ARR:WI 20.HV010
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-06-05
🌐 FR
Vonnis
ongegrond
Rechtsgebied
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
15 Juni 1935, 9 november 2020, Gerechtelijk Wetboek
Volledige tekst
In de zaak van:
DE WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST, met kantoor te
eiseres,
ter zitting vertegenwoordigd door mr.
1.
2.
verweerders, en , met nationaal nummer
, met nationaal nummer , advocaat met kantoor te
wonende te
, wonende te
ter zitting vertegenwoordigd door mr.
met kantoor te loco mr. ., advocaat
In deze zaak spreekt de rechtbank het volgende vonnis uit.
Het vonnis wordt uitgesproken in eerste aanleg, na tegenspraak .
Artikel 2 van de wet van 15 Juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd toegepast voor
het opmaken van de akten van rechtspleging die aan dit vonnis voorafgingen.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken van de rechtspleging, en in het bijzonder
van de dagvaarding, betekend op 15 januari 2024, alsook de laatste besluiten van partIJen en
de door hen neergelegde stukken
Op de zitting van 22 mei 2025 werden de advocaten van de partijen in hun pleidooi gehoord,
waarna het debat werd gesloten en de zaak In beraad werd genomen.
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p2
A. Nopens de feiten en procedurele voorgaanden
1. De wooninspecteur van het Vlaamse gewest heeft
, als oorspronkel ijke mede-eigenaars van het onroerend goed gelegen te
, alsdan kadastraal gekend onder
(in de dagvaarding vermeld onder perceelnumme r
btJ exploot betekend op 15 januari 2024 gedagvaard teneinde een
herstelmaatreg el te zien uitspreken op grond van overtredingen op de Vlaamse Wooncodex .
2. Uit het dossier (stuk 2 bundel woonmspec teur) blijkt dat de woon Inspecteur stelt op
26 juni 2020 te zijn gecontacteerd door "een technisch adviseur bij de Woonwinke l
omwille van een vermoeden van misdrJJf (een woning of kamer verhuren/ter
beschikking stellen die niet voldoet aan de huidige minimale kwa!,teitsnormen) Het pand
betreft een eengezinswoning die zwaar verwaarloosd is Uit het buurtonderzoek van de politie
blijkt er een man met zijn minderjarige zoon et wonen In het rijksregister staat niemand
ingeschreven"
Op 11 augustus 2020 heeft m haar hoedanigheid van woonmspecteur
verbonden aan het agentschap Wonen-Vlaanderen, in aanwezigheid van
., woningcontroleur bij het agentschap Wonen-Vlaanderen, bijgestaan door twee
inspecteu rs Lokale Politie en middels een slotenmaker de woning gelegen te
om 05:10 uur betreden met het kenmerk van een huiszoeking.
Bij beschikking van 31 juli 2020 werd hiertoe door de politierechtbank te aan de
wooninspecteur machtiging verleend overeenkomstig artikel 20, §3 van het decreet van 15 juh
1997 houdende de Vlaamse wooncode zoals alsdan van toepassing.
Uit het proces-verbaa l van 3 september 2020 omtrent de vaststellingen van 11 augustus 2020
blijkt dat op het ogenblik van de visitatie samen met ziJn zoon
in de woning verbleef; inzonderheid verklaart alsdan:
"-HIJ betaalt geen huur voor de woning. Z11n moeder is mede-eigenaar van de woning en hij
mag hier voorlopig wonen
Hij woont hier al van oktober/ november 2019
Hij zou binnen 10 à 15 dagen verhuizen naar Spanje. Daar heeft hij nog geen wonmg
gevonden. Zijn zoontje zou er ook naar school gaan. Zijn zoontje spreekt nog geen
Spaans.
Hij heeft momenteel geen werk en staat op de mutualiteit Hij krijgt een vergoeding
van 1500 euro/ maand
Hij wordt opgevolgd door een maatschappelijk werkster van
(citaat proces-verbaal 3 september 2020 blz. 5).
De bewoners werden niet uitgedreven, noch werd de woning verzegeld.
4d• kamer Nederland stalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.3
Op 3 september 2020 wordt door de woonmspecteur een herstelvorde ring opgesteld waarbij
de werken dienen te worden uitgevoerd binnen een termijn van 10 maanden na de uitspraak
onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging .
Wat het gebouw betreft wordt vastgesteld dat de dakgootbekleding ter hoogte van het dak
boven de inl<0mdeur is losgekomen; dat de elektriciteit gebreken vertoond (voorpaneel aan
de zekerlngskast ontbreekt; afdekplaatjes schakelaars ontbreken; in de keuken wordt gebruikt
gemaakt van een losse verdeelstekker; verlichting badkamer is niet spatwaterdicht; ( ... ) en er
blijkt geen dakisolatie aanwezig te zijn.
In de woning blijkt er vochtschade te zijn; het glas van de vensters is op meerdere plaatse
gebroken; er Is geen watervoorziening; er is m de woning geen verwarmingsketel aanwezig;
opeenstape ling van meubelen, kleren en afval ( ... ). Verder wordt in de herstelvorder ing
vermeld (zie stuk 2 bundel eiser): "De bezettingsnorm van deze woning is gelijk aan 8 personen
Dit betekent dat de woning zonder de hoger opgesomde en beschreven gebreken, op basis van
het aantal woonloka/en (5) en de nettovloeroppervlakte (94,65 m2) geschikt is voor bewoning
door maximaal 8 personen".
(oorspronkelijk mede-eigenaar -ondertussen overleden) wordt bij
schrijven van 3 september 2020 uitgenodigd voor een verhoor 28 september 2020 door de
woonlnspect eur. Op 28 september 2020 wordt er een nieuwe uitnodiging verstuurd aan
om zich aan te bieden op het kantoor van de wooninspecteur op 26 oktober
2020.
De verwerende partijen worden klaarbliJkehjk niet u1tgenodIgd voor een verhoor, maar
worden bij schrijven van 3 september 2020 verzocht om een indicatieve vragenlijst in te vullen
en deze terug te sturen voor 2 oktober 2020 naar het agentschap Wonen-Vlaanderen.
Uit stuk 4 van het bundel van eiser blijkt dat bij besluit van het college van burgemeester en
schepenen var van 9 november 2020, de betreffende woning gelegen te
, ongeschikt en onbewoonbaar wordt verklaard.
In dit besluit van 9 november 2020 wordt gesteld dat de werken voorzien ",n het bijgevoegd
technisch verslag dd 11 augustus 202011
1 dienen te worden uitgevoerd binnen een termijn van
12 maanden (36 maanden indien er een stedenbouwkundige vergunning is vereist) en dat (zie
artikel 5, §2 van dit besluit) "Als de woning niet tijdig gerenoveerd, verbeterd of aangepast
wordt, kan de gemeente, : een soctale huisvestingsmaatschappij, de Vlaamse
Maatschappij voor Sociaal Wonen of een sociaal verhuurkantoor de procedure in gang zetten
om een sociaal beheersrecht op de woning te verkrijgen." Dit besluit wordt aangeplakt en mag
pas na de afgifte van een conform1teitsat test worden verwijderd (artikel 6 van dit besluit).
3. De wooninspecteur stuurt dienvolgens bij schrijven van 28 februari 2021 aan (wijlen)
en aan een schrijven met de
melding dat er een hercontro le dient te worden uitgevoerd in het pand om de uitvoering van
de herstelvordering van 3 september 2020 te controleren . De wooninspecteur Informeert bij
(wijlen) nog eens naar de stand van zaken per e-mail van 10 maart 2021.
4de kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p4
Bij schrijven van 3 september 2021 (precies één jaar na de oorspronkelijke herstelvordering)
nodigt de wooninspecteur en
, uit om haar te berichten omtrent de stand van zaken van de uitvoering van de
herstelvordering van 3 september 2020 en dat er hieromtrent een hercontrole dient te worden
uitgevoerd.
4. Bij schrijven van 1 maart 2022 stuurt de wooninspecteur wederom een schrijven aan
met de vraag of de herstelvordering werd
uitgevoerd en de melding dat er een hercontrole dient te gebeuren.
De wooninspecteur bevestigt in besluiten (zie blz. 5/11) dat de procureur des Konings op 20
mei 2022 heeft meegedeeld het dossier af te sluiten zonder verder gevolg. Het
bevestigingsschrijven zelf, met de vereiste motivering , wordt door de wooninspecteur niet
bijgebracht.
5. Bij schrijven van 6 september 2022 wordt er opnieuw door de wooninspec teur
geinformeerd bij en omtrent de stand van zaken, met
de melding dat er een afspraak dient te worden vastgelegd voor een hercontrole.
6. Bij schrijven van 7 februari 2023, uitgaande van de woon inspecteur, worden
opnieuw aangeschreven met de melding dat het dossier werd
overgemaakt aan "het hoofdbestuur te Brussel voor burgerlijke dagvaarding", en dat de
intenties thans verwacht worden uiterlijk op 15 maart 2023. Op 26 oktober 2023 wordt door
de wooninspecteur een geactualiseerde herstelvordering opgesteld.
7. Bij exploot betekend op datum van 15 en 16 januari 2024 worden ten verzoeke van de
woonmspecteur gedagvaard voor deze
rechtbank.
De zaak wordt ingeleid op de zitting van 29 februari 2024 waarbij conclusietermijnen worden
overeengekomen tussen partijen en de zaak voor pleidooien kan worden vastgesteld op de
zitting van 22 mei 2025.
Daar er tussen partijen alsnog geen akkoord kon worden bewerkstelligd werd de zaak
behandeld en in beraad genomen op voormelde zitting.
8. Eisen
8. De woon inspecteur vordert in laatste besluiten:
"De vordering van concluant ontvankelijk en gegrond te verklaren;
Dienvolgens verweerders in solldum, minstens de ene bij gebreke aan de andere, voor wat
betreft het pand gelegen te , kadastraal gekend onder
411• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - pS
1, te veroordelen tot het uitvoeren van
renovatie-, verbeterings -en/of aanpassingswerken (d.i. het herstel van de conformiteit zoals
beschreven in artikel 1.3, §1, 8° VCW, waardoor het pand voldoet aan de minimale
kwaliteitsvereisten. Na het gevorderde herstel mag het pand geen gebreken van categorie Il of
/Il vertonen en mag er geen sprake zijn van overbewon,ng;
Dit alles binnen een termijn van maximaal 10 maanden vanaf de betekening van het vonnis en
dit op straffe van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging zonder dat er een
bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, lid 4 Ger. W wordt toegekend;
Concluant en het college van burgemeester en schepenen van te
machtigen, voor het geval het herstel niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn wordt
uitgevoerd, ambtshalve in de uitvoering ervan te voorzien en te zeggen voor recht dat
conc/uant gerechtigd is de kosten te verhalen bij gedaagden;
Conc/uant en het college van burgemeester en schepenen van eveneens te
machtigen om de eventuele kosten van herhuisvesting te verhalen op gedaagden;
Verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding, zijnde de dagvaardingskosten, de
kosten van overschrijving van het exploot tot· inleiding van het geding in de registers van het
kantoor Rechtszekerheid en de kosten van de kantmelding van de gewezen eindbeslissing op
het overgeschreven exploot, alsook de rechtsp/egingsvergoedmg, in casu begroot op 1800,00
euro;"
9. vorderen in laatste besluiten om· "De vordering van eiser
onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren.
Eiser te veroordelen tot betaling aan conc/uante van de kosten van het geding, m.i. v. de
rechtspleg/ngsvergoedmg van € 1.880,00;"
C. Beoordeling
Nopens de toelaatbaarheid van de vordering
10. De verwerende partijen stellen dat de vordering niet toelaatbaar Is om reden dat de
dagvaarding niet werd overgeschreven. BIJ nazicht blijkt de dagvaarding overgeschreven te zijn
op het kantoor Rechtszekerheid op 25 januari 2024.
11. Verder stellen verweerders dat de vordering niet toelaatbaar zou zIJn om reden dat zij
nooit zouden zijn opgetreden als verhuurders of als 'terbeschlkkingstellers van de won,ing';
deze argumentatie betreft echter de grond van de vordering en niet de ontvankel1Jkhe id ervan.
12 Verder stellen eisers dat zij 'handelingsonbekwaam' zouden zijn met betrekking tot de
onverdeelde nalatenschap en ZIJ aldus geen gevolg konden toekennen aan de
herstelvordenng. Los van de vraag of ook deze 'exceptie' wel betrekking heeft op de
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.6
toelaatbaarheid van de vordering, is de vaststelling dat de verwerende partijen ten tijde van
de oorspronkehJk herstelvordering op 3 september 2020 mede-eigenaars waren van de
woning, samen met anderen, uiteraard geen vrijgeleide om woningen die niet voldoen aan de
vooropgestelde vereiste van de Vlaamse Codex Wonen ter beschikking te stellen voor
bewoning , kunnen wel degelijk als mede-eigenaar van de
woning worden veroordeeld tot het uitvoeren van de door de wooninspecteur opgelegde
herstelwerken. Ook het feit dat niet alle eigenaars in de procedure werden betrokken Is voor
geen vrijgeleide; ZIJ hadden bovendien in de loop van de procedure de mede
eigenaars kunnen verzoeken om in de procedure tussen te komen, dan wel hun kunnen
dagvaarden 1n gemeenverkla ring.
De vordering van de wooninspecteur is toelaatbaar.
Ten gronde
13. De woonlnspecteur heeft een herstelvordering bij de rechtbank aanhangig gemaakt
met toepassing van artikel 3.44, §4 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze bepaling
luidt als volgt :
"De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen kunnen ook voor de
rechtbank van eerste aanleg, zetelend In burgerlijke aangelegenheden, in het gerechtelijk
arrondissement waar de woning, het pand of het goed, vermeld in artikel 3.34, 3.35 en 3.36,
zich bevindt, de uitvoering van herstelmaatregelen vorderen zoals omschreven in artikel 3.43. 11
14 De herstelvorde ring kan maar slagen wanneer ziJ betrekking heeft op een woning,
pand of goed in de zin van artikel 3.34, 3.35 of 3.36 van de Vlaamse Wooncode. Deze
bepalingen hebben betrekking op niet-conforme en overbewoonde woningen, alsook op
goederen die niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd zijn, én die worden verhuurd of ter
beschikking worden gesteld met het oog op bewoning . Om te kunnen slagen in zijn eis, moet
de wooninspecteur aldus aantonen dat het betrokken goed wordt verhuurd of ter beschikking
wordt gesteld met het oog op bewoning .
15. Uit de stukken die worden voorgelegd blijkt dat het gebouw in kwestie bewoond werd
ten tijde van de vaststellingen van de wooninspecteur van 11 augustus 2020, met name door
•· Bewoner heeft alsdan
echter verklaard dat hij het gebouw, samen met ziJn zoon, binnen korte tijd zou verlaten. Het
gebouw werd nadien onbewoonbaarverl<laard bij besluit van 9 november 2020 van het college
van burgemeester en schepenen van
Er bestaat geen discussie tussen partiJen omtrent de gedane technisch e vaststellingen en het
door de wooncontroleur uitgebrachte technisch advies met de conclusie dat de woning
ernstige gebreken heeft en tekortkominge n vertoont die de gezondheid- en/of veiligheid van
de bewoners in het drang brengen (zie bijlage 8 blad 38 aan PV nr.
stuk 1 overtuigingsstukken wooninspecteur) .
Uit de stukken van het dossier blijkt dat
heeft betrokken en dat op dat ogenblik zijn moeder, wijlen
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel -de woning op eigen initiatief
, (mede)
p.7
eigenares was van de woning en hiJ in de woning van haar mocht blijven wonen zolang deze
kon worden verkocht wegens een lopende erfeniskw estie zou geen
huur of enige andere vergoeding betaald hebben aan zijn moeder (of aan wie dan ook) te tijde
van zijn verblijf (zie verklaring wijkinspecteur d.d. 18 JUh 2020-stuk 1 bundel eiser).
16. De woning werd bij besluit van 9 november 2020 van het college van burgemeester en
schepenen van ongeschik t en onbewoo nbaar verklaard .
Hieromtrent worden buiten een kopie van het besluit van 9 november 2020 geen verdere
stukken bijgebracht, doch luidens artikel 6 van dit besluit dienden alle betrokkenen (zakelijke
gerechtigde van de woning en de gewestelijk ambtenaar) hiervan op de hoogte te worden
gebracht en dient het besluit te worden aangeplakt op de gevel van de woning, waarbIJ de
aanplakking pas mag worden verwijderd na de afgifte van een conformiteitsattest.
Er wordt melding gemaakt van de beroepsmogehJkhe1d bij de Vlaamse minister, doch geen van
de partijen houdt voor dat er tegen het besluit tot onbewoo nbaarverklaring administrat ief
beroep werd aangetekend.
17. De wooninspecteur toont aldus niet aan dat het pand nog werd bewoond nadat de
woning onbewoonbaar werd verklaard.
De verwerende partijen tonen wel aan dat ondertussen het nodige werd gedaan om tot de
verkoop van het pand te kunnen overgaan. Bij vonnis van 18 mei 2022 van de 40st" kamer van
de familierechtbank In de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, wordt de
vereffening -verdeling bevolen van de nalatenschap van wiJlen
, laatst wonende te . Hierbij werd notaris
benoemt als notaris-vereffenaar en gelast met de verrichtingen van vereffening en
deling. Uit dit vonnis van 18 mei 2022 blijkt ook dat er buiten wijlen
, nog 7 andere erfgenamen betrokken zijn, met name de consoorten
blijkt overleden te zijn op 17 augustus 2023 (zie blz. 2/11 besluiten
woon inspecteu r).
Notaris bevestigt bij schrijven van 30 april 2025 (stuk 3 bundel verweerders) : "Wel kan
ik melden dat 1k weldra de openbare verkoop kan opstarten van het goed. Mijn dossier is klaar.
Ik wacht enkel nog een machtiging van de rechtbank, die vermoedelijk op 22 mei aanstaande
zal afgeleverd worden. Vervolgens wordt het goed meteen te koop gesteld. 11
18. De woonInspecteur betwist niet dat het betreffende onroerend goed aldus binnen
afzienbare tijd zal kunnen worden te koop gesteld en aldus ter beschikking zal worden
gebracht op de woonmarkt. Er wordt evenmin betwist dat de woning thans nog steeds
ongeschikt en onbewoonbaar is verklaard, waarbij niet wordt aangetoond dat sedert de
ongesch1ktheid/onbewoonbaarverl<laring het betreffende pand nog zou worden bewoond .
Er werd immers sinds 11 augustus 2020 door de wooninspecteur geen visitatie en aldus geen
nieuwe vaststellingen meer gedaan van de betreffende woning.
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.8
De enige reden waarom de woning aldus nog niet werd verkocht Is te vinden in de
problematiek van de vereffing -verdeling van de nalatenschap van de oorspronkelijke
eigenaars van de woning. Hierbij wordt ook niet aangetoond dat op één of
andere manier toelating hebben gegeven aan de zoon van wijler om de
woning te betreden, laat staan om deze woning te mogen bewonen. De woonmspecteur
brengt ook geen enkel bewijs bij dat de woning ter beschikking hebben gesteld
van de zoon van Ook wijlen heeft de woning niet verhuurd
doch blijkbaar zelf oogluikend toegestaan dat haar zoon in de woning mocht verblijven zolang
deze niet kon worden verkocht. woonde daarvoor volgens de
gegevens vermeld in het proces-verba al van 3 september 2020 in een caravan op een
privéterrein te waar hij van tem en de politiediensten niet kon
blijven.
19. De wooninspecteur toont niet aan dat de toenmalige bewoners In 2020 toentertijd de
woning niet hebben verlaten en evenmin dat op de hoogte waren van het
verblijf van met zijn zoon in de woning ten tijde van de visitatie op 11
augustus 2020. Bovendien maken verweerders aannemelijk dat het nodige wordt gedaan om,
samen met de overige eigenaars, de betreffende woning zo spoedig mogelijk te verkopen .
Gegeven het feit dat de woning bovendien door het college van burgemeester en schepenen
op 9 november 2020 onbewoonbaar werd verklaard, kan het betreffende pand niet meer
worden bewoond totdat er een conformiteitsattest wordt afgeleverd.
De wooninspecteur toont ook niet aan dat
moeten zijn van het verblijf van
te op de hoogte waren of hadden
met Zijn zoon op 11 augustus 2020 in de woning
kunnen, in de gegeven omstandigheden, niet tot de uitvoering van de
herstelwerken worden veroordeeld.
Het gevorderde herstel strekt aldus niet (meer) ertoe de gevolgen van het misdrijf dat in 2020
werd vastgesteld, ongedaan te maken.
20. De wooninspecteur heeft weliswaar met een zekere regelmaat brieven verstuurd aan
wijlen en , doch heeft op geen enkel ogenblik zelf het
initiatief genomen om de situatie ter plaatse, na het uitvaardigen van het besluit tot
onbewoonbaarverklaring, opnieuw te gaan vaststellen. De loutere omstandigheid dat niet
meer werd geantwoord op de verzonden brieven ontsloeg de wooninspecteur niet van deze
verplichting. Het getuigt niet van de vereiste zorgvuldigheid om in een dergelijk dossier louter
voort te gaan op een proces-verbaal van bijna vijf jaar geleden dat kennehjk niet meer de
actuele situatie kon weergeven.
De herstelvordering van de wooninspe cteur wordt als ongegrond afgewezen.
21. leder eindvonnis verwijst de in het ongelijk gestelde partij in de kosten (artikel 1017
van het Gerechtelijk Wetboek). De kosten kunnen worden omgeslagen zoals de rechter het
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.9
raadzaam acht wanneer elk van de part1Jen omtrent enig geschilpunt in het ongelijk werd
gesteld, zoals hier het geval is.
22. In de rechtsverhouding tussen de wooninspecteur en de heren Rogge 1s de
woonmspecteur in het ongelijk gesteld en moet hij de gerechtskosten van de verwerende
partijen betalen
De kosten voor worden begroot op 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding
(gevorderd bedrag rechtsplegingsvergoed mg overeenkomstig de opgave van de kosten in zijn
laatste besluiten).
23. De wooninspecteur, die in het ongeliJk is gesteld, dient zijn eigen kosten zelf te dragen.
Ingevolge art. 161, 1 • bis juncto artikel 279 van het wetboek der registratie-, hypotheek- en
griffierecht en geldt er voor het Vlaamse Gewest een vrijstelling van het rolrecht van 165 euro,
te innen door de FOD Financiën.
OP GROND VAN DEZE OVERWEGINGEN BESLIST DE RECHTBANK :
Na tegenspra ak, in eerste aanleg en in openbare zitting.
De herstelvordering van de woornnspecteur van het Vlaamse gewest 1s toelaatbaar maar
ongegrond.
Het Vlaamse gewest wordt veroordeeld tot betaling aan de heren
van een rechtsplegingsvergoedmg ten bedrage van 1.883,72 euro.
Ingevolge art. 161, 1° bis juncto artikel 279 van het wetboek der registratie-, hypotheek-en
griffierecht en geldt er voor het Vlaamse Gewest een vnJstelling van het rolrecht van 165 euro,
te innen door de FOD Financiën.
Part11en worden van het meer-of anders gevorderde afgewezen.
Dit vonnis wordt uitgesproken tijdens de openbare zitting van de 4de kamer van de
Nederlands talige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 5 juni 2025, door
•, rechter, in aanwezigheid van , griffier.
4d• kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - p.10