RvS-16389
šļø Raad van State
š
2025-08-18
š FR
Beschikking
Rechtsgebied
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
29 juli 1991, 30 november 2006, Grondwet
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.389 van 18 augustus 2025
in de zaak A. 245.368/VII-42.957
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Karel Jans
kantoor houdend te 3600 Genk
Jaarbeurslaan 17/12
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het cassatieberoep, ingesteld op 17 juli 2025, strekt tot de cassatie van
arrest nr. 327.977 van 11 juni 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 1 augustus 2025 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoƶrdineerde wetten
op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van
30 november 2006 ātot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van Stateā.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen,
vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoƶrdineerd op
12 januari 1973.
Eerste middel
1. Noch de materiƫlemotiveringsplicht, het fairplay-, het
zorgvuldigheids-, het redelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel als algemene beginselen
van behoorlijk bestuur noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ābetreffende de
uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingenā zijn van toepassing op jurisdictionele
beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak is gedaan met
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.389 VII-42.957-1/3
hervormingsbevoegdheid over een beroep tegen de weigering van de vluchtelingenstatus en
de subsidiaire beschermingsstatus.
2. Waar verzoeker zich beroept op artikel 5 van richtlijn 2008/115/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 āover gemeenschappelijke
normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die
illegaal op hun grondgebied verblijvenā in samenhang met artikel 3 van het van het Europees
Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
(hierna: EVRM), gaat hij eraan voorbij dat noch het bestreden arrest, noch de daaraan
voorafgaande beslissing van de verwerende partij een verwijderingsmaatregel inhoudt.
3. Het eerste middel is kennelijk niet ontvankelijk.
Tweede middel
4. In de mate dat verzoeker opnieuw een schending opwerpt van het
redelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur
wordt verwezen naar de beoordeling van het eerste middel supra.
5. Het bestreden arrest heeft betrekking op een beslissing houdende
weigering van de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus. Anders dan hoe
verzoeker het ziet, wordt met die beslissing derhalve geen einde gesteld aan een bestaand
gezinsleven noch houdt ze een verwijderingsmaatregel in. Verzoekers kritiek dat artikel 8 van
het EVRM en artikel 22 van de Grondwet worden geschonden waar het bestreden arrest het
onmogelijk maakt voor verzoeker om āzijn sedert meerdere jaren in BelgiĆ« gesitueerde
gezinsleven samen met zijn gezin in BelgiĆ« verder uit te bouwenā mist feitelijke grondslag.
De bescherming geboden door artikel 8 van het EVRM kan er overigens niet toe leiden dat
een verzoeker om internationale bescherming de vluchtelingenstatus wordt toegekend indien
hij niet voldoet aan de voorwaarden voor de toekenning van die status.
6. Het tweede middel is kennelijk niet ontvankelijk.
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.389 VII-42.957-2/3
B E S L U I T :
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een
rolrecht van 200 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op achttien augustus
tweeduizend vijfentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter,
bijgestaan door
Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.389 VII-42.957-3/3