Naar hoofdinhoud

ARR:WI 21.GE020

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-05-27 🌐 FR Vonnis

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

1 augustus 1985, 15 Juni 1935, 17 april 1878, 28 december 1950, 29 juni 1964

Volledige tekst

Rolnummcr Oertlgs1e kamer rechtb, nk van eentl:! a:.mleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent In de zaak van het openbaar ministerie tegen: 1. geboren van Belgische nationaliteit ingeschrev en te eerste opposant, bijgestaan door meester 2. met maatschappe lijke zetel gevestigd te l<BO tweede opposant, vertegenwoordigd door meester Vonnlsnr / p. 2 , advocaat te advocaat te die verzet hebben aangetekend tegen december 2024 (vonnisnummer waarbij geoordee ld werd als volgt: het vonnis van deze rechtbank en kamer van 17 "De rechtbank: op tegenspraak ten aanzien van ( ... ), bij verstek ten aanzien va Vooraf Verbetert de dagvaarding als volgt: betichtenummer en ,), ; , "VERMOGENSVOORDEEL: art. 42 en 43 bis S.WB. De eerste en tweede tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bls van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 6.050,00 euro (. .. )" Op strafgebied Ten aanzien van , eerste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B bewezen. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdehng Gent p 3 Veroordeelt voor de tenlasteleggmg B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar btJ gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Verklaart verbeurd overeenkomstig art. 42,3 • en 43bis Sw. een bedrag van 3.025,00 EUR, zijnde de vermogensvoorde/ en bekomen uit het bewezen misdrijf van de tenlastelegging B. Veroordeelt tot betaling van- ( .. ) -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstond -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 58,90EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 138,77 EUR, te vermeerderen met de kosten van betekemng van dit vonnis. Ten aanzien van ~ derde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B bewezen. Veroordeelt voor de tenlastelegging B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciem en. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Rolnumrn e Dertigste kamer Vonn1snr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 4 -·---·--~·~------------- ------------- Veroordeelt tot betalmg van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter fmanciering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 24,00 EUR aan het Begrotmgsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand -een vaste vergoedmg voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoedmg bedraagt 58,90EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 138,76 EUR, te vermeerderen met de kosten van betekening van dit vonnis. Herstel beveelt aan de woning gelegen te kadastraal gekend als te herstellen door de nodige renovatie-, verbeterings -of aanpassingswerken uit te voeren zodat de woning conform is aan de ve,ligheids -, gezondheids -en woonkwaliteitsv ereisten bedoeld in art/kei 3.1 Vlaamse Codex Wonen 2021, beveelt dat het herstel zoals hierboven bevolen gebeurt binnen een termijn van 20 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 50,00 EUR per veroordeeld e en per dag vertraging in geval van niet­ uitvoering van dit vonnis binnen de gestelde termijn; machtigt, voor het geval het pand niet binnen de opgelegde termijn werd hersteld, de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen var. ambtshalve in de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel te voorzien, met de daaraan verbonden kosten ten laste van de veroordeelden; machtigt de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van om de kosten van eventuele herhuisvesting, bedoeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen, te verhalen op de veroordeelden. Op burgerlijk gebied Houdt de beslissing over de burgerlijke belangen ambtshalve aan.0 Rolnummer Dertigste kamer Vonn1snr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 5 ------------~--------------------- ---- UIT HOO~DE VAN DE TENLASTELEGGING(EN} als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek: door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, door enige daad tot de uItvoenng zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedri jf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arghst1gheden, de misdaad of het wanbednJf rechtstreeks te hebben uitgelokt; of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openhJk tentoongesteld . A ( ... } B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of vla tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, namelijk een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan in een pand gelegen te ., kadastraal gekend als ', m eigendom toebehorend aan ondernemingsnummer met maatschappehJke zetel te , voor de geheelheid volle eigenaar van het bureel op de bureel op de en het duplex-appartement op aankoopakte van 15/04/2024 verleden door notari~ te (art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen van 2021) __;, het ~ ingevolge te in de periode van 15 april 2020 tot en met 7 juni 2021 (zie st. 2-9, 50, 51, 65, 83, 85, 93, 97-98, 118, 122-OK2) door (voor 01/01/2021 strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het Decreet van 15 Juli 1997 houd nde de Vlaamse Wooncode) Rolnummer Dertigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 6 ----~~---------- ---------------- VERMOGENSVOORD EEL : art. 42 en 43 bis S.W.B. De eerste tevens gedagvaar d teneinde zich overeenkom stig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek, te horen veroorde len tot de bijzondere verbeurdve rklaring van 6.050,00 euro zijnde 1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, 2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, 3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag). Berekening: -huuropbrengst gedurende de periode 15/04/2020 tot en met 01/06/2021 of 13 maanden aan een maandelijkse basishuurprljs van 550,00 euro = 6.050,00 euro m hoofde van de eerste en de tweede PROCEDURE De akte van verzet werd betekend bij exploot van gerechtsdeu rwaarder plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van met standplaats te te er sprekende met , d.d. 18 maart 2025, aan de procureur des Konings , substituut-procureur des Konings. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. Het openbaar ministerie heeft haar vordenng geformulee rd ter zitting. De rechtbank verbetert in de dagvaarding een materiele vergissing wat betreft de vordering tot verbeurdverk lanng van de vermogen svoordelen zoals in het beschikkend gedeelte vermeld. '• Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr I rechtbank van een te aanleg Oost-Vlaa nderen, afdeling Gent p. 7 BEOORDELING VAN HET VERZET Eerste en tweede opposant tekenden op 18 maart 2025 verzet aan tegen het verstekvonnis lastens hen van 17 december 2024. Het verstekvonnis werd aan eerste opposant betekend op 18 februari 2025 door het achterlaten van een afschrift van het betekend exploot op de woon­ plaats van opposant, conform artikel 38 § 1 van het G rechtelijk Wetboek. Het verstekvonnis werd aan tweede opposant betekend op 28 februari 2025 door het achterlaten van een af­ schrift van het betekend exploot op de zetel van opposant, conform artikel 38 § 1 van het Gerechtelijk Wetboek. Het Openbaar Ministerie adviseerde positief over de ontvankelijkheid van beide verzetten. Er ligt geen stuk voor waaruit de datum van effectieve kennisname van de betekening van het vonnis blijkt. In die omstandigheden besluit de rechtbank dat, bij gebrek aan bewijs van het tegendeel, de aangetekende verzetten regelmatig zijn naar tijd en vorm. De rechtbank ver­ klaart de verzetten ontvankelijk. De oorspronkelij ke dagvaarding werd betekend door het achterlaten van een fschrift van het betekend exploot aan de woonplaats van eerste opposant en de zetel van tweede opposant, conform artikel 38 § 1 van het Gerechtelijk Wetboek. Opposanten waren desondanks niet aan­ wezig of vertegenwoordigd op de zitting waarop de zaak bij verstek werd behandeld . Het staat niet vast dat opposanten kennis hadden van de oorspronke lijke dagvaarding. De verzetten zijn niet ongedaan. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Overzicht van de feiten 1. Op 22 maart 2021 werd de wooninspectie gecontacteerd omwille van een vermoeden van misdrijf. Er was een vermoeden dat het pand in niet voldeed aan de woningkwalite itsnormen en verhuurd werd. Op 17 maart 2021 werd nog vast­ gesteld dat er vier zelfstandige woningen waren in het pand. Twee woningen werden onder­ zocht en vertoonden vele gebreken. Volgens de controleurs waren er kakkerlakken. Door een lek stond de k lder onder water. Op 2 april 2021 nam de burgemeester een besluit met bevel tot uitvoeren van werken in dit appartementsgebouw, n melijk het aanstellen van een profes­ sionele bestrijdingsfirma om de kakkerlakken te bestrijden e het opmaken van een bestrij­ dingsplan en dit plan bezorgen aan de Dienst Toezicht van Er was al een hele historiek op het vlak van stedenbouw. Op 2 juni 2021 ging een controleu r van Toezicht Bouwen ter plaatse. Er bleek een appartemen t omgevormd te zijn tot twee appartementen {dit werd reeds op 11 juni 2019 vastgesteld) . In de kelder was er een probleem met de afvoerbuizen van de riolering waardoor er veel stank Rolnumme Dertigste kamer Vonnisnr / p.8 rechtbank van eerste aanleg Oost•Vlaanderen, afdeling Gent --·--------------- ------------- en vliegen waren. Volgens de verklaring van de afgevaardigde van de eigenaar werd de eerste verdieping soms gebruikt door krakers. Op 7 juni 2021 ging de wooninspectie ter plaatse. Op het gelijkvloers was er een handelszaak. De woningen op de eerste en tweede verdieping waren niet toegankelijk. De woning op de derde verdieping werd verhuurd aan . De huurder kon eeen huurcontract voorleg­ gen. Hij verklaarde er alleen te wonen sinds 15 april 2020. betaalde de huur van 550 euro per maand. Alles in de woning is een probleem . Hij was elke week ziek. Op de eerste verdieping woonden soms 4 of S personen . Het was 1 familie. Op de tweede verdieping woonde 1 persoon. kwam elke dag controleren, maar hij herstelde niets. De douche en het toilet zijn kapot. Het toiletwater kwam in de kelder. De elektriciteit was ok. Het water was niet goed. Het gebouw had 1 klein gebrek van categorie 1, 3 ernstige gebreken van categorie Il en 2 ge­ breken van categorie 111 die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstan digheden veroorzaken. Het ging onder meer over vocht, elek­ trocutiegevaar door blootliggende geleiders en vocht bij lichtpunten, onbereikbare hoofclgas ­ kraan en hoofdwaterkraan, water in de kelder, de aanwezigheid van vliegen en septisch vocht in de kelder bracht gezondheidsrisico's mee, geen rookmelders. Door de gebreken aan het gebouw waren alle woningen in elk geval ongeschikt en onbewoon­ baar. Woning op de derde verdieping werd onderzocht. Er werd schade vastgesteld aan het pla­ fond en de muur door insijpel end en doorslaand vocht. De gemeenschappeli jke trap had geen leuning en op de vierde verdieping ontbrak een borstwering. De CV stond in foutmelding. Er was geen warm water. De douchebak was niet waterdicht. Het spoelsysteem van het toilet was stuk. Boven het keukenwerkblad waren geen stopcontacten met aarding aanwezig. Er was geen raam of verluchting smogelijkheld In de slaapkamer. Er was geen EPC en er kon geen dak­ isolatie worden vastgesteld. De bel was stuk. De woning had 7 kleine gebreken van categorie I, 8 ernstige gebreken van categorie Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakten van cate­ gorie 111. 2. Oorspronke lijk tweede beklaagde, voor verhoor zonder gevolg. Uit een email van de Dienst Toezich1 vraagd voor de woningen bus met een controleur. , werd meerdere malen uitgenodigd bleek dat zij een conformiteitsattest had aange­ . Ze werd verzocht om een afspraak te maken Eerste opposant, , werd verhoord op 24 februari 2022. Hij verklaarde dat hij zaakvoerder was van tweede opposant, De had van de eigenares, , toestemming gekregen om het pand te verhuren. Hij had geen nieuwe huurovereenkomsten meer opgesteld sinds de controle. In tussentijd had hij een procedure gevoerd om de onwillige huurders buiten te zetten. In het begin was het gebouw in 5 opgedeeld. De moeilijkhe den zijn begonnen toen er een aanvraag werd gedaan tot renovatie van het dak. De architect had daarin gesproken over een ééngezinswoning. Maar oorspronkelijk bestond het gebouw uit drie kantoren, één apparte- Rolnurnme1 Dertigste kamer Vonrnsnr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 9 --~--··--------- ----------------- ment en één handelsp and Ze hadden alles dat de krakers en één huurder hadden kapot ge­ maakt hersteld: waterleidingen , rioleringen, afvoer, elektriciteit. Alles is vernieuwd en de keu­ kens zijn weggehaald H1J had een mail gestuurd met het bewiJs dat de wooncontrol eur was langsgeweest en had bevestigd dat de procedure mocht worden stopgezet. Hij kwam maar sporadisch in en merkte dat er krakers en vrienden van de huurders aan­ wezig waren. H1J had de politie gecontacteerd maar het was niet eenvoudig om de krakers te betrappen Nu Is het pand dicht en kan er niemand binnen. Er woont niemand meer. 3. De wooninspectie formuleerde een herstelvord ering op 1 september 2021 waarbij net col­ lege zich aansloot. Gelet op het stedenbouwkund ig misdrijf dat rust op het pand kwam het pand niet in aanmer­ king voor louter renovatie-verbeterings- of aanpassingswerken. De wooninspecteur vorderde daarom dat de overtrede r aan het pand een andere bestemming moest geven volgens de be­ palingen van de VCRO of het pand moest slopen en dit binnen een termijn van 10 maanden en onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging . Op 8 november 2021 stelde een verbalisant ruimtelijke ordening vast dat alle keukeninricht in­ gen op alle verdiepingen waren uitgebroken. Bewoning was voorlopig niet meer mogelijk we­ gens het aanwezige afval en allerlei afbraakmaterialen in de leefruimten. Gelet op deze vast­ stellingen werd besloten dat het bouwm1sdnjf werd opgeheven en werd het dossier met be­ trekking tot het bouwmisdrijf afgesloten. Op 29 september 2022 was er nog geen melding van herstel gekomen bij de woon inspectie. De advocaat van oorspronke lijk tweede beklaagde liet per mail weten dat de eigenares het pand ging verkopen in de staat waarin het zich bevond. Op 16 februari 2023 stond het pand nog steeds leeg en te koop. Op 15 april 2024 werd het pand verkocht aan 4. Er werd aan het strafdossier een ouder proces-verbaal gevoegd inzake mogelijke feiten van huisjesmelkenj. Op 10 Juni 2020 had de politie vastgesteld dat een moeder met haar dochter in erbarmelijke omstandigheden woonde in een appartement in het pand op de eerste verdie­ ping. Ze moest 650 euro per maand betalen. Er waren geen ingebouwde nuts-en comfortvoor ­ zieningen. De keuken bestond uit een losstaande frigo en kookvuur. Op een houten plank stond een oven Er was geen gootsteen. In de badkamer was er een douche en toilet maar geen lavabo. Alle water diende van de douche genomen te worden. Het appartement was niet ge­ schikt voor permanent e bewoning. Op het huurcontract stond 'Huur overeenkomst voor korte termijn. Geen domiciliering' . De huurder bleek hier niet van op de hoogte te ziin. De huur werd afgesloten met als vertegenwoordig er van Op 7 augustus 2020 werd eerste opposant hieromtrent verhoord. Hij verklaard e d;:it gebeld had met de vraag of hij voor een noodoplo ssing kon zorgen voor . _, die een logeerplaats nodig had voor maximaal 3 maanden. Vermoedelijk had haar partner het appartement kapot gemaakt zodat het zich nu m deze staat bevond Het koppel was met ver­ keerde zaken bezig. Er zaten vaak verschillende mensen in het appartement en er zou ook sprake ziJn van druggebruik. Rolnummer Dertigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost Vlaandcre , afdeli g Gent p.10 2. Bespreking van de schuldvraag 1. Eerste en tweede opposant moeten zich voor de rechtbank verantwoorden wegens hPt VPr­ huren van een ongeschikte en onbewoonbare niet-conforme woning in het pand aan in de periode van 15 april 2020 tot en m t 7 juni 2021. Ter zitting heeft eerste opposant zijn schuld aan deze tenlastelegging betwist omdat hij geen eigenaar was van de woning. Eerste opposant voerde ook aan dat de gebreken werden toegebracht door de huurders en hij hieraan niets kon doen. Eerste opposant stelde dat de woning aan de start van de verhuur helemaal in orde was. Tweede opposant voerde geen betwisting maar verzocht om een milde bestraffing. 2. Uit het strafdossier blijkt dat eerste opposant zich in de praktijk bezig hield met de concrete verhuur als zaakvoerder van tweede opposant. Ter zitting bevestigde eerste opposant dat hij degene was die het huurcontract had afgesloten met Uit het verhoor van blijkt bovendien dat eerste opposant geregeld ter plaatse kwam zodat hij de gebreken kende. Voor de rechtbank is wel degelijk aangetoond dat zowel eerste als tweede opposant allen verhuurders zijn zoals bedoeld In de Vlaamse Wooncode , thans Vlaamse Codex Wonen 2021. Er word een breed daderbegrip gehanteerd zodat iedereen die bij de verhuur of terbeschikk ingstelling betrokken is kan vervolgd worden. Eerste opposant kende de gebreken en had ook de beslissingsmacht om en einde te stellen aan de verhuur of de gebreken te herstellen. De hoedanigheid van eigenaar is van geen belang. Opposanten en oorspron kei ijk tweede beklaagde worden vervolgd als (mede)dader in de zin van artikel 66 Strafwetboek. Elk hadden zij een eigen noodz kelijk Inbreng bij de verhuur van de niet-conforme woning. Uit de vaststellingen van de wooninsp ectie blijkt dat