Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MAART 1966. - Koninklijk besluit betreffende de algemene voorschriften voor gasvervoervergunningen. (NOTA : opgeheven, behalve voor wat betreft het vervoer en de levering van aardgas aan een distributieonderneming die niet in aanmerking komt en voor de behoeften van de afnemers van de distributieonderneming die geen in aanmerking komende afnemers zijn (KB 2002-05-14/39, art. 67; Inwerkingtreding : 05-09-2002)). - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1987 en tekstbijwerking tot 06-11-2002.)
Titre
15 MARS 1966. - Arrêté royal relatif aux prescriptions générales pour les concessions de transport de gaz. (NOTE : abrogé, sauf en ce qui concerne le transport et la fourniture de gaz naturel à une société de distribution non-éligible et pour les besoins des clients non-éligibles de la société de distribution (AR 2002-05-14/39, art. 67; En vigueur : 05-09-2002)). - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-01-1987 et mise à jour au 06-11-2002.)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. (zie NOTA onder TITEL) Onderhavige bepalingen zijn toepasselijk op al de met toepassing van de artikelen 3, eerste lid, en 22 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, verleende vergunningen voor gasvervoer door middel van leidingen.
Article 1. (voir NOTE sous TITRE) Les présentes dispositions s'appliquent à toutes les concessions de transport de gaz par canalisations, accordées en application des articles 3, premier alinéa, et 22 de la loi du 12 avril 1965, relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
Art.2. (zie NOTA onder TITEL) De vergunning houdt verlof in de gasvervoerinstallaties op te richten en uit te baten volgens het tracé en de innemingen, welke op de kaart, die gehecht is aan het bij de vergunningsakte gevoegde bestek, voorkomen.
Art.2. (voir NOTE sous TITRE) La concession emporte l'autorisation d'établir et d'exploiter les installations de transport suivant le tracé et les emprises, figurant à la carte jointe au cahier des charges annexé à l'acte de concession.
Art.3. (zie NOTA onder TITEL)De vergunninghouder mag, onder voorbehoud van de rechten van derden, gebruik maken van de installaties waarop de vergunning betrekking heeft om gas te leveren aan de distributiediensten en, in voorkomend geval, voor elk van de in artikel 2, 2°, van de wet van 12 april 1965, vermelde doeleinden met inachtneming evenwel van de voorschriften die dienaangaande in die wet, en in de besluiten ter uitvoering ervan, zijn bepaald.
Art.3. (voir NOTE sous TITRE) Le concessionnaire est autorisé, tous droits des tiers réservés, à faire usage des installations faisant l'objet de la concession, pour fournir le gaz aux services de distribution et, le cas échéant, à chacune des fins prévues à l'article 2, 2°, de la loi du 12 avril 1965, moyennant de se conformer aux prescriptions édictées à cet égard par cette loi et par les arrêtés pris en exécution de celle-ci.
Art.4. (zie NOTA onder TITEL) De vergunninghouder moet de voor het gasvervoer nodige installaties oprichten volgens het werkschema en binnen de termijnen bepaald in het bij de vergunningsakte gevoegd bestek.
  Onverminderd de toepassing van artikel 10, lid 3, van de wet van 12 april 1965, en onverminderd de bij de wetten en reglementen, inzonderheid de bij de uitvoeringsbesluiten van de wet van 12 april 1965 opgelegde toestemmingen en adviezen, moet de vergunninghouder vooraleer tot de bouw-, de aanpassings- of herstellingswerken van een vervoerinstallatie over te gaan, de overheid, onder wie de openbare weg en de waterwegen ressorteren, en de eigenaars van alle naburige leidingen ten minste acht dagen van te voren daarvan op de hoogte stellen.
  De vergunninghouder moet deze termijn niet nakomen als zich een ongeval of ernstige moeilijkheid voordoet waardoor een onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is.
  Binnen zes maanden na de voltooiing der werken moeten de met de uitvoering der installaties overeenkomstige definitieve plannen aan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, overgemaakt worden.
Art.4. (voir NOTE sous TITRE) Le concessionnaire est tenu d'établir les installations nécessaires au transport du gaz conformément au programme de travail et aux délais fixés dans le cahier des charges annexés à l'acte de concession.
  Sans préjudice de l'application de l'article 10, alinéa 3, de la loi du 12 avril 1965, et sans préjudice des accords et avis imposés par la loi et les règlements, notamment par les arrêtés pris en exécution de la loi du 12 avril 1965, le concessionnaire est tenu, avant d'entreprendre des travaux de construction, d'aménagement ou de réparation d'une installation de transport, d'en aviser au moins huit jours à l'avance l'autorité dont relève la voirie et les voies hydrauliques, ainsi que les propriétaires de toutes les canalisations voisines.
  Le concessionnaire est dispensé de ce délai en cas d'accident ou d'incident grave nécessitant une intervention immédiate.
  Dans les six mois de l'achèvement des travaux, les plans définitifs conformes à la réalisation des installations sont adressés au Ministre qui a l'énergie dans ses attributions.
Art.5. (zie NOTA onder TITEL) De onderhouds- en vernieuwingswerken die nodig zijn voor de werking en het onderhoud in goede staat van de installaties en voor het naleven van de desbetreffende wets- en verordeningsbepalingen, vallen ten laste van de vergunninghouder.
  Onverminderd de toepassing van artikel 13 van de wet van 12 april 1965, moet de vergunninghouder in ieder geval tot aan de eindoplevering van de wegenwerken, de kosten dragen voor het herstellen en het onderhouden van de openbare wegen en de waterwegen in de mate dat deze door hem tijdens de uitvoering van de werken voor oprichting en exploitatie van gasvervoerinstallaties, werden beschadigd.
  Binnen vijftien kalenderdagen na datum van het ter post aangetekend schriftelijk opleveringsverzoek van de vergunninghouder wordt tot de voorlopige oplevering van voormelde werken overgegaan of wordt proces-verbaal van geweigerde afschouwing opgemaakt.
  Na verloop van een jaar, ingaande de dag waarop de voorlopige oplevering geschiedde, wordt op bij ter post aangetekend schriftelijk verzoek van de vergunninghouder en binnen vijftien kalenderdagen, tot de eindoplevering der werken overgegaan of proces-verbaal van geweigerde afschouwing opgemaakt.
  In dit laatste geval moet de vergunninghouder de eigenaar van de openbare wegen of waterwegen nadien, bij ter post aangetekend schrijven, kennis geven van de eindafwerking en binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van deze inlichting wordt tot de oplevering van bewuste werken overgegaan.
Art.5. (voir NOTE sous TITRE) Les travaux d'entretien et de renouvellement nécessaires au fonctionnement et à l'entretien en bon état des installations et à l'observation des dispositions légales et réglementaires en la matière sont à la charge du titulaire de la concession.
  Sans préjudice de l'application de l'article 13 de la loi du 12 avril 1965, le concessionnaire doit supporter en tous cas, et jusqu'a réception définitive des travaux de voirie, les frais de remise en état et d'entretien de la voirie et des voies hydrauliques, dans la mesure des dommages qu'il y a occasionné pendant l'exécution des travaux d'établissement et d'exploitation des installations de transport de gaz.
  Dans les quinze jours calendrier qui suivent la demande écrite de réception introduite par le concessionnaire par lettre recommandée à la poste, il est procédé à la réception provisoire desdits travaux ou dressé procès-verbal de refus de les recevoir.
  A l'expiration du délai d'un an, prenant cours à la date où la réception provisoire est accordée, il est, à la demande écrite du concessionnaire par lettre recommandée à la poste et dans un délai de quinze jours calendrier suivant la réception de la demande, procédé à la réception définitive des travaux ou dressé procès-verbal de refus de les recevoir.
  Dans ce dernier cas, il incombe au concessionnaire de donner ultérieurement connaissance par lettre recommandée à la poste, au propriétaire de la voirie ou des voies hydrauliques, de la mise en état définitive et il est procédé à la réception desdits travaux dans les quinze jours calendrier qui suivent le jour d'arrivée de cette information à destination.
Art.6. (zie NOTA onder TITEL) Het bestek bepaalt de kenmerken van het vervoerde gas; deze bevatten ten minste de volgende aanduidingen :
  a) de gewaarborgde minimumdrukken en de maximumdrukken;
  b) de nominale calorische bovenwaarde van het droog gas bij 0° C en 1 013 mbar (760 mm kwikkolom bij 0° C) met de toleranties;
  c) de Wobbeïndex met de toleranties;
  d) de grensgehalten der onreinheden inzonderheid in H2S en in totale zwavel;
  Elke wijziging van de in het bestek bepaalde kenmerken van het vervoerde gas, is aan de toelating van de Koning onderworpen.
  De vergunninghouder is er nochtans toe gemachtigd de nominale calorische bovenwaarde van het vervoerde gas te wijzigen onder de volgende voorwaarden :
  1. de wijziging van de onder b bepaalde nominale calorische bovenwaarde mag ten hoogste 10 pct. naar onder of naar boven ten opzichte van de eerste waarde zonder tolerantie, bedragen;
  2. de distributiediensten moeten over elke wijziging van de nominale calorische bovenwaarde ten minste drie maand vooruit ingelicht worden;
  3. de toleranties van de onder b bepaalde nominale calorische bovenwaarde moeten behouden blijven;
  4. de nominale calorische bovenwaarde mag slechts eenmaal per termijn van zes achtereenvolgende maanden gewijzigd worden;
  5. de waarde van de Wobbe-index moet binnen de onder c bepaalde grenswaarden blijven.
Art.6. (voir NOTE sous TITRE) Le cahier des charges définit les caractéristiques du gaz transporté; celles-ci comprennent au moins les indications suivantes :
  a) les pressions minimales garanties et les pressions maximales;
  b) le pouvoir calorifique supérieur nominal du gaz sec à 0° C et 1 013 mbar (760 mm de colonne de mercure à 0° C) avec les tolérances :
  c) l'indice de Wobbe avec les tolérances;
  d) les teneurs limites en impuretés, notamment en H2S1 et en souffre total.
  Toute modification des caractéristiques du gaz transporté, définies au cahier des charges est soumise à l'approbation du Roi.
  Toutefois, le concessionnaire est autorisé à modifier le pouvoir calorifique supérieur nominal du gaz transporté aux conditions ci-après :
  1. la modification du pouvoir calorifique supérieur nominal indiqué sub b, ne peut dépasser 10 p.c. en plus ou en moins par rapport à la valeur initiale sans tolérance;
  2. les services de distribution doivent être avertis de toute modification du pouvoir calorifique supérieur nominal avec préavis minimum de trois mois;
  3. les tolérances sur le pouvoir calorifique supérieur nominal, prévues sub b, doivent être maintenues;
  4. le pouvoir calorifique supérieur nominal ne peut être modifié plus d'une fois par période de six mois consécutifs;
  43,5. la valeur de l'indice de Wobbe doit rester dans les limites prévues sub c.
Art.11. (zie NOTA onder TITEL) De vergunning wordt verleend voor een duur van ten hoogste vijftig jaar; zij kan door de Koning een of meerdere malen hernieuwd worden, voor een beperkte duur die dertig jaar niet mag te boven gaan.
Art.11. (voir NOTE sous TITRE)
  La concession est accordée pour une durée qui ne peut être supérieure à cinquante ans; elle est renouvelable une ou plusieurs fois par le Roi, pour une durée limitée qui ne peut excéder trente ans.
Art.12. (zie NOTA onder TITEL) Voorlopige maatregelen kunnen op kosten van de vergunninghouder opgelegd of genomen worden :
  a) door de overheid, onder wie de gebruikte weg ressorteert, wanneer de openbare veiligheid in het gedrang komt;
  b) door de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, wanneer de vergunninghouder zijn plichten niet nakomt of wanneer de exploitatie geheel of gedeeltelijk onderbroken wordt door een aan de vergunninghouder te wijten feit, met uitzondering van de bij artikel 10 van onderhavig besluit bepaalde gevallen.
Art.12. (voir NOTE sous TITRE) Des mesures provisoires peuvent être imposées ou prises aux frais du concessionnaire :
  a) par l'autorité dont relève la voie empruntée, si la sécurité publique vient à être compromise;
  b) par le Ministre ayant l'énergie dans ses attribution si le concessionnaire ne se conforme pas à ses obligations, ou si l'exploitation vient à être interrompue en tout ou en partie par le fait du concessionnaire, à l'exception des cas prévus à l'article 10 du présent arrêté.
Art.13. (zie NOTA onder TITEL) (Eerste lid opgeheven) <KB 1991-01-11/38, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 06-03-1991>
  Bij niet-hernieuwing van de vergunning en onverminderd de toepassing van artikel 4 van de wet van 12 april 1965 kan de Koning, gedurende de laatste vierentwintig maanden van de vergunning, alle door Hem nuttig geachte maatregelen treffen om onderbreking van het vervoer te voorkomen.
  De vergunninghouder zal vergoed worden voor het nadeel, welke uit deze maatregelen voor hem mocht voortvloeien.
Art.13. (voir NOTE sous TITRE) (Alinéa 1er abrogé) <AR 1991-01-11/38, art. 8, 002; En vigueur : 06-03-1991>
  En cas de non-renouvellement de la concession et sans préjudice de l'application de l'article 4 de la loi du 12 avril 1965, le Roi a la faculté de prendre pendant les vingt-quatre derniers mois de la concession, toutes mesures qu'Il juge utiles pour assurer la continuité du transport.
  Le concessionnaire sera indemnisé du préjudice qui résulterait pour lui de ces mesures.
Art.14. (zie NOTA onder TITEL)De vervallenverklaring kan namelijk door de Koning uitgesproken worden wanneer de vergunninghouder, na ingebreke stelling :
  a) de uitvoeringsontwerpen niet overmaakt, of wanneer hij de onderscheiden vervoerinstallaties niet voltooit, en niet in bedrijf neemt binnen de termijnen en overeenkomstig de voorwaarden die in het bestek zijn bepaald.
  In geval van behoorlijk vastgesteld en medegedeelde overmacht, wordt de door het bestek bepaalde termijn voor het in bedrijf nemen verlengd met een zelfde duur als die van de hierdoor veroorzaakte vertraging;
  b) geen, definitieve maatregelen treft opdat het gasvervoer waarop de vergunning betrekking heeft, zonder onderbreking verzekerd zij.
Art.14. (voir NOTE sous TITRE) La déchéance peut notamment être prononcée par le Roi si, après une mise en demeure, le concessionnaire :
  a) ne présente pas les projets d'exécution ou s'il n'achève pas et ne met pas en service les installations de transport dans les délais et aux conditions fixés par le cahier des charges.
  Dans les cas de force majeure, dûment notifiés et dûment établis, le délai fixé par le cahier des charges pour la mise en exploitation est prorogé d'une durée équivalente à celle du retard qui en résulte;
  b) ne prend pas de mesures définitives en vue d'assurer la continuité du transport de gaz dans les installations faisant l'objet de la concession.
Art.15. (zie NOTA onder TITEL) In geval van vervallenverklaring en onverminderd de toepassing van de artikelen 4 en 5 van de wet van 12 april 1965 kan de Koning voorzien in de exploitatie van het gasvervoer, voor rekening van de voormalige vergunninghouder tot op het ogenblik dat de exploitatie weer regelmatig kan geschieden en dit voor een termijn van ten hoogste twee jaar na de vervallenverklaring.
  Daartoe kan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, de ingenieurs, bedienden en arbeiders van de vervallen verklaarde vergunninghouder, die onderworpen blijven aan de wetten op het bedienden- of het arbeidscontract, aanwerven.
  In geval van herroeping kan, tot op het ogenblik dat de exploitatie weer regelmatig kan geschieden, de Koning bepalen dat de voormalige vergunninghouder voorziet voor eigen rekening in de exploitatie van het gasvervoer en dit voor een termijn van ten hoogste twee jaar na de herroeping. De voormalige vergunninghouder zal vergoed worden voor het nadeel welke uit deze maatregelen voor hem mocht voortvloeien.
Art.15. (voir NOTE sous TITRE) En cas de déchéance et sans préjudice de l'application des articles 4 et 5 de la loi du 12 avril 1965, le Roi peut pourvoir à l'exploitation du transport du gaz pour compte de l'ancien concessionnaire jusqu'au moment où l'exploitation peut à nouveau être assurée régulièrement et ce pour un terme maximum de deux années à dater du prononcé de la déchéance.
  A cet effet, le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions peut engager les ingénieurs, employés et ouvriers du concessionnaire déchus, qui restent soumis aux lois sur le contrat d'emploi ou le contrat de travail.
  En cas de retrait, le Roi peut, jusqu'au moment où l'exploitation peut à nouveau être assurée régulièrement, décider que l'ancien concessionnaire pourvoit pour son propre compte, à l'exploitation du transport de gaz, et ce pour un délai maximum de deux ans à dater du prononcé du retrait. L'ancien concessionnaire sera indemnisé du préjudice qui résulterait pour lui de ces mesures.
Art.16. (zie NOTA onder TITEL) In geval van vervallenverklaring van herroeping of van niet hernieuwing der vergunning, moet de vergunninghouder intussen alle af te kopen werken in goede staat van onderhoud bewaren.
  De afkoop van de vervoerinstallaties welke een geheel met de vergunning vormen geschiedt tegen de gebruikswaarde van deze installaties.
  De afkoopwaarde wordt in der minne vastgesteld en/of desnoods door een college van drie deskundigen, die binnen drie maand benoemd worden, één door de Koning, één door de vergunninghouder en één door de eerste twee, of bij ontstentenis, door de voorzitter der rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  De schatting gebeurt op gemene kosten. De deskundigen beschikken over een termijn van zes maand om hun verslag in te dienen.
  De door de deskundigen vastgestelde som wordt de vergunninghouder uitbetaald :
  a) in geval van niet-hernieuwing der vergunning, binnen drie maand na de afloop ervan;
  b) in geval van vervallenverklaring of herroeping, binnen twee jaar na de uitspraak van de beslissing.
  Bij vertraging in de uitbetaling heeft de vergunninghouder recht op een interest welke berekend wordt naar verhouding van het aantal achterstallige kalenderdagen tegen de wettelijke burgerlijke rentevoet, vermeerderd met 2 pct. 's jaars; van de honderd en eerste achterstallige dag af bedraagt deze vermeerdering 4 1/2 pct.
Art.16. (voir NOTE sous TITRE) En cas de déchéance, de retrait ou de non renouvellement de la concession, le concessionnaire est tenu de maintenir entre-temps en parfait état d'entretien, tous les ouvrages à racheter.
  Le rachat des installations de transport faisant partie intégrante de la concession se fait à la valeur d'usage de ces installations.
  La valeur de rachat est déterminée à l'amiable et/ou au besoin par un collège de trois experts nommés dans les trois mois, l'un par le Roi, le deuxième par le concessionnaire et le troisième par les deux premiers ou, à défaut, par le président du tribunal de première instance de Bruxelles.
  L'expertise est faite à frais communs. Les experts disposent d'un délai de six mois pour déposer leur rapport.
