Naar hoofdinhoud

ARR:264.207

🏛️ Raad van State Brussel 📅 2025-09-18 🌐 FR

Rechtsgebied

bestuursrecht

Volledige tekst

VII-42.509-1/3 RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK V OORZITTER VAN DE VIIe KAMER A R R E S T nr. van 18 september 2025 in de zaak A. 241.880/VII-42.509 In zake : bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 26 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de toezichthouder van van 23 februari 2024 waarbij, in toepassing van hoofdstuk IV van Titel XVI, inzonderheid artt. 16.4.11 e.v. DABM, op het verzoek tot intrekking/opheffing van een bestuurlijke maatregel lastens , […], niet wordt ingega an”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-42.509-2/3 Audi teur heeft op 6 februari 2025 een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september 2025. Staatsraad heeft verslag uitgebracht. Advocaat , die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat , die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Verzoek tot afstand 3. Met een brief van 24 juni 2025 doet de verzoekende partij afstand van haar beroep. VII-42.509-3/3 BE SLISSING 1. De Raad van State verleent akte van de afstand. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door griffier. De griffier De voorzitter

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot