ARR:WI17.GE027
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2025-09-26
🌐 FR
ongegrond
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, 26 oktober 2007, Ger.W.
Volledige tekst
Hof van beroep Gent - . -p 2
2024/AR/691- In de zaak van.
De WOONINSPECTEUR, ON 0316 380 841,
b1J het Agentschap Wonen in Vlaanderen, namens het Vlaamse Gewest, met kantoren
gevestigd te 1210 Brussel, Koning Albert Il-laan 15 bus 253,
appellant,
hebbende als raadsman mr. , advocaat te
tegen
1. ~ON
met zetel te
eerste ge·intimeerde,
hierna ook "genoemd,
2. ~ ON ., met zetel te
tweede geintimeerde,
hierna ook '' genoemd,
3. , RRN
wonende te
derde getnt1meerde,
hierna ook genoemd,
geint1meerden hebbende allen als raadsman mr. , advocaat te
wIJst het hof het volgend arrest:
Hof van beroep Gent '-p 3
1. Procedure voor het hof.
Het hof heeft partIJen gehoord bij monde van hun raadslieden in openbare terechtzitting en
in het Nederlands.
De voor partuen neergelegde conclusies en overgelegde stukken werden ingezien.
Partijen verklaarden ter zitting bij monde van hun raadsman dat alle neergelegde conclusies
en overgelegde stukken In het debat worden aanvaard.
2. Identificatie van de bestreden beslissing en ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De bestreden beslissing 1s het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen,
afdeling Gent, elfde kamer, op 7 februari 2023 op tegenspraak gewezen m de zaak die daar
gekend was onder waartegen de WOONINSPECTEUR tijdig, geldig
naar de vorm en ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld blJ verzoekschrift dat werd
neergelegd ter griffie van dit hof op 29 april 2024.
3. Voorwerp en situering van het geschil -beslissing van de eerste rechter -
aanspraken van de partijen in hoger beroep.
3.1. Het geschil heeft betrekking op de herstelvordering die de WOONINSPECTEUR heeft
ingesteld bij dagvaarding van 7 maart 2022 met betrekking tot het onroerend goed gelegen
te , dat kadastraal gekend 1s als
(elders ook aangeduid '' ").
De vordering was/is erop gericht {de dne) ge1nt1meerden te horen veroordelen tot het
uitvoeren van de nodige herstelwerkzaamheden aan het kwestieuze pand, zodat een
conforme woning ontstaat in de zin van art. 1.3., § 1, 8° VCW1 (a) binnen een termIJn van tien
maanden, (b) onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging
(zonder toekenning van een biJkomende dwangsomtermijn in toepassing van art. 1385bis
Ger. W.), (c) met machtiging van de WOONINSPECTEUR en het college van burgemeester en
schepenen (CBS) van tot uitvoering van ambtswege op kosten van gemtimeerden en (d)
met verwijzing van geintimeerden in de kosten van herhuisvesting en in de gedingkoste n
3.2. Middels het bestreden vonnis willigde de eerste rechter de herstelvordenng In
navolgende mate in, enkel en alleen tegenover Hij veroordeelde haar om "binnen en
termijn van tien maanden vanaf heden alle nodige herstelwerkzaamheden uit te voeren (of te
laten uitvoeren) die noodzakelijk ziJn om (het kwestieuze pand) alsnog te laten voldoen aan
1 Vlaamse Codex Wonen
Hof van beroep Gent - -p 4
de verei~ten van conformiteit van ,n de zin van art 1.3 ,§ 1, 8° VCW (wat impliceert: geen
gebreken meer vertoont van categorie Il en/of van categorie /Il in de 21n van art. 3 1 , § 1,
derde lid, 2° en 3° van diezelfde Codex)". Verder verleende h1J de gevraagde machtiging aan
de WOONINSPECTEUR en aan het CBS tot ambtshalve uitvoering van de werken op hun
kosten wanneer daartoe In gebreke zouden blijven en verwees h1J In de
gedingkosten Hij legde daarbij geen dwangsommen op.
Ten aanzien van en wees de eerste rechter de vordering af als
ongegrond
3.3. De WOONINSPECTEUR stelde beperkt hoger beroep in, erop gericht (1) zijn vordering
alsnog 1ngewlll1gd te zien tegenover en en (2) ten aanzien vari de drie
ge·intimeerden de gevraagde dwangsom te horen opleggen.
Geïntimeerden (die geen incidenteel beroep hebben ingesteld) vragen de afw1J21ng van het
hoger beroep als ongegrond, de bevestiging van het bestreden vonnis en de verwiJz1ng van
de WOONINSPECTEUR in de gedingkosten.
4. Belangrijke voorafgaande, en inzake dit arrest algemeen geldende opmerking.
Het hof gaat hierna enkel (en in de mate als nodig 1s} in op de (aangevoerde) middelen die het
afdoende en relevant acht om tot zijn beslissing te komen.
Indien het hof bepaalde middelen en argumenten van partijen hiervoor of hierna niet verder
of meer m detml (heeft) ontmoet, is dit omdat zij naar het oordeel van het hof, niet (langer)
relevant zijn1 m die zin dat ze niet van dard worden geacht het hof tot een andersluid ende
beslissing -die het gevorderde (in meerdere mate) zou inwilligen dan wel {in meerdere mate)
zou afwijzen -te (kunnen) leiden ,n deze (en aldus in die zm ongegrond zijn te achten).
De middelen waarover het hof m wat hierna volgt niet nader spreekt, wordt dus als niet (langer) relevant beschouwd om een
anderslwdende beslissing te (kunnen/moeten) gronden, en/of m andere of meerdere mate op het door de port/Jen
gevraagde/gevorderde te kunnen/moete n mgaan
Indien het hof hierna (de) vordering(en) ongegrond verklaart zonder expliciet over de
ontvankell)khe1d van {de) vordering(en) te hebben gemotiveerd , houdt een dergelijke
uitspraak in dat ongeacht de al dan niet ontvankelijkheid van de vordering(en}, zij in alle
geval als ongegrond af te wijzen is/zijn
Indien het hof daarentegen {de} vordermg(en) gegrond verklaart zonder exp//ciet over de
ontvankelijkheid van (de) vordenng(en) te hebben gemotiveerd 1 houdt een dergeluke
uitspraak een impliciete bes/Jss,ng m van ontvankelijkheid van (de) vordenng(en), hetzij de
aanname van het voorhanden Zijn van een voldoende (rechtmatig) belang en hoedanigheid
van de e1ser(e)(s) en van het voorhanden Zijn van door de e1ser(e){s) geformuleerde
subJect1efrechtel11ke aanspra(a)k(en).
s. Beoordeling.
Hof van beroep Gent - • p s
5.1. Anders dan de eerste rechter, acht het hof de vordering gegrond, in de mate als
genchttegen
Er bl1Jkt genoegzaam (en dit wordt door hem ook nret spec1f1ek tegengesproke n) dat
als natuurlijk persoon, handelend in zijn hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder
van de huurovereenkomsten heeft ondertekend, ter plaatse 1s geweest en de
commurncatIe heeft gevoerd. Het misdrijf (1) dat (destijds) bij het plegen ervan (-wat voor
het eerst werd vastgesteld bij P.V. van 9 mei 2017-) omschreven was m art. 20, § 1, lid 1
Vlaamse Wooncode2 en vervolgens/thans omschreven 1s in art. 3.34 Vlaamse Codex
Wonen3, (2) waarop de herstelvordering van de Wooninspecteur 1s geent en (3) waarvan de
eerste rechter heeft gesteld dat het door werd gepleegd (wat nret in hoger beroep
betwist wordt), kan hem aldus in toepassing van art. 5 S.W. (zowel in de versie als van
kracht vóór 30 juli 2018 als in de vers1e(s) als vanaf dan van kracht) evenzeer worden
toegewezen. Hij is immers de (ge1dent1f1ceerde natuurl1Jke) persoon door wiens (uitsluitend)
handelen het m1sdnJf heeft gepleegd en hlJ handelde daarbij wetens en willens (zie
art. 5, lrd 2 (oud) S W zoals van kracht tot 30 juli 2018); h11 was door ziJn handelen
(overigens} ook mededader van het misdrijf of nam daar minstens aan deel (zie art. 5 S.W.
zoals van kracht vanaf 30 juli 2018 en art. 66 tot en met 69 S W inzake strafrechtellJke
deelneming, een strafrechteliJke inbreuk immers steeds ook mede de grondslag geweest
zijnde van de burgerlijke vordering in deze). Spijts het hof niet gevat 1s als strafrechter,
vermag het (in weerwil van de dienaangaande door gemtimeerden gevoerde betwisting) om
het vorenstaande vast te stellen en aldus de herstelvordering ook ten aanzîen van
, aan wie het misdrijf aldus (evenzeer) kan worden toegewezen, in te willigen.
5.2. Anders dan de WOONINSPECTEUR beoogt, zijn er geen gronden voorhanden om ook
tot het herstel te veroordelen.
Weliswaar was ., anders dan zij voorhoud t, ten tijde van het plegen van het m1sdriJf
(eveneens) bestuurder van doch deze vaststelling volstaat niet om haar het misdrijf
toe te wijzen, en dit al zeker niet op grond van het gestelde in art. 5, lid 2 (oud) S W. (zoals
door de WOONINSPECTEUR ingeroepen); art 5, lid 2 (oud) S.W. regelt immers enkel de
situatie waarbij en de voorwaarden waaronder een misdrijf (ook) aan een natuurhJk persoon
kan worden toegewezen m geval een rechtspersoon uitsluitend wegens het optreden van
deze (ge1dent1f1ceerde) natuurlijk persoon voor een misdriJf verantwoordelijk wordt gesteld;
deze bepaling heeft n,et tot gevolg dat een rechtspersoon strafrechtelijk verantwoordelijk 1s
2 "Als een woning of een spec1f1eke woonvorm als vermeld ,n artikel 5, § 3, eerste lld, niet voldoet aan de
vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5, rechtstreeks of via tussenpersoon wordt
verhuurd, te huur gesteld of ter besch,kkmg gesteld met het oog op bewon,ng, wordt de verh.uurder, de
eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking sten, gestraft met een gevangenisstraf van
zes maanden tot dne Jaar en een geldboete van 500 tot 25 000 euro of met een van die straffen alleen "
3 "Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur
gesteld of ter besch1kkmg gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes
maanden tot dne Jaar en een geldboete van 500 tot 25 000 euro of met een van die straffen alleen."
Hof van beroep Gent - . -p 6
of kan gesteld worden voor misdri1ven, gepleegd door een (andere) rechtspersoon waarvan
ZIJ bestuurder Is. Uit de gegevens waarvan het hof vermag kennis te nemen bl1Jkt daarb1J ook
niet dat (als bestuurder van ) de huurovereenkomsten heeft ondertekend,
ter plaatse Is geweest en/of de communicatie heeft gevoerd, noch dat (die
bestuurder was zowel van als van ) gehandeld zou hebben in de
hoedanig heid van bestuurder van (en/of in naam en voor rekening van deze
laatste); er blijkt enkel dat gehandeld heeft 1n ZIJn hoedanigheid van
(afgevaardigd) bestuurder van zodoende blijkt (1n het licht van het hu1d1ge art. 5
S.W) evenmin het mededaderschap of de deelname van aan het m1sdr1Jf.
5 3 SpiJts reeds b1J vonnis van 7 februari 2023 tot herstel werd veroordee ld,
waarbij dit herstel diende te ziJn uitgevoerd binnen een periode van tien maanden te
rekenen vanaf de datum van uitspraak, en hiertegen door haar geen beroep werd ingesteld,
tonen en op heden (nog steeds) niet aan dat daaraan is voldaan. KenneliJk
Is het gegeven dat de WOON INSPECTEUR en het CBS gemachtigd werden tot ambtshalve
uitvoering, anders dan de eerste rechter nog aannam, alvast voor daartoe geen
"voldoende sterke stimulans" geweest om het herstel uit te voeren; dergel1Jke machtiging
staat het opleggen van de hierna bepaalde dwangsommen dan ook niet In de weg.
Het hof acht het opleggen van een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging, te
rekenen vanaf de dag volgend op het verstnJken van de termijn van tien maanden vanaf de
betekening (en dus niet vanaf de datum) van onderhavige beslissing, noodzakel 1Jk {doch
voldoende) teneinde ge1nt1meerden ertoe te brengen het herstel van het pand uit te voeren,
dat overigens (en voor zover als al relevant) in weerwil van wat ge1nt1meerden in
syntheseconclus1e nog voorhouden omtrent "co-housing", opnieuw als kamerwoning blijkt
te zijn verhuurd.
Het hof bepaalt evenwel de maximaal te verbeuren dwangsommen op 50.000,00 euro
Indien en/of daarna zelf nog niet tot herstel zullen zijn overgegaan, is het
hof van oordeel dat een verder lopen van de dwangsom met van aard zal zijn om hen
daartoe In meerdere mate nog te brengen.
Het hof kent daarbij, volgend op de uitvoeringstermIJn, geen b1Jkomende in tijd bepaalde
respIJttermIJn toe waarbinnen de dwangsom niet kan verbeuren, maar zegt wel voor recht
dat de dwangsom eerst zal kunnen worden verbeurd na de tot uitvoenng van de dwangsom
rechtens vereiste betekening overeenkomstig artikel 1385brs, voorlaatste lid Ger W, welke
(bijkomende) (dwangsom)betekening eerst nuttig kan worden verricht wanneer·
de aan de hoofdveroordehng gekoppelde uitvoeringsterm1Jn van tien maanden Is
verstreken,
en:
o ofwel het arrest niet langer vatbaar zal zijn voor cassatieberoep,
o dan wel het cassatieberoep zal zIJn afgewezen.
Hof van beroep Gent - -p 7
-··--------·------------- --------
5-4 Waar (1) de eerste rechter de vordering van DE WOONINSPECTEUR met betrekking
tot de kosten van herhuisvest ing uitdrukkeltjk en gemotiveerd heeft afgewezen, (2) de
WOONINSPECTEUR uitdrukkelijk heeft verklaard enkel beperkt hoger beroep in te stellen
omdat de vordering enkel tegenover werd ingew1ll1gd en niet tegenover
en/of en (3) de WOONINSPECTEUR in fine (op het etnd) van Zijn
beroepsverzoekschrift en in fme van Zijn syntheseconclusie niettemin aanspraak blijkt te
maken op dergelijke kosten, (4) zonder dit evenwel nader te motiveren en (5) zonder enig
bewijs aan te brengen dat in onderhavig geval dergelijke kosten gedragen werden, wordt zijn
(desgevallend als hoger beroep te beschouwen) aanspraak/vordering op dit punt (hoe dan
ook) niet ingewilligd.
6. Wat betreft de gedingkosten.
Gelet op hun wederzijds gelijk en ongelijk, wordt de WOONINSPECTEUR verwezen tn één
derde van de gedingkosten en samen in twee derden ervan.
De rechtsplegingsvergoedingen worden daarbiJ telkens bepaald op het basisbedrag bedoeld
btj art. 3 van het KB van 26 oktober 2007 voor een niet tn geld waardeerbare vordering,
geindexeerd zoals gevorderd, er blijken geen gronden om van het basisbedrag af te wijken.
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken
Verklaart het hoger beroep ontvankehjk en in navolgende mate gegrond.
Doet het bestreden vonnis, in de mate als bestreden, slechts m navolgende mate teniet~
Verklaart, bijkomend aan wat de eerste rechter reeds gegrond verklaarde, de vordenng' Vàn·
de WOON INSPECTEUR in navolgend e (bijkomende) mate gegrond.
Veroordeelt thans ook (naast die hiertoe in andere bewoordingen reeds
dor de eerste rechter werd veroordeeld) tot het uitvoeren van de nodige
herstelwerkzaamheden aan het pand gelegen te kadastraal
Hof van beroep Gent - 8
gekend als zodat een conforme woning in
de zin van art 1, 3, § 1, 8° VCW ontstaat
Zegt voor recht dat het herstel door (thans) dient te zIJn uitgevoerd
binnen een termijn van tien maanden, te rekenen vanaf de betekening van onderhavig
arrest.
Zegt voor recht dat er (aan ) één dwangsom wordt opgelegd van 125,00
euro per dag vertraging in de niet naleving van het bevel, waarbiJ de dwangsommen eerst
zullen kunnen worden verbeurd na de tot uitvoering van de dwangsom rechtens vereiste
betekening overeenkomstig art. 1385b1s, voorlaatste lid Ger.W, welke (bijkomende)
(dwangsom)betekening eerst nuttig kan worden verricht wanneer:
de voornoemde aan de hoofdveroordelmg gekoppelde U1tvoenngstermIjn van tien
maanden is verstreken,
filh
o ofwel onderhavig arrest niet langer vatbaar zal zijn voor cassatieberoep,
o dan wel het cassatieberoep zal zijn afgewezen
Bepaalt onder toepassing van art. 1385 ter Ger.W. het bedrag waarboven geen dwangsom
meer kan verbeurd worden op 50.000,00 euro.
Machtigt de WOON INSPECTEUR en het College van Burgemeester en Schepenen van
om het bevolen herstel ambtshalve uit te voeren (art 3.47 VCW) wanneer naast
ook In gebreke blijft dtt te doen binnen de opgelegde termijn, en dit op kosten
van laatstgenoemden.
Wtjst al het voor het hof meer gevorderde af als ongegrond
VerwIJst de WOONINSPECTEUR in één derde en er samen In twee derden
van de gedingkosten, die tot op heden enkel als volgt nuttig te begroten vallen:
aan de Zijde van de WOONINSPECTEUR.
o dagvaarding : 383,03 euro
o rechtsplegmgsvergoeding eerste aanleg: 1.800,00 euro
o bijdrage begrotingsfonds: 24,00 euro
o rechtsplegmgsvergoeding hoger beroep: 1.800,00 euro
aan de Zijde van gemt1meerden samen·
o rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 1.800,00 euro
o rechtsplegingsvergoeding beroep: 1 883, 72 euro
aan de Zijde van de Belgische Staat·
o het rolrecht eerste aanleg (165,00 euro) en het rolrecht hoger beroep
(400,00) euro, door de WOONINSPECTEUR voor 1/3 (55,00 euro en 133,33
euro) en door en samen voor 2/3 (110,00 euro en 266,37
euro) te betalen op u1tnod1ging en/of invordering van de FOD Financien.
Hof van beroep Gent - -p 9
Verstaat daarbij dat in de mate dat de WOONINSPEC TEUR reeds meer dan
55,00 euro van het rolrecht eerste aanleg zou hebben betaald, dit bedrag tn
meer geacht wordt te z1Jn begroot in Zijn hoofde en hem door
dient te worden terug betaald
Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in
burgerlijke zaken, samengesteld uit.
Kamervoorzit ter,
Raadsheer,
Raadsheer,
en uitgesproken door de Kamervoorz itter van de kamer in openbare terechtzitting op
zesentwintig september tweeduizend en vijfentwintig,
bijgestaan door
Griffier.