Artikel 1. Onverminderd artikel 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12 mei 1927 betreffende de ouderdom van de oppensioenstelling van de ambtenaren, de beambten en het dienstpersoneel van de Staat, wordt in disponibiliteit gesteld de Rijksambtenaar die wanneer hij de pensioenleeftijd bereikt, niet het aantal jaren dienst telt, vereist voor het verkrijgen van een pensioen.
In die stand vinden op hem toepassing de artikelen 2, 3, derde lid, alsmede de artikelen 4 tot 6 en 8 van het koninklijk besluit van (13 november 1967) betreffende de stand disponibiliteit van het Rijkspersoneel. <KB 14-12-1970, art. 4, BS : 15-01-1971>
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 JUNI 1964. - Koninklijk besluit houdende bijzondere bepalingen betreffende de stand disponibiliteit van het rijkspersoneel. (NOTA 1 : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij BVR 1993-12-24, art. 11.100, 3°; B.S. 20-12-1993) (NOTA 2 : opgeheven voor de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij BESL 1999-05-06/52, art. 406, 6°, Inwerkingtreding : 01-07-1999) (NOTA 3 : opgeheven voor de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij BESL 2002-09-26/43, art. 416, 6°, Inwerkingtreding : 01-03-2001) (NOTA 4 : opgeheven voor de ambtenaren van de federale Staat, bij KB 1998-11-19/33, art. 154, 3°, Inwerkingtreding : 26-11-2002) (NOTA 5 : Opgeheven bij BWG 2003-12-18/41, art. LIII.CXVI.1, 2°, art. 500 in de nummering van Justel; Inwerkingtreding : 01-01-2004) (NOTA 6 : Opgeheven voor de Franse Gemeenschap bij BFG 2004-06-02/42, art. 130, 2°; Inwerkingtreding : 01-04-2005) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1990 en tekstbijwerking tot 07-09-2004).
Titre
1er JUIN 1964. - Arrêté royal portant des dispositions particulières relatives à la position de disponibilité des agents de l'Etat. (NOTE 1 : abrogé pour la Communauté flamande par AGF 1993-12-24, art. 11.100, 3°; M.B. 20-12-1993) (NOTE 2 : abrogé en ce qui concerne les agents du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale par ARR 1999-05-06/52, art. 406, 6°, En vigueur : 01-07-1999) (NOTE 3 : abrogé en ce qui concerne les agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, par ARR 2002-09-26/43, art. 416, 6°, En vigueur : 01-03-2001) (NOTE 4 : abrogé pour les agents de l'Etat fédéral par AR 1998-11-19/33, art. 154, 3°, En vigueur : 26-11-2002) (NOTE 5 : Abrogé par ARW 2003-12-18/41, art. LIII.CXVI.1, 2°, art. 500 dans la numérotation de Justel; En vigueur : 01-01-2004) (NOTE 6 : Abrogé pour la Communauté française par ACF 2004-06-02/42, art. 130, 2°; En vigueur : 01-01-2005) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-01-1990 et mise à jour au 07-09-2004).
Documentinformatie
Numac: 1964060113
Datum: 1964-06-01
Info du document
Numac: 1964060113
Date: 1964-06-01
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Sans préjudice de l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 12 mai 1927 fixant l'âge de la mise à la retraite des fonctionnaires, employés et gens de service des administrations de l'Etat, l'agent de l'Etat qui, au moment où il atteint l'âge de la retraite, ne compte pas le nombre d'années de service exigé pour l'obtention d'une pension, est placé en disponibilité.
Dans cette position, les articles 2,, 3, alinéas 3, ainsi que les articles 4 à 6 et 8 de l'arrêté royal du (13 novembre 1967) relatif à la position de disponibilité des agents de l'Etat lui sont applicables. <AR 14-12-1970, art. 4, MB : 15-01-1971>
Dans cette position, les articles 2,, 3, alinéas 3, ainsi que les articles 4 à 6 et 8 de l'arrêté royal du (13 novembre 1967) relatif à la position de disponibilité des agents de l'Etat lui sont applicables. <AR 14-12-1970, art. 4, MB : 15-01-1971>
Art.2. De ambtenaar in disponibiliteit bij toepassing van artikel 1, verliest zijn aanspraak op bevordering (en op de bevordering in zijn weddeschaal).
Hem wordt een wachtgeld toegekend gelijk aan bedrag van het pensioen dat hij zou verkrijgen, indien hij op dat tijdstip voorbarig in ruste werd gesteld.
Die wedde wordt berekend op de gezamenlijke sommen die voor de uitkering van het rustpensioen zijn aangenomen. <KB 1995-03-17/30, art. 18, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Hem wordt een wachtgeld toegekend gelijk aan bedrag van het pensioen dat hij zou verkrijgen, indien hij op dat tijdstip voorbarig in ruste werd gesteld.
Die wedde wordt berekend op de gezamenlijke sommen die voor de uitkering van het rustpensioen zijn aangenomen. <KB 1995-03-17/30, art. 18, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art.2. L'agent en disponibilité par application de l'article 1 perd ses titres à la promotion et à l'avancement (dans son échelle de traitement).
Il reçoit un traitement d'attente égal au montant de la pension qu'il obtiendrait si, à ce moment, il était admis à la retraite prématurée.
Ce traitement est calculé sur l'ensemble des sommes admises pour la liquidation de la pension de retraite. <AR 1995-03-17/30, art.18; En vigueur : 01-01-1994>
Il reçoit un traitement d'attente égal au montant de la pension qu'il obtiendrait si, à ce moment, il était admis à la retraite prématurée.
Ce traitement est calculé sur l'ensemble des sommes admises pour la liquidation de la pension de retraite. <AR 1995-03-17/30, art.18; En vigueur : 01-01-1994>
Art.3. (Opgeheven) <KB 1967-11-13/31, art. 20, §1; Inwerkingtreding : 01-12-1967>
Art.3. (Abrogé) <AR 1967-11-13/31, art. 20, §1, En vigueur : 01-12-1967>
Art.4. (Opgeheven) <KB 1967-11-13/31, art. 20, §1; Inwerkingtreding : 01-12-1967>
Art.4. (Abrogé) <AR 1967-11-13/31, art. 20, §1, En vigueur : 01-12-1967>
Art.5. (Opgeheven) <KB 1967-11-13/31, art. 20, §1; Inwerkingtreding : 01-12-1967>
Art.5. (Abrogé) <AR 1967-11-13/31, art. 20, §1, En vigueur : 01-12-1967>
Art.6. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 1964.
Art.6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er août 1964.
Art. 7. Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Nos Ministres sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.