ARR:WI 21.TU004
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2025-06-30
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Gerechtelijk Wetboek, Sw., burgerlijk wetboek, gw
Volledige tekst
Rol nummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnisnr I
p.2 ··--···--·----~-·------------------------------
In de zaak van het openbaar ministerie en
BURGERLI Jl<E PARTIJEN :
1.
wonende te ZAAKI
en dit zowel in eigen naam als in hoedanigheid van wettelijk beheerder over de goederen en
de persoon van de minderjarige kinderen , geboren evenals
tegen: geboren
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
loco Meester advocaat te
2.
wonende te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
loco Meester ~ advocaat te
3.
geboren
wonende te
burgerlijke partij, bijgestaan door Meester
BEKLAAGDE:
,RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde , bijgestaan door Meester
TENLASTELEGGING(EN) ·, advocaat te
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; , advocaat te
, advocaat te
, advocaat te
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt ;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
Rolnummer AC1 kamer Vonrnsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdelmg Antwerpen p 3
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, m1sdad1ge kuiperiJen of
arghstIgheden, de misdaad of het wanbednJf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
b1Jeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedee ld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld
1 In het onroerend goed gelegen te , gekadastreerd als
, eigendom van ) ingevolge akte
dd. 17 me, 2022 van notaris te
2. In het onroerend goed gelegen te gekadastreerd als
, voor de geheelheid volle eigendom van de huwgemeenschap
aangkocht b1J akte dd.12-01-1987
3 In het onroereno goed gelegen te . gekadastreerd als
voor de geheelhe1d volle eigendom van
ingevolge akte van afstand dd. 28-11-1984 van notaris
4 In het onroerend goed gelegen te ., gekadastreerd als
voor de geheelheid volle eigendom van de huwgemeenschap
) aangekocht b1J akte dd. 12-01-1989
van notaris
5. In het onroerend goed gelegen te gekadastreerd als
, volle eigendom, leder voor de helft van
openbaar aangekocht op 27-06-2007,
vervullende opschortende voorwaarde op 02-08-2007, ingevolge akte notaris te
6. In het onroerend goed gelegen te ., gekadastreerd als
voor de geheelheld volle eigendom van
) ingevolge aankoopakte dd. 3-11-2004 van notaris te
7. In het onroerend goed gelegen te gekadastree rd als
, voor de geheelheid volle eigendom var
) aangekocht b1J akte dd. 19-07-2022 van notaris
te
8. In het onroerend goed gelegen te , gekadastreerd als
voor de geheelhe1d volle eigendom van
) aangekocht b1J akte dd 19-07-2022 van notaris te
9 In het onroerend goed gelegen te , gekadastreerd als
, volle eigendom, ieder voor de helft, van
) ingevolge aankooakte dd. 31-07-2006 van notaris te
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoon de woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3 36, 1 • Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Rol nummer ACl Kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eerste aanleg Amwerpen, afdeling Antwerpen p. 4 -__ ,.____... _______________________________ _
1.te in de periode van 9 februari 2020 tot en met 9 februari 2021
ten nadele van
namelijk de éénge2inswoning
hebhen die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te
in de periode van 1 september 2020 tot en met 21 lanuari 2021
ten nadele van
namelijk de éénge2inswoning
hebben die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te
3 g;_ in de periode van 1 maart 2020 tot en met 8 februari 2021
ten nadele van ',
namelijk de ééngezinswoning
hebben die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te
in de periode van 17 december 2021 tot en met 17 maart 2022
namelijk de ééngezinswoning
hebben aan die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te
in ruil voor het uitvoeren van herstellingswerken
in de periode van 28 oktober 2022 tot en met 28 april 2023
ten nadele van
namelijk de ééngezinswoning
hebben die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te
in de periode van 21 januari 2020 tot en met 21 januari 2021
ten nadele van
namelijk woonst van het hogergenoemde pand dat niet voldeed aan de minimale
kwaliteitsvereisten verhuurd te hebben
in de periode van 21 januari 2020 tot en met 20 mei 2021
ten nadele van
namelijk woonst van de woning die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten
verhuurd te hebben aan 420 euro per maand
In de periode van 1 maart 2020 tot en met 21 januari 2021
ten nadele var
Rolnummer AC1 kamer Vonmsnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 5
namehJk woonst van de woning die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten
verhuurd te hebben
in de periode van 1 april 2021 tot en met 20 mei 2021
ten nadele van
woonst
hebben van de woning die niet voldeed aan de minimale kwahte1tsvere1sten verhuurd te
in de periode van 21 januari 2020 tot en met 211anuan 2021
ten nadele van
de ééngezmswoning die niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten verhuurd te hebben
in de periode van 19 oktober 2020 tot en met 19 oktober 2021
ten nadele van , ten nadele var
, ten nadele van
, ten nadele van
de wonmg ingedeeld In woonst en die niet voldeden aan de minimale kwahte1tsvere 1sten
verhuurd te hebben
m de periode van 17 maart 2021 tot en met 17 maart 2022
kamer~ van het pand
te hebben aan die niet voldeden aan de mmtmale kwaliteitsvereisten verhuurd
1
kamer
aan m de periode van 17 september 2021 tot en met 17 maart 2022
van het pand die niet voldeed aan de mm1male kwahte1tsvere1sten verhuurd te hebben
14 te In de periode van 19 oktober 2020 tot en met 19 oktober 2021
ten nadele van , ten nadele van twee niet nader
ge1dentlf1ceerde personen
de wonmg die niet voldeed aan de mm1male kwahteitsvere lsten verhuurd te hebben
in de periode van 15 november 2020 tot en met 19 oktober 2021
ten nadele van , geboren
woonst van het pand die niet voldeed aan de minimale kwahteltsvereisten verhuurd te
hebben
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 6
-·---~----------------------------
Verbeurdverklaring -vermogensvoordelen
Beklaagde tevens gedagvaard om te horen veroordelen tot de verbeurverklarmg van de
vermogen svoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen; in de plaats Zijn gesteld of
inkomsten vormen uit belegde voordelen (artt 42, 3° en 43b1s Sw.), conform de schrlfteliJke vordering
in het strafdossier
EN INZAKE:
de WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te
eiser In herstel, vertegenwoordigd door Meester
En in de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDE:
geboren
van Belgische nat1onal&te 1t
ingeschreven te ZAAK Il
,RRN
beklaagde, bijgestaan door Meester
TENLASTELEGGING {EN) , advocaat te
.)
1, advocaat te
Als dader of mededader In de zm van artikel 66 van het strafwetboek,
door de misdaad of het wanbedriJf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt ,
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedriJf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben wtgelokt door woorden 1n openbare
btJeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld .
Rolnumrner ACl kamer
rcchtban~ van eer$le oonles /\ntwerpen, ofdtling Antwerpen Vcnntsnr I
p.7
Met betrekking tot het onroerend goed gelegen te , kadastraal gekend als
eigendom van de huwgemeenschap
) ingevolge notariële akte dd. 19
september 2022 van notaris
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbe~10onde woning met verzwarende omstandig heden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bev,oning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
in de periode van 1 septembe r 2024 tot en met 24 september 2024
ten nadele van ten nadele van
, ten nadele van
door de hoger vernoemde woning gelegen aan die niet voldeed aan
de minimale wonlngkwallteitsverelsten verhuurd te hebben
verbeurdverklaring-vermogensvoo rdelen
Beklaagde tevens gedagvaard om te horen veroordelen tot verbeurverk laring van de
vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, in de plaats zijn gesteld of
inkomsten vormen uit belegde voordelen (art. 42, 3° en 43bis Sw.), namelijk een geldsom ten bedrage
van 350,00 euro, conform de schriftelijke vordering in het strafdossier.
EN INZAKE:
de WOONINSPECTEURVAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te
eiser in herstel, vertegenwoordigd door Meester , advocaat te
PROCEDURE
Gezien het bewijs van overschrijvina van de dagvaarding van beklaagdE! in 2aa~ op het ~antoor
Rechtszekerheid dd. 22 oktober 2024 ref: en van de dagvaarding
van beklaagde in zaak op het kantoor Rechtszeke rheid dd. 3 december 2024 ref:
1,
De behandeling en de debaUen van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtsplegingverliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
beoordeling
procedure
a. ACl kamer
Met het oog op een goede rechtsbedeling worden de zaken
(zaak Il} samengevoegd.
op strafgebied
feiten
b. Vonnisnr /
p.8
(zaak I} en
(beklaagde, verder
september 2024 tien onroerende goederen in
in eigendom had, namelijk: ) beheerde in een periode van januari 2020 tot
~ waarvan hij sommige (deels)
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10. een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te
een huis te )
1)
!}
verhuurde deze panden als eengezinswoning en woningen in de panden
met het oog op bewoning, hoewel ze niet voldeden aan de geldende
veiligheids-, gezondhe ids-en woningkwaliteitsnormen. In het bijzonder werden veel problemen
vastgesteld betreffende de elektriciteitsvoorziening, vocht en gebrekkig geïnstalleerde kachels -met
een gevaar voor CO-intoxicatie tot gevolg.
c.
De verschillende woningen vertoonden ernstige gebreken en ook nadat gebreken waren vastgesteld
verhuurde hij woningen opnieuw (pand en woning in het pand
bewijs, kwalificatie en toerekening
d.
Op 21 januari 2021 voerde de wooninspectie een controle uit van het pand :, naar
aanleiding van een melding door de controleur van . Deze stond een huurder
bij die uit het pand verhuisde en bij wie in de nieuwe woning een verhoogde CO-waarde was
vastgesteld. Bij een meting in het pand bleek dat daar evenzeer aan de orde.
Het pand betreft een eengezinswon ing en werd bewoond door
(burgerlijke partij, verder: ) en haar kinderen
(burgerlijke partijen, verder: ). De elektricite itsvoorziening was
gebrekkig, de gastoevoer was verzegeld en aan de ramen op de eerste verdieping ontbrak de nodige
borstwering. Er waren verder onder meer ook vochtprob lemen. In totaal werden volgende gebreken
Rolnunmer ACl kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eersle aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 9
vastgeste Id·
categorie 1 categorie Il categorie 111
4 12 3
e
werd verhoord en verwees naar diverse problemen in het pand . In 2019
was er een gaslek, wat door zelf werd aangepakt. Smdsdren durfd'e ze geen gas meer te
gebrniken en verwarmde ze elektrisch. Tevens was er veel structurele waterschade. Ze was er niet
tevreden over hoe de problemen aanpakte en mocht frnaal verhuizen naar een ander pand
van hem -waarop ze biJ het nemen van een douche in het pand waar ze naar zou verhuizen het
bewustzrin verloor omwrlle van een CO-verg1ftrgmg
f
was -samen met z1Jn echtgenote en kinderen -negatief gekend b11 de woonrnspectre naar
aanleiding van eerdere vaststellingen inzake het beheer van hun vastgoedpatrimonium , onder meer in
2011 en 2016 Omwille van de vaststellingen in de werd vervolgens verder nazicht
gedaan naar de naleving van de ve1llghe1ds-, gezondheids- en woningkwallteitsnormen in de andere
panden rn het patrimonium In de portefeuille var
g.
Het pand werd op 21 Januari 2021 onderiocht door de woonrnspectie. Het betreft een
eengezinswon ing in gesloten bebouwing, bewoond door één persoon. De elektnc1teitsvoor21enmg was
gebrekkig en ook de gasvoorziening vertoonde tekortkominge n met een gevaar voor CO-intox1cat1e
Samen leverden de versch,llende gebreken het volgende op:
categorie 1 categorie Il categorie lil
6 5 2
woonde er alleen en was tevreden over de wonrng
h.
Het pand werd op 21 Januari 2021 onderzocht door de woonmspect1e . Er werden
vaststelhngen verricht met betrekking tot dne bewoonde woningen in het pand.
Het gebouw en de ind1v1duele woningen vertoonden ernstige gebreken, onder meer in2ake
vochtschade, een gebrekkige elektric1teitsvoorziening, risico op CO-intoxicatie en het ontbreken van
rookdetectors . In totaal werden volgende gebreken vastgesteld:
pand categorie 1 categorie Il categorie 111 -woning 15 10 3
woning 11 9 3
woning 10 11 4
De bewoners klaagden erover dat de problemen in de panden niet aanpakte . De bewoner
van woning herbezette zelf zijn badkame r omwille van de vochtprob lemen en de schimmel,
voorzag enkel de materialen.
De opdeling van het pand in vier woningen (betreffende één woongelegenheid werd
geen bewoning vastgesteld) was gebeurd zonder vergunnrng
Rol nummer ACl kamer Vonn1snr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, aldelmg Antwerpen p 10
-------------------------------------
1
In het kader van een beroep dat door was ingesteld tegen het besluit van de burgemeester
tot ongeschikt- en onbewoonbaarheid van het pand vond op 20 me, 2021 een nieuw
ondenoek door de woon inspectie plaats.
In woning woonde nog steeds dezelfde bewoner en in woning was zelfs een nieuwe huurder
ingetrokken , . Zij had op 23 februari 2021 een huurcontract afgesloten
en woonde er sinds 1 april 2021 Het gebouw en de bewoonde woningen vertoonden nog steeds
ernstige gebreken, samen te vatten als volgt.
pand -'------categorie 1 categorie Il categorie 111
woning 10 4 3
woning 12 5 2
J.
Het pand werd op 8 februari 2021 onderzocht door de woonmspect Ie Het betrof een
eengezinswoning met diverse gebreken, onder meer wat betreft de elektnciteits- en gasvoorziening.
Het volgende aantal gebreken werd vastgesteld:
categorie 1 categorie Il categorie 111
1 0 2
Op 8 februari 2021 woonde m de woning. Bij de latere controles op 17 maart
2022 en 28 apnl 2023 woonden respectieveh1k en
(burgerlijke partiJ, verder. ) met haar vier kinderen en de woning, hoewel niet aan de
gebreken was verholpen Integendee l, op 28 april 2023 werden 5 gebreken van categorie I vastgesteld,
1 van categorie Il en 3 van categorie 111. Op 2 maart 2023 diende de brandweer bovendien tussen te
komen omdat de door geplaatste pellet-kachel brand had gevat met veel rook m de woning
tot gevolg. Op 14 maart 2023 diende de brandweer opnieuw tussen te komen omdat er een CO
indicatie was door het gebruik van een andere tweedehands kachel door
woonde er ook nog op 4 september 2023 (toen een bijkomende controle werd uitgevoerd) en
lichtte m haar verhoor toe dat 2aken zoals een vochtprobleem niet oploste maar verstopte
achter houten bezetting, alsook dat h1J geen mjecteringswerken had uitgevoerd zoals beweerd. Ze
betaalde sinds maart 2023 geen huur meer en was door voor de vrederechter gedaagd.
k.
Het pand werd op 9 februari 2021 gecontroleerd door de woonlnspectie, nadat b1J een
vooronderzoek in november 2020 door een controleur van reeds problemen
aan het licht waren gekomen De woning vertoonde veel vochtschade, kon niet goed verlucht worden,
een dak in slechte staat en het had een gebrekkige elektnc1te1ts -en gasinstallatie. Samengevat werden
de volgende gebreken opgetekend.
categorie 1 categorie Il categorie 111
10 9 2
De bewoner werd verhoord en gaf aan in het pand te wonen sinds februari 2020 en stelde geen
problemen te hebben met
1.
Rol nummer ACl kamer Vonmsnr I
rechtbank van ee1sle aanlefl Antwerpen, aldellng Antwe1pen p 11
Op 19 oktober 2021 voerde de woonmspectre een onderzoek uit in het pand na een
vooronderzoek door de controleur •tan op 14 Juh 2021, waarb1J gebreken waren
vastgesteld.
BIJ het onderzoek (met v1s1tat1emacht1grng) bleek een wonrng op de eerste
verdieping te bewonen (woning . In deze woning was er onder meer een gevaar op CO-rntox1catre
omwille van de gebrekkige gasrnstallat1e Samengevat werden volgende gebreken vastgeste ld:
categorie 1 categorie Il categorie 111
pand 2 1 1
maakte gewag van verschille nde problemen, onder meer dat de woning moe1hJk te verwarmen
was. Tevens was moe1hJk bereikbaar.
m.
Het pand was onvergund opgedeeld rn drie wooneenheden , waarvoor reeds in 2016
vaststellingen waren gedaan
n
De woonrnspect1e probeerde op 5 Januari 2021 een controle uit te voeren m het pand
omdat dit pand b1J de woonmspect1e gekend was omwille van vaststellingen m 2011 Deze controle
werd door de bewoner geweigerd met verwijzing naar Op 19 oktober 2021 werd alsnog een
controle uitgevoerd op basis van een v1S1tat1emachtiging.
bleek in een woning op het gelijkvloers te wonen, verder waren er m het pand
nog kamers die voor prost1tut1e gebruikt werden. De woning kende ernstige gebreken door een
gebrekkige elektriciteitsvoorziening, een gebrekkige verwarming met risico op CO-intox1cat1e en
vochtschade Samengevat werden volgende gebreken vastgeste ld.
categorie 1 categorie Il categorie 111
10 6 4
0.
verklaarde 900 euro per maand huur te betalen aan en twee maand huurachterstal te
hebben verhuurde ook de kamers op de verdieping voor 40 euro per dag aan 'meisjes'
(waarmee verwezen werd naar prost1tuées). HIJ deed dit al zes Jaar, elke week waren het andere
vrouwen en was op de hoogte, want hij kreeg een deel van de opbrengst. In een tweede
verklaring gaf aan dat grotere bedragen vroeg voor de kamers waarin prost1tut1e werd
uitgevoerd betwist de verklaring van en stelt niet op de hoogte te ziJn van prost1tut1e
in een pand dat door hem beheerd werd. Dit maakt niet uitdrukkelijk het voorwerp uit van de
strafvervolging.
In een do01
en dat ingevulde vragenliJst hield h1J voor dat er een renovat1ehuur was afgesloten met
kamers verhuurde zonder 2iJn toestemm ing.
Er was geen vergunning voor het opdelen van het pand in kamers.
De huurovereenkom st met
("woning met garage en tuin"), (en twee mede-huurders) had betrekking op het volledige pand
was de verhuurder .
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 12
• ------~~------------------------------
p
De woonmspect ie voerde op 19 oktober 2021 een controle uit m het pand met een
v1s1tatiemacht1ging. Het pand bleek opgedeeld te zijn in een woning op het gellJkvloers (woning
en een woning op de eerste verdieping (woning , zonder vergunning.
Het gebouw vertoonde stabiliteitsproblemen en een gebrekkige e!ektriciteitsvoor2ienmg . De woningen
hadden tevens onder meer een gevaarlijke gasmstallat ie die een gevaar voor CO-intoxicatie opleverde.
In totaal werden volgende gebreken vastgesteld ·
pand categorie 1 categone Il categorie 111
woning 10 13 4
wonmg 7 11 3
Huurster gaf b1J verhoor aan dat 2e met haar vier kinderen, haar partner,
schoondochter en twee kleinkinderen in woning woonde Haar schoonouders woonden In woning
betaalde 1 000 euro per maand voor het volledige pand Wanneer ze problemen
meldden aan bracht hij wel mate naai, maar de huurders moesten de problemen voornamehJk
zelf oplossen.
q.
