ARR:WI20.DE014
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde
📅 2025-09-22
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 Juni 1935, 5 maart 1952, Burgerlijk Wetboek, GerechteliJk Wetboek, Gerechtelijk Wetboek
Volledige tekst
Rolnummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
In de zaak van het openbaar ministerie en:
BURGERLIJKE PARTIJ
tegen: , RRN
geboren
van Nederlandse nationalite it
ingeschreven te
burgerlijke partij, bijgestaan door meester
meester ; advocaat te
BEKLAAGDE
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, bijgestaan door meester
1. TENLASTELEGGINGEN , advocaat te
·, advocaat te
Als dader of mededader In de zin van artikel 66 van het Strafwetboek; Vonnlsnr /
p.2
; loco
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten en normen te voldoen met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuu rder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
woning of een specifieke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 jull 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreek s of via tussenpersoon, te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, namelijk
(art. 2 § 1, 31°1 en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
een ongeschikte woning met nummer te hebben verhuurd aan
1 1§.. ) in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 6 juli 2020
een ongeschikte woning met nummer te hebben verhuurd aan
2 1§.. in de periode van 1 septembe r 2018 tot en met 6 juli 2020
in een woning gelegen te
en
samenwonende te
17/03/2011, verleden voor notaris kadastraal gekend als
, geboren ., in eigendom toebehorend aan
geboren 11 beiden
, ingevolge akte van aankoop dd.
te
Rol nummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
met de omstandigheid dat van de betrokken actIv1teit een gewoonte werd gemaakt.
(art. 20 § 1 lid 3, 1 • Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
VERMOGENSVOORDEEL: Art. 42 en 43 Bis S.W.B. Vonnlsnr /
p.3
Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bls van het Strafwetboek, te horen
veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 29.905,00 euro
zijnde
1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
2. hetzij goederen en waarden die In de plaats ervan zijn gesteld,
3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen ,
waarbiJ de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde ,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
-huuropbrengst woning gedurende de periode van 01/10/2017 tot en met 06/07/2020 of 34
maanden aan een maandelijkse basishuurprlJs van 450,00 euro= 15.300,00 euro
-huuropbrengst woning gedurende de periode van 01/09/2018 tot en met 06/07/2020 of 23
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 635,00 euro= 14.605,00 euro
* * •
2. PROCEDURE
De zaak werd bij de rechtbank aanhangig gemaakt door dagvaarding van beklaagde, hem betekend op
12 Juni 2024 overeenkomstig artikel 35 van het GerechteliJk Wetboek en overgesch reven op het
bevoegde kantoor Rechtszekerheid op 24 Juni 2024.
De rechtbank behandelde de zaak op de openbare terechtzitting van 23 juni 2025.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen,
inclusief het openbaar ministerie In de persoon van :, substituut-procureur des Konings, In haar
vordering.
3. BEOORDELING OP STRAFGEBIED
3.1 Overzicht van de feiten
1.
1.1.
Oo 6 tuil 2020 werd een woningkwallteltsonderzoek uitgevoerd in het pand gelegen in
omdat er vermoedens waren dat dit pand niet voldeed aan de
woningkwaliteltsnormen van de Vlaamse Wooncode. Het pand bestond uit drie woningen . De
verbalisanten stelden vast dat het pand in het algemeen een totaal van 18 strafpunten had:
gas-of stookolie-installatie: indicatie van een risico op ontploffing/brand (categorie IV);
water: hoofdkraan niet voor alle bewoners toegankeliJk (categorie il).
Rolnummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaan deren, afdeling Dendermo nde, sectie correctionele rechtbank Vonnlsnr /
p.4
Woning bewoond door de eigenaars, beklaagde , en hun
zoon ) had een totaal van minstens 18 punten op het technisch verslag omwille van de
gebreken van het gebouw, waardoor deze ongeschikt was. (bewoond door
had een totaal van 27 punten op het technisch verslag, waardoor deze ongeschikt was:
reeds vermelde gebreken van het gebouw;
elektriciteit : geen twee geaarde stopcontac ten in de keukenfunctie naast deze in gebruik voor
de vaste toestellen (zoals koelkast, oven, microgolfoven , dampkap, boiler ... ) (categorie 111).
Woning (bewoond door ) had een totaal van 21 punten op het technisch verslag,
waardoor ook deze ongeschikt was:
reeds vermelde gebreken van het gebouw;
dak(en) of (hellende en vlakke) plafonds -vochtschade : condenserend vocht met
schimmelvorming (categorie Il).
De rechtbank verwijst voor een volledig overzicht van de technische verslagen en de bijhorende foto's
naar aanvankelijk proces-ve rbaal van 6 juli 2020 (en In het bijzonder bijlagen 4
tot en met 7).
1.2.
Het huurcontract voor ging in op 1 oktober 2017 en werd afgesloten tussen beklaagde
en voor een periode van drie jaar De huurpriJs bedroeg 450 euro (exclusief energiekosten),
te betalen per overschrijving op het rekeningnummer . De huurwaarborg bedroeg
800 euro.
Het huurcontract voor woning ging in op 1 september 2018 en werd afgesloten tussen beklaagde
en voor een periode van één Jaar. De huurprijs bedroeg 635 euro (exclusief
energiekosten), te betalen per overschrijv ing op het rekeningnummer .. De
huurwaarborg bedroeg 1.270 euro. De huurster had geen klachten over de woning, alles werkte, het
contact met de eigenaar verliep vlot en de eigenaar was altijd bereikbaar. Er was eens vocht In de
woning, maar de eigenaar loste dat zelf op.
2.
verklaarde in essentie het volgende. ZIJ hield zich niet bezig met het verhuren van de
woningen , beklaagde regelde alles. Wat haar betrof, waren de woningen In orde.
3.
Beklaagde verklaarde in essentie het volgende. De nodige herstellinge n waren ondertussen uitgevoerd.
Er gebeurde een hercontrole en alles was In orde. HIJ verving de ramen en zou de gevel en dakgoot
laten vernieuwen. Hij het ook extra dakisolatie plaatsen. HIJ kreeg geen klachten van de huurders.
Voordat hij de brief kreeg, wist hij niet van de gebreken die vastgeste ld waren.
4.
4.1.
Op 15 september 2021 bevroeg de wooninspectle beklaagde via mail naar de actuele stand van zaken.
Beklaagde antwoordde dat h11 kon starten met de werken, maar dat de huurster nog steeds in woning
woonde. Hij stuurde haar al aangetekende zendingen , maar het was onduidelijk wanneer z.e zou
verhuizen (cf. proces-verbaal van 24 septembe r 2021).
4.2.
Op 21 februari 2022 stuurde de wooninspec tle een nieuwe e-mail naar beklaagde met dezelfde vraag.
Rolnummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Vonnisnr /
p.5
HIJ antwoordde dat de huurster haar woning niet wilde verlaten, hoewel ze er m de praktiJk eigenlijk
niet meer woonde, waardoor de werken nog niet konden worden aangevat. Beklaagde raadpleegde
een advocaat en schreef de huurster aan, maar voorlopig zonder resultaat (cf. proces-ver baal
van 22 februari 2022).
4.3.
Beklaagde maakte op 4 oktober 2022 melding van herstel van woning De woonlnspectie ging op 5
oktober 2022 ter plaatse voor een controle van het herstel. De verbalisant stelde vast dat woning
geen gebreken van categorie Il of III meer vertoonde en dat deze dus conform was, Er waren ook geen
kleine gebreken meer (cf. navolgend proces-verbaal van 5 oktober 2022).
4.4.
Beklaagde maakte op 2 januari 2023 melding van herstel van woning De woonlnspectIe ging op 17
januari 2023 ter plaatse voor een controle van het herstel. De verbalisanten stelden vast dat woning
geen gebreken van categorie Il of 111 meer vertoonde en dat deze dus conform was. Er waren ook
geen kleine gebreken meer (cf. navolgend proces-verbaal van 17 januari 2023).
3.2 Bespreking van de schuldvraag
1.
Beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden voor het verhuren van woningen die, niet
voldeden aan de vereisten en normen vastgesteld op grond van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode,
met de omstandigheid dat er een gewoonte van werd gemaakt (enige tenlastelegging A):
1. aar , In de periode van 1 oktober 2017 tot en met 6 juli 2020;
2. aar , in de periode van 1 september 2018 tot en met 6 JUii 2020.
2.
Beklaagde betwistte in conclusie en op de terechtzitting van 23 juni 2025 ziJn schuld aan de feiten van
de enige tenlastelegging A niet.
3.
3.1.
3.1.1.
De enige tenlastelegging A (A.1 en A.2) heeft betrekking op het als verhuurder, eventuele
onderverhuu rder of persoon die een woning ter beschikking stelt, verhuren, te huur stellen of ter
beschikking stellen van een woning of een specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, §3, eerste hd
van de toenmalige Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 Vlaamse Wooncode . Het betreft een inbreuk op de regels Inzake de
woonkwaliteit.
Ten tijde van de toenmalige Vlaamse Wooncode werd gewerkt met een strafpuntensysteem:
een kruisje In categorie I stond voor één punt (bijvoorbeeld onvoldoende verluchting In het
wc-vertrek);
een kruisje in categorie Il stond voor drie punten (bijvoorbeeld geen stopcontact in de keuken);
een kruisje In categorie 111 stond voor negen punten (bijvoorbeeld geen privé-wc);
een kruisje In categorie IV stond voor v1Jftlen punten (bijvoorbeeld indicatie van ernstig risico
op CO-vergiftiging) .
Wat betreft het gebouw in het algemeen (deel B), werden alle woningen in het gebouw als niet
conform beschouwd bij een totaal van minstens vijftien strafpunten.
Rolnummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Vonnlsnr /
p.6
Bij een totaal van m lnstens achttien punten werden alle woningen m het gebouw ongeschikt verklaard .
Dezelfde normen werden gehanteerd bij de technische controle van de afzonderlijke woningen (deel
C): vanaf vijftien punten werd besloten dat de woning niet-conform was en vanaf achttien punten was
een woning ongeschikt. De punten die het gebouw scoorde in deel B werden doorberekend naar elke
woning In het gebouw. Het zijn Immers die gebreken die een rechtstreeks negatief effect hebben op
elke {be)wonlng {zie o.m. P. DE SMEDT, "Vlaamse woonnormen en woonattesten : een leidraad bij een
hoogtechn ische materie -de wonmgkwahteitsnormering en conformlteltsattesten In de Vlaamse
Wooncode", Huur 1998-99, 182-183; T. VANDROMME, "Verhuur van krotwoningen (inbreuken op de
Vlaamse Codex Wonen van 2021)" In X, Pasta/ Memorialis. Lexicon strafrecht, strafvordering en
bijzondere wetten, Mechelen, Wolters Kluwer, losbl., bijgewerkt tot 1 augustus 2023, 5-6).
3.1.2.
De decreten over het Vlaamse woonbeleid werden gecod1f1ceerd op 17 Juli 2020 bij artikel 2 B.VI.Reg.
17 Juh 2020 (BS 13 november 2020} m de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (artikel 1). De Vlaamse
Wooncode werd mee gebundeld.
Sinds 1 januari 2021 is de wonlngkwallte ltsbewaklng gebundeld In boek 3 van de Vlaamse Codex
Wonen. Artikel 3.1, §1, eerste lid Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt de veihgheids- ,
gezondhe ids-en wonlngkwaliteitsnormen, zoals die tot 1 januari 2021 vermeld waren in artikel 5, §1
Vlaamse Wooncode.
Op grond van artikel 3.1, §1, derde hd Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de mogelijke gebreken
onderverdeeld In de volgende drie categorieen:
1° gebreken van categorie 1: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
beînvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstand igheden van de bewoners
negatief be'i'nvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid ,
waardoor de woning niet In aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie 111: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstan digheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners,
waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
De strafbaarste lling voor inbreuken op de gestelde vereisten Is sinds 1 januari 2021 vervat in artikel
3.34, eerste lid Vlaamse Codex Wonen van 2021 en luidt: "Als een niet-conforme of overbewoonde
woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld
met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de
woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een
geldboete van 500 tot 25.000 euro of met één van die straffen alleen."
Zo er sprake Is van een gewoonte, worden ze bestraft met een gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar
en een geldboete van 1.000 euro tot 100.000 euro, of met één van die straffen alleen (artikel 3.36
Vlaamse Codex Wonen van 2021). Artikel 20, §1, derde lid, 1• Vlaamse Wooncode bepaalde tot 1
januari 2021 hetzelfde.
Ingevolge de definitie van een conforme woning In artikel 1.3, §1, 7° Vlaamse Codex Wonen Is een
woning niet-conform wanneer er één of meerdere gebreken zijn van de categorie Il of 111. Meer dan
zes gebreken in categorie! levert een extra gebrek op in categorie ll.
3.2.
De door de wooninspectle in deze zaak vastgestelde gebreken leidden tot een strafpuntentotaal van
18 punten voor het gebouw In het algemeen, 27 punten voor . en 28 punten voor
woning
Rolnummer Dertiende kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank p. 7 ' -<~-=-~--------------------------------
De woningen waren derhalve niet-conform en ongeschikt, wat de ernst en de hoeveelheid van de
gebreken bevestigt. De meeste gebreken waren tevens van die aard dat zij reeds lange tijd, minstens
vanaf het begin van de respectievelijke incrlmlnatieperiodes , moeten aanwezig geweest zijn.
De ten laste gelegde feiten zijn dus sinds 1 januari 2021 strafbaar gebleven. De strafmaten zijn dezelfde
gebleven.
4.
4.1.
Gelet op de duidelijke vaststellingen van de wooninspectie op 6 juli 2020, waarbij diverse (ernstige)
gebreken werden vastgesteld In de woningen gelegen te en
waarbij werd vastgesteld dat deze woningen ongeschikt waren, en het gegeven dat beklaagde deze
vaststellingen ook niet betwistte, staat het voor de rechtbank vast dat beklaagde wetens en willens
woningen verhuurde die manifest niet voldeden aan de woonkwallteitsvereisten en normen zoals
vastgesteld bij toepassing van artikel 5 van de Wooncode en evenmin conform waren. Bovendien
werden er voldoende en voldoende ernstige gebreken vastgesteld m deze woningen die In elk geval
reeds van In het begin aanwezig moeten geweest zijn om vast te stellen dat deze woningen van bij de
start van de incrimmatieperiodes niet voldeden aan de minimale woonkwallteitsvereisten.
4.2.
Ook de verzwarende omstandigheid dat van de activiteit een gewoonte werd gemaakt, is bewezen·
beklaagde verhuurde jarenlang twee woningen die niet voldeden aan de minimale decretale
kwaliteitsvere isten, wat de gewoonte om op dergelijke wijze te verhuren afdoende bewijst.
5.
De schuld van beklaagde aan de feiten van tenlasteleggingen A.1 en A.2, inclusief de verzwarende
omstandigheid, staat vast. De feiten zijn aan beklaagde toerekenbaar en de rechtbank zal hem hiervoor
veroordelen.
3.3 Straftoemeting
1.
De In hoofde van beklaagde bewezen verklaarde feiten zijn de opeenvolgende en voortgezette
uitvoering van eenzelfde misdadig opzet, zodat voor deze feiten samen bij toepassing van artikel 65,
eerste lid van het Strafwetboek slechts één straf dient te worden opgelegd.
Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen
verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden en de persoonlijkheid van beklaagde zoals die
blijkt uit zijn strafrechtehjk verleden, gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die
kent.
Niettemin dient de straftoemeting niet enkel de vergeldingsbehoefte te dienen, maar moet deze ook
preventief werken. De sanctionering moet dan ook van aard zijn beklaagde ervan te weerhouden zich
in de toekomst nog aan dergelijke feiten schuldig te maken en hem ertoe aanzetten In de toekomst
geen misdrijven meer te plegen.
2.
De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het
fundamenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met
winstoogmerk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid
opgelegde kwaliteitsnormen en -vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op Investeringen
hiertoe.
Rolnummer Dertiende kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen , afdeling Dendermonde, sectie correctlonele rechtbank p 8 --~---------------------------------
Het verhuren van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen brengt risico's mee op het vlak van
veiligheid en gezondhe id van de bewoners . Met het verhuren van de woningen deed beklaagde ook
aan oneerlijke concurrentie ten aanzien van verhuurders die wel de nodige inspanningen en
investeringe n doen.
3.
3.1.
Beklaagde is jaar oud. Het uittreksel uit zijn strafregister vermeldt twee voorgaande veroordelingen,
waarvan één veroordeling voor een verkeersinbreuk en één correctionele veroordeling, eveneens voor
het verhuren van een woning die niet voldeed aan de vereisten en normen vastgelegd met toepassing
van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode. Hij kreeg hiervoor de gunst van de opschorting .
3.2.
Beklaagde verklaarde op de terechtzitt ing van 23 juni 2025 dat hij werkzoekend Is. De raadsman van
beklaagde verwees naar het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde van 10 mei 2021, waarvan reeds een kopie met bijhorend attest van niet-verhaal aan
het strafdossier werd gevoegd, en verzocht in hoofdorde om toepassing te maken van artikel 65,
tweede lid van het Strafwetboek en om geen bijkomende straf op te leggen. In ondergeschikte orde
verzocht hij om beklaagde een straf met uitstel op te leggen.
4.
De rechtbank stelt vast dat de feiten van tenlasteleggingen A.1 en A.2 zich situeren In dezelfde periode
als de feiten die hebben geleld tot de veroordeling in het vonnis van 10 mei 2021 (incrimlnatieperiode
van 1 oktober 2018 tot en met 9 september 2019). Bovendien ging het in het vonnis van 10 mei 2021
eveneens om het verhuren van een woning die niet voldeed aan de vereisten en normen vastgesteld
op grond van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode . De rechtbank aanvaardt daarom eenheid van opzet,
zodat er toepassing moet worden gemaakt van artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek en rekening
moet worden gehouden met de in het vonnis van 10 me, 2021 uitgesproken straf. Gelet op het
tijdsverloop sinds de feiten en het tussengekomen herstel, meent de rechtbank dat er voor de feiten
van tenlasteleggingen A.1 en A.2 In onderhavig dossier geen bijkomende straf moet worden opgelegd.
3.4 Verbeurdverklaring
1
Het openbaar ministerie vordert schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van
29.905 euro ten aanzien van beklaagde . Hiermee werd voldaan aan de artikelen 42 en 43bis van het
Strafwetboek.
2.
De vermogensvoordelen moeten inderdaad worden verbeurdverklaard. De bekomen
vermogensvoordelen maken immers inherent deel uit van de bewezen verklaarde misdrijven. Het gaat
niet op om misdrijven bewezen te verklaren en dan te zeggen dat men de bekomen voordelen mag
behouden. Dit is een bijkomend signaal naar beklaagde om hem bewust te maken dat dergelijke
misdrijven niet lonend zijn.
Bij de begroting van de vermogensvoordelen dient de rechtbank geen aftrek te doen van de kosten die
verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf, noch van de aankoopprijs van de goederen die het
misdrijf mogelijk hebben gemaakt, ongeacht of die goederen al dan niet wettelijk ziJn verkregen of In
bezit zijn van beklaagde. Wanneer de rechtbank vaststelt dat de zaken die het vermogensvoordeel
samenstellen niet meer vindbaar zijn In het vermogen van een beklaagde, kan zij de tegenwaarde van
dat vermogensvoordeel ramen en de verbeurdverklaring bij equivalent bevelen van deze tegenwaarde .
Rolnummes Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
3.
3.1. Vonnlsnr /
p.9
Voor de begroting van de vermogensvoordelen baseerde het openbaar ministerie zich op volgende
berekening:
Huuropbrengst gedurende de periode van 1 oktober 2017 tot en met 6 juli
2020 of 34 maanden aan een maandelijkse baslshuurprijs van 450 euro = 15.300 euro;
Huuropbrengst woning gedurende de periode van 1 september 2018 tot en met 6 juli 2020
of 23 maanden aan een maandelijkse basishuurprljs van 635 euro = 14.605 euro.
3.2.
De raadsman van beklaagde verzocht de rechtbank om het te verbeurd te verklaren bedrag naar
billijkheid te milderen.
4.
De begroting van de vermogensvoordelen komt gelet op de stukken van het strafdossier, en in het
bijzonder de huurovere enkomsten voor de beide woningen , correct voor. Om beklaagde geen
onredelijk zware straf op te leggen, vermindert de rechtbank het te verbeurd te verklaren bedrag op
basis van de artikelen 42,3° en 43bis, zevende lid van het Strafwetboek evenwel naar 7.000 euro.
5.
Artikel 43bis van het Strafwetboek bepaalt dat als de verbeurd verklaarde zaken aan de burgerlijke
partij toebehoren, zij aan haar zullen worden teruggegeven. De verbeurd verklaarde zaken zullen haar
eveneens worden toegewezen Ingeval de strafrechter een verbeurdverk laring uitspreekt bij equivalent.
De verbeurdverk laring met toewijzing van verbeurdve rklaarde zaken aan de burgerlijke partij Is een
straf die de burgerlijke partij een burgerrechtelijk vorderingsrecht verleent tot afgifte van de
toegewezen bedragen vanwege de Domeinen, die krachtens artikel 197bls van het Wetboek van
Strafvordering deze straf ten uitvoer leggen. Artikel 43bls, derde lid van het Strafwetboek vereist niet
dat de burgerlijke partij expliciet of Impliciet om de toewijzing verzoekt (zie ook Cass. 8 mei 2012, AR
., Arr.cass. 2012, afl. 5, 1201). Het volstaat dat de verbeurdverklaring schriftelijk is
gevorderd.
In toepassing van artikel 43bis, derde lid van het Strafwetboek wijst de rechtbank het verbeurd
verklaarde bedrag gedeeltelijk toe aan de burgerlijke partij zoals hierna bepaald (zie hierna, bij de
bespreking van de burgerlijke vordering).
4. HERSTELVORDERING
De rechtbank verklaart de herstelvorde ring-zoals per e-mail van 11 juni 2024 bevestigd werd door de
woonlnspecteur -zonder voorwerp.
5. BEOORDEL ING OP BURGERLIJK GEBIED
5.1 Algemeen
1.
Krachtens de artikelen 1382 en 1383 van het (oud) Burgerlijk Wetboek 1s degene die door zijn schuld
aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade Integraal te vergoeden, wat Impliceert dat de
benadeelde wordt teruggeplaatst In de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad
waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.
Rol nummer Dertiende kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank p 10
Degene die schadevergoeding vordert, moet bewijzen dat er tussen de fout en de schade, zoals die
zich heeft voorgedaan, een oorzakelijk verband bestaat; dit verband veronderstelt dat, zonder de
fout, de schade zich niet had voorgedaan zoals ze zich heeft voorgedaan.
De rechtbank dient de schade te begroten In die zin dat het herstel én volledig én juist én passend dient
te ziJn. Het bestaan van de voorgehouden schade moet echter noodzakelijk en ondubbelzinnig worden
vastgesteld vooraleer het herstel nog maar te overwegen, Alleen het concrete verlies dat kan worden
vastgesteld, mag in aanmerking worden genomen . Enkel wanneer de strafrechter vaststelt dat de
schade waarvoor vergoeding wordt gevorderd, voortvloeit uit het misdrijf dat het voorwerp van de
vervolging uitmaakt en dat hij dit bewezen verklaart, kan hiJ dus schadevergoeding toekennen .
Er dient daarbiJ te worden vanuit gegaan dat de bewijslast én van het bestaan én van de omvang van
de schade principieel rust op de benadeelde, bew11s dat met alle middelen mag worden geleverd (art.
1382 en 1383 van het (oud) Burgerlijk Wetboek en voor zoveel als nodig art. 1315 van het (oud)
BurgerhJk Wetboek en art. 870 van het Gerechtelijk Wetboek). De feitenrechter apprecieert soeverein
de bewijsmidde len die worden aangewend om de voorgehouden schade te bewijzen.
Alle schade, zowel materiele als morele schade, die een gevolg Is van de schadeverwekkende daad
moet worden vergoed, met dien verstande dat morele schade niet voor precieze begroting in
aanmerking komt. Het gaat in essentie om de juridische erkenning van het leed dat werd berokkend.
Bij de begroting van deze schade houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de Impact
hiervan op het slachtoffer en/of diens omgeving en de concrete omstandigheden evenals met de
bedragen die gebruikelijk worden toegekend In gelijkaardige gevallen.
5.2 Vordering
2.
stelde zich burgerlijke partij lastens beklaagde. Deze vordering Is tijdig en regelmatig
naar vorm. De rechtbank verklaart de vordering ontvankelijk.
3.
verzocht de rechtbank om beklaagde te veroordelen tot een definitieve
schadevergoeding van 17.875 euro meer interesten, bestaande uit 15.875 euro voor mingenot
gedurende de volledige huurperiode (50% van de huurprijs) en 2.000 euro voor morele schade en het
verlies van haar inboedel, alsook een rechtsplegingsvergoedmg van 1. 726, 74 euro.
De raadsman van beklaagde verzocht in conclusies om de vordering var
te verklaren.
4.
4.1. ongegrond
Is als benadeelde van de bewezen verklaarde feiten onder tenlastelegging A.2
principieel gerechtigd op schadevergoeding.
4.2.
4.2.1.
was de huurster van de woning met huisnummer Zoals in het feitenrelaas reeds
werd uiteengezet, stelde de woninginspectie in de huurwoning van volgende
gebreken vast:
de gebreken van het gebouw in het algemeen:
Rolnummer Dertiende kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Vonnlsnr /
p.11
o gas-of stookohe-lnstallatie: indicatie van een risico op ontploffing/brand (categorie
IV);
o water: hoofdkraan niet voor alle bewoners toegankelij k (categorie Il);
dak(en) of (hellende en vlakke) plafonds -vochtschade: condenserend vocht met
schimmelvorming (categorie Il).
Dit leidde tot een totaal van 21 strafpunten, bestaande uit achttien strafpunten voor het gebouw in het
algemeen en drie strafpunten voor de huurwoning van . In het daartoe voorziene vak
voor bijkomende opmerkingen noteerden de verbalisanten het volgende: "In de badkamer is er
condenserend vocht met schimmelvorming aanwezig. De trap aan de inkom van de entiteit op de
verdieping heeft geen aantrede bij de inkomdeur. => gevaarlijke trap bij het verlaten van de entiteit."
4.2.2.
De rechtbank twijfelt er niet aan dat schade heeft geleden door de in hoofde van
beklaagde bewezen verklaarde feiten: in haar badkamer was condenserend vocht met
schimmelvorming aanwezig en door de ongeschlktheldsverklaring van de woning moest zij onverwacht
op zoek naar een nieuwe woning en dit in het begin van de coronapandemie. De rechtbank is evenwel
van oordeel dat een mingenot van 50% van de huurprijs zoals door wordt gevorderd,
waarbij de rechtbank bovendien opmerkt dat de door bij haar berekening in
aanmerking genomen huurpriJs de incriminatieperlode overschrijdt, kennelijk onredelijk Is.
legt bovendien geen enkel stuk neer die haar vordering in concreto staaft. Om deze redenen
kent de rechtbank In redelijkheid en billijkheid een schadevergoeding van 3.500 euro
toe voor materiele en morele schade vermengd (zijnde 3.000 euro aan teveel betaalde huurgelden
(mlngenot) en 500 euro voor morele schade en verlies van de inboedel vermengd) .
Het toegekende bedrag dient te worden vermeerderd met interesten (vanaf de gemiddelde datum) en
een rechtsplegingsvergoeding zoals nader in het beschikkend gedeelte bepaald.
kan uiteraard slechts aanspraak maken op dit bedrag in de mate dat haar schade niet
werd vergoed door de verbeurdverklaring met toewijzing In haar voordeel, meer bepaald van een
bedrag van 3.000 euro aan betaalde huurgelden.
5.3 Overige burgerlijke belangen
5.
Omdat de lastens beklaagde bewezen verklaarde feiten mogelijk nog andere schade hebben
veroorzaakt, houdt de rechtbank de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig
artikel 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering .
6. TOEGEPASTE WITTEN
De bijzondere wetten zoals vermeld In punt 1. Tenlasteleggingen;
Wet van 15 Juni 1935, art 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41;
Wetb. van strafvordering, art. 162, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 194, 195;
Strafwetboek, art. 2, 42, 43bis, 65, eerste en tweede lid, 66;
Wet van 5 maart 1952, art. 1, gew. programmawet d.d. 24.12.1993 , art. 1; gew. art.36 Wet 07.02.2003;
Art. 2 en 3 van de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen Inzake justitie (B.5. 30 12.2011),
zoals gew1jz1gd bij B.S. 29.12.2016, art. 59, 60; (opdeciemen) ;
Art. 6 Programmawet Il van 27.12.2006;
Wet van 17.4.1878, art. 3 en 4; burg. wetb. art. 1382,
Wetb. strafrecht, art.44, 45; (BP).
Rolnummer Dertiende kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correct1onele rechtbank p 12
BESLISSING
De rechtbank beslist OP TEGENSPRAAK ten aanzien var
OP STRAFGEBIED
De rechtbank :
verklaart beklaagde SCHULDIG aan de feiten van tenlasteleggingen A.1 en A.2;
ZEGT VOOR RECHT dat deze feiten zich in toepassing van artikel 65, tweede lid van het
Strafwetboek vermenge n met de feiten waarvoor hij reeds werd veroordeeld door de
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, D13M kamer, bij
definitief geworden vonnis van 10 mei 2021 en dat het NIET nodig Is om hiervoor nog een
bijkomende straf op te leggen;
Verbeurdverklaring
De rechtbank:
VERKLAART beklaagde VERBEURD van (het equivalent van) 7.000 EURO aan wederrechtelijke
vermogensvoo rdelen;
WIJST van het bedrag van de bijzondere verbeurdverk laring die ten aanzien van beklaagde is
uitgesproken, een bedrag van 3.000 euro toe aan de burgerlijke partij
Bijdrage -vergoeding -kosten
De rechtbank veroordeelt beklaagde tot betaling van:
een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedeli Jnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskos ten In strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 euro;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 384,35 euro.
HERSTELVORDERING
De rechtbank verklaart de herstelvordering zonder voorwerp.
Rolnummer Dertiende kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank p 13
OP BURGERLIJK GEBIED
✓ Vordering
De rechtbank·
verklaart de vordering van ontvankelijk en in de volgende mate gegrond;
veroordeelt beklaagde om aan de burgerlijke partij een definitieve
schadevergoeding van 3.500 euro te betalen voor materiële en morele schade vermengd, te
vermeerderen met de vergoedende interesten vanaf 4 augustus 2019 tot op vandaag en met
de moratoire (gerechtelijke) interesten vanaf vandaag tot de datum van volledige betahng,
telkens aan de wettelijke rentevoet;
zegt voor recht dat de burgerlijke partij slechts aanspraak kan maken op dit bedrag in de mate
dat haar schade niet werd vergoed door de verbeurdverk laring met toewijzing In haar
voordeel;
veroordeelt beklaagde om aan de burgerlijke partij
rechtspleglngsvergoeding van 1.726,74 euro te betalen.
✓ Overige burgerlijke belangen
De rechtbank houdt de beslissing over de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Alles gebeurde In de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 Juni 1935. een
Dit vonnis is in openbare terechtzitting uitgesproken op 22 SEPTEMBER 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, D13M kamer, samengesteld uit:
, rechter, voorzitter van de D13M kamer,
In aanwezigheid van het hd van het openbaar ministerie vermeld In het proces-verbaal van de
terechtzitting,
Met bijstand van griffier