ARR:WI 22.HV005
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-09-04
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 Juni 1935, 29 Juni 1964, Strafwetboek, strafwetboek
Volledige tekst
Rolnummer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
In de zaak van het openbaar ministerie (
tegen:
1. , RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
Ingeschreven te Vijfentwintigste kamer
beklaagde, bijgestaan door meester
2.
En , RRN
geborer
van Belgische nationaliteit
ingeschrev en te
beklaagde , vertegenwoordigd door meester Vonnisnr
advocaat te
, advocaat te /
p.2
De woonlnspecteur, handelend ln naam van het Vlaams Gewest, met burelen gevestigd te
eiser in herstel, vertegenwoordigd door meester , advocaat te loco
meester , advocaat te
TEN LASTE LEGGING
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
op het perceel gelegen te , l<adastraal gekend als
-oppervlakte 0la 26ca, voor de geheel heid volle eigendom van
(RRN: ingevolge he authentiek testament var overleden op
verleden door notaris d.d. 01/09/2017,
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten en normen te voldoen
in de periode van 30 maart 2018 tot en met 16 oktober 2024
als verhuurder , als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
woning of een specifiel<e woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 juli 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgeste ld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, Le hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
Rolnumme, Vijfentwintigste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p. 3
(art. 2 § 1, 31 °, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Woon code)
namelijk 3 woningen die ongeschik t zijn, waarvan er 2 omwille van ernstige gezondheids -en
veiligheidsrisico's ook onbewoonbaar zijn.
thans (sedert 1 januari 2021) strafbaar gesteld door artikel 3.34 van het Gecodificeerd Decreet over
het Vlaamse woonbeleid d.d. 17 juli 2020 ("Vlaamse Codex Wonen van 2021")
Overwegende dat de verdachten tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig artikel 20bis van
het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncod e (thans artikel 3.43-3.48 Vlaamse Codex
Wonen van 2021) te horen veroordelen tot het herstel van de gebreken van de woning, overeenkomstig
de herstelvordering van de wooninspecteu r van 25/04/20 22.
Overwegende dat beide verdachten tevens gedagvaard worden om zich overeenkomst ig artikel 42, 3°
en 43bis Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van
60.000 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, zoals
berekend in aanvankelijk proces-verbaal d.d. 29/03/2022.
Overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van op 27 februari 2025, ref.:
PROCEDURE
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
ELEMENTEN VAN HET STRAFDOSSIER:
1.
Het dossier heeft betrekking op het perceel gelegen te , kadastraal
-oppervlakte Ola 26ca, voor de geheel heid
) ingevolge het authentiek testament van gekend al~
volle eigendom van (RRN:
overleden op verleden door notaris d.d. 01/09/2017,
2.
Op 23 maart 2022 begaf de wooninspecteur zich ter plaatse en stelde vast dat de woning onvergund
opgesplitst is in drie wooneenheden (woning 001, 011 en x021).
Wat betreft de woning stelde het agentschap op 15 maart 2021 vast dat de woning niet voldeed
aan de minimale kwaliteitseisen. De gewestelijk ambtenaar adviseerde dat de woning niet geschikt was
voor bewoning.
Ook wat be reft de woningen
zijn voor bewoning . stelde het agentschap vast dat deze woningen niet geschikt
Rol nummer Vijfentwintigste kamer Vonnisnr I
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p. 4
De drie woningen zijn verhuurd. Woning wordt verhuurd voor 650 EUR per maand, woning
wordt verhuurd voor 600 EUR per maand. Op 48 maanden verkreeg de verhuurder een bedrag van
60.000 EUR.
3.
Beklaagde en zijn raadsman geven een schriftelijk antwoord op de door het agentschap gesteld
vragen in mei 2022.
Hij verklaart dat er een dading werd afgesloten waarbij hij het huis kreeg. Hij weet niet of dit reeds
officieel is. Hij verklaart dat hij de woning enkele keren heeft bezocht. De woning werd verhuurd sedert
de dood van de grootouders. Hij heeft geen werken uitgevoerd sinds maart 2022 nu hij niet weet dat
de woning officieel op zijn naam staat en de nalatenschap bovendien niet is vereffend en de betaling
die de zus hem moet doen nog niet is uitgevoerd.
Hij heeft geen toegang tot de rekeningen. Hij verneemt via zijn advocaat dat de wooneenheden zijn
verhuurd. Ondanks aandringen heeft zijn zus nooit melding gedaan van ontvangen huurgelden. Hij
weet dat een aantal van de personen via het de woning huren. De huurgelden zouden op een
geblokkeerde rekening staan. Het was niet zijn bedoeling de woning te verhuren aan iemand. Hij was
in de onmogelijkhe id om werken uit te voeren, hij had geen sleutels, zijn (half} zus had die. Hij woont
reeds jaren in het buitenland. Hij wil de woning vernieuwen maar dan moet hij het geld hebben uit de
nalatenschap. De woning is in deze toestand door de verwaarlozing van zijn moeder en halfzus. Hij
wenst de woning in een bewoonbare toestand te brengen, zodra hij de fondsen uit de nalatenschap
heeft. Hij verwijst verder naar erfenisper ikelen dat het zolang duurt.
4.
Er werd een herstelvordering van de wooninspecteur van 25/04/2022 ingeleid en goedgekeu rd. Het
herstel houdt in het uitvoeren van renovatie- , verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden (herstel
van de conformiteit) .
5.
Op 10 februari 2023 verklaarde de Burgemeester de woning ongeschikt.
Op 9 juli 2021 werd de woning onbewoonbaar en ongeschikt verklaard .
Op 17 februari 2023 werd de wonine onbewoonbaar verklaard en ongeschikt.
6.
Na een schrijven van 9 augustus 2024 van het agentschap antwoord beklaagde dat zijn
verzekering pas zal langskomen in september 2024. Ze zouden een aantal herstellingswerken hebben
uitgevoerd maar wachten op geld van de verzekering. De verwarming is nog niet aangesloten. De
huurders van de 1st" verdieping zijn er niet meer, sinds augustus zijn ze eruit, hiervoor diende een
gerechtsdeurwaarder tussen te komen. Op zolder woont er iemand, maar deze wil niet vertrekken,
ondanks aangetekend schrijven dat de huur niet zal verlengd worden. Sinds 18 april 2024 staat
beklaagde ingeschreven als bewoner.
7.
Door de stedenbouwkundige diensten werd vastgesteld dat er geen vergunning werd aangevraagd voor
de opsplitsing van het pand in drie woongelegenheden . De datum van opsplitsing is 2001.
BEOORDELING VAN DE STRAFVORDERING
l.
Beklaagden verzoeken de vrijspraak. De verdediging van beklaagde stelt dat zij geen eigenaar
Rolnummer Vijfentwintig5te kamer Vonnisnr I
p.5 Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
van het pand was, en dus niet kan verantwoordel ijk gehouden worden.
De verdediging van beklaagde verzoekt de vrijspraak. Hij stelt dat er door hem geen strafbare
feiten zijn gepleegd. Hij verkreeg de woning, die r eds was opgesplitst via testament. De verdediging
stelt dat gezondheidsproblemen, in het bijzonder psychische problemen heeft. Hij
verkreeg geen inkomsten en woonde in het buitenland, daarenboven was de erfenis nog niet
afgehandeld.
2.
Artikel 5 onder de vorige wetgeving van de Vlaamse Wooncode bepaalde de elementaire vereisten van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit waaraan een voor bewoning ter beschikking gestelde woning
moet voldoen. in de nieuwe wetgeving worden de gebreken aan de woonkwaliteit omschreven onder
art.3.1 VCW (Vlaamse Codex Wonen 2021).
Dit artikel stelt :
§1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de elementaire veiligheids -,
gezondheids -en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse Regering nader bepaald
worden:
1 • de oppervlakte van de woongedeelten , rekening houdend met het type van woning en de
functie van het woongedeelte;
2" de sanitaire voorzieningen, vooral de aanwezigheid van een goed functionerend toilet in of
aansluitend bij de woning en een wasgelegenheid met stromend water, beide aangesloten op
een afvoerkanaal zonder geurhinder;
3" de winddichtheid, de thermische isolatie en de verwarmingsmoge lijkheden, vooraf de
aanwezigheid van voldoende veilige verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een
woonfunctie tot een normale temperatuur te kunnen verwarmen en, indien nodig, te kunnen
koelen tegen redelijke energiekosten of de mogelijkhe id om die middelen op een veilige manier
aan te sluiten;
4° de ventilatie -, verluchtings -en verlichtingsmogelijkheden, waarbij de
verlichtingsmogelijkheid van de woongedeel ten wordt vastgesteld in relatie tot de functie, de
ligging en de vloeroppervlakte ervan, en de ventilatie- en verluchtingsmoge/ijkheid in relatie
tot de functie en de ligging van het woongedeel te en tot de aanwezigheid van kook-,
verwarmlngs- of warmwaterinstallaties die verbrandingsgassen produceren;
s· de aanwezigheid van voldoende en veilige elektrische installaties voor de verlichting van de
, woning en voor het veilige gebruik van elektrische apparaten;
6° de gasinstallaties, waarbij zowel de toestellen als de plaatsing en de aansluiting ervan de
nodige veiligheidsgaranties bieden;
r de stabiliteit en de bouwfysica met betrekking tot de fundering, de daken, de buiten-en
binnenmuren, de droogvloeren en het timmerwerk ;
s• de toegankelijkheid en het respect voor de persoonlijke levenssfeer;
9• de minimale energetische prestaties;
Rolnumme, Vijfentwintigste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
10° de aanwezigheid van drinkbaar water. Vonni5nr /
p.6
Elke woning moet voldoen aan de vereisten van brandveiligheid, met inbegrip van de specifieke
en aanvullende veiligheidsnormen die de Vlaamse Regering vaststelt. Een woning moet
uitgerust zijn met één of meer rookmelders geplaatst op de wijze bepaald door de Vlaamse
Regering of moet beschikken over een branddetectiesysteem dat gekeurd en gecertificeerd is
door een daartoe erkend organisme.
Bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststelling van de
specifieke en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld In het tweede lid, hanteert de Vlaamse
Regering een of meer lijsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende drie
categorieën:
Er wordt in datzelfde artikel drie categorieën van gebreken ingevoerd:
1° gebreken van categorie/: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners
negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners
negatief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid ,
waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie 1/1: ernstige gebreken die mensonwaard ige levensomstandigheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de
bewoners , waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
De omvang van de woning moet minstens beantwoorden aan de woningbezetting. De Vlaamse
Regering stelt de normen voor de vereiste minimale omvang van de woning vast in relatie tot
de gezinssamenstelling .
Vanaf de inwerkingtreding van het Optimalisatiedecreet is aldus een nieuwe metliode van beoordeling
van de woonkwaliteit in voege (invoeging van een nieuw derde lid onder artikel 5 §1 Vlaamse
Wooncode -art. 3.1. Vlaamse Codex Wonen). De Vlaamse regering hanteert lijsten van mogelijke
gebreken die worden onderverdeeld in drie categorieën, volgens de ernst van de gebreken . Met
betrekking tot de technische vaststellingen moet worden verwezen naar het nieuwe
Optimalisatiebesluitvan 24 mei 2019, eveneens opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen en in werking
vanaf 1 januari 2021.
Gevolg voor de strafbaarstelling is dat thans niet meer elk vastgesteld woonkwaliteltsgebrek strafbaar
is, doch de strafbaarheid beperkt wordt tot de gebreken van de categorieën Il en 111.
Immers bepaalt het huidig artikel 20 Vlaamse Wooncode (hetzij art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen) dat
het verhuren, te huur stellen of ter beschikking stellen voor bewoning van een "niet-conformen of
overbewoonde woning strafbaar is.
Wat moet beschouwd worden als een "niet-conforme" woning kan worden afgeleid uit het gewijzigde
artikel 2 §1, 4bis Vlaamse Wooncode (art. 1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen), dat bepaalt dat een
woning conform is als ze geen enkel gebrek vertoont als vermeld in artikel 5 §1, derde lid, 2° en 3° (i.e.
de categorieën Il en 111). Verder wordt onder artikel 2 §1, 12° en 14° Vlaamse Wooncode {art. 1.3 §1,
33° en 35° Vlaamse Codex Wonen) bepaald wat verstaan wordt onder een onbewoonbare en een
ongeschikte woning, nl. respectievelijk een woning met minstens één kenmerk van categorie 111 en een
woning met minstens één kenmerk van categorie ll.
Rolnumme r Vijfentwintigste kamer Vonnisnr I
Nederlandstaliae rechtbank van eerste aanleg Brussel p. 7
De strafrechter is gehouden, conform artikel 2 van het Strafwetboek, de minst zware straf toe te passen
wanneer de strafbaarheid en/of de straf gesteld op een welbepaalde handeling, gewijzigd is op het
ogenblik van de berechting ten opzichte van het ogenblik van de vaststellingen/ het plegen van de
feiten.
In voorliggend geval zijn de straffen dezelfde gebleven, doch zijn de strafbare handelingen beperkter
ten opzichte van het ogenblik waarop de feiten werden gepleegd (wat betreft de periode tot en met
31 december 2020}, in die zin dat enkel de overtredingen van de kwaliteitsnormen die onder te
brengen zijn onder de categorieën Il en III strafbaar zijn.
De incriminatieperiode loopt van 30 maart 2018 tot en met 16 oktober 2024, de nieuwe wet moet
worden toegepast voor de volledige incriminatieperiode voor zover die in rekening wordt genomen.
Aan beklaagden worden aldus verweten om als verhuurder, onderverhuurder of persoon die een
woning ter beschikking stelt, woonentiteiten te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking
gesteld voor bewoning die niet voldeden aan de kwaliteitsvereisten van het artikel 5 van de Wooncode .
De inbreuken waren strafbaar krachtens artikel 20 §1 van de Wooncode, thans onder artikel 3.34 VCW.
De rechtbank stelt op basis van de overwegingen hoger vast dat de decretale omschrijving van de
strafbare handelingen voldoende precies en duidelijk is. Beklaagden weten perfect welke gebreken er
zijn. Beklaagden werden trouwens verhoord over deze gebreken .
3.
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspectie en de bijhorende technische verslagen is
bewezen dat beklaagde n als verhuurder, onderverhuurder of persoon die een woning
ter beschikking stelt, woonentiteiten heeft verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld voor
bewoning in betrokken onroerend goed, die niet voldeden aan de kwaliteitsvereisten van het artikel 5
van de Wooncode .
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspectie, de technische verslagen en de actualisering
van de vaststellingen en van de herstelvordering op basis van het Optimalisatiedecreet en -besluit als
voormeld, is bewezen dat beklaagden in het betrokken onroerend goed een woning ter beschikking
stelden voor bewoning die niet conform en/of overbewoond waren, gelet op de vastgestelde gebreken
van de categorieën Il en 111.
De vaststellingen van de Wooninspecteur hebben een bijzondere bewijswaarde; met name gelden ze
tot bewijs van het tegendeel, daar deze zijn opgesteld door een opsporingsambtenaar aan wie door
een bijzondere strafwet een specifieke opdracht werd verleend met betrekking tot het vaststellen van
misdrijven zoals in de wet omschreven.
Aan het moreel element van het misdrijf bestaande in het verhuren, te huur stellen of voor bewoning
ter beschikking stellen van een niet-conforme woning is voldaan ook wanneer de dader nalatig of
onzorgvuldig is geweest of er sprake is van een omissie.
Beklaagde Topic vertoonde een onmiskenbaar n;:ilatige houding en misprijzen voor de naleving van de
Vlaamse Wooncode, vanaf 1 januari 2021 de Vlaamse Codex Wonen.
Eventuele verklaringen van bewoners dat zij geen klachten hebben kunnen terzake niet dienen als
enige rechtvaardigings- of schulduitsluitingsgrond ten gunste van beklaagde en kunnen allerminst de
objectieve vaststellingen ontkrachten . Ook de lage huurprijs ontslaat de verhuurder niet voor het
verhuren van panden conform de Vlaamse Codex Wonen. Er kan geen sprake zijn van overmacht of
Rol nummer Vijfentwin tig5te kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel Vonnisnr I
p.8
verschoonbaarheid. De adminsitratie had geregeld contacten over een lange periode met beklaagde
Topic en/of zijn raadslieden.
Uit de gegevens van het strafdossier blijkt dat beklaagde
huurinkomsten verder liet storten op d rekening. Beklaagde
goed, maar hij had geen toegang tot de rekening. Beklaagde contacten had met de huurders, en de
is de eigenaar van het onroerend
had de sleutels van het pand.
De tenlastelegging is bewezen ten opzichte van beide beklaagden.
STRAFTOEMETING
1.
Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank onder andere rekening met de ernst van de fei1en, de
maatschappelijke impact van de feiten, het strafrechtelijk verleden van de beklaagden, evenals met de
context waarin de feiten werden gepleegd.
De straf moet ertoe leiden dat beklaagden tot betere inzichten zouden komen, en moet een afschrik
wekkend effect hebben ten opzichte van andere potentiële daders.
2.
De feiten zijn ernstig. Het ter beschikking stellen van onaangepaste en/of onbewoonbare woningen
kan leiden tot ziekte en ongevallen, en brengt dus de veiligheid en gezondheid van de bewoners in
gevaar.
De rechtbank houdt bij haar beoordeling rekening met de aangevoerde omstandigheden dat de be
klaagden zelf niet verantwoordelijk zijn voor de oorspronkelijke opsplitsing van de woning in drie af
zonderlijke wooneenheden. Ook hebben zij de panden aanvankelijk niet zelf te huur aangeboden .
De situatie ontstond naar aanleiding van een erfenis, waarbij het beheer van het onroerend goed ge
durende enige tijd stagneerde. Die stilstand was het gevolg van uiteenlopende omstandigheden die
niet allemaal aan de beklaagden zelf kunnen worden toegeschreven.
Beklaagde bevond zich aanvankelijk in een positie waarin hij weinig mogelijkheden had om in
te grijpen. Hij ontving de sleutels pas op een later moment en heeft vervolgens geprobeerd de huur
ders uit het pand te zetten. Hiervoor moest hij uiteindelijk een gerechtelijke procedure opstarten en
een deurwaarder inschakelen. Bovendien moet worden meegewogen dat beklaagde kampt
met psychische gezondhe idsproblemen, die mede hebben bijgedragen aan de vertraging bij de afwik
keling van de erfeniskwestie.
Beklaagde bevond 2ich in een bijzonder moeilijke positie: zij was geen eigenaar van het onroe-
rend goed en had geen aanspraak op de huuropbrengsten. Haar broer, de eigenaar, was langdurig
afwezig, waardoor zij noodgedwongen en naar best vermogen toezicht hield op het pand en trachtte
te zorgen voor het beheer ervan in diens afwezighe id, uit de gesprekken met de huurders blijkt dat zij
de tussenpersoon was. Zij was wel degelijk mededader en tevens op de hoogte van de gebreken van
het pand.
De rechtbank neemt verder in overweging dat beklaagde een blanco strafregister heeft. Be-
klaagde werd niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Rol nummer Vijfentwintigste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel Vonnis,, /
p.9
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de gunst van de opschorting van de uitspraak moet
worden toegekend. Hiermee wordt recht gedaan aan zowel de repressieve als de preventieve doel
einden van het strafrecht. zonder de bijzondere omstandigheden van deze zaak uit het oog te verlie
zen.
3.
Het openbaar ministerie vordert schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoor
deel dat uit het misdrijf werd bekomen, overeenkomstig art. 42, 3° en 43 bis Strafwetboek begroot op
60.000 euro, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen.
Beklaagde is eigenaar van het onroerend goed en de inkomsten komen hem toe. Hij was in 2022
wel degelijk op de hoogte van de staat van het pand, gelet op de veelvuldige controles en contacten
met het agentschap. De huur bleef doorgaan tot 2024.
Het staat vast op basis van de elementen van het strafonderzoek dat de gebreken sinds enkele jaren
aanwezig zijn.
Teneinde geen onredelijke straf uit te maken beperkt de rechtbank de verbeurdverklaring tot 10.000
EUR.
WAT BETREFT DE HERSTELVORDE RING
1.
De herstelvordering strekt ertoe de overtrede r te bevelen:
ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
V.C.R.O.,
ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen.
De herstelvordering is gesteund op bewezen verklaarde misdrijven en is ontvankelijk .
2.
Overeenkomstig het nieuwe artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen kan de rechtbank naast de straf de
overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de
aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewoning te beëindigen.
De herstelvordering dient gesteund te zijn op de bewezen misdrijven en is dan ook beperkt tot het
herstel naar een conforme toestand, i.e. een toestand waarbij er geen gebreken meer zijn die
ressorteren onder de categorieën Il en 111 (cfr. art. 1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen}.
3.
Wegens de strafrechtelijke schuldigverk laring van beklaagden Is zij gehouden tol maatschappelijk
herstel.
4.
De herstelmaatrege l erin bestaande dat de woningen opnieuw in een conforme staat worden gebracht
en daartoe de nodige herstellingswerken worden uitgevoerd, kan in voorliggend geval niet worden
opgelegd, nu de indeling van het gebouw gebeurde zonder voorafgaandelijke stedenbouwk undige
Rol nummer V11fentw1nt1gste kamer Vonrnsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 10
vergunning, en er dus sprake 1s van een illegale opdeling m afzonderlijke woonent1te1ten; tevens 1s er
sprake van een bestemmingsw1jz1ging. Ook het ingeschreven Zijn van verschillende personen of
gezinnen op het adres Zijn md1cat1es van het de facto opsplitsen van een gebouw m meerdere
woonen t1te1ten waarvoor een stedenbouwkund ige vergu nnmg vereist 1s Niet enkel fysieke ingrepen
z11n vereist om te kunnen spreken van een illegale opdeling van een gebouw
Deze stedenbouwkundige m1sdn1ven werden vastgesteld bij PV ; sedertdien heeft geen regulansat1e
van de illegale toestand plaatsgevonden en moet op heden nog steeds vastgesteld worden dat er geen
stedenbouwkundige vergunning voorhanden 1s voor de opsplitsing van het gebouw, noch voor de
bestem m1 ngsw1jz ig1 ng
Het opleggen 1n het kader van een herstelmaatregel van verbouwmgs -en renovatiewe rken om de
woning opnieuw rechtsgeld ig te kunnen verhuren of voor bewoning ter beschikking te stellen, zou dan
ook beklaagden ertoe aanzetten een stedenbouwku ndige inbreuk of een stedenbouwkundig m1sdn1f
te plegen, 111 stand te houden of voort te zetten Het spreekt vanzelf dat een he~telvordenng rnet tot
het plegen van nieuwe inbreuken dan wel het instandhouden van een illegale toestand mag leiden
De enige mogelijke maatregel die de rechtbank kan opleggen bestaat enn het pand een nieuwe
bestemming te geven die 111 overeenstemming 1s met de vergunde stedenbouwkundige toestand, d.w.z.
conform de bepalingen van de VCRO, dan wel het pand te slopen, tenzij dit verboden 1s op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen
5
Wegens de strafrechteliJke schuldigve rklaring van beklaagden 1s ZIJ gehouden tot maatscha ppel11k
herstel.
6.
De herstelvordenng 1s nog steeds actueel, gelet op de vaststellingen in het strafdossier meer rn het
biJzonder werd vastgesteld dat het gebouw gebreken van categorie Il en 111 vertoonde .
Als hersteltermijn wordt door de Woornnspecteur 10 maanden vooropgesteld onder verbeurte van een
dwangsom van 150 EUR per dag vertraging in de u1tvoenng van de herstelmaatregel
Een hersteltermi jn van 12 maanden stemt 111 de gegeven omstandigheden overeen met een redehjke
tijd die nodig 1s om de herstelmaatregel te realiseren
Gelet op de ernst van de inbreuken en het st1lz1tten van beklaagde, dient de u1tvoermg van de bevolen
herstelmaatregel gekoppeld te worden aan een dwangsom als hierna bepaald, en dient het bevolen
herstel uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard.
Krachtens artikelen 3 47 en 3 48 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20 bis §7 en 8 Vlaamse
Wooncode) dient eveneens te worden voorzien 111 de ambtshalve u1tvoer111g door de Woornnspe cteur
en het College van Burgemeester en Schepene n van , voor het geval 111et
vn1wllhg tot uitvoering wordt overgegaan, en dient het College van Burgemees ter en Schepene n van
en/of de wooninspecteur gemachtigd te worden om de kosten van de
herhuisvesting van de huurders te verhalen op de veroordeelde .
Rolnummer V11fentwint1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 11
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de m1sdnJven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik m gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 Juni 1935;
art 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43b1s, 50, 66, 100 strafwetboek;
art. 1, 3, 5 en 6 van de wet van 29 Juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,
art. 3 en 84 van de Hypotheekwet,
art. 4 V.T.Sv
alsook de wetsbepalingen aangehaald m de mle1dende akte en m het vonnis
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
Op strafgebied
Ten aanzien van
bewezen. Verklaart de tenlastelegging lastens
Gelast ten voordele van de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling
met een proeftiJd van 3 jaar.
Veroordeel t tot betaling van:
-een b1Jdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehJnsb1Jstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
-de gerechtskosten, ten belope van 697,97 EUR.
Ten aanzien van .L
Verklaart de tenlastelegging lastens bewezen
Gelast ten voordele van Topic Igor de gewone opschortin g van de uitspraak van de veroordeling met
een proeftijd van 3 jaar.
Verklaart verbeurd m hoofde van beklaagde het bedrag van 10.000 EUR
Veroordeelt tot betaling van.
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotmgsfonds voor Juridische tweedelijnsbi jstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten m strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
Rol nummer V1Jfentw1nt1gste kamer Vonn1snr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 12
-de gerechtskosten, ten belope van 697,97 EUR
Wat betreft de herstelvordenng:
Verklaart de herstelvordering van de Woonmspecteur van het Vlaamse Gewest ontvankel!Jk,
Veroordeelt de beklaagdE
-oppervlakte 0la 26ca tot het herstel van het onroerend goed op het perceel gelegen te
, kadastraal gekend als
ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
V.C.R.O,
ofwel het pand te slopen, tenz11 de sloop verboden ,s op grond van wettelijke , decretale of
reglementa ire bepalingen
Zegt dat het herstel dient te worden gerespecteerd binnen een term1Jn van TWAALF maanden na be
tekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van€ 150,00 per dag waarop het verbod wordt
overtreden (respect1evehJk' per dag vertraging in de uitvoering van de herbestemming of sloop), met
een maximum aan te verbeuren dwangsommen van€ 200.000,00
Zegt dat -voor zover de beklaagde 1n gebreke bliJven na afloop van de genoemd e term1Jn, de h-erstel
werken uit te voeren, de woonmspecteu r en het college van burgemeester en schepenen van de
gemachtigd worden deze werken uit te voeren op kosten van de beklaagde.
Zegt dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van de
kosten van herhu1svestmg van de bewoners van de betrokken kamers kunnen verhalen op de be
klaagde.
Verklaart deze beslissingen uitvoerbaar b1J voorraad
Publicatie
Beveelt dat hu1d1g vonnis op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld zal worden op de
w1Jze bepaald in de Vlaamse Codex Wonen en de Hypotheekwet, op kosten van de beklaagde
Op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerl1Jke belangen aan.
Rolnummer Vijfentwintigste kamer Vonnlsnr
Nederlandstalige red1tbank van eerste aanleg Brussel
Dit vonnis is gewezen en uitgespro ken in openbare zitting op 4 september 2025 door de
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, kamer 25N:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier I
p.13