Naar hoofdinhoud

ARR:264.088

🏛️ Raad van State Brussel 📅 2025-09-08 🌐 FR

Rechtsgebied

bestuursrecht

Volledige tekst

X-18.862-1/4 RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK V OORZITTER VAN DE Xe KAMER A R R E S T nr. van 8 september 2025 in de zaak A. 243.123/X-18.862 In zake: . woonplaats kiezend te bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 30 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van Wonen Vlaanderen, door de toezichthouder van de Vlaamse Overheid […] betreffende X-18.862-2/4 II. Verloop van de rechtspleging 2. D e verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Met een verzoekschrift van 10 december 2024 heeft de gevraagd om in het beroep te mogen tussenkomen. Adjunct-auditeur heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 6 juni 2025. Op 30 juli 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Tussenkomst 3. De woonmaatschappij heeft belang bij de uitkomst van het beroep. Bijgevolg moet het verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. X-18.862-3/4 IV. Beoordeling 3. I n het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. 4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING 1. Het verzoek van tot tussenkomst in het beroep wordt ingewilligd. 2. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. 2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.088 X-18.862-4/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: , kamervoorzitter, bijgestaan door , griffier. De griffier De voorzitter

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot