ARR:WI 22.BG036
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brugge
📅 2025-09-01
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
Ger.W., Grondwet, Strafwetboek, Sw., cIr
Volledige tekst
Rolnummer 17' correcttonele kamer
rechtbank van eerste a<1nleg West-Vlaanderen, afdehng KortnJk
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van.
Not1t1e 1.
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiser in herstel Vonnisnr I
p 2
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22,
woonstkeuze doend b1J haar raadsman
met als raadsman meester advocaat te
tegen:
Nr.
, geborer , ingeschreven te
, van Belgische nationaliteit, RRN.
b1Jgestaan door meester ,, advocaat te
als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw.
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of v,a tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art 3 34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstand1ghe1d dat van de betrokken actIvIteIt een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1 ° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
namelrJk een woning gelegen te
perceelnummer
toebehorende aan
akte aankoop verleden voor notaris te , bekend ten kadaster onder
met een oppervlakte van la en 22c,
elk voor de helft in volle eigendom ingevolge
op 9 februari 2011
Tot 1 Januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 JUii 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode.
rn de periode van 1 augustus 2017 tot en met 23 september 2024
ten nadele van
2g rn de penode van 1 Iurn 2019 tot en met 23 september 2024
ten nadele van
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonn,snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 3
in de periode van 15 oktober 2022 tot en met 25 oktober 2023
ten nadele van
in de penode van 15 oktober 2022 tot en met 23 september 2024
ten nadele van
m de periode van 24 oktober 2022 tot en met 23 september 2024
ten nadele van
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bts van het Strafwetboek
te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde
vermogensvoordelen die zich bevinden rn het patnmonIum van de gedaagde, zijnde hetZIJ de
vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdr(Jf ziJn verkregen, hetz1J de goederen en waarden
die 1n de plaats ervan zijn gesteld, hetz1J de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter,
indien de zaken niet kunnen worden gevonden m het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde
daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk.
Woning gel1Jkvloers
Berekend rekening houdende met het vooronderzoek van
dat de gebreken in oktober 2022 reeds aanwezig waren.
Van 15/10/2022 tot 16/01/2024· 15 maanden x 535 EUR= 8.025 EUR
Woning eerste verdieping vooraan
Berekend vanaf de aanvang van het huurcontract .
Van 01/08/2017 tot 16/01/2024: 77 maanden x 413 EUR= 31801 EUR
Woning eerste verdieping achteraan
Berekend rekening houdende met het vooronderzoek van
dat de gebreken in oktober 2022 reeds aanwezig waren:
Van 15/10/2022 tot 25/10/2023: 12 maanden x 405 EUR= 4.860 EUR
Woning tweede verdieping achteraan waaruit blijkt
waaruit bhJkt
Naar billijkheid berekend vanaf de aanvang van het huurcontract , nu er kan van worden uitge
gaan dat de situatie rn Juni 2019 niet beter was:
Van 01/06/2019 tot 16/01/2024: 55 maanden x 363,42 EUR= 19.988,10 EUR
➔ Totaal vermogensvoordeel= 64 674,10 EUR
Gezien de processtukken
In de zaak van:
Not1t1e ll.
HET OPENBAAR MINISTERIE,
als wie zich voegde als burgerlijke partij
, wonende te
m persoon met RRN
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortriJk p 4
Eiser in herstel
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22,
woonstkeuze doend b1J haar raadsman
met als raadsman meester , advocaat te
tegen·
Nr.
,geboren , ingeschreven te
, van Belgische nat1anal1teit, RRN.
bijgestaan door meester i, advocaat te
als dader/mededader m de zm van artikel 66 Sw •
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken actIvIteIt een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
ten nadele van
geboren
nadele van m de periode van 11anuan 2023 tot en met 25 oktober 2024
, geborer
, ten nadele van
·, geboren , ten nadele van
, geboren , ten
namelijk twee woonentIteIten m het pand gelegen te
bekend ten kadaster onder
soca, toebehorende aar met een oppervlakte van 1a
•, elk voor de helft m volle eigendom
en dit ingevolge akte aankoop Jegens
op 8 december 2009, meer bepaald.
woning ten nadele van
woning ten nadele van
2023 tot en met bevel der dagvaardmg)
Gezien de processtukken
In de zaak van·
Not1t1e 111· verleden voor notaris te
(van 1 Januan 2023 tot en met 4 JUii 2024)
(van 1 Januari
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonrnsnr
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen , afdeling KortnJk
tegen.
Nr.
, geboren , ingeschreven te
van Belgische nationaliteit, RRN·
b1Jgestaan door meester ·, advocaat te
Nr.
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
ingeschreven onder het ondernemingsnummer , Actief Normale toestand
vertegenwoordigd door meester ·, advocaat te
als dader/mededader m de zin van artikel 66 Sw.:
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden /
p 5
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt,
een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd,
te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art 3.34 Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1 ° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
, be- namelijk diverse kamerentiteiten m het pand gelegen te
kend ten kadaster onder
oppervlakte van la 30 ca, toebehorende aan
dit ingevolge akte aankoop jegens / met een
voor de geheelhe1d m volle eigendom en
verleden voor notaris
te op 10 mei 2019
in de periode van 21 november 2023 tot en met 2 april 2025
namelijk kamer
door ten nadele van
m de periode van 15 december 2022 tot en met 2 april 2025
nameliJk kamer door en ten nadele van
in de periode van 22 augustus 2022 tot en met 2 april 2025
namelijk kamer
Rolnummer 17° correctionele kamer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling l<ortnJk
door en ten nadele van
in de periode van 15 september 2024 tot en met 2 april 2025
namelijk kamer
door en ten nadele van
in de periode van 23 augustus 2022 tot en met 2 april 2025
namehJk kamer
door en ten nadele van
,)
m de periode van 22 1uh 2024 tot en met 2 december 2024
namelijk kamer
door en ten nadele van
in de periode van 11anuari 2022 tot en met 2 april 2025
namelijk kamer
door en ten nadele van
in de periode van 23 februari 2023 tot en met 14 november 2024
namelijk kamer
door en ten nadele van
m de periode van 2 december 2024 tot en met 2 april 2025
namelijk kamer
door en ten nadele van Vonnisnr /
p 6
Rolnurnrn er 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 7
Zaak met notitienummer (Zaak 1)
Gelet op de dagvaarding op 30 oktober 2024 betekend aan de beklaagde.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid op 6 november 2024
met als referentrE ..
De zaak werd ingeleid op de zitting van 6 Januari 2025.
De rechtbank verleende conclus1etermijnen en de zaak werd voor behandeling vastgesteld op de
zitting van 16 juni 2025.
De zaak werd behandeld op de zitting van 16 JUrn 2025.
Part1Jen verklaarden dat alle besluiten m de debatten mogen blijven.
De woornnspecteur werd vertegenwoordigd door Zijn raadsman en werd gehoord in Zijn middelen en
besluiten
Het openbaar ministerie werd gehoord In zijn middelen .
De beklaagde was aanwezig en werd bijgestaan door 2IJn raadsman die werd gehoord m Zijn
middelen en besluiten .
De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging.
Zaak met notitienummer (Zaak 2)
Gelet op de dagvaarding op 18 december 2024 betekend aan de beklaagde.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid
2024 met als referentie
De zaak werd ingeleid op de zitting van 6 Januari 2025.
Aan werd akte verleend van Zijn aanstelling als burgerlijke partij. op 27 december
De rechtbank verleende conclus1eterm1Jnen en de zaak werd voor behandeling vastgesteld op de
zitting van 16 juni 2025.
De zaak werd behandeld op de zitting van 16 jUni 2025
Partijen verklaarden dat alle besluiten In de debatten mogen blijven
De woon inspecteur werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en werd gehoord m Zijn m1ddel:en en
beslurten.
De burgerlijke partij werd gehoord in zIJn middelen en besluiten.
Het openbaar mInistene werd gehoord in zijn middelen.
De beklaagde was aanwezig en werd b1Jgestaan door zijn raadsman die werd gehoord in zijn
middelen en besluiten.
De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging.
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 8
Zaak met notitienummer (Zaak 3)
Gelet op de dagvaarding op 22 mei 2025 betekend aan de eerste en tweede beklaagde.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerhe id
als referentie op 6 Juni 2025 met
De zaak werd behandeld op de zitting van 16 Juni 2025.
Het openbaar ministerie werd gehoord in z1Jn middelen.
De eerste beklaagde was aanwezig en werd bijgestaan door zIJn raadsman die werd gehoord m zIJn
middelen.
HIJ verklaarde vnJw1ll1g te verschijnen voor de feiten van de tenlasteleggingen aangezien de
dagvaarding nog niet aanwezig was m strafdossier.
De tweede beklaagde werd vertegenwoordigd door z1Jn raadsman die werd gehoord in zijn middelen.
De tweede beklaagde verklaarde vnJw1ll1g te verschijnen voor de feiten van de tenlasteleggingen
aangezien de dagvaarding nog niet aanwezig was in het strafdossier.
werd gehoord en verklaarde geen vergoeding te vorderen van de beklaagden.
De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging.
VOEGING VAN DE ZAKEN MET NOTITIENUMMER (hierna genoemd zaak 1),
MET NOTITIENUMMER (hierna genoemd zaak 2), MET NOTITIENUMMER
(hierna genoemd zaak 3).
De zaken met not1tIenummer , met notItIenumme1 en
met not1t1enummer z1Jn samenhangend en worden voor een goede
beoordeling samen behandeld en beoordeeld.
A. ZAAK MET NOTITIENUMMEF hierna genoemd zaak 1)
1. OP STRAFGEBIED
1.1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN
11.1. Op 27 oktober 2022 werd de wooninspecteu r door gecontacteerd
omwille van een vermoeden van mlsdnJf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die
niet voldoen aan de huidige minimale kwahte1tsnormen)
Op 23 november 2022 begaf de woonmspecteur vergezeld van
woningcontroleur b1J het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het gebouw gelegen te
ZIJ gaven door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun
komst.
Na de voorafgaande en schriftelijke toestemming van betraden ZIJ de
Rolnummer 17° correctronele kamer Vonn,snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 9
woonentIteIt en deden ziJ vaststellingen
Na de voorafgaande en schnftellJke toestemming van
en deden zij vaststellingen . betraden ZIJ de woonentIte1t
Het pand omvat een gehJkvloers, 1 °verdiepingen tweede verdieping
Het pand Is deels onderkelderd en omvat S woongelegenheden:
-Woning
-Woning
-Woning
-Woning
-Woning op het geltJkvloers;
op de eerste verdieping vooraan;
op de eerste verdieping achteraan;
op de tweede verdieping vooraan;
op de tweede verdieping achteraan.
De Woonmspecteur stelde onder andere gebreken vast als volgt·
-het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonent1teIten
in het pand· betonrot onder de erker aan de voorgevel, in de gemeenschappehJke kelder
open brandcentrale, alarmcentrale moet voorzien zijn van geschikte afschermkap, m gemeen
schappelijke kelder aan lichtpunt rechtstreeks aanraakbare delen, mbouwkookplaat
in de keuken 1s aangesloten op zwarte elastomeren slang, m de gemeenschappeltJke kelder
ontbreekt een werkende rookmelder; aanwez1ghe1d m kelder van geoxideerde gasle1dmgen;
het gebouw heeft een totaal van 1 klem gebrek m categorie 1, 2 ernstige gebreken in categorie
Il en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de ve1hghe1d of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaakt m categorie 111.
-de woning . de woning was niet toegankehJk, de woning heeft minstens 3 kleme gebreken 111
categorie 1, 2 ernstige gebreken m categorie Il en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de
ve1hghe1d of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt m categorie 111
omwille van de gebreken in deel 8, deel C of deel E van het technisch verslag.
-de woning : leefruimte condenserend vocht met sch1mmelvormmg aan het plafond,
douchecel condenserend vocht met schimmelvorming aan de douchewanden en schimmelvorming
voegen wandtegels, binnendeur tussen leefkame r en slaapkamer gaat moeilijk open, onderste
treden van trap naar gemeensc happelijke kelder Zijn volledig weggerot en steunt niet meer op de
grond, gebreken aan stopcontacten en lichtpunten in de badkamer en slaapkamers, stopcontacten
niet aangesloten op aardgele1der, m de gemeenschappelijke traphal op de bovenste verdieping
onvoldoende borstwering met risico op valgevaar, onvoldoende borstwering raam slaapkamer
eerste verd,epmg, ontbreken werkende deurbel, geen EPC attest, ontbreken rookmelder;
de woning heeft een totaal van 6 kleine gebreken in categorie 1, 7 ernstige gebreken in categorie Il
en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111.
-de woning ': m de slaapkamer sporen van vocht op het plafond, losliggend deel van plafond in
slaapkamer, m badkamer condenserend vocht en schimmelvorming, gemeenschappehJke kelder
vochtige vloeren, douchecel condenserend vocht met sch1mmelvormmg, verwering keukenkasten,
treden van trap naar gemeenschappeilJke kelder zIJn volledig weggerot en steunt niet meer op de
grond, verzakking gootsteen in keuken, bij openen kraan m douchecabme spuit water uit de
achterkant van de douchecabine , loshangen de lichtschakelaar m muur m de keuken,
stopcontact met aangesloten op aardgele1der, m de gemeenschappeliJke traphal op de bovenste
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdehng KortnJk p 10
--------~--------------------
verdieping onvoldoende borstwering met risico op valgevaar, ontbreken werkende deurbel, geen
EPC attest, ontbreken rookmelder,
de woning heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categone 1, 7 ernstige gebreken in categorie Il
en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de ve1hghe1d of gezondheid of menson
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111.
-de woning . de woning was niet toegankelijk, de woning heeft minstens 3 kleine gebreken in
categorie 1, 2 ernstige gebreken m categorie Il en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de
veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categone 111
omwille van de gebreken m deel B, deel C of deel E van het technisch verslag.
-de woning de woning was niet toegankelijk , de woning heeft minstens 3 kleine gebreken in
categorie 1, 2 ernstige gebreken in categorie Il en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de
veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie 111
omwille van de gebreken 1n deel B, deel C of deel E van het technisch verslag.
11.2. De woning
1 ngesch reven. was niet toegankel1Jk Op dit adres stond
De woning werd bewoond door
De bewoner stelde dat h1J sinds 7 Jaar alleen in het pand woonde.
H1J had rechtstreeks contact met de eigenaar en had hem ttJdens de periode van de bewonmg slechts
één keer gezien.
De oorspronkelijke huur van 413,00 euro werd gemdexeerd tot 565,00 euro waarin begrepen de
nutsvoorzieningen. H1J betaalde via de bank.
Toen h1J de woning betrok was alles kapot. H11 stelde dat hij alles had hersteld.
Hij verklaarde dat h1J de eigenaar niet meer belde omdat h11 met luistert
Het enige wat h1J gedaan had was het vervangen van de kachel door een centrale verwarming.
De woning werd bewoond door
Hij stelde dat h1J de eigenaar enkel had gezien bij het ondertekenen van het contract.
De woning was niet toegankelijk en werd bewoond door
De woning was met toegankelijk en werd bewoond door
1.1.3. Volgende stedenbouwkundige schendingen werd vastgeste ld·
-een woning opsplitsen of in een gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen,
-verrichten van bouwwerken, geen onderhoudswerken zijde, zonder voorafgaande
steden bouwku nd 1ge omgev1 ngsve rgu n n Ing.
Volgens de bevindingen van de woon inspecteur voldeden de woningen
met aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen (stukken 1 tot 6, stukken 10 tot 57).
1.1.4. 81J besluit van de burgemeeste r van
woningen ongeschikt en onbewoonbaar verklaard : d d. 5 december 2022 werden de
Rolnummer 17• correct,onele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 11
1.1.5. Op 8 december 2022 stelde de woon inspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen
te
1.16 î1Jdens Zijn verhoor verklaarde dat hij dacht dat het pand vergund was als
meergezmswonmg . HiJ verwees hiervoor naar de brief van de d.d. 15 december
2022 gericht aan notaris
De enige werken die h1J gedaan had was het vervangen van de individuele kachels door een centrale
verwarming
HIJ verklaarde dat de bewoners met hem contact hadden genomen om te kunnen huren.
De bewoner op de eerste verdieping had de huurwaarborg mogen afbetalen.
HIJ stelde dat hij zou willen weten wat de bewoner Juist hersteld had. HIJ had de man 4 Jaar niet
gehoord. Dringende herstellingen werden binnen de 3 à 4 dagen geregeld.
HiJ was de laatste keer zo'n tweetal Jaar geleden in geweest.
HiJ dacht dat het geliJkvloers in orde was omdat hij zijn aannemer gevraagd had het in orde te stellen.
Er was geen enkele bewoner m het gebouw met betalingsachterstand
Hij wist dat er een probleem was met de douche in het pand en met een brander. HiJ stelde die
gebreken te hebben hersteld. HiJ had de woningen niet gescreend wat betreft de zwarte elastomeren
slangen. Hij wist niet of het dak ge1soleerd was, maar h1J vermoedde van wel.
Als er een tweede vluchtweg moest zijn wist h1J niet hoe hij dit kon realiseren (stukken 97 tot 102).
1.1.7. Op 19 Januari 2023 werd de elektnsche installatie conform bevonden en op 3 februari 2023
werd de gasinstallatie goedgekeurd (stukken 131 tot 133)
Op 3 maart 2023 werd door de Hulpverleningszone
brandprevent1everslag opgesteld (stukken 151 en 152)
1.2. BEOORDELING VAN DE SCHULD
Voorafgaand een ongunstig
De beklaagde stelt dat er in het verleden eerdere controles hebben plaatsgevonden maar dat de
verslagen hiervan niet aan het strafdossier werden toegevoegd
De rechtbank is van oordeel dat de opmerkingen van de beklaagde ter zake niet relevant ziJn.
Beklaagde verdu1dehJkt op geen enkele WIJZe over welke controles het gaat en wanneer deze zouden
uitgevoerd ztJn
Voor zover de beklaagde beweert dat de woningen bij de aanvang van de huur conform waren draagt
h1J hiervan de bew1Jslast.
Uit het strafdossier bliJkt niet dat de woonmspecteu r bevestigd heeft dat bepaalde woonentite1ten
conform waren.
De rechten van de beklaagde worden op geen enkele Wijze geschonden .
Het venoek tot voorlegging van niet nader gespec1f1ceerde controleverslagen Is ongegrond
1.2.1. Tenlasteleggingen Al tot AS
1.2.1.1. Met ingang van 1 januari 20211s de Vlaamse Codex Wonen van toepassing.
Rol nummer Vonnisnr /
West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 12
Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwaltte1tsbewa kmg
Het art 3 1 §1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art 5§1 Vlaamse Wooncode)
bepaalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire ve1l1ghe1ds
, gezohdhe ids-en woonkwaltte 1tsvere1sten , die door de Vlaamse regering nader bepaald worden.
Overeenkoms tig de nieuwe regelgeving z1Jn de woonkwaltte1tsnormen en de gebreken dezelfde maar
worden ZIJ op een andere manier in aanmerking genomen .
Het artikel 3 1 §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt:
"BIJ de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste /Jd, en de vaststellmg van de spec1f1eke
en aanvullende ve1l1ghe1dsnormen , vermeld m het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of
meer lusten van mogeluke gebreken die onderverdeeld Zijn m de volgende drie categoneen
1 • gebreken van categorie /: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
bemvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categone Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners
negatief be1nvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid,
waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning,
3° gebreken van categorie J/1. ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de ve//ighe1d of de gezondheid van bewoners,
waardoor de woning met In aanmerking komt voor bewoning .
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11
september 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt m boek 3 de Wornngkwallte1tsbewakmg
Het artikel 3 2 §1 van voormeld Beslutt bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning
moet voldoen conform artikel 3 1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld zijn in de
modellen van het technisch verslag die opgenomen z1Jn in b1Jlage 4, 5 en 6, die b11 dit besluit Zijn
gevoegd.
1.2.1.2. Vanaf 1 Januari 2021 wordt de strafbaarstelling in art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen
art. 20 §1, eerste hd Vlaamse Wooncode) omschreven als·
'Als een met-conforme of overbewoonde wonmg rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhvurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning , wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de wonmg ter besch1kkmg stelt, gestraft met een gevangentsstraf van
zes maanden tot dne Jaar en een geldboete van 500 tot 25 000 euro of met een van die straffen
alleen.'
Artikel 3.36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt.
'Het m1sdnjf bedoeld ,n artikel 3.34 of 3.35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000
euro en met een gevangenisstraf van één tot vuf Jaar of met een van die straffen alleen m de volgende
gevallen.
1 ° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelneming aan de hoofd-of bijkomende bedruv1gheid van een veremgmg
betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft '
Rolnummer 17° correctio nele kamer Von111snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 13
1 2 1 3 De nieuwe strafbaarstelling die vanaf 1 Januari 2021 geldt moet beschouwd worden als een
mildere strafwet m de zin van artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek .
Dtt houdt m dat overtreders zich vanaf die datum kunnen beroepen op de nieuwe strafbaarstelling
ook wanneer ZIJ worden vervolgd voor misdrijven die voordien werden gepleegd.
(Vgl T. Vandromme , D. Verme1r, Wonmgkwalite1tsbewaking volgens de Vlaamse Codex Wonen,
lntersent1a 2020, 46-47)
De feiten van de tenlastelegging zoals omschreven in de dagvaarding vallen onder de bepalingen van
de Vlaamse Codex Wonen.
1.2 14 De boven vermelde categorieen (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) z1Jn terug te
vinden in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden
opgesteld door de woningcontroleur.
Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categoneen teruggebracht tot 3 categorieen
De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, z1Jn gebreken van categorie III onder de
Vlaamse Codex Wonen.
De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I Deze gebreken leiden niet tot een
ongesch1kthe1d tenz1J de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie 1. In dat geval zal de
woning automatisch behept 211n met een gebrek van de categorie ll.
Gebreken van de categorie Il zullen de ongesch1kthe1d van de woning met zich meebrengen
Categorie 111 heeft betrekking op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de wornng.
Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie Il of lil.
Een woning 1s dus niet conform als ZIJ gebreken vertoont van categorie Il of categorie lil.
1 2 1.5 Tenlastelegging Al
incnmmat1epenode
De beklaagde stelt dat de mcrrminat1epenode dient te worden gew1J21gd en enkel een aanvang kan
nemen op 3 maart 2023.
Hij stelt dat de verklaring van de bewoner ongeloofwaardig 1s dat alles kapot was
op het ogenblik van de mhuurname. Het bewijs is niet geleverd dat hiJ alles zou hebben hersteld
De eerste vaststellmgen dateren van 24 oktober 2022 en leveren niet het bew1Js van de toestand van
het pand op 1 augustus 2017.
Uit het strafdossier kan de toestand van het pand op 1 augustus 2017, ruim S Jaar voor de eerste
vaststellingen, niet worden afgeleid. Op die datum werden geen vaststellingen verricht door de
wooninspecteur.
De eerste vaststellingen m het strafdossier door de woningcontroleu r dateren van 24 oktober 2022.
Er kan worden aangenomen dat niet alle gebreken bestonden biJ de aanvang van de
huurovereenkomst.
Het 1s naar het oordeel van de rechtbank een stap te ver om het bestaan van alle gebreken b1J de
aanvang van de huurovereenkomst uit te sluiten
Structurele gebreken die niet het gevolg z1Jn door de aftakeling van de tand des t1Jds waren reeds
Rolnummer 17° correctione le kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 14
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren in de kelder, onvoldoende
hoge borstwenng op de bovenste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten m de keuken, de niet veilige toegankeliJkhe1d van de woning
Uit het door de beklaagde voorgelegde uittreksel uit het bevolkingsregister van
(stuk llb beklaagde) blijkt dat h11 sinds 24 maart 2024 ingeschreven Is t€
De rechtbank w1Jz1gt de incrrmmat1epenode als volgt:
'te in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 23 maart 2024"
Het moreel element van het m1sdr11f
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrrJf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorz1cht1ghe1d of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist is dat h1J wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de woningkwal1te1tsvere1sten voldeed en dus of ZIJ wel verhuurd
mocht worden.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een wonmg
ter besch1klong te stellen die voldoet aan de normen maar htJ is ook verantwoordehjk voor het
behoud van de toestand
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden.
De beklaagde, die sinds 2011 eigenaar 1s, was maar al te goed op de hoogte van de toestand van het
pand en de staat waarm het verhuurd werd.
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
bieden en dat hij te goeder trouw handelde Is geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring .
De beklaagde kan zich niet beroepen op noodtoestand.
De beklaagde kan zich evenmin beroepen op onoverw1nneliJke onwetendheid of dwaling
De verwiJzing door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer is ter zake niet relevant
Het moreel element van het misdrijf Is voldoende bewezen
Het materieel element van het mtsdriif
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar h1J Is ook verantwoordehJk voor het
behoud van de toestand
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwallte1tsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen
voldoende aan dat de verhuurde woning niet voldeed aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Rolnummer 17" correctionele kamer Vonnisnr /
rechtban k van eerste aanleg West-Vlaanderen , afdeling KortnJk p 15
Codex Wonen
De beklaagde kan niet omheen het feit dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren dat ZIJ
geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van d d. 5 december 2022
waarbij de woning ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard.
Spijts de ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring werd het pand verder verhuurd
Het materieel element van het misdnJf 1s voldoende bewezen
De rechtbank Is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging Al voor de
beklaagde bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische
verslagen, het fotodoss1er en de verklaring van de huurder (cf. supra)
1.2.1.6. Tenlastelegging A2
in cnm I natieperiode
De beklaagde stelt dat de incriminatie periode dient te worden gew1Jz1gd en enkel een aanvang kan
nemen op 3 maart 2023 en uiterlijk kan lopen tot 18 april 2024.
De eerste vaststellingen dateren van 24 oktober 2022 en leveren niet het bewijs van de toestand van
het pand op 1 juni 2019.
Uit het strafdossier kan de toestand van het pand op 1 Juni 2019, ruim 3 jaar voor de eerste
vaststellingen, niet worden afgeleid. Op die datum werden geen vaststellingen verricht door de
woon inspecteur
De eerste vaststellingen in het strafdossier door de woningcontroleur dateren van 24 oktober 2022
Er kan worden aangenomen dat niet alle gebreken bestonden b1J de aanvang van de
huurovereenkomst.
Het Is naar het oordeel van de rechtbank een stap te ver om het bestaan van alle gebreken bij de
aanvang van de huurovereenkomst uit te sluiten.
Structurele gebreken die niet het gevolg zijn door de aftakeling van de tand des tijds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren in de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping m de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdieping m de gemeenschappelijke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten m de keuken, de niet veilige toegankelijkheid van de woning.
De bnef d.d. 18 april 2024 van de beklaagde gericht aan de huurder betreft geen huuropzeg doch een
ingebrekestelling om het pand te verlaten.
Het feit dat de huurder op 5 september 2024, namelijk het ogenblik waarop hij door beklaagde
aangemaand werd het pand te verlaten, nog het pand bewoonde en pas later het pand verliet ,s geen
reden om de einddatum van de 1ncnminat 1epenode te Wijzigen.
Er Is geen reden om de mcnminat1epenode te wi1z1gen.
Rolnumme 17° correctionele kamer Vonrnsnr, /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 16
Het moreel element van het m1sdrqf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het m1sdnJf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorz1cht1ghe1d of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist 1s dat h1J wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorz1cht1ghe1d of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de woningkwalite1tsvere1sten voldeed en dus of ZIJ wel verhuurd
mocht worden.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar h1J 1s ook verantwoordeliJk voor het
behoud van de toestand
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden
De beklaagde, die sinds 2011 eigenaar 1s, was maar al te goed op de hoogte van de toestand van het
pand en de staat waarin het verhuurd werd
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
bieden en dat h1J te goeder trouw handelde 1s geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring.
De beklaagde kan zich niet beroepen op noodtoestand.
De beklaagde kan zich evenmin beroepen op onoverwinnelijke onwetendheid of dwaling.
De verwijzing door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer 1s ter zake niet relevant
Het moreel element van het m1sdnJf 1s voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdr11f
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoordelij k voor het
behoud van de toestand
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwahte1tsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren
Structurele gebreken die niet het gevolg z1Jn door de aftakeling van de tand des t11ds waren reeds
aanwezig b1J de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren in de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping in de gemeenschappel!Jke traphal, onvoldoe nde hoge
borstwering op de eerste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten in de keuken, de niet veilige toegankeli1khe1d van de woning.
De beklaagde kan niet ernstig voorhouden dat het wegrotten van de trap naar de kelder zich
gemanifesteerd heeft over een periode van twee Jaar
De vaststellingen van de wooninspecte ur, de technische verslagen en het fotodoss1er tonen
voldoend e aan dat de verhuurde woning niet voldeed aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen
De beklaagde kan niet omheen het feit dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren dat ZIJ
geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van d.d 5 december 2022
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 17
• --·----------------- --------
waarb11 de woning ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard
Spijts de ongeschikt -en onbewoonbaarverklaring werd het pand verder verhuurd.
Het materieel element van het m1sdriJf is voldoende bewezen.
De rechtbank 1s van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A2 voor de
beklaagde bewezen z1Jn
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de woon inspecteu rs, de technische
verslagen, het fotodossler en de verklaring van de huurder.
1.2.1.7. Tenlastelegging A3
Het moreel element van het misdrijf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het m1sdnJf betreft onachtzaamhe id re,eds
volstaat
Dtt betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorzicht1ghe1d of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist 1s dat hiJ wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd
Het gebrek aan voorz1cht1ghe1d of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de wonmgkwalite1tsvereiste n voldeed en dus of ZIJ wel verhuurd
mocht worden.
Het feit dat de verhuring van het pand met tussenkomst van gebeurde en
dat de huurwaarborg met medewerking van werd voldaan ontslaat de verhuurder
geenszins van z1Jn verphchting te controleren of de woning wel voldeed aan de wonmgkwa hte1ts
vere1sten en of deze wel mocht verhuurd worden.
De verdere overwegingen van de beklaagde in dit verband zijn niet relevant.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een wonmg
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor het
behoud van de toestand.
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden.
De beklaagde Is sinds 2011 eigenaar van het pand en was maar al te goed op de hoogte van de
toestand van de woning en de staat waarin deze verhuurd werd
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
bieden en dat hij te goedertrouw handelde 1s geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreul< aan
het strafbaar karakter van de verhuring.
De verwijzing door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer 1s ter zake niet relevant
De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnel!Jke dwaling of
onwetendheid.
De beklaagde heeft niet gehandeld als een redel11k en voorzichtig persoon teneinde de draagwijdte
van 211n rechtsplichten te achterhalen.
De beklaagde, die professioneel voldoende op de hoogte is van de geldende regelgeving, kan zich
evenmin beroepen op noodtoestand
Bij toepassing van artikel 23, 3° Grondwet heeft iedereen recht op een behoorhJl<e huisvesting
Overeenkomstig artikel 1 5 Vlaamse Codex Wonen heeft iedereen recht op menswaardig wonen
Rolnummer 17° correct,onel e kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 18
----· ----------------------
Deze bepaling raakt de openbare orde
Het feit dat de beklaagde de huurder niet zomaar op straat wilde zetten en gedoogde dat hij verder in
het pand bleef wonen, neemt niet weg dat hij moest zorgen dat de woning voldeed aan de
woningkwal1te1tsvere1sten.
De overwegingen van de beklaagde in dit verband Zijn ter zake niet dienend
Het moreel element van het misdrijf Is voldoende bewezen.
Het materieel element van het m1sdruf
De verhuurder heeft niet alleen de pitcht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij Is ook verantwoordelijk voor het
behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men coAtroleren of een verhuurde woning wel aan de wonmgkwalîte1tsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Het feit dat m de huurovereenkomst een stijlclausule opgenomen werd dat de huurder erkende dat
het goed beantwoordde aan de elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid en
bewoonbaarheid toont evenwel niet aan dat de woning aan de woningkwaliteitsvere1sten voldeed.
Een conformite1tsattest ligt niet voor
Structurele gebreken die niet het gevolg Zijn door de aftakeling van de tand des tijds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren in de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping m de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdieping in de gemeenschappeli 1ke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten in de keuken, de niet veilige toegankelijkheid van de woning.
De beklaagde kan niet ernstig voorhouden dat het wegrotten van de trap naar de kelder zich
gemanifesteerd heeft over een periode van twee Jaar
Wanneer de beklaagde nalaat zijn controlep licht uit te voeren kan hij zich bezwaarhJk beroepen op
onwetendheid
De vaststellingen van de woon inspecteur, de technische verslagen en het fotodossie r tonen
voldoende aan dat de verhuurde woning niet voldeed aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen.
De beklaagde kan niet omheen het feit dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren dat ZIJ
geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van d.d. 5 december 2022
waarbij de woning ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard.
Sp1Jts de ongeschikt -en onbewoonbaarverklaring werd het pand verder verhuurd
Het materieel element van het misdrijf is voldoende bewezen.
De rechtbank Is van oordeel dat alle constItutIeve elementen van de tenlastelegging A3 voor de
beklaagde bewezen zIJn
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteu rs, de technische
verslagen, het fotodoss1er en de verklaring van de huurder.
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 19
1.2.1.8. Tenlastelegging A4
incnm inat1epenode
De beklaagde stelt dat de incnmmatiepenode dient te worden gew1J2igd en enkel een aanvang kan
nemen op 3 maart 2023 en kan lopen tot 6 juli 2023.
HIJ stelt dat de periode pas kan beginnen lopen op het ogenblik dat hij op de hoogte was van de
problemen inzake brandve1lighe1d
HIJ betoogt dat hij op 6 juli 2023 de huur heeft opgezegd en dat h1J op 15 oktober 2023 het
energiecontract heeft overgenomen van
De eerste vaststellingen in het strafdossier door de woningcontroleur dateren van 24 oktober 2022,
namehJk kort na de aanvang van de huurovereenkom st.
Structurele gebreken die niet het gevolg zIJn door de aftakeling van de tand des tijds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren m de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verd1epmg in de gemeenschappeli jke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten in de keuken, de niet veilige toegankelijkheid van de wonmg.
Er Is geen reden om de incnminat1epenode slechts te laten aanvangen op 3 maart 2023.
Uit het strafdossier kan evenwel niet worden afgeleid dat de huurder het pand heeft bewoond tot 23
september 2024
Gelet op de overname van het energiecontract op 15 oktober 2023 door de beklaagde neemt de
rechtbank aan dat op die dag de huurovereenkomst een einde nam
De rechtbank wIJzIgt de mcriminat1epenode als volgt.
'te Blankenberge in de periode van 15 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2023"
Het moreel element van het m1sdruf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorz1chtighe1d of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd,
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de woningkwaliteitsvere1sten voldeed en dus of ZIJ wel verhuurd
mocht worden
Het feit dat de beklaagde mm1male reinigingswerken (verwijderen afval, water pompen uit kelder)
voor de aanvang van de huurovereenkomst het uitvoeren houdt niet in dat de woning conform was.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om biJ de aanvang van de huurovereenkomst een wonmg
ter besch1kkmg te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordehJk voor het
behoud van de toestand.
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden.
Rolnummer 17° correct1onele kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 20
De beklaagde 1s sinds 2011 eigenaar van het pand en was maar al te goed op de hoogte van de
toestand van de woning en de staat waarin deze verhuurd werd.
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
bieden en dat hij te goeder trouw handelde is geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring
De verw1121ng door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer 1s ter zake niet relevant.
De beklaagde kan zich 1n de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaltng of
onwetendheid
De beklaagde heeft niet gehandeld als een redelijk en voorzrchtrg persoon teneinde de draagwijdte
van zrJn rechtsplichten te achterhalen .
De beklaagde, dre professioneel voldoende op de hoogte 1s van de geldende regelgeving , kan zich
evenmin beroepen op noodtoestand.
B1J toepassing van artikel 23, 3° Grondwet heeft iedereen recht op een behoorlrJke hu1svestrng .
Overeenkomstig artikel 1 5 Vlaamse Codex Wonen heeft iedereen recht op menswaar dig wonen.
Deze bepaling raakt de openbare orde.
Het feit dat de beklaagde de huurder niet zomaar op straat wrlde zetten en gedoogde dat h1J verder in
het pand bleef wonen, neemt niet weg dat hij moest zorgen dat de woning voldeed aan de
wonmgkwali tertsverersten.
De overwegmgen van de beklaagde rn dit verband z1Jn ter zake niet dienend.
Het moreel element van het m1sdnJf rs voldoende bewezen.
Het materreel element van het misdrijf
De verhuurder heeft nret alleen de pitcht om btJ de aanvang van de huurovereenkomst een wonrng
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar h1J 1s ook verantwoordehJk voor het
behoud van de toestand
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de wonrngkwahte1tsn ormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Structurele gebreken die niet het gevolg z1Jn door de aftakeling van de tand des t1Jds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren rn de kelder, onvoldoende
hoge borstwerrng op de bovenste verdieping rn de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdrepmg m de gemeenschappelijke trapral, ontbreken van twee geaarde
stopcontacten rn de keuken, de rnet verlrge toegankeh1khe1d van de wonmg.
Wanneer de beklaagde nalaat zijn controleplrcht uit te voeren kan hiJ zich bezwaarlijk beroepen op
onwetendheid .
De vaststellingen van de woonrnspecteur, de technische verslagen en het fotodoss1er tonen
voldoende aan dat de verhuurde wonrng rnet voldeed aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen.
De beklaagde kan niet omheen het fert dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren d.at ZIJ
geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van d.d. 5 december 2022
waarbij de woning ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard .
Sprits de ongeschil~t- en onbewoonbaarverklaring werd het pand verder verhuurd .
Rolnumm er 17° correct1on ele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 21
Het materieel element van het misdrijf 1s voldoende bewezen.
De rechtbank 1s van oordeel dat alle const1tut1eve elementen van de tenlastelegging A4 voor de
beklaagde bewezen Zijn
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellmgen van de wooninspecteurs, de technische
verslagen, het fotodossier en de verklaring van de huurder.
1.2.1.9. Tenlastelegging AS
mcnmmatieperiode
De beklaagde stelt dat de incriminatiepenode dient te worden gew1JZ1gd en enkel een aanvang kan
nemen op 3 maart 2023 en kan lopen tot 6 juh 2023.
Hij stelt dat de penode pas kan beginnen lopen op het ogenblik dat hiJ op de hoogte was van de
problemen inzake brandveiligheid en hoogstens kan lopen tot op 23 oktober 2023, nameliJk het
t11dstip waarop hij de bewoner aangemaand had om het pand te verlaten.
De eerste vaststellingen m het strafdossier door de woningcontroleur dateren van 24 oktober 2022.
Structurele gebreken die niet het gevolg Zijn door de aftakeling van de tand des t11ds waren reeds
aanwezig b1J de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren 111 de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping m de gemeenschappel1Jke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdieping in de gemeenschappehJke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopconta cten in de keuken, de niet ve1l1ge toegankeliJkhe1d van de woning
Er 1s geen reden om de mcnmmat1epenode slechts te laten aanvangen op 3 maart 2023.
Uit de stukken 12 en 13 van de beklaagde bl1Jkt dat de huurder de op S september 2024 betekende
huuropzeg heeft betwist per bnef dd 30 september 2024
Er 1s geen reden om de incriminat1epenode slechts te laten lopen tot 23 oktober 2023.
Het moreel element van het misdrijf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het m1sdnJf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voor21cht 1gheid of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist 1s dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd
Het gebrek aan voorz1cht1gheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de wornngkwal1te1tsvereisten voldeed en dus of zij wel verhuurd
mocht worden
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoordelijk voor het
behoud van de toestand.
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden.
De beklaagde 1s sinds 2011 eigenaar van het pand en was maar al te goed op de hoogte van de
toestand van de wonmg en de staat waarin deze verhuurd werd
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
Rolnummer 17° correctione le kamer Vonn,snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 22
bieden en dat h1J te goeder trouw handelde 1s geen rechtvaardigingsg rond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring.
De verwiJzing door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer 1s ter zake niet relevant.
De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinneliJke dwaling of
onwetendheid
De beklaagde heeft niet gehandeld als een redehJk en voorzichtig persoon teneinde de draagw1Jdte
van z1Jn rechtsplichten te achterhalen
De beklaagde, die professioneel voldoende op de hoogte 1s van de geldende regelgeving, kan zich
evenmin beroepen op noodtoestand
81J toepassing van artikel 23, 3° Grondwet heeft iedereen recht op een behoorlijke huisvesting.
Overeenkomstig artikel 1.5 Vlaamse Codex Wonen heeft iedereen recht op menswaardig wonen
Deze bepaling raakt de openbare orde.
Het feit dat de beklaagde de huurder niet zomaar op straat wilde zetten en gedoogde dat h1J verder in
het pand bleef wonen, neemt niet weg dat hij moest zorgen dat de woning voldeed aan de
won1ngkwal1teitsvere1sten.
De overwegingen van de beklaagde in dit verband zijn ter zake niet dienend.
Het moreel element van het m1sdn1f is voldoende bewezen
Het materieel element van het m1sdr11f
De verhuurder heeft niet alleen de phcht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoo rdehJk voor het
behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de wornngkwallte1tsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren
Structurele gebreken die niet het gevolg Zijn door de aftakeling van de tand des t11ds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals vochtige vloeren in de kelder, onvoldoende
hoge borstwering op de bovenste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, onvoldoende hoge
borstwering op de eerste verdieping in de gemeenschappelijke traphal, ontbreken van twee geaarde
stopcontac ten in de keuken, de niet veilige toegankelijkheid van de woning
Wanneer de beklaagde nalaat ZIJn controleplicht uit te voeren kan hij zich bezwaarlijk beroepen op
onwetendheid.
De vaststellingen van de woon inspecteur, de technische verslagen en het fotodoss1er tonen
voldoende aan dat de verhuurde woning niet voldeed aan de kwal1te1tsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen
De beklaagde kan niet omheen het feit dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren dat ZIJ
geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van d.d. 5 december 2022
waarbij de woning ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard.
Spijts de ongeschikt -en onbewoonbaarverklaring werd het pand verder verhuurd
Het materieel element van het misdrijf 1s voldoende bewezen.
De rechtbank 1s van oordeel dat alle const1tut1ev e elementen van de tenlastelegging AS voor de
Rolnumm er 17° correctione le kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdehng KortnJk p 23
beklaagde bewezen Zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de woonmspecteurs, de technische
verslagen, het fotodossie r en de verklaring van de huurder.
1.2.110. De gewoonte
De beklaagde betwist dat hij van de betrokken actIvIteIt een gewoonte heeft gemaakt
Uit het feit dat de beklaagde gedurende een welbepaalde periode verschillende woonentIte1ten m
eenzelfde gebouw heeft verhuurd kan niet worden afgeleid dat de beklaagde van de betrokken
act1vIte1t een gewoonte heeft gemaakt.
De verzwarende omstand1ghe 1d 1s voor de beklaagde niet bewezen.
1.3. DE VERBEURDVERKLAR ING
1 3.1 Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43b1s Sw. de bijzondere
verbeurdverk laring van de vermogensvoorde len voor het bedrag van 64.674,10 euro.
1 3 2 De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te Wij Zen mmstens de verbeurdverklaring te
herleiden.
Hij stelt dat de huurders spijts de vastgeste lde gebreken effectief huurgenot hebben gehad.
1.3.3. Woning GV
Voor deze woonent1teIt wordt voor de periode van 15 oktober 2022 tot 16 januan 2024 de
verbeurdverk laring gevorderd van 15 maanden huur à 535,00 euro per maand, namelijk 8.025,00
euro.
De rechtbank heeft de incnmrnat1eperiode als volgt gew1JZ1gd.
'te Blankenberge in de penode van 15 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2023"
Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnJf een vermogensvoordeel gehaald
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard .
Het zou maatschappe lijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van m1sdn1ven mag niet lonen.
De verbeurdverklaring van de m artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoorde len dte
rechtstreeks u,t het m1sdnjf zijn verkregen, op de goederen en waarden die m de plaats zijn gesteld
en op de inkomsten uit de belegde voordelen, 1s een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoorde len heeft voortgebracht, ook indien
deze niet Zijn eigendom Ztjn of m zijn vermogen Zijn getreden (Cass 22 juni 2004,
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortr11k p 24 ·----------- ---------------
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnjf werden verkregen
konden niet m het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag.
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de realisatie van het misdrijf.
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto winst of vernjking
(Vgl Cass 14 oktober 2014, RW 2015-16, 784)
De wettelijke voorwaarden zijn vervuld voor de b1j2ondere verbeurdverk laring In hoofde van de
beklaagde.
Om te vermijden dat de beklaagde een onredelijk zware straf wordt opgelegd wordt de b1J2ondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 3.210,00 euro.
1 3.4. Woning
Voor deze woonentiteit wordt voor de periode van 1 augustus 2017 tot 16 januari 2024 de
verbeurdverklaring gevorderd van 77 maanden à 413,00 euro per maand, namelijk 31.801,00 euro.
Omdat het pand ,n de gegeven omstand1ghe1d niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnJf een vermogensvoordeel gehaald.
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard.
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar Zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds m het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
m1sdrtjf gerealiseerd werd
Het plegen van m1sdrtjven mag nret lonen.
De verbeurdverklaring van de m artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die
rechtstreeks uit het misdrijf Zijn verkregen, op de goederen en waarden die m de plaats zijn gesteld
en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het m1sdrtJf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht, ook indien
deze niet zIJn eigendom zijn of in zijn vermogen Zijn getreden (Cass. 22 Juni 2004, )
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen
konden nret m het vermogen van de beklaagde worden gevonden
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de reahsatre van het m1sdr1Jf.
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto winst of vernJk1ng
(Vgl. Cass. 14 oktober 2014,
De wettelijke voorwaarden ziJn vervuld voor de b1Jzondere verbeurdverklar ing in hoofde van de
beklaagde.
Om te verm1Jden dat de beklaagde een onredelijk zware straf wordt opgelegd wordt de b1Jzondere
verbeurdverk laring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 15.901,00 euro.
Rolnummer 17° correct,onele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 25
1.3.5. WoonentIte It
Voor deze woon entiteit wordt voor de periode van 15 oktober 2022 tot 25 oktober 2023 de
verbeurdverklanng gevorderd van 12 maanden à 405,00 euro per maand, nameliJk 4.860,00 euro
Omdat het pand in de gegeven omstand1ghe1d niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnJf een vermogensvoordeel gehaald
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard.
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar Zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van misdrijven mag niet lonen
De verbeurdverklaring van de m artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die
rechtstreeks uit het misdrijf z11n verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld
en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het m1sdrr1f dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht, ook indien
deze niet zijn eigendom Zijn of in zijn vermogen zijn getreden (Cass. 22 Juni 2004,
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen
konden niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag.
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de realisatie van het misdnjf
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto winst of verrijking
(Vgl Cass 14 oktober 2014,
De wettelijke voorwaarden ziJn vervuld voor de b11zondere verbeurdverklaring m hoofde van de
beklaagde.
Om te vermiJden dat de beklaagde een onredelijk zware straf wordt opgelegd wordt de bijzondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 2.430,00 euro.
1.3.6. Woonent1te1t
Voor deze woonentIteIt wordt voor de periode van 1 Jun, 2019 tot 16 Januari 2024 de
verbeurdverklaring gevorderd van 55 maanden à 363,42 euro per maand, namelijk 19.988,10 euro.
Omdat het pand m de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard
Het zou maatschappehJk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enemJds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van m1sdnJven mag niet lonen
De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die
rechtstreeks uit het m1sdnJf zI1n verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats z11n gesteld
Rolnumme, 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdelrng KortnJk p 26
en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht, ook indien
deze niet zIJn eigendom zIJn of in zIJn vermogen Zijn getreden (Cass. 22 Juni 2004,
De vermogensvoordele n die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnjfwerden verkregen
konden niet m het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de realisatie van het misdrijf.
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto winst of verrijking
(Vgl. Cass 14 oktober 2014,
De wettehJke voorwaarden ZIJn vervuld voor de b1Jzondere verbeurdverklaring m hoofde van de
beklaagde
Om te vermijden dat de beklaagde een onredehJk zware straf wordt opgelegd wordt de b1j2ondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 9.994,05 euro.
1 3 7 Recap1tula t1e
De rechtbank Is van oordeel dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverkla nng
(artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zIJn voor de beklaagde en spreekt de b1Jzondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde uit voor het totaal bedrag van (3.210,00 + 15.901,00 +
2.430,00 + 9.994,05) 31.535,05 euro.
2. DE HERSTELVORDERING
2.1 Op 8 december 2022 stelde de woon inspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen
te
2 2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan de beklaagde om het onroerend goed en de erin
gelegen woningen, gelegen te , kadastraa l gekend
te herstellen door.
-als er een omgevingsvergunning bekomen wordt of het pand teruggebracht wordt naar zIJn
vergunde toestand. deze conform te maken door renovatie·, verbeterings- of aanpassings
werken zodat het pand conform Is in de zin van artikel 3.1. Vlaamse Codex Wonen en zonder
dat er overbewonmg Is;
• zo niet deze een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenz1J de sloop op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de
bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Dit binnen een uItvoeringstermiJn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van de beklaagde
en met de uitdrukkehJke u1tslu1tmg van de dwangsomterm1Jn van artikel 138Sbis, 4° ltd GerW
Rolnumm er 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 27
Uitdrukkeli jk machtiging te verlenen aan de woornnspecteu r en aan het college van burgemeester en
schepenen van om.
-het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelde m gebreke zou
blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelde,
-de kosten van gebeurl1Jke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelde .
De veroordeling op grond van de herstelvordenng uitvoerbaar b1J voorraad te verklaren sp1Jts
eventueel verzet tegen een verstekvonnis.
2.3. De beklaagde stelt dat hem geen stedenbouwkundig m1sdriJf kan worden verweten en dat dit uit
niets bliJkt.
H1J verw11st naar een brief van de Stad Blankenberge d.d. 15 december 2022 gericht aan notaris
Sabbe waarin werd gesteld "Het pand kan beschouwd worden als zijnde stedenbouwkundig vergund
wanneer de hwd1ge toestand overeenstemt met de vergunde bouwplannen "
HiJ stelt dat de toestand op basis van de brief van de stad Blankenberge wordt geacht vergund te z1Jn.
In voormelde brief werd op blz. 2 het volgende gesteld:
"Het eigendom is momenteel opgenomen op de liJst van meergezmswoningen die door onze diensten
Is gecontroleerd i.v.m. het voldoen aan de bepalingen van de polit,everordenmg inzake verhuring van
woongelegenheden (G.R. 12.10.2004} en werd d.d. 01.06.2010 conform bevonden. Het z,ch morde
stellen met de pol1t1e verordenmg mzake verhunng van woongelegenheden gaat niet gepaard met het
verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunnmg en kan aldus met aanzien worden als een
regularisatie die met vergund is'~
In tegenstelling tot de beweringen van de beklaagde blijkt uit de brief van de stad Blankenberge niet
dat de woning werd vergund voor 5 woongelegenheden
Er is geen vergunning voorhanden voor het wiJzigen van het aantal woongelegenheden m het
gebouw voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande
De handeling 1s niet gedekt door een eventuee l vermoeden in de zin van artikel 4.2.14 §1 of §2 VCRO.
De omstandigheid dat er geen misdrijf is en dat het pand niet meer wordt bewoond doet geen
afbreuk aan het feit dat de rechter de herstelmaatregel moet bevelen, om te vermijden dat de
veroordee lde slechts t1JdehJk de verhuring stopzet en zo zou ontsnappen aan de herstelvorderi ng
Zolang de gebreken niet hersteld Zijn en met voldaan is aan de woonkwaliteitsnormen 1s er geen
herstel.
'Wanneer de wtvoenng van de volgens de Vlaamse Codex Wonen van 2021 bevolen herbestemming
van een onroerend goed overeenkomstig de Codex Vlaamse Ruimtelijke Ordening met tot gevolg heeft
dat de woonfunctie ervan ongedaan wordt gemaakt, moet de rechter behalve die alternatieve
maatregel ook het integraal herstel bevelen, bestaande in het wegwerken van alle gebreken aan het
onroerend goed teneinde te voldoen aan alle minimale woningkwa/Jte1tsnormen.
Dit Is onder meer het geval wanneer een eengezinswoning werd opgespl!tst m meerdere
woongelegenheden zonder dat hiervoor een omgevingsvergunnmg voor stedenbouwkundige
handelingen werd bekomen en de strafrechter de beklaagde veroordeelt wegens het verhuren v.an die
woongelegenheden die met voldeden aan de m,mmale woningkwal!te 1tsvere1sten.'
(Vgl Cass. 11 mei 2021,
Rolnummer 17° correctione le kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk
De veroordeling tot herstel Is het gevolg van het bewezen verklaarde m1sdnJf.
Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel
De herstelmaat regel werkt m rem en Is een zakelijk aankleven van het pand
Het bewijs hgt niet voor dat de won1ngkwallte1tsgebreken werden hersteld.
De herstelvordenng werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire ve1llghe1ds-,
gezondhe1ds -en woonkwal iteitsvere1sten
Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en Is kennelijk niet onredelijk.
De herstelvordering Is gegrond
De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening
houdend met de reeds genoten termijnen.
Er Is geen reden om de hersteltermijn te bepalen op 2 jaar. p 28
De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging m de uitvoering van
de herstelwerkzaamheden voor de beklaagde met u1tslu1ting van artikel 1385b1s, 4• lid GerW
De woon inspecteur en het college van burgemeester en schepenen var
worden gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagde
In gebreke zou blijven.
Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft
De kosten van de herhuisvesting kunnen worden verhaald op de beklaagde.
3. OP BURGER LIJK GEBIED
Houdt de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomst ig artikel 4 al 2 van de voorafgaande
titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan .
8. ZAAK MET NOTITIENUMMER hierna genoemd zaak 2}
1. OP STRAFGEBIED
1.1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN
1.1.1. Op 17 april 2024 werd de woon inspecteur door de lokale politie gecontacteerd
omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die
niet voldoen aan de hu1d1ge minimale kwaliteitsnormen) .
Op 24 april 2024 begaf de woon inspecteur vergezeld van . . ,
woningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het gebouw gelegen te
ZIJ gaven door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedan1ghe1d en het doel van hun
komst.
Rolnummer 17• correctionele kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortr11k p 29
Na de voorafgaande en schrifteh1ke toestemming van Hassan Tabsho betraden zij de woonent1teIt
en deden ZIJ vaststellingen
Na de voorafgaande en schnftehJke toestemm ing van
betraden zij de woonent1teIt en deden ZIJ vaststellingen.
Het pand betreft een meergezinswoning in gesloten bebouwing Op het gelijkvloers Is er een
voormalig handelspand dat niet in gebruik 1s.
Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich twee zelfstandige woongelegenheden .
-Woning (aan de straatkant) eerste verdieping· woonkamer, keuken met douche en toilet;
Tweede verdieping: 3 slaapkamers;
-Woning (woning achteraan) eerste verdieping: woonkamer/keuken, badkamer met douche
en toilet; Tweede verdieping . 3 slaapkamers.
De Woon inspecteur stelde onder andere gebreken vast als volgt:
-het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonent1te1ten
in het pand: in de gemeenschappel1Jke inkom aan buitenmuur vocht met schimmelvorming,
appartement aftakkingen aan lichtpunt aan het plafond met risico op overbelasting van
het elektrisch cIrcwt, hoofdkelder stond volledig onder water en was met toegankeliJ k waardoor
hoofdgaskraan en hoofdwaterkraan niet bereikbaar waren, ontbreken van rookmelder in de
gemeenschappehjke kelder en gemeenschappehJke inkom,
het gebouw heeft een totaal van 1 klem gebrek in categorie 1, 3 ernstige gebreken in categorie
Il en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de ve1hghe1d of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaakt in categorie 111 .
-de woning . m achterste slaapkamer ms1Jpelend vocht aan plafond waren emmers geplaatst
om het vocht op te vangen, in achterste slaapkamer vocht aan de buitenmuur vastgesteld,
m de badkamer was in de buitenmuur een opening (afvoer van het toilet) vastgesteld,
gemeenschappehJke kelder stond onder water, in badkamer douchebak onvoldoende afgewerkt ,
m slaapkamer aan straatzijde en middelste slaapkamer verwering dekvloer, in traphal op de tweede
verd1epmg onvoldoende borstwering rond trapopening, aan trap naar gemeenschappehJke kelder
ontbrak borstwering rond trapopen ing en aan het bovenste gedeelte een leuning, gebreken aan
gootsteen in keuken, loshggend dubbel stopcontact m keuken met gevaar op elektrocutie,
onvoldoende verluchtingsmogehJkheden m middelste slaapkamer en keuken, risico op CO
verg1ftlgmg m woonkamer, er was geen EPC beschikbaar, op de eerste verdieping ontbrak een
rookmelder ;
de woning heeft 7 kleine gebreken in categorie 1, 10 ernstige gebreken m categorie Il en 4 gebreken
die een direct gevaar opleveren voor de ve1hghe1d of gezondheid of mensonwaardige levens
omstandigheden veroorzaken in categorie 111.
-de woning • m de keuken rechts van de schouw vocht, in de slaapkamer aan de straatzijde en
In de middelste slaapkamer condenserend vochten met schimmelvorming aan dakramen , in keuken
en badkamer verwering dekvloer, gemeenschappeli jke kelder onder water, aan trap naar gemeen
schappel11ke kelder ontbrak borstwering rond trapopening en een deel van de leuning aan bovenste
deel van de trap, gebrek aan kraan gootsteen In keuken, loshangende lichtschakelaar aan muur en
loshangend stopcontact in badkamer met risico op elektrocutie , in middelste slaapkamer
loshangend e elektnc1te1tsbedrading, tn middelste en achterste slaapkamer op de tweede
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 30
verdieping onvoldoende natuurlijke verlichting, geen EPC aanwezig.
de woning heeft een totaal van 5 l<leme gebreken in categorie 1, 6 ernstige gebreken in categorie Il
en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de ve1hghe1d of gezondheid of menson
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111
11 2 De woning Nerd bewoond door
H1J verklaarde dat h1J daar sinds 1 Juli 2021 woonde. In 2023 had h1J een opzegbnef gekregen.
Omdat hij geen andere woning vond kreeg h1J vanaf september 2023 telkens een contract van 1
maand Hij betaalde 616,56 huur. Het appartement was niet bemeubeld
De verhuurder kwam nooit langs. Dne maanden geleden was h1J voor het eerst in 3 jaar langs
geweest. H1J had hem regelmatig gecontacteerd om problemen te melden.
De huuropzeg was er gekomen omdat h1J te veel mails had gestuurd in verband met het dak
De grootste problemen waren het dak en het water in de kelder
Hij verklaarde dat de eigenaar de schimmel in de gang had gezien bij zijn komst.
De woning werd bewoond door
woonde daar sinds 15 augustus 2017. De andere bewoners sinds 4 Jaar.
De huur bedroeg 544,40 euro per maand
De eigenaar kwam nooit naar het pand.
11 3 Volgens de bevindingen van de woonmspecteur voldeden de woningen
de normen van de Vlaamse Codex Wonen (stukken 1 tot 5, stukken 16 tot 36) met aan
11.4. Op 22 mei 2024 stelde de wooninspecteur een herstelvo rdenng op voor het pand gelegen te
11.5. TiJdens Zijn verhoor verklaardE dat alle werken waren uitgevoerd, enkel de
schimmel in de inkom moest nog worden opgelost.
H1J werd nooit binnenge laten m het appartement . Hij had de huur opgezegd omdat het pand
niet goed onderhouden werd. De bewoner zat daar met 2 honden, 5 katten en een 15-tal vogels
In het appartement geraakte h1J ook nooit binnen. De bewoners verbleven 3 maanden hier en
keerden dan 3 maanden terug naar
Een anderhalve maand voor het bezoek van de woon inspecteu r was h11 nog m de woning geweest.
Het appartement was b1Jna leeg, er was ernstige schade aan de muren en er waren nog enkele vogels
aanwezig.
H1J stelde dat de bewoner van het appartement
huur opgezegd omdat de bewoner onderverhuurde.
Het probleem kon niet worden opgelost. de dakwerker niet binnenliet HIJ had ook de
De bezetting ter bede werd toegestaan omdat de bewoner nog geen andere woning had gevonden.
Voor de inhuurname had hij alle gebreken hersteld
HIJ werd op de hoogte gesteld van de waterins1Jpelmg in de slaapkamer Dit kon niet worden opgelost
omdat de dakwerker niet binnen kon m het pand.
H1J stelde dat hij de schimmel b1J z1Jn bezoek aan het pand niet had gezien.
H1J verklaarde dat de ovenge gebreken niet aan hem maar aan de bewoners te wIJten waren.
1.1.6. Op 14 mei 2025 werd door de woonmspecteur vastgesteld dat de woningen
conform waren
Rofnummer 17° correct1onefe kamer Vonn1snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortruk p 31
1.2. BEOORDELI NG VAN DE SCHULD
1.2.1. Met ingang van 1 Januari 2021 is de Vlaamse Codex Wonen van toepassing.
Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwal1te1tsbewakmg
Het art 3.1 §1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode)
bepaalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementai re ve1lighe1ds
, gezondheids-en woonkwahte itsvereisten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden.
Overeenkomst ig de nieuwe regelgeving z1Jn de woonkwah teitsnormen en de gebreken dezelfde maar
worden ZIJ op een andere manier in aanmerking genomen.
Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt:
1181} de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststellîng van de specifieke
en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld m het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of
meer l,jsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende drie categoneen:
1 • gebreken van categone /. kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
bemvloeden of die potentieel kunnen u,tgroe,en tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners
negatief bemvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid,
waardoor de wonmg niet ,n aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categone lil: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaken of die een d,rect gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van bewoners,
waardoor de woning niet m aanmerking komt voor bewoning.
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot u1tvoenng van de Vlaamse Codex van 2021 van 11
september 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt m boek 3 de Woningkwaliteitsbewak ing
Het artikel 3.2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning
moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld z1Jn m de
modellen van het technisch verslag die opgenomen zijn in bijlage 4, 5 en 6, die b1J dit besluit z11n
gevoegd.
1 2 2 Vanaf 1 Januari 2021 wordt de strafbaarstelling mart. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen
art 20 §1, eerste lid Vlaamse Wooncode) omschreven als:
'Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstr af van
zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen
alleen.'
Artikel 3 36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt:
'Het misdrijf bedoeld m artikel 3 34 of 3 35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100 000
euro en met een gevangenisstraf van één tot VIJf jaar of met een van die straffen alleen in de volgende
Rolnummer 17" correctronele kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vl.ianderen, a fdelmg l<ortnJk
gevallen:
1 • als van de betrokken act1v1te1t een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelneming aan de hoofd-of b11komende bedruv1gheid van een vereniging
betreft, ongeacht of de schuldige de hoedamghe1d van leidend persoon heeft'
1.2.3. De nieuwe strafbaarstelling die vanaf 1 Januari 2021 geldt moet beschouwd worden als een
mildere strafwet m de zin van artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek p 32.
Dit houdt in dat overtreders zich vanaf die datum kunnen beroepen op de nieuwe strafbaarstelling
ook wanneer ZIJ worden vervolgd voor misdrijven d,e voordien werden gepleegd
(Vgl. T. Vandromme, 0. VermeIr, Woningkwaliteitsbewaking volgens de Vlaamse Codex Wonen,
lntersent1a 2020, 46-47)
De feiten van de tenlastelegging zoals omschreven m de dagvaarding vallen onder de bepalingen van
de Vlaamse Codex Wonen
1.2.4. De boven vermelde categorieen (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) ziJn terug te
vinden m de technische verslagen van het onderzoek van de kwaltte1t van de woningen die werden
opgesteld door de woningcontroleur.
Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categoneen teruggebracht tot 3 categoneen
De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, z11n gebreken van categorie III onder de
Vlaamse Codex Wonen.
De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie 1. Deze gebreken leiden ntet tot een
ongeschiktheid tenz1J de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categone 1. In dat geval za I de
woning automatisch behept zIJn met een gebrek van de categorie ll.
Gebreken van de categorie Il zullen de ongesch1kthe1d van de woning met zich meebrengen.
Categone 111 heeft betrekking op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de wornng.
Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie Il of 111.
Een woning 1s dus met conform als ziJ gebreken vertoont van categorie Il of categorie 111
Het moreel element van het m1sdrqf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdnJf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorncht1gheid of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist 1s dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorz1cht1gheid of voorzorg bestaat h1enn dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de wonmgkwalitei tsvere1sten voldeed en dus of ZIJ wel verhuurd
mocht worden.
Het feit dat de beklaagde op 17 september 2015, ruim 7 Jaar voor de mcnmmat1epenode, over een
conform1te 1tsattest beschikte heeft met voor gevolg dat de vastgestelde inbreuken niet strafbaar zI1n.
Het bestaan van een conformite,tsattest ontslaat de beklaagde niet van na te gaan of de
woongelegenheid wel voldeed aan de woningkwalite1tsvere1sten
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar l11J 1s ook verantwoordehJk voor het
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 33
behoud van de toestand t11dens de duur van de huurovereenkomst.
De beklaagde, die het beroep van advocaat uitoefent, kan geen onwetendheid voorhouden.
De beklaagde, die smds 2010 eigenaar is, was maar al te goed op de hoogte van de toestand van het
pand en de staat waarin het verhuurd werd.
De beweringen van de beklaagde dat htJ geen toegang tot de woningen heeft gekregen met het oog
op herstel ts ter zake niet dienend. De beklaagde heeft per aangetekende bnef d.d. 28 maart 2023 de
huuropzeg betekend voor de woning en heeft nadien de bewoner het pand laten betrekken
door middel van een overeenkomst bezetting ter bede.
De beklaagde heeft geen maatregelen genomen om op een gedwongen w11ze de toegang tot de
woningen te verkrijgen.
Het feit dat bewoner geen melding had gemaakt van gebreken 1s evenmin een
rechtvaardigingsgrond.
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurder een dak boven het hoofd te
bieden en dat hij te goeder trouw handelde 1s geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring .
De beklaagde , die professioneel voldoende op de hoogte 1s van de geldende regelgeving, kan zich
evenmin beroepen op noodtoestand.
811 toepassing van artikel 23, 3° Grondwet heeft iedereen recht op een behoorltJke huisvesting.
Overeenkomstig artikel 1.5 Vlaamse Codex Wonen heeft iedereen recht op menswaardig wonen.
Deze bepaling raakt de openbare orde.
Het feit dat de beklaagde de huurder met zomaar op straat wilde zetten en gedoogde dat h1J verrder 1n
het pand bleef wonen, neemt niet weg dat hij moest zorgen dat de woning voldeed aan de
woningkwal1te1tsvere1sten.
De overwegingen van de beklaagde in dit verband z11n ter zake niet dienend De beklaagde kan ;zich in
de gegeven omstandigheden evenmin beroepen op onoverwmnehjke dwaling of onwetendheid.
De beklaagde heeft niet gehandeld als een redelijk en voorzichtig persoon.
De verw11zing door de beklaagde naar de geciteerde rechtsleer 1s ter zake niet relevant
Het moreel element van het misdrijf Is voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdrijf
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkoms t een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoordelijk voor het
behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteltsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet verschuilen achter onwetendheid.
Uit de verklaring van bhjkt dat de beklaagde t1Jdens een periode van 3 Jaar nret langs
geweest was. Pas korte t1Jd vóór de vaststellingen van de woon inspecteur was de eigenaar langs
geweest
De beweringen van de beklaagde dat hij geen toegang tot de woningen heeft gekregen met het oog
op herstel 1s ter zake niet dienend. De beklaagde heeft per aangetekende bnef d.d. 28 maart 2023 de
huuropzeg betekend voor de woning en heeft nadien de bewoner het pand laten betrekken
door middel van een overeenkomst bezetting ter bede
De beklaagde heeft geen maatregelen genomen om op een gedwongen WiJZe de toegang tot de
woningen te verkrrJgen
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 34
Het is niet aangetoond dat de vastgeste lde gebreken te Wijten zijn aan handelingen van de huurders.
De omstandighe id dat er in het verleden geen gebreken zouden vastgesteld zijn doet evenwel geen
afbreuk van de vaststellingen van de wooninspecteu r op 24 april 2024.
De beklaagde gaat ten onrechte voorbij aan het feit dat de technische vaststellingen aan het gebouw
(deel B technisch verslag) betrekking hebben op gebreken die een invloed hebben op alle
woonentIteIten in het pand De bewering van de beklaagde dat de geliJkvloerse ruimte niet werd
verhuurd Is in dit opzicht niet relevant.
De vaststellingen van de woon inspecteu r, de technische verslagen en het fotodossier tonen
voldoende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen
Het materiee l element van het m1sdnJf Is voldoende bewezen.
De rechtbank Is van oordeel dat alle constItutIeve elementen van de tenlastelegging voor de
beklaagde bewezen zijn
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de woonmspecteurs, de technische
verslagen, het fotodoss1er en de verklaring van de huurder.
De gewoonte
De beklaagde betwist dat hij van de betrokken act1v1teit een gewoonte heeft gemaakt.
Uit het feit dat de beklaagde gedurende een welbepaa lde periode twee woonentiteiten in eenzelfde
gebouw heeft verhuurd kan niet worden afgeleid dat de beklaagde van de betrokken activiteit een
gewoonte heeft gemaakt
De verzwarende omstand1ghe1d Is voor de beklaagde niet bewezen.
1.3. DE VERBEURDVERKLAR ING
1.3 1 Het openbaar mIrnstene vordert b1J toepassing van de artikelen 42 en 43b1s Sw de b1Jzondere
verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 22.132,90 euro (stuk 104).
1 3 2 De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wIJzen minstens de verbeurdverklaring te
herleiden
HIJ stelt dat de huurders spIJts de vastgeste lde gebreken de huurders effectief huurgenot hebben
gehad.
1.3.3. Woning
Voor deze woonentIteIt wordt voor de periode van 1 Januari 2023 tot 31 augustus 2023 de
verbeurdverk laring gevorderd van 8 maanden huur à 567,00 euro per maand, namelijk 4 536,00 euro
en voor de periode van 1 september 2023 tot 4 jull 2024 de verbeurdverklaring van 10 maanden huur
à 616,45 euro, nameliJk 6.164,50 euro
De beklaagde stelt dat de huurder een zeker huurgenot heeft bekomen.
Rolnumme r 17° correct1onele kamer Vonmsnr I
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 35
------------------------- -----
H1J stelt dat het niet bewezen Is dat de gebreken reeds in 2023 aanwezig waren en dat de huurder
eind me, 2024 het pand heeft verlaten
Omdat het pand m de gegeven omstand1ghe1d niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald.
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard
Het zou maatschappe lijk onaanvaardbaar zIJn dat de beklaagde enerz1Jds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds 1n het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van m1sdn1ven mag niet lonen.
De verbeurdverklaring van de m artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die
rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats 2IJn gesteld
en op de inkomsten uit de belegde voordelen, ,s een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht, ook md1en
deze niet zijn eigendom ziJn of in zIJn vermogen zijn getreden (Cass. 22 juni 2004,
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen
konden niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag
Gelet op het feit dat een aantal gebreken structurele gebreken Zijn is de rechtbank van oordeel dat de
periode een aanvang kan nemen vanaf 1 Januari 2023 doch slechts loopt tot eind mei 2024, datum
waarop de bewoner het pand heeft verlaten.
Tijdens de duur van de huurovereenkomst heeft de bewoner een zeker huurgenot gehad.
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de realisatie van het misdrijf.
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto winst of verriJking
(Vgl. Cass. 14 oktober 2014. -)
De wettelijke voorwaarden zijn vervuld voor de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de
beklaagde
Om te vermijden dat de beklaagde een onredelijk zware staf wordt opgelegd wordt de b1Jzondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 5.042,03 euro.
Dit verbeurd verklaarde vermogensvoordeel wordt toegewezen aan de burgerlijke partij
(cf. infra).
1.3.4. Woning 1
Voor deze woonentIteIt wordt voor de periode van 1 Januari 2023 tot 25 oktober 2024 de
verbeurdverk laring gevorderd van 21 maanden à 544,40 euro per maand, namelijk 11432,40 euro
Omdat het pand rn de gegeven omstand1ghe1d niet mocht worden verhuurd heeft de beklaagde
rechtstreeks uit het bewezen verklaarde m1sdnJf een vermogensvoordeel gehaald
Dit vermogensvoo rdeel moet worden verbeurd verklaard .
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar Zijn dat de beklaagde enerz1Jds schuldig wordt bevonden en
gestraft maar dat de beklaagde anderzijds rn het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het
Rol nummer 17° correctione le kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 36
misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van rrnsdnJven mag niet lonen
De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die
rechtstreeks uit het m1sdnJf zrJn verkregen, op de goederen en waarden dse tn de plaats ZIJn gesteld
en op de inkomsten ust de belegde voordelen, 1s een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde
die wordt veroordeeld voor het m1sdrrJf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht, ook indien
deze niet 211n eigendom z1Jn of m z1Jn vermogen ziJn getreden (Cass 22 juni 2004,
De vermogensvoordelen die rechtstree ks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen
konden niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het
daarmee overeenstemmend bedrag
Er dient geen aftrek te worden gedaan van de kosten verbonden aan de realtsat1e van het m1sdnjf
Men dient uit te gaan van de bruto verkregen voordelen en niet van de netto wmst of vernJkmg
(Vgl. Cass. 14 oktober 2014, •)
De wetteltJke voorwaarden Zijn vervuld voor de btJzondere verbeurdverklaring m hoofde van de
beklaagde .
Om te verm11den dat de beklaagde een onredehjk zware staf wordt opgelegd wordt de btJ20nclere
verbeurdverklaring voor de beklaagde gegrond verklaard voor het bedrag van 5.716,20 euro.
1.3.5. Recapitulatie
De rechtbank 1s van oordeel dat de wetteltjke voorwaarden voor de btjzondere verbeurdverklaring
(artikel 42,3° Sw en 43b1s Sw.) voor de beklaagde vervuld Ztjn en spreekt de bijzondere
verbeurdverklaring voor de beklaagde uit voor het totaal bedrag van (5.042,03 + 5.716,20) 10.758,23
euro.
2. DE HERSTELVORDERING
2 1. Op 22 mei 2024 stelde de woon inspecteur een herstelvordenng op voor het pand gelegen te
2 2 Op 14 met 2025 werd door de wooninspecteur vastgesteld dat de woninger
conform waren (Cf. navolgend proces-verbaal d.d. 14 05 2025).
2 3. De rechtbank 1s van oordeel dat de herstelvordenng zonder voorwerp 1s.
3. OP BURGERLIJK GEBIED
De vordering van de burgerlijke partij
3 1 De burgerliJke part1J vordert de vergoedmg van de schade geleden door de bewezen verklaarde
feiten van de tenlastelegging voor het bedrag van 10.000,00 euro.
3.3 2 De vordering 1s ontvankeluk
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen , afdeling KortnJk p 37 ----------~--------- ---------
3.3.3. De huurder mocht b1J het afsluiten van de huurovereenkomst aannemen dat de wonmg aan de
wonmgkwaliteitsvere1sten zou voldoen.
Het normaal te verwachten genot waarvoor de maandehJkse huur werd betaald heeft de burgerlijke
partij niet volledig doch slechts gedeeltehJk gekregen.
Gelet op het feit dat een aantal gebreken structurele gebreken z1Jn 1s de rechtbank van oordeel dat de
periode een aanvang kan nemen vanaf 1 Januari 2023 doch slechts loopt tot eind mei 2024, datum
waarop de bewoner het pand heeft verlaten.
De door de burgerliJke part1J geleden schade wordt door de rechtbank in alle b111ijkhe1d bepaald op
5.042,03 euro.
Het verbeurd verklaarde vermogensvoordeel voor het bedrag van 5 042,03 euro wordt toegewezen
aan de burgerliJke part1J (cf. supra sub 1.3.3).
Voor zoveel als nodig worden de eventuele overige burgerliJke belangen overeenkomstig art. 4 al.2
van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering ambtshalve aangehouden .
C. ZAAK MET NOTITIENUMMER 'Zaak 3}
1. OP STRAFGEBIED
1.1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN
1.1.1. Op 4 november 2024 werd de wooninspecteur door de procureur des Konings gecontacteerd
omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die
niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen)
Op 27 november 2024 begaf de wooninspecteur vergezeld van
, wonmgcontroleurs bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het gebouw gelegen
te
Zij gaven door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun
komst.
Na de voorafgaande en schriftelijke toestemming var
deden ZIJ vaststellingen.
Na de voorafgaande en schnftehJke toestemming var
en deden zij vaststellingen.
Na de voorafgaande en schriftelijke toestemming van
deden ZIJ vaststellingen.
Na de voorafgaande en schnftehJke toestemming van
deden zij vaststellingen. betraden ZIJ kamer en
betraden ZIJ kamer
betraden ZIJ kamer
betraden zij kamer
De kamers waren op het ogenblik van de vaststellingen niet toegankelijk.
Het pand betreft een kamerwonmg in halfopen bebouwing bestaande uit een gehJkvloers en 2
verdiepingen. Het pand omvat 8 kamers en gemeenschappelijke functies
Gelijkvloers. fietsberging, kamer 1 met eigen keuken, gemeenschappelijke keuken, gemeen
schappehJke badkamer met douche, gemeensc happelijk toilet
Rolnummer 17" correctione le kamer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk
Eerste verdieping: kamers
Tweede verdieping. kamers en gemeenschappelijk toilet
en gemeenschappehjk toilet.
De Woonmspecteur stelde onder andere gebreken vast als volgt. Vonnisnr /
p 38
-het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonent1teIten
in het pand. in de gemeenschappelijke kelder zwammen zichtbaar naast de binnenkoer,
in de fietsenberging een open verdeeldoos met aanraakbare delen en ns1co op elektro
cutie, in linkse muur van gemeenschappelijke keuken zat een stopcontact m vochtige
muur, ontbreken van rookmelder in gemeensd1appelijke kelder en in gemeenschappelijke
gang op tweede verd1ep1ng, bellen aan de voordeur waren niet genummerd en niet allemaal
functioneel.
het gebouw heeft een totaal van O kleine gebreken in categorie 1, 2 ernstige gebreken in categorie
11 en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de ve1lighe1d of gezondheid of mensonwaa rd1ge
levensomstandigheden veroorzaakt in categorie 111.
-Kamer treden van de gemeenschappelijke keldertrap tussen de gemeenschappel11ke
keuken en l en de gemeenschappelijke kelder liggen niet waterpas, stopcontact in de rechtse
muur van is beschadigd, en staat onder spanning en Is ntet verbonden met het aardmgs-
net, er is een grote opentng tussen de leuning en de treden van de gemeenschappeliJke trap
van de eerste verdieping naar de tweede verdieping,
deze kamer heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie 1, 3 ernstige gebreken m categorie
Il en 3 gebreken dte een direct gevaar opleveren voor de ve1hghe1d of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111.
-Kamer • treden van de gemeenschappel11ke keldertrap tussen de gemeenschappelijke
keuken en lende gemeenschappeli jke kelder liggen niet waterpas, in de linkse muur
loshangende bedrading onder spanning, in de rechtse muur stopcontact los met nsIco op
elektrocutie, er Is een grote opening tussen de leuning en de treden van de gemeenschappel ijke
trap van de eerste verdieping naar de tweede verdieping, onvoldoende borstwering aan raam,
er Is geen rookmelde r,
deze kamer heeft een totaal van 7 kleine gebreken m categorie 1, 8 ernstige gebreken in categorie
Il en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de ve1ltghe1d of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categone 111.
• een stuk van de deuriljst ontbreekt, treden van de gemeenschappelijke keldertrap
tussen de gemeenschappe lijke keuken en en de gemeenschappelijke kelder hggen niet
waterpas, lavabo in is beschadigd en heeft geen warm water, In de lmkse muur
twee stopcontacten los met risico op elektrocutie, er 1s een grote opening tussen de leuning en de
treden van de gemeenschappelijke trap van de eerste verd1epmg naar de tweede verdieping,
onvoldoende borstwering aan raam, er Is geen rookmelder,
deze kamer heeft een totaal van 8 kleine gebreken in categorie 1, 10 ernstige gebreken in categorie
Il en 5 gebreken dte een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaard ige levensomstandigheden veroorzaken in categone 111
. plafond licht condenserend met schimmelvorming, treden van de gemeenschappelijke
keldertrap tussen de gemeenschappelijke keuken en en de gemeenschappeli1ke kelder liggen
niet waterpas, m de rechtse muur hangt een stopcontact los met ns,co op elektrocutie, er Is een
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonn,snr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 39
-----------------------------
grote opening tussen de leuning en de treden van de gemeenschappelijke trap van de eerste
verdieping naar de tweede verdieping, er 1s geen rookmelder,
deze kamer heeft een totaal van 8 kleine gebreken in categorie 1, 9 ernstige gebreken m categorie
Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de ve1hghe1d of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken m categorie 111
-Kamer : de kamer was niet toegankelijk, de kamer heeft minstens 7 kleine gebreken in
categorie 1, 6 ernstige gebreken m categorie Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor
de ve1l1ghe1d of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie
111 omwille van de gebreken m deel B, deel C of deel E van het technisch verslag.
-Kamer 1 . de kamer was niet toegankelijk, de kamer heeft minstens 7 kleine gebreken in
categorie 1, 6 ernstige gebreken rn categorie Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor
de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken m categorie 111
omwille van de gebreken m deel B, deel C of deel E van het technisch verslag.
-Kamer : de kamer was niet toeganke lijk, de kamer heeft minstens 7 kleine gebreken in
categorie 1, 6 ernstige gebreken m categorie Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor
de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstand igheden veroorzaken m categorie 111
omwille van de gebreken in deel B, deel C of deel E van het technisch verslag
-Kamer : de kamer was niet toegankelijk, de kamer heeft minstens 7 kleine gebreken in
categorie 1, 6 ernstige gebreken in categorie Il en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor
de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie 111
omwille van de gebreken in deel B, deel C of deel E van het technisch verslag.
1.1 2 Kamer . werd bewoond door De maandelijkse huurprijs
bedroeg 545,00 euro met inbegrip van energiekosten en schoonmaak .
Kamer werd bewoond door . De maandelijkse huurprijs bedroeg 472,94
euro met inbegrip van energiekosten en schoonmaak .
Kamer werd bewoond door . De maandelijkse huurpnJs bedroeg 445,00 euro met
inbegrip van energiekosten en schoonmaak.
Kamer werd bewoond door . De maandeliJkse huurpnJs bedroeg 455,00 euro met
inbegrip van energiekosten en schoonmaa k.
Kamer was niet toegankeliJk en volgens het nJksregisterwaren
daar ingeschreven.
Kamer was niet toegankelijk en volgens het nJksreg1ster Wfü daar ingeschreven
Kamer was niet toegankelijk en volgens het rijksregister was daar
ingeschreven
Kamer was niet toegankelijk
Rol nummer 17° correctionele kamer Vonni5nr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdehng KortriJk p 40
1.1.3. Volgens de bevindingen van de wooninspecteurvoldeden de kamers 1, 11, 12, 13, 14, 21, 22 en
23 niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen (Kaft Il, stukken 1 tot 8, stukken 15 tot 63).
1.1.4. Door politie-inspecteur werden op 1 oktober 2024 vaststellingen verricht
betreffende kamer (l<aft 1, stukken 1 tot 6)
1.1.5. Op 18 december 2024 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand
gelegen te
1.1.6. î1Jdens zIJn verhoor verklaarde dat hij m 2021 een conformite1tsattest had
bekomen (stuk 111). HIJ had daar een keuken geplaatst.
HIJ verklaarde dat hiJ een aantal herstelwerkzaamheden had uitgevoerd.
Het was een Jaar geleden dat h1J daar geweest was
HIJ stelde dat een aantal gebreken door de huurders waren veroorzaakt zoals de stopcontacten
(Kaft Il, stukken 97 tot 101).
1.1 7. Op 17 april 2025 stelden woonmspecteur ~n wonmgcontroleur
vast dat de kamers conform waren.
1.2. BEOORDELING VAN DE SCHULD TEN AANZIEN VAN EERSTE BEKLAAGDE EN TWEEDE
BEl<LAAGDE
1.2.1. Tenlasteleggingen Al tot A9
1.2.1.1. Met ingang van 1 Januari 2021 is de Vlaamse Codex Wonen van toepassing
Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwahte1tsbewakmg.
Het art 3 1 §1 eerste ltd van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode)
bepaalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire veil 1ghe1ds
' gezondhe1ds -en woonkwalite1tsve re1sten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden
Overeenkomstig de nieuwe regelgeving zijn de woonkwahte1tsnormen en de gebreken dezelfde maar
worden ZIJ op een andere manier m aanmerking genomen
Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt:
"BIJ de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lld, en de vaststelltng van de speC1jieke
en aanvullende ve1/1ghe1dsnormen, vermeld in het tweede /Jd, hanteert de Vlaamse ReçJenng eeh of
meer ll}sten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zun ,n de volgende drie categorieen .
1 ° gebreken van categorie J-kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
bemvlaeden of die potentieel kunnen u,tgroe1en tot ernstige gebreken,
2° gebreken van categorie Jl. ernstige gebreken dre de levensomstandigheden van de bewoners
negatief bemvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun ve,!1ghe1d of gezondheid,
waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning ;
3° gebreken van categorre IJl· ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstand1gheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de ve1/1ghe1d of de gezondheid van bewoners,
waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling l<ortnJk
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11
september 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt in boek 3 de Woningkwahte1tsbewaking
Het artikel 3 2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning
moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld z11n in de
modellen van het technisch verslag die opgenomen 21Jn m b1Jlage 4, 5 en 61 die bij dit besluit z1Jn
gevoegd. p 41
1 2.12 Vanaf 1 Januari 2021 wordt de strafbaarstelling mart 3 34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen
art 20 §1, eerste hd Vlaamse Wooncode) omschreven als:
'Als een met-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of v,a tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van
zes maanden tot drie Jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen
alleen.'
Artikel 3.36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt:
'Het m1sdr1Jf bedoeld in artikel 3.34 of 3.35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000
euro en met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in de volgende
gevallen·
1 ° als van de betrokken activ1te1t een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelnemmg aan de hoofd-of bijkomende bedrijvigheid van een veremgmg
betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft '
1 2 1.3. De nieuwe strafbaarstelling die vanaf 1 Januari 2021 geldt moet beschouwd worden als een
mildere strafwet in de zin van artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek.
Dit houdt m dat overtreders zich vanaf die datum kunnen beroepen op de nieuwe strafbaarstelling
ook wanneer ZIJ worden vervolgd voor misdrijven die voordien werden gepleegd .
(Vgl. T. Vandromme, D. Vermeir, Wonmgkwaliteitsbewakmg volgens de Vlaamse Codex Wonen,
lntersent1a 2020, 46-47)
De feiten van de tenlastelegging zoals omschreven in de dagvaarding vallen onder de bepalingen van
de Vlaamse Codex Wonen
1.2.1.4. De boven vermelde categorleen (art. 3.1 §1 derde hd Vlaamse Codex Wonen) ziJn terug te
vinden in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden
opgesteld door de wonmgcontroleur.
Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categoneen teruggebr acht tot 3 categoneen
De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, z1Jn gebreken van categorie III onder de
Vlaamse Codex Wonen.
De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I Deze gebreken leiden niet tot een
ongesch1kthe1d tenz1J de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie I In dat geval zal de
woning automatisch behept z1Jn met een gebrek van de categorie ll.
Gebreken van de categorie Il zullen de ongeschiktheid van de woning met zich meebrengen
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk
Categorie 111 heeft betrekkrng op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de wonrng.
Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie Il of 111.
Een woning is dus niet conform als z1J gebreken vertoont van categorie Il of categorie 111.
1.2 1 5 Tenlasteleggingen Al tot A9
Het moreel element van het m1sdruf p 42
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het m1sdriJf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorz1cht1gheid of aan voorzorg kan worden verweten
zonder dat vereist 1s dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorz1cht1gheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te
controleren of de woning wel aan de woningkwalite1tsvere1sten voldeed en dus of ZIJ wel verh\Jurd
mocht worden.
De verhuurder heeft niet alleen de pitcht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoordeliJk voor het
behoud van de toestand.
De tweede beklaagde, die sinds 2019 eigenaar is, was maar al te goed op de hoogte van de toestand
van het pand en de staat waarin het verhuurd werd.
De bewering dat er gehandeld werd met het oogmerk om de huurders een dak boven het hoofd te
bieden en dat ZIJ te goeder trouw handelden is geen rechtvaardigingsgrond en doet geen afbreuk aan
het strafbaar karakter van de verhuring
De beklaagden kunnen zich m de gegeven omstandigheden niet beroepen op noodtoestand.
De beklaagden kunnen zich niet beroepen op onoverwinnelijke onwetendheid of dwaling
Zij hebben niet gehandeld als redelijke en voorz1cht1ge personen.
Het feit dat de tweede beklaagde op 6 september 2021, ruim 2 jaar voor de mcrimmat1eperiode, over
een conform1te1tsattest beschikte heeft niet voor gevolg dat de vastgestelde inbreuken niet strafbaar
zijn
Het bestaan van een conform1te1tsattest ontslaat de beklaagden niet van na te gaan of de
woongelegenheid wel voldeed aan de wonmgkwalite1tsvere1sten
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij 1s ook verantwoordehjk voor het
behoud van de toestand t11dens de duur van de huurovereenkomst.
Het moreel element van het m1sdri1f 1s voldoende bewezen.
Het materieel element van het m1sdruf
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om b1J de aanvang van de huurovereenkomst een wonmg
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordeliJk voor behoud
van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de wonmgkwalite1tsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Rolnummer 17° correct1onele kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 43
De vochtproblemat1ek waarmee het pand behept was was de beklaagden niet vreemd gelet op de
eerdere tussenkomst van de wornngcontroleur .
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodoss1er tonen
voldoende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse
Codex Wonen
Structurele gebreken die niet het gevolg Zijn door de aftakeling van de tand des tijds waren reeds
aanwezig bij de aanvang van de huurovereenkomst zoals een vochtige muur in de kelder, indicatie
ns,co op elektrocutie, onvoldoende hoge borstwering, ontbreken rookmelder, de niet ve1lrge
toegankelijkheid van de kamer.
Wanneer de beklaagden nalaten hun controleplicht uit te voeren kunnen ZIJ zich bezwaarhJk
beroepen op onwetendheid
De vastgestelde gebreken zijn niet uitsluitend te wijten aan het onoordeelkundig gebruik door de
bewoners.
Het materieel element van het m1sdriJf is voldoende bewezen.
De eerste beklaagde , die het beroep van advocaat uitoefent, is bestuurder van
. Tot haar voorwerp behoort onder andere de verhuring van onroerende goederen.
De eerste beklaagde heeft de algemene leiding over de bednJfsvoermg van de vennootschap en de
beslissingsbevoegdheid, m het bijzonder over de regels van de naleving van de woonkwaliteit.
Binnen de rechtspersoon was er onvoldoende aandacht voor de naleving van de verplichtingen van
de Vlaamse Codex Wonen, wat een eigen strafrechtelijke fout Is van deze rechtspersoon .
De rechtbank Is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlasteleggingen Al tot A9 voor
de beide beklaagden bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zrch op de vaststellingen van de wooninspecteurs , de technische
verslagen, het fotodoss1er .
1 2.1 6. De gewoonte
De beklaagden betwisten dat ZIJ van de betrokken activiteit een gewoonte hebben gemaakt.
Uit het feit dat de beklaagden gedurende een welbepaalde periode verschillende woonentIteIten in
eenzelfde gebouw hebben verhuurd kan met worden afgeleid dat de beklaagden van de betrokken
activiteit een gewoonte hebben gemaakt.
De verzwarende omstand1ghe 1d 1s voor de beklaagden niet bewezen.
1.3. DE VERBEURDVERKLARING
Het openbaar mm1stene vorderde ter zitting de verbeurdverklaring van de ontvangen huurgelden.
In de dagvaarding werd de verbeurdverklaring niet gevorderd .
In het strafdossier werd door het openbaar ministerie geen schnfteliJke en ondertekende vordering
tot verbeurdverklaring geformuleerd.
Rolnummer 17° correctione le kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdelmg KortnJk p 44
• ------~---------------- --
van oordeel dat het openbaar mmIstene de verbeurdverklaring niet schriftelijk gevorderd heeft
overeenkomstig artikel 43b1s Sw.
De vordering tot b1J2ondere verbeurdverk laring Is onontvankelijk.
2. DE HERSTELVORDERING
2.1. Op 18 december 2024 stelde de wooninspecteu r een herstelvo rdering op voor het pand gelegen
te
2.2. Op 17 apnl 2025 stelden wooninspecteur en woningcontroleur vast
dat de kamers conform waren
2 3. De rechtbank Is van oordeel dat de herstelvor dering zonder voorwerp Is.
3. OP BURGERLIJK GEBIED
Houdt de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande
titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan .
D. BEOORDELING VAN DE STRAF EN STRAFMAAT IN DE ZAKEN MET NOTITIENUMMER
NOTITIENUMMER (zaak 11, MET NOTITIENUMMER
(zaak 3).
1. Ten aanzien van de eerste beklaagde (zaak 21. MET
De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen Al tot AS m zaak, de enige tenlastelegging in
zaak 2 en de tenlasteleggingen Al tot A9 in zaak 3 zijn de uitdrukking van één en hetzelfde misdadig
opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de ve1hghe1d van de
bewoners en hun levenskwaliteit.
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamentee l recht op menswaardig
wonen
De beklaagde dient zich bewust te Zijn van zijn verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan Is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde Is niet aan zijn proefstuk toe en werd reeds voor 1dent1eke feiten veroordeeld bij arrest
d.d 23 december 2016 van het hof van beroep Gent.
De beklaagde heeft hier onvoldoende lessen uit getrokken .
De rechtbank stelt anderzijds vast dat de beklaagde in 2 van de 3 zaken de nodige mit1at1even heeft
genomen en een volledig herstel van de woningen heeft gerealiseerd .
De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij
woningen verhuurt
Rolnummer 17" correctionele kamer Vonnisnr
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende
omstandigheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldmgsfunctie maar beoogt ook preventie. /
p 45
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen 1s de rechtbank van oordeel dat een effectieve
geldboete voor de beklaagde een passende straf 1s om de beklaagde de ernst van de feiten te doen
inzien en hem ervan te weerhouden om identieke feiten te plegen.
2. Ten aanzien van de tweede beklaagde
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de
bewoners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig
wonen.
De beklaagde dient zich bewust te Zijn van haar verplichtingen als verhuurder
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van ve1hghe1d,
gezondheid en woonkwaliteit
De rechtbank stelt anderzijds vast dat de beklaagde de nodige Irnt1at1even heeft genomen en een
volledig herstel van de woningen heeft gerealiseerd .
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel voor de beklaagde een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te
doen 1nzIen en haar ervan te weerhouden om 1dent1eke feiten te plegen.
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gezien de artikelen van voormelde tenlasteleggingen, alsook de artikelen
-2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen m gerechtszaken
-182, 184, 185, 189, 190, 191, 194 Wetboek van Strafvordering
-38, 40, 42, 43, 43bis, 50,65, 66, 79, 80 Sw.
-1, 8 §1 W. 29.06.1964
-1 Wet OS 03.1952
-29 Wet 1.8 1985
Op tegenspraak ten aanzien van de beklaagde
Voegt de zaken met notit1enumme1
(zaak 2) en met notitienummer
OP STRAFGEBIED
Ten aanzien van de beklaagde (zaak 1), met not1t1enumme r
(zaak 3).
Verbetert de mcnmmatlepenode van de tenlasteleggingen Al en A4 in zaak 1 zoals voormeld
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al tot AS in zaak 1, de feiten van de enige
tenlasteleggmg m zaak 2 en de feiten van de tenlasteleggingen Al tot A9 m zaak 3, telkens met
uitzondering dat van de betrokken act1v1te1t een gewoonte werd gemaakt, voor de beklaagde
bewezen.
Veroordeelt voor de gezamenlijke bewezen verklaarde feiten van de
tenlasteleggmgen m zaak 1, zaak 2 en zaak 3 tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk
3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. p 46
Zegt voor recht dat de geldboete b1J niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen
worden door een gevangenisstraf van 90 dagen .
Veroordeelt tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namelijk 25,00 euro
verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de fmanc1enng van het Fonds tot financ1ele hulp aan
de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
Veroordeelt
61,01 euro. tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van
Veroordeelt tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
Begrotmgsfonds voor de juridische tweedell1nsb 1Jstand
Veroordeelt tot het betalen van de gerechtskosten bepaald op het bedrag van 350,01
euro (zaak 1) en het bedrag van 350,01 euro (zaak 2).
Ten aanzien van de beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al tot A9 m zaak 3, met uitzondering dat van de
betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, voor de beklaagde bewezen.
Veroordeelt voor de gezamenhJke bewezen verklaarde feiten van de
tenlasteleggingen in zaak 3 tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd
met 70 opdeciemen deels met uitstel zoals hierna bepaald.
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om tiet plegen van andere of analoge mrsdnJven te
voorkomen gelast dat.
-de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal uitgesteld worden voor de duur van
drie jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd met 70
opdeciemen.
Veroordeelt tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namel!Jk 25,00 euro
verhoogd met 70 opdeciemen, als b1Jdrage tot de fmanc1er1ng van het Fonds tot f1nanc1èle hulp aan
de slachtoffers van op2ettehJke gewelddaden en aan de occasionele redders .
Veroordeelt
61,01 euro.
Veroordeelt tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
Begrotmgsfonds voor de Jund1sche tweedel11nsb1Jstand
Rolnummer 17° correctionele kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk p 47
Gerechtskosten
Veroordeelt solidair tot het betalen van de gerechtskosten bepaald
op 351,33 (zaak 3).
BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING
Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring
(artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zun en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor de
beklaagde uit voor het totaal bedrag van (31.535,05 euro (zaak 1) + 10.758,23 euro
(zaak 2) 42.293,28 euro.
Zegt voor recht dat het verbeurd verklaarde vermogensvoordeel voor het bedrag van 5 042,03 euro
(zaak 2) wordt toegewezen aan de burgerlijke partij i.
Verklaart de vordering tot bijzondere verbeurdverklaring in zaak 3 onontvankelijk .
DE HERSTELVORDERING
In zaak 1
Verklaart de herstelvordermg ontvankelijk en als volgt gegrond
Beveelt om het onroerend goed en de erin gelegen woningen, gelegen te
, kadastraa l gekend
te herstellen door·
-als er een omgevmgsvergunnmg bekomen wordt of het pand teruggebracht wordt naar zI1n
vergunde toestand: deze conform te maken door renovatie-, verbetermgs- of aanpassings
werken zodat het pand conform is in de zin van artikel 3 1 Vlaamse Codex Wonen en zonder
dat er overbewonmg Is;
-zo niet deze een andere bestemming te geven, dan wel te slopen {tenzij de sloop op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden 1s) steeds overeenkomstig de
bepalingen van de Vlaamse Codex Ru1mtehjke Ordening;
en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het hu1d1g vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de woornnspecteur en/of het college van burgemeester en
schepenen van door de veroordeelde een dwangsom zal
worden verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakommg van dit bevel, te rekenen vanaf
het verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis
Sluit een b1Jkomende termIJn m de zm van artikel 1385b1s 1 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de te rmI1n
van 12 maanden de woon Inspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voor2Ien op kosten van de
veroordeelde (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen).
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar b1J voorraad wat het opgelegde herstel betreft
Rolnummer 17° correctione le kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk p 48
• ·-· ------·-----------------
Zegt voor recht dat de kosten van de herhuisvesting zullen kunnen verhaald worden op de
veroordeelde
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lrd Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van
dit vonnis, nadat het rn kracht van gewtjsde zal Zijn getreden, op de kant van de overgeschreven
dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de w1Jze bepaald in
artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis
ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verknJging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden
een afschrift te bezorgen.
In zaak 2
Verklaart de herstelvordenng voor het pand gelegen te
zonder voorwerp .
In zaak 3
Verklaart de herstelvordenng voor het pand gelegen te
zonder voorwerp .
OP BURGERLIJK GEBIED
In zaak 2
Verklaart de vordering van de burgerhjke part1J
Veroordeelt tot betaling aan ontvankelijk en als volgt gegrond
het bedrag van 5.042,03 euro.
Zegt voor recht dat het verbeurd verklaarde vermogensvoordee l voor het bedrag van 5.042,03 euro
(zaak 2) wordt toegewezen aan de burgerlijke partij
In zaak 1, 2 en 3
Houdt de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al 2 van de voorafgaande
titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan.
Alles wat voorafgaat gebeurde in openbare terechtz1ttmg rn het Nederlands overeenkomstig de
bepalingen van de wet op het gebruik van talen rn gerechtszaken.
Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken rn openbare zitting op 1 september 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortriJk, kamer K 17·
, rechter
m aanwez1ghe1d van het lid van het openbaar mm1stene vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met b1Jstand van griffier