Artikel 1. [1 De formaliteit kan worden vervuld in een onder elektronische vorm gehouden register.]1
[2 De formaliteitsregisters worden dag aan dag afgesloten.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 JANUARI 1940. - Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten. (NOTA : Opgeheven voor wat betreft het Vlaamse Gewest, met uitzondering van artikel 1, artikel 9/1, artikel 12, artikel 13, artikel 14 en artikel 15 en artikel 16 alsook van de bijlagen als die geen betrekking hebben op de registratiebelasting bij BVR2014-12-19/87, art. 38,, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015) (NOTA : art. 4, 5, de bijlage en de tweede bijlage opgeheven voor wat betreft het Vlaamse Gewest door DVR2013-12-13/06, art. 5.0.0.0.1 en DVR2014-12-19/97, art. 322,7°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-06-2006 en tekstbijwerking tot 13-10-2022)
Titre
11 JANVIER 1940. - Arrêté royal relatif à l'exécution du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe. (NOTE : Abrogé en ce qui concerne la Région flamande, à l'exception de l'article 1er, de l'article 9/1, de l'article 12, des articles 13, 14, 15 et 16, ainsi que des annexes si elles ne se réfèrent pas à l'impôt d'enregistrement par AGF2014-12-19/87, art. 38, 005; En vigueur : 01-01-2015)(NOTE : articles 4, 5, l'annexe et la deuxième annexe abrogés en ce qui concerne la Région flamande par DCFL 2013-12-13/06, art. 5.0.0.0.1 et DCFL 2014-12-19/97, art. 322,7°, 002; En vigueur : 01-01-2015) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-06-2006 et mise à jour au 13-10-2022)
Documentinformatie
Numac: 1940011150
Datum: 1940-01-11
Info du document
Numac: 1940011150
Date: 1940-01-11
Tekst (33)
Texte (33)
Article 1. [1 La formalité peut être accomplie dans un registre tenu sous format électronique.]1
[2 Les registres de formalité sont arrêtés jour par jour.]2
[2 Les registres de formalité sont arrêtés jour par jour.]2
Art.2. [1 § 1. De betaling van de registratierechten, de hypotheekrechten, de boeten, de interesten en de retributies, kan gebeuren op volgende wijzen:
1° door storting of overschrijving op de [2 financiële rekening van het bevoegde kantoor]2;
2° [2 door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;]2
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen instelt in opdracht van de ontvanger;
4° [3 met een debetkaart aan de betaalterminal van het met de inning en de invordering belaste kantoor;]3
5° via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt voor de gedematerialiseerde aanbieding tot de hypothecaire formaliteiten en tot die van de registratie.
[2 ...]2
[2 § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel niet van toepassing wanneer het gaat om:
1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° van het Wetboek;
2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ;
3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek.]2
§ 2. De in de paragraaf 1 bedoelde betaling heeft uitwerking:
1° bij een storting op de datum van de storting;
2° bij een overschrijving, op de valutadatum waarop de rekening van het kantoor werd gecrediteerd en die wordt vermeld op het rekeninguittreksel;
3° [2 in geval van betaling door middel van een door de minister van Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op de dag van de verrichting;]2
4° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder;
5° bij een betaling met debetkaart aan de betaalterminal van het kantoor, op de datum van deze verrichting;
6° bij een betaling via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt, op het moment waarop de betaling wordt bevestigd door de toepassing.
[2 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor.]2
§ 3. [2 De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen waarop de betaling uitwerking heeft.]2]1
1° door storting of overschrijving op de [2 financiële rekening van het bevoegde kantoor]2;
2° [2 door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;]2
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen instelt in opdracht van de ontvanger;
4° [3 met een debetkaart aan de betaalterminal van het met de inning en de invordering belaste kantoor;]3
5° via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt voor de gedematerialiseerde aanbieding tot de hypothecaire formaliteiten en tot die van de registratie.
[2 ...]2
[2 § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel niet van toepassing wanneer het gaat om:
1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° van het Wetboek;
2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ;
3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek.]2
§ 2. De in de paragraaf 1 bedoelde betaling heeft uitwerking:
1° bij een storting op de datum van de storting;
2° bij een overschrijving, op de valutadatum waarop de rekening van het kantoor werd gecrediteerd en die wordt vermeld op het rekeninguittreksel;
3° [2 in geval van betaling door middel van een door de minister van Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op de dag van de verrichting;]2
4° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder;
5° bij een betaling met debetkaart aan de betaalterminal van het kantoor, op de datum van deze verrichting;
6° bij een betaling via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt, op het moment waarop de betaling wordt bevestigd door de toepassing.
[2 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor.]2
§ 3. [2 De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen waarop de betaling uitwerking heeft.]2]1
Art.2. [1 § 1er. Le paiement des droits d'enregistrement, des droits d'hypothèque, des amendes, des intérêts et des rétributions, peut être effectué comme suit :
1° par versement ou virement sur le compte [2 financier du bureau compétent]2 ;
2° [2 par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué ;]2
3° dans les mains d'un huissier de justice lorsque celui-ci poursuit le paiement à la requête du receveur ;
4° [3 avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau chargé de la perception et du recouvrement ;]3
5° via le module de paiement intégré dans l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances pour la présentation dématérialisée aux formalités hypothécaires et de l'enregistrement.
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Toutefois, en cas de paiement préalable du droit, et des amendes et intérêts y relatifs, ainsi que, le cas échéant, des rétributions, les modes de paiement visés au § 1er, 4° et 5° ne s'appliquent pas pour :
1° le droit visé à l'article 83, alinéa 1er, 1° et 2° du Code, dû sur les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° du Code ;
2° le droit dû sur les annexes aux actes visés au 1° ;
3° le droit visé à l'article 259 du Code.]2
§ 2. Le paiement visé au paragraphe 1er prend effet :
1° en cas de versement, à la date du versement ;
2° en cas de virement, à la date valeur à laquelle le compte du bureau a été crédité et qui est indiquée sur l'extrait de compte ;
3° [2 en cas de paiement par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué, au jour de l'opération ;]2
4° en cas de paiement poursuivi par huissier de justice à la requête du receveur, à la date de la remise des fonds dans les mains de l'huissier de justice ;
5° en cas de paiement avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau, à la date de cette opération ;
6° en cas de paiement via le module de paiement intégré à l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances, au moment où le paiement est confirmé par l'application.
[2 § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, le paiement des sommes visées au § 1er/1 prend effet, en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent.]2
§ 3. [2 Le Ministre des Finances ou son délégué peut, dans des circonstances particulières, autoriser d'autres modes de paiement et déterminer la date à laquelle celui-ci prend effet.]2]1
1° par versement ou virement sur le compte [2 financier du bureau compétent]2 ;
2° [2 par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué ;]2
3° dans les mains d'un huissier de justice lorsque celui-ci poursuit le paiement à la requête du receveur ;
4° [3 avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau chargé de la perception et du recouvrement ;]3
5° via le module de paiement intégré dans l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances pour la présentation dématérialisée aux formalités hypothécaires et de l'enregistrement.
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Toutefois, en cas de paiement préalable du droit, et des amendes et intérêts y relatifs, ainsi que, le cas échéant, des rétributions, les modes de paiement visés au § 1er, 4° et 5° ne s'appliquent pas pour :
1° le droit visé à l'article 83, alinéa 1er, 1° et 2° du Code, dû sur les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° du Code ;
2° le droit dû sur les annexes aux actes visés au 1° ;
3° le droit visé à l'article 259 du Code.]2
§ 2. Le paiement visé au paragraphe 1er prend effet :
1° en cas de versement, à la date du versement ;
2° en cas de virement, à la date valeur à laquelle le compte du bureau a été crédité et qui est indiquée sur l'extrait de compte ;
3° [2 en cas de paiement par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué, au jour de l'opération ;]2
4° en cas de paiement poursuivi par huissier de justice à la requête du receveur, à la date de la remise des fonds dans les mains de l'huissier de justice ;
5° en cas de paiement avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau, à la date de cette opération ;
6° en cas de paiement via le module de paiement intégré à l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances, au moment où le paiement est confirmé par l'application.
[2 § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, le paiement des sommes visées au § 1er/1 prend effet, en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent.]2
§ 3. [2 Le Ministre des Finances ou son délégué peut, dans des circonstances particulières, autoriser d'autres modes de paiement et déterminer la date à laquelle celui-ci prend effet.]2]1
Art.2 TOEKOMSTIG RECHT. [1 § 1. De betaling van de registratierechten, de hypotheekrechten, de boeten, de interesten en de retributies, kan gebeuren op volgende wijzen:
1° door storting of overschrijving op de [2 financiële rekening van het bevoegde kantoor]2;
2° [2 door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;]2
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen instelt in opdracht van de ontvanger;
4° [7 met een debetkaart aan de betaalterminal van het met de inning en de invordering belaste kantoor;]7
5° [6 ...]6
[2 ...]2
[2 § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel niet van toepassing wanneer het gaat om:
1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° van het Wetboek;
2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ;
3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek;]2
[4 4° [7 ...]7]4
[5 5° [7 ...]7]5
§ 2. De in de paragraaf 1 bedoelde betaling heeft uitwerking:
1° [6 in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;]6
2° [6 ...]6
3° [2 in geval van betaling door middel van een door de minister van Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op de dag van de verrichting;]2
4° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder;
5° bij een betaling met debetkaart aan de betaalterminal van het kantoor, op de datum van deze verrichting;
6° bij een betaling via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt, op het moment waarop de betaling wordt bevestigd door de toepassing.
[2 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor.]2
§ 3. [2 De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen waarop de betaling uitwerking heeft.]2]1
1° door storting of overschrijving op de [2 financiële rekening van het bevoegde kantoor]2;
2° [2 door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;]2
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen instelt in opdracht van de ontvanger;
4° [7 met een debetkaart aan de betaalterminal van het met de inning en de invordering belaste kantoor;]7
5° [6 ...]6
[2 ...]2
[2 § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel niet van toepassing wanneer het gaat om:
1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° van het Wetboek;
2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ;
3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek;]2
[4 4° [7 ...]7]4
[5 5° [7 ...]7]5
§ 2. De in de paragraaf 1 bedoelde betaling heeft uitwerking:
1° [6 in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;]6
2° [6 ...]6
3° [2 in geval van betaling door middel van een door de minister van Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op de dag van de verrichting;]2
4° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder;
5° bij een betaling met debetkaart aan de betaalterminal van het kantoor, op de datum van deze verrichting;
6° bij een betaling via de betaalmodule geïntegreerd in de internettoepassing die de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking stelt, op het moment waarop de betaling wordt bevestigd door de toepassing.
[2 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor.]2
§ 3. [2 De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen waarop de betaling uitwerking heeft.]2]1
Wijzigingen
Art.2 DROIT FUTUR. [1 § 1er. Le paiement des droits d'enregistrement, des droits d'hypothèque, des amendes, des intérêts et des rétributions, peut être effectué comme suit :
1° par versement ou virement sur le compte [2 financier du bureau compétent]2 ;
2° [2 par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué ;]2
3° dans les mains d'un huissier de justice lorsque celui-ci poursuit le paiement à la requête du receveur ;
4° [7 avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau chargé de la perception et du recouvrement ;]7
5° [6 ...]6
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Toutefois, en cas de paiement préalable du droit, et des amendes et intérêts y relatifs, ainsi que, le cas échéant, des rétributions, les modes de paiement visés au § 1er, 4° et 5° ne s'appliquent pas pour :
1° le droit visé à l'article 83, alinéa 1er, 1° et 2° du Code, dû sur les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° du Code ;
2° le droit dû sur les annexes aux actes visés au 1° ;
3° le droit visé à l'article 259 du Code.]2
[4 4° [7 ...]7]4
[5 5° [7 ...]7]5
§ 2. Le paiement visé au paragraphe 1er prend effet :
1° [6 en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent]6
2° [6 ...]6
3° [2 en cas de paiement par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué, au jour de l'opération ;]2
4° en cas de paiement poursuivi par huissier de justice à la requête du receveur, à la date de la remise des fonds dans les mains de l'huissier de justice ;
5° en cas de paiement avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau, à la date de cette opération ;
6° en cas de paiement via le module de paiement intégré à l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances, au moment où le paiement est confirmé par l'application.
[2 § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, le paiement des sommes visées au § 1er/1 prend effet, en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent.]2
§ 3. [2 Le Ministre des Finances ou son délégué peut, dans des circonstances particulières, autoriser d'autres modes de paiement et déterminer la date à laquelle celui-ci prend effet.]2]1
1° par versement ou virement sur le compte [2 financier du bureau compétent]2 ;
2° [2 par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué ;]2
3° dans les mains d'un huissier de justice lorsque celui-ci poursuit le paiement à la requête du receveur ;
4° [7 avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau chargé de la perception et du recouvrement ;]7
5° [6 ...]6
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Toutefois, en cas de paiement préalable du droit, et des amendes et intérêts y relatifs, ainsi que, le cas échéant, des rétributions, les modes de paiement visés au § 1er, 4° et 5° ne s'appliquent pas pour :
1° le droit visé à l'article 83, alinéa 1er, 1° et 2° du Code, dû sur les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° du Code ;
2° le droit dû sur les annexes aux actes visés au 1° ;
3° le droit visé à l'article 259 du Code.]2
[4 4° [7 ...]7]4
[5 5° [7 ...]7]5
§ 2. Le paiement visé au paragraphe 1er prend effet :
1° [6 en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent]6
2° [6 ...]6
3° [2 en cas de paiement par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué, au jour de l'opération ;]2
4° en cas de paiement poursuivi par huissier de justice à la requête du receveur, à la date de la remise des fonds dans les mains de l'huissier de justice ;
5° en cas de paiement avec une carte de débit au terminal de paiement du bureau, à la date de cette opération ;
6° en cas de paiement via le module de paiement intégré à l'application internet mise à disposition par le Service public fédéral Finances, au moment où le paiement est confirmé par l'application.
[2 § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, le paiement des sommes visées au § 1er/1 prend effet, en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent.]2
§ 3. [2 Le Ministre des Finances ou son délégué peut, dans des circonstances particulières, autoriser d'autres modes de paiement et déterminer la date à laquelle celui-ci prend effet.]2]1
Wijzigingen
Art.3. Het maximum kadastraal inkomen, dat bedoeld wordt in artikel 53 van het Wetboek der Registratierechten, wordt vastgesteld op (323 EUR), wanneer de verkrijging slechts gronden bevat. <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.3. Le revenu cadastral maximum prévu à l'article 53 du Code des droits d'enregistrement est fixé à (323 EUR), lorsque l'acquisition ne comprend que des terrains. <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002> <AR 2001-07-13/52, art. 37, 6°, En vigueur : 01-01-2002>
Art.3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art. 3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.4. <KB 21-12-1979, art. 2, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980> Wanneer de verkrijging tot voorwerp heeft hetzij een gebouwd onroerend goed, hetzij tegelijk een gebouwd onroerend goed en gronden, wordt het maximum kadastraal inkomen, dat bedoeld is in voormeld artikel 53, op (745 EUR) vastgesteld.
Wanneer de verkrijging een onroerend goed tot voorwerp heeft dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, wordt het door voorgaande lid vastgestelde bedrag verhoogd, met (100 EUR) indien de verkrijger of zijn echtgenoot drie of vier kinderen ten laste hebben, met (200 EUR) indien zij er vijf of zes ten laste hebben en met (300 EUR) indien zij er zeven of meer ten laste hebben, op de datum van de akte van verkrijging. De kinderen ten laste die voor tenminste 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen, worden voor twee kinderen ten laste geteld. <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13-07/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Worden beschouwd als kinderen ten laste, in de zin van het tweede lid, de kinderen die deel uitmaken van het gezin van de verkrijger op de datum van de akte van verkrijging en die, gedurende het kalenderjaar dat deze datum voorafgaat, persoonlijk geen bestaansmiddelen hebben genoten waarvan het nettobedrag, bepaald overeenkomstig de artikelen 83 en 85 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, hoger is dan in artikel 82, § 1 van hetzelfde wetboek beoogde netto-bedrag.
De in voormeld artikel 53 voorziene verlaging van registratierecht is slechts van toepassing op de in de verkrijging begrepen gronden, indien het totaal van de kadastrale inkomens van deze gronden niet meer bedraagt dan (323 EUR). <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13-07/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Wanneer de verkrijging een onroerend goed tot voorwerp heeft dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, wordt het door voorgaande lid vastgestelde bedrag verhoogd, met (100 EUR) indien de verkrijger of zijn echtgenoot drie of vier kinderen ten laste hebben, met (200 EUR) indien zij er vijf of zes ten laste hebben en met (300 EUR) indien zij er zeven of meer ten laste hebben, op de datum van de akte van verkrijging. De kinderen ten laste die voor tenminste 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen, worden voor twee kinderen ten laste geteld. <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13-07/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Worden beschouwd als kinderen ten laste, in de zin van het tweede lid, de kinderen die deel uitmaken van het gezin van de verkrijger op de datum van de akte van verkrijging en die, gedurende het kalenderjaar dat deze datum voorafgaat, persoonlijk geen bestaansmiddelen hebben genoten waarvan het nettobedrag, bepaald overeenkomstig de artikelen 83 en 85 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, hoger is dan in artikel 82, § 1 van hetzelfde wetboek beoogde netto-bedrag.
De in voormeld artikel 53 voorziene verlaging van registratierecht is slechts van toepassing op de in de verkrijging begrepen gronden, indien het totaal van de kadastrale inkomens van deze gronden niet meer bedraagt dan (323 EUR). <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13-07/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.4. <AR 21-12-1979, art. 2, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980> Le revenu cadastral maximum prévu au susdit article 53 est fixé à (745 EUR) lorsque l'acquisition a pour objet soit un immeuble bâti, soit à la fois un immeuble bâti et des terrains.
Lorsque l'acquisition a pour objet un immeuble affecté en tout ou en partie à l'habitation, le montant fixé à l'alinéa qui précède est majoré de (100 EUR) si l'acquéreur ou son conjoint ont trois ou quatre enfants à charge, de (200 EUR) s'ils en ont cinq ou six à charge et de (300 EUR) s'ils en ont sept ou plus à charge, à la date de l'acte d'acquisition. Les enfants à charge atteints à 66 pc au moins d'une insuffisance ou diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou plusieurs affections, sont comptés pour deux enfants à charge.
Sont considérés comme enfants à charge, au sens de l'alinéa 2, les enfants qui font partie du ménage de l'acquéreur à la date de l'acte d'acquisition et qui pendant l'année civile précédant cette date n'ont pas bénéficié personnellement de ressources dont le montant net, déterminé conformément aux articles 83 et 85 du Code des impôts sur les revenus, est supérieur au montant net visé à l'article 82, § 1er, du même Code.
La réduction du droit d'enregistrement prévue à l'article 53 précité n'est applicable aux terrains compris dans l'acquisition que si le total des revenus cadastraux de ces terrains ne dépasse pas (323 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002> <AR 2001-07-13/52, art. 37, 6°, En vigueur : 01-01-2002>
Lorsque l'acquisition a pour objet un immeuble affecté en tout ou en partie à l'habitation, le montant fixé à l'alinéa qui précède est majoré de (100 EUR) si l'acquéreur ou son conjoint ont trois ou quatre enfants à charge, de (200 EUR) s'ils en ont cinq ou six à charge et de (300 EUR) s'ils en ont sept ou plus à charge, à la date de l'acte d'acquisition. Les enfants à charge atteints à 66 pc au moins d'une insuffisance ou diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou plusieurs affections, sont comptés pour deux enfants à charge.
Sont considérés comme enfants à charge, au sens de l'alinéa 2, les enfants qui font partie du ménage de l'acquéreur à la date de l'acte d'acquisition et qui pendant l'année civile précédant cette date n'ont pas bénéficié personnellement de ressources dont le montant net, déterminé conformément aux articles 83 et 85 du Code des impôts sur les revenus, est supérieur au montant net visé à l'article 82, § 1er, du même Code.
La réduction du droit d'enregistrement prévue à l'article 53 précité n'est applicable aux terrains compris dans l'acquisition que si le total des revenus cadastraux de ces terrains ne dépasse pas (323 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002> <AR 2001-07-13/52, art. 37, 6°, En vigueur : 01-01-2002>
Art.4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art. 4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.5. <KB 21-12-1979, art. 3, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980> Als aanhorigheid voor de toepassing van de artikelen 53, 2° en 57 van het Wetboek der registratierechten wordt beschouwd, elk gebouwd of ongebouwd onroerend goed dat volgens zijn aard, zijn ligging, zijn oppervlakte en zijn waarde een normale bijhorigheid vormt, al naar het geval, hetzij van het huis of de verdieping of het gedeelte van verdieping verkregen onder het stelsel van artikel 53, 2°, hetzij van de woning op te richten op de onder het stelsel van artikel 57 aangekochte grond.
Art.5. <AR 21-12-1979, art. 3, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980> Est considéré comme dépendance, pour l'application des articles 53, 2°, et 57 du Code des droits d'enregistrement, tout immeuble bâti ou non bâti qui d'après sa nature, sa situation, sa superficie et sa valeur constitue un accessoire normal, selon le cas, soit de la maison ou de l'étage ou partie d'étage acquis sous le régime de l'article 53, 2°, soit de l'habitation à construire sur le terrain acquis sous le régime de l'article 57.
Art.6. (...) <KB 21-12-1979, art. 4, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980>
Art.6. (...) <AR 21-12-1979, art. 4, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980>
Art.7. Indien de verkrijger of zijn echtgenoot reeds de geheelheid of een onverdeeld deel van één of meer onroerende goederen in volle of in blote eigendom bezitten en deze goederen of de verkregen goederen een gebouwd eigendom bevatten, dan mag, voor de toepassing van artikel 54 van het Wetboek der registratierechten, het gecumuleerd kadastraal inkomen van deze laatste en van de eerste niet meer bedragen dan (het maximum kadastraal inkomen vastgesteld overeenkomstig lid 1 of lid 2 van artikel 4 van dit besluit en volgens het aldaar gemaakte onderscheid). <KB 2001-07-13/52, art. 37,6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
In geen geval, is de in artikel 53 van voormeld wetboek voorziene verlaging van registratierecht toepasselijk op de gronden die begrepen zijn in de nieuwe verkrijging, indien hun kadastraal inkomen gevoegd bij dit van de gronden welke de verkrijger of zijn echtgenoot reeds bezaten, meer bedraagt dan (323 EUR). <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(De vorige leden zijn toepasselijk onverminderd de in artikel 54, tweede lid, tweede zin, van voormeld wetboek voorziene afwijking.) <KB 21-12-1979, art. 5, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980>
In geen geval, is de in artikel 53 van voormeld wetboek voorziene verlaging van registratierecht toepasselijk op de gronden die begrepen zijn in de nieuwe verkrijging, indien hun kadastraal inkomen gevoegd bij dit van de gronden welke de verkrijger of zijn echtgenoot reeds bezaten, meer bedraagt dan (323 EUR). <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(De vorige leden zijn toepasselijk onverminderd de in artikel 54, tweede lid, tweede zin, van voormeld wetboek voorziene afwijking.) <KB 21-12-1979, art. 5, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980>
Art.7. Si l'acquéreur ou son conjoint possèdent déjà en pleine ou nue-propriété la totalité ou une part indivise d'un ou de plusieurs immeubles, et que ceux-ci ou les biens acquis comprennent une propriété bâtie, le revenu cadastral cumulé de ces derniers et des premiers ne peut, pour l'application de l'article 54 du Code des droits d'enregistrement, dépasser (le maximum de revenu cadastral fixé conformément à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 de l'article 4 du présent arrêté, suivant les distinctions prévues dans ces alinéas). <AR 2001-07-13/52, art. 37, 6°, En vigueur : 01-01-2002>
En aucun cas, la réduction du droit d'enregistrement prévue à l'article 53 du Code précité n'est applicable aux terrains compris dans la nouvelle acquisition, si leur revenu cadastral, joint à celui des terrains déjà possédés par l'acquéreur ou son conjoint, dépasse (323 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002>
(Les alinéas précédant s'appliquent sans préjudice de la dérogation prévue à l'article 54, alinéa 2, deuxième phrase, du Code susvisé.) <AR 21-12-1979, art. 5, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980>
En aucun cas, la réduction du droit d'enregistrement prévue à l'article 53 du Code précité n'est applicable aux terrains compris dans la nouvelle acquisition, si leur revenu cadastral, joint à celui des terrains déjà possédés par l'acquéreur ou son conjoint, dépasse (323 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002>
(Les alinéas précédant s'appliquent sans préjudice de la dérogation prévue à l'article 54, alinéa 2, deuxième phrase, du Code susvisé.) <AR 21-12-1979, art. 5, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980>
Art.7_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art. 7 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.8. In het geval dat voorzien wordt door artikel 57 van het Wetboek der registratierechten, wordt het maximum inkomen van het gebouwd onroerend goed en van zijn aanhorigheden vastgesteld (overeenkomstig het eerste of het tweede lid van artikel 4 van dit besluit en volgens het aldaar gemaakte onderscheid, waarbij echter de datum waarop het kadastraal inkomen is vastgesteld na voltooiing van het gebouw in de plaats treedt van de datum van de akte van verkrijging). <KB 21-12-1979, art. 6, BS 25-12-1979, Inwerkingtreding : 01-01-1980>
Art.8. Dans le cas prévu par l'article 57 du Code des droits d'enregistrement, le revenu maximum de l'immeuble construit et de ses dépendances est fixé (conformément à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 de l'article 4 du présent arrêté, suivant les distinctions prévues dans ces alinéas, mais en substituant à la date de l'acte d'acquisition la date à laquelle le revenu cadastral est déterminé après l'achèvement de la construction). <AR 21-12-1979, art. 6, MB 25-12-1979, En vigueur : 01-01-1980>
Art.8_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 ...]1
Art. 8 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE. [1 ...]1
Wijzigingen
Art.9. [1 De door artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten voorgeschreven beroepsverklaring wordt gedaan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat territoriaal bevoegd is voor het domicilie van de beroepspersoon of voor de statutaire zetel indien het een rechtspersoon betreft.
Indien de beroepspersoon geen domicilie of statutaire zetel heeft in België, wordt de verklaring gedaan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat territoriaal bevoegd is voor de zetel van zijn verrichtingen in België. Ontbreekt deze eveneens dan wordt de verklaring gedaan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te Brussel.
Deze gedagtekende en ondertekende verklaring vermeldt:
1° de verwijzing naar artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ter uitvoering waarvan zij wordt afgelegd;
2° indien het een natuurlijk persoon betreft: zijn naam en voornaam, zijn domicilie, zijn Rijksregisternummer en wanneer dit ontbreekt zijn identificatienummer in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, alsmede zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
3° indien het een rechtspersoon betreft: zijn naam en statutaire zetel, alsmede zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Indien de beroepspersoon geen domicilie of statutaire zetel heeft in België, wordt de verklaring gedaan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat territoriaal bevoegd is voor de zetel van zijn verrichtingen in België. Ontbreekt deze eveneens dan wordt de verklaring gedaan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te Brussel.
Deze gedagtekende en ondertekende verklaring vermeldt:
1° de verwijzing naar artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ter uitvoering waarvan zij wordt afgelegd;
2° indien het een natuurlijk persoon betreft: zijn naam en voornaam, zijn domicilie, zijn Rijksregisternummer en wanneer dit ontbreekt zijn identificatienummer in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, alsmede zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
3° indien het een rechtspersoon betreft: zijn naam en statutaire zetel, alsmede zijn ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Art.9. [1 La déclaration de profession prescrite par l'article 631 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe est faite au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale territorialement compétent pour le domicile du professionnel, ou pour le siège statutaire s'il s'agit d'une personne morale.
Si le professionnel n'a pas de domicile ou de siège statutaire en Belgique, la déclaration est faite au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale territorialement compétent pour son siège d'opérations en Belgique. A défaut de celui-ci, la déclaration est faite au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale à Bruxelles.
Cette déclaration, datée et signée, énonce :
1° la référence à l'article 631 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe en exécution de laquelle elle est déposée ;
2° s'il s'agit d'une personne physique : ses nom et prénom, son domicile, son numéro de registre national et à défaut son numéro d'identification auprès de la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale, ainsi que son numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
3° s'il s'agit d'une personne morale : ses nom et siège statutaire, ainsi que son numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises.]1
Si le professionnel n'a pas de domicile ou de siège statutaire en Belgique, la déclaration est faite au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale territorialement compétent pour son siège d'opérations en Belgique. A défaut de celui-ci, la déclaration est faite au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale à Bruxelles.
Cette déclaration, datée et signée, énonce :
1° la référence à l'article 631 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe en exécution de laquelle elle est déposée ;
2° s'il s'agit d'une personne physique : ses nom et prénom, son domicile, son numéro de registre national et à défaut son numéro d'identification auprès de la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale, ainsi que son numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
3° s'il s'agit d'une personne morale : ses nom et siège statutaire, ainsi que son numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises.]1
Wijzigingen
Art. 9/1. [1 Het volgnummer bedoeld in artikel 177, eerste lid, 1°, van het Wetboek, is een natuurlijk getal, zonder enige toevoeging. Indien het repertorium per kalenderjaar wordt gehouden, mag het volgnummer worden voorafgegaan door het jaartal in combinatie met het teken "/".]1
Art. 9/1. [1 Le numéro d'ordre visé à l'article 177, alinéa 1er, 1°, du Code, est un nombre naturel, sans aucun ajout. Si le répertoire est tenu par année civile, le numéro d'ordre peut être précédé du millésime et du signe "/".]1
Art.10. [1 Het door artikel 184 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten voorgeschreven bericht wordt aangetekend gericht aan de bevoegde adviseur-generaal van het Centrum Rechtszekerheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat territoriaal bevoegd is voor de ligging van het onroerend goed.
Het bericht vermeldt betreffende de opsteller ervan en de contracterende partijen dezelfde identificatiegegevens, als die bedoeld in artikel 9, derde lid, 2° en 3°.
Het geeft bovendien kennis van:
1° de datum van de overeenkomst;
2° de ligging en afmetingen van de scheidsmuur voorwerp van de overeenkomst;
3° de kadastrale identificatie van de betrokken kadastrale planpercelen;
4° de overeengekomen prijs en lasten voor de overname.]1
Het bericht vermeldt betreffende de opsteller ervan en de contracterende partijen dezelfde identificatiegegevens, als die bedoeld in artikel 9, derde lid, 2° en 3°.
Het geeft bovendien kennis van:
1° de datum van de overeenkomst;
2° de ligging en afmetingen van de scheidsmuur voorwerp van de overeenkomst;
3° de kadastrale identificatie van de betrokken kadastrale planpercelen;
4° de overeengekomen prijs en lasten voor de overname.]1
Art.10. [1 L'information prescrite par l'article 184 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe est adressée par lettre recommandée, au conseiller général compétent du Centre Sécurité juridique de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale territorialement compétent pour la situation de l'immeuble.
L'envoi contient les mêmes éléments d'identification de son auteur et des parties contractantes que ceux visés à l'article 9, alinéa 3, 2° et 3°.
Il mentionne en outre :
1° la date du contrat ;
2° la situation et les dimensions du mur mitoyen faisant l'objet du contrat ;
3° l'identification cadastrale des parcelles cadastrales plan concernées ;
4° le prix et les charges convenus pour la cession.]1
L'envoi contient les mêmes éléments d'identification de son auteur et des parties contractantes que ceux visés à l'article 9, alinéa 3, 2° et 3°.
Il mentionne en outre :
1° la date du contrat ;
2° la situation et les dimensions du mur mitoyen faisant l'objet du contrat ;
3° l'identification cadastrale des parcelles cadastrales plan concernées ;
4° le prix et les charges convenus pour la cession.]1
Wijzigingen
Art.11. <KB 30-01-1987, art. 1, BS 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> De vermindering van de proportionele fiscale boeten en van de vermeerderingen bedoeld in artikel 219 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geschiedt volgens het barema dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Dit barema is evenwel niet van toepassing op overtredingen die gepleegd werden met de bedoeling de belasting te ontduiken of dit mogelijk te maken.
Dit barema is evenwel niet van toepassing op overtredingen die gepleegd werden met de bedoeling de belasting te ontduiken of dit mogelijk te maken.
Art.11. <AR 30-01-1987, art. 1er, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> La réduction des amendes fiscales proportionnelles et des accroissements prévue par l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe s'effectue suivant le barème annexé au présent arrêté.
Ce barème n'est toutefois pas applicable en cas d'infractions commises dans l'intention d'éluder ou de permettre d'éluder l'impôt.
Ce barème n'est toutefois pas applicable en cas d'infractions commises dans l'intention d'éluder ou de permettre d'éluder l'impôt.
Art. 11_VLAAMS_GEWEST. <KB 30-01-1987, art. 1, BS 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> De vermindering van de proportionele fiscale boeten en van de vermeerderingen bedoeld in artikel 219 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geschiedt volgens het barema dat als bijlage (of als tweede bijlage) bij dit besluit is gevoegd. Dit barema is evenwel niet van toepassing op overtredingen die gepleegd werden met de bedoeling de belasting te ontduiken of dit mogelijk te maken.
Art. 11 _REGION_FLAMANDE.
<AR 30-01-1987, art. 1er, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> La réduction des amendes fiscales proportionnelles et des accroissements prévue par l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe s'effectue suivant le barème (aux annexes premier et deux du) présent arrêté. Ce barème n'est toutefois pas applicable en cas d'infractions commises dans l'intention d'éluder ou de permettre d'éluder l'impôt.
<AR 30-01-1987, art. 1er, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> La réduction des amendes fiscales proportionnelles et des accroissements prévue par l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe s'effectue suivant le barème (aux annexes premier et deux du) présent arrêté.
Art. 11_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. <KB 30-01-1987, art. 1, BS 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> De vermindering van de proportionele fiscale boeten en van de vermeerderingen bedoeld in artikel 219 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geschiedt volgens het barema dat als bijlage (of als tweede bijlage) bij dit besluit is gevoegd. Dit barema is evenwel niet van toepassing op overtredingen die gepleegd werden met de bedoeling de belasting te ontduiken of dit mogelijk te maken.
Art. 11 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
<AR 30-01-1987, art. 1er, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> La réduction des amendes fiscales proportionnelles et des accroissements prévue par l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe s'effectue suivant le barème (de l'annexe ou de l'annexe 2 au) présent arrêté. Ce barème n'est toutefois pas applicable en cas d'infractions commises dans l'intention d'éluder ou de permettre d'éluder l'impôt.
<AR 30-01-1987, art. 1er, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> La réduction des amendes fiscales proportionnelles et des accroissements prévue par l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe s'effectue suivant le barème (de l'annexe ou de l'annexe 2 au) présent arrêté.
Art.12. <KB 30-01-1987, art. 2, BS : 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> De verminderde boete of vermeerdering wordt niet ingevorderd wanneer zij het bedrag van (5 EUR) niet bereikt. <KB 2000-07-20/63, art. 3, 23, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <KB 2001-07-13/52, art. 37, 6°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.12. <AR 30-01-1987, art. 2, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> L'amende ou l'accroissement réduit n'est pas réclamé lorsque son montant est inférieur à (5 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 3, 23, En vigueur : 01-01-2002> <AR 2001-07-13/52, art. 37, 6°, En vigueur : 01-01-2002>
Art.13. <KB 30-01-1987, art. 3, Inwerkingtreding : 01-02-1987> Wanneer de rechten, boeten, vermeerderingen en toebehoren bij dwangbevel worden ingevorderd, wordt de verminderde boete of de vermeerdering verhoogd met 50 % zonder dat het in te vorderen bedrag lager mag zijn dan 10 % van de verschuldigde rechten.
De verhoging is evenwel niet van toepassing wanneer de rechter de vordering van de staat gedeeltelijk vermindert.)
De verhoging is evenwel niet van toepassing wanneer de rechter de vordering van de staat gedeeltelijk vermindert.)
Art.13. <AR 30-01-1987, art. 3, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> Lorsque les droits, amendes, accroissements et accessoires sont recouvrés, par voie de contrainte, l'amende ou l'accroissement réduit est majoré de 50 pc, sans que le montant à réclamer puisse être inférieur à 10 pc des droits dus.
La majoration n'est toutefois pas applicable lorsque le juge réduit la prétention de l'Etat.
La majoration n'est toutefois pas applicable lorsque le juge réduit la prétention de l'Etat.
Art.14. <KB 30-01-1987, art. 4, BS : 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> Wanneer de boete of de vermeerdering wordt verminderd tot het bedrag van de wettelijke interest, wordt die interest berekend op het bedrag van de verschuldigde rechten, (afgerond op het lagere tiental euro). Iedere begonnen maand wordt voor een volle maand aangerekend.) <KB 2000-07-20/63, art. 6, § 19, 1°, BS : 21-09-1993, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.14. <AR 30-01-1987, art. 4, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> Lorsque l'amende ou l'accroissement est réduit au montant de l'intérêt légal, cet intérêt doit être calculé sur le montant des droits dus, (arrondi à la dizaine d'euros inférieure). Tout mois commencé est considéré comme entier. <AR 2000-07-20/63, art. 6, § 19, 1°, En vigueur : 01-01-2002>
Art.15. <KB 30-01-1987, art. 5, BS : 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987> Het bedrag van de verminderde boete of vermeerdering wordt (afgerond op de lagere euro of het tiental euro naargelang het bedrag lager of hoger is dan 250 EUR). <KB 2000-07-20/63, art. 6, § 19, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(Wanneer de verminderde boete of vermeerdering verhoogd wordt bij toepassing van artikel 13 van dit besluit, wordt het resultaat niet meer afgerond.) <KB 27-08-1993, art. 1, Inwerkingtreding : 26-07-1993>
(Wanneer de verminderde boete of vermeerdering verhoogd wordt bij toepassing van artikel 13 van dit besluit, wordt het resultaat niet meer afgerond.) <KB 27-08-1993, art. 1, Inwerkingtreding : 26-07-1993>
Art.15. <AR 30-01-1987, art. 5, MB 07-02-1987, En vigueur : 01-02-1987> Le montant de l'amende ou de l'accroissement réduit est (arrondi à l'euro ou à la dizaine d'euros inférieure selon qu'il est inférieur ou supérieur à 250 EUR). <AR 2000-07-20/63, art. 6, § 19, 2°, En vigueur : 01-01-2002>
(Lorsque l'amende ou l'accroissement réduits sont majorés par application de l'article 13 du présent arrêté, le résultat n'est plus arrondi.) <AR 27-08-1993, art. 1er, MB 21-09-1993, En vigueur : 26-07-1993>
(Lorsque l'amende ou l'accroissement réduits sont majorés par application de l'article 13 du présent arrêté, le résultat n'est plus arrondi.) <AR 27-08-1993, art. 1er, MB 21-09-1993, En vigueur : 26-07-1993>
Art.16. Dit besluit trekt alle vorige reglementsbepalingen over de stof die het voorwerp van bovengaande artikelen uitmaakt in. Het zal op 1 februari 1940 in werking treden.
Art.16. Le présent arrêté abroge les dispositions réglementaires antérieures sur les matières qui font l'objet des articles qui précèdent. Il entrera en vigueur le 1er février 1940.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. Bijlage. <INGEVOEGD bij KB 30-01-1987, BS : 07-02-1987, Inwerkingtreding : 01-02-1987>
Art. N1. Annexe.
| Aard van de overtreding | Bedrag van de verminderde | |
| boete of vermeerdering | ||
| I. | Laattijdige registratie : | |
| A. overtreding bedoeld in | bedrag van de wettelijke | |
| artikel 41, 1° van het Wetboek | intrest, berekend op de | |
| rechten vanaf het verstrijken | ||
| van de registratietermijn, | ||
| met minimum 1/10 en maximum | ||
| 1/2 van die rechten | ||
| B. Overtreding bedoeld in | ||
| artikel 41, 2° van het Wetboek : | ||
| 1. indien binnen de maand geen | geen vermindering | |
| gevolg werd gegeven aan het | ||
| verzoek tot betaling van de | ||
| rechten | ||
| 2. in de andere gevallen | volledige kwijtschelding | |
| II. | Laattijdige betaling : | |
| Overtreding bedoeld in | bedrag van de wettelijke | |
| artikel 41, 3° van het Wetboek : | intrest, berekend vanaf het | |
| verstrijken van de | ||
| betalingstermijn, op het | ||
| bedrag van de laattijdige | ||
| betaalde rechten met minimum | ||
| 1/10 en maximum 1/2 van die | ||
| rechten | ||
| III. | Kleine landeigendommen en | |
| bescheiden woningen : | ||
| A. Onjuiste vermeldingen | ||
| (art. 59 van het Wetboek) : | ||
| 1. inzake het bezit van een | 1/5 van de aanvullende rechten | |
| onroerend goed dat geheel of | ||
| gedeeltelijk tot bewoning is | ||
| bestemd (art. 55, 1e lid, 2°, c) | ||
| 2. inzake de reeds bezeten | ||
| onroerende goederen | ||
| (art. 55, 1er lid, 2°, a) | ||
| a) de onjuiste vermelding heeft | 1/10 van de aanvullende rechten | |
| betrekking op onverdeelde delen | ||
| in blote eigendom | ||
| b) in alle andere gevallen | 1/5 van de aanvullende rechten | |
| B. Niet-naleving van de | vermeerdering teruggebracht | |
| verplichting tot uitbating | op het bedrag van de | |
| (vermeerdering bedoeld in | wettelijke intrest, berekend | |
| art. 611 van het Wetboek : | op de aanvullende rechten | |
| vanaf de datum van registratie | ||
| van de akte van verkrijging, | ||
| met maximum 1/2 van die | ||
| rechten | ||
| IV. | Handelaars in onroerende goederen : | |
| A. Aankoop van landeigendommen | 1/4 van de aanvullende rechten | |
| waarvan de verkoopwaarde het | ||
| minimum, bepaald in | ||
| artikel 62, 2° lid niet | ||
| overschrijdt | ||
| (art. 632 van het Wetboek) : | ||
| B. Laattijdige aanbieding van de | bedrag van de wettelijke | |
| verklaring bedoeld in artikel 68 | intrest, berekend op de | |
| (art. 68 van het Wetboek) : | aanvullende rechten vanaf het | |
| verstrijken van de | ||
| aanbiedingstermijn, met | ||
| minimum 1/10 en | ||
| maximum 1/2 van die rechten | ||
| C. Niet-uitoefening van het | bedrag van de wettelijke | |
| aangegeven beroep | intrest, berekend, per | |
| (art. 71 van het Wetboek) : | afzonderlijke akte van | |
| verkrijging vanaf de datum | ||
| van zijn registratie, op de | ||
| aanvullende rechten, zonder | ||
| dat dat bedrag minder dan | ||
| 1/10 en meer dan 1/2 van deze | ||
| rechten mag bedragen per akte | ||
| V. | Ruil van ongebouwde | |
| landeigendommen : | ||
| A. Onder- of overschatting van | 1/4 van de aanvullende rechten | |
| de kavels | ||
| (art. 731 van het Wetboek) : | ||
| B. Onjuiste verklaring inzake het | 1/5 van de aanvullende rechten | |
| gebruik van de geruilde goederen | ||
| (art. 732 van het Wetboek) : | ||
| VI. | Schenkingen : | |
| Onjuiste verklaringen bedoeld in | 1/5 van de aanvullende of | |
| de artikelen 136, 1381 en 139 van | bijkomende rechten | |
| het Wetboek : | ||
| VII. | Verkoop onder het BTW-stelsel : | |
| Onjuiste verklaringen | 1/5 van de aanvullende rechten | |
| (art. 159, 8°, van het Wetboek) : | ||
| VIII. | Tekort in de waardering : | |
| A. Aan de controleschatting | ||
| onderworpen goederen | ||
| (art. 201 van het Wetboek) : | ||
| 1. Registratierechten andere dan | ||
| het schenkingsrecht : | ||
| a) tekort niet hoger dan 1/4 van | 1/10 van de bijkomende rechten | |
| de prijs of de aangegeven waarde | ||
| b) tekort hoger dan 1/4 van de | 1/5 van de bijkomende rechten | |
| prijs of de aangegeven waarde | ||
| zonder 1/2 daarvan te | ||
| overschrijden | ||
| c) tekort hoger dan 1/2 van de | 1/4 van de bijkomende rechten | |
| prijs of de aangegeven waarde | ||
| zonder de geheelheid daarvan te | ||
| overschrijden | ||
| d) tekort hoger dan de prijs of de | 1/3 van de bijkomende rechten | |
| aangegeven waarde | ||
| 2. Schenkingsrecht : | ||
| a) tekort niet hoger dan 1/4 van | 1/20 van de bijkomende rechten | |
| de aangegeven waarde | ||
| b) tekort hoger dan 1/4 van de | 1/10 van de bijkomende rechten | |
| aangegeven waarde zonder 1/2 | ||
| daarvan te overschrijden | ||
| c) tekort hoger dan 1/2 van de | 1/6 van de bijkomende rechten | |
| aangegeven waarde zonder de | ||
| geheelheid daarvan te | ||
| overschrijden | ||
| d) tekort hoger dan de | 1/4 van de bijkomende rechten | |
| aangegeven waarde | ||
| B. Niet aan de controleschatting | boete verminderd volgens | |
| onderworpen goederen (art. 202, | de schaal VIII, A, 2 | |
| 1e lid, van het Wetboek) : | ||
| IX. | Onjuiste verklaringen bedoeld in | 1/5 van de bijkomende rechten |
| artikel 202, 2° lid van | ||
| het Wetboek : | ||
| X. | Prijsbewimpeling - Veinzing. | bedrag van de wettelijke |
| Vermindering van de boete in de | intrest, berekend op de | |
| uitzonderingsgevallen bepaald in | ontdoken rechten vanaf de | |
| art. 205 in fine van het | datum waarop de | |
| Wetboek : | rechtsvordering van de Staat | |
| is ontstaan met maximum 1/2 | ||
| van die rechten | ||
| XI. | Laattijdige registratie van brieven | boete verminderd volgens |
| van adeldom en van vergunningen | de schaal I, A. | |
| tot verandering van naam of | ||
| voornaam | ||
| (art. 253 van het Wetboek) : | ||
| XII. | Onregelmatigheden begaan door de | eenmaal de rechten |
| instrumenterende openbare officier | ||
| of ambtenaar bij openbare verkopen | ||
| (art. 253 van het Wetboek) : | ||
| Afwezigheid van een openbare | tweemaal de rechten | |
| officier | ||
| (art. 233 van het Wetboek) : |
| Nature de l'infraction | Montant de l'amende ou de | |
| l'accroissement réduit | ||
| I. | Enregistrement tardif : | |
| A. Infraction visée à | montant de l'intérêt légal | |
| l'article 41, 1° du Code : | calculé sur les droits à | |
| compter de l'expiration du | ||
| délai d'enregistrement, avec | ||
| un minimum de 1/10 et un | ||
| maximum de 1/2 de ces droits | ||
| B. Infraction visée a | ||
| l'article 41, 2° du Code : | ||
| 1. lorsqu'aucune suite n'a été | pas de réduction | |
| réserve à l'avis de paiement des | ||
| droits dans le mois de son envoi | ||
| 2. dans les autres cas | remise totale | |
| II. | Paiement tardif : | |
| Infraction visée à | montant de l'intérêt légal | |
| l'article 41, 3° du Code | calcule sur le montant des | |
| droits payés tardivement, à | ||
| compter de l'expiration du | ||
| délai de paiement, avec un | ||
| minimum de 1/10 et un maximum | ||
| de 1/2 de ces droits | ||
| III. | Petites propriétés rurales et | |
| habitations modestes : | ||
| A. Enonciations inexactes | ||
| (art. 59 du Code) : | ||
| 1. en ce qui concerne la | 1/5 des droits complémentaires | |
| possession d'un immeuble affecté | ||
| en tout ou en partie à | ||
| l'habitation | ||
| (art. 55, al. 1er, 2°, c) | ||
| 2. en ce qui concerne les immeubles | ||
| déjà possédés | ||
| (art. 55, al 1er, 2°, a) | ||
| a) l'énonciation inexacte porte | 1/10 des droits complémentaires | |
| sur des parts indivises en | ||
| nue-propriété | ||
| b) dans tous les autres cas | 1/5 des droits complémentaires | |
| B. Non-exécution de la condition | ||
| d'exploitation | ||
| (accroissement prévu a | accroissement réduit au montant | |
| l'art. 611 du Code) : | de l'intérêt légal calcule | |
| sur les droits | ||
| supplémentaires, à compter de | ||
| la date de l'enregistrement | ||
| de l'acte d'acquisition, avec | ||
| un maximum de 1/2 de ces | ||
| droits | ||
| IV. | Marchands d'immeubles : | |
| A. Acquisition de biens ruraux dont | 1/4 des droits complémentaires | |
| la valeur vénale n'excède pas le | ||
| minimum prévu à l'article 62, | ||
| alinéa 2 (art. 632 du Code) : | ||
| B. Présentation tardive de la | montant de l'intérêt légal, | |
| déclaration visée à l'article 68 | calcule sur les droits | |
| (art. 68 du Code) : | complémentaires, à compter | |
| de l'expiration du délai de | ||
| présentation, avec un minimum | ||
| de 1/10 et un maximum de | ||
| 1/2 de ces droits. | ||
| C. Non-exercice de la profession | montant de l'intérêt légal, | |
| déclarée (art. 71 du Code) : | calcule sur les droits | |
| complémentaires, séparément | ||
| pour chaque acte d'acquisition | ||
| à compter de la date de son | ||
| enregistrement, avec un | ||
| minimum de 1/10 et un | ||
| maximum de 1/2 de ces droits | ||
| par acte | ||
| V. | Echanges d'immeubles ruraux non | |
| batis : | ||
| A. Sous-évaluation ou surévaluation | 1/4 des droits complémentaires | |
| des lots (art. 731 du Code) : | ||
| B. Déclaration inexacte en ce qui | 1/5 des droits complémentaires | |
| concerne l'exploitation des | ||
| immeubles échangés | ||
| (art. 732 du Code) : | ||
| VI. | Donations : | |
| Declarations inexactes visées aux | 1/5 des droits complémentaires | |
| articles 136, 1381 et 139 du | ou supplémentaires | |
| Code : | ||
| VII. | Ventes sous le régime TVA : | |
| Déclarations inexactes | 1/5 des droits supplémentaires | |
| (art. 159, 8° du Code) : | ||
| VIII. | Insuffisance d'estimation : | |
| A. Biens sujets à l'expertise de | ||
| controle (art. 201 du Code) : | ||
| 1. droits d'enregistrement autres | ||
| que les droits de donation : | ||
| a) l'insuffisance ne dépasse pas | 1/10 des droits supplémentaires | |
| 1/4 du prix ou de la valeur | ||
| deélarée | ||
| b) l'insuffisance excède 1/4 du | 1/5 des droits supplémentaires | |
| prix ou de la valeur déclarée sans | ||
| depasser 1/2 | ||
| c) l'insuffisance excàde 1/2 du | 1/4 des droits supplémentaires | |
| prix ou de la valeur déclarée sans | ||
| en dépasser le montant | ||
| d) l'insuffisance est supérieure au | 1/3 des droits supplémentaires | |
| prix ou à la valeur declarée | ||
| 2. droit de donation : | ||
| a) l'insuffisance ne dépasse pas | 1/10 des droits supplémentaires | |
| 1/4 de la valeur déclarée | ||
| b) l'insuffisance excède 1/4 de la | 1/10 des droits supplémentaires | |
| valeur declaree sans depasser 1/2 | ||
| c) l'insuffisance excède 1/2 de | 1/6 des droits supplémentaires | |
| la valeur déclarée sans dépasser | ||
| cette valeur | ||
| d) l'insuffisance est supérieure | 1/4 des droits supplémentaires | |
| a la valeur déclarée | ||
| B. Biens non sujets à l'expertise | amende réduite suivant | |
| de controle | l'échelle VIII, A, 2 | |
| (art. 202, al. 1er, du Code) : | ||
| IX. | Declarations inexactes visées a | 1/5 des droits supplémentaires |
| l'article 202, alinéa 2 du Code : | ||
| X. | Dissimulation de prix - Simulation, | montant de l'intérêt légal |
| Reduction de l'amende dans les | calcule sur les droits éludes | |
| cas exceptionnels vises a | a compter de la date a | |
| l'article 205 in fine du Code : | laquelle est née l'action de | |
| l'Etat avec un maximum de 1/2 | ||
| XI. | Enregistrement tardif des lettres | amende reduite suivant |
| patentes de noblesse et des | l'echelle I, A | |
| permis de changer de nom ou de | ||
| prenoms (art. 253 du Code) : | ||
| XII. | Irregularites commises par | 1 fois les droits |
| l'officier public ou le | ||
| fonctionnaire instrumentant lors | ||
| des ventes publiques | ||
| (art. 232, 1° du Code) : | ||
| Absence d'officier public | 2 fois les droits | |
| (art. 233 du Code) : |
<KB 27-08-1993, art. 2, Inwerkingtreding : 26-07-1993>
<AR 27-08-1993, art. 2, MB 21-09-1993, En vigueur : 26-07-1993>
Art. N2_VLAAMS_GEWEST. Tweede bijlage. (Vlaams Gewest) <INGEVOEGD bij BVR 2004-05-14/54, art. 2, Inwerkingtreding : 06-08-2004>
Art. N2 _REGION_FLAMANDE.
Annexe 2.
Annexe 2.
| Aard van de overtreding | Bedrag van de verminderde boete | |
| I | Vermindering van de heffingsgrondslag | 1/2 van de aanvullende rechten |
| (abattement) : | ||
| A. Onjuiste vermelding inzake het bezit | ||
| van een ander onroerend goed dat geheel | ||
| of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd | ||
| (art. 46bis, vierde lid W.Reg.) | ||
| B. Niet-naleving van de verplichting tot | ||
| vestiging van de hoofdverblijfplaats | ||
| (art. 46bis, vijfde lid W.Reg.) : | ||
| 1. Ingeval van vermindering van de | 1/2 van de aanvullende rechten | |
| heffingsgrondslag bij de registratie van | ||
| het document dat tot de heffing van het | ||
| evenredig recht op de aankoop aanleiding | ||
| heeft gegeven | ||
| 2. ingeval van vermindering van de | 1/2 van de aanvullende rechten | |
| heffingsgrondslag achteraf ingevolge | ||
| toepassing van artikel 212ter W.Reg. | ||
| II. | Meeneembaarheid : | 1/3 van de aanvullende rechten |
| A. Onjuiste vermelding van de | ||
| registratierelazen en/of van het | ||
| wettelijk aandeel in de rechten | ||
| (art. 615 en art. 614, eerste lid, | ||
| 2°/art. 212bis, zesde lid, 2° en | ||
| achtste lid W.Reg.) | ||
| B. Onjuiste verklaring betreffende de | 1/5 van de aanvullende rechten | |
| hoofdverblijfplaats ten tijde van de | ||
| verkoop (art. 615 en art. 614, | ||
| eerste lid, 3°, a) W.Reg.)/ten tijde | ||
| van de nieuwe aankoop (art. 212bis, | ||
| zesde lid, 3°, a), en achtste lid W.Reg). | ||
| C. Niet-naleving van de verplichting tot | ||
| vestiging van de hoofdverblijfplaats : | ||
| 1. Primaire vorm van meeneembaarheid : | ||
| a) Boete van art. 615 en art. 614, | Bedrag van de wettelijke | |
| eerste lid, 3°, b) W.Reg. | intrest berekend op de | |
| aanvullende rechten vanaf de | ||
| datum van registratie van | ||
| het document dat tot heffing | ||
| van het evenredig recht op | ||
| de aankoop aanleiding heeft | ||
| gegeven, met maximum 1/2 van | ||
| die rechten. | ||
| Bedrag van de wettelijke | ||
| intrest berekend op de ten | ||
| onrechte teruggegeven rechten | ||
| vanaf de datum van de | ||
| ordonnancering van de | ||
| teruggave van deze rechten, | ||
| met maximum 1/2 van die | ||
| rechten. | ||
| Bedrag van de wettelijke | ||
| intrest berekend op de | ||
| onrechtmatige teruggegeven | ||
| rechten vanaf de datum van | ||
| de ordonnancering van de | ||
| teruggave van deze rechten, | ||
| met maximum 1/2 van die | ||
| rechten | ||
| b) boete van art. 212bis, achtste lid en | ||
| zesde lid, 3°, b) W.Reg. | ||
| 2. secundaire vorm van meeneembaarheid | ||
| (ingevolge toepassing van | ||
| artikel 212ter W.Reg.). | ||
| III. | Schenking van bouwgrond | |
| Onjuiste verklaring betreffende de | 1/3 van de aanvullende rechten | |
| bestemming van de grond | ||
| (artikel 140undecies W.Reg.) | ||
| IV. | Verlaagd tarief van artikel 53, | 1/3 van de aanvullende rechten |
| eerste lid, 2°, W.Reg. Gebrek aan | ||
| inschrijving binnen de termijn en | ||
| gedurende de tijd bepaald in artikel 60, | ||
| tweede lid (artikel 611, tweede lid) | ||
| W.Reg. |
| Nature de l'infraction | Montant de l'amende reduite |
| I. Reduction de la base imposable | 1/2 des droits complementaires |
| (abattement) | |
| A. Enonciation inexacte concernant la | |
| possession d'un autre immeuble destine | |
| en tout ou en partie a l'habitation | |
| (art. 46bis, alinéa quatre C. enreg.) | |
| B. Non-respect de l'obligation | |
| d'etablissement de la | |
| residence principale | |
| (art. 46bis, alinéa cinq C. enreg.) : | |
| 1. En cas de reduction de la base | 1/2 des droits complementaires |
| imposable lors de l'enregistrement du | |
| document ayant donne lieu a la | |
| perception du droit proportionnel sur | |
| l'acquisition | |
| 2. En cas de reduction ulterieure de la | 1/2 des droits complementaires |
| base imposable, en application de | |
| l'article 212ter C. enreg. | |
| II. Reportabilite : | 1/3 des droits complementaires |
| A. Enonciation inexacte des relations | |
| de l'enregistrement et/ou la part legale | |
| dans les droits (art. 615 et art. 614, | |
| alinea premier, 2°/art. 212bis, | |
| alinea six, 2° et alinéa huit C. enreg. | |
| B. Declaration inexacte relative a la | 1/5 des droits complementaires |
| residence principale au moment de la | |
| vente (art. 615 et art. 614, | |
| alinea premier, 3°, a) C. enreg.)/au | |
| moment de la nouvelle acquisition | |
| (article 212bis, alinéa six, 3°, a), et | |
| alinea huit C. enreg). | |
| C. Non-respect de l'obligation | |
| d'etablissement de la residence | |
| principale : | |
| 1. Forme primaire de reportabilite : | |
| a) Amende a l'art. 615 et l'art. 614, | Montant de l'interet legal |
| alinea premier, 3°, b) C. enreg. | calcule sur les droits |
| complementaires a partir de | |
| la date de l'enregistrement | |
| du document ayant donne lieu | |
| a la perception du droit | |
| proportionnel sur | |
| l'acquisition, avec un | |
| maximum de 1/3 de ces droits. | |
| Montant de l'interet legal | |
| calcule sur les droits | |
| restitues indument a partir | |
| de la date d'ordonnancement | |
| de la restitution de ces | |
| droits, avec un maximum de | |
| 1/2 de ces droits. | |
| Montant de l'interet legal | |
| calcule sur les droits | |
| restitues indument a partir | |
| de la date d'ordonnancement | |
| de la restitution de ces | |
| droits, avec un maximum de | |
| 1/2 de ces droits. | |
| b) Amende a l'art. 212bis, | |
| alineas huit et six, 3°, b) C. enreg. | |
| 2. Forme secondaire de reportabilite | |
| (en application de | |
| l'article 212ter C. enreg.). | |
| III. Donation d'un terrain a batir | |
| Declaration inexacte sur la destination du | 1/3 des droits complementaires |
| terrain (article 140undecies C. enreg.) | |
| IV. Tarif reduit de l'article 53, | 1/3 des droits complementaires |
| alinea premier, 2°, C. enreg. Defaut | |
| d'inscription dans le délai et pendant | |
| la durée prevue a l'article 60, | |
| alinea deux (article 611, alinéa deux) | |
| C. enreg. |
Art. N2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Tweede bijlage. (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) <INGEVOEGD bij BESL 2006-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 01-06-2006>
Art. N2 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Annexe 2.
Annexe 2.
| Aard van de overtreding | Bedrag van de verminderde boete |
| - - | |
| Vermindering van de heffingsgrondslag | |
| (abattement) : | |
| A. Onjuiste verklaring inzake het bezit | 1/2 van de aanvullende rechten |
| van een ander onroerend goed dat geheel | |
| of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd | |
| (art. 46bis, zevende lid, W. Reg.) | |
| B. Niet-naleving van de verplichting tot | |
| vestiging van de hoofdverblijfplaats : | |
| 1. in geval van vermindering van de | 1/3 van de aanvullende rechten |
| heffingsgrondslag bij de registratie van | |
| het document dat tot de heffing van het | |
| evenredig recht op de aankoop aanleiding | |
| heeft gegeven (art. 46bis, achtste lid, | |
| W. Reg.); | |
| 2. ingeval van vermindering van de | 1/3 van de aanvullende rechten |
| heffingsgrondslag achteraf ingevolge | |
| toepassing van artikel 212bis, derde lid, | |
| W. Reg.; | |
| 3. ingeval van vermindering van de | 1/3 van de aanvullende rechten |
| heffingsgrondslag achteraf ingevolge | |
| toepassing van artikel 212ter, W. Reg. |
| Nature de l'infraction | Montant de l'amende réduite |
| - | - |
| Reduction de la base imposable | |
| (abattement) : | |
| A. Enonciation inexacte concernant la | 1/2 des droits complémentaires |
| possession d'un autre immeuble destiné en | |
| tout ou en partie à l'habitation | |
| (art. 46bis, alinéa 7, du C. enreg.) : | |
| B. Non-respect de l'obligation | |
| d'établissement de la résidence | |
| principale : | |
| 1. en cas de reduction de la base imposable | 1/3 des droits complementaires |
| lors de l'enregistrement du document ayant | |
| donne lieu a la perception du droit | |
| proportionnel sur l'acquisition | |
| (art. 46bis, alinéa 8, du C. enreg.); | |
| 2. en cas de reduction ulterieure de la | 1/3 des droits complementaires |
| base imposable, en application de | |
| l'article 212bis, alinéa 3, du C. enreg. | |
| 3. en cas de reduction ulterieure de la | 1/3 des droits complementaires |
| base imposable, en application de | |
| l'article 212ter, du C. enreg. |