde een recht van eigendom of een ander zakelijk recht inroept.
Hij bepaalt in dat reglement wat zal gebeuren met de werken die wederrechterlijk op de onbevaarbare waterlopen bestaan.
Hij stelt, in ditzelfde reglement, benevens de straf, regelen betreffende de modaliteiten van de herstelling van de overtreding en bepaalt de te volgen procedure voor het geval dat de beklaagde een recht van eigendom of een ander zakelijk recht inroept.
Art.21. Le Roi est autorisé à faire un règlement général de police des cours d'eau non navigables.
Il détermine, dans ce règlement, le sort des ouvrages existant sans droit sur les cours d'eau navigables.
Il détermine, dans ce même règlement, outre la peine, les modalités de réparation de la contravention et définit la procédure à suivre au cas où le prévenu excipe d'un droit de propriété ou autre droit réel.
Il détermine, dans ce règlement, le sort des ouvrages existant sans droit sur les cours d'eau navigables.
Il détermine, dans ce même règlement, outre la peine, les modalités de réparation de la contravention et définit la procédure à suivre au cas où le prévenu excipe d'un droit de propriété ou autre droit réel.
Art.22. (Zie NOTA'S onder opschrift) De door de Minister van Landbouw en door de Minister van Openbare Werken aangewezen ambtenaren van het Rijk en van de provinciën hebben, zowel als de officieren van gerechtelijke politie, het recht de bij artikelen 20 en 23 bedoelde overtredingen op te sporen en bij middel van processen-verbaal vast te stellen.
Art.22. Les fonctionnaires de l'Etat et des provinces désignés par le Ministre de l'Agriculture et par le Ministre des Travaux publics ont, au même titre que les officiers de police judiciaire, le droit de rechercher et de constater par des procès-verbaux les infractions visées aux articles 20 et 23.
Art.23. § 1. De provinciale raden zijn ertoe gehouden hun provinciale reglementen betreffende de onbevaarbare waterlopen in overeenstemming te brengen met deze wet en met de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.
Zij zijn er eveneens toe verplicht in die reglementen regelen te stellen betreffende de waterlopen die niet onder de gelding vallen van deze wet, onder meer wat betreft :
de ruiming, het onderhoud en de herstelling ervan;
de buitengewone werken van verbetering of wijziging van de bedding of het trace van de waterloop;
de vereiste machtigingen voor het aanleggen, het verwijderen of het veranderen van bruggen, sluizen, stuw- of keerdammen, overwelvingen of andere tijdelijke of bestendige kunstwerken;
de vereiste machtigingen voor beplantingen en voor het oprichten van gebouwen langs de waterloop;
het verbod de loop van het water op enigerlei wijze te belemmeren of de normale staat van het water van de waterloop, van zijn oevers of van de werken die er zich op bevinden, te beschadigen.
§ 2. Die provinciale reglementen behoeven voor hun tenuitvoerlegging de goedkeuring van de Koning. Zij kunnen slechts politiestraffen bepalen.
Zij zijn er eveneens toe verplicht in die reglementen regelen te stellen betreffende de waterlopen die niet onder de gelding vallen van deze wet, onder meer wat betreft :
de ruiming, het onderhoud en de herstelling ervan;
de buitengewone werken van verbetering of wijziging van de bedding of het trace van de waterloop;
de vereiste machtigingen voor het aanleggen, het verwijderen of het veranderen van bruggen, sluizen, stuw- of keerdammen, overwelvingen of andere tijdelijke of bestendige kunstwerken;
de vereiste machtigingen voor beplantingen en voor het oprichten van gebouwen langs de waterloop;
het verbod de loop van het water op enigerlei wijze te belemmeren of de normale staat van het water van de waterloop, van zijn oevers of van de werken die er zich op bevinden, te beschadigen.
§ 2. Die provinciale reglementen behoeven voor hun tenuitvoerlegging de goedkeuring van de Koning. Zij kunnen slechts politiestraffen bepalen.
Art.23. § 1. Les conseils provinciaux sont chargés de mettre leurs règlements provinciaux relatifs aux cours d'eau non navigables en concordance avec les dispositions de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution.
Ils sont également tenus de prévoir dans ces règlements des règles applicables aux cours d'eau qui ne tombent pas sous l'application de la présente loi, notamment en ce qui concerne :
le curage, l'entretien et la réparation de ces cours d'eau;
les travaux extraordinaires d'amélioration ou de modification du lit ou du tracé du cours d'eau;
les autorisations requises pour la construction, l'enlèvement ou le changement des ponts, écluses, barrages de retenue ou de déviation, voûtements ou autres ouvrages d'art temporaires ou permanents;
les autorisations requises pour les plantations et pour la construction de bâtiments le long du cours d'eau;
l'interdiction d'entraver, de quelque façon que ce soit, l'écoulement de l'eau ou d'endommager l'état normal de l'eau du cours d'eau, de ses rives ou des ouvrages qui s'y trouvent.
§ 2. Ces règlements provinciaux requièrent l'approbation du Roi pour être exécutoires. Ils ne peuvent établir que des peines de police.
Ils sont également tenus de prévoir dans ces règlements des règles applicables aux cours d'eau qui ne tombent pas sous l'application de la présente loi, notamment en ce qui concerne :
le curage, l'entretien et la réparation de ces cours d'eau;
les travaux extraordinaires d'amélioration ou de modification du lit ou du tracé du cours d'eau;
les autorisations requises pour la construction, l'enlèvement ou le changement des ponts, écluses, barrages de retenue ou de déviation, voûtements ou autres ouvrages d'art temporaires ou permanents;
les autorisations requises pour les plantations et pour la construction de bâtiments le long du cours d'eau;
l'interdiction d'entraver, de quelque façon que ce soit, l'écoulement de l'eau ou d'endommager l'état normal de l'eau du cours d'eau, de ses rives ou des ouvrages qui s'y trouvent.
§ 2. Ces règlements provinciaux requièrent l'approbation du Roi pour être exécutoires. Ils ne peuvent établir que des peines de police.
Art. 23_WAALS_GEWEST. § 1. De provinciale raden zijn ertoe gehouden hun provinciale reglementen betreffende de onbevaarbare waterlopen in overeenstemming te brengen met deze wet en met de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.
Zij zijn er eveneens toe verplicht in die reglementen regelen te stellen betreffende de waterlopen die niet onder de gelding vallen van deze wet, onder meer wat betreft :
de ruiming, het onderhoud en de herstelling ervan;
de buitengewone werken van verbetering of wijziging van de bedding of het trace van de waterloop;
de vereiste machtigingen voor het aanleggen, het verwijderen of het veranderen van bruggen, sluizen, stuw- of keerdammen, overwelvingen of andere tijdelijke of bestendige kunstwerken;
de vereiste machtigingen voor beplantingen en voor het oprichten van gebouwen langs de waterloop;
het verbod de loop van het water op enigerlei wijze te belemmeren of de normale staat van het water van de waterloop, van zijn oevers of van de werken die er zich op bevinden, te beschadigen.
§ 2. Die provinciale reglementen behoeven voor hun tenuitvoerlegging de goedkeuring van de Koning. Zij kunnen slechts politiestraffen bepalen.
[2 § 3. In afwijking van § 1 wordt de in artikel 16bis bedoelde verplichting uiterlijk op 31 maart 2014 toegepast wanneer de gronden die langs een waterloop in de openlucht liggen en als weiland dienen, gelegen zijn in een gebied aangewezen krachtens de artikelen D.156 en D.157 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt en wanneer bovengenoemde waterloop die niet onder de bevaarbare waterlopen door de Regering wordt ingedeeld, stroomopwaarts is van het punt waarin hun stroomgebied minstens 100 hectare bedraagt.]2
Zij zijn er eveneens toe verplicht in die reglementen regelen te stellen betreffende de waterlopen die niet onder de gelding vallen van deze wet, onder meer wat betreft :
de ruiming, het onderhoud en de herstelling ervan;
de buitengewone werken van verbetering of wijziging van de bedding of het trace van de waterloop;
de vereiste machtigingen voor het aanleggen, het verwijderen of het veranderen van bruggen, sluizen, stuw- of keerdammen, overwelvingen of andere tijdelijke of bestendige kunstwerken;
de vereiste machtigingen voor beplantingen en voor het oprichten van gebouwen langs de waterloop;
het verbod de loop van het water op enigerlei wijze te belemmeren of de normale staat van het water van de waterloop, van zijn oevers of van de werken die er zich op bevinden, te beschadigen.
§ 2. Die provinciale reglementen behoeven voor hun tenuitvoerlegging de goedkeuring van de Koning. Zij kunnen slechts politiestraffen bepalen.
[2 § 3. In afwijking van § 1 wordt de in artikel 16bis bedoelde verplichting uiterlijk op 31 maart 2014 toegepast wanneer de gronden die langs een waterloop in de openlucht liggen en als weiland dienen, gelegen zijn in een gebied aangewezen krachtens de artikelen D.156 en D.157 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt en wanneer bovengenoemde waterloop die niet onder de bevaarbare waterlopen door de Regering wordt ingedeeld, stroomopwaarts is van het punt waarin hun stroomgebied minstens 100 hectare bedraagt.]2
Art. 23 _REGION_WALLONNE.
§ 1. Les conseils provinciaux sont chargés de mettre leurs règlements provinciaux relatifs aux cours d'eau non navigables en concordance avec les dispositions de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution.
Ils sont également tenus de prévoir dans ces règlements des règles applicables aux cours d'eau qui ne tombent pas sous l'application de la présente loi, notamment en ce qui concerne :
le curage, l'entretien et la réparation de ces cours d'eau;
les travaux extraordinaires d'amélioration ou de modification du lit ou du tracé du cours d'eau;
les autorisations requises pour la construction, l'enlèvement ou le changement des ponts, écluses, barrages de retenue ou de déviation, voûtements ou autres ouvrages d'art temporaires ou permanents;
les autorisations requises pour les plantations et pour la construction de bâtiments le long du cours d'eau;
l'interdiction d'entraver, de quelque façon que ce soit, l'écoulement de l'eau ou d'endommager l'état normal de l'eau du cours d'eau, de ses rives ou des ouvrages qui s'y trouvent.
§ 2. Ces règlements provinciaux requièrent l'approbation du Roi pour être exécutoires. Ils ne peuvent établir que des peines de police.
[2 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'obligation prévue à l'article 16bis s'applique le 31 mars 2014 au plus tard lorsque les terres situées en bordure d'un cours d'eau à ciel ouvert et servant de pâtures sont situées dans une zone désignée en vertu des articles D.156 et D.157 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau et que ledit cours d'eau non classé par le Gouvernement parmi les voies navigables, est en amont du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 100 hectares.]2
§ 1. Les conseils provinciaux sont chargés de mettre leurs règlements provinciaux relatifs aux cours d'eau non navigables en concordance avec les dispositions de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution.
Ils sont également tenus de prévoir dans ces règlements des règles applicables aux cours d'eau qui ne tombent pas sous l'application de la présente loi, notamment en ce qui concerne :
le curage, l'entretien et la réparation de ces cours d'eau;
les travaux extraordinaires d'amélioration ou de modification du lit ou du tracé du cours d'eau;
les autorisations requises pour la construction, l'enlèvement ou le changement des ponts, écluses, barrages de retenue ou de déviation, voûtements ou autres ouvrages d'art temporaires ou permanents;
les autorisations requises pour les plantations et pour la construction de bâtiments le long du cours d'eau;
l'interdiction d'entraver, de quelque façon que ce soit, l'écoulement de l'eau ou d'endommager l'état normal de l'eau du cours d'eau, de ses rives ou des ouvrages qui s'y trouvent.
§ 2. Ces règlements provinciaux requièrent l'approbation du Roi pour être exécutoires. Ils ne peuvent établir que des peines de police.
[2 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'obligation prévue à l'article 16bis s'applique le 31 mars 2014 au plus tard lorsque les terres situées en bordure d'un cours d'eau à ciel ouvert et servant de pâtures sont situées dans une zone désignée en vertu des articles D.156 et D.157 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau et que ledit cours d'eau non classé par le Gouvernement parmi les voies navigables, est en amont du point où leur bassin hydrographique atteint au moins 100 hectares.]2
Wijzigingen
Art.24. Opgeheven worden :
1. de wet van 7 mei 1877, op de politie der onbevaarbare en onvlotbare waterlopen;
2. de wet van 15 maart 1950, tot wijziging van de wetgeving betreffende de onbevaarbare waterlopen, gewijzigd bij de wet van 16 februari 1954, en bij artikel 114, 9°, van de wet van 3 juni 1957, betreffende polders;
3. artikel 105 van de wet van 5 juli 1956, betreffende de wateringen en artikel 104 van de wet van 3 juni 1957, betreffende de polders.
1. de wet van 7 mei 1877, op de politie der onbevaarbare en onvlotbare waterlopen;
2. de wet van 15 maart 1950, tot wijziging van de wetgeving betreffende de onbevaarbare waterlopen, gewijzigd bij de wet van 16 februari 1954, en bij artikel 114, 9°, van de wet van 3 juni 1957, betreffende polders;
3. artikel 105 van de wet van 5 juli 1956, betreffende de wateringen en artikel 104 van de wet van 3 juni 1957, betreffende de polders.
Art.24. Sont abrogés :
1. la loi du 7 mai 1877, sur la police des cours d'eau non navigables ni flottables;
2. la loi du 15 mars 1950, modifiant la législation relative aux cours d'eau non navigables, modifiée par la loi du 16 février 1954, et par l'article 114, 9°, de la loi du 3 juin 1957, relative aux polders;
3. l'article 105 de la loi du 5 juillet 1956, relative aux wateringues, et l'article 104 de la loi du 3 juin 1957, relative aux polders.
1. la loi du 7 mai 1877, sur la police des cours d'eau non navigables ni flottables;
2. la loi du 15 mars 1950, modifiant la législation relative aux cours d'eau non navigables, modifiée par la loi du 16 février 1954, et par l'article 114, 9°, de la loi du 3 juin 1957, relative aux polders;
3. l'article 105 de la loi du 5 juillet 1956, relative aux wateringues, et l'article 104 de la loi du 3 juin 1957, relative aux polders.
Art.25. (Zie NOTA'S onder opschrift) De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Art.25. Le Roi fixe la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.
NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-11-1968 par AR 1968-03-26/32, art. 1. Voir également l'art. 2)
Art. 26 _WAALSE_GEWEST_(TOEKOMSTIG_RECHT).
<INGEVOEGD bij DWG 2004-02-12/53, art. 130; Inwerkingtreding : onbepaald ; zichzelf Opgeheven bij DWG 2013-10-10/21, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 07-11-2013> De provincieraden en -colleges mogen krachtens het provinciaal belang niet beraadslagen en besluiten over het beheer van de onbevaarbare waterlopen.
<INGEVOEGD bij DWG 2004-02-12/53, art. 130; Inwerkingtreding : onbepaald ; zichzelf Opgeheven bij DWG 2013-10-10/21, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 07-11-2013> De provincieraden en -colleges mogen krachtens het provinciaal belang niet beraadslagen en besluiten over het beheer van de onbevaarbare waterlopen.
Art. 26 _REGION_WALLONNE_(DROIT_FUTUR).
> Les conseils et les collèges provinciaux ne peuvent, en vertu de l'intérêt provincial, prendre de délibérations ayant pour objet la gestion des cours d'eau non navigables.
> Les conseils et les collèges provinciaux ne peuvent, en vertu de l'intérêt provincial, prendre de délibérations ayant pour objet la gestion des cours d'eau non navigables.