Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MAART 1870. - Wet op het tijdelijke der eerediensten (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-04-2014 en tekstbijwerking tot 25-04-2014)
Titre
4 MARS 1870. - Loi sur le temporel des cultes (COMMUNAUTE GERMANOPHONE) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-04-2014 et mise à jour au 25-04-2014)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK I. - Van de begrootingen en de rekeningen der besturen van parochiale- en hulpkerken.
CHAPITRE I. - Des budgets et des comptes de fabriques des églises paroissiales et succursales.
Afdeeling I. - Van de begrooting van het kerkbestuur.
Section I. - Du budget de la fabrique.
Artikel 1. [opgeheven]
Article 1. [abrogé]
Art.2. [opgeheven]
Art.2. [abrogé]
Art.3. [opgeheven]
Art.3. [abrogé]
Art.4. [opgeheven]
Art.4. [abrogé]
Afdeeling II. - Van de rekeningen.
Section II. - Des comptes.
Art.5. [opgeheven]
Art.5. [abrogé]
Art.6. [opgeheven]
Art.6. [abrogé]
Art.7. [...]
Art.7. [...]
Art.8. [opgeheven]
Art.8. [abrogé]
Art.9. [...]
Art.9. [...]
Art.10. [opgeheven]
Art.10. [abrogé]
Art.11. [opgeheven]
Art.11. [abrogé]
Art.12. [opgeheven]
Art.12. [abrogé]
Afdeeling III. - Bepalingen te gelijk betrekking hebbende tot de begrootingen en tot de rekeningen.
Section III. - Dispositions communes aux budgets et aux comptes.
Art.13. [opgeheven]
Art.13. [abrogé]
Art.14. [opgeheven]
Art.14. [abrogé]
Art.15. [opgeheven]
Art.15. [abrogé]
HOOFDSTUK Ibis. - (Algemeen toezicht op de handelingen en dwingend toezicht op de leden van de kerkfabrieken)
CHAPITRE Ibis. - (De la tutelle générale sur les actes et de la tutelle coercitive sur les membres des fabriques des églises.)
Afdeling 1. (Algemeen toezicht)
Section I. - (De la tutelle générale.)
Art. 15bis. [opgeheven]
Art. 15bis. [abrogé]
Art. 15ter. [...]
Art. 15ter. [...]
Art. 15quater. [opgeheven]
Art. 15quater. [abrogé]
Afdeling 2. (Dwingend toezicht)
Section II. - (De la tutelle coercitive.)
Art. 15quinquies. [...]
Art. 15quinquies. [...]
HOOFDSTUK II. - Van de begrooting en van de rekeningen der besturen van de hoofdkerken.
CHAPITRE II. - Du budget et des comptes des fabriques de cathédrales.
Art.16. [opgeheven]
Art.16. [abrogé]
Art.17. [opgeheven]
Art.17. [abrogé]
HOOFDSTUK IIbis. - (Algemeen toezicht op de handelingen en dwingend toezicht op de leden van de kathedrale kerkfabrieken)
CHAPITRE IIbis. - (De la tutelle générale sur les actes et de la tutelle coercitive sur les membres des fabriques cathédrales.)
Afdeling 1. (Algemeen toezicht)
Section I. - (De la tutelle générale.)
Art. 17bis. [opgeheven]
Art. 17bis. [abrogé]
Art. 17ter. [...]
Art. 17ter. [...]
Art. 17quater. [opgeheven]
Art. 17quater. [abrogé]
Afdeling 2. (Dwingend toezicht)
Section II. - (De la tutelle coercitive.)
Art. 17quinquies. [...]
Art. 17quinquies. [...]
HOOFDSTUK III. - (Boekhouding van de temporaliën van de andere erkende erediensten evenals het algemeen toezicht en het dwingend toezicht) < W 1999-03-10/43, art. 6, Inwerkingtreding : 03-05-1999>
CHAPITRE III. - (De la comptabilité du temporel des autres cultes reconnus ainsi que de la tutelle générale et de la tutelle coercitive.)
Art.18. (NOTA : opgeheven voor zover het de protestantse kerkbesturen betreft bij <DDG 2008-05-19/39, art. 42, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
   § 1. De begrotingen van de protestantse, anglicaanse en Israëlitische kerkbesturen, de wijzigingen ervan alsmede de rekeningen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Regering. Vóór 30 augustus van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat, worden de begrotingen in negen uitgiften, samen met alle bewijsstukken, aan de Regering toegezonden.
   Vóór 10 april van het jaar dat het begrotingsjaar volgt, worden de rekeningen in negen uitgiften, samen met alle bewijsstukken aan de Regering toegezonden.
   De Regering zendt de dossiers onmiddellijk aan het bevoegd centraal kerkbestuur toe.
   § 2. Het bevoegd centraal kerkbestuur sluit definitief de uitgaven m.b.t. het vieren van de eredienst. Samen met de gemeenteraden keurt het de begroting, de wijziging ervan of de rekening goed en zendt het volledig dossier, binnen 40 dagen na de ontvangst ervan, aan de Regering toe.
   Bij gebrek aan een beslissing binnen de vastgelegde termijn wordt het advies als positief beschouwd.
   § 3. Met uitzondering van de begrotingsartikelen van de uitgaven m.b.t. het vieren van de eredienst kan de Regering ontvangstramingen en artikelen van de uitgaven inschrijven, verminderen, verhogen of schrapen en materiële vergissingen corrigeren.
   De Regering beslist binnen de 40 dagen na de toezending van het volledig dossier. Zij kan de termijn waarover zij beschikt om haar bevoegdheid uit te oefenen, ten hoogste één keer met dezelfde duur verlengen.
   Bij gebrek aan een beslissing binnen de vastgelegde termijn wordt de goedkeuring geacht te zijn gegeven.
   § 4. Elke uitgifte vermeldende een beslissing van de Regering wordt onmiddellijk aan het bevoegd centraal kerkbestuur, het betrokken kerkbestuur en de belanghebbende gemeenten toegezonden. Een bijkomende uitgifte wordt in het archief van de Regering bewaard.
   § 5. Indien de begroting of de rekening niet overhandigd is op de bij § 1 bepaalde tijdstippen, of indien de kerkfabriek weigert de bewijsstukken of uitleggingen te geven, zendt de Regering per aangetekende brief een uitnodiging aan de kerkfabriek en verwittigt het bevoegd centraal kerkbestuur daarvan.
   Indien de kerkbestuurraad binnen de 20 dagen na de ontvangst van de brief de begroting of de rekening niet overhandigd heeft, dan kan de Regering de begroting of de rekening in plaats van de kerkbestuursraad vastleggen. De Regering zendt dan de dossiers aan de betrokken gemeenteraden en aan het bevoegd centraal kerkbestuur; daarna zijn de §§ 2 tot 4 van toepassing.
   § 6. De bepalingen van de artikelen 10 à 13, 15bis en 15quater zijn toepasselijk op de protestantse, anglicaanse en Israëlitische kerkbesturen.
Art.18. < (NOTE : abrogé dans la mesure où il concerne les administrations fabriciennes protestantes par )
   § 1er. Les budgets des administrations fabriciennes protestantes, anglicanes et israélites, leurs modifications ainsi que les comptes sont soumis à l'approbation du Gouvernement. Les budgets seront transmis au Gouvernement avant le 30 août de l'année précédant l'exercice budgétaire, en neuf exemplaires et accompagnés de toutes les pièces justificatives.
   Les comptes seront transmis au Gouvernement avant le 10 avril de l'année suivant l'exercice budgétaire, en neuf exemplaires et accompagnés de toutes les pièces justificatives.
   Le Gouvernement transmet immédiatement les dossiers aux conseils communaux concernés et à l'administration fabricienne centrale compétente.
  § 2. L'administration fabricienne centrale compétente arrête définitivement les dépenses relatives à la célébration du culte. Avec les conseils communaux, elle approuve le budget, la modification ou le compte et transmet le dossier complet au Gouvernement dans les 40 jours de sa réception.
   A défaut d'une décision dans le délai imparti, l'avis est censé être positif.
  § 3. A l'exception des articles budgétaires de dépenses relatifs à la célébration du culte, le Gouvernement peut inscrire, diminuer, augmenter ou rayer des prévisions de recettes ainsi que des articles de dépenses et corriger des erreurs matérielles.
   Le Gouvernement statue définitivement dans un délai de 40 jours suivant la notification de l'acte complet. Il peut prolonger au plus une fois, et pour la même durée, le délai dont il dispose pour exercer sa compétence.
   A défaut d'une décision dans le délai imparti, l'approbation est censée avoir été donnée.
  § 4. Toute expédition mentionnant la décision du Gouvernement est immédiatement envoyée à l'administration fabricienne centrale compétente, à l'administration fabricienne concernée et aux communes concernées. Une expédition supplémentaire est conservée dans les archives du Gouvernement.
  § 5. Si le budget ou le compte n'est pas remis aux époques fixées au § 1er ou si la fabrique refuse de fournir les pièces ou informations justificatives, le Gouvernement lui adresse une invitation par lettre recommandée et en informe l'administration fabricienne centrale compétente.
   Si le conseil de fabrique n'a pas introduit le budget ou le compte dans les vingt jours suivant cette mise en demeure, le Gouvernement peut arrêter le budget ou le compte en lieu et place du conseil de fabrique. Le Gouvernement transmet les dossiers aux conseils communaux concernés et à l'administration fabricienne centrale compétente; ensuite, les §§ 2 à 4 sont appliqués.
  § 6. Les dispositions des articles 10 à 13, 15bis et 15quater sont applicables aux administrations fabriciennes protestantes, anglicanes et israélites.