Op 17 maart 2022 voerde de woonmspe ctie samen met de lokale politie een controle uit (met
v1s1tatlemacht1g1ng) in een huts dat achteraan het perceel van stond, aa ngedu1d als het
pand Het pand was niet vergund als woning (een vergunning was geweigerd in 2016)
en was in het vergunningsregister enkel opgenomen als biJgebouw
Het pand bleek opgedeeld te ztJn m dne kamers en er waren ernstige mbreuken op de ve11ighe1ds-,
gezondheids- en wonmgkwalite itsnormen, in het b11zonder wat betreft de elektriciteit en de
gasinstallatie -met een gevaar op CO-mtox1catie tot gevolg. In totaal werden volgende gebreken
vastgesteld
pand -categorie 1 categorie Il categorie 111
kamer 7 6 9
kamer 9 s 10
kamer 10 7 9
De bewoner van kamer werd aangetroffen, maar ook de twee andere kamers waren bewoond
volgens de verklaring van de man m kwestie en de feitelijke vaststellingen . Volgens de huurder van
kamer , betaalde een andere bewoner, , namens
zichzelf en de andere bewoners maandelijks 600 euro huur.
r.
De woonlnspect Ie voerde op 24 september 2024 een controle uit van het pand na
een meldmg via het regionaal meldpunt woningkwaliteit en een vooronderzoek door de controleur van
de . Verschillende problemen werden vastgesteld, waaronder vochtproblemen,
een gebrek aan verluchting voor een houtkache l en een gebrekkige elektric1te1tsvoorzlenmg. Het
volgende aantal gebreken werd vastgesteld:
categorie 1 categorie Il categorie 111
2 1 1
Het pand werd bewoond door een Jong koppel met een baby Ze hadden fmanc1ele problemen en
Rol nummer ACl kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 13 .. -. ~ ~ ·--------------------------------
hadden bij aanvang van de huur met afgesproken herstellingswerken uit te voeren.
s.
Op basis van de aangehaalde vaststellingen waren de woningen geviseerd door de dagvaardingen In
zaak I en zaak Il ongeschikt en onbewoonbaar , maar werden ze niettemin met het oog op bewoning
verhuurd door én werden ze effectief bewoond .
Rekening houdende met het grote aantal feiten en de lange periode gedurende dewelke
woningen verhuurde die niet voldeden aan de veiligheids-, gezondheids- en woningkwalitei tsnorrnen,
staat vast dat van de activiteit een gewoonte maakte en de verzwarende omstandigheid van
artikel 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen aldus toepassing vindt.
t.
De feiten worden bij de behandeling ten gronde niet betwist en zijn bewezen. De feiten werden in de
dagvaardingen correct gekwalificeerd wat het tijdsvak vanaf 1 januari 2021 betreft. Wat de feiten voor
1 januari 2021 betreft -het eerste deel van de feiten onder de tenlasteleggingen A.l, A.2, A.3, A.6, A. 7,
A.8, A.10, A.11, A.14 en A.15 -worden de feiten gekwalificeerd als volgt:
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking
stelt, een woning of een specifieke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet
van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen,
vastgesteld met toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of vla
tussenpersoon, te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op
bewoning,
(art. 2 § 1, 31 °, en 20 § 1 lid 1 en Jid 3, 1 • Decreet 15 Juli 1!397 houdende de Vlaamse Wooncode
-feiten strafbaar gebleven na opheffing door de invoering van de Vlaamse Codex Wonen van
2021 gelet op artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen)
De partijen werden van deze mogelijke herkwalificatie op de hoogte gebracht en waren in de
mogelijkhe id hier standpunt over in te nemen. Door deze herkwalificatie wordt het voorwerp van de
tenlasteleggingen niet gewijzigd.
Deze feiten worden toegerekend.
straf en strafmaat
u.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en dient als signaal, zowel
naar de beklaagde toe als naar de maatschappij in haar geheel. De bestraffing beoogt het herstel van
de door het misdrijf aangebrach te maatschappelijke schade. De bestraffing dient ook om de
maatschappij te beschermen . Tegelijk wordt de maatschappelijke reactie ten aanzien van de dader naar
aanleiding van het misdrijf met de bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de dader ertoe
gebracht herhaling te vermijden .
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de dader.
De bewezen feiten werden met eenzelfde strafbaar opzet gepleegd, zodat één hoofdstraf met
bijkomende straffen wordt opgelegd en de mogelijke straf bepaald wordt door het feit waarvoor de
wet de stre gste straf voorschrijft .
Rol nummer ACl kamer Vonnlsnr I
recht bonk v.in eerste a.inlcg Antwerpen, afdellns Antwerpen p. 14
.. -·--~···-------------------------------
V.
De feiten zijn ontoelaatbaar. Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico in voor de
veiligheid en de ge2ondheid van de bewoners. Het is ook nefast voor hun welzijn. Het getuigt van een
gebrek aan respect voor de levenskwaliteit van de bewoners. Het nalaten de noodzakelijke
investeringen te doen leidt bovendien tot een kostenbesparing en aldus tot een onrechtmatig
economisch voordeel.
Slechts voor een beperkt deel van de woningen werd een huurprijs gevraagd die duidelijk lager was
dan de gemiddelde huurprijs in de omgeving. Voor het merendeel van de woningen werd een
substantiële huurprijs gevraagd, maar stelde daar nauwelijks Inspanningen tegenover om een
werkelljk huurgenot te verschaffen en een veilige en gezonde woonomgeving in ruil te bieden.
W.
pleegde de feiten wetens en willens en uit de feitelijke vaststellingen blijkt dat hij bewust
trachtte de controlerende instanties te misleiden. Zo werd door huurders aangegeven dat hen
had gevraagd geen controleurs binnen te laten, bereidde hij controles voor door onder meer klasse 1-
etektrische apparaten in functie van de controle te laten verplaatsen naar geaarde stopcontacten en
verdoezelde hij vochtproblemen met verf en/of houten panelen, eerder dan ze aan te pakken (zie
onder meer de verklaring van van 11 mei 2023 en de vaststellingen bij het pand
op 5 januari 2021).
X.
toonde zich opmerkelijk hardleers. Hij was bij de specifieke diensten reeds negatief gekend
voor vaststellingen Inzake Inbreuken op de normen Inzake veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit
bij het verhuren van woningen. Bovendien werd In de loop van het vooronderzoek vastgesteld dat
niet alleen woningen verder verhuurde -en aldus vooraleer zou zijn komen vast te staan dat
de minimumnormen ondertussen gehaald waren -maar hij sloot zelfs nieuwe contracten af om
onbewoonbare woningen te verhuren met het oog op bewoning (zie In het bijzonder de feiten van
tenlasteleggingen A.4, A.5 en A.9 van dossier i).
Daarnaast valt de omvang van de feiten op. Bij maar liefst tien panden die door voor bewoning
werden verhuurd -deels zelfs verder opgedeeld -werden inbreuken vastgesteld inzake veiligheids-,
gezondheids- en woningkwa liteitsnormen. Bij meerdere panden werden vele gebreken vastgeste Id en
uit de incidenten die werden beschreven blijkt dat er een daadwerkel ijk gevaar was: bij
werden verhoogde CO-waarden gemeten en bij diende de brandweer twee maal op te draven
met betrekking tot de slechte werking van door geïnstalleerde kachels.
Naar de omvang staat dan ook vast dat op een aanzienlijke schaal woningen verhuurde.
Verder is de ernst van de feiten groot omwille van de ernst van de gebreken en de gevolgen voor de
bewoners en de houding van bij het herhaaldelijk plegen van gelijkaardige feiten.
y.
stelt dat er "een manifeste aanfluiting van de vereisten inzake behandeling binnen een
redelijke termijn" zou zijn, waarbij de redelijke termijn werd overschreden louter door de handelswij2e
van de gerechtelijke autoriteiten . Hij verwijst hierbij naar artikel 6 EVRM en artikel 21ter VTSv.
(waarmee wordt bedoeld: artikel 27 VTSv.).
Terecht wordt verwezen naar de criteria van de complexiteit van de zaak, de houding van de verdachte
en de handelsw ijze van de gerechtelijke autoriteiten. Het toepassen van de betreffende criteria op de
strafzaak lastens toont echter aan dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak
niet is overschreden . De volgende elementen zijn hierbij van belang:
Rolnummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p.15
Dat zijn schuld aan de hem ten laste gelegde feiten bij de behandel ing ten gronde
niet langer (actief) betwist, staat er niet aan in de weg dat hij wel degelijk een verweer voerde
tijdens het vooronderzoek. Zo ging hij in beroep tegen administrat ieve beslissingen, voerde
schriftelijk betwistingen en vroeg vele hercontro les aan -al dan niet na een beweerdelijk
herstel te hebben uitgevoerd.
In zaken betreffende huisvesting waarin een herstelvordering werd geformuleerd, is het
wenselijk dat aan de beklaagde de mogelijkheid wordt geboden over te gaan tot vrijwillig
herstel of regularisatie. De brengt met zich dat aan de beklaagde de tijd kan worden geboden
om zich in regel te stellen, waardoor een langere duurvan het vooronde rzoek gerechtvaardigd
is. (zie in die zin ook: Cass. 23 februari 2021,
poneerde effectief tot herstel over te zullen gaan en over te zijn gegaan, en hij vroeg
met betrekking tot meerdere panden herhaaldelijk hercontroles .
Het is dan ook logisch dat aan de mogelijkheid werd geboden over te gaa11 tot
vrijwillig herstel, maar het is even goed logisch dat de tijd die hem werd gegund vervolgens
niet In aanmerking kan worden genomen als een schending van de redelijke termijn.
De complexiteit van de zaak wordt verhoogd door de opeenvolgende vaststellingen. Concreet
leidden vaststellingen betreffende tien panden tot een strafrechtelijke vervolging en
administratieve opvolging. De meest recente eerste vaststellingen betreffende een pand
dateren van 24 september 2024 (pand }, zodat bijzonder snel na deze
vaststellingen een procedure ten gronde werd aangevat. De vaststellingen betreffende de
onderscheiden panden vergden ten dele telkens een autonoom onderzoek, maarnoopten ook
tot een gezamenli jke vervolging om de rechtbank een volledig beeld te geven en om
het voordeel te kunnen laten halen uit de rechtsfiguur van eendaadse samenloop bij een
voortgezet misdrijf. De rechtbank merkt hierbij op dat uitdrukkelijk de samenvoeging
van de twee zaken vroeg in besluiten en het opleggen van één straf.
Bij de behandeling ten gronde werden de zaken ingeleid op 18 november 2024 en 6 janiuari
2025, waarbij namens een uitstel van de behandeling werd gevraagd om de zaak in
staat te stellen. Door een nalatigheid aan de zijde van de verdediging was de zaak niet in s.taat
van wijzen bij de vooropgeste lde datum, namelijk 17 maart 2025, zodat de behandeling van de
zaak uitzonderlijk en op uitdrukke lijke vraag van de verdediging opnieuw werd uitgesteld.
In besluiten verwijst naar een lange periode van stilzitten aan de zijde van de
gerechtelijke autoriteiten, waarbij tegelijk abstractie gemaakt wordt van een deel van het
onderzoek en de vervolging van bepaalde feiten. Dit is een kromme redenering : bij de concrete
vervolging wordt die abstractie immers niet gemaakt.
De redelijke termijn is allerminst overschreden.
z.
werd één keer veroordeeld voor verkeersfeiten en liep één correctione le veroordeling op
door het Hof van Beroep inzake onder meer stedenbouw (arrest van 2 juni 2015), alsook werd wat de
bestraffing betreft in een tweede arrest (van 2 decembe r 2015) verwezen naar deze bestraffing.
is jaar oud.
aa.
De ernst van de feiten en de hardnekkigheid waarmee ze pleegde, maken het noodzakelijk
hem een principiële gevangenisstraf als hoofdstraf op te leggen en hem een substantië le geldboete op
te leggen om hem in zijn vermogen te rak.en. Rekening houdende met de financiële repercussies van
de herstelmaatregelen , de bijzondere verbeurdverklaring en de veroordeling op burgerlijk gebied
(infra), alsook om de desocialiserende effecten van een omvangrijke geldboete te beperken en het
opnieuw plegen van misdrijven te ontraden, wordt de tenuitvoerlegg ing van een deel van de geldboete
u itgeste Id.
Rolnumm er ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Anlwerpen p 16
·-·----·--------------------- -----------
De tenuitvoer legging van de gevangenisstraf wordt volledig uitgesteld om de negatieve effecten van
een daadwerkelijke detentie (voorwaardelijk) te vermijden en om te ontraden nieuwe feiten
te plegen
bb.
De bewezen verklaarde m1sdr11ven leverden vermogensvoordelen op, waarvan het openbaar
ministerie de verbeurdverklaring vordert Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar ZIJn dat hij zou
kunnen blijven beschikken over de wmst die hij opstreek met de bewezen verklaarde misdrijven
Het vermogensvoordeel werd berekend aan de hand van de huurgelden die verschuldigd waren in de
1ncrimlnat1epenodes , 2odat het openbaar ministerie 80.870 euro (zaak I} en 350 euro (zaak 11) vordert
cc
Wat de berekening betreft, verwijst naar de burgerliJke vorderingen en de eerdere procedures
betreffende . Wat hen betreft, alsook wat betreft, 1s er geen
concreet vermogensvoordeel aangetoond . Hierbij dient tegehjk vastgesteld dat er voor de feiten
betreffende (tenlastelegging A.4) geen vermogensvoordeel in rekening werd gebracht door
het openbaar ministerie
Waar verder in algemene termijn verwI1st naar de wanbetaltng van huurders, kan htJ met
gevolgd worden Uit de elementen van het strafdossier bliJkt immers dat hiJ md1en nodig snel concrete
stappen zette om mmneltJk of vla het vredegerecht huurgelden te innen H1J brengt wat dit gegeven
betreft bovendien geen precies, overtuigend en concreet c1Jfermater iaal aan dat de berekening van het
openbaar mmIstene ontkracht
dd
Met betrekking tot het maandelijks huurbedrag dat verschuldigd was, merkt de rechtbank op
dat volgens de huurovereenkomst maandelijks 800 euro verschuldigd was, zodat een maandelijks
bedrag van 650 euro -zoals door het openbaar ministerie weerhouden m ziJn berekening -met
overdreven Is en niet herleid dient te worden. H1erbiJ wordt de vordering niet gebaseerd op subjectieve
elementen
Allerminst betreft de belasting wegens leegstand een kost die
van zI1n illegaal vermogensvoordeel naar beneden bij te stellen. kan aanwenden om de hoogte
Met abstractie van de deelbedragen inzake (tenlastelegging A.5) en
(tenlastelegging A.10) betreft het illegaal vermogensvoordeel 69.820 euro.
ee.
Er Is geen reden om het bedrag van de b1j2ondere verbeurdverklaring (verder) te beperken Het bedrag
van de b1J2ondere verbeurdverk laring Is alleen maar relatief hoog omdat een groot aantal
feiten pleegde. Het herlelden van het voorwerp van de verbeurdverklaring zou lmphceren dat
een deel van de illegale winsten zou mogen behouden, wat maatschappe!tJk niet wenselijk is
De btJzondere verbeurdverklaring van 69 820 euro betreft geen onredelijk zware straf, ook niet In
combinatie met de geldboete (en de andere gevolgen van de hu1d1ge veroordeling).
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 17
• --·•-~. -~--·------------------------------
herstel
ff.
De WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST (vrijwillig tussenkomende partij, eiser tot herstel, verder:
WOONINSPECTEUR) vordert het herstel van de panden
Met betrekking tot de laatste twee panden wordt de principiële herstelmaatrege l gevraagd, voor de
eerste drie panden de alternatieve herstelmaatregel (herbestemming/sloop), omdat ze niet in
aanmerking komen voor gewone werkzaamheden omwille van het bestaan van een problematiek van
vergunningen inzake ruimtelijke ordening.
De herstelmaatregelen van artikel 3.43 van de Vlaamse Codex Wonen beogen, als bijzondere vorm van
teruggave, de gevolgen van de door artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen bedoelde misdrijven
teniet te doen en de woning of het pand dat de aanwezige woningen omvat, conform te maken en de
overbewoning te beëindigen. De herstelvordering vormt een logische en decretaal voorziene reactie
op het vastgestelde misdrijf.
De vordering noch de eraan gekoppelde dwangsommen, zijn onredelijk of disproportioneel.
gg.
Aangezien de alternatieve herstelmaatregel niet noodzakelijk de woonfunctie ongedaan maakt, wordt
daarbij bijkomend opgelegd dat alle gebreken aan het onroerend goed moeten worden weggewerkt
om het te laten voldoen aan de veiligheids-, gezondheids- en woningl<wa liteitsnormen zoals bedoeld
in de Vlaamse Codex Wonen, indien het goed bestemd wordt voor bewoning (zie in die zin ook: Cass.
11 mei 2021,
hh.
voert inzake de herstelmaatregelen enkel een betwisting met betrekking tot de
uitvoeringstermijn en de gevorderde dwangsommen .
Ten onrechte houdt hij voor dat de gevorderde termijn van tien maanden te kort zou zijn.
verwijst immers naar inspanningen die hij reeds zou geleverd hebben, maar verliest daarbij uit het oog
dat hem reeds veel tijd werd verleend om tot herstel over te gaan. Op strafrechtelijk gebied stelt hij
zelfs dat de redelijke termijn overschreden zou zijn.
Uit de concrete vaststellingen blijkt dat onderhoudswerken of herstellingswerken door vaak
werden overgelaten aan de bewoners of (na de bewoning) door hemzelf werden uitgevoerd.
Vervolgens bleek de uitvoering ondermaats. Het is de verantwoordelijkheid van om (waar
aanpassingwerken volstaan) de werken te laten uitvoeren door een vakman of ze zelf uit te voeren met
dezelfde kwaliteitsstandaarden. De rechtbank staat geen langere termijnen toe omwille van
onvakkundig uitgevoerde werken. Wat de panden betreft waarvoor de alternatieve herstelmaatregel
geldt, dient tevens op de geëigende wijze gehandeld te worden, om de herbestemming of de sloop te
bewerkstelligen.
ii.
Rekening houdende met het concrete tijdsverloop wordt de termijn voor de uitvoering telkens bepaald
op tien maanden, behoudens wat het pand betreft -aangezien de eerste
vaststellingen met betrekking tot dit pand slechts dateren van 24 september 2024.
Daarnaast zijn de dwangsommen, zoals door de WOONINSPECTEUR gevorderd, wel degelijk noodzakelijk
om ertoe te bewegen zelf de gevolgen van zijn misdrijven te doen ophouden. Per pand
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbahk van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 18
worden de dwangsommen bepaald op 150 euro per dag vertraging, zonder dwangsomtermij :n en
geplafonneerd op 30.000 euro.
jj.
De woon inspecteur van het Vlaamse Gewest en het college van burgemeester en schepenen van de
gemeente Beerse worden conform artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen tevens gemachtigd om
ambtshalve in de uitvoering van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde.
Tevens worden de wooninspecteur van het Vlaams Gewest en het college van burgemeester en
schepenen van gemachtigd de kosten van herhuisvesting te recupereren bij
toepassing van de artikelen artikel 3.33 en 3.48 Codex Wonen.
kk.
Er is geen strikte noodzaak de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat dit wordt
afgewezen .
op burgerlijk gebied
ll.
woonde ln het pand (tenlastelegging A.S). Reeds van bij aanvang van de huur in
2022 was de woning onbewoonbaar . Met betrekking tot de huurprijs dan wel bezettingsvergoeding
werd een procedure voor het vredegerecht gevoerd op initiatief van (de huurovereenkomst
werd nietig verklaard -vonnis 23 november 2023).
vordert een bedrag van 5.000 euro als schadevergoeding, moreel en materieel vermengd, voor
de materiële en morele schade die zij leed, met uitzondering van de genotsdervlng.
mm.
betwist het bestaan van schade in oorzakelijk verband met de feiten van tenlastelegging A.5
en vraagt ondergeschikt de vordering te herleiden.
nn.
Het is duidelijk dat schade heeft geleden ten gevolge van de bewoning van de manifest niet
conforme woning. De schade is zowel materieel (medische kosten, schade aan goederen) als moreel,
maar de hoogte van de schade kan niet precies bepaald worden.
Met betrekking tot de morele schade wordt een definitief bedrag van 750 euro als billijke en passende
vergoeding toegekend, voor de materiële schade een provisionee l bedrag van 500 euro.
Met betrekking tot de interesten en de rechtsplegingsvergoeding wordt geen verweer gevoerd, zodat
deze posten worden toegekend zoals gevorderd (met actualisatie van de rechtsplegingsvergoeding).
00.
stelt zich burgerlijke partij in eigen naam en namens haar kinderen
. In eigen naam vordert ze een schadevergoeding van 5.000 euro en namens haar kinderen
telkens 500 euro.
(burgerlijke partij, verder:
partij en vordert een schadevergoeding van 2.500 euro. ) stelt zlch ook burgerlijke
Tevens worden interesten gevorderd en een rechtsplegingsvergoeding -evenwel zonder precisering
Rol nummer ACl kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 19 -· ------------------------- ----------
welke part1J deze rechtsplegmgsvergoedmg vordert
pp
betwist het bestaan van schade m oorzalcehJk verband met de feiten van tenlastelegging A 10
en vraagt ondergeschikt de vordering te herletden
qq.
Uit de elementen van het strafdossier bhJkt dat met haar kmderer
m het pand woonde. Het wonen m deze manifest niet-conforme woning
leverde du1dehJk schade op De schade is zowel materieel (medische kosten, schade aan goederen) als
moreel, maar de hoogte van de schade kan niet precies bepaald worden
Met betrekking tot de morele schade wordt aan (in etgen naam) een definitief bedrag van
750 euro als billijke en passende vergoeding toegekend, voor de materiele schade een provisioneel
bedrag van 500 euro
rr.
Aan wordt elk een schadevergoed ing van 250 euro toegekend.
Geldsommen die worden toegekend aan minderjarigen worden ambtshalve geplaatst op een rekening
op naam van de minderJange . Deze rekening Is onbeschikbaar tot de meerderjarigheid , behoudens het
recht op wettelijk genot
ss.
Hoewel bij de behandeling ten gronde tevens verwezen werd naar het mmgenot van m
het kader van de huurovereenkomst, stelt de rechtbank vast dat deze schadepost reeds werd
beoordeeld door het Vredegerecht (vonnis van 14 oktober 2021), zodat hier geen schadevergoeding
voor wordt toegekend
Tevens wordt voornameli jk verwezen naar een incident met CO-intoxicatie waarbij het
bewustzijn verloor en opgenomen werd in het ziekenhuis. D1t incident vond evenwel niet plaats m het
pand maar In een ander pand. Dit feit valt buiten de saisine van de rechtbank in de
hu1d1ge procedure, zodat beweerdehjke schade als gevolg van dat incident niet wordt beoordeeld m
het huidige vonnis.
tt.
vordert tevens een schadevergoeding, maar uit het strafdossier blijkt niet dat h1J m het
pand woonde t1Jdens de mcrlmlnatieper lode van tenlastelegging A.10. Met
betrekking tot zijn schade wordt verwezen naar het incident met CO-1ntoxlcat1e van
vond en redde haar), maar dit incident en de gevolgen ervan kunnen niet
door de rechtbank beoordeeld worden.
Het bewijs wordt niet geleverd van enige eigen schade m hoofde van
bewezen feiten, zodat ziJn burgerlijke vordering ongegrond 1s.
uu. als gevolg van de
Met betrekking tot de interesten die
worden toegekend zoals gevorderd . vordert wordt geen verweer gevoerd, zodat deze
Aan wordt tevens een rechtsplegingsvergoeding van 1412, 79 euro toegekend, dit is het
gevorderde bedrag waarvan de hoogte niet betwist werd, alsook het basisbedrag op basis van de
gevorderde schadeve rgoeding
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 20
vv.
Op basis van de vaststellingen in het strafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordering werd ingesteld. De burgerlijke belangen worden in
zoverre ambtshalve aangehouden.
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 6, 7, 25, 38, 40, 41, 42, 43bis, 44, 45, 65, 66 strafwetboek;
art. 4 V.T.Sv;
art. 162bis, 185, 226-227 Sv;
art. 379 oud burgerlijk wetboek;
art. 1382 burgerlijk wetboek;
alsook de wetsbepa lingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien var
de burgerlijke partijen.
Voegt de zaken I en Il samen.
De rechtbank, rechtdoende door één vonnis.
Op strafgebied · 1, de WOON INSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST, en
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, AS, A6,
A7, AB, A9, AlO, All, A12, A13, A14 en AlS in zaak I en de enige tenlastelegging in zaak Il:
tot een gevangenisstraf van 6 maanden en tot een geldboete van 56000,00 EUR, zijnde
7000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de gevangenisstraf voor een termijn van 3
jaar en wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar, doch slechts voor een gedeelte
van 24000,00 EUR, zijnde 3000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3• en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 69.820 euro.
Veroordeelt tot betaling van:
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
Rolnumme, ACl kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg /\ntwerpen, afdeling Antwerpen p. 21
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR:
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 348,30 EUR in zaak I en 348,30 EUR
in zaak 11, hetzij 696,60 EUR in totaal.
