ARR:WI 22.TU012
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2025-06-16
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Sw., strafwetboek
Volledige tekst
Rolnummer AC1 kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 2
----~-·----------------- --------------
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen
BEKLAAGDE:
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te , RRN
beklaagde, vertegenwoordigd door Meester
TENLASTELEGGING(EN}
Als dader of mededader In de zin van artikel 66 van het strafwetboek; , advocaat te
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt,
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, m1sdad1ge kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbednJf rechtstreeks te hebben uitgelokt,
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedee ld of verkocht, te koop geboden of openliJk tentoongesteld .
Met betrekking tot het pand gelegen te
eigendom van ingevolge notariele aankoopakte dd. 11 februari 2010 van notaris
te
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
ais verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
tn de periode van 13 oktober 2021 tot en met 13 apnl 2022
de hogervermelde woning die niet voldeed aan de minimale wonlngkwahteitsnormen verhuurd te
hebben aan geborer
Verbeurdverklaring -vermogensvoordelen
Beklaagde tevens gedagvaard om te horen veroordelen tot de verbeurverklanng van de
Rol nummer ACl kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 3
vermogensvoo rdelen die rechtstreeks uit het m1sdnJf Zijn verkregen, in de plaats zIJn gesteld of
inkomsten vormen uit belegde voordelen (artt. 42, 3° en 43b1s Sw.), conform de schriftelijke vordering
1n het strafdoss ier.
EN INZAKE:
de WOON INSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te
eiser in herstel, vertegenwoord igd door Meester , advocaat te
PROCEDURE
Gezien het bewiJs van overschrijving van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor Rechtszekerheid
dd. 16 december 2024 ref:
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
beoordeling
op strafgebied
feiten
te (beklaagde, verder. Is sinds 2010 de eigenaar van een alleenstaand huis
i).
verhuurde het pand van midden oktober 2021 tot midden april 2022 met het oog op bewoning,
hoewel het pand niet voldeed aan de ve1hghe1ds-, gezondhe1ds-en woningkwahteitsno rmen. Het pand
was verouderd en in het bijzonder de elektnc1te1ts-en verwarmingsinstallatie waren gebrekkig .
bewijs, kwalificatie en toerekening
Op 13 apnl 2022 voerden de diensten van de wooninspecteu rvan het Vlaams Gewest (etser tot herstel,
verder: de wooNINSPECTEUR) een controle uit van het pand, omdat reeds in 2016 gebreken werden
vastgesteld. Het strafonde rzoek dat daarop volgde werd in 2021 geseponeerd.
Bij de controle van april 2022 bleek het pand verhuurd te zijn, het was bewoond en in gebruik als
eengezinswoning. Het pand vertoonde echter ernstige gebreken, in het b1Jzonder wat de
elektriciteitsvoorzien ing betreft met onder meer een stopcontact waarvan de aardtngspen niet was
aangesloten en de afwezigheid van vaste verwarming, waardoor een verplaatsbare gasverwa rming
werd gebruikt -wat een risico op CO-vergiftiging inhoudt Het huis was in algemene slechte staat en
had zeven gebreken van categone 1, negen van categorie Il en dne gebreken van categorie 111. De woning
was ongeschikt en onbewoonbaar.
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnrsnr /
p.4
Het pand werd als woning gehuurd door ), die er
woonde met zeven andere personen. Hij verklaarde reeds ongeveer zes Jaar in het pand te wonen en
was ervan op de hoogte dat een aanzienllJk aantal personen In het pand woonden.
De gebreken aan het pand ziJn structureel, zodat het vaststaat dat de gebreken minstens reeds sinds
13 oktober 2021 leidden tot de rnet-confo rm1te1t van het pand Tevens staat op basis van de verklaring
van vast dat het pand sinds 13 oktober 2021 verhuurd werd met het oog op bewoning. De
feiten z11n bewezen, werden correct gekwalificeerd en worden toegerekend. De schuld van
werd bij de behandehng ten gronde ook niet betwist.
vaststelhngen na april 2022
werd naar aanleiding van de vaststellingen in april 2022 in kennis gesteld van de
herstelvordering namens de WOONINSP ECTEUR HIJ gaf in z11n verhoor aan dat hij vermoedde ongeveer
een half jaar tiJd nodig te hebben om de gebreken aan te pakken.
In februari 2023 gaf aan nog bezig te zijn met de renovatie en h1J stelde te denken tegen de
zomer klaar te ziJn. Op 13 oktober 2023 volgde een melding van herstel en op 8 november 2023 werd
een hercontrole uitgevoerd
BIJ de hercontrole bleek dat het pand nog steeds bewoond was en blJ de behandeling ten gronde werd
namens bevestigd dat nooit stappen werden ondernomen om de bewoning te beeind1gen.
Integendeel· de bewoning van het pand werd aangehaald als reden om nauwelijks te intervenièren
onder het mom de privacy van de bewoners met te verstoren.
Op 8 november 2023 bleek niet meer in het pand te wonen en was het pand opgedeeld in
kamers, hoewel het pand hoogstens als eengezinswoning vergund is Niet alle kamers konden worden
betreden, maar het gebouw vertoonde op zich reeds gebreken die met zich brachten dat het pand niet
conform was. stelde tiJdens de controle niet op de hoogte te zijn van de nieuwe opdeling van
het pand m kamers en h1J zou z11n huurder na de vorige controle de opdracht hebben gegeven de
gebreken te herstellen. stelde zelf geen herstellingen te hebben uitgevoerd.
straf en strafmaat
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en dient als signaal, zowel
naar de beklaagde toe als naar de maatschappij In haar geheel. De bestraffing beoogt het herstel van
de door het misdrijf aangebrachte maatschappeh Jke schade. De bestraffing dient ook om de
maatschappij te beschermen. TegeliJk wordt de maatschappehJke reactie ten aanzien van de dader naar
aanleiding van het misdrijf met de bestraffing afgerond en indien mogehJk wordt de dader ertoe
gebracht herhaling te vermijden.
' BIJ het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete fe1teh1ke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de dader.
De feiten zijn ontoelaatbaar. Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico in voor de
veiligheid en de gezondheid van de bewoners . Het is ook nefast voor hun welzijn. Het getuigt van een
gebrek aan respect voor de levenskwahte1t van de bewoners. Het nalaten de noodzakelijke
mvestenngen te doen leidt bovendien tot een kostenbespa ring en aldus tot een onrechtmatig
economisch voordeel
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeltng Antwerpen p s
--., -------~----------------------------
was reeds op basis van een eerdere controle op de hoogte van het kwahte1tskader bij het
verhuren van woningen en pleegde de hu1d1ge feiten in 2021-2022. Naar aanleiding van de n1et
betw1ste vaststellingen verhuurde hij vervolgens het pand verder, 2onder zich ervan te vergewissen dat
aan de problemen verholpen was. Integendeel , hij schoof de verantwoordehjkhe1d voor het conform
maken van het pand door naar zijn verhuurder gebruikte de rust en de privacy van zijn huurder
als drogreden om zelf geen Inspanninge n te leveren om ervoor te zorgen dat het door hem verhuurde
pand voldeed aan de veilighe1ds-, gezondhe1ds- en wonlngkwaliteitsnormen, dan wel dat het pand
hersteld werd ten aanzien van die normen, Ondertussen bleef hiJ wel huurgelden innen, zonder de
bewoning van een onbewoonbare woning stop te zetten
De feiten in hoofde van kunnen niet gereduceerd worden tot een vorm van nonchalance, maar
wijzen op een zucht naar makkelijk geldgewin met een minimum van inspanningen als tegenprestatie
Het weegt wat de straftoemeting door dat het onbewoonbare pand verder verhuurde. Tevens
bhJkt dat inmiddels, meer dan drie Jaar na de eerste vaststellingen in deze zaak, niet verholpen is aan
de gebreken aan het pand, hoewel onmiddellijk op de noodzaak en de precieze pijnpunten werd
gewezen en hoewel hem hiervoor de nodige t1Jd werd gegeven.
Gelet op het voorgaande 1s een strenge bestraffing noodzakelijk, de gevraagde opschorting van de
uitspraak van de veroordeling zou een manifest onvoldoende streng signaal zijn. toont ook niet
aan dat een effectieve correctionele veroordeling hem op een disproportionele wijze zou raken of tot
z1Jn desoc1alisatie zou leiden.
Een geldboete van 2.500 euro betreft een proportionele bestraffing, waarbij de tenuitvoerlegging van
de helft van de geldboete wordt uitgesteld orr ertoe te bewegen in de toekomst geen nieuwe
misdrijven te plegen. Het plegen van nieuwe m1sdr1Jven zou immers aanleiding geven tot een
herroeping van het uitstel en aldus de tenuitvoerlegging van de volledige geldboete.
Tevens vordert het openbaar ministerie de b1)Zondere verbeurdverk laring van een vermogensvoo rdeel
van 3.900 euro, wat overeenstemt met zes maanden huur. Het zou maatschappeli jk onaanvaardbaar
zijn dat beklaagde zou kunnen bhjven beschikken over de winst die hij opstreek met de
bewezenverk laarde m1sdrijven, zodat deze bijzondere verbeurdverk laring wordt opgelegd.
Er 1s geen enkele reden het bedrag van de verbeurdverk laring te milderen, aangezien uit de
dossiergegevens blijkt dat ook voor en na de incriminatiepenode huurgelden bleef innen, alsook
dat hij niet de nodige investeringen deed om een gepast en veilig huurgenot te verzekeren. Deze
b11komende straf Is geen onredelijk zware straf.
herstel
De herstelmaatregelen van artikel 3.43 van de Vlaamse Codex Wonen, beogen als bijzondere vorm van
teruggave, de gevolgen van de door artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen bedoelde mlsdriJven
teniet te doen en de woning of het pand dat de aanwezige woningen omvat, conform te maken en de
overbewonmg te beemd1gen. De wooninspecteur vordert concreet beklaagde te veroordelen om aan
het pand een andere bestemming te geven volgens de bepalingen van de VCRO, hetz1J het pand te
slopen, tenz1J de sloop verboden 1s op grond van wettehjke, decretale of reglementaire bepalingen. BIJ
de hercontrole 1s immers gebleken dat het pand onvergund 1s opgedeeld in kamers, zodat de principle Ie
herstelmaatregel niet kan worden opgelegd.
De vordering tot herstel 1s niet zonder voorwerp . In Januari 2025 vroeg nog een controle aan
om het herstel vast te stellen, maar deze vond geen doorgang omdat nog b1jkomende stukken werden
opgevraagd. Lopende de procedure ten gronde wijzigde ZIJn standpunt en hij stelt nu de sloop
van het pand na te streven en een nieuw project te willen uitvoeren op de locatie van het pand. Deze
Rolnummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 6
intentie 1s m overeenstemming met de gevorderde herstelvorde ring, maar werd nog met uitgevoerd.
De gestelde herstelvordenng is ontvankelijk en gegrond De vordering 1s niet onredelijk en staat in
verhouding tot vastgestelde inbreuken
Uit de voorgebrachte argumenten en stukken bhjkt dat het voorgenomen project nog in ziJn
kinderschoenen staat koppelt hier een verzoek aan de maximale termlJn voor uitvoering te
voorzien (twee Jaar)
Een dergelijke lange termijn is echter niet verantwoord. Hiervoor wordt in de eerste plaats verwezen
naar de tiJd die reeds is verstreken sinds de eerste vaststellingen, waarbij de mogelijkheid werd
geboden om tot herstel te komen. maakte hier geen nuttig gebruik van. Ten tweede bevestigde
de raadsman van bij de behandeling ten gronde dat het pand nog bewoond wordt, waaruit volgt
dat de dehctuele toestand op heden nog zou bestaan, wat noopt tot een kordaat ingrijpen. Dat nu nog
steeds procedures dienen te worden doorlopen Is volledig te wijten aan het nalaten var om
tijdig het nodige te doen en rechtvaardigt geen langere termijn dan gebru1kehJk .
Het is noodzakeli jk de alternatieve herstelmaatregel, zoals omschreven in de tweede zm van het eerste
lid van artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen op te leggen, nameliJk het bevel om aan het pand een andere
bestemming te geven of het te slopen, tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke,
decretale of reglementaire bepalingen . Aangezien deze herstelmaatregel niet noodzakelijk de
woonfunctie ongedaan maakt, wordt bijkomend opgelegd dat alle gebreken aan het onroerend goed
moeten worden weggewe rkt om het te laten voldoen aan de ve1hghe1ds-, gezondhe1ds- en
woningkwahte1tsnormen zoals bedoeld m de Vlaamse Codex Wonen, indien het goed bestemd wordt
voor bewoning (zie In die zin ook Cass. 11 mei 2021, RW 2021-22, afl. 21, (823) 825, noot
T, VANDROMME) .
De hersteltermijn wordt bepaald op tien maanden. Gelet op het tijdsverloop sinds de eerste
vaststellingen 1s een dwangsom noodzakelijk, alsook het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de
herstelvordering. De rechtbank bepaalt de dwangsom op 150 euro per dag vertraging, met dien
verstande dat die dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na de hoger vermelde herstelterm 1jn
in zoverre het hu1d1g vonnis vooraf werd betekend. Er wordt aldus geen dwangsomtermijn toegestaan
De wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en schepenen van
worden conform artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen tevens gemachtigd
om ambtshalve tn de uitvoering van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde.
Tevens worden de wooninspecte ur van het Vlaams Gewest en het college van burgemeester en
schepenen van gemachtigd de kosten van herhuisvesting te recupereren biJ
toepassing van de artikelen artikel 3.33 en 3.48 Codex Wonen
op burgerlijk gebied
Op basis van de vaststellingen in het strafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordenng werd ingesteld. De burgerhJke belangen worden in
zoverre ambtshalve aangehouden
TOEGEPASTE WITTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebru ik in gerechtszaken regelen·
Rol nummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 6, 7, 38, 40, 41, 42, 43bis, 66 strafwetboek,
art. 4 VT.Sv;
art.185 Sv;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank: Vonmsnr
op tegenspraak ten aanzien van , de WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
Verleent akte aan De Wooninspecteur van het Vlaamse Gewest van haar vrijwillige tussenkomst.
Op strafgebied
Veroordeelt voor de feiten van de enige tenlastelegging· /
p.7
tot een geldboete van 20000,00 EUR, ziJnde 2500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 10000,00 EUR, Zijnde 1250,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 3.900 euro.
Veroordeelt tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financ1enng van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
-een b1Jdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Jund1sche tweedehjnsb11stand;
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR,
de kosten van de strafvorder ing tot op heden begroot op 348,30 EUR
Herstel
Verklaart de vorderingen van de wooninspecteur van het Vlaams Gewest ontvankelijk en gegrond;
veroordeelt
tot het geven van een andere bestemming aan het pand te
gekadastreerd als perceel volgens de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, hetzij de woning te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettelijke,
decretale of reglementaire bepalingen, en;
tot het uitvoeren van alle werken om de conformiteit m de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewonmg te beemd1gen wat dit pand betreft, Indien
het goed bestemd wordt voor bewoning;
Rol nummer ACl kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 8
. ·-.. ~--~----------------------------- -
bepaalt de term1Jn voor uitvoering op tien maanden na het In kracht van gewiJsde treden van
onderhavig vonnis,
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger bepaalde
herstelterm11n m zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen dwangsomtermijn op;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaams Gewest en het College van burgemeester en schepenen
van conform artikel 3.47 van de Codex Wonen m de uitvoering van het
opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot recuperatie van de kosten
aan de uitvoenng verbonden;
machtigt de woonmspecteur van het Vlaams Gewest en het College van burgemeester en schepenen
van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de Codex Wonen te
verhalen op beklaagde,
verklaart de veroordeling tot herstel uitvoerbaar bij voorraad
Op burgerlijk gebied
Houdt de burgerhJke belangen aan.
****
Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken m openbare zitting op 16 juni 2025 door de rechtbank van eerste
aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer ACl
~ rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met btJStand van griffier