  La somme fixée par les experts est payée au concessionnaire :
  a) en cas de non-renouvellement de la concession, dans les trois mois de la date de l'expiration de celle-ci;
  b) en cas de déchéance ou de retrait dans les deux ans du prononcé de la décision.
  En cas de retard de paiement, le concessionnaire a droit d'un intérêt calculé au prorata du nombre de jours calendrier de retard au taux légal civil augmenté de 2 p.c. l'an; cette majoration est portée à 4 1/2 p.c. à partir du cent et unième jour de retard.
Art.17. (zie NOTA onder TITEL) De Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort duidt de vervoervergunningen aan, waarvoor de vergunninghouder periodieke activiteitsverslagen over de naleving van onderhavige algemene voorschriften en van het bij de vergunningsakte gevoegde bestek moet opmaken. Hij bepaalt tevens de termijn binnen dewelke deze verslagen hem moeten worden medegedeeld.
Art.17. (voir NOTE sous TITRE) Le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions désigne les concessions de transport pour lesquelles le concessionnaire est tenu d'établir des rapports périodiques d'activité relatifs à l'exécution des présentes prescriptions générales et du cahier des charges annexé à l'acte de concession. Il fixe le délai dans lequel ces rapports doivent lui être communiqués.
Art.18. (zie NOTA onder TITEL) De Koning mag de vergunninghouder een borgstelling opleggen.
  Het bedrag der borgstelling mag niet meer bedragen dan :
  _ 3 pct. van de waarde der op te richten installaties voor de eerste schijf van 100 miljoen frank;
  _ 1 pct. voor de schijf begrepen tussen 100 miljoen en een miljard frank;
  _ 0,5 pct. voor het bedrag dat de twee voorgaande schijven overschrijdt.
  Wanneer een borgstelling opgelegd wordt, wordt zij door de hiernavolgende modaliteiten beheerst.
  De vergunninghouder moet de borg binnen dertig dagen na het toekennen der vergunning verschaffen.
  De borgstelling mag naar keus van de vergunninghouder door een der volgende middelen gebeuren :
  a) in geld bij de Deposito- en Consignatiekas te Brussel;
  b) in effecten of waarden, welke in het ministerieel besluit van 19 maart 1934 de toegelaten openbare fondsen aanduidend voor het aanleggen der borgtochten van alle categorieën en hun aannemingsvoet vaststellend en de desbetreffende volgende koninklijke besluiten vermeld zijn, voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas te deponeren bij de Nationale Bank van België te Brussel of bij een der agentschappen ervan. Het inkomen van de gedeponeerde effecten blijft ter beschikking van de eigenaar ervan;
  c) overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 11 maart 1926, waarbij het aan de ondernemingen, vergunninghouders en aanbestedinghouders van werken van openbaar nut, wanneer het bestek het niet verbiedt, toegelaten is, door tussenkomst van de met dit doel erkende vennootschappen, gebruik te maken van een gezamenlijke en solidaire waarborg, of overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 23 januari 1937, houdende toelating van globale borgstelling bij de Deposito- en Consignatiekas.
  Van de borgstelling mogen afgenomen worden : het bedrag van de strafbepalingen ter uitvoering van artikel 16, 7°, van de wet van 12 april 1965, en insgelijks de uitgaven, welke op kosten van de vergunninghouder gedaan zijn om de openbare veiligheid, de ononderbrokenheid van de vervoerdienst of het overnemen van de exploitatie, overeenkomstig de hierboven vermelde artikelen 12 en 15, te verzekeren.
  Telkenmale een bedrag van de borgstelling afgenomen wordt, moet de vergunninghouder deze borgstelling, binnen vijftien dagen na de ingebrekestelling, weer aanvullen.
  De helft der borgstelling wordt vrijgegeven na de voltooiing der vervoerinstallaties, welke het voorwerp van de borgtocht uitmaken; de andere helft wordt na afloop der vergunning vrijgegeven.
Art.18. (voir NOTE sous TITRE) Le Roi peut imposer au concessionnaire un cautionnement
  Le montant de ce cautionnement ne peut dépasser :
  _ 3 p.c. de la valeur des installations de transport à réaliser pour la première tranche de 100 millions de francs;
  _ 1 p.c. pour la tranche comprise entre 100 millions et 1 milliard de francs;
  _ 0,5 p.c. pour le montant dépassant les tranches précédentes.
  Si un cautionnement est imposé, il est régi par les modalités ci-après.
  Le concessionnaire doit constituer le cautionnement dans les trente jours qui suivent l'octroi de la concession.
  Le cautionnement peut être effectué au gré du concessionnaire suivant l'un des moyens ci-dessous :
  a) en numéraire à la Caisse des Dépôts et Consignations, à Bruxelles;
  b) en titres ou valeurs énumérés dans l'arrêté ministériel du 19 mars 1934 désignant les fonds publics admis pour la constitution des cautionnements de toute nature et fixant le taux d'admission et les arrêtés royaux subséquents relatifs à cet objet, à déposer pour le compte de la Caisse des Dépôts et Consignations à la Banque Nationale de Belgique, à Bruxelles, ou à l'une de ses agences. Les revenus des titres déposés restent acquis à leur propriétaire;
  c) suivant les dispositions de l'arrêté royal du 11 mars 1926, autorisant les entreprises, les concessionnaires et les adjudicataires de travaux d'utilité publique, pour autant que le cahier des charges ne s'y oppose pas, à user, par l'intermédiaire des sociétés agréées à cette fin, d'une garantie collective et solidaire, ou suivant les dispositions de l'arrêté ministériel du 23 janvier 1937, autorisant des cautionnements globaux à la Caisse de Dépôts et Consignations.
  Sur le cautionnement peuvent être prélevés le montant des clauses pénales prévues en exécution de l'article 16, 7°, de la loi du 12 avril 1965, ainsi que les dépenses faites en raison de mesures prises aux frais du concessionnaire pour assurer la sécurité publique, la continuité du service de transport ou la reprise de l'exploitation, conformément aux articles 12 et 15 ci-dessus.
  Chaque fois qu'une somme est prélevée sur le cautionnement, le concessionnaire est tenu de compléter ce cautionnement dans les quinze-jours à dater d'une mise en demeure.
  La moitié du cautionnement est libérée après l'achèvement des installations de transport faisant l'objet de la caution; l'autre moitié est libérée en fin de concession.
Art.19. (zie NOTA onder TITEL) Elke gedeeltelijke of gehele overdracht der vergunning mag slechts gebeuren, op straf van verval, krachtens een door de Koning te verlenen machtiging.
Art.19. (voir NOTE sous TITRE) Toute cession partielle ou totale de la concession ne peut avoir lieu sous peine de déchéance qu'en vertu d'une autorisation donnée par le Roi.
Art.20. (zie NOTA onder TITEL) De vergunninghouder is verplicht woonplaats te kiezen in België, en deze aan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, mede te delen.
Art.20. (voir NOTE sous TITRE) Le concessionnaire est tenu d'élire domicile en Belgique et de communiquer celui-ci au Ministre qui a l'énergie dans ses attributions.
Art.21. (zie NOTA onder TITEL) Bijkomende bedingen die aan elk geval afzonderlijk zijn aangepast, kunnen in het bij de vergunningsakte gevoegd bestek ingelast worden.
Art.21. (voir NOTE sous TITRE) Des clauses complémentaires adaptées à chaque cas particulier, peuvent être insérées dans le cahier des charges annexé à l'acte de concession.
Art.22. (zie NOTA onder TITEL) Onderhavig besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art.22. (voir NOTE sous TITRE) Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 23. (zie NOTA onder TITEL) Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van onderhavig besluit.
Art. 23. (voir NOTE sous TITRE) Notre Ministre des Affaires économiques est chargé de l'exécution du présent arrêté.