de woning die opposanten verhuurden, niet voldeed aan de vereisten van de Vlaamse Wooncode, noch aan die van de Vlaamse Codex Wonen. Deze vaststellingen worden op zich ook niet betwist door opposanten. Ook blijkt dat deze woning bewoonde sinds 15 april 2020. Eerste opposant maakt het niet aannemelijk dat alle gebreken aan het gebouw en aan de woning werden toegebracht door bewoners/krakers of zelf. Het merendeel van de gebreken is structureel van aard en h eft betrekking op de uitrusting van de woning zoals die moet worden voorzien door de verhuurder. Zo kan het vastgestelde in sijpelend vocht op verschillende plaatsen in woning ni t veroorzaakt zijn door de huurder. Ook het ontbreken van een leuning, van stopcontacten met aarding, van een raam in de slaapkamer, dakisolatie of rookmelder , kan de huurders niet worden verweten. Ook wanneer pas na aanvang van de huurovereenkomst gebreken ontstaan die tot gevolg hebben dat de woning niet meer voldoet aan de woningkwaliteitsverei sten, stelt de verhuurder of persoon die de woning ter beschikking stelt zich bloot aan strafrechtelijke vervolging zo hij deze gebreken niet herstelt. Reeds op 17 maart 2021 werd de zeer ernstige problematiek in de kelder met gezondheidsrisico's tot gevolg vastgesteld en werden opposanten aangemaand. Bij de vaststellingen op 7 juni 2021 bleek nog steeds dat er water in de kelder stond dat septisch vocht bleek te zijn en waren er zeer veel vliegen aanwezig waardoor er nog steeds gezondheidsrisico's aanwezig waren. Hierdoor was bovendien de Rolnummer Dertigste k.imer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 11 hoofdwaterkraan en hoofdgasl<raan niet op een normale manier bereikbaar. Opposanten hadden aldus niet adequaat gereageer d op deze ernstige problematiek. Uit de vaststellingen in het gevoegde dossier (verhuur aan __ blijkt bovendien dat eerste opposant het in het verleden ook al niet nauw nam met de woonkwallte itsverelsten. De schuld van eerste en tweede opposant aan de feiten van de tenlastelegging B is bewezen. 3. Straftoemeting 1. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rel<ening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwa­ rende factoren en het strafverleden van opposanten. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moel opposanten ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijv n meer te plegen. 2. De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het fundamentee l recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met winstoogmerk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid opgelegde kwaliteitsnormen en - vereiste strikt naleven en mogen niet besparen op investeringen !ertoe. 3. Eerste opposant is jaar en werd maar liefst al 43 keer veroordeeld, voornamelijk voor verkeersinbreuken . Hij krijgt een uitkering, zit in schuldbemiddelin g en woont alleen. Tweede opposant werd opgericht in 2017 en h ft een blanco strafregister. Gelet op de ernst van de feiten is een geldboete van 1.000 euro voor elke opposant passend en noodzakelijk. Rekening houdend met de precaire financiële situatie van eerste opposant en de nog uit te spreken verbeurdverklaring zal de rechtbank een deel van de geldboete opleggen met de gunst van het gewoon uits el. Nu tweede opposant nog over een blanco strafverleden beschikt, zal de rechtbank een deel van de geldboete opleggen met de gunst van het uitstel. 4. Verbeurdverklaring Het openb ar ministerie vorderde in de dagvaarding de verbeurdverklaring van de vermogensvoord elen die uit het misdrijf van de tenlastelegging B werden bekomen in hoofde van de eerste. De rechtbank merkt op dat dit klaarblijkel ijk ee vergissing is en het openbaar ministerie in werkelijkheid de verbeurdverklar ing vorderde in hoofde van eerste opposant en oorspronkelijk tweede beklaagde. Dit blijkt duidelijk uit de concrete b rekenin van de v rmog n voord l n waarbij sprake is van een verdeling tussen eerste en tweede, abook uil de concrete gegevens in het strafdossier. Rolnumme, De 1gste kamer Vonn1snr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 12 --------~---·----~-------------------- Het openbaar ministerie berekende de totale ontvangen huurgelden correct op 6 050 euro. De verbeurdverklaring is mogelijk gelet op de schrifteltjke vordenng van het openbaar minis­ terie. Eerste opposant mag niet 1n het bezit worden gelaten van voordelen die hij uit de wederrech ­ telijk gepleegde feiten hebben verkregen: dit zou maatschappelijk onaanvaardbaarziJn. Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, zoals 1n casu, raamt de rechter de geldwaard e ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekk1 ng op een daar­ mee overeenstemmend bedrag De rechtbank zal de verbeurdverklaring Uitspreken van 3.025 euro in hoofde van eerste oppo­ sant. HERSTEL 1. Op heden werd er nog geen herstel vastgesteld door de woon inspecteur, minstens heeft de rechtbank hiervan geen kennis. De woon inspecteur en het college van burgemeester en sche­ penen van de stad Gent vorderden de herbestemming of sloop omdat er een stedenbouwkun ­ dig misdrijf rustte op het pand. De rechtbank stelt echter vast dat er terloops het strafonderzoek, namelijk op 8 november 2021, werd vastgesteld dat het bouwm1sdriJf werd opgeheven. In die omstandigheden dringt enkel het princip1èle herstel van het pand zich op, namelijk het herstel naar de conformiteit door het uitvoeren van renovatie-verbeterings -en aanpassingswerken. De rechtbank zal deze principiël e herstelmaatregel ambtshalve bevelen. De rechtbank heeft er kennis van genomen dat het pand intussen verkocht werd en er in de akte zou zijn opgenomen dat de nieuwe eigenaar moet herstellen Niettemin bevrijdt dit op­ posanten, als daders van het m1sdriJf, niet en blijven ziJ gehouden tot het herstel. De rechtbank houdt wel rekening met de verkoop en zal een ruime herstelterm ijn voorzien. 2. De hierna uitgesproken modaliteiten vormen een gepaste en noodzakelijke aansporing van opposant en om tot herstel over te laten gaan. Een vriJwill1ge uitvoering van de opgelegde her­ stelmaatregelen verdient vanuit het oogpunt van het algemeen belang de voorkeur, gezien een ambtshalve uitvoering van de herstelmaatregelen kosten voor de gemeenschap veroor­ zaakt, waarbij er geen enkele zekerheid bestaat over de recuperatie van deze kosten. Opposanten kriJgen een herstelterm1;n vooraleer de dwangsom verbeurt, terwiJI de herstel­ termîJn pas loopt vanaf het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis. De rechtbank is van oordeel dat een termijn van 20 maanden moet volstaan om de woning te herstellen. Een dwangsom van 50 euro per dag vertraging is naar het oordeel van de rechtbank passend om opposanten ertoe aan te zetten het opgelegde herstel tiJd1g uit te voeren. 1 1 l 1 1 1 1 l l ! 1 Rolnumrner Dertigste kamer Vonnrsnr I rechtbank van eerste aanleg Dost-Vlaanderen, afdelmg Gent p 13 De lange tijd waarin opposanten al konden overgaan tot het volledige herstel van de woningen en de ruime termijn die hen hiertoe nog wordt verleend, brengt mee dat er geen reden is om b1J toepassing van artikel 1385bis, laatste alinea, Gerechtelijk Wetboek nog een zekere termiJn te bepalen. De rechtbank machtigt de wooninspecteur en het college van burgemee ster en schepenen van tot ambtshalve uitvoering over te gaan, voor het geval het herstel niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd, overeenkomstig artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen. De rechtbank machtigt de woon inspecteur en het college van burgemeester en schepen en van ook om de kosten van een eventuele herhuisvesting, bedoeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen, te verhalen op opposanten Er Is thans geen voldoende reden om deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Omdat de door beklaagden gepleegde misdnJven mogel1Jk schade hebben veroorzaakt, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering (art 4 V.T.Sv.). TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: art 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 Juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878-Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering; art. 162, 162bis, 182, 184, 185 §1, 186, 187, 188, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering; art. 1, 2, 3, 5, 7, 7b1s, 38, 39, 40, 41, 41bis, 42, 43bis, 65, 66, 100 Strafwetboek; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 91, tweede lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten m strafzaken; art 28, 29 van de wet van 1 augustus 1985; art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14, 18bis van de Wet van 29 juni 1964; alsook de overige wetsbepalingen aangehaald in huidig vonnis. Rolnummer Dertigste kamer Vonnisnr / rechtb:mk van oarste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 14 DE RECHTBANK: op tegenspraak ten aanzien van De rechtbank verklaart het verzet van eerste opposant ontvankeli jk, zodat het verstekvonnis van 17 december 2024 ten aam:ien van hem komt te vervallen en beslist opnieuw. De rechtbank verklaart het verzet van weede opposant zodat het verstekvonnis van 17 december 2024 ten aanzien van beslist opnieuw. VOORAFGAAND ELIJI< Verbetert de dagvaarding als volgt: "VERMOGENSVOORD EEL : art. 42 en 43 bis S.W. ontvan kei ijk, komt te vervallen en De eerste en tweede tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van h t Strafw tboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverkla ring van 6.050,00 euro ( ' .. )" OP STRAFGEBIED Ten aanzien van , eerste opposant V rklaart d feiten van tenlastelegg ing B bewezen. Veroordeelt voor tenlastelegging B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen . Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een geva genisstraf van 3 maanden . Rolnumme Dertigste kamer Vonmsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 15 ·--·--------------------------- Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een term tjn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte van 6.400,00 EUR, zijnde 800,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Verklaart verbeurd overeenkomstig art. 42,3" en 43bis Sw. een bedrag van 3.025,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen bekomen uit het bewezen misdnJf van de tenlastelegging B. Veroordeelt tot betaltng van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, ziJnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een btJdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsb1jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van het eerste vonnis en in al de door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van betekening van het vonnis, ten bate van de Staat, begroot op 246,56 EUR, het verstek aan de opposant te wijten zijnde. Ten aanzien van , tweede opposant Verklaart de feiten van tenlastelegging B bewezen Veroordeelt voor tenlastelegging B: tot een geldboete van 8.000,00 EUR, zijnde 1.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciem n Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geld boete voor een termiJn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Rolnummer Dertigste kamer Vonnisnr / rechtballk van eersl<! aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 16 .. -.... _, ... ..,.,.. --· ----------------- --------- Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de lachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een biJdrage van 24,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbiJstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van het eerste vonnis en in al de door het verzet veroonaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van betekening van het vonnis, ten bate van de Staat, begroot op 287,56 EUR, het verstek aan de opposant te wijten z.iJnde. HERSTEL beveelt aan . de woning gelegen te _ Jadastraal gekend als , te herstel- len door de nodige renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerke n utt te voeren zodat de wo­ ning conform 1s aan de ve1hgheids-, gezondheids -en woonkwaliteitsvereisten bedoeld 1n arti­ kel 3.1 Vlaamse Codex Wonen 2021; beveelt dat het herstel zoals hierboven bevolen gebeurt binnen een termijn van twintrg maan­ den na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 50 euro per veroordeelde en per dag vertraging in geval van niet-uitvoerin g van dit vonnis binnen de gestelde termijn; machtigt, voor het geval het pand niet binnen de opgelegde termtJn werd hersteld, de woon­ mspecteur en het college van burgemeester en schepenen van ambtshalve in de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel te voorzien, met de daaraan verbonden kosten ten laste van de veroordeelden machtigt de woon inspecteur en het college van burgemeester en schepenen van om de kosten van eventuele herhuisvesting, bedoeld in artikel 3.33 Vlaamse Codex Wonen, te verhalen op de veroordeelden . OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Rolnummer Dertigste kamer Vonmsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vl~,mderen, afdeling Gent p 17 -• ------.. --~----·--------------------- Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 27 mei 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI: , rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld m het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot