ARR:WI 22.HV024
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-05-07
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Strafwetboek, strafwetboek
Volledige tekst
Rol nummer Vijfentwintigste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
In de zaak van het openbaar ministerie (parket Halle-Vilvoorde) en
,, RRN
geboren
van Burundische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, die verstek laat gaan
tegen:
geborer
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, bijgestaan door meester
In aanwezigheid van : RRN
, advocaat te
De wooninspecteur, handelend in naam van het Vlaams Gewest,
met zetel gevestigd te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
TENLASTELEGGINGEN
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; Vonnisnr /
p 2
, advocaat te
op het perceel gelegen te
gekend als kadastraal
-oppervlakte 01a 47ca, voor de
geheelheid volle eigendom van
aankoop verleden door notaris
afstand verleden door notaris te RRN: ingevolge akte van
d.d. 18 Juni 2015 en ingevolge akte van
d.d. 11 september 2017,
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten en normen te voldoen
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
woning of een specifieke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 juli 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
Rolnumme, V11fentwlntlgste kamer Vonnisnr
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
) in de periode van 1 mei 2020 tot en met 3 april 2023 I
p.3
namelijk een woning die ongeschikt is, en omwille van ernstige gezondheids- en veiligheidsrisico's ook
onbewoonbaar, meer bepaald de woning aangeduid als woning
) in de periode van 1 december 2021 tot en met 18 juli 2023
namelijk een woning die ongeschikt is, en omwille van ernstige gezondheids- en veiligheidsrisico's ook
onbewoonbaar, meer bepaald de woning aangeduid als woning 8002.
(art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
thans (sedert 1 januari 2021) strafbaar gesteld door artikel 3.34 van het Gecodificeerd Decreet over
het Vlaamse woonbeleid d.d. 17 juli 2020 ('Vlaamse Codex Wonen van 2021")
Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig artikel 20bis van het
decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode (thans artikel 3.43-3.48 Vlaamse Codex
Wonen van 2021) te horen veroordelen tot het herstel van de gebreken van de woning, overeenkomstig
de herstelvordering van de wooninspecteur van 19 december 2022.
Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomst ig art. 42, 3" en 43 bis
Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van het bedrag van 50.250
euro, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, zoals berekend in
navolgend proces-verbaal HV d.d. 18 juli 2023.
Overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van , op 22/08/2024, ref.
PROCEDURE
Beklaagde werd op verzoek van de Procureur des Konings rechtstreeks gedagvaard om te verschijnen
voor de 2se kamer van deze Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg op de openbare
terechtzitt ing van 17 oktober 2024.
Op de openbare terechtzitting van 12 maart 2024 werd de zaak behandeld en in beraad genomen. De
rechtbank heeft kennis genomen van het strafdossier en de procedurestukken en hoorde het openbaar
ministerie, de Wooninspecteur en de verdediging.
Er werd voor de rechtspleging gebruik gemaakt van de Nederlandse taal.
ELEMENTEN VAN HET STRAFDOSSIER
1.
Beklaagde Is de enige en volle eigenaar van het onroerend goed, bestaande uit een gebouw met 2
appartementen en 2 kelders, gelegen te , kadastraal gekend als
Rolnummer Vijfentwintigste kamer Vonnlsnr
Nederlandstahge rechtbank van eerste aanleg Brussel
2.
Op 28 september 2022 werden door de woon inspectie vaststellingen gedaan betreffende dit pand. /
p.4
Hieruit bleek onder meer ernstige vochtschade in het gemeenschappelijk deel van het gebouw, met
name kelder, trappenhal, inkom. De kelder bleek onbruikbaar door vocht. Er werden sporen
aangetroffen die erop wezen dat de kelder regelmatig helemaal onder water stond. In de kelder werd
losse elektriciteitsbedradîng aangetroffen met blote geleiders onder spanning, en dienvolgens risico op
elektrocutie .
In de woning aangeduid met busnummer werden gebreken vastgesteld, met name opstijgend
vocht in de buitenmuren en binnenwanden, dienvolgens vochtschade, onvoldoende ramen en
lichtinval, onvoldoende dë1kisolatle.
Een stuk plafond was naar beneden gevallen in de keuken op de bewoonster, een zwangere vrouw met
2 kinderen. Dit betreft de huidige burgerlijke partij Zij was in de woning getrokken
vanaf 27 mei 2020, terwijl de woning ingevolge een eerder besluit van de Burgemeeste r van 23
december 2019 ongeschikt en onbewoonbaar was verklaard. De bewoonster kreeg daarbij begeleiding
van het
Op grond van eerdere vaststellingen, die geleid hadden tot voormelde onbewoonbaarverklaring In
2019, werden aan woning 75 strafpunten toegekend . Nadien werd op 19 oktober 2022
vastgesteld dat er alsnog/ opnieuw bewoning was.
Ingevolge de vaststellingen door de woonmspectle op 28 september 2022 werden aan de woning
toegekend: 6 kleine gebreken in de categorie 1, 3 ernstige gebreken In categorie Il en 1 gebrek in
categorie 111 welk een direct en ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid oplevert of
mensonwaardige leefomstandighedeh veroorzaakt.
3.
Op 25 oktober 2022 werden nadere vaststellingen gedaan van het gebouw en de twee woonentlteiten.
Uit de technische vaststellingen bleken gebreken aan de draagstructuur van het gebouw, losse
elektrlciteltsbedrading aan de zekeringskast in de kelder, gebrekkige aansluiting gastoestel in de
keuken.
Wat betreft het gebouw werden 3 ernstige gebreken van categorie Il weerhouden .
In de woning werd ernstige vochtschade vastgesteld, waardoor onder meer een stuk van het
plafond in de keuken naar beneden was gekomen; verder was er onder meer vochtschade aan muren,
kelder deels onder water, gebreken aan sanitaire en elektriciteitsvoorzieningen, onvoldoende lichtinval
en onvoldoende verluchtingsmogelljkheden.
Er werden 11 ernstige gebreken van categorie Il weerhouden, alsook was er een overschriJdlng van de
bezettingsnorm.
Wat betreft woning werden gelijkaardige vaststellingen gedaan: kelder deels onder water,
vochtschade, gebreken aan sanitaire en elektrische voorzieningen, onvoldoende rookmelders .
Er werden ook voor deze woning 11 ernstige gebreken van categorie Il weerhouden.
Op grond van voorgaande vaststellingen werden beide woningen ongeschikt voor bewoning bevonden .
4.
Wat betreft woning werd door beklaagde een huurovereenkomst gesloten met
Rolnumme r V11fentwlntlgste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel Vonnisnr I
p.5
voor een periode van 1 jaar, ingaand op 1 mei 2020. De huurprijs bedroeg 750 EUR per maand.
Energiekosten waren niet inbegrepen en er werd een kost voor de gemeenschappelijke delen
aangerekend van 25 EUR per maand.
Wat betreft woning werd volgens de verklaring van de bewoonster een
huurovereenkomst afgesloten voor een huurprijs van 1200 EUR per maand. Zij wonen er met 7
personen sinds 1 januari 2020. Naderhand wordt door beklaagde een huurovereenkomst voorgelegd
afgesloten voor 1 jaar, ingaand op 1 december 2021 voor die huurprijs, zonder extra kosten voor
gemeenschappelijke delen.
De verbalisant berekent dat voor de structureel gebrekkige woningen 63.000 EUR aan huurgelden werd
ontvangen .
5.
Verder werd nog vastgesteld op 25 oktober 2022 dat de opsplitsing van het gebouw in twee
woongelegenheden plaatsvond zonder voorafgaande stedenbouwkundige of omgevingsvergunning.
De toekenning van de busnummer~ en dateert reeds van 1998-1999.
6.
Beklaagde nam naar aanleiding van de vaststellingen contact op met de woonlnspectie. Hij betwist dat
er verhuurd werd terwijl de woning nog ongeschikt of onbewoonbaar was. Hij zou werken hebben
uitgevoerd ingevolge waarvan de Inspectie op 3 september 2020 zou hebben vastgesteld dat de
woningen in orde waren. Hij zegt renovatiewerken te hebben uitgevoerd alvorens de woningen
opnieuw te hebben verhuurd. Hij verklaarde verder dat de in oktober 2022 vastg-estelde
vochtproblemen het gevolg waren van een overstroming en een lek en hij het nodige zou doen voor
herstel.
Hij voegde een aantal stukken toe, onder meer bestelorders, betalingsbewijzen en facturen ten bewijze
van herstelwerken uitgevoerd in 2020 alsook in december 2022 -januari 2023.
Bij zijn verhoor dd. 16 januari 2023 verklaarde beklaagde dat hij zelf de triplex heeft bewoond vanaf de
aankoop van het pand in 2017 tot september 2020. Blijkens de keuringsverslagen door en het
schattingsvers lag van was het pand bij aankoop in orde.
Hij verklaarde dat er geen klachten waren van bewoners en er geen groot verloop van huurders is
geweest. HIJ heeft de woning een laatste maal bezocht met de deskundige in Januari 2023, naar
aanleiding van het schatten van de schade door de overstroming.
Wat betreft de onbewoonbaarverklaring van woning op 23 december 2019 verklaarde hij dat hij
werken heeft uitgevoerd en de inspectie op 3 september 2020 deze is komen nakijken. Hij heeft hiervan
geen rapport ontvangen doch er ook niet naar gevraagd.
Beklaagde wist niets van een stedenbouwkundige Inbreuk op zijn pand.
Hij verklaarde zich bereid de nodige herstellingen te zullen uitvoeren.
7.
Na een mailbericht van 7 juli 2023 vanwege beklaagde werd op 18 juli 2023 een hercontrole uitgevoerd
ter plaatse in het pand.
Er werden nog steeds volgende gebreken vastgesteld: 2 gebreken van categorie Il aan het gebouw
(stabiliteit, gas-of stookolie-Installatie en gebrek aan rookmelder), 4 ernstige gebreken van categorie Il
in woning zodat deze ongeschikt Is, en 6 ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek van
categorie 111 In woning zodat deze woning ongeschikt en onbewoonbaar is. Meer bepaald werd
vastgeste ld dat de verwarmingsketel in woning niet werkte en de woning niet kon worden
verwarmd .
Er werd berekend dat minstens voor 50.500 EUR aan huurinkoms ten werden ontvangen sedert de
Rolnummer V1Jfentw1nt1gste kamer Vonnlsnr /
p.6 Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
verhuring van de gebrekkige woningen (sedert 1 mei 2020 voor woning en sedert 1 december
2021 voor woning ).
8.
Bij proces-verbaal van 24 februari 2024 werd onder meer vastgesteld:
dat door beklaagde mailberichten en foto's van de situatie werden doorgestuurd aan de in
spectie;
dat inmiddels informatie werd ontvangen van dat het pand op 9
maart 2015 definitief in het vergunningenregister is opgenomen als opgedeeld in twee woon
entiteiten;
dat er nog steeds bewoning is en meer bepaald 15 personen op het adres staan ingeschreven;
woning werd inmiddels verhuurd aan , sedert februari 2024; woning
werd nog steeds bewoond door , met haar 6 kinderen;
dat woning op 14 februari 2023 ongeschikt werd verklaard door de Burgemeester, en dat
woning op 7 november 2023 ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard door de Bur-
gemeester te
Bij proces-verbaal van 19 juni 2024 werd geen wijziging in voormelde toestand vastgesteld. Er was wel
opnieuw contact met beklaagde die meldde bezig te zijn met de herstelwerken.
BEOORDELING VAN DE STRAFVORDERING
9.
Beklaagde betwist de feiten. Hij stelt niet te hebben geweten of beseft dat hij niemand in de woningen
mocht laten wonen. Hij verwijst ook naar een hercontrole die zou zijn uitgevoerd op 3 september 2020
en waarvan hij een bnef van de gemeente voorlegt. Op dat ogenblik dacht hij dat hij opnieuw mocht
verhuren en dat alles in orde was. Hij ontving ook geen klachten van de bewoners. Hij wilde de
alleenstaande vrouwen met kinderen helpen. Hij heeft zijn medewerking verleend aan de
inspectiediensten en heeft zoveel als mogelijk hersteld.
10.
Op grond van artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen is het verhuren, te huur stellen of ter beschikking
stellen voor bewoning van een "niet-conforme" of overbewoonde woning strafbaar.
Wat moet beschouwd worden als een "niet-conforme" woning kan worden begrepen uit het artikel
1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen, dat bepaalt dat een woning conform is als ze geen enkel gebrek
vertoont als vermeld in artikel 5 §1, derde lid, 2• en 3° (i.e. gebreken van de categorieën Il en 111). Verder
wordt onder artikel 1.3 §1, 33° en 35° Vlaamse Codex Wonen bepaald wat verstaan wordt onder een
onbewoonbare en een ongeschikte woning, nl. respectieveli jk een woning met minstens één kenmerk
van categorie III en een woning met minstens één kenmerk van categorie ll.
De gebreken onder categorie Il zIJn de ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de
bewoners negatief beïnvloeden maar geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid,
waardoor de woning niet In aanmerking zou komen voor bewoning.
De gebreken onder categorie 111 zijn ernstige gebreken die mensonwaardige omstandigheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners,
waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
11.
Tot de datum van Inwerkingtreding van de nieuwe Vlaamse Codex Wonen (i.e. vanaf 1 januari 2021)
bepaalde artikel 5 van de Vlaamse Wooncode de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en
Rolnumme r Vijfentwintigste kamer Vonnlsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p. 7
woonkwaliteit waaraan een voor bewoning ter beschikking gestelde woning moest voldoen.
Op grond van die -inmiddels vervangen-wetgeving was elke verhuurder, onderverhuurder of persoon
die een woning ter beschikking stelt, die woonentiteiten verhuurde, te huur stelde of ter beschikking
stelde voor bewoning die niet voldeden aan de kwaliteitsvereisten van het artikel 5 van de Wooncode.
Deze inbreuken waren destijds, tot 1 januari 2021, strafbaar krachtens artikel 20 §1 van de Wooncode.
Vóór de inwerkingtreding van het Optlmalisatiedecreet van 29 maart 2019 (B.S. 29 april 2019) en de
invoeging ervan in de nieuwe Vlaamse Codex Wonen (in werking getreden vanaf 1 januari 2021), was
elke minste overschrijding van de kwaliteitsnormen van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode strafbaar.
Vanaf de inwerkingtreding van het Optlmallsatledecreet is een nieuwe methode van beoordeling van
de woonkwaliteit in voege (invoeging van een nieuw derde lid onder artikel 5 §1 Vlaamse Wooncode -
art. 3.1. Vlaamse Codex Wonen). De Vlaamse regering hanteert lijsten van mogelijke gebreken die
worden onderverdeeld in drie categorieën, volgens de ernst van de gebreken. Met betrekking tot de
technische vaststellingen moet worden verwezen naar het nieuwe Optimalisatiebeslult van 24 mei
2019, eveneens opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen en In werking vanaf 1 Januari 2021.
Gevolg voor de strafbaarstelling is dat thans niet meer elk vastgesteld woonkwallteltsgebrek strafbaar
is, doch er strafbaarheid is wanneer gebreken van de categorieën Il en 111 worden vastgesteld.
Immers bepaalt het huidig 3.34 Vlaamse Codex Wonen {voorheen artikel 20 Vlaamse Wooncode) dat
het verhuren, te huur stellen of ter beschikking stellen voor bewoning van een "niet-conforme" of
overbewoonde woning strafbaar is (zie onder het vorig punt}.
De strafrechter is gehouden, conform artikel 2 van het Strafwetboek, de minst zware straf toe te passen
wanneer de strafbaarheid en/of de straf gesteld op een welbepaalde handeling, gewijzigd Is op het
ogenblik van de berechting ten opzichte van het ogenblik van de vaststellingen / het plegen van de
feiten.
In voorliggend geval zijn de straffen dezelfde gebleven, doch zijn vanaf 1 januari 2021 de strafbare
handelingen beperkter geworden ten opzichte van de feiten onder de incriminatieperiode vanaf 1 mei
2020 tot en met 31 december 2020 wat betreft tenlastelegging Al.
De nieuwe wet (decreet) moet worden toegepast voor de volledige incriminatieperiode .
Het behoort evenwel de misdrijfomschrijving aan te passen als hierna bepaald.
12.
De vaststellingen gedaan door de wooninspecteurs hebben een bijzondere bewijswaarde; zlJ gelden
tot bewijs van het tegendeel. Bij gebreke van elementen die deze duidelijke vaststellingen kunnen
ontkrachten of aannemelijk maken dat de geloofwaardigheid ervan moet worden betwijfeld, moet
ervan worden uitgegaan dat deze vaststellingen de toestand ter plaatse telkens geloofwaardig en
waarheidsgetrouw hebben weergegeven.
Gelet op de vaststellingen gedaan In het pand gelegen aan 11
eigendom van beklaagde en door hem te huur gesteld, is bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt
aan het ter beschil<king stellen, verhuren of te huur stellen met het oog op bewoning van een
woning/won ingen die niet conform zijn met de kwaliteitsvereisten van de Vlaamse Codex Wonen;
meer bepaald werden telkens gebreken van de categorie Il vastgesteld, en wat betreft de woning
werd vanaf 18 juli 2023 een gebrek van categorie 111 vastgesteld.
Rolnurnrner Vijfentwintigste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel Vonnisnr /
p.8
Gelet op de aard van de vastgestelde gebreken en daar sedert de vaststellingen van 31 Januari 2019
betreffende woning en de daarop volgende ongeschlktheids- en onbewoonbaarverklaring door
de Burgemeester er geen stukken of overtuigende elementen voorliggen die aantonen dat er
sedertdien tot de vaststellingen van 28 september 2022 herstelwerken hebben plaatsgevonden die de
woning In overeenstemming met de kwaliteitsnormen (oude wet) dan wel conform (nieuwe wet)
hebben gemaakt, mag worden aangenomen dat het ter bewoning aanbieden van de woning die
niet voldeed aan de kwaliteitsnormen volgens de Vlaamse Wooncode en vervolgens vanaf 1 januari
2021 niet voldeed aan de conformite itsverelsten van de Vlaamse Codex Wonen zich reeds voordeed
minstens vanaf de verhuring van de betrokken wooneenheid vanaf 1 mei 2020 aan
. Tevens moet wat betreft de wooneenheid worden vastgesteld dat deze vanaf de verhuring
aan dd. 1 december 2021 als een niet-conforme woning ter beschikking werd
gesteld voor verhuring.
Het gegeven dat er in september 2022 ook een overstroming van de kelder plaatsvond, doet hieraan
geen afbreuk.
Daarenboven blijkt uit de vaststellingen dat er weliswaar herstelwerken gebeurden doch onvoldoende,
en dat bij hercontrole opnieuw alsnog gebreken van categorieën Il en 111 werden vastgesteld, terwijl de
bewoning voortduurde respectievelijk tot en met 3 april 2023 voor woning en minstens tot en
met 18 juli 2023 voor woning Hierbij wordt vastgesteld dat beklaagde allerminst haast maakte
met het uitvoeren van herstelwerken en ook de bewoners niet meldde dat ze niet konden blijven
wonen, hoewel hij dit minstens vanaf de vaststellingen in 2022 duidelijk had moeten weten. In
tegendee l werd de woning vanaf februari 2024 opnieuw ter beschikking gesteld voor bewoning
aan een nieuwe huurster terwijl geen bewijs voorligt dat aan de gebreken werd verholpen.
Opdat het misdrijf zich voltrekt, volstaat het dat gehandeld werd uit nalatigheid, onachtzaamheid of
een gebrek aan voorzorg. Deze houding heeft zich zeker en vast minstens voorgedaan bij beklaagde.
De feiten (waarvan de omschrijving als hierna wordt aangepast) ziJn bewezen in hoofde van beklaagde.
STRAFTOEMETING
13.
De bewezen feiten vormen voor beklaagde de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van ééhzelfde
opzet, zodat enkel één straf voor het geheel der feiten wordt opgelegd, conform artikel 65 hd 1
Strafwetboek.
14.
Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank onder andere rekening met de ernst van de f.elten, de
maatschappelijke impact van de feiten, het strafrechtelijk verleden van de beklaagde, evenals met de
context waarin de feiten werden gepleegd.
De straf moet ertoe leiden dat beklaagde tot betere inzichten zou komen, en moet een afschrikwek
kend effect hebben ten opzichte van andere potentiële daders.
15.
De feiten zijn ernstig en afkeurenswaardig . Het ter beschikking stellen van ongeschikte en/of
onbewoonbare woningen kan leiden tot ziekte en ongevallen, en brengt dus de veiligheid en
gezondheid van de bewoners in gevaar. Beklaagde vertoonde een onaanvaardbaar gebrek aan
aandacht voor de goede leef-en woonkwaliteit van derden en handelde enkel uit eigen geldgewin en
dit op de rug van zwakkeren in de maatschappi j. Gelet op de huurbedragen die werden gevraagd gaat
de rechtbank niet mee in de uiteenzetting van beklaagde dat hij anderen hielp.
Rolnumme1 V1Jfentwlnt1gste kamer Vonnlsnr I
p.9 Nederland stalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
BliJkens zijn strafregister heeft beklaagde 8 veroordelingen mzalce verkeer opgelopen doch nog geen
specifieke voorgaanden. Ondanks gedane inspanningen moet worden vastgesteld dat beklaagde
treuzelde om zich in regel te stellen en de situatie op zijn beloop liet. Uit de voorliggende elementen
en het onderzoek ter terechtzitting blijkt maar een beperkt inzicht In de problemat iek die zich stelt.
Beklaagde bleef de woningen verhuren zelfs aan een nieuwe huurster, terwijl hij goed wist en moest
weten In overtreding te zijn.
Gelet op deze omstandigheden en teneinde beklaagde tot betere inzichten te brengen, is het dan ook
gepast om hem een geldboete op te leggen zoals hierna bepaald.
Beklaagde verkeert nog onder de voorwaarden om te kunnen genieten van een gedeeltelijk uitstel van
de tenuitvoerlegging van de geldboete, als hierna bepaald. Aldus wordt rekening gehouden met zijn
redelijke reclasseringsmogelijkheden.
16.
Het openbaar ministerie vordert schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoo r
deel dat uit het misdrijf werd bekomen, hetwelk wordt begroot op 50.250 EUR.
De verbeurdverklaring heeft betrekking op de huurgelden die beklaagde heeft ontvangen terwijl de
woningen, die niet voldeden aan de wettelijke kwatiteits-/ conformiteitsvereisten, niet mochten
verhuurd worden. Aangezien een woning die niet aan de kwaliteits-/ conformiteitsnormen voldoet niet
ter beschikking mag worden gesteld voor bewoning, werd elke vergoeding voor verhuring of ter
beschikking stelling onwettig verkregen en dienen de huurgelden te worden verbeurd verklaard.
Uit de vaststellingen In de processen-verbaal blijkt dat beklaagde de ongeschikte/ onbewoonbare wo
ningen ononderbroken verhuurde als volgt:
van 1 mei 2020 tot en met 3 april 2023 aan 750 EUR per maand, hetzij 34 x 750 = 25.500 EUR
van 1 december 2021 tot en met 18 Juli 2023 aan 1.200 EUR per maand, hetzij 19 x 1200 =
22.800 EUR;
totaal: 48.300 EUR
Beklaagde stelt dat hij in de loop van 2020 van overheidswege de toestemming zou hebben gekregen
om opnieuw te verhuren; één en ander mag blijken uit contactnames door beklaagde voor het verkrij
gen van een conformiteitsattest alsook werken die In die periode werden uitgevoerd. Daarenboven
blijkt uit het strafdossier dat één van de huursters biJ beklaagde terechtkwam met tussenkomst van
het , die de huurwaarborg voorschoot. Deze dubbelzinnige situatie doet uiteraard de strafbaar
heid van beklaagde niet teniet, doch is een omstandigheid waarmee wel in redelijkheid kan worden
rekening gehouden bij het bepalen van het verbeurd te verklaren bedrag, opdat deze geen te zware
bijkomende bestraffing zou uitmaken.
Gelet op die omstandigheden wordt een bedrag van 16.500 EUR als onrechtmatige opbrengst utt de
misdrijven verbeurd verklaard.
Daar deze vermogensvoordelen niet in het vermogen van beklaagde konden worden teruggevonden,
raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee
overeenstemmend bedrag als hierna bepaald.
Rolnummer V1Jfentwlnt1gste kamer Vonnlsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 10
KOSTEN
17.
Uit niets blijkt dat beklaagde geniet van de kosteloze tweedelijnsbijstand en beklaagde is eigenaar van
meerdere onroerende goederen, zodat er geen aanleiding is om beklaagde niet te veroordelen tot de
bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsb ijstand.
WAT BETREFT DE HERSTELVORDERING
18.
Overeenkomstig het artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen kan de rechtbank, hetzij ambtshalve, hetzij op
vordering van het openbaar ministerie of van de Woonlnspecteur, naast de straf de overtreder bevelen
om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de aanwezige woningen
omvat, conform te maken en om de overbewoning te beeindigen.
De herstelvordering dient gesteund te zijn op de bewezen misdrijven en is dan ook beperkt tot het
herstel naar een conforme toestand, i.e. een toestand waarbij er geen gebreken meer zijn die
ressorteren onder de categorieen Il en 111 (cfr. art. 1.3. §1, 7" Vlaamse Codex Wonen).
19.
De herstelvordering van de Wooninspecteur ingediend op 19 december 2022 strekt ertoe de
overtreder te bevelen:
ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening (V.C.R.O.),
ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden 1s op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen .
De herstelvordering is gesteund op bewezen verklaarde misdrijven en is ontvankelijk.
Wegens de strafrechtelijke schuldigverldar ing van beklaagde is hij gehouden tot maatschappelijk
herstel, zoals hierna bepaald.
20.
De rechtbank stelt vast dat in de herstelvordering van de Woon inspecteur de noodzaak tot herstel werd
gemotiveerd op grond van de vaststellingen van 25 oktober 2022.
Bij navolgende processen -verbaal werd vastgesteld dat het pand behept Is met een zeer oude
stedenbouwkundige inbreuk die reeds sedert de loop van 2015 in het vergunningenregister werd
opgenomen. Er kan dienvolgens van worden uitgegaan dat deze oude inbreuk werd geregulariseerd of
de toestand als vergund wordt aanvaard.
De principiële herstelmaatregel bestaat ih het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- of
aanpassingswerken om de woning of het pand dat het gebouw met de aanwezige wooneenheden
bevat, conform te maken met de kwallteitsvereisten en de overbewoning te beëindigen.
De finaliteit van deze principiële herstelmaatregel is het opnieuw op regelmatige wijze en met de
correcte woonkwaliteit op de huurmarkt kunnen brengen van de woningen.
Gelet op de vaststellingen nopens de stedenbouwkundige toestand van het gebouw en de stukken
desbetreffend kan worden begrepen dat geen stedenbouwkundige inbreuk in de weg staat van het
opleggen van renovatie- en herstelwerken als geschikte herstelmaa tregel. Het uitvoeren van deze
Rol nummer VIJfentwlntigste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
herstelmaatregel zal geen stedenbouwkundige inbreuk doen in stand houden.
21. Vonnlsnr /
p.11
Als hersteltermijn wordt door de Wooninspecteur 10 maanden vooropgesteld onder verbeurte van een
dwangsom van 150 EUR per dag vertraging in de uitvoering van de herstelmaatregel.
Een herstelterm1Jn van 12 maanden stemt in de gegeven omstandigheden overeen met een redelijke
tijd die nodig is om de herstelmaatregel te realiseren.
Gelet op de ernst van de inbreuken en de eerdere traagheid van beklaagde bij het organiseren van het
herstel, dient de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel gekoppeld te worden aan een dwangsom
als hierna bepaald.
Krachtens artikelen 3.47 en 3.48 Vlaamse Codex Wonen dient eveneens te worden voorzien in de
ambtshalve uitvoering door de Wooninspecteur en het College van Burgemeeste r en Schepenen van
, voor het geval niet vrijwillig tot uitvoering wordt overgegaan, en dienen de
Wooninspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van
gemachtigd te worden om de kosten van de herhuisvesting van de huurders zoals voorzien in het artikel
3.33 van de Vlaamse Codex Wonen te verhalen op de veroordeelde.
22.
Er kan niet worden Ingegaan op het verzoek van de eiser tot herstel om de uitspraak wat betreft de
herstelmaatrege l uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, daar deze een accessorium is van de
strafvordering, gericht op het herstel van de negatieve maatschappelijke Impact veroorzaakt door de
strafbare feiten, en dienvolgens enkel gegrond en uitvoerbaar in het geval van een strafrechtelijke
schuldigve rklaring, onderdee l van deze uitspraak waaromtrent de uitvoerbaarheid bij voorraad niet
kan worden bevolen.
OP BURGER LIJK GEBIED
heeft zich burgerlijke partij gesteld en vordert 1 EUR provlsioneel voor
materiële schade en 1 EUR provisioneel voor morele schade.
De burgerlijke partij bewijst dat zij schade heeft geleden als gevolg van de bewezen feiten. Zij huurde
een ongeschikte, alsook gedurende een bepaalde periode onbewoonbare woning van beklaagde, met
name de woning met busnummer . Zij leefde daar met haar kinderen. Door de vochtprob lemen
viel een stuk plafond naar beneden op haar hoofd.
De voorlopig gevorderde bedragen zijn gegrond en worden toegekend .
Het behoort de burgerlijke belangen voor het overige aan te houden.
TOEGEPA STE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
7, 38, 40, 41, 42, 43bis, 66 en 100 van het Strafwetboek;
Rolnummer 24N002265 VIJfentwlntlgste kamer
Nederlandstalig e rechtbank van eerste aanleg Brussel
2 §1, 20 §1, 20bis van het Decreet houdende de Vlaamse Wooncode;
1.3 §1, 3.1, 3.34, 3.36, 3.43-3.48 van de Vlaamse Codex Wonen; Vonnlsnr /
p. 12
11, 12, 16, 31 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen. in
gerechtszaken;
3 en 84 van de Hypotheekwet ,
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
bij verstek ten aanzien van
Op strafgebied
Zegt dat de omschrijving van de strafbare feiten in de volgende mate wordt aangepast -mits behoud
van de overige vermeldingen in de dagvaarding (aangeduid met "( .. )"):
( ... )
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of
woonvorm zonder aan de vereisten en normen te voldoen
A.1.a
Als verhuurder, als eventuele onderverhuurde r of als persoon die een woning ter beschikking stelt,
een woning of een specifieke woonvorm, als vermeld in artikel 5 §3 lid lvan het Decreet van 15 juli
1997 houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld
met toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
namelijk een woning die ongeschikt en onbewoonbaar is, aangeduid als woning
te } in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 december 2020,
(artikel 2 §1, 31° en 20 §1 lid 1 Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, thans
strafbaar gesteld door artikel 3.34 van het Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid van
17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen, in werking getreden op 1 Januari 2021)
A.1.b
Als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt,
een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd,
te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
namelijk een woning die ongeschikt en; tot 25 oktober 2022, omwille van ernstige gezondheids-en
veiligheidsris ico's ook onbewoonbaa r is, aangeduid als woning B001,
te ) in de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 april 2023,
(artikel 3.34 van het Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid van 17 juli 2020 (Vlaamse
Codex Wonen))
A.2.
Als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt,
een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpe rsoon te hebben verhuurd,
te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
Rol nummer Vijfentwintigste kamer Vonnlsnr
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
namelijk een woning die ongeschikt en, vanaf 18 juli 2023, omwille van ernstige gezondheids- en
veiligheidsrisico's ook onbewoonbaar is, aangeduid als woning B002,
te ) in de periode van 1 december 2021 tot en met 18 Juli 2023, /
p.13
(artikel 3.34 van het Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid van 17 juli 2020 (Vlaamse
Codex Wonen))
( ... )
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A.1 en A.2, zoals hoger aangepast bewezen.
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlastelegg ingen A.1 en A.2,
zoals hoger aangepast:
tot een geldboete van 16.000,00 EUR, zijnde 2.000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstrafvah 3 maanden.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 Jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 10.400,00 EUR, zijnde 1.300,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen.
Verklaart verbeurd in hoofde van , bij toepassing van de artikelen 42,3° en 43bis
van het Strafwetboek, de som van 16.500,00 EUR, bij equivalent;
Veroordeelt tot betaling van:
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbljstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
-de gerechtskosten, in hun geheel op heden begroot op 347,77 EUR,
Publicatie
Beveelt dat huidig vonnis op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld zal worden op de
wijze bepaald in artikel 3.49 van de Vlaamse Codex Wonen en de artikelen 3 en 84 van de Hypo
theekwet, op kosten van
Wat betreft de herstelvordering:
Verklaart de herstelvordering van de Vlaamse Woonlnspecteur ontvanke lljk en gegrond als volgt:
Rolnummer VIJfentwlnt1gste kamer Vonnlsnr I
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p. 14
Veroordeelt om wat betreft het onroerend goed gelegen te
kadastraal gekend als
verbouwings- of renovatiewerken uit te voeren om de woningen of het pand dat het gebouw met
de aanwezige wooneenheden bevat, conform te maken met de kwaliteitsvereisten van de Vlaamse
Codex Wonen en de overbewoning te beëindigen;
Veroordeelt om dit herstel uit te voeren binnen een termijn van maximaal
twaalf maanden vanaf de betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 150 EUR
per dag vertraging bij niet uitvoering binnen de voormelde termijn van de hoger vermelde
herstelmaatregel, met een ma><imum aan te verbeuren dwangsommen van 250.000 EUR;
Bij gebreke van uitvoering van de voormelde herstelmaatregel binnen de voormelde termijn, machtigt
de Wooninspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van om
van rechtswege ,n de uitvoering van de maatregel te voorzien, waarvar alle
kosten moet dragen;
Machtigt de Wooninspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van
om de kosten van herhuisvest ing van de bewoners van de woohentitelten in het pand,
zoals voorzien in artikel 3.33 van de Vlaamse Codex Wonen, te verhalen op
Wat betreft de burqer/like belangen:
Verklaart de vordering van ontvankelijk en gegrond;
Veroordeelt tot betaling aan van het bedrag van 2 EUR
provisioneel, vermeerderd met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 20
november 2021 tot de datum van dit vonnis, waarna de gerechtehJl<e intresten aan de wettelijke
intrestvoet vanaf heden tot volledige betaling;
Stelt de zaak In voortzetting sine die voor de verdere behandeling van de burgerlijke vordering;
Houdt ambtshalve de overige burgerlijke belangen aan.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken In openbare zitting op 7 mei 2025 door de Nederlandstalige
rechtbank van eerste aanleg Brussel, kamer 25N;
, ondervoorz itter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld In het proces-verbaal van de
terechtzitting,
mPt hi1<;t;iruL/~