Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 FEBRUARI 1965. - Koninklijk besluit betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkering aan de grensarbeiders die in Frankrijk zijn tewerkgesteld en in België verblijven en die gedeeltelijk werkloos zijn of werkloos door onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 19, lid 2, van de verordening nr. 36/63/EEG van de Raad van de Europese economische gemeenschap van 2 april 1963 inzake de sociale zekerheid van grensarbeiders.
Titre
16 FEVRIER 1965. - Arrêté royal relatif à l'octroi des allocations de chômage aux travailleurs frontaliers occupés en France, résidant en Belgique et se trouvant en état de chômage partiel ou accidentel au sens de l'article 19, paragraphe 2, du règlement n° 36/63/CEE du Conseil de la Communauté économique européenne du 2 avril 1963 concernant la sécurité sociale des travailleurs frontaliers.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Wanneer een grensarbeider die in Frankrijk tewerkgesteld is en in België verblijft, in Frankrijk gedeeltelijk werkloos is of werkloos door onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 19, lid 2, van de verordening nr. 36/63/EEG, van de Raad van de Europese economische gemeenschap van 2 april 1963 inzake de sociale zekerheid van grensarbeiders, heeft hij voor die werkloosheid in België aanspraak op werkloosheidsuitkering,in de mate waarin hij voldoet aan de voorwaarden om krachtens de Belgische werkloosheidsregeling op uitkering recht te hebben,onder aftrek van het bedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen waarop hij in Frankrijk kan aanspraak maken.
Article 1. Lorsqu'un travailleur frontalier occupé en France et résidant en Belgique est, en France, mis en état de chômage partiel ou accidentel au sens de l'article 19, paragraphe 2, du règlement n° 36/63/CEE du Conseil de la Communauté économique européenne du 2 avril 1963, concernant la sécurité sociale des travailleurs frontaliers, il a pour ce chômage droit en Belgique aux allocations de chômage, dans la mesure où il réunit les conditions requises par la règlementation belge en matière de chômage pour bénéficier de celles-ci,sous déduction du montant des allocations de chômage légales auquel il peut prétendre en France.
Art. 2. Het voordeel van de bepalingen van artikel 1 wordt nochtans slechts aan de grensarbeider toegekend indien hij voorafgaandelijk in Frankrijk zijn rechten op werkloosheidsuitkering heeft laten gelden.
Art. 2. Le bénéfice des dispositions de l'article 1er n'est toutefois accordé au travailleur frontalier que s'il a, au préalable, fait valoir en France ses droits aux allocations de chômage.
Art. 3. Het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop de grensarbeider in België aanspraak kan maken wordt bepaald met inachtneming van de periode waarop het recht op dezelfde uitkering in Frankrijk wordt berekend; de aftrekking bedoeld in artikel 1 wordt uitgevoerd rekening houdend met het bedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen waarop de grensarbeider in Frankrijk kan aanspraak maken tijdens dezelfde periode.
Art. 3. Le montant des allocations de chômage auquel le travailleur frontalier peut prétendre en Belgique se détermine en prenant en considération la période sur laquelle se calcule le droit aux mêmes allocations en France; la déduction visée à l'article 1er s'opère en ayant égard au montant des allocations de chômage légales auxquelles le travailleur frontalier peut prétendre en France pendant la même période.
Art. 3bis. <KB 28-11-1965, art. 1, 1°> Bij afwijking van de bepalingen van artikel 204 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid worden de werkloosheidsuitkeringen waarop de grensarbeider in België aanspraak kan maken voor een periode van veertien dagen na vervallen termijn uitbetaald.
Er wordt geen rekening gehouden met de frankgedeelten van minder dan 50 centimes; de frankgedeelten van 50 centimes en meer worden voor één frank gerekend.
Er wordt geen rekening gehouden met de frankgedeelten van minder dan 50 centimes; de frankgedeelten van 50 centimes en meer worden voor één frank gerekend.
Art. 3bis. <AR 28-11-1965, art. 1er, 1°> Par dérogation aux dispositions de l'article 204 de l'arrêté royal du 20 décembre 1963 relatif à l'emploi et au chômage, les allocations de chômage auxquelles le travailleur frontalier peut prétendre en Belgique sont payées par période de quatorze jours, à terme échu.
Les fractions de franc qui n'atteignent pas 50 centimes sont négligées; celles qui atteignent ou dépassent 50 centimes sont comptées pour un franc.
Les fractions de franc qui n'atteignent pas 50 centimes sont négligées; celles qui atteignent ou dépassent 50 centimes sont comptées pour un franc.
Art. 4. Kinderbijslag bij werkloosheid verleend krachtens de Belgische werkloosheidsregeling wordt aan de grensarbeider slechts toegekend ten voordele van de kinderen voor dewelke hem het recht op kinderbijslagen eventueel niet zou worden toegekend in Frankrijk.
Art. 4. Le travailleur frontalier n'est admis au bénéfice des allocations familiales de chômage octroyées en vertu de la réglementation belge en matière de chômage que du chef des enfants pour lesquels le droit aux allocations familiales ne lui serait éventuellement pas accordé en France.
Art. 4bis. <KB 28-11-1965, art. 1, 2°> De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening is ertoe gemachtigd, in overleg met de bevoegde Franse overheid, modaliteiten vast te stellen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde aftrek, ten aanzien van de uitkeringen waarop de in Frankrijk gedeeltelijk of wegens onvoorziene omstandigheden werkloos geworden grensarbeiders in dat land aanspraak kunnen maken, en tot de betaling van de bedoelde uitkeringen aan de werknemers die niet uitkeringsgerechtigd zouden zijn krachtens de Belgische werkloosheidsregeling.
Art. 4bis. <AR 28-11-1965, art. 1er, 2°> L'Office national de l'emploi est autorisé à fixer avec les autorités françaises compétentes les modalités selon lesquelles s'opérera la déduction visée à l'article 1er en ce qui concerne les allocations de chômage auxquelles peuvent prétendre en France les travailleurs frontaliers mis en état de chômage partiel ou accidentel dans ce pays ainsi que le paiement desdites allocations aux travailleurs éventuellement non-indemnisables en vertu de la réglementation belge en matière de chômage.
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking op 10 februari 1964.
Art. 5. Le présent arrêté produit ses effets le 10 février 1964.
Art. 6. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail est chargé de l'exécution du présent arrêté.