ARR:WI 22.VU0040
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2025-05-16
🌐 FR
Beschikking
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
1 augustus 1985, 15 juni 1935, 19 maart 2017, 26 april 2017, 28 december 1950
Volledige tekst
Hof van beroep Gent -tiende kamer -p. 2
2024/PGG/1667 -2024/VJll/804
Not.nr. VU.66.Wl.100400/22
In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE
tegen
1. nr.
verdacht van: met Belgische nationaliteit,
geboren
wonende te
-beklaagde -RRN
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op
bewoning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend
goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor
wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur
gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken
vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de
basisnutsvoorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en
verwarmingsmoge lijkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren,
(art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
namelijk een loods gelegen te
oppervlakte van la 8Uca, toebehorende aan
eigendom ingevolge aankoop jegens
:>ij akte verleden voor notaris te bekend ten kadaster onder
met een totale
voor de geheelheid in volle
en
op 2 mei 2019
n de periode van 18 oktober 2021 tot en met 24 september 2022
ten nadele van
ten nadele var geboren
~eboren
B geheel of gedeeltelijk wijzigen van hoofdfunctie van bebouwd onroerend goed zonder of
in strijd met een geldige vergunning
Hof van beroep Gent -tiende kamer - -p. 3
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een
bebouwd onroerend goed, indien de Vlaamse Regering deze functiewijziging als
vergunningsplichtig heeft aangemerkt, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige
vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige
handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met
de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het
verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van
de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd,
namelijk de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk gewijzigd
te hebben, meer bepaald door een loods te hebben gebruikt als woonfunctie,
(art. 4.2.1., 6°, 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1 °, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening ; art. 5, 1°, a}, en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de
omgevingsvergunning)
te op een niet nader te bepalen tijdstip in de periode van 1 augustus 2021 tot en
met 1 november 2021
De kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp van het misdrijf is,
zijnde:
ligging:
aard en oppervlakte: huis, la 80ca
wijk en nummer van het kadaster:
en de eigenaar ervan geïdentificeerd zijnde als:
eigendom ingevolge aankoop jegens
bij akte verleden voor notaris
* * * * voor de geheelhe id in volle
te op 2 mei 2019
1.1 De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste
bij vonnis van 30 oktober 2023 bij verstek als volgt:
"Op strafqebied
Verklaart de feiten van tenlasteleggingen A en B bewezen in hoofde van
Veroordeelt tot:
-een geldboete van 10.000,00 euro (=1.250,00 euro, wettelijk te verhogen met 70
opdecimes, hetzij x 8) of een vervangende gevangenisstraf van 90 dagen
Hof van beroep Gent -tiende kamer - p,4
Verplicht tot betaling van een bijdrage van 200,00 euro {=25,00 euro,
wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij x 8), tot financiering van het Fonds tot hulp
aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders.
Verplicht tot betaling van een bijdrage van 24,00 euro tot de financiering van
het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
Verplicht tot betaling van de vaste vergoeding in strafzaken van 58,24 euro.
Met betrekking tot de gerechtskosten,
Veroordeelt tot de gerechtskosten, begroot in totaal op 300,11 euro.
Met betrekking tot de herstelvordering
Beveelt op vordering van de wooninspecteur aan
gelegen te
ioor: het herstel oo het oand
• Als er een stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt, het uitvoeren van
renovatie-, verbeterings -of aanpassingswerkzaamheden (dit is het wegwerken van
de bestaande gebreken), waardoor het pand voldoet aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids -en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse
Codex Wonen.
• Als er geen stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt,
o Ofwel het slopen van het pand (tenzij dit verboden is)
o Ofwel de voornoemde woonentiteiten een andere bestemming geven op basis
van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel op 10 maanden na de
betekening van dit vonnis.
Legt aan ~en dwangsom van 150 euro per dag vertraging op in de nakoming
van dit bevel ten voordele van de woon inspecteur .
Wijst erop dat voor recht de veroordeelde overeenkomstig artikel 3.46
Vlaamse Codex Wonen de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen
van onmiddellijk bij aangetekende brief of door afgifte tegen
ontvangstbewijs op de hoogte moet brengen wanneer de opgelegde herstelmaatregelen
vrijwillig werden of zullen zijn uitgevoerd.
Zegt voor recht dat de woon inspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde
termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde .
Hof van beroep Gent -tiende kamer - p. 5
Zegt dat de woon inspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
ie eventuele kosten van herhuisvesting op kunnen verhalen.
Op burgerliik gebied
Houdt ambtshalve de (eventuele) burgerlijke belangen aan overeenkomstig artikel 4 V. T.Sv."
1.2 Dit verstekvonnis werd op 11 december 2023 aan de beklaagde betekend
overeenkomstig artikel 38, § 1 Gerechtel ijk Wetboek. De beklaagde tekende hiertegen op 15
december 2023 verzet aan.
1.3 De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste
bij vonnis van 10 juni 2024 op verzet en op tegenspraak als volgt:
"Verklaart het verzet ontvankelijk en doet het bestreden vonnis teniet binnen de perken van
het verzet.
Opnieuw oordelend,
Op strafqebied
Verklaart de feiten van tenlasteleggingen A en B bewezen in hoofde van
Veroordeelt '.ot:
-een geldboete van 8.000,00 euro (=1.000,00 euro, wettelijk te verhogen met 70
opdecimes, hetzij x 8) of een vervangende gevangenisstraf van 90 dagen
Verplicht David De Maré tot betaling van een bijdrage van 200,00 euro (=25,00 euro,
wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij x 8), tot financiering van het Fonds tot hulp
aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders.
Verplicht ·ot betaling van een bijdrage van 14.00 euro tot de financiering van
het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
Verplich1 :ot betaling van de vaste vergoeding in strafzaken van 58,24 euro.
Met betrekking tot de gerechtskosten,
Legt de kosten ten laste van
beklaagde te wijten zijnde.
Met betrekking tot de herstelvordering bepaald op 417,63 euro het verstek zelf aan de
Hof van beroep Gent -tiende kamer - p. 6
Beveelt op vorderina van de wooninsoecteur aan het herstel op het pand
gelegen te kadastraal gekend
door:
• Als er een stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt, het uitvoeren van
renovatie-, verbeterings -of aanpassingswerkzaamheden (dit is het wegwerken van
de bestaande gebreken) , waardoor het pand voldoet aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids -en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse
Codex Wonen.
• Als er geen stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt,
o Ofwel het slopen van het pand (tenzij dit verboden is)
o Ofwel de voornoemde woonentiteiten een andere bestemming geven op basis
van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel op 13 maanden na het in
kracht van gewijsde treden van dit vonnis.
Legt aan een dwangsom van 150 euro per dag vertraging op in de nakoming
van dit bevel ten voordele van de wooninspecteur.
Wijst '!rop dat voor recht dat de veroordeelde overeenkomstig artikel 3.46
Vlaamse Codex Wonen de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen
onmiddellijk bij aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs op de hoogte moet
brengen wanneer de opgelegde herstelmaatregelen vrijwillig werden of zullen zijn
uitgevoerd.
Zegt voor recht dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde
termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde.
Zegt dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
de eventuele kosten van herhuisvesting op kunnen verhalen.
Op burgerliik gebied
Houdt ambtshalve de (eventuele) burgerlijk e belangen aan overeenkomstig artikel 4 V. T.Sv.,,
1.4 Tegen dit vonnis op verzet werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een
verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaande ren, afdeling
Kortrijk, op:
26 juni 2024 door de beklaagde
28 juni 2024 door het openbaar ministerie.
Hof van beroep Gent -tiende kamer - -p. 7
Deze partijen dienden tegelijk ook elk een verzoekschrift in op die griffie, overeenkomstig
artikel 204 Wetboek van Strafvorder ing.
1.5 Op de rechtszitting van 12 december 2024 {inleidingszitting) legde dit hof
conclusieterm ijnen vast bij toepassing van de artikelen 152, § 1 en 209bis, laatste lid,
Wetboek van Strafvorder ing. Het hof bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 3 april
2025.
De beklaagde heeft zijn conclusies tijdig neergelegd.
1.6 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 3 april 2025 in het Nederland s:
de beklaaede ,ertegenwoo rdigd door meester voor
meester >eiden advocaat met kantoor te
het openbaar ministerie vertegenwoordigd door advocaat -generaal.
2.1 De verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 10 juni 2024 gedaan op de griffie
van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, zijn tijdig en regelmatig naar de vorm. Ook
de verzoekschriften zijn tijdig ingediend.
In het verzoekschrift bepaalde de advocaat van de beklaagde nauwkeurige grieven over de
schuld en de straf. Het openbaar ministerie duidde enkel een grief aan over de straf en deed
dit eveneens nauwkeurig.
2.2 De hoger beroepen van de beklaagde ~n van het openbaar ministerie zijn
ontvankelijk {art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering).
Het hof beslist in dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de
grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. In dit verband stelt het hof
vast dat er geen redenen zijn om ambtshalve een grief in de zin van de voormelde bepaling
op te werpen.
Het hof heeft bijna volledige saisine. Enkel de beslissing van de eerste rechter om het verzet
van de beklaagde ontvankelijk te verklaren ligt niet meer ter beoordeli ng voor.
3. De dagvaarding is op 21 september 2023 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid
te , zodat is voldaan aan artikel 3.49, § 1,
Vlaamse Codex Wonen 2021 en artikel 6.3.1, § 6, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
4. Het hof stelt vast dat de telastlegging Bals volgt moet worden gelezen: waar staat "door
een loods te hebben gebruikt als woonfunctie", moet dit zijn: "door de hoofdfunctie van de
loods te hebben gewijzigd van de functie industrie en bedrijvigheid (artikel 2, § 1, 8° Besluit
van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige
Hof van beroep Gent -tiende kamer - p.8
functiewijz igingen) naar wonen (artikel 2, § 1, 1 ° Besluit van de Vlaamse regering van 14
april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen)".
5. De eerste rechter vatte de feiten in het beroepen vonnis correct samen als volgt:
"Oo 11 mei 2022 voerde de wooninspectie een controle uit aan een loods die toebehoorde oan
Er was een melding van de gemeente.
Aan de loods was een eengezinswoning aangebouwd. Die was in ruwbouw en deed dienst als
berging. In de loods was een woning ingericht. Er woonde een koppel met vier kinderen. Het
gebouw had O kleine gebreken in categorie /, O ernstige gebreken in categorie Il en 2 gebreken die
een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie /ll. De woning had 3 kleine gebreken in categorie
/, 6 ernstige gebreken in categorie Il en 9 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de
veiligheid of gezondhe id of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie /ll.
Volgens de wooninspectie was de bezettingsnorm van de woning overschreden.
De huurder van de woning verklaarde dat hij er sinds oktober 2021 woonde. De woning zou toen
klaar zijn, maar de verbouwingwerken bleven aanslepen. Volgens de eigenaar waren er financiële
problemen . De bewoners hadden de loods betrokken in oktober 2021. Ze betaalden geen huur. Er
waren problemen met de woning. Ze overhandigden de huurovereenkomst (ondertekend op 15
februari 2022).
De wooninspectie stelde vast dat er voor het inrichten van een woning in de loods geen
stedenbouwkund ige vergunning was.
kon niet worden verhoord en reageerde niet op brieven van de wooninspectie.,,
6.1 Het is niet betwist dat de familie met hun vier kinderen woonde in
een loods die niet als woning was vergund en die daartoe volstrekt ongeschikt was. Er was
geen warm water of waterafvoer, de natuurlijke verlichting was onvoldoende, er waren
vochtproblemen en de elektrische installatie was gebrekkig.
De beklaagde argumenteert dat het gezin in de naastgelegen woning had moeten verblijven,
maar dat daarin werken plaatsvonden die langer duurden dan verwacht . Omdat het gezin
geen dak boven het hoofd had, liet hij hen uit vrijgevigheid in de loods verblijven. Ze
moesten geen huur betalen. Omdat het een daad van liefdadigheid was, zou er van
terbeschikkingstelling geen sprake zijn. Hij vraagt de vrijspraak.
6.2 De woondecreten bepalen de kwaliteitsvereisten waaraan een woning of een woonvorm
moet beantwoorden wanneer ze wordt verhuurd of ter beschikking wordt gesteld. Van
terbeschikkingstelling is sprake wanneer het genot over een woning of woonvorm wordt
verstrekt met het oog op bewoning, ongeacht of bewoning al dan niet de hoofdfunctie is en
ongeacht de achterliggende motieven bij die genotsverstrekking. De beklaagde liet
Hof van beroep Gent -tiende kamer - p. 9
geruime tijd in de loods wonen. Dat er geen huur werd
gevraagd, belet niet dat er sprake was van terbeschikkingstelling .
De Vlaamse Codex Wonen en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevatten geen
aanduiding over het moreel element, zodat het bewust en vrijwillig handelen volstaat. Dat
vah dit laatste sprake is wordt verondersteld bij het plegen van de materiële handeling, die
als de uiting van de vrije en bewuste wil van de beklaagde moet worden aangezien, wanneer
deze het bestaan van een schulduitsluitingsgrond, zoals overmacht of onoverkomelijke
dwaling, of van een rechtvaardigingsgrond, zoals noodtoestand, niet enigszins geloofwaardig
maakt. De beweerde menslievendheid die de beklaagde tot handelen aanzette is geen
verschonings -of rechtvaardigingsgrond. Dat is hoogstens het achterliggend motief dat hem
tot vrij en bewust handelen aanzette. Ook zijn voorgehouden onwetendheid is dat niet.
Iedereen behoort de wet te kennen.
De schuld van de beklaagde aan de telastleggingen A en B blijft bewezen.
7. De beklaagde pleegde de bewezen feiten van de telastleggingen A en B
met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof hiervoor slechts een straf oplegt, de zwaarste
(toepassing van artikel 65, eerste lid Strafwetboek).
De Vlaamse Codex Wonen beoogt het waarborgen van het fundamenteel recht op
menswaardig wonen. Bij het verhuren van een pand moeten de door de overheid opgelegde
kwaliteitsnormen en -vereisten strikt worden nageleefd en mag niet bespaard worden op
de hiervoor noodzakelijke investeringen. De beklaagde had hier onvoldoende oog voor. Hij
liet het kroostrijk gezin verblijven in een totaal ongeschikte loods, waardoor de veiligheid en
de gezondheid van de bewoners in het gedrang kwam. Doordat hij zonder vergunning de
functie van het pand wijzigde, pleegde hij bovendien een inbreuk op de regels met
betrekking tot de ruimtelijke ordening.
is jaar oud. Hij is gescheiden en woont alleen. Hij beweert financiële
problemen te hebben, maar legt daarvan geen stukken voor. Zijn strafregister vermeldt tien
veroordelingen, waarvan negen in de verkeerscontext. Daarenboven werd hem op 7 maart
2006 de gunst van de opschorting toegekend wegens inbreuken op de Drugswet .
De geldboete die de eerste rechter in het beroepen vonnis oplegde is een gepaste straf voor
de bewezen feiten. Deze geldboete milderen, zou de beklaagde onvoldoende de ernst van
de bewezen feiten doen inzien. Omdat de beklaagde geen huur aanrekende en dus niet
handelde met het oog op financieel gewin, kent het hof hem uitstel van tenuitvoerlegging
toe voor de helft van die geldboete. De beklaagde komt hiervoor nog in aanmerking.
Het hof vermeerdert de geldboete met 70 deciemen (x8} en legt een vervangende
gevangenisstraf op om de beklaagde ertoe aan te sporen die geldboete te betalen.
Hof van beroep Gent -tiende kamer - ).10
8. De beklaagde is gehouden tot de kosten, gevallen in de beide aanleggen aan de zijde van
het openbaar ministerie zoals hierna bepaald. Met toepassing van artikel 91 koninklijk
besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in
strafzaken verhoogt het hof de kosten met 10 %.
Als veroordeelde tot een correctionele hoofdstraf is de beklaagde gehouden tot het betalen
van de bijdrage van 25 euro tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de
slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders (art. 29 van de wet
van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen
aard heeft en geen straf inhoudt, wordt vermeerderd met 70 deciemen tot 200 euro, en dit
ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten.
Met toepassing van artikel 91 koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het
algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken veroordeelt het hof de beklaagde
tot de vaste vergoeding voor de kostprijs van het verloop van de strafprocedure, die
geïndexeerd 61,01 euro bedraagt. Omwille van de devolutieve werking van de door de
beklaagde in eerste aanleg aangetekende verzet, beperkt het hof deze vergoeding tot het in
eerste aanleg bij verstek opgelegde bedrag van 58,24 euro.
Met toepassing van artikel 4, § 3 en artikel 5, § 1 van de wet van 19 maart 2017 tot
oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, in werking
getreden op 1 mei 2017 ingevolge artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 april 2017 tot
uitvoering van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de
juridische tweedelijnsbijstand , veroordeelt het hof de beklaagde ook tot het betalen van een
bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die sinds 1 maart
2025 na indexatie 26 euro bedraagt. Omwille van de devolutieve werking van de door de
beklaagde in eerste aanleg aangetekende verzet, beperkt het hof deze bijdrage tot het in
eerste aanleg bij verstek opgelegde bedrag van 24 euro.
9.1 Op 31 mei 2022 leidde de wooninspecteur een herstelvordering in bij het openbaar
ministerie.
De herstelmaatregelen op grond van een (publieke) herstelvordering zijn een bijzondere
vorm van teruggave en moeten verplicht worden opgelegd aan diegenen die schuldig
worden bevonden aan een misdrijf.
De principiële herstelmaatregel wat betreft de woonkwaliteitsnormen is het uitvoeren van
renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden waardoor het pand conform wordt
gemaakt, dit is het herstel van alle gebreken.
Artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt: "Naast de straf kan de rechtbank de
overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met
de aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewoning te beëindigen.
Hof van beroep Gent -tiende kam r - -p.11
Als de rechtbank vaststelt dat de woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of
dat het gaat om een goed als vermeld in artikel 3.35, beveelt ze de overtreder om er een
andere bestemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of om de woning of het goed te slopen, tenzij de sloop
ervan verboden is op grond van wettelijke, decretafe of reglementaire bepalingen. Dat
gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester
en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt.
De rechtbank bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en kan, op
vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeeste r en schepenen, eveneens
een dwangsom bepalen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de
herstelmaatregelen . De termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen bedraagt
maximaal twee jaar."
In dit geval stelt het hof vast dat de loods niet in aanmerking komt voor deze vorm van
herstel, gezien geen stedenbouwkundige vergunning voorhanden is voor de in het pand
gecreëerde woonentiteit. De beklaagde wijzigde de hoofdfunctie van de loods door er een
woongelegenheid in onder te brengen, terwijl die loods daar niet toe was bestemd.
De beklaagde kan bij wijze van herstel niet veroordeeld worden tot het plegen van een
omgevings- (namelijk: stedenbouwkundig) misdrijf. Vanzelfsprekend kan de rechter enkel
een legaal herstel opleggen.
Om het herstel te realiseren moet de beklaagde dus ofwel de gecreëerde woonentiteit een
andere bestemming geven op basis van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, ofwel de loods slopen, tenzij dit op wettelijke gronden verboden is. Niets belet
hem een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen en desgevallend te bekomen,
waardoor het beletsel voor een volledig herstel zou wegvallen. In dat geval kan de beklaagde
de opgelegde herstelmaatregel uitvoeren door het dan vergund pand conform te maken.
De herstelvordering is niet kennelijk onredelijk. De herstelvordering is gemotiveerd vanuit de
doelstellingen van de wooncodereglementering en bepaalt een wettelijk voorziene
herstelvorm.
9.2 Uit niets blijkt dat het pand op vandaag zou zijn hersteld. Er ligt evenmin een proces
verbaal van de wooninspecteur van uitvoering van herstel voor in de zin van artikel 3.46
Vlaamse Codex Wonen van 2021. De beklaagde betwist ook niet dat het herstel nog niet
werd uitgevoer d. Hij verzoekt het hof om een langere hersteltermijn op te leggen en de
dwangsom te milderen.
Om de beklaagde de nodige tijd te geven het herstel te realiseren, voorziet het hof een
herstelterm ijn van vijftien maanden. Omwille van het talmen van de beklaagde in het
verleden om tot het herstel over te gaan, wordt terecht de verbeurte van een dwangsom
Hof an beroep Gent -tiende kamer· p. 12
gevorderd bij niet naleving van het bevel tot herstel. De dossiergegevens tonen aan dat de
beklaagde al ruim de kans geboden werd het herstel uit te voeren, maar dat hij talmt. Van
zijn financiële problemen legt hij geen stukken voor. De hierna bepaalde modaliteiten
vormen een gepaste en noodzakelijke aansporing van de beklaagde om nu effectief zelf tot
herstel over te gaan.
De lange tijd sedert dewelke de beklaagde al kon overgaan tot het herstel van het pand en
de ruime termijn die hem hiertoe nog wordt verleend, brengen mee dat er geen reden is om
bij toepassing van artikel 1385bis, laatste alinea, Gerechtelijk Wetboek nog een zekere
termijn te bepalen waarna de beklaagde pas de dwangsom zal kunnen verbeuren.
Voor het geval de beklaagde de herstelmaatregelen niet binnen de gestelde termijn uitvoert,
machtigt het hof de Wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van de
gemeente Diksmuide, om ambtshalve in de uitvoering ervan te voorzien.
Het hof machtigt de Wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
om de kosten van eventuele herhuisvesting te verhalen op de
beklaagde (art. 3.33 Vlaamse Codex Wonen van 2021).
10. Het hof bevestigt de beslissing van de eerste rechter om de burgerlijke belangen
ambtshalve aan te houden.
Dictum
Toegepaste wetsartikelen:
Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen:
-211 Wetboek van Strafvordering,
-24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Perken van het hoger beroep:
De saisine van het hof is bijna volledig. Enkel de beslissing van de eerste om het verzet van
de beklaagde ontvankelijk te verklaren ligt niet meer ter beoordeling voor.
Beslissing van het hof:
Het hof,
rechtsprekend op tegenspraak,
verklaart de beroepen ontvanke lijk en er ten gronde over beslissend:
Hof van beroep Gent -tiende kamer-2024/NT /804 -p. 13
bevestigt het beroepen vonnis in de beslissing tot het aanhouden van de burgerlijke
belangen;
wijzigt het beroepen vonnis voor zover bestreden voor het overige als volgt:
op strafgebied:
verklaart de beklaagde
veroordeelt de beklaagde
geldboete van 1.000 euro, met
gevangenisstraf van 90 dagen;
verleent de beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B;
voor deze bewezen feiten samen tot een
deciemen gebracht op 8.000 euro of een vervangende
gewoon uitstel voor de helft van die geldboete
gedurende een periode van drie jaar;
veroordeelt de beklaagde tot betaling van een bedrag van 25 euro,
vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op 200 euro als bijdrage tot de financiering
van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de
occasionele redders;
veroordeelt de beklaagde tot betaling van een bedrag van 58,24 euro als
vergoeding voor de kostprijs van het verloop van de strafprocedure;
veroordeelt de beklaagde tot betaling van een bijdrage van 24 euro aan het
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand;
veroordeelt de beklaagde tot betaling van de kosten van de strafvordering,
voor het openbaar ministerie begroot op 417,63 euro in eerste aanleg en 144,61 euro in
beroep.
Herstelvordering
beveelt op vordering van de wooninspecteur aan het herstel van het pand
gelegen te kadastraal gekend
door:
• Als er een stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt, het uitvoeren van
renovatie -, verbeterings-of aanpassingswerkzaamheden (dit is het wegwerken van
de bestaande gebreken), waardoor het pand voldoet aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvere isten zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse
Codex Wonen.
• Als er geen stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt,
o Ofwel het slopen van het pand (tenzij dit verboden is)
Hof van beroep Gent -tiende kamer- ·p.14
o Ofwel de voornoemde woonentiteiten een andere bestemming geven op
basis van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
dit binnen een termijn van vijftien maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit
arrest;
legt aan David De Maré een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging in de nakoming
van dit bevel ten voordele van de wooninspecteur;
beveelt dat voor het geval het pand niet binnen de opgelegde termijn wordt hersteld. de
wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
ambtshalve in de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel zullen kunnen
voorzien, met de daaraan verbonden kosten te last van
machtigt de wooninsoecteur en het college van burgemeester en schepenen van
om de eventuele kosten van herhuisvesting te verhalen op de
beklaagde.
Hof van beroep Gent -tiende kamer·
Kosten eerste aanleg:
Kosten beroep:
Afschrift vonnis:
Afschriften akten HB:
Opstelrecht ber. bekl.:
Dagv. bekl.:
+ 10%:
Totaal: p. 15
€ 417,63
€ 30,00
€6,00
€ 35,00
€ 33,19
€ 104,19
€ 10,42
€ 114,61
Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctione le kamer,
samengesteld uit raadsheer als waarnemend kamervoorz itter, raadsheren
die mede over de zaak heeft beraadslaagd en in de onmogelijkheid
verkeert het arrest te ondertekenen (art. 785 Ger.W.) en en in
ooenbare rechtszitting van 16 mei 2025 uitgespro ken door wnd. kamervoorz itter
in aanwezieheid van advocaat-generaal, met bijstand van griffier