Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 OKTOBER 1886. - Veldwetboek. (NOTA : de Nederlandse tekst van deze wet werd vastgesteld door de wet van 8 april 1969) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-07-1991 en tekstbijwerking tot 10-07-2024)
Titre
7 OCTOBRE 1886. - Code rural. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-07-1991 et mise à jour au 10-07-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (146)
Texte (146)
TITEL 1. - Plattelandsregeling.
TITRE 1. - Du régime rural.
HOOFDSTUK 1. - Graafrecht.
CHAPITRE 1. - Du droit de fouille.
Article. 1. De eigenaar van een veld moet gedogen dat er graafwerk op verricht wordt om er zoveel aarde, zand, steen en ander materiaal uit te halen als nodig is voor het aanleggen of onderhouden van wegen, vaarten, bruggen en andere werken van algemeen, provinciaal of gemeentelijk openbaar nut.
Article 1. Le propriétaire d'un champ est tenu d'y laisser pratiquer des fouilles pour l'extraction de la terre, du sable, de la pierre et autres matériaux nécessaires à la construction ou à l'entretien des routes, canaux, ponts et autres ouvrages d'utilité publique générale, provinciale ou communale.
Art.2. Het graafrecht mag niet worden uitgeoefend op minder dan vijftig meter afstand van woningen en daaraan palende besloten erven.
  Het strekt zich niet uit tot groeven of winplaatsen van materiaal die in bedrijf zijn op het tijdstip dat de werken van openbaar nut worden uitgevoerd.
Art.2. Le droit de fouille ne pourra s'exercer dans la distance de 50 mètres des habitations et enclos y attenant.
  Il ne s'étendra pas aux carrières ou exploitations de matériaux qui seraient en activité au moment de l'exécution des travaux d'utilité publique.
Art.3. De voor het graafwerk nodige grond mag niet in bezit worden genomen dan nadat de noodzaak daarvan is vastgesteld en vergunning daartoe is verleend door het openbaar bestuur dat belast is met de uitvoering van of het toezicht op het werk ten behoeve waarvan gegraven wordt.
  In geval van verzet van de eigenaar beslist de Koning, de bestendige deputatie van de provincieraad gehoord.
  Het bestuur dat graafvergunning verleent, bepaalt de borgsom die de aannemer moet storten tot dekking van de eventueel aan de eigenaar te betalen schadevergoeding.
Art.3. L'occupation des terrains nécessaires aux fouilles devra, après que la nécessité en aura été constatée, être autorisée par l'administration publique, chargée de l'exécution ou de la surveillance du travail à raison duquel elles seront faites.
  En cas d'opposition du propriétaire, il sera statué par le Roi, la députation permanente entendue.
  L'administration qui autorisera des fouilles déterminera le cautionnement que l'entrepreneur devra verser pour couvrir l'indemnité à payer éventuellement au propriétaire.
Art.4. De eigenaar van de grond wordt ten minste vijftien dagen tevoren bij deurwaardersexploot in kennis gesteld van de bezitneming.
  Het exploot wordt betekend op verzoek van het bestuur of van de aannemer naar gelang het werk al dan niet in eigen beheer wordt uitgevoerd. Het vermeldt in het kort het doel van de bezitneming en de ligging en uitgestrektheid van de grond.
Art.4. Le propriétaire du terrain sera averti, quinze jours au moins à l'avance, et par exploit d'huissier, de la prise de possession.
  L'exploit sera signifié à la requête de l'administration si le travail est fait en régie, ou de l'entrepreneur s'il en a été désigné un. Il indiquera sommairement le but de l'occupation, l'emplacement et l'étendue du terrain.
Art.5. Ten minste acht dagen voor de bezitneming maakt een beëdigd landmeter, op verzoek zoals hierboven bepaald, van de in bezit te nemen grond een beschrijving op.
  De eigenaar wordt drie dagen tevoren gedagvaard om daarbij aanwezig te zijn; hij kan alle opmerkingen of bevindingen betreffende de plaatsgesteldheid in het proces-verbaal van de beschrijving doen opnemen.
Art.5. Huit jours au moins avant la prise de possession, il sera dressé, à la même requête que ci-dessus et par un géomètre juré, un état descriptif du terrain à occuper.
  Le propriétaire sera cité à trois jours d'intervalle à se trouver présent, et il pourra faire mentionner dans le procès-verbal descriptif toutes observations ou constatations relatives à l'état des lieux.
Art.6. De huurders, vruchtgebruikers en andere belanghebbenden zijn ontvankelijk om in de zaak tussen te komen, hetzij rechtstreeks, hetzij omdat de eigenaar hen erin betrekt.
Art.6. Les locataires, usufruitiers et autres intéressés seront reçus intervenants, soit directement, soit sur la mise en cause par le propriétaire.
Art.7. De door de bezitneming veroorzaakte schade wordt geregeld volgens het gemeen recht.
  Indien de grond langer dan een maand in bezit gehouden wordt, is de eigenaar gerechtigd de onteigening ervan te vorderen.
  In dat geval wordt de schadeloosstelling geregeld met inachtneming van de vormen (voorgeschreven bij de wetgeving op de onteigening ten algemene nutte.) <W 08-04-1969, art. 1>
Art.7. Le dommage causé par l'occupation sera réglé d'après le droit commun.
  Si l'occupation se prolonge au delà d'un mois, le propriétaire a le droit de requérir l'expropriation du terrain.
  Le règlement de l'indemnité aura lieu, en ce cas, (dans les formes prévues par la législation sur l'expropriation pour cause d'utilité publique). <L 08-04-1969, art. 1>
Art.8. De uitgegraven materialen mogen niet worden weggehaald dan nadat de eigenaar vergoed is voor de gehele schade door de bezitneming of de uitgraving veroorzaakt. In geval van onenigheid over de vergoeding wordt de zaak berecht door de vrederechter van het kanton waar het graafwerk verricht wordt.
  (Tot het bedrag vastgesteld bij de wettelijke bepalingen betreffende de algemene bevoegdheid van de vrederechters) wordt het vonnis in laatste aanleg, voor elk hoger bedrag wordt het in eerste aanleg gewezen. <W 08-04-1969, art. 1>
Art.8. Les matériaux extraits ne pourront être enlevés qu'après que le propriétaire aura été indemnisé de tout le préjudice causé par l'occupation ou l'extraction. En cas de désaccord sur l'indemnité, le règlement en aura lieu devant le juge de paix du canton où se font les travaux de fouille.
  Le jugement sera rendu en dernier ressort (jusqu'à la valeur déterminée par les dispositions légales relatives à la compétence générale des juges de paix,) en premier ressort à quelque valeur que la demande puisse s'élever. <L 08-04-1969, art. 1>
Art.9. Wordt tegen het vonnis hoger beroep ingesteld, dan wordt het weghalen van de maatregelen daardoor niet opgeschort; de bij het vonnis bepaalde prijs moet echter vooraf aan de eigenaar en aan de rechthebbenden worden betaald.
  In geval van weigering of wettige verhindering om de prijs in ontvangst te nemen, wordt deze in de (Deposito- en Consignatiekas) gestort. <W 08-04-1969, art. 1>
Art.9. S'il y a appel du jugement, il ne suspendra pas l'enlèvement des matériaux, mais le prix fixé par le jugement devra être payé, préalablement, au propriétaire et aux ayants droit.
  En cas de refus ou d'empêchement légal de le recevoir, ce prix sera versé à la (Caisse des dépôts et consignations). <L 08-04-1969, art. 1>
Art.10. (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
Art.10. (abrogé) <L 08-04-1969, art. 1>
HOOFDSTUK 2. - Gewassen, veldvruchten, bijen.
CHAPITRE 2. - Des cultures, des récoltes et des abeilles.
Art.11. Alleen bejaarden, gebrekkigen, vrouwen en kinderen beneden twaalf jaar mogen van zonsopgang tot zonsondergang aren lezen en naharken in de plaatsen waar zulks gebruikelijk is en slechts in niet-omheinde, op het grondgebied van hun gemeente gelegen velden waar de oogst geheel ingezameld en weggehaald is.
  Aren lezen mag slechts met de hand geschieden; naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden is verboden.
Art.11. Le glanage et le râtelage, dans les lieux où l'usage en est reçu, ne peuvent être pratiqués que par les vieillards, les infirmes, les femmes et les enfants âgés de moins de douze ans et seulement sur le territoire de leur commune, dans les champs non clos, entièrement dépouillés et vidés de leurs récoltes, et à partir du lever jusqu'au coucher du soleil.
  Le glanage ne peut se faire qu'à la main; le râtelage avec l'emploi du râteau à dents de fer est interdit.
Art.12. (opgeheven) <W 02-04-1971, art. 10>
Art.12. (abrogé) <L 02-04-1971, art. 10>
Art.13. De bestendige deputatie van de provincieraad is bevoegd om, op verzoek van gemeentebesturen of van bijzondere personen, te gelasten dat klopjachten in bossen van gemeenten of van bijzondere personen worden gehouden ter verdelging van wolven en everzwijnen, overeenkomstig bij koninklijk besluit voor te schrijven regels. Het houden van deze klopjachten van overheidswege mag alleen worden gelast wanneer de eigenaars of huurders van de jacht door de bestendige deputatie aangemaand zijn om zelf klopjachten te houden en hieraan binnen de gestelde termijn geen gevolg hebben gegeven.
  De deputatie moet bij spoedbehandeling op de verzoeken beschikken in haar eerstvolgende vergadering en haar beslissing onverwijld ter kennis brengen van de belanghebbenden.
Art.13. Les députations permanentes des conseils provinciaux sont autorisées à ordonner, sur la demande des administrations communales ou des particuliers, des battues dans les bois des communes et des particuliers pour la destruction des loups et des sangliers, conformément aux dispositions qui seront prescrites par un arrêté royal. Les battues d'office ne pourront être ordonnées que lorsque les propriétaires ou locataires de la chasse auront été mis en demeure par les députations permanentes de faire eux-mêmes des battues et qu'ils n'auront pas obtempéré à cette injonction dans le délai qui leur aura été déterminé.
  Les députations permanentes devront statuer d'urgence sur les demandes dans leur première réunion et en informer, sans retard, les intéressés.
Art.14. De eigenaar van een bijenzwerm heeft het recht er opnieuw bezit van te nemen, zolang hij niet opgehouden heeft hem te volgen of terug te vorderen.
  Anders behoort de zwerm toe aan de eerste bezitnemer en, bij gebreke van een eerste bezitnemer, aan hem die de eigendom of het genot heeft van de grond waarop de zwerm zich heeft neergezet.
Art.14. Le propriétaire d'un essaim d'abeilles a le droit de s'en ressaisir, tant qu'il n'a pas cessé de le suivre ou de le réclamer.
  Autrement, l'essaim appartient à celui qui en est le premier occupant et, à défaut du premier occupant, à celui qui a la propriété ou la jouissance du terrain sur lequel il s'est fixé.
HOOFDSTUK 3. - Bevloeiing en drooglegging.
CHAPITRE 3. - Des irrigations et des dessèchements.
Art.15. Iedere eigenaar die ter bevloeiing van zijn erf gebruik wil maken van natuurlijk of kunstmatig gewonnen water waarover hij het recht heeft te beschikken, kan tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling het recht verkrijgen om dit water over de tussengelegen erven te leiden.
Art.15. Tout propriétaire qui voudra se servir, pour l'irrigation de ses propriétés, des eaux naturelles ou artificielles dont il a le droit de disposer, pourra obtenir le passage de ces eaux sur les fonds intermédiaires, à la charge d'une juste et préalable indemnité.
Art.16. De eigenaars van de lager gelegen erven moeten het water van de aldus bevloeide gronden ontvangen, met dien verstande dat hun een vergoeding verschuldigd kan zijn.
Art.16. Les propriétaires des fonds inférieurs devront recevoir les eaux des terrains ainsi arrosés, sauf l'indemnité qui pourra leur être due.
Art.17. Dit recht om water over de tussengelegen erven te leiden kan onder dezelfde voorwaarden worden verleend aan de eigenaar van een moeras of van een geheel of gedeeltelijk overstroomde grond om het schadelijke water afloop te geven, alsmede aan de eigenaar van een vochtige grond die door middel van ondergrondse leidingen of van greppels moet worden drooggemaakt.
Art.17. La même faculté de passage sur les fonds intermédiaires pourra être accordée, aux mêmes conditions, au propriétaire d'un marais ou d'un terrain submergé en tout ou en partie, à l'effet de procurer aux eaux nuisibles leur écoulement, ainsi qu'au propriétaire d'un terrain humide devant être desséché au moyen de rigoles souterraines ou à ciel ouvert.
Art.18. Gebouwen, alsmede binnenplaatsen, tuinen, parken en besloten erven die aan een woning palen, zijn niet onderworpen aan de erfdienstbaarheid waarvan sprake is in de drie voorgaande artikelen.
Art.18. Sont exceptés des servitudes qui font l'objet des trois articles précédents, les bâtiments, ainsi que les cours, jardins, parcs et enclos attenant aux habitations.
Art.19. Iedere eigenaar die tot bevloeiing van zijn eigendom gebruik wil maken van het water waarover hij het recht heeft te beschikken, kan tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling het recht verkrijgen om de voor zijn watervang noodzakelijke kunstwerken te doen rusten op het erf van de aangelande van de andere oever.
  Die kunstwerken moeten derwijze worden gebouwd en onderhouden dat zij geen schade berokkenen aan de naburige erven.
  Gebouwen, alsmede binnenplaatsen en tuinen die aan een woning palen, zijn aan deze erfdienstbaarheid niet onderworpen.
Art.19. Tout propriétaire voulant se servir, pour l'irrigation de ses propriétés, des eaux dont il a le droit de disposer pourra, moyennant une juste et préalable indemnité, obtenir la faculté d'appuyer, sur la propriété du riverain opposé, les ouvrages d'art nécessaires à sa prise d'eau.
  Ces ouvrages d'art devront être construits et entretenus de manière à ne nuire en rien aux héritages voisins.
  Sont exceptés de cette servitude les bâtiments, les cours et les jardins attenant aux habitations.
Art.20. De aangelande van wie gevorderd wordt dat het kunstwerk op zijn erf zal rusten, kan steeds het gemeenschappelijk gebruik van de stuw verkrijgen, mits hij in de bouw- en onderhoudskosten bijdraagt naar verhouding van de oppervlakte die iedere gebruiker wil bevloeien en van de hoeveelheid water waarover hij zal beschikken.
  Vordert de aangelande het gemeenschappelijk gebruik eerst nadat het werk begonnen of voltooid is, dan draagt alleen hij de kosten van de veranderingen die nodig zijn om die stuw geschikt te maken voor de bevloeiing van zijn erf.
Art.20. Le riverain sur le fonds duquel l'appui sera réclamé pourra toujours obtenir l'usage commun du barrage, en contribuant aux frais d'établissement et d'entretien proportionnellement à la surface du terrain que chaque usager soumettra à l'irrigation et à la quantité d'eau dont il disposera.
  Lorsque l'usage commun ne sera réclamé qu'après le commencement ou l'achèvement des travaux, celui qui le demandera devra supporter seul l'excédent de dépense auquel donneront lieu les changements à faire au barrage, pour l'approprier à l'irrigation de son fonds.
Art.21. Geschillen betreffende de vestiging van de in de vorige artikelen vermelde erfdienstbaarheden, de bepaling van de loop, de afmetingen en de vorm van de waterleiding, de bouw en het onderhoud van de kunstwerken voor de watervang, de verandering van reeds bestaande werken en de vergoeding van de eigenaar van het erf waardoor het water loopt, of dat het aflopend water ontvangt, of waarop het kunstwerk rust, worden gebracht voor de vrederechter van het kanton waar de erfdienstbaarheid gelegen is. De rechter moet het belang van het werk overeenbrengen met de eerbiediging van het eigendomsrecht.
  (...) <W 08-04-1969, art. 1>
Art.21. Les contestations auxquelles pourront donner lieu l'établissement des servitudes mentionnées aux articles précédents, la fixation du parcours de la conduite d'eau, de ses dimensions et de sa forme, la construction des ouvrages d'art à établir pour la prise d'eau, l'entretien de ces ouvrages, les changements à faire aux ouvrages déjà établis et les indemnités dues au propriétaire, soit du fonds traversé, soit du fonds qui recevra l'écoulement des eaux, soit de celui qui servira d'appui aux ouvrages d'art, seront portées devant le juge de paix du canton où sera situé le fonds servant. Ce juge devra concilier l'intérêt de l'opération avec le respect dû à la propriété.
  (...) <L 08-04-1969, art. 1>
Art.22. (opgeheven) <W 05-07-1956, art. 111>
Art.22. (abrogé) <L 05-07-1956, art. 111>
HOOFDSTUK 4. Klauwengang en stoppelweide.
CHAPITRE 4. - Du parcours et de la vaine pâture.
Art.23. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.23. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
Art.24. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.24. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
Art.25. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.25. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
Art.26. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.26. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
Art.27. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.27. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
Art.28. (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
Art.28. (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
HOOFDSTUK 5. (Afsluiting van eigendommen. Afstand voor beplantingen. Afbakening van landbouw en bosbouwzones.)
CHAPITRE 5. - (Des clôtures, des héritages. Des distances, des plantations. De la délimitation des zones agricoles et forestières.)
Art. 35bis. <W 08-04-1969, art. 1> § 1. Wanneer ten minste de helft van de eigenaars of exploitanten die op het gebied van een gemeente gronden bezitten of in bedrijf hebben, er uit eigen beweging of op vraag van het college van burgemeester en schepenen om verzoeken, is de gemeenteraad gehouden binnen twaalf maanden de gedeelten van het gemeentelijk grondgebied af te bakenen, die in beginsel onderscheidenlijk voor landbouw en voor bosbouw worden bestemd.
  Het college moet die vraag stellen wanneer erom verzocht wordt door ten minste drie eigenaars of exploitanten die op het grondgebied van de gemeente samen ten minste tien hectaren bezitten of in bedrijf hebben.
  Het college draagt zorg dat de Rijkslandbouwkundig ingenieur en de Rijksingenieur van waters en bossen van het gebied worden geraadpleegd. Het afbakeningsplan wordt gedurende vijftien dagen aan eenieder ter inzage gelegd.
  De bezwaren en opmerkingen worden schriftelijk gemaakt, door het college in ontvangst genomen en bij het proces-verbaal gevoegd, dat wordt opgemaakt de dag na de sluiting van de terinzagelegging. De gemeenteraad is gehouden van de uitslag van de terinzagelegging kennis te nemen en, binnen een maand na de sluiting van het proces-verbaal, hetzij de bezwaren en opmerkingen af te wijzen, hetzij het met in achtneming ervan gewijzigde plan goed te keuren. Het besluit treedt in werking nadat het door de bestendige deputatie is goedgekeurd.
  § 2. Wanneer in de landelijke gemeenten ten zuiden van Samber en Maas en in de andere landelijke gemeenten van het land waarvan ten minste één tiende van het grondgebied bebost is, de gemeenteraad de afbakening van het gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat voor bosbouw bestemd wordt, niet heeft uitgevoerd binnen de bij de wet van 15 april 1965 bepaalde termijn, wordt zij ambtshalve gedaan door de arrondissementscommissaris, onder het gezag van de Minister van Landbouw.
  De arrondissementscommissaris wint vooraf het advies in van de Rijkslandbouwkundig ingenieur en van de Rijksingenieur van waters en bossen van het gebied. Daarna zendt hij het ontwerp van afbakening aan de burgemeester, die het gedurende vijftien dagen ter inzage legt. Na verloop van die termijn zendt de burgemeester het ontwerp terug, samen met de schriftelijke bezwaren en opmerkingen die tijdens de terinzagelegging zijn ingekomen.
  in geval van betwisting omtrent het landelijk karakter van een gemeente beslist de bestendige deputatie van de provincieraad.
  De door de arrondissementscommissaris bepaalde afbakening wordt aan de bestendige deputatie voor goedkeuring voorgelegd.
  § 3. Er wordt op de bij § 2 bepaalde wijze gehandeld, telkens als een gemeenteraad in gebreke blijft de voorschriften van § 1, eerste en tweede lid, van dit artikel na te komen.
  § 4. Indien een plan van aanleg, opgemaakt ter uitvoering van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw, bindende kracht heeft na het besluit tot afbakening van de onderscheidenlijk voor landbouw of voor bosbouw bestemde gedeelten, treedt het plan, voor zover het landbouw- en bosbouwzones vaststelt, volledig in de plaats van dit besluit.
  § 5. In de voor de landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied is bosaanplanting verboden op minder dan zes meter van de scheidingslijn tussen twee erven; bovendien is vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist. Het college beslist binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed; binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie.
  De bepalingen van het vorige lid zijn eveneens van toepassing op de voor bosbouw bestemde zone, langs de voor landbouw bestemde zone.
Art. 35bis. <L 08-04-169, art. 1> § 1. Lorsque, spontanément ou sur interpellation par le collège des bourgmestre et échevins, au moins la moitié des propriétaires ou la moitié des exploitants, possédant ou exploitant des terres sur le territoire d'une commune en font la demande, le conseil communal est tenu, dans les douze mois, de délimiter les parties du territoire communal réservées en principe à l'agriculture, d'une part, et aux plantations forestières, d'autre part.
  Le collège des bourgmestre et échevins est tenu de procéder à cette interpellation lorsqu'au moins trois propriétaires ou exploitants, possédant ou exploitant ensemble au moins dix hectares sur le territoire de la commune, lui en font la demande.
  A la diligence du collège, l'ingénieur agronome de l'Etat et l'ingénieur des eaux et forêts de l'Etat du ressort sont consultés. Le projet de délimitation est soumis à enquête publique pendant une durée de quinze jours.
  Les réclamations ou observations sont faites par écrit, recueillies par le collège et annexées au procès-verbal qui est dressé le jour suivant la clôture de l'enquête. Le conseil communal est appelé à prendre connaissance des résultats de l'enquête et à prononcer dans le mois de la clôture du procès-verbal soit le rejet des réclamations et observations soit l'approbation du projet modifié ensuite de celles-ci. La décision entre en vigueur après approbation par la députation permanente.
  § 2. Lorsque dans les communes rurales sises au sud de la Sambre et de la Meuse ainsi que dans les autres communes rurales du Royaume dont un dixième au moins du territoire est boisé, le conseil communal a omis de déterminer dans le délai fixé par la loi du 15 avril 1965, la délimitation de la partie du territoire communal réservée à l'agriculture et de celle réservée aux plantations forestières, il y est procédé d'office par le commissaire d'arrondissement, sous l'autorité du Ministre de l'Agriculture.
  Le commissaire d'arrondissement consulte au préalable l'ingénieur agronome de l'Etat et l'ingénieur des eaux et forêts de l'Etat du ressort. Il fait ensuite parvenir le projet de délimitation au bourgmestre, qui le soumet pendant quinze jours à une enquête publique. A l'expiration du délai, le bourgmestre renvoie le projet accompagné des réclamations et observations formulées au cours de l'enquête.
  S'il naît une contestation sur le caractère rural de la commune, il est statué par la députation permanente du conseil provincial.
  La délimitation arrêtée par le commissaire d'arrondissement est soumise à l'approbation de la députation permanente.
  § 3. Il est procédé de la manière définie au § 2 chaque fois qu'un conseil communal demeure en défaut de se conformer aux prescriptions du § 1er, alinéas 1er et 2, du présent article.
  § 4. Si postérieurement à la décision de délimitation des régions réservées à la culture d'une part, et aux plantations forestières d'autre part, un plan d'aménagement établi en exécution de la loi du 29 mars 1962 organique de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme a reçu force obligatoire, il se substitue intégralement à cette décision, pour autant qu'il fixe des zones réservées à l'agriculture et à la sylviculture.
  § 5. Dans les parties du territoire réservées à l'agriculture, il n'est pas permis de procéder à des plantations forestières à moins de six mètres de la ligne séparative de deux héritages et sans avoir obtenu l'autorisation du collège des bourgmestre et échevins. Celui-ci statue dans les trente jours à dater de l'introduction de la demande. Faute pour le collège de s'être prononcé dans le dit délai, l'autorisation est tenue pour acquise. Tout refus d'autorisation est motivé et susceptible, dans le mois de la notification, d'un recours auprès de la députation permanente.
  Les dispositions de l'alinéa précédent sont applicables également à la zone réservée aux plantations forestières le long de la zone réservée à l'agriculture.
Art.35bis_VLAAMS_GEWEST.   <W 08-04-1969, art. 1> § 1. [3 ...]3
  § 2. [3 ...]3
  § 3. [3 ...]3
  § 4. [3 ...]3
  § 5. [2 In de gedeelten van het grondgebied die voor de landbouw zijn bestemd, is bosaanleg met hoogstammige bomen verboden op minder dan 6 meter van de scheidingslijn tussen twee erven. In de voormelde zone van 6 meter is het wel mogelijk een bosrand tot ontwikkeling te laten komen die bestaat uit mantel-zoomvegetaties en die niet dichter dan een halve meter van de scheidingslijn komt. Als mantelvegetatie wordt de zone met struiken of hakhout bedoeld die lager is dan de hoogstammige bomen dieper in het bos. Als zoomvegetatie wordt de zone beschouwd die bestaat uit een ruige gras- en kruidachtige vegetatie die richting het bos overgaat in de mantelvegetatie. Deze bosrand wordt beschouwd als een bos in de zin van artikel 3, § 1, van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Bovendien is voor bosaanleg vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist. Het college beslist binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed. Binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie.]2
  De bepalingen van het vorige lid zijn eveneens van toepassing op de voor bosbouw bestemde zone, langs de voor landbouw bestemde zone.
  [1 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid.]1
  
Art. 35bis _REGION_FLAMANDE.
  <L 08-04-169, art. 1> § 1. [3 ...]3
  § 2. [3 ...]3
  § 3. [3 ...]3
  § 4. [3 ...]3
  § 5. [2 Dans les parties du territoire réservées à l'agriculture, la plantation d'arbres à haut tige est interdite à moins de six mètres de la ligne séparative de deux héritages. Dans la zone précitée de 6 mètres, il est possible de laisser se développer une lisière de forêt constituée de végétations en lisières et en manteau, qui ne s'approche pas à moins d'un demi-mètre de la ligne séparative. Par végétation en manteau on entend la zone d'arbustes ou de taillis qui est plus basse que les arbres à haut tige plus loin dans la forêt. Par végétation en lisières on entend la zone constituée d'une végétation sauvage d'herbes et de plantes herbacées qui se transforme en végétation en manteau en direction de la forêt. Cette lisière de forêt est considérée comme un bois au sens de l'article 3, § 1er, du Décret forestier du 13 juin 1990. En outre, un permis du collège des bourgmestre et échevins est requis pour le boisement. Le collège décide dans les trente jours suivant l'introduction de la demande. A défaut d'une décision dans ce délai, le permis est censé être accordé. Le refus du permis est motivé. Un recours peut être introduit auprès de la députation permanente dans un délai d'un mois à compter de la notification.]2
  Les dispositions de l'alinéa précédent sont applicables également à la zone réservée aux plantations forestières le long de la zone réservée à l'agriculture.
  [1 Les dispositions du premier alinéa ne sont pas applicables aux systèmes d'utilisation des terres combinant la culture d'arbres à l'agriculture sur la même terre, appliqués à une parcelle de terre agricole telle que visée à l'article 2, 12° du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique agricole.]1
  
Art. 35ter. (Opgeheven) <W 12-07-1973, art. 8>
Art. 35ter. (abrogé) <L 12-07-1973, art. 8>
Art. 36bis. <W 12-07-1976, art. 1> Op vordering van het college van burgemeester en schepenen of van iedere belanghebbende beveelt de rechtbank de rooiing van de aanplanting die met overtreding van artikel 35bis, § 5, van dit Wetboek is gedaan of behouden.
  Het vonnis beveelt dat, indien de rooiing niet binnen de gestelde tijd is geschied, de gemeente of de eiser voor de tenuitvoerlegging zullen zorgen op kosten en voor risico van de overtreder.
Art. 36bis. <L 12-07-1976, art. 1> A la demande du collège des bourgmestre et échevins ou de toute personne intéressée, le tribunal ordonne l'enlèvement des plantations effectuées ou maintenues en contravention de l'article 35bis, § 5, du présent Code.
  Le jugement ordonne que lorsque l'enlèvement n'est pas exécuté dans le délai prescrit, la commune ou le requérant pourront pourvoir à son exécution aux frais, risques et périls du contrevenant.
HOOFDSTUK 6. Grondbepaling en afpaling.
CHAPITRE 6. - Des délimitations et des abornements.
Art.40. Voor de afpaling van eigendommen die onder de bosregeling vallen, gelden de voorschriften van het Boswetboek.
Art.40. Le bornage des propriétés soumises au régime forestier est réglé par le Code forestier.
Art. 40 _REGION_WALLONNE.   (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-09-2008 en tekstbijwerking tot 21-02-2025)">Abrogé art. 113 van 15 JULI 2008. - Decreet betreffende het Boswetboek(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-09-2008 en tekstbijwerking tot 21-02-2025)/ital}     Art. 41.Lorsque l'Etat, une province, une commune ou un établissement public voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, autres que ceux dont il est question à l'article précédent, cette opération sera annoncée deux mois d'avance, par voie de publication et d'affiches, dans les formes ordinaires, et dans un journal de la province et de l'arrondissement, s'il en existe.  Les frais qui en résulteront seront supportés par la partie qui aura réclamé la délimitation.  Art. 41_REGION_WALLONNE.    Lorsque l'Etat, une province, une commune ou un établissement public voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, [1 ...]1, cette opération sera annoncée deux mois d'avance, par voie de publication et d'affiches, dans les formes ordinaires, et dans un journal de la province et de l'arrondissement, s'il en existe.  Les frais qui en résulteront seront supportés par la partie qui aura réclamé la délimitation.
  
Art.41. Wanneer de Staat, een provincie, een gemeente of een openbare instelling willen overgaan tot de algemene of gedeeltelijke grensbepaling van hun van hun andere eigendommen dan waarvan sprake is in het vorig artikel, wordt deze verrichting twee maanden tevoren aangekondigd door bekendmaking en aanplakking in de gewone vorm en door plaatsing in een nieuwsblad van de provincie en van het arrondissement, indien er een bestaat.
  De daaraan verbonden kosten worden gedragen door de partij die de grensbepaling heeft gevraagd.
Art.42. Les propriétaires riverains, à l'égard desquels il s'agit de reconnaître et de fixer les limites, seront avertis, deux mois d'avance, du jour de l'opération.
  L'avertissement contiendra la désignation des propriétés à aborner. Il sera donné, sans frais, par l'officier de police ou le garde champêtre du lieu, à la requête de l'administration intéressée.
  L'avertissement sera donné à personne ou à domicile, si les propriétaires habitent dans le ressort de l'autorité chargée de les avertir. (Dans le cas contraire, il sera adressé sous pli recommandé à la poste). <L 08-04-1969, art. 1>
  La remise de l'avertissement sera constatée par un procès-verbal.
Art.41_WAALS_GEWEST.    Wanneer de Staat, een provincie, een gemeente of een openbare instelling willen overgaan tot de algemene of gedeeltelijke grensbepaling [1 ...]1 wordt deze verrichting twee maanden tevoren aangekondigd door bekendmaking en aanplakking in de gewone vorm en door plaatsing in een nieuwsblad van de provincie en van het arrondissement, indien er een bestaat.  De daaraan verbonden kosten worden gedragen door de partij die de grensbepaling heeft gevraagd.
  
Art.43. Au jour indiqué, il sera procédé à la délimitation, en présence ou en l'absence des propriétaires riverains.
  Elle sera faite par un géomètre juré, à l'intervention de l'administration intéressée.
  Les propriétaires des biens indivis seront, dans tous les cas, appelés conformément à l'article précédent.
Art.42. De aangelanden ten aanzien van wie de grenzen dienen te worden erkend en bepaald, worden twee maanden tevoren in kennis gesteld van de dag waarop de verrichting zal plaatshebben.
  De kennisgeving bevat de aanwijzing van de af te palen eigendommen. Zij wordt zonder kosten verstrekt door de plaatselijke officier van politie of veldwachter, op verzoek van het betrokken bestuur.
  De kennisgeving wordt gedaan aan de persoon of aan de woonplaats, indien de eigenaars wonen binnen het ambtsgebied van de overheid die met de kennisgeving belast is. (In het tegenovergestelde geval wordt zij aangetekend over de post verzonden.) <W 08-04-1969, art. 1>
  De afgifte van de kennisgeving wordt vastgesteld door een proces-verbaal.
Art.44. Si les propriétaires riverains sont présents et s'il ne s'élève pas de difficultés sur le tracé des limites, la reconnaissance contradictoire sera constatée par un procès-verbal et un plan, qui seront signés par les parties intéressées et soumis à l'approbation de la députation permanente du conseil provincial; après cette approbation l'opération sera définitive et rendue publique de la manière indiquée à l'article 41.
Art.43. Op de gestelde dag heeft de grensbepaling plaats, onverschillig of de aangelanden aanwezig zijn of niet.
  Zij wordt verricht door een beëdigd landmeter, in opdracht van het betrokken bestuur.
  De medeëigenaars van onverdeelde goederen worden in alle gevallen opgeroepen overeenkomstig het vorig artikel.
Art.45. S'il a été procédé à la délimitation en l'absence des propriétaires riverains ou de l'un d'eux, le procès-verbal et le plan seront immédiatement déposés au secrétariat de la commune. Un double en sera déposé au greffe du gouvernement provincial; il sera donné avis de ce dépôt aux propriétaires absents dans la forme indiquée à l'article 42. Pendant six mois, à dater du jour où cet avis aura été donné, tout intéressé pourra prendre connaissance de ces pièces et former opposition entre les mains du collège échevinal, qui en donnera immédiatement avis à la députation permanente.
  A défaut d'opposition dans les six mois, la députation permanente les déclarera approuvées, et la déclaration sera rendue publique, (comme il est dit à l'article 41>. Le procès-verbal et le plan approuvés serviront de titres pour la prescription de dix et vingt ans. <L 08-04-1969, art. 1>
Art.44. Indien de aangelanden aanwezig zijn en er geen moeilijkheden rijzen betreffende het bepalen van de grenzen, wordt de op tegenspraak gedane erkenning vastgesteld door een proces-verbaal en een plan; deze worden ondertekend door de betrokken partijen en onderworpen aan de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad; na deze goedkeuring is de verrichting definitief en wordt zij openbaar gemaakt op de wijze behandeld in artikel 41.
Art.46. Dès que le procès-verbal de délimitation et le plan auront été approuvés, il sera procédé au bornage en présence ou en l'absence des parties intéressées dûment appelées.
Art.45. Indien de grensbepaling heeft plaatsgehad in afwezigheid van de aangelanden of van een van hen, worden het proces-verbaal en het plan onmiddellijk ter gemeente-secretarie neergelegd. Een dubbel ervan wordt neergelegd ter griffie van het provinciebestuur; aan de afwezige eigenaars wordt van deze neerlegging kennis gegeven in de vorm bepaald in artikel 42. Gedurende zes maanden te rekenen van de dag waarop die kennisgeving is gedaan, kan ieder belanghebbende van die bescheiden inzage nemen en verzet doen bij het college van burgemeester en schepenen, dat daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de bestendige deputatie.
  Bij gebreke van verzet binnen zes maanden verklaart de bestendige deputatie die bescheiden goedgekeurd en deze verklaring wordt openbaar gemaakt (zoals in het artikel 41 is voorgeschreven). Het goedgekeurde proces-verbaal en het goedgekeurde plan gelden als titel voor de tienjarige en de twintigjarige verjaring. <W 08-04-1969, art. 1>
Art.47. En cas de contestations élevées, soit pendant les opérations, soit par suite d'oppositions formées par les riverains dans le délai fixé par l'article 45, elles seront portées, par les parties intéressées, devant les tribunaux compétents, et il sera sursis à l'abornement jusqu'après leur décision.
  En cas de contestations postérieures au bornage, le propriétaire riverain qui le fera annuler par justice pourra être condamné à en supporter les frais.
Art.46. Zodra het proces-verbaal van grensbepaling en het plan goedgekeurd zijn, wordt de afpaling verricht in aanwezigheid of althans na behoorlijke oproeping van de betrokken partijen.
TITRE 2. - De la police rurale.
Art.47. Indien er een geschil rijst hetzij tijdens de verrichtingen, hetzij ten gevolge van verzet door een aangelande gedaan binnen de in artikel 45 bepaalde tijd, wordt het door de betrokken partijen voor de bevoegde rechtbank gebracht en wordt de afpaling tot na de beslissing uitgesteld.
CHAPITRE 1. - Dispositions générales.
TITEL 2. - Veldpolitie.
Art.48. Le bourgmestre visite ou fait visiter annuellement, ou plus souvent s'il y a lieu, les fours et cheminées.
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
Art.49. Dans les cas d'arrestation pour faits délictueux de tout agent de l'agriculture employé avec des bestiaux au labourage ou à quelque travail que ce soit, ou occupé à la garde des troupeaux, le bourgmestre pourvoit immédiatement à l'entretien et à la sûreté des animaux.
Art.48. Eens of zo nodig meer dan eens in het jaar worden ovens en schoorstenen door of vanwege de burgemeester geschouwd.
  Deze geeft de nodige bevelen om ze met bekwame spoed, al naar het geval te doen reinigen, herstellen of slopen, onverminderd de in het Strafwetboek bepaalde straffen.
Art.50. Le bourgmestre veille à la stricte exécution des lois et des règlements concernant :
  1° (...), le pâturage communal, le glanage et le râtelage; <L 08-04-1969, art. 1>
  2° La multiplication et l'amélioration des races d'animaux et toutes espèces utiles à l'agriculture;
  3° la protection et la conservation des animaux et des oiseaux utiles à l'agriculture;
  4° La destruction des animaux malfaisants et dangereux pour les troupeaux;
  5° La destruction des animaux et des insectes nuisibles aux récoltes;
  6° L'extirpation des chardons et autres plantes nuisibles à l'agriculture;
  7° Les moyens de prévenir et d'arrêter les maladies contagieuses des animaux de toutes espèces utiles à l'agriculture.
Art.49. Wanneer een in de landbouw werkzaam persoon wegens een strafbaar feit aangehouden wordt terwijl hij, met behulp van dieren, ploeg of enig ander werk verricht of terwijl hij een kudde hoedt, treft de burgemeester dadelijk voorzieningen voor het onderhoud en de veiligheid van de dieren.
CHAPITRE 2. - Des gardes champêtres.
Art.50. De burgemeester waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende :
  1° (...), de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken; <W 08-04-1969, art. 1>
  2° de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw;
  3° de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw;
  4° de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden;
  5° de verdelging van dieren en insekten die schadelijk zijn voor de veldvruchten;
  6° de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw;
  7° de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.
Art.51. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
HOOFDSTUK 2. - Veldwachters.
Art.52. (abrogé)
Art.51. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.53. (abrogé) <L 08-04-1969, art. 1>
Art.52. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.54. (abrogé) <L 30-01-1924, art. 5>
Art.53. (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
Art.55. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.54. (opgeheven) <W 30-01-1924, art. 5>
Art. 55bis. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.55. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.56. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art. 55bis. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.57. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.56. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.58. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.57. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.59. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.58. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 59bis. (abrogé) <L 26-05-1989, art. 2,31°>
Art.59. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.60. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art. 59bis. (opgeheven) <W 26-05-1989, art. 2,31°>
Art.61. <L 30-01-1924, art. 2> Dans les (communes), les établissements publics et les particuliers ont le droit d'avoir des (gardes champêtres) particuliers pour la conservation de leurs fruits ou récoltes, des fruits et récoltes de leurs fermiers ou locataires, de leurs propriétés de toute espèce, ainsi que pour la surveillance de la chasse et de la pêche qui leur appartiennent. <L 1999-04-19/50, art. 8, 005; En vigueur : 01-01-20011>
  (Ces gardes sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire dans les cas pour lesquels ils sont compétents pour la recherche et la constatation des infractions.) <L 1998-12-07/31, art. 230, 004; En vigueur : 01-01-2001>
  Leurs commettants sont tenus de les faire agréer par le gouverneur de la province, le commissaire d'arrondissement ainsi que le procureur du roi entendus, et d'indiquer, dans l'acte de nomination, la nature et la situation des biens dont la surveillance leur est confiée.
Art.60. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.61 _REGION_FLAMANDE.    <L 30-01-1924, art. 2> Dans les (communes), les établissements publics et les particuliers ont le droit d'avoir des (gardes champêtres) particuliers pour la conservation de leurs fruits ou récoltes, des fruits et récoltes de leurs fermiers ou locataires, de leurs propriétés de toute espèce, ainsi que pour la surveillance de la chasse et de la pêche qui leur appartiennent. <L 1999-04-19/50, art. 8, 005; En vigueur : 01-01-20011>  (Ces gardes sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire dans les cas pour lesquels ils sont compétents pour la recherche et la constatation des infractions.) <L 1998-12-07/31, art. 230, 004; En vigueur : 01-01-2001>  Leurs commettants sont tenus de les faire agréer par le gouverneur de la province, [1 le procureur du roi entendu]1, et d'indiquer, dans l'acte de nomination, la nature et la situation des biens dont la surveillance leur est confiée.
  
Art.61. <W 30-01-1924, art. 2> In de (gemeenten) hebben openbare instellingen en bijzondere personen het recht bijzondere (veldwachters) aan te stellen om hun vruchten en gewassen, de vruchten en gewassen van hun pachters of huurders en hun eigendommen van welke aard ook te beschermen, alsmede om hun vis- en jachtterreinen te bewaken. <W 1999-04-19/50, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  (Die wachters zijn bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie in de gevallen waarvoor ze bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen.) <W 1998-12-07/31, art. 230, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  De aanstellers zijn gehouden hen door de provinciegouverneur te doen erkennen, de arrondissementscommissaris en de procureur des Konings gehoord, en in de benoemingsakte de aard en de ligging aan te wijzen van de goederen die onder hun bewaking staan.
Art.62. Les gardes champêtres particuliers pourront être armés de fusils à plusieurs coups.
Art.61_VLAAMS_GEWEST.    <W 30-01-1924, art. 2> In de (gemeenten) hebben openbare instellingen en bijzondere personen het recht bijzondere (veldwachters) aan te stellen om hun vruchten en gewassen, de vruchten en gewassen van hun pachters of huurders en hun eigendommen van welke aard ook te beschermen, alsmede om hun vis- en jachtterreinen te bewaken. <W 1999-04-19/50, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>  (Die wachters zijn bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie in de gevallen waarvoor ze bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen.) <W 1998-12-07/31, art. 230, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>  De aanstellers zijn gehouden hen door de provinciegouverneur te doen erkennen, [1 ...]1 de procureur des Konings gehoord, en in de benoemingsakte de aard en de ligging aan te wijzen van de goederen die onder hun bewaking staan.
  
Art.63. <L 30-01-1924, art. 2> (Ils ne peuvent entrer en fonctions qu'après avoir prêté, devant le juge de paix du canton de leur résidence, le serment suivant : "Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple belge.) <L 1999-04-19/50, art. 9, 005; En vigueur : 01-01-20011>
  Ils sont, de plus, tenus de faire enregistrer leur commission et l'acte de prestation de leur serment au greffe des justices de paix dans le ressort duquel ils doivent exercer leurs fonctions.
  Le gouverneur pourra retirer l'agréation (des gardes champêtres particuliers); ils seront préalablement entendus. <L 1999-04-19/50, art. 9, 005; En vigueur : 01-01-20011>
  Le commettant qui retirera la commission à un garde particulier sera tenu d'en informer immédiatement le gouverneur par lettre recommandée. Le retrait de la commission n'aura d'effet qu'à partir du jour où le gouverneur en aura pris acte.
Art.62. De bijzondere veldwachters mogen gewapend zijn met geweren met meer dan één schot.
Art.64. Le Roi fixe les modalités relatives à la désignation, à la formation, à l'uniforme, aux insignes, à la carte de légitimation, à l'armement, aux conditions d'âge, aux incompatibilités et à la condition de nationalité des gardes champêtres particuliers.
Art.63. <W 30-01-1924, art. 2> (Zij treden in dienst na in handen van de vrederechter van het kanton van hun verblijfplaats de volgende eed te hebben afgelegd : "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk.) <W 1999-04-19/50, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  Zij zijn bovendien gehouden hun aanstelling en de akte van hun beëdiging te doen registreren ter griffie van de vredegerechten binnen welker rechtsgebied zij hun ambt moeten waarnemen.
  De gouverneur kan de erkenning van de bijzondere (veldwachters) intrekken; zij worden vooraf gehoord. <W 1999-04-19/50, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  Hij die de aanstelling van zijn bijzondere wachter intrekt, is gehouden daarvan onmiddellijk bij aangetekende brief kennis te geven aan de gouverneur. De intrekking van de aanstelling heeft eerst gevolg van de dag waarop de gouverneur er akte van heeft genomen.
Art.65. (abrogé) <L 11-02-1986. art. 7>
Art.64. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de wijze van aanstelling, opleiding, het uniform, de kentekens, legitimatiekaart, bewapening, leeftijdsvoorwaarden, onverenigbaarheden en nationaliteitsvoorwaarde van de bijzondere veldwachters.
CHAPITRE 3. - De la recherche des délits et des contraventions.
Art.65. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
HOOFDSTUK 3. - Opsporing van wanbedrijven en overtredingen.
Art.67.(Les fonctionnaires de police de la police locale) sont chargés, dans le territoire pour lequel ils sont assermentés, de rechercher et de constater, (...) les délits et les contraventions qui ont pour objet la police rurale et forestière, de même que les délits de chasse et de pêche.
Art. 67 _REGION_FLAMANDE.   (Les fonctionnaires de police de la police locale) sont chargés, dans le territoire pour lequel ils sont assermentés, de rechercher et de constater, (...) les délits et les contraventions qui ont pour objet la police rurale et forestière, de même que les délits de chasse et de pêche. <L 1998-12-07/31, art. 232, 004; En vigueur : 01-01-2001> <L 1999-04-19/50, art. 11, 005; En vigueur : 01-01-20011>  [2 Les membres du personnel de l'Agentschap voor Natuur en Bos désignés par le fonctionnaire dirigeant]2 ont également qualité pour constater, dans les champs, ces divers délits et contraventions.
  
Art.67. (De politieambtenaren van de lokale politie) zijn, (...) belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beëdigd zijn. <W 1998-12-07/31, art. 232, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <W 1999-04-19/50, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  De boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.
Art. 67 _REGION_WALLONNE.    (Les fonctionnaires de police de la police locale) sont chargés, dans le territoire pour lequel ils sont assermentés, de rechercher et de constater, (...) les délits et les contraventions qui ont pour objet la police rurale et forestière, de même que les délits de chasse et de pêche. <L 1998-12-07/31, art. 232, 004; En vigueur : 01-01-2001> <L 1999-04-19/50, art. 11, 005; En vigueur : 01-01-20011>  Les gardes forestiers de l'Etat, des communes et des établissements publics ont également qualité pour constater, dans les champs, ces divers délits et contraventions.  [1 Les agents, au sens de l'article 3, 1°, du Code forestier, ont également qualité pour constater, dans les champs, les délits et contraventions qui ont pour objet la police forestière, de même que les délits de chasse et de pêche.]1
  
Art.67_VLAAMS_GEWEST.   (De politieambtenaren van de lokale politie) zijn, (...) belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beëdigd zijn. <W 1998-12-07/31, art. 232, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>   [2 De door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden]2 zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.
  
Art.68. Ils sont autorisés à saisir les bestiaux ou volailles trouvés en délit et les instruments, voitures et attelages du délinquant et à les mettre en séquestre. Ils suivront les objets enlevés par le délinquant jusque dans les lieux où ils auront été transportés et les mettront également en séquestre. Ils ne pourront néanmoins s'introduire dans les maisons, bâtiments, cours et enclos adjacents, si ce n'est en présence (...) (d'un officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi). <L 11-02-1986, art. 5> <L 1999-04-19/50, art. 12, 005; En vigueur : 01-01-20011>
Art.67_WAALS_GEWEST.    (De politieambtenaren van de lokale politie) zijn, (...) belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beëdigd zijn. <W 1998-12-07/31, art. 232, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <W 1999-04-19/50, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>  De boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.  [1 De personeelsleden, in de zin van artikel 3, 1°, van het Boswetboek, zijn ook bevoegd om in de velden wanbedrijven en overtredingen inzake bospolitie, alsook overtredingen van de wet op de jacht en de visserij vast te stellen.]1
  
Art.69. <L 11-02-1986, art. 5> (Dans les cas prévus par l'article 68, les gardes forestiers de l'Etat, des communes et des établissements publics ne pourront, sous peine d'une amende de 25 francs, se refuser à accompagner les membres de la police locale ou de la police fédérale qui requièrent leur présence.) <L 1998-12-07/31, art. 233, 004; En vigueur : 01-01-2001>
  Ils sont tenus, en outre, de signer les procès-verbaux établis en leur présence; en cas de refus, ces procès-verbaux en feront état.
Art.68. Zij zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee of pluimgedierte, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij mogen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid (...) (van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings). <W 11-02-1986, art. 5> <W 1999-04-19/50, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 69 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.   <L 11-02-1986, art. 5> (Dans les cas prévus par l'article 68, les gardes forestiers de l'Etat, des communes et des établissements publics ne pourront [2 ...]2 se refuser à accompagner les membres de la police locale ou de la police fédérale qui requièrent leur présence.) [2 Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale.]2 <L 1998-12-07/31, art. 233, 004; En vigueur : 01-01-2001>  Ils sont tenus, en outre, de signer les procès-verbaux établis en leur présence; en cas de refus, ces procès-verbaux en feront état.
  
Art.69. <W 11-02-1986, art. 5> (In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen de boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen, niet weigeren, op straffe van een geldboete van 25 frank, de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen.) <W 1998-12-07/31, art. 233, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.
Art. 69 _REGION_FLAMANDE.    <L 11-02-1986, art. 5> (Dans les cas prévus par l'article 68, [1 les membres du personnel de l'Agentschap voor Natuur en Bos désignés par le fonctionnaire dirigeant]1 ne pourront, sous peine d'une amende de 25 francs, se refuser à accompagner les membres de la police locale ou de la police fédérale qui requièrent leur présence.) <L 1998-12-07/31, art. 233, 004; En vigueur : 01-01-2001>  Ils sont tenus, en outre, de signer les procès-verbaux établis en leur présence; en cas de refus, ces procès-verbaux en feront état.
  
Art.69_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   <W 11-02-1986, art. 5> (In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen de boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen, niet weigeren, [2 ...]2 de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen.) [2 De inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid.]2 <W 1998-12-07/31, art. 233, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>  Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.
  
Art.70. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.69_VLAAMS_GEWEST.    <W 11-02-1986, art. 5> (In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen [1 de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden]1, niet weigeren, op straffe van een geldboete van 25 frank, de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen.) <W 1998-12-07/31, art. 233, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>  Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.
  
Art.71. <L 1999-04-19/50, art. 13, 005; En vigueur : 01-01-20011> Lorsque leurs moyens se révèlent insuffisants, les gardes champêtres particuliers ont le droit de solliciter l'assistance des fonctionnaires de police de la police locale pour la répression des délits et contraventions en matière rurale et en matière forestière, ainsi que pour la recherche et la saisie des produits du sol volés ou coupés en délit, vendus ou achetés en fraude.
Art.70. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.72. <L 30-01-1924, art. 4> Ils signeront et dateront leurs procès-verbaux sous peine de nullité.
Art.71. <W 1999-04-19/50, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001> Wanneer hun middelen ontoereikend blijken, hebben de bijzondere veldwachters het recht om de bijstand van de politieambtenaren van de lokale politie te vragen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- of bospolitie alsook tot opsporing en inbeslagneming van de voortbrengselen van de bodem die gestolen of wederrechtelijk afgesneden dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht zijn.
Art.73. Si le procès-verbal porte saisie, une expédition en sera déposée, dans les vingt-quatre heures, au greffe (du tribunal de police), pour qu'elle puisse être communiquée à ceux qui réclameraient les objets saisis. <L 10-10-1967, art. 3>
Art.72. <W 30-01-1924, art. 4> Zij dagtekenen en ondertekenen hun proces-verbaal, op straffe van nietigheid.
Art.74. Les (juges au tribunal de police) pourront donner mainlevée provisoire de la saisie, à charge du payement des frais de séquestre et moyennant caution. En cas de contestation sur la solvabilité de la caution, il sera statué par le (juge au tribunal du police). <L 10-10-1967, art. 3>
Art.73. Wanneer het proces-verbaal een inbeslagneming inhoudt, wordt binnen vierentwintig uren een uitgifte ervan neergelegd ter griffie van (de politierechtbank) om meegedeeld te kunnen worden aan hen die de in beslag genomen voorwerpen terugvorderen. <W 10-10-1967, art. 3>
Art.75. Si les bestiaux saisis ne sont pas réclamés dans les dix jours qui suivront le séquestre, ou s'il n'est pas fourni caution, le (tribunal de police) ordonnera la vente par adjudication au marché le plus voisin. Il y sera procédé à la diligence du receveur des domaines, qui la fera publier vingt-quatre heures d'avance. <L 10-10-1967, art. 3>
  Les frais de séquestre et de vente seront taxés par le (tribunal du police) et prélevés sur le produit; le restant sera affecté au payement des condamnations dont le recouvrement s'opère par l'administration de l'enregistrement et des domaines; le surplus sera versé à la Caisse des dépôts et consignations. <L 10-10-1967, art. 3>
  Si la réclamation a été rejetée faute de caution ou si la réclamation n'a lieu qu'après la vente des bestiaux saisis, le propriétaire n'aura droit qu'à la restitution du produit net de la vente, tous frais déduits, dans le cas où cette restitution serait ordonnée par le jugement. Le receveur retiendra sur ce prix le montant des condamnations à l'amende prononcées du chef du délit qui aura donné lieu à la saisie.
Art.74. De (rechters in de politierechtbank) kunnen voorlopige opheffing van het beslag verlenen, onder verplichting om de kosten van inbewaringstelling te betalen en borg te stellen. Indien de gegoedheid van de borg betwist wordt, beslist de (rechter in de politierechtbank). <W 10-10-1967, art. 3>
Art.76. (Les gardes champêtres particuliers) (...) des établissements publics et des particuliers sont responsables de toute négligence ou contravention dans l'exercice de leurs fonctions. Ils pourront être rendus passibles du payement des indemnités résultant des infractions qu'ils n'auront pas dûment constatées. <L 11-02-1986, art. 5> <L 1999-04-19/50, art. 14, 005; En vigueur : 01-01-20011>
Art.75. Indien het in beslag genomen vee binnen tien dagen na de inbewaringstelling niet wordt teruggevorderd of indien geen borg gesteld wordt, beveelt de (politierechtbank) de veiling op de naastbijgelegen markt. Die veiling geschiedt door de zorg van de ontvanger der domeinen, die ze vierentwintig uren tevoren bekendmaakt. <W 10-10-1967, art. 3>
  De kosten van de inbewaringstelling en van de veiling worden begroot door de (politierechtbank) en afgehouden van de opbrengst; het overschot dient tot betaling van het bedrag van veroordelingen, waarvan de invordering gedaan wordt door het bestuur van registratie en domeinen; wat overblijft wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas. <W 10-10-1967, art. 3>
  Indien de terugvordering van het in beslag genomen vee verworpen wordt bij gebreke van borgstelling of indien het vee eerst na de veiling teruggevorderd wordt, heeft de eigenaar alleen recht op teruggave van de netto-opbrengst van de verkoop, na aftrek van alle kosten, ingeval het vonnis die teruggave beveelt. Van die prijs houdt de ontvanger het bedrag af van de veroordelingen tot geldboete, uitgesproken wegens het misdrijf dat tot het beslag aanleiding heeft gegeven.
Art.77. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.76. De (bijzondere) veldwachters van (...) openbare instellingen en bijzondere personen zijn aansprakelijk voor elke nalatigheid of overtreding in de uitoefening van hun bediening. Zij kunnen worden veroordeeld tot betaling van de vergoedingen verbonden aan de misdrijven die zij niet behoorlijk hebben vastgesteld. <W 11-02-1986, art. 5> <W 1999-04-19/50, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art.78. (abrogé) <L 11-02-1986, art. 7>
Art.77. (opgeheven)
CHAPITRE 4. - De la poursuite des délits et contraventions.
Art.78. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art.79. La poursuite des délits et des contraventions a lieu conformément aux règles établies par le Code d'instruction criminelle, sauf les modifications introduites par le présent Code.
HOOFDSTUK 4. - Vervolging van wanbedrijven en overtredingen.
Art.80. (abrogé)
Art.79. De vervolging van wanbedrijven en overtredingen geschiedt overeenkomstig de regels van het Wetboek van Strafvordering, behoudens de door het tegenwoordige wetboek ingevoerde wijzigingen.
Art.81. <L 30-01-1924, art. 2> Les procès-verbaux dressés par l'un des fonctionnaires, agents ou préposés désignés au chapitre III du présent titre, et dûment signés par eux, font foi, jusqu'à preuve contraire, des faits matériels qui y sont constatés.
Art.80. (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
Art.82. <L 08-04-1969, art. 1> Les procès-verbaux doivent être remis, dans les trois jours, (au procureur du Roi). <L 1991-07-18/36, art. 4, 002; En vigueur : 01-01-1992>
Art.81. <W 30-01-1924, art. 2> Een proces-verbaal, opgemaakt en behoorlijk ondertekend door een der in hoofdstuk III van deze titel vermelde ambtenaren, agenten of aangestelden, geldt als bewijs van de daarin vastgestelde materiële feiten, zolang het tegendeel niet is bewezen.
Art.83. Les actions en réparation des délits et des contraventions prévus par le présent Code, tant pour l'application des peines que pour les restitutions et les dommages-intérêts qui en résultent, se prescrivent par six mois, à compter du jour où soit le délit, soit la contravention, a été commis.
Art.82. <W 08-04-1969, art. 1> Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen gezonden aan (de procureur des Konings). <W 1991-07-18/36, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992>
Art.84. Les dispositions de l'article précédent ne sont point applicables aux infractions commises (par (les fonctionnaires de police de la police locale) et par des gardes champêtres des établissements publics ou des particuliers), dans l'exercice de leurs fonctions. Les délais de prescription à leur égard seront ceux des lois ordinaires de la procédure criminelle. <L 11-02-1986, art. 5> <L 1999-04-19/50, art. 15, 005; En vigueur : 01-01-20011>
  Toutefois, l'action en dommages-intérêts intentée en vertu de l'article 76 ne pourra plus être accueillie un an après que l'action publique sera éteinte par prescription contre le délinquant lui-même.
Art.83. De rechtsvorderingen tot herstel van de in dit wetboek omschreven wanbedrijven en overtredingen verjaren, zowel ten aanzien van de strafoplegging als van de teruggave en schadevergoeding, door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het wanbedrijf of de overtreding is gepleegd.
Art.85. Le tribunal saisi de la connaissance d'un délit ou d'une contravention pourra adjuger des dommages-intérêts sur la plainte du propriétaire des fruits ou récoltes, visée par le bourgmestre ou un échevin et accompagnée d'un procès-verbal d'évaluation du dommage, dressé sans frais par ce fonctionnaire.
Art.84. De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op de misdrijven, (door (de politieambtenaren van de lokale politie) en door de veldwachters van openbare instellingen of bijzondere personen) begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunnen opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering.
CHAPITRE 5. - Des infractions et des peines.
Art.85. De rechtbank waarbij een wanbedrijf of een overtreding aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen, op klacht van de eigenaar der vruchten of gewassen, voor gezien getekend door de burgemeester of een schepen en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.
Art.86. Les délits et les contraventions portant atteinte aux propriétés rurales de toute espèce, non prévus par le présent Code, sont punis des peines spécialement déterminées par le Code pénal et les autres lois en vigueur.
HOOFDSTUK 5. - Misdrijven en straffen.
Art.87.Seront punis d'une amende de 1 francs à 10 francs :
Art.86. De in dit wetboek niet omschreven wanbedrijven en overtredingen waardoor landelijke eigendommen van welke aard ook worden geschonden, zijn strafbaar met de straffen daarop gesteld door het Strafwetboek en de andere geldende wetten.
Art. 87 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
  Seront punis [1 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]1 :
  1° Ceux qui, sans motif légitime, se seront introduits dans un terrain clos ou dans une dépendance de l'habitation où se trouvent des fruits pendants par branches ou par racines;
  2° Ceux qui, sans autre circonstance prévue par les lois, auront cueilli ou mangé, sur le lieu même, des fruits appartenant à autrui.
  [1 Le montant minimum de l'amende sera doublé]1, si le fait a eu lieu dans un enclos ou dans une dépendance de l'habitation;
  3° Ceux qui auront laissé passer leurs bestiaux ou leurs bêtes de trait, de charge ou de monture sur les prairies en état de végétation ou sur le terrain d'autrui avant l'enlèvement de la récolte;
  4° Ceux qui auront glané autrement qu'à la main ou qui auront râtelé avec des râteaux à dents de fer;
  5° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  6° (abrogé) <L 08-04-1969, art. 1>
  7° Ceux dont les chèvres ou les bêtes à laine seront trouvées (...), pâturant sur le terrain d'autrui, sans le consentement du propriétaire, ou broutant les haies ou les arbres le long des chemins publics ou des héritages quelconques; [1 ...]1; <L 08-04-1969, art. 1>
  8° Ceux qui, sans nécessité et malgré la défense des propriétaires, auront passé sur des chemins appartenant à des particuliers.
  
Art.87. Met geldboete van een frank tot tien frank worden gestraft :
  1° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning, waar tak- of wortelvaste vruchten staan;
  2° Zij die, zonder dat er een andere door de wet bepaalde omstandigheid bijkomt, aan een ander toebehorende vruchten plukken of ter plaatse eten.
  Het feit gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning wordt gestraft met geldboete van tien frank en gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen;
  3° Zij die hun vee hun trek-, last of rijdieren laten lopen over andermans weiden in groei of over andermans grond voordat de oogst is weggehaald;
  4° Zij die anders dan met de hand aren lezen of die naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden;
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
  7° Zij wier geiten of woldieren (...) worden aangetroffen, grazend op andermans grond zonder verlof van de eigenaar of knabbelend aan hagen of bomen langs een openbare weg of langs een erf; de overtreders worden bovendien gestraft met geldboete van één frank per dier; <W 08-04-1969, art. 1>
  8° Zij die, zonder noodzaak en ondanks het verbod van de eigenaar, gebruik maken van een weg die aan een bijzondere persoon toebehoort.
Art.88. Seront punis d'une amende de 5 francs à 15 francs :
  1° (abrogé) <L 02-04-1971, art. 10>
  2° Les conducteurs qui, menant des bestiaux d'un lieu à un autre, (...) les auront laissés pacager sur les terrains des particuliers ou des communes. <L 08-04-1969, art. 1>
  L'amende sera de 10 francs à 15 francs, avec ou sans emprisonnement d'un à deux jours, si l'infraction a été commise sur un terrain ensemencé ou un terrain non dépouillé de sa récolte ou dans un enclos rural;
  3° Ceux qui auront laissé à l'abandon, sur les propriétés d'autrui, dans les champs ouverts, des bestiaux ou volailles de toute espèce dont ils sont propriétaires ou détenteurs.
  L'amende sera de 10 francs à 15 francs, avec ou sans emprisonnement d'un à deux jours, si l'infraction a été commise, soit dans l'enceinte des habitations, soit sur un terrain ensemencé ou sur un terrain non dépouille de sa récolte, soit dans un enclos rural.
  S'il s'agit d'un troupeau, l'amende sera portée de 15 francs à 25 francs, avec ou sans emprisonnement d'un à sept jours;
  4° Ceux qui auront glané ou râtelé, en dehors des conditions fixées par l'article 11, et ceux qui auront glané ou râtelé dans les champs non entièrement dépouillés et vidés de leurs récoltes, dans les champs clos ou avant le lever et après le coucher du soleil;
  5° (abrogé) <L 08-04-1969, art. 1>
  6° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  7° Ceux qui auront établi des ruches à miel à une distance de moins de 20 mètres d'une habitation ou de la voie publique;
  (Toutefois cette distance est réduite à 10 mètres, lorsqu'il existe, entre les ruches et l'habitation ou la voie publique, un obstacle plein de 2 mètres de hauteur au moins.) <L 13-06-1911, article unique>
  8° Ceux qui décloront un champ pour se faire un passage dans leur route, à moins qu'il ne soit décidé par le juge que le chemin public était impraticable; dans ce cas, la commune devra payer les indemnités;
  9° Ceux qui auront dégradé ou détérioré, de quelque manière que ce soit, les routes et les chemins publics de toute espèce, ou usurpé sur leur largeur.
  Outre la pénalité, le juge prononcera, s'il y a lieu, la réparation de la contravention conformément aux lois relatives à la voirie;
  10° Ceux qui, en labourant, empiéteront sur le terrain d'autrui;
  11° Ceux qui, sans motif légitime, se seront introduits dans un enclos où se trouvent des bestiaux;
  12° Ceux qui auront jeté des pierres ou d'autres corps durs ou d'autres objets pouvant souiller ou dégrader dans les jardins, enclos, prairies naturelles ou artificielles et dans les arbres;
  13° Ceux qui, par défaut de précaution, auront détruit et ceux dont les animaux auront détruit, en tout ou en partie, les greffes des arbres;
  14° Ceux qui auront inondé le terrain d'autrui ou y auront volontairement transmis les eaux d'une manière nuisible, en dehors des cas prévus par l'article 549 du Code pénal;
  15° Les gardes champêtres qui, contrairement à l'article 59, seront trouvés porteurs d'armes non autorisées.
  L'arme sera en outre confisquée;
  16° Les gardes champêtres des communes qui n'auront pas tenu régulièrement le livret prescrit par l'article 78.
Art.87_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [1 Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]1 worden gestraft :
  1° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning, waar tak- of wortelvaste vruchten staan;
  2° Zij die, zonder dat er een andere door de wet bepaalde omstandigheid bijkomt, aan een ander toebehorende vruchten plukken of ter plaatse eten.
  [1 Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld, indien het feit wordt gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning.]1
  3° Zij die hun vee hun trek-, last of rijdieren laten lopen over andermans weiden in groei of over andermans grond voordat de oogst is weggehaald;
  4° Zij die anders dan met de hand aren lezen of die naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden;
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
  7° Zij wier geiten of woldieren (...) worden aangetroffen, grazend op andermans grond zonder verlof van de eigenaar of knabbelend aan hagen of bomen langs een openbare weg of langs een erf; [1 ...]1 <W 08-04-1969, art. 1>
  8° Zij die, zonder noodzaak en ondanks het verbod van de eigenaar, gebruik maken van een weg die aan een bijzondere persoon toebehoort.
  
Art. 88 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
  Seront punis [1 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]1 :
  1° (abrogé) <L 02-04-1971, art. 10>
  2° Les conducteurs qui, menant des bestiaux d'un lieu à un autre, (...) les auront laissés pacager sur les terrains des particuliers ou des communes. <L 08-04-1969, art. 1>
  [1 Le montant minimum de l'amende est doublé]1 si l'infraction a été commise sur un terrain ensemencé ou un terrain non dépouillé de sa récolte ou dans un enclos rural;
  3° Ceux qui auront laissé à l'abandon, sur les propriétés d'autrui, dans les champs ouverts, des bestiaux ou volailles de toute espèce dont ils sont propriétaires ou détenteurs.
  [1 Le montant minimum de l'amende est doublé]1 si l'infraction a été commise, soit dans l'enceinte des habitations, soit sur un terrain ensemencé ou sur un terrain non dépouille de sa récolte, soit dans un enclos rural [1 ou s'il s'agit d'un troupeau]1.
  [1 ...]1
  4° Ceux qui auront glané ou râtelé, en dehors des conditions fixées par l'article 11, et ceux qui auront glané ou râtelé dans les champs non entièrement dépouillés et vidés de leurs récoltes, dans les champs clos ou avant le lever et après le coucher du soleil;
  5° (abrogé) <L 08-04-1969, art. 1>
  6° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  7° Ceux qui auront établi des ruches à miel à une distance de moins de 20 mètres d'une habitation ou de la voie publique;
  (Toutefois cette distance est réduite à 10 mètres, lorsqu'il existe, entre les ruches et l'habitation ou la voie publique, un obstacle plein de 2 mètres de hauteur au moins.) <L 13-06-1911, article unique>
  8° Ceux qui décloront un champ pour se faire un passage dans leur route, à moins qu'il ne soit décidé par le juge que le chemin public était impraticable; dans ce cas, la commune devra payer les indemnités;
  9° Ceux qui auront dégradé ou détérioré, de quelque manière que ce soit, les routes et les chemins publics de toute espèce, ou usurpé sur leur largeur.
  Outre la pénalité, le juge prononcera, s'il y a lieu, la réparation de la contravention conformément aux lois relatives à la voirie;
  10° Ceux qui, en labourant, empiéteront sur le terrain d'autrui;
  11° Ceux qui, sans motif légitime, se seront introduits dans un enclos où se trouvent des bestiaux;
  12° Ceux qui auront jeté des pierres ou d'autres corps durs ou d'autres objets pouvant souiller ou dégrader dans les jardins, enclos, prairies naturelles ou artificielles et dans les arbres;
  13° Ceux qui, par défaut de précaution, auront détruit et ceux dont les animaux auront détruit, en tout ou en partie, les greffes des arbres;
  14° Ceux qui auront inondé le terrain d'autrui ou y auront volontairement transmis les eaux d'une manière nuisible, en dehors des cas prévus par l'article 549 du Code pénal;
  15° Les gardes champêtres qui, contrairement à l'article 59, seront trouvés porteurs d'armes non autorisées.
  L'arme sera en outre confisquée;
  16° Les gardes champêtres des communes qui n'auront pas tenu régulièrement le livret prescrit par l'article 78.
  
Art.88. Met geldboete van vijf tot vijftien frank worden gestraft :
  1° (opgeheven) <W 02-04-1971, art. 10>
  2° Geleiders die, op weg met hun vee van de ene plaats naar de andere, (...) het laten grazen op gronden van bijzondere personen of van gemeenten. <W 08-04-1969, art. 1>
  Het misdrijf gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen.
  3° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, waarvan zij eigenaar of houder zijn, op andermans eigendom in het open veld laten loslopen.
  Het misdrijf gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen.
  Betreft het een kudde, dan wordt de geldboete gebracht op vijftien tot vijfentwintig frank en de eventuele gevangenisstraf op één dag tot zeven dagen.
  4° Zij die aren lezen of naharken zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 11, en zij die aren lezen of naharken op velden waarvan de oogst niet geheel is ingezameld en weggehaald is, op omheinde velden of voor zonsopgang en na zonsondergang.
  5° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
  6° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  7° Zij die bijenkorven plaatsen op minder dan twintig meter afstand van een woning of van de openbare weg.
  (Die afstand wordt verminderd tot tien meter, wanneer er tussen de bijenkorven en de woning of de openbare weg een volledig dichte beschutting van ten minste twee meter hoogte aanwezig is.) <W 13-06-1911, enig artikel>
  8° Zij die de afsluiting van een veld openen om zich een doorgang te verschaffen, tenzij de rechter beslist dat de openbare weg onbruikbaar was, in welk geval de gemeente de schadevergoeding moet betalen.
  9° Zij die op enigerlei wijze openbare wegen van welke aard ook beschadigen of zich een strook ervan toeëigenen.
  Indien daartoe grond bestaat, spreekt de rechter behalve de straf ook het herstel van de overtreding uit, overeenkomstig de wetten betreffende de wegen.
  10° Zij die bij het bewerken van het land zich grond van een ander toeëigenen.
  11° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf waar zich vee bevindt.
  12° Zij die stenen of andere harde lichamen of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, in tuinen, besloten erven, natuur- en kunstweiden of bomen werpen.
  13° Zij die door gebrek aan voorzorg enten van bomen geheel of gedeeltelijk vernielen en zij wier dieren dit doen.
  14° Zij die, buiten de gevallen van artikel 549 van het Strafwetboek, andermans grond onder water zetten of er opzettelijk het water op schadelijke wijze op doen lopen.
  15° Veldwachters die, in strijd met artikel 59, niet geoorloofde wapens dragen.
  Het wapen wordt bovendien verbeurd verklaard.
  16° Gemeenteveldwachters die het bij artikel 78 voorgeschreven boekje niet regelmatig bijhouden.
Art.89. Seront punis d'une amende de 10 francs à 20 francs et d'un emprisonnement d'un à cinq jours ou d'une de ces peines seulement :
  1° (Les propriétaires ou détenteurs de volailles, animaux ou bestiaux morts et sans destination utile, qui, hors les cas où il est interdit de ce faire auront négligé de les enfouir, dans les vingt-quatre heures, à 1 mètre 50 centimètres de profondeur, dans leur terrain ou bien au lieu désigné par l'administration communale.) <L 08-04-1969, art. 1>
  Dans ce cas, l'administration communale pourvoira à l'enfouissement aux frais du contrevenant qui, en vertu du jugement de condamnation, pourra être contraint au remboursement de la dépense sur simple état dressé par le collège échevinal;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, jetteront) des bêtes mortes sur les chemins publics ou sur les propriétés contiguës, dans un cours d'eau, un étang ou un canal; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° Ceux qui, sans titre, prendront possession d'une parcelle quelconque du terrain communal;
  4° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  5° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  6° Ceux qui se seront approprié indûment les eaux d'un canal d'irrigation ou qui s'en seront servis à d'autres jours ou à d'autres heures, ou en plus grande quantité que les règlements ou les conventions particulières ne le permettent;
  7° Ceux qui, sous quelque prétexte que ce soit, auront fouillé le champ d'autrui sans l'autorisation du propriétaire ou de l'exploitant, au moyen d'une houe, d'une bêche, d'un râteau ou de tout autre instrument.
  L'amende sera double dans le cas prévu par l'article 1er, si la fouille a eu lieu sans que le propriétaire ait été préalablement averti;
  8° Ceux qui auront allumé des feux dans les champs à moins de 100 mètres des maisons, des bois, des bruyères, des vergers, des haies, du blé, de la paille, des meules et des lieux ou le lin est mis à sécher.
Art.88_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [1 Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]1 worden gestraft :
  1° (opgeheven) <W 02-04-1971, art. 10>
  2° Geleiders die, op weg met hun vee van de ene plaats naar de andere, (...) het laten grazen op gronden van bijzondere personen of van gemeenten. <W 08-04-1969, art. 1>
  [1 Indien het misdrijf wordt gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld]1
  3° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, waarvan zij eigenaar of houder zijn, op andermans eigendom in het open veld laten loslopen.
  [1 Indien het misdrijf wordt gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf of wanneer het om een kudde gaat, wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld;]1
  [1 ...]1
  4° Zij die aren lezen of naharken zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 11, en zij die aren lezen of naharken op velden waarvan de oogst niet geheel is ingezameld en weggehaald is, op omheinde velden of voor zonsopgang en na zonsondergang.
  5° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
  6° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  7° Zij die bijenkorven plaatsen op minder dan twintig meter afstand van een woning of van de openbare weg.
  (Die afstand wordt verminderd tot tien meter, wanneer er tussen de bijenkorven en de woning of de openbare weg een volledig dichte beschutting van ten minste twee meter hoogte aanwezig is.) <W 13-06-1911, enig artikel>
  8° Zij die de afsluiting van een veld openen om zich een doorgang te verschaffen, tenzij de rechter beslist dat de openbare weg onbruikbaar was, in welk geval de gemeente de schadevergoeding moet betalen.
  9° Zij die op enigerlei wijze openbare wegen van welke aard ook beschadigen of zich een strook ervan toeëigenen.
  Indien daartoe grond bestaat, spreekt de rechter behalve de straf ook het herstel van de overtreding uit, overeenkomstig de wetten betreffende de wegen.
  10° Zij die bij het bewerken van het land zich grond van een ander toeëigenen.
  11° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf waar zich vee bevindt.
  12° Zij die stenen of andere harde lichamen of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, in tuinen, besloten erven, natuur- en kunstweiden of bomen werpen.
  13° Zij die door gebrek aan voorzorg enten van bomen geheel of gedeeltelijk vernielen en zij wier dieren dit doen.
  14° Zij die, buiten de gevallen van artikel 549 van het Strafwetboek, andermans grond onder water zetten of er opzettelijk het water op schadelijke wijze op doen lopen.
  15° Veldwachters die, in strijd met artikel 59, niet geoorloofde wapens dragen.
  Het wapen wordt bovendien verbeurd verklaard.
  16° Gemeenteveldwachters die het bij artikel 78 voorgeschreven boekje niet regelmatig bijhouden.
  
Art. 89 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
  Seront punis [3 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]3 :
  1° (Les propriétaires ou détenteurs de volailles, animaux ou bestiaux morts et sans destination utile, qui, hors les cas où il est interdit de ce faire auront négligé de les enfouir, dans les vingt-quatre heures, à 1 mètre 50 centimètres de profondeur, dans leur terrain ou bien au lieu désigné par l'administration communale.) <L 08-04-1969, art. 1>
  Dans ce cas, l'administration communale pourvoira à l'enfouissement aux frais du contrevenant qui, en vertu du jugement de condamnation, pourra être contraint au remboursement de la dépense sur simple état dressé par le collège échevinal;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, jetteront) des bêtes mortes sur les chemins publics ou sur les propriétés contiguës, dans un cours d'eau, un étang ou un canal; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° Ceux qui, sans titre, prendront possession d'une parcelle quelconque du terrain communal;
  4° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  5° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  6° Ceux qui se seront approprié indûment les eaux d'un canal d'irrigation ou qui s'en seront servis à d'autres jours ou à d'autres heures, ou en plus grande quantité que les règlements ou les conventions particulières ne le permettent;
  7° Ceux qui, sous quelque prétexte que ce soit, auront fouillé le champ d'autrui sans l'autorisation du propriétaire ou de l'exploitant, au moyen d'une houe, d'une bêche, d'un râteau ou de tout autre instrument.
  [3 Le montant minimum de l'amende est doublé]3 dans le cas prévu par l'article 1er, si la fouille a eu lieu sans que le propriétaire ait été préalablement averti;
  8° Ceux qui auront allumé des feux dans les champs à moins de 100 mètres des maisons, des bois, des bruyères, des vergers, des haies, du blé, de la paille, des meules et des lieux ou le lin est mis à sécher.
  
Art.89. Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
  1° (Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.) <W 08-04-1969, art. 1>
  In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
  4° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
  7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
  De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
  8° Zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, bossen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.
Art. 89 _REGION_WALLONNE.
   Seront punis d'une amende de 10 francs à 20 francs et d'un emprisonnement d'un à cinq jours ou d'une de ces peines seulement :
  1° (Les propriétaires ou détenteurs de volailles, animaux ou bestiaux morts et sans destination utile, qui, hors les cas où il est interdit de ce faire auront négligé de les enfouir, dans les vingt-quatre heures, à 1 mètre 50 centimètres de profondeur, dans leur terrain ou bien au lieu désigné par l'administration communale.) <L 08-04-1969, art. 1>
  Dans ce cas, l'administration communale pourvoira à l'enfouissement aux frais du contrevenant qui, en vertu du jugement de condamnation, pourra être contraint au remboursement de la dépense sur simple état dressé par le collège échevinal;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, jetteront) des bêtes mortes sur les chemins publics ou sur les propriétés contiguës, dans un cours d'eau, un étang ou un canal; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° Ceux qui, sans titre, prendront possession d'une parcelle quelconque du terrain communal;
  4° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  5° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  6° Ceux qui se seront approprié indûment les eaux d'un canal d'irrigation ou qui s'en seront servis à d'autres jours ou à d'autres heures, ou en plus grande quantité que les règlements ou les conventions particulières ne le permettent;
  7° Ceux qui, sous quelque prétexte que ce soit, auront fouillé le champ d'autrui sans l'autorisation du propriétaire ou de l'exploitant, au moyen d'une houe, d'une bêche, d'un râteau ou de tout autre instrument.
  L'amende sera double dans le cas prévu par l'article 1er, si la fouille a eu lieu sans que le propriétaire ait été préalablement averti;
  8° Ceux qui auront allumé des feux dans les champs à moins de 100 mètres des maisons, [1 ...]1 des bruyères, des vergers, des haies, du blé, de la paille, des meules et des lieux ou le lin est mis à sécher;
  [1 9° ceux qui portent ou allument du feu à moins de vingt-cinq mètres des bois et forêts, sauf autorisation du propriétaire de ceux-ci.]1
  
Art.89_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [3 Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]3 worden gestraft :
  1° (Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.) <W 08-04-1969, art. 1>
  In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
  4° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
  7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
  [3 Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld]3, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
  8° Zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, bossen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.
  
Art. 89 _REGION_FLAMANDE.
   Seront punis d'une amende de 10 francs à 20 francs et d'un emprisonnement d'un à cinq jours ou d'une de ces peines seulement :
  1° (Les propriétaires ou détenteurs de volailles, animaux ou bestiaux morts et sans destination utile, qui, hors les cas où il est interdit de ce faire auront négligé de les enfouir, dans les vingt-quatre heures, à 1 mètre 50 centimètres de profondeur, dans leur terrain ou bien au lieu désigné par l'administration communale.) <L 08-04-1969, art. 1>
  Dans ce cas, l'administration communale pourvoira à l'enfouissement aux frais du contrevenant qui, en vertu du jugement de condamnation, pourra être contraint au remboursement de la dépense sur simple état dressé par le collège échevinal;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, jetteront) des bêtes mortes sur les chemins publics ou sur les propriétés contiguës, dans un cours d'eau, un étang ou un canal; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° Ceux qui, sans titre, prendront possession d'une parcelle quelconque du terrain communal;
  4° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  5° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  6° Ceux qui se seront approprié indûment les eaux d'un canal d'irrigation ou qui s'en seront servis à d'autres jours ou à d'autres heures, ou en plus grande quantité que les règlements ou les conventions particulières ne le permettent;
  7° Ceux qui, sous quelque prétexte que ce soit, auront fouillé le champ d'autrui sans l'autorisation du propriétaire ou de l'exploitant, au moyen d'une houe, d'une bêche, d'un râteau ou de tout autre instrument.
  L'amende sera double dans le cas prévu par l'article 1er, si la fouille a eu lieu sans que le propriétaire ait été préalablement averti;
  8° [3 Ceux qui auront allumé des feux dans les champs à moins de cent mètres des bruyères ;]3
  [3 9° Ceux qui auront allumé des feux dans les champs à moins de cent mètres des maisons, des vergers, des haies, du blé, de la paille, des meules et des lieux ou le lin est mis à sécher.]3
  [3 L'interdiction visée à l'alinéa 1er, 9°, ne s'applique pas aux feux de camp dans les hébergements touristiques tels que visés à l'article 3 du décret du 5 février 2016 relatif à l'hébergement touristique si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   1° le propriétaire ou l'exploitant autorise les feux de camp ;
   2° le propriétaire ou l'exploitant notifie par écrit au collège des bourgmestre et échevins la possibilité d'allumer des feux de camp sur son terrain ;
   3° le bourgmestre, le collège des bourgmestre et échevins, la police, les pompiers ou une autre instance responsable n'interdisent pas l'allumage de feux de camp en raison d'un risque d'incendie ;
   4° les éventuelles conditions supplémentaires imposées par le bourgmestre, le collège des bourgmestre et échevins, la police, les pompiers ou une autre instance responsable sont respectées.]3

  
Art.89_WAALS_GEWEST.    Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
  1° (Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.) <W 08-04-1969, art. 1>
  In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
  4° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
  7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
  De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
  8° Zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, [1 ...]1 heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.
  [1 9° zij die vuur dragen of aansteken op minder dan vijfentwintig meter van bossen en wouden, behoudens toestemming van de eigenaar ervan.]1
  
Art.90. Seront punis d'une amende de 15 francs à 25 francs et d'un emprisonnement d'un à sept jours ou d'une de ces peines seulement:
  1° Ceux qui mèneront ou garderont à vue des bestiaux ou volailles, de quelque espèce qu'ils soient et à quelque époque que ce soit, dans les récoltes d'autrui, dans les prairies naturelles ou artificielles, dans les vignes, oseraies, houblonnières, dans les plants ou pépinières d'arbres fruitiers ou autres, faits de main d'homme;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, auront volontairement jeté) ou fait jeter dans un puits, un abreuvoir ou une fontaine, soit publics, soit privés, des corps organiques ou toute autre matière de nature à corrompre l'eau ou à la rendre impropre à l'usage domestique; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution auront jeté) dans un canal, un étang, un vivier ou un réservoir, des substances de nature à détruire le poisson; <L 08-04-1969, art. 1>
  4° Ceux qui auront déterré en totalité ou en partie et pour n'importe quel usage, des cadavres ou des débris d'animaux ou de bestiaux.
  L'emprisonnement sera toujours prononcé si l'enfouissement de l'animal a eu lieu par ordre de l'autorité;
  5° Ceux qui, volontairement et de quelque manière que ce soit, auront détruit, renverse, bouché ou fracturé des ruches d'abeilles, ou qui auront fait périr ou tente de faire périr les abeilles appartenant à autrui;
  6° Ceux qui auront attiré chez eux les essaims venant du rucher appartenant à autrui, si, dans les vingt-quatre heures de la réclamation à eux faite, ils ne les ont pas restitués;
  7° Ceux qui auront enlevé sur le terrain d'autrui des pierres, gazons, terres, sables, chaux, marne, fumier et tout autre engrais;
  8° Ceux qui auront volontairement détruit ou dégradé, bouché ou déplacé des tuyaux de drainage;
  9° Ceux qui auront écorcé ou coupé, en tout ou en partie, des arbres d'autrui, sans les faire périr;
  10° Ceux qui auront enlevé le bois des haies ou des plantations d'arbres;
  11° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  12° (Ceux qui auront planté des arbres en contravention des articles 35bis et 35ter.) <L 08-04-1969, art. 1>
  (A la demande d'une partie civile, il sera fait application de l'article 36bis du présent Code.) <L 12-07-1976, art. 2>
Art.89_VLAAMS_GEWEST.    (Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
  1° (Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.) <W 08-04-1969, art. 1>
  In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
  4° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
  7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
  De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
  8° [3 zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van heiden;]3
  [3 9° zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.]3
  [3 Het verbod, vermeld in het eerste lid, 9°, geldt niet voor kampvuren op toeristische logiezen als vermeld in artikel 3 van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° de eigenaar of exploitant staat kampvuren toe;
   2° de eigenaar of exploitant maakt schriftelijk melding bij het college van burgemeester en schepenen van de mogelijkheid om op zijn terrein kampvuren aan te steken;
   3° de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, brandweer of een andere verantwoordelijke instantie verbiedt het aansteken van kampvuren niet wegens brandgevaar;
   4° eventuele bijkomende voorwaarden die de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, de brandweer of een andere verantwoordelijke instantie heeft opgelegd, worden gerespecteerd.]3

  
Art. 90 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
  Seront punis [1 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]1:
  1° Ceux qui mèneront ou garderont à vue des bestiaux ou volailles, de quelque espèce qu'ils soient et à quelque époque que ce soit, dans les récoltes d'autrui, dans les prairies naturelles ou artificielles, dans les vignes, oseraies, houblonnières, dans les plants ou pépinières d'arbres fruitiers ou autres, faits de main d'homme;
  2° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution, auront volontairement jeté) ou fait jeter dans un puits, un abreuvoir ou une fontaine, soit publics, soit privés, des corps organiques ou toute autre matière de nature à corrompre l'eau ou à la rendre impropre à l'usage domestique; <L 08-04-1969, art. 1>
  3° (Ceux qui, hors les cas prévus par la loi du 11 mars 1950 sur la protection des eaux contre la pollution auront jeté) dans un canal, un étang, un vivier ou un réservoir, des substances de nature à détruire le poisson; <L 08-04-1969, art. 1>
  4° Ceux qui auront déterré en totalité ou en partie et pour n'importe quel usage, des cadavres ou des débris d'animaux ou de bestiaux.
  L'emprisonnement sera toujours prononcé si l'enfouissement de l'animal a eu lieu par ordre de l'autorité;
  5° Ceux qui, volontairement et de quelque manière que ce soit, auront détruit, renverse, bouché ou fracturé des ruches d'abeilles, ou qui auront fait périr ou tente de faire périr les abeilles appartenant à autrui;
  6° Ceux qui auront attiré chez eux les essaims venant du rucher appartenant à autrui, si, dans les vingt-quatre heures de la réclamation à eux faite, ils ne les ont pas restitués;
  7° Ceux qui auront enlevé sur le terrain d'autrui des pierres, gazons, terres, sables, chaux, marne, fumier et tout autre engrais;
  8° Ceux qui auront volontairement détruit ou dégradé, bouché ou déplacé des tuyaux de drainage;
  9° Ceux qui auront écorcé ou coupé, en tout ou en partie, des arbres d'autrui, sans les faire périr;
  10° Ceux qui auront enlevé le bois des haies ou des plantations d'arbres;
  11° (abrogé) <L 04-12-1961, art. 1>
  12° (Ceux qui auront planté des arbres en contravention des articles 35bis et 35ter.) <L 08-04-1969, art. 1>
  (A la demande d'une partie civile, il sera fait application de l'article 36bis du présent Code.) <L 12-07-1976, art. 2>
  
Art.90. Met geldboete van vijftien tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
  1° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, op enigerlei tijdstip drijven of hoeden in andermans veldvruchten, in natuur- of kunstweiden, in wijngaarden, griendwaarden, hopakkers, in door mensenhand aangelegde aanplantingen of kwekerijen van fruit- en andere bomen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) opzettelijk in een openbare of private waterput, drinkplaats of fontein organische lichamen of andere stoffen werpen of doen werpen die het water kunnen bederven of voor huishoudelijk gebruik ongeschikt maken. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) in een vaart, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpen die de vis kunnen vernielen. <W 08-04-1969, art. 1>
  4° Zij die, onverschillig voor welk gebruik, krengen of resten van dieren of vee geheel of gedeeltelijk ontgraven.
  De gevangenisstraf wordt altijd uitgesproken, indien het dier op last van de overheid in de grond is gedolven.
  5° Zij die, opzettelijk en op welke wijze ook, bijenkorven vernielen, omstoten, toestoppen of openbreken, of die andermans bijen doen omkomen of pogen te doen omkomen.
  6° Zij die een bijenzwerm, komend uit andermans bijenstal, op hun goed lokken, indien zij hem niet hebben teruggegeven binnen vierentwintig uren nadat hij van hen is teruggevorderd.
  7° Zij die stenen, graszoden, aarde, zand, kalk, mergel, dierlijke of enige andere meststof op andermans grond wegnemen.
  8° Zij die draineerbuizen opzettelijk vernielen of beschadigen, toestoppen of verplaatsen.
  9° Zij die andermans bomen geheel of gedeeltelijk ontschorsen of snijden, zonder dat deze vergaan.
  10° Zij die het hout van hagen of van boomaanplantingen wegnemen.
  11° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  12° (Zij die bomen planten met overtreding van de artikelen 35bis en 35ter.) <W 08-04-1969, art. 1>
  (Op vordering van een burgerlijke partij wordt artikel 36bis van dit Wetboek toegepast.) <W 12-07-1976, art. 2>
Art.91. Les peines pour les contraventions prévues aux articles 87 et 90 ci-dessus seront élevées au maximum, et le tribunal prononcera, en outre, un emprisonnement de un à sept jours :
  1° S'il y a récidive dans l'année à dater du premier jugement rendu contre le délinquant pour la même contravention et par le même tribunal;
  2° Si les contraventions ont été commises la nuit;
  3° Si les faits ont été commis en bande ou en réunion.
Art.90_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [1 Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]1 worden gestraft :
  1° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, op enigerlei tijdstip drijven of hoeden in andermans veldvruchten, in natuur- of kunstweiden, in wijngaarden, griendwaarden, hopakkers, in door mensenhand aangelegde aanplantingen of kwekerijen van fruit- en andere bomen.
  2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) opzettelijk in een openbare of private waterput, drinkplaats of fontein organische lichamen of andere stoffen werpen of doen werpen die het water kunnen bederven of voor huishoudelijk gebruik ongeschikt maken. <W 08-04-1969, art. 1>
  3° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) in een vaart, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpen die de vis kunnen vernielen. <W 08-04-1969, art. 1>
  4° Zij die, onverschillig voor welk gebruik, krengen of resten van dieren of vee geheel of gedeeltelijk ontgraven.
  De gevangenisstraf wordt altijd uitgesproken, indien het dier op last van de overheid in de grond is gedolven.
  5° Zij die, opzettelijk en op welke wijze ook, bijenkorven vernielen, omstoten, toestoppen of openbreken, of die andermans bijen doen omkomen of pogen te doen omkomen.
  6° Zij die een bijenzwerm, komend uit andermans bijenstal, op hun goed lokken, indien zij hem niet hebben teruggegeven binnen vierentwintig uren nadat hij van hen is teruggevorderd.
  7° Zij die stenen, graszoden, aarde, zand, kalk, mergel, dierlijke of enige andere meststof op andermans grond wegnemen.
  8° Zij die draineerbuizen opzettelijk vernielen of beschadigen, toestoppen of verplaatsen.
  9° Zij die andermans bomen geheel of gedeeltelijk ontschorsen of snijden, zonder dat deze vergaan.
  10° Zij die het hout van hagen of van boomaanplantingen wegnemen.
  11° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
  12° (Zij die bomen planten met overtreding van de artikelen 35bis en 35ter.) <W 08-04-1969, art. 1>
  (Op vordering van een burgerlijke partij wordt artikel 36bis van dit Wetboek toegepast.) <W 12-07-1976, art. 2>
  
Art. 91 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
  [1 Le montant minimum de l'amende prévue pour les infractions prévues aux articles 87 et 90 est doublé]1 :
  1° [1 ...]1
  2° Si les contraventions ont été commises la nuit;
  3° Si les faits ont été commis en bande ou en réunion.
  
Art.91. De straffen op de overtredingen, omschreven in de artikelen 87 en 90, worden verhoogd tot het maximum en de rechtbank spreekt bovendien gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen uit :
  1° Indien er herhaling is binnen een jaar, te rekenen van het eerste vonnis tegen de schuldige gewezen wegens dezelfde overtreding en door dezelfde rechtbank;
  2° Indien de overtredingen bij nacht zijn gepleegd;
  3° Indien de feiten in bende of in vereniging zijn gepleegd.
Art.92. Dans tous les cas prévus aux articles précédents, s'il existe des circonstances atténuantes, l'emprisonnement pourra être écarté et l'amende réduite, sans qu'elle puisse, en aucun cas, être inférieure à un franc.
Art.91_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [1 Het minimale bedrag van de geldboete voor de misdrijven, omschreven in de artikelen 87 en 90, wordt verdubbeld]1 :
  1° [1 ...]1
  2° Indien de overtredingen bij nacht zijn gepleegd;
  3° Indien de feiten in bende of in vereniging zijn gepleegd.
  
Art.92.In alle gevallen van de vorige artikelen kan, indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, van gevangenisstraf afgezien worden en kan de geldboete verminderd worden , maar nooit tot minder dan één frank.
CHAPITRE 6. - Des restitutions et des dommages-intérêts.
HOOFDSTUK 6. - Teruggave en schadevergoeding.
Art.94. Les (...) pères, mères, tuteurs, maîtres et commettants sont civilement responsables des amendes, restitutions, dommages-intérêts et frais résultant des condamnations prononcées contre (...) leur enfants mineurs et pupilles non mariés demeurant avec eux, leurs ouvriers, voituriers et autres subordonnés, sauf tout recours de droit.
Art.93. In geen geval mag de aan de burgerlijke partij verschuldigde schadevergoeding, met inbegrip van de waarde van de in natura teruggegeven voorwerpen, minder bedragen dan de enkele geldboete bij het vonnis opgelegd.
Art.95. Les usagers sont responsables des condamnations aux amendes, restitutions, dommages-intérêts et frais prononcés contre leurs pâtres et gardiens pour tous les délits et contraventions en matière rurale commis pendant le temps et l'accomplissement du service.
Art.94. De (...), de ouders, de voogden, de meesters en zij die anderen aanstellen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten die voortvloeien uit de veroordelingen, uitgesproken tegen (...), hun minderjarige kinderen en hun pupillen, die ongehuwd zijn en bij hen inwonen, hun werklieden, voerlieden en andere ondergeschikten, behoudens verhaal als naar recht.
CHAPITRE 7. - De l'exécution des jugements.
Art.95. De gebruiksgerechtigden zijn aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten, waartoe hun hoeders en bewakers veroordeeld zijn wegens wanbedrijven of overtredingen inzake veldpolitie, gepleegd gedurende de tijd en de uitoefening van de dienst.
Art.96. Les jugements rendus par défaut, à la requête de la partie civile ou sur la poursuite du ministère public, seront signifiés par simple extrait, qui contiendra le nom des parties et le dispositif.
  Cette signification fera courir les délais de l'opposition et de l'appel.
HOOFDSTUK 7. - Tenuitvoerlegging van vonnissen.
Art.97. Les jugements portant condamnation à des amendes, restitutions, dommages-intérêts et frais seront exécutés, suivant le cas, comme en matière correctionnelle ou comme en matière de police.
Art.96. Vonnissen, bij verstek gewezen op verzoek van de burgerlijke partij of op vervolging van het openbare ministerie, worden betekend bij een eenvoudig uittreksel, dat de naam van de partijen en het beschikkende gedeelte van het vonnis inhoudt.
  Die betekening doet de termijnen van verzet en van hoger beroep ingaan.
Art. 98. <L 08-04-1969, art. 1> Le présent code ne déroge pas aux lois ou règlements concernant les polders et les wateringues.
Art.97. Vonnissen houdende veroordeling tot geldboete, teruggave, schadevergoeding en kosten worden ten uitvoer gelegd zoals in correctionele zaken of zoals in politiezaken, naar gelang van het geval.
Art. 41. Lorsque l'Etat, une province, une commune ou un établissement public voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, autres que ceux dont il est question à l'article précédent, cette opération sera annoncée deux mois d'avance, par voie de publication et d'affiches, dans les formes ordinaires, et dans un journal de la province et de l'arrondissement, s'il en existe.
  Les frais qui en résulteront seront supportés par la partie qui aura réclamé la délimitation.
Art. 98. <W 08-04-1969, art. 1> Door dit wetboek wordt niet afgeweken van de wetten of reglementen betreffende polders en wateringen.
Art. 41 _REGION_WALLONNE.
   Lorsque l'Etat, une province, une commune ou un établissement public voudront procéder à la délimitation générale ou partielle de leurs biens, [1 ...]1, cette opération sera annoncée deux mois d'avance, par voie de publication et d'affiches, dans les formes ordinaires, et dans un journal de la province et de l'arrondissement, s'il en existe.
  Les frais qui en résulteront seront supportés par la partie qui aura réclamé la délimitation.