Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 JULI 1966. - Wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-07-1991 en tekstbijwerking tot 09-05-2016)
Titre
18 JUILLET 1966. - Lois sur l'emploi des langues en matière administrative. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-07-1991 et mise à jour au 09-05-2016)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (99)
Texte (99)
HOOFDSTUK I. - Toepassingssfeer van de gecoördineerde wetten.
CHAPITRE I. - Champ d'application des lois coordonnées.
Artikel 1. § 1. Deze gecoördineerde wetten zijn toepasselijk :
  1° op de gecentraliseerde en gedecentraliseerde openbare diensten van de Staat, van de provinciën, (van de agglomeraties, van de federaties van gemeenten) en van de gemeenten, voor zover zij inzake taalgebruik niet beheerst worden door een andere wet; <W 26-07-1971, art. 87>
  2° op de natuurlijke en rechtspersonen die concessiehouder zijn van een openbare dienst of die belast zijn met een taak die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat en die de wet of de openbare machten hun hebben toevertrouwd in het belang van het algemeen;
  3° op de administratieve werkzaamheden, het administratief personeel en de organisatie van de diensten van de Raad van State en het Rekenhof (evenals op de Diensten Enquêtes en op het administratief personeel van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en op het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten); <W 1991-07-18/53, art. 68, 002; Inwerkingtreding : 05-08-1991>
  4° op de administratieve handelingen van de rechterlijke macht, van dezer medewerkers en van de schooloverheden;
  5° op de verrichtingen bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen;
  6° binnen de bij artikel 52 bepaalde perken, op de handelingen en bescheiden uitgaande van de private nijverheids-, handels- of financiebedrijven.
  § 2. De onderscheiden diensten, met een bepaalde territoriale bevoegdheid, van de in § 1 bedoelde besturen, openbare diensten en instellingen, alsook de in dezelfde paragraaf vermelde natuurlijke personen, worden hierna " diensten " genoemd.
  Tenzij zij onder het gezag van een openbare macht staan, zijn de in § 1, 2°, bedoelde personen niet onderworpen aan de bepalingen die in deze gecoördineerde wetten betrekking hebben op de organisatie van de diensten, op de rechtspositie van het personeel en op de door dit laatste verkregen rechten.
Article 1. § 1. Les présentes lois coordonnées sont applicables :
  1° aux services publics centralisés et décentralisés de l'Etat, des provinces, (des agglomérations, des fédérations de communes) et des communes, dans la mesure où ils ne sont pas régis, au point de vue de l'emploi des langues, par une autre loi; <L 26-07-1971, art. 87>
  2° aux personnes physiques et morales concessionnaires d'un service public ou chargées d'une mission qui dépasse les limites d'une entreprise privée et que la loi ou les pouvoirs publics leur ont confiée dans l'intérêt général;
  3° aux travaux administratifs, au personnel administratif et à l'organisation des services du Conseil d'Etat et de la Cour des comptes (ainsi qu'aux Services d'enquête et aux membres du personnel administratif du Comité permanent du contrôle des services de police et du Comité permanent du contrôle des services de renseignements); <L 1991-07-18/53, art. 68, 002; En vigueur : 05-08-1991>
  4° aux actes de caractère administratif du pouvoir judiciaire et de ses auxiliaires ainsi que des autorités scolaires;
  5° aux opérations relatives aux élections législatives, provinciales et communales;
  6° dans les limites fixées à l'article 52, aux actes et documents émanant des entreprises industrielles, commerciales ou financières privées.
  § 2. Les différents services, ayant une compétence territoriale déterminée, des administrations, services publics et établissements visés au § 1er, ainsi que les personnes physiques mentionnées au même paragraphe, sont dénommés ci-après " services ".
  A moins qu'elles ne soient soumises à l'autorité d'un pouvoir public, les personnes visées au § 1er, 2°, ne tombent pas sous l'application des dispositions des présentes lois coordonnées relatives à l'organisation des services, au statut du personnel et aux droits acquis par celui-ci.
HOOFDSTUK II. - Taalgebieden.
CHAPITRE II. - Régions linguistiques.
Art.2. Het land wordt ingedeeld in vier taalgebieden : het Nederlandse, het Franse, het Duitse en Brussel-Hoofdstad.
Art.2. Le pays comprend quatre régions linguistiques : la région de langue néerlandaise, la région de langue française, la région de langue allemande et Bruxelles-Capitale.
Art.3. § 1. Het Nederlans taalgebied omvat :
  1° de provinciën Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen;
  2° het arrondissement Halle-Vilvoorde waarvan sprake in § 2;
  3° het arrondissement Leuven.
  § 2. De andere gemeenten dan die vermeld (in artikel 6) worden gescheiden van het administratief arrondissement Brussel en door de Koning ingedeeld in een nieuw administratief arrondissement met als hoofdplaatsen Halle en Vilvoorde. <W 23-12-1970, art. 1, 1°>
  [1 ...]1
  
Art.3. § 1. La région de langue néerlandaise comprend :
  1° les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et de Limbourg;
  2° l'arrondissement de Hal-Vilvorde dont il est question au § 2;
  3° l'arrondissement de Louvain.
  § 2. Les communes autres que celles énumérées (à l'article 6) sont distraites de l'arrondissement administratif de Bruxelles. Le Roi groupe ces communes en un arrondissement administratif ayant comme chefs-lieux Hal et Vilvorde. <L 23-12-1970, art. 1, 1°>
  [1 ...]1
  
Art.4. Het Franse taalgebied omvat :
  1° de provinciën Henegouwen, Luxemburg en Namen;
  2° de provincie Luik, behalve de gemeenten vermeld in artikel 5;
  3° het arrondissement Nijvel.
Art.4. La région de langue française comprend :
  1° les provinces de Hainaut, de Luxembourg et de Namur;
  2° la province de Liège, à l'exception des communes énumérées à l'article 5;
  3° l'arrondissement de Nivelles.
Art.5. Het Duitse taalgebied omvat de gemeenten : Eupen, Eynatten, Hauset, Hergenrath, Kalmis, Kettenis, Lontzen, Neu-Moresnet, Raeren, Walhorn, Amel, Bullingen, Butgenbach, Crombach, Elsenborn, Heppenbach, Lommersweiler, Manderfeld, Meyerode, Recht, Reuland, Rocherath, Sankt-Vith, Schoenberg en Thommen.
Art.5. La région de langue allemande comprend les communes de : Eupen, Eynatten, Hauset, Hergenrath, Kettenis, La Calamine, Lontzen, Neu-Moresnet, Raeren, Walhorn, Amblève, Bullange, Butgenbach, Crombach, Elsenborn, Heppenbach, Lommersweiler, Manderfeld, Meyerode, Recht, Reuland, Rocherath, Saint-Vith, Schoenberg et Thommen.
Art.6. Er wordt een administratief arrondissement opgericht dat " Brussel-Hoofdstad " wordt genoemd en dat volgende gemeenten omvat :
  Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Jette, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters Woluwe, Ukkel, Vorst en Watermaal-Bosvoorde.
  Dit administratief arrondissement heeft Brussel als hoofdplaats.
Art.6. Il est constitué un arrondissement administratif dénommé " Bruxelles-Capitale " comprenant les communes de :
  Anderlecht, Auderghem, Berchem-Sainte-Agathe, Bruxelles, Etterbeek, Evere, Forest, Ganshoren, Ixelles, Jette, Koekelberg, Molenbeek-Saint-Jean, Saint-Gilles, Saint-Josse-ten-Noode, Schaerbeek, Uccle, Watermael-Boitsfort, Woluwe-Saint-Lambert et Woluwe-Saint-Pierre.
  Cet arrondissement administratif à Bruxelles comme chef-lieu.
Art.7. De gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezenbeek-Oppem worden (...) begiftigd met een eigen regeling. <W 23-12-1970, art. 2>
  Met het oog op de toepassing van de volgende bepalingen en inzonderheid die van hoofdstuk IV worden deze gemeenten beschouwd als gemeenten met een speciale regeling. Zij worden hierna " randgemeenten " genoemd.
Art.7. Sont (...) dotées d'un statut propre, les communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel et Wezembeek-Oppem. <L 23-12-1970, art. 2>
  En vue de l'application des dispositions suivantes et notamment celles du chapitre IV, ces communes sont considérées comme des communes à régime spécial. Elles sont dénommées ci-après " communes périphériques ".
Art.8. Ter bescherming van hun minderheden worden met een speciale regeling begiftigd :
  1° in het arrondissement Verviers, de gemeenten uit het Duits taalgebied :
  2° in het arrondissement Verviers, de gemeenten : Bellevaux-Ligneuville, Bevercé, Faymonville, Malmédy, Robertville en Weismes. Zij worden hierna genoemd " gemeenten uit het Malmedyse ";
  3° in het arrondissement Ieper, de gemeente Mesen;
  4° in het arrondissement Kortrijk, de gemeenten : Helkijn en Spiere;
  5° in het arrondissement Moeskroen, de gemeenten : Dottenijs, Herseaux, Houthem, Komen, Luingne, Moeskroen, Neerwaasten, Ploegsteert en Waasten;
  6° in het arrondissement Oudenaarde, de gemeente Ronse;
  7° in het arrondissement Aat, de gemeente Vloeberg;
  8° in het arrondissement Halle-Vilvoorde, de gemeente Bever;
  9° in het arrondissement Zinnik, de gemeenten : Edingen, Lettelingen en Mark;
  10° in het arrondissement Tongeren, de gemeenten : Herstappe, Moelingen, Remersdaal, 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren en Teuven.
  De sub 3° tot 10° vermelde gemeenten worden hierna " taalgrensgemeenten " genoemd.
Art.8. Sont dotées d'un régime spécial en vue de la protection de leurs minorités :
  1° dans l'arrondissement de Verviers, les communes de la région de langue allemande;
  2° dans l'arrondissement de Verviers, les communes de : Bellevaux-Ligneuville, Bevercé, Faymonville, Malmédy, Robertville et Waimes. Elles sont dénommées ci-après " communes malmédiennes ";
  3° dans l'arrondissement d'Ypres, la commune de Messines :
  4° dans l'arrondissement de Courtrai, les communes : Espierres et Helchin;
  5° dans l'arrondissement de Mouscron, les communes de : Bas-Warneton, Comines, Dottignies, Herseaux, Houthem, Luingne, Mouscron, Ploegsteert et Warneton;
  6° dans l'arrondissement d'Audenarde, la commune de Renaix;
  7° dans l'arrondissement d'Ath, la commune de Flobecq;
  8° dans l'arrondissement de Hal-Vilvorde, la commune de Biévène;
  9° dans l'arrondissement de Soignies, les communes de : Enghien, Marcq et Petit-Enghien;
  10° dans l'arrondissement de Tongres, les communes de : Fouron-le-Comte, Fouron-Saint-Martin, Fouron-Saint-Pierre, Hestappe, Mouland, Remersdaal et Teuven.
  Les communes visées sub 3° à 10° sont dénommées ci-après " communes de la frontière linguistique ".
HOOFDSTUK III. - Gebruik van de talen in de plaatselijke diensten.
CHAPITRE III. - Emploi des langues dans les services locaux.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section I. - Généralités.
Art.9. Voor de toepassing van deze gecoördineerde wetten worden onder plaatselijke diensten verstaan diensten in de zin van artikel 1, § 2, waarvan de werkkring niet meer dan één gemeente bestrijkt.
Art.9. Pour l'application des présentes lois coordonnées, on entend par services locaux les services au sens de l'article 1er, § 2, dont l'activité ne s'étend pas à plus d'une commune.
Afdeling II. - Nederlandse, Franse en Duitse taalgebieden.
Section II. - Régions de langue française, de langue néerlandaise et de langue allemande.
Art.10. Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied gevestigd is, gebruikt uitsluitend de taal van zijn gebied in zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten uit hetzelfde taalgebied en uit Brussel-Hoofdstad.
  Nochtans mag de plaatselijke dienst gevestigd in het Duitse taalgebied, indien hij dit nuttig oordeelt, een vertaling voegen bij de bescheiden die hij richt aan de diensten waaronder hij ressorteert en aan die uit Brussel-Hoofdstad.
  Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse taalgebied gevestigd is, gebruikt het Nederlands in zijn betrekkingen met de diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten.
Art.10. Tout service local établi dans la région de langue française, de langue néerlandaise ou de langue allemande utilise exclusivement la langue de sa région dans les services intérieurs, dans ses rapports avec les services dont il relève, ainsi que dans ses rapports avec les autres services de la même région linguistique et de Bruxelles-Capitale.
  Cependant le service local établi dans la région de langue allemande peut joindre, s'il le juge utile, une traduction aux documents qu'il adresse aux services dont il relève et à ceux de Bruxelles-Capitale.
  Tout service local établi dans la région de langue néerlandaise fait usage du néerlandais dans ses rapports avec les services établis dans les communes périphériques.
Art.11. § 1. De plaatselijke diensten, die gevestigd zijn in het Nederlandse of het Franse taalgebied stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn uitsluitend in de taal van hun gebied.
  Die bescheiden worden nochtans gesteld in het Frans en in het Duits in de gemeenten uit het Malmedyse, indien dezer gemeenteraad zulks beslist.
  § 2. In de gemeenten van het Duitse taalgebied worden de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Duits en in het Frans gesteld.
  In de taalgrensgemeenten worden zij gesteld in het Nederlands en in het Frans.
  § 3. De gemeenteraden van de toeristische centra mogen beslissen dat de berichten en mededelingen, die voor de toeristen bestemd zijn, ten minste in drie talen gesteld worden.
  Binnen acht dagen delen zij de inhoud van hun beraadslagingen mede aan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
  § 4. In afwijking van § 1, lid 2, en van § 2, wordt iedere bekendmaking, die betrekking heeft op de burgerlijke stand, uitsluitend gedaan in de taal van de akte waarmee zij in verband staat of, in voorkomend geval, in die van de vertaling welke de belanghebbende verklaard heeft te willen bekomen op grond van artikel 13.
Art.11. § 1. Les services locaux établis dans la région de langue française ou dans la région de langue néerlandaise rédigent exclusivement dans la langue de la région les avis, les communications et les formulaires destinés au public.
  Toutefois ces documents sont rédigés en français et en allemand dans les communes malmédiennes, si leur conseil communal en décide ainsi.
  § 2. Dans les communes de la région de langue allemande les avis, communications et formulaires destinés au public sont rédigés en allemand et en français.
  Dans les communes de la frontière linguistique ils sont rédigés en français et en néerlandais.
  § 3. Les conseils communaux des centres touristiques peuvent décider que les avis et communications destinés aux touristes sont rédigés dans au moins trois langues.
  Ils communiquent dans la huitaine le contenu de leurs délibérations à la Commission permanente de contrôle linguistique.
  § 4. Par dérogation au § 1er, alinéa 2, et au § 2, toute publication relative à l'état civil est faite exclusivement dans la langue de l'acte auquel elle se rapporte ou, le cas échéant, dans la langue de la traduction que l'intéressé a déclaré vouloir obtenir en vertu de l'article 13.
Art.12. Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied is gevestigd, gebruikt uitsluitend de taal van zijn gebied voor zijn betrekkingen met de particulieren, onverminderd de mogelijkheid die hem gelaten wordt aan de particulieren, die gevestigd zijn in een ander taalgebied, te antwoorden in de taal waarvan de betrokkenen zich bedienen.
  Er wordt nochtans steeds geantwoord in de taal, die door de particulier gebruikt wordt, wanneer deze zich wendt in het Frans of in het Duits tot een dienst die gevestigd is in een gemeente uit het Malmedyse of in een gemeente uit het Duitse taalgebied.
  In de taalgrensgemeenten wenden de diensten zich tot de particulieren in die van beide talen - het Nederlands of het Frans - waarvan de betrokkenen zich hebben bediend of het gebruik hebben gevraagd.
Art.12. Tout service local établi dans la région de langue française, de langue néerlandaise ou de langue allemande utilise exclusivement la langue de sa région dans ses rapports avec les particuliers, sans préjudice de la faculté qui lui est laissée de répondre aux particuliers résidant dans une autre région linguistique dans la langue dont les intéressés font usage.
  Toutefois, il est toujours répondu dans la langue utilisée par le particulier, quand celui-ci s'adresse en français ou en allemand à un service établi dans une commune malmédienne ou dans une commune de la région de langue allemande.
  Dans les communes de la frontière linguistique les services s'adressent aux particuliers dans celle des deux langues - le français ou le néerlandais - dont ils ont fait usage ou demandé l'emploi.
Art.13. § 1. Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse, of in het Franse taalgebied gevestigd is, stelt de akten, die particulieren betreffen, in de taal van zijn gebied.
  Iedere belanghebbende, die er de noodzaak van aantoont, kan zich kosteloos een gewaarmerkte vertaling in het Nederlands, in het Frans of in het Duits, naar gelang van het geval, laten uitreiken. Die vertaling heeft waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift. De belanghebbende vraagt ze aan de gouverneur van de provincie van zijn woonplaats of, indien het een vertaling in het Duits geldt, aan de gouverneur van de provincie Luik.
  In afwijking van het tweede lid, kan ieder belanghebbende in de gemeenten uit het Malmedyse en in de taalgrensgemeenten, zonder bijkomende onkosten en zonder verantwoording van zijn aanvraag, bij de dienst die de akte heeft opgemaakt een gewaarmerkte vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift verkrijgen :
  a) in het Duits, wanneer de dienst gevestigd is in een gemeente uit het Malmedyse;
  b) in het Nederlands of in het Frans, naar gelang van het geval, wanneer de dienst gevestigd is in de taalgrensgemeente.
  § 2. Iedere plaatselijke dienst, die in het Duitse taalgebied gevestigd is, stelt de akten die particulieren betreffen in het Duits.
  Iedere belanghebbende kan daarvan, zonder bijkomende onkosten en zonder verantwoording van zijn aanvraag, bij de dienst die de akte heeft opgemaakt, een gewaarmerkte Franse vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift bekomen.
  § 3. Ieder gemeentebestuur schrijft de akten van de burgerlijke stand over in de taal van zijn gebied.
  Wanneer in een andere taal dan die van de akte moet worden overgeschreven :
  1° vraagt het gemeentebestuur, dat de akte van een gemeente zonder speciale regeling uit het Nederlandse of het Franse taalgebied ontvangt, de vertaling daarvan aan de gouverneur van zijn provincie of aan de gouverneur van de provincie Luik, naar gelang van het geval;
  2° voegt het gemeentebestuur van een gemeente uit het Malmedyse, een gemeente uit het Duitse taalgebied, de taalgrensgemeenten, een gemeente uit Brussel-Hoofdstad of een randgemeente, dat de akte verzendt, er zelf de vertaling bij, tenzij het gemeentebestuur dat de akte ontvangt, wettelijk bevoegd is om die vertaling te maken. Voor de Duitse vertaling van akten uitgaande van de taalgrensgemeenten, van een gemeente van Brussel-Hoofdstad of van een randgemeente en voor de Nederlandse vertaling van akten uit het Duitse taalgebied, wendt het gemeentebestuur dat de akte ontvangt zich tot de gouverneur van de provincie Luik. Voor de Nederlandse vertaling van de akte uitgaande van een gemeente uit het Malmedyse wendt de gemeente die ze ontvangt, bijaldien zij zelf aan geen speciale regeling onderworpen is, zich tot de gouverneur van haar provincie.
Art.13. § 1. Tout service local établi dans la région de langue française ou de langue néerlandaise rédige dans la langue de sa région les actes qui concernent les particuliers.
  Tout intéressé qui en établit la nécessité, peut s'en faire délivrer gratuitement la traduction certifiée exacte en français, en néerlandais ou en allemand, selon le cas. Cette traduction vaut expédition ou copie conforme. L'intéressé la demande au gouverneur de la province de son domicile ou, s'il s'agit d'une traduction allemande, au gouverneur de la province de Liège.
  Par dérogation à l'alinéa 2, tout intéressé peut, dans les communes malmédiennes et dans les communes de la frontière linguistique, obtenir du service qui a dressé l'acte, et ce sans frais supplémentaires et sans justifier sa demande, une traduction certifiée exacte, valant expédition ou copie conforme :
  a) en allemand, si le service est établi dans une commune malmédienne;
  b) en français ou en néerlandais, selon le cas, si le service est établi dans une commune de la frontière linguistique.
  § 2. Tout service local établi dans la région de langue allemande rédige en allemand les actes qui concernent des particuliers.
  Tout intéressé peut obtenir, sans frais supplémentaires et sans justifier sa demande, du service qui a dressé l'acte, une traduction française certifiée exacte, valant expédition ou copie conforme.
  § 3. Toute administration communale fait usage de la langue de sa région pour la transcription des actes de l'état civil.
  Quand il y a lieu à transcription dans une langue autre que celle de l'acte :
  1° si l'acte émane d'une commune sans régime spécial de la région de langue française ou de la région de langue néerlandaise, l'administration réceptrice demande la traduction au gouverneur de sa province ou au gouverneur de la province de Liège, selon le cas;
  2° si l'acte émane d'une commune malmédienne, d'une commune de la région de langue allemande, d'une commune de la frontière linguistique, d'une commune de Bruxelles-Capitale ou d'une commune périphérique, l'administration expéditrice y joint elle-même une traduction, sauf si la commune réceptrice est légalement apte à établir cette traduction. Toutefois, s'il s'agit d'un acte d'une commune de la frontière linguistique, d'une commune de Bruxelles-Capitale ou d'une commune périphérique à traduire en allemand ou d'un acte de la région de langue allemande à traduire en néerlandais, l'administration communale réceptrice s'adresse au gouverneur de la province de Liège. La traduction néerlandaise d'un acte émanant d'une commune malmédienne est demandée par la commune réceptrice, non soumise à un régime spécial, au gouverneur de la province dont elle fait partie.
Art.14. § 1. Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse of in het Franse taalgebied gevestigd is, stelt de aan de particulieren uit te reiken getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen in de taal van zijn gebied.
  Iedere belanghebbende die er de noodzaak van aantoont, kan de vertaling ervan bekomen onder de in artikel 13, § 1, bepaalde voorwaarden.
  § 2. In afwijking van § 1, wordt het bescheid, naar gelang van de wens van de belanghebbende, gesteld :
  a) in het Frans of in het Duits, wanneer de dienst gevestigd is in een gemeente uit het Malmedyse;
  b) in het Nederlands of in het Frans, wanneer de dienst gevestigd is in een taalgrensgemeente.
  § 3. Iedere plaatselijke dienst, die in het Duits taalgebied gevestigd is, stelt de aan de particulieren uit te reiken getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen in het Duits of in het Frans, naar gelang van de wens van de belanghebbende.
Art.14. § 1. Tout service local établi dans la région de langue française ou de langue néerlandaise rédige dans la langue de sa région les certificats, déclarations et autorisations qu'il délivre aux particuliers.
  Tout intéressé qui en établit la nécessité peut s'en faire délivrer la traduction aux conditions prévues à l'article 13, § 1er.
  § 2. Par dérogation au § 1er, le document est rédigé, selon le désir de l'intéressé :
  a) en français ou en allemand, quand le service est établi dans une commune malmédienne;
  b) en français ou en néerlandais, quand le service est établi dans une commune de la frontière linguistique.
  § 3. Tout service local, établi dans la région de langue allemande rédige en allemand ou en français, selon le désir de l'intéressé, les certificats, déclarations et autorisations qu'il délivre aux particuliers.
Art. 15. § 1. In de plaatselijke diensten, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied gevestigd zijn, kan niemand tot een ambt of betrekking benoemd of bevorderd worden, indien hij de taal van het gebied niet kent.
   De toelatings- en bevorderingsexamens geschieden in dezelfde taal.
   De kandidaat wordt enkel tot het examen toegelaten voor zover uit de vereiste diploma's of studiegetuigschriften blijkt dat hij zijn onderwijs in meergenoemde taal heeft genoten. Bij ontstentenis van een dergelijk diploma of getuigschrift moet de taalkennis vooraf door een examen bewezen worden.
   Indien het ambt of de betrekking begeven wordt zonder toelatingsexamen dient de vereiste taalkennis vastgesteld aan de hand van de daartoe in lid 3 voorgeschreven bewijzen.
   § 2. In de taalgrensgemeenten worden tot de ambten van gemeentesecretaris, gemeenteontvanger, politiecommissaris, secretaris en ontvanger van de commissie van openbare onderstand alleen toegelaten de kandidaten, die vooraf geslaagd zijn voor een examen over de voldoende kennis van de tweede taal, het Nederlands of het Frans naar gelang van het geval.
   In de besturen van de gemeenten en van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, indien hij niet vooraf geslaagd is voor een examen over de elementaire kennis van de tweede taal, het Nederlands of het Frans, naar gelang van het geval.
   Wordt vrijgesteld van de taalexamens, die in de leden één en twee bedoeld zijn, de kandidaat die, naar luid van zijn diploma of studiegetuigschrift, zijn onderwijs in die taal heeft genoten.
   Genoemde taalexamens, zomede het eventueel examen over de kennis van de taal van het gebied, geschieden onder het toezicht van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
   In de andere plaatselijke diensten dan die van de gemeenten en van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, indien hij niet een aan het ambt aangepaste, voldoende of elementaire kennis bezit van de tweede taal, het Nederlands of het Frans, naar gelang van het geval. Die kennis wordt vastgesteld aan de hand van een examen.
   § 3. In de gemeenten uit het Malmedyse en in de gemeenten uit het Duitse taalgebied, worden de diensten zo georganiseerd, dat het publiek zonder enige moeite in het Frans of in het Duits te woord kan gestaan worden.
Art. 15. § 1. Dans les services locaux établis dans les régions de langue française, de langue néerlandaise ou de langue allemande, nul ne peut être nommé ou promu à une fonction ou à un emploi s'il ne connaît la langue de la région.
   Les examens d'admission et de promotion ont lieu dans la même langue.
   Le candidat n'est admis à l'examen que s'il résulte des diplômes ou certificats d'études requis qu'il a suivi l'enseignement dans la langue susmentionnée. A défaut d'un tel diplôme ou certificat, la connaissance de la langue doit au préalable être prouvée par un examen.
   Si la fonction ou l'emploi est conféré sans examen d'admission, l'aptitude linguistique requise est établie au moyen des preuves que l'alinéa 3 prescrit à cet effet.
   § 2. Dans les communes de la frontière linguistique les fonctions de secrétaire communal, de receveur communal, de commissaire de police, de secrétaire et de receveur de la commission d'assistance publique ne sont accessibles qu'aux candidats ayant réussi au préalable un examen portant sur la connaissance suffisante de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas.
   Dans les administrations des communes et des personnes publiques subordonnées aux communes, nul ne peut occuper un emploi le mettant en contact avec le public, s'il n'a réussi au préalable un examen portant sur la connaissance élémentaire de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas.
   Est dispensé des examens linguistiques visés aux alinéas 1er et 2, le candidat qui, d'après son diplôme ou certificat, a fait ses études dans cette langue.
   Ces examens linguistiques, et éventuellement l'examen portant sur la connaissance de la langue de la région, ont lieu sous le contrôle de la Commission permanente de contrôle linguistique.
   Dans les services locaux autres que ceux des communes et des personnes publiques subordonnées aux communes, nul ne peut occuper un emploi le mettant en contact avec le public s'il n'a pas une connaissance suffisante ou élémentaire de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas. Cette connaissance appropriée à l'emploi est établie par un examen.
   § 3. Dans les communes malmédiennes et dans les communes de la région de langue allemande, les services sont organisés de façon telle que le public puisse faire usage du français ou de l'allemand, sans la moindre difficulté.
Art. 15. (Vlaamse Gemeenschap)
  § 1. In de plaatselijke diensten, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied gevestigd zijn, kan niemand tot een ambt of betrekking benoemd of bevorderd worden, indien hij de taal van het gebied niet kent.
  De toelatings- en bevorderingsexamens geschieden in dezelfde taal.
  De kandidaat wordt enkel tot het examen toegelaten voor zover uit de vereiste diploma's of studiegetuigschriften blijkt dat hij zijn onderwijs in meergenoemde taal heeft genoten. Bij ontstentenis van een dergelijk diploma of getuigschrift moet de taalkennis [1 voor de benoeming of bevordering bewezen worden]1.
  Indien het ambt of de betrekking begeven wordt zonder toelatingsexamen dient de vereiste taalkennis vastgesteld aan de hand van de daartoe in lid 3 voorgeschreven bewijzen.
  § 2. In de taalgrensgemeenten worden tot de ambten van gemeentesecretaris, gemeenteontvanger, politiecommissaris, secretaris en ontvanger van de commissie van openbare onderstand alleen toegelaten de kandidaten, die vooraf geslaagd zijn voor een examen over de voldoende kennis van de tweede taal, het Nederlands of het Frans naar gelang van het geval.
  In de besturen van de gemeenten en van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, indien hij niet vooraf geslaagd is voor een examen over de elementaire kennis van de tweede taal, het Nederlands of het Frans, naar gelang van het geval.
  Wordt vrijgesteld van de taalexamens, die in de leden één en twee bedoeld zijn, de kandidaat die, naar luid van zijn diploma of studiegetuigschrift, zijn onderwijs in die taal heeft genoten.
  Genoemde taalexamens, zomede het eventueel examen over de kennis van de taal van het gebied, geschieden onder het toezicht van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
  In de andere plaatselijke diensten dan die van de gemeenten en van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, indien hij niet een aan het ambt aangepaste, voldoende of elementaire kennis bezit van de tweede taal, het Nederlands of het Frans, naar gelang van het geval. Die kennis wordt vastgesteld aan de hand van een examen.
  § 3. In de gemeenten uit het Malmedyse en in de gemeenten uit het Duitse taalgebied, worden de diensten zo georganiseerd, dat het publiek zonder enige moeite in het Frans of in het Duits te woord kan gestaan worden.
  
Art. 15. (Communauté flamande)
  § 1. Dans les services locaux établis dans les régions de langue française, de langue néerlandaise ou de langue allemande, nul ne peut être nommé ou promu à une fonction ou à un emploi s'il ne connaît la langue de la région.
   Les examens d'admission et de promotion ont lieu dans la même langue.
   Le candidat n'est admis à l'examen que s'il résulte des diplômes ou certificats d'études requis qu'il a suivi l'enseignement dans la langue susmentionnée. A défaut d'un tel diplôme ou certificat, la connaissance de la langue doit au préalable être prouvée par un examen.
   Si la fonction ou l'emploi est conféré sans examen d'admission, l'aptitude linguistique requise est établie au moyen des preuves que l'alinéa 3 prescrit à cet effet.
   § 2. Dans les communes de la frontière linguistique les fonctions de secrétaire communal, de receveur communal, de commissaire de police, de secrétaire et de receveur de la commission d'assistance publique ne sont accessibles qu'aux candidats ayant réussi au préalable un examen portant sur la connaissance suffisante de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas.
   Dans les administrations des communes et des personnes publiques subordonnées aux communes, nul ne peut occuper un emploi le mettant en contact avec le public, s'il n'a réussi au préalable un examen portant sur la connaissance élémentaire de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas.
   Est dispensé des examens linguistiques visés aux alinéas 1er et 2, le candidat qui, d'après son diplôme ou certificat, a fait ses études dans cette langue.
   Ces examens linguistiques, et éventuellement l'examen portant sur la connaissance de la langue de la région, ont lieu sous le contrôle de la Commission permanente de contrôle linguistique.
   Dans les services locaux autres que ceux des communes et des personnes publiques subordonnées aux communes, nul ne peut occuper un emploi le mettant en contact avec le public s'il n'a pas une connaissance suffisante ou élémentaire de la seconde langue, le français ou le néerlandais, selon le cas. Cette connaissance appropriée à l'emploi est établie par un examen.
   § 3. Dans les communes malmédiennes et dans les communes de la région de langue allemande, les services sont organisés de façon telle que le public puisse faire usage du français ou de l'allemand, sans la moindre difficulté.
  
Art.16. In de gemeenten Baelen, Gemmenich, Hendrik-Kapelle, Homburg, Membach, Montzen, Moresnet, Sippenaeken en Welkenraedt (arrondissement Verviers), kan de Koning, na de gemeenteraden te hebben gehoord, afwijken van de artikelen 11 tot 15, rekening houdend met de door de bevolking gesproken taal en met de administratieve noodwendigheden.
  De door de Koning getroffen besluiten moeten uiterlijk één jaar na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij de wet bekrachtigd worden.
Art.16. Dans les communes de Baelen, Gemmenich, Henri-Chapelle, Hombourg, Membach, Montzen, Moresnet, Sippenaeken et Welkenraedt (arrondissement de Verviers), le Roi peut, les conseils communaux entendus, déroger aux articles 11 à 15, en tenant compte de la langue parlée par la population et des nécessités administratives.
  Les arrêtés pris par le Roi doivent être confirmés par la loi au plus tard un an après leur publication au Moniteur belge.
Afdeling III. - Brussel-Hoofdstad.
Section III. - Bruxelles-Capitale.
Art.17. § 1. In zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten van Brussel-Hoofdstad gebruikt iedere plaatselijke dienst, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd is, zonder een beroep op vertalers te doen, het Nederlands of het Frans, volgens navolgend onderscheid :
  A. Indien de zaak gelocaliseerd of localiseerbaar is :
  1° uitsluitend in het Nederlands of in het Franse taalgebied : de taal van dat gebied;
  2° tegelijk in Brussel-Hoofdstad en in het Nederlandse of het Franse taalgebied : de taal van dat gebied;
  3° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied : de taal van het gebied waar de zaak haar oorsprong vindt;
  4° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied en in Brussel-Hoofdstad, wanneer zij haar oorsprong vindt in een van de eerste twee gebieden : de taal van dat gebied;
  5° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied en in Brussel-Hoofdstad, wanneer zij haar oorsprong vindt in deze laatste : de hierna onder B voorgeschreven taal;
  6° uitsluitend in Brussel-Hoofdstad de hierna onder B voorgeschreven taal;
  B. Indien de zaak niet gelocaliseerd of niet localiseerbaar is en :
  1° een ambtenaar van de dienst betreft : de taal van diens toelatingsexamen of bij ontstentenis van zulk examen de taal van de groep waartoe betrokkene behoort op grond van zijn hoofdtaal;
  2° door een particulier is ingediend : de door deze gebruikte taal;
  3° geen van de gevallen onder 1° en 2° zich voordoet : de taal van het toelatingsexamen van de ambtenaar aan wie de zaak wordt opgedragen. Indien de ambtenaar geen toelatingsexamen heeft afgelegd, gebruikt bij zijn hoofdtaal.
  § 2. De dienstorders en de onderrichtingen aan het personeel, zomede de formulieren en drukwerken voor de binnendienst worden in het Nederlands en in het Frans gesteld.
  § 3. In zijn betrekkingen met de diensten uit het Nederlandse of het Franse taalgebied, gebruikt iedere plaatselijke dienst uit Brussel-Hoofdstad de taal van dat gebied.
Art.17. § 1. Dans ses services intérieurs, dans ses rapports avec les services dont il relève, ainsi que dans ses rapports avec les autres services de Bruxelles-Capitale, tout service local établi dans Bruxelles-Capitale utilise, sans recours aux traducteurs, le français ou le néerlandais, suivant les distinctions ci-après :
  A. Si l'affaire est localisée ou localisable :
  1° exclusivement dans la région de langue française ou de langue néerlandaise : la langue de cette région;
  2° à la fois dans Bruxelles-Capitale et dans la région de langue française ou de la langue néerlandaise : la langue de cette région;
  3° à la fois dans la région de langue française et dans la région de langue néerlandaise : la langue de la région où l'affaire trouve son origine;
  4° à la fois dans les régions de langue française et de langue néerlandaise et dans Bruxelles-Capitale, lorsqu'elle a son origine dans une des deux premières régions : la langue de cette région;
  5° à la fois dans les régions de langue française et de langue néerlandaise et dans Bruxelles-Capitale, lorsqu'elle a son origine dans celle-ci : la langue désignée au B ci-après;
  6° exclusivement dans Bruxelles-Capitale : la langue désignée au B ci-après;
  B. Si l'affaire n'est ni localisée ni localisable :
  1° si elle concerne un agent de service : la langue dans laquelle celui-ci a présenté son examen d'admission ou, à défaut de semblable examen, la langue du groupe auquel la langue principale de l'intéressé le rattache;
  2° si elle a été introduite par un particulier : la langue utilisée par celui-ci;
  3° dans tout autre cas : la langue dans laquelle l'agent, à qui l'affaire est confiée, a présenté son examen d'admission. Si cet agent n'a pas subi d'examen d'admission, il emploie sa langue principale.
  § 2. Les ordres de service et les instructions adressés au personnel ainsi que les formulaires destinés au service intérieur sont rédigés en français et en néerlandais.
  § 3. Dans ses rapports avec les services de la région de langue française ou de langue néerlandaise, tout service local de Bruxelles-Capitale utilise la langue de cette région.
Art.18. De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.
  De bekendmakingen die betrekking hebben op de burgerlijke stand worden echter uitsluitend gedaan in de taal van de akte waarmee zij in verband staan.
Art.18. Les services locaux établis dans Bruxelles-Capitale rédigent en français et en néerlandais les avis, les communications et les formulaires destinés au public.
  Toutefois, les publications relatives à l'état civil sont faites exclusivement dans la langue de l'acte auquel elles se rapportent.
Art.19. Iedere plaatselijke dienst van Brussel-Hoofdstad gebruikt in zijn betrekkingen met een particulier de door deze gebruikte taal, voor zover die taal het Nederlands of het Frans is.
  Er wordt echter aan een privaat bedrijf, dat in een gemeente zonder speciale regeling uit het Nederlandse of het Franse taalgebied gevestigd is, in de taal van de gemeente geantwoord.
Art.19. Tout service local de Bruxelles-Capitale emploie, dans ses rapports avec un particulier, la langue que l'intéressé utilise quand celle-ci est le français ou le néerlandais.
  Toutefois, à une entreprise privée, établie dans une commune sans régime spécial de la région de langue française ou de langue néerlandaise, il est répondu dans la langue de cette commune.
Art.20. § 1. De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de akten die de particulieren betreffen alsook de getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen, die aan de particulieren worden afgegeven, in het Nederlands of in het Frans, naar gelang van de wens van de belanghebbende.
  § 2. De gemeentebesturen van Brussel-Hoofdstad schrijven de in het Nederlands of in het Frans gestelde akten van de burgerlijke stand over in de oorspronkelijke taal. Van iedere in het Duits gestelde over te schrijven akte vragen zij aan de gouverneur van de provincie Luik een gewaarmerkte vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift, voor zover zij er geen hebben ontvangen van het bestuur dat de akte heeft verzonden. De vertaling wordt gesteld in het Nederlands of in het Frans naar gelang van de wens van de belanghebbende of, bij ontstentenis daarvan, naar gelang van de omstandigheden.
  Zo nodig voegen dezelfde besturen een vertaling bij elke akte die buiten Brussel-Hoofdstad moet overgeschreven worden, behalve wanneer die in het Duits moet geschieden. In dit geval maakt het bestuur dat de akte ontvangt zelf de vertaling; van de Nederlandse akten echter die in een gemeente uit het Duitse taalgebied moeten worden overgeschreven, vraagt het bestuur dat ze ontvangt, de vertaling aan de Gouverneur van de Provincie Luik.
Art.20. § 1. Les services locaux établis dans Bruxelles-Capitale rédigent en français ou en néerlandais, selon le désir de l'intéressé, les actes qui concernent les particuliers, ainsi que les certificats, déclarations et autorisations qui leur sont délivrés.
  § 2. Les administrations communales établies dans Bruxelles-Capitale transcrivent dans la langue originale les actes de l'état civil rédigés en français ou en néerlandais. Elles demandent au gouverneur de la province de Liège, si elles ne l'ont reçue de l'administration expéditrice, une traduction certifiée exacte, qui vaudra expédition ou copie conforme, de tout acte à transcrire rédigé en allemand. Cette traduction sera établie en français ou en néerlandais, selon le désir exprimé par l'intéressé ou, à défaut, d'après les circonstances.
  Les mêmes administrations joignent, au besoin, une traduction à tout acte qui doit être transcrit en dehors de Bruxelles-Capitale, sauf si l'acte doit être transcrit en allemand. Dans ce cas, l'administration réceptrice fait elle-même la traduction; toutefois, s'il s'agit d'un acte néerlandais à transcrire dans une commune de la région de langue allemande, l'administration réceptrice en demande la traduction au gouverneur de la province de Liège.
Art.21. § 1. Wanneer het voorgeschreven is, legt iedere kandidaat die dingt naar een ambt of betrekking in de plaatselijke diensten gevestigd in Brussel-Hoofdstad, het toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans, naar gelang van de taal waarin hij, naar luid van het opgelegde diploma, het vereiste studiegetuigschrift of de verklaring van het schoolhoofd, zijn onderwijs genomen heeft.
  Indien geen toelatingsexamen voorgeschreven is, wordt de hoofdtaal van de kandidaat bepaald door het taalregime van het genoten onderwijs, zoals dat blijkt uit bovenvermelde bescheiden.
  De kandidaat, die in het buitenland of in het Duits taalgebied zijn onderwijs genoten heeft in een andere taal dan het Nederlands of het Frans en zich op een bij de wet erkende gelijkwaardigheid van diploma's of studiegetuigschriften kan beroepen, legt het toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans, naar keuze. Indien geen toelatingsexamen aan de benoeming voorafgaat, wordt de kennis van de gekozen hoofdtaal vastgesteld aan de hand van een voorafgaand examen.
  Gedurende zijn loopbaan, legt de ambtenaar de opgelegde bevorderingsexamens af in zijn hoofdtaal zoals die bepaald werd op grond van bovenvermelde criteria.
  § 2. (Wanneer het voorgeschreven wordt, omvat het toelatingsexamen voor iedere kandidaat een schriftelijk of computergestuurd gedeelte over de elementaire kennis van de tweede taal.
  Indien geen toelatingsexamen voorgeschreven wordt, moet de kandidaat, vóór zijn benoeming, aan een schriftelijk of computergestuurd examen over dezelfde kennis onderworpen worden.) <W 1993-03-22/33, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 1993-08-14>
  § 3. De §§ 1 en 2 zijn niet toepasselijk op het vak- en werkliedenpersoneel.
  § 4. (Wordt afhankelijk gemaakt van het slagen voor een schriftelijk of computergestuurd examen over de voldoende kennis van de tweede taal, iedere benoeming of bevordering tot een ambt, waarvan de titularis, tegenover de overheid waaronder hij ressorteert, verantwoordelijk is voor het behoud van de eenheid in de rechtspraak of in het beheer van de dienst waarvan de hoge leiding hem is toevertrouwd.) <W 1993-07-22/33, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 1993-08-14>
  § 5. Onverminderd voorgaande bepalingen kan niemand benoemd of bevorderd worden tot een ambt of betrekking, waarvan de titularis omgang heeft met het publiek, indien hij er niet mondeling van laat blijken door een aanvullend examengedeelte of door een bijzonder examen, dat hij aan de aard van de waar te nemen functie aangepaste voldoende of elementaire kennis bezit van de tweede taal.
  § 6. De hierboven bedoelde taalexamens of examengedeelten worden afgenomen onder het toezicht van de Vaste Wervingssecretaris.
  § 7. Bij de werving van hun personeel dienen de besturen van de gemeenten en die van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, ten minste 50 % van de te begeven betrekkingen in gelijke mate te verdelen over de beide taalgroepen.
  Onverminderd de bepalingen van artikel 68, lid 1, moeten, ten laatste tien jaar na 1 september 1963, de betrekkingen die gelijk aan of hoger zijn dan die van afdelingschef, in gelijke mate, bezet worden door ambtenaren van beide taalgroepen.
Art.21. § 1. Tout candidat qui sollicite une fonction ou un emploi dans les services locaux établis dans Bruxelles-Capitale subit, s'il est imposé, l'examen d'admission en français ou en néerlandais, suivant que d'après le diplôme exigé, le certificat d'études requis ou la déclaration du directeur d'école, il a fait ses études dans l'une ou l'autre de ces langues.
  S'il n'est pas imposé d'examen d'admission, la langue principale du candidat est déterminée par le régime linguistique des études faites, tel qu'il résulte des documents susmentionnés.
  Le candidat qui, à l'étranger ou dans la région de langue allemande, a fait ses études dans une autre langue que le français ou le néerlandais et qui peut se prévaloir d'une équivalence de diplômes ou de certificats d'études reconnue par la loi, subit l'examen d'admission en français ou en néerlandais, au choix. Si la nomination n'est pas précédée d'un examen d'admission, la connaissance de la langue principale choisie est constatée par un examen préalable.
  Au cours de sa carrière, le fonctionnaire ou l'agent subit les examens de promotion dans sa langue principale telle qu'elle a été déterminée sur la base des critères indiqués ci-dessus.
  § 2. (S'il est imposé, l'examen d'admission comporte pour chaque candidat une épreuve écrite ou informatisée sur la connaissance élémentaire de la seconde langue.
  S'il n'est pas imposé d'examen d'admission, le candidat est soumis, avant sa nomination, à un examen écrit ou informatisé portant sur la même connaissance.) <L 1993-07-22/33, art. 19, 003; En vigueur : 1993-08-14>
  § 3. Les §§ 1er et 2 ne sont pas applicables au personnel de métier et ouvrier.
  § 4. (Est subordonné à la réussite d'un examen écrit ou informatisé portant sur la connaissance suffisante de la seconde langue, toute nomination ou promotion à une fonction qui rend son titulaire responsable, vis-à-vis de l'autorité dont il relève, du maintien de l'unité de jurisprudence ou de gestion dans le service dont la haute direction lui est confiée.) <L 1993-07-22/33, art. 19, 003; En vigueur : 1993-08-14>
  § 5. Sans préjudice des dispositions qui précèdent, nul ne peut être nommé ou promu à un emploi ou à une fonction mettant son titulaire en contact avec le public, s'il ne justifie oralement, par une épreuve complémentaire ou un examen spécial qu'il possède de la seconde langue une connaissance suffisante ou élémentaire, appropriée à la nature de la fonction à exercer.
  § 6. Les examens ou épreuves linguistiques susvisés ont lieu sous le contrôle du secrétaire permanent au recrutement.
  § 7. Lors du recrutement de leur personnel les administrations des communes et celles des personnes publiques subordonnées aux communes doivent répartir à parité entre les deux groupes linguistiques, 50 % au moins des emplois à conférer.
  Sans préjudice des dispositions de l'article 68, alinéa 1er, au plus tard dans les dix ans, à partir du 1er septembre 1963, les emplois égaux ou supérieurs à celui de chef de division doivent être occupés en nombre égal, par des fonctionnaires appartenant à l'un et à l'autre groupe linguistique.
Art.22. In afwijking van de bepalingen van deze afdeling zijn de instellingen waarvan de kulturele activiteit een enkele taalgroep interesseert, onderworpen aan de regeling die geldt voor het overeenkomstig gebied.
  (Bij die categorie van inrichtingen horen alle kinderbewaarplaatsen en peuterafdelingen.) <W 30-03-1972>
Art.22. Par dérogation aux dispositions de la présente section, les établissements dont l'activité culturelle intéresse exclusivement un groupe linguistique sont soumis au régime applicable à la région correspondante.
  (Entrent dans cette catégorie d'établissements, toutes les crèches et sections prégardiennes.) <L 30-03-1972>
Afdeling IV. - Randgemeenten.
Section IV. - Communes périphériques.
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor al de randgemeenten.
Sous-section 1. - Dispositions communes à toutes les communes périphériques.
Art.23. Iedere plaatselijke dienst die gevestigd is in de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem, gebruikt uitsluitend de Nederlandse taal in zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en zijn betrekkingen met de diensten uit het Nederlandse taalgebied en die uit Brussel-Hoofdstad.
Art.23. Tout service local établi dans les communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemme et Wezenbeek-Oppem utilise exclusivement la langue néerlandaise dans les services intérieurs, dans ses rapports avec les services dont il relève ainsi que dans ses rapports avec les services de la région de langue néerlandaise et de Bruxelles-Capitale.
Art.24. De plaatselijke diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.
  De bekendmakingen die betrekking hebben op de burgerlijke stand worden nochtans gesteld in de taal van de akte waarmee zij in verband staan.
Art.24. Les services locaux établis dans les communes périphériques rédigent en néerlandais et en français, les avis, les communications et les formulaires destinés au public.
  Toutefois, les publications relatives à l'état civil sont faites exclusivement dans la langue de l'acte auquel elles se rapportent.
Art.25. In hun betrekkingen met een particulier gebruiken dezelfde diensten de door betrokkene gebruikte taal voor zover die taal het Nederlands of het Frans is.
  Er wordt echter aan een privaat bedrijf, dat in een gemeente zonder speciale regeling uit het Frans of het Nederlands taalgebied gevestigd is, geantwoord in de taal van deze gemeente.
Art.25. Les mêmes services emploient dans leurs rapports avec un particulier la langue que l'intéressé utilise quand celle-ci est le néerlandais ou le français.
  Toutefois, à une entreprise privée établie dans une commune sans régime spécial de la région de langue française ou de langue néerlandaise, il est répondu dans la langue de cette commune.
Art.26. Meergenoemde diensten stellen de aan de particulieren uitgereikte getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen in het Nederlands of in het Frans, naar gelang van de wens van de belanghebbende.
Art.26. Les services susmentionnés rédigent en néerlandais ou en français, selon le désir de l'intéressé, les certificats, déclarations et autorisations délivrés aux particuliers.
Art.27. In de plaatselijke diensten van de randgemeenten kan niemand tot een ambt of betrekking benoemd of bevorderd worden indien hij de Nederlandse taal niet kent. De toelatings- en bevorderingsexamens geschieden in dezelfde taal.
  De kandidaat wordt enkel tot het examen toegelaten voor zover uit de vereiste diploma's of studiegetuigschriften blijkt dat hij zijn onderwijs in meergenoemde taal heeft genoten. Bij ontstentenis van een dergelijk diploma of getuigschrift moet de taalkennis vooraf door een examen bewezen worden.
  Indien het ambt of de betrekking begeven wordt zonder toelatingsexamen dient de vereiste taalkennis vastgesteld aan de hand van de daartoe in lid 2 voorgeschreven bewijzen.
Art.27. Dans les services locaux des communes périphériques nul ne peut être nommé ou promu à une fonction ou à un emploi s'il ne connaît la langue néerlandaise. Les examens d'admission et de promotion ont lieu dans la même langue.
  Le candidat n'est admis à l'examen que s'il résulte des diplômes ou certificats d'études requis qu'il a suivi l'enseignement dans la langue susmentionnée. A défaut d'un tel diplôme ou certificat, la connaissance de la langue doit, au préalable, être prouvée par un examen.
  Si la fonction ou l'emploi est conféré sans examen d'admission, l'aptitude linguistique requise est établie au moyen des preuves que l'alinéa 2 prescrit à cet effet.
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen ten behoeve van de te Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel gevestigde plaatselijke diensten.
Sous-section 2. - Dispositions particulières aux services locaux établis à Drogenbos, Kraainem, Linkebeek et Wemmel.
Art.28. In de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel worden, naar gelang van de wens van de belanghebbende, de akten gesteld in het Nederlands of in het Frans.
  De in het Nederlands of in het Frans gestelde akten van de burgerlijke stand worden in hun oorspronkelijke taal door de gemeentebesturen overgeschreven.
  Van iedere in het Duits gestelde over te schrijven akte vragen genoemde besturen aan de gouverneur van de provincie Luik een gewaarmerkte vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift, voor zover zij er geen ontvangen hebben van het bestuur dat de akte heeft verzonden. Die vertaling wordt in het Nederlands of in het Frans gesteld, naar gelang van de wens van de belanghebbende of, bij ontstentenis daarvan, naar gelang van de omstandigheden.
  Zo nodig voegen de plaatselijke diensten van de vorenvermelde vier gemeenten een vertaling bij iedere akte die buiten deze gemeenten moet worden overgeschreven, behalve wanneer dit in het Duits moet geschieden. In dit geval maakt het bestuur, dat de akte ontvangt, zelf een vertaling : van de Nederlandse akten achter die in een gemeente uit het Duitse taalgebied moeten worden overgeschreven, vraagt het bestuur dat ze ontvangt, de vertaling aan de gouverneur van de provincie Luik.
Art.28. Dans les communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek et Wemmel, les actes sont rédigés en néerlandais ou en français, selon le désir de l'intéressé.
  Les administrations communales transcrivent dans la langue originale les actes de l'état civil rédigés en français ou en néerlandais.
  Ces administrations demandent au gouverneur de la province de Liège, si elles ne l'ont pas reçue de l'administration expéditrice, une traduction certifiée exacte qui vaut expédition ou copie conforme de tout acte à transcrire rédigé en allemand. Cette traduction est établie en français ou en néerlandais, selon le désir exprimé par l'intéressé ou à défaut, d'après les circonstances.
  Les services locaux des quatre communes susvisées joignent, au besoin, une traduction à tout acte qui doit être transcrit en dehors de ces communes, sauf si l'acte doit être transcrit en allemand. Dans ce cas, l'administration réceptrice fait elle-même la traduction; toutefois, s'il s'agit d'un acte néerlandais à transcrire dans une commune de la région de langue allemande, l'administration réceptrice en demande la traduction au gouverneur de la province de Liège.
Art.29. In de vier gemeenten waarvan sprake in deze onderafdeling, mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, zo hij geen elementaire kennis van de Franse taal bezit.
  De bevoegde overheden organiseren de in diezelfde gemeenten gevestigde diensten derwijze dat, zonder moeite, kan voldaan worden aan de artikelen 23 tot 28 en aan lid 1.
Art.29. Dans les quatre communes visées dans la présente sous-section, nul ne peut exercer une fonction le mettant en rapport avec le public, s'il ne justifie d'une connaissance élémentaire de la langue française.
  Les autorités compétentes organisent les services établis dans les mêmes communes, de manière à ce qu'il puisse être satisfait, sans difficulté, aux articles 23 à 28 et à l'alinéa 1er.
Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen ten behoeve van de te Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem gevestigde plaatselijke diensten.
Sous-section 3. - Dispositions particulières aux services locaux établis à Rhode-Saint-Genèse et Wezembeek-Oppem.
Art.30. In de gemeenten Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem worden de akten gesteld in het Nederlands. Iedere belanghebbende kan daarvan, zonder bijkomende onkosten en zonder verantwoording van zijn aanvraag, bij de dienst die de akte heeft opgemaakt, een gewaarmerkte vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift bekomen.
  De akten van de burgerlijke stand worden door de gemeentebesturen in het Nederlands overgeschreven.
  Van iedere in het Duits gestelde over te schrijven akte vragen genoemde besturen aan de gouverneur van de provincie Luik een gewaarmerkte vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift voor zover zij er geen hebben ontvangen van het bestuur dat de akte heeft verzonden. Die vertaling wordt in het Nederlands gesteld met het oog op het overschrijven van de akte; iedere belanghebbende kan zich nochtans een Franse vertaling laten uitreiken door de dienst die de overschrijving verricht en dit, zonder bijkomende kosten en zonder verantwoording van zijn aanvraag. Deze vertaling heeft waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift.
  Lid 4 van artikel 28 is toepasselijk op de akten die moeten overgedragen worden buiten de twee gemeenten waarvan sprake in deze onderafdeling.
Art.30. Dans les communes de Rhode-Saint-Genèse et Wezembeek-Oppem, les actes sont rédigés en néerlandais. Tout intéressé peut obtenir du service qui a dressé l'acte, et ce sans frais supplémentaires et sans justifier sa demande, une traduction française certifiée exacte, valant expédition ou copie conforme.
  Les administrations communales transcrivent les actes de l'état civil en néerlandais.
  Ces administrations demandent au gouverneur de la province de Liège, si elles ne l'ont pas reçue de l'administration expéditrice, une traduction certifiée exacte qui vaudra expédition ou copie conforme de tout acte à transcrire rédigé en allemand. Cette traduction est établie en néerlandais en vue de la transcription de l'acte; tout intéressé peut cependant se faire délivrer une traduction française par le service qui opère la transcription et ce, sans frais supplémentaires et sans justifier sa demande. Cette traduction vaut expédition ou copie conforme.
  L'alinéa 4 de l'article 28 est applicable aux actes qui doivent être transcrits en dehors des deux communes visées dans la présente sous-section.
Art.31. De bevoegde overheden organiseren de diensten die te Sint-Genesius-Rode en te Wezembeek-Oppem gevestigd zijn derwijze dat, zonder moeite, kan voldaan worden aan de artikelen 23 tot 27 en aan artikel 30.
Art.31. Les autorités compétentes organisent les services établis à Rhode-Saint-Genèse et à Wezembeek-Oppem, de manière à ce qu'il puisse être satisfait, sans difficulté, aux articles 23 à 27 et à l'article 30.
HOOFDSTUK IV. - Gebruik van de talen in de gewestelijke diensten.
CHAPITRE IV. - Emploi des langues dans les services régionaux.
Art.32. Voor de toepassing van deze gecoördineerde wetten worden onder gewestelijke diensten verstaan diensten in de zin van artikel 1, § 2, waarvan de werkkring meer dan één gemeente, maar niet het ganse land bestrijkt.
  De werkkring van een gewestelijke dienst wordt hierna " het ambtsgebied " genoemd.
Art.32. Pour l'application des présentes lois coordonnées, on entend par services régionaux les services au sens de l'article 1er, § 2, dont l'activité s'étend à plus d'une commune, à l'exclusion de ceux dont l'activité s'étend à tout le pays.
  Le champ d'activité d'un service régional est dénommé ci-après " la circonscription ".
Art.33. § 1. Iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring uitsluitend gemeenten zonder speciale regeling uit het Nederlandse of het Franse taalgebied bestrijkt en waarvan de zetel in dat gebied gevestigd is, gebruikt uitsluitend de taal van dat gebied in zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten uit hetzelfde taalgebied en uit Brussel-Hoofdstad.
  Hij stelt de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn uitsluitend in de taal van zijn gebied.
  In zijn betrekkingen met de particulieren gebruikt hij uitsluitend de taal van zijn gebied, onverminderd de mogelijkheid die hem gelaten wordt met de particulieren, die gevestigd zijn in een ander taalgebied, briefwisseling te voeren in de taal waarvan de betrokkenen zich bedienen.
  De akten die particulieren betreffen alsook de getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen die aan de particulieren worden afgegeven stelt hij in de taal van zijn gebied. Iedere belanghebbende, die er de noodzaak van aantoont, kan de vertaling ervan bekomen onder de in artikel 13, § 1, bepaalde voorwaarden.
  § 2. Iedere gewestelijke dienst waarvan de zetel gevestigd is in Brussel-Hoofdstad en waarvan de werkkring uitsluitend gemeenten zonder speciale taalregeling uit het Nederlandse of uit het Franse taalgebied bestrijkt, is onderworpen aan de regeling van § 1.
Art.33. § 1. Tout service régional dont l'activité s'étend exclusivement à des communes sans régime spécial de la région de langue française ou de langue néerlandaise et dont le siège est établi dans cette région, utilise exclusivement la langue de celle-ci dans les services intérieurs, dans ses rapports avec les services dont il relève, ainsi que dans ses rapports avec les autres services de la même région linguistique et de Bruxelles-Capitale.
  Il rédige exclusivement dans la langue de sa région les avis, les communications et les formulaires destinés au public.
  Il utilise exclusivement la langue de sa région dans ses rapports avec les particuliers, sans préjudice de la faculté qui lui est laissée de correspondre avec les particuliers résidant dans une autre région linguistique dans la langue dont les intéressés font usage.
  Il rédige dans la langue de sa région les actes qui concernent des particuliers, ainsi que les certificats, déclarations et autorisations qu'il délivre aux particuliers. Tout intéressé qui en établit la nécessité, peut s'en faire délivrer la traduction aux conditions prévues à l'article 13, § 1er.
  § 2. Tout service régional dont l'activité s'étend exclusivement à des communes sans régime spécial de la région de langue néerlandaise ou de langue française et dont le siège est établi dans Bruxelles-Capitale, est soumis au régime du § 1er.
Art.34. § 1. Deze paragraaf is toepasselijk :
  a) op iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring, gemeenten met een speciale taalregeling of met verschillende regelingen uit het Nederlandse of het Franse taalgebied bestrijkt en waarvan de zetel gevestigd is in hetzelfde gebied;
  b) op iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring gemeenten uit het Duits taalgebied bestrijkt en waarvan de zetel in dat gebied gevestigd is.
  De aldus omschreven gewestelijke dienst gebruikt uitsluitend de taal van het gebied, waar hij gevestigd is, in zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten uit hetzelfde taalgebied en uit Brussel-Hoofdstad. In zijn betrekkingen met de plaatselijke diensten uit zijn ambtsgebied gebruikt hij dezer binnendiensttaal.
  De berichten, mededelingen en formulieren, die hij rechtstreeks aan het publiek richt en de formulieren die hij op dezelfde wijze afgeeft, stelt hij in de taal of talen die ter zake opgelegd zijn aan de plaatselijke diensten van de gemeenten waar zijn zetel gevestigd is. Nochtans, wanneer de gewestelijke dienst gevestigd is in een gemeente zonder speciale taalregeling geniet het publiek uit de gemeenten van het ambtsgebied die aan een andere taalregeling onderworpen zijn of die begiftigd zijn met een speciale taalregeling, ten aanzien van de rechtstreekse afgegeven formulieren, dezelfde rechten als in genoemde gemeenten. De berichten, mededelingen en formulieren, die aan het publiek worden verstrekt door de bemiddeling van de plaatselijke diensten, worden gesteld in de taal of talen welke die diensten voor soortgelijke bescheiden moeten gebruiken.
  In zijn betrekkingen met een particulier gebruikt bovengenoemde gewestelijke dienst de taal die te dezer akte opgelegd is aan de plaatselijke diensten van de woonplaats van de betrokken particulier.
  De akten, getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen worden gesteld in de taal die de plaatselijke diensten van de woonplaats van de aanvrager moeten gebruiken. Wanneer ingevolge die regeling aan betrokkene geen taalkeuze gelaten wordt kan hij, voor zover hij er de noodzaak van aantoont, een vertaling van het bescheid bekomen onder de in artikel 13, § 1, bepaalde voorwaarden.
  § 2. De taalregeling van artikel 35, § 1, is toepasselijk op iedere gewestelijke dienst waarvan de zetel gevestigd is in Brussel-Hoofdstad en waarvan de werkkring gemeenten bestrijkt die behoren tot het Nederlandse en tot het Franse taalgebied. Te dien einde wordt de gemeente van de zetel beschouwd als een tot het ambtsgebied behorende gemeente.
Art.34. § 1. Le présent paragraphe est applicable :
  a) à tout service régional dont l'activité s'étend à des communes de la région de langue française ou de langue néerlandaise soumises à un régime spécial ou à des régimes différents et dont le siège est établi dans la même région;
  b) à tout service régional dont l'activité s'étend à des communes de la région de langue allemande et dont le siège est établi dans la même région.
  Le service régional ainsi défini utilise exclusivement la langue de la région où il est établi, dans ses services intérieurs, dans ses rapports avec les services dont il relève, ainsi que dans ses rapports avec les autres services de la même région linguistique et de Bruxelles-Capitale. Dans ces rapports avec les services locaux de la circonscription il emploie la langue du service intérieur de ceux-ci.
  Il rédige les avis et les communications qu'il adresse et les formulaires qu'il délivre directement au public dans la ou les langues imposées en la matière aux services locaux de la commune de son siège. Toutefois, quand le service régional est établi dans une commune sans régime linguistique spécial, le public des communes de la circonscription soumises à un autre régime linguistique ou dotées d'un régime linguistique spécial, jouit en ce qui concerne les formulaires délivrés directement, des mêmes droits que ceux qui lui sont reconnus dans les dites communes. Les avis, communications et formulaires qui parviennent au public par l'intermédiaire des services locaux sont rédigés dans la ou les langues imposées à ceux-ci pour les documents de même nature.
   Le service régional précité utilise dans ses rapports avec un particulier la langue imposée en la matière par les services locaux de la commune ou l'intéressé habite.
  Les actes, certificats, déclarations et autorisations sont rédigés dans la langue que les services locaux de la commune où le requérant habite doivent employer. Quand, par application de cette règle l'intéressé n'a pas d'option linguistique, il peut, pour autant qu'il en établisse la nécessité, se faire délivrer une traduction du document aux conditions prévues à l'article 13, § 1er.
  § 2. Le régime linguistique de l'article 35, § 1er, est applicable à tout service régional dont le siège est établi dans Bruxelles-Capitale et dont l'activité s'étend à des communes de la région de langue française et de celle de langue néerlandaise. A cet effet, la commune du siège est considérée comme faisant partie de la circonscription.
Art.35. § 1. Iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring :
  a) ofwel uitsluitend gemeenten uit Brussel-Hoofdstad;
  b) ofwel gemeenten uit Brussel-Hoofdstad en tevens gemeenten uit het Nederlandse of het Franse taalgebied of uit beide gebieden bestrijkt;
  valt onder dezelfde regeling als de plaatselijke diensten die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn.
  § 2. Iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring gemeenten uit de vier taalgebieden van het land bestrijkt, is onderworpen aan de taalregeling die in hoofdstuk V wordt voorgeschreven voor de uitvoeringsdiensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
Art.35. § 1. Tout service régional dont l'activité s'étend :
  a) soit exclusivement à des communes de Bruxelles-Capitale;
  b) soit à des communes de Bruxelles-Capitale et, en même temps, à des communes d'une des régions de langue française et de langue néerlandaise ou de ces deux régions;
  est soumis au même régime que les services locaux établis dans Bruxelles-Capitale.
  § 2. Tout service régional dont l'activité s'étend à des communes des quatre régions linguistiques du pays, est soumis au régime linguistique prévu au chapitre V pour les services d'exécution dont l'activité s'étend à tout le pays.
Art.36. § 1. Iedere gewestelijke dienst waarvan de werkkring gemeenten uit verschillende taalgebieden, behalve Brussel-Hoofdstad, bestrijkt en waarvan de zetel niet gevestigd is in een gemeente uit het Malmedyse of in een gemeente uit het Duitse taalgebied, gebruikt in zijn binnendiensten en in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert, het Nederlands of het Frans, volgens navolgend onderscheid :
  1° voor de zaken die in het Nederlandse of in het Franse taalgebied gelocaliseerd of localiseerbaar zijn : de taal van dat gebied;
  2° voor akten betreffende een ambtenaar van de dienst : de taal waarin deze zijn toelatingsexamen heeft afgelegd of, bij ontstentenis van dergelijk examen, de taal van de groep waartoe hij behoort wegens de taal waarin hij, naar luid van het vereiste diploma of studiegetuigschrift, zijn onderwijs genoten heeft;
  3° voor alle andere zaken : de taal van het gebied waarin de zetel van de dienst gevestigd is.
  In zijn betrekkingen met de plaatselijke diensten uit zijn ambtsgebied gebruikt hij de taal van het gebied waar de plaatselijke dienst gevestigd is.
  Voor zijn berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn, in zijn betrekkingen met particulieren en voor het stellen van akten, getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen, is hij onderworpen aan artikel 34, § 1.
  § 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, bepaalt de Koning, aan de hand van de principes die § 1 beheersen, de taalregeling voor de gewestelijke diensten waarvan de werkkring gemeenten van verschillende taalgebieden, behalve Brussel-Hoofdstad, bestrijkt en waarvan de zetel gevestigd is in een gemeente uit het Malmedyse of in het Duitse taalgebied.
Art.36. § 1. Tout service régional dont l'activité s'étend à des communes de plusieurs régions linguistiques autres que Bruxelles-Capitale et dont le siège n'est pas établi dans une commune malmédienne ni dans une commune de la région allemande, utilise dans ses services intérieurs et dans ses rapports avec les services dont il relève, le français ou le néerlandais, suivant les distinctions ci-après :
  1° pour les affaires localisées ou localisables dans la région de langue française ou de langue néerlandaise : la langue de cette région;
  2° pour les affaires concernant un membre du personnel : la langue dans laquelle l'intéressé a présenté son examen d'admission, ou à défaut de semblable examen, la langue du groupe auquel le rattache la langue dans laquelle il a fait ses études d'après le diplôme ou le certificat exigé;
  3° pour toutes les autres affaires : la langue de la région dans laquelle le service a son siège.
  Dans ses rapports avec les services locaux de sa circonscription il utilise la langue de la région où le service local est établi.
  Pour ses avis, communications et formulaires destinés au public, dans ses rapports avec les particuliers, ainsi que pour la rédaction des actes, certificats, déclarations et autorisations, il est soumis à l'article 34, § 1er.
  § 2. S'il y a lieu, le Roi détermine, en s'inspirant des principes qui régissent le § 1er, le régime linguistique applicable aux services régionaux dont l'activité s'étend à des communes de plusieurs régions linguistiques, autres que Bruxelles-Capitale, et dont le siège est établi dans une commune malmédienne ou dans la région de langue allemande.
Art.37. In hun betrekkingen met de plaatselijke diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten, gebruiken de gewestelijke diensten waaronder genoemde plaatselijke diensten ressorteren, alsook de in het Nederlandse taalgebied gevestigde gewestelijke diensten, de Nederlandse taal.
Art.37. Dans leurs rapports avec les services locaux établis dans les communes périphériques, les services régionaux dont les dits services locaux relèvent, de même que les services régionaux établis dans la région de langue néerlandaise font usage du néerlandais.
Art.38. § 1. In de diensten als bedoeld in artikel 33 of artikel 34, § 1, kan niemand tot een ambt of betrekking benoemd of bevorderd worden indien hij de taal van het gebied niet kent.
  De taalkennis wordt vastgesteld volgens de regelen aangeduid in artikel 15, § 1.
  § 2. Het personeel van de in artikel 36, § 1, bedoelde diensten moet de taal kennen van het gebied waar de zetel van de dienst gevestigd is. De overheid kan personeel aanstellen dat bovendien één van beide andere talen kent.
  § 3. De diensten bedoeld in artikelen 34, § 1, of 36, § 1, worden zo georganiseerd, dat het publiek, zonder enige moeite, te woord kan gestaan worden in de talen die deze wet voor de gemeenten uit het ambtsgebied erkent.
  § 4. Voor het personeel van de in artikel 34, § 2, of in artikel 35, § 1, bedoelde diensten, gelden de bepalingen van deze gecoördineerde wetten die toepassing vinden op het personeel van de plaatselijke diensten die gevestigd zijn in Brussel-Hoofdstad.
  § 5. Voor het personeel van de in artikel 35, § 2, bedoelde diensten gelden de bepalingen van deze gecoördineerde wetten, die toepassing vinden op het personeel van de uitvoeringsdiensten, waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
Art.38. § 1. Nul ne peut être nommé ou promu à une fonction ou à un emploi dans les services visés à l'article 33 ou à l'article 34, § 1er, s'il ne connaît la langue de la région.
  Cette connaissance est constatée conformément aux règles indiquées à l'article 15, § 1er.
  § 2. Le personnel des services visés à l'article 36, § 1er, doit connaître la langue de la région dans laquelle est situé le siège du service. L'autorité peut recruter du personnel connaissant, en outre, une des deux autres langues.
  § 3. Les services visés aux articles 34, § 1er, ou 36, § 1er, sont organisés de façon telle que le public puisse faire usage, sans la moindre difficulté, des langues reconnues par la présente loi, dans les communes de la circonscription.
  § 4. Le personnel des services visés à l'article 34, § 2, ou à l'article 35, § 1er, est soumis aux dispositions des présentes lois coordonnées applicables au personnel des services locaux établis dans Bruxelles-Capitale.
  § 5. Le personnel des services visés à l'article 35, § 2, est soumis aux dispositions des présentes lois coordonnées applicables au personnel des services d'exécution dont l'activité s'étend à tout le pays.
HOOFDSTUK V. - Gebruik van de talen in de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
CHAPITRE V. - Emploi des langues dans les services dont l'activité s'étend à tout le pays.
Afdeling I. - Centrale diensten.
Section I. - Services centraux.
Art.39. § 1. In hun binnendiensten en in hun betrekkingen met de gewestelijke en plaatselijke diensten uit Brussel-Hoofdstad, gedragen de centrale diensten zich naar artikel 17, § 1, met dien verstande dat de taalrol bepalend is voor het behandelen van de zaken vermeld onder A, 5° en 6°, en B, 1° en 3°, van genoemde bepaling.
  § 2. In hun betrekkingen met de plaatselijke en gewestelijke diensten uit het Nederlandse, het Franse en het Duitse taalgebied, gebruiken de centrale diensten de taal van het gebied.
  Zij gebruiken het Nederlands in hun betrekkingen met de diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten.
  § 3. De onderrichtingen aan het personeel, zomede de formulieren en drukwerken voor de binnendienst worden in het Nederlands en in het Frans gesteld.
Art.39. § 1. Dans leurs services intérieurs, dans leurs rapports avec les services régionaux et locaux de Bruxelles-Capitale, les services centraux se conforment à l'article 17, § 1er, étant entendu que le rôle linguistique est déterminant pour l'instruction des affaires mentionnées sub A, 5° et 6°, et B, 1° et 3°, de ladite disposition.
  § 2. Dans leurs rapports avec les services locaux et régionaux des régions de langue française, néerlandaise et allemande, les services centraux utilisent la langue de la région.
  Ils utilisent la langue néerlandaise dans leurs rapports avec les services établis dans les communes périphériques.
  § 3. Les instructions au personnel, ainsi que les formulaires et imprimés destinés au service intérieur sont rédigés en français et en néerlandais.
Art.40. De berichten en mededelingen die de centrale diensten aan het publiek richten door bemiddeling van de plaatselijke diensten, zijn onderworpen aan de taalregeling die ter zake aan genoemde diensten bij deze gecoördineerde wetten wordt opgelegd. Hetzelfde geldt voor de formulieren die zij, op dezelfde wijze, ter beschikking stellen van het publiek.
  De berichten en mededelingen die de centrale diensten rechtstreeks aan het publiek richten worden in het Nederlands en in het Frans gesteld. Hetzelfde geldt voor de formulieren die zij zelf ter beschikking stellen van het publiek. (De berichten en mededelingen die ze rechtstreeks aan het publiek richten, worden in het Duits aan het Duitssprekende publiek ter beschikking gesteld.) In het Duits gestelde formulieren worden, zo nodig, ter beschikking gesteld van het Duitssprekend publiek. <W 2007-04-21/94, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 23-06-2007>
Art.40. Les avis et communications que les services centraux font au public par l'entremise des services locaux sont soumis au régime linguistique que les présentes lois coordonnées imposent en la matière aux dits services. Il en est de même des formulaires que, de la même manière, ils mettent à la disposition du public.
  Les avis et communications que les services centraux font directement au public sont rédigés en français et en néerlandais. Il en est de même des formulaires qu'ils mettent eux-mêmes à la disposition du public. (Les avis et communications qu'ils font directement au public sont mis à la disposition du public d'expression allemande en langue allemande.) Des formulaires rédigés en allemand sont, si nécessaire, tenus à la disposition du public d'expression allemande. <L 2007-04-21/94, art. 2, 017; En vigueur : 23-06-2007>
Art.41. § 1. De centrale diensten maken voor hun betrekkingen met de particulieren gebruik van die van de drie talen waarvan de betrokkenen zich hebben bediend.
  § 2. Aan de private bedrijven, die gevestigd zijn in een gemeente zonder speciale regeling uit het Nederlandse of uit het Franse taalgebied, wordt echter in de taal van dat gebied geantwoord.
Art.41. § 1. Les services centraux utilisent dans leurs rapports avec les particuliers celle des trois langues, dont ces particuliers ont fait usage.
  § 2. Ils répondent cependant aux entreprises privées établies dans une commune sans régime spécial de la région de langue française ou de langue néerlandaise dans la langue de cette région.
Art.42. De centrale diensten stellen de akten, getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen in die van de drie talen waarvan de belanghebbende particulier het gebruik vraagt.
Art.42. Les services centraux rédigent les actes, certificats, déclarations et autorisations dans celle des trois langues, dont le particulier intéressé requiert l'emploi.
Art.43. § 1. Telkens als de aard van de zaken en het aantal personeelsleden het rechtvaardigen, worden de afdelingen in de centrale diensten ingedeeld in Nederlandse en Franse directies en onderafdelingen, bureaus en secties.
  § 2. (De ambtenaren houders van een managementfunctie of van een staffunctie of bekleed met een graad van rang 13 of hoger of met een graad die gelijkwaardig is of met klasse A3, A4 of A5, met uitzondering van degenen die in de klasse A3 geïntegreerd zijn op de basis van een graad van rang 10, worden verdeeld over drie kaders : een Nederlands, een Frans en een tweetalig.) <W 2006-04-04/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  De andere ambtenaren worden verdeeld over twee kaders : een Nederlands en een Frans.
  Alle ambtenaren worden ingeschreven op een taalrol : de Nederlandse of de Franse.
  § 3. (De Koning bepaalt, voor een duur van ten hoogste zes jaar, die kan worden verlengd zo geen wijziging optreedt, voor iedere centrale dienst, het percentage betrekkingen dat aan het Nederlands en aan het Frans kader dient toegewezen met inachtneming, op alle trappen van de hiërarchie, van het wezenlijk belang dat de Nederlandse en Franse taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen. Nochtans, voor de managementfuncties en voor de staffuncties alsook voor de graden van rang 13 en hoger en de graden die gelijkwaardig zijn en de klassen A3, A4 en A5, onder voorbehoud van de toepassing van § 2, eerste lid, worden de betrekkingen, op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke percentages verdeeld tussen de twee kaders.) <W 2006-04-04/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (Het tweetalig kader omvat 20 % van de betrekkingen van de graden van rang 13 en hoger en van de graden die gelijkwaardig zijn (en van de klassen A3, A4 en A5) (, onder voorbehoud van de toepassing van § 2, eerste lid). Die betrekkingen worden, op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke mate verdeeld tussen de twee taalrollen.) <W 1998-10-19/41, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-01-1999> <W 2004-12-27/30, art. 504, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005> <W 2005-07-20/41, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  Om tot het tweetalig kader toegelaten te worden, moeten de ambtenaren voor een examencommissie, samengesteld door de Vaste Wervingssecretaris, het bewijs leveren dat zij de tweede taal voldoende kennen. Worden van dit examen vrijgesteld de ambtenaren wier diploma bewijst dat hun tweede taal de voertaal was van het onderwijs dat zij genoten hebben.
  (Voor de toepassing van voorgaande regelen, bepaalt de Koning welke graden of klassen of managementfuncties of staffuncties tot een zelfde trap van de hiërarchie behoren.) <W 2006-04-04/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  De in het vooruitzicht gestelde verdeling van de betrekkingen over de verschillende taalkaders wordt vooraf aan het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht onderworpen.
  (Na raadpleging van dezelfde Commissie, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd en met redenen omkleed besluit, van de regel van verdeling bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, afwijken ten behoeve van de centrale diensten waarvan de bevoegdheden of de werkzaamheden de Nederlandse en de Franse taalgebieden in ongelijke mate betreffen.) <W 2006-04-04/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (In afwijking op de vorige leden, zal de vervanging bepaald in artikel 5 van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, gebeuren in een zelfde taalverhouding als deze die van toepassing is op de personeelsleden van de centrale dienst bekleed met eenzelfde graad (of met dezelfde klasse).) <W 1995-04-10/44, art. 23, 007; Inwerkingtreding : 01-07-1995> <W 2004-12-27/30, art. 504, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  § 4. Indien het voorgeschreven is, leggen de ambtenaren hun toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans naar gelang van de taal waarin zij, naar luid van het opgelegde diploma, het vereiste getuigschrift of de verklaring van het schoolhoofd, hun onderwijs genoten hebben, tenzij zij vooraf aan de hand van een examen het bewijs leveren dat zij de andere taal even goed kennen.
  Het taalregime van het toelatingsexamen bepaalt de taalrol waarbij de ambtenaren worden ingedeeld. Bij ontstentenis van dergelijk examen, is het taalregime van het genoten onderwijs, zoals dat blijkt uit het opgelegde diploma, het vereiste getuigschrift of de verklaring van het schoolhoofd, bepalend.
  De kandidaten, die in het buitenland hun onderwijs genoten hebben in een andere taal dan het Nederlands of het Frans en zich op een bij de wet erkende gelijkwaardigheid van diploma's of studiegetuigschriften kunnen beroepen, leggen het toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans, naar keuze. Indien geen toelatingsexamen aan de benoeming voorafgaat, wordt de kennis van de taal van de rol, waarbij de betrokkene wenst ingedeeld te worden, vastgesteld aan de hand van een voorafgaand examen.
  De kandidaten, die hun onderwijs genoten hebben in het Duits taalgebied, mogen hun toelatingsexamen in het Duits afleggen op voorwaarde dat zij bovendien een examen afleggen over de kennis van de Nederlandse of de Franse taal, naar gelang zij wensen ingedeeld te worden bij de Nederlandse of de Franse rol.
  De overgang van de ene rol naar de andere is verboden, behoudens klaarblijkelijke vergissing bij de indeling.
  De bevorderingsexamens geschieden in de taal van de rol waarbij de examinandi zijn ingedeeld.
  § 5. De bevorderingen geschieden per kader. De ambtenaren, die het bewijs van hun tweetaligheid hebben geleverd in bovenaangeduide vorm, mogen deelnemen aan de bevorderingen zowel in het tweetalig kader als in het kader dat overeenkomt met de rol waarop zij ingeschreven zijn. De toepassing van deze regel mag nochtans het ten behoeve van het tweetalig kader bepaald evenwicht niet schaden.
  § 6. (Wanneer de chef van een afdeling eentalig is, wordt hem met het oog op de eenheid in de rechtspraak een tweetalig adjunct toegevoegd. De adjunct mag niet tot dezelfde rol als de chef behoren. Hij wordt vooraf met dezelfde of de onmiddellijk lagere rang bekleed of met dezelfde klasse of met de onmiddellijk lagere klasse.
  Indien de chef van de afdeling houder is van een managementfunctie behoudt de tweetalig adjunct zijn graad of zijn klasse en bekomt hij een toelage vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  De aanwijzing van de tweetalig adjunct wordt beëindigd op hetzelfde ogenblik als het mandaat dat wordt toegekend aan de eentalige chef van de afdeling bij wie hij geplaatst is.) <W 2006-04-04/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  § 7. De besluiten die de Koning ter uitvoering van de §§ 1 tot 6 betreft, worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt binnen een jaar volgend op 1 september 1963.
  Die besluiten bepalen op welke data de bepalingen van die paragrafen gedeeltelijk of geheel in werking treden en stellen, gedurende de hierna vermelde termijn, voor de ambtenaren, die op 1 september 1963 in dienst zijn, overgangsmaatregelen vast, met dien verstande dat het, te rekenen van de inwerkingtreding van die besluiten zelf, niet langer dan vijf jaar mag duren vooraleer dit artikel volledig wordt toegepast.
Art.43. § 1. Chaque fois que la nature des affaires et le nombre d'agents le justifient, les administrations des services centraux sont groupées en directions ou divisions, bureaux et sections français et néerlandais.
  § 2. (Les fonctionnaires titulaires d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement ou revêtus d'un grade de rang 13 ou supérieur ou d'un grade équivalent ou des classes A3, A4 ou A5, à l'exception de ceux qui sont intégrés dans la classe A3 au départ d'un grade du rang 10, sont répartis entre trois cadres : un cadre français, un cadre néerlandais et un cadre bilingue.) <L 2006-04-04/30, art. 2, 014; En vigueur : 01-05-2006>
  Les autres agents sont répartis entre deux cadres : un cadre français et un cadre néerlandais.
  Tous les fonctionnaires et agents sont inscrits sur un rôle linguistique : le rôle français ou le rôle néerlandais.
  § 3. (Le Roi détermine pour chaque service central, pour une durée maximale de six ans, renouvelable s'il n'y a pas de modification, le pourcentage des emplois à attribuer au cadre français et au cadre néerlandais, en tenant compte, à tous les degrés de la hiérarchie, de l'importance que représentent respectivement pour chaque service la région de langue française et la région de langue néerlandaise. Toutefois, pour les fonctions de management et pour les fonctions d'encadrement ainsi que pour les grades de rang 13 et supérieurs et les grades équivalents et les classes A3, A4 et A5, sous réserve de l'application du § 2, alinéa 1er, les emplois sont répartis entre les deux cadres en pourcentage égal, à tous les degrés de la hiérarchie.) <L 2006-04-04/30, art. 2, 014; En vigueur : 01-05-2006>
  (Le cadre bilingue comporte 20 % des emplois des grades de rang 13 et supérieurs et des grades équivalents (et des classes A3, A4 et A5) (, sous réserve de l'application du § 2, alinéa 1er). Ces emplois sont répartis de manière égale, à tous les degrés de la hiérarchie, entre les deux rôles linguistiques.) <L 1998-10-19/41, art. 2, 009; En vigueur : 01-01-1999> <L 2004-12-27/30, art. 504, 012; En vigueur : 10-01-2005> <L 2005-07-20/41, art. 18, 013; En vigueur : 10-01-2005>
  Pour être admis au cadre bilingue, les fonctionnaires doivent fournir, devant un jury constitué par le secrétaire permanent au recrutement, la preuve qu'ils connaissent suffisamment la seconde langue. Sont dispensés de cet examen les fonctionnaires dont le diplôme établit que leur seconde langue a été la langue véhiculaire des études qu'ils ont faites.
  (En vue de l'application des règles qui précèdent, le Roi détermine les divers grades ou classes ou fonctions de management ou fonctions d'encadrement constituant un même degré de la hiérarchie.) <L 2006-04-04/30, art. 2, 014; En vigueur : 01-05-2006>
  Les propositions de répartition des emplois entre les divers cadres linguistiques sont soumises à l'avis préalable de la Commission permanente de contrôle linguistique.
  (Après consultation de la même Commission, le Roi peut, par un arrêté motivé et délibéré en Conseil des Ministres, déroger à la règle de répartition visée à l'alinéa 1er, seconde phrase, en faveur des services centraux dont les attributions ou les activités intéressent de façon inégale la région de langue française et la région de langue néerlandaise.) <L 2006-04-04/30, art. , 014; En vigueur : 01-05-2006>
  (Par dérogation aux alinéas précédents, le remplacement prévu à l'article 5 de la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public, est effectué dans la même proportion linguistique que celle qui est applicable aux membres du personnel du service central revêtus du même grade (ou de la même classe).) <L 1995-04-10/44, art. 23, 007; En vigueur : 01-07-1995> <L 2004-12-27/30, art. 504, 012; En vigueur : 10-01-2005>
  § 4. S'il est imposé, les fonctionnaires et agents subissent leur examen d'admission en français ou en néerlandais suivant que le diplôme exigé, le certificat d'études requis ou la déclaration du directeur d'école atteste qu'ils ont fait leurs études dans l'une ou l'autre de ces langues. Ils peuvent prouver par un examen préalable qu'ils connaissent l'autre langue aussi bien que la langue véhiculaire de leurs études et présenter l'examen d'admission dans cette langue.
  Le régime linguistique de l'examen d'admission détermine le rôle linguistique auquel les fonctionnaires et agents sont affectés. A défaut de semblable examen, l'affectation est déterminée par la langue qui d'après le diplôme exigé, le certificat d'études requis ou la déclaration du directeur d'école, a été la langue véhiculaire des études faites.
  Les candidats qui, à l'étranger, ont fait leurs études dans une langue autre que le français ou le néerlandais et qui se prévalent d'une équivalence de diplômes ou de certificats d'études reconnue par la loi, subissent l'examen d'admission en français ou en néerlandais au choix. Si la nomination n'est pas précédée d'un examen d'admission, la connaissance de la langue du rôle, auquel l'intéressé désire être affecté, est établie par un examen préalable.
  Les candidats qui ont fait leurs études dans la région de langue allemande peuvent présenter leur examen d'admission en allemand à condition de subir en outre un examen portant sur la connaissance du français ou du néerlandais, selon qu'ils désirent être affectés au rôle français ou au rôle néerlandais.
  Le passage d'un rôle à l'autre est interdit, sauf en cas d'erreur manifeste lors de l'affectation.
  Les examens de promotion ont lieu dans la langue du rôle auquel les récipiendaires sont affectés.
  § 5. Les promotions ont lieu par cadre. Les fonctionnaires qui ont fourni la preuve de leur bilinguisme suivant les modalités indiquées plus haut, peuvent participer aux promotions tant dans le cadre bilingue que dans le cadre qui correspond au rôle sur lequel ils sont inscrits. L'application de cette règle ne peut cependant porter atteinte à l'équilibre arrêté pour le cadre bilingue.
  § 6. (Quand le chef d'une administration est unilingue, il est placé à ses côtés, en vue de maintien de l'unité de jurisprudence, un adjoint bilingue. L'adjoint ne peut appartenir au même rôle que le chef. Il est revêtu au préalable du même grade ou du grade immédiatement inférieur ou de la même classe immédiatement inférieure.
  Si le chef de l'administration est titulaire d'une fonction de management, l'adjoint bilingue conserve son grade ou sa classe et reçoit une allocation fixée par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  La désignation de l'adjoint bilingue prend fin en même temps que le mandat attribué au chef unilingue de l'administration auprès duquel il est placé.) <L 2006-04-04/30, art. 2, 014; En vigueur : 01-05-2006>
  § 7. Les arrêtés que le Roi prendra pour l'exécution des §§ 1er à 6 seront publiés au Moniteur belge dans l'année qui suit le 1er septembre 1963.
  Ces arrêtés fixeront les dates auxquelles les dispositions de ces paragraphes seront mises partiellement ou totalement en vigueur et établiront, pendant la durée du délai prévu ci-après, des mesures transitoires en faveur des fonctionnaires et agents en fonction le 1er septembre 1963, sans que toutefois l'application intégrale du présent article puisse être retardée au-delà d'un délai de cinq ans à dater de l'entrée en vigueur des arrêtés eux-mêmes.
Art. 43bis. (Opgeheven) <W 16-06-1989, art. 37, § 1>
Art. 43bis. (Abrogé) <L 16-06-1989, art. 37, § 1>
Art. 43ter. <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 2; Inwerkingtreding : 01-04-2001> § 1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de centrale diensten van de gecentraliseerde federale overheidsdiensten, uitgezonderd de ministeries waarop de bepalingen van artikel 43 van toepassing blijven.
  § 2. Telkens als de aard van de zaken en het aantal personeelsleden het rechtvaardigen, worden de afdelingen in de centrale diensten (uitgezonderd de cel beleidsvoorbereiding) ingedeeld in Nederlandse en Franse directies of onderafdelingen, bureaus en secties. <W 2003-08-05/31, art. 40, 011; Inwerkingtreding : 17-08-2003>
  § 3. Alle betrekkingen, de betrekking van voorzitter van het Directiecomité uitgezonderd, wanneer het aantal van de betrekkingen die overeenstemmen met managementfuncties en de betrekkingen die hieraan gelijkwaardig zijn, oneven is (en uitgezonderd de betrekkingen van de leden van de cel beleidsvoorbereiding), worden verdeeld over twee kaders : een Nederlands en een Frans. <W 2003-08-05/31, art. 40, 011; Inwerkingtreding : 17-08-2003>
  Alle ambtenaren worden ingeschreven op een taalrol : de Nederlandse of de Franse.
  § 4. De Koning bepaalt, voor een duur van ten hoogste zes jaar, die wordt hernieuwd zo geen wijziging optreedt, voor iedere centrale dienst het percentage betrekkingen dat aan het Nederlands en aan het Frans kader dient toegewezen met inachtneming, op elke taaltrap, van het wezenlijk belang dat de Nederlandse en de Franse taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen.
  Nochtans, worden, op elke taaltrap, de betrekking van voorzitter van het Directiecomité uitgezonderd wanneer het aantal van de bedoelde betrekkingen oneven is, de betrekkingen die overeenstemmen met managementfuncties en de betrekkingen die hieraan gelijkwaardig zijn in gelijke percentages verdeeld tussen de twee taalkaders.
  Bovendien worden alle betrekkingen van voorzitter van het Directiecomité in gelijke percentages toegewezen aan het Nederlandse en Franse taalkader, met dien verstande dat, ingeval binnen de gecentraliseerde federale overheidsdiensten horizontale diensten worden gecreëerd, minstens één van deze betrekkingen van voorzitter van het Directiecomité moet worden toebedeeld aan de andere taalrol.
  Wanneer evenwel het totaal aantal betrekkingen van voorzitter van het Directiecomité oneven is, wordt de betrekking van de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid meegerekend om een even aantal betrekkingen te bereiken. Het aldus bereikte aantal wordt in gelijke percentages toegewezen aan het Nederlandse en Franse taalkader.
  Voor de toepassing van voorgaande regelen, bepaalt de Koning welke betrekkingen tot eenzelfde taaltrap behoren.
  De in het vooruitzicht gestelde verdeling van de betrekkingen over de taalkaders wordt vooraf aan het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht onderworpen.
  Elke dienst doet zijn voorstel toekomen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht binnen een termijn van een maand na het verstrijken van het zesde jaar. Deze commissie geeft zijn advies ten laatste drie maanden na ontvangst van de in het vooruitzicht gestelde verdeling van de betrekkingen. Laatst vermelde termijn is een termijn van verval. De nieuwe termijn van zes jaar wordt niet beïnvloed door deze procedure.
  Na raadpleging van dezelfde commissie, kan de Koning, bij een met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, van de regel van verdeling van de betrekkingen die overeenstemmen met managementfuncties en de betrekkingen die hieraan gelijkwaardig zijn, afwijken ten behoeve van de centrale diensten waarvan de attributen of de werkzaamheden de Nederlandse en Franse taalgebieden in ongelijke mate betreffen.
  In afwijking op de vorige leden, zal de vervanging bepaald in artikel 5 van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, gebeuren in een zelfde taalverhouding als deze die van toepassing is op de personeelsleden van de centrale dienst bekleed met dezelfde functie.
  § 5. Indien het voorgeschreven is, leggen de ambtenaren hun toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans naar gelang van de taal waarin zij, naar luid van het opgelegde diploma, het vereiste getuigschrift of de verklaring van het schoolhoofd, hun onderwijs genoten hebben, tenzij zij vooraf aan de hand van een examen het bewijs leveren dat zij de andere taal even goed kennen.
  Het taalregime van het toelatingsexamen bepaalt de taalrol waarbij de ambtenaren worden ingedeeld. Bij ontstentenis van dergelijk examen, is het taalregime van het genoten onderwijs, zoals dat blijkt uit het opgelegde diploma, het vereiste getuigschrift of de verklaring van het schoolhoofd, bepalend.
  De kandidaten, die in het buitenland hun onderwijs genoten hebben in een andere taal dan het Nederlands of het Frans en zich op een bij de wet erkende gelijkwaardigheid van diploma's of studiegetuigschriften kunnen beroepen, leggen het toelatingsexamen af in het Nederlands of in het Frans, naar keuze. Indien geen toelatingsexamen aan de benoeming voorafgaat, wordt de kennis van de taal van de rol, waarbij de betrokkene wenst ingedeeld te worden, vastgesteld aan de hand van een voorafgaand examen.
  De kandidaten, die hun onderwijs genoten hebben in het Duits taalgebied, mogen hun toelatingsexamen in het Duits afleggen op voorwaarde dat zij bovendien een examen afleggen over de kennis van de Nederlandse of de Franse taal, naargelang zij wensen ingedeeld te worden bij de Nederlandse of de Franse rol.
  De overgang van de ene rol naar de andere is verboden, behoudens klaarblijkelijke vergissing bij de indeling.
  De bevorderingsexamens geschieden in de taal van de rol waarbij de examinandi zijn ingedeeld.
  § 6. De bevorderingen en de aanstellingen geschieden per kader.
  § 7. Om ambtenaren van de andere taalrol te kunnen evalueren, moet de ambtenaar vooraf, voor een examencommissie samengesteld door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid, het bewijs leveren van de aan de aard van de taak, met name de uitoefening van de evaluatietaak, aangepaste kennis van de tweede taal. Dit examen omvat, in die volgorde, enerzijds, een proef mondelinge expressie in de tweede taal en, anderzijds, een proef begrijpend lezen van en controle van de inhoud van een tekst, opgesteld in die tweede taal. Worden van dit examen vrijgesteld, de ambtenaren die geslaagd zijn in het examen waarvan sprake in § 5, eerste lid, in fine.
  Om een managementfunctie te kunnen uitoefenen, moet de kandidaat uiterlijk zes maanden na zijn aanstelling, op straffe van een voortijdige beëindiging van zijn mandaat, het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, bedoeld in het vorig lid.
  Met die functionele kennis van de andere taal aangepast aan de evaluatie wordt bedoeld een actieve en passieve mondelinge kennis en een passieve schriftelijke kennis van die taal. Die kennis strekt ertoe de communicatie en de samenwerking tussen het management, de evaluator en zijn medewerkers te verbeteren.
  In afwijking van artikel 39, § 1, kunnen de evaluatoren en de houders van een managementfunctie in de gecentraliseerde federale overheidsdiensten beroep doen op vertalers voor het opstellen van elk document met betrekking tot de evaluatie van een ambtenaar.
  Met het oog op de uitoefening van een taak die de eenheid in de rechtspraak moet verzekeren, moeten de ambtenaren bovenop het bewijs van de kennis van de tweede taal, bedoeld in het eerste lid, vooraf, voor een examencommissie samengesteld door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale overheid, het bewijs leveren van de kennis, aangepast aan een taak, die de eenheid van de rechtspraak moet verzekeren. Dit houdt in het bewijs van de kennis van de administratieve en juridische woordenschat in die tweede taal. Hiertoe wordt door SELOR - Selectiebureau van de Federale overheid een syllabus vooraf ter beschikking gesteld. Worden van dit examen vrijgesteld, de ambtenaren die geslaagd zijn in het examen waarvan sprake in § 5, eerste lid, in fine.
  De Koning bepaalt voor elke gecentraliseerde federale overheidsdienst, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de functies die de eenheid in de rechtspraak verzekeren.
  De voorwaarden en het programma van het examen bedoeld in het eerste en het vijfde lid, alsmede de samenstelling van de examencommissie bedoeld in het eerste en het vijfde lid worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Tot de inwerkingtreding van deze paragraaf, geldt het examen bedoeld in artikel 43, § 3, derde lid als bewijs van de kennis van de tweede taal, bedoeld in het eerste en vijfde lid.
  § 8. De Koning stelt, bij een met redenen omkleed besluit na overleg in de Ministerraad, overgangsmaatregelen vast voor de ambtenaren die in dienst zijn op datum waarop dit artikel in werking treedt. Deze overgangsmaatregelen kunnen echter niet langer duren dan vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van § 7.
  Voor de toepassing van § 4, worden, bij wijze van overgangsmaatregel, de betrekkingen van de ambtenaren die naar de gecentraliseerde federale overheidsdiensten worden overgeplaatst en (die in de klassen A3, A4 en A5 benoemd zijn), (met uitzondering van degenen die in de klasse A3 geïntegreerd zijn op de basis van een graad van rang 10,) gelijkgesteld met betrekkingen die aan de managementfunctie gelijkwaardig zijn. <W 2004-12-27/30, art. 505, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005> <W 2005-07-20/41, art. 19, 013; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  De ambtenaren die overeenkomstig artikel 43, § 3, derde lid, artikel 43, § 4, eerste lid, in fine of artikel 46, § 4 het bewijs geleverd hebben van de kennis van de tweede taal, bedoeld in deze leden of die paragraaf vóór de datum waarop § 7 in werking treedt, worden vrijgesteld van de examens bedoeld in § 7, eerste en vijfde lid.
  De ambtenaren van de loopbaan van de externe diensten en van de attachés voor internationale samenwerking van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken die geslaagd zijn in het taalexamen georganiseerd krachtens artikel 47, § 5, tweede lid worden vrijgesteld van de examens bedoeld in § 7, eerste en vijfde lid.
Art. 43ter. § 1er. Les dispositions du présent article sont applicables aux services centraux des services publics fédéraux centralisés, excepté les ministères auxquels les dispositions de l'article 43 restent applicables.
  § 2. Chaque fois que la nature des affaires et le nombre d'agents le justifient, les administrations des services centraux (, à l'exception de la cellule stratégique,) sont groupées en directions ou divisions, bureaux et sections néerlandais et français. <L 2003-08-05/31, art. 40, 011; En vigueur : 17-08-2003>
  § 3. Tous les emplois, excepté l'emploi du président du Comité de direction si le nombre des emplois correspondant aux fonctions de management et les emplois y équivalents est impair (et à l'exception des emplois des membres de la cellule stratégique), sont répartis entre deux cadres : un cadre néerlandais et un cadre français. <L 2003-08-05/31, art. 40, 011; En vigueur : 17-08-2003>
  Tous les agents sont inscrits sur un rôle linguistique : le rôle néerlandais ou le rôle français.
  § 4. Le Roi détermine pour chaque service central, pour une durée maximale de six ans, renouvelable s'il n'y a pas de modification, le pourcentage des emplois à attribuer au cadre néerlandais et au cadre français, en tenant compte, à chaque degré linguistique, de l'importance que représentent respectivement pour chaque service la région de langue néerlandaise et la région de langue française.
  Toutefois, les emplois correspondant aux fonctions de management, excepté l'emploi du président du Comité de direction si le nombre des emplois visés est impair, et les emplois y équivalents sont répartis entre les deux cadres linguistique en pourcentages égaux à chaque degré linguistique.
  En plus, tous les emplois de président du Comité de direction sont attribués en pourcentages égaux au cadre linguistique français et au cadre linguistique néerlandais étant entendu que, dans le cas où des services horizontaux sont créés au sein des services publics fédéraux centralisés, au moins un de ces emplois de président du Comité de direction doit être attribué à l'autre rôle linguistique.
  Toutefois, lorsque le nombre total d'emplois de président du Comité de direction est impair, l'emploi d'administrateur délégué du SELOR - bureau de Sélection de l'Autorité fédérale est compté afin d'obtenir un nombre pair d'emplois. Le nombre ainsi atteint est attribué en pourcentages égaux au cadre linguistique français et au cadre linguistique néerlandais.
  En vue de l'application des règles qui précèdent, le Roi détermine les divers emplois constituant un même degré linguistique.
  Les propositions de répartition des emplois entre les cadres linguistiques sont soumises à l'avis préalable de la Commission permanente de contrôle linguistique.
  Chaque service fait parvenir sa proposition à la Commission permanente de contrôle linguistique dans un délai d'un mois après l'expiration de la sixième année. Cette commission rend son avis au plus tard dans les trois mois de la réception de la répartition des emplois envisagée. Ce dit délai est un délai d'échéance. Cette procédure n'a aucune incidence sur le nouveau délai de six ans.
  Après consultation de la même commission, le Roi peut, par un arrêté motivé et délibéré en Conseil des ministres, déroger à la règle de répartition des emplois correspondant aux fonctions de management et des emplois y équivalents, en faveur des services centraux dont les attributions ou les activités intéressent de façon inégale la région de langue française et la région de langue néerlandaise.
  Par dérogation aux alinéas précédents, le remplacement prévu à l'article 5 de la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public, est effectué dans la même proportion linguistique que celle qui est applicable aux membres du personnel du service central revêtus de la même fonction.
  § 5. S'il est imposé, les agents subissent leur examen d'admission en français ou en néerlandais, suivant que le diplôme exigé, le certificat d'études requis ou la déclaration du directeur d'école atteste qu'ils ont fait leurs études dans l'une ou l'autre de ces langues sauf s'ils font preuve par un examen préalable d'une aussi bonne connaissance de l'autre langue que de la langue véhiculaire de leurs études.
  Le régime linguistique de l'examen d'admission détermine le rôle linguistique auquel les agents sont affectés. A défaut de semblable examen, l'affectation est déterminée par la langue qui d'après le diplôme exigé, le certificat d'études requis ou la déclaration du directeur d'école, a été la langue véhiculaire des études faites.
  Les candidats qui, à l'étranger, ont fait leurs études dans une langue autre que le français ou le néerlandais et qui se prévalent d'une équivalence de diplômes ou de certificats d'études reconnue par la loi, subissent l'examen d'admission en français ou en néerlandais au choix. Si la nomination n'est pas précédée d'un examen d'admission, la connaissance de la langue du rôle, auquel l'intéressé désire être affecté, est établie par un examen préalable.
  Les candidats qui ont fait leurs études dans la Région de langue allemande peuvent présenter leur examen d'admission en allemand à condition de subir en outre un examen portant sur la connaissance du français ou du néerlandais, selon qu'ils désirent être affectés au rôle français ou au rôle néerlandais.
  Le passage d'un rôle à l'autre est interdit, sauf en cas d'erreur manifeste lors de l'affectation.
  Les examens de promotion ont lieu dans la langue du rôle auquel les récipiendaires sont affectés.
  § 6. Les promotions et les désignations ont lieu par cadre.
  § 7. Pour pouvoir évaluer des agents de l'autre rôle linguistique, l'agent doit au préalable fournir la preuve, devant une commission d'examen constituée par l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale, de la connaissance de la deuxième langue, adaptée à la nature de la tâche, à savoir l'exercice de la tâche d'évaluation. Cet examen comprend, dans cet ordre, d'une part, une épreuve portant sur l'expression orale de la deuxième langue et, d'autre part, une épreuve portant sur la compréhension de l'écrit et la capacité de contrôler le contenu d'un texte, rédigés dans cette deuxième langue. Sont dispensés de cet examen les agents qui ont réussi l'examen dont question au § 5, alinéa 1er, in fine.
  Pour pouvoir exercer une fonction de management, le candidat doit, au plus tard six mois après sa désignation, sous peine de fin prématurée de son mandat, fournir la preuve de la connaissance de la deuxième langues, visée à l'alinéa précédent.
  Cette connaissance fonctionnelle de l'autre langue adaptée à l'évaluation vise dès lors une connaissance orale active et passive ainsi qu'une connaissance écrite passive de cette langue. Cette connaissance vise à améliorer la communication et la collaboration entre le management, l'évaluateur et ses collaborateurs.
  Par dérogation à l'article 39, § 1er, les évaluateurs et les titulaires d'une fonction de management peuvent dans les services publics fédéraux centralisés recourir à des traducteurs pour la rédaction de tout document relatif à l'évaluation d'un agent.
  Pour exercer une tâche qui doit assurer l'unité de jurisprudence, les agents doivent également fournir, au préalable, outre la preuve de la connaissance de la deuxième langue visée à l'alinéa 1er, la preuve de la connaissance, adaptée à une tâche, qui doit assurer le maintien de l'unité de jurisprudence, et ce devant une commission d'examen constituée par l'administrateur délégué de SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale. Ceci implique la preuve de la connaissance du vocabulaire administratif et juridique dans cette deuxième langue. Un syllabus est mis à cet effet à disposition par SELOR - Bureau de Sélection de l'Administration fédérale. Sont dispensés de cet examen les agents qui ont réussi l'examen dont question au § 5, alinéa 1er, in fine.
  Le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, pour chaque service public fédéral centralisé, les fonctions qui assurent le maintien de l'unité de jurisprudence.
  Les conditions et le programme de l'examen visé à l'alinéa 1er et à l'alinéa 5, ainsi que la composition de la commission d'examen visée à l'alinéa 1er et à l'alinéa 5 sont fixés par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
  Jusqu'à l'entrée en vigueur de ce paragraphe, l'examen visé à l'article 43, § 3, alinéa 3, vaut comme preuve de la connaissance de la deuxième langue visée à l'alinéa 1er et 5.
  § 8. Le Roi fixe, par un arrêté motivé et délibéré en Conseil des ministres, des mesures transitoires en faveur des agents qui sont en service à la date où le présent article produit ses effets. Ces mesures transitoires ne peuvent toutefois excéder les cinq ans à partir de la date de l'entrée en vigueur du § 7.
  Pour l'application du § 4, par voie de disposition transitoire, les emplois des agents qui sont transférés au services publics fédéraux centralisés et (qui sont nommés dans les classes A3, A4 et A5), (à l'exception de ceux qui sont intégrés dans la classe A3 au départ d'un grade du rang 10,) sont assimilés à des emplois considérés comme équivalents à des fonctions de management. <L 2004-12-27/30, art. 505, 012; En vigueur : 10-01-2005> <L 2005-07-20/41, art. 19, 013; En vigueur : 10-01-2005>
  Les agents qui conformément à l'article 43, § 3, alinéa 3, l'article 43, § 4, alinéa 1er, in fine ou l'article 46, § 4 ont fourni la preuve de la connaissance de la deuxième langue visée à ces alinéas ou ce paragraphe, avant la date à laquelle le § 7 entre en vigueur, sont dispensés des examens visés au § 7, alinéa 1er et 5.
  Les agents de la carrière du service extérieur et de la carrière des attachés de la coopération internationale du service public fédéral Affaires étrangères qui ont réussi l'examen linguistique organisé en vertu de l'article 47, § 5, deuxième alinéa, sont dispensés des examens visés au § 7, alinéa 1er et 5.
Afdeling II. - Uitvoeringsdiensten.
Section II. - Services d'exécution.
Onderafdeling 1. - Diensten waarvan de zetel in Brussel-Hoofdstad gevestigd is.
Sous-section 1. - Service dont le siège est établi dans Bruxelles-Capitale.
Art.44. De bepalingen van afdeling I, met uitzondering van artikel 43, § 6, zijn toepasselijk op de uitvoeringsdiensten waarvan de zetel in Brussel-Hoofdstad gevestigd is en waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
Art.44. Les dispositions qui font l'objet de la section 1re, à l'exception de l'article 43, § 6, sont applicables aux services d'exécution dont le siège est établi dans Bruxelles-Capitale et dont l'activité s'étend à tout le pays.
Art. 44bis. <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 3; Inwerkingtreding : 01-04-2001> In afwijking van artikel 44, zijn de bepalingen van afdeling 1, met uitzondering van artikel 43, van toepassing op de uitvoeringsdiensten van de gecentraliseerde federale overheidsdiensten waarvan de zetel in Brussel-Hoofdstad gevestigd is en waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
Art. 44bis. Par dérogation à l'article 44, les dispositions de la section 1re, à l'exception de l'article 43, sont applicables aux services d'exécution des services publics fédéraux centralisés dont le siège est établi dans Bruxelles-Capitale et dont l'activité s'étend à tout le pays
Art.45. De diensten worden zo georganiseerd dat het publiek zonder enige moeite in het Nederlands of in het Frans kan te woord gestaan worden.
Art.45. Les services sont organisés de manière telle que le public puisse se servir, sans la moindre difficulté, du français ou du néerlandais.
Onderafdeling 2. - Diensten waarvan de zetel gevestigd is buiten Brussel-Hoofdstad.
Sous-section 2. - Services dont le siège est établi en dehors de Bruxelles-Capitale.
Art.46. § 1. Onverminderd de beschikkingen van paragrafen 2 tot 6, zijn de bepalingen van afdeling 1 - met uitzondering van artikel 43, § 6 - toepasselijk op de uitvoeringsdiensten waarvan de zetel gevestigd is buiten Brussel-Hoofdstad en waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
  § 2. Voor de binnendienstbehandeling van de zaken betreffende de organisatie van de dienst ter plaatse - de zaken die het personeel zelf betreffen uitgezonderd - en voor de betrekkingen, die in verband daarmee met de centrale diensten ontstaan, wordt er gebruik gemaakt van de taal van de gemeente waar de zetel van de dienst gevestigd is.
  § 3. De personeelsleden van het eentalig kader, dat niet overeenkomt met de taalgroep van de gemeente waar de zetel van de dienst gevestigd is, moeten een elementaire kennis van de taal van de gemeente bezitten, wanneer zij wegens hun functie geregeld omgang hebben met het werkliedenpersoneel.
  § 4. De ambtenaar, die aan het hoofd staat van de dienst moet, door een examen afgelegd voor het Vast Wervingssecretariaat, ervan laten blijken dat hij een voldoende kennis van de tweede taal bezit.
  § 5. De personeelsleden, die omgang hebben met het publiek, moeten een voldoende of elementaire kennis van de tweede taal bezitten, naar gelang zij tot de eerste klasse of tot de volgende klassen behoren.
  § 6. De Koning treft maatregelen om het aantal van de in dit artikel bedoelde diensten, binnen vijf jaar, tot het noodzakelijk minimum te herleiden.
Art.46. § 1. Sans préjudice des prescriptions qui font l'objet des §§ 2 à 6, les dispositions de la section 1re, - à l'exception de l'article 43, § 6, - sont applicables aux services d'exécution dont le siège est situé en dehors de Bruxelles-Capitale et dont l'activité s'étend à tout le pays.
  § 2. Pour l'instruction en service interne des affaires relatives à l'organisation du service sur place - les affaires concernant le personnel exceptées - et pour la correspondance adressée à leur sujet aux services centraux, il est fait usage de la langue de la commune du siège du service.
  § 3. Les agents du cadre unilingue qui ne correspond pas au groupe linguistique de la commune où le siège du service est établi, doivent posséder une connaissance élémentaire de la langue de la commune, quand leurs fonctions les mettent régulièrement en contact avec le personnel ouvrier.
  § 4. Le fonctionnaire placé à la tête du service, doit prouver par un examen subi devant le Secrétariat permanent au recrutement, qu'il connaît la seconde langue d'une manière suffisante.
  § 5. Les membres du personnel qui entrent en contact avec le public, doivent posséder une connaissance suffisante ou élémentaire de la seconde langue, selon qu'ils appartiennent à la première ou aux catégories suivantes.
  § 6. Le Roi prend des mesures à l'effet de réduire dans les cinq ans au minimum indispensable, le nombre des services visés dans le présent article.
Art. 46bis. <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 4; Inwerkingtreding : 01-04-2001> In afwijking van artikel 46, § 1, zijn, onverminderd de beschikkingen van artikel 46, §§ 2 tot 6, de bepalingen van afdeling 1, met uitzondering van artikel 43, van toepassing op de uitvoeringsdiensten van de gecentraliseerde federale overheidsdiensten waarvan de zetel gevestigd is buiten Brussel-Hoofdstad en waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt.
  Vanaf de inwerkingtreding van artikel 43ter , § 7 wordt de kennis van de tweede taal, bedoeld in artikel 43ter , § 7, eerste lid beschouwd als de voldoende kennis van de tweede taal, bedoeld in artikel 46, §§ 4 en 5.
Art. 46bis. Par dérogation à l'article 46, § 1er et sans préjudice des prescriptions qui font l'objet de l'article 46, §§ 2 à 6, les dispositions de la section 1re, à l'exception de l'article 43, sont applicables aux services d'exécution des services publics fédéraux centralisés dont le siège est situé en dehors de Bruxelles-Capitale et dont l'activité s'étend à tout le pays.
  Dès l'entrée en vigueur de l'article 43ter , § 7, la connaissance de la deuxième langue, visée à l'article 43ter , § 7, alinéa 1er est considérée comme étant la connaissance suffisante de la deuxième langue visée à l'article 46, §§ 4 et 5.
Onderafdeling 3. - Buitenlandse diensten.
Sous-section 3. - Services établis à l'étranger.
Art.47. § 1. Ter behandeling in binnendienst van de in België gelocaliseerde of localiseerbare zaken, zomede voor de verslagen die zij dienaangaande richten aan de centrale diensten, zijn de buitenlandse diensten onderworpen aan dezelfde regeling als die centrale diensten. In de andere gevallen gebruikt de behandelende ambtenaar de taal van de rol waartoe hij behoort.
  § 2. De berichten, mededelingen en formulieren bestemd voor het Belgisch publiek, stellen bovenvernoemde diensten in het Nederlands en in het Frans en, zo daartoe aanleiding bestaat, ook in het Duits.
  § 3. Met de Belgische particulieren corresponderen zij in de taal waarvan deze zich hebben bediend.
  § 4. Zij stellen de akten, getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen bestemd voor Belgische onderdanen in de taal waarvan deze het gebruik vragen.
  § 5. De buitenlandse diensten worden zo georganiseerd dat aan voorgaande bepalingen kan voldaan worden en dat het Belgisch publiek zonder enige moeite in het Nederlands of in het Frans kan te woord gestaan worden.
  De betrekkingen, die voor de gezamenlijke buitenlandse diensten aangewezen zijn, worden op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke mate verdeeld over de Nederlandse en Franse taalrollen. De titularissen van die betrekkingen moeten voor een examencommissie, samengesteld door de Vaste Wervingssecretaris, het bewijs leveren dat zij een aan hun functie aangepaste kennis van de tweede taal - het Frans of het Nederlands - bezitten.
  Lid 2 wordt trapsgewijze toegepast zodanig dat het volledig uitwerking heeft vijf jaar na 1 september 1963.
Art.47. § 1. Pour l'instruction en service intérieur des affaires localisées ou localisables en Belgique, ainsi que pour les rapports qu'ils adressent à ce sujet aux services centraux, les services établis à l'étranger sont soumis aux mêmes règles que ces services centraux. Dans les autres cas le fonctionnaire traitant utilise la langue du rôle auquel il appartient.
  § 2. Les services susvisés rédigent en français et en néerlandais, et s'il y a lieu également en allemand les avis, communications et formulaires destinés au public belge.
  § 3. Ils correspondent avec les particuliers belges dans la langue dont ceux-ci ont fait usage.
  § 4. Ils rédigent les actes, certificats, déclarations et autorisations destinés à des ressortissants belges dans la langue dont ceux-ci demandent l'emploi.
  § 5. Les services établis à l'étranger sont organisés de manière telle que les dispositions qui précèdent puissent être appliquées et que le public belge puisse se servir, sans la moindre difficulté, du français ou du néerlandais.
  Les emplois affectés à l'ensemble des services établis à l'étranger sont répartis en nombre égal et à tous les degrés de la hiérarchie, entre les rôles linguistiques français et néerlandais. Les titulaires de ces emplois doivent fournir, devant un jury composé par le secrétaire permanent au recrutement, la preuve qu'ils possèdent de la seconde langue - le néerlandais ou le français - une connaissance appropriée à leur fonctions.
  L'alinéa 2 est appliqué progressivement de manière à sortir entièrement ses effets cinq ans après le 1er septembre 1963.
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions particulières.
Art.48. De Koning wordt gemachtigd bijzondere maatregelen te treffen om de toepassing van deze gecoördineerde wetten op de bedrijven voor internationaal luchtverkeer te regelen met inachtneming van de omstandigheden die eigen zijn aan hun exploitatie.
  (De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bijzondere maatregelen nemen met het oog op de regeling van de toepassing van deze gecoördineerde wetten op Belgocontrol en op B.I.A.C., rekening houdend met de exploitatievoorwaarden die hun eigen zijn.) <KB 1998-04-02/34, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 11-04-1998>
Art.48. Le Roi est autorisé à prendre des mesures particulières en vue de régler l'application des présentes lois coordonnées aux entreprises de transport aérien international, en tenant compte des conditions d'exploitation qui leur sont propres.
  (Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prendre des mesures particulières en vue de régler l'application des présentes lois coordonnées à Belgocontrol et à la B.I.A.C. en tenant compte des conditions d'exploitation qui leur sont propres.) <AR 1998-04-02/34, art. 35, 008; En vigueur : 11-04-1998>
Art.49. De voorzitters van de stembureaus, die niet bij machte zijn de kiezers te woord te staan of voor te lichten in de talen die deze gecoördineerde wetten voorschrijven te gebruiken in de betrekkingen van de plaatselijke diensten met de particulieren, wijzen een secretaris aan die hen daarin kan bijstaan.
  NOTA :   " Art. 49. In toepassing van artikel 59bis, § 3, 1 en § 4 van de Grondwet kan in het Nederlandse taalgebied niemand tot voorzitter, bijzitter of secretaris van een stembureau worden aangesteld indien hij de taal van het gebied niet kent> "
Art.49. Les présidents des bureaux de vote qui ne sont pas à même de s'adresser aux électeurs ou de les renseigner dans les langues dont les présentes lois coordonnées imposent l'usage dans les rapports des services locaux avec les particuliers, désignent un secrétaire qui peut les assister à cet égard.
  NOTE :   " Art. 49. En application de l'article 59bis, § 3, 1 et § 4 de la Constitution, nul ne peut être désigné dans la région linguistique néerlandaise en qualité de président, d'assesseur ou de secrétaire d'un bureau de vote, s'il ne possède la langue de la région.> "
Art.50. De aanstelling, uit welken hoofde ook, van private medewerkers, opdrachthouders of deskundigen ontslaat de diensten niet van de toepassing van deze gecoördineerde wetten.
Art.50. La désignation, à quelque titre que ce soit, de collaborateurs, de chargés de mission ou d'experts privés ne dispense pas les services de l'observation des présentes lois coordonnées.
Art.51. Na advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, organiseert de Koning, in overleg met de academische overheid en in de lokalen van de tweetalige universiteit die gevestigd is in een gemeente zonder speciale regeling, een dienst die ermee belast wordt in hun taal het personeel, de leerlingen en professoren zomede de leden van hun familie die met hem samenwonen bij te staan en hun, zonder onkosten en zonder dat de belanghebbenden er de noodzaak moeten van bewijzen, de voor echt verklaarde vertaling uit te reiken van alle akten, getuigschriften, mededelingen en formulieren. De vertaling van de akten en getuigschriften heeft waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift.
  Lid 1 is toepasselijk op de instellingen van internationale aard, met dien verstande dat het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht eensluidend moet zijn.
Art.51. Après avis de la Commission permanente de contrôle linguistique, le Roi organise, en accord avec les autorités académiques et dans les locaux de l'Université bilingue établie dans une commune sans régime spécial, un service chargé d'assister dans leur langue le personnel, les élèves et les professeurs, ainsi que les membres de leur famille vivant sous leur toit, et de leur délivrer gratuitement et sans qu'ils doivent en justifier la nécessité, la traduction certifiée exacte, de tous actes, certificats, avis, communications et formulaires. La traduction des actes et certificats vaut expédition ou copie conforme.
  L'alinéa 1er est applicable aux institutions à caractère international, étant entendu que l'avis de la Commission permanente de contrôle linguistique soit conforme.
Art.52. § 1. Voor de akten en bescheiden, die voorgeschreven zijn bij de wetten en reglementen en voor die welke bestemd zijn voor hun personeel, gebruiken de private nijverheids-, handels- of financiebedrijven de taal van het gebied waar hun exploitatiezetel of onderscheiden exploitatiezetels gevestigd zijn.
  In Brussel-Hoofdstad stellen de bedrijven die bescheiden in het Nederlands wanneer zij bestemd zijn voor het nederlandssprekend personeel en in het Frans wanneer zij bestemd zijn voor het franssprekend personeel.
  § 2. Onverminderd de hun bij § 1 opgelegde verplichtingen, mogen dezelfde bedrijven bij de berichten, mededelingen, akten, getuigschriften en formulieren bestemd voor het personeel een vertaling voegen in een of meer talen, zo de samenstelling van dat personeel zulks rechtvaardigt.
Art.52. § 1. Pour les actes et documents imposés par la loi et les règlements et pour ceux qui sont destinés à leur personnel, les entreprises industrielles, commerciales ou financières font usage de la langue de la région où est ou sont établis leur siège ou leurs différents sièges d'exploitation.
  Dans Bruxelles-Capitale, ces documents destinés au personnel d'expression française sont rédigés en français et ceux destinés au personnel d'expression néerlandaise en néerlandais.
  § 2. Sans préjudice des obligations que le § 1er leur impose, ces mêmes entreprises peuvent ajouter aux avis, communications, actes, certificats et formulaires destinés à leur personnel une traduction en une ou plusieurs langues, quand la composition de ce personnel le justifie.
Art. 53. De Vaste Wervingssecretaris alleen is bevoegd om bewijzen omtrent de bij de wet van 2 augustus 1963 vereiste taalkennis uit te rekenen.
   Binnen een termijn van twee jaar, te rekenen van 1 september 1963 af, bepaalt de Koning de voorwaarden waaronder die bewijzen, in plaats van de bij de wet bepaalde examens, mogen gevergd worden voor de werving van de ambtenaren die een bijzondere taalkennis moeten bezitten.
   Bovenbedoelde termijn wordt verlengd tot vijf jaar wanneer het gaat om het begeven, bij wijze van bevordering, van betrekkingen waarvoor een bijzondere taalkennis vereist is.
   Met betrekking tot de gemeenten echter blijft voor het personeel, van de rang van onderbureauchef en daarmede gelijkgestelde rangen af, dat op 1 juli 1963 in dienst was, de huidige regeling gelden die op het stuk van taalexamens is bepaald voor de bevorderingen. In de examencommissies die deze examens organiseren treedt een vertegenwoordiger van de Vaste Wervingssecretaris als voorzitter op, met medebeslissende stem.
  [3 [Voor de plaatselijke diensten in het Duitse taalgebied, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels voor de erkenning van de gelijkwaardigheid tussen de door Selor uitgereikte certificaten en deze uitgereikt in de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en de Zwitserse Bondsstaat.]3
Art. 53. Le Secrétaire permanent au recrutement est seul compétent pour délivrer des certificats en vue d'attester les connaissances linguistiques exigées par la loi du 2 août 1963.
   Dans un délai de deux ans, à compter du 1er septembre 1963, le Roi fixe les conditions suivant lesquelles ces certificats peuvent être requis en lieu et place des épreuves prévues par la loi pour le recrutement du personnel qui doit posséder des connaissances linguistiques spéciales.
   Le délai susvisé est porté à cinq ans, quand il s'agit de conférer par promotion des emplois pour lesquels des connaissances linguistiques spéciales sont exigées.
   Toutefois, en ce qui concerne les communes, le personnel communal, à partir du grade de sous-chef de bureau et des grades y assimilés et en fonction au 1er juillet 1963, restera soumis au régime actuel d'examens linguistiques prévus pour les promotions. Les jurys organisant ces épreuves seront présidés avec voix délibérative par un représentant du Secrétaire permanent au recrutement.
  [3 [Pour les services locaux de la région de langue allemande, le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités de reconnaissance de l'équivalence entre les certificats délivrés par Selor et ceux délivrés dans les autres Etats membres de l'Espace économique européen et dans la Confédération suisse.]3
(NOTA : bij arrest nr 109/2017 van 5-10-2017 (B.St. van 25-10-2017, p. 96001), heeft het Grondwettelijk hof dit lid 5, in zovere het niet van toepassing is op de plaatselijke diensten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.)
(NOTE : par son arrêt n°109/2017 du 5-10-2017 (M.B. 25-10-2017, p. 95997) la Cour constitutionnelle a annulé l'alinéa 5, en ce qu'il ne s'applique pas aux services locaux de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.)
Art. 53. (Vlaamse Regering)
  [1 De Vlaamse Regering bepaalt :
   1° welke instanties bevoegd zijn om de bewijzen van taalkennis, vereist door deze gecoördineerde wetten, uit te reiken, en de voorwaarden waaraan die bewijzen moeten voldoen;
   2° de voorwaarden voor de erkenning van bewijzen van taalkennis, uitgereikt door andere instanties.
   Het niveau van de taalkennis dat moet worden bewezen, is afhankelijk van de aard van de uitgeoefende functie.]1
Art. 53. (Communauté flamande)
   [1 Le Gouvernement flamand détermine :
   1° les instances compétentes pour délivrer les preuves de la connaissance de la langue, requises pour ces lois coordonnées, et les conditions auxquelles doivent répondre ces preuves;
   2° les conditions d'agrément des preuves de la connaissance de la langue, délivrées par d'autres instances.
   Le niveau de la connaissance de la langue qui doit être prouvée dépend de la nature de la fonction exercée.]1
Art. 53 (FRANSE GEMEENSCHAP)
  [2 § 1. De getuigschriften die het bewijs leveren van het niveau van de taalkennis dat vereist wordt door deze wetten, worden uitgereikt door SELOR - Selectiebureau van de federale overheid.
   Ter aanvulling van het eerste lid kan de Regering van de Franse Gemeenschap andere bevoegde instanties bepalen om getuigschriften uit te reiken die het bewijs leveren van het niveau van de taalkennis dat vereist wordt door deze wetten, alsook de voorwaarden waaraan de bewijzen van deze taalkennis moeten voldoen.
   § 2. De Regering van de Franse Gemeenschap bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor de erkenning van de getuigschriften van de taalkennis die uitgereikt worden door andere instanties, zoals bedoeld in § 1.
   § 3. De gelijkwaardigheid wordt verleend door de Regering van de Franse Gemeenschap op advies van een Deskundigencommissie.
   De Regering bepaalt het statuut van deze Deskundigencommissie en de manier waarop haar leden aangewezen moeten worden. Haar werkingswijze wordt bepaald in het huishoudelijk reglement dat de Deskundigencommissie zal aannemen.
   § 4. Voor de toepassing van de vorige paragrafen is het niveau van de taalkennis afhankelijk van de aard van het uitgeoefende ambt.]2
Art. 53. (COMMUNAUTE FRANCAISE)
  [2 § 1er. Les certificats attestant du niveau de connaissance linguistique requis par les présentes lois sont délivrés par SELOR - Bureau de sélection de l'administration fédérale.
   Complémentairement à l'alinéa 1er, le Gouvernement de la Communauté française peut déterminer d'autres instances compétentes pour délivrer les certificats attestant du niveau de connaissance linguistique requis par les présentes lois, ainsi que les conditions auxquelles doivent répondre les preuves de cette connaissance de la langue.
   § 2. Le Gouvernement de la Communauté française détermine, les conditions et les modalités de reconnaissance des certificats de connaissance linguistique délivrés par d'autres instances que celles visées au paragraphe premier.
   § 3. Les équivalences sont délivrées par le Gouvernement de la Communauté française sur avis d'une commission d'experts.
   Le Gouvernement précise le statut de cette Commission d'experts et précise le mode de désignation de ses membres. Son mode de fonctionnement est réglé dans le règlement d'ordre intérieur que la Commission d'experts adoptera.
   § 4. Pour l'application des paragraphes précédents, le niveau de connaissance linguistique dépend de la nature de la fonction exercée.]2
Art. 53bis. <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 5; Inwerkingtreding : 01-04-2001> De bevoegde overheid, in overleg met SELOR - Selectiebureau van de federale overheid, organiseert de aangepaste opleiding die nodig is met het oog op het behalen van het bewijs van de in deze gecoördineerde wetten voorziene taalkennisvereisten. Het personeelslid dat zich inschrijft voor een taalexamen, mag de opleiding, aangepast aan dit examen, volgen. Periodes van afwezigheid, gerechtvaardigd door deelname aan deze opleidingsactiviteiten, worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Art. 53bis. L'autorité compétente organise, en concertation avec SELOR - Bureau de Sélection de l'administration fédérale, la formation adaptée qui est nécessaire en vue de l'obtention de la preuve des aptitudes linguistiques requises prévues dans les présentes lois coordonnées. Le membre du personnel qui s'inscrit à un examen linguistique, peut suivre la formation, adaptée à cet examen. Les périodes d'absence, justifiées par la participation à ces formations, sont assimilées à une activité de service.
Art. 53bis. (Vlaamse Regering)  <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 5; Inwerkingtreding : 01-04-2001> De bevoegde overheid [1 ...]1 organiseert de aangepaste opleiding die nodig is met het oog op het behalen van het bewijs van de in deze gecoördineerde wetten voorziene taalkennisvereisten. Het personeelslid dat zich inschrijft voor een taalexamen, mag de opleiding, aangepast aan dit examen, volgen. Periodes van afwezigheid, gerechtvaardigd door deelname aan deze opleidingsactiviteiten, worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.    Art. 53bis (FRANSE GEMEENSCHAP)  [2 De bevoegde overheid organiseert de aangepaste opleiding die nodig is voor het behalen van het bewijs van de vereiste taalvaardigheden, zoals voorzien in deze gecoördineerde wetten. Het personeelslid dat zich inschrijft voor een taalexamen, kan de opleiding, aangepast aan dit examen, volgen. Periodes van afwezigheid, gerechtvaardigd door deelname aan deze opleidingen, worden gelijkgesteld met een dienstactiviteit. Wanneer het taalexamen door SELOR- Selectiebureau van de federale overheid georganiseerd wordt, organiseert de bevoegde overheid de opleiding in overleg met SELOR- Selectiebureau van de federale overheid.]2  
  
Art. 53bis. (Communauté flamande)   L'autorité compétente organise [1 ...]1 la formation adaptée qui est nécessaire en vue de l'obtention de la preuve des aptitudes linguistiques requises prévues dans les présentes lois coordonnées. Le membre du personnel qui s'inscrit à un examen linguistique, peut suivre la formation, adaptée à cet examen. Les périodes d'absence, justifiées par la participation à ces formations, sont assimilées à une activité de service.}    Art. 53bis. (COMMUNAUTE FRANCAISE)  [2 L'autorité compétente organise la formation adaptée qui est nécessaire en vue de l'obtention de la preuve des aptitudes linguistiques requises prévues dans les présentes lois coordonnées. Le membre du personnel qui s'inscrit à un examen linguistique peut suivre la formation adaptée à cet examen. Les périodes d'absence, justifiées par la participation à ces formations, sont assimilées à une activité de service. Lorsque l'examen linguistique est organisé par SELOR - Bureau de Sélection de l'administration fédérale, l'autorité compétente organise la formation en concertation avec SELOR Bureau de Sélection de l'administration fédérale.]2  
  
Art.54. De maatregelen tot uitvoering van de gecoördineerde wetten moeten niet onderworpen worden aan de adviezen die voorgeschreven zijn door de syndicale statuten.
  Wanneer die maatregelen rechtstreeks betrekking hebben op de rechtspositie van het personeel, worden de erkende syndicale organisaties nochtans geraadpleegd.
  De niet naleving van andere voorafgaande formaliteiten, die in verband met de rechtspositie van het personeel voorgeschreven zijn door wetten en verordeningen, heeft geen invloed op de geldigheid van de maatregelen die ter uitvoering van deze gecoördineerde wetten getroffen worden.
Art.54. Les mesures d'exécution des présentes lois coordonnées ne doivent pas être soumises aux consultations prescrites par les statuts syndicaux.
  Toutefois quand ces mesures ont directement trait au statut du personnel, les organisations syndicales reconnues sont consultées.
  L'omission d'autres formalités préalables prescrites par des lois et règlements dans des matières touchant au statut du personnel, n'a aucune incidence sur la validité des mesures prises en vue de l'exécution des présentes lois coordonnées.
Art.55. In afwijking van de artikelen 14, 20 en 42 worden de diploma's en studiegetuigschriften, steeds gesteld in de voertaal van het onderwijs.
Art.55. Par dérogation aux articles 14, 20 et 42, les diplômes et certificats d'études sont toujours rédigés dans la langue véhiculaire de l'enseignement.
Art.56. (§ 1.) De koninklijke ministeriële besluiten worden gesteld in het Nederlands en in het Frans. <W 20-07-1979>
  Zij mogen echter eentalig zijn wanneer zij uitsluitend betrekking hebben hetzij op het Nederlandse of op het Franse taalgebied, hetzij op een van de taalkaders of rollen van de diensten bedoeld in de artikelen 39 tot 47.
  De tweetalige koninklijke en ministeriële besluiten worden eerst gesteld in de taal voorgeschreven bij artikel 39 en daarna vertaald.
  De tweetalige koninklijke en ministeriële besluiten worden integraal in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, de Nederlandse tekst tegenover de Franse, binnen één maand van hun dagtekening. Nochtans wanneer zij geen belang hebben voor de meerderheid van de burgers, mogen zij bij uittreksel bekendgemaakt worden of het voorwerp zijn van een gewone vermelding in het Belgisch Staatsblad; wanneer hun bekendmaking geen openbaar nut heeft, mag daarvan afgezien worden.
  De koninklijke en ministeriële besluiten die in één taal gesteld zijn mogen enkel het voorwerp zijn van een gewone vermelding in de twee talen in het Belgisch Staatsblad; indien zulke vermelding geen openbaar nut heeft, mag daarvan afgezien worden.
  (Zesde lid opgeheven) <W 2007-04-21/95, art. 3, 016; Inwerkingtreding : op 01-01-2009>
  § 2. (Iedere minister zorgt in zijn bevoegdheidsfeer voor de Duitse vertaling van koninklijke en ministeriële besluiten. Hij stelt daartoe om de drie maanden na advies van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap de lijst vast van de besluiten die in het Duits moeten worden vertaald, afhankelijk van het belang dat zij hebben voor de inwoners van het Duitse taalgebied en met voorrang voor de voornaamste teksten, alsook voor het tot stand brengen van officieuze coördinaties in het Duits. Hij kan zich daarin laten bijstaan door de Centrake Dienst voor Duitse vertaling. Bij het verrichten van dat vertaalwerk neemt de bevoegde minister de terminologische regels in acht die zijn vastgesteld voor het Duits.
  De Duitse vertaling van de koninklijke en ministeriële besluiten afkomstig van de federale overheid wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt binnen een redelijke termijn na de bekendmaking ervan in het Nederlands en in het Frans.) <W 2007-04-21/95, art. 3, 016; Inwerkingtreding : op 01-01-2009>
  (§ 3. De wetten en verordeningen kunnen bovendien een andere wijze van bekendmaking van de koninklijke en ministeriële besluiten, alsook van de in § 2 bedoelde vertalingen voorschrijven.) <W 2007-04-21/95, art. 3, 016; Inwerkingtreding : op 01-01-2009>
Art.56. (§ 1.) Les arrêtés royaux et ministériels sont rédigés en français et en néerlandais. <L 20-07-1979>
  Toutefois, ils peuvent être unilingues, quand ils se rapportent exclusivement soit à la région de langue française ou de langue néerlandaise, soit à un des cadres ou rôles linguistiques des services visés aux articles 39 à 47.
  Les arrêtés royaux et ministériels bilingues sont d'abord rédigés dans la langue imposée par l'article 39 et ensuite traduits.
  Les arrêtés royaux et ministériels bilingues sont publiés intégralement par la voie du Moniteur belge, texte français et texte néerlandais en regard l'un de l'autre dans le mois de leur date. Néanmoins, lorsqu'ils n'intéressent pas la généralité des citoyens, ils peuvent n'être publiés que par extrait ou ne faire l'objet que d'une simple mention au Moniteur belge; si leur publicité ne présente aucun caractère d'utilité publique, ils peuvent ne pas être publiés.
  Les arrêtés royaux et ministériels rédigés en une seule langue ne peuvent faire l'objet que d'une simple mention dans les deux langues au Moniteur belge; si une telle mention ne présente aucun caractère d'utilité publique, il peut y être renoncé.
  (Alinéa 6 abrogé) <L 2007-04-21/95, art. 3, 016; En vigueur : 01-01-2009>
  § 2. (Chaque ministre assure la traduction allemande des arrêtés royaux et ministériels dans la sphère de ses attributions et dresse à cette fin tous les trois mois, après avis du Gouvernement de la Communauté germanophone, la liste des arrêtés à traduire en langue allemande en fonction de l'intérêt qu'ils présentent pour les habitants de la région de langue allemande et en accordant la priorité aux textes principaux ainsi qu'à l'établissement de coordinations officieuses en langue allemande. Il peut se faire aider en cela par le Service central de traduction allemande. Dans l'accomplissement de ce travail de traduction, le ministre compétent applique les règles de terminologie telles qu'elles sont établies pour la langue allemande.
  La traduction allemande des arrêtés royaux et ministériels d'origine fédérale est publiée au Moniteur belge dans un délai raisonnable après leur publication en français et en néerlandais) <L 2007-04-21/95, art. 3, 016; En vigueur : 01-01-2009>
  (§ 3. Les lois et règlements peuvent prescrire en outre un autre mode de publication des arrêtés royaux et ministériels, ainsi que des traductions visées au § 2.) <L 2007-04-21/95, art. 3, 016; En vigueur : 01-01-2009>
HOOFDSTUK VII. - Sancties.
CHAPITRE VII. - Sanctions.
Art.57. De gezagdragers en ambtenaren die door bevelen of handelingen de bepalingen van deze gecoördineerde wetten omzeilen of pogen ongedaan te maken worden disciplinair gestraft.
  Wanneer de overtreder behoort tot het personeel van een provincie, een gemeente of een andere gedecentraliseerde of zelfstandige openbare dienst en de overheid aan wie de disciplinaire macht is opgedragen geen sanctie toepast, die in verhouding is tot de ernst van het vergrijp, kan de Koning in de plaats van die overheid de afzetting, de schorsing of de tuchtstraf uitspreken; dezelfde macht wordt toegekend aan de gouverneur ten opzichte van het personeel van gemeenten met minder dan tienduizend inwoners en van de gedecentraliseerde of zelfstandige openbare diensten die er in gemeentelijk verband hun taak vervullen.
Art.57. Les dépositaires de l'autorité publique et les fonctionnaires qui, par des ordres ou des actes, éludent ou tentent de rendre inopérantes les dispositions des présentes lois coordonnées sont punis disciplinairement.
  S'il s'agit d'agents de provinces, de communes ou d'autres services publics décentralisés ou autonomes et si les autorités investies à leur égard du pouvoir disciplinaire restent en défaut de leur appliquer une sanction en rapport avec la gravité des faits commis, le Roi peut exercer lui-même le pouvoir qu'ont ces autorités de prononcer la révocation, la suspension ou la peine disciplinaire; ce même pouvoir appartient au gouverneur en ce qui concerne les agents des communes comptant moins de dix mille habitants et des services publics décentralisés ou autonomes fonctionnant dans le cadre de ces communes.
Art.58. Zijn nietig alle administratieve handelingen en verordeningen, die naar vorm of naar inhoud, strijdig zijn met de bepalingen van deze gecoördineerde wetten.
  Onverminderd de toepassing van artikel 61, § 4, lid 3, wordt de nietigheid van die handelingen en verordeningen vastgesteld op verzoek van iedere belanghebbende, hetzij, door de overheid van wie die handelingen en verordeningen uitgaan, hetzij naar gelang van het geval en de rangorde van hun respectieve bevoegdheden, door de toezichthoudende overheid, de hoven en rechtbanken of de Raad van State.
  Wanneer aldus wordt vastgesteld dat handelingen of reglementen nietig zijn wegens hun vorm, worden zij door de overheden, waarvan zij uitgaan, vervangen door bescheiden die naar de vorm regelmatig zijn : die vervanging heeft uitwerking op de datum van het vervangen bescheid.
  De akten en reglementen waarvan wordt vastgesteld dat zij nietig zijn wegens hun inhoud onderbreken de verjaring zomede de termijnen die, met betrekking tot de procedure inzake geschillen en de administratieve procedure, op straf van verval opgelegd zijn.
  De vaststelling van de nietigheid van de bij dit artikel bedoelde handelingen en verordeningen verjaart na vijf jaar.
Art.58. Sont nuls tous actes et règlements administratifs contraires, quant à la forme ou quant au fond, aux dispositions des présentes lois coordonnées.
  Sans préjudice de l'application de l'article 61, § 4, alinéa 3, la nullité de ces actes ou règlements est constatée à la requête de toute personne intéressée, soit par l'autorité dont ces actes ou règlements émanent, soit, selon le cas et l'ordre de leurs compétences respectives, par l'autorité de tutelle, les cours et tribunaux ou le Conseil d'Etat.
  Les actes ou règlements dont la nullité est ainsi constatée en raison d'irrégularités quant à la forme sont remplacés en forme régulière par l'autorité dont ils émanent : ce remplacement sortit ses effets à la date de l'acte ou du règlement remplacé.
  Ceux dont la nullité est constatée en raison d'irrégularités quant au fond interrompent la prescription ainsi que les délais de procédure contentieuse et administrative impartis à peine de déchéance.
  Le constat de nullité des actes et règlements, visés par le présent article, se prescrit après cinq ans.
Art.59. Wanneer wordt vastgesteld dat de handelingen of bescheiden naar vorm in strijd met de beschikkingen van artikel 52 werden opgesteld, moeten zij, hetzij uit eigen beweging, hetzij op aanmaning van de bevoegde dienst, overheid of rechtsinstantie, door de betrokken private nijverheids-, handels- of financiebedrijven door bescheiden of handelingen vervangen worden die naar de vorm regelmatig zijn.
  Mocht binnen de maand aan deze aanmaning geen gevolg gegeven worden, dan kan door de hogervernoemde overheid, dienst of rechtsinstantie alsmede door iedere belanghebbende een verzoekschrift ingediend worden bij de vrederechter die beveelt dat aan deze handelingen en bescheiden een vertaling wordt toegevoegd, opgesteld door een door hem aan te duiden beëdigde vertaler en dit op kosten van het betrokken bedrijf.
  De vervanging der bescheiden en handelingen heeft uitwerking op de datum van het vervangen bescheid.
Art.59. Lorsqu'il est constaté que les actes ou documents ont été rédigés dans une forme contraire aux dispositions de l'article 52, ils sont remplacés, soit d'initiative, soit sur injonction du service, de l'autorité ou de la juridiction compétente, par les entreprises industrielles, commerciales ou financières privées intéressées, par des actes ou documents réguliers quant à la forme.
  Si, dans le délai d'un mois, il n'était pas donné suite à cette injonction, une requête pourra être adressée par l'autorité, le service ou la juridiction dont question ci-dessus ou par toute personne intéressée, au juge de paix, qui ordonnera qu'à ces actes et documents soit jointe une traduction rédigée par un traducteur assermenté désigné par lui, et ce aux frais de l'entreprise intéressée.
  Le remplacement des actes et documents sortit ses effets à la date du document remplace.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht.
CHAPITRE VIII. - Contrôle.
Afdeling I. - Algemeen toezicht.
Section I. - Surveillance générale.
Art.60. § 1. Er wordt een Vaste Commissie voor Taaltoezicht ingesteld die tot taak heeft voor de toepassing van deze gecoördineerde wetten te waken.
  § 2. De commissie bestaat uit elf leden, voor een duur van vier jaar door de Koning benoemd onder de kandidaten voorgedragen door de Nederlandse, Franse en Duitse kultuurraden; de Nederlandse en Franse kultuurraden, ieder voor vijf van de te begeven mandaten en de Duitse kultuurraad voor een mandaat. De Koning benoemt bovendien onder dezelfde kandidaten elf plaatsvervangende leden.
  Het lidmaatschap van de Commissie is onverenigbaar met het uitoefenen van om het even welk politiek mandaat.
  De benoemingsvoordracht geschiedt op driedubbele lijsten.
  Mogen enkel voorgedragen worden de kandidaten die in de loop van het te begeven mandaat de bij artikel 1, § 1, van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen gestelde ouderdomsgrens niet overschrijden.
  In afwachting dat de nieuwe kultuurraden bij de wet ingesteld worden, doet de Kamer van volksvertegenwoordigers de in deze paragraaf voorgeschreven voordrachten.
  § 3. De Kamer van volksvertegenwoordigers wijst de voorzitter van de Commissie aan. Hij moet Nederlands en Frans kennen.
  § 4. De Koning bepaalt de rechtstoestand van de Commissie en die van haar voorzitter.
  De Commissie wordt bijgestaan door rijkspersoneel dat door de Regering te harer beschikking wordt gesteld.
  § 5. De kredieten die voor de werking van de Commissie vereist zijn worden uitgetrokken op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Art.60. § 1. Il est institué une Commission permanente de Contrôle linguistique qui a pour mission de surveiller l'application des présentes lois coordonnées.
  § 2. La commission est composée de onze membres nommés par le Roi, pour une période de quatre ans, parmi les candidats présentés par les conseils culturels français, néerlandais et allemand; les conseils culturels français et néerlandais, chacun pour cinq des mandats à conférer, le conseil culturel allemand pour un mandat. Parmi ces candidats, le Roi nomme en outre onze membres suppléants.
  La qualité de membres de la Commission est incompatible avec l'exercice de tout mandat politique.
  La présentation à la nomination est faite sur listes triples.
  Seuls peuvent être présentés les candidats qui ne dépassent pas, au cours du mandat à conférer, la limite d'âge fixée par l'article 1er, § 1er, de la loi du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles et ecclésiastiques.
  En attendant l'institution par la loi de nouveaux conseils culturels, les présentations visées au présent paragraphe sont faites par la Chambre des représentants.
  § 3. La Chambre des représentants désigne le président de la Commission. Ce président doit connaître le français et le néerlandais.
  § 4. Le Roi fixe le statut de la Commission et celui de son président.
  La Commission est assistée par des agents de l'Etat, mis à sa disposition par le gouvernement.
  § 5. Les crédits nécessaires au fonctionnement de la Commission sont inscrits au budget du Ministère de l'Intérieur.
Art.61. § 1. In de uitoefening van haar opdracht brengt de Commissie de Regering op de hoogte van alle wenken en opmerkingen die zij, na gedane bevindingen, nodig acht.
  § 2. De Ministers raadplegen de Commissie over alle zaken van algemene aard die de toepassing van deze gecoördineerde wetten betreffen. Wordt het gevraagde advies niet binnen vijfenveertig dagen verleend, dan legt de betrokken Minister de zaak voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken, die in de plaats van de Commissie adviseert.
  § 3. De Commissie treedt in betrekking met de verantwoordelijke overheden om in hun diensten onderzoeken in te stellen.
  Die overheden delen haar mede welk gevolg aan haar opmerkingen werd gegeven.
  § 4. De Commissie mag ter plaatse alle vaststellingen doen en zich alle bescheiden of inlichtingen doen mededelen die zij nodig acht voor het onderzoek van de zaken en alle betrokken personen horen.
  Zij is ertoe gemachtigd toezicht te houden op de examens die in het kader van deze gecoördineerde wetten met of zonder tussenkomst van de Vaste Wervingssecretaris, uitgeschreven worden of er waarnemers naar toe te zenden. (Het is bovendien haar plicht de aangepastheid te beoordelen van de inhoud van het examen aan de aard van de functie of de taak die de titularis van het ambt waarneemt of zal waarnemen en waarvoor deze gecoördineerde wetten een taalkennisvereiste opleggen. Zij laat zich daartoe bijstaan door een vertegenwoordiger van elk van de daartoe erkende verenigingen waarvan het maatschappelijk doel de verdediging van de rechten van hun leden in het kader van het gebruik der talen in bestuurszaken is. Zij organiseert met het oog op deze beoordeling een evaluatie bij wijze van steekproeven. De resultaten van de evaluatie worden vermeld in het omstandig verslag bedoeld in artikel 62, tweede lid. De Commissie kan hierbij de nodige aanbevelingen formuleren.) <W 2002-06-12/37, art. 6; Inwerkingtreding : 01-04-2001>
  Zij vraagt aan de bevoegde overheden of rechtscolleges de nietigheid vast te stellen van alle administratieve handelingen, verordeningen, bescheiden, benoemingen, bevorderingen en aanstellingen, die zij strijdig acht met deze gecoördineerde wetten of met de koninklijke besluiten die ermee in verband staan. De eventuele kosten worden door het bestuur van de registratie en domeinen voorgeschoten en als uitgaven geboekt ten bezware van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
  § 5. De Commissie wordt gesplitst in twee afdelingen : een Nederlandse en een Franse.
  De Nederlandse afdeling is bevoegd omtrent de zaken die gelocaliseerd of localiseerbaar zijn in gemeenten zonder speciale regeling uit het Nederlandse taalgebied. De Franse afdeling is bevoegd omtrent de zaken die gelocaliseerd of localiseerbaar zijn in gemeenten zonder speciale regeling uit het Franse taalgebied.
  De verenigde vergadering van de twee afdelingen is bevoegd omtrent alle andere zaken, daarin begrepen die betreffende de bescherming van de minderheden.
  Het Duitssprekend lid wordt alleen opgeroepen voor zaken waarin gemeenten uit het Duitse taalgebied of uit het Malmedyse betrokken zijn.
  § 6. Wanneer de Commissie, honderd tachtig dagen na het ontvangen van een klacht, in verband daarmee geen advies heeft uitgebracht, wordt de zaak door de Minister van Binnenlandse Zaken aan zich getrokken. Binnen dertig dagen doet hij uitspraak.
  (§ 7. Bovendien kunnen de particulieren die hun woonplaats hebben in een van de gemeenten bedoeld in de artikelen 7 en 8, voor zover zij doen blijken van een belang, een klacht indienen bij de Commissie met betrekking tot het taalgebruik van de administratieve overheden in hun betrekkingen met de particulieren en met het publiek betreffende :
  a) de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn, met inbegrip van de bekendmakingen die betrekking hebben op de burgerlijke stand;
  b) de berichten en mededelingen die voor de toeristen bestemd zijn;
  c) de betrekkingen met de particulieren, met inbegrip van de antwoorden aan de particulieren;
  d) de akten, die particulieren betreffen, met inbegrip van hun gewaarmerkte vertaling;
  e) de aan de particulieren uit te reiken getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen, met inbegrip van hun gewaarmerkte vertaling;
  f) de diploma's, studieattesten en studiegetuigschriften;
  g) de bekendmaking van koninklijke en ministeriéle besluiten.
  De Commissie brengt een advies uit binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de klacht.
  Bij haar advies kan de Commissie in voorkomend geval een aanmaning ten behoeve van de betrokken overheid voegen, waarin zij deze uitnodigt binnen een door haar bepaalde termijn hetzij de nietigheid van de gestelde handeling vast te stellen, hetzij alle nodige maatregelen te nemen om de naleving van de bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren.
  Het advies wordt samen met de eventuele aanmaning betekend aan de klagende partij, aan de overheid tegen welke de klacht is ingediend, in voorkomend geval aan de toezichthoudende overheid en in ieder geval aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
  Indien de betrokken overheid binnen de door de Commissie gestelde termijn de aanmaning niet in acht heeft genomen, kan de Commissie in plaats van de in gebreke gebleven overheid alle maatregelen nemen die nodig zijn om de naleving van de bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren. Zij kan de kosten van de door haar genomen maatregelen verhalen op de betrokken overheid.) <INGEVOEGD bij W 1993-07-16/30, art. 123, 005; Inwerkingtreding : 1995-01-01>
  (§ 8. Bovendien kunnen de particulieren die hun woonplaats hebben in één van de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, voor zover zij doen blijken van een belang, klacht indienen bij de Commissie met betrekking tot het taalgebruik van de administratieve overheden in hun betrekkingen met de particulieren en met het publiek betreffende :
  a) de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn, met inbegrip van de bekendmakingen, die betrekking hebben op de burgerlijke stand;
  b) de berichten en mededelingen die voor de toeristen bestemd zijn;
  c) de betrekkingen met de particulieren, met inbegrip van de antwoorden aan de particulieren;
  d) de akten, die particulieren betreffen, met inbegrip van hun gewaarmerkte vertaling;
  e) de aan de particulieren uit te reiken getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen, met inbegrip van hun gewaarmerkte vertaling;
  f) de diploma's, studieattesten en studiegetuigschriften;
  g) de bekendmaking van koninklijke en ministeriële besluiten.
  De Commissie brengt een advies uit binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de klacht.
  Bij haar advies kan de Commissie desgevallend een aanmaning ten behoeve van de betrokken overheid voegen, waarin zij deze uitnodigt binnen een door haar bepaalde termijn hetzij de nietigheid van de gestelde handeling vast te stellen, hetzij alle nodige maatregelen te nemen om de naleving van de bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren.
  Het advies wordt samen met de eventuele aanmaming betekend aan de klagende partij, aan de overheid tegen welke klacht is ingediend, en, in voorkomend geval, aan de toezichthoudende overheid en in ieder geval aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
  Indien de betrokken overheid binnen de door de Commissie gestelde termijn de aanmaning niet in acht heeft genomen, kan de Commissie in plaats van de in gebreke gebleven overheid alle maatregelen nemen die nodig zijn om de naleving van bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren. Zij kan de kosten van de door haar genomen maatregelen verhalen op de betrokken overheid.) <W 1993-07-16/31, art. 346, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Art.61. § 1. Dans l'exercice de sa mission, la Commission fait part au gouvernement de toutes les suggestions et observations qu'elle juge devoir faire à la suite de ses constatations.
  § 2. Les Ministres consultent la Commission sur toutes les affaires d'ordre général qui concernent l'application des présentes lois coordonnées. Si l'avis demandé n'est pas émis dans les quarante-cinq jours, le Ministre intéressé saisit le Ministre de l'Intérieur qui se substitue à la Commission.
  § 3. La Commission entre en contact avec les autorités responsables en vue de procéder aux enquêtes dans leurs services.
  Ces autorités lui font connaître la suite donnée à ses observations.
  § 4. La Commission peut faire toutes constatations sur place, se faire communiquer tous les documents et renseignements qu'elle estime indispensables pour l'instruction des affaires et entendre toutes les personnes intéressées.
  Elle est habilitée à exercer un contrôle sur les examens organisés dans le cadre des présentes lois coordonnées, à l'intervention ou sans l'intervention du Secrétaire permanent au recrutement, et à y déléguer des observateurs. (Elle doit en outre apprécier l'adéquation du contenu de l'examen avec la nature de la fonction ou de la tâche qu'exerce ou exercera le titulaire de la fonction et pour laquelle les présentes lois coordonnées imposent l'aptitude linguistique requise. Elle se fait assister à cet effet par un représentant de chacune des associations agréées à cette fin et dont l'objet social est la défense des droits de leurs affiliés en ce qui concerne l'emploi des langues en matière administrative. Elle organise, en vue de cette appréciation, une évaluation par voie de sondages. Les résultats de l'évaluation sont mentionnés dans le rapport détaillé visé à l'article 62, alinéa 2. La Commission peut formuler à cet égard les recommandations nécessaires.) <L 2002-06-12/37, art. 6, 010; En vigueur : 01-04-2001>
  Elle demande aux autorités ou juridictions compétentes de constater la nullité de tous les actes, règlements et documents administratifs, ainsi que de toutes les nominations, promotions et désignations contraires aux présentes lois coordonnées ou aux arrêtés royaux qui s'y rapportent. Les dépens éventuels sont avancés par l'Administration de l'Enregistrement et des Domaines et portés en dépense dans les comptes à charge du budget du Ministère de l'intérieur.
  § 5. La Commission est scindée en deux sections : une section française et une section néerlandaise.
  La section française connaît des affaires localisées ou localisables dans des communes sans régime spécial de la région de langue française. La section néerlandaise connaît des affaires localisées ou localisables dans les communes sans régime spécial de la région de langue néerlandaise.
  Toutes autres affaires, y compris celles relatives à la protection des minorités, sont de la compétence des deux sections réunies.
  Le membre d'expression allemande n'est convoqué que pour les affaires intéressant des communes de la région de langue allemande ou des communes malmédiennes.
  § 6. Si cent quatre-vingts jours après la réception d'une plainte, la Commission n'a pas émis d'avis au sujet de celle-ci, l'affaire est évoquée par le Ministre de l'Intérieur. Celui-ci se prononce dans les trente jours.
  (§ 7. En outre, les particuliers domiciliés dans l'une des communes visées aux articles 7 et 8, peuvent, pour autant qu'ils justifient d'un intérêt, déposer plainte auprès de la Commission, quant à l'emploi des langues des autorités administratives dans leurs relations avec les particuliers et avec le public, et portant sur :
  a) les avis, communications et formulaires destinés au public, en ce compris les communications relatives à l'état civil;
  b) les avis et communications destines aux touristes;
  c) les rapports avec les particuliers, en ce compris les réponses aux particuliers;
  d) les actes qui concernent les particuliers, en ce compris leur traduction certifiée exacte;
  e) les certificats, déclarations et autorisations à délivrer aux particuliers, en ce compris leur traduction certifiée exacte;
  f) les diplômes, attestations et certificats d'études;
  g) la publication d'arrêtés royaux et ministériels.
  La Commission émet un avis dans les quarante-cinq jours de la réception de la plainte.
  Le cas échéant, la Commission peut joindre à son avis une mise en demeure à l'attention de l'autorité concernée, invitant celle-ci, dans un délai fixé par la Commission, soit à constater la nullité de l'acte, soit à prendre toutes les mesures nécessaires afin d'assurer le respect des dispositions des présentes lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent.
  L'avis, et la mise en demeure éventuelle, sont signifiés à la partie plaignante, de même qu'à l'autorité contre laquelle la plainte a été déposée, et, le cas échéant, à l'autorité de tutelle et en tout cas au ministre de l'Intérieur.
  Si l'autorité concernée ne s'est pas conformée, dans le délai fixé par la Commission, à la mise en demeure, la Commission peut, sans préjudice du § 4, alinéa 3, prendre en lieu et place de l'autorité défaillante toutes les mesures nécessaires afin d'assurer le respect des présentes lois coordonnées ou des arrêtes royaux qui s'y rapportent. Elle peut récupérer les frais des mesures qu'elle a prises auprès de l'autorité concernée.)
  (§ 8. En outre, les particuliers domiciliés dans l'une des communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale peuvent, pour autant qu'ils justifient d'un intérêt, déposer plainte auprès de la Commission, quant à l'emploi des langues des autorités administratives dans leurs relations avec les particuliers et avec le public et portant sur :
  a) les avis, communications et formulaires destinés au public, en ce compris les communications relatives à l'état civil;
  b) les avis et communications destinés aux touristes;
  c) les rapports avec les particuliers, en ce compris les réponses aux particuliers;
  d) les actes, qui concernent les particuliers, en ce compris leur traduction certifiée exacte;
  e) les certificats, déclarations, autorisations et permis à délivrer aux particuliers, en ce compris leur traduction certifiée exacte;
  f) les diplômes, attestations et certificats d'études;
  g) la publication d'arrêtés royaux et ministériels.
  La Commission émet un avis dans les quarante-cinq jours de la réception de la plainte.
  Le cas échéant, la Commission peut joindre à son avis une mise en demeure à l'attention de l'autorité concernée, invitant celle-ci, dans un délai fixé par la Commission, soit à constater la nullité de l'acte posé, soit à prendre toutes les mesures nécessaires afin d'assurer le respect des dispositions de ces lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent.
  L'avis, et la mise en demeure éventuelle, sont signifiés à la partie plaignante, à l'autorité contre laquelle la plainte a été déposée, et, le cas échéant, à l'autorité de tutelle et en tout cas au Ministre de l'Intérieur.
  Si l'autorité concernée ne s'est pas conformée, dans le délai fixé par la Commission, à la mise en demeure, la Commission peut, sans préjudice du § 4, alinéa 3, prendre en lieu et place de l'autorité défaillante toutes les mesures nécessaires afin d'assurer le respect de ces lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent. Elle peut récupérer les frais des mesures qu'elle a prises auprès de l'autorité concernée.) <L 1993-07-16/31, art. 346, 004; En vigueur : 01-01-1995>
Art.62. Ieder jaar brengt de Commissie de regering in de loop van de maand maart een omstandig verslag uit over haar werkzaamheden.
  Dit omstandig verslag wordt aan de leden van de Wetgevende Kamers overgemaakt.
  In een aanvullend verslag deelt de Minister van Binnenlandse Zaken aan de Wetgevende Kamers mede welk gevolg gegeven is aan de zaken waarin hij, bij toepassing van artikel 61, §§ 2 en 6, in de plaats van de Commissie is opgetreden.
Art.62. Chaque année, dans le courant du mois de mars, la Commission fait au gouvernement un rapport détaillé sur son activité.
  Ce rapport détaillé est remis aux membres des Chambres législatives.
  Dans un rapport complémentaire, le Ministre de l'Intérieur fait connaître aux Chambres législatives la suite donnée aux affaires dans lesquelles il s'est substitué à la Commission en application de l'article 61, §§ 2 et 6.
Afdeling II. - Bijzondere organen voor toezicht.
Section II. - Organes particuliers de surveillance.
Art.63. De Koning benoemt een arrondissementscommissaris te Moeskroen. Benevens zijn normale ambtsopdrachten is die commissaris er bijzonder mede belast te waken voor de toepassing van de bepalingen van deze gecoördineerde wetten in de plaatselijke diensten van de gemeenten die het arrondissement Moeskroen vormen. In het kader van die opdracht, kan hij te allen tijde zowel in als buiten de kantoren van die besturen, alle dienstige vaststellingen doen en de geboden maatregelen nemen.
  Zo daartoe aanleiding bestaat, is hij de gemeentebesturen en de besturen die onder de gemeenten ressorteren in hun betrekkingen met de provinciale diensten behulpzaam, inzonderheid bij het vertalen van de ambtelijke bescheiden. Hij is tevens de particulieren behulpzaam in hun betrekkingen met de provinciegouverneur en andere administratieve overheden.
Art.63. Le Roi nomme un commissaire d'arrondissement à Mouscron. Outre ses attributions normales, ce commissaire est spécialement chargé de veiller à l'application des dispositions des présentes lois coordonnées dans les services locaux des communes constituant l'arrondissement de Mouscron. Dans le cadre de cette mission, il peut à tout moment faire, tant à l'intérieur qu'en dehors des bureaux des administrations en cause, toutes constatations utiles et prendre les mesures qui s'imposent.
  S'il y a lieu, il prête son concours aux administrations communales et aux administrations subordonnées aux communes dans leurs rapports avec les services provinciaux en vue notamment de la traduction des documents administratifs. Il prête par ailleurs son concours aux particuliers dans leurs rapports avec le gouverneur de province et les autres autorités administratives.
Art.64. Te Sint-Martens-Voeren oefent een commissaris-adjunct van de arrondissementscommissaris van Tongeren de ambtsopdrachten uit van de arrondissementscommissaris ten aanzien van de gemeenten Moelingen, 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Remersdaal en Teuven.
  Hij oefent bovendien ten aanzien van dezelfde gemeenten de ambtsopdrachten uit die omschreven zijn in artikel 63.
  Zijn persoonlijke rechtstoestand wordt door de Koning bepaald.
Art.64. A Fouron-Saint-Martin, un commissaire adjoint au commissaire de l'arrondissement de Tongres, exerce les attributions de commissaire d'arrondissement à l'égard des communes de Mouland, Fouron-le-Comte, Fouron-Saint-Martin, Fouron-Saint-Pierre, Remersdaal et Teuven.
  Il exerce en outre à l'égard de ces mêmes communes les attributions définies à l'article 63.
  Son statut personnel est fixé par le Roi.
Art.65. <W 1993-07-16/31, art. 347, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1995> § 1. De regeringscommissaris van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vice-gouverneur, is belast met het toezicht op de toepassing van de wetten en verordeningen op het gebruik der talen in bestuurszaken in de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Te dien einde wordt hij door de organen die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van deze wetten op de hoogte gehouden van wat zij vaststellen.
  De regeringscommissaris van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vice-gouverneur, moet blijk geven van een grondige kennis van de Nederlandse en van de Franse taal.
  § 2. De burgemeesters van de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad sturen binnen acht dagen aan het gouvernement van de vice-gouverneur afschriften van de besluiten der gemeenteoverheden die rechtstreeks of onrechtstreeks de toepassing van de wetten en verordeningen over het gebruik der talen in bestuurszaken betreffen.
  § 3. De regeringscommissaris van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vice-gouverneur, kan, bij een met redenen omkleed besluit, de uitvoering schorsen van de beslissing waarbij de gemeenteoverheid van één der gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van één dezer gemeenten, de wetten en verordeningen op het gebruik van de talen in bestuurszaken schendt.
  Het schorsingsbesluit moet worden genomen binnen veertig dagen nadat het besluit op het gouvernement is ingekomen; van het schorsingsbesluit wordt dadelijk kennis gegeven aan de gemeenteoverheid of het centrum, die er onverwijld kennis van neemt en het geschorste besluit kan rechtvaardigen.
  De overheid wier besluit regelmatig wordt geschorst, kan het intrekken.
  Veertig dagen nadat het besluit waaruit blijkt dat de gemeenteoverheid of de raad voor maatschappelijk welzijn kennis heeft genomen van de schorsing, op het gouvernement is toegekomen, is de schorsing opgeheven.
  § 4. De regeringscommissaris van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vice-gouverneur, onderzoekt alle klachten tegen de niet-naleving van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan, ingediend door een (natuurlijke of rechtspersoon) omtrent zaken die gelokaliseerd of lokaliseerbaar zijn in een gemeente van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Hij deelt de betrokken overheden de klachten mee die hij ontvangt. <W 1994-07-11/31, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 29-07-1994>
  Hij mag ter plaatse alle vaststellingen doen en zich alle bescheiden of inlichtingen doen meedelen die hij nodig acht voor het onderzoek van deze klachten en alle betrokken personen horen. Hij kan een bindende termijn voor antwoord opleggen aan de betrokken overheden tot wie hij vragen richt betreffende deze klachten.
  Hij tracht de standpunten van de klager en de betrokken overheid met elkaar te verzoenen, eventueel door hen met elkaar te confronteren.
  Indien de standpunten van de klager en de betrokken overheid onverzoenbaar zijn, kan hij de klacht overzenden aan de Commissie die, met toepassing van artikel 61, §§ 4 en 8, advies, in voorkomend geval vergezeld van een aanmaning, uitbrengt en in voorkomend geval in de plaats van de in gebreke blijvende overheid alle nodige maatregelen treft of aan de bevoegde overheden of rechtscolleges vraagt de nietigheid vast te stellen van de betrokken handelingen om de naleving van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan, te verzekeren.
Art.65. <L 1993-07-16/31, art. 347, 004; En vigueur : 01-01-1995> § 1. Le commissaire du gouvernement de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, vice-gouverneur, est chargé de veiller à l'application des lois et règlements relatifs à l'emploi des langues en matière administrative dans les communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale. A cette fin, les instances chargées de la surveillance de l'exécution de ces lois le tiennent au courant de leurs constatations.
  Le commissaire du gouvernement dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, vice-gouverneur, doit justifier de la connaissance approfondie de la langue française et de la langue néerlandaise.
  § 2. Les bourgmestres des communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale transmettent au gouvernement du vice-gouverneur, dans la huitaine, des expéditions des actes des autorités communales qui concernent directement ou indirectement l'application des lois et règlements sur l'emploi des langues en matière administrative.
  § 3. Le commissaire du gouvernement de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, vice-gouverneur, peut, par arrêté motivé, suspendre l'exécution de l'acte par lequel l'autorité communale d'une des communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale ou un centre public d'aide sociale d'une de ces communes viole les lois et règlements sur l'emploi des langues en matière administrative.
  L'arrêté de suspension doit intervenir dans les quarante jours de la réception de l'acte au gouvernement; il est immédiatement notifié à l'autorité communale ou au centre, qui en prend connaissance sans délai et peut justifier l'acte suspendu.
  L'autorité dont l'acte est régulièrement suspendu peut le retirer.
  La suspension est levée après un délai de quarante jours suivant la réception au gouvernement de l'acte par lequel l'autorité communale ou le conseil du centre public d'aide sociale a pris connaissance de la suspension.
  § 4. Le commissaire du gouvernement de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, vice-gouverneur, examine les plaintes relatives au non respect de ces lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent, déposées par un (personne physique ou morale) concernant des matières localisées ou localisables dans une commune de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale. Il communique les plaintes qu'il reçoit aux autorités concernées. <L 1994-07-11/31, art. 9, 006; En vigueur : 29-07-1994>
  Il peut faire toutes constatations sur place, se faire communiquer tous les documents et renseignements qu'il estime indispensables pour l'instruction de ces plaintes et entendre toutes les personnes intéressées. Il peut imposer un délai de réponse contraignant aux autorités concernées auxquelles il adresse des demandes relatives à ces plaintes.
  Il essaie de concilier les positions du plaignant et de l'autorité concernée, éventuellement en les confrontant.
  Si les positions du plaignant et de l'autorité concernée sont inconciliables, il peut transmettre la plainte à la Commission qui, en application de l'article 61, §§ 4 et 8, émettra un avis, éventuellement accompagné d'une mise en demeure, et prendra, le cas échéant, en lieu et place de l'autorité défaillante toutes les mesures nécessaires ou demandera aux autorités ou juridictions compétentes de constater la nullité des actes concernés, afin d'assurer le respect de ces lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent.
Art. 65bis. <INGEVOEGD bij W 1993-07-16/30, art. 124, Inwerkingtreding : 1995-01-01> § 1. De regeringscommissaris, adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, is belast met het toezicht op de toepassing van de wetten en verordeningen op het gebruik der talen in bestuurszaken in de randgemeenten. Ten dien einde wordt hij door de organen die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van deze wetten, op de hoogte gehouden van wat zij vaststellen.
  De regeringscommissaris, adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, moet blijk geven van een grondige kennis van de Nederlandse en van de Franse taal.
  § 2. De burgemeesters van de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem, sturen binnen acht dagen aan het gouvernement van de adjunct van de gouverneur afschriften van de besluiten der gemeenteoverheden die rechtstreeks of onrechtstreeks de toepassing van de wetten en verordeningen over het gebruik der talen in bestuurszaken betreffen.
  § 3. De regeringscommissaris, adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, kan, bij een met redenen omkleed besluit, de uitvoering schorsen van de beslissing waarbij de gemeenteoverheid van een der randgemeenten of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een dezer gemeenten, de wetten en verordeningen op het gebruik van de talen in bestuurszaken schendt.
  Het schorsingsbesluit moet worden genomen binnen veertig dagen nadat het besluit op het provinciaal gouvernement is ingekomen; van het schorsingsbesluit wordt dadelijk kennis gegeven aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, die er onverwijld kennis van neemt en het geschorste besluit kan rechtvaardigen.
  De overheid wier besluit regelmatig wordt geschorst, kan het intrekken.
  Veertig dagen nadat het besluit waaruit blijkt dat de gemeenteoverheid of de raad voor maatschappelijk welzijn kennis heeft genomen van de schorsing, op het provinciaal gouvernement is ingekomen is de schorsing opgeheven.
  § 4. De regeringscommissaris, adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, onderzoekt alle klachten tegen de niet-naleving van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan, ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon omtrent zaken die gelokaliseerd of lokaliseerbaar zijn in een randgemeente. Hij deelt de betrokken overheden de klachten mee die hij ontvangt.
  Hij mag ter plaatse alle vaststellingen doen en zich alle bescheiden of inlichtingen doen meedelen die hij nodig acht voor het onderzoek van deze klachten en alle betrokken personen horen. Hij kan een bindende termijn voor antwoord opleggen aan de betrokken overheden tot wie hij vragen richt betreffende deze klachten.
  Hij tracht de standpunten van de klager en de betrokken overheid met elkaar te verzoenen, eventueel door hen met elkaar te confronteren.
  Indien de standpunten van de klager en de betrokken overheid onverzoenbaar zijn, kan hij de klacht overzenden aan de Commissie die, met toepassing van artikel 61, §§ 4 en 7, een advies, in voorkomend geval vergezeld van een aanmaning, uitbrengt en in voorkomend geval in de plaats van de ingebreke blijvende overheid alle nodige maatregelen treft of aan de bevoegde overheden of rechtscolleges vraagt de nietigheid vast te stellen van de betrokken handelingen om de naleving van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan, te verzekeren.
Art. 65bis. § 1. Le commissaire du gouvernement, gouverneur adjoint de la province du Brabant flamand, est chargé de veiller à l'application des lois et règlements sur l'emploi des langues en matière administrative dans les communes périphériques. A cette fin, les instances chargées de la surveillance de l'exécution de ces lois le tiennent au courant de leurs constatations.
  Le commissaire du Gouvernement, gouverneur adjoint de la province du Brabant flamand, doit justifier de la connaissance approfondie de la langue française et de la langue néerlandaise.
  § 2. Les bourgmestres des communes de Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhode-Saint-Genèse, Wemmel et Wezembeek-Oppem, transmettent au gouvernement du gouverneur adjoint, dans la huitaine, des expéditions des actes des autorités communales qui concernent directement ou indirectement l'application des lois et règlements sur l'emploi des langues en matière administrative.
  § 3. Le commissaire du Gouvernement, Gouverneur adjoint de la province du Brabant flamand peut, par arrêté motivé, suspendre l'exécution de l'acte par lequel l'autorité communale d'une des communes périphériques ou un centre public d'aide sociale d'une de ces communes viole les lois et règlements sur l'emploi des langues en matière administrative.
  L'arrêté de suspension doit intervenir dans les quarante jours de la réception de l'acte au gouvernement provincial; il est immédiatement notifié à l'autorité communale ou au centre public d'aide sociale, qui en prend connaissance sans délai et peut justifier l'acte suspendu.
  L'autorité dont l'acte est régulièrement suspendu peut le retirer.
  La suspension est levée après un délai de quarante jours suivant la réception au gouvernement provincial de l'acte par lequel l'autorité communale ou le conseil du centre public d'aide sociale a pris connaissance de la suspension.
  § 4. Le commissaire du Gouvernement, gouverneur adjoint de la province du Brabant flamand, examine les plaintes relatives au non-respect des présentes lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent, déposées par une personne physique ou morale concernant des matières localisées ou localisables dans une commune périphérique. Il communique les plaintes qu'il reçoit aux autorités concernées.
  Il peut faire toutes constatations sur place, se faire communiquer tous les documents et renseignements qu'il estime indispensables pour l'instruction de ces plaintes et entendre toutes les personnes intéressées. Il peut imposer un délai de réponse contraignant aux autorités concernées auxquelles il adresse des demandes relatives à ces plaintes.
  Il essaie de concilier les positions du plaignant et de l'autorité concernée, éventuellement en les confrontant.
  Si les positions du plaignant et de l'autorité concernée sont inconciliables, il peut transmettre la plainte à la Commission qui, en application de l'article 61, §§ 4 et 7, émettra un avis, éventuellement accompagné d'une mise en demeure, et prendra, le cas échéant, en lieu et place de l'autorité défaillante toutes les mesures nécessaires ou demandera aux autorités ou juridictions compétentes de constater la nullité des actes concernés, afin d'assurer le respect des présentes lois coordonnées ou des arrêtés royaux qui s'y rapportent.
HOOFDSTUK IX. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions transitoires et finales.
Art.66. De vrijwaring van de persoonlijke rechten, die mochten verkregen zijn door de ambtenaren die in dienst waren op 9 juli 1932, mag de toepassing van deze gecoördineerde wetten niet in de weg staan. Binnen zes maanden te rekenen van 1 september 1963 af, worden de maatregelen tot vrijwaring van die verkregen rechten bij koninklijk besluit bepaald ten behoeve van de ambtenaren van alle openbare diensten.
Art.66. La sauvegarde des droits personnels acquis par les fonctionnaires et agents qui étaient en service le 9 juillet 1932 ne peut entraver l'application des présentes lois coordonnées. Dans les six mois à compter du 1er septembre 1963, un arrêté royal détermine les mesures qui ont pour objet d'assurer, en faveur des agents de tous les services publics, la sauvegarde de ces droits acquis.
Art.67. § 1. Binnen één jaar te rekenen van 1 september 1963 af, kan de Koning overgangsmaatregelen vaststellen of laten vaststellen naar gelang van het geval, voor de diensten waarvan de taalregeling gewijzigd wordt. Vooraf raadpleegt hij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht omtrent de wenselijkheid van die maatregelen. In geen geval mag hun duur vijf jaar overschrijden.
  § 2. De persoonlijke rechten, die op 1 september 1963 verkregen zijn door personeelsleden verbonden aan de plaatselijke diensten die gevestigd zijn in de taalgrensgemeenten, worden gevrijwaard.
  Niettemin zal, vijf jaar na 1 september 1963, geen enkele van die personeelsleden benoemd of bevorderd kunnen worden tot een van de ambten bedoeld in artikel 15, § 2, leden 1 en 2, indien hij niet geslaagd is in het bij die bepalingen voorgeschreven taalexamen.
  De overheden van de gemeenten en van de aan de gemeenten ondergeschikte openbare personen, waarvan de personeelsleden aanspraak maken op de toepassing van lid 1, moeten de maatregelen treffen die nodig zijn voor de toepassing van de artikelen 11, § 2, lid 2, 13, § 1, lid 4, 14, § 2, lid 2, en 15, § 2, leden 1 en 2. Die maatregelen mogen in geen geval de betrokken personeelsleden schaden.
Art.67. § 1. Dans l'année à compter du 1er septembre 1963, le Roi peut prendre ou autoriser, selon le cas, des mesures transitoires en ce qui concerne les services dont le régime linguistique est modifié. Le Roi consulte, au préalable, la Commission permanente de Contrôle linguistique sur l'opportunité de ces mesures. En aucun cas, la durée de celles-ci ne peut excéder cinq ans.
  § 2. Les droits personnels acquis au 1er septembre 1963 par les agents en fonction dans les services locaux établis dans les communes de la frontière linguistique sont sauvegardés.
  Toutefois, cinq ans après le 1er septembre 1963, aucun de ces agents ne pourra être nommé ou promu à une des fonctions visées à l'article 15, § 2, alinéas 1er et 2, s'il n'a pas réussi l'examen prescrit par ces dispositions.
  Les autorités communales et celles des personnes publiques subordonnées aux personnes dont les agents se prévalent de la disposition de l'alinéa 1er, sont tenues de prendre les mesures nécessaires en vue d'assurer l'application des articles 11, § 2, alinéa 2, 13, § 1er, alinéa 4, 14, § 2, alinéa 2, et 15, § 2, alinéas 1er et 2. En aucun cas, ces mesures ne peuvent porter préjudice aux agents intéressés.
Art.68. Voor zover zulks mocht nodig blijken, treft de Koning overgangsmaatregelen ter vrijwaring van de verkregen rechten ten behoeve van het personeel dat, op 1 september 1963, verbonden was aan de plaatselijke en gewestelijke diensten die gevestigd zijn in Brussel-Hoofdstad. In geen geval mogen die maatregelen de toepassing van deze gecoördineerde wetten in de weg staan.
  Deze bepaling geldt mede voor het personeel dat, op 1 september 1963, verbonden was aan de diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten.
  Onder het voorbehoud waarvan sprake in fine van lid 1, treffen de provinciegouverneurs maatregelen om de voordelen te vrijwaren die verkregen werden door de gewestelijke gemeenteontvangers wier ambtsgebied beïnvloed werd door de artikelen 1 en 2 van de wet van 8 november 1962 tot wijziging van provincie-, arrondissements- en gemeentegrenzen en tot wijziging van de wet van 28 juni 1932 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van de wet van 14 juli 1932 houdende taalregeling in het lager en in het middelbaar onderwijs.
Art.68. Pour autant que de besoin, le Roi prend des mesures transitoires ou de sauvegarde des droits acquis en faveur du personnel qui, au 1er septembre 1963, était attache aux services locaux et régionaux établis dans Bruxelles-Capitale. En aucun cas, ces mesures ne peuvent entraver l'application des présentes lois coordonnées.
  Cette disposition vaut également pour le personnel qui, au 1er septembre 1963, était attaché aux services établis dans les communes périphériques.
  Sous la réserve prévue in fine de l'alinéa 1er, les gouverneurs de province prennent des mesures en vue de sauvegarder les avantages acquis par les receveurs communaux régionaux dont le ressort a été influencé par les articles 1er et 2 de la loi du 8 novembre 1962 modifiant les limites de provinces, arrondissements et communes et modifiant la loi du 28 juin 1932 sur l'emploi des langues en matière administrative et la loi du 14 juillet 1932 concernant le régime linguistique de l'enseignement primaire et de l'enseignement moyen.
Art.69. <W 2006-07-20/39, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2006> De personeelsleden van de federale politie en van de lokale politie die een ambt bekleden in een dienst waar een zekere kennis van een andere taal is vereist door deze gecoördineerde wetten, behouden hun betrekking tot 31 december 2007, zelfs als ze deze kennis niet kunnen aantonen. Ze dienen aan de vereisten van taalkennis voor de voormelde datum te voldoen.
  De diensten in dewelke de in het eerste lid bedoelde personeelsleden een ambt bekleden, worden derwijze georganiseerd dat overeenkomstig deze gecoördineerde wetten voor de omgang met het publiek het Nederlands, het Frans of het Duits kan worden gebruikt.
Art.69. <L 2006-07-20/39, art. 73, 015; En vigueur : 01-04-2006> Jusqu'au 31 décembre 2007, les membres du personnel de la police fédérale et de la police locale qui exercent une fonction dans un service où une certaine connaissance d'une autre langue est exigée par les présentes lois coordonnées, conservent leur emploi même s'ils ne peuvent démontrer cette connaissance. Ils doivent satisfaire aux exigences de connaissance linguistique pour la date précitée.
  Les services dans lesquels les membres du personnel des services de police visés à l'alinéa 1er exercent une fonction, sont organisés de telle manière qu'il puisse être fait usage du français, du néerlandais ou de l'allemand dans les rapports avec le public, conformément aux présentes lois coordonnées.
Art. 70. <INGEVOEGD bij W 2002-06-12/37, art. 8; Inwerkingtreding : 01-04-2001> Artikel 43ter , § 7, van deze gecoördineerde wetten treedt in werking op de datum bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Art. 70. L'article 43ter, § 7, des présentes lois coordonnées entre en vigueur à la date fixée par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 43ter, § 7 fixée au 01-05-2017 par AR 2017-02-24/04, art. 12, alinéa 2)