RvS-16311
🏛️ Raad van State
📅 2025-06-06
🌐 FR
Beschikking
ongegrond
Rechtsgebied
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
15 december 1980, 30 november 2006
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.311 van 6 juni 2025
in de zaak A. 244.754/VII-42.877
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Vincent Neerinckx
kantoor houdend te 9140 Temse
Akkerstraat 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het cassatieberoep, ingesteld op 28 april 2025, strekt tot de cassatie
van arrest nr. 323.841 van 24 maart 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 13 mei 2025 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten
op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van
30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen,
vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op
12 januari 1973.
1. Met toepassing van artikel 57/6/1, § 1, van de wet van
15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en
de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) kan de commissaris-generaal
voor de vluchtelingen en de staatlozen in de in die bepaling vermelde gevallen “een verzoek
om internationale bescherming volgens een versnelde procedure behandelen”. In die gevallen
geldt een beslissingstermijn van 15 werkdagen. Overeenkomstig artikel 39/57, § 1, tweede lid,
van de vreemdelingenwet bedraagt de termijn om tegen dergelijke beslissing beroep aan te
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.311 VII-42.877-1/3
tekenen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen 10 dagen, dit in plaats van de gewone
beroepstermijn van 30 dagen.
De voornoemde beslissingstermijn van 15 werkdagen is een termijn
van orde waarvan de overschrijding enkel tot gevolg heeft dat niet meer de verkorte doch de
gewone beroepstermijn van 30 dagen van toepassing is.
2. Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de voor de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen aangevochten beslissing niet binnen een termijn van
15 werkdagen was genomen, hoewel de verwerende partij de toepassing had aangekondigd
van artikel 57/6/1, § 1, van de vreemdelingenwet. Het gevolg hiervan is dus enkel dat
verzoeker beschikte over een beroepstermijn van 30 dagen.
Verzoekers kritiek, die als uitgangspunt heeft dat het verstrijken van
de voormelde beslissingstermijn van 15 werkdagen tot gevolg zou hebben dat de commissaris-
generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen het verzoek tot internationale bescherming
niet meer kennelijk ongegrond zou kunnen verklaren met toepassing van artikel 57/6/1 van de
vreemdelingenwet, faalt naar recht.
3. Het enige, genoemd “eerste”, middel is kennelijk ongegrond.
B E S L U I T :
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een
rolrecht van 200 euro.
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.311 VII-42.877-2/3
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zes juni tweeduizend vijfentwintig,
door:
Carlo Adams, kamervoorzitter,
bijgestaan door
Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.311 VII-42.877-3/3