Art.19. (NOTA : opgeheven voor zover het de protestantse kerkbesturen betreft bij <DDG 2008-05-19/39, art. 42, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
  Deze Kerken worden, voor het beheer hunner tijdelijke belangen en voor hunne betrekkingen met de burgerlijke overheid, vertegenwoordigd en ingericht op de wijze, die door de regeering zal bepaald worden.
  Deze inrichting zal bevatten :
  1° De samenstelling van het personeel;
  2° Het grondgebied;
  3° Het beheer der goederen.
Art.19. (NOTE : abrogé dans la mesure où il concerne les administrations fabriciennes protestantes par )
   Ces églises sont, pour la gestion de leurs intérêts temporels et pour leurs rapports avec l'autorité civile, représentées et organisées de la manière qui sera déterminée par le gouvernement.
  Cette organisation comprendra :
  1° La composition du personnel;
  2° La circonscription;
  3° La régie des biens.
Art. 19bis. <W 1999-03-10/44, art. 8, Inwerkingtreding : 03-05-1999> De besturen die eigen zijn aan de islamitische en orthodoxe erediensten worden op de door artikel 19 bepaalde wijze ingericht op het grondgebied van de provincies en van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
   De betrekkingen met de burgerlijke overheid worden verzorgd door het representatief orgaan van de islamitische eredienst en door het representatief orgaan van de orthodoxe kerk.
   [Het toezicht op deze instellingen wordt uitgeoefend door de Regering overeenkomstig het decreet van 20 december 2004 houdende organisatie van het gewone administratieve toezicht op de gemeenten van het Duitse taalgebied.
   De oprichting van een bestuur en de aanneming van de gedane giften worden echter onderworpen aan de goedkeuring van de Regering.
   Daartoe worden de aanvragen tot oprichting van een bestuur overgezonden aan de Regering door het representatief orgaan van de eredienst. De beslissingen betreffende de civielrechtelijke handelingen en de aanneming van giften worden toegezonden aan de Regering.
   De aanneming van giften waarvan het bedrag 10.000 EUR niet overschrijdt en de civielrechtelijke handelingen, zijn echter onderworpen aan het algemeen toezicht. De lijst van deze beslissingen wordt na afloop van elk trimester toegezonden aan de Regering.
   De Regering kan het bedrag vermeld in het voorgaande lid indexeren.]
  [1 Het toezicht op de begrotingen, de wijzigingen van de begrotingen en de jaarrekeningen van de orthodoxe kerkfabrieken wordt uitgeoefend door de Regering overeenkomstig artikel 41.1 van het decreet van 19 mei 2008 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten.]1
   De geldelijke tegemoetkomingen van de gemeenten ten voordele van de bedienaars en de besturen der erediensten bepaald in de vorige artikelen, komen ten laste van de provincies en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wat de islamitische en orthodoxe erediensten betreft.
  
Art. 19bis. <L 1999-03-10/44, art. 8, En vigueur : 03-05-1999> Les administrations propres aux cultes islamique et orthodoxe sont organisées de la manière prévue par l'article 19 sur le territoire des provinces et de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale.
   Les rapports avec l'autorité civile sont assurés par l'organe représentatif du culte islamique et l'organe représentatif de l'église orthodoxe.
   [La tutelle de ces organismes est exercée par le Gouvernement conformément aux dispositions du décret du 20 décembre 2004 organisant la tutelle administrative ordinaire sur les communes de la région de langue allemande.
   La création d'un organisme administratif et l'acceptation des libéralités faites sont toutefois soumises à l'approbation du Gouvernement.
   A cet effet, les demandes de création d'un organisme administratif sont transmises au Gouvernement par l'organe représentatif du culte. Les décisions relatives aux opérations civiles et à l'acceptation de libéralités sont communiquées au Gouvernement.
   Toutefois, l'acceptation de libéralités dont le montant ne dépasse pas 10.000 euro et les opérations civiles sont soumises à la tutelle générale. La liste de ces décisions est transmise au Gouvernement à l'issue de chaque trimestre.
   Le Gouvernement peut indexer le montant mentionné à l'alinéa précédent.]
  [1 La tutelle sur les budgets, leurs modifications et les comptes annuels des fabriques d'églises orthodoxes est exercée par le Gouvernement conformément à l'article 41.1 du décret du 19 mai 2008 relatif à l'organisation matérielle et au fonctionnement des cultes reconnus.]1
   Les interventions financières incombant aux communes en faveur des ministres et des administrations des cultes visés aux articles précédents incombent, en ce qui concerne les cultes islamique et orthodoxe, aux provinces et à la Région de Bruxelles-Capitale.
  
Art. 20. Al de bepalingen, welke niet in strijd zijn met de tegenwoordige wet, worden behouden.
Art. 20. Toutes les dispositions non contraires à la présente loi sont maintenues.