ARR:WI22-HV009
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-09-18
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
burgerlijk_recht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Gerechtelijk Wetboek
Volledige tekst
In de zaak van:
DE WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, (1<80: 0316.380.841), met kantoor te
1000 Brussel, Havenlaan 88/22,
eiseres,
ter zitting vertegenwoordigd door mr.
advocaten met kantoor te loco mr.
En:
(RRN: ) en
, (RRN: ), beide wonende te
verweerders,
niet ter zitting verschenen, noch vertegenwoordigd .
*
* *
In deze zaak spreekt de rechtbank het volgende vonnis uit.
Het vonnis wordt uitgesproken In eerste aanleg, bij verstek.
Artikel 2 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd toegepast
voor het opmaken van de akten van rechtspleging die aan dit vonnis voorafging en.
De rechtbank nam kennis van de stukken van het rechtsplegingsdossier, onder meer·
• de dagvaarding in opdracht van eiseres betekend aan verweerders op 5 augustus
2025;
• de stukken voor eiseres neergelegd ter zitting.
De rechtbank hoorde de advocaat van eiseres op de openbare terechtzitting van 4
september 2025. Verweerders waren niet aanwezig noch vertegenwoordigd.
De zaak is gepleit, waarna de rechtbank het debat heeft gesloten en de zaak in beraad
heeft genomen.
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - -p 2
1. Nopens de feiten -vorderingen
1.1 Eiseres geeft de volgende versie van de feiten in de inleidende dagvaarding:
eiseres voerde in de loop van 2022 een onderzoek uit aangaande de
woningkwaliteit van een onroerend goed van verweerders, gelegen te
, kadastraal gekend te
eiseres stelde vast dat het onroerend goed van verweerders ongeschikt en
onbewoonbaar was en dat het werd verhuurd;
op 24 mei 2022 werd door eiseres een aanvankelijk proces-verbaa l opgesteld
wegens het verhuren/ter beschikking stellen van een woning die niet conform de
Vlaamse Codex Wonen van 2021 is;
op 15 juli 2022 werd door eiseres een herstelvordering opgesteld strekkende tot
het uitvoeren van renovatie-, verbetertngs-of aanpassingswerkzaamheden;
op 2 augustus 2022 werd de woning 'ongeschikt en onbewoonbaar' verklaard
door de burgemeester van
bij beslissing van 13 juli 2023 heeft het parket van de Procureur des Konings
de zaak zonder gevolg gerangschikt;
bij verschillende brieven, met datum van 9 januari 2023, 23 Juli 2023, 18 januari
2024 en 14 JUh 2024, werd gevraagd aan verweerders dat de nodige
herstellingswerken intussen zouden zijn uitgevoerd aan het onroerend goed;
eiseres ontving geen antwoord van verweerders op deze vraag;
bij brieven van 23 oktober 2024, 14 januari 2025 en 12 juni 2025 werden
verweerders nog een laatste keer verzocht om eiseres op de hoogte te brengen
aangaande de uitvoering van de herstelvorder ing;
er volgde opnieuw geen antwoord van verweerders
1.2 Eiseres vordert, bij een voorlopig uitvoerbaar vonnis zonder borgstelling of
kantonnement,
de veroordeling van verweerders tot het uitvoeren van renovatie-, verbeterings
en/of aanpassingswerken aan het onroerend goed gelegen te
:, kadastraal gekend te
, waardoor het onroerend goed voldoet aan de minimale
kwaliteitsvereisten zoals beschreven in artikel 1.3, §1, 8° van de Vlaamse Codex
Wonen 2021; na het uitgevoerd e herstel mogen de woonentIteIten geen
gebreken van categorie Il of 111 meer vertonen en mag er geen sprake zijn van
overbewonlng;
dat deze werken door verweerders worden uitgevoerd binnen een termijn van 10
maanden vanaf de betekening van het vonnis en dit op straffe van een dwangsom
van 150,00 euro per dag vertraging, per verweerder, zonder dat er een
bijkomende termijn in de zin van artikel 1385b1s, 4de ltd Ger. Wb. wordt
toegekend;
haar en het college van burgemeester en schepenen van te
machtigen, voor het geval het herstel niet binnen de door de rechtbank gestelde
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - -p. 3
termijn wordt uitgevoerd, ambtshalve in de uitvoering ervan te voorzien en te
zeggen voor recht dat ZIJ gerechtigd is de kosten te verhalen bij verweerders;
eiseres en het college van burgemeester en schepenen var
te machtigen om de eventuele kosten van herhuisvesting te verhalen op
verweerders;
de veroordeling van verweerders tot betaling aan eiseres van de kosten van het
geding, daarbij inbegrepen een rechtsplegmgsvergoeding begroot op 1.883,72
euro.
2. Beoordeling
2.1 Op de zitting van 4 september 2025 verschenen verweerders niet, noch iemand
voor hen. De dagvaarding werd nochtans voor ontvangst op 5 augustus 2025 afgetekend
door
2.2 Artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtbank de
vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij inwilligt, behalve in zoverre
de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met
inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen .
2.3 Gelet op de voorliggende stukken en bij gebrek aan verweer dient de vordering
tot de veroordeling van verweerders tot het uitvoeren van renovatie-, verbetermgs -en/of
aanpassingswerken aan het onroerend goed gelegen te .,
kadastraal gekend te , waardoor het
onroerend goed voldoet aan de minimale kwaliteitsvereisten zoals beschreven in artikel
1.3, §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen 2021, te worden toegekend zoals hierna bepaald.
2.4 Eiseres vraagt om verweerders te veroordelen tot een dwangsom van 150,00 euro
per dag, per verweerder.
Uit wat voorafgaat blijkt dat er aanleiding is tot verbeurte van een dwangsom teneinde de
uitvoering van dit vonnis te garanderen.
De rechtbank stelt deze dwangsom naar redelijkheid vast op een bedrag van 150,00 euro
per verweerder, per dag na het verstrijken van een termijn van 10 maanden na betel<ening
van dit vonnis, met een maximum van 75.000,00 euro
2.4 Gelet op het verstek van verweerders dient het bedrag van de
rechtsplegmgsvergoeding te worden beperkt tot het toepasselijke minimumbedrag, hetzij
117, 73 euro. De kosten voor eiseres worden bijgevolg begroot op 460,29 euro
dagvaardingskosten en een rechtsplegmgsvergoeding van 117,73 euro.
2.5 Artikel 1397, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt:
"Behoudens de uitzondenngen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve
of op verzoek van een van de partiJen, bij met bijzondere redenen omklede
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - -p. 4
beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, schorst verzet of hoger
beroep van de versteklatende partij tegen eindvonnissen die bij verstek zijn
gewezen daarvan de tenuitvoerlegging."
Eiseres voert aan het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zodat een snelle
uitvoering kan worden nagestreefd. Aangezien dit geen bijzondere reden betreft om het
vonnis uitvoerbaar te verklaren, is gelet op artikel 1397, tweede lid van het Gerechtelijk
Wetboek, huidig vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad.
OM DEZE REDENEN BESLIST DE RECHTBANI{:
bij verstek, in eerste aanleg en in openbare zitting;
verklaart de vordering van eiseres ontvankel ijk en gegrond als volgt:
veroordeelt verweerders tot het uitvoeren van renovatie-, verbeterings-en/of
aanpassingswerken aan het onroerend goed gelegen te
kadastraa l gekend te
, waardoor het onroerend goed voldoet aan de minimale
kwaliteitsvereisten zoals beschreven in artikel 1.3, §1, 8° van de Vlaamse Codex
Wonen 2021; dit houdt onder meer in dat na het uitgevoerde herstel het
onroerend goed geen gebreken van categorie Il of 111 meer mag vertonen en er
geen sprake meer mag zijn van overbewoning conform artikel 3.1, §1, derde lid,
2• en 3° Vlaamse Codex Wonen 2021, binnen een termijn van 10 maanden te
rekenen vanaf de betekening van dit vonnis;
op straffe van een dwangsom van 150.00 euro. per verweerder. per dag vertraging
in de volledige uitvoering van voormelde herstelmaatregeli het maximum bedrag
aan dwangsommen dat in uitvoering van dit vonnis verschuldigd kan worden.
wordt bepaald op 75.000,00 euro;
machtigt eiseres en het college van burgemeester en schepenen van
om, zo de voormelde werken niet volledig werden uitgevoerd binnen een
termijn van 10 maanden te rekenen vanaf de betekening van het vonnis, de
nodige werken zelf te laten uitvoeren, op kosten van verweerders ;
machtigt eiseres en het college van burgemeester en schepenen van
om de eventuele kosten van herhuisvesting vermeld in artikel 3.33 van de
Vlaamse Codex Wonen 2021, die gemaakt dienen te worden om de voormelde
herstelmaatregel te kunnen uitvoeren, te verhalen op verweerders die gehouden
z1Jn deze kosten te vergoeden op vertoon van een staat opgesteld door eiseres of
het college van burgemeester en schepenen van
beveelt dat dit vonnis wordt ingeschreven op de kant van de overgesch reven
dagvaarding op de wijze, bepaald in artikel 84 van de Hypotheekwet, op kosten
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - -p. 5
van verweerders;
veroordeelt verweerders in solidum tot betaling aan eiseres van de
dagvaardingskosten van 460,29 euro en de rechtsplegmgsvergoedmg van 117,73
euro,
wijst het meer-en anders gevorderd e af;
veroordee lt verweerders in solidum tot betaling van de rolrechten van 165 euro,
te innen door de FOD Fmancièn overeenkomstig het K.B. van 28 januari 2019
betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie -, hypotheek-en
griffierechten en het houden van de registers m de griffies der hoven en
rechtbanken.
Dit vonnis werd uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 4e kamer van de
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 18 september 2025 waar
aanwezig waren en zitting hadden:
, rechter,
, griffier,
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel - -p 6