Naar hoofdinhoud

ARR:BM 4248.252

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-05-06 🌐 FR Vonnis

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950

Volledige tekst

Rolnumme Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg oost-Vlaanderen, afdeling Gent In de zaak van het openbaar ministerie tegen: RRN geboren te van Belgische nationaliteit ingeschreven te opposant, vertegenwoordigd door meester Vonnisnr advocaat te / p.2 die verzet heeft aangetekend tegen het vonnis deze rechtbank en kamer van 4 februari 2025 (vonnisnummer betichtenummer waarbij geoordee ld werd als volgt: "DE RECHTBANK: bij verstek ten aanzien vari OP STRAFGEBIED Ten aanzien van Verklaart de feiten van de enige tenlasteleggingen bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de enige tenlastelegging: tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand Rolnumme r Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.3 -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 348,06 EUR, te vermeerderen met de kosten van betekening van dit vonnis. Herstelvordering Beveelt op vordering van de burgemeester/gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur van de gemeente Temse het herstel in de oorspronkelijke toestand met betrekking tot het perceel gelegen tE kadastraal gekend als eigendom van geboren bij akte van aankoop dd. 17/05/1998 verleden voor notaris te door: " het achterste gedeelte van de woning in overeenstemming te brengen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Zoals het vergund werd op 21 juni 2004 betreft voor het plaatsen van een houten terras op een bestaande achterbouw en het plaatsen van een houten afsluiting. Afmetingen oppervlakte 12m2 en hoogte van 1.50m'~ Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 3 maanden. En dit onder verbeurte van een dwangsom van 35 euro per dag vertraging in de nakoming van dit bevel lastens de beklaagde. Zegt voor recht dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 VCRO, op kosten van de veroordeelde. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan." TENLASTELEGGING Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van constructie zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.4 constructie, met uitzondering van onderhoudswerken, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkund ige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk de bestaande terrras afsluiting op de achterbouw (lste verdieping) te hebben afgebroken, en te hebben vervangen door een gebouwde muur op de perceelgrenze n op een hoogte van 1m40 1 waarbij het houten terras werd vervangen door gegoten beton en tegels, op een perceel gelegen te kadastraal gekend als geboren te in eigendom toebehorend aan wonende te ingevolge akte van aankoop dd. 17/05/2018, verleden voor notaris te in de periode van 1 maart 2020 tot en met 29 januari 2021 te (art. 4.1.1., 3°, 6°, 9° en 1r, 4.2.1., 1°, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunni ng) PROCEDURE De akte van verzet werd betekend bii exoloot van gerechtsdeurwaarder met standplaats te d.d. 28 februari 2025, aan de procureur des Konings te Gent, er sprekende met substituut-procureur des Konings. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. De rechtbank voegde de beslissing omtrent de ontvankelijkhe id van het verzet bij de grond van de zaak. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent VOORAFGAAND Vonnisnr I p.5 De rechtbank stelt vast dat het door de opposant aangetekende verzet ontvankelijk is en er geen redenen voorhanden zijn om dit verzet ongedaan te verklaren. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Feiten De opposant is sedert 17 mei 2018 de eigenaar van het perceel gelegen te Het perceel is gelegen in woongebied. Op 21 juni 2004 werd een vergunning verleend voor het plaatsen van een houten terras en het plaatsen van een houten afsluiting. Op 29 januari 2021 werd vastgesteld dat het houten terras volledig afgebroken werd op de bestaande achterbouw op de eerste verdieping en vervangen werd door gegoten beton en tegels. De houten afsluiting werd vervangen door een eigenhandig gemetste muur op de perceelgrenzen op een hoogte van lm40. De opposant verklaarde op 3 februari 2021 dat de afsluiting beschadigd werd door een storm en hij deze afsluiting tijdens de lockdown heeft weggehaald. Omdat zijn buurvrouw sedertdien klaagt heeft hij het terras omheind met een muur. De diensten ruimtelijk ordening bij hadden hem gezegd dat hij daarvoor geen vergunning nodig had. Tijdens de metselwerken, die hij zelf uitvoerde, is de politie drie keer bij hem gekomen en werd hem gezegd dat hij zich diende te informeren bij de dienst ruimtelijke ordening. Hij deed dit maar opnieuw zeiden ze dat hij geen vergunning nodig had, zodat hij de muur volledig afwerkte. Hij stelde de toestand te zullen regulariseren. Op 21 augustus 2021 verklaarde hij dat de muur er nog steeds staat omdat de dienst ruimtelijke ordening hem gezegd heeft dat hij geen architect of vergunning voor de muur nodig heeft aangezien er geen dak op staat. De opposant heeft geen regularisatievergunning aangevraagd. Op 14 juni 2023 verleende de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering een positief advies op de herstelvordering van de gemeente Temse waarbij het herstel in de oorspronkelijke staat werd gevraagd door "het achterste gedeelte van de woning in overeenstemming te brengen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning . Zoals het vergund werd op 21 juni 2004 betreft voor het plaatsen van een houten terras op een bestaande achterbouw en het plaatsen van een houten afsluiting. Afmetingen oppervlakte 12m2 en hoogte van 1.50m': Een hersteltermijn van 1 maand werd afdoende geacht. Er werd gevorderd om een dwangsom van 35 EUR per dag op te leggen en de burgemeester en de stedenbouwkundig inspecteur machtiging te verlenen tot het ambtshalve uitvoeren van de bevolen hersteltermijn op grond van artikel 6.3.4§1 VCRO. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent 2. Bespreking Vonnisnr / p.6 Gelet op de gegevens van het strafdossier en in het bijzonder gelet op de politionele vaststellingen, de foto's die deze vaststellingen staven en de eigen verklaring van de opposant waarbij hij deze vaststellingen niet heeft betwist, zijn de feiten onder de enige tenlastelegging zoals gekwalificeerd en met de daarin voorziene incriminatieperiode afdoende bewezen in hoofde van de opposant . De rechtbank hecht geen enkel geloof aan de verklaring van de opposant dat de dienst ruimtelijke ordening var hem verkeerd inlichtte. De herstelvordering die de gemeente heeft opgesteld bewijst het tegendeel en de opposant heeft ook nagelaten om aan de herstelvordering gevolg te verlenen hetgeen zijn onwilligheid aantoont. De opposant is derhalve schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten. De feiten werden ten andere ook niet betwist door de verdediging van de opposant op de zitting van 1 april 2025. 3. Straftoemeting Bij de straftoemeting houdt de rechtbank naast de ernst van de feiten tevens rekening met de begeleidende omstandigheden en de individuele persoonlijkheid van de opposant zoals die onder meer kan blijken uit zijn strafverleden. De opposant heeft doelbewust het misdrijf gepleegd uitgaande van de verwerpelijke opvatting dat bouwmisdr ijven en het herstel ervan niet ernstig worden genomen . De opposant getuigt van een onverantwoordelijke en oneerlijke houding nu hij zelf na de herhaalde aanmaningen van de politie bleef volharden in zijn totaal ongeloofwaa rdige verklaring dat hij verkeerd werd ingelicht door de gemeente . De opposant heeft zijn eigen belang gesteld boven het belang dat de gemeenschap heeft bij een goede ruimtelijke ordening. De onmiddellijke omgeving heeft daardoor ook nadeel geleden. De op te leggen straf moet duidelijk maken dat de naleving van de regels ter bescherming van de ruimtelijke ordening ernstig genomen moeten worden en dat de opposant zich niet ongestraft boven de wet kan stellen. De straf moet ook van aard zijn de opposant ervan te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Bovendien moet ook rekening worden gehouden met de maatschappeli jke kost die door de opposant veroorzaakt wordt in de vorm van de noodzakelijke inzet van mensen en middelen voor de handhaving. De inzet van inspectiediensten, politie en justitie betekenen voor de gemeenschap een grote kost. De opposant beschikt nog over een blanco strafverleden. Rol nummer Dertigste kamer Vonnlsnr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7 -----.. ------=~---------------- --- Gelet de vele kansen die terloops het opsporingsonderzoek aan de opposant werden gegeven en hij desalniettemin niets heeft gedaan teneinde het misdrijf vrijwillig ongedaan te maken, oordeelt de rechtbank dat aan de opposant een significante geldboete dient te worden opgelegd. De geldboete moet van die aard zijn dat zij ontmoedigt nog langer de wet te overtreden of aanzet tot een afweging van pakkans. De rechtbank is van oordeel dat de hierna bepaalde geldboeten aan het beoogde preventieve en repressieve doel tegemoet komen. Gelet op het blanco strafverleden van de opposant kan ingegaan worden op de vraag van de verdediging om een deel van op te leggen geldboete met uitstel van tenuitvoerlegging te bekleden. Het met uitstel beklede deel zal de opposant er tevens moeten toe aanzetten om geen nieuwe feiten meer te plegen. 4. Herstel De verdediging van de opposant stelde op de zitting van 1 april 2025 dat het herstel nog steeds niet is uitgevoerd. Het herstel dient dan ook nog steeds bevolen te worden. De burgemeester/ gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur namens vorderen het herstel in oorspronkelijke toestand door: "het achterste gedeelte van de woning in overeenstemming te brengen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Zoals het vergund werd op 21 juni 2004 betreft voor het plaatsen van een houten terras op een bestaande achterbouw en het plaatsen van een houten afsluiting. Afmetingen oppervlakte 12m2 en hoogte van 1.50m'~ Er wordt gevorderd om een hersteltermijn van 1 maand op te leggen, een dwangsom van 35 euro per kalenderdag en de machtiging aan de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester om ambtshalve in de uitvoering van het herstel te voorzien. De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering verleende een positief advies op 26 mei 2023. De herstelvordering is niet kennelijk onredelijk . Het herstel zoals gevorderd dient te worden opgelegd teneinde het perceel te herstellen, meer bepaald het herstel in de oorspronkelijke staat zoals omschreven in de herstelvordering met dien verstande dat de termijn voor het uitvoeren van het herstel bepaald wordt op een redelijke termijn van 3 maanden. Het opleggen van een dwangsom als drukkingsmiddel voor het uitvoeren van het bevolen herstel is eveneens noodzakelijk. Het bedrag ervan kan door de rechter bepaald worden zelfs zonder een specifiek gevorderd bedrag of hoger dan het gevorderde bedrag. Het volstaat dat een dwangsom gevorderd wordt. De gevorderde dwangsom van 35 euro per dag wordt in hoofde van de opposant opgelegd gelet op de onwil om over te gaan tot het herstel. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.8 Het bestuur heeft er namelijk belang bij dat de veroordeelden zelf de veroordeling tot het herstel nakomen gelet op de beperkte overheidsmiddelen, de zware procedure van aanbesteding en de lange tijd nodig voor een ambtshalve uitvoering. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Gelet op het mogelijke bestaan van schade veroorzaakt door het bewezen verklaarde misdrijf past het de burgerlijke belangen aan te houden. TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878 -Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering; art. 162, 182, 184, 185 §1, 187, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering; art. 1, 2, 3, 7, 38, 40, 41, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten in strafzaken; art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964; DE RECHTBANK: op TEGENSPRAAK en op VERZET ten aanzien van Verklaart het verzet ontvankelijk. Beschouwt de veroordelingen op strafrechtelijk gebied uitgesproken bij vonnis bij verstek van deze rechtbank en kamer d.d. 4 FEBRUARI 202S voor niet bestaande en wijst opnieuw ten gronde: Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.9 ··-··-···~·--·--------- ------------- ----- OP STRAFGEBIED Ten aanzien van Verklaart de feiten van de enige tenlastelegging bewezen. Veroordeelt voor de enige tenlastelegging: tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte van 2.000,00 EUR, zijnde 250,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van het eerste vonnis en in al de door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van betekening van het vonnis, ten bate van de Staat, begroot op 465,24 EUR, het verstek aan de opposant te wijten zijnde. HERSTELVORDERING Beveelt op vordering van de burgemeester/gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur van het herstel in de oorspronkelijke toestand met betrekking tot het perceel gelegen te kadastraa l gekend als eigendom van geboren bij akte van aankoop dd. 17/05/1998 verleden voor notaris te Rolnumme 1 Dertigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaan deren, afdeling Gent p. 10 door: "het achterste gedeelte van de woning in overeenstemming te brengen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Zoals het vergund werd op 21 juni 2004 betreft voor het plaatsen van een houten terras op een bestaande achterbouw en het plaatsen van een houten afsluiting. Afmetingen oppervlakte 12m2 en hoogte van 1.50m'~ Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 3 maanden. En dit onder verbeurte van een dwangsom van 35 euro per dag vertraging in de nakoming van dit bevel lastens de opposant. Zegt voor recht dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 VCRO, op kosten van de veroordeelde . OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 6 mei 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30D1: rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot