Naar hoofdinhoud

ARR:WI 23.KO004

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk 📅 2025-05-05 🌐 FR ongegrond

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

Ger.W., Strafwetboek, Sw.

Volledige tekst

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling KortnJk -dossiernummer p 2 KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPR El<ENDE IN CORRECTIONELE ZAl<EN Nr. , geboren Gezien de processtukken In de zaak van: HET OPENBAAR MINISTERIE , Eiser in herstel WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22, woonstkeuz e doend bij haar raadsman met als raadsman meester , advocaat te tegen: ingeschreven te . van Belgische nat1onalite1t, RRN: bijgestaan door meester , advocaat t De beklaagde wordt als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende feiten: verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewonin g, (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncod e in de periode van 5 november 2020 tot en met 25 september 2023 namelijk een woning gelegen te . ,, bekend ten kadaster onder met een oppervlakte van Oa soca, voor de geheelheid in volle eigendom en dit ingevolge akte aankoop de toebehorende aar verleden voor notaris ten nadele van te op 22 februari 2008. tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43b,s van het Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermogensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde , zijnde hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen , waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), nameliJk: Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdelmg Kortrijk-dossiernummer : p 3 ----=-·-~~----------------------- Berekening vermogensvoo rdeel: Van 05/11/2020 tot 25/09/2023: 35 maanden x 600 EUR= 21.000 EUR Totaal vermogensvoordeel: 21.000 EUR PROCEDURE Gelet op de dagvaarding aan de beklaagde betekend op 18 oktober 2024 waarvan het bevel tot dagvaarding niet ondertekend werd door de procureur des Konings. De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid Kortrijk 1 op 20 november 2024 met als formaliteit Gelet op de dagvaarding aan de beklaagde betekend op 23 december 2024. De zaak werd ingeleid op de zitting van 6 januari 2025. De afgesproken conclusieterm1jnen werden bekrachtigd en de rechtsdag werd bepaald op 7 april 2025. De zaak werd behandeld op de zitting van 7 april 2025. De raadsman van de Wooninspecteur werd gehoord In zijn middelen en besluiten. Het openbaar ministerie werd gehoord in zijn middelen. De beklaagde was aanwezig op de zitting en werd bijgestaan door haar raadsman die werd gehoord in Zijn middelen en besluiten. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging OP STRAFGEBIED 1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN 1.1. Op 13 februari 2023 begaf de wooninspecteu ergezeld van , woningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te na melding door wegens vermoedens dat het pand niet voldeed aan de woningkwaliteitsve reisten van de Vlaamse Codex Wonen. Aan de bewoners van het pand werd door middel van de dienstkaart hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst meegedeeld. Na de voorafgaande en schriftelijke toestemming van werd de woning onderzoch t om de nodige vaststellingen te doen. Het pand betreft een gesloten bebouwing bestaande uit een gelijkvloers en 2 verdiepingen als volgt ingedeeld. Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling KortriJk-dossiernummer GehJkvloers: voorplaats, woonkamer, keuken, wasplaats, toilet. Eerste verdieping: twee slaapkamers Tweede verdieping: slaapkamer, badkamer met bad. p 4 Het gebouw heeft O kleine gebreken In categorie 1, 2 ernstige gebreken in categorie Il en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie 111. In de badkamer was gevaar voor elektrocutie. In de keuken was de inbouwkookplaat aangesloten op een zwarte elastomeren slang. In de woning was niet op iedere bouwlaag een rookmelder aanwezig. In de badkamer lekte de boiler. In de voorplaats hing de elektriciteitsteller van de nutsmaatschappiJ los. De eengezinswoning heeft 16 kleine gebreken in categorie 1, 7 ernstige gebreken in categorie Il en s gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaard ige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111. Er waren sporen van schimmelvorming op het vlakdakraam, vochtschade aan de linkerz1Jgevel van de slaapkamer achteraan, vochtschade op een beperkt deel van de buitenmuren, m het toilet en de wasplaats vochtschade aan de vloeren, sch1mmelvormlng in wasplaats en keuken, het ontbreken van de trapleuning naar de eerste en tweede verdieping, geen warm en koud water in de badkamer wegens een defect aan de boller, defect aan de cv-installatie, onvoldoende natuurliJke verlichting m de woonkamer aanwezig, onvoldoende mogelijkheid tot het verluchten van de woonkamer, er is geen EPC-attest aanwezig, de aanwezigheid van dakisolatie kon niet worden vastgeste ld, in de badkamer hing de lavabo los (stukken 1 tot 4, technisch verslag stukken 14 tot 17, fotoverslag stukken 18 tot 26). 1.2. De woning werd bewoond door 9 personen . Tijdens haar verhoor verldaarde dat zij daar twee jaar woonden en dat de maandelijkse huur 600,00 euro bedroeg. De woning was in slechtere staat toen zij erin kwamen. De eigenaar had nog niets hersteld. Zij hadden zelf de vloerbekleding vernieuwd in de woonkamer Er was een probleem met warm water. Boven konden ze niet douchen. In het begin zegde ze dat ze alles zou oplossen maar dit was niet gebeurd. In 2022 was de eigenaar naar het vredegerecht gestapt voor de achterstallige huur die ondertussen volledig werd betaald. verklaarde dat hij eerst alleen woonde in de woning. Daarna was het gezin achter gekomen. Het bad in de badkamer was al twee Jaar kapot. De verwarming was al 1 jaar kapot. 1.3. Op 9 maart 2023 heeft de wooninspecteur de herstelvordering opgesteld. 1.4. De woning werd bij besluit van de burgemeester van ongeschikt en onbewoonbaar verklaard. : d.d. 21 maart 2023 1.5. Per brieven d.d. 28 maart 2023 en d.d. 24 april 2023 werd verklaring af te leggen (stukken 38 tot 41). • uitgenodigd om een 1.6. Op 12 juli 2023 heeft de woonmspecteur een brief verstuurd naar , waarin haar verzocht werd mhchtingen te verstrekken nopens de stand van zaken van het pand. Hierop werd niet gereageerd. 1.7. Door de woonlnspecteur werd ook geantwoord op de e-malls v '.cf. proces- Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling Kortrijk-dossiernummer p.5 verbaal van inlichting d.d. 19 maart 2024). Er diende een overzicht met bewijsstukken te worden gegeven van de uitgevoerde herstellingen. Per e-mail d.d. 18 maart 2024 reageerde en stelde zij dat de huurder heel wat beschadig ingen aan het pand had aangebracht en dat ZIJ herstellingen had uitgevoerd. Zij stelde dat de wooninspectle niet wilde komen kiJken. Als reactie op een vraagstelling geformuleerd door antwoordde de wooninspecteu r onder andere dat er geen hercontrole zou gebeuren zolang er geen bew11s werd geleverd van de dakisolatie. 2. BEOORDELING VAN DE SCHULD 2.1. Met ingang van 1 januan 20211s de Vlaamse Codex Wonen van toepassing. Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwaliteitsbewak ing. Het art. 3.1.§1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode) bepaalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire ve1hghe1ds-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden. Overeenkomstig de nieuwe regelgeving zijn de woonkwal iteitsnormen en de gebreken dezelfde maar worden zij op een andere manier in aanmerking genomen. Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt: "Bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststelling van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld in het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of meer lijsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende dne categoneen: 1 • gebreken van categorie /: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief bemvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken; 2• gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief bemvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de woning met in aanmerking zou komen voor bewoning; 3° gebreken van categorie 111: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van bewoners, waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning. Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11 september 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt in boek 3 de Wonmgkwalite itsbewaking. Het artikel 3.2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld zijn in de modellen van het technisch verslag die opgenome n zijn in bijlage 4, 5 en 6, die bij dit besluit ziJn gevoegd. 2.2. Vanaf 1 januari 2021 wordt de strafbaarste lling in art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling KortnJk-dossiernummer p.6 20 §1, eerste lid Vlaamse Wooncode) omschreven als: 'Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25. 000 euro of met een van die straffen alleen.' 2.3. De boven vermelde categoneen (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) zijn terug te vinden in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden opgesteld door de woningcontroleur . De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I Deze gebreken leiden niet tot een ongeschikthe id tenzij de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie 1. In dat geval zal de woning automatisch behept zijn met een gebrek van de categorie ll. Gebreken van de categorie Il zullen de ongeschiktheid van de woning met zich meebrengen. Categorie 111 heeft betrekking op gebreken die lelden tot de onbewoonbaarheid van de woning. 2.4. De beklaagde stelt dat zij bij de aanvang van de huurover eenkomst over een conform1teitsattest d.d. 19 augustus 2013 van beschikte. ZIJ betoogt dat ZIJ niet te kwader trouw is en nooit bewust een niet-conform pand heeft verhuurd. De gebreken zijn er enkel gekomen door toedoen van de huurder die een compensatie wenste te verkrijgen in het geding dat voor het vredegerecht van het eerste kanton Kortrijk werd gevoerd inzake de betaling van de achterstallige huurgelden. Wat betreft het moreel element van het mlsdriJf is minstens onachtzaamheid vereist, maar dit volstaat. Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorz1cht1gheid of voorzorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hiJ wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Uit de vaststellingen van de wooninspecteur en het fotodossie r blijkt dat de gebreken aan het gebouw en de woonentite1t van die aard waren dat zij geleid hebben tot de ongeschikt-en onbewoonbaarverklaring van de woning bij besluit van 21 maart 2023 van de burgemee ster van de stad Kortrijk. De vastgestelde gebreken (onder andere: verhoogde vochtwaarden In buitenmuur, schimme l­ vorming, lekkende boller op vloer naar onderliggende slaapkame r, stopcontact in vochtige muur met risico op elektrocutie, vochtschade aan vloer in toilet en wasplaats, defecte cv-installatie , onvoldoende natuurlijke verlichting, onvoldoende mogelijkheid tot verluchting, geen EPC-attest, geen vastgestelde dakisolatie .... ) ziJn structure le gebreken en niet van toevallige aard. Het feit dat de beklaagde bij de aanvang van de huurovereenkomst beschikte over een conformiteitsattest dat ruim 7 Jaar oud was betreft een momentopname van de toestand van het pand. De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaling. Zij kon en moest zich bij de aanvang en tijdens de duur van de verhuring vergewissen van de staat van de door haar verhuurde woning. Het is niet aangetoond dat de beklaagde gehandeld heeft zoals ieder redelijk en voorzichtig persoon Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling Kortrijk-dossiernummer p. 7 in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld . Het gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bestaat hienn dat de beklaagde heeft nagelaten te controleren of de woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldeed en of zij wel verhuurd mocht worden. De omstandigheid dat de beklaagde tijdens de periode van 5 oktober 2022 tot 13 oktober 2022 (stuk 7b beklaagde) opgenomen werd in en gedurende lange tijd werkonbekwaam was is evenmin een argument om te stellen dat zij niet in staat zou zijn geweest een en ander op te volgen. Deze situatie betreft geen overmacht. De beklaagde was wel in staat om kort na haar verblijf In het psychiatrisch centrum bij verzoekschrift d.d. 28 november 2022 een geding in te leiden inzake de betaling van de achterstallige huurgelde n door de huurder. Het feit dat de huurder pas na het inleiden van de procedure voor het vredegerecht eerste kanton Kortrijk met het oog op het bekomen van de achterstallige huurgelden melding heeft gemaakt van de gebrekkige toestand van het pand doet geen afbreuk aan de vastgestelde gebreken die niet te wijten zijn aan de huurder zoals de beklaagde ten onrechte beweert. Het moreel element van het misdrijf Is voldoende bewezen. 2 5. De vastgestelde gebreken (onder andere: verhoogde vochtwaarden 1n buitenmuur, schimmel­ vorming, lekkende boiler op vloer naar onderliggende slaapkamer, stopcontact in vochtige muur met risico op elektrocutie, vochtscha de aan vloer in toilet en wasplaats, defecte cv-installatie, onvoldoende natuurlijke verlichting, onvoldoende mogelijkheid tot verluchting, geen EPC-attest, geen vastgestelde dakisolatie .... ) zijn structurele gebreken en niet van toevallige aard en zijn niet te wijten aan de huurder noch aan het feit dat het pand werd bewoond door 9 personen. In het kader van de procedure gevoerd voor het vredegerecht van het eerste kanton Kortrijk werd inzake de vastgestelde gebreken een voorbehoud aan de huurder verleend tot het Instellen van een vordering tot terugbetaling van de betaalde huurgelden. De beklaagde heeft bij de aanvang en tijdens de duur van de verhuring nagelaten zich te vergewissen van de staat van de door haar verhuurde woning. Uit de vaststellingen van de wooninspecteur en het fotodossier blijkt dat de gebreken aan het gebouw en de woonentiteit van die aard waren dat zij geleid hebben tot de ongeschikt-en onbewoonb aarverkla ring van de woning bij besluit van 21 maart 2023 van de burgemeester van de stad Kortrijk. Zowel het moreel element als het materieel element van het misdrijf zijn voor de beklaagde voldoende bewezen. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier (cf. supra). 3. BEOORDELING VAN DE STRAF EN STRAFMAAT De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewoners en hun levenskwaliteit Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling KortnJk-dossiernummer p. 8 Uit de vaststellingen van de woon Inspecteur blijkt dat het pand behept was met ernstige gebreken. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moet voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van ve11ighe1d, gezondheid en woonkwaliteit. Tijdens het onderzoek heeft de beklaagde de mogeliJkheid gehad om een verklaring af te leggen. Z1J heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Pas ruim één Jaar na de vastgestelde gebreken werd namens en door de beklaagde melding gemaakt van uitgevoerde herstelwerkzaamheden. Tot op heden ligt het bewijs niet voor van een volledig herstel (cf. infra) Beklaagde moet beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer ziJ een woning verhuurt. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstandigheden, de persoonlijkh eid van de beklaagde. De beklaagde is Jaar en werd reeds drie keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken. De beklaagde verzocht de rechtbank om de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft verleend, te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde gezien de aard en de ernst van de feiten. Daarenboven toont de beklaagde niet aan dat een veroordeling haar sociale declasser ing zou veroorzak en of haar sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die niet In verhouding staat tot de aard en de ernst van de feiten. Er is evenmin een reden om een eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken. De straf heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De rechtbank is van oordeel dat een effectieve geldboete voor de beklaagde een passende straf Is. 4. DE VERBEURDVERKLARING 4 1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere verbeurdverklaring ten aanzien van de beklaagde van het bedrag van 21.000,00 euro, namelijk 35 maanden à 600,00 euro. 4.2. Omdat het pand In de gegeven omstandigheden niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald. De ontvangen huurgelden kunnen zonder twijfel worden beschouw d als vermogensvoorde len die rechtsreeks uit het misdrijf zijn verkregen. Dit vermogensvoordeel dient te worden verbeurd verklaard. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en gestraft maar dat zij anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die ZIJ met de m1sdnJven realiseerde. Het plegen van misdnJven mag niet lonen. Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling KortnJk -dossiernummer p.9 De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen, konden niet in het vermogen van de veroordeelde worden gevonden. De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverk laring heeft betrekking op het daarmee overeenstemmend bedrag. De gevorderde verbeurdverklaring wordt gegrond verklaard voor het bedrag van 21.000,00 euro. Dit is geen onredelijk zware straf. De beklaagde is pas één jaar na de vaststellingen gestart met herstelwerkzaamheden aan het pand. De rechtbank is van oordeel dat de wettelijke voorwaarden voor de b1Jzondere verbeurdverklaring (art 42,3° Sw. en 43bis Sw) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring m hoofde van de beklaagde uit voor een bedrag van 21.000,00 euro. 5. DE HERSTELVORDERING De wooninspecteur stelde op 9 maart 2023 een herstelvordering op voor het pand gelegen te Htj vordert de herstelvordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en het herstel te bevelen aan de beklaagde om het onroerend goed en de erin gelegen woning gelegen te ., kadastraal gekend onder conform te maken in de zin van art. 3.1 Vlaamse Codex Wonen zonder dat er overbewoning is. Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per veroordeelde per dag vertraging en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bls, 4° lid Ger.W. Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de woonmspecteur en aan het college van burgemeester en schepenen van om: -het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelde in gebreke zou blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelde; -de kosten van gebeurltJke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelde. De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Tot op heden ligt het bewijs niet voor van het herstel spijts de beweringen van de beklaagde. De beklaagde levert niet het bewijs dat het gevorderde herstel werd uitgevoerd. De overtreder of de veroordeelde die het herstel uitvoert moet dit melden aan de woon Inspecteur en het college van burgemeester en schepenen. Pas na de melding van herstel zal de Vlaamse wooninspectie ter plaatse controlere n. De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veilighe1ds-, gezondheids -en woonkwahteitsvere1sten. Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en Is kenneliJk niet onredelijk. Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling Kortrijk -dossiernummer . p. 10 De herstelvo rdering Is gegrond. De herstelmaatregel heeft een zakelijke werking. Zij kleeft aan het goed tot wanneer het herstel wordt vastgeste ld. De herstelmaatregel werkt in rem en Is een zakelijk aankleven van het pand. Rekening houdend met de reeds genoten periode wordt de termijn om herstelwerkzaam heden uit te voeren bepaald op 10 maanden. De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van de herstelwerkzaa mheden voor de beklaagde met u1tslu1ting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. De dwangsom zal de beklaagde ertoe aanzetten om binnen de bevolen termijn de herstelwerkzaamheden uit te voeren. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van . worden gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagde in gebreke zou bhJven en om de kosten op haar te verhalen. Er Is geen reden om het vonnis wat betreft het herstel uitvoerbaar te verklaren bij voorraad. De eventuele kosten van de herhuisvesting kunnen worden verhaald op de beklaagde. OP BURGERLIJK GEBIED De burgerlijke belangen worden overeenkomstig art. 4 al.2 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvorde ring ambtshalve aangehouden. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANI <, Gezien de artikelen van voormelde tenlasteleggingen, alsook de artikelen -2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken -182, 184, 185, 189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering -38, 40, 42, 43, 43b1s, 66, 79, 80 Sw. -1 Wet 05.03.1952 -29 Wet 1.8.1985 OP STRAFGEBIED Op tegenspraak ten aanzien van de beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging voor de beklaagde bewezen. Veroordeelt voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een geldboete van 4.000,00 euro1 namelljk 500,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat b1J niet betaling van de geldboete binnen de wettelijke termijn deze zal kunnen vervangen worden een gevangenisstraf van 60 dagen. Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen -afdeling Kortrijk -dossiernummer. p. 11 Veroordeelt het bedrag van 200,00 euro, namelijk 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, te betalen als bijdrage voor het Fonds voor slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders. Veroordeelt 61,01 euro. tot betaling van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van Veroordeelt tot betaling van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de Juridische tweedel1jnsb1Jstand . Veroordeelt tot betaling van de gerechtskos ten bepaald op 384,56 euro. BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING Zegt voor recht dat de wetteliJke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring (art. 42,3° Sw. en 43bIs Sw) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de beklaagde uit voor het bedrag van 21.000,00 euro. HERSTEL VORDERING Verklaart de herstelvordering van de wooninspecteur voor het pand gelegen te 8500 Kortrijk, Gentsesteenweg 132 ontvankelijk en als volgt gegrond. Beveelt de beklaagde dat er overbewoning is. om het onroerend goed en de erin gelegen woning gelegen te , kadastraal gekend onder conform te maken in de zin van art. ,j,1 vIaamse Codex Wonen zonder en dit binnen een termijn van 10 maanden vanaf de betekening van het hwdig vonnis. Zegt voor recht dat op vordering van de woonlnspecteur en/of hPt college van burgemeester en schepenen van door de veroordeelde . een dwangsom zal worden verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van 10 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis. Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit. Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn van 10 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde Zegt voor recht dat er geen reden is om het vonnis wat betreft het herstel uitvoerbaar te verklaren bij voorraad. Zegt voor recht dat de eventuele kosten van de herhuisvesting kunnen worden verhaald op de beklaagde Wijst het anders of meer gevorderd e af als ongegrond. Beveelt dat bij toepassing van artikel 3 49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van Rechtbank van eerste aanleg West-Vl.ianderen -afdeling KortnJk-doss1ernumme1 p 12 dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de Llitspraak aan te wenden een afschrift te bezorgen OP BURGERLIJI( GEBIED Houdt de burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan Alles wat voorafgaat gebeurde in openbare terechtzitting in het Nederlands overeenkomstig de bepalingen van de wet op het gebruik van talen In gerechtszaken. Aldus uitgesproken te Kortrijk, in het gerechtsgebouw, m de openbare zitting van de ZEVENTIENDE KAMER, op heden vijf mei tweeduizend en vijfentwintig. Aanwezig: , alleenzetelen d rechter, , substituu t-Procureur des Konings, , gnff1er

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot