ARR:264.168
🏛️ Raad van State Brussel
📅 2025-09-15
🌐 FR
Rechtsgebied
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
30 november 2006
Volledige tekst
VII -42.316-1/4 RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
V
OORZITTER VAN DE VIIe KAMER
A R R E S T
nr. van 15 september 2025
in de zaak A. 240.788/VII-42.316
In zake :
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
tussenkomende partijen:
.
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten
en
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
--------------------------------------------------------------------------------------------------
VII -42.316-2/4 I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. H
et cassatieberoep, ingesteld op 19 december 2023, strekt tot de
nietigverklaring van arrest nr. van de Raad voor
Vergunningsbetwistingen van 9 november 2023 in de zaak .
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. van 5 februari 2024 is het
cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend
en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
en hebben een verzoekschrift tot tussenkomst
ingediend. De tussenkomst is voorlopig toegestaan bij beschikking van 26 maart
2024. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd heeft een verslag
opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht
op 12 mei 2025.
Op 26 juni 2025 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij
de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, van het
koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-
procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der
talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973.
VII -42.316-3/4
II
I. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep
voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een
vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het
verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het
beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient
binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting
ingediend binnen de termijn van dertig dagen.
4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.
BESLISSING
1. Het verzoek tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep,
begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een
rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende
partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de
tussenkomst, begroot op 300 euro, elk voor de helft.
VII -42.316-4/4
Di
t arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien september
tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
, staatsraad, waarnemend voorzitter,
bijgestaan door
, griffier.
De griffier De voorzitter