Arrest nr 266.041 van 17 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke
ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping
overige
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
A R R E S T
nr. 266.041 van 17 maart 2026
in de zaak A. 243.119/X-18.860
In zake :
1.R.D.
2.J.R.
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten Joris Geens en Gheerkin Vanhaverbeke
kantoor houdend te 2600 Antwerpen
Borsbeeksebrug 36
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de GEMEENTE DESTELBERGEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Colin De Beir
kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen
Pastorijstraat 19
bij wie woonplaats wordt gekozen
2. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten Caroline De Mulder en Chiara Martino
kantoor houdend te 1000 Brussel
Havenlaan 86 C bus 414
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1.
Het beroep, ingesteld op 1 oktober 2024, strekt tot de
nietigverklaring
van
het
besluit
van
de
gemeenteraad
van
de
gemeente Destelbergen van 23 mei 2024 houdende de definitieve vaststelling van
het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kasteelsite Ter Burcht’ (hierna: het
bestreden
gemeentelijk
RUP)
en
van
het
besluit
van
het
team
Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid
van 16 november 2023 waarbij wordt geoordeeld dat voor het planinitiatief geen
planmilieueffectrapport (plan-MER) moet worden opgesteld.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
II. Verloop van de rechtspleging
2.
De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord
ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord
ingediend.
Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld.
De eerste verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft
plaatsgevonden op 6 maart 2026.
Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Gheerkin Vanhaverbeke, die verschijnt voor de
verzoekende
partijen,
advocaat
Maarten
De
Feyter,
die
loco
advocaat Colin De Beir verschijnt voor de eerste verwerende partij, en
advocaat Chiara Martino, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn
gehoord.
Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest
eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der
talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
III. Feiten
3.1.
De verzoekende partijen zijn eigenaar van het perceel en de
woning gelegen aan de Hellegatstraat te Destelbergen, kadastraal gekend als
afdeling 1, sectie A, nr. 672F en gelegen binnen het plangebied van het bestreden
gemeentelijk RUP.
Overeenkomstig
het
bij
koninklijk
besluit
van
14 september 1977 vastgesteld gewestplan Gentse en Kanaalzone is dit perceel –
evenals het plangebied in zijn geheel – gelegen in woongebied.
3.2.
De deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen keurt op
30
april
2008
het
gemeentelijk
ruimtelijk
structuurplan
van
de
gemeente Destelbergen (hierna: GRS) goed.
3.3.
Op 19 november 2019 keurt het college van burgemeester en
schepenen van de gemeente Destelbergen de procesnota en de startnota voor het
gemeentelijk RUP ‘Kasteelsites’ goed. Er zijn 17 deelplannen voor een totaal van
21 sites.
3.4.
Van 2 december 2019 tot 30 januari 2020 wordt over de startnota
een publieke raadpleging georganiseerd. Op 16 januari 2020 vindt een infomoment
voor het publiek plaats.
3.5.
Op 29 juni 2021 keurt het college van burgemeester en
schepenen van de gemeente Destelbergen de scopingnota voor het gemeentelijk
RUP ‘Kasteelsites’ goed.
3.6.
Op 2 augustus 2022 besluit het college, na advies en overleg met
het agentschap Onroerend Erfgoed, om het RUP ‘Kasteelsites’ te beperken tot de
site ‘Ter Burcht’ en om het planproces voor deze site verder te laten lopen.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
3.7.
Op 27 juni 2023 vindt een plenaire vergadering over het
voorgenomen gemeentelijk RUP ‘Kasteelsite Ter Burcht’ plaats.
Het
advies
van
het
departement
Omgeving
van
de
Vlaamse overheid van 21 juni 2023, verleend naar aanleiding van deze plenaire
vergadering, luidt:
“[…]
Enkel de site Ter Burcht bevindt zich in woongebied volgens het gewestplan
waardoor het wenselijk is om het karakter en identiteit van de site
planologisch te conserveren, waarbij in de aanvraagdocumenten wordt
aangegeven dat bijkomende woningen in overweging genomen worden in
zoverre ze ruimtelijk integreerbaar zijn.
In de voorschriften is dit uitgewerkt als een woonparkbestemming met
aangeduide zones voor bijkomend wonen, nl.: twee meergezinswoningen
met elk max. 10 woonentiteiten met een max. footprint van 750 m²
(zones 1 & 2) en een eengezinswoning met een max. footprint van 500 m²
(zone 3). In het kasteel en koetshuis zijn verschillende bestemmingen
mogelijk[…] waaronder verschillende woonvormen, zonder dit te bepalen in
de voorschriften.
[…]
Voorliggend planproces volgt uit de bindende bepalingen van het
gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. In het richtinggevend gedeelte wordt
verder aangegeven dat: […]
Het is van belang om de ontwikkelingsperspectieven voldoende af te
stemmen op deze bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
met name inzake de aanwezige erfgoed- en natuurwaarden.
Vanuit Vlaams oogpunt wordt daarbij gewezen op de bepalingen van de
omzendbrief ‘bossen in niet-groene bestemmingen: richtlijnen voor het
opmaken
van
ruimtelijke
plannen
en
het
beoordelen
van
omgevingsvergunningen’ omwille van het bebost karakter.
[…]
Verder zijn delen van de gemeente Destelbergen onderdeel van het
grootstedelijk gebied Gent (BVR 16/12/2005). Het plangebied is hierbinnen
gelegen en grenst aan het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘afbakening
grootstedelijk gebied Gent’, deelproject ‘Gentbrugse Meersen en Damvallei’
benoemd als een van de vier grote groenpolen en bestemd als natuurgebied.
In de toelichtingsnota van het gewestelijk RUP wordt binnen dit gebied het
belang aangegeven om de woonfunctie af te stemmen op de kwetsbaarheid
van het gebied.
In de plandocumenten van voorliggend gemeentelijk RUP wordt bij de
milieubeoordeling aangegeven dat er geen aanzienlijke negatieve effecten
verwacht worden betreffende de disciplines fauna, flora en biodiversiteit
omdat dit uitgaat van de instandhouding van de huidige functies zonder
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
daarbij aanzienlijke uitbreidingen mogelijk te maken gezien de actueel
geldende gewestplanbestemming.
Het is evenwel onduidelijk hoe het ontwikkelingsperspectief dat, naast de
herbestemming van kasteel en koetshuis, gepaard gaat met verkavelen van
het terrein in functie van 21 bijkomende woonentiteiten & bijkomend hard
ruimtebeslag (footprint bebouwing woonentiteiten 2000 m2 + aanhorige
verhardingen), op die manier te beschouwen valt binnen de voormelde
omgevings- en beleidscontext. We vragen de effecten op de plaatselijk
aanwezige natuurwaarden en de aangrenzende groenpool in het kader van de
milieubeoordeling diepgaander te (her)evalueren om te komen tot een
gedegen afweging van de ruimtelijke draagkracht van deze site.
Hierbij zijn de betreffende sectorale adviezen mede richtinggevend te
beschouwen.
Conclusie:
We ondersteunen het initiatief om middels een gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan de mogelijkheden voor deze kastelensite planmatig en
stringenter vast te leggen. Er wordt vanuit bovenvermelde overwegingen
vooralsnog voorbehoud gemaakt bij de bijkomende woonontwikkeling
omwille van de mogelijks nadelige impact op het kasteelpark.”
3.8.
Tijdens de plenaire vergadering van de gemeenteraad van de
gemeente Destelbergen van 27 juni 2023 wordt dit advies als volgt besproken:
“- Het Departement Omgeving stelt dat […] door het versnipperen van de
kasteelsites (wat met voorliggend RUP zal gebeuren) de identiteit van de
gemeente Destelbergen wordt ontkracht. Men stelt dat de draagkracht van de
site met voorliggend planprogramma overschreden zal worden. De achteloze
verdichting is op deze site niet wenselijk gezien het een verlengde vormt van
het zuidelijk gelegen natuurgebied.
Men stelt dat er daarbij ook gewaakt dient te worden dat er geen strijdigheid
optreedt met het GRS Destelbergen, die stelt dat de kasteelsites maximaal
bewaard dienen te blijven en het bomenbestand bij voorkeur wordt
uitgebreid.
➔ Gemeente Destelbergen reageert dat de kasteelsite Ter Burcht hierin een
buitenbeentje vormt aangezien deze volledig in woongebied is gelegen.
Er dient hierbij een pragmatische oplossing te worden gezocht om een
integrale teloorgang van de kasteelsite tegen te houden. Het is binnen het
gemeentelijk beleid nog steeds het uitgangspunt om de kasteelsites binnen de
gemeente maximaal te behouden.
[…]
Vervolg planproces RUP:
- Departement Omgeving en het Agentschap Natuur en Bos stellen dat het
RUP verdergezet kan worden, mits een beperkter woonprogramma.
➔ Gemeente Destelbergen pikt hierop in dat er (d.d. oktober 2014) een
principieel standpunt werd afgeleverd door het college van burgemeester en
schepenen bij de openbare verkoop van de gronden Hellegatstraat –
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Dendermondesteenweg. Deze stelt een woonprogramma voorop waarbij er
op
het
noordoostelijk
perceel
een
woonprogramma
van
maximaal 6 woongelegenheden en op het zuidoostelijk perceel een
woonprogramma van maximaal 4 woongelegenheden gerealiseerd kon
worden. Dit principieel standpunt kan als leidraad dienen bij het definiëren
van een nieuw, gereduceerd woonprogramma op de site.”
3.9.
Op 16 november 2023 beslist het team Milieueffectrapportage
van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid dat geen plan-MER voor
het voorgenomen gemeentelijk RUP moet worden opgesteld.
Dit is de tweede bestreden beslissing.
3.10.
Op 21 december 2023 stelt de gemeenteraad van de
gemeente Destelbergen het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast.
3.11.
Van 20 januari 2024 tot 19 maart 2024 wordt over het ontwerp
van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek georganiseerd.
Er worden vier bezwaarschriften ingediend, onder andere door
de verzoekende partijen.
3.12.
Tijdens dit onderzoek brengen het agentschap Natuur en Bos, het
departement Omgeving van de Vlaamse overheid, de provincie Oost-Vlaanderen
en het agentschap Wegen en Verkeer een advies uit.
In het advies van het departement Omgeving van 31 januari 2024
wordt gesteld:
“Naar aanleiding van plenaire vergadering werd aangegeven dat we het
initiatief
ondersteunen
om
middels
een
gemeentelijk
ruimtelijk
uitvoeringsplan de mogelijkheden voor deze kastelensite planmatig en
stringenter vast te leggen maar dat het van belang is om de
ontwikkelingsperspectieven voldoende af te stemmen op deze bepalingen
van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan met name inzake de aanwezige
erfgoed- en natuurwaarden.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Voorliggende plandocumenten werden verder uitgewerkt met een reductie
van het maximaal aantal woonentiteiten, aldus kan een gunstig advies
worden verleend, waarbij het aangewezen is de inrichtingsvoorschriften qua
bebouwings- & verhardingsgraad af te stemmen op het gereduceerd
woonprogramma.”
3.13.
Op 28 maart 2024 brengt de gemeentelijke commissie voor
ruimtelijke ordening van de gemeente Destelbergen (hierna: Gecoro) een advies
uit, waarbij het bezwaar van de verzoekende partijen (bezwaar 4) wordt verworpen.
3.14.
In zitting van 23 mei 2024 stelt de gemeenteraad van de
gemeente Destelbergen het gemeentelijk RUP definitief vast.
Dit is de eerste bestreden beslissing.
Het grafisch plan van het gemeentelijk RUP is het volgende:
De bij dit plan horende legende luidt:
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Het gemeentelijk RUP voorziet aldus voor het volledige
plangebied in de bestemming ‘woonpark’.
3.15.
De stedenbouwkundige voorschriften van artikel 1. ‘Woonpark
(categorie woongebied)’ van het gemeentelijk RUP luiden:
“Bestemming
De zone is bestemd als woonpark. Binnen de bestemmingszone wordt
wonen in een lage dichtheid toegelaten en met respect voor de kasteelsite.
Binnen de kasteelsite staat het behoud, het herstel, de ontwikkeling en de
ruimtelijke samenhang van de specifieke cultuurhistorische, architecturale,
landschappelijke en horticulturele erfgoedwaarden centraal. Daarbij moet
een onderscheid gemaakt worden tussen de constructies, het park en de
relatie tussen beide.”
De toelichting bij deze bepaling luidt:
“Het plangebied is momenteel bestemd als woongebied op het gewestplan.
Het is niet aangewezen hier tabula rasa te maken van de kasteelsite en het
gebied integraal in te vullen met woningen. Er dient een evenwicht gezocht
te worden tussen het behoud van het kasteelpark met zijn kenmerkende
elementen en het beperkt toelaten van bijkomende woonentiteiten.”
Voor de constructies aanduid als C, waaronder de woning van de
verzoekende partijen (C’), geldt het volgend bestemmingsvoorschrift:
“Residentiële woningen met inbegrip van de bijgebouwen (zie aanduiding
‘C’): Hoofdbestemming: wonen in de vorm van ééngezinswoningen
Nevenbestemming: diensten en kantoren.”
alsook de volgende inrichtingsvoorschriften:
“Residentiële woningen (aangeduid als ‘C’):
Voor de woning(en) aangeduid als C’ geldt een terreinbezetting van
maximaal 450 m².
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Voor de woning(en) aangeduid als C’’ geldt een terreinbezetting van
maximaal 500m².
Herbouw en/of uitbreiding van bestaande bijgebouwen valt binnen de
vastgestelde terreinbezetting.
De inplanting van gebouwen en verhardingen dient te gebeuren met respect
voor het aanwezige bomenbestand. De aanleg van een tuin dient te
vertrekken vanuit een parkaanleg en dient in harmonie te zijn met het
omliggende park.”
Er worden drie “Zone[s] voor bijkomende woongelegenheden”
aangeduid, waarvoor de volgende stedenbouwkundige voorschriften (kolom links)
en bijkomende toelichting en verduidelijking (kolom rechts) worden bepaald:
“
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
.”
3.16.
De toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP bevat de volgende
te deze relevante passages:
“2. Beschrijving en verduidelijking van het plan
2.1 Doelstelling van het plan
Eigenaars van verscheidene kasteelsites in de gemeente Destelbergen hebben
steeds meer stedenbouwkundige vragen over hun domeinen. De vragen
hebben enerzijds betrekking op het waarborgen van de rentabiliteit van de
historische gebouwen en parken (bvb. door het wijzigen van de woonfunctie
of het verkavelen van het park) en hebben anderzijds ook betrekking op de
mogelijkheden voor eigen gebruik (bvb. de aanleg van een zwembad of het
realiseren van een volume-uitbreiding). Op dit moment bestaat tussen
eigenaars
en
gemeente
geen
ruimte
voor
overleg
omdat
de
gewestplanbestemming van de meeste sites (parkgebied, groengebied en
agrarisch gebied) het gevraagde nagenoeg nooit toelaat.
Tegelijkertijd wenst de gemeente Destelbergen, zoals vastgelegd in haar
GRS, het specifiek karakter en de erfgoedwaarden van de kasteelsites op haar
grondgebied te behouden en te versterken. Het behoud (of verlies) van de
erfgoedwaarden van zowel de gebouwen als het domein wordt mee bepaald
door de stedenbouwkundige mogelijkheden op elk van de sites: te enge
voorschriften (parkgebied, groengebied en agrarisch gebied) laten geen
ontwikkeling toe waardoor domeinen verkommeren, te ruime voorschriften
(woongebied)
ontbreken
een
weloverwogen
afweging
tussen
de
erfgoedwaarden en de gewenste maatschappelijke en ruimtelijke
ontwikkelingen.
Met het RUP Kasteelsites streeft de gemeente een kwalitatief behoud van
haar kasteelsites na door de rentabiliteit ervan te garanderen met correcte
ontwikkelingsmogelijkheden.
Correcte
ontwikkelingsmogelijkheden
impliceren dat ze ruimtelijk verantwoord zijn en een kwalitatieve omgang
met de erfgoedwaarden niet uit het oog verliezen. De gemeente wenst met
andere woorden (1) te faciliteren én (2) te reguleren.
Gezien de grote complexiteit van voorliggend planinitiatief wordt in
voorliggend RUP enkel de kasteelsite Ter Burcht meegenomen dewelke met
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
zijn huidige bestemmingsvoorschriften (nl. woongebied) ontwikkelingen
mogelijk maakt die een kwalitatief behoud van de erfgoedwaarden voorbij
kan streven. Om te kunnen waken over de erfgoedwaarden en de
landschappelijke beleving van deze site wordt voorliggend planinitiatief
doorlopen.
[…]
3.Plannings- en beleidscontext
[…]
3.3. Gemeentelijk niveau [p. 20-32]
3.3.1. Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) werd goedgekeurd door de
deputatie op 30.04.2008.
3.3.1.1 Algemeen
De ruimtelijke visie zoals geformuleerd in het richtinggevend gedeelte van
het GRS is een verfijning van het ruimtelijk kader bepaald in het RSV en
PRS-OV. De algehele visie op de gemeente Destelbergen luidt als volgt:
‘Destelbergen is enerzijds deels een randstedelijke gemeente van Gent en
anderzijds deels een groene long rond Gent waar naar de toekomst toe een
goede woonkwaliteit moet nagestreefd worden, door het integreren van
nieuwe voorzieningen binnen de vooropgestelde structuren. Het behoud van
het natuurlijk karakter, met een beheersing van de aantasting van de open
ruimte en een versteviging van de kernen waarbij de lokale behoeftes
maximaal moeten kunnen geïntegreerd worden zonder daarbij afbreuk te
doen aan de goede ruimtelijke ordening van het gebied, is essentieel.’ De
visie wordt per deelruimte en deelstructuur verder uitgewerkt in het
richtinggevend gedeelte.
In het bindend gedeelte worden de maatregelen opgenomen die noodzakelijk
zijn voor het realiseren van de uitgewerkte visie. De opmaak van onderhavig
RUP is één van deze maatregelen: ‘RUP Kasteelsites: Teneinde de
waardevolle kasteelsites te beschermen en een aantal specifieke maatregelen
uit te werken moet er een RUP opgemaakt worden waarbij de verbinding, de
eigenheid en de landschaps- en parkwaarden van deze gebieden met hun
dubbele onafscheidbare (woon- en landschaps-)functie centraal staat.’
3.3.1.2. Plangebied
[…]
3.3.1.2.3.2 (2) Kasteelsites
De kasteelparken (figuur 8) en hun omgeving hebben in Destelbergen een
specifiek karakter en belangrijke erfgoedwaarde. Deze sites moeten naar de
toekomst toe optimaal geïntegreerd worden in het totale landschap van
Destelbergen. Bij de verdere ontwikkeling en het herstel van de
kasteelparken is het de bedoeling volgende doelstellingen na te streven:
• Behoud en versterking van het specifiek karakter met inbegrip van de
cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden;
• Behoud en waar mogelijk uitbreiding van de beboste ruimtes afgewisseld
met ecologische graslanden die zorgen voor zichten en doorzichten;
• Dreefstructuren en bomenrijen behouden en verder ontwikkelen als
verbindende en structurele elementen;
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
• Natuurlijke afwerking van de randen van de voorkomende weides als
landschappelijke buffer ten opzichte van de aan de rand gelegen bebouwde
percelen;
• Het park moet zodanig worden ingericht dat het zijn ecologische,
landschappelijke en sociale functie blijvend kan vervullen (hetzij als privépark, hetzij als openbaar park) en dat de karakteristieken van de
kasteelparktuinen en de omgevende landschappen behouden blijven.
[…]
3.3.2. Mobiliteitsplan en trage wegen
[…]
5.Gewenste toestand
5.1 Ontwikkelingsmogelijkheden met respect voor park en erfgoed
Kasteel Ter Burcht vorm één van de vele kastelen van de gemeente die mee
de identiteit van Destelbergen vormen. De site is niet beschermd waardoor
sloop mogelijk is en de site is bovendien gelegen in woongebied waardoor
een woonprogramma mogelijk is. Met het RUP streeft de gemeente naar een
kwalitatief behoud van de kasteelsite ‘Ter Burcht’. Om het behoud te
garanderen
worden
binnen
het
woongebied
correcte
ontwikkelingsmogelijkheden
onderzocht.
Correcte
ontwikkelingsmogelijkheden impliceren dat ze ruimtelijk verantwoord zijn
en een kwalitatieve omgang met de ruimtelijke erfgoedwaarden niet uit het
oog verliezen.
De uitdaging hierbij ligt in het formuleren van ontwikkelingsmogelijkheden
voor bestaande en/of nieuwe gebouwen zonder de relatie met de tuin en het
landschap te verliezen. De kasteelsite vormt immers een entiteit waarbij
zowel de gebouwen als de onmiddellijke omgeving een ruimtelijke
erfgoedwaarde kent. De kwaliteit van de site schuilt echter in het geheel.
De configuratie van de gebouwen in hun context heeft meer waarde dan de
omgeving en de gebouwen afzonderlijk. De waarde van de site daalt wanneer
één van beide elementen verdwijnt.
Gelet op de ligging in woongebied volgens het gewestplan, gelet op de
ligging binnen het stedelijk gebied van Gent en gelet op de wens om
planschade te vermijden, is het aangewezen een woonprogramma te
voorzien. Dit woonprogramma moet echter rekening houden met de
landschapswaarden en erfgoedwaarden. Er wordt vertrokken in de planopties
van het behoud van het erfgoed en het behoud van de landschappelijke
kenmerken. Deze vormen de randvoorwaarden voor het voorzien van een
aangepast woonprogramma.
5.2 Planopties
5.2.1 Kasteel
[…]
5.2.2 Landschap
Het plangebied heeft een oppervlakte van 5,24 ha en is grotendeels bebost.
De site wordt gekenmerkt door een buitenplaats met koetshuis, oranjerie en
tuin welke samen omwald worden door een ruime waterpartij. De weides,
bebossing en vista ten zuiden van de Hellegatstraat (ganzenpoot, zichtbaar
op de luchtfoto) maakten in oorsprong waarschijnlijk deel uit van het park.
Deze structuur is niet meer voelbaar in het straatbeeld. Het zuidoosten van
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
de site bevat twee meer recente villa’s. De site kent een grote
belevingswaarde.
De site heeft een ruime oppervlakte, een parkstructuur met een typische
beeldtaal en omvat zowel een kasteel als typerende bijgebouwen (koetshuis
en oranjerie). De site is een voorbeeld van het herhaaldelijk voorkomend
landschappelijk ensemble binnen de gemeente Destelbergen en bevat een
streekeigenheid. De site werkt in die zin structuurondersteunend en kent een
grote locuswaarde.
5.2.2.1. Landschappelijke analyse
In het kader van de startnota werd voor iedere kasteelsite in 2018 een
landschappelijke analyse uitgevoerd. Gezien de historiek van het planproces
wordt hiervan enkel de landschappelijke analyse van de site Ter Burcht
weerhouden (zie bijlage 2).
Binnen de landschappelijke analyse wordt de basiskaart opgedeeld in een
reeks thematische kaarten welke de verschillende landschappelijke en
stedenbouwkundige bouwstenen uitlichten.
5.2.2.1.1 Boszoom
Het domein wordt in het oosten en westen afgeschermd door een boszoom
(1) met tussenin verschillende open ruimtes. Door de boszoom en de kunstig
geplaatste hagen in het noorden en zuiden, is het domein Ter Brucht een erg
in zichzelf gekeerd geheel.
Figuur 15: Boszomen Ter Burcht
5.2.2.1.2 Lineaire structuren en zichtassen
[…]
5.2.2.1.3 Open ruimtes
[…]
5.2.2.2
Landschappelijke
analyse
als
basis
voor
ontwikkelingsmogelijkheden
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Om de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het plangebied vast te leggen,
rekening
houdend
met
de
kenmerkende
(landschappelijke)
erfgoedelementen, wordt de landschappelijke analyse als basis genomen bij
het uitzetten van de krijtlijnen.
Belangrijke elementen voor de visievorming zijn:
• De dichte boszoom ten oosten en westen op het domein geeft de
buitenplaats zijn kenmerkend introvert karakter en blijft dus best volledig
intact.
• De drie bestaande zichtassen zijn kenmerkend en beeldbepalend voor het
domein. Het is niet wenselijk nieuwe elementen aan te brengen die dit zicht
kunnen verstoren.
• De open ruimte in de boszoom aan de westzijde is visueel afgeschermd van
de rest van het kasteeldomein. Door recentelijke vergunde woonprojecten
onmiddellijk ten westen van het plangebied is het niet langer wenselijk op
deze locatie verder te verdichten.
• Het water is een belangrijk structurerend element dat deel uitmaakt van een
belangrijke zichtas.
• Belangrijke landschappelijke elementen zijn ondermeer de muur langsheen
de hoofdtoegang van het domein, de zichtassen en de clump van rode beuken
grenzend aan de open plek in de oostelijke boszoom.
Het is dan ook de wens om de landschapselementen vastgelegd in de
landschappelijke analyse (hoofdstuk 5.2.2.1) maximaal te behouden en
vrijwaren van visuele en fysieke impact bij een mogelijke ontwikkeling van
het plangebied.
5.2.3 Wonen
Het plangebied is gelegen binnen het grootstedelijk gebied van Gent en
binnen woongebied cf. het vigerende gewestplan. Het algemeen beleid voor
woongebied binnen stedelijk gebied in Vlaanderen betreft een minimale
woondichtheid van 25 wooneenheden per ha. Gezien het plangebied in totaal
5,24 ha groot is, komt dit overeen met een 130-tal wooneenheden.
De landschappelijke waarde van het kasteeldomein ‘Ter Burcht’ zou met een
dergelijke woondichtheid volledig tenietgedaan worden. Gezien het de wens
is om de landschappelijke kwaliteiten en erfgoedwaarde van het plangebied
te vrijwaren, wordt een dergelijk aantal wooneenheden als onwenselijk
gezien.
Onderstaand wordt [de] verkavelingsaanvraag weergegeven die in oktober
2017 werd ingediend voor de oostelijke percelen. Overeenkomstig met de
bestemming (woongebied) zou een voorliggend voorstel mogelijk zijn
binnen het kasteelpark ‘Ter Burcht’. Dergelijk voorstel staat echter haaks op
de vooropgestelde visie voor dit kasteeldomein. Een klassieke verkaveling
met grootschalige woonpercelen zou de landschappelijke kwaliteiten en de
aanwezige erfgoedelementen in het plangebied volledig tenietdoen.
Dergelijke verkavelingsaanvragen worden dus als onwenselijk gezien.
Er dient gezocht te worden naar een minder ingrijpende typologie van wonen
waarbij de kwaliteiten van het gebied behouden blijven.
[…]
Figuur 22: Verkavelingsaanvraag onwenselijk cfr. Visie kasteeldomein
(d.d. oktober 2017).
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Daarentegen vormt het schrappen van het woongebied ook geen wenselijk[e]
ontwikkeling. Het goed is gelegen binnen het grootstedelijk gebied van Gent
en is gelegen tussen de kernen van Gent en Destelbergen. Dit leent zich tot
het toelaten van een woonfunctie. Daarnaast zou het schrappen van het
woongebied leiden tot planschade t.a.v. de gemeente Destelbergen.
Planschade is volgens de VCRO van toepassing wanneer een perceel niet
meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen.
De waardevermindering die hiervoor in aanmerking komt is het verschil
tussen de waarde van dat goed op het ogenblik van de verwerving,
geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op
schadevergoeding, verhoogd met de lasten en kosten, vóór de
inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan en de waarde van dat
goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding na
de inwerkingtreding van dat ruimtelijk uitvoeringsplan. De planschade
bedraagt 80% van de waardevermindering. De vorderingen tot betaling van
planschadevergoedingen, ongeacht het bedrag ervan, behoren tot de
bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg. De gemeente wenst een
aangepast woonprogramma te realiseren die het kasteelpark en de
erfgoedwaarden in stand houdt. Indien geen enkel woonprogramma voorzien
wordt, zal bij de gemeente planschade gevorderd worden. Het is geenszins
de wens van de gemeente om deze maatschappelijke kost te dragen. Het is
daarom de visie om enerzijds de streven naar een behoud van het park en
anderzijds het toelaten van (beperkte) ontwikkelingsmogelijkheden in het
kasteelpark. Er zal steeds een evenwicht gezocht moeten worden tussen deze
beide pijlers.
Om een dergelijk evenwicht tot stand te laten komen worden enkele
ruimtelijke principes vooropgesteld. Deze worden onderstaand meer in detail
besproken.
Principes:
• Beperkte woondichtheid:
Om de impact van de woonfunctie op de landschappelijke kwaliteit en
erfgoedwaarden
te
beperken
wordt
een
beperkte
woondichtheid
vooropgesteld. Niettegenstaande het goed in woongebied en het
grootstedelijk gebied van Gent is gelegen, vormt het behoud van het
kasteelpark een randvoorwaarde om een lage woondichtheid voorop te
stellen.
• Nieuwe woonentiteiten bundelen in meergezinswoningen:
Woonentiteiten die in het kasteeldomein voorzien worden, zullen in de vorm
van meergezinswoningen ingericht moeten worden. De woontypologie van
[een] meergezinswoning maakt dat de footprint van de bebouwing beperkt
blijft in tegenstelling tot grondgebonden woningen. Daarnaast blijft het
bestaande kasteelpark aaneengesloten terwijl dit bij grondgebonden
woningen met private tuinen volledig versnipperd zou zijn. Een bijkomend
voordeel is dat er slechts 1 toegang kan worden voorzien voor de
meergezinswoning. Het invullen met grondgebonden woningen zou
inhouden dat meerdere toegangen gerealiseerd moeten worden.
[…]
• Locatie met beperkte impact:
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Voor de verschillende percelen (loten) in het kasteelpark wordt een locatie
aangeduid waar bij de ontwikkeling van een woongebouw een beperkte
impact zal voorkomen. Er wordt hierbij vertrokken van de huidige inrichting
van het terrein om de ruimtelijke impact van nieuwe bebouwing te
minimaliseren.
o Lot 1: open plek
Op dit lot is er een open ruimte aanwezig tussen de waterpartij en de
cluster aan waardevolle rode beuken. De inplanting van de bebouwing
op deze open plek zou het bestaande bomenbestand maximaal
vrijwaren van negatieve impact. Gezien de oostelijk gerichte zichtas
vanaf het kasteel reeds verstoord is door de artificiële terreinophoging,
wordt deze zichtas niet verder negatief beïnvloed.
o Lot 2: bestaande woning
Op dit lot is er op heden reeds een woning aanwezig met bijhorende
terreinbezetting. Bij een herontwikkeling of inplanting van nieuwe
bebouwing dient de footprint van de huidige bebouwing volledig
hergebruikt te worden. Dit om de verstoorde ruimte in het kasteelpark
minimaal te doen aangroeien.
o Lot 3: verkaveld lot
Op
heden
is
dit
perceel
onbebouwd.
Er
geldt
een
verkavelingsovereenkomst voor 1 lot. De bebouwing wordt maximaal
aansluitend op de Hellegatstraat voorzien en het bosbestand blijft
maximaal gevrijwaard.
Vertrekkende vanuit deze reeds verstoorde locaties in het kasteelpark
(zie uitsparingen in arceringen figuur 24) kan een inplanting van de
woonfunctie voorzien worden zonder significant bijkomende negatieve
invloed op de landschappelijke beleving, kwaliteit, erfgoed- natuurwaarde
van het kasteelpark te veroorzaken.
De bouwmogelijkheden binnen het kasteelpark worden voor de verschillende
loten vastgelegd, dit uniform voor de verschillende vastgestelde loten.
Het woonprogramma kan voor de ganse site maximaal 10 woonentiteiten
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
omvatten. Om dit woonprogramma te ontsluiten kan voor ieder lot steeds
maximaal 1 toegang voorzien worden t.a.v. de openbare weg.
- Lot 1 kent een totale oppervlakte van ca. 8.600m². Voor lot 1 wordt
een terreinbezetting van 650m² vooropgesteld. Dit komt overeen met
een terreinbezettingsgraad van ca. 7,6%.
- Lot 2 kent een totale oppervlakte van ca. 6.070m². Voor lot 2 wordt
eveneens een terreinbezetting van 650m² vastgesteld. Dit komt overeen
met een terreinbezettingsgraad van ca. 11%.
- Lot 3 kent een totale oppervlakte van ca. 1.723m². Voor lot 3 wordt
een terreinbezetting van 500m² vastgesteld. Dit komt overeen met een
terreinbezettingsgraad van ca. 29%.
De vooropgestelde terreinbezettingsgraad is steeds bepaald exclusief de
toegang van de openbare weg tot het gebouw en/of parking op het terrein,
maar inclusief de ontsluiting en opstelplaats t.b.v. de brandweer en
parkeermogelijkheden. De verharding bij het inrichten van de toegang dient
steeds beperkt te zijn tot het strikt noodzakelijke. De toegang dient een
globaal kwalitatieve inrichting te kennen in overeenstemming met de
landschappelijke waarden van het kasteelpark.”
IV. Onderzoek van het tweede onderdeel van het eerste middel
Standpunt van de partijen
4.
De verzoekende partijen voeren in een eerste middel onder
andere de schending aan van (oud) artikel 2.1.2, §§ 2 en 3, van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
van de gemeente Destelbergen.
Zij vatten het tweede onderdeel van het eerste middel in hun
verzoekschrift als volgt samen:
“Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) van 2008 kan
in casu niet de wettige grondslag vormen voor het planinitiatief en de finaal
doorgevoerde plankeuzes, nu […] – tweede onderdeel – de concrete keuze
om in het kasteelpark nadrukkelijk zones voor ontwikkeling van
meergezinswoningen in te richten in strijd is met de richtinggevende
bepalingen van het GRS omtrent ‘Behoud en herstel van het specifieke
karakter van de kastelensites’.
[…]
En doordat, tweede onderdeel, oud artikel 2.1.2 §3 van de VCRO – zoals
van toepassing op de ruimtelijke structuurplannen – de overheid verbiedt
af te wijken van het richtinggevend gedeelte van het Gemeentelijk
Ruimtelijk Structuurplan;
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Doordat oud artikel 2.1.2 §6 van de VCRO de overheid gebiedt na de
vaststelling van het GRS maatregelen te nemen om de ruimtelijke
uitvoeringsplannen hiermee in overeenstemming te brengen,
Doordat de richtinggevende bepalingen van het GRS als doelstellingen
voor behoud en herstel van de kasteelparken oplegt ‘Behoud en versterking
van het specifiek karakter, met inbegrip van de cultuurhistorische,
landschappelijke en natuurwaarden[…]’ en ‘Behoud en waar mogelijk
uitbreiding van de beboste ruimtes, afgewisseld met ecologische
graslanden, die zorgen voor zichten en doorzichten.’
Terwijl met het bestreden besluit precies zones voor bijkomende
ontwikkeling worden aangeduid, inzonderheid voor meergezinswoningen
én in delen van het kasteelpark die thans onbebouwd zijn;
Terwijl de thans aangeduide zones voor ontwikkeling niet samenhangen of
in enig opzicht verbonden zijn met de bestaande gebouwen die het
eigenlijke kasteel uitmaken en dus ook op geen enkele manier
samenhangen met het karakter ervan;
Terwijl zelfs in het verslag van de plenaire vergadering wordt aangegeven
‘Men stelt dat er daarbij ook gewaakt dient te worden dat er geen
strijdigheid optreedt met het GRS Destelbergen, die stelt dat de kasteelsites
maximaal bewaard dienen te blijven en het bomenbestand bij voorkeur
wordt uitgebreid’
Terwijl ook nadien de ontwikkelingszones voor meergezinswoningen én
het ruimtebeslag op onbebouwde delen van het park behouden bleven,
zonder enige motivering anders dan dat de site door het gewestplan bestemd
is als woongebied en dat men planschadevorderingen wenst te vermijden;
Terwijl niet van een richtinggevende bepaling mag worden afgeweken
tenzij onder de voorwaarden in 2.1.2 §3 VCRO en mits uitgebreide
motivering, dat geen motieven voor afwijking van het GRS worden
gegeven en dat de gewestplanbestemming als woongebied van de
site Ter Burcht bij aanname van het GRS bekend was en dus manifest geen
onvoorziene omstandigheid uitmaakt[.]”
De verzoekende partijen citeren de passages uit het
richtinggevend deel van het GRS in verband met het behoud en de versterking van
de natuurwaarden en de landschappelijke waarden van de kasteelparken. Zij stellen
dat nergens in de documenten bij het gemeentelijk RUP wordt aangegeven dat
hiervan wordt afgeweken, noch waarom een dergelijke afwijking noodzakelijk zou
zijn. In de scopingnota van 22 juni 2021 wordt daarentegen aangegeven dat énkel
van het richtinggevend gedeelte van het GRS zou worden afgeweken om
bijkomende horecavoorzieningen toe te laten. In de adviezen van de Gecoro van
21 juni 2023 en 28 maart 2024 komen de termen ‘GRS’ of ‘richtinggevend
gedeelte’ niet voor en wordt inhoudelijk niet gemotiveerd waarom het plan géén
afwijking van het richtinggevend gedeelte van het GRS zou uitmaken. In de
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
toelichtingsnota bij het eerste bestreden besluit worden een aantal passages uit het
GRS weliswaar overgenomen, maar worden de plankeuzes er niet aan getoetst.
Nochtans blijkt, volgens de verzoekende partijen, reeds uit de uiteenzetting en de
grafische weergave van de ontwikkelingsmogelijkheden, dat met de concrete
plankeuzes minstens ter hoogte van de ontwikkelingszones (1) en (2) en het
aansnijden van een nieuw bouwveld in het parkgebied “de oorspronkelijke toestand
niet behouden blijft, dat er méér verdicht wordt en de ruimte dus dichtslibt, dat de
parkstructuur niet intact blijft (laat staan dat de openruimtestructuur versterkt zou
worden) dat het rooien van bomen in de bouwzone niet verboden is en dat de
landschappelijke waarde door het versnipperen van het park in bijkomende
bouwvelden redelijkerwijs afneemt”. Voor dit alles wordt geen enkele motivering
geboden, zodat de plankeuzes aanleiding dienen te geven tot de vernietiging van
het eerste bestreden besluit. De verzoekende partijen verwijzen nog naar het advies
van het departement Omgeving (van 21 juni 2023), dat als dusdanig werd
overgenomen in het verslag van de plenaire vergadering van de gemeenteraad van
Destelbergen (van 27 juni 2023), waarin dit alles wordt bevestigd.
5.
De eerste verwerende partij repliceert in haar memorie van
antwoord dat in het GRS uitdrukkelijk wordt gestipuleerd dat in de parken
“zowel de woon- als de landschapsfunctie centraal staan”. De verzoekende partijen
gaan er volgens haar aan voorbij dat de volledige kastelensite thans als woongebied
is ingekleurd, waarbij de nieuwe inkleuring als woonpark reeds een
inperking/reductie van de bestaande ontwikkelingsmogelijkheden – in functie van
het behoud van de bestaande erfgoedwaarden, respectievelijk het behoud/de
ontwikkeling van natuurwaarden – met zich meebrengt. Zowel de richtinggevende
als de bindende bepalingen van het GRS sluiten volgens haar niet uit dat een
woonfunctie in het gemeentelijk RUP wordt behouden of mogelijk gemaakt, doch
beperkter dan deze die mogelijk zijn volgens de geldende gewestplanbestemming.
Zoals volgens haar uitvoerig werd gemotiveerd, is het zaak om hierin een correct
evenwicht te vinden door ontwikkelingsmogelijkheden uit te werken die, enerzijds,
de rentabiliteit van het gebied garanderen – namelijk de woonfunctie
behouden/mogelijk maken – en, anderzijds, de erfgoedwaarden mede in stand
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
houden. Zoals blijkt uit de stedenbouwkundige voorschriften werd ervoor
geopteerd om bouwmogelijkheden te voorzien in de overdrukzone voor
ontwikkeling (1) en overdrukzone voor ontwikkeling (2), waar zich op vandaag
reeds bebouwing bevindt die los staat van het kasteel Ter Burcht. Zoals uitgebreid
werd toegelicht in de toelichtingsnota (onder hoofdstuk 5.2.3 ‘Wonen’, p. 49-53)
werd voor deze ontwikkelingszones geopteerd omdat dit reeds verstoorde locaties
in het kasteelpark vormden waar verdere bebouwing kan worden voorzien zonder
significant bijkomende negatieve invloed op de landschappelijke beleving,
de kwaliteit, respectievelijk de erfgoed- en natuurwaarden van het bestaande
kasteelpark en werd geopteerd voor de mogelijkheid tot het inrichten van
meergezinswoningen teneinde de footprint van bebouwing te beperken en
versnippering (door individuele tuinen) tegen te gaan (in tegenstelling tot
individuele bebouwing die op grond van de gewestplanbestemming theoretisch
mogelijk is). Een en ander werd volgens de eerste verwerende partij wel degelijk
afgetoetst aan het GRS Destelbergen, waarbij zij verwijst naar de toelichtingsnota
(p. 20 -32).
6.
In
hun
memorie
van
wederantwoord
stellen
de
verzoekende partijen dat in de memorie van antwoord hun wettigheidskritiek niet
concreet wordt weerlegd, namelijk dat nieuwe bouwvelden ten opzichte van de
bestaande toestand worden ingetekend terwijl het GRS onder meer herwaardering
en versterking van de open ruimte, behoud en versterking van de landschappelijke
en natuurwaarden van de kastelensites en behoud en uitbreiding van de beboste
ruimtes binnen de kastelensites vooropstelt. De bindende bepaling van het GRS
identificeert weliswaar een dubbele onafscheidbare woon- en landschapsfunctie,
maar rechtvaardigt niet dat open ruimte in het park wordt aangesneden om een
specifiek verdichtingsproject te faciliteren dat volledig losstaat van de kastelensite
zelf. Minstens is volgens de verzoekende partijen de overdrukzone voor
ontwikkeling (1) niet ingetekend op een locatie waar vandaag reeds bebouwing
aanwezig is. Dit bouwveld werd in het plan opgenomen om een specifiek project
te faciliteren tegen de duidelijke taakstelling in om open en beboste ruimte in de
kasteelparken te versterken. Zij benadrukken dat ook bij de opmaak van het GRS
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
de woonbestemming van de site Ter Burcht bekend was en destijds toch geen
afzonderlijke taakstelling voor die site werd ingeschreven die de huidige plankeuze
zou kunnen rechtvaardigen. De richtinggevende bepalingen zijn voor alle
kastelensites dezelfde, ongeacht de (gewestplan)bestemming. Eén en ander klemt
des te meer nu het nadrukkelijk gefaciliteerde bouwprogramma niet aansluit bij of
gericht is op de rentabiliteit van het kasteel met erfgoedwaarden, maar een op
zichzelf staand gegeven is, waardoor die plankeuze ook losstaat van de reeds
bestaande woon- en parkfunctie binnen de site Ter Burcht.
7.
In haar laatste memorie herhaalt de eerste verwerende partij haar
standpunt. Zij benadrukt dat het haar bedoeling is geweest een “totale
versnippering/bezetting van het geheel” te vermijden, zonder afbreuk te doen aan
de “bouwrechten” die volgen uit de basisinkleuring van het gebied als woonzone.
Beoordeling
8.
Het te dezen toepasselijke artikel 2.1.2, § 3, VCRO bepaalt:
“§ 3. Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel
van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van
beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene
ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende
maatschappelijke
activiteiten
of
omwille
van
dringende
sociale,
economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een
afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een
aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke
draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang
te brengen. […].”
Het komt de verzoekende partijen toe om aannemelijk te maken
dat het gemeentelijk RUP op onrechtmatige wijze afwijkt van de bepalingen van
het GRS.
9.
Een ruimtelijk structuurplan dient in zijn geheel gelezen te
worden, en de verschillende principes die in een dergelijk plan terug te vinden zijn,
moeten in hun onderlinge samenhang beschouwd worden.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
10.
Onder deel II ‘Visie’, hoofdstuk 2. ‘Ruimtelijke concepten’,
wordt in het richtinggevend gedeelte van het GRS gesteld:
“2.1 Concepten van de open ruimte/natuur.
[…]
Beschermen en onderhouden van de kasteelparken en hun omgeving
Behouden en beschermen van kasteelparken in hun oorspronkelijke toestand
vanwege hun cultuurhistorische en maatschappelijke waarden. Alsook
bepaalt dit het eigen karakter en sfeer van de gemeente, dit specifiek karakter
dient te worden versterkt en ingezet.”
Onder deel III ‘De gewenste ruimtelijke structuur’ van het
richtinggevend deel van het GRS wordt onder meer het volgende bepaald:
“1. De open ruimte
[…]
1.1 De gewenste ruimtelijke structuur van de open ruimte
De identiteit van de gemeente Destelbergen wordt grotendeels bepaald door
de aanwezige open ruimte structuur, denken we maar aan de Schelde- en
Dam(sloot)vallei, het open landbouwgebied ten zuiden van de R4, de
kastelensites en de open tuinbouwgebieden. Deze open ruimte structuur moet
dan ook de basis vormen om de ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld in de
uitgangspunten na te streven en te realiseren.
Zo houdt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de open ruimte in dat:
- de landschappelijke structuur van de open ruimte moet geherwaardeerd
worden en waar mogelijk versterkt worden. Belangrijk is:
- het verder dichtslibben van de open ruimte tussen Destelbergen en
Heusden te voorkomen
- de structurele open-ruimtecorridors in de linten te behouden.
[…]
- De kasteelparken met hun omgeving hebben in Destelbergen een cultuurhistorische waarde en maken bovendien ook een belangrijk deel uit van de
natuurlijke structuur. Deze sites moeten dan ook naar de toekomst toe
optimaal geïntegreerd worden in het totale landschap van Destelbergen.
[…].
1.2 Beleidsmatige vertaling van de gewenste open ruimtestructuur
Om de omvang van de globale open ruimte maximaal te behouden, de
natuurlijke waarde te versterken en de landbouwfunctie maximaal te
vrijwaren, kan het volgende gesteld worden:
[…]
1.2.2 Behoud en herstel van het specifieke karakter van de kastelensites
Zoals hierboven reeds vermeld werd, is het de bedoeling om de bestaande
kastelensites in Destelbergen, Heusden en de Bommels (Kasteel Ter
Schelde) op te waarderen en opnieuw een plaats te geven binnen de
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
natuurlijke structuur van de gemeente. De koppeling met de groenpool
Gentbrugse meersen – Damvallei is daarbij essentieel.
Bij de verdere ontwikkeling en herstel van deze kasteelparken is het de
bedoeling een aantal doelstellingen na te streven:
→
Behoud en versterking van het specifiek karakter, met inbegrip
van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden.
→
Behoud en waar mogelijk uitbreiding van de beboste ruimtes,
afgewisseld met ecologische graslanden, die zorgen voor zichten en
doorzichten.
→
Dreefstructuren en bomenrijen behouden en verder ontwikkelen
als verbindende en structurele elementen.
→
Natuurlijke afwerking van de randen van de voorkomende
weides, als landschappelijke buffer t.o.v. de aan de rand gelegen
bebouwde percelen.
[…].”
De bij de hierbovenvermelde kaart horende legende luidt als
volgt:
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
De volledige kasteelsite Ter Burcht wordt op de voornoemde
figuur 15 van het richtinggevend gedeelte van het GRS aangeduid als
‘Kasteelpark/hoofdzakelijk bebost’.
Het bindend deel van het GRS voorziet in de opmaak van een
RUP – Kastelensite als een concrete maatregel ter realisering van de ‘Open ruimte’,
als volgt:
“RUP - Kastelensites
Teneinde de waardevolle kastelensites te beschermen en een aantal
specifieke maatregelen uit te werken moet er een RUP opgemaakt worden
waarbij de verbinding, de eigenheid en de landschaps- en parkwaarden van
deze gebieden met hun dubbele onafscheidbare (woon- en landschaps-)
functie centraal staan.”
11.
Het richtinggevend gedeelte van het GRS stelt aldus
onmiskenbaar niet alleen het behoud, maar ook de herwaardering en versterking
van het specifiek karakter van de kasteelparken, met inbegrip van de
cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden, voorop.
In het gemeentelijk RUP worden gebieden aangeduid als
‘overdrukzones voor ontwikkeling’. De ‘overdrukzone voor ontwikkeling (1)’
betreft een deel van het boszoom met daar tussenin een open onbeboste zone
alwaar, luidens de stedenbouwkundige voorschriften, de ontwikkeling van een
bouwveld voor één meergezinswoning van maximaal zes woonentiteiten met een
terreinbezetting van maximaal 500 m2 wordt voorzien. Blijkens de toelichting bij
de stedenbouwkundige voorschriften dient de open onbeboste zone ingezet te
worden in functie van het (woon)programma en wordt de terreinbezetting
maximaal voorzien in de reeds aanwezige open ruimtes op het terrein. De
‘overdrukzone voor ontwikkeling (2)’ betreft eveneens een deel van het boszoom
met daar tussenin een bestaande woning, ter vervanging waarvan, luidens de
stedenbouwkundige voorschriften, de ontwikkeling van een (groter) bouwveld
voor één meergezinswoning van maximaal vier woonentiteiten met een
terreinbezetting van maximaal 500 m2 wordt voorzien. Blijkens de toelichting bij
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
de stedenbouwkundige voorschriften kan een meergezinswoning er enkel komen
ter vervanging van de bestaande woning waarbij de bestaande footprint van
bebouwing (met een overlapping van minstens 75%) hergebruikt wordt en wordt
de terreinbezetting maximaal voorzien in de reeds aanwezige open ruimtes op het
terrein. De ‘overdrukzone voor ontwikkeling (3)’ betreft een deel van het boszoom
alwaar één eensgezinswoning van maximaal 500 m2 kan worden voorzien. Blijkens
de toelichting bij de stedenbouwkundige voorschriften wordt de terreinbezetting
maximaal voorzien in de reeds aanwezige open ruimtes op het terrein.
Het voorzien van een dergelijke ontwikkeling wijkt af van de
geschetste doelstellingen die in het GRS voor de kastelensites worden
veruitwendigd, namelijk om deze op te waarderen en opnieuw een plaats te geven
binnen de natuurlijke structuur van de gemeente door de natuurwaarden en de
landschappelijke waarden ervan te behouden en te versterken. Met het oog op het
behoud en het herstel van deze parken wordt daarin onder meer het behoud en waar
mogelijk de uitbreiding van de beboste ruimtes, afgewisseld met ecologische
graslanden vooropgesteld.
12.
De verwijzing van de eerste verwerende partij naar de “dubbele
onafscheidbare (woon- en landschaps-) functie” van de kastelensites, volstaat te
dezen niet ter verantwoording van het aansnijden van groene ruimtes binnen deze
sites, gelet op de overige bepalingen in het GRS. Deze bindende bepaling sluit als
dusdanig een woonfunctie binnen de kastelensites niet uit, doch, anders dan de
eerste verwerende partij stelt, blijkt uit deze bepaling evenzeer dat “de verbinding,
de eigenheid en de landschaps- en parkwaarden van deze gebieden” centraal
moeten staan.
Ook met de verwijzing in haar laatste memorie naar de
omstandigheid dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de “bouwrechten” die
volgen uit de basisinkleuring van het gebied als woonzone, overweging die ook
blijkt uit het verslag van de plenaire vergadering van de gemeenteraad van de
gemeente Destelbergen van 27 juni 2023 (zie supra, randnummer 3.8) en uit de
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
toelichtingsnota (zie hoofdstuk 5.1 ‘Ontwikkelingsmogelijkheden met respect voor
park en erfgoed’) waarin wordt gesteld dat de site “gelegen [is] in woongebied
waardoor een woonprogramma mogelijk is” en dat “binnen het woongebied
correcte ontwikkelingsmogelijkheden [worden] onderzocht” om een kwalitatief
behoud van de kasteelsite ‘Ter Burcht’ te garanderen, overtuigt de eerste
verwerende partij niet van het tegendeel.
De plannende overheid is er bij het vaststellen van een RUP
immers niet toe gehouden om de voorschriften van het gewestplan, te dezen
woongebied, over te nemen, noch is zij ertoe gehouden om de inhoud van de
nieuwe voorschriften af te stemmen op de vergunningspraktijk die er in het
verleden is gevolgd. Er anders over oordelen, zou het voor de plannende overheid
immers onmogelijk maken om een toekomstgericht planologisch beleid te voeren.
13.
Voorts wordt vastgesteld dat aan de voormelde richtinggevende
bepalingen van het GRS niet wordt tegemoetgekomen door de stedenbouwkundige
voorschriften die voorzien dat “[d]e inrichting moet gebeuren met respect voor de
cultuurhistorische, landschappelijke en horticulturele erfgoedwaarden van het
kasteelpark” en “[d]e inplanting van gebouw en wegenis gebeurt op de locatie waar
het minst bomen dienen gerooid te worden”. Deze voorschriften kunnen
redelijkerwijze niet volstaan om het specifiek karakter van dit gebied veilig te
stellen, waaromtrent in het GRS het behoud en waar mogelijk de uitbreiding van
de beboste ruimtes, afgewisseld met ecologische graslanden, wordt nagestreefd.
14.
Anders dan de eerste verwerende partij stelt, maakt noch de
toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP, noch enig ander stuk van het
administratief dossier gewag van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke
behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of van dringende
sociale, economische of budgettaire redenen die ertoe nopen om van de
richtinggevende bepalingen van het GRS af te wijken, zoals het te dezen
toepasselijke artikel 2.1.2, § 3, VCRO vereist.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
15.
Gelet op wat voorafgaat, schendt het bestreden gemeentelijk
RUP het te dezen toepasselijke artikel 2.1.2, § 3, VCRO.
16.
Het middel is in de aangegeven mate gegrond. Het verantwoordt
de vernietiging van het eerste bestreden besluit, maar niet de vernietiging van het
tweede bestreden besluit. Nu dat tweede bestreden besluit louter voorbereidend is
en het onderzoek van het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet tot de
vaststelling van de onwettigheid van het tweede bestreden besluit leidt, is er geen
reden het laatstvermelde besluit te vernietigen.
BESLISSING
1.De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de
gemeente Destelbergen van 23 mei 2024 houdende de definitieve vaststelling
van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kasteelsite Ter Burcht’.
2.De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
3.Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze
als het vernietigde besluit.
4.De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot
nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van
24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan
de verzoekende partijen gezamenlijk.
De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de betaling
van de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de tweede verwerende
partij.
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien maart tweeduizend zesentwintig,
door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement,
kamervoorzitter,
Stephan De Taeye,
staatsraad,
Patricia De Somere,
staatsraad,
bijgestaan door
Silvan De Clercq,
griffier.
De griffier
De voorzitter
Silvan De Clercq
Jan Clement
ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.041