Herstel
Verklaart de vorderingen van de woon inspecteur van het Vlaams Gewest ontvankelijk en gegrond;
1. Veroordeelt
tot het geven van een andere bestemming aan het pand te
(gekadastreerd als ) volgens de bepalingen van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hetzij de woning te slopen, tenzij de sloop verboden is
op grond van wettelijke , decretale of reglementaire bepalingen, en;
tot het uitvoeren van alle werken om de conformite it in de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat dit pand betreft, indien
het goed bestemd wordt voor bewoning;
bepaalt de termijn voor uitvoering op tien maanden na het in kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis;
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertra_glng na het verstrijken van de h-0ger
bepaalde hersteltermijn In zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen
dwangsomtermijn op en plafonneert de dwangsommen op 30.000 euro;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van conform artikel 3.47 van de Codex Wonen in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot
recuperatie van de kosten aan de uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 varn de
Codex Wonen te verhalen op beklaagde
wijst het verzoek de veroordeling tot de herstelmaatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
af;
2. veroordeelt
tot het geven van een andere bestemming aan het pand (gekadastreerd
als volgens de bepalingen varn de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hetzij de woning te slopen, tenzij de sloop verboden is
op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, en;
tot het uitvoeren van alle werken om de conformiteit in de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat dit pand betreft, indien
het goed bestemd wordt voor bewoning;
bepaalt de termijn voor uitvoering op tien maanden na het in kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis;
Rol nummer ACl kllm~r Vonnlmr I
rechtban k von ccr$lc oonlcç i\ntwcrpcn, afdeling Antwerpen p. 22 , .......... -... .,..,.._, ____________________________ ____ _
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger
bepaalde hersteltermijn in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen
dwangsomtermijn op en plafonneert de dwangsommen op 30.000 euro;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van conform artikel 3.47van de Codex Wonen in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot
recuperat ie van de kosten aan de uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de
Codex Wonen te verhalen op beklaagde
wijst het verzoek de veroordeling tot de herstelma:itregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
af;
3. veroordee lt
tot het geven van een andere bestemming aan het pand te
(gekadastreerd als volgen~ de
bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hetzij de woning te slopen, tenzij de
sloop verboden is op grond van weltelijke, decretale of reglementa ire bepalingen, en;
tot het uitvoeren van alle werken om de conformite it In de zin van artikel 1.3 ~ 1, s· CQdex
Wonen, ce herstellen en de eventuele overbewonlng te beëindigen wat dit pand betreft, indien
het goed bestemd wordt voor bewoning;
bepaalt de termijn voor uitvoering op tien maanden na het In kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis;
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger
bepaalde hersteltermijn in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen
dwangsomtermijn op en plafonneert de dwangsornmen op 30.000 euro;
machtigt de wooninspec teur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van conform artikel 3.47van de Codex Wonen in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot
recuperatie van de kosten aan de uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de
Codex Wonen te verhalen op beklaagde
wijst het verzoek de veroordeling tot de herstelmaatrege l uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
af;
4. veroordeelt
tot het uitvoeren van alle werken om de conformite it in de zin van artikel 1.3 § 1, s• Code><
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat het pand te
gekadastreerd als ) betreft;
Rol nummer AC1 kamer Vonnisnr /
rechtbank van eers1e aanleg Ani werpen, afdellng Antwerpen p. 23
bepaalt de termijn voor uitvoering op tien maanden na het in kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis;
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger
bepaalde hersteltermijn in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen
dwangsomtermijn op en plafonneert de dwangsommen op 30.000 euro;
machtigt de woonlnspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van conform artikel 3.47 van de Codex Wonen in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot
recuperatie van de kosten aan de uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de
Codex Wonen te verhalen op beklaagde
wljst het verzoek de veroordeling tot de herstelmaatrege l uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
af;
S. veroordeelt
tot het uitvoeren van alle werken om de conformite it in de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat het pand te
(gekadastreerd als
betreft;
bepaalt de termijn voor uitvoering op achttien maanden na het in kracht van gewijsde treden
van onderhavig vonnis;
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger
bepaalde hersteltermijn in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen
dwangsomtermijn op en plafonneert de dwangsommen op 30.000 euro;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van conform artikel 3.47 van de Codex Wonen in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde, met machtiging tot
recuperatie van de kosten aan de uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en
schepenen van om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de
Codex Wonen te verhalen op beklaagde
wijst het verzoek de veroordeling tot de herstelmaatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
af;
Op burgerlijk gebied
Verklaart de eis van de burgerlijke partij ontvankelijk en gegrond als volgt.
Veroordeelt om als schadevergoed ing te betalen aan de burgerlijke partij
Rolnummer ACl kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdellng Antwerpen p. 24
* •• ·------------------------------------
de som van: zevenhonderdvïfti euro 750 00 EUR definitief morele
schade) en 500 euro provisioneel (materiële schadel. te vermeerderen met compensatoire
interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 28 april 2023 tot heden en de gerechtelijke
moratoire interesten vanaf heden tot de dag van de volledige betaling;
Veroordeelt om als rechtsplegingsvergoeding aan te betalen de
som van 1020,35 EUR (art.1022 Gerechtelijk Wetboek -art.1 tot 13 Wet van 21/4/2007 -
art.162 bis -194 Wetboek van Strafvorder ing).
Verklaart de eis van de burgerlijke partij ontvankel ijk en gegrond als volgt.
Veroordeelt om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke p•artij
de som van: zevenhonde rdvijftig euro (750,00 EUR) definitief , (morele
schade) en 500 euro provisioneel (materiële schade}, te vermeerderen met compensatoire
Interesten aan de wettelljke Interestvoet vanaf 26 december 2020 tot heden en de
gerechtelijke moratoire Interesten vanaf heden tot de dag van de volledige betaling;
Veroordeel1 om als rechtsplegingsvergoeding aan van te
betalen de som van 1412,79 EUR (art.1022 Gerechteli JI< Wetboek -art.1 tot 13 Wet van
21/4/2007 -art.162 bis -194 Wetboek van Strafvordering).
Verklaart de eis van de burgerlijke partij
en gegrond als volgt. namens ontvankelijk
Veroordeelt om als schadevergoe ding te betalen aan de burgerlijke partij
namens de som van: tweehonderdvijftig euro en
nul cent (250,00 EUR}, definitief, e vermeerderen met compensatoire interesten aan de
wettelijke interestvoet vanaf 26 december 2020 tot heden en de gerechtelijke moratoire
interesten vanaf heden tot de dag van de volledige betaling;
beveelt dat de geldsomme n overeenkomstig artikel 379, tweede lid Oud B.W. geplaatst worden
op een rekening op naam van de minderjarige, onbeschikbaar tot de meerderjarigheid
behoudens het recht van wettelijk genot;
Verklaart de eis van de burgerlijke partij
en gegrond als volgt. namens ontvankelijk
.. Veroordeelt om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke partij
namens de som van: tweehonderdvijftig euro (250,00 EUR!
definitief, te vermeerde ren met compensatoire interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf
26 december 2020 tot heden en de gerechtelijke moratoire interesten vanaf heden tot de dag
van de volledige betaling;
beveelt dat de geldsomme n overeenkomstig artikel 379, tweede lid Oud B.W. geplaatst worden
op een rekening op naam van de minderjar ige, onbeschikbaar tot de meerderja righeid
behoudens het recht va wettelijk genot;
verklaart de els van toelaatbaar maar ongegrond.
Rolnumme, ACl kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 25
Wijst het meer en/of anders gevorderde af als ongesrond.
Houdt de overise burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken In openbare zitting op 30 juni 2025 door de rechtbank van eerste
aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer ACl:
rechter
In aanwezigheid van het lld van het openbaar ministerie vermeld In het proces-verbaal van de
terecht2lttlng,
met bijstand van griffier