Naar hoofdinhoud

ARR:WI 20.GE010

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-06-17 🌐 FR veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht bestuursrecht

Geciteerde wetgeving

15 juni 1935

Volledige tekst

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, AFDELING GENT ELFDE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 JUNI 2025 AR 25/1252/A IN DE ZMK VAN: De WOONINSPECTEUR bij het Agentschap Wonen in Vlaandereni namens het VLAAMS GEWEST, met ondernem ingsnummer 0316.380.841, met burelen gevestigd te 1210 Brussel, Koning Albert Il-laan 15 bus 253. -EISER, herstelvorderende overheid - vertegenwoord igd door meester ., advocaat met kantoor te TEGEN: .1 met rijksregisternummer rijksregisternummer -GEDAAGDEN - niet verschijnend noch vertegenwoord igd. VONNIST DE RECHTBANK ALS VOLGT. 1. DE RECHTSPLEGING: 1, en , met samen wonende te 1.1. De zaak werd ingeleid bij dagvaarding die op regelmatige wijze aan de tweede gedaagde in persoon werd betekend op 7 mei 2025. 1.2. De dagvaarding werd vervolgens overgeschreven op het bevoegde kantoor Rechtszekerhe id op 9 mei 2025 onder de referte 1.3. De eisende partij werd bij monde van haar advocaat door de rechtbank in haar middelen gehoord op de openbare terechtzitting van dinsdag 3 juni 2025, waarna het debat werd gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. De gedaagde partijen zijn daarbij niet verschenen en zij werden evenmin vertegenwoord igd. Tegen hen werd verstek gevorderd. 1.4. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstuk ken van de eiser werden ingezien. 2 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, AFDEUNG GENT ELFDE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 JUNI 2025 ll. DE VORDER ING: 2.1. De vordering van de eiser strekt er volgens de gedinginleidende dagvaarding toe om: (1) de gedaagde partijen te horen veroordelen tot het principiële herstel van de Vlaamse Codex Wonen, met name het uitvoeren van de nodige herstelwerkzaamheden aan het pand gelegen te kadastraa l gekend onder -, zodat een conforme woning ontstaat" (2) dienvolgens de gedaagden te veroordelen tot de uitvoering van deze herstelmaatregel binnen een termijn van 10 maanden na de betekening van het tussen te komen vonnis, en de gedaagden te veroordelen tot betaling van een dwangsom van 125,00 euro per gedaagde en per dag vertraging in de niet naleving van dit bevel binnen de vooropgeste lde termijn van 10 maanden, waarbij deze termijn een enkel aan de hoofdveroordel ing gekoppelde termijn is en geen dwangsomtermijn in de zin van artikel 1385bis Ger. W., (3) de eiser en het college van burgemeester en schepenen van : te machtigen om het bevolen herstel uit te voeren in de plaats van de gedaagden en op hun kosten indien de werken niet binnen de gevorderde termijn van 10 maanden zouden gerealiseerd zijn, (4) de gedaagden te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding waaronder de kosten van de dagvaarding en een rechtsplegingsvergoed 1ng begroot op 1.880,00 euro en de kosten van overschrijving van de dagvaarding en van het uit te spreken vonnis, (5) de gedaagden te veroordelen tot de kosten van de herhuisves ting, en (6) het vonnis voorlopig uitvoerbaar te verklaren, met uitsluiting van borgstelling en kantonnement. 2.2. De gedaagden verschijnen niet en nemen geen standpunt in. 111. BEOORDELING: 3.1. Ambtshalve ziet de rechtbank geen redenen om de toelaatbaarheid en/of de ontvankelijkheid van de door de eiser ingestelde rechtsvordering in twijfel te trekken. 3.2. De gedaagde partijen zijn, alhoewel regelmatig en rechtsgeldig gedagvaard, niet verschenen op de inleidende zitting van 3 juni 2025. Tegen hen werd verstek gevorderd. Artikel 806 van het Gerechteli jk Wetboek bepaalt dat de rechter in het verstekvo nnis de vorderingen van de verschijnende partij inwilligt behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen . 3 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, AFDELING GENT ELFDE KAMER OPENBARE TERECHTZimNG VAN 17 JUNI 2025 Gelet op het verstek van de gedaagden en op artikel 806 van het Gerechteli jk Wetboek dient de vordering derhalve te worden ingewilligd. De rechtbank bepaalt daarbij echter een maximum aan te verbeuren dwangsommen. 3.3. Evident zijn de gerechtskosten, met inbegrip van de rolrechten, ten laste van de gedaagde partijen Gelet op het verstel< van deze partij dient de rechtsplegingsvergoeding te worden begroot op het minimumbedrag van 117,73 euro (voor een niet in geld waardeerbare vordering). 3.4. Gelet op het feit dat de woning reeds sinds 2020 ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard is er geen reden om niet in te gaan op de vordering van de eiser om het uit te spreken vonnis voorlopig uitvoerbaar te verklaren zond,er zekerheidsste lling. Er zijn evenwel geen redenen om een kantonnement te verbieden zoals wordt gevorderd. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, RECHT DOENDE BIJ VERSTEK, Met inachtnem ing van de artikelen 2 en volgende van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken . VERKLAART de vordering van de eiser ontvankelijk en in de volgende mate gegrond: VEROORDEELT de gedaagden tot het principiële herstel van de Vlaamse Codex Wonen, met name het uitvoeren van de nodige herstelwerkzaamheden aan het pand gelegen te ., ,, kadastraa l gekend onder 1, •, zodat een conforme woning ontstaat, ZEGT VOOR RECHT dat deze herstelmaatregelen volledig dienen te z~jn uitgevoerd binnen een termijn van tien maanden te rekenen vanaf de betekening van het huidige vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van 125,00 euro per gedaagde en per dag vertraging in de naleving van het bevel, waarbij uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze termijn enkel gekoppeld is aan de hoofdveroorde ling en geenszins de toepassing is van een dwangsom termijn In toepassing van artikel 1385bis Ger. W. ZEGT VOOR RECHT dat het maximum aan te verbeuren dwangsommen dient te worden bepaald op 100.000,00 euro voor beide gedaagden samen, 4 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, AFDELING GENT ELFDE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 JUNI 2025 MACHTIGT de eiser en het College van burgemeester en schepenen van om bij gebreke aan vrijwillige en tijdige (= binnen de tien maanden na de betekening van het vonnis) uitvoering door de gedaagden van het bevolen herstel, de noodzakelijke herstelmaatregelen te laten uitvoeren (of zelf uit te voeren) in de plaats van de gedaagden en op hun kosten, VEROORD EELT de gedaagden tot de (eventuele) kosten van de herhuisvesting. VEROORDEELT de gedaagde n tot betaling van de kosten van het geding en begroot deze kosten als volgt: * aan de zijde van de eiser: * kosten dagvaarding : 417,29 euro * overschrijving dagvaarding: 285,00 euro * overschrijving vonnis: p.m. * rechtsplegingsvergoeding: 117,73 euro. .. aan de zijde van de gedaagden: nihil. * aan de zijde van de Belgische Staat: * rol rechten: 165,00 euro. VERKLAART het huidige vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zonder zekerh eidsstel I ing. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de elfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaandere n, afdeling Gent, op 17 JUNI 2025, waar aanwezig waren: ., rechter, voorzitter van deze kamer, i, griffier.

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot